Adam & Christus (2)
29-10-2017 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 29 oktober 2017 te Zoetermeer
In Romeinen 5 zet Paulus fundamenteel uiteen wat de positie van de mensheid is. Die is verankerd in haar stamvader Adam. Niet als keuze-optie maar als een gegeven feit. Het is de opmaat naar het beste bericht aller tijden…
Dit tweede deel is een bespreking van Romeinen 5 vers 14 t/m 21.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Terugblik: de Dood als Lot van Alle Mensen
- Het Contrast: Genade Is Veel Overvloediger Dan de Misstap
- De Clou van Romeinen 5: de Perfecte Vergelijking voor Allen
- Het Evangelie Versus de Heidelberger Catechismus
- Passief tot Zondaars Én tot Rechtvaardigen Gesteld
- Het Doel van de Wet en de Heerschappij van Genade
Terugblik: de Dood als Lot van Alle Mensen ↑ hoofdstukken
Het was de vorige keer dat we hier bij elkaar waren, dat we ons hebben beziggehouden met het tweede gedeelte van Romeinen 5. Dat begint in vers 12, en we zijn toen niet zo heel erg ver gekomen in de bespreking. Dat komt omdat Paulus nogal compact schrijft en alles wat hij naar voren brengt, uiteraard geïnspireerd is. Zijn woorden zijn God-geademd en daarom ook levengevend. In die verzen die we hebben besproken – dat waren er slechts drie: 12, 13 en 14 – was het eigenlijk nog maar de start van wat Paulus naar voren wil brengen. In mijn Bijbel staat er terecht boven, en dat is ook de titel van deze studies: Adam en Christus. Hierbij wordt gewezen op zowel de overeenkomst als op het contrast tussen beiden.
In vers 12 begint Paulus een vergelijking te maken, maar hij maakt hem niet meteen af. Dat komt omdat hij direct op allerlei andere zaken komt in tussenzinnen. Pas in vers 18 pakt hij de draad weer op en maakt hij de vergelijking af. Daar hopen we vanmorgen ook werkelijk aan toe te komen, dus als het een beetje meezit, gaan we vandaag dit gedeelte helemaal bespreken. Dan moeten we natuurlijk niet al te lang blijven hangen in allerlei details. Wellicht is het nuttig om nog eventjes terug te blikken en te beginnen bij vers 12, wat we inmiddels hebben besproken. Ik kan dat nu kort doen, zonder al te diep in te gaan op de dingen waar we het al over hebben gehad.
"Vanwege dit" – waarmee je trouwens ook meteen ziet dat het aansluit op het gedeelte dat eraan voorafgaat – "net zoals door één mens," zegt Paulus dan, "de zonde de wereld binnenkwam" (één mens, Adam) "en door de zonde de dood, en zo de dood doorging tot alle mensen." We hebben er vrij uitgebreid bij stilgestaan dat Adam en het eerste mensenpaar uit de hof van Eden werden gezet. Ze waren weliswaar vergankelijk, maar de dood had geen grip op hen omdat ze toegang hadden tot het geboomte des levens. Zij waren dus niet onvergankelijk, maar ze hadden toegang tot het geboomte van het leven en daardoor stierven zij daadwerkelijk niet. Afijn, door de zonde kwam de zonde de wereld binnen en door de zonde de dood. En zo is de dood ook doorgegaan tot alle mensen, waarop allen zondigden.
Het idee is dus niet zozeer dat de zonde wordt overgeërfd – erfzonde, of al helemaal geen erfschuld; dat is een ondenkbaar begrip. Wat er geërfd wordt, of wat er zo doorgaat de generaties door, is de dood. De mens is een sterveling. We hebben de dood in onze schoenen, en dat is al vanaf het begin zo. Dat is ook geen keuze; dat is een van de meest karakteristieke dingen zoals Paulus dat hier neerzet. Hij stijgt helemaal boven het niveau van het individu, zijn wel en wee, zijn keuzes en zijn willen uit. Dat speelt totaal geen rol. Het gaat erom: wij zijn mensen. Wij zijn adamieten, afstammelingen van Adam, en dat bepaalt precies ook ons lot. Vanwege die ene mens is de zonde de wereld binnengekomen en daardoor heerste de dood. Die dood is doorgegaan tot alle mensen, en er is niet eerst aan u gevraagd of u het daarmee eens bent of dat u dat goed vindt. Nee, dat is gewoon een gegeven.
Voordat we daar nu boos of verdrietig om worden, moeten we eigenlijk eens doorlezen. Want het blijkt de uitvalsbasis te zijn, de opstap naar het goede bericht. Want dat is waar Paulus op uitloopt. "Zo ging de dood door tot alle mensen, waarop allen zondigden." Dat wil zeggen: de mens zondigt omdat hij een sterveling is. Dat is het: "waarop allen" – dat wil zeggen: op de basis van de dood – "allen zondigden." Want tot op de wet was er zonde in de wereld. 2500 jaar lang, voorafgaand aan de wet, was die zonde er al. Maar, zegt Paulus, zonde wordt niet in rekening gebracht als er geen wet is. Dat wil zeggen dat vanaf het moment dat de wet aan Israël gegeven werd, de zonde een ander karakter kreeg, namelijk ook dat van overtreding. Het was niet slechts zonde meer, het missen van een doel, maar het kreeg ook het karakter van een overtreding. We komen daar later nog op terug.
Dan vers 14: "De dood was koning vanaf Adam tot aan Mozes." Dat is inderdaad 2500 jaar. Ook over degenen die niet zondigden op de wijze van de overtreding van Adam. Dat wil zeggen: in al die tijd die voorafging aan de wet, waarin Adam daadwerkelijk overtrad, waren ook degenen die dat niet deden onderworpen aan de dood. Ook zij waren gewoon stervelingen. De dood was koning vanaf Adam tot aan Mozes. Die wet heeft daarop verder geen enkele invloed gehad. De wet maakte de mens niet beter en onthief hem ook niet van de status van sterveling. Totaal niet. "De dood was koning vanaf Adam tot aan Mozes, ook over degenen die niet zondigden op de wijze van de overtreding van Adam, die een type is" – een beeld, maar letterlijk staat hier het Griekse woord typos – "die een type is van de aanstaande." Dat wil zeggen: van degene die zou komen. "Van de Komende," staat er in de NBG-vertaling. Dat wil zeggen: de laatste Adam, de tweede mens. Hier wordt Adam dus expliciet een type genoemd. Er zijn vele personen in de Bijbel die een type zijn, maar van Adam wordt het heel expliciet zo gezegd. Adam is een type van de laatste Adam, de definitieve versie zeg maar.
Dit is wat we de vorige keer hebben besproken, toen we er veel dieper op zijn ingegaan. Maar dan komen er nog een paar verzen waar Paulus nog steeds niet op zijn eigenlijke punt van vers 18 komt. Die moeten we ook nog even goed bezien nadat hij heeft gezegd dat Adam een type van de aanstaande is, de laatste Adam dus. Maar dan gaat hij eerst nog iets anders zeggen.
Het Contrast: Genade Is Veel Overvloediger Dan de Misstap ↑ hoofdstukken
Maar Paulus zegt: het is niet zoals de misstap, zo ook het genade-effect. Het woord dat hij hier gebruikt, is charisma. Die uitgang -ma in het Grieks heeft te maken met een bepaald effect. Charis is het woord voor genade, dus charisma is het effect van genade. Wij hebben tegenwoordig misschien een ander idee bij het woord charisma, in de zin van: iemand heeft charisma. Maar de bijbelse gedachte is dat een mens dingen om niet ontvangt, wat bij de één een ander effect heeft dan bij de ander. Maar het heeft effect. De vreugde die God geeft in dat wat Hij als geschenk geeft, dat is charisma. Elders, in 1 Korinthiërs 12, gaat Paulus daar nog veel uitgebreider op in; aan de ene gelovige is het effect van genade weer anders dan bij de andere gelovige.
Wat hij hier doet, voordat hij ingaat op de overeenkomst — dus de typologie van Adam en de laatste Adam — is eerst wijzen op het grote contrast tussen aan de ene kant de misstap en aan de andere kant het genade-effect. In de NBG-vertaling wordt 'misstap' vertaald als 'overtreding', maar dat is weer een ander woord. Tenzij je het woord heel letterlijk neemt. Kijk, als je 'overtreding' opvat zonder de gedachte van een wet — zoals een bepaling dat je vijftig kilometer mag rijden en als je zestig rijdt, overtreed je de wet — dan kom je dichterbij. Daarom is het in de interlineair weergegeven met 'misstap'. Het idee is dat je ergens overheen stapt, je verstapt je eigenlijk. Je treedt eroverheen en daardoor ga je mis. Dat is de gedachte. Het is echter niet het specifieke Griekse woord voor het overtreden van een wet; vandaar de keuze voor 'misstap'.
Het is niet zo als met de misstap, zo ook het genade-effect. Nee, zegt Paulus, want indien in de misstap van de ene, Adam, de velen stierven... Die uitdrukking 'de velen' moeten we even vasthouden, want dat is een term die hij in dit gedeelte meerdere malen gaat noemen. In de NBG-vertaling staat 'zeer velen', maar het idee is dat er een specifieke groep wordt aangeduid: de velen. De nadruk ligt uiteraard op het grote aantal. Hier blijkt het contrast: de ene, Adam, aan de ene kant en de velen aan de andere kant. Wie zijn die velen die stierven? Dat zijn alle mensen. Maar aangezien het er velen zijn, kun je ze 'de velen' noemen. Ik zeg dit er expliciet bij omdat sommige mensen beweren dat 'de velen' niet per se 'allen' betekent. Dat klopt taalkundig; de velen hoeven niet per se allen te zijn. Maar omgekeerd kun je niet zeggen dat als het om allen gaat, het dus niet 'de velen' zijn. Dat is onzin, want allen zijn ook velen. Een mus is een vogel, maar een vogel hoeft niet altijd een mus te wezen. Laten we daarin zuiver blijven denken.
Indien in de misstap van de ene de velen stierven — dat is gewoon een gegeven waarvoor je geen hogere wiskunde gestudeerd hoeft te hebben — veel meer is de genade van God en het geschenk in genade. Veel meer, des te meer. Dat is mooi als je daarover doordenkt: de genade geeft niet slechts terug wat in Adam verloren ging. Nee, het is nog veel meer. Vaak leeft het idee dat God herstelt wat in Adam verloren ging, zodat het weer 'gerepareerd' is. Maar dan zijn we feitelijk niets opgeschoten; je bent alleen weer terug bij af en dan is het eigenlijk voor niets geweest. Als je begrijpt dat die genade overvloedig is, 'veel meer', dan begrijp je ook dat die zonde noodzakelijk was. We hebben het daar al eerder over gehad: het noodzakelijk kwaad. God is een goede God en Hij zet geen kwaad zomaar in. Maar als Hij kwaad inzet, dan is dat noodzakelijk om een veel groter goed door te geven en te schenken. Dat is buitengewoon belangrijk. In Christus vindt er niet slechts herstel plaats van de oorspronkelijke situatie van voor de misstap. Nee, veel meer komt er juist aan het licht en veel meer wordt er gegeven.
Ik moet hierbij ook zeggen — dat geldt voor Romeinen 5, maar voor zoveel passages — dat we gisteren een studiedag hadden over de Reformatie en toen hebben we meermaals gememoreerd hoe men deze dingen de nek omdraait in menselijke gedachtegangen. Ik bedoel dat op academisch, theologisch en filosofisch niveau. De essentie wordt gewoon niet begrepen. In de praktijk denkt de gemiddelde christen dat wat in Christus gegeven wordt, veel minder is dan wat in Adam verloren is gegaan. En dat staat haaks op wat Paulus nu juist naar voren brengt. Het is niet alleen maar een gelijkteken; het is veel meer. Veel meer is de genade van God en het geschenk in genade. Waar bestaat dat uit? In die van de ene mens, Jezus Christus, voor de velen overvloedig. Dit is typisch Paulus; je moet de aandacht er goed bij houden om te begrijpen wat hij zegt. Hij vergelijkt de misstap met het genade-effect. De ene mens, Adam, met die andere mens, de ene mens, Jezus Christus. In de ene stierven de velen, in de andere is de genade van God in de velen overvloedig. In beide gevallen betreft het dezelfde groep van de mensheid, in haar diversiteit en in haar enorme aantal. Het is de hele mensheid.
Paulus zegt: het is niet zoals door één die zondigde, zo is de schenking. Hij benadrukt dat je niet zomaar een gelijkteken kunt zetten tussen die zonde en dat wat in Jezus Christus komt. Want inderdaad, het oordeel is vanuit één misstap tot veroordeling — de mens is veroordeeld om sterveling en zondaar te zijn — maar het genade-effect is vanuit vele misstappen tot rechtvaardiging. Als ik het grafisch voorstel: aan de ene kant heb je het oordeel dat zichtbaar werd in het effect dat door Adam teweeggebracht werd. Aan de andere kant heb je het genade-effect. Hier is één misstap genoeg tot veroordeling, maar als we het hebben over genade, dan gaat het over vele misstappen, ongeacht hoeveel, en dat leidt tot rechtvaardiging. Kijk, dat is genade. Het is dus niet zomaar een vergelijking, het is een gigantisch contrast.
Want indien in de misstap van de één, Adam, de dood koning is door die ene — dat had hij al gezegd: sinds Adam heerst de dood in de wereld, de dood is koning en onontkoombaar — veeleer zullen zij die de overvloed van de genade en van het geschenk van de rechtvaardigheid in ontvangst nemen... En dan moet ik er even iets bij nadrukken als je dit in de grondtekst bekijkt.
Dan is dat de tegenwoordige tijd. Dat gaat hier nu even, in dit vers, over degenen die het geschenk van rechtvaardigheid nu in ontvangst nemen of ontvangen. Welnu, zegt Paulus, voor hen, voor ons die vandaag die genade al kennen... Welnu, zij die leven in... hoe staat het er? "Zullen zij die de overvloed van de genade in ontvangst nemen, in leven koningen zijn."
Dat wil zeggen: in leven. Dan gaat het hier natuurlijk over opstandingsleven en over echt leven; leven dat sterker is dan de dood. Maar daar zullen we het vandaag zeker niet meer over hebben. Als je dan doorleest in Romeinen 6 – want Paulus gaat gewoon verder in zijn betoog – dan zegt hij: wij zijn doden. Als we vandaag dat woord horen... God rekent ons op een bepaalde wijze; Hij ziet ons niet meer als zondaren.
We hebben het er gisteren trouwens ook nog over gehad in Garderen. Mensen zeggen: "We zijn zondaren." Nee, zegt Paulus, dat zijn we helemaal niet. We waren zondaren. Dat is trouwens ook Romeinen 5. Je moet goed weten wat je identiteit is. Het gaat er dus niet om wat je moet doen; het gaat erom zoals God jou ziet: rechtvaardig.
En Hij zegt: je bent dood, een dode voor de zonde. In de praktijk betekent dat gewoon ook: wij leven dus onbekommerd voor God en met de zonde hebben we helemaal niets meer van doen. Daar kun jij wel mee toben, maar God doet het in ieder geval niet. "Ja, dat is wel erg makkelijk." Precies, dat bedoel ik! Dat is genade. In die genade mag je gewoon staan. Leef onbekommerd voor die God, want Hij ziet jou zoals wij straks daadwerkelijk ook zullen zijn in de opstanding. Allemaal door die ene, Jezus Christus.
Dus Paulus benadrukt de geweldige effecten van die genade voor heel het mensdom, maar ook nu al voor ons die de genade in ontvangst nemen. Vandaag dus.
De Clou van Romeinen 5: de Perfecte Vergelijking voor Allen ↑ hoofdstukken
En dan komen we nu eigenlijk bij de clou van Romeinen 5. Ik heb daar nu al diverse keren op gewezen en het is zo’n geweldige zin. Feitelijk hebben we hier een geweldige uitleg van wat Paulus al eerder in Romeinen 3 naar voren bracht over Gods gerechtigheid. Het wordt misschien een beetje herhalend als ik er nu weer op wijs wat we gisteren hebben besproken, maar er zijn een aantal van u die daarbij waren; toen was de Romeinenbrief met name ook het onderwerp.
En Romeinen 3, wat was het ook alweer in vers 22 en 23? Want allen zondigden en derven — of komen tekort aan — Gods heerlijkheid en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade die in Jezus Christus is. Dat had Paulus dus al in Romeinen 3 gezegd, maar nu gaat hij ook uitleggen waarom dit voor allen geldt. Welnu, alle mensen zijn zondaren, alle mensen zijn stervelingen.
Nu komt de grote vergelijking. In Romeinen 5 vers 12 begon Paulus daarover. Inmiddels was hij niet van zijn onderwerp afgeweken, maar nu pas in vers 18 gaat hij zijn vergelijking afmaken; een conclusie die nu dus gebaseerd is op het voorgaande. Zo dan. Het is heel belangrijk om te zien dat vers 18 de vergelijking afmaakt die in vers 12 begonnen werd. Als je vers 18 taalkundig bekijkt, is het een heel bijzondere zin, omdat het het karakter heeft van een formule. Het is bijna een wiskundige formule, want het is een zin die in het Grieks geen enkel werkwoord kent. Dat is erg uitzonderlijk.
In de vertaling heb ik dat ook zo gedaan, al heb ik het woord 'was' tussen haakjes gezet omdat het er feitelijk niet staat. Er staat geen enkel werkwoord in en daardoor krijgt het het karakter van een formule in telegramstijl. Zoals je in een kort telegrambericht werkwoorden zoveel mogelijk weglaat, zo is dat ook de grote kracht van vers 18 van Romeinen 5. Paulus zet daar een formule neer, een 'is-gelijk'-teken.
Zoals door één misstap — daar had hij het over, over wat Adam ooit deed — voor alle mensen tot veroordeling was (namelijk om sterveling en zondaar te wezen), zo ook door één daad van rechtvaardigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven. Dan krijg je dus dit: 'zoals' en 'zo ook' komen met elkaar overeen, en 'door één misstap' komt overeen met 'door één daad van rechtvaardigheid'. Dat is in het Grieks trouwens maar één woord, maar in het Nederlands moet je dat zo weergeven. De overeenkomst is dat het effect zich uitstrekt tot alle mensen. Eén misstap voor alle mensen tot veroordeling? Wel, zegt Paulus, zoals dít, zo ook dát: door één daad van rechtvaardigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven. Het ene was tot de veroordeling, het andere is tot rechtvaardiging. Het ene leidde tot de dood, het andere leidt tot leven — met allemaal hoofdletters. Dit is zo simpel en de vergelijking is zo perfect.
Dat zegt hij hier in Romeinen 5, maar in 1 Korinthe 15, waar het gaat over de waarheid van de opstanding, staat het ook: 'Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.' Ieder echter in zijn eigen rangorde. Dat is trouwens helemaal niet zo moeilijk, want we sterven ook allemaal in onze eigen rangorde; we sterven niet allemaal tegelijkertijd. Dat gebeurt dus in afdelingen, maar het feit staat: heel de mensheid is gewoon inclusief. En dat is nou precies wat het Evangelie tot Evangelie maakt. Het is zo'n geweldig goed bericht.
Het is een bericht, een mededeling. Hier wordt toch niet aangegeven wat je moet doen? Er wordt niets van je gevraagd. Dat is natuurlijk precies de ergernis van zo'n boodschap, want ja, daar kun je geen kerk op bouwen. Daar kun je mensen niet afhankelijk van maken. Maar wil je dat? Het is geen stok achter de deur. Ik heb een bericht, dit is de mededeling, en wat je ermee doet moet je zelf weten. Maar dit is de mededeling en ik kan je dit verzekeren. Want zoals Paulus zegt in Romeinen 1: 'Het Evangelie beschaamt mij niet, en ik schaam me er ook niet voor. Het is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft.' Op het moment dat je het gelooft en er 'amen' op zegt, gaat het een enorm effect sorteren. Maar er valt niets aan te doen, er valt niets aan af te doen en er valt niets aan toe te voegen. Het staat vast; het is een geweldig bericht.
Het Evangelie Versus de Heidelberger Catechismus ↑ hoofdstukken
Ik kan niet nalaten om dan toch eventjes te wijzen op wat er van gemaakt is en ik wijs nu alleen maar op één document dat in ons lieve vaderland erg bekend is: de Heidelberger Catechismus. Ik ben daar zelf ook mee grootgebracht; u weet, die Heidelberger Catechismus stelt een 52 zondagen waarin onderwijs gegeven wordt over allerlei leerstukken. En dan in zondag 7 heb je een vraag die is zo geweldig, de vraag is ontzettend goed. Weet u waarom die vraag zo ontzettend goed is? A, omdat ze heel logisch is; een kind zou hem kunnen bedenken. En B is die vraag zo ontzettend goed omdat de Bijbel daar namelijk letterlijk tot twee keer toe — nee, meer zelfs, maar twee keer heel expliciet — antwoord op geeft. Dus dan zeg je: ja, dat is erg makkelijk natuurlijk.
Vraag 20 van zondag 7: "Krijgen dan alle mensen door Christus het heil, de redding, terug, zoals zij in Adam veroordeeld zijn?" En dan zeg je: ja natuurlijk! Want: "Zoals door één misstap voor alle mensen tot veroordeling, zo ook door één daad van rechtvaardigheid voor alle mensen tot de rechtvaardiging van leven." Dus hier, dit is het antwoord. En als u dat nou niet helder genoeg vindt, dan pak je 1 Korinthe 15. Exact. De vergelijking is perfect.
Maar let nu op wat ons onderwezen is. "Krijgen dan alle mensen door Christus het heil terug zoals zij in Adam veroordeeld zijn?" Je mag het wel verwachten, want wat Paulus in Romeinen 5 nu juist naar voren brengt is Adam hier, ja, maar veel meer is het wat in Christus ons deel is. Nou, moet je eens opletten: "Nee! Maar alleen zij die..." Nou ja, dat doet nu even niet ter zake. Dit is natuurlijk, als je het inhoudelijk puur logisch bekijkt, zelfs lachwekkend. Lachwekkend, ja, ik bedoel als het niet zo diep en dieptriest was. Paulus wordt niet moe om het juist te herhalen. En dat is juist de waarheid: het is genade, het is Godsgerechtigheid. Hij doet dat. Dat hangt helemaal niet van een mens af.
En dan zeggen mensen: "Ja, maar je moet het wel geloven." Weet u wie dat zegt? Degene die dit juist niet geloven. Dat is juist de essentie. Dat is juist wat er altijd weer naar voren gebracht wordt: "Maar je moet het wel geloven." Men bedoelt daarmee: dat is afhankelijk van ons geloof. God rechtvaardigt inderdaad door geloven, maar dat is geen beperking. Dat is de wijze waarop Hij dat doet. Maar God rechtvaardigt; Hij overtuigt namelijk elk mens, op Zijn tijd en iedereen in zijn eigen rangorde, allemaal tot Uw dienst. Maar Hij doet dat. En hoe Hij dat doet? Ja, door geloof, door een mens tot die erkenning te brengen. Maar de waarheid staat gewoon.
Ik moet u zeggen, dat is dan wel weer de andere kant: doordat de orthodoxie dit zo neerzet, wordt voor mij de waarheid van Romeinen 5 wel des te grootser en heerlijker. Vooral als je altijd daarmee bent opgevoed en daarmee getobt hebt. En wie heeft dat niet? Of in ieder geval, nou ja, ik ken genoeg mensen die daar misschien niet zozeer mee hebben getobt, maar de vraag dringt zich zo aan je op als je denkt. En dit is de boodschap die in de christelijke godsdienst gepresenteerd wordt, maar het staat haaks op het Evangelie. "Maar alleen zij die..." Ja, ik heb het er juist afgehaald omdat ik juist niet de nadruk... nee, het doet namelijk even niet ter zake welke voorwaarden zij daaraan koppelen. Het gaat er vooral om dat zij zeggen van: "Nee, die vergelijking gaat niet op."
Paulus zegt het juist omdat de vergelijking perfect is. Anders is er namelijk helemaal geen vergelijking. Dan gaat het namelijk niet op, dan is dit domweg niet waar: "zoals... zo ook". Nou, als dit niet alle mensen zijn... Als dit alle mensen zijn, dan ook dit alle mensen. Dat toch? En anders is de vergelijking domweg onwaar, niet kloppend en dus onzin. Dat staat er op het spel. En dan kun je zeggen van: "Ja maar, dat zijn toch niet de eerste de beste die dat zo hebben geformuleerd in zondag 7?" Nee, en? Degene die dit optekende, die was geïnspireerd. Die bracht het Evangelie onder de natiën en naar dat Woord zouden we luisteren. En niet naar wat men ervan gemaakt vindt. Maar het was te mooi, en dus moest het Evangelie onder het tapijt worden geveegd. En dat is wat ermee gebeurd is. En dat is typisch menselijk denken, of dat nu filosofisch of godsdienstig van aard is, die de lichtglans van het Evangelie niet verdraagt.
Nou, ik blijf het zeggen: dit is zo'n formidabele — en waar of niet? — dit is zo'n kolossale waarde. Dit is werkelijk blijde tijdingen, een goed bericht. Alles gaat nog verder.
Passief tot Zondaars Én tot Rechtvaardigen Gesteld ↑ hoofdstukken
Vers 19: "Want, net zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars werden gesteld..." Hier heb je het weer: de velen. Dit vers 19 wordt nogal eens aangehaald als argument: "Zie je wel, hier zegt Paulus dan toch 'de velen', dus niet allemaal." Nou, daar gingen we zojuist al even op in; dat is gewoon geen logische redenering of een logische tegenwerping. Bovendien zijn de velen hier de allen van vers 18. Daarbij worden de velen in contrast gebracht, niet met de allen, maar met die ene mens. Dat is de tegenstelling: één tegenover de velen. De tegenstelling is niet "velen versus allen". In het ene vers is het "allen" — er zijn geen uitzonderingen, het betreft iedereen — en in vers 19 wordt dan benadrukt dat die allen, zonder uitzondering, er velen zijn. Maar dat is geen tegenstelling. Je kunt natuurlijk tegen een rotsblok gaan blazen en schoppen en wat je wilt, maar die blijft heus wel staan. In de vertalingen, in de NBG-vertaling in ieder geval, geeft men dit weer met "zeer velen", maar in de praktijk maakt dat geen verschil.
Vers 19 is een bevestiging van vers 18: "Net zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars werden gesteld..." Let op: we zijn gesteld, niet zoals in de NBG-vertaling staat "geworden zijn". Want dat zou kunnen suggereren dat we dat zelf hebben gedaan. Nee, we zijn gesteld. Ook dit is trouwens weer iets waarin je ziet dat dit een positie is waarin wij passief zijn geplaatst. We zijn inderdaad zondaren. Hoe komt dat? Nou, we zijn zo ingezet, neergezet, aangesteld. Dat is iets wat je ondergaat. Je lag in de wieg, je werd geboren en daar lag een zondaar. Al een geborene, een doelmisser en een sterveling. Trouwens, het feit dat je een sterveling bent, dat is al een doelmisser. Daartoe ben je gezet of ingezet of aangesteld of neergezet. In ieder geval is het iets waar je niet voor hebt gekozen. Daar gaat het maar om.
Nou, zegt Paulus: "Net zoals door de ongehoorzaamheid van die ene mens de velen tot zondaars werden gesteld..." Zo zullen ook — het is geen keuze, het is je lot, daartoe ben je bestemd — "zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene..." Hij die gehoorzaam was tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. "Door de gehoorzaamheid van de ene zullen de velen" — heb je het weer? — "tot rechtvaardigen worden gesteld." Het is exact dezelfde type vergelijking. Het is haarscherp, er is geen twijfel over mogelijk. Als je gewoon leest, als je niet verhinderd bent door het ongeloof van de orthodoxie om dit te lezen, dan kan de vergelijking je niet ontgaan omdat ze namelijk zo simpel is.
Eén was er ooit ongehoorzaam bij de verboden vrucht; dat staat symbool voor de veroordeling. En daar heb je aan de andere kant Hem die gehoorzaam was tot de dood, tot de dood van het kruis. Daardoor, door die weg, kwam het leven aan het licht. Het ene was ongehoorzaamheid, het andere was gehoorzaamheid. Het was één mens die dat deed, die daarvoor verantwoordelijk was in de hof. Maar het was ook die ene mens die opstond en het leven aan het licht bracht. Het is door Zijn gehoorzaamheid dat het leven aan het licht komt en ook dat de velen tot rechtvaardigen worden gesteld. Al die miljarden mensen — dat zijn er toch velen — worden tot rechtvaardigen gesteld, zoals ze ooit ook allemaal tot zondaars waren gesteld.
Terwijl ik het uitleg, denk ik: moet ik er nou nog meer over zeggen? Want het is zo simpel. Maar ik moet u zeggen, deze waarheid ga je verdragen op het moment dat je deze waarheid ziet. Want je zou er recalcitrant van kunnen worden: "Ja, wat kan ik er nou aan doen dat die ene mens dat deed en dat ik daardoor veroordeeld ben om sterveling en zondaar te zijn met alle gevolgen van dien?" Ja, maar dit is slechts tijdelijk. Dit is onontkoombaar; dat effect gaat nooit meer weg. En zoals je hier geen enkel aandeel in hebt en geen bijdrage aan hebt geleverd, zo hier ook niet aan. Prijs God, zou ik zeggen. Hieraan kun je niet ontkomen, wie hier ook in de zaal zit. En als je niet in de zaal zit, dan heb ik het je nog te vertellen. Wat je hier ook over denkt, hoe je reactie hierop ook is: dit is onontkoombaar. Net zo onontkoombaar als het eerste het is. Daarom is het een mededeling, een bericht, en een kolossaal goed bericht. Nou, en dan zegt Paulus...
Het Doel van de Wet en de Heerschappij van Genade ↑ hoofdstukken
En die wet dan? Want daarover had hij het natuurlijk eerder. Trouwens, daar komt hij straks in de latere hoofdstukken ook nog op terug. Maar hij zegt: die wet kwam erbij binnen. Met andere woorden: dat was pas veel later en heeft in deze dingen geen enkele invloed. Tweeduizend vijfhonderd jaar na Adam werd de wet aan één volk gegeven. We hebben daar de vorige keer al wat uitgebreider bij stilgestaan. Toen kwam die wet inderdaad. En dan? De hele gedachte dat de wet een universele levensregel is voor de mensheid, is gewoon niet waar. Die wet kwam pas veel later binnen.
In Romeinen 5 zien we een aaneenschakeling van mooie, geweldige, duidelijke en logische, maar ook onorthodoxe uitspraken. Lees maar even met me mee: "De wet kwam erbij binnen", dat wil zeggen: de wet werd later toegevoegd, "opdat de misstap zou toenemen." De NBG heeft dat geprobeerd weg te wuiven omdat de kracht van die statement te sterk was. Men heeft geprobeerd de kracht ervan te ontnemen door het zo weer te geven: "de wet kwam erbij binnen, zodat de overtreding toenam." Maar het is niet slechts "zodat", alsof het een ongewenst bijeffect was. Nee, het was zelfs de bedoeling. Er staat "opdat", niet "zodat". "Opdat de misstap zou toenemen." Het staat hier in de aanvoegende wijs: het was de bedoeling dat de misstap zou toenemen.
Waarom gaf God de wet? De algemene gedachte is natuurlijk om de mens te verbeteren. "Nee," zegt Paulus, "dat is juist niet zo." Die wet werd gegeven opdat de misstap zou toenemen. De mens wordt er niet beter van. In Romeinen 7 gaat hij daar nog uitgebreid op door, en in 1 Korinthe 15 trouwens ook. Daar zegt hij dat de wet de prikkel, maar ook de kracht van de zonde is. Ook dat is iets wat we algemeen wel weten, behalve in de godsdiensten. Daar denken we dat de wet de mens beter maakt, maar dat is niet waar. We belasten hem alleen maar met schuld.
Die wet werd gegeven opdat de misstap zou toenemen. Maar hier moet je niet ophouden, alsof dat het enige doel zou zijn. Nee, dan moet je doorlezen: "Waar echter de zonde toeneemt, daar is de genade uitermate overvloedig." "Overvloedig" is op zichzelf natuurlijk al een overtreffende trap, maar hier is de genade zelfs uitermate overvloedig. Met andere woorden: daar waar de zonde toeneemt, daar moet de genade des te overtreffender zijn om dat te overtreffen. Ziet u wat Paulus hier naar voren brengt? Het was juist de bedoeling van God dat Hij de overvloed en het overtreffende van de genade zou bewijzen. Daarvoor was het nodig dat de mens de misstap deed en daar was veroordeling voor nodig. Die wet kwam erbij om dat alleen maar te laten toenemen. Was dat dan het einddoel? Nee, dat was een subdoel. Het uiteindelijke doel was dat waar de zonde toeneemt, de genade des te uitermate overvloedig zou zijn. Daarin hebben we precies de reden waarom God de wet gaf. Het is allemaal om te bewijzen wie onze God is in de overvloed van Zijn genade en van Zijn liefde. Dat is wat Romeinen 5 tot je zegt als je het op je laat inwerken.
Dan komen we bij het laatste vers: "Opdat, net zoals de zonde koning is, zo ook de genade koning zou zijn door rechtvaardigheid tot in aeonisch leven door Jezus Christus onze Heer." Dit is feitelijk de conclusie van wat Paulus tot dusver naar voren heeft gebracht. De dood is koning, jawel, dat had te maken met die veroordeling. Maar nu is de genade koning. Genade heerst. Wij mogen leven onder de heerschappij van die genade. En die genade brengt rechtvaardigheid. Dat is niet alleen het feit dat God recht doet, maar Hij rechtvaardigt ook ons. Dat was ook een mooi onderwerp van gisteren: het feit dat God recht doet aan Zijn woord en aan Zijn belofte.
Het gaat niet om de schuld van de mens. God had een schuld, in die zin dat God beloofd had. En wie belooft, is verplicht dat na te komen. God openbaart Zijn rechtvaardigheid, wat wil zeggen dat Hij Zijn schuld inlost en vervult wat Hij belooft. Hij heeft beloofd dat heel de mensheid, alle geslachten van de aardbodem, daarin zou delen. Dat is puur omdat Hij dat beloofd heeft. Denk aan Abraham. Terwijl hij helemaal niets kon en zijn lichaam verstorven was, werd tegen hem gezegd: "Zo zal jouw nageslacht zijn." En Abraham geloofde God. Op het moment dat een mens God gelooft en simpelweg vertrouwt op wie Hij is en wat Hij zegt, dan ben je voor Hem rechtvaardig. Dat is niet slechts een juridische overschrijving waardoor je van je schuld bevrijd bent. Nee, een mens komt tot zijn doel op het moment dat hij God vertrouwt. Je neemt God op Zijn woord en dan ben je voor Hem – om het op z’n Hebreeuws te zeggen – een tzaddik, een rechtvaardige.
Als je Hem vertrouwt, overtuigt Hij ons ook. En als je deze dingen mag zien, dan ben je echt te feliciteren. Dan kun je met een opgeheven hoofd in het leven staan, ook in een wereld waar zoveel aan de hand is en waar de dood en de zonde heersen. Je weet immers van de laatste Adam en van het geopende graf. Heel de mensheid gaat daarin delen door Jezus Christus, onze Heer. En wij zeggen daarop: Amen.
UltimateGoodNews