GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de listen van de diabolos

21-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Den Haag

Paulus roept op stand te houden tegen “de listen van de diabolos”. Daarmee doelt hij niet op openlijke vijandschap, maar op subtiele methodieken die de waarheid ongemerkt laten verschuiven. De eerste keer dat we deze strategieën tegenkomen is in de hof van Eden, waar de slang Eva verleidt door twijfel te zaaien over Gods woord. Dezelfde patronen keren later terug in filosofie, menselijke overlevering en religieuze systemen. In deze studie onderzoeken we hoe deze listen werken en waarom zij afleiden van de eenvoud die in Christus is.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de listen van de diabolos, gebaseerd op de wapenrusting uit Efeze 6. De overwinning in Christus is reeds behaald, waardoor de strijd van de gelovige puur defensief is, gericht op standhouden. De tegenstander valt niet frontaal aan, maar zaait twijfel en verwart door Gods woord subtiel te verdraaien en complex te maken, net als bij de zondeval in Genesis 3. De apostel benadrukt dat gelovigen zich niet moeten laten meeslepen door dwaling, maar vast moeten staan op het inmiddels gecompleteerde Woord en de eenvoud in Christus.

“Dat wil zeggen: de overwinning is behaald en wij strijden niet, wij worden bestreden.”

Introductie en de Wapenrusting ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden hier in Den Haag. Een voorrecht om wederom in juni in uw midden te mogen zijn op deze stralende, zomerse dag. Trouwens, nou ik zeg zomers: het is vandaag trouwens de eerste dag van de zomer. Bij wijze van de dag… Tien keer jarig? Nederland heeft gewonnen? En wij gaan het hebben over de listen van de diabolos.

Waar zou die uitdrukking nou aan ontleend zijn? Wat denkt u? Denkt u dat ik met een bijbelquiz begin? Jij moet hem omhalen… Hoe weet je het nou al niet meer? Ja, oké. Nee, de uitdrukking is ontleend aan Efeze 6. Laten we daar dan inderdaad meteen even naartoe gaan.

Ik moet meteen eventjes corrigeren wat Boy zojuist zei, namelijk dat ik het over de wapenrusting ga hebben. Het is wel ongeveer het eerste wat aan de orde komt, maar voor de rest zal het niet meer zozeer ter sprake komen. Tenminste, niet in de beeldspraak van een wapenrusting. Maar daar in Efeze 6 vers 11, daar staat dit: “Doet de wapenrusting Gods aan” of “trekt de gehele wapenrusting van God aan”, en dan staat erachter: “om te kunnen standhouden tegen de listen van de diabolos.”

Op deze dia ziet u het ook, het is uit de NBG-vertaling geciteerd. Maar op het moment dat ik cursiveer, dan wijk ik daar wat vanaf omdat er letterlijk iets anders staat. En daar wil ik dan graag ook op wijzen. In dit geval “listen van de diabolos”, dat is niet de wijze waarop het in de NBG-vertaling staat weergegeven.

Maar eerst eventjes trouwens nog dat eerste wat ik heb onderstreept: “om te kunnen standhouden”. Het hele idee is dat de apostel Paulus juist in deze brief zo enorm heeft uitgepakt als het gaat om de rijkdommen die we bezitten in Christus en dat wat ons deel is geworden door geloof, wat Hij trouwens ook aan ons geeft. Hij opent de ogen, oren en harten in die rijkdom en in de overwinning die Hij heeft behaald en die ons deel is geworden. Dat begint al in Efeze 1, dat we gezegend zijn met elke geestelijke zegen te midden van de hemelsen in Christus. Hij zegt ook, dat is in Efeze 2, dat we gezeten zijn te midden van de hemelingen, samen met Hem. God ziet ons in Hem aan. Onvoorstelbaar, maar dat is een positie waarin we gesteld zijn en daarin staan we dus ook. We staan in de overwinning.

En hoezo zou je dan nog de vraag kunnen stellen: waarom zouden we dan nog strijden? Want het hele idee van de wapenrusting is dan toch dat er een strijd geleverd moet worden? Maar als de overwinning reeds behaald is, wat valt er dan nog te strijden?

Nou, het hele idee is juist dat wij de overwinning behaald hebben en die dus ook niet hoeven te behalen. Wij voeren geen – om het eventjes op z’n Arabisch te zeggen – wij voeren geen jihad of zo. Het is in zekere zin wel een heilige oorlog, maar dat is puur defensief. Dat wil zeggen: de overwinning is behaald en wij strijden niet, wij worden bestreden. En in het feit dat we bestreden worden, is het noodzakelijk dat we staan om stand te houden, om staande te blijven. Dat is het hele idee. En ja, we staan op ons erfdeel of ons lotsdeel, wat letterlijker geformuleerd. En ja, en dat is waar die wapenrusting… Maar dat is de beeldspraak in het vervolg.

Nou ja, ik weet het, dus daar gaan jullie het aankomende dinsdag ook over hebben. Ja, dan zegt Paulus bijvoorbeeld dat we omgord zijn met de waarheid en geschoeid aan de voeten met het evangelie van de vrede. Het zijn allemaal onderdelen die allemaal iets uitbeelden wat noodzakelijk is om stand te houden. Maar waar het nu dan vooral ook even om gaat, is dat wij standhouden, niet tegen de kracht van de diabolos. Misschien moet ik dat meteen eerst eventjes rechtzetten of in ieder geval toelichten.

De Betekenis en Werkwijze van de Diabolos ↑ hoofdstukken

Want dat woordje diabolos, dat kent u misschien niet zo. Maar ikzelf bedien mij eigenlijk altijd van die term, omdat ik het namelijk erg mooi vind. Je hebt de staat… en dat geeft aan: je staat om stand te houden. Je ziet het trouwens ook in die laatste regel in de interlineair: om stand te houden tegen de verleidingen des duivels. En trouwens, ons woord duivel dat komt via het Latijn dan ook weer – het is eigenlijk een verhaspeling van het woordje diabolos, daar is het van afgeleid.

Maar het mooie van het woordje diabolos is dat daarin nog doorklinkt: dia, dat betekent doorheen, en bolos (ons woord bal is daar nog weer van afgeleid), en dat betekent eigenlijk het werkwoord werpen. En de diabolos, dat is eigenlijk, als je het in zijn elementen opsplitst: de dooreenwerper. En daardoor ook degene die verwarring zaait en daardoor ook in feite uiteendrijft. Vandaar ook dat het als afgeleide betekenis heeft: verdacht maken. Dat doet hij juist door verwarring te zaaien en daarmee ook verdeeldheid. Maar de diabolos is de dooreenwerper.

Eén van de bekende namen van deze sinistere figuur – je leest het in Openbaring 12; hij heeft diverse namen – is Satan. Dat is trouwens Hebraeus, en Satan betekent tegenstander. Hij is ook de oude slang – ik kom daar straks trouwens op terug, ook een benaming, heel veelzeggend – maar één van zijn namen is dus ook die van de diabolos. Kijk, tegenstander, daarin klinkt al door dat hij oppositie voert, tegenstaat. Dat doet hij ook, maar het meest subtiele is dat hij zich juist aandient als iemand die een gidsfunctie heeft en die juist de dingen verdraait en verwarring zaait.

En daarom hebben we ook niet te maken met de kracht van die diabolos. Helemaal niet. Maar over zijn listen, daar denk je altijd te gering over. Want wat hij vertegenwoordigt is buitengewoon intelligent en geraffineerd. Daar hebben we mee van doen. En hij kan zomaar door zijn listen, niet door zijn kracht… We zijn veilig, daar hebben we van gezongen, we zijn geborgen in Hem. Nee, maar het punt is dat hij ons iets wil wijsmaken.

Dat is trouwens ook wel een leuke term. In het Nederlands: iemand iets wijsmaken. Dan weet je al dat er je iets op de mouwen gespeld wordt. Het betekent niet dat je echt wijs wordt, maar je wordt iets ‘wijzer’ gemaakt. En het betekent eigenlijk dat je gewoon beduveld wordt. En daar hebben we mee te maken. En het feit dat we de overwinning hebben… Ja, maar dan word je er zo gemakkelijk van afgebracht. Waarom? Nou, door listen, door trucs, door het anders voor te stellen, doordat je iets wijs gemaakt wordt. En ja, hoe zou hij dat dan doen?

Nou, de diabolos bedient zich altijd… Dat is heel karakteristiek, van het Woord van God. En daar wil ik zeker ook juist bij deze gelegenheid nog wat op in gaan zoomen. Dus om staande te blijven tegen de listen van de diabolos. Over dat woordje ‘listen’ heb ik onderstreept. Dat is in het Grieks – dat kennen we ook al. We kennen zoveel meer Grieks dan je eigenlijk zou denken, maar dat is het woordje methodeia. En daar is ons woordje methoden of methodiek van afgeleid. En in feite is het ook bij ons een vrij neutraal woord, een methode. Maar in het Grieks is het vooral ook een negatief woord, namelijk een strategie. Vandaar ook dat de NBG-vertaling het weergeeft met ‘list’. Dat is ook een methode, maar dan vooral een methodiek waarbij je op het verkeerde been gezet wordt en gestrikt wordt, er een strik gelegd wordt. Je zou er zomaar in trappen.

Nou, daarmee hebben we van doen. En wat ik vanmorgen graag eens met jullie wil bespreken, aan de hand uiteraard van de Schrift, is hoe de diabolos dat dan doet. Wat zijn die listen? Wat is zijn methodiek? Want ja, om te kunnen standhouden tegen de listen van de diabolos, dan moet je ook weten wat zijn gedachten zijn en wat zijn werkwijze, zijn methodieken zijn. Dat moet je weten om daar ook op bedacht te wezen.

De Sluwheid van de Oude Slang in Genesis 3 ↑ hoofdstukken

Nou, eigenlijk moet je dan helemaal terug naar het begin. Ik verwees zojuist al eventjes naar Openbaring 12, waar deze figuur, de diabolos, allerlei namen heeft. Maar een van zijn namen is ook de oude slang. Dat wil zeggen de slang van oudsher, en dat brengt ons helemaal terug naar Genesis 3. Nou, denkt u dat ik naar Genesis 3 toe ga? Ik refereer er wel aan, maar dat is omdat Paulus in 2 Korinthe 11 daarover spreekt. En die is heel veelzeggend. Het is in hoofdstuk 11, vers 3. Dus ik begin midden in het betoog, waar ik eigenlijk alleen dit even over wil zeggen.

Kijk, Paulus was ooit in Korinthe geweest. Hij heeft het evangelie daar gepredikt, het goede bericht van de redding in Christus Jezus. Na zijn heengaan zijn er andere leraren gekomen, ook gerespecteerde. Een man als Apollos wordt ook daar genoemd in het boek Handelingen. Maar waar Paulus heel erg beducht voor was… Hij noemt hen in vers 13 van ditzelfde hoofdstuk, 2 Korinthe 11 vers 13, pseudo-apostelen of valse apostelen. Ze presenteren zich als afgevaardigden van Christus, maar het is pseudo, het is vals. En hij noemt ze ook bedrieglijke arbeiders, die dreigden daar ook voet aan de grond te krijgen in Korinthe.

En Paulus spreekt dat dan ook uit, of hij tekent dat op. Hij zegt ook van… Een van de verwijten – het is wel even grappig om dat zo tussendoor nog te zeggen – was dat Paulus helemaal niet zo’n indrukwekkende spreker was. In geschrift was hij buitengewoon sterk, maar hij had de reputatie misschien dan weliswaar zeer gedreven te zijn, maar het was nou niet echt een hele… Kennelijk betekende zijn spreken niet veel. Ik geloof dat het verwijt aan zijn adres op die manier geformuleerd wordt.

Nou, en dan pakt Paulus uit. Niet eens zozeer om zichzelf te verdedigen, maar om wat hij naar voren brengt, om daarvoor te staan en daarop te staan. En hij werd aangevallen. En ja, Paulus hield zijn hart vast voor die ekklesia, die gemeente daar in Korinthe. Hij vreesde: ‘Ik vrees dat, misschien zoals de slang in zijn sluwheid Eva verleidde…’

Ja, dat is uiteraard… Dit brengt ons terug naar die bekende geschiedenis in Genesis 3, een van de eerste hoofdstukken van de Bijbel dus. Daar lezen we al over de hof van Eden en dat de slang zich in zijn sluwheid richtte tot Eva. Ik denk dat dat ook niet voor niets is geweest. Zij liet zich gemakkelijk verleiden. Waarom? Omdat ze wat meer georiënteerd is dan de man op misschien zintuigen en gevoelens. En juist daarin was hij heel sluw.

Het is trouwens wel een grappig ding dat er heel veel woorden zijn, als het gaat over de slang, die beginnen met een S. Onze S is al zo’n slang. Sluwheid en slimheid en sinister… Ja, goh, we zullen er nog wel meer van bedenken, denk ik zo. Ik kan er ter plekke zo snel niet meer bedenken, maar de slang sist ook hè, dat is die S. Die is heel prominent aanwezig. Wat dat etymologisch of taalkundig betekent, weet ik niet, maar ik vind het wel frappant en wijs er zomaar even op.

Maar in zijn sluwheid richtte hij zich tot Eva. En dat is de introductie tot een vergelijking. Paulus zegt: ‘Ik vrees dat misschien zoals de slang in zijn sluwheid Eva verleidde…’ En dat is het begin van een vergelijking: zo gaan die bedrieglijke arbeiders ook te werk, op dezelfde wijze. Heel karakteristiek. Dat is wat Paulus in ditzelfde hoofdstuk later ook nog nader toelicht.

En ja, ik denk trouwens ook: de slang is een heel apart onderwerp, waar in de loop van de geschiedenis al zoveel over te doen is geweest. Over het historische karakter van deze hoofdstukken van Genesis en hoe de slang zich voordeed. Je leest in vers 13 van dit hoofdstuk dat hij, toen hij zich voordeed in de hof, zich transformeerde als een boodschapper van licht. Er zijn ook goede redenen om aan te nemen, zonder nou daar dieper op in te gaan, dat hij zich niet zomaar als een biologische slang heeft gepresenteerd, maar dat hij zich daartoe getransformeerd heeft in een boodschapper van licht. Want dat is namelijk karakteristiek voor zijn werkwijze: een blinkend, schijnend wezen dat daardoor ook heel gemakkelijk als medium kon dienen om te misleiden. Schoonschijnend, in dat woord ‘schijnend’ zit ook al het idee in van licht geven.

Hoe dan ook, er is natuurlijk in de loop van de tijd zoveel over te doen geweest, over die eerste hoofdstukken van Genesis. Ik kom daar straks misschien nog eventjes op terug. Maar zoals de slang in zijn sluwheid Eva verleidde… Kijk, hij presenteert zich – dat is heel boeiend, in wat hij deed en zoals hij beschreven wordt in Genesis 3 – bij zijn eerste optreden op een manier die karakteristiek is voor wat hij doet. De oude slang, de diabolos, ja, wat doet hij? Nou, hij presenteert zich niet als tegenstander. Het is niet dat hij de aanval opent en frontaal de strijd aangaat. Integendeel, hij presenteert zich vriendelijk, verleidelijk. En als… nou nee, verleidelijk, hij presenteert zich niet verleidelijk in de zin van: ‘Hallo, ik ben een misleider’ of zo. Dat is niet zo. Dat is niet geraffineerd natuurlijk. Als je wilt misleiden, dan doe je je juist anders voor: als een gids.

En hij treedt op – ik zeg het expres even zo, dat klinkt misschien niet zo aardig voor een gerespecteerde beroepsgroep, maar ik moet het toch zeggen: hij treedt op als theoloog. Dat is heel karakteristiek, want ja, hij heeft er verstand van. Zo bedient hij zich ook en toont interesse in Gods woord. In feite was Genesis 3 een theologisch gesprek.

En wat hij doet is: hij stelt een vraag, en daar zit al de… Wat hij doet is eerst een vraag stellen, een vraagteken zetten achter wat God gesproken heeft. En hij had trouwens als volgt gereageerd en zei: ‘Heeft God werkelijk gezegd dat gij niet zult eten van enige boom?’ Nou, zo had God dat juist niet geformuleerd. Hij stelt God in een negatief en verdacht daglicht. En hij gaat twijfel zaaien en daardoor ook inderdaad verwarring. Twijfel, daar zit het Duitse woord ‘zwei’ in. Dus je maakt verdeeldheid en je verwart. En hoe breng je verwarring? Doordat je iets van waarheid hebt. Dat moet je vooral doen. Je moet niet een puur leugen vertellen, iets wat compleet onwaar is. Nee, want dan zou hij nooit ingang hebben gevonden. Nee, hij toont interesse in Gods woord, maar hij zaait twijfel en hij brengt ook leugen in. En hij citeert net niet goed. Het lijkt alsof het goed is, maar hij zegt het net niet zoals God het had geformuleerd. Kijk het maar na in Genesis 3. En dat is heel karakteristiek voor zijn optreden: eerst twijfel zaaien, en op het moment dat Eva dan inderdaad reageert – en heel slap eigenlijk ook, ze geeft geen adequaat antwoord – dan is het moment dat hij echt toe gaat slaan en ook een regelrechte leugen vertelt.

En ik zei zojuist iets onaardigs over theologen, maar weet je wat het punt is: als je mensen wilt misleiden die refereren aan het woord van God, die in de overwinning staan en die kennis hebben van het evangelie, ja, wat moet je dan doen? Dan moet je je beroepen op het woord van God, maar dan zodanig dat je er een draai aan geeft, dat je het verdraait, nog aan toe, waardoor het gaat schuiven.

De Aanval op de Historiciteit van de Bijbel ↑ hoofdstukken

Eigenlijk is dit een geschiedenis in Genesis 3. Ik ga ervan uit dat al die hoofdstukken, ook die eerste elf hoofdstukken, werkelijk geschiedenis zijn.

De Satan is heel apart. De diabolos heeft zich altijd actief ingezet tegen met name die eerste hoofdstukken van de Bijbel, die eigenlijk het fundament zijn voor de rest: de geschiedenis, de schepping, maar ook de creatie van Adam, man en vrouw, en de oorsprong van de misleiding en de zonde. Het is allemaal gegrond op dat wat er beschreven staat in die eerste hoofdstukken. En ik ga er ook van uit dat Adam zelf dit heeft opgetekend. Het zijn met recht de eerste geschreven documenten; Adam en de aartsvaders hebben die hoofdstukken zelf opgetekend. Dat is een heel boeiend onderwerp, maar nu niet het punt. Waar het nu even om gaat, is dat het werkelijk historisch is.

En weet je, dit is meteen een heel mooi voorbeeld van hoe de Satan, de diabolos, te werk gaat. Want hoe gaat dat bij Genesis? Ik heb dat meer dan eens meegemaakt, en het is ook bekend in de geschiedenis, dat hij die eerste hoofdstukken van Genesis aanvalt. Hij zegt niet: ‘Ja, dat staat in de Bijbel, maar het is niet waar.’ Nee, dat doet hij niet. Dat is ook niet de theologische praktijk. De theologische praktijk is dat men zegt: ‘Die eerste hoofdstukken van Genesis zijn heel leerzaam, maar het is een bepaald genre, het is een mythe.’ En een mythe betekent dat het een verhaal is met een betekenis, waar waarde aan ontleend kan worden en wat rijk is aan inhoud. Dat allemaal tot uw dienst, maar het is niet noodzakelijk echt gebeurd. Dat is een mythe. Dus of het historisch is, is in feite irrelevant. Dat is heel karakteristiek: er wordt niet gezegd dat wat daar staat opgetekend niet echt gebeurd is; nee, het is een mythe en het is niet noodzakelijk echt gebeurd.

Op het moment dat je het irrelevant hebt gemaakt of het werkelijk gebeurd en historisch is, dan is de tweede stap – als je vervolgens zegt dat het niet echt gebeurd is – niet zo spannend meer. Want ja, dat doet er dan niet meer toe; er staan immers zoveel dingen in die we vandaag de dag nog kunnen toepassen. Nou ja, daar kun je hele verhalen over ophouden.

Maar het punt is juist: Genesis is werkelijk echt gebeurd. Ik zeg niet dat het westerse geschiedschrijving is, dat beweer ik niet. Maar het is geschiedenis, het is geschied. En in heel de Bijbel zie je dat terug. ‘Van den beginne is het zo geweest’, zegt de Heer Jezus als Hij het heeft over Adam en Eva en over het huwelijk. En Paulus zegt in Romeinen 5 en in 1 Korinthe 15: ‘zoals in Adam allen stervende zijn, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden’.

Maar als Adam niet echt bestaan heeft, en inderdaad niet echt van die verboden vrucht heeft gegeten – als dat niet echt gebeurd is – dan klopt de vergelijking niet meer. En dan krijg je, dat is uiteindelijk het resultaat waar dit hele traject in eindigt. Want dan is de hele Bijbel uiteindelijk niet meer historisch. Want ja, als het ene niet echt is gebeurd… Als Adam niet werkelijk degene is bij wie de zonde en de dood in de wereld geïntroduceerd werden, waarom zou ik er dan wel van uitgaan dat in Christus zijn opstanding werkelijk plaats heeft gevonden? Maar als dat niet echt gebeurd is – kijk het maar na in 1 Korinthe 15 – als dat niet echt gebeurd is, dan is onze hele prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.

En Paulus zegt er nog bij: dan ben ik ook nog eens een keer een valse getuige. Want, zo zegt hij, in feite pleeg ik dan meineed, omdat ik tegenover God getuig van de opgewekte Christus, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Als Hij niet is opgewekt, dan betekent dat dus dat het een valse getuigenis is.

Ja, zo’n mooi verhaal dat je nooit moet wanhopen als het tegenzit, en dat er altijd weer een nieuw begin is… Als je dat soort verhalen eraan vast gaat knopen, klinkt dat mooi. En als je het sentimenteel aanpakt, dan gaat dat erin als koek. Ja, maar het punt is juist: het is echt gebeurd. En dat is het evangelie. Het evangelie is een bericht, een mededeling van wat er reëel, concreet en aanwijsbaar heeft plaatsgevonden. Ik bedoel, daar is het gebeurd. De hoofdzaken zijn in principe… Nou ja, het is niet eens zo heel erg simpel als ik het nu voorstel. Maar ik bedoel, het is gewoon geografisch op de aarde aan te wijzen, met de rivieren die daar liepen, et cetera. Snapt u wat ik bedoel? Het is… dus ja, dit is heel karakteristiek.

Afgebracht van de Eenvoud in Christus ↑ hoofdstukken

Eerst twijfel zaaien en verwarring, en dat staat er nog bij. Ik vrees dat misschien, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleidde, jullie gedachten zal verderven weg van de eenvoud en de zuiverheid die in Christus is. Dus je ziet hier nogal wat cursief. Dat betekent dat het niet helemaal goed terug te vinden is in de grondtekst. Maar dat is zoals het er letterlijk staat en dat zie je ook in de lineaire vertaling.

En die bedrieglijke arbeiders waar Paulus voor waarschuwt, en waarvan hij vreesde dat ze ook invloed zouden krijgen – hij zegt: “Jullie gedachten, jullie denken, dat wordt daardoor ook verdorven.” En wat is het eerste wat dan verdwijnt? Nou, weg van de eenvoud. Dat is ook heel karakteristisch: als je verwarring wilt zaaien, wat moet je dan doen? Dan moet je de dingen heel gecompliceerd maken. Ik gaf er net al een voorbeeld van door iets beter te maken, maar ook complex te maken, zodat uiteindelijk niemand het meer begrijpt. En ja, u zegt: dat is iets wat politici doen. Dat is waar. In feite is het de strategie van misleiding: eerst moet er verwarring gecreëerd worden, complex gemaakt worden. Ik geef hier een voorbeeld, dat vind ik een van de allerduidelijkste.

De Bijbelse waarheid is heel eenvoudig. Vraag het aan een Jood: wat is de belangrijkste waarheid die er is? Dan zal hij zeggen: “Hoor Israël, de Heer, onze God, is één.” Er is er één die God is. En Paulus zegt ook: al zijn er goden in menigte en heren in menigte tot je dienst, voor ons is er één God, de Vader, en één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn. Dat is eenvoudig. Een kind begrijpt dat: er is één God, de Vader.

En hoe is dat in de kerkgeschiedenis dan misgegaan? Ja, toen kreeg je al, eigenlijk in het vroegstadium in de eerste eeuwen, dat daar twijfel werd gezaaid, ook mede door het heidendom dat zoveel goden kende. En dus toen zei men: “Eén God? Nou nee, het is gecompliceerder.” Kijk, één God, dat snapt een klein kind. Dus één God, dat is met recht eenvoudig. En op het moment dat er meerdere zijn – ik bedoel, dan krijg je de leer van de drie-eenheid. En u kent de terminologie: alleen al de term komt niet in de Bijbel voor. Dan krijg je de definities van: er is één wezen en er zijn drie personen die elk aanspraak kunnen maken op “Ik ben God”, maar toch is het in wezen één. Niemand snapt het. Zelfs de paus in Rome – dat zeg ik expres zo omdat hij het ooit zo gezegd heeft: “Ik snap er helemaal niks van.” En als je dat dan zegt: “Maar het staat ook niet in de Schrift.” “Nee, maar het is een mysterie.” Ze hebben dus eerst een mistgordijn opgetrokken. En vervolgens snapt niemand het, en dan zeg je: “Ja, maar het is een mysterie.” Dat is een hele vrome manier om de leugen te introduceren: een rookgordijn optrekken, verwarring zaaien.

Maar dan is ineens de eenvoud weg. En dan krijg je – dat is trouwens in het algemeen met hele solide Bijbelse waarheden zo, als je mensen daar werkelijk van af wilt brengen – dat je eerst verwarring moet zaaien. “Ja, want het is toch niet zo simpel als jij het nu voorstelt? Jij simplificeert het nu.” Nee, de Bijbelse waarheid is inderdaad eenvoudig, zodat je kunt zeggen: “Er staat geschreven…” “Nee, zo makkelijk kan dat niet wezen.” Dus je kunt er niet meer echt op staan. Dus je gaat… nou ja, hij zegt zus, die zegt zo. En dat zijn toch hele knappe koppen? Dat is juist ook het punt: het zijn knappe koppen. Het is de intelligentia die hierin zo’n grote rol speelt.

Weg van de eenvoud en de zuiverheid die in Christus is. Zuiver betekent in dit geval ook onvermengd. Iets wat zuiver is, dat betekent dat er geen factoren of elementen aan toegevoegd zijn waardoor het vermengd is. In dit geval ook het Woord van God en mensenwoord. En op het moment dat je het vermengt, dan heb je dus… het is niet zuiver meer, en ook niet krachtig meer.

En daar waarschuwt Paulus ook voor, want “indien degene die komt…” Of de Concordante Vertaling zegt dan: “indien de eerste de beste een andere Jezus predikt die wij niet hebben gepredikt.” Een andere Jezus… Dus ze prediken wel Jezus, maar niet de Jezus die Paulus predikte, namelijk Hij, die mens die door God is opgewekt uit de doden en vandaag in de hemel is gezeten. Dat is de Jezus die Paulus predikte. Deze schijnapostelen predikten een Jezus zoals dat vandaag de dag eigenlijk ook altijd weer gebeurt: “Wij volgen Jezus.” En daar bedoelen ze mee: de mens die hier op aarde predikte. En dan verdraait men het zo dat je lief en aardig voor elkaar moet zijn. “Ik ben ook een christen hoor.” Wat bedoel je daarmee? “Nou, dat ik Jezus navolg.” Wat trouwens ook dwaasheid is als je het zo zegt. Een christen is iemand die Christus navolgt. En wie is Christus? Dat is Hij die door God is opgewekt en tot Heer en tot Christus is gemaakt. Dus alleen dat al, hè: wij volgen niet Jezus hier op aarde. Er kwam ooit een heidense vrouw bij Hem, en Hij zei: “Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël.” Dat is in feite niet eens het brood voor de kinderen, als u begrijpt wat ik bedoel. Dan moet je Mattheüs 15 nog even nalezen. Maar ik bedoel dit. En dan krijg je ook de prediking van de wet.

Maar dat is een andere Jezus. “Indien iemand komt die wij niet hebben gepredikt.” Of een andersoortige geest. In het Grieks – ik wil het niet ingewikkeld maken, want dat zou erg strijden met wat ik zojuist zei – zijn er twee verschillende woorden voor “anders”. En dat ene heeft te maken met “een ander”. Kijk, mijn zoon Boas – ik geef maar zomaar een voorbeeld – dat is nog dezelfde als 28 jaar geleden, achtentwintig jaar geleden. Maar hij is inmiddels wel anders: toen was het nog een baby en nu is het een grote vent. Dus is het dezelfde? Ja, het is nog dezelfde en toch is hij anders. Dat is alles. Maar hier hebben we het over een andersoortige. Je hebt de ene zoon en je hebt een andere zoon, dat zijn twee verschillende. Kijk, in het Grieks kun je dat heel mooi met verschillende woorden aangeven. Dus: een andere Jezus, of indien jullie een andersoortige geest ontvangen die jullie niet hebben ontvangen, of een andersoortig evangelie dat jullie niet eerder ontvingen, nou, toch verdragen jullie dat zeer wel.

Met andere woorden: ze stonden daar zo voor open. Er waren mensen die heel andere dingen vertelden en dat boeide ze kennelijk niet zo, en ze lieten zich er heel gemakkelijk in meeslepen. Ja, een andersoortig evangelie. Paulus spreekt daar ook over in Galaten 1. Hij had zijn hielen daar nog niet gelicht of er waren al mensen – kapers op de kust – die inderdaad Jezus hier op aarde predikten, en Jezus die hier onder de wet leefde, nietwaar? Maar het is een andersoortig evangelie. En Paulus zegt daarvan: “Indien iemand jullie een evangelie predikt dat afwijkt van wat wij jullie hebben verteld, die zij vervloekt (of dat zij vervloekt, dat hangt er een beetje om).” Hij zegt erachteraan: dat is geen evangelie. Het wordt wel zo gepresenteerd – daar heb je het weer – maar het is het niet.

Dus daarom is het zo belangrijk dat je blijft staan op dat wat met name de apostel Paulus ons aangaande de naties heeft bekendgemaakt. Heel de Schrift is voor ons, maar bij hem komen we terecht. Zo is de boodschap bij ons terechtgekomen: de apostel en leermeester van de naties. Dus dat is het eindpunt, daar sta je op, daar moet je ook op blijven staan. En er zijn zoveel invloeden die ons zo gemakkelijk daarvan afbrengen, juist door het allemaal gecompliceerder voor te stellen.

Sluwheid. 2 Korinthe 4. Paulus zegt in diezelfde brief, maar dan een paar hoofdstukken eerder: “Wij versmaden…” We hebben geen enkel respect voor…

De Waarheid Onderzoeken en het Woord Niet Vervalsen ↑ hoofdstukken

Wandelen, heb je dat woordje weer: “daar wij niet in sluwheid wandelen noch het woord Gods vervalsen”. Hier wordt een woord gebruikt door Paulus dat een term was die gebruikt werd in de handel, bijvoorbeeld door een wijnhandelaar. Ja, dat is bekend: je kunt de wijn vervalsen door er gewoon iets aan toe te voegen. Wij zeggen dan: water bij de wijn doen. Ja, dan heb je de wijn niet weggedaan, maar je hebt er iets aan toegevoegd waardoor het zijn kracht en zijn zuiverheid verliest. Want ja, als je water bij de wijn doet, dan kan er nog steeds een smaakje aan zitten. Die wijn is gewoon hetzelfde gebleven, ja, maar je hebt er iets aan toegevoegd waardoor het geen wijn meer is en ook zijn kracht mist en zijn zuiverheid. Het heeft niet meer de werking; het is gewoon limonade geworden, daar komt het op neer. Dat is heel subtiel. Dus het woord van God vervalsen, het betekent oneigenlijke elementen aan toevoegen. “Aanlengen” zeggen ze dan, maar daardoor verliest het zijn kracht.

Dus het gaat erom—dat wordt ook in de rechtbank gezegd: de waarheid, de volle waarheid en niets dan de waarheid. Dus niet er iets aan toevoegen. En juist dat laatste is een heel subtiele manier. Dus niet frontaal er iets van afnemen, maar juist door er iets aan toe te voegen en het daardoor juist te vervalsen.

En Paulus zegt daarbij—nou, hier is het contrast—dat wij niet in sluwheid wandelen noch het woord van God vervalsen, zoals hij al om zich heen zag, maar in het openbaar maken van de waarheid onszelf aanbevelen voor elk menselijk geweten voor het oog van God. En hij beveelt zich… Wat is voor Paulus de aanbeveling? Was hij zo ingenomen met zichzelf? Nee, maar hij stond ervoor dat dat wat hij zei, waar is. Of je het nu mooi vertelt… Ik bedoel, je vertelt het op die manier, je doet je best. Voor welke spreker geldt dat nou niet? Je doet je best om het zo goed en zo helder of duidelijk mogelijk door te geven. Dat doe ik ook; of ik daarin slaag, dat is aan een ander, maar daar gaat het niet om. Uiteindelijk is er maar één ding wat echt ter zake doet: dat wat je zegt, ook echt wel waar is.

Paulus zegt: in het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan voor elk menselijk geweten. Dus wat is dat? Nou, gewoon de feiten laten spreken en ook onder bewijs stellen. De waarheid openbaren wil zeggen: dat staat er, dat staat er, en hier staat het. Kijk het maar na. De mensen ook aansporen om het te checken. Niet claimen van: “Nou nee, ik ben een boodschapper van God, dus neem het maar van mij aan.” Want dat is juist wat valse profeten doen: “Ja, maar ik heb een boodschap ontvangen.” Nee! In Handelingen 17—want ik verwijs er nog naar—lees je ook dat Paulus daar in Berea kwam. Hij was eerst in Thessalonica geweest en daar in Berea trof hij een geweldig gezelschap, want daarover wordt gezegd: ze namen het woord met alle bereidwilligheid aan. Dat wil zeggen: ze luisterden gewoon. Vertel me maar wat je te melden hebt. En—want het staat erbij, u kent wellicht de tekst—ze namen het woord in alle bereidwilligheid aan, de Schriften dagelijks nagaande of checkende of deze dingen, die Paulus dus vertelde, al zo waren. Dus wat hij deed is: hij ging de Schriften openen en hij argumenteerde. Dat staat er, dat staat er, het is waar.

En als het de waarheid is, de waarheid is een kracht in zichzelf. Ik bedoel, als Christus daadwerkelijk is opgewekt uit de doden door God en Hij is de eersteling—Hij werd opgewekt op de dag van de eerstelingschoof—Hij is de eersteling. Maar als dat zo is, dan is er hoop voor heel de mensheid. Ja, maar dan gaat het er wel om omdat het inderdaad de waarheid is. Nou, en dat vind ik zo geweldig: de Schriften bewijzen zichzelf en ze verklaren zichzelf. Dus wat Paulus deed is gewoon het woord laten spreken, de Schriften openen, laten zien en juist ook daarin aanbevelen: check het! Want juist daardoor kon iedereen die eerlijk was zeggen van: “Ja, het is misschien vreemd of het gaat in tegen alles wat er verteld wordt, maar ik kijk het na en ik heb het heel kritisch bezien, maar het klopt.” Dat is de grootste en de beste en de meest waardevolle aanbeveling die je kunt bedenken, namelijk dat het de waarheid is en dat je het daardoor dus ook onder bewijs stelt voor elk menselijk geweten, en in het bijzonder natuurlijk voor het oog van God zelf.

Waarschuwing Tegen Filosofie en Ijdel Bedrog ↑ hoofdstukken

Ja, dan wil ik ook nog een andere schriftplaats noemen. Afgelopen weekend was ik in Maarn en hadden we een GoedBericht-weekend. Dat doen we al jaren, elk jaar. Toen was het thema ‘Compleet in Christus’ en hebben we de Kolossenzenbrief besproken. We keken naar de keren dat Paulus in die brief spreekt over dat wat God in hem doet inderdaad een volheid is, en dat wij de volheid in Hem hebben verkregen.

Het centrale vers in die brief is vers 8 van Kolosse 2; dat is algemeen bekend, dat is eigenlijk het sleutelvers. Paulus had namelijk hele enthousiaste verhalen gehoord. Hij was zelf niet in Kolosse geweest, maar hij had van ene Epafras, een medewerker, vernomen hoe het woord van God en het evangelie daar vrucht hadden gedragen. Het was ontvangen op bereidwillige grond, het ontkiemde en het droeg vrucht, en daar was hij buitengewoon dankbaar voor.

Maar hij had van Epafras ook gehoord dat er kapers op de kust waren. Je leest nog iets in het voorafgaande in vers 6 en 7: ze waren geworteld en gefundeerd, dus ze stonden echt vast. Ja, maar dat was dan wel heel erg noodzakelijk ook, want er dreigden gevaren dat ze zouden worden meegesleept. En daar zie je ook weer diezelfde gedachte waar we het net over hadden, namelijk: het is niet de frontale aanval, maar juist… Dat zie je hier ook. Laat ik het vers even lezen: “Ziet toe, dat niemand jullie meesleept door de filosofie en door ijdel bedrog naar de traditie van mensen, naar de elementen van de wereld en niet naar Christus.”

Dus een hele mond vol. Ik wil eigenlijk vooral even hierop wijzen: die filosofie, dat ijdele bedrog en de traditie van mensen zouden zomaar gelovigen die naïef zijn kunnen meeslepen. Op zich kan naïviteit een hele mooie eigenschap zijn, je bent goedgelovig. Het is ook een bepaald temperament; sommigen zijn wat achterdochtig, maar er is ook zoiets als gezonde achterdocht. Weet dat je in een boze aion leeft en dat de leugen regeert, en dat je gemakkelijk zomaar wordt meegesleept. In het Griekse woordje – u ziet het trouwens ook in de interlineair – staat daar letterlijk: als buit worden weggevoerd. Je wordt weggekaapt.

En dat gebeurt niet door een frontale aanval, door te zeggen: “Jullie zijn gelovig in Christus? Dat is geweldig, hartstikke mooi, gefeliciteerd! Maar ik zal je dit vertellen: er zijn hele knappe koppen, filosofen. Een Epicurus bijvoorbeeld, heb je daar wel eens kennis van genomen? Geweldig! En weet je, je hoeft Christus echt niet los te laten hoor, echt niet. Maar dit zijn geweldige toevoegingen; dat gaat je geloof verrijken.” Ja, en dat is nou juist zo subtiel, want daardoor word je zo gemakkelijk meegesleept. Zomaar wordt het hele kader verschoven en word je ingepakt.

En Paulus maakt er korte metten mee, maar in heel de brief is ook een antwoord daarop te vinden. Hij zegt: we zijn in Christus compleet. Hoezo zouden er nog elementen zijn uit de traditie of uit de filosofie waardoor ons geloof verrijkt wordt? Paulus zegt: in Christus zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. Inderdaad verborgen, maar in Hem is alles. Dus hoezo zou je nog van een filosoof zus of van een of andere methodiek allerlei dingen aannemen? Er is zoveel dat zich aandient: “Dat moet je eens doen, je bent gelovig, maar dat verrijkt ook in Christus.”

En laat ik het zo zeggen: Paulus zegt ook in de Kolossenzenbrief dat hij het woord van God gecompleteerd heeft. Ik geloof letterlijk dat hij als apostel de Schriften tot volheid heeft gebracht. En die brieven, ja, die heeft hij bij elkaar gebracht. Hij heeft het woord gecompleteerd. We hebben een compleet woord! Nou, daar kunnen we het mee doen. Denk nou niet dat er nog iets aan toegevoegd zou moeten worden waardoor wij verrijkt zouden worden. Ja, nou ja, dus dat is zo’n strategie: ook weer iets van toevoegen, en het daardoor natuurlijk ook complexer maken.

Volwassen in het Gecompleteerde Woord (efeze 4) ↑ hoofdstukken

En dan wil ik afsluiten met Efeze 4. Want we begonnen met Efeze 6, weet je wel? De listen, de methodieken van de diabolos. En nu eindig ik bij Efeze 4, waar ook weer iets over die methodieken wordt gezegd: een sluwheid. Het is een beetje lastig, want ook hier weer, midden in het gedeelte waar Paulus… Kijk, in het voorgaande had hij naar voren gebracht dat God gaven heeft gegeven in de begintijd van apostelen en profeten, in de eerste generatie, die zich ook als evangelisten, herders en leraars presenteerden. En zo heeft God het fundament gelegd. Maar hij zegt ook, als eenmaal alles gecompleteerd is – dat is een onderwerp op zich hoor – en de Schriften ook compleet zijn en de eenheid van het geloof bereikt is.

Kijk, in de dagen van de apostel Paulus, toen de Schriften nog niet compleet waren, toen was er hier een stukje kennis, daar een stukje kennis, daar een brief, daar een fragment. Maar pas aan het einde van hun leven – en Paulus schrijft dit trouwens ook vanuit de gevangenis – zouden de Schriften gecompleteerd worden en zou de eenheid van het geloof bereikt worden. Vanaf dan zou er geen enkele reden meer zijn voor gelovigen om onmondig te wezen. Wij denken wel eens dat die eerste generatie geweldig was, want het was de tijd van de apostelen die de boodschap doorgaven, maar Paulus stelt het anders voor. Hij zegt: het is de tijd van onmondigheid; de Schriften waren nog niet compleet en bij elkaar gebracht, de waarheid was ook nog niet in haar geheel geopenbaard. Nu is dat wel zo. Nu ligt het fundament er al, de Schriften zijn gecompleteerd en nu, als geheel, is de ekklesia ook volwassen. Dat wil zeggen: alles wat er te weten is, hebben we gewoon beschikbaar. Of je het je realiseert, is een tweede ding. Waarschijnlijk niet, nee.

Eigenlijk is wat Paulus altijd doet in zijn gebeden, bidden dat we zouden gaan beseffen hoe rijk we zijn. Die rijkdom heb je sowieso. Maar wat heb je aan rijkdom als je het niet weet? Als je schatrijk bent, miljonair, en je zit droog brood te eten omdat je het niet weet… Nou, dat is echt zonde, hè. Dat zeggen ze dan: dat is zonde. Maar er zijn zoveel gelovigen die eigenlijk, terwijl ze rijk zijn, arm leven – armoedig en armetierig – terwijl ze ook zoveel uit te delen hebben. Nou goed, de ekklesia is nu als geheel volwassen. En Paulus zegt dat we in die tijd, als de Schriften compleet zijn, ook niet meer onmondig zijn. Want de volle kennis is dan beschikbaar. Dan zijn we niet meer onmondig – dat was eigenlijk als kleine kindertjes – op en neer, heen en weer geslingerd in alle wind van leer.

Ja, u weet hoe dat gaat: zoals de wind waait, waait zijn jasje. En ik vind het wel apart dat Paulus hier spreekt over ‘wind van leer’. Er wordt dus onderwijs gegeven; de een zegt dit en de ander zegt dat, maar hoe zit het nou? Dan is het wel erg handig – en dat is een eufemisme – als je gewoon een kompas hebt. Als je weet: ik kan het checken, dit is het, hier staan we op. En ja, zolang dat allemaal nog niet compleet was, was daar dat gevaar en die onmondige situatie: op en neer, heen en weer geslingerd in alle wind van leer, in het dobbelspel van de mensen. Er staat hier – is het leuk? Ik word even informatief – een Grieks woord: het woordje kubeia. Ons woord ‘kubus’ is daarvan afgeleid; dat is heel gemakkelijk nog te herkennen, want een dobbelsteen is immers ook een kubus. In het dobbelspel van de mensen is het idee dat het, net als met de wind van leer, alle kanten op kan gaan. Met een dobbelsteen gooi je ook en daar zit willekeur in. Het idee hierbij is dat de mens het voorwerp is van het spel. Als je die oriëntatie, die vastheid niet hebt, dan ben je eigenlijk gewoon een speelbal. Ik zat aan een balspel te denken, maar nee: een speelbal. Je bent een speelbal! Je kan alle kanten op door die wind van leer en dat dobbelspel van de mensen.

En dan de laatste… of nog één keer, ja, excuses: “in sluwheid, met het oog op de methodiek van de dwaling.” Ik had die zin eigenlijk even moeten cursiveren. Maar goed, hier zien we weer dat woordje ‘sluwheid’. Sluwheid is geraffineerde, intelligente misleiding, heel slim bedacht, en dat is methodisch – de methodiek. De Concordant Version spreekt over the systematizing of the misleading – de systematisering van de misleiding. Ja, wel mooi: de misleiding wordt heel intelligent gesystematiseerd. En dan krijg je een hele mooie theologie of een dogmatiek, maar het is gemethodiseerde dwaling. En dat begint altijd bij het creëren van een klimaat van twijfel aan Gods woord; dat zie je altijd weer gebeuren. Dan denk je op een gegeven moment dat je de vastheid hebt gevonden, en een generatie later zijn mensen het weer helemaal vergeten en moet je opnieuw helemaal terug naar af. Dat is het contrast.

En tot slot: als we die situatie eenmaal bereikt hebben en de Schriften gecompleteerd zijn, dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende in liefde, in elk opzicht naar Hem toe die het hoofd is: Christus. Kijk, dit is de situatie waarin we ons in feite bevinden sinds de Schriften compleet zijn. We hebben de luxe, bevoorrechte situatie dat we alles weten wat er te weten is. Ik bedoel dat niet subjectief, maar het is gewoon beschikbaar, geboekstaafd en gebundeld. De Schriften, die hebben wij. Dus kunnen we ons ook aan de waarheid houden. We hebben niet meer nodig, maar ook niet minder. Dat is wat we hebben: aan de waarheid houdende.

En het mooie is: er is van de waarheid maar één. Van leugens zijn er vele, maar de waarheid is er maar één. Ik bedoel: als ik zeg dat twee maal twee vier is, dan is er maar één waar antwoord, maar van onware antwoorden zijn er oneindig veel. Dat is het geweldige van de waarheid. Sommige mensen zeggen: “Ja, de waarheid, dat verdeelt alleen maar.” Maar de waarheid is één, er is ook maar één waarheid. Dus als we allemaal de waarheid zoeken en gewoon eerlijk zijn in ons geweten, dan vinden we elkaar. Dat is geen organisatie, dat kan geen menselijke organisatie bewerken, maar in de waarheid groeien we juist naar elkaar toe. Want er is maar één waarheid, en die waarheid maakt ook één. “Indien wij,” zegt Johannes, “in het licht wandelen, zo hebben we gemeenschap met elkaar.” Dat is het geweldige. De Schriften gaan open en je vindt elkaar in die geweldige waarheid, in Hem die het hoofd is: Christus. Amen.

🎧 de listen van de diabolos


Powered by RedCircle

Delen: