GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

compleet in Christus (1)

13-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Maarn

De eerste van het weekend is gewijd aan Paulus’ gebed in Kolosse 1. Het is één ding om alle rijkdom in Christus te bezitten, het is een ander ding dit ook te beseffen. Vervuld in besef van Hem.

 

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze eerste studie uit de reeks over de Kolossenzenbrief staat Paulus' dankgebed voor de gelovigen centraal. De focus ligt op het geestelijke groeiproces van louter kennis naar een diep, innerlijk besef van Gods genade, Zijn alomvattende wil en uiteindelijk van God Zelf. Dit groeiende besef toont aan dat de gelovige volkomen compleet is in Christus, waaraan absoluut niets ontbreekt. Hierdoor ontstaat een organische geestelijke groei die volledig door God wordt bekrachtigd, wat leidt tot volharding, geduld en ware vreugde.

“God roept geen bekwamen, maar Hij bekwaamt degenen die Hij roept.”

Introductie: Compleet in Christus en de Studiereeks ↑ hoofdstukken

Zo, we gaan vanavond de aftrap geven van deze prachtige serie. Vindt u het ook niet prachtig: ‘Compleet in Christus!’? Met een dik uitroepteken erachter. De ondertitel voor deze eerste samenkomst, de eerste in een serie van vijf, is: ‘Vervuld in besef van Hem’. Het idee is dat we ons een vijftal keren gaan bezighouden met een passage uit de Kolosse-brief, of de Kolossensenbrief, het is maar net wat u gewend bent. Het is juist deze brief die in de schijnwerper staat, omdat de compleetheid in Hem, in Christus Jezus, zo’n centraal gegeven is. Waarom dat zo is, zullen we vanzelf wel zien, want Paulus had alle reden om het juist op die wijze in deze brief voor de geadresseerden zo te belichten.

Wat vindt u van dat plaatje? A, I, G, D en E natuurlijk tegenwoordig, maar niettemin geeft het prachtig weer waar het over gaat: volheid, vitaliteit, maar ook overvloed. Het illustreert prachtig waar we het over gaan hebben. Een van de centrale begrippen is dus volheid, vervulling en compleetheid. In feite heeft dat allemaal met elkaar te maken, zeker ook in de Griekse taal waarin Paulus deze dingen optekende. Om het even taalkundig aan te pakken en dit woord even uit te pluizen – ik ben altijd geïnteresseerd in dat soort afleidingen en hoe zo’n woord bij ons terechtgekomen is – het komt van de Griekse stam PLÉR-. Dat is de stam voor volheid, vulling en compleetheid. Daar heb je allerlei vervoegingen van het werkwoord vullen: ‘pléro-oo’, of ‘pleroma’ – die is vrij bekend en dat woord zult u deze dagen vaker voorbij horen komen – of ‘plérés’, dat is vol, enzovoort. Er zijn allerlei vervoegingen, maar ‘plér’ is in ieder geval de stam.

De aardigheid is dat dit ook weer samenhangt met een Latijns woord, namelijk ‘plenus’. Dat betekent vol of compleet en ‘plenus’ lijkt heel erg op ‘plér’ als je het uitschrijft. Het is niet zo dat het Latijn uit het Grieks komt, maar het zijn broertje en zus, of een zogenaamd nichtje en neefje van elkaar; het heeft dezelfde afleiding. Als je op dat Latijnse woord afgaat, dan kennen we dat weer van ‘plenty’, wat ‘meer dan genoeg’ betekent. Daar zie je die Latijnse stam in terugkomen. Of wat dacht u van ‘plenaire’, zoals ze in Den Haag vaak bezig zijn met plenaire bijeenkomsten waarbij iedereen geacht wordt aanwezig te zijn? Het geheel is dan aanwezig, maar ook compleet. Daar zie je die stam in verwerkt. Iets wat compleet is, betekent niet zozeer dat het veel is, maar dat er niets aan ontbreekt, zoals we zojuist in een heel ander geval al even bespraken. Je ziet het ook in het woord ‘complement’ – niet ‘compliment’, dat is weer wat anders – maar een ‘complement’ is iets wat het compleet maakt of wat het completeert. Al die woorden hangen samen. Als we zeggen ‘compleet in Christus’, dan is dat woord ‘compleet’ weer afgeleid van het Latijn en dat is weer verwant aan het Griekse woord. Zo lopen die lijnen ongeveer. Hebt u een beetje een idee van de gedachte daarbij?

Zoals ik al zei, komt dit Griekse woord in de Kolosse-brief heel vaak voor. Dat is niet toevallig, maar juist omdat dit thema zo enorm centraal staat in deze brief. De gedachte is dat Hij, die door God is opgewekt uit de doden, tweeduizend jaar geleden, degene is in wie God Zich volledig openbaart. Maar dat niet alleen: wij zijn vandaag als gelovigen ook compleet in Hem geworden. Daar ontbreekt helemaal niets meer aan. Het geweldige daarvan is dat het zulke enorme, rijke consequenties heeft. Daar gaan we het uitgebreid over hebben.

Om even een indruk te geven van wat de bedoeling is van deze vijf samenkomsten: vanavond kijken we naar een frase uit de passage waar we lezen over ‘vervuld in besef van Hem’. Daar spreekt Paulus het gebed uit voor de Kolossers. Morgenochtend gaan we het hebben over ‘Godsvolheid in Christus’. Ook dat is weer direct verwant aan hoe Paulus dat formuleert: Godsvolheid in Christus. Dan gaat het over de glorie, de heerlijkheid van de Zoon van God – een schitterend onderwerp dat morgenochtend aan de orde komt. Morgenavond is het thema: ‘Alle schatten van wijsheid en kennis zijn verborgen in Christus’. Dat wil zeggen dat er geen schat aan wijsheid of kennis is die niet in Hem te vinden is. Al is het waar: het is verborgen. Het ligt niet op straat en je zult het niet in de krant tegenkomen, maar niettemin is het er.

Zondagochtend – en dat is inmiddels onze ervaring, want als je hier al sinds 2009 voor weekenden komt, bouw je wat ervaring op – weten we dat er dan meestal wat meer mensen zijn. Dan staan de schijnwerpers vooral op het algehele thema, maar dan vooral zoals Paulus dat beschrijft in Kolossensen 2: de volheid die wij hebben verkregen in Hem. De laatste bijeenkomst, op zondagmiddag, gaat over ‘overvloeiende dankzegging’. U hebt inmiddels niet alleen gehoord maar ook gezien, alleen al doordat het vetgedrukt stond, dat woorden als ‘vervuld’, ‘volheid’ en terminologie als ‘overvloeiend’ allemaal prachtig illustreren waar we het over hebben: compleet in Christus, daar ontbreekt helemaal niets aan. We gaan nu naar Kolossensen 1.

De Kolossenzenbrief en de Roeping van de Ecclesia ↑ hoofdstukken

Het is misschien goed om even te wijzen op de Kolossebrief. Bij aanvang moeten we dat toch eventjes aan de orde stellen. Ik ga het niet iedere keer naar voren brengen, maar de Kolossebrief is een klein briefje dat de apostel Paulus heeft geschreven vanuit Rome toen hij daar gevangen zat. Dat is geweest rond 60 tot 62 van onze jaartelling. Hij heeft in Rome een periode van twee jaar gevangen gezeten. In Kolossenzen 4 vers 18 wijst hij ook op zijn gevangenschap; hij schrijft deze brief dus vanuit de gevangenschap.

Die Ecclesia – of de gemeente, zo u wilt; ik spreek liever over Ecclesia. Het mooie daarvan is dat het een Grieks woord is dat ‘uitroepsel’ betekent. Wat God vandaag doet, is uitroepen. Dat betekent niet uitroepen in de zin van iets schreeuwen of iets luids bekendmaken, maar eruit roepen. Dat wil zeggen: te midden van de natiën verzamelt Hij zich een gezelschap. Hen die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook bestemd. En die Hij bestemd heeft, die roept Hij ook, en wie Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook. Dat is trouwens weer Romeinen 8. Maar in ieder geval: God roept uit.

En dat doet Hij door middel van een woord, namelijk het woord zoals de apostel Paulus dat onder de natiën bekend mocht maken. Die Ecclesia daar in Kolosse – een plaatsje in het huidige Turkije, u ziet het op het kaartje ook hier in het zuidwesten. Het is een plaatsje dat nu trouwens niet meer bestaat, maar het lag in de buurt van Laodicea en Hierapolis. Paulus zelf was daar nog nooit geweest; zij kenden zijn aangezicht niet, zoals hij in de brief ook beschrijft. De Ecclesia was ontstaan door de prediking van Epafras, zoals we straks nog vanzelf zullen zien. Paulus heeft daar heel veel achting voor, want Epafras heeft het precies zo verteld zoals de apostel Paulus dat ook naar voren mocht brengen. Hij heeft dat gedaan met succes – als ik het eens menselijk mag zeggen – maar in ieder geval met vreugde, dat is een beter woord, en zo is die Ecclesia daar ontstaan.

Ik sla de eerste verzen over, de aanhef en de groet, et cetera.

Paulus' Dankgebed en het Levende Woord Der Waarheid ↑ hoofdstukken

Maar dan begint hij met: “Wij danken God.” Het is een gebed. Waar we ons nu dus mee bezighouden, is een gebed dat Paulus bidt voor de Kolossers, maar hij begint daarbij altijd — dat is heel karakteristiek — met dankzegging. Wij danken God. Wie is dat? Nou, dat is de Vader van onze Heer Jezus Christus. Dat wil zeggen: Hij die hier op aarde Jezus was, maar door God tot Heer en tot Christus is gemaakt. Wij danken God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor jullie. Hij had een gebed, maar het begon met dankzeggingen. En hoezo dat dan? Nou, daar wij gehoord hebben van jullie geloof in Christus Jezus.

Paulus was, ik zei al, er zelf niet geweest, maar hij heeft die verhalen gehoord. Het verslag ervan had hij vernomen van Epafras, die had daar dus in Kolosse gepredikt en was vervolgens ook bij Paulus terechtgekomen in Rome. En zo hebben ze daar in de gevangenis contact met elkaar gehad. En ja, Paulus had daar geweldige goede berichten vernomen over wat daar plaatsvond in Kolosse en hoe het woord daar vrucht droeg. En dat zegt hij dan.

Overigens, even voor de volledigheid en voor degenen die er misschien niet zo vertrouwd mee zijn: ik lees uit de NBG-vertaling. En als ik iets cursiveer, dan wijk ik daarvan af en dan is het een wat letterlijker weergave vanuit de grondtekst. In dit geval heb ik meestal geen enkelvoud, want er staat in de NBG ‘u’. En in het Nederlands kan dat een enkelvoud of meervoud zijn, maar het is echt meervoud. Dus: “daar wij gehoord hebben van jullie geloof in Christus Jezus”. En dat niet alleen; jullie geloof, het feit dat zij beaamden wat verteld was over Christus Jezus, en van de liefde die jullie hebben voor al de heiligen. Dus onvoorwaardelijk; het geeft ook aan dat die liefde niet selectief was. Dat was gebaseerd op het feit dat zij heiligen waren.

Nou is dat altijd een beetje… het is nog een paar weken geleden, toen mocht ik op deze plaats spreken, maar dat was toen voor jongelui. Ik ben zelf ook nog heel jong natuurlijk, dat ziet u ook wel. Nee, zoek mij maar… Hubert? O, je komt daarvoor joh! Maar toen hebben we aan die jongelui mogen vertellen over het woordje ‘heilig’. Wat dat nou eigenlijk betekent, want er bestaan heel veel misverstanden over. Maar heilig betekent gewoon: apart gezet voor God. Afgezonderd voor Hem. Wel, dat is de consequentie: je wordt geroepen en dan word je een zonderling, een aparteling. Dan hoor je er eigenlijk niet meer bij; ook dat is de consequentie daarvan. Maar je bent apart gezet, dat is de gedachte. En zij hadden liefde voor al die heiligen.

Ik ga er nu even snel doorheen om uit te komen bij de verzen 5 en 6 en dan gaan we het wat preciezer bekijken. Maar zij hadden liefde voor al de heiligen. Hoezo nou? Vanwege de hoop, of vanwege de verwachting, een zekere blijde verwachting die voor jullie is weggelegd daar in de hemelen. Daar waar Christus nu is. Daar is die verwachting, die hoop voor hen — en ik zeg erbij: voor ons die dit nu ook lezen — weggelegd. Daarvan hebben jullie tevoren gehoord, namelijk van die hoop die voor hen weggelegd was. Daarvan hebben jullie tevoren gehoord in het woord van de waarheid.

Dat is een moeilijke klank tegenwoordig. Mag je dat eigenlijk wel zo zeggen, dat iets waarheid is? Want men zegt tegenwoordig heel relatief: “Dat is jouw waarheid.” Maar hier staat: “het woord van de waarheid”. Ja, maar zo ligt het wel. Het is een woord dat waar is, dat zeker is, dat vast is, dat betrouwbaar is; waar je op kunt staan, waar je op kunt bouwen, alsjeblieft mensen. Dat woord is waarheid — ik zei het in mijn gebed nog even en ik houd ervan om het zo te formuleren — niet omdat het alleen maar klinkt, maar het bewijst zichzelf ook. Het verklaart zichzelf en het bewijst zichzelf ook. Een prachtig thema.

Maar het gaat er nu even om dat zij hadden gehoord van die hoop die voor hen was weggelegd in het woord van de waarheid. Ja, wat is dat? Nou, dat is het evangelie. Of zoals ik het zelf graag in het Nederlands noem: het goede bericht. Want dat is wat evangelie gewoon betekent: een blijde tijding, goed nieuws. Dus een goed bericht. Als er iets is waar we in onze dagen — en dat is niet specifiek voor onze tijd hoor, zo wil ik het niet voorstellen — maar zeker in een tijd als de onze, waarin je eigenlijk overgoten wordt door allemaal slecht nieuws en allemaal teleurstellingen en frustraties… Er moet nog zoveel gebeuren en er is zoveel. We worden zo belast, en dat bedoel ik niet vanuit Den Haag zozeer, maar ook dat draagt bij. Maar dat even terzijde. We worden belast door van alles, er moet zoveel, en hoe meer je probeert, hoe meer het frustreert ook. Daar word je niet blij van.

Dit is werkelijk een goed bericht. Weten jullie waarom het evangelie een goed bericht is? Omdat niets — ik bedoel: niets — van de mens uitgaat. Het is een mededeling. Een bericht betekent een mededeling. Het is een bericht van Gods wege over wie Hij is, namelijk God. Een Vader ook voor heel Zijn schepping, de werken van Zijn handen, en dat Hij alles tot een goed einde gaat brengen en waarbij nooit iets misgaat. Echt waar, ik zou niets weten wat beter is voor een mens om te vernemen dan… wat kan er nog mooier zijn dan dit? Dan moeten we hier nog blijven dit weekend, daar kunnen we het daar nog eens een keer over hebben. Maar u kunt één ding niet ontkennen en dat is: als dit waar is, dan is dit de grootste, de rijkste, de heerlijkste waarheid die je je zelfs maar kunt voorstellen. En het is nog de waarheid ook: het woord der waarheid, het evangelie.

En nu gaan we wat meer op de details in. Dat goede bericht dat tot jullie gekomen is. Je moet een bericht wel horen natuurlijk. Een bericht is waar, ook als het niet verteld wordt, maar het gaat pas zijn werk doen — en je kunt het ook pas geloven — als je het te horen krijgt. Het is tot jullie gekomen en Paulus zegt erbij: het is zoals trouwens in de hele wereld, overal op allerlei tal van plekken, vrucht draagt. En een prachtige beeldspraak is dat, juist omdat het aangeeft dat dat woord van de waarheid waarheid is, maar ook een blijde tijding, een goed bericht. Maar dat niet alleen: het is ook levend. En omdat het een levend woord is, is het vitaal in zichzelf. Ik bedoel: vertel het en het zal bewijzen dat het een levensveranderende kracht in zich heeft. Dat is de vitaliteit van het woord zelf.

Ik bedoel, want dat is de beeldspraak: vrucht dragen of opwassen. Dat is terminologie uit de tuinbouw. Dat ben ik van origine trouwens ook, ik moet mij daar af en toe mee bemoeien. Maar daar spreken we over opwassen, groeien en eventueel vrucht dragen. Daar heb ik dan weer weinig verstand van, want dan moet je meer in de Betuwe zijn. Maar u begrijpt wat mijn gedachte is. Dan heb je een zaadje en daar zit kiemkracht in! Stop het in de grond, geef het water en licht, en het bewijst dat het vitaal is, dat het leven in zich heeft. Dat woord waar Paulus hierover spreekt, dat is vitaal. Het draagt vrucht, het wast op, het groeit. En dan zegt Paulus: dat is niet alleen maar elders in de wereld. Want ja, Paulus is een heraut geweest onder de natiën. Waar hij ook maar in de gelegenheid was, heeft hij dit verteld. Hij heeft het woord gezaaid, zoals die beeldspraak elders luidt. En bij gelegenheid komt het in goede aarde. Vaak ook niet, dat weet u. Je vertelt het en dan loop je tegen… ik had net nog even een gesprekje met iemand die zei: “Je loopt tegen een muur van verzet op.” Ja, dat is ook waar. Maar soms, als God het wil, dan komt het in goede aarde en dan heeft het ook kiemkracht en dan gaat het groeien.

Gods Reddende Genade en het Ware Besef (epigenosis) ↑ hoofdstukken

De genade van God. Als er hier zo’n sterretje voor staat, dan staat er in het Grieks een bepaald lidwoord voor, dus ‘de’ of ‘het’. Eigenlijk moet ik zeggen: “en de genade van dé God”. Degenen die mij kennen, weten dat ik daar een voorkeur voor heb. We hebben het namelijk niet zomaar over ‘een’ god, maar over dé God. Die ene namelijk, die werkelijk ook God is en alles beschikt en plaatst. Want dat is wat de term ‘God’ ook betekent.

De genade van God in waarheid besefte. Ja, en met die genade begint het evangelie ook. Het evangelie is de boodschap van God die deze wereld genadig is, dat wil zeggen: goedgunstig gezind is. Hij geeft om niet, want genade is gratis. Charis, dat is het Griekse woord, en dat is ‘om niet’. De gedachte is niet alleen maar dat het gratis is, zonder tegenprestatie waarvoor je niets hoeft te geven of wat je niet kunt kopen, maar het maakt ook blij. Dat zit ook in dat woordje charis; het grondwoord is zelfs ‘vreugde’. Chairein is vreugde, of dat wat blij maakt.

Vanaf het moment dat jullie de genade van God in waarheid beseften… ik moet dan denken aan bijvoorbeeld wat Paulus in Titus 2 zegt, dat de reddende genade van God is verschenen aan alle mensen. De boodschap van het evangelie is — vergis u niet en ga uw oor daarvoor niet te luisteren leggen bij de gemiddelde christelijke prediking, sorry dat ik het scherp moet zeggen, maar check maar of het waar is wat ik nu zeg — je zult daar niet horen dat God de Redder is van alle mensen. Terwijl dat nu juist de blijde tijding is! Hij is de Redder voor alle mensen, of je het nu gelooft of niet. Natuurlijk is Hij dat speciaal van hen die geloven. En het meest wonderlijke is: als je het gelooft, is dat dan een prestatie? Want dat woord komt tot je. Zomaar. Waarom? Omdat het tot je komt. Maar dan moet het ook nog binnenlanden. Dan moeten de oren en het hart daarvoor geopend worden. Wie doet dat dan? Waarom de één wel en de ander niet? De genade van God is reddend verschenen aan alle mensen. Wauw! Dat is zo’n geweldige boodschap. Een mens kan begrijpen dat dit de waarheid is. De boodschap is niet: “als jij dit of dat doet”, of “als jij je knieën buigt”, of “als jij voor Jezus kiest, dan wordt Hij jouw Redder”. Nee, de boodschap is, punt: Hij is jouw Redder. Dat kun je geloven of je gelooft het niet, maar het blijft waar.

En de Kolossers hebben de genade van God in waarheid aanvaard en ontvangen. Letterlijk staat er: “besefte”. Dit is hier, je ziet het ook op de dia, gecursiveerd. Dat woord zul je in de meeste Nederlandse vertalingen niet zo tegenkomen, maar er staat hier een woord in het Grieks dat epigenosis is. Dat bestaat uit twee elementen: epi is een voorzetsel dat ‘op’ betekent, en gnosis heeft te maken met kennis. Er zijn heel veel Nederlandse woorden die daarvan afgeleid zijn. Epigenosis is dus gebaseerd ‘op kennis’. Dat is wat het woord betekent. Maar hoewel het gebaseerd is op kennis — je moet wel iets kennen of weten — gaat het er wel bovenuit. Epigenosis veronderstelt kennis, maar het is meer dan dat. En wat is nou meer dan iets weten en iets kennen? Gewoon weten dat het zo is… iedereen weet bijvoorbeeld dat de Alpen een heel hoog gebergte zijn. Maar totdat je daar echt geweest bent en over dat gebergte heen hebt mogen kijken en dat geweldige uitzicht hebt gezien, dan pas besef je wat dat is. En dat geldt voor zoveel dingen. Gezondheid is een groot goed, dat weet iedereen, maar er zijn bepaalde momenten dat je het echt gaat beseffen. En dat is het: iets weten is één ding, maar iets beseffen is iets anders.

Zij hadden de genade van God in waarheid beseft. Ik kom er straks nog op terug, want besef blijkt een heel belangrijk begrip in deze passage te zijn. De waarheid van God hebben jullie gehoord en jullie zijn die waarheid gaan beseffen, zoals jullie dat leerden van Epafras. Dat was trouwens ook iemand die uit Kolosse kwam, of in ieder geval behoorde tot de Kolossers. We vinden hem ook elders nog, in de Filemonbrief. Paulus noemt hem hier “onze geliefde medeslaaf”. Dat is heel grappig, maar als ik de brieven van Paulus lees, dan wordt dat woordje ‘slaaf’ altijd met heel veel achting gebruikt en eigenlijk zelfs als eretitel beschouwd. Dat is heel eigenaardig, want bij ons is inmiddels de slavernij afgeschaft. Begrijp me goed, ik sta hier geen pleidooi te houden voor de herintroductie van slavernij, zo bedoel ik het niet. Ik wil alleen maar zeggen dat de gevoelswaarde niet per definitie zo negatief is. Paulus beschouwde het als een eer dat hij een slaaf was van Christus; zo noemt hij zich heel vaak. En deze Epafras was een medeslaaf, een geliefde medeslaaf.

Er staat ook bij dat hij ten behoeve van jullie een getrouw dienaar van de Christus is. Getrouw wil zeggen dat het iemand is die trouw is, betrouwbaar. Dat is in feite ook een ander woord voor geloof. Een getrouw dienaar is iemand die de waarheid vertelt: de hele waarheid, de volle waarheid en niets dan de waarheid. Dat is betrouwbaar. Deze Epafras was een dienaar van het Woord. En een dienaar van het Woord hoeft maar één ding te doen: het Woord dienen. Ik mag vanavond voor jullie het Woord bedienen. Dan schotel ik het voor en ik hoef het niet mooi te maken, want alles wat ik eraan zou doen, zou er alleen maar afbreuk aan doen. Je vertelt het: dit staat er, en daar staat het ook. En als je wilt weten wat het betekent, dan kijk je daar ook. Zo werkt dat. Maar je moet wel de waarheid vertellen: de hele waarheid en niets dan de waarheid. Dan ben je betrouwbaar.

Het gaat er niet om dat je een preek houdt. Nu ik het zo zeg, schiet me dit ter plekke te binnen. Dat komt omdat ik vanmorgen bij de kapper was. Ik dacht: als ik daar in Maarn kom, moet ik er natuurlijk toch een beetje uitzien. De kapper heeft mijn kapsel meteen even afgemaakt, voordat daar weer opmerkingen over gemaakt worden. Deze vrouw die mij al jaren knipt, ken ik inmiddels vrij goed en we hebben het vaak over Bijbelse dingen. Ze heeft er zelf niet zoveel mee, maar ze is wel geïnteresseerd. Ik had de vorige keer tegen haar gezegd, want ze weet dat ik voor Bijbelstudies wegga: “Jij preekt, hè?” Ik zeg: “Nee, ik preek niet.” En toen vertelde ik het verhaal — misschien hebben jullie het wel eens gehoord, maar ik vind dat altijd een mooi verhaal — van een dominee die in volle ernst op de zondagmorgen begon. Hij keek heel ernstig de kerk in en zei: “Lieve mensen, ik heb vanmorgen geen preek. Ik heb u namelijk wat te vertellen.” Ja, dat is precies het verschil.

Een spreker die een soort pep-talk houdt, daar gaat het niet om. Om iets moois voor te stellen, of zodat mensen er weer even tegen kunnen. Nee, je moet gewoon vertellen wat er staat geschreven. En dat is rijk en waar en krachtig in zichzelf.

Nou ja, hoe dan ook, hij was een getrouw dienaar van de Christus. En hij heeft ons ook kenbaar gemaakt: jullie liefde in geest. Ik denk in de eerste plaats dat Paulus daar ook doelt op de liefde die de Kolossers hadden voor Paulus zelf. Die was geestelijk, want ze hadden Paulus nog nooit gezien, maar ze hadden hem wel lief.

Ja, waarom? Nou, gewoon vanwege het woord dat hij mocht brengen, wat hem was toevertrouwd en wat hij onder de natiën mocht brengen – en moest brengen trouwens. Het was zijn missie, daarvoor was hij erop uitgestuurd. Maar ze hadden zijn aangezicht niet gezien.

Dus geest betekent in de Bijbel gewoon onzienlijk. Je kunt het niet zien. Ze hadden hem niet gezien, maar ze hadden wel liefde voor hem. Ja, gewoon vanwege die gemeenschappelijke boodschap, dat woord, die waarheid, dat evangelie dat zij met elkaar deelden.

Nou ja, dat hadden ze ook kenbaar gemaakt. En voor Paulus is dat een grote reden om dankbaar te zijn. Daarom zegt hij in vers 9… Ja, dit helpt niet.

Waarom Bidden? Groeien in een Spiraal van Besef ↑ hoofdstukken

Want ik zei al: als Paulus gaat bidden of een gebed uitspreekt, dan is het altijd primair dankzegging. En toch is er ook altijd een gebed in de betekenis van een vragen, een bidden. In het verleden herinner ik me nog wel dat dit mij bevreemdde, juist omdat het zo karakteristiek is voor wat Paulus vertelt. Want als God nou alles in de hand heeft, Hij mijn Vader is en Hij mij verzekert te geven wat ik nodig heb, en dat Zijn weg met mij de beste is… wat moet ik dan bidden? Hem van advies dienen of zo? Alsof wij een beter zicht hebben op de dingen. Het wordt zo bizar als je erover nadenkt. Heel veel mensen vatten het gebed wel zo op, als eigenlijk eventjes adviseren: “U zou het beter zus of zo kunnen doen, toch?” Wat voor godje heb je dan, denk ik dan. Maar het roept wel een andere vraag op: als het zo is dat Hij onze Vader is en Hij ons verzekert dat Hij ons geeft wat we nodig hebben, wat valt er daar nog te bidden?

Nou, dat zal ik u vertellen. Kijk het maar na; ik zou u heel veel voorbeelden kunnen geven. Vanavond is het onderwerp Kolosse 1, maar ik zou het ook kunnen doen aan de hand van Efeze 1 of Efeze 3, waar Paulus in beide gevallen een gebed uitspreekt. Wat je dan zult ontdekken is dat als hij bidt, dit is opdat mensen zouden gaan beseffen wie Hij is en wat Zijn weg is, en dat ze het besef zouden krijgen van de rijkdom die ze hebben. Het is dus niet om iets te krijgen, maar opdat je dat wat je bezit ook daadwerkelijk gaat realiseren. Besef vertaal ik in de Concordant Version voor het woordje epigenosis ook met realize. Je realiseert je iets. Het maakt me niet zoveel uit welk woord je eraan koppelt, als je maar begrijpt dat er een verschil is tussen kennen en beseffen; dit laatste gaat er bovenuit.

De dingen beseffen, dat is waar het werk om gaat. Dat je gaat beseffen. Er is een voorbeeld in de Bijbel, ook in een brief van Paulus, in 2 Korinthiërs 12. Daar lees je dat hem een doorn in het vlees was gegeven. Dat was heel apart, daar ga ik het nu niet over hebben, maar daar had Paulus erg veel last van, op zijn zachtst gezegd. Drie keer heeft hij de Heer gebeden of die boodschapper van de tegenstander van hem zou aflaten, totdat hij het antwoord kreeg van de Heer zelf: “Mijn genade is voor jou genoeg.” De gedachte is: stop nu maar met vragen, want Ik geef jou wat jij nodig hebt, en meer en beter, opdat jij je dat realiseert.

De vraag blijft dus: wat zouden we vragen? Nou, dat we vooral zouden gaan zeggen wat we al geacht worden te weten, maar in ieder geval dat de rijkdom die je bezit in Hem — en die je eigenlijk al vanaf de aanvang hebt — werkelijkheid voor je wordt. Als je Christus Jezus de Heer mag ontvangen, dan heb je opeens alles. Je weet het misschien niet of je realiseert het je nauwelijks, maar het is wel zo. Daar gaat het juist om: dat je ogen geopend worden en dat je steeds meer gaat zien. En nu moet ik mijn punt eigenlijk gaan maken, in die zin dat we het gaan bewijzen: vanaf de dag dat we het gehoord hebben, houden wij niet op voor jullie te bidden en te vragen dat jullie vervuld zouden worden van het besef van Zijn wil.

Dat woordje besef is cruciaal. Kijk, je hebt kennen of weten — ik gebruik die nu even als synoniemen — en de volgende fase is dat je het gaat beseffen. Je moet het eerst horen; als je het niet weet, kun je het niet beseffen. Als je het hoort, het kwartje is gevallen en je gelooft het ook, dan weet je het. Maar dat is nog wat anders dan dat je het ook werkelijk beseft. En er is nog een fase, en dat is waar Paulus’ gebed hier over gaat: dat de Kolossers, zijn lezers — en wij als lezers — vervuld zouden zijn van besef. Het is een heel traject dat daarin nog te gaan is. Het is geweldig als je dingen mag horen en weten, en als je het gaat beseffen, maar het gaat erom dat je er echt helemaal van vervuld wordt. Vervuld worden betekent eigenlijk gewoon dat er geen plaats meer is voor andere dingetjes. Je wordt daardoor beheerst en dat geeft richting aan heel je denken. Zoals we zeggen: waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.

Als je ervan vervuld wordt… ja, die rijkdom is zo groot! Die rijkdom is zo groot dat als het je vervult, je er steeds meer van gaat zien, maar ook steeds meer de vreugde en de rijkdom daarvan ervaart. Ik wil trouwens nog op iets anders wijzen: dat jullie vervuld zouden worden van het besef van Zijn wil. De meeste mensen in het christendom in het algemeen hebben een heel religieus trekje om mensen dan meteen voor te houden wat Hij van mij wil. Mensen denken in feite heel egocentrisch; het gaat hen om Zijn wil voor míj. Nee, dat is het niet. Het gaat erom dat ik besef ga krijgen van wat Hij wil. Zijn wil draait niet allemaal op mijn persoon. Je mag een plekje innemen in dat wat Hij Zich voorneemt, wat Hij op het oog heeft en wat Hij wil. En Zijn wil is zo boeiend!

Kijk maar eens even verder in deze brief wat Paulus bedoelt met Zijn wil. Dat staat in vers 27 van ditzelfde hoofdstuk, aan het einde zijn we daar zo’n beetje beland. Daar staat: “God wil bekendmaken…” Dit wordt hier verder verwoord — en morgenavond gaan we ons hier uitgebreid mee bezighouden — “God wil bekendmaken de rijkdom van de heerlijkheid.” Alsjeblieft, dat is typisch Paulus, die stapelt die woorden: Gods wil om de rijkdom van de heerlijkheid bekend te maken, namelijk van het geheim dat Hij onder de natiën bekendgemaakt heeft: Christus, de hoop der heerlijkheid. Dat is heel wat meer dan alleen maar Gods wil voor mijn leven, hoor. Het gaat erom dat je vervuld wordt van dat wat God belangrijk vindt. Dat veronderstelt inderdaad ook Zijn wil voor mijn leven, dat is waar, en dat transformeert mij ook. Maar niettemin gaat het over de wil van Hém en dat we daar vervuld van zouden worden. Dat is Paulus’ gebed hier.

Nog een voorbeeld voor de fijnproevers: als je in Efeze 1 vers 9 tot 11 kijkt, zie je datzelfde fenomeen. Ook daar blijkt dat geheim van Gods wil universeel te zijn; het is echt alomvattend. Hemel en aarde. Kijk lieve mensen, God denkt groot. We hebben een grote God, de God van hemel en aarde. Heel de schepping is Zijn gebied en daar heeft Hij een doel mee. Dat is zo groots, en dat gaat Hij gefaseerd realiseren. Wat Paulus bidt voor de Kolossers, is dat zij dat zouden beseffen en dat we daar vervuld van zouden worden, zo groot als dat is. Dat jullie vervuld zouden worden in het besef van Zijn wil.

Wijsheid als Uitkijktoren en een Waardige Wandel ↑ hoofdstukken

In alle wijsheid en geestelijk inzicht. Ik wilde daar kort op wijzen, omdat ik dat zo mooi vind. Over wijsheid bestaat nog wel eens misverstand, maar het Griekse woord is Sofia – we kennen de naam Sophie ook hier in de zaal. Sofia is het Griekse woord voor wijsheid, en als je dat liefhebt, krijg je ‘filosofia’, filosofie: liefde voor wijsheid. Maar ‘sofia’ is heel interessant. Of het etymologisch helemaal klopt, weet ik niet, maar semantisch is het direct verwant aan het Hebreeuwse woord tsapfa. Dat woord komt heel vaak voor in de Hebreeuwse Bijbel en het betekent een ‘uitkijktoren’. Dat is voor mij echt een eye-opener. Want dat is wat wijsheid is. Wijsheid is meer dan alleen maar kennis. Kennis geeft inzicht, maar wijsheid geeft overzicht. Dat je de verbanden gaat zien, en dat geeft uitzicht. Wat is het mooie van op een uitkijktoren geplaatst te zijn? Dan zie je de dingen van boven. Dan heb je overzicht. De ellende met alleen maar data is vaak dat je een heleboel gegevens hebt, maar de samenhang absoluut niet ziet. Daar heb je wijsheid voor nodig. Dan ga je het geheel overzien en krijg je ook uitzicht. Dat is echt wijsheid: dat je zicht krijgt op hoe de dingen in het verleden zijn ontstaan, maar dat je ook de andere kant op kijkt, in de richting van de toekomst, zodat je uitzicht krijgt op het einde en ziet hoe God de dingen tot een onovertroffen voltooiing laat brengen.

Paulus bidt dat jullie vervuld zouden worden van het besef van Zijn wil in alle wijsheid. Niet een beetje. Ik denk dat we geen idee hebben van wat God vermag met ons leven. Ik zeg het expres zo. We denken altijd te groot over wat wij voor God kunnen doen; probeer dat maar eens, het valt meestal tegen. Maar wij hebben geen idee van wat God bij machte is te doen met de mens. Ik ben daar vast van overtuigd. Weet u wat Hij bij machte is te doen met de mens? Dat Hij ons kan vullen. Dat is geen menselijke prestatie, dat doet Hij. Paulus’ gebed is dat Hij ons, zijn lezers, zou vervullen met het besef van Zijn wil, Zijn universele wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht.

Er staat nog bij: “om de Heer waardig te wandelen”. Dat waardig wandelen kun je heel gemakkelijk moralistisch opvatten, alsof je dit of dat moet doen om de Heer waardig te zijn. Nee, waardig wandelen is een wandel waarin de Heer op waarde geschat wordt. Waardig is afgeleid van waarde. Je kunt alleen maar de Heer waardig wandelen als je Hem weet te waarderen en op waarde weet te schatten. Dan moet je Hem eerst kennen. Het begint met kennis. Er zijn heel veel mensen die denken dat ze van alles moeten doen en die lopen de benen uit hun lijf; ze willen en proberen zoveel. Maar het gaat erom dat je Hem wilt kennen, dat je weet wie Hij is en dat je daar besef van gaat krijgen, dat je daar vervuld van wordt. Dan pas weet je Hem op waarde te schatten. Als je dan wandelt, is dat een waardige wandel, omdat bij elke stap die je doet je denken georiënteerd is op wie Hij is en wat Hij bij machte is te doen. Wat Hij voornemens is en wil, gaat Hij ook realiseren. Dat is zo rijk. Dat waardig wandelen geeft waarde aan de wandel. Het belast de wandel niet, het ontlast ons juist. Het geeft waarde, vreugde en blijdschap.

Vervolgens gaat het om Hem in alles te behagen en in elk goed werk vrucht te dragen. Ziet u, als u denkt dat dit een prestatie van de mens is, dan zou ik zeggen: doe je best. Maar ik weet op voorhand dat dit stukloopt. Dit is echter wat God bij machte is te doen met de mens die Hem gelooft en die beaamt wat Hij zegt. Dan zul je die waarde leren kennen, Hem in alles behagen en in elk goed werk vrucht dragen. Goede werken zijn werken die organisch zijn. Er wordt hier gesproken over het dragen van vrucht, en dat wil zeggen dat het levend is; het groeit als vanzelf. Natuurlijk komt er bij groei heel wat kijken. Denk aan een appel die aan de boom groeit; dat gaat vanzelf, maar daar komt veel bij kijken. Het is geen organisatie, het is geen mensenwerk. Een mens kan er niets aan doen, behalve zorgen dat er licht, water en voeding bij komt. Dat heb je nodig en dan is er sprake van groei. Geestelijk is dat ook zo. Een kinderliedje zegt: als je groeien wilt, moet je het Woord tot je nemen. Dat is water en dat is ook licht. Het is voeding, heel voedzaam. Dat is wat groei geeft, omdat dat Woord vitaal is.

Dan zul je in elk goed werk vrucht dragen en vervolgens ook weer opwassen en groeien in het besef van God. Het is nu de derde of vierde keer dat we het woordje ‘besef’ tegenkomen: epignosis. Het is iedere keer besef. Ik vergelijk het met een spiraal: een spiraal van besef. In een spiraal doe je iedere keer hetzelfde rondje, maar je komt telkens op een hoger niveau. Je neemt in de volgende ronde weer mee wat je in de vorige ronde hebt geleerd. Om het grafisch voor te stellen: het begint, zoals we hebben gelezen, met het besef van Gods genade. Dan volgt dat je vervuld wordt van het besef van Gods wil. En uiteindelijk wordt het het besef van God Zelf. Eerst de genade leren kennen en er een besef van krijgen, dan besef van Gods wil – Zijn universele, alomvattende wil – en vervolgens besef van wie God Zelf is. Dat groeiproces in steeds meer besef is waar Paulus zijn knieën voor buigt.

Ik moet zeggen, ik heb die gewoonte overgenomen. Paulus is niet voor niets een model; hij zei: “Wees mijn navolger, zoals ik Christus’ navolger ben.” Bid je dan voor aardse omstandigheden? Ik doe het, maar voordat ik het weet, ben ik weer aan het bidden voor redding uit situaties. Paulus zegt: “Maak al je wensen gerust bekend met vrijmoedigheid,” daar gaat het niet om. Maar Hij weet wat ik nodig heb en daar dank ik Hem vooral voor. Ik bid voor anderen en voor mezelf, en het meest kostbare wat je kunt bidden is dat je steeds meer besef gaat krijgen van wie Hij is en wat Zijn Woord betekent. Er staat bij: opwassen en groeien. Wassen is groeien, voor de goede orde. Groeien in het besef van God. Vers 11 demonstreert dat verder.

Bekrachtigd Naar Zijn Heerlijkheid tot Volharding met Vreugde ↑ hoofdstukken

Echt, dit is geen theorie. Hij zegt: in alle kracht bekrachtigd worden. Dat is helemaal ongewoon. Dus terwijl je dat traject of die groeispirale, hoe je het ook maar noemen wilt, van besef mag doorlopen en Hij er steeds meer besef in geeft, word je vervolgens met alle kracht — ook hier weer niet een beetje, ook niet veel, maar alle kracht — bekrachtigd. Dat wil zeggen: dat is de kracht die Hij geeft. En in welke mate dan? Nou, er staat: naar, dat wil zeggen in overeenstemming met, de sterkte van Zijn heerlijkheid. Dus wat is daarbij het model? In overeenstemming met wat krijg je dan kracht? Nou, met de sterkte van Zijn heerlijkheid.

Nu heb ik een goede vraag voor u. Waar liggen de limits van de sterkte van Zijn heerlijkheid? Die limits zijn er niet. “The sky is the limit”, zeggen we dan. Nou, maar breder: er is geen grens. Over de sterkte van Zijn heerlijkheid denken we op voorhand en per definitie altijd te gering. Hoe geweldig is het als je besef van God gaat krijgen en daarin vervolgens met alle kracht bekrachtigd wordt. Je ontvangt kracht die helemaal in overeenstemming is met de sterkte van Zijn heerlijkheid.

En dat dat inderdaad heel praktisch is, dat zou ik nu bewijzen, want er worden drie dingen genoemd. Tot elk verduren — en we geven daarnaast tot alle volharding. Het is iets passiever. Volharden is iets actiefs doen en daarin volhouden, maar het Griekse woord is passiever. Het heeft te maken met dat je de dingen verduurt, verdraagt. En die kracht die God geeft in dat groeien van besef, dat leidt tot elk verduren. Je gaat de dingen dragen. Verduren, dat is het vermogen om de dingen te doorstaan. Vreugde doorstaan, dat gaat ons allemaal wel goed af. Maar op het moment dat er druk op de ketel komt, of moeite is, of pijn, is Hij het die het vermogen geeft om te doorstaan. Hij geeft wat daarin nodig is.

Er staat bij: tot elk verduren en geduld, of langmoedigheid. Maar dat is geduld. En bij geduld wil ik wel zeggen: volhouden, vooral als het langer duurt dan jij dacht. Dan heb je geduld nodig. En het allermooiste vind ik die derde eigenschap, want er staat bij: met blijdschap of met vreugde. Dat maakt niet zoveel uit welke vertaling je hebt, want de gedachte is: zelfs met vreugde. En die combinatie is goddelijkheid. Dat zal ik u vertellen, want verduren en geduld, oké, dat bestaat. Dat zijn al geweldige kwaliteiten als je dat in je leven mag beleven. Maar het goddelijke kenmerk van de kracht waarmee Hij bekrachtigt naar de sterkte van Zijn heerlijkheid, dat is dat Hij verduren geeft, elk verduren en geduld. Let op, dit zijn dingen, geen idealen voor ons om te bereiken. Dat is juist de kracht die Hij geeft en waarmee Hij bekrachtigt: verduren en geduld met vreugde.

Ik heb erbij gezet als aantekening: deze combinatie is niet naar de mens. Want oké, iets verduren en verdragen en dan ook nog geduld daarin te hebben, dat kan nog wel. Maar op het moment dat je dat zelfs met vreugde doet en blijdschap, ja, dat is goed. En dat is ook zo. Maar dit kan ook alleen maar als je besef van Godheid hebt, als Zijn weg de beste is. En dat bedoel ik gewoon in de praktijk: als Zijn weg de beste is, dan geeft Hij wat nodig is. Maakt dat het leven makkelijk? Nee. Want verduren suggereert juist dat er druk is en pijn en moeite, tegenslag of wat dan ook. Maar Hij geeft je dus de kracht om te verduren. En ook als het veel langer duurt dan jij dacht, en ook nog eens als je werkelijk beseft dat het uit Zijn hand komt, dan komt de vreugde. Want je weet: Zijn weg is de beste. Wel heel leuk, maar makkelijk? Nee, dat zeg ik helemaal niet. Ik zeg: dit is gewoon een goddelijk gegeven. Als je denkt dat dit een prestatie is: vergeet het.

Maar ik geloof wat Paulus hier bidt. Dit is wat God bij machte is te geven. Ik denk dat we vaak veel te klein denken, ook van wat God bij machte is te doen hier in dit aardse bestaan. Wij zeggen dan: de tranen komen. Maar dat Hij je verdurend maakt en geduld geeft, maar ook nog met vreugde, met blijdschap… Hoe kan er ooit iets misgaan bij Hem? Kijk, als het een theorie is, dan zegt iemand morgen: “Wanneer krijg ik mijn koffie?” Maar dit is de waarheid. Lieve mensen, als Hij werkelijk God is, de God en Vader, ja, dan geeft Hij dit niet mondjesmaat: met alle verduren en met vreugde.

En daar staat ook bij dat laatste: dankende de Vader. En dan weet je meteen waarom die vreugde er ook is. Want je gaat vreugde ervaren op het moment dat je God gaat danken. Niet omgekeerd, hoor. Je gaat niet danken omdat je vreugde beleeft; nee, je gaat vreugde beleven juist als je God gaat danken. Waarom? Omdat je op het moment dat je dank uitspreekt, aangeeft: het komt van U. En dan word je ervan bewust dat Hij het is die het geeft en beschikt, en wiens weg de beste is. En dan ga je de Vader danken.

Paulus zegt erbij: dankende de Vader, die jullie bekwaam maakt voor het deelhebben aan het lotsdeel van de heiligen in het licht. Ga ik dat ook nog uitleggen? Nee. Want dit is Paulus; hij is overstelpend. Maar één ding moet je vasthouden: Hij is het die bekwaam maakt. Want ik houd ervan om het op deze wijze te zeggen: God roept geen bekwamen, maar Hij bekwaamt degenen die Hij roept. En als Hij je roept, dan geeft Hij jou wat je nodig hebt en dan gaat Hij je ook bekwamen. Leer Hem te danken. Hij heeft niks te geven. Sterker nog, Hij heeft alles gegeven. Hij geeft op voorhand een garantie. De vraag is: weet je het? Dat moet je daarin meenemen. Want als je het niet weet of niet gelooft, ja, dan houdt het op. Maar als je mag geloven en gaat beseffen, dan zul je ook die kracht gaan ondervinden en beleven en de Vader danken, en weten dat Hij degene is die ook bekwaam maakt voor dat geweldige plan dat Hij heeft, namelijk om in de schepping straks die grote rol te gaan spelen.

Want eigenlijk komt onze echte taak nog. We zijn een ekklesia, maar we zijn bestemd voor de troon. We gaan het er later nog even over hebben, want dat is onvoorstelbaar; ook daarvan hebben we geen idee. We zitten hier nu bij elkaar en eerder vanavond hadden we het er even over: ja, we zijn allemaal zonderlingen, apartelingen. En eigenlijk gaan de meesten wellicht een betrekkelijk eenzame weg buiten de kerken om, want ja, wat moet je in de christenheid? Het wordt miskend, dit evangelie. Ja, dat is waar. En als je dan bij elkaar bent, dan denk je: nou, dat zijn er toch heel wat. Dat is wel mooi. Het is geweldig om zo samen te zijn. Ik zou zeggen: dat moeten we vooral ook blijven doen zolang het nog nodig is. Maar daar hebben we echt bekwaamheid voor nodig. Ik ben er blij mee; Hij is het die daarvoor bekwaam maakt.

Nou, u denkt: gaat hij nu weer verder met de 22e studie? Nee, maar het is wel eventjes een aanzet van waar we het morgenochtend over gaan hebben, eigenlijk het vervolg van Kolossensen 1, namelijk hoe Gods volheid in Christus woont. Nou, ik wil het voor dit eerste deel even hierbij laten.

🎧 compleet in Christus (1)


Powered by RedCircle

Delen: