GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de bijlagen van ‘Richteren’ – wat voegen ze toe?

09-08-2020 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 9 augustus 2020 te Zoetermeer

De laatste hoofdstukken van het boek Richteren (17-21), behoren ongetwijfeld tot de zwartste bladzijden in de Bijbel. Ze vormen twee bijlagen van het boek. Het staat bol van afgoderij, verkrachting, moord, horror, recht dat struikelt en hypocrisie. Wat doet de beschrijving van deze decadente geschiedenissen in de Bijbel? En welke plaats en betekenis hebben deze bijlagen in het boek Richteren zelf? Waar is God in deze hoofdstukken? En vanwaar dat het kleine stadje Bethlehem zo’n prominente rol speelt? Inderdaad, hier moet meer achter steken…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de twee onbekende en duistere bijlagen aan het einde van het boek Richteren (hoofdstuk 17 tot en met 21). Deze hoofdstukken beschrijven een periode van afgoderij, extreem geweld en moreel verval, wat illustreert wat er gebeurt als ieder mens doet wat goed is in zijn eigen ogen. De spreker benadrukt dat de Bijbel deze geschiedenis niet moralistisch, maar realistisch en typerend beschrijft. Aan de hand van zeven redenen wordt de toegevoegde waarde van de bijlagen uitgelegd, met typologische lijnen naar de tijd waarin het Koninkrijk nog verborgen is. Te midden van alle wandaden blijkt de terugkerende verwijzing naar Bethlehem een krachtig signaal van hoop.

“Wanneer iedereen maar gewoon doet wat goed is in zijn eigen ogen, betekent dat in de praktijk dat hij alleen maar kwaad doet.”

Inleiding: de Onbekende Bijlagen van Richteren ↑ hoofdstukken

Vanmorgen neem ik u mee naar de laatste hoofdstukken van het boek Richteren. Ik heb het als titel 'De Bijlagen' meegegeven, want er zijn er twee bijlagen van Richteren – of als u wat modernere vertalingen hebt: Rechters, maar dat is exact hetzelfde. Ik stel daarbij de veelzeggende vraag: wat voegen ze toe? Want ik heb zo het vermoeden – ik heb geen navraag gedaan en ik heb het ook niet gecheckt, maar ik weet het gewoon omdat je zo af en toe weleens mensen spreekt en ik weet trouwens hoe het mezelf verging, terwijl ik mezelf toch wel als een redelijke Bijbelkenner beschouw – dat deze hoofdstukken verschrikkelijk onbekend zijn.

Daar is ook een hele goede reden voor, want ik zal u vertellen: je gaat ze niet zomaar aan tafel voorlezen. Dan zit je echt met rode oortjes. Eigenlijk kun je het met goed fatsoen niet eens voorlezen. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor deze keuze van het onderwerp? Hij zit hier in ons midden, ik zal de naam niet noemen. Dat vindt Daniel helemaal niet leuk. Welkom, Daniel! Een jaar geleden schreef Daniel mij een keer: "Die laatste hoofdstukken van Richteren, ik kan er zo weinig mee. Ik hoor daar ook nooit eens iemand over spreken. Maar zou jij daar eens de koe bij de horens willen vatten en daarover spreken?"

Ik heb het een tijdje laten liggen – dat merkt u, want we zijn inmiddels pakweg een jaar later – maar ik heb er in die tussentijd wel vaak over nagedacht. En ik had er trouwens toen al vaak over nagedacht, maar ik durfde het eigenlijk niet zo aan om daarover te gaan spreken. Want het is nogal wat. Het zijn vijf hoofdstukken die de revue gaan passeren. De vorige keer hebben we met elkaar twee verzen besproken, nu gaan we vijf lange hoofdstukken bespreken. Dus dat wordt echt een helikopterview. Ik wil er trouwens nog even iets bij zeggen: dit was de aanleiding, en dan wil ik ook nog wel even iets ter inleiding zeggen.

De Bijbel Is Niet Moralistisch, maar Realistisch ↑ hoofdstukken

Ik weet niet of u wel eens een keer het programma De Slimste Mens kijkt? Nee, ik niet, en dat verklaart ook een hoop... Maar ik kreeg van de week te horen dat in deze populaire serie, uitgezonden door de KRO-NCRV, de dochter van Andries Knevel meedeed. En die bakte er geloof ik niet zo heel erg veel van, heb ik begrepen. Ze geneerde zich ook een beetje, met een bekende vader als zij heeft, voor het feit dat ze niet eens wist wat de naam van het tweede Bijbelboek was. Ze dacht namelijk dat het ‘Viticus’ was. Maar goed, we zullen haar dat maar niet al te veel kwalijk nemen.

In ieder geval liet Maarten van Rossum tijdens die uitzending – u weet wel, die ontzettend vrolijke man die altijd in dat kleurige pak daar zit en altijd dat optimistische geluid laat horen – bij de gelegenheid van die vraag iets van zich horen. Ik heb het niet gezien, maar via Uitzending Gemist heb ik alsnog even het fragment teruggekeken. Want hij zei toen dit, toen het even over Exodus ging: "Het Oude Testament is natuurlijk een totaal krankjorum, gewelddadig en idioot boek. Een boek is het eigenlijk niet; het is een collectie van teksten."

Nou, die laatste zin moet ik zeggen, die bevalt me wel, want dat is precies wat het is. Het is inderdaad geen boek; het zijn verzamelboeken. We hebben daar in de loop van de dertien jaren al heel wat keren aandacht aan gegeven. Deze man begrijpt er natuurlijk niet veel van, maar ik moet er ook bij zeggen dat als hij zegt dat het een gewelddadig boek is, je dat wel kunt zeggen. Tenminste, bepaalde passages, bepaalde hoofdstukken en bepaalde Bijbelboeken vallen echt in die categorie. Hij zei er trouwens nog iets bij: "Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat het functioneert als één van de zogenaamde grondslagen van onze cultuur. Het is extreem gewelddadig."

Ik wil daar graag even bij aansluiten, want ik vond dit wel een aardige introductie. Want deze Maarten van Rossum, wat je ook over hem kunt zeggen... ik moet zeggen, ik luister altijd wel graag naar hem. Al was het maar omdat hij altijd erg tegendraads is. Ik vind het wel leuk als er eens wat andere dingen dan de mainstream gezegd worden. In ieder geval bracht hij dit zo naar voren. Hij slaat natuurlijk compleet de plank mis en toch heeft hij een punt. Want het onderwerp van vandaag, namelijk de laatste hoofdstukken van het boek Richteren, illustreert perfect zijn punt, namelijk: extreem gewelddadig.

Ik zal u vertellen, we gaan het allemaal niet lezen, want ik zei al: het zijn vijf lange hoofdstukken. Je moet er echt voor gaan zitten om het tot je te nemen. Maar er is sprake van – ik geef even een verzameling – groepsverkrachting. Afschuwelijk. Van rechtsverkrachting. Het recht struikelt als er recht gesproken wordt, notabene in het boek dat Richteren heet. Trouwens, de naam Dan speelt in deze hoofdstukken ook een grote rol. We zullen het straks nog zien. En Dan betekent ‘rechter’. Denk aan Daniël; dat betekent ‘God is mijn Rechter’. Maar in ieder geval: rechtsverkrachting, extreem geweld en ook horror. Ik bedoel met horror bijvoorbeeld dat een vrouw in twaalf stukjes gesneden wordt. Dat vind ik namelijk horror. Afgoderij, afschuwelijk, en ook de hypocrisie, met name in de rechtspraak, in de besluiten die genomen worden en in de verhalen die verteld worden. Het is echt schrikbarend.

En ja, de conclusie moet dan toch in ieder geval wel zijn dat deze hoofdstukken niet in de categorie zondagsschoolverhalen passen. En de vraag is natuurlijk: wat doen deze verhalen dan in de Bijbel? Nou kijk, Maarten van Rossum zegt dan dat het onbegrijpelijk is dat deze boeken als onderdeel het fundament van onze cultuur vormen. Nou, dat is een verhaal apart. Maar hij zegt ook dat het toch eigenlijk geen moreel voorbeeld is. Nou, dat kun je wel zeggen! Dat geldt trouwens voor het hele boek Richteren, dat in zijn algemeenheid absoluut geen moreel voorbeeld is. Al zijn er bepaalde lichtende sterren in die donkere nacht; mensen die leefden in de duisternis, maar die wel lichtende voorbeelden van geloof waren.

Maar ik zal u dit vertellen en dat is het grote punt: de Bijbel is ook niet moralistisch. Wat is de Bijbel dan wel? Realistisch. En wat bedoel ik daarmee? Moralistisch is dat je vertelt hoe de dingen zouden moeten zijn, of hoe het behoort te wezen. Dan heet iets moralistisch; dan zit er een moraal in je verhaal. Zo zou het moeten zijn. Ik zeg niet dat dat element helemaal ontbreekt, maar de strekking is anders. Toch wordt de Bijbel dikwijls wel zo opgevat. Trouwens, dat geldt ook voor allerlei geschiedenissen. Mensen lezen dat en dan moet er een moraal in zitten; iets waar je dan een voorbeeld aan kunt nemen. Zo ging dat toen en zo zou jij ook moeten leven. Dat is de standaardstrekking van de manier waarop mensen de Bijbel opvatten en lezen. En in feite wat daarmee gezegd wordt, is dat het in de Bijbel erom zou gaan hoe jij of ik of wij met elkaar zouden leven. En dat is nou net niet het punt.

In de Bijbel gaat het niet om hoe de dingen moeten zijn, maar hoe de dingen zijn. Of hoe ze waren. Of, niet in het minst ook, hoe ze zullen zijn. En dan heet het profetisch, maar dan beschrijft het hoe het is. Het gaat in de Bijbel niet om moraal, maar om de waarheid. Hoe de dingen zijn gegaan. En de waarheid van die hele periode van de Richteren is dat het doorgaans een afschuwelijke periode van verval en van misstanden was. En de Bijbel beschrijft dat duidelijk, zelfs zonder daar doekjes omheen te winden. Sterker nog, soms zelfs door het te accentueren. Als je zegt dat de Bijbel kwalificeert als een moralistisch boek, dan kun je haar daarmee tevens diskwalificeren als dat de strekking zou zijn. Maar daar gaat het ook helemaal niet om.

En ja, zo iemand als Maarten van Rossum, die kijkt er op die manier tegenaan. Maar als je de Bijbel zichzelf als collectie van boeken, de Schriften, laat uitleggen, dan ga je zien dat er in dat boek Richteren een geweldige structuur zit. Daar wil ik graag wat over vertellen vanmorgen. Maar deze laatste opmerking is buitengewoon belangrijk: het gaat in de Bijbel om hoe de dingen zijn. Niet in de eerste plaats hoe ze zouden moeten zijn. Laat ik eerst eventjes wat inzoomen.

De Richterentijd op de Bijbelse Tijdlijn ↑ hoofdstukken

Richteren op de Bijbelse tijdlijn, waar hebben we het nu eigenlijk over? Ik ga er even van uit dat u niet volledig op de hoogte bent van deze geschiedenis en dat u wellicht weinig weet van het boek Richteren en de hele setting daarvan. Daarom wil ik, hoe zwaar het onderwerp ook is, zorgen dat de drempel om in te stappen niet te hoog is.

Eerst even de Richteren op de Bijbelse tijdlijn. Dit plaatje is jou wel bekend, Art, nietwaar? Dit geeft de tijdlijn weer. Je zou de Bijbelse tijdlijn kunnen onderverdelen in drie periodes van 2000 jaar. Van Adam tot Abraham is het met precisie 2000 jaar; in het jaar 2000 wordt Abraham geboren. Precies 500 jaar later heb je de uittocht uit Egypte en tevens de wetgeving – daar hebben we het bij een andere gelegenheid al over gehad. Vervolgens krijg je na de uittocht uit Egypte, in het jaar 2500, veertig jaar in de woestijn. Daarna volgen tien jaar voor de verdeling van het land. In totaal is het 480 jaar vanaf de uittocht uit Egypte – neemt u mij niet kwalijk – maar 480 jaar na de uittocht wordt er met de tempelbouw gestart. Twintig jaar later, exact in het jaar 3000, is de tempel voltooid. Dat zijn prachtige dingen die nadere toelichting verdienen, maar dat doen we nu even niet. we zoomen nu in op deze Richterentijd.

De Richterentijd duurt vanaf de verdeling van het land in het jaar 2550, gerekend vanaf Adam – Anno Hominis heet dat, vanaf de mens. Dat loopt van het jaar 2550 tot aan 2847. Dat is precies 347 jaar tot de eerste koning regeert, namelijk Saul uit de stam Benjamin. Heel verrassend. Deze periode, na de intocht in het land onder leiding van Jozua, is een hele periode die voorafgaat aan de koningen. De tijd tussen de intocht onder leiding van Jozua en het eerste koningschap is de Richterenperiode. Daar hebben we het dus over.

Laten we de twaalf richters even op een rijtje zetten. De meeste ervan worden niet eens zo heel uitgebreid beschreven, maar een aantal kennen we goed. Laten we ze alle twaalf noemen – twaalf is natuurlijk een volstrekt willekeurig getal. De eerste... Opnieuw wordt beschreven Ehud. Van hem hebben we een vrij uitgebreide beschrijving. Dat was die man die linkshandig was, weet u wel? En over een moralistisch verhaal gesproken: die man die met zijn zwaard... dat het heft erin ging en zijn zwaard strak in zijn buik verdween. Nou ja, dat soort dingen dus. Het is ook niet zo bekend bij de zondagsschool. Na Ehud krijg je Samgar, dan Deborah, de richteres, en haar generaal Barak. Ook zij worden uitgebreid beschreven; ik heb ze expres even gearceerd.

Dan krijg je Gideon. Over Gideon hebben we het in het verleden al een aantal keren gehad, en ook over zijn zoon Abimelech. Dan krijg je Tola, ook niet zo’n bekende, hij wordt maar heel kort genoemd. Daarna volgt Jaïr. En dan Jefta; daar hebben we ook een stuk of vier, vijf keer een Bijbelstudie over gegeven. Dat zijn geweldige geschiedenissen. Inderdaad, ze zijn niet altijd even moralistisch – om niet te zeggen: eigenlijk helemaal niet moralistisch – maar het zijn wel geschiedenissen met zo’n enorme, indrukwekkende diepgang. Als je het niet ziet, als je de Schrift zichzelf niet laat verklaren, dan laat je de sleutel liggen. Dan kun je het niet openen en zeg je meteen dat het kranjorum is, dat het nergens op slaat en pure idioterie is. Natuurlijk begrijp ik dat; als je ogen niet geopend zijn, dan zie je het niet. Dat gebeurt wel eens vaker. Als je je ogen niet open doet of ze gaan niet open, dan zie je niets. Maar goed, dat heeft niets met intelligentie of titels te maken; het staat daar helemaal los van.

In ieder geval: Jefta. En dan krijg je Ibsan, Elon en Abdon. En wie missen we nu nog? Wie is de laatste? Simson, juist. Hij is de hekkensluiter in het boek Richteren. Overigens moet ik erbij zeggen dat dit niet per se twaalf opeenvolgende richters zijn, want er is ook veel overlap. Dat wil zeggen dat de ene richter tegelijkertijd met andere richters richtte. Je kunt al die Richterenperiodes dus niet zomaar achter elkaar plakken, want zo werkt het niet. Maar in ieder geval, dat waren de twaalf.

Dan komen we bij de laatste hoofdstukken. We komen er wel hoor, maar ik wil toch even deze inleiding houden om te laten zien waar we het over hebben. Die laatste hoofdstukken van het boek Richteren maken feitelijk niet echt meer deel uit van de doorlopende geschiedenis zelf. Het zijn beide bijlagen bij het boek; appendixen of aanhangsels. Vandaar ook dat plaatje met de paperclip: het is een bijlage. Dat blijkt trouwens ook wel, want ze zijn vermeld aan het eind van het boek. Maar ik zal u vertellen – en dat weten we uit de beschrijving – dat ze juist plaatsvinden aan het begin van de Richterenperiode. Dat blijkt simpelweg uit het feit dat de hoofdrolspelers kleinzonen zijn van respectievelijk Mozes en Aäron. Het moet dus aan het begin van de Richterenperiode geweest zijn.

Laten we eens kijken waar die geschiedenissen dan over gaan. Ik vind het een lastig onderdeel om deze lange hoofdstukken even samen te vatten, want je moet er echt goed bij blijven om het allemaal te kunnen volgen. Ik zei al dat het om twee bijlagen gaat. Hoofdstuk 17 en 18 gaan over een zekere Micha en de Leviet uit Bethlehem, iemand uit de stam Levi. In hoofdstuk 18 gaat het over de afgoderij van de stam Dan, helemaal in het noorden van het land. U kent misschien wel de uitdrukking die heel vaak in de Bijbel voorkomt: van Dan tot Berseba. Dat betekent eigenlijk van het uiterste noorden tot het diepste zuiden. Dan ligt daar helemaal in het noorden, in wat tegenwoordig de Bekavallei in Libanon wordt genoemd.

Dat is die eerste bijlage. Dan krijg je hoofdstuk 19, 20 en 21. Hoofdstuk 19 is in mijn beleving wel het dieptepunt: de schanddaad in Gibea, een stad in Efraïm. In hoofdstuk 20 wordt de ondergang van de stam Benjamin beschreven. De bijna-ondergang eigenlijk; de hele stam zou worden uitgemoord. Daar komt het echt op neer. Maar dat gebeurt niet helemaal, want uiteindelijk – en dat is waar het boek Richteren ook mee afsluit – wordt dat voorkomen en wordt het voortbestaan van Benjamin toch verzekerd. Maar ook dat is weer zo’n apart verhaal.

Dit zijn de twee bijlagen van het boek. Ik zei al dat ik het een beetje lastig vind, maar ik wil toch proberen te beschrijven wat er gaande is. Wie heeft dit in de aankondiging gezien en gedacht: "Weet je wat, ik ga eerst eens even deze hoofdstukken lezen"? Ah kijk, dat zijn de echte kenners! Het is inderdaad heel goed om dat even te lezen, als je de moed kunt vinden. Dit is trouwens nog een opmerking terzijde: dit zijn typisch van die voorbeelden van hoofdstukken die niet bedoeld zijn om zomaar voor te lezen, ook niet voor de zondagsschool. Ze zijn bedoeld om te onderzoeken en te bestuderen. Er zijn heel veel Bijbelgedeelten die perfect geschikt zijn om voor te lezen, maar er zijn ook vele passages – en dat geldt zeker voor deze hoofdstukken – die zo tergend zijn. Als je het leest, roept dat afschuw en afkeer op.

Dus ja, ik geef toe dat deze samenkomsten altijd erg in het teken staan. Ze worden 'Goed Bericht-samenkomsten' genoemd en dat zal ook vanmorgen weer blijken. Maar daarmee vertekenen we de boel niet door te zeggen van: "Nou, het is allemaal halleluja en happy clappy en zo, het is allemaal leuk en aardig."

Nee, helemaal niet. Dit is afschuwelijk. Dit zijn vreselijke hoofdstukken, echt vreselijke hoofdstukken. Maar ze zijn volstrekt geïnspireerd door God en zo bedoeld om dat vast te leggen. Nou, ik ga deze vijf hoofdstukken even kort samenvatten.

De Eerste Bijlage: Micha en de Afgoderij van Dan ↑ hoofdstukken

En dan beginnen we met die geschiedenis, met die eerste bijlage: Micha en de Leviet uit Bethlehem in hoofdstuk 17. Wat gebeurt daar? Nou, laat ik het maar gewoon vrijuit vertellen. Anders wordt het verhaal misschien te lang, dus ik ga delen voorlezen en maak af en toe een klein zijstapje. Het begint bij een zekere Micha; hij woonde in het gebergte van Efraïm. Het gaat over geld dat Micha van zijn moeder gestolen had, maar ook weer had teruggegeven. Vervolgens laat de moeder, die erg vermogend moet zijn geweest — dat blijkt wel uit de hoeveelheid geld — beelden maken die gewijd zijn aan Yahweh. Ik heb er tussen haakjes ‘sec’ achter gezet; dat betekent dat ik er verder geen commentaar op geef.

Dit is op zichzelf natuurlijk al een enorme dissonant. Ze laat beelden maken die gewijd zijn aan Yahweh, maar dat was nu juist wat Yahweh in de Tien Woorden zo uitdrukkelijk had verboden: "Geen beelden van Mij maken." Maar goed, zij laat dat dan door haar zoon Micha doen en Micha plaatst die beelden in zijn huis, in de privétempel die hij daar had. In datzelfde hoofdstuk 17 lezen we dat er een Levitische jongeman langskomt, waarvan pas aan het einde van de geschiedenis de naam vermeld wordt. Deze Levitische jongeman uit Bethlehem wordt tegen betaling door Micha aangesteld tot priester in zijn huis. Omdat hij een Leviet is, denkt Micha: "O, een Leviet, die moet in mijn tempel dienst gaan doen." Hij krijgt een salaris, wat trouwens ook al helemaal niet de bedoeling was volgens de voorschriften. Kijk, alles wat hier beschreven wordt, is een registratie van de feiten. Bijna alles wat in dit hoofdstuk gebeurt, gaat lijnrecht in tegen wat in de Torah was onderwezen. Laat dat duidelijk zijn: het feit dat het beschreven wordt, is geen aanbeveling. Dat is die foute, moralistische bril; als je zo denkt, heb je meteen de verkeerde afslag genomen.

Dat is hoofdstuk 17. Dan krijgen we hoofdstuk 18, een lang hoofdstuk dat ik als titel 'De afgoderij van Dan' heb gegeven. Dit sluit er direct op aan. Vanuit de stam van Dan worden vijf verspieders uitgezonden om het erfdeel van Dan uit te breiden. Ze willen naar het noorden gaan, maar op hun tocht passeren ze het huis van Micha en de priester. Die priester geeft zijn zegen over hun voornemen. Dat klopt trouwens ook al niet, maar dat ga ik er niet iedere keer bij vermelden. Met de aanbeveling van die priester uit Bethlehem gaan de vijf mannen verder naar het noorden. Ze komen bij de vreedzame stad Laïs. Ze doen thuis verslag: "Dat plaatsje is ideaal, het ligt daar in alle rust. Jongens, hier moeten we wezen, dit gaan we veroveren."

Vervolgens lees je over de Danieten die met 600 man optrekken. Dat aantal van 600 man moet je even onthouden, want dat komt later bij een andere gelegenheid nog een keer terug. Terwijl de Danieten gewapend op weg zijn, nemen ze meteen die Leviet met zijn beelden mee; die kunnen ze daar wel gebruiken. De eigenaar Micha verzet zich daar nog tegen, maar daar hebben die Danieten geen boodschap aan. Dit is een samenvatting, want het verhaal is veel uitgebreider, maar hier komt het op neer. Die 600 man trekken naar het uiterste noorden van Israël. De stad Laïs wordt verwoest en met de grond gelijk gemaakt; alle inwoners worden vermoord. Vervolgens wordt de stad weer herbouwd en krijgt zij een andere naam, namelijk Dan. Daar is de stad later vooral bekend om geworden. De beelden die ze hadden gestolen, worden daar opgesteld en de Leviet die ze hadden meegenomen, wordt daar priester.

Aan het einde van het verhaal gebeurt er vertaaltechnisch iets heel interessants. Pas dan krijgt de anonieme Leviet ineens een naam. Dan blijkt dat hij Jonathan heet en een kleinzoon is van Mozes — een zoon van Gersom, de zoon van Mozes. Moet je nagaan: zo kort na de intocht leent een kleinzoon van Mozes zich hier al voor. Het einde van deze eerste bijlage tekent de situatie van Israël. Dat is zo bijzonder in het boek Richteren. Ze hebben geweldige dingen meegemaakt in de woestijn en tijdens de intocht; wonder op wonder. Het was zelfs zo dat de inwoners van Kanaän met vrees en beven toekeken toen Israël in aantocht was, want ze wisten: "God is met hen." Er waren zulke geweldige wonderen gebeurd dat het evident was. Vraag het maar aan Rachab; zij wist er ook alles van. Maar dan blijkt dat ze, ondanks alles wat ze weten en hebben meegemaakt, het in no time allemaal weer vergeten zijn.

Als ik dan toch even moralistisch mag zijn, dan denk ik: dit geeft toch te denken. Het is een beschrijving van hoe het gaat. Ik had daar thuis laatst een gesprek over en toen kwam de uitdrukking naar voren die ik mijn vader vroeger hoorde zeggen: "De eerste generatie verwerft, de tweede generatie beërft en de derde generatie verderft." Dat is geen wet van Meden en Perzen en het hoeft niet zo te zijn, maar het is wel hoe het vaak gaat. Je denkt: "Met deze knowhow en deze achtergrond zit je wel geramd," maar als je er niet op blijft staan, raak je het zo weer kwijt. Het boek Richteren is daar heel exemplarisch voor. Deze eerste bijlage verschaft feitelijk ook een historische achtergrond. Later, in de koningenperiode onder leiding van Jerobeam, speelt de stad Dan en de afgoderij die daar plaatsvond een hele grote rol. Ik weet niet in hoeverre er nu lampjes gaan branden of belletjes gaan rinkelen, maar het boek Richteren laat zien hoe het zo gekomen is.

De Tweede Bijlage: de Schanddaad in Gibeah ↑ hoofdstukken

Goed, dan komen we bij de tweede bijlage en ik zei al: hoofdstuk 19 is wat mij betreft het absolute dieptepunt, de schanddaad in Gibea. Want wat gebeurt er dan en wat wordt daar beschreven? Een Leviet trekt van het gebergte Efraïm – hé, weer een Leviet, ja weer een Leviet. Hé, weer van het gebergte Efraïm, ja weer van het gebergte Efraïm. Een heel andere geschiedenis, een hele andere bijlage. Kijk, dat zijn van die dingen waar je over moet struikelen. Zo van: hé, wat is hier aan de hand? Hij trekt naar Bethlehem; nog zo'n stap, weer Bethlehem. Zo'n onogelijk kleine stad daar, even een paar kilometer verwijderd van Jeruzalem, die toen trouwens ook nog een hele rol speelde. Maar goed, een Leviet trekt van het gebergte Efraïm naar Bethlehem om zijn bijvrouw... ja ja, dat is ook nog een mooi verhaal natuurlijk. Maar goed, de meeste mensen hebben hun handen al vol aan... nou ja, daar mag ik ook niets meer over zeggen.

Hij gaat om zijn bijvrouw, die hem had verlaten, weer terug te halen. Dat is eigenaardig. Dus de Leviet had een bijvrouw en die bijvrouw was bij hem weggegaan. Waarom, dat wordt niet verteld, maar in ieder geval was ze bij hem weggegaan en hij gaat haar weer terughalen uit Bethlehem. En dan komt hij bij zijn schoonvader. Hij wordt door zijn schoonvader heel vriendelijk onthaald en iedere keer is hij van plan – dat is wel een grappige episode, hoewel het ook weinig goeds voorspelt – hij is van plan te vertrekken en zijn vrouw weer mee terug te nemen. Hoe hij dat geregeld had, dat wordt allemaal niet vermeld; dat is allemaal niet interessant. Sorry, het is mijn schuld, zo raak ik mijn bijlagen kwijt. Hij wordt door zijn schoonvader heel vriendelijk onthaald en deze houdt hem dan op tot de vijfde dag, want iedere keer is hij van plan te vertrekken, maar dan wordt het weer zo gezellig. Dan wordt er gezegd: "Blijf nog een keertje overnachten." En dan lees je: ze eten, ze drinken en ze vieren feest. De volgende dag zou hij weer vertrekken, tot de vijfde dag aan toe.

Uiteindelijk lees je dat hij inderdaad toch teruggaat met zijn bijvrouw en dan overnacht hij in Gibea. Dat ligt allemaal niet zo ver bij elkaar vandaan, in het stamgebied van Benjamin. Nou ja, hij komt daar op het plein terecht en niemand vraagt hem mee om te overnachten. En dat gaat echt tegen de Midden-Oosterse regels van gastvrijheid in. Want als je iemand dan treft, dan laat je hem niet op het plein achter. Zo ging dat. Je moet ook even in gedachte houden dat we praten over een geschiedenis die pakweg 3500 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dat is een heel andere tijd, een heel andere gewoonte. Maar in ieder geval zijn hij en zijn bijvrouw daar op het plein en dan worden ze door een oude man aangesproken die zich over hen ontfermt. "Kom bij mij slapen."

Nou, en dan lees je – dit is echt zo afschuwelijk – de inwoners van de stad omsingelen vervolgens dat huis. En die eisen dan die Leviet op, want ze willen gemeenschap met hem hebben. Waar doet die geschiedenis aan denken? Dit is gewoon Sodom en Gomorra. Echt! Trouwens, ik heb dat nu niet gedaan, maar ik zou eens een diaatje moeten maken met de overeenkomsten tussen de geschiedenis van Lot en de bezoekers in Sodom en deze geschiedenis. Want dat lijkt steeds heel veel op elkaar. Het verband wordt ook gewoon verhaaltechnisch gelegd, zo van: dit is gewoon Sodom, maar nu in het land notabene. Israël, ook onder het volk van Israël. In ieder geval eisen ze dat de Leviet naar buiten gebracht wordt, zodat zij, de mannen van de stad, gemeenschap zouden hebben met die Leviet.

Dan vind je iets wat nog triester is, want wat gebeurt er dan tenslotte? Hij, en trouwens ook die oude man, geven dan vervolgens die bijvrouw maar aan hen over. En vervolgens – dat maakt ze kennelijk allemaal helemaal niets uit, die horde die dat huis omsingelt – wordt die vrouw door de inwoners van de stad, door die mannen van de stad Gibea, de hele nacht verkracht. Een afschuwelijke geschiedenis. Aan het einde van de nacht lees je dat ze helemaal kapot naar dat huis bij de drempel komt en dan eigenlijk neervalt, dood. Afschuwelijk.

Vervolgens lees je dat die Leviet ontzet is. Uiteraard, dat begrijp je, hoewel hij zelf daar ook een aandeel in heeft gehad. Laten we wel wezen, maar goed, laat ik het niet alsnog moralistisch maken. Thuisgekomen legt hij haar op de ezel en dan komt hij uiteindelijk weer terug in zijn woonplaats. Het lijk van zijn bijvrouw is daar. En dan snijdt hij haar in twaalf stukjes. "Excusez-moi", zeggen ze dan. Zo gaat het. Ze wordt in twaalf stukjes gesneden en vervolgens worden al die delen – hoe dat gegaan is, daar moet je ook niet te veel bij fantaseren, maar goed – gezonden naar de Israëlieten. Naar alle stammen van Israël. Alle stammen krijgen een stukje van die vrouw om daarmee te demonstreren: wat is hier aan de hand? Dat is hoofdstuk 19. En dan komen we in hoofdstuk 20...

De Ondergang van de Stam Benjamin ↑ hoofdstukken

En daar wordt de ondergang van de stam Benjamin verhaald. Hoe gaat dat? Wat gebeurt er dan? De Israëlieten verzamelen zich om deze schande, deze afschuwelijke daad te bespreken en dan komen ze samen in de plaats Mizpa. De Leviet komt opdraven en hij doet zijn verhaal. Dat is overigens juridisch gezien ook allemaal nogal twijfelachtig; het klopt van geen kant. Want hij doet zijn verhaal, maar die Leviet vertelt het niet eens eerlijk. En de oudsten van Israël die daar vergaderd zijn, laten ook geen hoor en wederhoor plaatsvinden, dus de andere kant van het verhaal horen ze ook niet. Dat bedoelde ik ook met rechtsverkrachting. Er worden absoluut niet verschillende getuigen gehoord.

In ieder geval, de Israëlieten verzamelen zich te Mizpa en horen het verhaal van de Leviet aan. Dan besluit Israël een delegatie te sturen naar de stam van Benjamin, want Gibea, waar dat allemaal gebeurd was, maakt deel uit van het stamgebied van Benjamin. Bent u er allemaal nog? Er wordt een delegatie naar de stam van Benjamin gestuurd en zij eisen uitlevering van die inwoners. Ze zeggen: "Hoor eens, dit heeft in jullie gebied plaatsgevonden en nou willen wij dat jullie, Benjaminieten, die inwoners, die mannen, uitleveren zodat wij hen gaan berechten" – lees gewoon: ter dood brengen. Een redelijke strafzaak, lijkt mij. Dat eisen ze in ieder geval.

Maar dan gebeurt er iets wat een kink in de kabel is, want Benjamin neemt Gibea in bescherming. Ik moet zeggen, dat is ook niet helemaal terecht, want ze worden eigenlijk geïntimideerd. In ieder geval, Benjamin neemt nu Gibea in bescherming. Nou, dan heb je helemaal de poppen aan het dansen, want wat er dan gebeurt is dat Israël vervolgens ten strijde trekt tegen Benjamin. Maar die Benjaminieten zijn nogal sterk. Daar verkeek Israël zich enorm op. Twee keer achtereen strijden ze tegen die stam van Benjamin, maar ze delven het onderspit.

En dan op de derde dag – ik kom er straks nog even op terug – op de derde dag echter vindt er nog wat anders plaats, maar daar ga ik nu verder niet op in. Dan wordt er een slachting aangericht onder de stam Benjamin. Dat wil zeggen: Benjamin wordt inderdaad getroffen. Zij hadden Gibea in bescherming genomen en nu wordt Benjamin ook verslagen. Zelfs zo schrikbarend dat de hele stam zo'n beetje uitgemoord wordt. Slechts zeshonderd man ontkomt. Die vluchten op de derde dag naar de woestijn en komen bij de rots Rimmon, wat 'hoogte' betekent, en daar blijven ze vier maanden. Maar slechts zeshonderd man blijft er van de stam Benjamin over.

Dat is hoofdstuk 20. En nou kom je bij het laatste hoofdstuk van Richteren, het laatste ook van deze appendix, van dit aanhangsel. De Israëlieten hadden namelijk gezworen – wat ook weer zo dom was, zo dom hè – de Israëlieten hadden gezworen dat zij hun dochters niet zouden geven aan de Benjaminieten. Want ze waren zo verschrikkelijk furieus op die Benjaminieten omdat zij Gibea in bescherming hadden genomen, dat zij hadden gezworen, dat wil zeggen met aanroeping van de naam van God: "Wij geven onze dochters niet aan die Benjaminieten." Maar dat had dan wel tot gevolg dat de stam van Benjamin feitelijk afgeschreven was, dat de twaalf stammen niet meer compleet zijn en dat Benjamin eigenlijk ten dode was opgeschreven. Want er zou dan geen nageslacht meer voor die Benjaminieten zijn; er waren immers nog maar zeshonderd man over van de hele stam.

Maar goed, dan krijgen ze medelijden met de stam van Benjamin en dan beraden zij zich hoe de Benjaminieten toch van vrouwen kunnen worden voorzien. Ja, dat is over hypocrisie gesproken. Want eerst hebben ze gezegd: "We willen ze niet geven," maar nu hebben ze medelijden en eigenlijk ook spijt dat ze een stam van Israël zomaar afschrijven. Dat kan toch ook niet? Dus zeggen ze: "Nou, we kunnen onze dochters niet geven, maar als we ze nou niet géven, maar op een andere manier zorgen dat ze toch van vrouwen worden voorzien?" Ja, ik lach erom, maar na 3500 jaar mag je toch al een keertje gaan lachen, vind ik. Toch?

Dan heb je nog even een geschiedenis apart. Er was namelijk nog één stad die zich neutraal had opgesteld: de stad Jabes. Die was niet komen opdraven in de strijd tegen Benjamin. En die inwoners worden zo passant ook nog even uitgeroeid, behalve vierhonderd maagden onder hen. Die waren expres overgelaten en die worden dan gegeven aan die Benjaminieten. Maar toen hadden ze er nog tweehonderd tekort. Snapt u het nog? Hoe moesten ze aan de overige benodigde vrouwen komen? Daarmee eindigt het boek. Dit is het toppunt van hypocrisie, want de overige benodigde maagden moesten de Benjaminieten zelf maar roven bij een van Israëls hoogtijden, als ze optrokken naar Silo, want daar stond de tabernakel.

De leidslieden van Israël beloven dan aan Benjamin: "We zullen het zo doen, we gedogen het gewoon. Schaak ze maar, roof ze maar gewoon." Als die meiden dan optrekken naar Silo en ze dansen, dan komen jullie vanachter de struiken tevoorschijn en dan pakken jullie tweehonderd maagden. "En wij doen dan zo, en op die manier zijn jullie toch voorzien. Wij hebben ons aan onze eed gehouden, want wíj hebben ze niet gegeven, maar júllie hebben ze geroofd." Netjes hè? Begint u waardering te krijgen voor de opvattingen van Maarten van Rossem?

Als je daar oppervlakkig naar kijkt, dan zeg je: "Wat is dit?" Maar het hele punt is: zo wordt het ook juist neergezet om afschuw op te roepen. Dat is een reactie die onvermijdelijk is voor elke eerlijke lezer die gewoon open-minded leest. Dit is onrecht op gruwel op wandaden; afschuwelijk. Het stapelt zich op, vijf hoofdstukken achtereen. Ik heb u natuurlijk nu wel aangemoedigd om dat thuis ook nog eens eventjes te lezen, vlak voor het slapengaan. Nou, nu heb ik in een kwartier, twintig minuten deze vijf hoofdstukken samengevat. Dit is de geschiedenis in deze vijf hoofdstukken. En nu kom ik uiteindelijk bij de vraag die ik in de aanvang had gesteld: die bijlagen van Richteren 17, 18, 19, 20 en 21, wat voegen ze toe? Wat is de toegevoegde waarde? Wat is de inhoud en wat is de waarde van deze toevoeging?

De Toegevoegde Waarde van de Bijlagen: Zeven Redenen ↑ hoofdstukken

Ik ga u zeven redenen geven waarom deze hoofdstukken zijn toegevoegd. De eerste reden ligt nogal voor de hand; die had u zelf kunnen bedenken, maar ik noem hem toch even. Deze bijlagen zijn gegeven omdat ze illustratief zijn voor de hele Richterenperiode. Ze worden pas aan het einde aan het boek toegevoegd, terwijl de gebeurtenissen eigenlijk al aan het begin van die periode plaatsvonden. In feite is met deze geschiedenissen de toon gezet voor het hele boek: dit is de Richterenperiode.

De tweede reden heb ik eigenlijk al even aangestipt, dus daar kan ik nu kort aan voorbijgaan. Het is een historische reden: de eerste bijlage verschaft de historische achtergrond van de afgoderij in het noordelijke Dan. Ziet u het plaatje een beetje voor u? Op de kaart zie je die plaatsen; hier bewoonden de Danieten in aanvang Zora en Estaol, plaatsen die we ook kennen uit de geschiedenis van Simson. Ze zochten echter meer ruimte, want dit gebied was te klein. Bovendien zaten ze tegen hun buren, de Filistijnen, aan en daar wilde men natuurlijk niet graag naartoe. Dus trokken ze naar Laïs in het noorden, vlak bij het Meer van Galilea, tegen de Golan aan in de Bekavallei. Daar gingen ze naartoe. Hier op de kaart zie je ook Gilo. De vorige keer hadden we veel meer 'Harry Ronalds', maar dat maakt niet uit. Hier heb je Sichem en het gebied van Benjamin. De Danieten trokken dus inderdaad naar die streek en dat is het latere Dan geworden. Dat werd vervolgens een van de hoofdsteden in het noordelijke tienstammenrijk. Het is dus historisch van belang: in de historie kun je hiermee aangeven hoe het gekomen is dat het in de oorsprong al niet deugde. Dat is wat het boek Richteren ons verschaft.

De derde reden is ook heel interessant, want hier komen we op het terrein van de typologie. Dat is misschien wel het allermooiste. Ik zei al dat de Richterentijd de periode is na Jozua en voordat Israël koningen krijgt; voordat Israël dus een koninkrijk wordt. Die tijd daartussen is de Richterenperiode. Typologisch ligt daar een diepere laag onder. Mozes staat voor de periode van de wet. Wie krijg je na Mozes? Dan krijg je Jozua. In het Hebreeuws is dat exact dezelfde naam als Jezus; het enige punt is dat 'Jezus' vanuit het Grieks komt, maar het is gewoon Jozua: 'Jahweh is Redder'. Jozua was de man die er al bij de uittocht bij was en bij de verspieders hoorde. Het volk geloofde hem toen niet en luisterde niet, maar later bracht Jozua alsnog het volk in het land. Connect the dots: Jozua is een type van Jezus Christus. Jozua leidde het volk op de derde dag door de Jordaan – de 'doodsjordaan' – naar het leven en de opstanding.

Maar na Jozua zou het nog een hele tijd duren voordat Israël een koning zou krijgen. Dat is de Richterentijd. Als je het zo bekijkt, begrijp je ook meteen de betekenis van die periode. Ik heb dat bij eerdere gelegenheden over Jefta, Gideon en Simson ook uitgelegd. Al die geschiedenissen op zich maken het duidelijk, maar de hele Richterenperiode staat feitelijk voor onze tijd. Het is de tijd na Jozua (Jezus Christus), maar vóórdat het koninkrijk over Israël geopenbaard en gevestigd wordt. Dat is precies de tijd waarin wij nu leven. En waar is God dan? Hij verbergt Zijn aangezicht. De Richterenperiode is echt een tijd waarin God Zijn aangezicht verbergt. Zelfs wij als bijbellezers denken bij het lezen van deze hoofdstukken vaak: 'Vreselijk, sla de handen voor de ogen!' Waar is God? In het verborgene is Hij aanwezig, jazeker, maar Hij is wel verborgen. De Richterentijd typeert prachtig de tijd na Jozua en voor het koninkrijk.

Dan hebben we nog een vierde reden, die ook typologisch is. Voordat Israël een koninkrijk werd, was het huis van God gevestigd in Efraïm. Dat is belangrijk, want het gebergte van Efraïm speelt in beide bijlagen een grote rol. Waarom? Omdat in het gebied van Efraïm het stadje Silo lag, en daar was de tabernakel gehuisvest. Er was nog geen tempel; die zou pas in de dagen van de koningen komen. De tabernakel was een tent en die bivakkeerde in het gebied van Efraïm. Wat is daar zo bijzonder aan? Aan Efraïm was eerst het geboorterecht gegeven. Kijk, je moet het zo zien: het huis van God zal ooit in Jeruzalem staan, maar dat is pas in het koninkrijk. In onze dagen 'tabernakelt' het huis van God onder de natiën, waar Efraïm het eerstgeboorterecht ontvangt.

Ik vind het lastig om dit nu in vijf minuten uit te leggen en dat ga ik ook niet doen, maar ik heb het er een jaar geleden over gehad toen we het hadden over de tien stammen van Israël en Efraïm. Denk aan Jakob die op zijn sterfbed Efraïm zegent en zijn handen kruist. Hij legt zijn rechterhand op zijn kleinzoon die links van hem staat en geeft hem de zegen. Hij zegt: 'Jou komt het eerstgeboorterecht toe.' Dat eerstgeboorterecht hield in dat er uit hem een volheid van natiën zou komen. Efraïm, als model voor de tien stammen, zou uiteindelijk onder de natiën komen en daar het eerstgeboorterecht krijgen. Ik weet dat dit moeilijk is, en als u zegt dat u er geen bal van snapt, heb ik daar alle begrip voor. Maar simpeler kan ik het niet vertellen: vandaag, in deze tijd, is het eerstgeboorterecht terechtgekomen onder de natiën. Het eerstgeboorterecht ligt uiteindelijk niet meer bij Israël, maar bij de Gemeente. Waar woont God vandaag? Bij wijze van spreken 'bij Efraïm', onder de natiën in het verborgene. Dat spreekt van de tegenwoordige tijd. In Romeinen 11 vers 25 leest u dat ook over die volheid van natiën die moet ingaan. Goed, ik kan me voorstellen dat dit vierde punt problematisch is voor het verstaan, dus parkeer het anders maar. Maar persoonlijk vind ik deze reden de allermooiste. Het is een beetje jammer als dit u ontgaat, maar het zij zo. We komen er bij een andere gelegenheid vast nog wel eens op terug, want ik vind het prachtig. Dat is dus waarom dat gebergte van Efraïm zo'n grote rol speelt en waarom die Levieten daar hun taak hadden. Goed, de volgende reden is simpeler.

Het Refrein: Ieder Deed Wat Goed Was in Zijn Eigen Ogen ↑ hoofdstukken

Want in het boek Richteren, en specifiek in deze hoofdstukken van de bijlagen, kom je een refrein tegen. Dat refrein klinkt door het hele boek, maar in deze twee bijlagen klinkt het iedere keer opnieuw. Ik laat het u zien in hoofdstuk 17 vers 6, daar leest u: "In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen."

En dan hoofdstuk 18: "In die dagen was er geen koning in Israël." Waarom wordt dit iedere keer benaderd? De verteller, de geschiedschrijver, wil daarmee iets heel wezenlijks aangeven. Dit is de tijd dat Israël nog geen koninkrijk is. Of laat ik het anders zeggen, ook typologisch: dit gebeurt in de tijd dat het Koninkrijk nog niet gevestigd is over en onder Israël. Wanneer iedereen maar gewoon doet wat goed is in zijn eigen ogen, betekent dat in de praktijk dat hij alleen maar kwaad doet. Het klinkt misschien leuk, iedereen die doet wat goed is in zijn eigen ogen, maar het resultaat is dat er geen goed gebeurt. Het is allemaal kwaad, een enorme stapeling ervan. Wanneer komt er dan eindelijk publiekelijk en openbaar recht? Nou, dan moeten we wachten tot er een koning komt in Israël.

In hoofdstuk 19 lezen we: "Nu gebeurde het in die dagen toen er geen koning in Israël was." Ja, dat wisten we toch al? Maar dit is juist om te benadrukken dat het dus in de tijd is dat het Koninkrijk nog niet gevestigd was in Israël. Zo eindigt het boek dan ook. In die dagen... dat is trouwens het laatste vers van het boek Richteren: "In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen."

Dit is de ultieme vrijblijvendheid. Geen koning, en ieder doet gewoon waar hij zelf zin in heeft en wat goed is in zijn eigen ogen. Het resultaat is één grote puinzooi en een opeenstapeling van kwaad. Dat is wat het boek Richteren tekent. En als u zegt dat u onze tijd daar enigszins in herkent, dan zeg ik: nou, dan heb je het misschien toch wel goed verstaan. Je vraagt je af: houdt het nou nooit op? Ik zou dit haast op een ander toontje kunnen zeggen, maar goed. Dan komen we bij reden zes.

Reden 6: Benjamin Gediskwalificeerd voor het Leiderschap ↑ hoofdstukken

Ja, ik moet opschieten, de uurspreektijd is bijna vervuld. In de tweede bijlage — dus van de hoofdstukken 19, 20 en 21 — gebeurt er iets heel boeiends. Daar wordt de stam van Benjamin gediskwalificeerd voor het leiderschap. Dat is heel bijzonder. Op de derde dag — weet u nog? de eerste twee dagen lukt het Israël niet — maar op de derde dag wordt de stam van Benjamin gediskwalificeerd voor het leiderschap.

Daar zit nog iets achter, want dat verschaft ook meteen een achtergrond voor het vervolg. Want hoe ging het ook alweer? De scepter, de eerste koning van Israël, zou komen uit de stam van Benjamin. Dat was namelijk Saul; die kwam uit de stam van Benjamin. Dat is ook een mooi verhaal, hoe hij daar ooit toe kwam. Maar goed, die Saul is een voorbeeld van zwaar diepe typologie. Hij is ook weer een type van het jodendom. Want wat weten we eigenlijk van Saul? Ja, hij was de eerste koning. En hij was ooit gezalfd, niet met een hoorn, maar met een kruik, met een aardewerk vaatje. Dan wist je eigenlijk meteen al: dit is niet definitief. David werd gezalfd met een hoorn, het beeld van koningschap, maar Saul werd gezalfd met een kruik. Vergankelijk. Zijn koningschap zou weer voorbijgaan.

Van deze Saul weten we ook dat hij er vooral bekend om is geworden dat hij de grote opponent van David was, de grote bestrijdende vervolger. Hij vervolgde David. Ik ken nog iemand uit de stam van Benjamin die ook Saul heette en die ook David — maar dan de Zoon van David — vervolgde. En die werd ooit op de weg naar Damaskus — vlakbij de Beka-vallei, zal ik maar zeggen; zal dat wel voorbij zijn dan? Ja — daar werd hij geroepen: "Saul, Saul, wat vervolg je mij?" Maar die Saul uit Benjamin is tijdelijk; die wordt aan de kant gezet. En dat wordt in feite ook in de tweede bijlage gedemonstreerd. Benjamin schiet daarin tekort en het komt uiteindelijk bij een ander terecht. En nu kom ik bij het zevende punt.

Reden 7: Bethlehem als Baken van Hoop ↑ hoofdstukken

Ja, want ik heb het eigenlijk al een paar keer aangestipt. Maar Bethlehem, dat onooglijke kleine stadje... Dat zegt Micha ook al, hè? Bethlehem-Efrata: "Al zijt gij klein onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen..." Laten we zeggen: het stelt niet veel voor. Maar waarom is Bethlehem dan zo prominent in deze geschiedenissen aanwezig, in beide bijlagen? Ja, wat je daarin gedemonstreerd ziet, is dat hoe donker het ook is, de vermelding van Bethlehem eigenlijk al een licht is. Van daaruit gaat het komen.

Kijk, weet u waar de eerste keer Bethlehem genoemd wordt? Bethlehem-Efrata. Dat was toen Benjamin werd geboren. Ja, Rachel overleed bij de geboorte van haar jongste zoon. Bij die geboorte zei ze: "Ik noem hem Ben-Oni." Ben-Oni betekent 'zoon van mijn smart'. Maar toen zei Jakob: "Nee, deze jongen gaat niet Ben-Oni heten, zoon van mijn smart, maar zoon van mijn rechterhand: Benjamin." De zoon van smart werd de zoon van de rechterhand. Nou, dat is Bethlehem. Dat was Efrata. Een schitterende geschiedenis natuurlijk, maar daar begon Bethlehem.

En nou nog wat, want we kennen een geschiedenis die ook plaatsvond in de tijd van het boek Richteren, waar Bethlehem ook zo prominent is. Sterker nog, dat spat van elke bladzijde af. Dat is namelijk het boekje Ruth. Hoe begint het boekje Ruth? Nou, ik zal het u voorlezen, pal na Richteren. Dan staat er dit: "In de dagen dat de richters richtten, gebeurde het dat er een hongersnood in het land was, en toen trok een man uit Bethlehem in Juda weg met zijn vrouw en zijn beide zonen." Nou ja, dan krijg je de geschiedenis van Naomi, die dan weer terugkomt naar Boaz en Ruth, en uiteindelijk, vier of vijf generaties later, is daar David uit de stad Bethlehem.

Dat is de reden waarom Bethlehem al zo'n rol speelt en zo prominent genoemd wordt in het boek Richteren. Het is heel donker, maar alleen al het vermelden van de naam is zoveelzeggend: daar komt het vandaan. Uit dat huis komt het brood vandaan. Ja, dat is een woordspeling, want Bethlehem betekent Beth-Lechem, oftewel: huis van brood. Daar komt de Messias vandaan, daar is alle hoop op gevestigd. En als er een koning komt, dan komt hij uit Bethlehem. Dat is de plaats waar het allemaal gaat beginnen.

Dus ja, net zo goed als het vermelden van een naam veelzeggend is, zo is het ook heel veelzeggend als namen niet genoemd worden. Dat is heel opvallend in deze hoofdstukken: heel veel figuren zijn anoniem. De Leviet wordt niet bij naam genoemd. Juist door hem gewoon te benoemen als 'een Leviet', zonder naam, krijgt dat een generaliserend effect. Stel je voor dat ik zeg: "Ja, dat was die Katwijker." Door hem niet specifiek te benoemen, maar hem aan te duiden als 'Katwijker', generaliseer je de personage eigenlijk tot alle Katwijkers. Dan zou iedereen daarop aangesproken moeten worden. Dat effect zie je ook in de verhaallijn van deze hoofdstukken. Het is anoniem; eigenlijk gaat het over het hele land en al die Benjaminieten.

Houd dit vast! Hoe donker het ook is — en daarom valt het me ook helemaal niet zwaar, hoe afschuwelijk deze hoofdstukken ook zijn — er gloort zelfs in de diepste nacht licht. Het loutere feit dat Bethlehem zo naar voren komt, samen met Efraïm, is een boodschap van hoop en verwachting. Ik kan het niet helpen, maar welke geschiedenis je in de Bijbel ook neemt, je komt uiteindelijk toch weer bij het goede bericht uit: bij de Zoon van David uit de stad Bethlehem.

Nou, Daniëla, dat waren zo van die overwegingen die ik had toen jij een jaar geleden dit... Nee, toen nog niet, maar inmiddels kan ik je deze dingen zo vertellen. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee. Fraaie hoofdstukken zijn het er niet door geworden, maar wel veelzeggend. En ik hoop ook inmiddels dat als u deze week Maarten van Rossem tegenkomt, u misschien nog eventjes kunt verwijzen naar deze Bijbelstudie. Goed, ik stel voor dat we het daar maar even bij laten. En excuus dat ik veel te lang gesproken heb.

🎧 de bijlagen van ‘Richteren’ – wat voegen ze toe?
Delen: