GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

compleet in Christus (2)

13-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Maarn

De uitnemende glorie van de Zoon van Gods liefde, zoals Paulus deze beschrijft in Kolosse 1.

 

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie staat de uitnemendheid van Christus Jezus centraal als het beeld van de onzichtbare God en de eerstgeborene van elk schepsel. In Hem, door Hem en tot Hem is alles geschapen, waardoor Hij de hoogste rang inneemt in zowel de oude als de nieuwe schepping. Hij is tevens het hoofd van de ekklesia, die Zijn verborgen heerlijkheid als Zijn lichaam deelt. De climax van Gods heilsplan is dat Hij door het bloed van het kruis het al geheel met Zich verzoent. Daarmee neemt God elke grond voor vijandschap weg en toont Hij Zijn onvoorwaardelijke liefde en redding voor de hele schepping.

“God gaat door Hem het al met Zich verzoenen. Voor zover er vervreemding is en vijandschap, gaat Hij die heelmakende relatie herstellen.”

Terugblik: Compleet in Christus ↑ hoofdstukken

Zo, en voor de tweede keer gaan wij ons met dit prachtige, overkoepelende thema bezighouden: compleet in Christus. Gisteren hebben we al eventjes nader gekeken naar het plaatje, maar dat illustreert precies waar het allemaal om gaat. Dit keer is het subthema van deze samenkomst ‘Gods volheid in Christus’ en de subtitel is direct ontleend aan de frase die we straks ook in de bespreking zullen tegenkomen.

Even nog voor de goede orde, al was het maar voor degenen die hier nu nieuw zijn, blikken we even terug. Gisteravond hebben we ons beziggehouden met het gebed dat Paulus bidt voor zijn lezers. In dit geval specifiek de Kolossers, maar het is breed ook voor allen die zijn aangezicht niet hebben gezien, om eventjes direct te citeren. En dat zijn ook degenen die nu zijn brief lezen in Maarn, anno 2026.

Paulus bidt daarin… Nou ja, hij dankt in de eerste plaats, want dat stempelt eigenlijk altijd zijn gebedsleven. Behalve dan natuurlijk dat hij vooral God looft in alles wat Hij is en doet. Maar daarbij heeft hij ook een gebed. En dat gebed gaat niet over Gods zorg voor ons aardse bestaan, want dat staat op voorhand al vast. Ik bedoel in die zin: we mogen al onze wensen bij Hem bekendmaken. Maar het gaat er vooral om dat, aangezien wij in Christus compleet zijn – daar gaan we het vooral morgenochtend nog over hebben – aangezien wij vanaf het moment dat we Hem kennen in Hem compleet zijn, het er niet om gaat om nog iets te ontvangen. Je hebt het namelijk al. Het gaat er vooral om dat je je dat ook werkelijk realiseert.

We hebben juist vooral op dat woord ingezoomd gisteravond: epignosis. Realisatie. Iets wat boven de kennis uitgaat, maar wel op kennis gebaseerd is. Over dat woord heb ik gisteravond gesproken en de aardigheid is dat ik dat twee of drie jaar geleden op een andere plaats ook heb gedaan. Dat wil zeggen dat hetzelfde gedeelte toen besproken is en dat is in brochurevorm uitgekomen. Dat boekje ligt hier op de boekentafel: ‘De genade van God in waarheid’. Daarin staat eigenlijk een mooie samenvatting van wat ik gisteravond ook naar voren bracht; pas later realiseerde ik me dat.

Dus voor degenen die geïnteresseerd zijn: daarmee heb ik uw aandacht ook weer even gevestigd op de boekentafel en wat daar persoonlijk vrij beschikbaar is, naast de roman die daar is aangekondigd. Bij dezen dan.

De Uitnemendheid van Christus Jezus ↑ hoofdstukken

In deze tweede samenkomst wil ik vooral eens inzoomen op wie Jezus Christus of Christus Jezus nu eigenlijk is. Dat is de typische manier waarop Paulus Hem benoemt, zoals hij Hem ook kende. Ik wil daar graag nog even op wijzen. Jezus is de naam van Hem die hier op aarde wandelde, de naam die Hij bij Zijn besnijdenis kreeg en de naam die Hij ook draagt in de evangeliën. Maar God heeft die Jezus, die gekruisigd is, opgewekt uit de doden en tot Heer en Christus gemaakt. Dat spreekt van de positie die Hij van Godswege, krachtens en ook sinds Zijn opstanding, officieel heeft ontvangen.

Maar wie is dat dan? En wat maakt Hem zo uitnemend? Dat is wat Paulus aan de orde stelt in hoofdstuk 1. We sluiten direct aan op de glorie van, zoals hij dat noemt, de Zoon van Gods liefde. Pas later — dat zullen we vanavond en ook morgenochtend gaan zien — zullen we ook zien waarom hij juist dit in deze brief zo pontificaal naar voren brengt en zo onderstreept. Ik kan er wel even kort iets over aangeven: hij zet daar volop op in, juist omdat er in Colosse gevaren dreigden. Hij is buitengewoon enthousiast over de wijze waarop het Woord was ontvangen en daar vrucht droeg, maar hij was zich ervan bewust dat er kapers op de kust waren. Dat is vrij letterlijk zelfs het geval. Die zeiden: “Ja, dat is allemaal wel mooi met die Christus, maar er is nog zoveel meer in de filosofie en in de tradities te vinden.”

Paulus zet daar volop op in. Hij zegt: “Nee, in Christus zijn alle wijsheid en kennis besloten.” Maar ook verborgen, dat moet ik er ook bij zeggen, maar in Hem is dat allemaal te vinden. Dus hoezo: “Christus is wel mooi, maar daarbuiten…”? Paulus keert het juist om. Hij zegt dat wat filosofie en traditie allemaal leveren, slechts het ABC is. Dat is heel rudimentair; dat zijn eerste beginselen. In Christus vinden we de volheid. Nu zit ik een beetje voor te sorteren op wat we in de komende samenkomsten nog gaan zien, maar hiermee heb ik wel aangegeven waarom hij in deze brief, in die verzen 15 tot en met 20, zo geweldig belicht wie de Zoon van Gods liefde is en wat Hem zo uitnemend maakt. In het ontstaan, het bestaan en het voorbestaan; de bestemming van de wereld en de mensheid. Nee, alle dingen in het algemeen, de hele schepping.

Ik begin de lezing bij vers 12 om even aan te haken bij waar we gisteren afgesloten hebben, zodat u het verband ook een beetje ziet. Dan zegt Paulus — ik val midden in de zin: “…dankende de Vader, die jullie bekwaam maakt.” Hij is het die dat doet. Waarom? Voor het deelhebben aan het lotsdeel van de heiligen in het licht, het erfdeel zo u wilt. Dat heeft te maken met dat wat we straks als ekklesia, als de uitgeroepenen in onze dagen, gaan vormen. Waartoe we bestemd zijn, dat is nu even buiten de orde, maar hij voegt daar in vers 13 aan toe: “Hij redt ons uit de macht van de duisternis.”

Daarmee zijn we dus in het licht geplaatst en hebben we ook recht van zicht. Want in de duisternis zie je niet veel, zo is het toch? Hij verplaatst ons uit de macht van de duisternis en Hij verplaatst ons in het koninkrijk, of eigenlijk in het koningschap van de Zoon van Zijn liefde. Ik denk dat het ook heel concreet betekent dat wij deel zullen hebben aan Zijn koningschap; wij maken deel uit van Zijn lichaam. En dan staat er nog bij in vers 14: “In wie wij de vrijkoping hebben, de verlossing, de loskoping, namelijk de vrijlating der zonden.” Dat is niet slechts de vergeving als een antwoord op het verleden. Nee, het is helemaal: Hij bevrijdt ons van de zonde, hoe dan ook en wanneer dan ook.

Dat doet Hij door ons een heel nieuw leven te geven waarin de zonde totaal geen rol meer speelt. Wij lopen daar al op vooruit — ik bedoel, dat is Paulus’ onderwijs elders in Romeinen 6: wij rekenen ons nu reeds dood voor de zonde, we hebben er niks meer mee te maken en we leven gewoon. That’s it! Ook daarvan kun je weer zeggen: “Maar dat is nogal wat!” Inderdaad, en daarom is het ook zo’n goed bericht. Oké, dan gaan we nu verder.

Beeld van de Onzienlijke God ↑ hoofdstukken

We gaan nu naar het eigenlijke gedeelte dat ik wilde bespreken, waarin Paulus vol gaat inzoomen op wie die Zoon van Gods liefde dan is. Wie is Hij dan? Welnu, Hij is het beeld van God, of van de God. Ik heb het gisteren al even aangegeven: Hij is die ene God niet zomaar, maar Hij is het beeld, de icoon van God, de Onzienlijke.

Dat is een algemene Bijbelse waarde die je op vele plaatsen terugvindt: de ene, de Almachtige God is de Onzienlijke, de Onzichtbare. Zoals Johannes 1 vers 18 zegt: “Niemand heeft ooit God gezien.” De eniggeboren Zoon, Die aan de boezem van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen. Maar niemand heeft ooit God gezien. Dat betekent dat voor zover Hij gezien wordt – want dat is een kwestie apart – die Onzienlijke God Zich op vele wijzen manifesteert.

Ook in het Oude Testament gebeurt dat. Maar hoe kan dat dan, als Hij de Onzienlijke is, zoals Hij in het Oude Testament zelf ook genoemd wordt? Dat komt omdat het een representatie is, dat wil zeggen: een vertegenwoordiging. Hij wordt gezien via Zijn vertegenwoordigers. In het Oude Testament is dat per definitie via engelen. Als bijvoorbeeld Mozes bij de brandende braamstruik die stem verneemt: “Ik ben Yahweh”, dan wordt hij eropuit gestuurd. Maar wat blijkt? Het blijkt de Engel des Heren te zijn. Later zegt Stephanus dat hij een engel heeft gesproken. Is dat een tegenstelling? Nee, die engel is geautoriseerd en spreekt namens God Zelf, Die namelijk de Onzienlijke is.

Zoals Hij in het Oude Testament Zich manifesteerde op vele wijzen – ik parafraseer nu bijvoorbeeld de eerste verzen uit de Hebreeënbrief: op velerlei wijzen en op velerlei tijden is Hij verschenen – namelijk via engelen, maar nu op een… Oh, dat is buiten ons, geloof ik. Of is het bij ons? Ben ik dat? Hoe doe ik dat? Gaan we terug naar de show? Ik zit niet op een stiekeme manier herrie te maken hoor, dat zou ik wel kunnen. Blijf je nu wakker? Ja, zo blijf ik wel wakker. Nou, ik heb hier niet zoveel van begrepen, maar het komt nog wel. Oké, dan doen we het zo. Dan moet ik iets harder praten, maar dat gaat denk ik best wel goed. U hoort nu in ieder geval geen herrie meer, hè? Rare geluidjes.

Maar waar waren we ook alweer gebleven? Ja, de Heer Jezus Christus, Hij is Gods icoon. Zo wordt Hij bij meerdere gelegenheden genoemd. Een icoon is het woordje voor beeld. Ik heb er gisteren ook al op gewezen: we kennen veel meer Grieks (en trouwens ook Hebreeuws) dan je zou denken. Ons woordje ‘beeld’ is in het Grieks ‘icoon’. Dat kennen wij natuurlijk ook via het Engelse ‘icon’ en de iconen zoals je die in de katholieke kerken ziet.

Je leest van de Heer Jezus bijvoorbeeld dat Hij tijdens een twistgesprek vraagt om een muntstuk. Hij vraagt: “Wiens beeld ziet gij daarop? Wiens icoon?” Welnu, zoals bij de munten die wij nu nog in omloop hebben: daar zie je het staatshoofd op gerepresenteerd. Dat is Willem-Alexander. Is dat zo? Eigenlijk zeggen we dat het beeldspraak is. Het is Willem-Alexander, maar dan als beeld: het is een beeld van Willem-Alexander, die zelf ergens in Den Haag zit. Ik hoef dit eigenlijk niet uit te leggen, dit is gewoon hoe beeldspraak werkt.

Welnu, het beeld van God, de Onzienlijke, dat is Hij. Hij is niet de onzienlijke God Zelf; Hij is het beeld. Nu weet ik trouwens absoluut zeker dat die herrie in het microfoontje zit… Hij stond al uit hoor, ik snap er niks meer van. Het zal wel een mysterie zijn. We hadden het juist over deze hele simpele beeldspraak. Want dit is wat het is, zoals de Bijbel dat voorstelt bij de Heer Jezus Christus.

Bij gelegenheid wordt de Heer Jezus Christus ook God genoemd. Dat kan, maar er is toch maar één God, de enige waarachtige God, en dat is de Vader? Eén God, de Vader, dat is een refrein door heel de Schrift. En toch wordt de Heer Jezus Christus bij gelegenheid ook God genoemd. Maar dat is omdat Hij het beeld van God is, de Onzienlijke. Als je dat niet begrijpt, dan heb je geen lesje theologie nodig, maar een lesje taal over hoe dat werkt met metaforen of met beeldspraak.

Hij is het beeld van God, de Onzienlijke. Dat beeld van God wordt al genoemd in het eerste Bijbelhoofdstuk. Adam werd geschapen naar of in het beeld van God. Toen Adam geschapen werd, had God Hem al in gedachten; dat was het model van Hem Die zou komen. Later in de Romeinenbrief wordt dat ook zo gezegd: Adam is een beeld, een type ook van de Komende. Zodat je eigenlijk kunt zeggen dat Christus er eerder was dan Adam. Adam is gecreëerd naar het model van Hem Die zou komen. God drukt Zich uit in Hem.

De Eerstgeborene van Elk Schepsel ↑ hoofdstukken

Hij is een icoon van God, die onzichtbaar is, en vervolgens wordt Hij de eerstgeborene van elk schepsel genoemd. Je vindt hier een hele opeenstapeling of opsomming van de heerlijkheden van de Zoon. Hij is Gods beeld, ja, en Hij is ook de eerstgeborene van elk schepsel. Daar moet ik eventjes iets bij toelichten, want ‘eerstgeborene’ in de Bijbel wijst primair op rangorde. Je moet weten dat eerstgeborenen in de Bijbel meestal — kijk maar in het boek Genesis, dat is veelzeggend — nooit als eerste geboren zijn. Vraag het maar aan Abraham, vraag het maar aan Isaak, vraag het maar aan Jakob, vraag het maar aan Jozef, vraag het maar aan Efraïm. Dat zijn zomaar de belangrijkste voorbeelden in het boek Genesis: het waren allemaal mensen die tot eerstgeborene gesteld zijn, terwijl ze dat in de volgorde van geboorte niet waren. In feite is het ook een kwestie van erfrecht. De eerstgeborene krijgt een dubbel deel van de erfenis en het duidt op rangorde. Je leest over Salomo in de Psalmen; hij was de tiende zoon van David, maar hij werd gesteld tot eerstgeborene. Dat wil zeggen: hij kreeg de troon. Hij ontving als belangrijkste, als de eerste, de erfenis.

De Heer Jezus Christus is de eerstgeborene van elk schepsel. Dat wil zeggen: van alle schepselen die er zijn, is Hij de eerste. Hij wordt hier niet voorgesteld als een schepper, maar als een beeld van de Schepper. En van elk schepsel is Hij degene die de eerste plaats heeft gekregen. Vervolgens wordt dat ook uitgelegd. Trouwens, als Hij de eerstgeborene van elk schepsel wordt genoemd, dan geeft dat ook aan dat Hij in heel de schepping de eerste plaats gaat innemen. Hij is ook de vorst. Dat is trouwens wel mooi: dat woord ‘vorst’ heeft te maken met ‘de voorste’ of met ’the first’. Ook dat is weer de eerste. Hij gaat inderdaad de troon krijgen, en niet alleen in Israël, maar over de hele wereld. Sterker nog: ook die troon van God in de hemel. Heel de schepping, elk creatuur, is Zijn eigendom. Dat is wat die term dan ook behelst: Hij is de hoogste in rang, de eerstgeborene van elk schepsel.

Dit wordt ook uitgelegd, want “in Hem werd het al geschapen”. Het al. In het Grieks staat daar een frase die u misschien wel eens vaker bent tegengekomen: ta panta. Het geheel, het al. Wij spreken over het ‘heelal’ en dat is een term die er heel dichtbij ligt. Hier wordt gesproken over: “in Hem werd ta panta, het al, geschapen; die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare.” Het rijtje gaat nog door, maar hiermee is gezegd dat alles “in Hem” is. Dat is misschien een vreemde uitdrukking. Hoezo, in Hem? Wel, dat betekent: binnen Zijn domein is alles geschapen. Elk schepsel bevindt zich in Hem, dat wil zeggen: in Zijn gebied. Dat onderstreept wat ik zojuist zei: Hij is de vorst, aan Hem komt de troon toe. In feite is die Hem nu al gegeven. Dat zei Hij vlak voordat Hij Zich aan het zicht onttrok: “Mij is gegeven alle volmacht in hemel en op aarde.”

Ja, in hemel en op aarde. Hij eist dat nu nog niet op; het is nu verborgen. Niemand weet dat, tenzij het je verteld of meegedeeld is. Het is niet zichtbaar, het is verborgen — dat is trouwens een bekend thema in deze brief. Maar het neemt niet weg dat heel de schepping, of anders gezegd elk creatuur, zich bevindt binnen Zijn domein. In Hem werd het allemaal geschapen. Daarom is Hij de eerstgeborene, want dat legt het uit: “want in Hem werd het al geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare.” Er zijn ook regionen die zich volkomen aan ons zicht onttrekken. Sterker nog, ik denk dat wat wij als mensen zien hier op aarde maar een fractie is van de totale werkelijkheid. Welnu, in Hem is het al geschapen: boven, beneden, zichtbaar en onzichtbaar.

Dan wordt er ook nog bij gezegd — en dat is boeiend, want het onderstreept precies dat het hier gaat om rangorde en hiërarchie: “hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij volmachten.” Dat zijn allemaal verschillende aspecten van macht en gezag; termen die daar allemaal verband mee houden. Het heeft heel sterk te maken met rangorde. Binnen al die rangordes die er zijn — want er zijn ook hier op aarde allerlei typen autoriteit op gemeentelijk niveau, provinciaal niveau, nationaal niveau en in internationale verbanden — zijn er bepaalde lagen van autoriteit, van tronen en heerschappijen. Dat geldt niet alleen hier op aarde, maar ook binnen die sferen die wij niet zien: de hemelse gewesten, zoals dat in de vertalingen genoemd wordt. We hebben daar vaak geen idee van, maar daar, achter de schermen om zo te zeggen, zijn die machten er ook. Hij is de Eerste, en binnen Zijn domein bevindt elk schepsel zich.

Het Al Is In, Door en tot Hem Geschapen ↑ hoofdstukken

En het al is door Hem en tot Hem geschapen. Dat lijkt misschien wat lastig, vooral dat eerste. Het al, het heel-al of heel de schepping, hemel en aarde. In feite wordt de uitleg van de term ‘het al’ hier direct gegeven; het verband maakt duidelijk waar het hier over gaat. Het gaat simpelweg over heel de schepping, over elk schepsel. Ik noem dat nu alvast even, omdat ik hiermee voorsorteer op wat we in vers 20 ook zo tegenkomen.

Maar alles is dus ook door Hem geschapen, en dat roept vragen op. Kijk, de Heer Jezus wordt hier niet voorgesteld als de Schepper, maar als de eerste van elk schepsel. En dat betekent dat Hij Zelf een schepsel is. Je kunt immers alleen de eerste van elk schepsel zijn als je zelf ook een schepsel bent. Zo is het eerste van alle geboden zelf ook een gebod. In dit geval maakt Hij deel uit van de creatuur, en te midden van die creatuur is Hij de eerste. Waarom wordt dat zo uitgelegd? Omdat alles zich in Hem bevindt.

Maar er staat ook dat alles door Hem geschapen is. Dat is niet omdat Hij de Schepper is – dat weet ik heel zeker. Waarom? Omdat God Zelf de enige Schepper is; er is maar één Schepper. Juist in het Oude Testament wordt herhaaldelijk benadrukt dat God alleen schiep. “Ik alleen heb de hemelen uitgespannen,” lezen we in Job en Jesaja. Er is niemand die Hem daarbij te hulp is geweest. “Ik heb de wereld geschapen en Ik alleen.” Dus God, de ene God, de Onzichtbare, Hij is de Schepper.

Maar we weten ook – en dat zegt diezelfde Hebreeuwse Bijbel in ons Oude Testament – hoe God schiep: dat deed Hij door Zijn Woord. Hij bracht alles tot aanzijn door Zijn Woord. In Job staat: “Ik ben Yahweh, die alles gemaakt heeft, die de hemelen heeft uitgespannen. Ik alleen, die de aarde uitgebreid heeft door eigen kracht.” God was geen co-schepper of een schepper naast Hem, of een demiurg – welke termen er ook aan gegeven zijn. Nee, in de Psalmen, en in Psalm 33 in het bijzonder, lees je: “Door het Woord van Yahweh zijn de hemelen gemaakt, door de adem van Zijn mond al hun heir. Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.” Dat wil zeggen: de ene Schepper heeft de dingen gemaakt en gecreëerd en voortgebracht door Zijn Woord. Hij sprak: “Er zij licht,” en God sprak en het was er. Dat Woord is dus niet een schepper naast God; nee, dat is het Woord dat de Schepper voortbracht. Alle dingen zijn erdoor geworden, maar het Woord wás.

En nu komen we op iets waar Paulus op voortborduurt, iets wat je met name bij Johannes al aantreft: Wie is dat Woord van God? Als je doorleest in Johannes 1, lees je in het begin dat alle dingen door het Woord geworden zijn; zonder dat is geen ding geworden wat geworden is. God sprak, en het was. Maar later in datzelfde hoofdstuk, in hoofdstuk 1 vers 14, lees je: “En het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.” Eerst was het Woord ‘iets’, dat wat uit God voortkomt, Zijn persoonlijk Woord. Maar dat Woord werd iemand. Het Woord is vlees geworden, zodat Hij het vleesgeworden Woord is. Het Woord kwam tot Maria: “Je zult zwanger worden,” de Geest van de Allerhoogste overschaduwde haar en ze werd zwanger. Hij is niet voortgekomen door menselijk zaad; nee, Hij is door het Woord van God vlees geworden. In Maria, of via Maria – hoe je het zeggen wilt – werd het Woord vlees. Hij is het vleesgeworden Woord.

Heel de schepping is door het Woord van God tot stand gebracht, maar nu weten we wie dat Woord ook is. Begrijpt u de link? God sprak het Woord, de schepping kwam daardoor tot stand, en datzelfde Woord is vervolgens een Iemand geworden. In Openbaring 19 lees je ook dat Hij genoemd wordt: het Woord van God. Hij ís dat Woord van God, zodat je met terugwerkende kracht over Hem kunt zeggen: door Hem zijn alle dingen tot aanzijn geroepen. Het is alles door Hem, als het vleesgeworden Woord, geschapen.

En ook dat niet alleen, het is ook tot Hem geschapen. Dat wil zeggen: met Hem als oogmerk. Je krijgt dus de gedachte dat het al is geschapen door de ene Schepper. Het is in Hem, de Heer Jezus Christus, in Zijn domein; en het is ook door Hem, Hij die het vleesgeworden Woord van God is. Maar het is ook tot Hem. Alles in de hele schepping is geschapen met het oogmerk op Hem die komen zou. Vanaf het begin heeft God Hem op het oog gehad. Niet alleen toen Hij Adam schiep, maar alles is bedoeld om onder de voeten te leggen van Zijn Zoon. Ik vind dat heel mooi, zoals dat ook in Hebreeën 1 wordt gezegd. Eigenlijk is de hele schepping één groot cadeau aan Zijn Zoon. Alles is tot Hem, en dus met het oog op Hem geschapen. Dit is een bekend thema dat je later in deze brief ook nog tegenkomt, maar vooral in de Efezebrief.

Eén God, de Vader ↑ hoofdstukken

Dit is trouwens iets eigenaardigs dat we hier lezen. Alles is in Hem, door Hem en tot Hem, maar we lezen niet dat alles uit Hem is gegaan. Er worden dus allerlei voorzetsels gebruikt, maar het voorzetsel ‘uit’ is voorbehouden aan één God: de Vader. Dat weet ik zo zeker omdat Paulus in de Korintiërsbrief ook naar voren brengt: voor ons, zegt hij, al zijn er goden in menigte en heren in menigte, maar voor ons is er nochtans maar één God, namelijk de Vader. Nee, niet God de Zoon en God de Heilige Geest – vergeet dat alsjeblieft.

We hadden het er vanmorgen tijdens het ontbijt in interessante gesprekken nog even over dat daar een mysterie van gemaakt is, terwijl de Bijbel deze waarheid van de ene God juist niet als een mysterie neerzet. Er zijn heel veel dingen die we totaal niet begrijpen, daar ben ik het helemaal mee eens. Dat geldt trouwens al voor een heleboel dingen die ik zelfs hier nu voor mijn ogen zie; ik begrijp er niks van hoe het werkt. Maar de waarheid van de ene God is geen mysterie. Sterker nog, het is de meest simpele waarheid die er bestaat. Simpel betekent trouwens ook eenvoudig.

Ja, er is één God. En het is ook de waarheid die een Jood als eerste leert. Een orthodoxe Jood neemt dit als eerste ter harte: “Hoor Israël, de Heer onze God is één.” Voor orthodoxe Joden is die hele doctrine die in de kerkgeschiedenis ontwikkeld is – eeuwen na het ontslapen van de apostelen – een gruwel. Al die leerstellingen over de Drie-eenheid, één wezen en drie personen, God de Zoon enzovoort; dat is een gruwel omdat het in feite meer-godendom is. Er is één God: de Vader.

Ik wil er nu even op wijzen dat er staat: er is maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn, en wij tot Hem. Dat is exclusief voorbehouden aan die ene God, namelijk de Vader. Dat vind je dus niet bij de Zoon. In, door, tot – allemaal tot uw dienst, maar alle dingen zijn uit God de Vader. Zo wordt het in de Schrift beschreven en omschreven. En Hij is vóór alles. Ja, dat moet dan wel. Dat is gewoon een term van voorrang omdat Hij aan alles voorafgaat.

Maar ook als Gods Woord was Hij met recht vóór alles en met het oog op Hem is alles geschapen, zodat Hij ook in die zin vóór alles was. Hij is het motief van de schepping. Hij is de Zoon van Gods liefde; via Hem wilde God Zijn liefde aan de schepping openbaren. Dat is de centrale plaats die de Zoon inneemt. Hij is de Vorst, ik wees er zojuist al op.

En het al bestaat samen in Hem. Eerst ging het nog over het ontstaan van de dingen en hier wordt gesproken over het bestaan van de dingen, van het al. Ik had het erover dat deze verzen de geweldige, uitnemende heerlijkheid en de voorrang van de Zoon beschrijven. Hij is de verklaring van het ontstaan van het al; ik hoop dat dat in de voorgaande verzen duidelijk is gemaakt. Maar Hij is ook de verklaring van het bestaan van het al. In het Grieks staat hier een woord dat letterlijk ‘samen staan’ betekent. Dat heeft te maken met het feit dat heel de schepping samen bestaat. Een mooi woord dat wij daarvoor gebruiken is een beetje een scheikundige term: heel de schepping krijgt cohesie in Hem. De samenhang van heel de schepping is in Hem te vinden. Wat is het verband van de dingen en waarom bestaat het allemaal? Wel, dat is niet alleen: waarom is het ontstaan? Maar ook: waarom bestaat het allemaal? Hij is degene die dat allemaal in samenhang brengt, of door wie dat in samenhang gebracht wordt.

Hoofd van het Lichaam, de Ekklesia ↑ hoofdstukken

We lezen door in vers 18 over de volgende heerlijkheid. De heerlijkheden die hier zo beschreven worden, zijn facetten van zijn glorie. En nu deze heerlijkheid: Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk de Ekklesia. Dat gezelschap dat vandaag onder de natiën wordt uitgeroepen en een enorme hoge bestemming heeft. Dit is de heerlijkheid van de Zoon van God die Hij nu heeft. Het is zijn huidige heerlijkheid, en ik moet erbij zeggen: het is hun verborgen heerlijkheid. In de nieuwsitems op de televisie of in de kranten zul je het niet tegenkomen. Nee, dat is verborgen. Hij is verborgen, maar wij zijn ook in Hem. Dat is trouwens het thema van de Kolossenzenbrief: wij zijn ook zij die de dingen zoeken die boven zijn, waar Christus is, die ons leven is.

Hij is verborgen. Ja, Hij is het hoofd, de eerste, degene aan wie alles wordt toegewezen, maar Hij gaat die heerlijkheid delen met een gezelschap dat vandaag wordt uitgeroepen in deze tijd. Totdat straks God de draad weer opneemt met Israël, verzamelt God zich in deze tussentijd, in deze pauze, een uitroepsel en dat heeft de status van zijn lichaam. En zoals hoofd en lichaam een eenheid vormen, deelt Hij wat het hoofd bezit met die Ekklesia die zijn lichaam is. Waarom wordt dat op die wijze beschreven? Omdat de glorie die God aan Hem geeft, Hij deelt met zijn lichaam. Hij blijft het hoofd en wij het lichaam, dat is waar. Hij is de eerstgeborene onder vele broeders, maar Hij deelt die erfenis. En die Ekklesia is met Hem en bij Hem begonnen.

Hij is het hoofd van het lichaam, de Ekklesia. Wanneer begon die Ekklesia? Er is in bepaalde kringen nogal eens discussie over die vraag. Wanneer is die Ekklesia nou begonnen? Welnu, Hij is het hoofd, dus Hij is de eerste en bij Hem is het dus ook begonnen. Alles begint bij het hoofd. Het eerste wat normaal gesproken verschijnt, is het hoofd; dat is de eerste. Er staat hier trouwens ook bij: Hij is het hoofd van het lichaam, de Ekklesia. Wat betekent dat? Hij is het begin. Bij Hem begint ook de Ekklesia. En er staat nog bij: Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden. Daar heb je die term weer. In dit geval is Hij dat ook in termen van volgorde.

Nu ga ik me ter plekke op het podium corrigeren, want was Hij de eerste die opstond uit de doden? Nee, dat was Hij niet. En toch is Hij de eerstgeborene uit de doden. Waarom? Omdat Hij werd opgewekt uit de doden om vervolgens nooit meer te sterven. Afgelopen zondag sprak ik over het dochtertje van Jaïrus dat werd opgewekt, maar zij is later toch echt weer gestorven. En dat geldt ook voor Lazarus; er zijn meerdere mensen opgewekt uit de doden, maar in feite kregen die geen nieuw leven. Zij keerden terug naar het oude leven en moesten dat bij gelegenheid weer afleggen; ze werden opnieuw stervelingen. Maar Hij stond op uit de doden, Hij werd opgewekt uit de doden en Hij is de eersteling. Hij stond trouwens ook op op de dag van de eerstelingsschoof. Dat is allemaal zo geweldig gepland door God; God is de God van timing. Toen Hij verrees uit de doden, werd Hij de eersteling en daarmee begint ook de Ekklesia.

De waarheid van het hoofd en het lichaam werd pas later aan Paulus geopenbaard, maar de waarheid zelf stond al. Het duurde nog enige jaren voordat Paulus dat allemaal onthulde in zijn brieven en in zijn prediking; dat is een proces geweest. Maar het is begonnen bij Hem die opstond als eerstgeborene uit de doden. Daarmee is Hij het begin van het lichaam van de Ekklesia en daarmee dus ook het hoofd, opdat Hij onder allen — of eventueel alles — de eerste zou zijn of worden. Hij is de eerste in de oude schepping, gewoon in deze wereld, maar Hij is ook de eerste in de nieuwe schepping. Kortom, in alles neemt Hij de eerste, en daarmee ook de hoogste en de beste plaats in, zodat Hij onder alles de eerste zou worden.

Zie je hoe Paulus duidelijk maakt waarom zijn heerlijkheid uniek is? Later in de Timotheüsbrief zegt hij: er is één God. Daarin is God uniek. Maar er is ook één middelaar van God en mensen, namelijk de mens Christus Jezus. Dat is deze mens. Hij is uniek in zijn heerlijkheid als middelaar. God komt door Hem tot de mensheid en de mensheid komt door Hem tot God. Want het heeft de ganse volheid behaagd om in Hem woning te maken. Nu zijn we terug bij de subtitel van de studie: Gods volheid woont in Hem. Hier vind je dat woord waar ik het gisteren al even over had, het woordje ‘pleroma’, en dat betekent de compleetmaking. Dat wil zeggen dat Christus als ikoon de onzichtbare God zichtbaar maakt. God woont in Hem lichamelijk — later komen we die uitdrukking ook nog tegen in deze brief — en God openbaart Zich in Hem. Al zijn kwaliteiten en al zijn heerlijkheid komen via Hem openbaar. Dat wij weten dat Hij liefde is, blijkt in de Zoon van Gods liefde. En daarom heeft het de ganse volheid, namelijk die van God, behaagd in Hem woning te maken. Dit vers wordt later uitgelegd in hoofdstuk 2 vers 9, daar kom ik morgen nog even op terug. En dan komen we bij het laatste vers.

De Climax: God Verzoent het Al met Zich ↑ hoofdstukken

En dat is echt de bekroning, want dit ziet op de voltooiing van heel Gods weg: vers 20 van Kolosse 1. Gisteren kreeg ik even een statistiek van Timon door en ik vond dat wel een bijzonder verband. Hij heeft het hier helemaal op losgelaten, op alles op mijn website die al vijfentwintig of zesentwintig jaar in de lucht is. Hij kan dus alles zo zien en achterhalen wat er besproken wordt, en het was mij een groot genoegen dat zo goed als heel de Schrift aan de orde komt op mijn website. Dat stemde me wel gelukkig en tevreden. Maar hij vroeg: welk vers wordt het meest besproken? Dat bleek dit vers te zijn. Daar was ik me eigenlijk niet eens van bewust, maar ik begrijp het trouwens wel. Want oh oh oh, wat is hier een boel om te doen geweest, als ik het even zo mag zeggen.

Ja, want hier is die smadelijke term ‘alverzoening’ aan ontleend – voor mij is het overigens niets smadelijks hoor. De dwaalleer, de gevaarlijke dwaalleer van de alverzoening… Maar is het juist niet Gods heerlijkheid dat Hij doet wat we zojuist hebben gezien? Ik lees het nu voor: “En door Hem het al geheel tot Zich te verzoenen.” Dat wil zeggen: God doet dat door Hem. Niet “weder”, ik ga dat nu niet verder toelichten, maar “geheel”. Dat wil zeggen: totaal of wederzijds, in alle opzichten gaat Hij het al met Zich verzoenen. En dan moet je even weten wat verzoenen is. Dit is inderdaad de climax van Paulus’ beschrijving, want verzoening in de Bijbel heeft altijd te maken met het volgende: wie wordt er verzoend? Nou, iemand die vijandig of vervreemd is. Vers 21 laat dat trouwens ook zien: als je vijanden bent, ja, dan zijn het vijanden die verzoend worden.

Kijk naar wat God doet. Er zijn bomen in het veld, de oceanen en de vissen in de zee; dat zijn creaturen, maar zij zijn – je zou kunnen zeggen – enigszins vervreemd van het leven van God, maar ze zijn niet vijandig. Maar er zijn heel veel vijandige schepselen en ook schepselen die van God vervreemd zijn. En God gaat al die vervreemde en vijandige schepselen met Zich geheel verzoenen, ook onderling. Horizontaal, verticaal, met Zichzelf. God doet dat. Dit is dus geen oproep, het is gewoon een mededeling: God gaat door Hem het al met Zich verzoenen. Voor zover er vervreemding is en vijandschap, gaat Hij die heelmakende relatie herstellen. En dat is wat het woord verzoenen ook betekent: het omzetten van vijandschap in vrede. Het staat er trouwens eigenlijk bij, want er staat: “en door Hem het al geheel tot Zich te verzoenen”, en daar staat bij: “vremakend door het bloed van zijn kruis”. Niet als een voltooide aangelegenheid, maar als een feit dat wordt gesteld. God maakt vrede door het bloed van Zijn kruis.

Je krijgt dan de gedachte dat het zo geweldig is zoals God dat doet. Kijk, er is geen moment geweest in de hele wereldgeschiedenis sinds Adam waarin zozeer bewezen werd dat de wereld zich vijandig opstelde naar God, als toen zij de Zoon van God aan het kruis sloeg. Dus dat moment dat het kruis van Golgotha daar stond en de Zoon van God daar was aangeslagen, dat was het ultieme bewijs van niet alleen Israëls vijandschap, maar van die van de wereld. De Romeinen die Hem aan het kruis hebben genageld, dat is wat de wereld deed. Maar wat was Gods antwoord op de vijandschap van de wereld? De wereld sloeg Zijn Zoon aan het kruis, en God wekte Hem drie dagen later op uit de doden en gaf Hem het leven, als de eersteling uit de doden. En waarom? Wel, om aan die schepping die Zijn Zoon aan het kruis nagelde, om aan hen dat leven te geven dat toen aan het licht kwam op de dag van de opstanding. Hij gaat aan die wereld het leven geven. Onvoorwaardelijk!

Nou, en dat maakt dat Hij elke grond van vijandschap wegneemt. Men kan van alles aan God verwijten; dat doet de wereld eigenlijk ook. In feite is de hele religie van de wereld vooral zó gecreëerd dat men bang is voor God, maar men vertrouwt Hem niet. Eigenlijk is dat vanaf de hof van Eden al het geval met het wantrouwen van God: Hij heeft dat wel gezegd, maar Hij heeft daar een kwade bedoeling mee. Vraag het maar gewoon in het algemeen aan iemand in de wereld, en die zegt: “Ja nou, God is liefde? Wat dacht je dan? Kijk eens om je heen. Waarom dan al die ellende, al die oorlogen en al dat leed?” Men gelooft niet dat God goed is en werkelijk lief is. Maar God heeft het bewijs geleverd toen Hij de Zoon uit het graf riep. Toen garandeerde Hij aan u: de hele wereld ga ik het leven geven, wat jullie ook gedaan hebben met Mijn Zoon door Hem aan het kruis te nagelen. Dat is onvoorwaardelijke liefde die alles overwint.

En zó maakt Hij vrede. Hij ontneemt alle motieven van vijandschap en zo maakt Hij vrede door het bloed van Zijn kruis. Dat doet God, het staat er: “door Hem tot Zich te verzoenen”. Het is niet dat de wereld zich verzoent met God; nee, God verzoent de wereld met Zich. Dat doet Hij. Wij zijn vijanden en Hij maakt vijanden tot vrienden en liefhebbers van Hem. Waar is al de roem dan gebleven? Ja, die is uitgesloten. En er staat nog bij: “door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is”. Mocht je denken dat er uitzonderingen zijn? Nee hoor, elk vijandig of vervreemd creatuur hier op aarde – en daar lopen er miljarden van rond – zij gaan allemaal gezoend worden door God. God doet dat, en dat doet Hij door Zijn Zoon, namelijk in het bloed van Zijn kruis. Zo maakt Hij vrede. Hetzij wat op de aarde en zelfs al die creaturen die in de hemelen vijanden zijn. Want daar heb je er ook nog wel een stel van; ja, ik kan ze bij name noemen.

Dit is dus “het al”. God verzoent het al met Zich en tot Zich. Dat is de grote bestemming van heel de schepping, en dat is wat het evangelie werkelijk een evangelie maakt. Hij redt de hele wereld. Hij maakt alle stervelingen levend. Hij rechtvaardigt om niet en Hij verzoent ook elke vijand of elk vervreemd creatuur tot Zich. Dat doet Hij, en dat doet Hij allemaal door de Zoon van Zijn liefde. Zo bewijst Hij Zijn onvoorwaardelijke liefde voor heel de schepping. Dat is zo’n geweldige glorie! En dat is de boodschap. Paulus zegt in vers 23 – en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen – hij noemt dat “de hoop van het evangelie”, de verwachting. Het is een goed bericht omdat het zo’n enorme, universele en onvoorwaardelijke heerlijkheid in het vooruitzicht stelt. En dat is wat we te vertellen hebben. Nou ja, ik zeg het zo: zegt het voort! En tegen alle weerstand in, want je zult verketterd worden. Ik ben enigszins ervaringsdeskundige, kan ik wel zeggen. Geef het door. In de kerkelijke wereld is dit een vloek, maar vertel het maar, want het is zo onmiskenbaar groots en heerlijk. En het is nog waar ook! Daarmee heb ik meteen de aftrap gegeven voor wat we vanavond gaan bespreken, namelijk alle schatten van wijsheid en kennis die in Hem verborgen zijn. Want er is nog veel meer over te delen. Zullen we het hierbij laten, vrienden?

🎧 compleet in Christus (2)


Powered by RedCircle

Delen: