GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de boekrol & de zeven zegels (4) – het zesde zegel

09-03-2025 - Geplaatst door Andre Piet
Benthuizen

De opening van het zesde zegel is het grote keerpunt in Israëls geschiedenis. God Zelf gaat ingrijpen en onthult zijn aangezicht. De voeten van de Heer zullen staan op de Olijfberg. Het is het moment waar zoveel profeten van hebben gesproken: grote tekenen aan zon, maan en sterren. De opening van het zesde zegel markeert het einde van Israëls grote verdrukking maar is tevens het begin van “de grote dag van toorn”.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de opening van het zesde zegel uit Openbaring, wat gemarkeerd wordt als het grote keerpunt waarbij God direct ingrijpt in het aardse gebeuren. De spreker legt uit hoe kosmische verschijnselen, zoals een grote aardbeving en het verduisteren van zon en maan, het einde van de grote verdrukking voor Israël inluiden. Aan de hand van Matteüs 24 en diverse oudtestamentische profeten wordt de verschijning van de 'Ben Adam' (de Zoon des mensen) op de Olijfberg beschreven. Terwijl voor Israël de bevrijding en verzameling aanbreekt, begint voor de volkerenwereld de 'dag van toorn', waarin het Lam definitief Zijn recht op het land Israël opeist.

“Dit zesde zegel is feitelijk wel de meest cruciale. Deze verschilt namelijk wezenlijk van de voorgaande. Waarom? Omdat hier nu van bovenaf, vanuit de hemel wordt ingegrepen.”

Introductie en Terugblik op de Boekrol en de Eerste Vijf Zegels ↑ hoofdstukken

Wij gaan ons voor de vierde keer bezighouden met de boekrol en de zeven zegels, zoals die beschreven staan in Openbaring 5, 6, 7 en feitelijk ook nog in hoofdstuk 8. De volgende keer wordt dan de laatste in deze serie; dat kan ik u nu al beloven. Ik weet nog wel dat ik, toen ik hier de eerste keer sprak, zei: "Nou, wellicht worden het twee bijeenkomsten rond dit thema." Maar goed, u ziet dat er zoveel over te melden is en het is te belangrijk om allerlei details te skippen. Vandaar dat we ons wederom met dit thema gaan bezighouden, en dit keer met de opening van het zesde zegel.

Laten we nog even een overzicht geven van wat we tot dusver kortweg hebben bezien, al was het maar voor degenen die hier de vorige keren niet bij waren. Het is heel kenmerkend voor het boek Openbaring dat de dingen in visioen, in symboliek worden beschreven. Het is Johannes die zich op het eiland Patmos bevond en verplaatst was in de dag des Heren. Dan ziet hij hoe het Lammetje – en eigenlijk staat er 'het kleine lammetje', dus nóg kwetsbaarder – de boekrol van God ontvangt. Dat is zoals dat in die eerste hoofdstukken, in Openbaring 4 en 5, beschreven wordt: God, Degene die op de troon zit, heeft een boekrol en dat blijkt dan te gaan over het eigendomsrecht, de eigendomsakte van het land Israël. Dat hebben we toen al bezien. Niet alleen dat Hij de eigenaar is van al het land, van heel de aarde – want dat is ook zo – maar het gaat hier specifiek over het land Israël. Dat hebben we bij voorgaande gelegenheden wat speciaal en preciezer bekeken. Dat is dus wat de boekrol eigenlijk inhoudt: het is een eigendomsakte.

Volgens het Bijbelse gebruik krijgt degene die het eigendomsrecht heeft de boekrol overhandigd. En als het land daadwerkelijk in bezit wordt genomen, dan is hij degene die de boekrol opent. Dat wil zeggen dat, als het een verzegelde rol betreft, die zegels verwijderd moeten worden. Wanneer eenmaal het zevende zegel daadwerkelijk is verwijderd – geopend, zo u wilt – dan is het land daadwerkelijk in de handen gekomen van wie het toekomt. Wie is degene die de boekrol dan krijgt en mag openen? Het blijkt dat er in eerste instantie eigenlijk niemand voor in aanmerking komt, behalve dat Lammetje dat geslacht is, maar daar staat. Dat wordt in Openbaring 5 beschreven. Wie is dat? Wel, dat is Degene die ooit geslacht werd, maar opgewekt werd door God en sindsdien, ook uit hoofde daarvan, de Leeuw van Juda is. Dat duidt op Zijn koningschap. De Leeuw, de Koning uit de stam van Juda; de stam waaraan God ooit, al duizenden jaren geleden, de scepter had toevertrouwd. Daar zal uiteindelijk de definitieve dynastie uit ontspruiten. We kennen allemaal het fenomeen van het huis van David, maar David kwam ook uit het geslacht, uit de stam van Juda. Welnu, het is uit dat huis, uit die dynastie, dat het Lammetje voortkwam, uit de stad Bethlehem. In ieder geval is Hij Degene die daadwerkelijk het eigendomsrecht op het land kan claimen.

Dat is wat we de eerste keer hebben gezien. De tweede keer hebben we ons beziggehouden met de eerste vier zegels. In Openbaring 6 worden zes zegels geopend, maar dat begint dus met die eerste vier. Die eerste vier zegels lopen synchroon met het opdraven van vier paarden met een ruiter daarop gezeten. Feitelijk is dat allemaal symboliek waarin de opening van die zegels beschreven wordt. Dat zijn evenzoveel mijlpalen die uiteindelijk leiden naar de definitieve overdracht van het land naar de rechtmatige Eigenaar. Alvorens het boek geopend kan worden, moeten er eerst een aantal hindernissen worden genomen of, zo u wilt, een paar mijlpalen worden gepasseerd voordat dat daadwerkelijk gebeurt. Laten we die eerste vier zegels nog even op een rijtje zetten. Dat was dus de tweede bijeenkomst.

Die eerste ruiter is eigenlijk een soort voorspel, een beetje een buitenbeentje om zo te zeggen. Feitelijk leidt hij slechts die andere paarden in. Je zou zeggen: bij dat eerste paard dat opdraaft – dat is een wit paard – brengt hij, zo blijkt uit het verband, vrede op een spectaculaire manier. Maar dat leidt vervolgens weer tot het tweede paard, het tweede zegel dat geopend wordt. Die brengt juist oorlog; dat wil zeggen dat de vrede uit het land wordt weggenomen en men tegen elkaar opstaat. Ik moet daar nog iets belangrijks bij zeggen, wat ik al een klein beetje heb aangegeven: het gaat allemaal over de eigendomsrechten op het land, namelijk het land van Israël. Dat is waar het hier helemaal om gaat. Uiteindelijk is dat het centrale gebied waar heel de wereld om gegroepeerd wordt. Dat is het land waar het heilige volk als koninklijke en priesterlijke natie zal functioneren te midden van de hele volkerenwereld. Dat land moet bevrijd worden. In feite gaat het bij die zegels om het land; hoezeer de impact ook buiten de landsgrenzen gevoeld zal worden – want dat zal echt wel het geval zijn – de focus ligt op het land. Dus ook die burgeroorlog waar hier sprake van is, dat men tegen elkaar opgezet wordt, vindt plaats in het land.

De derde mijlpaal, of het derde zegel dat geopend wordt nadat die burgeroorlog beschreven is, is dat zwarte paard, en dat brengt hongersnood met zich mee. Vervolgens komt er een groen paard – ja, in een visioen kan dat allemaal – en dat is vooral pestilentie, zo weten we eigenlijk ook uit de hele context. In ieder geval brengt hij dood en verderf. Dan zie je trouwens ook inderdaad dat witte paard als een heel vreemd fenomeen; die dient eigenlijk alleen maar als introductie voor die andere zegels die vooral catastrofaal zijn. Ik bedoel: een grote strijd, een innerlijke verdeeldheid binnen het land, begeleid door hongersnood die vervolgens weer pestilentie met zich meebrengt. Dat rode, zwarte en groene paard bevinden zich allemaal in de tijd van de grote verdrukking: die 42 maanden die ook in het boek Openbaring beschreven worden, die drieënhalf jaar in het land.

De vorige keer, de derde bijeenkomst rond dit thema, hebben we ons speciaal gefocust op uitsluitend dat vijfde zegel dat geopend wordt. Dan gaat het over de vervolging om het getuigenis van het woord van God. Er zullen er in die tijd velen omkomen, maar God gaat weer een nieuw getuigenis starten. De gemeente zal immers zijn weggerukt van deze aarde. Ook dat wordt in het boek Openbaring in symbolische taal beschreven aan de hand van de mannelijke zoon die weggerukt wordt. Dat is Openbaring 12 – ik zeg het even voor degenen die enigszins vertrouwd zijn met deze dingen. In Openbaring 12 lees je over een mannelijke zoon die geboren wordt, dat gaat over de Christus, en die wordt weggerukt. Pal daarop lees je dat de vrouw – en dat is Israël – vlucht naar de woestijn, waar ze dan 1260 dagen, drieënhalf jaar, een onderduikadres zal vinden. Er zijn zoveel details die hier allemaal mee verband houden en je moet ook Schrift met Schrift vergelijken om de dingen te gaan verstaan. Het is eigenlijk één groot puzzelstuk waarbij de dingen pas betekenis krijgen wanneer je het linkt en combineert met andere Schriftplaatsen. De ene Schrift legt de andere Schrift uit.

De Opening van het Zesde Zegel en de Grote Aardbeving ↑ hoofdstukken

En dan gaan we nu naar de opening van dat zesde zegel, zoals dat in vers 12 beschreven staat. En ik zag, zegt Johannes, toen het Lammetje het zesde zegel opende. Dat is dus het op één na laatste zegel. Over het zevende zegel zullen we de volgende keer spreken en nadenken, maar dit zesde zegel is feitelijk wel de meest cruciale. Deze verschilt namelijk wezenlijk van de voorgaande. Ik zei dat zojuist ook al een beetje over het eerste zegel, dat voorspel is, maar de opening van het zesde zegel brengt een totale omkeer. Waarom? Omdat hier nu van bovenaf, vanuit de hemel wordt ingegrepen.

Dat is waarin het ook verschilt van de ruiters op de paarden. Dat zijn in feite fenomenen die hier op aarde plaatsvinden. Er is iemand die vrede in het Midden-Oosten gaat brengen, er komt hongersnood, er is een enorme strijd of een burgeroorlog, en dat brengt dan ook weer pestilentie met zich mee. Dat is in aardse termen dramatisch genoeg, maar het vindt plaats op aarde. Bij het zesde zegel gaat God Zelf ingrijpen. Dat zullen we vanzelf nog zien; ik loop nu een beetje vooruit, maar dat blijkt vanzelf.

Er staat: en daar geschiedde een grote aardbeving. Er staat een mega seismos. Eigenlijk kennen we beide woorden in het Nederlands. 'Mega' kennen we als 'geheel groot', en 'seismos' herkennen we in ons woord seismologie. Dat is de wetenschap die zich bezighoudt met de bewegingen onder het aardoppervlak, het meten van aardbevingen via het Seismologisch Instituut, et cetera. In ieder geval, er geschiedde een grote aardbeving. Deze aardbeving wordt veel later ook genoemd in hoofdstuk 11 vers 13, aan het einde van die drieënhalf jaar die zo vaak in het boek Openbaring op allerlei wijzen wordt genoemd. Die termijn wordt aangeduid als 1260 dagen, maar ook als 42 maanden — wat dezelfde termijn is, alleen met een andere meeteenheid — en het wordt ook nog iets cryptischer aangeduid als 'een tijd, tijden en een halve tijd'. Dat is drieënhalve tijd of drieënhalf jaar. Het is de periode waarin zoveel plaatsvindt, allemaal met het oog op Israël.

In Openbaring 11 lees je dat er straks in Jeruzalem weer een offerdienst zal komen. Er komt weer, linksom of rechtsom, een tempel en de offerdienst wordt hervat. Maar dat zal slechts voor een korte tijd zijn. Die offerdienst wordt namelijk gestaakt en in plaats daarvan zal daar een afgodsbeeld worden geplaatst: een gruwel. Dat is het begin van de grote verdrukking, zoals het in Matteüs 24 ook genoemd wordt. De Heer Jezus waarschuwt daar dan ook voor: als je dat afgodsbeeld, die gruwel, ziet worden opgericht, dan moet je maken dat je wegkomt.

In die tijd gaan er ook twee getuigen optreden op dat tempelplein. Die twee getuigen zijn gedurende 1260 dagen onaantastbaar. Hoewel ze optreden in een uiterst vijandige omgeving, kan niemand hen elimineren. Zij zijn namelijk bij machte om de hemel te sluiten voor drieënhalf jaar, zoals ooit Elia dat ook heeft gedaan. Ze zijn in staat om het water in bloed te veranderen, zoals ook Mozes ooit deed, en plagen te geven aan degenen die hen iets willen aandoen. Kortom, ze zijn onaantastbaar. Alleen aan het einde van die periode worden ze alsnog gedood door het beest dat uit de afgrond komt.

Hun lijken zullen dan drieënhalve dag op het tempelplein liggen; ik heb daar gisteren toevallig nog een blogje over geschreven op mijn website, dus het staat me allemaal nog erg helder voor de geest. De hele wereld is dan hartstikke blij, want die getuigen werden als lastposten ervaren; hun getuigenis werd gehaat. Mensen gaan elkaar zelfs geschenken sturen omdat ze zo blij zijn dat die gasten eindelijk gedood zijn. Ze krijgen ook geen begrafenis; die lijken liggen daar demonstratief als een soort overwinningstrofee: daar zijn we vanaf! Totdat ze na drieënhalve dag opstaan. Dan lees je dat ze opvaren naar de hemel. Het klinkt heel onwerkelijk, maar zo staat het beschreven en ik ga ervan uit dat het ook zo zal gebeuren.

Bij die gelegenheid, zo lees ik in Openbaring 11, kwam er op datzelfde uur een grote aardbeving. Weer diezelfde term. Een tiende deel van de stad Jeruzalem stortte in en zevenduizend 'namen van mensen' werden door de aardbeving gedood. Ik denk dat het hier gaat om mensen van naam, prominenten die daar wellicht voor een conferentie bij elkaar zijn. De overigen werden zeer bevreesd en gaven de God van de hemel eer. Dit is eigenlijk het einde van de termijn van de grote verdrukking. Jeruzalem ligt grotendeels plat en er gebeurt nog iets: we weten dat aan het einde van die grote verdrukking de Olijfberg zal opsplijten. Aan de oostkant van het tempelplein heb je de Olijfberg, en in die tijd dat die twee getuigen daar liggen en weer opstaan, zal er een grote aardbeving plaatsvinden. Dat is nogal wiedes als je je realiseert dat de Olijfberg dan middendoor zal splijten. Er ontstaat dan ter plekke een vluchtweg voor degenen die moeten vertrekken, zoals je leest in Zacharia 14. De overigen die er dan nog zijn, werden zeer bevreesd en ze gaven de God des hemels eer. Die aardbeving heeft dus alles te maken met het splijten van de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt. Dit markeert ook het einde van de grote verdrukking, en er staat nog iets.

Kosmische Tekenen en de Verschijning van de Ben Adam ↑ hoofdstukken

We gaan weer terug naar Openbaring 6. Het zesde zegel wordt geopend en het meest karakteristieke daarvan, of het eerste wat genoemd wordt, is een mega-aardbeving. Er staat dat de zon zwart werd als een haren zak — helemaal donker, verduisterd — en de maan werd geheel als bloed. Er worden twee vergelijkingen gemaakt: de maan werd niet bloed, maar als bloed, een rode maan. Of dat een puur atmosferisch verschijnsel is, dat denk ik wel, maar in ieder geval ziet het er dan zo uit. Dit is een heel belangrijk kenmerk van dit moment. Waarom? Omdat deze tekenen aan zon en maan — en ik moet er eigenlijk nog sterren aan toevoegen, maar daarover straks meer — karakteristiek zijn voor juist dít ogenblik dat de Messias zal verschijnen. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Er vindt een geweldige aardbeving plaats waarbij de Olijfberg middendoor splijt. En dan zullen er ook die tekenen zijn aan de hemel; dat wordt zo dikwijls in de profetie genoemd. Aan dit moment herken je het tijdstip: als deze fenomenen in verband met de zon, de maan en de sterren gaan gebeuren, dan weet je wat er staat te gebeuren.

Laten we de belangrijkste schriftplaats in dat verband noemen. Ik kom straks op nog meer teksten, maar Matteüs 24 is de rede die de Heer Jezus hield op de Olijfberg, terwijl Hij uitkeek over de gebouwen van de tempel. Hij vertelt daar wat er aan het einde van de aion zou plaatsvinden. In Matteüs 24 vers 29 zegt Hij: "Terstond na de verdrukking van die dagen — die grote verdrukking zoals er nooit is geweest en ook nooit meer wezen zal — terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden." Zie je hoe schrift met schrift vergelijken werkt? Hier wordt het plaatje completer en duidelijker. Je vindt hier dat het zesde zegel samenvalt met deze gebeurtenis. Het is hetzelfde fenomeen dat beschreven wordt en dat zal plaatsvinden na de verdrukking. Dat is waar we het net al even over hadden: let op. Terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven; er staat dat de sterren van de hemel zullen vallen. Dat het niet alleen maar een puur atmosferisch ding is, blijkt mijns inziens ook uit de laatste zinsnede: "de machten der hemelen zullen wankelen." Dit is dus ook echt een kosmische schok, om het zo te zeggen. De machten der hemelen zullen wankelen. Ja, dit is dus aan het einde van Israëls grote verdrukking.

Ik lees verder in Matteüs 24. En dan zal het teken van de Zoon des mensen — dat is de Ben Adam, de erfgenaam van Adam — verschijnen. Ik denk dat dat gewoon betekent: dan zal de Ben Adam, de Zoon des mensen, verschijnen. Het teken van de Ben Adam is dat Hijzelf zal verschijnen aan de hemel. Dan zullen alle stammen van het land, Israël, zich op de borst slaan en ze zullen de Ben Adam zien. Ik hou van die term; ik vind dat namelijk zo prachtig. Het betekent niet louter dat Hij een nakomeling is van een mens; het gaat erom dat Hij dé erfgenaam is van wat ooit aan Adam werd gegeven, namelijk de heerschappij over de hele wereld. Als Hij verschijnt, dan zullen alle stammen van het land zich op de borst slaan. Hoezo? Nou, dat wordt ook uitgelegd in de profetie. Zacharia vermeldt dat wanneer Hij verschijnt, zij zullen zien wie zij doorstoken hebben en dan zullen ze een rouwklacht aanheffen. Want ze hadden de naam van Yahweh bij die gelegenheid ook aangeroepen in hun uiterste nood. En dan verschijnt Hij. Wie blijkt er dan te verschijnen? Dat is de Ben Adam, de Zoon des mensen zogezegd. De stammen van het land zullen zich op de borst slaan van verbazing en verbijstering. Ze zullen de Ben Adam zien komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid. U ziet het, dit is een interventie vanuit de hemel in het aardse gebeuren. Meer specifiek daar bij Jeruzalem, voor het tempelplein op de Olijfberg.

En dan staat er: Hij — dat is die Ben Adam, de Heer Jezus, de Messias — Hij zal Zijn boodschappers uitzenden met luid bazuingeschal. Ook dat is een van de kenmerken, een van de termen die altijd gebruikt worden. Als Hij verschijnt, dan is dat met bazuingeschal. Het zou ook wel eens heel veel te maken kunnen hebben, zeg ik er nu even bij, met het tijdstip: met de Dag van de Bazuin bijvoorbeeld. Maar in ieder geval zullen de boodschappers worden uitgezonden. Ik denk dat dat de 144.000 zijn die het uitverkoren volk bij elkaar gaan brengen. Want vergis je niet: er is weliswaar een Joodse staat, maar het grootste gedeelte van het volk bevindt zich vandaag de dag, maar ook dan in die tijd, nog overal in de wereld verspreid. Dan zullen de boodschappers uitgezonden worden en ze zullen Zijn uitverkorenen verzamelen — dat wil zeggen: het uitverkoren volk — uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere. Ook dit is weer teruggrijpen op profetieën die je bijvoorbeeld in Deuteronomium al vindt, allerlei schriftplaatsen. Het volk wordt van Godswege weer teruggebracht naar het land. Wanneer is dat? Wel, dat zal zijn na die verdrukking, wanneer de zon en de maan verduisterd worden en de sterren van de hemel zullen vallen.

Ik ga nu weer even terug naar Openbaring 6. Er staat: "en de sterren des hemels vielen naar de aarde." Wij zouden zeggen: een complete sterrenregen. Wij noemen dat ook vallende sterren of een meteorenregen. Het wordt hier vergeleken: de sterren des hemels vielen naar de aarde, gelijk een vijgenboom zijn wintervijgen laat vallen wanneer hij door een harde wind geschud wordt. Er zijn dus nog een paar vijgen die verdroogd zijn blijven hangen in de winter; er wordt eventjes aan die boom geschud en ze vallen er zo allemaal af. Zo wordt het hier vergeleken. Die tekenen aan de zon en de maan gaan dus gepaard met, of zijn in combinatie met, die enorme sterrenregen. En wat je dan nog erbij leest... want zo lazen we het in Matteüs 24 ook: "de sterren zullen van de hemelen vallen en de machten der hemelen zullen wankelen." Ik gaf het zojuist al even aan: dit is denk ik meer dan alleen maar het plaatsvinden van een meteorenregen. Dit is een heel schokkende gebeurtenis. Niet alleen de aarde en die aardbeving, maar ook de machten der hemelen wankelen. Dus zowel beneden als boven. Er staat bij — en ik denk dat het feitelijk hetzelfde fenomeen is...

De Hemel Wijkt Terug als een Boekrol ↑ hoofdstukken

Of daarmee gepaard gaat dat de hemel wijkt terug. Wat moet je je daarbij voorstellen? Johannes maakt een vergelijking: als een boekrol die wordt opgerold. Wij kennen het fenomeen van een boekrol natuurlijk niet zo erg meer, want wij hebben tegenwoordig de codex. Maar goed, het gaat hier nu over een boekrol die wordt opgerold, teruggerold.

Het idee in de Bijbel in het algemeen is dat de hemel eigenlijk als een boek is waarin een verhaal geschreven staat. Dat is een geweldige gedachte: al die tekenen die aan de hemel staan, die achtenveertig sterrenbeelden, vertellen een verhaal. Er staat in Psalm 19: "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen." Al die tekenen en sterrenbeelden hebben hun betekenis en verwijzen naar Hem die zou komen, het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou vermorselen. Al die sterrenbeelden gaan daarover.

Ik bedoel daarmee eigenlijk te zeggen dat de vergelijking van de hemel met een boekrol niet zo gek is. Het idee is namelijk dat die hemel een verhaal vertelt; daarin zijn dingen te lezen voor de goede verstaander. In dit geval wijkt die hemel terug en zijn die beelden niet meer te zien. Ik denk ook dat die sterren dus van de hemel gevallen zijn, wat op dat moment ook niet meer zichtbaar is. Het boek gaat dus dicht, maar daar staat tegenover dat de hemel opengaat.

Er staat nog dit bij: de hemel wijkt terug als een boekrol die wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden vanuit hun plaatsen bewogen. De aardbeving waar we het over hebben, heeft dus een wereldwijde impact; overal zal deze worden gevoeld. "Elke berg en elk eiland..." Ik heb weleens een uitleg gehoord dat dit alleen zou gaan over elke berg en elk eiland in die regio. Eerlijk gezegd staat dat er niet. Ik denk inderdaad dat je dit gewoon heel letterlijk kunt nemen: als dit gaat gebeuren, dan zal dat over de hele wereld worden gevoeld. De hele aarde wordt bewogen, zo staat er nog bij.

De Wereld Verbergt Zich voor de Toorn van het Lam ↑ hoofdstukken

En de koningen der aarde, de groten, de oversten over duizend, de rijken en de machtigen, en iedere slaaf en vrije – kortom iedereen, maar ook de machtigste. We lazen zojuist in Openbaring 11 al even over die zevenduizend mensen van naam die daar zijn vergaderd. Want dit moment is het grote keerpunt. Vanuit de hemel wordt er in het aardse gebeuren ingebroken. De Heer gaat Zich bekendmaken aan Zijn volk, maar dat zal zijn op een moment dat alle volkeren ook ten strijde zullen zijn getrokken tegen Jeruzalem. Dat lees je in Zacharia 14. We hebben daar bij een veel eerdere gelegenheid al eens uitgebreid bij stilgestaan: Hij zal alle volkeren ten strijde trekken tegen Jeruzalem en dan zal Jeruzalem een zware steen zijn die alle natiën moeten heffen, waarbij ze zich dadelijk zullen verwonden. Waar het om gaat is dat er zo'n afschuwelijke tijd zal zijn, maar dan zijn de volken daar verzameld en in dat verband wordt hier gesproken over de koningen der aarde die daar dan ook zijn.

En wat gebeurt daar? Al die mensen die daar zijn, zullen zeggen – zij verbergen zich in de holen. Ik denk letterlijk aan schuilkelders; daar moet je dan wezen. Als dit gebeurt, wat doe je dan? Ze verbergen zich in de holen en de rotsen der bergen. En ze zeggen tot de bergen en tot de rotsen: "Val op ons en verberg ons!" Ik denk dat het woord 'en' hier verklarend is; dat wil zeggen: val op ons, namelijk verberg ons. Die bergen zouden dan bescherming moeten bieden. In feite worden hier beelden beschreven en vergelijkingen gemaakt, maar dit is wat er dan gezegd zal worden. Het is nauwelijks voor te stellen wat een enorme impact dit heeft. Er worden hier beelden opgeroepen die bijna onbevattelijk zijn. Maar als de Heer Zich gaat onthullen voor de wereld, dan begint dat hier bij het zesde zegel. Daarom hebben we nu een heel aparte bijeenkomst rond de opening van het zesde zegel, omdat dit het grote keerpunt is. Hier wordt vanuit de hemel met recht ingebroken. De God des hemels maakt Zich bekend. Die grote aardbeving, de oude Olijfberg die middendoor splijt, de mensen die vergaan van vrees en zich schuilhouden in de bergen, in schuilkelders of in de holen.

Die bergen zouden bescherming moeten bieden. Trouwens, je leest ook dat er een vluchtweg gecreëerd wordt door de Olijfberg heen. De Olijfberg splijt – Zijn voeten staan op de Olijfberg – en dan ontstaat er een vluchtweg. Het wordt er niet expliciet bij gezegd, dus ik geef direct toe dat wat ik nu zeg niet letterlijk zo in de Bijbel staat, maar ik vind het wel heel aannemelijk. Ik geef het door voor wat het waard is: dat de bergen dan ook zullen vallen. Dat volk vlucht, maar ze zullen ook achterna gezeten worden. Wat gebeurt er dan? Ik denk dat er een herhaling gaat plaatsvinden van wat er ooit bij de Schelfzee gebeurde. Daar werd ook ter plekke een vluchtweg gecreëerd en ze gingen dwars door de zee. Toen de Egyptenaren dat ook wilden beproeven – u kent de geschiedenis – verdween de vluchtweg en de zee overspoelde hen, zodat zij daarin verdronken. Dan zullen de bergen dus met recht op hen vallen. In feite splijt die Olijfberg, waardoor je eigenlijk twee bergen krijgt. Eén ding is wel duidelijk: wat hier beschreven wordt, is gigantisch.

In vers 16 staat dat zij zeggen: "Verbergt ons voor het aangezicht van Hem die gezeten is op de troon." Het boek de Openbaring heet de Apocalypse omdat de Heer onthuld wordt. Dit is het moment, vandaar ook dat zesde zegel; dit is het keerpunt. Dit is het moment dat de Heer Zich aan het publiek zal gaan betonen. Er staat: "voor het aangezicht van Hem." Wie is dat? Je zou kunnen zeggen dat dit Zijn zichtbare kant is. God is de onzienlijke God, maar Zijn aangezicht is de wijze waarop Hij Zich bekendmaakt. Dat aangezicht is Christus; Hij is de zichtbare kant van de onzienlijke God. Hij wordt dan onthuld, zeker voor degenen die daar dan zijn. Vanaf dat moment zullen er geen atheïsten meer zijn. Nee, dat kan helemaal niet, want dan is het eens en voor altijd duidelijk. Tot op de dag van vandaag verbergt God Zijn aangezicht voor Zijn volk en voor deze hele wereld, zodanig dat er dus atheïsten kunnen zijn omdat we Hem niet zien. Hij is sowieso de onzienlijke God en Hij grijpt nu ook niet in, maar dan gaat Hij daadwerkelijk ingrijpen en wat aangekondigd is, zal dan inderdaad onmiskenbaar gaan plaatsvinden.

Ze vrezen dit moment. Er staat: "Verbergt ons voor het aangezicht van Hem die gezeten is op de troon en voor de toorn van het Lam." Zij weten nu dat er Iemand is die gaat ingrijpen en die ook het Land, waar vandaag al zoveel strijd over is, gaat opeisen. Dat gaat alleen maar culmineren en des te heftiger worden. Hij is degene die het Land gaat opeisen. En ze weten ook, aangezien er zoveel andere claims op het Land liggen, dat daar vanaf dan definitief een einde aan komt. Ze kunnen niet langer ontkennen dat God daar is en dat Hij ingrijpt. Maar daarmee hebben ze Hem nog niet erkend als de Rechthebber; integendeel, dan gaat juist een strijd plaatsvinden. Ook dat is, als ik het vertel, bijna onwerkelijk. De volgende keer komen we daarop terug, maar dan gaat er een hele nieuwe periode aanvangen.

Wat zij nu zeggen is: "De grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan dan bestaan?" Israëls verdrukking is ten einde – daar moet de klemtoon op liggen – maar de dag van toorn over de volkerenwereld gaat dan beginnen. Men weet dat dit een conflict en een strijd wordt. We krijgen te maken met Hem die nu heeft ingegrepen en acte de présence geeft. Dat is zo onmiskenbaar dat ze weten: dit wordt heel heftig. Vandaar: "De grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan dan bestaan?" Men realiseert zich dat dan. Vandaar ook dat men zich in die tijd die gaat volgen, gaat mobiliseren tegen het Land. Dat is de tijd van de zeven bazuinen die volgen op de zeven zegels. De volgende keer gaan we het daarover hebben. Ik zie dat we inmiddels al drie kwartier verder zijn waarin jullie aan het luisteren zijn en ik aan het spreken ben. Ik had nog een heleboel schriftplaatsen die ik eigenlijk wilde noemen, maar die kan ik nu nog kort even aanstippen. Ze geven aan dat het moment dat de zon en de maan verduisterd worden en de sterren van de hemel vallen, het moment is dat de Heer zal verschijnen. Er zal een einde komen aan Israëls verdrukking, het volk gaat bevrijd en verzameld worden, maar dan gaat de dag van toorn aanbreken.

Oudtestamentische Profetieën over de Grote en Geduchte Dag van Yahweh ↑ hoofdstukken

Er zijn heel veel profetieën die over dit specifieke moment gaan. Ik noemde al Matteüs 24, maar laat ik er nog een paar noemen. Neem bijvoorbeeld Joël 2: "De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag van Yahweh komt." Ziet u? Dat is precies hetzelfde als wat we eerder aantroffen. Nu begint de dag van toorn. Het is de tijd na de verdrukking van Israël, maar voorafgaand aan de dag van toorn — of zoals het hier genoemd wordt: de dag van Yahweh. En het zal geschieden dat ieder die de naam van Yahweh aanroept, behouden zal worden, gered zal worden. Dat wil zeggen dat er een vluchtweg ontstaat. Diegene zal dus gered worden, want in het gebergte van Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn. Ja, dat is logisch, want die Olijfberg gaat splijten en via die route zal men ontkomen, zoals Yahweh gezegd heeft. En tot de ontkomenen zullen zij behoren die Yahweh zal roepen. Dus ook hier zien we weer die tekenen aan de zon en de maan, en bovendien wordt de naam van Yahweh aangeroepen. Dat is ook de reden waarom Hij zal verschijnen.

Dat was Joël 2. Als we één hoofdstuk verder bladeren, naar Joël 3, dan staat er: "Menigten, menigten in het dal van beslissing, want nabij is dan de dag van Yahweh in het dal van de beslissing. De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. En Yahweh brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem, zodat de hemel en de aarde beven." Nou, daar hebben we het precies over gehad, toch? De hemel beeft, de machten der hemel zullen wankelen, de aarde beeft. Een speciale beving wordt daarbij vooral genoemd: het splijten van die Olijfberg. Maar in het algemeen, wereldwijd, zal het worden gevoeld: hemel en aarde beven. Maar Yahweh is een schuilplaats voor zijn volk en een veste voor de kinderen Israëls. Want zij zullen inderdaad naar die schuilplaats gaan die in de woestijn gelegen is. Nogmaals, je kunt daar heel veel meer details over vinden, maar het gaat mij nu om het punt dat wat gemarkeerd wordt bij het zesde zegel — namelijk de verduistering van de zon en de maan, de grote aardbeving en de dag van toorn die dan aanvangt waarbij de Heer zal verschijnen — dat we dat elders ook vinden.

Kijk maar in Ezechiël 32. We hebben het nu gewoon over allerlei plaatsen in de boeken van Israëls profeten. In Ezechiël 32 staat: "Wanneer Ik u, Israël, uitblus..." Want vergis je niet, het hele Joodse land wordt verwoest. Niet iedereen is daar blij mee, maar dat is wel wat de Bijbel zegt. De staat wordt compleet vernietigd. Sterker nog, er zal geen levende inwoner nog in het land zijn, want degenen die ontkomen, vluchten buiten het land. "Wanneer Ik u uitblus, dan bedek Ik de hemel en verduister Ik de sterren. De zon overdek Ik met wolken en de maan doet haar licht niet schijnen." Alsjeblieft, weer met andere woorden, maar hetzelfde fenomeen. "Al de stralende lichten aan de hemel verduister Ik om uwentwil en duisternis breng Ik over uw land, luidt het woord van de Heer Yahweh. En verontrusten zal Ik het hart van vele volkeren wanneer Ik uw ondergang bekendmaak onder de volkeren." Israël gaat eronder, maar dat zal vele volkeren verontrusten in landen die gij niet hebt gekend. Met andere woorden: er gaat onrust juist daardoor ontstaan in de volkerenwereld, omdat ze weten met wie ze van doen hebben.

Nog één: Jesaja 13. Ik moet het er nog even bijzeggen: we vertellen in deze samenkomst een goed bericht, daar begon ik ook mee. Maar vergis je niet, dat betekent niet dat het een 'lievig' bericht is, of een zoetig bericht, en al helemaal niet zoetsappig. God is ook God; Hij laat niet met Zich spotten. En als Hij optreedt... kijk, voor alles is er een tijd. Nu is het de tijd van Zijn welbehagen en grijpt Hij niet in, maar dan wordt het echt anders: de dag van Zijn toorn. Ik heb het al eerder eventjes aangestipt als het gaat over de proporties, de verhoudingen: het is de dag van toorn tegenover een jaar van welbehagen. Zo verhouden die dingen zich. Maar je moet dat niet wegvlakken. Ik weet dat deze samenkomsten de reputatie hebben van 'het goede bericht'. Ja, dat zijn die lieden — dat bent u en dat ben ik, ja — die geloven niet in de hel. Nee, daar geloven we zeker niet in, dat is een verzinsel van mensen. En een eindeloze toorn? Dat is volstrekt on-Bijbels; het is een karikatuur van God. Maar wij ontkennen dus niet de toorn van God. Als Hij gaat ingrijpen, dan zal het inderdaad, zoals het er staat, meedogenloos zijn, met verbolgenheid en brandende toorn. Dan is het menens.

In Jesaja 13 staat: "Om het land tot een woestenheid te maken en haar zondaars van haar te verdelgen." Want dat is wat er gebeuren zal. "Want de sterren en de sterrenbeelden..." — weet u wel, die hemel is een boekrol waar de sprake van uitgaat — "...dus de hemelse sterrenbeelden doen hun licht niet stralen. De zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. En dan zal Ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid. En Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden" — dat wil zeggen: daar gaan ze een toontje lager zingen — "en de hoogmoed van de geweldenaars zal Ik vernederen." Ze dachten met zoveel geweld te kunnen optreden en al het bloed dat ze vergoten hebben... God gaat dat eisen. Hij gaat het rechtzetten. God gaat recht doen. Ja, dat is waar het over gaat. Dat is waar dat zesde zegel over gaat. Hij grijpt in en dat heeft dus alles te maken met die beving van de hemel en de aarde, de zon en de maan die verduisterd worden en de sterren die hun glans niet langer geven.

En dan heb ik er nog één, en dat is de laatste: Jesaja 24. Daar staat dit: "Dan zal de blanke maan schaamrood worden en de gloeiende zon zal zich schamen." Dat betekent gewoon: zich verbergen en verduisterd worden. "Want Yahweh van de legermachten..." — want Hij zal inderdaad gaan optreden en met een leger ten strijde trekken — "...want Yahweh van de legermachten zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem." Het gaat verder natuurlijk, maar het gaat mij nu even om het punt dat inderdaad die zon en die maan verduisterd worden. Waarom? Wel, omdat de Heer Zelf gaat ingrijpen; dan gaat Hij daadwerkelijk in Jeruzalem Zijn troon vestigen. En daar gaat ook nog enige tijd overheen, want Hij gaat eerst nog naar de woestijn en daar wordt het volk gericht, et cetera. Dat gaat niet allemaal op een late namiddag plaatsvinden; daar gaan nog maanden overheen. De vorige jaren hebben we het er ook over gehad: over 1260 dagen, over 1290 dagen, over 1335 dagen. Er worden diverse termijnen genoemd. Maar één ding moet duidelijk zijn: de Koning, de Leeuw van Juda, dat is het Lammetje dat geslacht is. Hij gaat dan het land opeisen en de troon van zijn vader David innemen. Hij zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem. Sterker nog, Hij gaat de hele wereld beheersen. Maar nu, bij het zesde zegel, gaat het alleen nog maar om Israël. Wanneer Israël bevrijd is en het volk vervolgens verzameld wordt bij het zevende zegel, dan gaan de bazuinen klinken. Dan zullen de volkeren het ook gaan weten en de bazuinen te horen krijgen. Het zal luid klinken: zeven bazuingerichten waarin God de hele wereld gaat onderwerpen en gaat inlijven in Zijn koninkrijk. Dat is allemaal wat voorafgaat aan dat millennium.

Met Hem Verschijnen in Heerlijkheid en Afsluitende Vragen ↑ hoofdstukken

Nou, ik hoop u in ieder geval vanmorgen duidelijk gemaakt te hebben dat dat zesde zegel inderdaad zo ingrijpend is. En als u zich nu afvraagt: zijn wij daar dan ook bij? Hebben jullie die vraag ook gesteld? Jazeker! Van bovenaf zullen wij... Hij zal namelijk verschijnen in grote heerlijkheid. En als Hij verschijnt, zegt Paulus in Kolossenzen 3, dan zullen wij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Kijk, Marjolein is het ermee eens. Nou, ik zou zeggen, lieve mensen, laten we ons in die God vooral ook verblijden en laten we staan op dat fundament. In die tijd leven we en dit gaat allemaal binnenkort gebeuren.

Er zijn heel wat vragen binnengekomen. Komt Ezechiël 38 nou in het vervolg nog een keer aan de orde? Goh, wat een vraag. Vind je het goed als we die vraag parkeren voor... nou, de volgende keer weet ik niet. Ik zal de vraag misschien even toelichten. Ezechiël 38 en 39 zijn de hoofdstukken waarin beschreven wordt dat er een strijd komt van Gog en Magog in het uiterste noorden, en zij zullen naar het land van Israël komen. De vraag is nu: wanneer is dat? Daar zouden we nog eens een keertje een aparte bijbelstudie aan moeten wijden. Dat wordt dan trouwens ook een serie, want Ezechiël 38 en 39 zijn lange hoofdstukken.

Kijk, u denkt misschien... Ik kan me voorstellen – want ik denk altijd wanneer ik hier spreek aan degenen die hier voor het eerst zijn en er nog niet zoveel van weten – in hoeverre is zo iemand in staat om dit te begrijpen en op te pakken? Maar ik moet u er nog iets bij zeggen: als u denkt dat dit veel is, dan is dit eigenlijk nog maar een tipje van de sluier. Er is zo enorm veel in de Schrift over deze dingen te vinden. Ik verbeeld me bepaald ook niet dat wij alles al weten, maar deze dingen zijn duidelijk. Ik zou zeggen, lieve mensen: check het, of deze dingen inderdaad zo zijn.

🎧 de boekrol & de zeven zegels (4) – het zesde zegel
Delen: