GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de dag van toorn, een jaar van vergeldingen

28-06-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Benthuizen

Aan het einde van Israëls grote verdrukking zal de Messias verschijnen om zijn volk Israël te verzamelen. Maar het is tevens het moment dat God zal afrekenen met de volken. Het is de tijd van de zeven bazuinen en zeven schalen. Openbaring 6 noemt deze periode “de dag van toorn”. Ook Jesaja spreekt daarvan en spreekt van “een jaar van vergelding”. Maar het is ook “een jaar van welbehagen”. Na dit meest heftige jaar ooit, zal het Millennium aanbreken.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbelstudie behandelt de chronologie van de eindtijd, met een focus op de overgang naar het zevende millennium. Er worden twee scenario's geschetst voor de terugkeer van Christus, waarbij benadrukt wordt dat de dag van toorn waarschijnlijk precies één jaar duurt. Deze periode volgt op de grote verdrukking en omvat Gods gericht over de volkeren, specifiek gecentreerd rond Edom en Bozra. De kernboodschap is dat Gods gerichten reëel en soms heftig zijn, maar altijd relatief kort duren. Uiteindelijk staat Gods wraak volledig in het teken van rechtsherstel en de verlossing van Zijn volk.

“Gods wraak en Gods toorn staan altijd ten dienste juist van Zijn verlossing.”

Inleiding: de Dag van Toorn en een Jaar van Vergeldingen ↑ hoofdstukken

Ja, dat is een heftige titel, dat jaar. Vindt u het niet?

De afgelopen dagen waren nogal warm, vonden wij, en ik denk dat ik niet de enige ben die dat van mening is. Maar je zag dan, als je naar de weersverwachting keek, nog wel eens een keertje van die icoontjes dat er, zoals gisteravond en vannacht geloof ik ook weer, dan bliksem en donder op komst is. Ik bedoel: de zon schijnt, maar dat is dan wat je mag gaan verwachten.

Nou, in dat teken staat ook wel deze samenkomst, maar ik moet erbij zeggen: het heeft niets met meteorologie te maken. Nou ja, toch ook wel weer een beetje, maar dat komt misschien later nog even aan de orde. Want… nee, dat is alleen maar een bruggetje dat ik nu even zo neerleg, maar meer dan dat is het ook niet.

De dag van toorn, een jaar van vergelding. En de titel is eigenlijk direct ontleend aan een tweetal schriftplaatsen – nou, eigenlijk één, en bijna… er zijn er twee, zo moet ik het dan zeggen. Oké, maar ook dat zal ik toelichten.

Dat is al lang geleden, of in ieder geval enige weken, maanden zelfs terug, dat ik dit al had aangekondigd. De vorige keer, dat is dus vier weken geleden, toen hadden wij als thema – en daar sluit het wel heel erg op aan; ik zal niet zeggen dat het een serie is, want u mist niet zo heel veel als u dit onderwerp op zich losneemt, maar goed – toen was het thema: In welk jaar leven we?

In Welk Jaar Leven We? de Bijbelse Tijdlijn Vanaf Adam ↑ hoofdstukken

In welk jaar leven we? En dan bedoel ik natuurlijk niet op de AD-kalender. Want dan is het al duidelijk: 2026 is het vandaag, of is het dit jaar. Maar op de Anno Hominis-kalender, zoals dat in het Latijn dan klinkt… Dat wil zeggen: als je rekent vanaf Adam. En dan krijg je hele wonderbaarlijke structuren.

Er ligt hier een brochure — ik geloof dat die er nog steeds is: ‘Drie keer 2000 jaar’. Misschien mag ik even reclame maken voor deze brochure, want die staat helemaal in dat teken: tot aan het komende millennium is de geschiedenis onderverdeeld in drie keer 2000 jaren. En dat is een geweldig onderwerp dat zich alleen maar onder de oppervlakte van de Bijbel aandient. Dat wil zeggen: alleen degenen die Schrift met Schrift vergelijken, zullen die patronen zien. En daar bedoel ik niet eens mistig of vaag mee, maar gewoon: de tekst zelf geeft het heel duidelijk te kennen.

Oké, als je dus rekent vanaf Adam… Even kort, dan ga ik dit doen zonder de bonnetjes erbij, maar gewoon even de conclusie zo neerleggen. Als je rekent vanaf de creatie van Adam en je rekent dan 2000 jaar verder, dan kom je uit bij de geboorte van Abraham. Dat is dus precies 2000 jaar later. En dat was dan het veertigste jubeljaar. Je zou kunnen zeggen: dat is een anachronisme, want die jubeljaren zijn toch pas later ingesteld. Dat is waar. Maar als je de hele wereldgeschiedenis beziet in cycli, niet alleen maar in termen van jaren of eeuwen, maar ook in jubeljaren — dat wil zeggen in jubilea, perioden van 50 jaren — dan vond de geboorte van Abraham plaats in het veertigste jubeljaar.

Als je weer 500 jaar verder rekent, kom je uit bij de exodus, oftewel de uitocht uit Egypte. En dat is nogal mooi, want als een getal eindigt op een nul, dan is het per definitie een jubeljaar. En als er een 5 voor staat, dan is het ook een jubeljaar. Dus dat is dan het vijftigste jubileumjaar, dat wil zeggen de uitocht uit Egypte. Dat was eigenlijk het… hoe zeg je dat nou? Ja, nu moet ik het zeggen in het kwadraat: 50 in het kwadraat natuurlijk. Sorry, de warmte slaat waarschijnlijk ook een beetje onder mijn hersenpan. Ik weet het niet. Oké, goed, daar zijn we weer. Het was 50 kwadratus, en dat is sowieso een getal van genade. Goed, het vijftigste jubeljaar was dat.

Als je weer 500 jaar verder rekent, dan kom je uit bij de tempel en het paleis van Salomo die gereedgemaakt zijn. En dat was dus het zestigste jubeljaar. Weer 500 jaar verder gerekend kom je uit bij het laatste jaar van bijvoorbeeld de zeventigjarige verwoesting van Jeruzalem. Kores herstelt Jeruzalem en dat was dus in het zeventigste jubeljaar. En dat is meteen ook het jaar dat de beroemde zeventig jaarweken aanvangen. Dat is een periode van 490 jaar, plus de tien jubeljaren die je na elk negenenveertigste jaar dus hebt. En dan kom je opnieuw uit bij de Messias, en net drieënhalf jaar daarna bij de roeping van Paulus. En dat is dus in het tachtigste jubeljaar.

Zodat je eerst 2000 jaren hebt van Adam tot Abraham, en dan krijg je keurig vier keer 500 jaren — weer 2000 jaren dus vanaf de geboorte van Abraham tot aan de roeping van Paulus. De steniging van Stefanus… dat zijn allemaal even zoveel mijlpalen. En de tijdstructuur is, nou ja, ik vind hem echt adembenemend zoals die zich aandient.

Vanaf dan krijg je opnieuw weer een periode van 2000 jaren. Dat zijn dus de afgelopen 2000 jaren. Wat je dan krijgt na drie keer 2000 jaren, oftewel na zes millennia, is het zevende millennium. En dat zijn de duizend jaren. Zo worden ze in de Bijbel, in Openbaring 20, ook gewoon een keer of vijf, zes genoemd: de duizend jaren waarin Satan gebonden zal zijn, zodat hij niet in staat zal zijn om de volkeren te verleiden. Dat zijn de duizend jaren, en dat is dus het zevende millennium. En als je de millennia heus even opvat als dagen, dan krijg je dus na zes dagen van menselijke arbeid de dag van God: de Shabbat, waarin Hij zegt: ‘En nu staken jullie, nu is het Mijn dag.’ En dat is inderdaad dan dat millennium.

Oké, waarbij we natuurlijk ons… dat is trouwens ook het 120ste jubeljaar, ook niet onbelangrijk. Ook dat wordt in die brochure waar ik zojuist naar verwees naar voren gebracht. Wat we daarbij nog niet hebben gedaan, is… want ja, de vraag was: in welk jaar leven we? Nou, die moet je berekenen. Want ja, deze jaren tot aan de roeping van Paulus kun je allemaal keurig vanuit de Bijbel afleiden, en vanaf daar loopt de tijdrekening zoals wij die nu kennen in de AD-modus, zal ik maar zeggen. En als je dan het huidige jaar berekent, dan kom je uit bij het jaar 2034 als het jaar 6000. Aha! Als dit de roeping van Paulus was in het jaar 4000, en dit was in het jaar 34, dan heb je niet eens een calculator nodig om 2000 jaar verder te rekenen. Dan kom je inderdaad uit op het jaar 2034 als het jaar 6000. En ja, dan is 2026 dus 5992, want dat is nog slechts enkele jaren verwijderd van het zevende millennium.

Nou moet je daar heel erg mee oppassen. Ik zei al: dit is berekend, en dat wil zeggen dat het een afleiding is. Dus ik zeg er bij voorbaat bij — en dat geldt natuurlijk altijd: check het zelf, neem niets aan. Ik waarschuw u nu voor mijzelf. Nou, waar vind je zulke predikanten? ‘Kijk uit hoor, check het, neem het nooit voor zoete koek aan.’ En er zijn ook bepaalde dingen… ik herhaal het juist als we het over jaartallen hebben heel graag. Misschien ben ik een beetje overcompleet, maar ik denk dat ik het echt moet doen, want ik weet dat zulke dingen zomaar en heel gemakkelijk een eigen leven kunnen gaan leiden. Ik ben geen profeet, ik geloof de profeten en ik lees ze, ik onderzoek ze, ik vergelijk de Schriftplaatsen en kom zo tot mijn conclusies. En die deel ik nu; dat is wat het zo mooi maakt om samen te komen.

Want er was dan één spannend ding bij — veel meer spannende dingen natuurlijk. Maar waar ik de laatste twee maanden met name nogal eens mee geconfronteerd ben, dat is: hoe rekenen we dan die laatste 2000 jaren? Want ja, één ding moet dan duidelijk zijn: we zitten heel dicht tegen dat zevende millennium aan, dat mag duidelijk zijn. Maar hoe reken je nou precies? Kijk, en dan spreek ik over scenario’s.

Scenario's voor de Terugkeer van Christus en het Zevende Millennium ↑ hoofdstukken

Als we ervan uitgaan dat de Heer heenging – ik bedoel, Hij stierf, Hij stond op en Hij voer ten hemel in het jaar 30 van onze jaartelling – en je rekent 2.000 jaar verder, waar kom je dan uit? Ja, in 2030. Dat is nogal…

Het eerste scenario is dat Hij dan in 2030 zou terugkeren. Dat is in het vroegste geval, als Hij letterlijk precies na 2.000 jaar zou terugkeren voor Israël. Dan moet dat dus in 2030 zijn.

U zegt misschien: “Dat is dichtbij.” Maar het wordt nog erger. Nee, het wordt eigenlijk nog mooier! Want de periode van de grote verdrukking gaat daar nog aan vooraf, waarvan we weten dat die drieënhalf jaar duurt. En dan kom je dus uit in het jaar 2027. Dat is dichtbij! Ja, en dat zal dan het jaartal zijn van de wegrukking.

Dat is één scenario. Ik bedoel gewoon: als je zo rekent van 30 tot 2.000 jaar verder, kom je bij 2030, en als je daar die drieënhalf jaar vanaf trekt, dan kom je hier uit. Dat is geen hocus pocus, dat is gewoon wat iedereen kan vaststellen.

Maar wat je dan wel krijgt bij dat scenario – ik heb er hier al eerder over gesproken – is dat er nog een periode volgt voordat het zevende millennium aanvangt. En dat moet dan de dag van toorn zijn. Ik heb daar in het verleden heel vaak over gezegd: als dit het scenario is, dan moet die dag van toorn dus nog ruim drieënhalf jaar duren. Ik kom daar straks nog even op terug, op het verschil tussen de verdrukking en de dag van toorn. Maar dat is dan een afgeleide. Ik heb altijd gezegd dat de Bijbel dat niet specifiek benoemt, maar dat zou dan het geval zijn. Dus in dit geval is de dag van toorn een periode van meer dan drieënhalf jaar tot aan het jaar 6000.

Dit is één scenario. Ik moet er wel bij zeggen: als dat inderdaad het geval is, dan staat er nog wel wat te gebeuren. Of dan moet er nog wel wat gebeuren waar we het ook al over hadden: over de mens der wetteloosheid die zich eerst nog incognito moet aandienen, die elfde hoorn waar we het eerder over hadden, en over die tien koninkrijken die nog een bondgenootschap moeten vormen voordat die wegrukking plaatsvindt. U denkt misschien: “Hallo, maar dan is het toch wel heel kort dag?” Ja, dat kan, maar dat is nu even niet mijn punt. Het gaat mij puur eventjes om de Bijbelse associatie; we hoeven niet direct te weten wat dat dan direct betekent. Dat is leuk voor bij de koffie.

Maar er is nog een ander scenario, en ik moet u zeggen dat ik dat veel waarschijnlijker acht. Dat is ook de eigenlijke aanleiding voor deze Bijbelstudie. Dat scenario gaat er nog steeds van uit dat het heengaan van Christus in het jaar 30 was. Tweeduizend jaar verder komen we dan in 2030, maar dat is dan niet het jaar dat Hij terugkeert voor Israël op de Olijfberg. In plaats daarvan is het het begin van Zijn parousia. Want Zijn parousia – dat moet je erbij zeggen – is niet een moment, maar een periode. In feite begint die al met de wegrukking; dat is al Zijn parousia, Zijn aanwezigheid, en dan vervolgens dat Hij aan Israël verschijnt en voor de volkeren verschijnt. Zijn parousia is een periode, ik heb daar vaker over gesproken, en die parousia begint dan hier.

Maar in dat geval volgt de verdrukking daar pas op, dus na dat moment. Dan krijg je dus niet de verdrukking die hier nog aan vooraf zou gaan, maar die daarop volgt. En dan krijg je het scenario dat het zevende millennium daarna aanbreekt en dat er één jaar is – dat is namelijk het scenario in dit geval – waarin de dag van toorn één jaar duurt. Namelijk dit jaar, het jaar 6000. U ziet hier twee jaartallen, maar u weet dat dat te maken heeft met het feit dat een Joods of Hebreeuws jaar in september begint; het vertegenwoordigt dus eigenlijk twee van onze kalenderjaren. Oké, dat is dan de consequentie.

En eerlijk gezegd denk ik dat dit het dichtstbijzijnde scenario is, laat ik het zo zeggen. Ik bedoel: het eerste denkbare scenario waar ik het over had – als Hij na 2.000 jaar precies terugkeert, is de wegrukking in 2027 – dat kan. Maar dit kan net zo goed. Dit is het tweede scenario. Dus ik wil daar eens wat nader op ingaan, namelijk op het punt dat de dag van toorn inderdaad één jaar zal duren.

Het was een paar maanden geleden dat ik in Jesaja aan het studeren was, en toen stuitte ik op diverse hoofdstukken waarin dat zelfs vrij letterlijk zo gezegd wordt. Dat was voor mij een enorme eye-opener, want ik heb altijd geroepen: “Ja, de lengte van de dag van toorn is eigenlijk, voor zover ik weet, niet bekend.” En toen stuitte ik op uitdrukkingen als ‘de dag van toorn’ en dan vervolgens in één adem ‘een jaar van vergelding’. Hé, als dat zo is! Nou ja, daar wilde ik het eens over hebben.

Maar dan moeten we eerst nog iets anders bezien, en dat is die dag van toorn. Wat is dat eigenlijk? Want meestal wordt in de gangbare uitleg de dag van toorn gelijkgesteld aan de grote verdrukking. En dat is mijns inziens absoluut onjuist. Ik ben daar heel stellig in, want ik vind het verschil tussen die twee juist heel evident.

Maar laat ik het zo zeggen – waar we het net al eerder dit seizoen over hebben gehad: het is een onderwerp waarvan, en dat is eigenlijk logisch naarmate de dag nadert, dat is een ding dat zeker is, de actualiteit zich steeds meer aan je opdringt. En dus ga je je vragen stellen. Je wordt wakker, en dat is nou precies de bedoeling. In feite gaat het hier ook helemaal niet om het noemen van data of om het aanwijzen van een jaartal. Het gaat erom dat je wakker bent, dat je weet hoe laat het is, dat de dag nabij is en dat je dus alert bent, ook in chronologisch opzicht. Je weet dat de tijd op handen is, dus moeten die dingen zich gaan voltrekken, some way, somehow. Dat zeg ik ook eventjes voor onze Nieuw-Zeelandse broeder; heeft hij toch in ieder geval iets Engels opgepakt. We hebben het er al eerder over gehad.

De Grote Verdrukking en de Vlucht van Israël Naar de Woestijn ↑ hoofdstukken

Die grote verdrukking begint eigenlijk met het plaatsen van een afgodsbeeld op het tempelplein daar in Jeruzalem. Maar vlak daaraan voorafgaand vindt die wegrukking plaats, of de afstandneming. Ik refereer hiermee aan eerdere bijbelstudies. Anders gezegd: de mannelijke zoon die in Openbaring 12 wordt genoemd, wordt weggerukt tot God en zijn troon. Die mannelijke zoon is Christus, namelijk hoofd en lichaam tezamen die worden weggerukt tot God en zijn troon.

Vervolgens vlucht de vrouw – dat is het gelovige deel van het Joodse volk daar in het land – naar een onderduikadres in de woestijn. Dit is een plaats van Godswege bereid, die voor haar gereserveerd is, waar ze 1260 dagen wordt bewaard en onderhouden. Dat lees je dus. Daar vind je eigenlijk in één voorstelling, in één beeld, in één panorama, de volgorde perfect weergegeven: namelijk de wegrukking van de mannelijke zoon, en pal daarop de vrouw die de mannelijke zoon baarde en die vlucht naar de woestijn, waar ze gedurende 1260 dagen wordt bewaard.

In diezelfde tijd treden er trouwens in Jeruzalem twee getuigen op, ook gedurende 1260 dagen – dat wordt er uitdrukkelijk bij gezegd. Zij treden op als Mozes en Elia. Ze worden weliswaar niet bij naam genoemd, maar hun optreden doet direct aan hen beiden denken. Elia sowieso, die het niet deed regenen gedurende drie jaar en zes maanden – exact dezelfde periode weer. Maar we weten ook van Elia dat hij eerst, voordat de grote dag zou aanbreken, zou optreden. Dat doet hij dus ook; hij is een van die twee getuigen.

In diezelfde periode vindt er een grote verdrukking plaats – daarom wordt het ook zo genoemd – die nooit eerder, en zeker niet in het land, heeft plaatsgevonden. Er wordt namelijk een afgodscultus aangevangen in Jeruzalem. Maar dat niet alleen: deze wordt ook afgedwongen. Iedereen die niet meegaat in het aanbidden van dat beeld dat daar op het tempelplein wordt neergezet, wordt zelfs uitgesloten van het hele economische verkeer; men kan niet kopen of verkopen. Kortom, dat is echt een vreselijke verdrukking. Ook om andere redenen trouwens, omdat velen in die dagen zullen omkomen. Het is in de eerste plaats een grote verdrukking voor Israël. Ik zeg niet dat die periode de volkeren niet zal betrekken, want dat is wel degelijk het geval, maar het is in de eerste plaats vooral een grote verdrukking voor Israël.

Aan het einde van die periode van de verdrukking van drieënhalf jaar zullen alle volkeren ten strijde worden verzameld. Dat lees je in Zacharia 14 en trouwens op meerdere andere plaatsen. Aan het einde van die verdrukking, dus op het moment dat de volkeren verzameld zijn in Jeruzalem, verschijnt Israëls Messias op de Olijfberg en zal Hij voor hen strijden. Dan lees je ook dat Hij het volk dat de verdrukking in het land nog heeft overleefd, zal brengen naar de woestijn. De Olijfberg zal bij die gelegenheid middendoor splijten en er zal een vluchtweg gecreëerd worden rechtstreeks naar de woestijn, waar het gelovige overblijfsel bewaard was. Naar de woestijn zullen zij vluchten en daar in de woestijn zal Israël verzameld worden. Dat zeg ik er maar even bij; het is heel onbekend en het wordt meestal niet genoemd.

Er zijn hele grote groepen christenen die ervan uitgaan en denken dat als de Heer zal terugkeren en zijn voeten zet op de Olijfberg, Hij rechtstreeks – ik zeg het misschien wat over de top om het duidelijk te maken – vanaf de Olijfberg naar de Knesset gaat om daar te verklaren dat Hij de president is. Maar zo gaat het dus niet. Het hele land zal namelijk ontvolkt zijn; er zal geen levende inwoner in het hele land meer te vinden zijn. In feite is dat ook het einde van de Joodse staat. Wat nog leeft, is inmiddels gevlucht naar de woestijn.

Maar in de woestijn wordt ook het totale volk wereldwijd verzameld. Want u weet: het grootste deel van het volk bevindt zich nog buiten de landsgrenzen, maar zal verzameld worden in de woestijn. Je leest dat in Mattheüs 24: als de Zoon des mensen zal verschijnen aan het einde van de verdrukking, zal Hij zijn uitverkoren volk verzamelen van de vier windstreken en in het land brengen. Maar dat zal dus via de woestijn zijn. Vervolgens zullen zij vanuit de woestijn via de koninklijke weg, de Kings Highway – die weg ligt er al en heeft ook echt al die naam, echt waar – het land intrekken om daar eigenlijk een heel nieuw koninkrijk te gaan vestigen.

Dat is tevens de tijd dat, als de Messias zal zijn verschenen, Israël is verlost, maar de volkeren nog moeten worden onderworpen. Want als Israël verlost is en wordt verlost, zal de Heer Zich in die tijd keren tegen de volkeren. De volkeren moeten worden onderworpen, en die periode wordt genoemd: de dag van toorn. Dan gaat de Heer Zich echt ten behoeve van zijn volk keren tegen de natiën.

We hebben ons nog niet eens zo heel erg lang geleden – ik zei al dat dit onderwerp de laatste jaren erg in de picture staat – beziggehouden met de zegels en de ruiters in Openbaring 6. Bij het zesde zegel in Openbaring 6 lees je dan… Laten we dat eens gaan lezen.

Het Zesde Zegel: Tekenen aan de Hemel en de Toorn van het Lam ↑ hoofdstukken

Ik moet het even schetsen voor het hele verband. Ik ga er snel doorheen, omdat we hier al eens een heel aparte bijeenkomst aan hebben gewijd. En dan lees je dat het Lammetje het zegel van de boekrol opent. Dat wil zeggen: in feite gaat het over de eigendomsrechten op het land. En ik zag toen hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. Ja, het is bij die gelegenheid – dat lees je ook heel uitdrukkelijk in Matteüs 24 – dat dit fenomeen van een aardbeving plaatsvindt. Wat trouwens ook vrij logisch is als daar in Jeruzalem de Olijfberg middendoor zal splijten. Ja, dat is echt een seismologische gebeurtenis van hier tot… En dat zal ook begeleid worden met tekenen aan zon en maan, en trouwens ook aan de sterren.

In feite geeft dat ook aan, dat markeert ook het moment. Dat wordt heel uitdrukkelijk genoemd dat de zon verduisterd zal worden en de maanglans ook, en de maan werd geheel als bloed. En dan staat er nog bij: en de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn wintervijgen laat vallen – vallende sterren dus – wanneer hij door een harde wind geschud wordt. Ik wijs er even op: de sterren des hemels vielen op de aarde. Het wordt vergeleken met een vijgenboom die zijn wintervijgen laat vallen. En dan staat er: en de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. Dat wil zeggen dat de hele orde aan de hemel verdwijnt; die wordt opgerold. En elke berg en elk eiland – zo staat er letterlijk: alle bergen en eilanden, het is niet helemaal correct weergegeven, maar sorry – werd vanuit hun plaatsen bewogen. Ik wijs er even op. Houd dit nu vast, want we gaan straks naar Jesaja 34 en 63 en dan zul je diezelfde uitdrukkingen weer tegenkomen. Dus houd dat even vast.

En dan lees je nog – want bij die gelegenheid, als de Heer zal verschijnen op de Olijfberg ten behoeve van zijn volk – dan lees je ook dat de koningen die daar in Jeruzalem verzameld zijn, de groten, de oversten over duizend, de rijken, de machtigen en iedere slaaf en vrije, zich verborgen in de holen en de rotsen der bergen. Men zoekt met recht schuilkelders op, omdat men zich realiseert: hier gebeurt iets. In feite is het een invasie vanuit de ruimte – over ufo’s en dergelijke gesproken! Ja, het is toch een invasie vanuit de ruimte, en wat doet die alien hier? Nou, die gaat dus… Dit is geen fictie, maar het lijkt haast op sciencefiction. Zo presenteert de Schrift ook zijn komst met de wolken. Hij zal als een vreemde indringer worden beschouwd, maar wel een geduchte, en als iemand die bestreden moet worden. Er zijn heel wat passages die daar inderdaad op wijzen. En vandaar ook dat de natiën zich tegen hem gaan keren en ten strijde trekken, want aan deze invasie moet een einde gemaakt worden.

En daar staat nog bij: en ze zeiden tot de bergen en tot de rotsen: valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van hem die gezeten is op de troon en voor de toorn van het Lam. Dat verwacht je niet: dat Lammetje dat geslacht is, dat zo kwetsbaar is. Ja, maar hij is de Leeuw van Juda en als zodanig zal hij dan ook optreden. Hij zal… De Concordant Version spreekt van… of de Concordante vertaling in het Nederlands geeft het weer en spreekt van de verontwaardiging. De verontwaardiging over dat wat hier plaatsvindt. Het Lammetje zal hier echt korte metten mee maken, met nadruk trouwens op korte metten, maar het is ook heel heftig. Want ze zullen zeggen: de grote dag van hun toorn is gekomen, en wie kan bestaan? Men realiseert zich dat met deze gebeurtenis iets gigantisch plaatsvindt en men realiseert zich ook dat dit een enorme clash gaat worden: de dag van hun toorn is gekomen, en wie kan bestaan?

Nou hier, deze uitdrukking is trouwens ook… Dat zie je algemeen in het boek Openbaring: het is volledig gebouwd op dat wat de Hebreeuwse profeten hebben gesproken. Dat moet je echt goed zien: het boek Openbaring is met recht het sluitstuk van de Bijbelse profetie. Je kunt Openbaring alleen verstaan wanneer je het voorgaande, met name ook uit de profeten, kent. Als je daarvan op de hoogte bent, dan zul je de uitdrukkingen ook verstaan en die relaties leggen. Het boek Openbaring wemelt van honderden – en ik zeg niks te veel nu – honderden referenties en verwijzingen. Zonder citaten zijn ze allemaal ontleend aan de Hebreeuwse profeten: Jesaja, Daniël, Ezechiël, Jeremia… Nou ja, you name it. Ja, oké. Daar gaan we eens naartoe. Want over die dag van toorn in Jesaja 34, laten we daar eens inderdaad kennis van nemen.

Jesaja 34: Gods Zwaard en het Oordeel in Edom ↑ hoofdstukken

Jesaja 34 gaat juist ook over die dag en het wordt ook heel specifiek gelokaliseerd. Dat is… dit zijn maar geen… ja, ik weet het, in het algemeen, zeker in de kerkelijke theologie, heeft men dit allemaal vergeestelijkt en dan zo van: “Israël is de kerk geworden” en “Jeruzalem is in hemelse sferen”. Maar zoals de Bijbel daar concreet over spreekt, gewoon ook geografisch, en de dingen benoemt, dat heeft men allemaal zogenaamd vergeestelijkt. Dat klinkt vroom, maar in werkelijkheid is het gewoon verdraaien; men gelooft het niet. En ik moet erbij zeggen: het klinkt soms ook ongelooflijk, in die zin onvoorstelbaar. We geloven het wel, want de Schrift spreekt daar gewoon over.

En dit markeert op dit moment het einde van deze aeon, van dit hele wereldtijdperk. Duizenden jaren zijn voorbijgegaan en nu gaat er een nieuwe aeon plaatsvinden, de zevende dag gaat aanbreken. Ja, maar voordat dat zijn beslag gaat krijgen, zal er een enorme transitie plaatsvinden. En dan moet daar dus wel het een en ander… er moet flink de bezem doorheen, om zo te zeggen. En daar gaat Jesaja 34 ook over, en dat dat zo is, nou, dat wil ik laten zien.

Dan staat er: “Nadert, gij volken, om te horen; en gij natiën, merkt op!” Het blikveld is hier dus niet Israël, maar gewoon de natiën worden aangesproken, de volkeren. En dan lees ik verder: “Want JAHWEH koestert toorn tegen alle volken en grimmigheid tegen heel hun leger…” Het gaat hier dus niet over één specifiek volk dat aangesproken wordt buiten Israël. Nee, alle volkeren. De toorn van God keert zich tegen alle volkeren, en grimmigheid tegen heel hun leger, tegen al hun heer. ‘Heer’ betekent in het Oud-Nederlands gewoon ‘leger’ of ‘legers’, dus het is in feite ook een militaire term. Het gaat dus om de natiën, de vreemde natiën – zo noemen wij dat dan – met al hun militaire capaciteiten. Maar Gods toorn, JAHWEH koestert toorn tegen alle volken en grimmigheid tegen heel hun leger; Hij heeft hen met de ban geslagen en hen ter slachting overgegeven.

Vergis je niet, hè? We hadden het net even over weericoontjes en zo. Ik bedoel: als het mooi weer is, dan kun je je haast niet voorstellen dat er donkere wolken zijn, dat er bliksem en donder komt. Maar dat is wel de Bijbelse lijn. Ik bedoel, hoe vaak… ik moet het toch even zeggen. Bij deze bijeenkomsten – Goed Bericht-bijeenkomsten – en in de kerkelijke wereld, wordt weleens gezegd: “Dat is de alverzoening, en daar wordt God voorgesteld als een God van liefde en zo.” En dan spreken ze niet over het oordeel en gericht. Dan denk ik: hebben ze ooit wel een Bijbelstudie gevolgd? God zet recht, en Gods gerichten zijn dikwijls zeer, zeer heftig. Wat wij niet geloven – en ik spreek openlijk ook namens u – is dat Gods oordelen eindeloos zijn. Nee, Zijn oordelen zijn heel reëel. Hij is liefde, maar juist daarom treedt Hij op en zet Hij de dingen recht.

En ook, dat is wel het mooie… Je leest inderdaad: “ter slachting overgegeven” en Hij doodt. Maar weet u wat het geweldige is? Kijk, als een mens doodt, dan is dat definitief, want wij kunnen geen ander leven maken. Maar als God doodt, excuseert Hij Zich daar niet voor. Weet u waarom? Hij maakt je ook weer levend op Zijn tijd. Allen trouwens, ook op hun tijd. Dus het doden van Godswege is van een totaal andere orde dan wanneer een mens dat doet. Bij een mens houdt het op en dan is het het einde als een mens doodt, maar voor God is dat natuurlijk een totaal ander verhaal. Oké.

Nou, deze toorn over alle volkeren is typisch een eindtijdelijke zetting, dat wil zeggen in verband met de eindtijd. Dit is wat in Openbaring beschreven wordt vanaf het zesde zegel, namelijk als de toorn, de dag van toorn, is aangebroken. De verdrukking voor Israël is dan ten einde, Hij verschijnt, er zijn tekenen aan zon, maan en sterren, die aardbevingen in Jeruzalem, de Olijfberg die schudt. Ja, maar dan begint de dag van toorn. En zie daaraan dat dit ook in Jesaja 34 beschreven wordt. In feite gaan heel veel Schriftplaatsen juist over die dag. Waarom? Omdat dit de dag bij uitstek is waarin de dingen gaan gebeuren die pal voorafgaan aan het millennium.

“Hun verslagenen liggen neergeworpen en de stank van hun lijken stijgt op, ja, de bergen versmelten van hun bloed.” Dit is echt inderdaad een hele heftige kenschets van wat er in die dagen zal gebeuren. Dat moet je niet wegmoffelen, en dat doen we dan ook niet. We lezen vervolgens verder: “Al het heer des hemels vergaat en als een boekrol worden de hemelen samengerold.”

Hé, die kennen we! Eigenlijk is het omgekeerd, want ik las nu eerst Openbaring en nu lees ik Jesaja 34, maar het is natuurlijk andersom. Jesaja is honderden jaren – wat is het, zeven-, achthonderd jaar – voor Openbaring opgetekend. En als Openbaring spreekt over de hemel die wijkt als een boekrol, en dat de tekenen die daarin te lezen zijn niet meer begrepen kunnen worden omdat de boekrol samengerold wordt, ja, die uitdrukking houdt verband met het begin van de dag van toorn. Maar dat is precies ook wat Jesaja zegt. Ziet u hoe nauwkeurig de Bijbel daarin is in het beschrijven van de gebeurtenissen? Als de dag van toorn voor de natiën aanbreekt – ja, dat begint ook met het moment dat de hemel wijkt als een boekrol en dat de hemelen worden samengerold.

“Al hun heer valt af…” – die vallen, de sterren dus – “…zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgenboom afvalt.” Hé, heb je hem weer! Hier zie je echt dat Johannes in Openbaring direct refereert aan Jesaja 34, waar die twee beelden gebruikt worden: zowel van de hemel als een boekrol die samengerold wordt, als ook de vijgenboom die zijn vijgen en zijn blad laat vallen, onvermijdelijk. Dat is de gedachte: als je er hard genoeg aan schudt of door de wind, dan blijft er helemaal niks meer over. Dan vallen de vijgen en dan valt al het blad, er wordt zo geschud dat er niks overblijft en alles ter aarde valt. Die beeldspraak, die samenhangt met het begin van de dag van toorn, is precies dat wat Jesaja al heel uitdrukkelijk gezegd heeft. In feite, wat in Openbaring slechts kort wordt aangestipt, wordt hier veel uitgebreider beschreven.

Want er staat: “Want mijn zwaard…” – met een hoofdletter, want God Zelf is hier aan het woord bij monde van Jesaja – “…is in de hemel dronken geworden.” Dat wil zeggen: het gaat tekeer, dat zwaard gaat tekeer. Dat is de hele gedachte. De taal is poëtisch, dat begrijpt u. De metaforen van een boekrol die opgerold wordt en een vijgenboom die zijn blad laat vallen, en in dit geval een dronken zwaard – ja, dat is poëzie, maar aan duidelijkheid laat het niks te wensen over. “Want mijn zwaard is in de hemel dronken geworden; zie, het daalt neer op Edom en ten gerichte op het volk dat door mijn banvloek werd getroffen.”

Op Edom dus! Wat is dat voor een landstreek? Nou, dit is het gebied… Even voor de goede orde: Edom, dat is dus het gebied van Ezou. Ik had er eigenlijk even een kaartje van moeten… Die heb ik in mijn computer ook staan. (Ik ben erg blij met die glaasjes water, Ankie, die je neerzet.) Edom – kijk, stelt u zich dat dan maar eventjes zo voor: je hebt het gebied van Israël, en dan ten zuiden van de Dode Zee, zeg maar tussen de Dode Zee en Eilat in, waar de Rode Zee begint, maar ook het gebied daaronder, dat heet allemaal Edom. Het gebied van Edom, het gebied van Ezou. Edom betekent trouwens ‘rood’, en u weet dat Ezou ook alles met rood te maken had. Dat rode, weet u wel. Ja, kijk, want Edom is een gebied daar in de woestijn, ten zuiden van Israël. Dat is het gebied. In feite – even voor de goede orde, ik had het er zojuist toch al even over, herinnert u zich dat nog? – als de Messias zal verschijnen en het volk zal vluchten…

Weer terug naar de woestijn opnieuw eigenlijk, en daar zal Israël verzameld worden. Maar dat zal zijn in het gebied van Edom. Ik kan het nog specifieker zeggen: het is in het gebied van Bozra, en dat is eigenlijk de hoofdstad, samen een tweelingstad van Petra. Bozra, Petra. Eigenlijk spreek ik liever over Bozra, want dat is de Bijbelse benaming, vooral. Ja, ik spreek ook wel graag over Petra, maar dat is in een ander verband.

Ja, je leest dat ook echt in de Bijbel. Natuurlijk, want daarover hebben we het. Dat zijn nogal wat schriftplaatsen die ik nu allemaal zo samenbreng. Maar kijk, als hier staat dat dat zwaard van God, die dag van toorn… dat zal vooral in de eerste plaats Edom treffen. Waarom? Omdat God zijn volk daar gaat verzamelen. Je leest in Ezechiël 20 ook dat Hij zijn volk zal verzamelen wereldwijd in de woestijn en vanuit de woestijn zal men vervolgens optrekken naar het land waar ik zojuist op doelde. Maar daar zullen de volkeren dan ook inderdaad met hun legers heengaan en God zelf in zijn icoon, in zijn beeld, in zijn uitdrukking – namelijk Christus – zal ten strijde trekken tegen die volkeren en tegen de legers daar. En het zwaard daalt neer op Edom, ten gerichte op het volk dat door mijn banvloek werd getroffen.

En dan staat er ook bij hoe bloedig dat is: Jahweh heeft een zwaard vol bloed, het druipt van vet, van het bloed der lammeren en bokken, van het niervet der rammen. En waarom wordt dat op deze manier nu vergeleken? Want opnieuw krijg je een vergelijking – het is poëzie, weer een metafoor – omdat het vergeleken wordt met een offer. Vandaar dat vet en dat bloed, en het niervet, de rammen, etcetera. Want Jahweh richt een offer aan te Bozra en een geweldige slachting in het land van Edom. Daar gaat dat dus gebeuren.

En hier, Bozra – ik zei al, dat is die plaats nabij Petra. Sommigen stellen het er zelfs aan gelijk, anderen zeggen: het is daar vlak naast. Of, nou ja, hoe je dat dan ook verder lokaliseert, het is in ieder geval duidelijk: het is die hoofdstad daar in het gebied van Edom. En als u mij vraagt, ook zeer geschikt om daar schuil te houden gedurende bijvoorbeeld die 1260 dagen die daaraan voorafgingen. In ieder geval, de Heer zal zijn volk daar te Bozra vergaderen.

En dat staat ook op… Kijk, dat vind ik het mooie van Bijbelstudie. Er ligt hier ergens een brochure geloof ik ook, is het niet? De Bijbel is geen leesboek. Natuurlijk moet je, om de Bijbel te bestuderen, hem eerst lezen, dat begrijp ik ook wel. Maar de Bijbel wil onderzocht worden. Schrift onderzoeken is in feite vooral kijken wat er precies staat en waar het nog meer staat, waar kan ik dat nog vaker aantreffen. Dan ga je schrift met schrift vergelijken.

En dit fenomeen van Edom, waar de Heer zijn volk verzamelt, maar waar ook die enorme slachting zal plaatsvinden en waar een treffen zal plaatsvinden tussen de Heer zelf en de volkeren die oppositie voeren, dat vind je ook bij andere profeten. Micha 2, ik wil hem toch even noemen in dit verband. Ik kom straks weer terug bij Jesaja 34, maar nu ga ik even naar Micha 2 en dan lees je dit: “Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen van Bozra, als een kudde in het midden der weide. Het zal er gonzen van mensen.”

Wat is het verschil? Nou, het punt is: Bozra betekent kooi. De NBG-vertaling heeft gezegd – die vat het op gewoon als een vertaling – maar er staat hier gewoon een plaatsnaam: Edom, Bozra. En Bozra betekent dus die schaapskooi, wat trouwens een prachtige naam is. Want wat doe je in een schaapskooi? Ja, dan verzamel je de schapen natuurlijk, in een kooi toch? Dus waar vindt die bijeenverzameling plaats? Nou daarin, in Bozra. “Als een kudde in het midden der weide, het zal er gonzen van mensen.”

En dan staat erbij: “De doorbreker trekt voor hen op; zij breken door en trekken door de poort.” Ik denk dat, misschien is dat wel die Siq, weet je wel, die twee kilometer lange tunnel of nauwe poort – de poort is nauw, weet je wel – die je zo in Petra brengt. Kent u die plaatjes niet? Ik heb nog niet zo heel lang geleden – ik ben er nooit geweest, ik ben nog nooit daar in die plaats geweest – maar ik heb een hele lange, high-quality YouTube-video gezien en dan kan ik gewoon op mijn stoel, met een fles water erbij, op mijn gemak zien hoe dat is. Iemand heeft daar zo’n camera op zijn hoofd gezet en die kijkt zo, en dan zit je urenlang naar zo’n video te kijken. En dan zie ik gewoon wat die man heeft gezien, met dat verschil dat ik het niet zo warm had; toen was het nog niet zo warm. Ja, oké.

En als dan het volk verzameld is van daaruit in de woestijn, dan zal vervolgens de Heer, de doorbreker, voor hen optrekken. Zij breken door en ze trekken door de poorten, ze gaan daardoor uit. En hun koning, de Messias, trekt voor hen uit en JAHWEH aan hun spits. En zo gaan ze via de King’s Highway op naar het beloofde land.

Oké, ik ga weer even terug naar Jesaja 34. Want JAHWEH houdt een dag van wraak, een jaar van vergeldingen om Sions rechtsgeding. En dit was…

De Duur van de Dag van Toorn: een Jaar van Vergeldingen ↑ hoofdstukken

Het was voor mij zo’n eyeopener. Want jarenlang heb ik geroepen: hoelang de dag van toorn of de dag van wraak duurt, weet ik niet. En dat terwijl er al lang in mijn bijbeltje stond genoteerd dat die dag van wraak een jaar van vergelding zal zijn. Als u het mij vraagt… ik trek gewoon mijn eigen conclusie. En als u een andere hebt, dan laat ik u uiteraard sowieso geheel vrij. Maar ik denk dat de ene term de andere verklaart. Het is niet een etmaal of zo; het gaat niet om een dag van 24 uur. Nee, een dag staat hier voor een jaar. Wat trouwens ook een heel bijbels fenomeen is. Weet u nog van die verspieders die in het land waren? Veertig dagen. En ze werden niet geloofd. En vanwege die veertig dagen dat ze in het land waren, moesten ze veertig jaar in de woestijn blijven.

Ezechiël kon een gelijksoortig verhaal vertellen over die tijd dat hij op zijn zij lag, 430 dagen lang, en er staat ook: voor elke dag een jaar — nee, voor elk jaar een dag zou ik moeten zeggen. In ieder geval is dat de connectie, die vind je wel vaker. Maar hier is de dag van wraak een jaar van vergeldingen. Die laatste term verklaart, als u het mij vraagt, gewoon de eerste.

Kijk, en dat bepaalt ons bij nog een punt: dat je godsoordelen niet moet wegvlakken, maar ze duren — kijk het maar na in de Schrift — altijd relatief kort. Noem maar een voorbeeld. We weten bijvoorbeeld… en deze vind ik helemaal frappant in dit verband, want de dagen van de parousia van de Zoon des mensen zullen zijn als in de dagen van Noach toen de zondvloed kwam. En weet u hoelang de zondvloed heeft geduurd? Ja, dat weet u, want ik heb het er net bij gezet. Ik zal nooit gevraagd worden als quizmaster, denk ik: één jaar en tien dagen. Die is trouwens ook heel interessant, maar dat voert nu echt te ver om die nog toe te lichten. Maar hij is wel heel erg boeiend. Maar het duurde dus een jaar.

En trouwens, dat geldt ook voor de tien plagen in Egypte. Die duurden trouwens nog korter. Of wat dacht u van het gericht over Sodom en Gomorra? Dat zijn in feite de Bijbelse voorbeelden van heftige gerichten. Maar het is nooit het idee van een eindeloze hellestraf of zo, want dat is in de Bijbel onbestaanbaar. Maar het zal een jaar van vergeldingen zijn.

En ik moet u zeggen: het plaatst het hele boek Openbaring ook in een heel ander licht. Die zeven bazuinen bijvoorbeeld die daar beschreven worden. Van één bazuin weten we hoelang die zal duren, en dat is vijf maanden. Van de vierde bazuin meen ik dat dat gezegd wordt, of de vijfde, sorry, ik weet het niet: er wordt gezegd dat ze gestoken worden gedurende vijf maanden. Maar hoelang de periode als zodanig in haar totaliteit duurt, wordt niet gezegd. Maar als inderdaad die dag van wraak, de dag van toorn, een jaar van vergelding zal zijn, dan betekent dat dus dat het allemaal heel heftig, maar ook relatief kortdurend zal zijn alvorens het millennium zal plaatsvinden. Het is ook een jaar van vergelding.

Het is trouwens ook wel apart, want vergelding wil zeggen dat de Heer ze ook betaald zal zetten. En dat klinkt misschien wat agressief, maar in de zin van uitbetalen wat ze toekomt, maar ook Israël weergeven. Het is namelijk ten behoeve van Sion: Hij zal Israël geven wat Hij haar beloofd heeft. Het is een dag van wraak, een jaar van vergeldingen. Waarom? Om Sions rechtsgeding. Die wraak betekent in de Bijbel altijd rechtsherstel. Het is dus nooit agressief of buitensporig; nee, het is altijd het herstel van de balans.

Vandaar ook dat je in de Bijbel het hele fenomeen tegenkomt van — hoe staat het er? — oog om oog, tand om tand. Dat wordt heel vaak opgevat als: ‘Nou, ik ga jou betaald zetten, jij krijgt nog veel erger terug dan wat jij gedaan hebt.’ Nee, het is juist een maximum. Als jij mijn oog neemt, dan mag ik maximaal jouw oog terugnemen, om het zo te zeggen. Maximaal. Dus het is niet bedoeld als een ondergrens, maar juist als een bovengrens, want het is het rechtsherstel.

Ik wil eventjes de term wraak parkeren. Maar het gaat erom: God gaat Sion recht doen. En Hij gaat namelijk in Sion Zijn koninkrijk herstellen. En dat niet alleen over Israël, maar ook over de hele volkerenwereld. En de volkeren weten dat. En vandaar ook dat ze eropuit zijn om die indringer en dat wat daar dan plaatsvindt, te elimineren. En daarom trekken ze tegen hem ten strijde. Maar om Sion… Ik verwijs expres naar Jesaja 2, Psalm 2, maar ik zou een hele rits van schriftplaatsen kunnen geven waarin dat fenomeen beschreven wordt: ‘Ik heb Mijn Koning gezalfd en gesteld op Sion.’ Daarom, koningen, wees verstandig, luister! En Hij zal daar regeren. Dus die wraak is een jaar van vergelding, maar het is vanwege Sions rechtsgeding.

Nou ga ik nog snel even naar Jesaja 63, want die moet ik ook nog even genoemd hebben.

Ik zal Jesaja 34 lezen.

Wie is het die van Edom komt in helrode klederen van Bozra? Kijk, de Heer gaat Zich vestigen in Sion, jawel, maar waar komt Hij dan vandaan? Wij zeggen dan: Hij komt uit de hemel. Ja, vanuit de hemel. Hij zal Zich voegen bij het volk in de woestijn, hen daar verzamelen, en dan gaat Hij vanuit Edom naar Sion toe.

Wie is het die van Edom komt? In helrode klederen van Bozra, die daar praalt in zijn gewaad. Ook hier is de taal weer poëtisch, maar zeer concreet. Die praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht.

Onrecht betekent gewoon dat het krom is. Dat gaat Hij rechtzetten, en macht als die van iemand die de wijnpers treedt.

Ken je de beeldspraak? Want in Openbaring 14:19 komt het iedere keer aan de orde, deze beeldspraak, namelijk: de wijnpers van Gods gramschap en de grote persbak van de gramschap van God. Zo wordt het genoemd. God gaat optreden en met alle verzet, alle tirannie en alle rebellie zal Hij korte metten maken. Dat is wat hier ook beschreven wordt: als iemand die de wijnpers treedt, vandaar dat het rood is aan Zijn gewaad.

“Ik heb de pers alleen getreden.” Dat wil zeggen: de Heer treedt Zelf op, Hij heeft daar helemaal geen militaire hulpmiddelen voor nodig. Ook heel apart: het is geen militair apparaat wat hierachter staat. “Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was er niemand bij Mij. Ik trad hen in Mijn toorn” – heb je het weer: de dag van toorn? Ja, en die hele periode, zo wordt het in Openbaring geschreven, de zeven schalen die synchroon daarmee lopen. “Ik trad hen in Mijn toorn en vertrad hen in Mijn grimmigheid, toen spatte hun bloed op Mijn klederen…”

Sorry dat ik deze mooie zomeravond… zomerochtend, ja, ja. Ik neem nog een slokje hoor. Wat zit erin? Dat is dan de vraag als je zulke versprekingen maakt.

Ja, de zeven bazuinen. Nou, lees het maar na. Sommige mensen zeggen: “Dat moet je niet lezen” of “dat moet je vergeestelijken”. De Schrift spreekt daar gewoon over en dit gaat gebeuren. En of je het nou negeert of niet, het is gewoon realistisch. Dat is de laatste tekst die ik in dit verband wil noemen, maar eigenlijk ook de afsluiting en de bekroning. Wat staat er? “Een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van Mijn verlosten was gekomen.” En hier heb je weer exact dezelfde gedachte, namelijk die dag van wraak die in Jesaja 34 ook genoemd was.

En hier wordt het niet genoemd “het jaar van vergeldingen”, maar “het jaar van Mijn verlosten”. Dat vind ik ook wel geweldig, want de Heer geeft inderdaad… Hij maakt de dingen goed, Hij zet de dingen recht, Hij vergeldt ook, jawel. Maar dat is juist om Zijn verlossing te realiseren. Hij verlost Zijn volk, Hij verlost Sion, Hij gaat Zijn koninkrijk daar vestigen, en in het teken daarvan staat die wraak. En Hij doet wat daarin noodzakelijk is om Zijn koninkrijk te vestigen. Dat moet je heel goed in gedachten houden: het is het jaar van Mijn verlosten.

En ja, dat is in het algemeen zo: Gods wraak en Gods toorn staan altijd ten dienste juist van Zijn verlossing. En ik hoop nu in ieder geval duidelijk gemaakt te hebben waarom ik inderdaad geloof dat de dag van toorn – waarvan ik altijd dacht van: nou ja, ik moet het uit dingen afleiden wat de lengte ervan is – maar dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat dat inderdaad dat ene jaar is waarna de zevende dag gaat beginnen. En ik geloof inderdaad ook dat het het 120ste jubeljaar is, maar dat zou nu nog te ver voeren.

Afsluiting: Gods Toorn Staat Ten Dienste van Zijn Verlossing ↑ hoofdstukken

Eén ding waar ik nog mee wil afsluiten, en dat is dit. Er wordt hier gesproken over een dag van wraak, een jaar van mijn verlossing. Maar hierin zie je nog iets anders weerspiegeld, en dat is hoe Gods wraak zich verhoudt tot de verlossing. Als een dag ten opzichte van een jaar, maar ook nog in een ander opzicht, zoals dat in Psalm 30 vers 6 wordt beschreven: namelijk een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn goedertierenheid.

Wij hebben nu gefocust op Gods toorn. Dat moet je niet wegmoffelen. Het is reëel, en het is niet alleen reëel, maar ook noodzakelijk. En het staat ook ten dienste van zijn verlossing. Je moet altijd die context bezien om het geheel te begrijpen.

Dus die geweldige waarheid, zoals we God kennen: inderdaad, een ogenblik duurt zijn toorn, maar een leven lang duurt zijn goedertierenheid. En zo kennen wij inderdaad de God van de Bijbel.

Nou, daar wilde ik vanmorgen graag mee afsluiten. Ja, ik moet nu afsluiten, anders is het vanmiddag. Goed, lieve mensen. Ik stel voor dat we nog een lied gaan zingen.

🎧 de dag van toorn, een jaar van vergeldingen


Powered by RedCircle

Delen: