GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

compleet in Christus (4)

14-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Maarn

In Kolosse probeerden predikers voet aan de grond te krijgen door filosofieën en tradities te promoten onder het voorwendsel dat het deze ons geloof zouden kunnen verrijken en completeren. Een fataal misverstand, want een ieder die Christus Jezus als Heer erkent, is compleet in Hem. Geen enkele instantie, ceremonie of rite voegt daar ook maar iets aan toe.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De apostel Paulus benadrukt in zijn brief aan de Kolossers dat gelovigen de volledige volheid in Christus hebben ontvangen. Wie Hem als Heer erkent, is compleet in Hem en hoeft daar niets aan toe te voegen door middel van filosofie, menselijke tradities of religieuze schaduwen. Deze menselijke overleveringen en rituelen zijn slechts kinderlijke eerste beginselen die de aandacht afleiden. Alles wat nodig is aan wijsheid, kennis en vrijheid is reeds overvloedig en uitsluitend in Hem te vinden.

“In Christus Jezus ligt alles besloten en als je Hem ontvangen hebt, dan heb je dus alles.”

Introductie en Terugblik: Alles in Hem Ontvangen ↑ hoofdstukken

We hebben ons nu al een drietal keren beziggehouden met dit overkoepelende thema ‘compleet in Christus’. Ik houd er altijd rekening mee, zeker tijdens deze vierde bijeenkomst op zondagochtend, dat er een heel aantal mensen zijn die hier nu zomaar binnenvallen en dat het voorgaande hun dus ontgaan is. Daarom wil ik het alsnog zo toegankelijk mogelijk neerzetten. Het zijn vijf bijeenkomsten waarbij we telkens bepaald worden bij het begrip volheid, vervulling of compleetheid, zoals Paulus dat in de Kolossebrief naar voren brengt. Juist omdat dit begrip zo’n centrale rol speelt in die brief, is het thema heel representatief voor de wijze waarop Paulus dat belicht. Namelijk: dat in Christus — Hij die door God is opgewekt uit de doden en op de allerhoogste plaats is verheven, momenteel in het onzienlijke in de hemel — alles in Hem te vinden is. En ook dat alles in Hem ontvangen is voor degenen die Hem nu al kennen.

Dit keer is het subthema ‘De Volheid verkregen in Hem’. We zullen zien dat die uitdrukking straks ook in de lezing in hoofdstuk 2 aan de orde komt. Misschien is het ook nog goed om even kort aan te stippen wat we tot dusver hebben gezien. De eerste avond hebben we ingezoomd op Kolosse 1, waar Paulus zijn gebed uitspreekt. Hij dankt niet alleen God voor wat hij had vernomen van zijn medewerker Epafras — dat het evangelie daar met enthousiasme en blijdschap was ontvangen en hoe het vrucht droeg — maar hij heeft ook een gebed voor hen. Niet als het gaat over de aardse omstandigheden, want dat zit wel goed; God regelt dat en geeft wat we nodig hebben. Daar is Paulus heel lang uniek in. Maar wat hij wel doet, en dat loopt eigenlijk als een rode draad door dit weekend, is bidden dat we ook zouden verstaan en vooral zouden beseffen en realiseren wat we hebben.

Het woordje epignosis speelt daarin een grote rol. Het is gebaseerd op kennis — je weet het — maar het is meer dan dat; het overtreft dat. Het heeft alles te maken met het je realiseren wat je hebt. Het gebed van de apostel Paulus is telkens weer dat zijn luisteraars en lezers — en dat zijn wij dus nu ook — zouden beseffen wat de geweldige waarheid van het evangelie inhoudt en dat we daarmee zelfs vervuld zouden worden. En bij ‘vervuld’ heb je weer dat woord van volheid. U had natuurlijk al het plaatje gezien van zo’n overvloeiende bron. Dat illustreert schitterend waar we het over hebben: levend water, bruisend, en er is genoeg! Er is een overvloed zelfs; dat is meer dan genoeg. Het is vol, maar het is zelfs nog meer dan dat: overvloeiend.

Gisterochtend hebben we ons beziggehouden met een vijftal verzen waarin Paulus belicht en eigenlijk ook jubelt — nou, dat is niet helemaal het juiste woord — hij zet uiteen wat de geweldige glorie is van Gods Zoon. Wie is Hij dan wel? Hij staat aan het begin en door Hem gaat God Zijn plannen realiseren. De geweldige glorie van Gods Zoon is uitnemend. Hij is de Eerstgeborene van elk schepsel en door Hem gaat God alles tot volheid brengen en al Zijn plannen realiseren.

Gisteravond hebben we ons met het slot van hoofdstuk 1 en het begin van hoofdstuk 2 beziggehouden. De uitdrukking die toen centraal stond, is dat in Christus alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Dat is de waarheid. Het staat niet in de kranten en het wordt niet bij het nieuws vermeld; nee, het is allemaal verborgen. Ons leven is ook verborgen, zo hoort het ook. Maar dat neemt niet weg dat alle schatten van wijsheid en kennis in Hem verborgen zijn. Dat betekent dus, als je het andersom zegt, dat er buiten Hem om geen schatten van wijsheid en kennis zijn. Daar zullen we vanmorgen nog wat meer op inzoomen.

Paulus zet ook uiteen dat aan hem het voorrecht is verleend om het Woord van God te completeren, te voltooien en tot volheid te brengen. Hij heeft eigenlijk ook de laatste hand gelegd aan de Bijbel — ik denk zelfs letterlijk, maar dat is nu niet zozeer aan de orde — waardoor hij het geheim dat aan hem onthuld is, wereldkundig kon maken, maar ook op schrift kon stellen. Dat zijn al van die thema’s die gisteravond aan het licht kwamen.

Christus Jezus de Heer Ontvangen als Eigenaar van Allen ↑ hoofdstukken

In deze samenkomst is het onderwerp dat wie in Christus is, compleet is. Dat wil ik graag eens uiteenzetten aan de hand van woorden die Paulus in de brief aan de Kolossers optekent. We beginnen te lezen in vers 6, uit de MG-vertaling. Als het gecursiveerd is, dan wijk ik daar wel van af. Hij zegt dit: “Nu jullie Christus Jezus de Heer ontvangen hebben…” Hij spreekt zijn lezers aan; zij waren gelovig. Maar hoe kwam dat? Dat kwam omdat het Woord tot hen kwam en God hun ogen, hun oren en hun hart daarvoor heeft geopend. Je ontvangt het dus. En dan zegt hij: “Nu jullie Christus Jezus de Heer ontvangen hebben, wandelt in Hem.”

Het is de moeite waard om daar specifiek aandacht aan te geven: Christus Jezus de Heer. ‘Christus Jezus’ is een typisch paulijnse uitdrukking. Meestal lezen we ‘Jezus Christus’, zoals we dat vaker in het Nieuwe Testament tegenkomen. Maar een stuk of honderd keer lezen we de term ‘Christus Jezus’ en het is altijd Paulus die Hem zo noemt. Het is niet zo gek als je daarover doordenkt dat dit typisch een uitdrukking is die bij hem past. Waarom? Wel, hij is niet onderwezen door Jezus hier op aarde. Het is nog maar zeer de vraag of hij Hem überhaupt ooit gezien heeft. En áls hij Hem al gekend heeft ‘naar het vlees’, dan zegt hij zelf in 2 Korinthiërs 5 dat hij Hem thans zo niet meer kent. In ieder geval leerde hij Hem kennen op de weg naar Damascus, u weet het wel. Toen werd hij met hemels licht overstraald. Hij zei: “Wie bent u, Heer?” En het antwoord was: “Ik ben Jezus die jij vervolgt.” Dus hij leerde Hem kennen als de Christus, de Opgestane. Wie is dat dan? Dat is Jezus die hier op aarde wandelde, stierf en gekruisigd werd. Het geeft eigenlijk de volgorde aan waarin Paulus Hem heeft leren kennen: namelijk als de Christus die inderdaad Jezus is. Het is echt een term die bij hem hoort, typisch paulijns.

“Nu jullie Christus Jezus de Heer ontvangen hebben…” Dat ligt in het verleden. In Handelingen 2:36 staat het heel mooi beschreven. Dat moet u onthouden – nou ja, u moet niets, maar ik beveel u aan om het te onthouden. Daar lees je dat Petrus zijn volksgenoten op het tempelplein aanspreekt op de pinksterdag. Dan zegt hij: “Deze Jezus, die jullie hebben gekruisigd…” Dat was toen nog zeer recent, een week of zeven eerder. “Die jullie hebben gekruisigd, die is door God zowel tot Heer als tot Christus gemaakt.” Dat heeft ermee te maken: jullie hebben Hem gekruisigd, dat was wat jullie deden. Maar God heeft Hem juist verhoogd. Precies op de dag die daarvoor was uitgezocht, de dag van de eerstelingsgarve, heeft God Hem als Eersteling eens voor altijd opgewekt uit de doden. Hij heeft Hem tot Christus gemaakt, tot de beloofde Messias. ‘Christus’ is daarom echt een titel die bij de Verhoogde hoort. Het is geen naam, het is een titel, en die is Hem toegekend krachtens Zijn opstanding.

Dat heeft ook alles te maken met het feit dat Hij Heer is. Hij is gemaakt tot Christus en tot Heer. ‘Heer’ betekent: Hij is de Eigenaar, de Kyrios. Hij bezit alle dingen. Aan Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. In feite is dat wat een gelovige ook is: iemand die in Christus geheiligd is, een geroepene. Dat is niet simpelweg iemand die ‘gelooft in Jezus’. Ik hoor dat zo vaak, en meestal bedoelt men daarmee de Jezus die hier op aarde gewandeld heeft, om Hem na te volgen in de boodschap van liefde en goed zijn voor elkaar. Ik sla het een beetje plat, dat weet ik, om het even duidelijk neer te zetten. Maar dat is niet wat een gelovige is. Een gelovige is iemand die gelooft dat Jezus, die hier op aarde wandelde, de naam Jezus droeg en gekruisigd is, door God is opgewekt uit de doden en daarom ook Heer en Christus is. Dat is wat een gelovige is. Paulus zegt in de Romeinenbrief dat als je met je mond belijdt dat Jezus Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, je behouden zult worden. Dat is hetzelfde. Omdat God Hem uit de doden heeft opgewekt, is Hij Heer.

Ja, Hij is Heer van allen. Want dat is dan ook nog een vraag. Ik zei net iets over “ik geloof in Jezus”. Men praat altijd maar over “Jezus”. In de evangeliën lees je inderdaad altijd de naam Jezus, maar kijk maar eens in de brieven en in Handelingen: als Hij benoemd wordt, is het bijna altijd ‘de Heer Jezus’ of ‘Christus Jezus’ of ‘de Heer Jezus Christus’. Je geeft Hem daarmee de eer die God Hem heeft gegeven. Dat is heel karakteristiek. Dat jullie Christus Jezus de Heer ontvangen hebben, dat is precies wat je tot een gelovige maakt.

En Hij is de Heer. Dan moet ik er inderdaad nog iets aan toevoegen: Hij is de Heer van wie? Van allen. Zo zegt Paulus dat ook in Romeinen. Hij is Heer, niet alleen ‘over’, maar letterlijk ‘van’ allen. Hij bezit u, u bent Zijn eigendom. Ik weet het, ik heb zelf op de achtergrond ook Zondag 1 van de Heidelberger Catechismus meegekregen. Daar is de vraag: “Wat is uw enige troost in leven en in sterven?” Ik zie nu iets wat u niet ziet, maar ik zie mensen in de zaal knikken; ja, die kennen de tekst: “Dat ik het eigendom ben van mijn getrouwe Zaligmaker.” Ik weet niet wat de exacte formulering is, maar zoiets heb ik ook geleerd. Daar heb ik trouwens geen kritiek op, want dat is inderdaad waar.

Maar ik heb een verrassing voor u. Een heleboel mensen toben hun hele leven met de vraag: “Ben ik wel Zijn eigendom?” Ik heb een goed bericht voor u: daar hoeft u geen vragen over te hebben. Het evangelie is juist de boodschap die niet de vraag stelt: “Bent u al…?” of “Is Hij al uw Heer?” Vaak heb ik dat gehoord in evangelische kringen: “Is Hij al uw Heer?” Nou, dat is helemaal de vraag niet. Het is namelijk een mededeling: Hij ís jouw Heer! Of je het nu erkent of niet, Hij is jouw Heer. Dat wil zeggen: je bent Zijn eigendom en Hij gaat dan ook met jou doen wat Hij wil. Want dat is de consequentie. Hij gaat met jou doen wat God op Zijn hart heeft, wat Zijn missie is, namelijk om allen tot die erkenning te brengen.

Laat ik dat dan ook even zeggen: ik weet niet hoe u hier op uw stoel zit, in welke hoedanigheid en wat er in u omgaat. Het kan zijn dat u zegt: “Nou, wat jij tot dusver gezegd hebt, dat is niet aan mij besteed.” Dan kan ik u dit vertellen: Degene over wie ik het nu heb, die is uw Heer. Dat is weer een mededeling. En ik weet ook dat er een moment gaat komen dat jij, of u, Hem zo van harte gaat erkennen en dat je je knieën zult buigen. Dat zal allemaal zijn tot eer van God de Vader. In feite loopt de hele wereldgeschiedenis, al die aionen, uiteindelijk uit op één groot universeel halleluja. En dan zal beleden worden: “Jezus is Heer!”

Ja, dat is de boodschap. En ook al zeg je dat je het allemaal moeilijk vindt en dat het zo ingaat tegen alles wat je altijd geleerd hebt; één ding zul je niet kunnen ontkennen: als dit waar is, dan is dat echt een heel goed bericht. Want dat betekent namelijk dat elk creatuur daar komt waar de God van liefde, die van Zijn schepping houdt, elk creatuur wil hebben. Hij gaat alles daar brengen waar Hij het hebben wil. Succes verzekerd! Ja, daar word ik automatisch blij van. Op het moment dat je dat gelovig herkent, ga je ook zeggen: “Wauw, geweldig!” Nou ja, ik zou zeggen: wordt vervolgd. En dan?

Geworteld, Opgebouwd en Overvloeiend in Dankzegging ↑ hoofdstukken

Nu gij Christus Jezus de Heer ontvangen hebt, wandelt in Hem. Het idee is dat wie in Christus Jezus is, Hem nu ontvangen heeft als zodanig. Ik bedoel dat jij tot herkenning daarvan bent gekomen. Dat is geen verdienste, geen prestatie, het is ook niet uw keuze die daarbij de toevoer bepaalt. Dat mag je nu al geloven. Dan ben je een eerste – maar jij bént al een eerste. Maar als dat dan zo is, wat volgt daar dan uit? Wat moet daar nou aan toegevoegd worden? Nou niks, wandelt daar gewoon maar in, want je hebt namelijk alles. Dat is juist de centrale boodschap in deze hele brief. In Christus Jezus ligt alles besloten en als je Hem ontvangen hebt, dan heb je dus alles. Dat is geen theorie, dat is juist ook praktijk. En het heeft enorme praktische consequenties, want het betekent dat er niets is wat jij nog zou moeten doen om bij Hem te komen. Want je bent in Hem compleet. Nou, en dat betekent wat, hoor!

Laten we even verder lezen. Paulus zegt eigenlijk als vaststelling: “geworteld zijnde”. En dan ga ik net weer iets taalkundigs zeggen, maar het is wel interessant: dat is de voltooid tegenwoordige tijd. Dat betekent: jullie zijn geworteld. We zouden kunnen zeggen: jullie hebben je vastheid gevonden in die voedingsbodem, in deze waarheid. De genade van God in waarheid ontvangen, dat is een voldongen feit. Dat is zo. En als je daar staat, dan gaat een plant zijn wortels uitslaan en die blijft gewoon staan. En dat is ook precies de bedoeling. Het is niet de bedoeling dat je verder komt – dat klinkt misschien vreemd – nee, de bedoeling is juist dat je geworteld wordt en in die voedingsbodem alle vastheid daarin vindt. Van de Kolossers wordt gezegd: “geworteld zijnde”.

En dan staat er: “opgebouwd wordend in Hem”. Dat is dan weer de onvoltooid tegenwoordige tijd. Dat wil zeggen: dat proces gaat nog steeds gewoon door. Dus het ene staat vast, dat is gegeven, dat is voltooid. Het andere, dat proces van opbouw, dat vindt voortgang. En ja, dat is eigenlijk ook logisch. Wij zijn hier bij elkaar op dit moment om elkaar ook te attenderen – daar hebben we het al eerder over gehad. En omdat ik daar bezig ben met de Schriften. Waarom doe je dat? Om opgebouwd te worden, niet om verplaatst te worden. Er zijn eigenlijk twee metaforen die hier gebruikt worden: een plantkundige metafoor van een plant of een boom die geworteld wordt, en de metafoor van een gebouw dat gefundeerd is en daar blijft staan. Maar er vindt nog wel opbouw plaats. Dat is ook de bedoeling. Er is nog zoveel meer te leren en zoveel inzicht, zoveel waar we nog niet op attent zijn gemaakt. Het staat er allemaal wel – de Schrift, het Woord van God, is voltooid – maar weet u het allemaal al? Weet ik het allemaal? Nou, echt niet. Dus dat is een proces wat gaande is: geworteld zijnde, opgebouwd wordend in Hem.

En dan ook: “bevestigd wordend in het geloof zoals jullie geleerd is”. En dat bevestigd worden betekent dat je steeds vaster komt te staan. Ik hoor zo vaak mensen zeggen… de afgelopen week heb ik nog een artikel in een christelijke krant gelezen over mensen die zeiden: “Vroeger wist ik alles zeker en stond ik vast, maar ik weet het steeds minder.” Dit zijn getuigenissen die ik zo vaak hoor en de vertwijfeling neemt toe. En dat is eigenlijk heel triest. Als je ooit vertrouwen en zekerheid had, je wist hoe het ging, en je zegt nu: “Ik weet steeds minder.” Nou, dat is niet wat we onder opbouw verstaan. Dat betekent namelijk dat wat je had wordt afgebroken. Dat kan nuttig zijn als het tradities betreft, maar kijk: je vindt vastheid werkelijk in de Schriften. Dat wat zwart op wit staat opgetekend – en dan bedoel ik niet de Bijbelvertaling, maar dat wat gewoon oorspronkelijk is geschreven zoals we dat in de grondtekst hebben. En als je dat via de apostel Paulus vernomen hebt, dat evangelie, want hij is uitgezonden om dat aan de natiën bekend te maken. Als je daarin vastheid vindt, dan word je daar ook in bevestigd. Als iets zwart op wit in de Schrift staat, dan kun je het geloven. En als je je voeding juist daarin vindt en je wordt daarin opgebouwd, dan zul je ook alleen maar vaster komen te staan en daarin bevestigd worden. Niet bevestigd in je eigen inzichten of opinies, maar in dat wat er staat geschreven; dat verandert niet. En dan word je ook steeds rijker, want je gaat steeds meer ontdekken van wat er staat geschreven.

Ja, en dat is natuurlijk alleen maar mogelijk: “bevestigd worden in het geloof zoals jullie geleerd is”. Ik ken de uitdrukking – ik had het net over heilige catechismussen – maar ook in dat soort geschriften als er bijvoorbeeld belijdenis gedaan wordt. Ik bedoel dat helemaal niet kattig hoor, maar dan wordt er gezegd: “En dat je gelooft in…”, hoe staat het er ook weer, “zoals in de kerk alhier geleerd wordt”. Sorry, ja. En als je dan belijdend lid wordt van zo’n kerk, dan herken je wat in de kerk alhier geleerd wordt en dat je daar je instemming mee betuigt. Maar daar moet ik even dit bij zeggen: als Paulus dit schrijft aan de Kolossers, dan heeft hij het over de boodschap die zij hadden vernomen. De boodschap die aan Paulus was toevertrouwd en die zij via die Epafras – ik heb daarover verteld – hadden vernomen: “in het geloof zoals jullie geleerd is”, namelijk ooit via de boodschap die zij hebben leren kennen van Paulus. Dus je moet daar natuurlijk niet nog eens een keertje een of andere latere leer of kerkleer aan koppelen, want die brengen je daar juist zo gemakkelijk vanaf. Het geloof zoals jullie geleerd is, dat is het onderwijs zoals Paulus dit onder de natiën bekendmaakt. Dat lijkt mij helder en ik wil het ook graag even onderstrepen.

“Overvloeiende in dankzegging.” Ja, want dat is heel apart. Ik wilde daar vanmiddag in de laatste bijeenkomst wat meer op inzoomen, maar het is eigenlijk zo’n karakteristiek dat als je je inderdaad realiseert dat je in Christus Jezus alles hebt ontvangen… Je ontvangt Hem, je verstaat dat je geliefd bent, je bent gerechtvaardigd, je hebt alles in Hem. Ja, en dat betekent: als je alles hebt, dan betekent dat dat er niks ontbreekt. Dat is compleet. Maar als dat zo is, wat kun je dan doen? Je hebt het ontvangen, dan zeg je toch: “Dankjewel”? Je bent Hem daar toch erkentelijk voor? Want je krijgt het zomaar en het maakt zo blij. En iedere keer weer opnieuw is het een reden om God dank te zeggen. Elke keer als je opstaat, denk je: “Wow, Hij geeft mij vandaag wat ik nodig heb. En ik ben Zijn kind en Hij gaat Zijn weg met mij.” En als je het toch even breder trekt, als je het grootser denkt zoals God denkt: ja, Hij heeft de hele schepping in Zijn hand. Dat is toch een reden om dank te zeggen? En houd niet op! Ja, dat is dus overvloeiende in dankzegging.

Want het is namelijk ook een overvloed van genade die overvloeit. Ik zei het al, dat is meer dan genoeg. En dus danken we ook overvloeiend. Dankzegging is niks anders dan het besef hebben van genade. Dankbaarheid is een houding, dat zegt iets over wat er in je hart leeft. Maar dankzegging, dat zegt iets over wat je uitspreekt. En wat je uitspreekt is je erkentelijkheid ten aanzien van Hem die geeft en van wie jij het ontvangt. En als dat overvloed is en jij beseft dat, dan word je overvloedig in dankzegging. Dus het gaat gelijk op met elkaar. Ik ga vanmiddag ook laten zien dat het vooral ook te maken heeft met vreugde. Want dankzegging maakt blij. Ik zeg: let op, niet omgekeerd. Je dankt niet omdat je blij bent. Nee, je wordt blij als je Hem dankt! Want op het moment dat je Hem dankt, word je je ervan bewust.

Waarschuwing voor Ontvoering Door Filosofie en Tradities van Mensen ↑ hoofdstukken

En nu komt vers 8, en dit is een waarschuwing. Vers 8 is in feite het centrale vers in deze hele brief; dat is algemeen bekend. Het geeft ook aan – en ik heb eigenlijk al een heel aantal keren gerepareerd aan dit ene vers – waarom de apostel Paulus al zoveel geschreven heeft over het feit dat we compleet zijn in Hem en over de geweldige glorie van de Zoon. Dat deed hij omdat er kapers op de kust waren. Ik zei het al een beetje eerder: letterlijk staat er, of in ieder geval conform de taal: “Zie toe dat niemand jullie ontvoert of als een buit wegvoert.” U ziet hier de gedachte van een indringer; dat is het beeld. Het heeft een sterke associatie met een kaper die iets als buit neemt, iets wegneemt en vervolgens wegvoert. Dat zijn kapers op de kust.

In Kolosse had het evangelie, het goede bericht zoals Epafras dat verteld had, geklonken en het droeg vrucht. Maar er waren mensen, kennelijk predikers, en Paulus had dat van Epafras vernomen terwijl hij in de gevangenis zat. Er waren mensen die probeerden binnen te dringen en die probeerden de mensen wijs te maken met een ijdel bedrog. Dat wil zeggen: het is heel bedrieglijk. Het mag dan weliswaar leeg zijn, maar als je niet oplet, als je niet uitkijkt en niet toeziet, dan zou je zomaar daardoor worden meegesleept, zoals de NBG dat ook weergeeft. Zie toe dat niemand jullie ontvoert door de filosofie en door ijdel bedrog.

Het hele idee is niet dat die mensen iets afpakten. Dat zou logisch zijn; dan zeg je: “Ik kijk uit, want ze proberen iets van me af te houden.” Nee, dat deden ze juist niet. Het was veel sluwer. Ze gingen vertellen: “Wat jullie hebben in Christus is prachtig hoor, maar weet je, er zijn filosofische scholen en daar moet je bij wezen. Dat is een geweldige kijk, een opinie, een wereldvisie of filosofie.” Filosofie betekent gewoon ‘liefde voor wijsheid’ of wijsbegierde. En zij zeiden dat dit het geloof verrijkt. “Geloof is prachtig en je bent al gered op grond van Christus, zeker, maar als je nou echt rijk wilt worden, als je echt nog waarde aan je leven wilt toevoegen, dan moet je daar ook kennis van nemen.”

Paulus noemt hier twee dingen: de filosofie en het ijdel bedrog. Later in het volgende vers spreekt hij over traditie. Maar waar lag het bedrog nu in besloten? In het idee dat men Christus wel erkent, maar zegt dat er dingen zijn die Christus en jouw geloof kunnen verrijken; dingen die jou tot een mooier mens kunnen maken. “Daar moet je wezen, naar die moet je luisteren, en dan leer je nog meer kennen.” Maar ja, dat is dus een misvatting, om het aardig te zeggen. De meest directe manier om het te zeggen, is dat het bedrog is. Want de waarheid is namelijk dat in Christus alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Als je Hem ontvangt, heb je alles. Dus het hele idee van “dat is wel mooi, maar eigenlijk is het incompleet” – het idee van ‘Christus plus’ – dat is precies waar je voor moet uitkijken. Dat is namelijk heel sluw en je wordt daardoor ingepakt en weggevoerd.

Wat betreft de filosofie: in Handelingen 17 lees je dat Paulus in aanraking komt met de Stoïcijnen en de Epicureërs. Dat waren filosofische scholen. Als je kennisneemt van de Stoïcijnen, dan zie je dat zij echt heel veel waardevolle dingen hebben. Ze zeggen dingen die een beetje lijken op het evangelie, bijvoorbeeld dat je alles gelijkmatig ondergaat. Dat is aantrekkelijk en het is niet moeilijk om allerlei Schriftplaatsen daarmee te linken. Er zijn zelfs liederen die dat zeggen: “In vreugde en smart, in pijn en moeite, Hij is degene die dat allemaal beschikt.” Dat je dat dus ook in vrede kunt ontvangen, klinkt eigenlijk heel stoïcijns. Of de Epicureërs: zij zeggen dat het gaat om het hier en nu, om de vreugde te beleven. Niet eens zozeer in genot, maar ook daarin kun je zeggen: “Wacht eens even, daarin resoneren Bijbelse waarheden; ik leef vandaag.” Maar het hele idee dat die Stoïcijnen of Epicureërs – en er zijn zoveel scholen en richtingen – iets zouden toevoegen aan Christus, dat is dus niet waar. Want dat wat zij aan waarheid vertellen, is in Christus ook al besloten. Het voegt niets toe. Het enige wat je zou kunnen zeggen is dat er kennelijk al heel wat aan je ontgaan is toen je Christus Jezus leerde kennen en dat je dat nog niet ontdekt hebt. Maar ga nu niet de afslag nemen dat je daar moet gaan leven om je geloof te verrijken.

Hetzelfde geldt trouwens voor wat ik nu verder lees: “Zie toe dat niemand jullie ontvoert door de filosofie, door ijdel bedrog, naar de traditie van mensen.” De overlevering. Traditie heeft te maken met handel, met overdracht. Je ziet het in het Engelse woord ’trade’; dat betekent handel en dat er iets wordt overhandigd. Het gaat van de ene naar de andere hand; dat is wat overlevering betekent. Het gaat van generatie op generatie verder. En als dat dan al een hele keten van geslachten is, dan gaat die traditie alleen al om die reden een bepaald gezag krijgen, want het heeft de tijden en de generaties doorstaan.

Als Paulus hiertegen waarschuwt, dan gaat het om menselijke overlevering. Je leest van Paulus ook dat hij zegt: “Het woord dat ik aan jullie heb overgeleverd.” Dat is ook overlevering. De Schrift die ik hier in handen heb, is door de generaties heen overgeleverd. Maar het gaat hier over menselijke filosofie. Je leest dat heel vaak in de evangeliën, dat de Heer Jezus bijvoorbeeld tegen de Farizeeën zegt dat zij het Woord van God ontkrachten ter wille van hun overlevering, hun traditie. Ze hebben zelf dingen uitgedacht, bepaalde rabbi’s hebben dingen op schrift gesteld en naarmate de tijd voortschrijdt en de generaties doorgaan, krijgt dat steeds meer gezag.

Ik heb het nu over rabbi’s, maar we hebben inmiddels ook 2000 jaar kerkgeschiedenis achter de rug. Je wilt niet weten – nou ja, eigenlijk wil je het echt niet weten, maar ik weet het toevallig wel – hoe enorm veel menselijke overleveringen er zijn. Denk bijvoorbeeld aan de leer over de hel, of wat dacht u van de leer van de Drie-eenheid? Dat is bedacht door heel knappe koppen, zeggen ze dan heel vaak. “Dat waren toch ook knappe koppen zeg? Wie denk jij wel dat je bent? Denk je dat jij het beter weet?” Er worden allerlei namen genoemd, kerkvaders en noem maar op. Of men zegt: “Calvijn heeft dit in zijn Institutie zo geleerd.” Dat was natuurlijk een knappe kop en die leer heeft eeuwen doorstaan. Maar als het niet naar de Schrift is… Op het moment dat er termen worden bedacht zoals ‘hel’, terwijl de Schrift dat woord niet eens kent – ik bedoel de Schrift zelf – dan beroven die tradities het Woord van God van zijn gezag.

Er is een eenvoudige waarheid, maar men heeft het complex gemaakt. Zo complex dat niemand het meer snapt, en dan wordt er een mysterie van gemaakt. Want op het moment dat je het beargumenteert, dan zeggen ze: “Ja, maar dat kun je ook niet begrijpen, want het is een mysterie.” Dat is een cirkelredenering waar je niet meer tussen komt. Maar het is helemaal geen mysterie; het is de meest eenvoudige waarheid die er bestaat: de ene God, de Vader. Men berooft het Woord van God van gezag en in de praktijk is het zo dat juist doordat een traditie de eeuwen doorstaat, zij groeit in gezag.

En is het eigenlijk heiligschennis als je zulke namen, zulke overleveringen en zulke belijdenisgeschriften weerspreekt? Ik zeg: dat is niet zo. Dat is niet waar. Dat is niet eigenwijs. In feite is het omgekeerd. Die overleveringen zijn eigenwijs, en het feit dat ze het zo lang uithouden in een boze aion waar de waarheid nu eenmaal altijd ten onder gehouden wordt, lijkt gezaghebbend te zijn, maar dat is het natuurlijk niet. Want gezag heeft het pas wanneer het bewezen kan worden, ook in dit geval vanuit de Schrift.

Zo werkt dat dus naar de traditie van mensen, naar de elementen van de wereld. Hier wil ik ook even bij stilstaan, want bij de elementen staat in het Grieks het woordje stocheia, en dat betekent letterlijk ‘een rij’. Je leert als kind rijtjes, zoals het ABC; dat is het hoofdbegrip, een rijtje. In de Statenvertaling wordt dit ook vertaald met ‘de eerste beginselen van de wereld’. In de King James wordt het vertaald met rudiments. Daar zit ons woord ‘rudimentair’ nog in, en rudimentair is iets wat onontwikkeld is en vandaar ook kinderlijk. Kijk maar eens na waar deze term gebruikt wordt in Galaten 4 of Hebreeën 5. Het wordt daar vergeleken met iemand die kinderlijk is, gewoon de eerste beginselen.

Wat Paulus zegt, is dit: die filosofieën en tradities van mensen kunnen weliswaar waarheid bevatten, maar het zijn slechts de eerste beginselen. Het is het ABC. Maar in Christus zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. In Christus is alles compleet. Wat die filosofieën en tradities aanleveren, is in het beste geval – want vaak is het ook gewoon puur leugen – slechts de eerste beginselen. Dus het is toch dwaasheid om juist daar een lichtje te gaan opsteken, terwijl je in Christus Jezus alles hebt ontvangen? De logica van wat ik nu zeg, kun je niet ontkennen: als je in Hem alles hebt ontvangen, waarom zou je dan elders nog je licht opsteken, terwijl je in Hem al het licht hebt? Bovendien loop je elders het risico dat je met dwaallichten te maken krijgt, die je en passant ook nog eens opzadelen met allerlei leugens en dwalingen.

Filosofie en traditie kunnen wel elementen van waarheid bevatten, maar het is onrijp, het is kinderlijk; het zijn slechts de eerste beginselen. Paulus zegt: dat is het ene, maar het is in ieder geval niet naar Christus. Want die filosofie en tradities zijn rudimentair en kinderlijk, maar het totale zicht, alle schatten van wijsheid, zijn slechts in Christus gevonden. Als je de oorsprong van de wereld wilt weten, waarom de dingen zijn zoals ze zijn en hoe het uiteindelijk allemaal zal aflopen – dat zijn toch de echte grote vragen – dan moet je echt bij Hem zijn. Al die andere visies kunnen je hooguit misschien iets vertellen wat de Schrift ook al overneemt.

Bovendien is de werking van de Schrift ook nog eens zodanig dat het je vervult van vreugde en van liefde. Waar vind je dat in de filosofie en tradities van mensen? Daar moet je altijd weer wat doen. Dat is heel karakteristisch: je moet altijd weer iets doen om iets te bereiken. In Christus zeggen de mensen dan: “Dat klinkt wel heel erg gearriveerd.” Ja, dat is eigenlijk ook zo. In Hem heb je alles ontvangen, als u het zo bedoelt. Paulus zegt erbij: “want in Hem…” De gedachte is dat het in overeenstemming is met de traditie van de mensen en naar de elementen van de wereld, maar het is niet naar Christus. Want bij Hem brengt het je niet; het leidt juist van Hem af.

De Volheid van de Godheid en Christus als Enige Hoofd ↑ hoofdstukken

In Hem woont al de volheid van de Godheid lichamelijk. Hier hebben we weer dat woordje ‘volheid’ waar we het al eerder over hadden. Er is nu een mens in de hemel, onttrokken aan het oog, maar in Hem is de hele volheid van de Godheid gaan wonen; het is in Hem belichaamd. God, de Onzienlijke, openbaart Zich via Hem en via Hem komen wij ook tot God. Het is dus verkeer in twee richtingen. Er is één God en er is één Middelaar tussen God en mensen: de mens Christus Jezus. Paulus voegt eraan toe dat in Hem al de volheid van de Godheid lichamelijk woont. Denk dus niet dat je buiten Hem om nog iets van God kunt vinden.

Jullie hebben de volheid verkregen in Hem. Het is niet alleen dat God in Hem alles vindt, maar ook als wij Hem hebben ontvangen, hebben we daarmee alles. Jullie hebben de volheid verkregen in Hem en daar voegt geen enkele ceremonie, rite of uiterlijke vorm ook maar iets aan toe. Dat is juist de hele context van het vervolg, waarin Paulus spreekt over allerlei riten en ceremoniën, zoals de besnijdenis en de sabbatten. Ik kom daar straks nog even op terug, maar het punt is: dat is het niet.

In de traditie wordt je vaak verteld: “Ja, je bent misschien wel tot geloof gekomen en in aanraking gekomen met het Woord van God, maar als je echt de volheid wilt bereiken en gecompleteerd wilt worden, dan moet je eerst nog lid worden van onze kerk of moet je zus of zo doen.” De eisen die dan gesteld worden, zijn heel verschillend, maar er moet altijd iets aan toegevoegd worden. Altijd weer dat ‘iets’. Dit weekend mogen we ons echter bewust worden van de geweldige waarde die we in Christus hebben: we hebben alles.

Sommige mensen krijgen het benauwd als je alleen maar dit Goede Bericht vertelt. Dat vind ik een geweldig compliment. Die mensen zeggen dan: “Maar die mensen moeten toch ook wat doen?” Dan zeg ik: “Ja, dat heb ik dus niet.” Want door Hem te ontvangen, hebben we alles. Je moet eens weten wat voor kracht daarin gelegen is. Ik geloof heel sterk in de levensveranderende kracht van het Woord van God. Het is een kracht Gods tot redding; dat ken je al van jongs af aan. Alles wat ik daaraan toevoeg, is als water bij de wijn; daarmee ontkracht je de waarheid van Zijn Woord. Alles is in Hem.

Men vraagt dan: “Maar moet je dan niet lid worden van… Waar bent u eigenlijk lid van?” Van de ‘Googlevrienden-vereniging’? Nee. Volgende week komen we daar met Petra ook nog over te spreken, maar het is een vraag die altijd gesteld wordt: “Van welke kerk ben je?” Want ja, dat hoort er blijkbaar bij, anders ben je niet compleet. Je moet wel bij een kerk horen. Zelf ben ik ‘buitenkerkelijk’ en ik ben heel blij dat ik die poot stijf kan houden. Ik ben vrij. Er zijn ook ‘Vrije Kerken’ of ‘Vrijgemaakten’, maar wij hebben het in Hem.

Paulus voegt eraan toe dat Hij het hoofd is. Jullie hebben de volheid verkregen in Hem. Dat is met recht een gegeven; het is een feit. Het is ons onomstotelijk gegeven; ik heb het ontvangen. En Hij is het hoofd van alle overheid en macht. Die macht oefent Hij nu nog niet uit; dat gebeurt pas als Hij straks gaat verschijnen in heerlijkheid, en wij met Hem. Maar er is nu een mens aan Gods rechterhand en Hij is het hoofd van alle overheden. Waarom zegt Paulus dat hier? Omdat wij in Hem de volheid hebben. Denk je nu werkelijk dat er nog een instantie nodig is die jou moet completeren en die jij eerst moet erkennen? Er is maar één hoofd.

Elk levend organisme heeft één hoofd. Als er geen één hoofd is, dan is het een monster of een draak. Wij hebben één hoofd en in Hem zijn we altijd met Hem verbonden. Dat is een levende verbinding, organisch. Op dit moment zijn we via dat ene hoofd ook met elkaar verbonden en dragen we aan elkaar bij. We zoeken elkaar op via het ene hoofd. Zoals Kolosse 2 verderop zegt: het hoofd geeft voeding aan het hele lichaam. Het punt is: er zit geen instantie tussen. Laat u niets wijsmaken, want je bent compleet in Christus.

Als men zegt: “Als je er echt bij wilt horen, dan moet je lid worden van onze kerk,” dan betekent dat altijd dat je weer aan een instantie een gehoorzaamheid verschuldigd bent waarin je ja-woorden moet geven. Of het nu de paus in Rome is, de synode of een kerkenraad; dat zijn instanties die dan in feite gezag over jou gaan claimen. Maar Hij is het hoofd van alle overheid. Denk je nu werkelijk dat daar nog iets tussen zou moeten staan? Nee, in Hem hebben we alles en Hij leidt ons. Dat is niet organisatorisch, maar organisch.

Vrijheid: Religieuze Inzettingen als Schaduw van de Werkelijkheid ↑ hoofdstukken

Dat is leven. En nu sla ik een heel aantal verzen over, helaas. Maar ja, ik moet opschieten, want ik wil graag nog even wijzen op wat Paulus in vers zestien later nog zegt: ‘Laat dan niemand jullie oordelen in zaken van eten en drinken.’ Of het koosjer is, of je het mag, of dat het nu wel mag… Dat is vrijheid; dat mag je echt weten.

De dingen die hij hier noemt, die hebben allemaal vooral te maken met het oude verbond: in zaken van eten en drinken, een stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbatten. Die komen vooral uit het judaïsme. Er is een hele brief in het Nieuwe Testament van Paulus, aan de Galaten, waarin ook kapers op de kust waren die de Galaten wilden gaan judaïseren. Dat is de term die daar gebruikt wordt, dat wil zeggen: verjoodsen, door de besnijdenis te introduceren, de sabbat die je moet houden en eventueel nog andere aspecten van de kalender, koosjer eten en al dat soort dingen.

Paulus zegt hier: ‘Aangezien wij in Christus compleet zijn, laat je niet gek maken door tradities.’ Ook in dit geval zou het een heel goed argument kunnen worden, dacht men: ‘God heeft ooit aan Israël de wet gegeven, nietwaar? En als jij dan in Christus bent, dan betekent dat dat je deze dingen moet gaan onderhouden. Dat deed Jezus hier op aarde toch ook?’ Het is heel subtiel. Ik ga de redenering nu niet meer helemaal uit de doeken doen, maar het gaat er even om dat zulke dingen zomaar kunnen binnensluipen. Die worden dan in feite een scheidsrechter in de gemeenschap van: ‘O, doe jij dat wel? Zo zijn onze manieren, dit doe jij.’

Toen was het echt judaïserend. In de loop van de kerkgeschiedenis werd het al heel gauw gekristianiseerd. Diezelfde gebruiken werden vervolgens omgedoopt. Dat is een leuke term in dit geval, want bijvoorbeeld in plaats van de besnijdenis is de doop gekomen. De vorm is veranderd. In feite is het nog subtieler, want dat klinkt nog christelijker. Het is ontjudaïseerd en daardoor gekristianiseerd, maar wat geïntroduceerd is, is een hele nieuwe vorm van besnijdenis. De sabbat is de zondag geworden en Pesach is Pasen. Al die feestdagen, al die dingen zijn weer op een christelijke manier gekristianiseerd. En dan worden mensen geoordeeld: als je je aan die vormen en dingen houdt, dan hoor je erbij.

‘Laat dan niemand jullie oordelen in zaken van eten en drinken, op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbatten.’ Dat waren dus kennelijk dingen die daar speelden. Toen was het nog een dreiging, maar ik zal u dit vertellen: wat toen nog dreigde te gebeuren, is in de loop van de kerkgeschiedenis, na de eerste generatie na de dood van de apostelen, eigenlijk massaal gewoon in het christendom geïntroduceerd. Men is die dwaalweg ingeslagen. Inmiddels is er helemaal geen dreiging meer, het is realiteit. Dat maakt de inhoud hiervan nog actueler.

Paulus zegt van die dingen: ‘Het is een schaduw van de dingen die komen zouden.’ Dat geldt voor al die inzettingen. Ook hier op de boekentafel liggen allerlei boekjes die je dat laten zien; die gaan over de offerdienst en allerlei dingen die God heeft ingezet. Ook de sabbat, noem maar op. Het geldt trouwens ook voor de hele wetgeving over koosjer eten en dergelijke: het is een schaduw. Een schaduw wijst naar de werkelijkheid. Ik bedoel, als je de schaduw van een boom ziet… die schaduw is niet de boom zelf. Nee, je ziet de contouren – in zichzelf is het donker – maar het is niet de boom zelf.

Al die schaduwen wijzen vooruit naar Christus, en nu is Christus gekomen. Het is heel boeiend om van al die vormen kennis te nemen, maar op het moment dat je daaraan onderworpen bent, dan ben je in feite weer bij af, om het zo maar te zeggen. Het zijn dingen die een schaduw zijn van de dingen die komen zouden, terwijl het lichaam van Christus is. In de meeste vertalingen staat het woordje ‘lichaam’ niet, maar er staat echt het Griekse woordje soma, wat lichaam betekent. ‘Het lichaam is van Christus.’ Wat Paulus eigenlijk zegt, is dat al die schaduwen die we onder het oude volk vinden en die hij zojuist noemde, vooruitwijzen naar Hem die zou komen, namelijk naar Christus. Het lichaam van Christus ook, want de ekklesia, verbonden met Hem, is verborgen in de Schriften. Ik ga dat nu niet helemaal uitleggen, want dan zijn we nog een hele tijd bezig, maar dat is een geweldig onderwerp. Het maakt het Oude Testament namelijk tot een schatkaart.

Maar op het moment dat je die vormen weer heerschappij laat voeren – waar het over ging – dan onderwerp je je aan die schaduwen. Maar het punt is juist: die schaduwen hebben als onderwerp de Christus die zou komen. Zoals ik het hier formuleer: de ekklesia is niet onderworpen aan die schaduwen; het is precies omgekeerd, wij zijn het onderwerp van die schaduwen. Dus je spant het paard achter de wagen als je je er weer aan onderwerpt.

In Christus – en dat moet duidelijk zijn, daarmee wil ik deze toespraak inderdaad completeren – is het geweldige: laat je nooit wijsmaken dat je buiten Christus, die je hebt mogen ontvangen, nog iets nodig zou hebben, of dat er zaken zijn waardoor je geloof verrijkt zou moeten worden of die noodzakelijk zouden zijn om je aan te onderschikken en te onderwerpen in bepaalde vormen, alsof je eigenlijk nog niet compleet bent.

Het geweldige is: we zijn hier bij elkaar in vrijheid. Er wordt u hier niet gevraagd: ‘Waar hoor je bij? Hoe eet jij? Houd je de sabbat?’ Prima als je dat doet, maar het is geen scheidsrechter als wij in ons geloof onder elkaar zijn. Integendeel, we zijn in vrijheid. We zijn compleet in Hem en dat maakt dat je werkelijk een gemeenschap kunt vormen en elkaar kunt aanvaarden, wie je ook bent en hoe je ook over dingen denkt. In Hem zijn we namelijk compleet!

🎧 compleet in Christs (4)


Powered by RedCircle

Delen: