compleet in Christus (3)
13-06-2026 - Geplaatst door Andre PietMaarn
Alle schatten van wijsheid en kennis in Christus verborgen. Aan Paulus is de bediening gegeven om het woord van God te completeren en het geheim van Gods werk in onze dagen te onthullen. Onder de natiën en buiten Israël om.
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Terugblik op Gods Volheid in Christus
- Wat Ontbreekt aan de Verdrukkingen van de Christus
- Paulus' Beheer en het Completeren van Gods Woord
- Het Geheim Dat in Aeonische Tijden Verzwegen Was
- De Rijkdom van Gods Geheim Onder de Natiën
- Ieder Mens Attenderen en Volmaakt Presenteren in Christus
- Paulus' Zware Strijd: Harten Bemoedigd en in Liefde Verenigd
- Gods Geheim: Alle Schatten van Wijsheid in Hem Verborgen
- De Verborgen Christus in de Schaduwen van het Oude Testament
Terugblik op Gods Volheid in Christus ↑ hoofdstukken
Compleet in Christus. Dit is de derde keer dat we het weer van een andere kant, vanuit een ander oogpunt, gaan bezien. Iedere keer worden we toch weer bepaald bij deze centrale waarheid. Het is voor mij in de voorbereiding ook niet moeilijk om rond dit thema, dat helemaal ontleend is aan de Kolossenbrief, juist aan de hand daarvan de zaken te bespreken. Het zijn inderdaad telkens weer verschillende facetten die daarbij zichtbaar worden.
Nu gaan we verder, want we hadden in eerste instantie Kolossen 1 in het vizier — ik wil zeggen: de eerste passages daarin. Laat ik nog even terugblikken. Gisteravond hebben we ons beziggehouden — even ter herinnering — met Paulus’ gebed voor de Kolossers, namelijk dat zij ook vervuld zouden worden van het besef van Gods wil. Dat is een wil van God die niet alleen over ons leven gaat, maar waarin heel de schepping betrokken is. Het gaat erom dat we dat zouden beseffen en daarmee zelfs vervuld zouden worden. Dat zijn gigantische dingen en dat kan er maar één bewerken. Het is niet een ideaal dat we proberen te bereiken of een ladder die we beklimmen om daartoe te komen, want zo werkt dat niet. Het is iets wat God geeft, wanneer we Hem mogen beamen en kennisnemen van dat wat Hij te melden heeft.
Dat was gisteravond. Vanochtend hebben we ons beziggehouden met Gods volheid in Christus, namelijk hoe geweldig uitnemend de glorie is van Gods Zoon, de Zoon van Gods liefde, zoals Paulus Hem niet voor niets noemt. En hoe God via Hem deze hele schepping gaat zegenen en ook hoe de hele schepping eigenlijk via Hem tot stand is gekomen. Hij is vóór alle dingen en alles is ook tot Hem geschapen. Hij is de bestemming; dat wil zeggen dat God via Hem al Zijn plannen gaat realiseren. Dat is Zijn glorie.
De reden waarom Paulus dat naar voren brengt, is dat er juist in Kolosse lieden waren die kennelijk dreigden binnen te sluipen in die ekklesia en de aandacht daarvan wilden afleiden. Ze zeiden: “Dat is wel mooi wat jullie daar vertellen” — ik parafraseer het nu even, maar daar komt het op neer als je hoofdstuk 2 goed leest — “dat is wel mooi, maar er is nog zoveel meer. De filosofieën hebben zoveel te bieden; wat er in de wereld allemaal gaande is en wat er allemaal verteld wordt; bibliotheken vol, et cetera.”
Paulus maakt daar korte metten mee en hij belicht dat ook. Alle schatten van wijsheid en kennis — die uitdrukking is direct ontleend aan wat we in hoofdstuk 2 vers 3 zullen lezen. Dat is pas aan het einde van de passage waarover we vanavond spreken, maar dan zegt hij ook dat alle schatten van wijsheid en kennis in Christus verborgen zijn.
Ik pak de draad nu op bij vers 24. We bespreken deze dagen niet heel de Kolossenbrief, maar een aantal passages waarin het begrip volheid, compleetheid of vervulling een centrale rol speelt. Ik begin te lezen bij Kolossen 1 vers 24. Het is misschien een lastig vers om te verstaan, maar toch moet ik het erbij lezen omdat je anders vers 25 niet begrijpt. Ik moet het dus toch kort even melden.
Paulus zegt dan: “Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om jullie lijd.” Dat is op zich al heel opmerkelijk. We hadden het er vanavond nog even over; dat geldt voor zoveel dingen, het is maar hoe je het bekijkt. Als je lijdt, dan heb je in eerste instantie niet bepaald de gedachte van: “O, wat machtig dat mij dat mag overkomen.” Maar Paulus kende zijn God en hij zegt: “Ik verblijd mij over hetgeen ik om jullie lijd”, dat wil zeggen: ook om jullie als natiën.
Hij was een gevangene — ik heb daar al eerder aan gerefereerd. Waarom was hij een gevangene? Wel, omdat hij in Jeruzalem was verworpen door zijn volk en in gevangenschap terecht was gekomen. Waarom? Omdat hij een apostel van de natiën is. Het komt er eigenlijk op neer dat hij aan Israël de boodschap heeft moeten doorgeven — dat was zijn ondankbare taak — namelijk dat het volk van God in onze dagen niet Israël is, maar een volk dat uit de natiën verzameld wordt. Daarmee maakte hij hen jaloers. Dat wil zeggen: de kift over het feit dat niet zij, Israël, het van oudsher uitverkoren volk, terzijde zijn gesteld. Tijdelijk, dat is waar, maar niettemin terzijde gesteld, en dat de rol van dat volk nu toekomt aan de ekklesia uit de natiën. Dat heeft een enorme afgunst veroorzaakt en in feite is het hele boek Handelingen daar een verslag van hoe dat in zijn werk is gegaan. Paulus was dus in gevangenschap met het oog op de natiën.
Hij zegt: “Ik vul in mijn vlees aan…” En dat is vooral het lastige zoals hij dat dan formuleert. Dit vers staat te boek als een van de moeilijkste en lastigste te verklaren verzen. Ik vind het wel meevallen, maar goed. Ik vul…
Wat Ontbreekt aan de Verdrukkingen van de Christus ↑ hoofdstukken
In mijn vlees vul ik aan, in dit lichaam, wat ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus. U ziet dat sterretje in de tekst; dat is dat bepaalde lidwoord waar ik al eerder op wees. Wat ontbreekt aan de verdrukkingen van ‘de Christus’, namelijk ten behoeve van zijn lichaam? Wat bedoelt hij daarmee? Nou, dat is de ekklesia. Dat gezelschap dat God zich vandaag uit de natiën verzamelt.
Het idee daarbij is dat er nog iets ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus. Het idee is dat als één lid lijdt, andere leden meelijden. Maar ik bedoel ook: als één lid lijdt ten behoeve van de ekklesia, dan wordt ‘de Christus’ verdrukt. Pardon, ik zei de ekklesia, maar ik bedoel ‘de Christus’. Het hele idee daarbij is dat ‘de Christus’ niet alleen het Hoofd daarboven is, maar inclusief zijn lichaam. De Christus is het totaal, Hoofd en lichaam, een onverbrekelijke eenheid.
Het is niet de eerste keer dat ik dat hier op deze plaats naar voren breng, maar het was nog niet zozeer het onderwerp tot dusver. Maar ‘de Christus’ is dus niet alleen het Hoofd, maar ook inclusief zijn lichaam. En als dat lichaam in de druk is – en dat wás in de druk, doordat Paulus leed juist ten behoeve van die ekklesia – dan lijdt ‘de Christus’ daarmee verdrukkingen. En Paulus vult in zijn vlees aan wat daar nog aan ontbreekt.
Die verdrukkingen van ‘de Christus’ horen ook bij deze tijd; het is een miskend gezelschap in deze wereld. In dit geval ook zeer miskend door Joseph Ford, maar ook in het algemeen staat het totaal niet in aanzien. De verdrukkingen van Christus gaan maar door, en Paulus vult die verdrukkingen aan. Waarom dat meestal problematisch gevonden wordt, is omdat ‘de Christus’ gewoonlijk alleen wordt opgevat als zijnde het Hoofd. Dat is ook wel zo, maar heel dikwijls in de brieven blijkt het juist het geheel te zijn. Ik ga geen moeite doen om dat nu aan te tonen, maar heel dikwijls in de brieven blijkt dat ‘de Christus’ het geheel is: het Hoofd, de Heer Jezus Christus daarboven, en de ekklesia vormen samen een onverbrekelijke eenheid.
Op het moment dat je dat ziet, dan snap je ook dat de verdrukkingen van Christus nog steeds doorgaan. Zolang dat het geval is, wordt er nog steeds aangevuld wat nog ontbreekt aan die verdrukkingen. En dat is wat Paulus in zijn vlees ook deed. In zijn geval was dat trouwens een hele bijzondere aanvulling, want hij heeft juist vanuit de gevangenis een hele uitgesproken en ook uitvoerige uiteenzetting gegeven over dat geheim dat hem was bekendgemaakt. Juist daarover spreekt hij en daarover was hij in bedruktheid. Het gaat dus over zijn lichaam, de ekklesia.
Paulus' Beheer en het Completeren van Gods Woord ↑ hoofdstukken
En nu begin ik dus in vers 25 te lezen, of ik ga verder daarmee. En als hij zegt: “Haar dienaar ben ik geworden” – dat wil zeggen van die ekklesia – dan zegt hij: “naar het beheer”. Als u een NBG-vertaling hebt, dan staat daar “de bediening”. In de NBG-vertaling zie ik het staan, dat is het woordje “bediening”, maar daar staat eigenlijk dit woord: oikonomia. Dat kennen we natuurlijk ook, want ons woord “economie” is daarvan afgeleid. Economie betekent letterlijk een huishouding. Of het wordt ook in de staat gedaan met een “bedeling”. Maar de uiteindelijke gedachte is die van een huishouding. Niet in de zin van een huis onder een dak waar de kamer schoongemaakt en gestofzuigd wordt; dat soort dingen verstaan wij doorgaans onder huishouding. Maar de huishouding in de zin van bijvoorbeeld de staatshuishouding: het hele beheer. Het woord “beheer” geeft eigenlijk perfect aan wat de betekenis is van die gedachte. Je vindt het woord oikonomia wel veel vaker in het Nieuwe Testament, met name in Paulus’ brieven, maar daar staat het. Het is een zaak die een eigenaar aan een beheerder toevertrouwt.
Ik zal een voorbeeld geven. In het Lukas-evangelie lees je ook van iemand die een huis heeft. Letterlijk een huis. En dat beheer kan hij dan aan iemand toevertrouwen. Die beheerder is niet de eigenaar, maar die gaat wel over hoe dat daar verder geregeld en hoe dat beheerd zou worden. Nou, Paulus is niet de eigenaar van wat er allemaal geregeld en gezegd zou moeten worden, maar hem is wel het beheer toevertrouwd dat van Godswege aan hem is gegeven. En juist door te vertellen, door aan te geven en door uiteen te zetten wat dat beheer inhoudt, dient hij die ekklesia. Want wat hij doorgeeft, dat is een buitengewoon belangwekkende boodschap die hij van Godswege toevertrouwd heeft gekregen.
Je leest in de Efezebrief al dat hij daar eigenlijk al van oudsher over gesproken heeft. Alleen gedurende de Handelingentijd heeft hij het kort aangestipt, maar juist vanuit de gevangenis – in de gevangenisbrieven na Handelingen 28 – dan trekt hij alle registers open en gaat hij er uitgebreid over spreken. Met name in de Kolossenbrief en in de Efezebrief spreekt hij over wat de huidige situatie is in de ekklesia. Ik kom er straks nog even wat specifieker op terug, want het klinkt misschien wat abstract, maar laten we gewoon Paulus op de voet volgen in wat hij hier naar voren brengt. Hem is dus het beheer gegeven en door dat door te geven dient hij de ekklesia.
Oké, dat is duidelijk. En hoe doet hij dat dan wel? Wel, om onder jullie – de natiën, dat zullen we straks ook nog zien – om onder jullie het Woord van God te completeren. Hier heb je weer dat specifieke woord waar ik het al over had, wat iedere keer in dit weekend naar voren gebracht wordt. Maar dat is dezelfde gedachte die je trouwens ook in vertalingen aantreft. Ik meen dat in de NBG-vertaling staat: “om het Woord van God tot zijn volle recht te doen komen”. Ik heb daar eigenlijk niet zoveel bezwaar tegen, want dat is inderdaad de gedachte. Maar het is een beetje lastig als dat dan hier op deze manier weergegeven wordt en in een andere passage weer met een heel ander woord vertaald wordt. Dat is niet concordant. Als je wilt weten welk woord Paulus daarvoor gebruikt heeft, dan moet je dat ook zoveel mogelijk één-op-één weergeven. In de Statenvertaling staat trouwens: “om het Woord van God te vervullen”. En dat is inderdaad de gedachte: te completeren, tot volheid te brengen. Dat Woord van God moest dus nog aangevuld worden, want het was nog niet compleet, maar aan Paulus is het beheer gegeven en hij zou het Woord van God volmaken.
Er is een heleboel over te melden hoor, geweldige dingen ook over de wijze hoe de Schriften tot stand gekomen zijn. En ik bedoel dan nu ook specifiek de Hebreeuwse Bijbel; die was al compleet. Maar wat er allemaal nog is aangevuld sindsdien in het Nieuwe Testament en al die geschriften, dat is dus opgetekend. We houden ons nu bezig met een brief die ook deel uitmaakt van die collectie, maar de apostelen, en met name ook Paulus, hebben een grote rol gespeeld in het bijeenbrengen van die Schriften. Dus het is ook in de hele letterlijke zin van het woord: het Woord van God is op schrift gesteld. Want ja, als dat woord alleen maar mondeling was doorgegeven in die dagen, dan hadden wij hier anno 2026 niet over dat woord kunnen spreken. Nee, het moest ook daadwerkelijk op schrift gesteld worden, zwart op wit. Daarom is dat een heel belangrijk aspect van Paulus’ bediening. Niet alleen maar om te vertellen wat hij in zijn dagen gedaan heeft – natuurlijk, hij kon er niet van zwijgen – maar hij moest het ook vastleggen. Zwart op wit, voor de generaties die nog zouden volgen.
En daarin is hij actief geweest. Hoe dat allemaal in zijn werk gegaan is… Juist aan het einde van zijn leven blijkt hij daar zeer actief in geweest te zijn om de geschriften bij elkaar te brengen en om ons dus een complete Bijbel te geven. Zeventig boeken, jawel, welgeteld. Vergeet het getal 66 wat je in Wikipedia en wie weet welk naslagwerk altijd tegen zult komen. Nee, het zijn de zeventig boeken. De Psalmen – ik zal het u meteen even vertellen – de Psalmen is niet één boek, maar dat zijn vijf boeken. Dat betekent dat men er vier tekort telt. Dus bij die 66 moet je er vier bij tellen en dan heb je de zeventigste en dan klopt de 70. Want 70 is trouwens ook weer het getal van niet alleen de volheid, maar ook nog van de volkeren, van de natiën. Ja, het klopt van alle kanten. In ieder geval: dat Woord van God is gecompleteerd. En toch is dat hier niet in de eerste plaats de gedachte dat hij de geschriften bij elkaar gebracht en gebundeld heeft. Dat is wel zo, maar hier is de gedachte vooral… en laten we gewoon verder lezen.
Het Geheim Dat in Aeonische Tijden Verzwegen Was ↑ hoofdstukken
Nou ja, verder lezen, maar eerst nog eventjes naar Romeinen 16. Dat is ook zo, want aan het slot van de Romeinenbrief geeft Paulus nog een inkijkje in dezelfde dingen als waar we het nu ook over hebben. En dan zegt hij dit in vers 25, helemaal de afsluiting van de bekende Romeinenbrief, dan zegt hij — ik val midden in de zin: “naar mijn evangelie,” in overeenstemming met mijn evangelie. Dat wil zeggen: de boodschap zoals die aan hem bekendgemaakt is. Letterlijk ook mondeling is het aan hem zo concreet, hoogstpersoonlijk door de Heer Zelf doorgegeven. “En de prediking van Jezus Christus,” zegt hij, “naar de openbaring van het geheim dat…”
En nou heb ik iets gecursiveerd, want dat vind je in de meeste vertalingen niet terug: “eeuwige tijden” of “in de tijden der eeuwen”. Maar letterlijk staat er: “in aeonische tijden is dat verzwegen”. Dat wil zeggen: in de aeonen die achter ons liggen, de wereldtijdperken die inmiddels geweest zijn, is dat nooit verteld; dan is het verzwegen, was het verborgen. Maar dat geheim is nu geopenbaard. Hij zegt: “thans geopenbaard”. Dus Paulus’ evangelie heeft te maken met de prediking van Jezus Christus, maar ook met de openbaring van iets wat al gedurende aeonen, wereldtijdperken, verborgen was en verzwegen was. Maar, zegt hij, het is nu — ik lees het helemaal doorlopend, want ik heb er helemaal geen stukje uit geknipt — thans geopenbaard. Dus het was verzwegen, maar dat geheim is nu geopenbaard. En hij zegt erbij: “door profetische schriften, volgens bevel van de aeonische…”
Oh, daar heb je dat woord weer: Hij is de God der eeuwen, de God van de wereldtijdperken. Hij beschikt dat, Hij plant dat, Hij stuurt dat. Hij is die aeonische God. En daar staat erbij — ik maak de zin eventjes niet helemaal af, maar in ieder geval uitlezen: “volgens bevel van de aeonische God tot gehoorzaamheid van geloof onder alle natiën bekendgemaakt wordt.”
Dus Paulus is nog drukdoende om deze dingen wereldkundig te maken. Niet alleen, nogmaals, mondeling, maar ook in geschriften. En die geschriften zijn profetisch. Profetisch bedoeld is hier ook de gedachte dat een profeet iemand is die van Godswege dingen doorgeeft. Wel, de geschriften die hij heeft opgetekend, zijn profetisch. Daarin is God Zelf aan het woord en dat is dat evangelie waarvan hij zegt: “Dat is mijn evangelie, dat hoort specifiek ook bij mij.” En daarin wordt iets geopenbaard wat altijd verzwegen is, maar het wordt nu geopenbaard door profetische schriften. Daarom wijs ik er hier ook even op dat we in dat Woord worden getrakteerd op de completering. Dat wil zeggen: het Woord van God wordt afgerold, compleet gemaakt. En waarin bestaat dat dan ook nou? Doordat het geheim dat juist aan Paulus is toevertrouwd, wordt geopenbaard. En daarin vinden we dat allemaal opgetekend.
De aeonische God heeft dat zo besloten. Volgens bevel van de aeonische God moest dit gebeuren. Het was niet optioneel of facultatief, of dat Paulus ook anders had kunnen doen. Nee, dit moest op deze wijze gebeuren. En er staat bij: “tot gehoorzaamheid van geloof”. Dat is een uitdrukking die hij meerdere keren gebruikt. Daarmee bedoelt hij dat hij vandaag het woord van geloof brengt. Gehoorzaamheid van geloof wil zeggen dat er een woord gepredikt wordt dat niet “gedaan” wordt met handen en voeten, maar dat men zou geloven. Het is gehoorzaamheid, en waar bestaat die gehoorzaamheid uit? Dat je gelooft in dat wat God te melden heeft. Dat is gehoorzaamheid van geloof. Het staat eigenlijk ook tegenover de gehoorzaamheid van de wet, waarin je dingen moet doen. En dat wordt zo onder alle natiën bekendgemaakt.
Het is opmerkelijk hoe Paulus dat in zijn brieven meer dan eens zo onder woorden brengt, iedere keer over de openbaring van het geheim. Ik ga even verder naar Colossense 1 vers 26 en daar staat: “Het geheim dat vanaf aeonen en geslachten verborgen is geweest.” Zien jullie hier vrijwel exact dezelfde gedachte als in Romeinen 16? Daar werd gezegd: “gedurende aeonische tijden is dat verzwegen geweest.” Dat is wat! God had dus een geheim en Hij heeft daar niet over gesproken. Hij heeft dat niet bekendgemaakt, niet geopenbaard. Maar aan Paulus is het geopenbaard en hij heeft het vervolgens ook nog opgetekend. Hier zegt hij iets soortgelijks: “Het geheim dat vanaf aeonen en de geslachten,” de generaties die achter ons liggen, “verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen.”
En nou laten we het nog eens aanvullen, want we lazen het zojuist in Romeinen 16 en nu lezen we het in Colossense 1. Als je Efeze 3 vers 5 opslaat, dan vind je weer een soortgelijke gedachte. We hebben hier ooit… Wanneer was dat? Ik weet niet meer welk weekend het geweest is, maar we hebben ons een heel weekend beziggehouden met het geheim van de Christus, zoals dat in Efeze 3 ook wordt uitgelegd. De Christus, namelijk Hoofd en lichaam; dat wij ingelijfd zijn bij Hem. Maar dan zegt hij in Efeze 3 vers 5: “het geheim dat in andere generaties,” dat wil zeggen die voor ons hebben gelegen, die ons voorgegaan zijn, “niet werd bekendgemaakt aan de zonen der mensen, zoals het nu wordt onthuld aan zijn heilige apostelen en profeten.”
Dat wil zeggen: Paulus heeft het niet alleen maar in het algemeen verteld, maar ook via hem — hij is het medium waardoor het ook aan de apostelen en profeten is bekendgemaakt. Ziet u hoe uniek de bediening van de apostel Paulus is? Aan hem is dat geheim verteld en onthuld. Waarom? Omdat hij het vervolgens onder de natiën zou bekendmaken, maar in de eerste plaats ook aan de heilige apostelen — of we zeggen: de apart gezette apostelen en profeten — zodat die daarvan ook op de hoogte gesteld zouden worden.
Paulus schrijft dit vanuit de gevangenis, maar je leest ook dat Petrus aan het einde van zijn leven aangeeft dat hij… Ja, als hij dan spreekt over de verwachting die anders is gegaan dan hij aanvankelijk dacht. Petrus dacht in zijn dagen — en dat heeft hij ook in het boek Handelingen gepredikt — dat de algemene verwachting was dat de Messias toen, in die generatie, zou terugkeren. Israël zou het evangelie aannemen, dat werd hen ook voorgehouden, en dan zou vervolgens de Messias terugkeren en Zijn koninkrijk vestigen. En dan komt er die “kink in de kabel”, naar de mens gesproken dan. Dat wil zeggen: Israël verwerpt die boodschap en vanaf dat moment wordt er een dertiende apostel geroepen, namelijk Paulus. Hij is degene die het evangelie vervolgens naar de natiën brengt, juist omdat Israël het niet geloofde. Dat is dus een onderbreking.
Dan lees je dat Petrus aan het einde van zijn leven zegt: “Ja, als je nou helemaal wil weten hoe dat zit… Lees maar na in 2 Petrus 3.” Heel leerzaam en ook heel veelzeggend. Hij zegt dan: “Als je echt wil weten hoe het zit, dan moet je wezen bij onze geliefde broeder Paulus, die in al zijn brieven over deze dingen spreekt.” Dan heeft hij het over die onderbreking en over de tijd; het feit dat het allemaal langer duurt dan hij aanvankelijk gedacht had. Hij zegt: “Bij Paulus moet je wezen, die weet hoe dat zit.” Hij zegt er meteen ook bij: “waarin een en ander wel moeilijk en zwaar is om te verstaan.” Ja, en hij zegt dat de onstandvastige lieden dat dan ook geheid verdraaien. Zo gaat dat. Maar zo spreekt Petrus dus daarover. Hij spreekt met de grootste achting over onze geliefde broeder Paulus, maar hij had er veel moeite mee toen dat geheim via Paulus bekend is gemaakt. Het geheim is — voor de goede orde, zodat we weten waar we het over hebben…
Het geheim heeft dus alles te maken met het feit dat Israël tijdelijk terzijde is gesteld vanwege ongeloof. Vervolgens gaat de boodschap, zoals Paulus dat mocht bekendmaken, naar de natiën. Dat gebeurt in die onderbreking, in die tijd waarin Israël niet gelooft en waarin dus het koninkrijk ook niet openbaar wordt, waarin de Christus verborgen blijft.
Ja, totdat… Inmiddels zijn we tweeduizend jaar verder en daarmee is de termijn ook bijna afgerond. Dat is het grote verschil. Wij nemen anno 2026 kennis van de dingen die Paulus optekent, maar we moeten ons realiseren dat we inmiddels wel bijna negentienënhalve eeuw verder zitten, als we ervan uitgaan dat dit ergens in de jaren 60, 61 of 62 is geschreven.
Paulus schrijft daarover uitgebreid in zijn brieven, over dat geheim dat altijd onbekend was en niet geopenbaard. Hij heeft dat bekend mogen maken – of eigenlijk moet ik zeggen: moeten maken, want hij was daarvoor het uitverkoren kanaal. Hun, aan Zijn heiligen, heeft God dit willen bekendmaken.
De Rijkdom van Gods Geheim Onder de Natiën ↑ hoofdstukken
Hun heeft God willen bekendmaken – dat wil zeggen: degenen die God vandaag afzondert en apart stelt, want dat is wat het woord ‘heilig’ betekent. Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid. Dat is typisch Paulus, je herkent de stijl direct: “wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën.” Ik vind het trouwens wel opmerkelijk dat hij niet simpelweg zegt dat God dit geheim onder de natiën wil bekendmaken, maar dat hij spreekt over “de rijkdom van de heerlijkheid”. Het is dus niet alleen maar iets rationeels waarin hij zegt: “Nou, dat is het geheim.” Nee, hij wil ook duidelijk maken hoe rijk dat is en welke heerlijkheid daarmee gepaard gaat. Ik hecht er daarom aan om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij hoe Paulus dat heeft mogen optekenen, zodat dit besef ook bij ons doordringt.
Kijk, dit heeft alles te maken met dat besef. Het is één ding om te weten hoe het zit, dat je zegt: “O, dat geheim betekent dat God nu een omweg maakt naar de natiën en dat het de bedoeling is om weer terug te komen bij Israël.” Maar dat is het niet alleen. Besef je ook de rijkdom van de heerlijkheid daarvan? Besef je wat God vandaag doet? Hij roept een ekklesia uit, een uitgeroepen gezelschap. En daar heeft Hij de hoogste bestemming voor toebereid: namelijk om deel uit te maken van ‘de Christus’. Door Israëls ongeloof, of vanwege Israëls ongeloof, is er via Paulus onder de natiën een verborgen heerlijkheid bekendgemaakt. Dat is de huidige gang van zaken. Je kunt het van de daken schreeuwen, maar het blijft verborgen. Want het is niet te zien.
Trouwens, de oren voor wie het bestemd is, die worden sowieso wel bereikt. Dat vind ik een hele geruststellende gedachte. De ekklesia is niet voor iedereen en het is ook geen publiek gebeuren; het is verborgen. En dat is ‘by design’, zo moet het ook wezen. Alle pogingen om het juist wel te openbaren, zodat de wereld ziet hoe geweldig Christus de Koning is: forget it. Dat is het nu niet. Hem is weliswaar alle macht gegeven, maar Hij eist die macht momenteel helemaal niet op. Integendeel, Hij is vandaag verborgen in de hemel en ons leven is daar ook. Daar is ons leven en wij zijn ook met Hem verborgen. Maar niettemin ligt die heerlijkheid die voor ons is weggelegd, vast. Als Hij straks geopenbaard zal worden in de heerlijkheid, dan zullen wij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid. Dat is trouwens Kolossenzen 3.
Hun heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën, namelijk: Christus onder jullie, de hoop der heerlijkheid. En hier heb je het weer: waar is Christus nu? Het antwoord is tweeledig. Christus is daar boven. Hoofdstuk 3 vers 1 zegt: “Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is, wie ons leven is.” Maar Christus is ook onder de natiën. Hoezo dan? Wel, Zijn lichaam is daar. Ook verborgen trouwens, maar dus onder de natiën. Christus onder jullie, de hoop der heerlijkheid.
Dat is een mooie link om zo aan te denken. Er wordt heel vaak gezegd, en daar wordt veel over gespeculeerd: wat is nu onze positie als ekklesia? Dan wordt er gezegd dat we zijn ingelijfd bij Israël. Ik hoor al het misprijzende daarin en dat doet mij goed, want inderdaad: we worden niet ingelijfd bij Israël, maar we zijn ingelijfd in Christus. Daarmee maken we deel uit van Zijn lichaam. Wij maken geen deel uit van de bruid, maar van het lichaam van de Bruidegom. Je krijgt dan ineens een hele andere verhouding. Ik vind dat een geweldige gedachte.
Waar het eigenlijk op neerkomt, is dat er in deze tijd, in die tussentijd of onderbreking, een volk verzameld wordt dat deel uitmaakt van de Christus. Christus wordt vandaag gevormd. Dat vindt u misschien heel vreemd, maar dat is echt de gedachte: een lichaam dat groeit, allemaal verborgen. En Hij is de hoop der heerlijkheid, een prachtige uitdrukking. Vergis je niet: heel de schepping wordt straks in de volheid der tijden – weer zo’n typische Paulus-term, dat wil zeggen als alle tijden gaan culmineren en tot volheid komen, pleroma – onder de Christus samengevat. Lees het maar na in Efeze 1, zo staat het er. En daar staat ook bij: “in wie ook wij het lotsdeel hebben ontvangen.” Wat ik nu zeg, kun je als je goed luistert en het checkt in de Schriften, heel goed begrijpen.
Nu stuit ik weer op hetzelfde als waar we het al een paar keer over gehad hebben. Je kunt het begrijpen en rationeel vatten: zo zit het dus. Maar hebben we enig idee hoe onvoorstelbaar rijk die heerlijkheid is? Dat er nu dus een gezelschap wordt verzameld dat de glorie gaat delen van Christus, die heel de schepping in hemel en op aarde gaat samenvatten? Daar maken wij dus deel van uit. Daartoe zijn we tevoren uitverkoren en voorbestemd. Ik lees het en ik geloof het van harte; dit is namelijk precies zoals Paulus dat naar voren heeft gebracht. Maar dit is toch ongekend, dat wij die bestemming krijgen?
We weten allemaal uit de profeten dat het volkomen helder is wat voor plan God nog heeft met Israël. Hoe Hij hen straks in de nabije toekomst, in de toekomende aion, tot een kanaal van zegen gaat maken voor de hele volkerenwereld. Maar daarnaast is er dus ook nog een gezelschap dat een hemelse positie heeft, verbonden met Christus. Heel de schepping, de zienlijke wereld hier beneden maar ook de onzienlijke wereld, gaat in de Christus worden samengevat. En daar maken wij deel van uit. Dat wil zeggen: in Hem is ook ons lotsdeel, om het zo te zeggen. God moet daar de ogen voor openen, zodat je dat inderdaad niet alleen begrijpt, maar dat je ook de rijkdom van die heerlijkheid verstaat.
Wij zijn als Zijn lichaam Zijn complement. Daar hadden we het al over. Dat wil zeggen: wij vullen Christus aan. Het is een raar idee, hè? Wij vullen Christus aan. Het lichaam – dat staat letterlijk zo in Efeze 1, aan het slot van dat hoofdstuk – wij zijn de aanvulling van Christus. Was Christus dan incompleet? Ja, een hoofd is incompleet zonder lichaam. En wij als de ekklesia zijn Zijn lichaam. Dit is een onvoorstelbare waarheid. Ga het maar na: deze waarheid vind je alleen maar bij Paulus. Kijk het maar na, hij is degene aan wie dit bekendgemaakt werd en die het ook vervolgens bekendmaakt.
“Hem verkondigen wij.” Ja, Hem. Dat is een Mens daar in de hemel. Mooi om daar zo aan te denken, dat Hij momenteel een Mens in de hemel is met wie wij verbonden zijn. Zijn positie is de onze. Dat wat God voor Hem heeft weggelegd, die glorie, dat deelt Hij met een gezelschap: de ekklesia, Zijn lichaam. God heeft nog zoveel meer heilsorden, als ik het zo mag zeggen, zoveel meer bestemmingsplannen voor de volkerenwereld en in de hemelse gewesten. God heeft een heel scheppingsplan. Maar daarin is hiërarchie, en het hoogste is bestemd voor Hem die als Eersteling verrees, en vervolgens voor het gezelschap dat Hem daarin volgt als de eerstelingen in die nieuwe schepping.
Ieder Mens Attenderen en Volmaakt Presenteren in Christus ↑ hoofdstukken
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens attenderen. Dat woord ‘attenderen’ vind je niet direct zo terug in uw vertaling, maar in het Grieks staat hier een woord dat letterlijk — als je het opsplitst in zijn elementen — ‘denken-plaatsen’ betekent. Dat wil zeggen: plaatsen in het denken. Daar is een heel mooi woord voor in het Nederlands: onder de aandacht brengen. Oftewel, als je er één woord voor invult, dan is dat ‘attenderen’. Dat wil zeggen: je plaatst het in de aandacht.
Ik wijs er even op, omdat het in de meeste vertalingen wordt weergegeven met ’terechtwijzen’. Dat kan het zijn; je kunt ergens op attent maken om iemand te corrigeren. Maar de gedachte hier is niet die van correctie, maar de gedachte is iets onder de aandacht brengen, iemand ergens attent op maken. En dat dit vervolgens een corrigerend effect heeft, tot je dienst! Maar: “Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens attenderen.” Dat wil zeggen: op Hem attent maken. En ieder mens attenderen en ieder mens onderrichten, onderwijs geven in alle wijsheid.
Paulus spreekt hier natuurlijk over zijn eigen bediening. Ik vind het trouwens wel apart dat hij niet zegt ‘alle mensen’, maar ‘ieder mens’. Het is niet de mensheid als een grijze massa die we een boodschap doorgeven en that’s it. Nee: ieder mens. Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens attent maken, attenderen, en ieder mens onderwijs geven in alle wijsheid, om ieder mens — dat is de derde keer dat het individuele wordt benadrukt, en ja, ook het universele, maar dan elk mens — in Christus volmaakt te presenteren.
Dat woord ‘volmaakt’ is het woordje teleion. Dat heeft te maken met telos, en telos heeft te maken met beëindigen, maar dan in de zin van afmaken. Nee, ik bedoel niet in de zin van ‘afmaken’ — taal kan soms heel ingewikkeld zijn zeg — maar in de zin van iets completeren. Het woord wordt heel vaak weer vertaald met ‘volwassenheid’. Want wie volwassen is, is volgroeid en is dus qua groei tot een einde gekomen. Je bent dan volwassen. In zekere zin gaat de groei in andere opzichten natuurlijk door, dat mogen we hopen en aannemen, maar fysiek houdt die groei dan op. Dat heet dan volwassen. Sommige vertalingen geven dat hier in Kolossenzen 1 vers 28 trouwens ook zo weer: “om ieder mens in Christus volmaakt te presenteren.”
Ik wees er al even op dat Paulus dus elk mens de Christus voorstelt en eigenlijk ook daarmee aangeeft: elk mens heeft aan Hem voldoende, is in Hem compleet. Zijn hele bediening is erop gericht om ieder mens in Christus volmaakt of volwassen te presenteren, zodat het voor iedereen duidelijk is: Hij is inderdaad alles. In Hem vinden we alles wat nodig is. Ik vind de gedachte van ‘ieder mens’ prachtig. Want dat betekent dus ook dat je voor iedereen een geweldig goed bericht hebt. Maar de vragen van mensen kunnen heel sterk verschillen, en de behoefte van mensen ook.
Je komt soms in aanraking met mensen die je bepaalde vragen voorleggen waar je zelf nooit aan had gedacht, maar het mooie is: Christus is altijd het antwoord. De vraag is dan vervolgens — en dat zegt Paulus ook in deze zelfde brief — dat we zouden weten hoe we aan elk mens het juiste antwoord zouden geven. Dan moet je wel goed luisteren naar de vragen natuurlijk. Ik bedoel, de Heer Jezus ging met Nicodemus heel anders om dan met de Samaritaanse vrouw. Ik geef dit voorbeeld omdat het ene gesprek in Johannes 3 staat en het andere in Johannes 4; dat zijn heel andere gesprekken. En dat geldt ook voor onze omgang met mensen. Je vertelt wel het evangelie, jazeker, maar je sluit aan bij de vragen die er zijn. Hij is het antwoord, dat is het ding wat zeker is. Maar de vragen zijn verschillend en daar is inderdaad ook wijsheid voor nodig. Dat je het Woord zodanig kent dat je kunt laten zien, zoals Paulus dat ook deed: Hij is alles, in Hem vinden we alles wat nodig is. Ik lees even verder.
Paulus' Zware Strijd: Harten Bemoedigd en in Liefde Verenigd ↑ hoofdstukken
In Kolossenzen 1 zegt Paulus: “Hiervoor span ik mij ook in onder zware strijd, naar zijn werking die in mij werkt met kracht.” Die zware strijd heeft ook hier alles te maken met de dreigende gevaren die er waren in Kolosse, namelijk de gedachte dat Christus niet algenoegzaam zou zijn. Dat wil zeggen: algenoegzaam. Dat is een term die niet echt meer standaard Nederlands is, maar daarmee bedoelen we dat Hij in alles genoeg is. Van oudsher werd dat ‘algenoegzaamheid’ genoemd. Hij is al genoegzaam; in Hem vinden we alles.
Paulus had daar hier ook strijd over, niet alleen omdat hij onder druk stond en in de gevangenis was, maar hij zegt ook in Kolossenzen 2 vers 1: “Ik stel er prijs op dat jullie weten hoe zware strijd ik te voeren heb voor jullie en voor hen die te Laodicea zijn.” Laodicea is een plaatsje dat een kilometer of tien van Kolosse verwijderd was. Je had daar ook nog het plaatsje Hierapolis; ook dat wordt in de brieven genoemd. In ieder geval had Paulus een zware strijd te voeren. Hoe wist hij wat er in Kolosse speelde? Dat had hij van Epafras vernomen. Epafras had ooit het evangelie naar Kolosse gebracht en vervolgens heeft hij zich bij Paulus in Rome vervoegd. Paulus is door Epafras op de hoogte gebracht hoe dat daar allemaal zijn vrucht droeg en hij was daar buitengewoon blij mee. Maar hij was ook bezorgd over de strijd die er was en het gevaar dat de Kolossers hun oor zouden laten hangen naar lieden die zouden zeggen: “Ja, Christus is wel mooi, maar er is nog zoveel meer.” Dat betekende voor hem ook een zware strijd; daar zat hij mee. Want hij wilde één ding: dat de Kolossers, de gelovigen waar hij een hart voor had, zouden begrijpen dat Hij alles is. In Hem vinden we alles wat nodig is en in Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen.
Hij zegt er trouwens bij — en dat vind ik erg mooi, ik heb er al eens eerder op gewezen dit weekend — dat hij een strijd te voeren heeft voor hen en voor allen die zijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees. Ik voel me daar ook door aangesproken, en u natuurlijk ook. Want ik heb Paulus’ aangezicht nog nooit gezien; ik heb geen idee hoe hij eruitziet. Ik heb wel een voorstelling van hem, maar die is alleen ontleend aan kinderbijbels en allerlei plaatjes. We weten het niet. Trouwens, hoe hij eruitziet maakt me eigenlijk niet zoveel uit, het gaat natuurlijk om die boodschap van hem. En Paulus zegt — en dat is zijn schriftelijke arbeid, het loutere feit dat hij een brief heeft geschreven die we nu in de Bijbel hebben en die we 19,5 eeuw later lezen — dat juist daarin duidelijk wordt wat zijn bediening was. Namelijk om bekend te maken wat hij van Godswege heeft mogen doorgeven, opdat hun harten aangemoedigd en zij in de liefde verenigd worden.
Dit woordje voor ‘aangemoedigd’, parakaleo, wordt heel vaak vertaald met ‘vermanen’ en dergelijke, maar het betekent eigenlijk… Het zal u niet ontgaan zijn dat het WK voetbal begonnen is, met vlaggen in de straten. Bij het voetbal laten supporters natuurlijk van zich horen. Wat doen supporters? Die roepen ernaast. Ze zitten er ook vaak naast, maar dat bedoel ik nu even niet. Ze staan aan de zijlijn en ze roepen. Dat is feitelijk wat een supporter doet: hij roept terwijl hij aan de zijkant staat. Dat is ‘naastroepen’. Ik vind het eigenlijk een prachtig woord. Het is hetzelfde als wat ik zojuist zei over dat woordje ‘attenderen’: dat kan corrigerend zijn, het kan boegeroep zijn, maar het is vooral bedoeld als aanmoedigen. Dat is het woord dat hij gebruikt: bemoedigen, aanmoedigen, vertroosten. Opdat hun harten aangemoedigd worden.
Er is niets wat het hart van een mens zozeer aanmoedigt en bemoedigt als dat wat Paulus heeft mogen optekenen in zijn brieven. Dat is zo adembenemend groots; het raakt het hart. Er staat trouwens nog iets bij dat daar direct op aansluit en beantwoordt aan de behoefte van het hart. De vragen van het hoofd en de grote raadsels worden beantwoord in wat hij vertelt, maar ook de harten worden bemoedigd, aangemoedigd en in de liefde verenigd. Waar we het vanmorgen over hadden: in de Zoon van Gods liefde. Via Hem maakt God zijn liefde bekend. Een liefde die alles overwint en die niet kapotgemaakt wordt doordat men Gods Zoon aan het kruis heeft genageld. Integendeel, dat is voor Hem juist de aanleiding geworden om zijn liefde te bewijzen. Tegen die donkere achtergrond maakt God juist zijn liefde bekend.
Die liefde, de agape, is de onvoorwaardelijke liefde. Het is hier geen menselijk ideaal, maar het is een gegeven: de liefde Gods. Zo vaak wordt over liefde gesproken als iets wat wij doen of moeten doen, maar in de eerste plaats is liefde de liefde van God. Hoe vaak wordt 1 Korintiërs 13 niet misplaatst aangehaald? “De liefde is lankmoedig…” Maar het is een beschrijving van wie God is. Hij is lankmoedig, Hij is goedertieren, Hij raakt niet verbitterd. Gods liefde is geen ideaal, het is een feit, een gegeven.
God houdt van u — dat is geweldig om te weten en te vertellen — God houdt van jou en van jou en van elk van die miljarden mensen. Hij is geen vaag idee; Hij is Iemand, een Vader die zich bekommert om elk schepsel en die bovenal van elk schepsel houdt. Hij heeft een plan voor elke creatuur. Dat is liefde. Hij garandeert ook dat Hij met elk schepsel tot zijn doel komt. Hoezeer je ook vijandig of vervreemd van Hem bent en niets met Hem te maken wilt hebben, Hij geeft de garantie: “Ik ga jou terechtbrengen.” Waarom? “Omdat Ik van je houd en je nooit of te nimmer loslaat.” Dat heeft Hij bewezen toen Hij Christus Jezus uit de doden opwekte en via Hem het leven gaf aan degenen die zijn Zoon vermoordden. Dan smelt elke vijandschap; dat kan niet anders. Alle motieven om nog vijandig tegenover God te staan, Hem te miskennen of met je rug naar Hem toe te staan, verdwijnen. Die smelten weg. Dit kan niet langer bestaan. Zo maakt God vrede en zo brengt Hij zijn schepping terecht.
Ziet u, dat bereikt het hart. Opdat hun harten aangemoedigd en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot besef van het geheim van God. Waar het eerste deel van het vers spreekt over harten die bemoedigd worden en in de liefde verenigd zijn, zien we in de rest van het vers vooral termen als ‘volle zekerheid’, ‘inzicht’ en ‘besef’. Dat heeft juist weer te maken met het denken. Het geheim van God is Christus. Het geheim van God is het antwoord van God op onze harten, maar ook op ons hoofd. Bijna alle grote vragen die je kunt hebben — waar we vandaan komen, waar we naartoe gaan en waar we nu zijn — worden in Hem beantwoord. In het volgende vers gaat het ook over wijsheid. Ik vertelde u al over dat woord ‘wijsheid’, sophia, dat te maken heeft met uitzicht, met een uitkijktoren. Je wordt op de hoogte gesteld, je wordt op de hoogte gebracht en dan heb je uitzicht.
En dan zie je over al die wereldtijdperken heen, aan het einde van de aionen, hoe God al zijn plannen heeft gerealiseerd en hoe zijn liefde volledig is geopenbaard en ook gerealiseerd. En dat alles bij zijn vaderhart uitkomt. Dat is toch onvoorstelbaar? Maar wat een rijkdom!
Maar ook de volle zekerheid van het inzicht. Want het vertelt niet alleen maar dát God dat doet, maar ook hóé Hij dat doet en de logica die daarin zit. En dat bevestigt je ook in die dingen. Het geeft je besef van het geheim van God. En er staat bij: dat is Christus. Gods geheim, dat is Christus. En in wie? Dat is het laatste vers in deze bespreking.
Gods Geheim: Alle Schatten van Wijsheid in Hem Verborgen ↑ hoofdstukken
Christus. En nu zijn we weer terug bij af, want dit stond ook al als subthema beschreven van deze avond, van deze samenkomst: Christus, in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Realiseer je dat goed: in Hem zijn al de schatten van wijsheid en kennis verborgen. Ik zal het morgen ook nog even wat specifieker aanstippen, maar ik wil er hier alvast even op wijzen. De wijsheid en de kennis die deze wereld biedt, die wil ik niet wegcijferen, maar daarvan zegt Paulus dat het slechts ‘elementen’ zijn. Dat is hooguit het ABC; dat is eigenlijk ook nog heel kinderlijk.
Maar in Hem, daar vind je alles. Noem het de totale wijsheid. Dat wil zeggen: de grote vragen van het universum. Waar we vandaan komen, waar we nu staan – ook in het tijdplan van God – en waar het naartoe gaat; alles vind je bij Hem terug. Geef mij eens een voorbeeld van een filosofische school of een of andere denkrichting. Er is zoveel op de filosofische markt te koop, zeg maar, in de bibliotheken aan zelfhulp en weet ik veel wat allemaal, maar waarin wordt er nu een antwoord gegeven op deze geweldige, grote en alomvattende thema’s? In Hem vind je al de schatten, al de schatten van wijsheid en kennis. Het geeft uitzicht, het geeft overzicht en werkelijk ook inzicht, en daarmee ook kennis. Het is in Hem.
Ik ga ook zo afsluiten, maar ik heb nog één ding en dat is dit: in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Dat moet je goed realiseren, want de dingen die Paulus optekent en waar wij zo enorm blij mee zijn en rijk mee zijn, die zijn verborgen. Christus is verborgen; dat valt niet te zien. En dat geldt ook voor onze positie. Zie dat niet als iets wat we moeten verhelpen, want het is een gegeven. Wij leven daarmee en we leven ook daaruit.
De Verborgen Christus in de Schaduwen van het Oude Testament ↑ hoofdstukken
Hij is vandaag verborgen; al die schatten van wijsheid en kennis zijn verborgen. Dat zou een prachtig thema zijn, waar we het nog niet eens zozeer over hebben gehad. Vlak voordat deze samenkomst begon, sprak ik met Gerard nog even over de verschillende boekjes die hier op de tafel liggen. Ik zei gisteren misschien een beetje… nou ja, ik hoop niet dat u het heeft opgevat alsof ik de brochure die nu is uitgekomen over de drie keer tweeduizend jaar alleen maar wilde promoten. Ik bedoelde daarmee simpelweg te zeggen dat het feitelijk uniek is. Deze uiteenzetting over die tijdlijn is zo solide, maar ook zo geweldig mooi. En hij zei: “Dit is goddelijke wijsheid.” Ik kan niet anders; ik sta nog echt zo als ik deze dingen uiteenzet. Ik vind het geweldig.
Maar toen wees Gerard op al die andere boekjes; hij heeft er zelf heel wat over geschreven. Daar wil ik expres even de aandacht op vestigen: over Jozef, over Simson en er gaat er nog eentje komen over Gideon. Er is zoveel geschiedenis in het Oude Testament. Waarom noem ik dat? Wel, omdat die geheimen en dat wat verborgen is, we dat al in het Oude Testament vinden. U zegt: “Ja, maar daar was het toch verborgen?” Ja, en daarom kun je Hem juist daar vinden. Als het daar verborgen ligt, dan is het daar ook te vinden, alleen moet de bedekking worden weggenomen. En dat is juist ook wat Paulus doet in zijn brieven: hij neemt de bedekking weg.
Dan wordt ineens duidelijk wat er verborgen ligt in het Oude Testament. Daarom is het zo geweldig om al die boeken ook te onderzoeken en te bestuderen. Dat geldt voor de wet, de wetgeving en de offerdienst, de tabernakel, maar ook voor allerlei geschiedenissen, of het nu gaat om Jozef, David of wie dan ook. Altijd zul je weer ontdekken dat God in die geschriften — als je de bedekking wegneemt en het ontdekt — Christus daarin heeft verborgen. Wat een schatkamer! Alle schatten van wijsheid en kennis zijn in Hem verborgen. Er is dus nog zo ontzettend veel te ontdekken. De bedekking is weliswaar al weggenomen, maar dat je het gaat zien en dat je daarop geattendeerd wordt, dat is heel mooi om te doen. Het is heerlijk om elkaar daarop te wijzen en te beseffen hoe groot dat is. Zullen we het daarbij laten voor vanavond, vrienden? Ik stel voor dat we nog wat gaan zingen.
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews