in welk jaar leven we?
31-05-2026 - Geplaatst door Andre PietBenthuizen
In welk jaar leven wij eigenlijk? De wereld kent allerlei jaartellingen, maar de Bijbel bevat zelf de gegevens om de geschiedenis vanaf Adam te rekenen. Die berekening vertoont opmerkelijke kenmerken van Goddelijk design. En als ook de koppeling met onze AD-jaartelling klopt, dan zijn we nog slechts enkele jaren verwijderd van het jaar 6000 — de grens van het zevende millennium. Hoe bijzonder is dat? En vooral: hoe gaan we daar nuchter en wakker mee om?
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie van Diverse Menselijke Jaartellingen
- Een Bijbelse Chronologie: Uitsluitend Rekenen Vanaf Adam
- De Eerste Tweeduizend Jaar: van Adam tot Abraham
- De Tweede Tweeduizend Jaar: van Abraham tot de Messias
- De Derde Tweeduizend Jaar: de Profetie van Hosea
- De Koppeling met Onze Westerse Jaartelling (ad)
- Buitenbijbelse Bronnen over het Zevende Millennium
- Conclusie: de Tijd Is Nabij, Wees Nuchter en Waakzaam
Introductie van Diverse Menselijke Jaartellingen ↑ hoofdstukken
Een intrigerende titel, vindt u niet? In welk jaar leven we? Eigenlijk is het wel grappig, want in feite staat de spoiler al rechtsonder in het scherm: 31 mei 2026. Fijn dat u hier allemaal was, lieve mensen! En daarmee hebben wij dus antwoord gegeven op de vraag in welk jaar we leven. Dat was een grapje uiteraard, want over welke jaartelling hebben we het dan? Kijk, in dit geval, als we zeggen dat we vandaag in 2026 leven, dan hebben we het over de christelijke jaartelling. Maar er zijn er meer. Laten we ze ter introductie eens op een rijtje zetten.
De eerste is in onze westerse wereld de gangbare: de christelijke jaartelling, ook wel de westerse jaartelling of de Anno Domini jaartelling genoemd. AD afgekort; meestal wordt het in het Latijn weergegeven. Wetenschappers spreken vaak over CE, de Common Era (de gewone tijdrekening), en over BCE (Before Common Era) voor de tijd voor Christus. Sommigen doen dat omdat ze vinden dat de huidige jaartelling eigenlijk niet eens puur christelijk is, maar het basisidee is dat natuurlijk wel.
Dat brengt mij op het volgende punt. Er was ooit een monnik en die luisterde naar zijn verlatijnste naam Dionysius Exiguus. Het was ergens in het jaar 525 toen hij de jaartelling die wij nu kennen, introduceerde. Het duurde trouwens nog heel lang voordat deze echt gangbaar werd; ik heb begrepen dat deze pas een paar eeuwen later door de pauzen is overgenomen. Niet in de pauze, maar door de pauzen. Pas aan het begin van de eerste millenniumwisseling werd het echt gangbaar. In 525 heeft hij met terugwerkende kracht gerekend vanaf de geboorte van Jezus. Dus als u zegt dat we in 2026 leven, dan was de oorspronkelijke gedachte van Dionysius Exiguus dat we rekenen vanaf de geboorte van Jezus. Daarbij moet u zich overigens realiseren dat er in jaartellingen geen jaar nul bestaat; men rekent gewoon vanaf het eerste jaar. Hij heeft dus vijf eeuwen na dato teruggerekend vanaf de geboorte van Jezus en zo zitten we volgens Dionysius in het jaar 2026.
Al gauw bleek echter – ik weet niet precies wanneer dat ontdekt is – dat hij er sowieso een paar jaar naast zat. Dat is algemeen bekend. Hij rekende vanaf het jaar 1, maar in werkelijkheid is Jezus een paar jaar eerder geboren. Dan krijg je de vreemde gedachte dat Jezus geboren is vóór Christus, bijvoorbeeld in het jaar min 4 of min 5. Voor zover ik het goed versta, is het min 4 geweest. Hij zat er dus in ieder geval een paar jaar naast, en dat is vrij algemeen bekend. Ik kom daar straks via een andere route nog even op terug.
Een heel bekende en ook actuele manier van tellen, die in dit verband zeker niet onvermeld mag blijven, is de Joodse of, zo u wilt, de Hebreeuwse jaartelling. Deze wordt meestal aangeduid met het Latijnse woord Anno Mundi. Anno Domini betekent ‘het jaar van onze Heer’ en Anno Mundi betekent ‘het jaar der wereld’. Mundi is de wereld. Je hebt kerken die zo heten; volgens mij was er in Den Haag een Salvatori Mundi Kerk, ‘Redder der wereld’. Maar Anno Mundi (AM) is dus de wereld.
Het idee is dat er gerekend wordt vanaf het begin van de wereld, of in de praktijk vanaf de schepping van Adam. Adam is immers niet geboren, maar gecreëerd. Het is overigens wel grappig dat, hoewel deze jaartelling veel verder terugrekent, zij feitelijk nog jonger is dan de christelijke jaartelling. Zij is pas echt in zwang geraakt sinds Maimonides, ook wel Rabbi Rambam genoemd. Dat zal ongetwijfeld met de naam van deze man te maken hebben, want hij was een van de grootste Joodse geleerden in de middeleeuwen. Hij is geboren in 1138, om u een idee te geven.
Weliswaar heeft hij de Anno Mundi jaartelling geïntroduceerd en is deze in het jodendom inmiddels de gangbare praktijk, maar ik moet erbij zeggen dat hij zich voornamelijk baseerde op een geschrift uit de tweede eeuw. Dat geschrift heette Seder Olam Rabbah en stamt uit de tijd van Rabbi Akiva en de Joodse opstand. Over die Joodse jaartelling is echt wel het een en ander te zeggen. Zij is voor ons nu zo interessant omdat wij eigenlijk hetzelfde uitgangspunt hebben, wat ik straks zal laten zien. Maar er hoort een waarschuwing bij: deze jaartelling, gebaseerd op dat geschrift uit de tweede eeuw, rust weliswaar op Bijbelse gegevens, maar ook deels op rabbijnse overleveringen. Volgens de huidige Joodse jaartelling leven we momenteel in het jaar 5786. Dat is dus nog 214 jaar verwijderd van het jaar 6000. Houd dat even vast, want we komen daar straks natuurlijk nog uitgebreid op terug.
Natuurlijk zijn er nog andere jaartellingen waar we minder vaak mee te maken hebben. Je hebt de islamitische jaartelling, die uitgaat van Mohammed, vanaf het moment dat hij vluchtte van Mekka naar Medina. Dat was in het jaar 622 van onze jaartelling. Zij beginnen vanaf dat moment te rekenen. Daar zit nog iets complex bij: hun jaar is gebaseerd op de maan en duurt daardoor ongeveer tien dagen korter dan een gewoon zonnejaar. Daardoor lopen ze op den duur in; omdat elk jaar korter duurt, gaat hun jaartelling sneller. Maar voordat ze helemaal gelijkgetrokken zijn met de onze, moeten we nog wel even wachten.
Verder heb je nog de boeddhistische jaartelling. Eerlijk gezegd was ik daar zelf ook niet zo van op de hoogte, maar als je je in de materie verdiept, kom je daarachter. Deze begint bij het overlijden van Boeddha en men rekent daar vanaf 543 vóór Christus. En zo zijn er nog meer jaartellingen, zoals de traditionele Chinese jaartelling. Ik heb echter begrepen dat men in China daar tegenwoordig eigenlijk helemaal niet meer mee rekent; het bestaat nog vanuit de traditie en men heeft er nog wel enige kennis van. Ik denk dat ik hiermee een vrij globaal en breed overzicht heb gegeven.
Een Bijbelse Chronologie: Uitsluitend Rekenen Vanaf Adam ↑ hoofdstukken
Als we willen weten in welk jaar we leven, dan bedoel ik eigenlijk de vraag: in welk jaar leven we nu, gerekend vanaf Adam? In feite is dat hetzelfde uitgangspunt als wat de Joodse jaarrekening beoogt, namelijk om vanaf dat moment te gaan tellen. Alleen — en dat is een heel opmerkelijk gegeven — de Bijbel voorziet ons in álle gegevens om te kunnen rekenen vanaf Adam tot Christus, zonder ontbrekende schakels. Het is dus uitsluitend gebaseerd op Bijbelse gegevens.
Dit is een onderwerp dat mij persoonlijk de laatste tien jaar enorm heeft geïntrigeerd. Het was in 2015 of 2016 dat ik voor het eerst een heel seizoen heb gewijd aan de Bijbelse chronologie en sindsdien ben ik daar eigenlijk alleen maar in bevestigd. Dat was naar aanleiding van een PowerPoint die ik op internet zag. Toevallig kwam het mij onder ogen — en u weet het: toeval betekent dat het je toevalt. In eerste instantie heb ik het terzijde gelegd; ik vond het te mooi om waar te zijn, dat kon nooit. Maar toen ik er later nog eens over werd bevraagd, ben ik er alsnog kennis van gaan nemen. Ik was werkelijk verbluft. Dit is ongekend.
Het hele idee van de jaren tellen vanaf Adam was mij natuurlijk heel vertrouwd. Als Bijbelstudent houd je je daar onmiskenbaar mee bezig. Heel bekend zijn voor mij bijvoorbeeld de chronologieën van namen als Ussher en Bullinger, van de Companion Bijbel. Maar het verschil met wat ik nu laat zien, is dat zij beiden niet alleen op Bijbelse gegevens steunen. Vooral voor de zogenaamde intertestamentaire periode, de laatste 500 jaar voor Christus, baseren zij zich vooral op de Perzische koningslijsten. Het zijn dus niet uitsluitend Bijbelse gegevens. Wat ik nu ga doen, is een tijdlijn van Adam tot Christus presenteren die uitsluitend op Bijbelse steunpunten gebaseerd is.
Om nog iets over die namen te zeggen: als je je in deze dingen verdiept, is de naam Ussher echt heel erg bekend. Hij was een aartsbisschop in de zeventiende eeuw die een Bijbelse jaartelling vanaf Adam presenteerde. Die is zo bekend geworden dat deze in vele uitgaven van de King James-vertaling gewoon in de kantlijn werd vermeld. Als er een bepaalde gebeurtenis wordt genoemd, werd er in de kanttekeningen bij gezegd welk jaar dat was. Het is heel interessant: je hebt allerlei King James-bijbels die bij Genesis 1 vermelden: 4004 voor Christus. Dat is helemaal ontleend aan de berekeningen van Ussher. Het was een buitengewoon gezaghebbende naam en zijn jaartelling is zelfs de Bijbels binnengedrongen. Dat is altijd een heel tricky ding, want zo kreeg die berekening een soort Bijbelse autoriteit. Men dacht: “Oh, dat is gewoon de Bijbel zelf.” Nee, het was de berekening van Ussher. Ik heb grote bewondering voor zijn hele insteek, maar het aardige is dat Ussher dus zei dat de creatie van Adam in 4004 voor Christus plaatsvond. Dat betekent dat als je bij het jaar 6000 uitkomt, je in 1996 belandt. Daar heb je niet eens een calculator voor nodig.
Het is trouwens interessant dat allerlei jaartellingen met dezelfde insteek — zich baserend op voornamelijk de Bijbel — uiteindelijk uitkomen rond de millenniumwisseling. De beroemde wetenschapper Isaac Newton, die wij vooral kennen als natuurkundige maar die in de eerste plaats een Bijbelgeleerde was, heeft dit ook berekend. Hij kwam niet uit op 1996, maar op het jaar 2000 als het jaar 6000 Anno Mundi of Anno Hominis. Er is nog een bekende: die van de Jehova’s getuigen. Zij kwamen uit op 1975. Dat is een berucht jaar geworden voor de Jehova’s getuigen, want 1975 zou dan het jaar 6000 zijn gerekend vanaf Adam. Ik kan nog veel meer voorbeelden geven die allemaal uitkomen met kleine variaties. Je moet je goed realiseren dat op een termijn van zes millennia een paar jaar fluctuatie minimaal is. Dat is eigenlijk minimaal.
Mijn insteek is dus om puur de Bijbel te laten spreken en zo een tijdlijn te maken van Adam tot Christus. Uiteraard doe ik dat nu in een aantal minuten, terwijl we daar ooit een heel seizoen aan studies aan hebben gewijd. Ik doe het nu vluchtig om een overzicht te geven. We gaan met een mooie metafoor, met zevenmijlslaarzen, door de geschiedenis. Zeven mijl, dat is eigenlijk zevenduizend. Mijl, mil, duizend. Dat is dus de methodiek.
De Eerste Tweeduizend Jaar: van Adam tot Abraham ↑ hoofdstukken
We gaan rekenen van Adam tot Christus. Daarbij krijgen we eerst een periode van tweeduizend jaar in beeld. Dat is heel aardig, want in de Bijbel, in het eerste hoofdstuk van Genesis, wordt Adam al vermeld. In Genesis 5 vers 3 lees je dat hij 130 jaar oud was toen hij Seth verwekte. Ik moet daar direct twee aantekeningen bij maken. Ten eerste rekent de Bijbel inclusief. Dat wil zeggen dat de jaartelling of de leeftijdrekening niet bij 0 begint, maar bij 1. Onze kleinzoon is twee maanden geleden 1 jaar geworden, maar in de Bijbelse jaarrekening bevindt hij zich nu in zijn tweede levensjaar. Dat is heel logisch. Adam werd dus niet gecreëerd in het jaar 0, maar in het jaar 1, en in zijn 130ste jaar verwekte hij Seth.
Daarnaast maakt het een groot verschil of die geboorte aan het begin van dat 130ste jaar was of aan het einde. Dat scheelt bijna een jaar. Als je zo’n hele reeks krijgt en je wilt dat middelen, dan moet je halverwege gaan zitten. Vandaar dat je rekent met 129,5. Ik ga dat nu verder niet uitgebreid toelichten, maar zo word je geacht te rekenen voor een nauwkeurige chronologie.
Adam verwekte dus Seth in zijn 130ste jaar. Vervolgens verwekte Seth Enos in zijn 105de jaar. Als je even inzoomt op die leeftijden zelf, dan is dat verbazingwekkend. Vooral voor de zondvloed waren de leeftijden heel hoog; na de zondvloed zie je dat gigantisch hard zakken. Maar goed, die leeftijden laten we nu even voor wat ze zijn. We verbazen ons niet, we rekenen gewoon. Het is trouwens interessant dat de Bijbel die getallen vermeldt met een soort ‘double check’. Er staat bijvoorbeeld dat Adam Seth verwekte in zijn 130ste jaar, en dan staat er vervolgens hoeveel jaren hij daarna nog leefde en wat zijn totale leeftijd was — hij werd 930 jaar. Je krijgt dus de ‘voorzet’ en de ‘nazet’ en dan wordt ook nog het totaal genoemd. De gedachte is heel uitdrukkelijk dat je geacht wordt te rekenen. De gegevens worden geleverd en jij mag de optelsom maken.
Zo gaan we verder: Enos verwekte Kenan en Kenan verwekte Mahalalel. Mahalalel verwekte Jered en Jered verwekte Henoch. Henoch kennen we natuurlijk; hij is vooral bekend vanwege dat ene zinnetje: hij wandelde met God en hij was niet meer, of hij werd niet meer gevonden. Henoch verwekte Metusalach — of Methusalem, zoals hij vaak wordt genoemd. Van hem is bekend dat hij de oudste van allemaal is geworden. Toch passeren ze nooit de grens van duizend jaar; ze blijven altijd binnen de sfeer van hun ‘dag’, een millennium. Hij werd in totaal 969 jaar oud. Henoch verwekte Metusalach, Metusalach verwekte Lamech en Lamech verwekte Noach.
Ik heb hier de optelsom gewoon in Excel staan, zodat je het allemaal kunt nalezen. Ik moet er trouwens even op wijzen — Inga zit daar bij de boeken en brochures en kan het bevestigen — dat er over twee weken tijdens de conferentie een brochure uitkomt onder de titel ‘Drie keer 2000 jaar’. Dat gaat precies over de dingen waar we het nu over hebben, maar dan in geschrift. Ik ben blij dat dat nu eindelijk beschikbaar komt.
Dan lezen we over Noach: in zijn zeshonderdste jaar begon de zondvloed. Ik vermeld hier de Bijbelse gegevens en de wijze waarop dat moet worden opgeteld. Vanaf de zondvloed rekenen we weer verder. De vloed heeft in totaal een jaar geduurd en daarna lees je dat Sem Arfachsad verwekte. Dat was twee jaar na de vloed. Arfachsad verwekte Selah, Selah verwekte Heber — ziet u hoe die leeftijden hier ineens enorm verlagen? — en Heber verwekte Peleg. Peleg verwekte Rehu, Rehu verwekte Serug, Serug verwekte Nahor en Nahor verwekte Terah. Terah was de vader van Abraham.
Als je al die gegevens combineert, kom je op een prachtig verhaal uit. Soms moet je Schrift met Schrift vergelijken; dat wil zeggen dat er op verschillende plekken gegevens staan die je nodig hebt om een jaartal te vinden. Je wordt echt geacht de Bijbel te onderzoeken, te vergelijken en te tellen. In de Judasbrief lees je bijvoorbeeld over Henoch dat hij de zevende was vanaf Adam. Dat staat nergens als kant-en-klare optelsom in de Bijbel, maar je wordt geacht te kunnen rekenen. En inderdaad, als je telt, dan zie je dat Henoch de zevende generatie vanaf Adam is. Zo gaan we met de Bijbel om: we nemen haar serieus, we rekenen erop en we rekenen met de Schrift.
De aardigheid is dat wanneer Terah Abraham verwekt, je precies uitkomt op het jaar 2000. Nog een bijzonderheid die ik nu niet in de som ga verwerken, maar die wel apart is: het geboortejaar van Abraham was het sterfjaar van Noach. Noach is de representant van de hele voorgaande periode, omdat hij zowel voor als na de zondvloed heeft geleefd. Die periode werd afgesloten en met Abraham begint een compleet nieuwe periode. Abraham wordt geselecteerd uit de toenmalige mensheid, die een paar honderd jaar na de vloed trouwens nog helemaal niet zo groot was. Met Abraham begint de bekende geschiedenis. Wat zo treffend is: als je gewoon de gegevens op een rijtje zet, kom je precies uit bij het jaar 2000. Ik wist altijd al dat het ongeveer 2000 was, maar dat het zo exact klopt, is prachtig. De Bijbel zelf vermeldt deze bijzonderheid niet expliciet als een kant-en-klaar getal, maar reikt ons alles aan wat nodig is om ons hierover te verbazen. Van Adam tot Abraham is precies tweeduizend jaar. Dit was het optellen van de generaties, maar we zijn er nog niet eens.
De Tweede Tweeduizend Jaar: van Abraham tot de Messias ↑ hoofdstukken
Van Abraham tot de uitocht gaan we iets heel merkwaardigs beleven. Waarom? De periode van Abraham tot aan de uitocht wordt in de Bijbel beschreven en je kunt verschillende routes bewandelen om de tijdlijn vast te stellen. Je zou bijvoorbeeld de generaties bij elkaar kunnen optellen, zoals we zojuist deden, maar dat is in dit geval nog vrij lastig. Je kunt echter ook iets anders doen. De Bijbel beschrijft zelf dat er 430 jaar zit tussen het moment dat God aan Abraham de belofte deed en de uitocht uit Egypte met de wetgeving op de Sinaï. Paulus schrijft daar heel uitdrukkelijk over in Galaten 3 vers 17. Hij zegt dat de wet 430 jaar na de belofte kwam. Ik ga die Bijbelse gegevens nu natuurlijk niet allemaal presenteren; je kunt het zelf nazoeken. Ik wil de vaart er een beetje in houden, maar die periode vanaf het moment dat Abraham de belofte krijgt tot aan de uitocht was dus 430 jaar.
Dan hebben we eigenlijk nog de vraag: wanneer kreeg hij die belofte? In Genesis 15 lees je dat tegen Abraham al wordt gezegd dat zijn nageslacht 400 jaar in verdrukking zou zijn. Abraham wist dat dus. Er werd hem ook beloofd dat zijn nageslacht na die 400 jaar zou terugkeren naar het land. Dan wordt de rekensom vrij simpel. Izak werd 30 jaar na de belofte geboren, want we weten dat Abraham 100 jaar oud was toen hij Izak kreeg. Zijn vrouw was toen 90 jaar oud. Zo krijg je de periode: Izak werd in het jaar 2000 geboren. Op zijn zeventigste kreeg Abraham de belofte en 430 jaar later vond de uitocht plaats. Dat is 500 jaar later. Met andere woorden: de uitocht uit Egypte vond plaats in het jaar 2500. Dat is 50 keer 50. Als je vanaf het begin rekent met jubeljaren, was dit dus het vijftigste jubeljaar: vijftig in het kwadraat. Hoe mooi is de hele symboliek en de typologie die daarin meekomt. De Bijbel wijst daar niet eens expliciet op, maar degenen die het onderzoeken komen zulke goudkorrels vanzelf tegen. Schitterend! Zeventig en 430, dat is samen 500 jaar.
We gaan snel door die duizenden jaren heen, van de uitocht tot aan Salomo. Dat moet ik iets preciezer zeggen, want de Bijbel geeft een heel belangrijk gegeven in 1 Koningen 6 vers 1. Daar wordt vermeld dat Salomo de tempel begon te bouwen. David had al zijn voorbereidingen getroffen en kwam te overlijden toen hij 70 jaar oud was. Vervolgens nam Salomo het stokje over en in het vierde jaar van zijn koningschap begon hij met de bouw van de tempel. Er staat heel uitdrukkelijk bij dat dit het 480ste jaar na de uitocht was toen Salomo daarmee aanving. Het jaar van de uitocht weten we, dus 480 jaar later kom je in het jaar 2980. Dan dient zich de volgende vraag aan: hoelang heeft hij over de bouw gedaan? Er wordt vermeld dat hij de tempel in zeven jaar voltooide, maar over zijn paleis heeft hij dertien jaar gedaan. Er staat heel uitdrukkelijk bij dat de tempel en het paleis in één adem werden voltooid, twintig jaar na de aanvang van de bouw. Salomo, de zoon van David, regeerde in Jeruzalem. Hij mocht een huis voor God bouwen, maar bovendien werd zijn troon daar bevestigd en het paleis voltooid. Dat was dus in het jaar 480 plus die twintig jaar; in het 500ste jaar na de uitocht.
Er wordt iets heel bijzonders bijgezegd over het jaar dat hij de tempel en het paleis voltooide na die twintig jaren — 500 jaar na de uitocht dus. De Heer verscheen aan hem, voor de tweede keer trouwens. Hij was al eerder aan hem verschenen toen Salomo bad om wijsheid, maar de Heer verschijnt opnieuw aan hem in dat twintigste jaar na de voltooiing. Er staat vermeld dat hij ook een waarschuwing krijgt: als hij en zijn zonen zouden wandelen in de wegen van God, dan zouden ze gezegend worden, maar zouden ze daarvan afwijken, dan zouden ze ook weer uit het land gezet worden. Hij krijgt in dat jaar dus een heel uitdrukkelijke waarschuwing. Ook dit moment is een markant jaar. Dit was in het jaar 3000. Niet bij benadering, maar gewoon met precisie zoals we uitgaan van de Bijbelse gegevens: in het jaar 3000 kreeg hij deze waarschuwing en werden het paleis en de tempel voltooid. Dat was weer in dit markante jaar.
We gaan verder in de geschiedenis naar de periode van de koningen van Juda. Je kreeg een splitsing van het rijk in het tweestammenrijk en het tienstammenrijk. De troon in Jeruzalem bleef behouden voor het tweestammenrijk. Je leest dat er vanaf het moment dat Salomo zijn huis en de tempel had voltooid 430 jaren volgden tot aan de verwoesting van Jeruzalem. Dat was inderdaad 430 jaar. Dat blijkt als je de regeerperiodes van de koningen bij elkaar optelt. We weten gewoon hoe lang die koningen geregeerd hebben, vanaf zijn zoon Rehabeam tot de laatste. In totaal zijn er twintig koningen geweest en van elk van hen wordt de regeerperiode vermeld, zodat je die jaren gewoon bij elkaar kunt optellen. Dan kom je inderdaad aan 430 jaren.
De aardigheid is dat de optelsom van die koningen dat oplevert, maar in Ezechiël wordt daar op een symbolische wijze ook naar verwezen. In die hele merkwaardige geschiedenis moet Ezechiël uitbeelden dat Jeruzalem verwoest zal worden. Hij moest 390 dagen op zijn ene zijde liggen; het was heel illustratief onderwijs, zoals je vaker ziet bij de profeten. Vervolgens moest hij nog eens 40 dagen op zijn andere zijde liggen, in totaal 430 dagen. Er wordt uitdrukkelijk gezegd dat die 430 dagen een uitbeelding zijn van 430 jaar, waarna Jeruzalem verwoest zou worden. Via de koningslijst en via die optelsom kom je dus op 430 jaar vanaf de jaren van Salomo tot aan de verwoesting van de tempel.
Vervolgens was Jeruzalem 70 jaar verwoest en daarna kwam Kores. Tegen Jeremia was al heel uitdrukkelijk gezegd dat die verwoesting van Jeruzalem 70 jaar zou voortduren. Dat lees je prachtig vermeld in de geschiedenis van Daniël. Aan het einde van die periode maakt Daniël God daarop opmerkzaam — op een heel vreemde manier van formuleren natuurlijk: “U hebt gezegd 70 jaar”. Hij gaat op zijn knieën en nog voordat zijn gebed beëindigd is, krijgt hij al de garantie. Het woord om Jeruzalem te herstellen is reeds in vervulling gegaan door koning Kores. Hij liet het bevel uitgaan om Jeruzalem te herbouwen. Zo krijg je hier 430 plus 70 jaar, wat weer 500 jaar is. Dan zijn we in het jaar 3500 uitgekomen. Ziet u trouwens ook de symmetrie? Eerst hadden we het over 70 en 430, en nu over 430 en 70. Dat soort dingen bedenk je toch niet?
Maar de Bijbel reikt ze dan aan. Dan kom je in de dagen van koning Kores en dan ben je in wat in geleerde termen de intertestamentaire periode wordt genoemd. Dat wil zeggen: de periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Voor een groot gedeelte zijn dat eeuwen die in de historie niet beschreven worden, bijvoorbeeld de tijden van de Maccabeën enzo. Dat wordt in de Bijbel niet beschreven, maar ik moet erbij zeggen: profetisch wel.
Want waar ik zojuist op doelde: op het moment dat Kores het bevel geeft om Jeruzalem te doen herbouwen, krijgt Daniël weer een profetie. Er waren nu zeventig jaar voltooid en daar krijgt hij een profetie van Godswege te horen. Er wordt gezegd: vanaf dit moment gaan er weer zeventig tijdseenheden voorbij. Dan wordt er gesproken over zeventig weken. Zeventig jaarweken zullen er weer voorbijgaan die leiden tot de Messias. Daniël 9 vers 24 tot 27 zegt dat gewoon expliciet. We hebben daar in het verleden al heel wat keren bijbelstudies aan gewijd. Dus vanaf het moment dat het woord uitging tot herstel van Jeruzalem moet je rekenen. Dat is vanaf het jaar 3500.
En dan zouden er zeventig jaarweken volgen. Ik moet dat even kort toelichten, ik kan daar maar heel kort in zijn. Maar kijk, vanaf de dagen van Mozes kende men het hele fenomeen van het sabbatsjaar. Je hebt een week van zes dagen en de sabbat, maar je hebt ook jaren: zes jaren dat het land bewerkt wordt en het sabbatsjaar, het zevende jaar, ligt het land braak. Er wordt niets mee gedaan, er wordt niet gezaaid en niet geoogst. Dat is het sabbatsjaar. Na elke cyclus van zes jaren volgt een sabbatsjaar.
Maar dan nog iets. Zeventig jaarweken zouden 490 jaar zijn (70 x 7 = 490 jaar), maar je moet dan ook nog weten dat na zeven sabbatscycli — bent u er allemaal nog? — oftewel na 49 jaar, je een jubeljaar krijgt. Wij zeggen dan jubileum, maar ons woord jubileum komt gewoon van dit woord: jubeljaar. Dus na elke zeven jaarweken krijg je een jubeljaar. Na zeventig jaarweken heb je dus tien jubeljaren die je erbij moet rekenen. Je hebt dus 490 jaren plus die tien jubeljaren, dat is in totaal dus weer vijfhonderd jaren.
En die zeventig jaarweken lopen uit op de Messias. Daniël geeft zelfs expliciet deze belofte. Hij zegt dat er vanaf dat moment zeven en tweeënzestig jaarweken zullen passeren tot op Messias de Vorst. Messias, Mashiach, Christus; dat is op z’n Grieks, het ene is Hebreeuws, het andere is Grieks. Dus die zeventig jaarweken, oftewel die vijfhonderd jaren, leiden naar Christus. De Messias verschijnt in de zeventigste week, zodat de claim dat de Bijbel ons alle informatie verschaft om een tijdlijn te maken vanaf Adam tot aan Christus inderdaad perfect blijkt te kloppen.
Dit alles met deze aantekening: dat die laatste periode eigenlijk in profetie wordt gegeven, dat wil zeggen vooruitziend. Maar in feite maakt dat in de Bijbel geen verschil. Ik bedoel: God vermeldt de toekomst alsof het verleden is. Hoe staat het er? ‘Die vanaf het begin de afloop verkondigt.’ Ja, dan maakt het niet uit. Hij zegt: zo zal het gaan. En die zeventig jaarweken worden zelfs nog onderverdeeld. Goed, ik ga die details niet geven, je krijgt toch al heel wat te verstouwen vanmorgen in deze warmte, zeker als je er niet erg vertrouwd mee bent. Maar dit is toch wel bijzonder, of niet?
Dat je dus een periode van Adam tot Abraham krijgt van 2000 jaar, wat eveneens het sterfjaar van Noach was. En dan vervolgens een periode van 500 jaar tot aan de uittocht. Vervolgens weer een periode van 500 jaar tot aan de bekroning van Salomo, de voltooiing van zijn huis en tempel. En dan weer 500 jaar tot aan Kores en dan weer 500 jaar tot aan Christus. Vier keer 500 jaren.
Die aantekening moet ik nog even bijmaken: in de zeventigste week zou de Christus verschijnen. Over die week hebben we hier ook meerdere keren bijbelstudie gegeven. Want heel vaak wordt die zeventigste week in de toekomst geplaatst. Heb ik ook gedacht, maar ik ben ervan teruggekomen. Ik geloof dat het volledig vervuld is in het verleden. Midden in de week vond kruis, opstanding en hemelvaart plaats. In Daniël 9 vers 27 wordt dat vermeld, dat wil zeggen halverwege die jaarweek.
Oké, dus de zeventigste week voltooit het jaar 4000. En nu zijn wij inmiddels nog weer een tijdje verder. We hebben het dan over Messias de Vorst die verscheen en Hij deed slachtoffer en spijsoffer ophouden enzovoort. Jawel, maar nu zijn we weer een heel aantal jaren verder. En hoe nu verder? Ook dat moet de profetie logischerwijs vermelden. Want dat kan onmogelijk in de Bijbel als geschiedenis vermeld worden, omdat de Bijbel zelf al zo’n 2000 jaar geleden is afgesloten.
De Derde Tweeduizend Jaar: de Profetie van Hosea ↑ hoofdstukken
Oké, dus dan krijg je de vraag: van Christus tot aan de wederkomst. Dit is materie waar we natuurlijk wel… Ja, dat geldt voor alles wat ik nu naar voren breng, maar nu worden de dingen wat bij elkaar gebracht. Je vindt met name in Hosea 5 en 6 een geweldige profetie, die op talloze wijzen wordt geïllustreerd in typen. Daar ga ik nu vanmorgen helemaal aan voorbij. Dat doet me pijn, want ik vind dat namelijk zo geweldig, maar het gaat me nu puur even om de harde gegevens. Je leest in Hosea 5 en 6 dat Yahweh aankondigt Zich terug te trekken naar Zijn plaats. In de praktijk betekent dat gewoon: Hij gaat weer terug. Hij trekt Zich terug in de hemel en Hij verbergt Zijn aangezicht, is de Bijbelse gedachte dan; Hij laat Zich niet zien.
En dan wordt daar heel cryptisch de profetie gegeven: “Na twee dagen…” Na twee dagen zal Hij ons – en dan gaat het over Israël – levend maken. Israël wordt dan als dood beschouwd, zonder levende verbinding met God. Ze verkeren bovendien buiten het land in de ballingschap. Maar na twee dagen wordt daar die belofte gegeven: zal Hij ons levend maken? En ten derde dage zal Hij ons oprichten. Een opstanding op de derde dag kennen wij natuurlijk maar al te goed, maar dan gewoon in termen van dagen van vierentwintig uur. Hier wordt het echter op een cryptische wijze gezegd: Israël zal twee dagen als dood zijn, in het graf, als dorre doodsbeenderen om een ander beeld te gebruiken, in de verstrooiing. Maar ze zullen worden opgericht. Ten derde dage zal Hij ons oprichten, zo zeker als de dageraad, dat wil zeggen als de zonsopkomst. En dan komt Hij tot ons. Met andere woorden: de Heer trekt Zich terug gedurende twee dagen en daarna zal Hij komen tot Zijn volk en hen oprichten op de derde dag. Dan zullen ze leven voor Zijn aangezicht, maar dan ook definitief. Het wordt dus heel duidelijk in een groots profetisch perspectief geplaatst.
Dan krijg je natuurlijk de bekende vraag: wat betekent dat dan, een dag voor de Heer? Want dat het niet gaat over etmalen van vierentwintig uur, is onmiskenbaar. Maar hoe rekent God? Die vraag wordt in feite in het Oude Testament ook al beantwoord, maar vooral in het Nieuwe Testament, als Petrus aan het einde van zijn leven een waarschuwing geeft. Hij zegt dat er een tijd gaat komen dat men zal zeggen: “Waar blijft de belofte van Zijn komst?” Hij zegt dat het hen willens en wetens ontgaat, maar dan zegt hij ook: “Dit ene mag u echter niet ontgaan, geliefden, dat één dag voor de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.” Hij herhaalt de waarheid eigenlijk dubbel; hij spreekt twee keer over een dag en twee keer over duizend jaar, en dat is voor de Heer hetzelfde. Dus hoe rekent God? Een dag is als duizend jaar voor Hem.
Zo’n profetie die heel cryptisch lijkt – na twee dagen komt Hij weer terug tot ons en zal Hij ons oprichten – wordt ineens concreet. Want dan betekent het gewoon: twee dagen is tweeduizend jaar. En dan krijg je opnieuw de structuur van tweeduizend jaren: tweeduizend jaar van Adam tot Abraham, tweeduizend jaar van Abraham tot Christus, en tweeduizend jaar vanaf Christus tot aan Zijn terugkeer. Drie keer tweeduizend jaar dus. Daar doet zich nog iets bijzonders bij voor, want die drie keer tweeduizend jaar zijn in totaal zes dagen. Zes dagen van duizend jaar. En wat krijg je na de zesde dag? Dan krijg je een zevende dag, en dat is de grote shabbat. De zevende dag is eveneens een dag van duizend jaren; dat wordt expliciet in de Openbaring beschreven. In de Openbaring vinden we de duizend jaren waarin satan gebonden wordt en niet in staat zal zijn om de volkeren te verleiden. Over die duizend jaren is in de loop der geschiedenis natuurlijk al heel veel te doen geweest, maar dat laten we gewoon allemaal even voor wat het is.
Deze periode van tweeduizend jaar wordt profetisch beschreven als twee dagen, en het geheel vanaf Adam gerekend is dan ook volstrekt sluitend. Dan krijg je dus niet zozeer alleen de periode vanaf Christus’ heengaan tot aan Zijn terugkeren van tweeduizend jaar, maar vanaf Adam gerekend zijn dat zes millennia. Waarna natuurlijk de vraag volgt… u weet dat ik altijd pas heel laat bij mijn punt kom, maar ik moest dit natuurlijk opbouwen: waar bevinden we ons nu? Dat is de grote vraag.
Ik moet weer eventjes inzoomen op die zeventigste jaarweek, waar ik het al even over heb gehad. Die zeventigste jaarweek begint als de Messias Zich aandient, namelijk bij Zijn doop door Johannes. Dat wordt in de Bijbel heel specifiek benoemd, Jezus’ doop, en dat is in het jaar 3993 AH. Drieënhalf jaar later sterft Hij. Zijn bediening hier op aarde heeft drieënhalf jaar geduurd; dat is algemeen bekend. Dat is dus het jaar van Zijn sterven en Zijn hemelvaart; daar zit natuurlijk maar een paar weken tussen. En nog weer drieënhalf jaar later vindt de steniging van Stefanus plaats, maar ook de roeping van Paulus. En dat is dan in dat jubeljaar, het jaar 4000 AH, het tachtigste jubeljaar feitelijk. In het jaar 3996 AH vindt dus de dood, opstanding en hemelvaart van de Heer Jezus plaats. Hebben jullie dat? Oké. Dat was dus in het jaar 3996 AH, drieënhalf jaar voorafgaand aan dit jubeljaar, waarna we vervolgens iets moeten achterhalen. En hier wordt het tricky.
De Koppeling met Onze Westerse Jaartelling (ad) ↑ hoofdstukken
Tot dusver hebben we ons uitsluitend met Bijbelse gegevens beziggehouden, maar nu willen we natuurlijk ook weten hoe we dit naar onze tijd moeten vertalen. Wij rekenen immers niet meer met Anno Hominis-jaren vanaf Adam, of Anno Mundi zo u wilt. Nee, wij gebruiken de AD-jaartelling. Wat betekent dit dan in onze jaartelling? Om dat te weten, moet je een ijkpunt vinden van wanneer een bepaalde gebeurtenis plaatsvond. Dat punt vind ik inderdaad in het jaar waarin de Heer stierf, opstond en ten hemel voer. Ik ga ervan uit dat dit overeenkomt met het jaar 30 AD. Wat ik nu zeg is vrij gangbaar en niet echt omstreden. Sommigen zeggen dat het in het jaar 31 was, anderen noemen 32, en er zijn er ook een paar die zeggen dat het in het jaar 33 was, maar de variatie is eigenlijk verwaarloosbaar.
Ik ben wel vrij stellig van mening dat het in het jaar 30 was, mede omdat dit precies veertig jaar vóór de val van Jeruzalem in het jaar 70 viel. Die periode van veertig jaar is ook weer heel betekenisvol, maar dat ga ik nu verder niet aantonen. Ik ga dus uit van het jaar 30 van onze jaartelling als het jaar waarin de Heer stierf, opstond en ten hemel voer. Ja? Oké. Maar dat betekent dus dat het jaar 33-34 het jaar 4000 Anno Hominis was. Heeft u dat?
Als 33-34 AD het jaar 4000 was—ik zeg 33-34 omdat onze jaren niet helemaal parallel lopen met de AH-jaren—dan moeten we rekening houden met het feit dat een Bijbels jaar in het najaar begint, in september op 1 Tishri. Als we bijvoorbeeld kijken naar 2026, dan verspringt het Hebreeuwse jaar ergens in september of oktober. Daar moet je dus rekening mee houden als je het, zoals dat met een mooi woord heet, converteert; wanneer je de ene jaartelling naar de andere overzet. Maar het najaar van 33 en het jaar 34, dat is het jaar 4000 Anno Hominis. Dat betekent dus, en daar heb je niet eens een rekenmachine voor nodig, dat in 2033-34 het jaar 6000 valt.
Dit is trouwens op zich geen nieuw gegeven. Toen ik tien jaar geleden deze Bijbelstudies gaf, zei ik hetzelfde al. Het komt nu echter heel dichtbij op het moment dat je ons jaar er gewoon aan gaat linken. Eigenlijk is dit feitelijk het antwoord op de vraag: als dit correct is, dan bevinden we ons nu in mei 2026 in het jaar 5992 Anno Hominis. We zijn dus nog acht jaar verwijderd van het jaar 6000.
Ik heb hier expres in rode letters een grote disclaimer bij gezet, zodat niemand mij hier ooit op kan vastpinnen: de koppeling met de AD-jaren is geen Bijbels gegeven, maar een benadering. Ik profeteer dus niets; ik ben geen profeet, maar ik geloof de profeten. Ik reken hier niet óp, maar ik reken erméé. Dat is een heel groot verschil. Je moet er trouwens ook nog bij rekenen dat het zevende millennium begint in 6001. Van 1 tot 1000 is het eerste millennium, dus 1001 is het begin van het tweede. Het zevende millennium begint dus in 6001. Daar moet je ook bij rekenen dat, áls dan inderdaad de duizend jaren aanvangen, er ook nog zaken aan voorafgaan. Er is een grote verdrukking van 1260 dagen, en je hebt ook nog de ‘dag van toorn’ waar we het nog eens over gaan hebben. Er zal een ‘jaar van vergelding’ zijn. Dus als we het hebben over het moment van de wegrukking, dan ligt dat nog daarvóór.
Ik moet er meteen bij zeggen, en daar wil ik nu even op wijzen: ik heb er soms moeite mee om deze dingen naar voren te brengen, omdat ik weet dat mensen ermee op de loop gaan. Ik krijg dit dan voor mijn voeten geworpen, daarom deze uitdrukkelijke disclaimer. Er zijn mensen die op basis hiervan hun hele hypotheek of pensioen gaan herzien; ik adviseer u dat niet te doen. Maar dat moet u natuurlijk zelf weten. Het moet allemaal gewoon nog blijken. Ik ben daar heel nuchter in en ik ben God dankbaar voor het feit dat ik al heel wat desillusies op dit gebied heb meegemaakt, want dat maakt mij nuchter. U vindt dit misschien niet nuchter, maar dit is echt een nuchtere berekening die ik nu maak. Wat het waard is, moet blijken. We houden onze ogen open, maar ik pin mij hier niet volledig op vast en dat moet u vooral ook niet doen. Maar reken er wel mee; dit zijn de Bijbelse gegevens.
Het zal blijken. Ook de komende jaren zullen bepaalde zaken al dan niet gefalsificeerd worden als we het hebben over de rol van Babel en de tempelbouw. Er zijn heel veel dingen die je met het oog op deze jaartallen gaat verwachten, en we zullen het zien. In feite zeg ik: wees wakker. Je kunt door zo’n jaartal namelijk ook weer gaan slapen, zo van: ‘Oh, dan duurt het nog even.’ Maar je moet gewoon wakker blijven. We zeggen niet ‘ik ben wakker omdat ik geloof dat…’, want dan ben je helemaal niet wakker. Snapt u?
Dat is net als bij de dames onder ons, of in ieder geval een groot aantal van u die daar ervaring mee hebben: je bent zwanger en je gaat naar de gynaecoloog. Op een gegeven moment krijg je een uitgerekende datum. Je gaat dan niet naar de gynaecoloog om te zeggen dat je die dag zult bevallen; ik heb wel eens begrepen dat slechts 5% van de vrouwen precies op de uitgerekende datum bevalt. Maar is zo’n datum dan waardeloos? Nee, het is een indicatie, een aanwijzing. God is wel wat preciezer dan een gynaecoloog, dat is waar. Ik twijfel ook niet aan Gods Woord, begrijp me goed, maar ik heb wel een gezonde twijfel bij mijn eigen berekening, zoals bij de omzetting naar de AD-jaartelling. Daar steek ik mijn hand niet voor in het vuur. Niet dat ik reden heb om er echt aan te twijfelen, maar het blijft een conclusie en het moet blijken. En dan wil ik toch nog eventjes ergens op wijzen… Nou, u hebt de tijd hè? Dat weten we nu. Ik ga ervan uit dat u nog de tijd hebt.
Buitenbijbelse Bronnen over het Zevende Millennium ↑ hoofdstukken
Ik wilde dit toch even vermelden, want als u denkt dat dit een uitvinding is van André Piet, dan bent u niet goed op de hoogte. Ik wil namelijk nog wat buitenbijbelse bronnen aanhalen die in dit verhaal heel frappant zijn. Neem nu de Encyclopedia Britannica, een algemeen onverdachte bron. Daarin wordt over de Talmud geschreven dat de visie die het meest veelvuldig naar voren wordt gebracht met betrekking tot de chronologie, is dat het Messiaanse Rijk duizend jaar zal duren. In de Talmud wordt gesteld dat de wereld zesduizend jaar zal arbeiden en zwoegen, en dat dan de duizendjarige Sabbatsrust zal aanbreken voor het volk van God in het koninkrijk van de Messias. Dat is de gangbare gedachte die in de Talmud al naar voren wordt gebracht; dan hebben we het nog niet eens over christelijke bronnen.
In de Jewish Encyclopedia wordt hierover gezegd dat het vers ‘duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren’ uit Psalm 90 het idee suggereert dat de tegenwoordige wereld van arbeid zal worden opgevolgd door een Sabbats-millennium. De komende wereld, de Olam Ha-Ba zeggen de Joden dan. Deze zes millennia zijn onderverdeeld in drie perioden: de eerste 2000 jaar zonder de wet – dus voor Mozes, wat trouwens niet helemaal klopt, maar goed – de volgende 2000 jaar onder de heerschappij van de wet, en de laatste 2000 jaar als voorbereiding voor de heerschappij van de Messias te midden van strijd en catastrofes. Dit komt niet van de GoedBericht-website, dit staat gewoon in de Jewish Encyclopedia.
Dan hebben we Irenaeus. Hij was een leerling van Polycarpus, die op zijn beurt de apostel Johannes nog gekend zou hebben. Hij schrijft in zijn boek ‘Tegen Ketterijen’, dus echt aan het begin van onze kerkgeschiedenis: “In zoveel dagen als de wereld is gemaakt, in zoveel duizend jaar zal het worden voltooid. Want de dag des Heren is als duizend jaar en in zes dagen is de schepping compleet gemaakt. Dus is het duidelijk,” schrijft deze Irenaeus, “dat zij ook voleindigd zal worden na 6000 jaar.” Ik vind dit een vrij gewaagde conclusie, maar niettemin kan ik er wel wat mee. Ook de brief van Barnabas, een geschrift van een kerkvader van rond het jaar 200 na Christus, vermeldt dit. Hij schreef: “Let op kinderen, want Hij bedoelde met ‘in zes dagen voltooide Hij’ dit: dat de Here in 6000 jaar alle dingen tot een einde zal brengen.”
Maarten Luther wil ik ook nog even noemen. Hij schreef in 1540, dus drieëntwintig jaar na de stellingen van de slotkapel van Wittenberg, een boek met de titel ‘Berekeningen van de jaren van de wereld’. Hij heeft het in het Latijn geschreven, dus daar word ik zelf niet zoveel wijzer van, maar ik heb er wel een vertaling van. Luther berekent daarin, net zoals Ussher dat deed, in welk jaar we zitten. Hij komt tot de conclusie dat het jaar waarin hij dit publiceerde het jaar 5500 was, zodat volgens Luther het jaar 6000 in 2040 zou vallen. Dat wijkt iets af van onze berekening, maar ik vind het wel apart. In het voorwoord van dat boek staat namelijk: “De wereld zal 6000 jaar bestaan: 2000 jaar in ledigheid, 2000 jaar voor de wet en 2000 jaar voor de Messias.” Er zitten natuurlijk wat afwijkingen in, maar de verdeling van drie keer 2000 jaar is evident.
Als Luther nu geleefd zou hebben en hij nog steeds bij zijn berekening zou blijven, dan zou er in feite niet zoveel veranderen. Als je gewoon de Bijbel neemt, die verandert immers niet, dan zijn de gegevens heel apart. Kijk het maar na: al die berekeningen over het jaar 6000 komen allemaal rond deze tijd uit, weliswaar met fluctuaties. De Jehovah’s Getuigen kwamen uit op 1975, maar het zit allemaal in dezelfde hoek. Als je er heel globaal naar kijkt, dan zie je nauwelijks nog verschil.
Conclusie: de Tijd Is Nabij, Wees Nuchter en Waakzaam ↑ hoofdstukken
Het wordt nu tijd om naar de achtergronden te kijken. Wat ik eigenlijk bedoel te zeggen, is dit: volgens de Bijbelse berekening zoals ik het versta – en zoals u het mag en moet controleren en checken – is het jaar 5992 aangebroken. Dat betekent dat het jaar 6000 wel heel nabij is. Drie keer twee millennia zijn bijna voorbij en het zevende millennium is daarmee aanstaande, en daarmee ook de ‘derde dag’.
Wat ik hier vertel, is in feite niet nieuw; we hebben het er al zo vaak over gehad hoe bijzonder dit is. We hebben het vaak over de bijzondere dingen die er plaatsvinden, zoals alles wat er in de afgelopen eeuw heeft plaatsgevonden in het Midden-Oosten. Al die stukken die duizenden jaren niet op het schaakbord hebben gestaan, zijn allemaal weer op de kaart gezet en spelen zo’n prominente rol. Er moeten ook nog dingen gebeuren waar we het net al even over hadden, maar het is allemaal zo logisch dat dat juist in deze tijd zich aandiende, want de termijn verstrijkt. Feitelijk hebben we het vanmorgen alleen maar over de termijn gehad, over de chronologie, en niet eens over de gebeurtenissen die ook in die richting wijzen. Maar als alles die richting wijst, dan moet het toch heel duidelijk zijn: de tijd is nabij.
Nogmaals, ik steek mijn handen niet in het vuur voor het exacte jaar, dat zeg ik nog een keer als disclaimer. Maar dat neemt niet weg dat de tijd zeer nabij is. Ik prijs mezelf gelukkig en ik prijs u ook gelukkig dat wij in deze tijd mogen leven. Duizenden jaren heeft men uitgekeken naar deze tijd. En weet u wat ik nou zo frappant vind, maar ook wel weer een bevestiging? In de christenheid is men compleet de weg kwijt; men is hier blind voor. Ja, ze maken zich wel druk over deze wereld, want er gaat van alles mis met het klimaat en weet ik veel wat, en daar moeten we dan zogenaamd zoveel aan doen. Dat is dan de ‘evangelische variant’.
Maar lieve mensen, we hebben een God. Hij heeft Zijn Woord gegeven en dit zijn de zaken waar wij op rekenen: op Zijn Woord. We rekenen niet alleen met onze eigen berekeningen, we rekenen gewoon met Zijn Woord. En met nuchterheid zijn we wakker en kijken we uit naar die grote dag. Ik moet hier nu echt een punt zetten, want we zitten inmiddels 65 minuten na de aanvang van deze studie. Maar is het niet apart hoe bijzonder deze dingen zijn?
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews