GoedBericht.nl logo
English Blog

GoedBericht.nl wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen! Omdat GOD nooit laat varen de werken van zijn handen.


Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus deze als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf.

 

De levende GOD is een Redder van ALLE mensen, speciaal van gelovigen!

1 Timotheus 4:10

Prikbord

zondag 22 februari
Benthuizen (10.30 uur)
thema: voordat de wetteloze openbaar wordt (1)

Recente Artikelen

Alverzoening volgens het Reformatorisch Dagblad

In een recent commentaar stelt het Reformatorisch Dagblad dat de leer van de alverzoening “gemakkelijk te weerleggen” is, omdat zij zou indruisen tegen tal van Bijbelse gegevens. Daarbij worden vier punten genoemd: de realiteit van de eeuwige straf, de ernst van de zonde, de rechtvaardigheid van God en de noodzaak van geloof en bekering. Die opsomming klinkt stevig, maar juist op deze punten blijkt de kritiek de kern van het Bijbelse betoog te missen. Daarbij is een duidelijke afbakening nodig. Reinier Sonneveld en David de Vos hanteren een Schriftvisie waarin de Bijbel niet functioneert als het geïnspireerde Woord van God. Hun publicaties laat ik daarom buiten beschouwing. Een gesprek over de reikwijdte van verzoening (Kol.1:20), rechtvaardiging (Rom.5:18), redding (1Tim.2:4; 4:10) en levendmaking (1Kor.15:22) kan alleen zinvol zijn wanneer de Schrift zelf het vertrekpunt is, niet persoonlijke ervaring, morele intuïtie of tijdgeest. misvattingen rond “eeuwige straf” Het Reformatorisch Dagblad slaat de plank vooral mis waar het spreekt over “de realiteit van de eeuwige straf”. Dat heeft een eenvoudige reden: men hanteert een betekenis van het woord “eeuwig” die de Bijbel zelf niet kent. In de Schrift verwijst “eeuwig” (Hebr. olam, Gr. aionios) niet naar een eindeloze tijd, maar naar een aion: een door God bepaalde tijdsperiode met een begin en een einde. Het idee van een eindeloze straf berust niet op Bijbels taalgebruik, maar op een later, filosofisch tijdsbegrip. Bij de wederkomst van Christus breekt dan ook geen eindeloze eeuwigheid aan, maar beginnen "de toekomende aeonen" (wereldtijdperken; Ef.2:7), waarin Christus zal heersen totdat de dood als laatste vijand zal zijn teniet gedaan en God "alles in allen" zal worden. Alles geheel naar Gods "gemaakt bestek”. de ernst van de zonde en Gods rechtvaardigheid Ook de suggestie dat binnen alverzoening de ernst van de zonde zou worden ontkend of gebagatelliseerd, is onjuist. De Bijbel tekent een volstrekt soeverein God, Die alle dingen beschikt en ook zonde en lijden een plaats geeft in Zijn heilsplan. Dat is geen vergoelijking van het kwaad, maar juist een erkenning dat niets zich aan Gods hand onttrekt — een uitgangspunt dat in reformatorische kring tot de kern van het belijden behoort en doorgaans met grote nadruk wordt verdedigd. Evenmin wordt Gods rechtvaardigheid tekortgedaan. Integendeel: als God rechtvaardig is, dan doet Hij recht, zet Hij recht en brengt Hij de dingen terecht. Bijbelse rechtvaardigheid is niet het eindeloos laten voortbestaan van wat verkeerd is, maar het herstellen en tot zijn doel brengen van wat ontspoord is. noodzaak van geloof en bekering Ten slotte is het onjuist dat de noodzaak van geloof en bekering binnen het denken over alverzoening zou worden ontkend. Verzoening voltrekt zich doordat God vervreemde en vijandige schepselen verandert in liefhebbers van Hem. Hij is daarin niet afhankelijk van de menselijke wil, maar Degene Die alles beschikt en geloof schenkt. De waarschuwingen van profeten en apostelen staan volledig in dat kader. Zij hebben nooit betrekking op een eindeloze straf of een eindeloos oordeel — een gedachte die de Schrift eenvoudig niet kent. “Want een ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen” (Ps. 30:6). Dat zijn de Bijbelse verhoudingen.

26-12-2025 Lees verder

Quirinius en de precisie van Lucas

Lucas beschrijft de geboorte van Jezus tegen een duidelijke historische achtergrond. Daarbij noemt hij een inschrijving en de naam van Quirinius. Juist die combinatie heeft vaak vragen opgeroepen. Het probleem wordt zichtbaar zodra we lezen hoe dit vers in veel vertalingen wordt weergegeven: Deze inschrijving had plaats, toen Quirinius landvoogd van Syrië was.— Lucas 2:2 (NBG-1951) Wie deze zin zo leest ontkomt nauwelijks aan de indruk dat Jezus werd geboren tijdens het bestuur van Quirinius als landvoogd. Dat lijkt te botsen met andere historische gegevens, omdat Quirinius vooral bekend is van een volkstelling die pas later, in 6 na Chr., plaatsvond. Toch ligt het probleem niet bij Lucas, maar bij de manier waarop dit vers vaak wordt verstaan. de eerste inschrijving Lucas spreekt namelijk nadrukkelijk over “de eerste inschrijving”. Dat woord is doorslaggevend. Een eerste veronderstelt een vergelijking: eerste ten opzichte van een andere. Lucas maakt dus onderscheid. Hij schrijft niet over dé bekende volkstelling onder Quirinius, maar over een eerdere registratie. Dat dit onderscheid bewust is, blijkt wanneer we Lucas’ tweede boek lezen. Daar verwijst hij zelf expliciet naar die latere, bekende telling: Na hem stond Judas de Galileeër op, in de dagen der inschrijving, en maakte veel volk van zich afvallig; ook hij is omgekomen en allen, die zich bij hem aansloten, zijn verstrooid.— Handelingen 5:37 (NBG-1951) Deze inschrijving onder Quirinius was algemeen bekend en ging gepaard met oproer. Lucas kent die gebeurtenis dus goed. Juist daarom is het opvallend dat hij in Lucas 2 spreekt over de eerste inschrijving. het woordje “toen” Hier speelt het kleine woordje “toen” een grote rol. In de NBG-vertaling staat: “toen Quirinius landvoogd van Syrië was”. Dat suggereert dat beide gebeurtenissen samenvallen. Maar Lucas zelf schrijft dat niet zo. In de oorspronkelijke tekst staat geen woord dat expliciet “toen” betekent. Door dit woord toe te voegen, ontstaat een indruk van gelijktijdigheid die Lucas zelf niet vastlegt. Lucas noemt Quirinius om duidelijk te maken welke inschrijving hij níét bedoelt. Het gaat niet om de bekende, latere telling uit Handelingen 5, maar om de eerste registratie. Quirinius als ijkpunt Dat verklaart waarom de naam van Quirinius hier opduikt. Zijn naam fungeert als ijkpunt. Door hem te noemen in combinatie met het woord “eerste”, maakt Lucas duidelijk dat deze inschrijving voorafgaat aan de later zo bekende telling. De verwijzing is dus niet verwarrend, maar juist verhelderend — mits we Lucas niet meer laten zeggen dan hij zegt. Lucas’ eigen uitgangspunt Deze zorgvuldigheid past geheel bij wat Lucas zelf aan het begin van zijn evangelie schrijft: Daar velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk zij ons zijn overgeleverd door hen, die van den beginne ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, heeft het ook mij goed gedacht, na alles van meet af aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, […] opdat gij de betrouwbaarheid zoudt kennen der zaken, waarvan gij onderricht zijt.— Lucas 1:1-4 (NBG-1951) Lucas presenteert zich hier bewust als iemand die zorgvuldig onderscheid maakt en betrouwbaar verslag doet. Wie Lucas 2:2 in dat licht leest, ontdekt geen vergissing, maar precisie. Het probleem ontstaat niet door wat Lucas schrijft, maar door wat er in vertalingen aan wordt toegevoegd. Zodra we Lucas laten spreken in zijn eigen bewoordingen, blijkt hoe nauwkeurig hij zijn historische context tekent.

22-12-2025 Lees verder

Recente Toespraken
Prikbord

zondag 22 februari
Benthuizen (10.30 uur)
thema: voordat de wetteloze openbaar wordt (1)

Nieuwsflits

Board of Peace

In Washington kwam deze week voor het eerst de Board of Peace bijeen, een door de Verenigde Staten geïnitieerd overlegorgaan dat zich richt op vrede en veiligheid, maar ook op wederopbouw in conflictgebieden. De eerste agenda betreft Gaza, met nadruk op geld, bestuur en veiligheid.

Opvallend is de samenstelling: Israël maakt deel uit van een kleine kern van circa tien landen, samen met prominente staten uit het Midden-Oosten zoals Saoedi-Arabië, Qatar, Egypte en Jordanië. Besluitvorming verloopt via commissies onder Amerikaanse regie, grotendeels buiten de vertrouwde internationale verbanden. De huidige Board of Peace is nog geen vervulling, maar zou een aanzet kunnen zijn tot een federatie van tien koningen, zoals de Bijbel die voor de eindtijd aankondigt.


afbeelding is AI gegenereerd

Delen: