GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de schatkamer van Efeze 1 (1)

10-06-2016 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van een studie gehouden op 10 juni 2016 in Maarn

Nergens in de Schriften worden we op zo’n  adembenemende hoogte geplaatst als in de Efeze-brief. In deze studie een inleiding tot de eerste drie verzen van hoofdstuk 1.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie vormt een diepgaande introductie op de eerste drie verzen van de Efezebrief. De betekenis van de naam Paulus illustreert de huidige heilsperiode als een tijdelijke pauze waarin God zich genadig richt tot de natiën. Vanuit de grondtekst wordt uitgelegd dat genade vreugde om niet betekent en dat geloven simpelweg Gods woord beamen is. De nadruk ligt op de positie van de gelovige: deze is samen met Christus opgewekt en ontvangt elke geestelijke zegen in de hemelse gewesten, onttrokken aan het aardse.

“Dus eigenlijk is de vraag: waar zegent God ons? Wel, met alle geestelijke zegen, te midden van de hemelsen, in Christus.”

Introductie: de Schatkamer van Efeze 1 ↑ hoofdstukken

Wij gaan ons dit weekend — als u zich van tevoren een klein beetje georiënteerd heeft, dan weet u dat ook — bezighouden met één hoofdstuk. Ik moet eigenlijk zeggen: met een deel van één hoofdstuk, namelijk uit Efeze 1. Maar daar hebben we onze handen voor deze dagen ook echt vol aan. Mocht het weekend een fiasco worden — dat zei ik vanmiddag al eerder in de gesprekken — dan ligt het in ieder geval niet aan... nee, aan de keukenstaf? Nee, dat ook niet. Maar ik bedoel: het ligt niet aan het onderwerp en aan het Bijbelgedeelte, want dat is werkelijk geweldig.

De schatkamer van Efeze 1, dat is dan het overkoepelende thema voor deze dagen. Want Efeze 1 is echt zo’n schatkamer. Ik zal dat straks trouwens ook nader toelichten; dat wordt u vanzelf wel duidelijk in de uiteenzettingen. We hebben een vijftal bijeenkomsten en tijdens deze eerste bijeenkomst op deze vrijdagavond willen we ons bezighouden met het subthema: 'Elke Geestelijke Zegen'. Dat is een term die we tegenkomen in het derde vers van dit Bijbelhoofdstuk. In de NBG-vertaling staat er trouwens ook een titel boven die u alleen al op het spoor van een schatkamer zou kunnen zetten.

In mijn bijbeltje — dat wil zeggen, in de Bijbel die ik gebruik en wellicht ook de meesten van u, al weet ik dat niet helemaal zeker — in de NBG-vertaling dus, staat er boven vers 3 en het hele gedeelte dat volgt tot en met vers 14: 'Rijkdom der uitverkorenen'. Dat klinkt wat oud-Nederlands en misschien zelfs wat oudbollig, maar als je daar even doorheen prikt, dan wordt het vanzelf duidelijk. Het gaat inderdaad over rijkdom, over schatten en over zeer kostbare zaken die God bestemd heeft voor de mensen die Hij daarvoor heeft uitgekozen. Dat is precies wat het woord 'uitverkoren' dus ook betekent.

Voor degenen die hier vorig jaar ook waren: we hadden rond dezezelfde tijd in juni ook dat Goed Bericht-weekend. Inmiddels is het alweer de zesde keer dat we hier bij elkaar zijn. Toen hadden we ook al een onderwerp dat erg aansluit. Daar zit niet een bewuste gedachte achter, maar het liep zo. We hadden het toen ook al over de Efezebrief; we hebben ons toen vooral bepaald bij Efeze 3. Nu ben ik even kwijt wat ook alweer het overkoepelende thema was... Niet 'Het lichaam van de Christus'? Ook niet 'Het geheim van de Christus'? Maar, het komt me even niet... Toch wel: 'Het geheim van de Christus'. Excuses. 'Het geheim van de Christus', dat is een uitdrukking uit Efeze 3.

Toen hebben we ons dus ook heel sterk bepaald en georiënteerd op deze geweldige brief. Wat dat betreft kunnen we de eerstkomende jaren nog wel vooruit, hoor, alleen al met dit kleine briefje. Want zo lang is die brief niet, slechts zes hoofdstukken, maar wat een geweldige zaken worden daarin uiteengezet door de apostel Paulus! Wat er dit weekend naar voren gebracht zal worden, zal wel enige overlap hebben met wat we vorig jaar hebben besproken; daar ontkom je nooit aan. Maar dat is alleen maar goed, lijkt mij, om ook de geheugens nog wat op te frissen. Toch wil ik het vanavond en dit hele weekend vanuit een heel andere optiek behandelen.

Efeze 1. We behandelen zoals gezegd de eerste veertien verzen. Sommige mensen zouden zich wellicht het hoofd breken over de vraag: hoe zal ik dat gaan presenteren? Dat probleem heb ik nooit zo, want ik ben zelf erg voor de meest logische en systematische aanpak. Je begint bij vers 1 en als je uit wil komen bij vers 14, dan deel je het gewoon in vijven in. Zo heb ik het inderdaad gepland voor dit weekend. Dat wil zeggen dat we ons vanavond met de eerste drie verzen bezig zullen houden. Dat betekent dus dat we gewoon beginnen bij de aanvang van deze brief, dus bij hoofdstuk 1 vers 1.

Daar begint de apostel te schrijven door eerst zichzelf voor te stellen. Dat doet hij altijd zo; dat was ook de gebruikelijke manier om een brief aan te vangen: door eerst de afzender te vermelden. Dat is per slot van rekening ook altijd het eerste wat je wilt weten als je een brief krijgt. Voordat je in de brief kijkt en de inhoud ter harte neemt, wil je in ieder geval weten wie hem geschreven heeft. Dus is het vermelden van de afzender als allereerste een heel logische manier.

Paulus: de Apostel van Gods Intermezzo en Pauze ↑ hoofdstukken

Paulus stelt zichzelf voor met zijn naam en dat is heel boeiend. Daar wil ik graag wat over vertellen, omdat de naam van de apostel, degene die deze brief optekende, al zo veelzeggend is. Het is feitelijk een geweldige illustratie. Zijn naam vertelt het verhaal van wat zijn hele bediening is en wat hij te melden had; wat hij onder de natiën heeft geproclameerd, uiteengezet en in zijn brieven heeft geboekstaafd. Kortom, zijn naam vertelt ons wat hij te zeggen heeft en dat is in het bijzonder het geval in deze brief. Paulus heeft deze brief geschreven in de gevangenis. Diverse keren zegt hij dat ook in deze brief: dat hij spreekt als een gevangene. Hij begint daar in vers 1 van hoofdstuk 3 mee, en in hoofdstuk 4 vers 1 refereert hij daar ook weer aan. Hij is een gevangene.

Maar dan die naam. Je kunt dat van allerlei kanten benaderen, maar ik zal u dit vertellen: de naam waar hij van origine mee bekend was en zoals de Bijbel hem ook introduceert, was niet Paulus, maar Saulus. De eerste keer dat wij hem tegenkomen in de geschiedschrijving van Lukas in het boek Handelingen, vinden wij hem inderdaad als Saulus, die zo'n fanatieke tegenstander was van die Jezus van Nazareth. Afijn, u kent dat verhaal, of misschien niet, maar in elk geval wordt hij in zijn nekvel gegrepen, om het zo te zeggen. Niet veel later, als hij op weg is naar Damaskus om ook de christenen aldaar te vervolgen, verschijnt de Heer zelf aan hem in een hemelse lichtglans. Maar dan blijft hij nog steeds de naam Saulus behouden. Dat blijft het geval tot hoofdstuk 13, en dan ineens, in die hele geschiedschrijving, wordt Saulus van het ene op het andere moment Paulus.

Die naam Paulus is, als je het met Griekse oren opvat, afgeleid van een werkwoord dat 'stoppen' betekent. Paulus betekent dan 'stopper': iemand die doet stoppen of iemand die doet ophouden. En — dat zal u dit weekend nog wel vaker van mij horen — onze taal is doorspekt met Bijbelse termen die rechtstreeks of indirect afkomstig zijn uit de Griekse taal. Ons woord 'pauze' komt uit het Grieks en pauze betekent gewoon een stopmoment. Dat is wat pauze betekent. Feitelijk heb je met dat woord, die naam van Paulus, zijn hele bediening en eigenlijk zijn hele verhaal verteld. Die ene naam representeert die pauze. Daar wil ik u graag wat over vertellen, juist ook als introductie voor dat wat we vanavond nog zullen zien.

Die naam herinnert namelijk aan zijn contact met een hoge... ik wou zeggen 'hoge Piet', maar dan denkt u dat hij Piet wordt, daar moet ik een beetje mee uitkijken natuurlijk. Hoewel dat tegenwoordig wel een beetje compenseert met al dat Zwarte Pieten-gedoe. Maar goed, het was een hele hoge man die hij tegenkwam: de hoogste op het eiland Cyprus, een proconsul. Die man heette Sergius Paulus. Dat is de eerste keer dat we de naam Paulus tegenkomen. In Handelingen 13 lees je dat Saulus bij die proconsul komt en hem wil vertellen van het woord van God. Let op: die man was een heiden, geen Jood. Hij had verder geen enkele connectie met Israël of het Jodendom. Hij heette Sergius Paulus. Dan lees je dat Saulus deze man uit de natiën, een heidense man, het woord van God wil doorgeven. Maar dan lees je dat er een Jood is — en zijn naam wordt zelfs op twee manieren genoemd — een Elymas, die dat niet wil hebben en zich daartegen verzet.

Stelt u het zich even voor: Saulus is daar op het eiland Cyprus gekomen bij die heidense man. Het is voor het eerst dat we in het boek Handelingen te maken hebben met een pure heidense man, niet een vreemdeling binnen de poorten zoals Cornelius dat was. Saulus wil hem het woord van God doorgeven en dan krijg je het plaatje: daar is een Jood, Elymas, die zich daartegen verzet. Hij probeert dat te traineren en hij probeert hem te stoppen. Let op: te stoppen. Dan lees je dat Saulus kwaad wordt omdat deze Jood hem notabene verhindert om het woord van God door te geven. Dan zegt hij tegen Elymas: "Zul je niet ophouden?" Hier staat in het Grieks het woordje 'pauze'. In Handelingen 13 vers 10 staat: "Zal jij niet ophouden de rechte wegen van de Heere te verdraaien?" Dat is een retorische vraag; het antwoord is ja, je zal daarmee ophouden. Want op hetzelfde moment dat Saulus dat tegen Elymas vertelt — de uitspraak gaat nog wel iets uitgebreider — wordt die Elymas ter plekke blind. "Je zult voor een tijd lang blind zijn," wordt hem aangezegd.

In diezelfde passage in Handelingen 13 lees je dan over Saulus, ook wel Paulus. Vanaf dat moment wordt Saulus in de geschiedschrijving Paulus. Dus wanneer werd Saulus Paulus? Wel, in zijn contact met Sergius Paulus. Toen werd Saulus Paulus. Waarom dan? Omdat hij het woord van God tot de heidenen wilde richten, maar er een Jood was die hem daarin probeerde te verhinderen. Dan zegt Saulus tegen hem: "Zul jij niet ophouden?" En die Jood wordt voor een tijd lang blind.

Dit hele verhaal, dat ik nu even in een paar pennenstreken neerzet, is illustratief voor het hele boek Handelingen, maar ook voor wie Paulus is en wat hij te melden heeft. Als ik het nog wat schematischer mag laten zien: eigenlijk is de hele Bijbelse boodschap een puur Israëlitisch gebeuren. God heeft de woorden van God aan Israël toevertrouwd. Maar dan passeert die boodschap van het woord van God ineens Israël; dat wil zeggen: voor een tijd. God gaat de draad met het volk Israël weer oppakken, maar voor een bepaalde tijd maakt God als het ware een omweg en gaat Hij naar de natiën. Dat is een onderbreking in de tijd, een pauze.

Feitelijk representeert de naam Paulus de tegenwoordige tijd, waarin God als het ware de stopwatch heeft ingedrukt en een pauze heeft ingelast. Er is een onderbreking; God opereert nu niet via het volk Israël. Dat gaat Hij weer doen, Hij gaat de draad met Israël weer oppakken en dan gaan er geweldige dingen gebeuren. Maar nu is het een tijd van pauze, een onderbreking. Nu gaat het niet om Israël, maar om de natiën. Israëlitische voorrechten spelen geen enkele rol. Dat is wat de naam Paulus betekent. Deze onderbreking begint in Handelingen 13.

Als Paulus zich dan zo voorstelt in zijn brieven, en dus hier ook weer in Efeze 1, dan zou je kunnen zeggen: "Nou, hij moet nu eenmaal een naampje hebben." Maar als je het op die manier leest en wegverklaart, dan sla je echt de plank mis. Het is namelijk een heel verhaal dat illustreert met wie we van doen hebben. God spreekt vandaag tot de natiën via dit kanaal: via Paulus. In deze onderbreking, want dat is het in de heilsgeschiedenis. God gaat de draad weer oppakken met zijn volk en met deze wereld, maar nu niet. Nu is het even een heel apart verhaal. Een onderbreking, een intermezzo, of hoe je het ook maar noemen wilt. Dat is dus Paulus. En deze brief gaat daar ook over: over wat God vandaag doet in het verborgen. Alles gaat vandaag...

Dat is ook zo’n sleutelwoord in deze hele Efezebrief, en trouwens in het algemeen in de brieven van Paulus: het is een geheimenis. Verborgen zaken. Dingen die je niet in de krant ziet, dingen die niet in de openbaarheid treden. Het is allemaal verborgen. Dat is wat die naam Paulus uitdrukt. Ik zeg dat nu zo eventjes in een paar minuten, maar daarmee heb ik het denk ik wel neergezet: over wie we het hebben en wat dat dan wil zeggen.

Laten we even doorgaan. U ziet trouwens — en dat zeg ik even voor degenen die hier voor het eerst zijn en die niet gewend zijn deze Bijbelstudies bij te wonen — dat ik bij voorkeur altijd de interlineair laat zien. Dat wil zeggen: die eerste regel is de Griekse tekst die Paulus heeft genoteerd in lettertekens die u waarschijnlijk niet begrijpt. Maar wat u daaronder ziet, is de meest letterlijke woord-voor-woordweergave, en daaronder staat de weergave van onze vertaling, zodat u dat kunt vergelijken.

Je moet vooral letten op deze groene tekst. Dat geeft 'groen licht', om zo te zeggen; dan weet je dat dit precies is wat er staat. We gebruiken in dit weekend de NBG-vertaling tot je dienst, maar we kijken vooral hiernaar, zodat we met precisie de loep erop leggen. Wat is het nou? Wat is het wat de apostel Paulus als afgevaardigde te melden heeft? Nu gebruik ik dat woord 'afgevaardigde', en dat is precies waar Paulus het dan ook over heeft.

Een Afgevaardigde van de Opgewekte Christus Jezus ↑ hoofdstukken

Want nadat hij zijn naam genoemd en zichzelf geïntroduceerd heeft, zegt hij: een afgevaardigde van Christus Jezus. Wij zijn gewend om te spreken over een apostel, en in de vertaling wordt dat ook zo gedaan. Dat is allemaal prima, want dat is ook wat er in het Grieks staat, maar 'apostel' is eigenlijk Grieks en geen Nederlands. Wat is een apostel? Dat is gewoon een afgezondene, een afgevaardigde. Iemand die dus rechtstreeks afgevaardigd is. Van wie? Dat staat er ook achter: een afgevaardigde van Christus Jezus. Je zou het ook nog zo kunnen lezen, omdat het in een bepaalde naamval staat: hij is een afgevaardigde van Christus, van Jezus.

Met die naam 'Christus Jezus' hebben we eigenlijk ook weer zoiets typisch voor Paulus te pakken. Kijk het maar eens na in de brieven: alleen Paulus noemt de Messias zo. Niet 'Jezus Christus' – al spreekt hij daar natuurlijk ook vaak over – maar als de term 'Christus Jezus' gebruikt wordt, dan kun je er vergif op innemen dat het Paulus is. Het weerspiegelt namelijk precies zoals Paulus Hem kende.

Jezus is de naam van de Man die hier op aarde rondwandelde, zoals we zojuist daarover zongen. Hij ging hier rond, Hij wandelde en Hij predikte, en Hij zette Zijn woord kracht bij – of God zette Zijn woord kracht bij. Water werd wijn, Hij deed doden opstaan en zieken genas Hij, et cetera. Maar die Jezus werd gekruisigd en vervolgens werd Hij door God opgewekt. Hij werd overladen of gezalfd met Gods geest, en zo stond Hij op uit de doden. Dat wil zeggen: de term 'Christus' verwijst naar Hem die opstond uit de doden en overgoten werd met Gods geest. Hij kreeg de Geest, dat wil zeggen: Hij kreeg het leven. Sindsdien, sinds die derde dag, stond Hij op uit het graf en bracht Hij leven aan het licht. Hij sterft nooit meer; onvergankelijk leven bracht Hij aan het licht.

Welnu, zo kende Paulus Hem. Paulus kende Jezus hier op aarde niet, en voor zover hij Hem al gekend zou hebben, zegt hij in een van zijn brieven: "Thans niet meer." Hij kende Hem als Degene die overladen en overstraald werd met dat hemelse licht: de Christus, de Opgewekte, de Verheerlijkte. Dat hemelse licht was zo verblindend, groots en heerlijk dat hij op hetzelfde ogenblik blind werd. "Wie bent U?" "Ik ben Jezus." De Jezus die hier op aarde rondwandelde en die jij vervolgt. Zo kende Paulus Hem: als de Christus die ooit hier op aarde Jezus was.

Ook dat is weer veelzeggend. Je zou er zomaar overheen kunnen lezen, maar doe dat niet. Dat is nou het grote voordeel als je zo’n weekend bij elkaar mag zijn en een uur of vijf over een aantal verzen leest. Dan kun je eens even de loep erop leggen. Wat staat er nou precies? Je zult versteld staan wat je dan allemaal op het spoor komt.

Hij zegt: "Ik ben een afgevaardigde van Christus Jezus door de wil van God," of "door Gods wil." Er klinkt zelfs iets ironisch in door. Want als ik dat lees en je kent de geschiedenis, dan weet je: ja, dat kun je wel zeggen. Het was door Gods wil; het was niet zijn keuze. Hij zocht Hem niet, maar Gods wil heeft Saulus van Tarsus compleet overruled. De Heer heeft hem niet eens gevraagd of hij Hem wilde volgen, helemaal niets. Hij zegt later in zijn brieven dat hij overweldigd was. Het was geen kwestie van een keuze. Een keuze onderstelt dat je verschillende opties hebt en zegt: "Nou nee, weet je wat, ik doe dat." Nee, dat was het helemaal niet. Als iets zo evident, zo groot en zo overweldigend is, dan is er geen sprake meer van keuze. Door Gods wil werd hij overruled en zo werd hij een afgevaardigde.

Christus Jezus is daarboven, Hij is onttrokken aan het oog. Jazeker, maar Hij heeft Zijn afgevaardigde onder de natiën gezonden. Godzijdank heeft hij zijn boodschap ook zwart op wit gezet, zodat wij er nu in 2015 daar kennis van kunnen nemen. Het is de Godsboodschap van vandaag voor de natiën, in deze pauze of onderbreking in de geschiedenis. Het duurt niet lang meer trouwens, maar in deze onderbreking moet je bij hém wezen: een afgevaardigde van Christus Jezus.

Laten we verder lezen: "Aan de heiligen." 'Heiligen', dat zijn van die termen die, net als het woord 'apostel', een bepaalde godsdienstige, religieuze of kerkelijke klank hebben gekregen. Hierdoor word je gemakkelijk geblokkeerd om de echte betekenis ervan te verstaan. Maar het woord zelf betekent: afgezonderd. 'Heiligen' als meervoudsvorm zijn dus afgezonderden. Maar dan niet in de negatieve zin van 'afgezonderd van', nee, je bent 'afgezonderd vóór'. Namelijk voor God. Dat is wat heilig is: een apart gezette plaats met het oog op God. Dat is wat een heilige is.

Daarmee weten we wie de afzender is en wat zijn antecedenten zijn. Hij is een afgevaardigde van Christus Jezus door Gods wil – vergis u niet. Hij richt deze brief aan afgezonderden, aan mensen die apart gezet zijn voor God, en trouwens ook dóór God.

Een Rondzendbrief aan Afgezonderen Die God Vertrouwen ↑ hoofdstukken

"Aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus die te Efeze zijn." Als u nu met mij meeleest vanaf het scherm, zult u zien dat in heel wat Bijbelvertalingen die woorden "te Efeze" heel correct tussen vierkante haakjes staan vermeld. Wat geeft dat aan? Wel, dat betekent dat het hoogst onzeker is, om niet te zeggen twijfelachtig, dat die woorden oorspronkelijk zijn. Daar is wat discussie over. In de meerderheid van de oude handschriften zijn die woorden "te Efeze" niet terug te vinden. Waarschijnlijk betreft het dus een latere toevoeging; in ieder geval kent de meerderheid van de tekstgetuigen dit niet. Vandaar ook dat men het voor wat het waard is maar tussen haakjes heeft gezet.

Ik kan u vertellen dat in de meerderheid van de tekstgetuigen die woorden inderdaad ontbreken. Maar dan wordt de zin anders. Want als je die woorden "te Efeze" gewoon weghaalt omdat ze niet oorspronkelijk en niet authentiek zijn, dan krijg je deze zin: "Aan de heiligen die ook gelovigen zijn in Christus Jezus." Ik moet u zeggen dat ik deze adressering prachtig vind. Als die woorden "te Efeze" ontbreken, dan wordt deze brief ineens zo verstrekkend. Dat is ook de conclusie die men heeft getrokken: het betreft een rondzendbrief die niet specifiek aan één gemeente is gericht.

Nee, aan wie is het dan wel gericht? Wel, aan mensen die apart gezet zijn voor God. Dat is wat heiligen zijn. En wat zijn dat dan voor mensen? Dat zijn zij die ook gelovigen zijn in Christus Jezus. Die term "in Christus Jezus", of termen van gelijke orde, zullen we in deze bijeenkomsten nog vaak tegenkomen. Alleen in dit hoofdstuk vind je al vele keren dat het zo gezegd wordt: in Hem, in Christus, in Christus Jezus.

Welnu, deze heiligen zijn gelovigen. Sommigen hebben het vertaald met "betrouwbaren". Ook dat kan; de Griekse betekenis van het woord is breed genoeg om ook dat inzicht te hebben. Want wat is een gelovige? Dat is mooi om bij stil te staan. Een gelovige is niet iemand die een serie dogma’s of leerstellingen onderschrijft en zegt: "Daar zet ik mijn handtekening onder." Nee, een gelovige is eigenlijk iemand die vertrouwt. Geloven is vertrouwen, en dat is veel meer dan alleen maar een serie leerstellingen onderschrijven. Het is je vertrouwen op iemand stellen en iemands woord beamen. In het Hebreeuws heb je dan inderdaad het woordje "amen".

Abraham geloofde God. Abraham zei "amen" op wat God sprak. Kijk, dat is geloof: vertrouwen. God beloofde aan Abraham: "Zo zal jouw nageslacht zijn als de sterren van de hemel." Abraham wist absoluut niet hoe of wanneer, en hij wist daar eigenlijk helemaal niets van. Maar God zei het, nou, dan zal het wel zo zijn. Dat is vertrouwen. Ik weet niet hoe, maar dat is mijn zaak ook niet. Als Hij het belooft, dan gebeurt het gewoon, punt. Dus kijk, dat is vertrouwen.

Deze brief is gericht aan mensen die apart gezet zijn voor God. Hoezo? Wel, ze vertrouwen in Christus Jezus. Hij die opgewekt is, die vandaag verheerlijkt is en in heerlijkheid gezeten is. Inderdaad onttrokken aan het oog, maar wel die Persoon. Hij is de Messias. Daarmee is deze brief gericht aan ieder die ook vandaag, in deze pauzetijd onder de natiën, aan deze kwalificatie voldoet: die ook apart gezet is en die zijn vertrouwen stelt of heeft gesteld op Christus Jezus. Of moet ik het anders zeggen: die door God is overtuigd. Want dat is eigenlijk wat je bedoelt als je zegt: "Ik ben overtuigd dat..." En wie heeft jou overtuigd? Wel, Hij sprak Zijn woord, en Zijn woord overtuigde mij, en nu vertrouw ik Hem.

Voor het gemak noemen we deze brief aan de Efeziërs gewoon de Efezebrief. Het staat ook in de titel "Efeze 1", daar heb ik helemaal geen moeite mee, maar wel met deze kanttekening dat die woorden "te Efeze" dus eigenlijk helemaal geen enkele rol spelen. Het is gericht aan heiligen en gelovigen in Christus Jezus.

Vervolgens staat er — en dat is een gebruikelijke wijze waarop een brief geformuleerd wordt — een groet. Maar juist omdat je er nogal aan gewend bent om dit in het begin van een brief te lezen, heb je ook de neiging, en dat is een gevaar met alles wat je vertrouwd voorkomt, om er op een gegeven ogenblik overheen te lezen. Doe dat niet! Het komt juist zo vaak voor omdat het essentieel is; daarom wordt het iedere keer herhaald. Als je daar onachtzaam op reageert met "het zal wel", dan is dat het tegenovergestelde effect van wat de schrijver ermee beoogde. Want laat ik u dit vertellen: als daar dan staat...

De Begroeting: Genade (vreugde Om Niet) en Vrede ↑ hoofdstukken

"Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus." Dat is zo tekenend. Laten we het eerst eens in blokjes en stukjes opsplitsen. Dat eerste woord: genade zij u. Dit woord genade... ik hou ervan om dat te decoderen, gewoon om het weer helemaal reëel te maken en het van zijn mysterieuze aureool te ontdoen. Wat is het nou eigenlijk? Een apostel is een afgevaardigde, maar wat is genade?

Het Griekse woord voor genade is charis, en dat is gewoon het woord voor vreugde. Vreugde om niet. Dat wil zeggen: je hoeft er niets voor te betalen. Je kunt het trouwens ook niet kopen. Ik moet denken aan wat een goede vriend van mij ooit tegen me zei – hij is nog steeds een goede vriend, hoor. Hij vroeg: "Weet je wat het verschil is tussen gratis en voor niks?" Ik zei: "Nou, zeg het eens." Hij antwoordde: "Ik ben gratis op school geweest en jij voor niks!" Maar u begrijpt de bedoeling: met "om niet" bedoel ik dat het je niets kost. Zoals de Engelsen zeggen: the best things in life are free. En dat is ook zo. De zaken die je echt wilt in ons leven, die kun je niet kopen. Je kunt schathemelrijk zijn en veel geld op de bank hebben, maar wat heb je eraan als je niet gezond bent of een ernstige ziekte hebt?

De Grieken gebruikten die term charis heel breed, dus ook niet-godsdienstig maar heel concreet. Als je geniet van een wandeling hier door de bossen, dan kan zo'n vreugde je zomaar overvallen. Je wordt blij van het zonlicht, de kleuren in de natuur of de oceaan waarvan je de golven hoort. Dat ontzagwekkende kan je overstelpen met vreugde. Maar het geldt ook voor zoiets simpels als een glas wijn waarvan je geniet; gewoon de goede dingen van het leven. Dat is vreugde om niet. Je bent er blij om zonder dat je het kunt kopen; het overkomt je. Dat is de essentie van het Evangelie of het goede bericht: genade. God maakt blij, zonder voorwaarden en zonder kleine lettertjes. Gewoon puur om niet. Dat heb ik je te vertellen, dat beloof ik je, dat geef ik je. En of je het nou gelooft of niet, zo is het. Daar word ik nou blij van.

Vreugde om niet, en let dan ook even op dat andere woord: vrede. Het is mooi als je daarbij stilstaat. In de Griekse wereld begroette men elkaar met "genade" – wij zouden "hoi" zeggen, maar er zijn veel mooiere en betekenisvollere manieren om elkaar te groeten. De Grieken groetten elkaar met genade, maar de Joden, Israël, kenden ook een groet die zij tot op de dag van vandaag gebruiken: sjaloom, vrede. Met deze manier van formuleren pakt Paulus feitelijk twee wijzen van groeten in één: die van de Griek en die van de Jood. Ik geef toe dat het wat plat verklaard is, maar het is wel gewoon zo: genade, vreugde om niet, en vrede.

Ik heb hier een muzieksymbooltje staan, omdat ik daar bij de voorbereiding aan moest denken. Feitelijk is dat ook wat muziek bij ons doet. Waarom houden mensen van muziek? Verklaar het maar eens. Muziek zorgt ervoor dat een mens de meest intense momenten van vreugde en vrede kan beleven wanneer hij bepaalde klanken hoort. Dat maakt je blij. Het kan je soms helemaal boven de omstandigheden uittillen en het geeft iets aan van harmonie. Dat is trouwens ook een muzikale term. En wat dacht u van akkoorden? Dat wil zeggen dat de dingen "in akkoord" zijn; de beleving dat het goed is, dat het heel is. Die beleving van vreugde en vrede is wat muziek ons vertelt. Het is de taal van God.

Vorige week las ik nog een interview met een dame die dezelfde kerkelijke achtergrond heeft als ik. Zij had afstand genomen van het kerkenpad en vertelde heel openhartig dat het nu allemaal erg kil was. Vroeger was er een God, iemand die verantwoordelijk was voor alles, die de dingen regelde en die zin en doel aan je bestaan gaf. Nu ze dat niet meer had, voelde het als "van niks"; het diende nergens toe. Muziek en kunst vond ze leuk, maar dat gaf natuurlijk niet echt voldoening. Ja, tenzij je echt weet van wie muziek afkomstig is en wie alles gemaakt heeft.

En dan komen we precies bij het volgende: "Genade zij u en vrede van God onze Vader." Er is een direct, logisch en oorzakelijk verband tussen genade en vrede en het kennen van God, onze Vader. Als je weet dat er Eén is die alles "plaatst" – want dat is wat het woord God betekent: de Degene die alles plaatst op de juiste plek in de ruimte en op de juiste plek in de tijd. We kunnen het niet narekenen, maar Hij heeft alles perfect in handen. Hij heeft een geweldig goddelijk plan en Hij plaatst de dingen. En die God is bovendien onze Vader. Hij zorgt voor ons. Hij kent ons, we komen uit Hem voort en daarom bekommert Hij zich om ons. Aangezien die Vader ook onze God is, staat Hij er garant voor dat de dingen op hun plek komen en dat alles goed komt. Waarom? Omdat Hij God is én omdat Hij Vader is. Als je dat weet, dan heb je vreugde en vrede.

Het meest karakteristieke effect van het Evangelie, de boodschap van God de Vader, is dat het meteen iets sorteert bij een mens. Het heeft helemaal geen zin om tegen mensen te zeggen: "Je moet blij zijn" of "Je moet vrede hebben." Zo werkt dat niet. Je kunt niet op commando blij zijn. Je kunt hooguit een tamponeerlaag-glimlachje tevoorschijn toveren, maar echt blij zijn op commando kan niet. Sterker nog, ik denk dat als je blij moet zijn, je er verschrikkelijk ongelukkig van wordt. Het bepaalt je juist bij het feit dat je misschien wel blij kunt lijken, maar dat je het ten diepste niet bent. Daar word je ook niet blij van. Ook op commando vrede hebben kan helemaal niet; dat is iets wat de wet of een opdracht nooit kan bewerken.

Weet u waar het wel door komt? Door gewoon te geloven wat God te melden heeft. Hij heeft een goed bericht en dat maakt je blij. Waarom? Omdat er één God is die alles perfect in handen heeft. Vertrouw maar op Hem en Hij brengt alles daar waar Hij het hebben wil. En Hij is een Vader. Kijk, dan heb je vreugde – genade, vreugde om niet – en je hebt vrede. Het is heel, er is geen innerlijk conflict meer en geen strijd; het is goed. Dat is wat vrede, wat sjaloom, werkelijk is. Dat is ook wat het Evangelie vertelt: de boodschap van verzoening. Verzoening wil eigenlijk zeggen dat er sprake was van conflict, maar Hij maakt de dingen weer één. Van vijanden maakt Hij vrede. Dat is wat verzoening is. Daarom is het zo geweldig om alleen dat te vertellen: gewoon een goed bericht. Vertrouw er maar op, zoals deze zelfde apostel ook elders zegt in Romeinen 1.

Daar zegt hij: het evangelie van God, dat is een kracht; het is een kracht van God voor ieder die daarop vertrouwt. En wat voor effect heeft het? Wel, genade en vrede. Vertel het maar aan en vertrouw daarop. Dit is het automatische, logische en oorzakelijke gevolg. Dat kan niet anders. Het is het meest karakteristieke van degene die Hem gelooft: dat het vrede en vreugde teweegbrengt. Daarom is het ook zo belangrijk om daarop te wijzen. Die God en die Vader. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.

Dat is de volle titel. Die Jezus die hier op aarde wandelde, Hij is gemaakt door God tot Here. Dat is dus een positie van autoriteit: de baas, de eigenaar, degene die alles beheerst en bovendien de gezalfde, degene die leeft en onvergankelijk leeft. De Here Jezus Christus. Welnu, in het kennen van Hem, en daarmee ook van God onze Vader, daarin is genade, vreugde en vrede besloten. In overvloed.

Ik ga snel verder, want we hebben nog een vers te gaan. En dat is eigenlijk het echte begin. Ik weet niet of u nog met uw bijbeltje of met mij meeleest, maar in mijn bijbeltje staat er boven vers 1 en 2: 'schrijver, lezer, groet'. Ja, dat hebben we nu gedaan. Maar dan krijg je vers 3 en daar begint de eigenlijke inhoud van de brief. Ik vind dit ook al erg mooi, maar goed, het is alleen nog maar de aanhef. De toon is gezet. Die toon wordt vervolgens ook gezet in vers 3 en daar wil ik u vanavond ook heel graag bij bepalen. Eerst even dit: hij begint met een lofzang.

Lofzang: Zegenen Is Dankzeggend Goed Spreken van God ↑ hoofdstukken

Gezegend zij de God en Vader. Dat woord 'gezegend' is in het Grieks eulogeo. Waarom vertel ik dat? Wel, omdat als je dat woord uitsplitst, dat eerste deel, dat eu, 'wel' of 'goed' betekent. Zoals wij spreken over welvaart, welzijn of welsprekend. Over welsprekend gesproken: dit is het, eulogeo. Dat is eigenlijk wel-zeggen, wel-spreken. Iemand zegenen of iets zegenen betekent in de Griekse denkwereld en taalbeleving niets anders dan goed spreken van iets. Als je ergens goed van spreekt, is dat precies wat de zegen is.

Bijvoorbeeld als je God dankt voor de dingen, dan is dat daarmee ook de dingen zegenen. In de Bijbel is dat het Bijbelse principe – u moet daar maar eens over nadenken, zonder dat ik het nu verder al te zeer toelicht – maar in de Bijbel worden dingen dankzeggend gezegend. De zegen bestaat juist daarin dat je ervoor dankzegt. Op het moment dat je voor iets dankzegt, spreek je er goed over, en dat is al de zegen erover uitspreken. Dat betekent dus dat alles waar je God voor dankt een zegen wordt, en alles waar je God niet voor dankt, geen zegen is. Dat is de andere kant. Nou ja, ik zei al: daar moet u maar eens over nadenken.

Het gaat me nu niet alleen om dat woord, maar Paulus begint er zo mee: "Wel-gesproken zij er van God, van de God en de Vader van onze Heer Jezus Christus." Wat zegt hij daarover? Ik ga hier nu even aan voorbij omdat we er zojuist al het een en ander over gezegd hebben. Want wat zegt hij over die God en Vader van onze Heer Jezus Christus? Het betekent trouwens, even tussen twee haakjes, dat de mens Christus Jezus een God heeft, en die God is de Vader.

Hoezo gezegend? Wel, er staat in onze vertaling "die ons gezegend heeft", maar in het Grieks – en dat is wat een interlineair, wat daar tussen de regels door staat vermeld, zo mooi aan het licht brengt – staat daar een speciale werkwoordsvorm. Dat noemen ze een aorist, en dat betekent dat gewoon het feit wordt neergezet. Gewoon onbepaalde tijd, wanneer dan ook. Het idee is niet zozeer dat het voltooid is; "die ons gezegend heeft" is niet de gedachte, daar heb je weer een andere werkwoordsvorm voor. Dit is gewoon het kale feit: gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, degene die ons zegent. Punt. Feit. Onbepaald, wanneer dan ook, hoe dan ook en wanneer dan ook: Hij zegent ons.

En dan. Hij zegent ons, zo staat het in onze vertaling. U zult dat van mij maar moeten slikken en ik excuseer me er een beetje voor, maar dat is het grote risico als je zo’n interlineair gebruikt: dan moet ik wel eens aanmerkingen leveren op de vertalingen. Dat is helemaal geen aanval op de vertalers, totaal niet. Maar ja, wij willen gewoon weten, niet zozeer wat de vertalers ervan dachten, maar wat de Schrift zegt. Of laat ik het anders zeggen: zoals Paulus het heeft opgetekend, zoals God hem ook geïnspireerd heeft dat op te schrijven. We willen daar zo dicht mogelijk bij komen. Dan moeten we soms wel eens een keertje... sommigen zullen misschien denken: "Nou, dit is wel erg veel zout op slakken leggen." Nou, dat staat nog te bezien.

Er staat hier namelijk niet "met", maar "in". In verband met het meervoud heeft dat dikwijls de betekenis van "te midden van". Die ons zegent in of te midden van. En dan staat er: "allerlei geestelijke zegen". Maar ja, daar heb je weer zoiets. In onze vertaling staat "allerlei". Ik heb niet nagekeken hoe het in de Statenvertaling is, wie weet dat ook weer? "Alle." Kijk, dat is naar mijn hart, want dat is precies wat er ook staat! Dit is nou typisch zo’n menselijke reductie op de tekst. Paulus gebruikt nogal een universele term: elke of alle geestelijke zegen.

Nou, dat lijkt me wel heel erg groot hoor. Ik zie de vertalers al denken: laten we het iets bescheidener uitdrukken. Maar dat is niet wat een vertaler geacht wordt te doen; een vertaler hoort weer te geven wat de brontekst vertelt. Wel, er staat niet "allerlei", maar er staat "elke". En als u zegt dat dat wel heel veel is, dan zeg ik: dat is ook heel veel. Maar we houden ons dit weekend ook bezig, beste mensen, met de schatkamer van God, en die is zo kolossaal groot. Ja, we hadden ons ook met de Kolossebrief bezig kunnen houden, dan hadden we zelf de ontdekkingen gedaan, maar goed, nu deze brief. Dat is zo enorm overweldigend. Want God zegent ons te midden van elke, of zo u wilt, alle geestelijke zegen.

Met andere woorden: er is geen geestelijke zegen – dat is de andere manier van formuleren, maar ik druk daarmee exact hetzelfde uit – er is geen geestelijke zegen die niet het eigendom is van ons die geloven, die ons vertrouwen stellen in Christus Jezus. Alles. Elke geestelijke zegen is hun eigendom. En dan nog dit, want we kijken woord voor woord wat er staat: die ons zegent, ongeacht wanneer, te midden van of in elke geestelijke zegen.

Het Contrast: Vleeslijke Versus Elke Geestelijke Zegen ↑ hoofdstukken

En 'geestelijk', ook hier staat een woordje dat wij wel kennen: ons woordje 'pneumatisch'. Dat is wat Paulus hier eigenlijk ook gebruikt, de bijvoeglijke vorm van geest. Geestelijk, of, zo u wilt — die vind ik eigenlijk nog mooier, maar goed — geestig. Wat ducht u daarvan? Ja, daar word ik zelf ook altijd blij van. En dan zeg je: 'Nou ja, zou dat ook niet de bedoeling ervan zijn?'

Maar 'geestelijk' leer je in de Bijbel heel vaak kennen juist door de tegenstellingen te gebruiken. Ik geef doordeweeks nog wel eens een keertje Nederlandse les aan buitenlanders en dan is een vast onderdeel de antoniemen. Dat was laatst het laatste deel van de les: je houdt je bezig met tegenstellingen. Ik zeg 'dag' en dan mogen de cursisten 'nacht' zeggen, en ik zeg 'koud' en zij zeggen 'warm'. Je leert een woord namelijk kennen door het contrast; dat doen wij mensen trouwens in het algemeen. Het hele leerproces is een kwestie van dingen gaan verstaan juist door het contrast. Als ik het zo zeg, dan is dat haast filosofie, want hoe leert een mens het goede kennen? Ja, door het contrast met het kwaad. Gisteren had ik daar nog een heel gesprek over met iemand; dat ging toen over gezondheid. En die gezondheid, dat kennen we allemaal — dit is haast een open deur intrappen — maar het geeft wel aan hoe fundamenteel deze hele waarheid is. Je leert gezondheid pas echt waarderen in confrontatie met ziekte. Met je eigen ziekte soms, of met de ziekte van iemand die je lief en dierbaar is, dicht bij je. Dan ga je ineens de waarde onderkennen. Je weet wel wat die gezondheid waard moet zijn, maar je gaat het pas beseffen; je leert het echt kennen door het contrast.

Kijk, en nu even terug naar de les: elke geestelijke zegen. Een woord leer je kennen door de tegenstellingen. Welnu, als je in dit vers dat naleest — ik ga daar nu niet naartoe — dan zie je geestelijk en vleselijk. Geest heeft te maken met de binnenkant van de mens, zijn denken, wat de overwegingen zijn. Geestelijk is eigenlijk een verzamelterm voor alles wat je niet kunt zien. Zelfs in de Bijbel is ademen 'geest' en ook wind is 'geest'. Daar moet u misschien even aan wennen, maar dat is echt een Bijbelse waarheid: geest is alles wat je niet kunt zien. En vleselijk, dat is gewoon dat wat we hier van elkaar zien, gewoon met deze ogen, de vleselijke ogen. Maar soms kun je ook met je geestelijke ogen dingen zien en echt gaan verstaan. Kijk, dat is het verschil: geestelijk versus vleselijk.

Er is ook nog een andere tegenstelling: geestelijk en ziels. Daar worden we niet erg in geholpen in onze vertalingen, want die geven dat dan weer anders weer. Maar geest en ziel... wij Nederlanders, trouwens mensen in het algemeen, begrijpen dat niet zo goed meer. Wij gooien geestelijk en vleselijk, of geestelijk en ziels, allemaal op één hoop. Is er verschil tussen geest en ziel? Vraag het maar eens aan mensen. Mensen hebben dan 'geestelijke' problemen en dan gaan ze vervolgens naar de zielkundige. We gooien die begrippen gewoon door elkaar, maar het Woord van God, zo zegt Hebreeën 4, is scherper dan enig tweesnijdend zwaard, verdelend ziel en geest. Dus wij kunnen die twee dan wel gewoon vermengen, maar het Woord van God scheidt ze messcherp — of laat ik het anders zeggen: zwaardscherp.

Geestelijke zegen wil dus zeggen dat het gaat om zaken die je niet kunt zien. Dat maakt dit thema van dit weekend misschien toch wat lastig, want vleselijk en ziels — gewoon dat wat appelleert aan de zintuigen — is wat makkelijker te behappen. Maar wij houden ons dit weekend met de allergrootste, de allerhoogste en de geweldigste dingen bezig. Ze zijn geestelijk, spiritueel zo u wilt, pneumatisch. Je kunt je vinger er niet op leggen, maar ze zijn des te reëler. Ik lees even door, want ik zie dat de klok gewoon doorgaat, maar goed, we hebben nog even de tijd: 'Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus... die ons zegent te midden van, of in, elke geestelijke zegen.'

Onze Actuele Positie: te Midden van de Hemelsen in Christus ↑ hoofdstukken

En dan staat erbij: "in de hemelse gewesten". Aha, daar dus. In het Grieks staat er – u kunt dat hier ook zien in de interlinea – letterlijk: "in de ophemelsen". Dat is een vreemde term, maar wel mooi. Ik zal het u straks ook nog wel laten zien. Wij spreken over "opaards"; de Bijbel zegt dat ook over de dingen op aarde. Als we op aarde zijn, dan zijn we dus opaards. Maar de Bijbel spreekt hier parallel daarmee ook over "ophemels". En dat is mooi, want in onze vertaling wordt er dan wel gesproken over "gewesten", maar dat is nog maar de vraag. Er staat eigenlijk gewoon: "de ophemelsen". Dat woord "gewest" is een toevoeging van de vertalers. Andere vertalingen zeggen "te midden van de hemelingen" en dan denken ze aan de hemelse personen, maar eigenlijk is dat ook een beetje teveel gezegd. Het gaat gewoon om te midden van de hemelsen: dingen, plaatsen, personen, ongeacht wat. Te midden van de hemelsen, of in de hemelsen, die ons met elke geestelijke zegen te midden van de ophemelsen zegent in Christus.

Let daar eens even op, dit is heel belangrijk. Dit is buitengewoon belangrijk, ook voor de rest van dit weekend. Aan Israël worden ook beloften gegeven – kijk het maar na, ik heb hier een verwijzing naar Deuteronomium 28 staan – maar wat aan Israël beloofd wordt, dat zijn in de eerste plaats geen geestelijke zegeningen. Die zijn heel "ziels", dat wil zeggen: heel zintuiglijk waarneembaar op te pakken, en bovendien aards. God zegt tegen het volk in Deuteronomium 28: "Als jullie in Mijn wegen wandelen, dan zal Ik de vrucht van uw schoot zegenen, en uw vee, en de akkers, en de oogst zal voorspoedig zijn." Kortom: pure aardse zegeningen worden hen in het vooruitzicht gesteld. En dat gaat straks ook vervuld worden, heel letterlijk en aards. Ik bedoel dat helemaal niet als een veronachtzaming van de aarde, maar hier wordt gesproken over degenen die Paulus hier aanschrijft. Hij zegt dat we worden gezegend met elke geestelijke zegen te midden van de hemelsen. In het Grieks wordt het woordje "hemels" gebruikt, en dan zeg je eigenlijk: "daar". Als je omhoog kijkt, dat is hemel. Daar. Daar zegent Hij ons, en dat verklaart meteen alles: in Christus.

Dus eigenlijk is de vraag: waar zegent God ons? Wel, met alle geestelijke zegen, te midden van de hemelsen, in Christus. Daar. Als u nu wilt weten waar die zegen is verankerd en waar deze zich bevindt, dan wordt hier een drievoudig antwoord gegeven: in elke geestelijke zegen, te midden van de hemelsen en in Christus. En dan neem ik u mee naar een paar plaatsen waarin in deze zelfde brief daarover gesproken wordt. De essentie van wat Paulus vertelt, is dat wij als gelovigen eengemaakt zijn met Hem, als hoofd en lichaam. Zó eengemaakt, dat wij in Hem gezegend zijn. Dat wil zeggen: alles wat Hij ontvangt, ontvangen wij. Dat is een enorme uitdaging om dat te lezen in deze brief, maar dat is de clou van wat Paulus in zes hoofdstukken te vertellen heeft en de enorme rijkdom daarvan.

In Efeze 1 vers 20 gaat het over de kracht die God gewerkt heeft in Christus door Hem uit de doden op te wekken en Hem te doen zitten aan Zijn rechterhand in de hemelsen. Dat woordje "gewesten" moet u eigenlijk gewoon weglezen; dat staat er niet. Het is "te midden van de hemelsen". God heeft Christus uit de doden opgewekt, maar daar bleef het niet bij. Hij heeft Hem vervolgens gezet, doen zitten, te midden van de hemelsen. Ontrokken aan het oog, maar daar is Hij. Daar is een mens opgestaan uit de doden naar een plaats boven alles. Daar is Hij verheven, en daar is onze plaats. Dat is onze positie. We zitten hier nog wel, maar we bedenken deze dingen. Dat is onze plaats en ook onze toekomst in Christus.

In Efeze 2 vers 6 staat dat de Heer God ons mede heeft opgewekt. Zoals ik al zei: we zijn eengemaakt met Hem. Toen God Christus opwekte, wekte Hij ook ons op. Wij delen Zijn positie. Hij heeft ons mede opgewekt, dat wil zeggen samen met Hem, en Hij heeft ons mede doen zitten. Toen Hij daar ging zitten, werden wij daar geplaatst. Waar zijn wij? Waar is ons leven en onze essentie? Waar worden wij gerekend? Daar, in Christus. En daar ontbreekt ons geen enkele geestelijke zegen. Hij heeft ons mede doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Ik zei u al veel eerder vanavond: dit is het sleutelwoord. In Christus Jezus, daar waar Hij is.

Nog één, Efeze 3 vers 10: "opdat thans, vanaf nu, door middel van de ekklesia – dat gezelschap dat God zich vandaag verzamelt en uitroept – aan de overheden en de machten te midden van de hemelsen de veelkleurige wijsheid van God bekend zou worden." Weer die uitdrukking: "te midden van de hemelsen". En Paulus sluit de brief in hoofdstuk 6 af door te zeggen: "Doet de wapenrusting van God aan om te kunnen standhouden." Wat moet je doen? We hoeven helemaal niet te strijden; er wordt wel tegen ons gestreden, maar het enige waar het om gaat is dat wij standhouden. Gewoon blijven staan op dat fundament, op dat woord van Hem. Het enige wat telt in het leven is wat Hij gesproken heeft. Sta daarop en blijf standhouden tegen al de listen en verleidingen van de diabolos. Dingen waardoor hij alles door elkaar gooit. Want we hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, de volmachten en de wereldbeheersers van deze duisternis. Tegen boze geesten. Dat wil zeggen: allemaal krachten, energieën, geestelijke wezens en autoriteiten die zich aan onze waarneming onttrekken, maar die wel de touwtjes hier op aarde in handen hebben. Daarmee hebben we van doen. Eigenlijk zijn zij onze concurrenten; wij zijn bestemd om hun plaats straks te gaan innemen.

Ik denk wel dat met deze uiteenzetting over wat we nu gezien hebben in deze drie verzen de toon is gezet op deze hoogte. En met recht: op deze hoogte. Dat is hoog hoor, te midden van de hemelsen, in Christus. Daar is onze plaats. Als u dit ene in ieder geval voor vanavond wilt onthouden, dan zou me dat veel waard zijn. Ik kan me voorstellen dat u zegt: "Nou, ik sta graag met mijn voeten op de aarde." Dan zeg ik: "Ja, ik ook." Daar sta ik trouwens ook, maar ik zeg erbij – en dat bedoel ik heel dubbelzinnig – met mijn hoofd in de hemel. Waarom ik dat dubbelzinnig bedoel, daar gaan we het later over hebben. Laat ik mogen afsluiten met woorden die we lezen in Kolossenzen 3. Daar zegt Paulus: "Indien jullie dan samen met de Christus opgewekt zijn, zoekt de dingen omhoog, waar de Christus is, gezeten aan de rechterhand van God. Bedenkt de dingen omhoog, niet die op de aarde zijn. Want jullie stierven – dat wil zeggen: samen met Hem – en het leven van jullie is verborgen samen met de Christus in God." Daar wil ik het voor vanavond bij laten, want ik zie dat het inmiddels al tien over half tien is.

🎧 de schatkamer van Efeze 1 (1)
Delen: