GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

compleet in Christus (5)

14-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Maarn

Wie zich realiseert compleet in Christus te zijn, wordt een dankbaar mens. Blij om wat hij om niet ontvangt. Dat mist z’n uitwerking niet, want dankbare en blije mensen zijn goud waard op de plaats waar zij zich bevinden. Als mannen en vrouwen, als ouders en kinderen, op de werkvloer en overal!

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie vormt de afsluiting van het thema over onze compleetheid in Christus en richt zich op het overvloeien in dankzegging. Er wordt benadrukt dat het woord van Christus specifiek de hemelse openbaring aan Paulus betreft, in tegenstelling tot de aardse bediening van Jezus. De overvloeiende genade leidt automatisch tot vreugde en een houding van onvoorwaardelijke dankbaarheid aan God de Vader. Tot slot wordt uitgelegd dat deze genade en dankbaarheid doorwerken in de praktijk van het leven, waardoor gelovigen geschikt worden voor de plaats die God hun heeft gegeven.

“Je dankt God voor wat Hij geeft, maar je prijst Hem om wie Hij is.”

Overvloeiend in Dankzegging ↑ hoofdstukken

En de vijfde keer gaan wij ons bezighouden met dit thema: “Compleet in Christus”. Ik kan me voorstellen dat na al die bijbelstudies die er inmiddels al geweest zijn, je ook een beetje… ja, dat heb je met zo’n thema “compleet”. Dat je zelf ook wat vol en overvol wordt, dat heet dan overvloeiend. En dat er ook niet meer zo gek veel bij kan. Ik kan me dat heel goed voorstellen; ik heb het van sommige mensen ook gehoord. Ik hoorde het van een vrouw die er vrijdagavond was met haar dochter. Ik heb het naderhand zelf ook van haar gehoord. Ze zei: “Wat je vanavond hebt verteld, dat is voor mij en mijn dochter eigenlijk al echt genoeg.” Ze was hier een weekend in de buurt, maar ze is niet meer gekomen. En ik had niet de indruk — dat weet ik zelfs zeker — dat het een smoes was om niet meer te komen. Het was eerder: ja, dit geeft zoveel te overdenken dat je soms eigenlijk niets meer kunt absorberen. En als dat daarna nog vier samenkomsten het geval is, dan is dat begrijpelijk.

Daar komt bij: ik zie een heel familiair gezelschap voor me, maar u moet de hele tijd naar hetzelfde… ik wou zeggen: naar datzelfde hoofd kijken. Ik zal niet in slaap vallen, u zou dat wel kunnen. Maar ja, het is… Nou ja, en daar komt nog eens een keertje bij: ik heb het nu als subthema gegeven “Overvloeiend in dankzegging”. Als u het zich nog een klein beetje kunt herinneren — ja, hij gaat nu al weg, hij zit ook vol zeker — als u goed opgelet hebt, dan weet u nog dat dit vanmorgen voorbij kwam in vers 6 of 7: “overvloeiende in dankzegging”. Ook dat is heel karakteristiek in deze brief. Niet alleen de dankzegging, maar logisch: we hebben er nu op allerlei manieren aan gedacht dat we zoveel ontvangen. Aardse zegeningen zijn heel betrekkelijk. Ik bedoel: ze zijn heel reëel als je gezond bent, als je te eten en te drinken hebt, en als je zo’n weekend beleeft en dit allemaal kunt doen. De zegeningen stapelen zich op, maar er zijn geen garanties voor.

Wat echter zo geweldig is aan de zegeningen die Paulus in zijn brieven naar voren brengt, is dat we gezegend zijn met elke geestelijke zegen in Christus te midden van de hemelingen. En dat staat vast. Dat is gegarandeerd en dat gaat gerealiseerd worden. Dus ja, dat is onaantastbaar en ook onvoorstelbaar. Geestelijke zegeningen, dat heb je altijd met geestelijke dingen: die kun je niet zien en dus is het ook heel lastig en moeilijk om je die voor te stellen, maar het is niet minder reëel. En ja, we ontvangen zoveel. Het leek mij een mooi moment om daarmee af te sluiten, deze serie van bijeenkomsten hier in Maarn.

Er staat in vers 15 opnieuw dat Paulus zegt: “dankbaar”. Dat heeft dus te maken met een houding. Je bent dankbaar, je spreekt dankzegging uit; de beide dingen zijn aan elkaar gekoppeld. Dankbaarheid is een houding die juist ook ontstaat doordat je dankzegt. En dat Griekse woord, laat ik het dan toch maar een keertje zeggen, is eucharistia. Eigenlijk betekent dat zoiets als “goede genade”, wel-genade. Dankbaarheid is eigenlijk de reflectie daarvan. Dat wil zeggen: charis, dat is de genade of vreugde om niet die Hij geeft en wat blij maakt. Als je dat realiseert, dan is het antwoord daarop: je krijgt het om niet en dan ga je “dank u wel” zeggen. Als je er ook een gewoonte van maakt — en dat is dus waar het hier over gaat — dan word je dankbaar en daarmee ook blij. Dat is echt een automatische relatie.

Vanmorgen heb ik het al even aangestipt, maar ik wil het bij dezen nog even heel uitdrukkelijk onderstrepen: dat woordje dankbaarheid zie je in het Nederlands niet zo, maar in het Grieks wel. Dat is eucharistia; daar zit het woordje charis in en dat is vreugde en genade. Wat is dan de relatie? Nou, dat als je ontvangt en je dankt, dat is omdat je blij bent voor iets wat je zomaar krijgt. En in dit geval ook nog eens om niet. Je zegt ook “dank u wel” als je voor iets betaald hebt, maar dan kun je er ook al recht op houden. Ik bedoel: je hebt in de winkel iets gekocht en dan zeg je misschien tegen de bediende “dank u wel”, maar in feite heb jij het al gekocht en heb je er recht op. Sommigen zouden zelfs geen “dank u wel” zeggen dan. Maar dankbaarheid heeft juist te maken met: je krijgt het om niet. Dat zit ook in dat woordje charis. Je ontvangt om niet en dat maakt blij.

Laat het Woord van Christus Rijkelijk in U Wonen ↑ hoofdstukken

En dan staat er in vers 16: “Laat het woord van Christus rijkelijk in jullie wonen.” Ik weet niet of u daar ook wel eens mee te maken hebt gehad, maar met name in de Angelsaksische wereld is het fenomeen van een Red Letter Bible een vrij bekend verschijnsel. In Nederland zie je dat niet zo heel vaak. Het idee daarbij is dat bijna alle woorden in de Bijbel zwart gedrukt zijn, zwart op wit, maar de uitspraken die Jezus doet in de evangeliën worden in het rood gekleurd om daarmee aan te geven: dat zijn de woorden van Christus Zelf. Ik doe daarmee niets af van de woorden die daar staan opgetekend, maar het “woord van Christus” waar Paulus het hier over heeft… In allerlei verklaringen die ik erop nageslagen heb — en dat doe ik echt wel eens — kom ik eigenlijk als automatische gedachte iedere keer weer tegen dat het woord van Christus slaat op de uitspraken die Jezus heeft gedaan en geleerd en die we aantreffen in de evangeliën. Maar dat is het woord van Jezus.

Al vaker dit weekend hebben we die dingen wat scherper gesteld: Jezus is de naam van Hem die hier op aarde wandelde, maar Christus is Hij die is opgestaan. Waarom zeg ik dat? Omdat Paulus zoveel reden had om het woord dat hij mocht bekendmaken — wat aan hem onthuld is — rechtstreeks van Christus Zelf te nemen. Toen hij geroepen werd op de weg naar Damaskus, heeft de Heer tegen hem gezegd: “Ik heb je nu geroepen, maar Ik ga aan je verschijnen.” We weten ook dat hij daarna naar Arabië is gegaan en daar heeft de Heer Zich aan hem bekendgemaakt en Zijn geheimen aan hem toevertrouwd. Dus het woord wat hij doorgeeft, dat is letterlijk het woord van Christus. Hij spreekt namens Christus. Hij is een apostel, maar ook een afgevaardigde; hij spreekt namens zijn hemelse Boodschapper. Het woord wat hij verkondigt, dat is het woord van Christus.

Paulus is dus niet een uitlegger van wat Jezus hier op aarde vertelde. Dat was trouwens sowieso niet bestemd voor de natiën. Denk aan de geschiedenis van die Syro-Fenicische vrouw. Toen de Heer even in het buitenland was, kwam er een dame naar Hem toe die een beroep op Hem deed. Hij zei: “Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Met andere woorden: dat is niet bij jou. Ik moet erbij zeggen dat de geschiedenis verdergaat. Zij zegt: “Inderdaad, het brood der kinderen is niet voor ons, Uw woord is niet voor ons, maar de kruimeltjes mogen we toch wel?” De Heer verbaast Zich over het geloof dat ze daarin betoont; de kruimeltjes waren al genoeg. Maar het gaat er even om: in Jezus’ bediening op aarde was Hij gericht op Israël. Paulus is echter geen uitlegger van wat Jezus op aarde vertelde. Hij is een heraut, een leraar en een afgevaardigde die spreekt namens Christus Zelf, de Christus die in de hemel is, de Opgewekte. De discipelen en apostelen hebben onderwijs ontvangen van Jezus hier op aarde, maar Paulus kende Hem zo niet. Hij heeft de Heer in levenden lijve ontmoet in oogverblindend licht en hij is ook door Hem onderwezen.

Dat staat ook in Galaten 1. Ik wil gewoon even de woorden erbij leggen, want dit is echt essentieel. Als u hier leest over het woord van Christus en iedereen denkt automatisch aan de woorden die Jezus hier op aarde heeft onderwezen, dan zit je op een verkeerd spoor. Dat is overigens — ik wil dat even benadrukken — zonder daar iets aan tekort te doen. Het maakt deel uit van de Schriften en het is een woord dat van goddelijke origine is, maar het heeft een specifieke bestemming. Zoals ik dat wel vaker zeg: dat is een hele mooie regel. Heel de Schrift is voor ons. Heel de Schrift is van God gegeven en nuttig, maar niet heel de Schrift is specifiek tot ons gericht of gaat over ons. Dat is een groot onderscheid dat je moet maken. In Galaten 1 vers 11 zegt Paulus: “Ik maak u bekend dat het evangelie, het goede bericht dat door mij geëvangeliseerd wordt, niet is naar de mens.” Een mens heeft dat niet bedacht. “Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd”, bijvoorbeeld van de twaalf. Nee, hij zegt: “maar door openbaring” — apokalypsis, dat is het woord — “door onthulling van Jezus Christus.” Hij heeft Zich hoogstpersoonlijk aan hem bekendgemaakt. En dat niet alleen: hij heeft het evangelie van Hem ontvangen, maar hij is ook door Hem onderwezen. Hij heeft het niet van een mens hier op aarde ontvangen of geleerd, maar het is hem onthuld door Jezus Christus, zodat het woord wat hij spreekt rechtstreeks het woord is van Christus Zelf.

Paulus zegt: “Laat het woord van Christus, zoals ik jullie dat heb mogen bekendmaken en zoals ik dat onderwijs, rijkelijk in jullie wonen.” Ik heb het zelf ook onderwezen gekregen en ik geef het vervolgens door. Nou, laat dat rijkelijk in jullie wonen. “Rijkelijk” heeft alles te maken met de inhoud van die boodschap, want die boodschap zelf is heel rijk. Als je dat woord verneemt en mag gaan beseffen wat dat betekent, dan word je daar rijk van. Dan wil je er ook steeds meer van weten en beleven, en steeds meer facetten daarvan verstaan. En dan staat er nog bij: “in alle wijsheid elkaar onderwijzend en attent makend.” Heb je dat “attent maken” weer. In de vertalingen staat meestal “terechtwijzen”, maar ik heb dat al eerder uitgelegd: dat heeft te maken met iets in de aandacht plaatsen. Elkaar in alle wijsheid… Ja, waar haal je die wijsheid vandaan? Moet je dan bij de filosofen wezen? Nee, daar hadden we het al over. Maar wijsheid, dat is… We hebben de alwijze God. Ik wou wijzen op een boek dat hier op de tafel lag, maar inmiddels is die tafel verdwenen. De “alleenwijze God”, zo noemt Paulus Hem ook. Welnu, dat wat Hij gesproken heeft, dat brengt je op de hoogte en geeft je uitzicht. Dan is het geweldig om elkaar daarop te wijzen en ook te wijzen op wat daaronder ligt. Dat zijn mooie woordspelingen, maar het is meer dan dat. Onderwijs heeft te maken met het feit dat je op dingen wijst, maar ook op de dingen die daar allemaal onder besloten liggen.

Daarom komen we ook bij elkaar. Ik heb voor dit weekend in het bijzonder hier op dit podium mogen staan om op dingen te wijzen en ik hoop dat u daar ook wat van geleerd hebt. Dat is gewoon geweldig, maar het is ook wederzijds. Ik heb diverse mensen gesproken in de wandelgangen en dan krijg je een prachtig antwoord. Dat is eigenlijk ook in aansluiting met wat ik vanmorgen al even zei: we hebben geen autoriteiten boven ons die in de sfeer van geloof iets kunnen claimen of tussen ons en de Heer kunnen staan. Nee, want Hij is het Hoofd en wij zijn leden, en de één staat niet boven de ander. Toevallig sta ik op dit podium om dingen te vertellen, maar ik heb geen autoriteit. Het enige wat ik mag doen, is u wijzen op dingen. Dat kunnen we allemaal doen; het is de één misschien meer gegeven dan de ander, maar dat neemt niet weg dat we gewoon broeders en zusters onder elkaar zijn. Dat wat ik vertel, heeft geen enkel gezag in zichzelf. Het heeft slechts…

Gezag voor zover het overeenkomt met wat er staat geschreven. En ik mag het vertellen, en ik wil dat zo betrouwbaar als mogelijk doen, maar het is aan u of jou om dat te checken. Staat het er echt? En ja, dan moet je met recht ook wijzen.

Elkaar onderwijzen en ook attent maken. Eigenlijk is het heerlijk om dat zo gezamenlijk te beleven. Uiteraard, dit is iets wat je per definitie gezamenlijk beleeft, want elkaar onderwijzen en elkaar attent maken veronderstelt dat er anderen zijn. Elkaars of elk ander, dat is eigenlijk de gedachte.

Psalmen, Lofzangen en Geestelijke Liederen ↑ hoofdstukken

Met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend in jullie harten. Ik weet dat sommige mensen wat aversie hebben tegen samenzang — dat is allemaal prima — maar ik vind het een heerlijke bezigheid, zeker bij een gelegenheid als deze en zeker als daar dan inderdaad de begeleiding is. Dan is er de vreugde die je daarin beleeft dat je met elkaar uit één mond zingt. Ik bedoel, als je zingt, dan zing je allemaal dezelfde tekst. Dat is wel de bedoeling tenminste, anders wordt het een rommeltje. Maar uit één mond wordt er gezongen en daarin beleef je ook de eenheid.

En ja, daar geldt met recht: genade is als muziek. Het doet namelijk zingen, het geeft de toon aan. Er zijn trouwens allerlei woorden die ik direct associeer met genade, zoals harmonie — dat is een muzikale term — en akkoorden. Dat heeft te maken met eenheid, en ja, met melodie, met hoogte en diepte, maar ook met hooggestemd zijn. Hoe dan ook, muziek geeft uiting aan het woord van God. Het woord van God is als muziek: het doet je zingen en het maakt blij.

En dan gaat het natuurlijk over datgene waar je elkaar op wijst. Je zingt in je hart; het zingen waar het hier over gaat, is de muziek die in je hart ligt. Dat gebeurt aan de hand van psalmen. Of daar uitsluitend gedacht wordt aan de psalmen in de Bijbel, dat weet ik niet. Het Griekse woord psalmos betekent letterlijk een lied bij snarenspel. De piano is ook een snaarinstrument, dus in feite is de gedachte breder dan per se de honderdvijftig psalmen die we in de Bijbel aantreffen.

En lofzangen: in feite is dat alles wat je zingt waarin je God de lof toebrengt. Een lofzang gaat zelfs nog hoger dan dankzeggen en dankliederen. Bij danken ontvang je iets en dank je de Gever voor wat je ontvangt. Bij een lofzang gaat het niet meer om wat je ontvangt of wat je gekregen hebt, maar gaat het om de Gever zelf. Je bent het cadeau als het ware al vergeten omdat je aan de Gever denkt. Je dankt God voor wat Hij geeft, maar je prijst Hem om wie Hij is.

En geestelijke liederen: wat zijn geestelijke liederen? Dat zijn liederen waarin een geestelijke waarheid naar voren gebracht wordt. Daarom — hoe zou ik dat nou netjes zeggen zonder op tenen te gaan staan? Want anders hoor ik klanken die minder aangenaam zijn. Er zijn zoveel teksten bekend in de christelijke wereld die, zelfs als ze nog niet eens helemaal onwaar zijn, geen uitdrukking geven aan dat wat we juist weten door de boodschap die ons is toevertrouwd.

Geestelijke liederen zijn juist die liederen waarin uitdrukking gegeven wordt aan dat wat we weten en wat we geloven; dat wat ons is toevertrouwd en de rijkdom die Paulus mocht bekendmaken. Daarom is het zo belangrijk om liederen te zingen met teksten die zodanig zijn dat ze uitdrukking geven aan wat we weten, zodat het daarmee in overeenstemming is. Soms is er kritiek op het feit dat je dingen dan aanpast, maar ja, dat moet wel. Anders ga ik niet zingen. Ik ga niet iets zingen wat onwaar is. Er zijn zoveel liederen in de kerkelijke en evangelische bundels die met de beste bedoelingen zijn gemaakt, maar waarin dingen naar voren worden gebracht die niet naar de Schrift zijn. Moeten we dat dan zingen? Als ik zing, dan wil ik van harte zingen.

Zoals iemand zei: het hoeft niet hard te zijn, nee, maar het moet wel ‘harte’ zijn. Dat is van harte zingen, anders krijg je het toch niet uit je strot. Daarom zijn die geestelijke liederen zo logisch. Als die waarheid je ter harte gaat, dan wil je dat ook inderdaad met elkaar beleven, maar dan moet dat tot uiting komen in de tekst. Geestelijke liederen, zingend in jullie hart, in dank aan God. Ook hier weer: sommige vertalingen zeggen ‘in besef van de genade van God’, maar in feite is dat hetzelfde.

Alles Doen in de Naam van de Heer Jezus ↑ hoofdstukken

En dan vers 17, daar wil ik ook nog even kort aandacht aan geven. Deze samenkomst is wat korter dan de voorgaande. Ik heb dat al gemotiveerd, want we zitten natuurlijk al vol. Maar één ding wil ik toch graag nog heel uitdrukkelijk naar voren brengen. Dat vind ik ook heel mooi – niet alleen als afsluiting van deze conferentie, van dit ‘goed gericht’ weekend, maar eigenlijk ook voor wanneer we hier weer vertrekken en het gewone leven weer van start gaat. Morgen is het maandag en zo gaat dat dan.

Het is zo mooi zoals Paulus dat hier benoemt: ‘en alles wat jullie doen, met woord of werk, doet het alles in de naam van de Heer Jezus’. Die Heer. Niet in de naam van Jezus, nee, in de naam van de Heer Jezus, want Hij is Heer. Ons kenmerk als gelovigen is dat we Hem zo kennen en ook erkennen. Doe dat alles in de naam van de Heer Jezus.

En wat zou dat betekenen? Ik heb vaker die vraag gesteld, maar het mooie van dit vers is dat het zelf het antwoord geeft. Alles doen in de naam van de Heer Jezus, dat wil namelijk zeggen: God de Vader danken door Hem. Je leest in de Bijbel nooit dat er tot de Heer Jezus gebeden wordt. We bidden tot God de Vader. Hij, de Heer Jezus Christus, is de middelaar; via Hem komen we bij God. Wij noemen Zijn naam in dankbaarheid. Alles wat je doet, in woord of werk, doe het alles in de naam van de Heer Jezus.

Wat betekent dat? Dat we de ene God, namelijk de Vader, danken door Hem, Zijn Zoon. In dank vermelden wij Zijn naam. Ik geef toe, het heeft vaak het karakter van een formule, maar het idee is dat je in dankbaarheid Zijn naam daarbij noemt, omdat je weet dat God via Hem Zijn werk doet, ons zegent en alles tot een goed einde brengt. Daarom is er zoveel reden om God de Vader altijd te danken. In alles wat je doet – er zijn immers zoveel activiteiten. En wat maakt een activiteit nu tot iets waarin God de Vader geëerd wordt? Juist dat je Hem ook daarin de credits geeft; je krijgt het van Hem.

Dat is trouwens ook het hele idee van zegen. De dingen worden in de Bijbel altijd dankzeggend gezegend. De gedachte dat een gezegende maaltijd niet in de eerste plaats een maaltijd is die lekker smaakt of goed is voor je lichaam, moet u echt vasthouden. Om het anders te zeggen, wat trivialer: een gezegende voetbalwedstrijd – het WK is net begonnen – is niet een voetbalwedstrijd waarin je wint. De zegen is juist gelegen in het feit dat je Hem daarvoor dankt. Het wordt dankzeggend gezegend, en het allermooiste daarvan is dat dan alles een zegen kan worden.

Wanneer is rijkdom een zegen? Dat kan, maar het hangt ervan af of je Hem daarvoor bedankt. Het wordt een zegen op het moment dat je God de Vader daarvoor dankt, in de naam van de Heer Jezus. Wanneer is gezondheid een zegen? Als je Hem dankt. In het algemeen worden dingen dankzeggend gezegend. Maar dan gaan we nog een stapje verder. Het betekent dus ook dat dingen die moeilijk, pijnlijk of zwaar zijn, of waar je tegenop ziet, een zegen kunnen zijn. Wanneer dan? Als je Hem dankt.

Hoe kun je danken voor tegenslag of voor pijn? Je dankt op zich niet voor de pijn, want pijn is iets wat je altijd probeert te vermijden en waar je niet blij van wordt. Maar als je weet dat er één God is die een Vader voor ons is, en die een Vader is voor heel Zijn schepping, en die altijd het beste beschikt, dan kan ik Hem danken, ook voor de dingen die ik niet begrijp en waar ik moeite mee heb. Niet omdat het zo fijn is, maar omdat Hij het geeft, Hij het beschikt en Hij er de bedoelingen mee heeft. Sterker nog: Zijn weg is niet alleen maar goed, maar de beste.

Kijk, zo’n leven van vreugde, dat wens je toch iedereen toe? Dat we het perspectief hebben waar we over zongen: U opent de vensters en U geeft perspectief. Als je zo’n perspectief hebt, zo’n God, dan kunnen dingen wel moeilijk zijn – ik bedoel dat helemaal niet te bagatelliseren – maar wel te relativeren. Breng de dingen in relatie met God, die de dingen beschikt, stuurt en ten goede keert. Dat is ook wat Romeinen 8 zegt: alle dingen werken mee ten goede. En niet alleen dat: de weg die Hij gaat is de beste.

Voelt u dat? Nee, dit gaat niet over een gevoel. Dit is gewoon iets wat je moet weten. Dat kun je ook alleen maar weten als er één God is die alles beschikt. En dan dank je Hem dus. Dat is een logische eredienst; het één volgt uit het ander. Als Hij God is en Hij beschikt alles en Hij is de Vader, dan dank ik Hem voor alles wat Hij geeft, want Zijn weg is de beste.

Wat is daarvan het resultaat? Dan word je blij. Want als je dankt, word je bepaald bij het feit dat je het krijgt en dat het het beste is. Dus word je ook nog eens een keertje heel blij. Al wat je doet, werkelijk alles zonder uitzondering, doe het in de naam van de Heer Jezus, God de Vader dankende door Hem. Nou zou je de rest kunnen gaan lezen, maar dat ga ik niet doen. Ik heb hier mijn bijbeltje voor me liggen, maar we laten het hierbij.

De Christelijke Huisregels als Uitwerking van Genade ↑ hoofdstukken

Maar als je verder leest in Kolosse 3 vers 17, dan staat er in mijn Bijbeltje en in veel vertalingen een kopje boven: ‘de christelijke huisregels’. Onder die christelijke huisregels worden de vrouwen, de mannen, de kinderen, de vaders, de slaven en de heren aangesproken. Het wordt soms zo voorgesteld alsof we nu bij onze verantwoordelijkheid zijn aangekomen. Zo van: het is allemaal heel mooi geweest, die genade, maar nu komt er toch ook een plicht bij. Nee, het zijn geen huisregels of wetten die de boel nu eigenlijk weer een beetje in balans moeten brengen. Het is juist een uitwerking van de genade. Want als je in alles wat je doet, en in de positie waarin je staat, God dankt, dan betekent dit ook dat je heel geschikt wordt in de positie waarin jij geplaatst bent.

Dat is echt waar. Vraag het maar eens aan een werkgever. Een buschauffeur die met plezier zijn werk doet, is een goede buschauffeur. Dat is gewoon een vuistregel. Ik loop nu het risico dat ik straks getrakteerd word op uitzonderingen, maar als vuistregel zult u dat met mij eens zijn. Ik eet zo graag bij mijn vrouw omdat zij er plezier in heeft om te koken. Niet dat ik het plezier letterlijk proef — en ik weet dat de liefde van een man door de maag gaat — maar het punt is: als je iets met liefde doet, dan geef je er aandacht aan en dan maak je daar het beste van op de plaats waar jij bent, ongeacht wat je doet. Als je dat met vreugde doet… ja, en die vreugde heb je juist door genade. Genade en dankzegging zijn een vreugdegenerator; het brengt vreugde voort.

Dat is dan ook de reden dat er bijvoorbeeld van de echtgenotes wordt gezegd: onderschik je aan je man. Hij geeft leiding, dus weet gewoon je plaats daarin. Dan word je geschikt als echtgenote, want je weet: God heeft mij hier geplaatst en Hij heeft die man aan mij gegeven. Hij wordt geacht ‘hoog’ te zijn en rijk in Christus, en ik dank God daarin. Dat geldt voor de echtgenoot natuurlijk ook, want er staat: ‘Mannen, heb uw vrouw lief.’ Niet uw vrouwen, maar uw vrouw. En wees niet ruw tegen haar. Dat is trouwens ook weer zo’n ding waar vaders — juist omdat je voorop gaat — gemakkelijk ruw in kunnen worden. Maar het gaat erom: heb je vrouw lief. Liefhebben is wat anders dan jezelf of de ander ‘lief vinden’. Liefde bewijs je. Niet omdat je de ander per se sympathiek vindt, maar het is je vrouw, door God aan jou gegeven. En dus houd je van haar, onvoorwaardelijk. Dat is trouwens ook wat het woord voor liefde, agape, is: onvoorwaardelijke liefde.

Eigenlijk bedoel ik te zeggen dat het gaat om de plaats waarin God jou heeft neergezet. Hetzij als een echtgenoot, hetzij als echtgenote; al die rollen zijn verschillend. Ook kinderen worden aangesproken: je bent een kind en als kind heb je ouders ontvangen die jou leiding geven. Je herkent die positie met dankbaarheid. In al die gevallen heb je een bepaalde positie en als je die in dank aanvaardt, dan word je heel geschikt in die functie. U vindt het misschien overdreven, maar ik denk echt dat het zo werkt. Als de genade doorwerkt, dan word je de beste echtgenote, of een kind dat gewoon goed is voor zijn ouders.

En omgekeerd trouwens ook. Je leest over vaders en moeders, maar speciaal voor de vaders staat er: ‘Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.’ Juist vaders hebben daar een opdracht in. Zeker in wettische sferen ga je eisen stellen aan kinderen waar ze niet aan kunnen voldoen. Omdat je de lat zo hoog legt, raken ze altijd gefrustreerd. Maar als je genade kent, dan kun je hen ook de ruimte geven om keuzes te maken. Trouwens ook de ruimte om een beetje op hun plaat te gaan; dat hoort er allemaal bij. Door genade word je dus een geschikt mens. Een mooi mens ook. Mooie mensen zijn mensen die blij zijn en dankbaar.

Dat is wat genade doet, en ik moet u zeggen: ik ben er ontzettend blij mee. Wat die genade hier op aarde al vermag uit te werken is geweldig. We hebben een geweldige toekomst — daar hebben we dit weekend niet eens zoveel over gehad — maar dat is onvoorstelbaar groot. Het duurt allemaal niet zo heel erg lang meer. Ik weet het inmiddels, in de wandelgangen is er al vaak over gesproken: het einde van deze aioon is in zicht. Maar voor het zover is, mag je op de plaats waar God je heeft neergezet die genade beleven, uitleven en Hem danken. Of dat nu is in de rol van werknemer of als werkgever — want Paulus gaat verder over slaven en heren — het gaat erom dat je die genade beleeft en mag delen met anderen. Dat is een heel groot voorrecht.

Afsluiting: Compleet in Christus ↑ hoofdstukken

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze Bijbelstudies. Niet van de Kolosserbrief; ik heb er eigenlijk alleen maar een paar passages uitgelicht, maar ik hoop dat één ding duidelijk is geworden. Dat is wat hier op deze titel-dia, in de tekst en in de illustratie duidelijk gemaakt wordt: in Christus, in Hem. Hij is Degene aan wie God de allerhoogste plaats heeft gegeven en wij zijn daar als lichaam mee verbonden. We zijn compleet, we zijn volleindigd, met alle consequenties van dien en alle rijkdom die dat met zich meebrengt.

En wat een rijkdom heb je ook om uit te delen! Aan wie? Aan wie dan ook. Ik bedoel, we zijn hier nu onder elkaar als gelovigen, maar denk ook aan al die andere mensen die er geen idee van hebben, of die er misschien niks van moeten hebben; die dit maar een sektarisch clubje vinden, of weet ik veel wat. Dat kan! Maar we hebben een bericht voor iedereen. Ik zou zeggen: zorg dat iedereen het weet en zwijg er niet over. Kom er maar voor uit; het is het mooiste wat er is.

Ik wil er ook nog bij zeggen: we leven in een donkere wereld. Er is werkelijk heel veel behoefte aan licht. Aan gewoon zo’n solide basis die onderbouwd wordt, die logisch is, die krachtig is en die werkelijk blij maakt. Welnu, dat is dit. Dat is wat dit is en we zijn daar zo blij mee. Ik moet zeggen dat ik het een enorm voorrecht vond om dit weekend met jullie te mogen beleven. Ik zou zeggen: zegt het voort! Zullen we met elkaar gaan danken?

🎧 compleet in Christus (5)


Powered by RedCircle

Delen: