hoe lang duurt “de dag van toorn”?
01-05-2026 - Geplaatst door Andre PietWant de grote dag van hun toorn is gekomen, en wie kan bestaan?
–Openbaring 6:17–
de bepaalde termijn van de grote verdrukking
De Schrift laat er geen twijfel over bestaan dat de grote verdrukking voor Israël een afgemeten periode zal zijn. Zij wordt aangeduid als “een tijd, tijden en een halve tijd”, als 42 maanden en 1260 dagen. Telkens gaat het om een begrensde tijdperiode. Op het jaar, de maand en zelfs de dag nauwkeurig. (Dan.7:25; Openb.11:2,3; 12:6; 14; 13:5)
Aan het einde van die verdrukking verschijnt de Messias. Dat moment wordt gemarkeerd door tekenen aan de hemel: de zon wordt verduisterd, de maan geeft haar licht niet en de sterren vallen van de hemel. De Heer Zelf plaatst deze gebeurtenissen in Matteüs 24: zij volgen “terstond na de verdrukking van die dagen”. Dan verschijnt het teken van de Zoon des mensen. (Mat.24:29-31)
Na de verschijning van de Messias wordt eerst Israël verzameld. De Heer zendt Zijn engelen uit om het uitverkoren volk bijeen te brengen. Dit correspondeert met Openbaring 7, waar we een grote schare uit alle volken zien verzameld (=Israël). Zij komen uit de grote verdrukking (Openb.7:14), terwijl 144.000 uit hen worden verzegeld om onaantastbaar te zijn tijdens de bazuin-gerichten die de wereld zullen treffen. Israël heeft haar bestemming bereikt, maar daarmee zijn de volkeren nog niet onderworpen. Integendeel. Daarom keert JAHWEH Zich in gerichten tegen de natiën
een noodzakelijke tussenfase
De profeten leggen daar de nadruk op. JAHWEH voert Sions rechtszaak en keert Zich tegen de volkeren (Joël 3:1,2). Dat is de dag van wraak oftewel het jaar van vergeldingen om Sions twistzaak (Jes.34; 63). Het gaat om Gods handelen ten behoeve van Israël, maar gericht tegen de natiën (Zach.14:3).
Ook in ‘Openbaring’ zien we deze volgorde. Na de verschijning en de verzameling volgen de bazuin-gerichten. Deze richten zich niet op Israël, maar op de aarde en haar bewoners. De volkeren worden getroffen en tegelijk samengebracht tot de laatste confrontatie. Satan is in deze fase nog werkzaam en verleidt de natiën (Openb.16).
Deze fase loopt uit op de beslissende onderwerping van de volkeren. Pas daarna vangt de periode aan die de Schrift aanduidt als “de duizend jaren”. Een periode die gekenmerkt wordt door de binding van Satan zodat hij niet langer in staat is de natiën te verleiden (Openb.20). Er ligt dus noodzakelijk een fase tussen het einde van Israëls verdrukking en het begin van die duizend jaren.
het begin van de dag van toorn
Deze tussenfase vangt aan bij de verschijning van de Messias voor Israël. Openbaring 6:12-17 beschrijft de verduistering van zon en maan en het vallen van de sterren. Daarmee wordt dezelfde gebeurtenis aangeduid als in het eerder genoemde Matteüs 24. Op dat moment zeggen de koningen der aarde: “de grote dag van hun toorn is gekomen”. De dag van toorn begint dus niet tijdens de verdrukking, maar direct daarna, bij de verschijning van de Heer.
de bazuinen
Vanaf Openbaring 8 klinkt de reeks van de zeven bazuinen. Het is de manifestatie van de dag van toorn. De gerichten treffen de aarde en haar bewoners en volgen elkaar in snel tempo op. Het derde wee komt “spoedig” (Openb. 11:14). Alleen bij de vijfde bazuin wordt een duur genoemd: vijf maanden (Openb. 9:5). Daarmee is duidelijk dat deze fase een afgebakende tijdsduur heeft, hoewel de totale omvang in ‘Openbaring’ niet wordt genoemd.
een jaar van vergeldingen
We moeten ons realiseren dat het gegeven van “de dag van toorn” niet pas in ‘Openbaring’ wordt bekend gemaakt. Israëls profeten spreken er veelvuldig over. In Jesaja 34:8 wordt gesproken over “de dag van wraak van JAHWEH” die tegelijk ook “een jaar van vergeldingen, om Sions twistzaak” wordt genoemd. In Jesaja 63:4 klinkt hetzelfde: “de dag der wraak” en “het jaar van Mijn verlosten”. De dag van toorn of van wraak is het “jaar van vergeldingen om Sions twistzaak” oftewel “het jaar van Mijn verlosten”. De tweede uitdrukking verklaart het eerste nader en werpt daarmee licht op de duur van die periode!
het toneel: Edom en Bozra
Deze profetieën in zowel Jesaja 34 als 63 plaatsen het optreden van JAHWEH (in de persoon van Messias) concreet in het gebied van Edom en Bozra (Jes.63:1-6). Het is van daaruit dat Hij optreedt voor Zijn volk en tegen de volkeren. Eerst wordt het volk bevrijd, daarna volgt het gericht over de natiën. Dat is de vaste lijn van de profeten. Ook Micha spreekt over deze doorbraak vanuit Bozra (Micha 2:12,13).
bazuingeschal en verzoendag
Het geluid van de bazuin is in de Schrift altijd verbonden met het bijeenbrengen van het volk. In Matteüs 24 gebeurt dat bij de verschijning van de Zoon des mensen. Verschijning en verzameling vallen samen met het bazuingeschal. De hoogtijdag daarvoor op Gods kalender is de eerste dag van de zevende maand (1 Tishri). En zoals de hoogtijdagen in de eerste maand (Pascha, eerstelingschoof) hun exacte vervulling hebben gekregen in de eerste komst van Christus, zo ligt het voor de hand dat de hoogtijden in de zevende maand eveneens op de vastgestelde data zullen worden vervuld in Christus’ tweede komst. Om te beginnen zijn komst voor Israël met bazuingeschal (1 Tishri).
Tien dagen later, op 10 Tishri, is de Verzoendag, Jom Kipoer. Dat is tevens de datum waarop elk vijftigste jaar het jubeljaar aanvangt (Lev.25:8-13). Dan wordt verzoening gedaan en het herstel afgekondigd terwijl de bazuin het land doorgaat. Dit wijst op een volgorde. Eerst klinkt de bazuin bij de verschijning en wordt het volk verzameld. Daarna volgt het moment waarop het jubeljaar ingaat. Tussen beide ligt een korte onderbreking. Openbaring 8 spreekt over een stilte in de hemel van een half uur, waarna de bazuinen-gerichten losbarsten.
het jubeljaar
Het jubeljaar is het jaar van recht en rechtsherstel. Bezit keert terug en vrijheid wordt uitgeroepen. Dat is precies wat in deze fase gebeurt. Israël wordt hersteld en de volkeren worden geoordeeld. “De dag van toorn” draagt het karakter van een jubeljaar. Het is de periode waarin God het rechtsgeding voor Sion voert (Jes.34:8).
het zesduizendste jaar
Binnen de bijbelse tijdstructuur, zoals elders uiteengezet, loopt de geschiedenis uit op zesduizend jaar, overeenkomend met honderdtwintig jubelcycli. Het laatste jubeljaar valt samen met het jaar 6000 AH. Het 120e jubeljaar markeert de overgang naar het zevende millennium, de sabbatsrust. Ook tijdrekenkundig sluit dit precies aan.
zoals in de dagen van Noach
De zondvloed vertoont een opmerkelijke parallel met het 120e jubeljaar. Want het oordeel van de watervloed duurde eveneens een jaar. Om precies te zijn: één jaar en tien dagen (Gen. 7:11; 8:14). Verwijst de Heer niet naar “de dagen van Noach” als patroon voor “de dagen van de Ben Adam” (Mat.24:37)?
De fase van de dag van toorn eindigt in de beslissende onderwerping van de volkeren. Satan verzamelt de natiën tot de laatste confrontatie (Openb.16:14). Daar wordt de tegenstand gebroken. Daarna vangt de periode aan die de Schrift aanduidt als “de duizend jaren”.
conclusie
De dag van toorn is geen etmaal. Zij begint bij de verschijning van de Messias na Israëls verdrukking en vormt de noodzakelijke fase waarin de volkeren worden onderworpen. De profeten duiden deze dag aan als een “jaar van vergeldingen”. Dat wijst op een afgebakend jaar, waarin God recht verschaft, Zijn volk herstelt en de volkeren richt, waarna het zevende millennium aanvangt.
English Blog
