de schatkamer van Efeze 1 (4)
12-06-2016 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van een studie gehouden op 12 juni 2016 in Maarn
Het hoogtepunt van Paulus’ betoog in Efeze 1 is als hij gaat spreken over de vervulling van Gods wil in de volheid van de tijdperken. Wanneer het al, hemel en aarde onder één Hoofd zal worden samengevat: de Christus. Het geheim daarvan is dat de Christus, een gezelschap is van Hoofd en lichaam. De ekklesia die vandaag wordt uitgeroepen…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Terugblik op Efeze 1
- Het Geheim van Zijn Wil (efeze 1:9)
- Het Beheer van de Aionen (wereldtijdperken)
- Het Al Verzoend en Samengevat in Christus (efeze 1:10)
- Ons Toebedeelde Lotsdeel en de Zoonstelling (efeze 1:11)
- De Onweerstaanbare Raad en Inwerking van God
- Tevoren Hopen tot Lof van Zijn Heerlijkheid (efeze 1:12)
Introductie en Terugblik op Efeze 1 ↑ hoofdstukken
We gaan ons vanmorgen opnieuw bezighouden met dat gedeelte uit Efeze 1. Voor degenen die hier nu voor het eerst zijn: u heeft hiermee een drietal bijeenkomsten gemist. Maar ik heb het zodanig ingepland dat het toch gemakkelijk op te pakken is voor wie de ondergrond nog mist die we in de voorgaande drie bijeenkomsten hebben neergelegd. Dat moet goed te doen zijn. Eén ding is wel duidelijk geworden: Efeze 1 gaat over rijkdom, precies zoals er in de NBG-vertaling boven staat. Vandaar ook de titel ‘De Schatkamer’. Het is een opeenstapeling van rijkdommen die de apostel voor de heidenvolken daar optekent.
Wat we daarbij allemaal hebben besproken, zou ik u natuurlijk gemakkelijk kunnen samenvatten, maar de beste manier lijkt mij om gewoon te lezen, zoals we dat gisteren en eergisteren ook hebben gedaan. We doen dat met de precisie van de tekst zoals ik u die heb getoond, iedere keer ook in de interlineair. Zo kunnen we met nauwkeurigheid zien wat de apostel eigenlijk heeft opgeschreven en wat we tot dusver hebben gezien. Daarna haken we aan bij vers 9 en vers 10.
Laat ik eerst eens lezen: "Paulus, afgevaardigde apostel van Christus Jezus door Gods wil. Aan de heiligen die ook gelovigen zijn in Christus Jezus. Genade met jullie en vrede." Daar hebben we ons mee beziggehouden. Ook met het feit dat het Paulus is aan wie zulke geweldige dingen bekendgemaakt zijn; geopenbaarde verborgenheden. Altijd begint hij zijn brieven met genade. Dat wil zeggen: vreugde om niet, gratis. En daarmee ook vrede, allemaal vanwege het feit dat er een God is die een Vader is. Van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
"Gezegend," begint hij dan in vers 3 na zijn aanhef, "de God en Vader van de Heer van ons, Jezus Christus, die ons zegent in alle geestelijke zegen, in de hemelse, in Christus." Dat is zo’n sleutelwoord: in Christus, in Christus Jezus, in Hem, in de Geliefde. Iedere keer horen we dat refrein. Want dat is een van de geweldige waarheden die in deze brief met name uiteengezet worden: dat de gelovigen in Hem geplaatst zijn, verbonden in één mens, in één totaliteit, in één gezelschap; hoofd en lichaam tezamen. Vandaar dat in Christus alles wat Hem ten deel viel, ook gegeven is aan degenen die met Hem verbonden zijn als één lichaam. Dat is onvoorstelbaar, maar niettemin wordt het zo opgetekend.
Paulus vervolgt dan in vers 4 met: "Zoals Hij ons uitkiest in Hem vóór 's werelds neerwerping, opdat wij zouden zijn heiligen en smettelozen voor het aangezicht van Hem in liefde." En vers 5: "Tevoren ons bestemmend tot zoonstelling." Dat wil zeggen: om straks dat lotsdeel, die erfenis, in ontvangst te nemen. Daar gaan we het straks in het bijzonder over hebben. "Tevoren ons bestemmend tot zoonstelling door Jezus Christus voor Hem, naar het welbehagen van de wil van Hem. Tot lof van heerlijkheid van de genade van Hem, welke Hij ons begenadigt in de Geliefde."
De gedachte hierbij, die we heel uitdrukkelijk hebben onderstreept, is dat Hij ons tevoren koos. Hij bestemt. Het is volledig Zijn werk. Voordat wij er waren, voordat de wereld geboren werd, had Hij Zijn plan, Zijn voornemen. En daarom is het, als zulke zegeningen je ten deel vallen, natuurlijk alleen maar tot lof van Zijn heerlijkheid. Het is genade, het is vreugde om niet van Hem. Ja, van wie anders? Hij begenadigt ons in de Geliefde, dat wil zeggen in Christus. Eigenlijk zou dat ook met een hoofdletter moeten.
"In wie wij hebben..." Dat is wat we gisteravond hebben besproken: "In wie wij hebben de vrijkoping door het bloed van Hem, de invrijheidsstelling van de misstappen naar de rijkdom van de genade van Hem." De losprijs is betaald; de vrijkoping. Ik heb gisteren vrij uitgebreid toegelicht waarom het niet zozeer vergeving is. Het is veel meer dan vergeving. Het is invrijheidsstelling, wat een gevangene overkomt als de deuren van de gevangenis opengaan. Dan wordt hij in vrijheid gesteld. Dat is het woord dat Paulus gebruikt: de invrijheidsstelling van de misstappen naar de rijkdom van Zijn genade.
"Welke Hij doet overvloeien in ons, in alle wijsheid en verstandigheid." Dat is een hele mond vol. We hebben er deze dagen al diverse keren bij stilgestaan dat Efeze 1 opvallend is doordat het één lange zin is. Sommige vertalingen proberen daar maar puntjes tussen te zetten om het voorlezen wat gemakkelijker te maken, maar het is één grote zin. Het ene is nog niet opgeschreven of het andere wordt er weer als een tussenzin aan toegevoegd. En hij spreekt dan, en dat is het laatste wat we hebben gezien: Hij laat het in genade overvloeien. Dus niet alleen maar vervullen, Hij laat het overlopen in ons, in alle wijsheid.
Ook dat hebben we gezien: wijsheid in de Bijbel. In het Grieks is dat het woord sophia, wat eigenlijk 'uitkijktoren' betekent, waardoor je uitzicht en overzicht hebt. Dat is veel meer dan verstand alleen. Verstandigheid houdt in dat je inzicht hebt in de dingen, maar dat woord wijsheid heeft te maken met uitzicht hebben, met perspectief en overzicht. Welnu, hoezo laat Hij die wijsheid en verstandigheid dan overvloeien? Dat is wat hij vervolgens in vers 9 gaat toelichten, waar we de draad oppakken: "Bekendmakend aan ons..."
Paulus schrijft hier dat die genade, bij alles wat hij al opgezomd had, niet ophoudt. Nee, het blijft maar stromen, zodat het zelfs overvloeit in wijsheid en verstand doordat Hij iets bekendmaakt aan ons. Gelukkig heeft Paulus dat niet alleen als afgevaardigde van Christus Jezus uitgesproken en bekendgemaakt via zijn mond in de vele streken en steden waar hij kwam, maar hij heeft het godzijdank ook opgetekend. Zodat wij daar nu, in 2016 hier in Maarn, kennis van kunnen nemen. God doet dat doordat Hij Paulus begiftigd heeft met wijsheid en verstand. Via hem, door zijn mond en door zijn pen heen, maakt Hij die wijsheid en dat verstand bekend en laat Hij het daardoor ook in ons overvloeien.
Maar waarover heeft hij het dan? Feitelijk hebben we met dit gedeelte, vanaf vers 9 tot en met 12, de kern en het middelpunt van deze hele lofzang te pakken. Alles wat eraan voorafgaat, is eigenlijk alleen nog maar voorspel. Wanneer Paulus spreekt over dat uitkiezen, dan is dat individueel en exclusief: er wordt uitgekozen en er worden zonen aangesteld. Mensen die het lotsdeel in bezit gaan nemen, zijn voorbestemd volgens Zijn plan en voornemen. Jawel, maar waarom dan? Uitverkiezing is niet exclusief in die zin dat het alleen maar gaat om dat gezelschap. Nee, zij worden juist ingezet voor het totaal.
Zoals we hebben gememoreerd: Abraham werd geroepen en uitgeroepen, maar niet omdat de rest van de aarde God niet interesseerde. Hij werd geroepen opdat via hem en zijn zaad alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. Kijk, dat is Gods plan. Dat zie je hier in Efeze 1 ook. Er worden mensen uitgekozen en voorbestemd tot zoonstelling. Dat is veel meer dan een kind zijn. Nee, een zoon is iemand die in staat is om dat wat de vader heeft te beheren.
Het Geheim van Zijn Wil (efeze 1:9) ↑ hoofdstukken
Hij maakt het geheim van Zijn wil aan ons bekend. Dus niet alleen maar Zijn wil – en met "Hem" wordt God bedoeld – maar ook het geheim, het mysterie, het geheimenis of, zoals de Statenvertaling zegt: de verborgenheid. En dat is een belangrijk thema in dit hoofdstuk: het geheim waar Paulus voortdurend over spreekt. Dat geheim is aan hem geopenbaard. Als u nog even verder bladert in Efeze 3 – we zullen dat nu niet doen, want dat zou echt te ver voeren – maar dan zie je datzelfde thema niet alleen in Efeze 3, maar ook in Kolossensen 1 en Romeinen 16 aan de orde komen. Romeinen 16 vers 25, waar de brief mee afsluit, maakt dit ook weer zo duidelijk: dat aan hem verborgenheden bekendgemaakt zijn. Dingen die in voorgaande wereldtijdperken, aeonen en generaties nooit verteld zijn en nooit geopenbaard waren, maar nu via hem aan de natiën – niet aan Israël, maar via hem aan de natiën – bekendgemaakt worden. En dat puur om dit: het geheim van Zijn wil.
Nu willen we natuurlijk weten wat dat geheim is, en dat gaat hij hier ook vertellen. Maar we gaan natuurlijk niet op de fanfare vooruitlopen. Eén ding moeten we in ieder geval vastgesteld hebben: wanneer Paulus zegt dat God aan ons in alle wijsheid en verstand dingen bekendmaakt, dan is de apostel zelf een uitverkoren kanaal om dat verder door te geven en op schrift te stellen. Het geheim, het geheimenis. God heeft geheimen en die vertelt Hij niet zomaar aan Jan en alleman. Hoe staat het ook alweer ergens in de berijmde psalmen? "Het heilgeheim wordt aan Zijn vrienden." Je leest in het boek Genesis dat God zegt: "Zal Ik aan Abraham niet vertellen wat Ik ga doen?" Dat wil zeggen: Abraham was Zijn vriend. En aan hem vertelde Hij dingen die voor de oren van anderen niet bestemd waren. Dat lees je ook over Mozes.
Welnu, Paulus maakt ook geheimen bekend. En ook al staat dit nu allemaal zo in de Bijbel, het blijft een geheim, want het moet je ook duidelijk gemaakt worden. Het is één ding om het gewoon te lezen, maar het kan dan nog steeds een geheim blijven; het moet je ook duidelijk gemaakt worden. Het geheim van Zijn wil. God heeft dus een wil en in die wil zit een verborgenheid besloten, en die maakt God bekend. Hij zegt er nog iets bij – dat lijkt misschien wat gezwollen taal: "naar het welbehagen van Hem". Maar dat woord welbehagen gebruiken we niet zo vaak meer; het betekent simpelweg het genoegen. We zijn het al twee keer eerder tegengekomen. God heeft er een vreugde in om iets door te geven en te vertellen. Het is Zijn welbehagen; Hij heeft er, als ik het zo mag zeggen, plezier in om dat op deze wijze te doen.
Dan lezen we verder dat Hij zich dit "voornam in Hem". God heeft een voornemen, een plan. Hij noemt dat trouwens ook in dezelfde brief het voornemen der eeuwen, of eigenlijk: het voornemen van de aeonen. Niet zoals in de NBG-vertaling staat: "het eeuwig voornemen". Dat blijf ik altijd een beetje een rare vertaalterm vinden. Alsof mensen die een eeuwig voornemen hebben, nooit vervullen wat ze zich voornemen. Ik heb ook weleens van die "eeuwige studenten", weet u wel? Maar het is geen eeuwig voornemen, het is het voornemen van de eeuwen. Voordat de eeuwen, de aeonen, startten, had God een plan, een voornemen, en dat ontwikkelt Hij. Hij vervult dat en naar Zijn gemaakte bestek realiseert Hij dat. Zoals een architect, voordat het gebouw opgetrokken wordt, eerst een plan heeft: "Zo gaat het eruitzien en zo gaat het opgezet worden", zodat er uiteindelijk de vervulling ervan is. God heeft een voornemen, en dat vervult Hij allemaal, wat Hij zich voornam in Hem. Via wie doet God dat? Wel, via Hem. In Hem realiseert God dat.
Het Beheer van de Aionen (wereldtijdperken) ↑ hoofdstukken
Vertaaltechnisch wordt het nu misschien een beetje lastig, want de NBG-vertaling zegt hier: 'ter voorbereiding'. Maar daar gaat het eigenlijk helemaal niet over. In de Statenvertaling staat 'het rentmeesterschap', als ik me niet vergis, of 'de bedeling'. Eigenlijk herkent u in de Griekse letters die Paulus heeft opgetekend gewoon het woord 'economie'. Het gaat om een huishouding, maar dan niet in de zin van het schoonmaken van je huis. Nee, een huishouding zoals de staatshuishouding: het beheer en de manier waarop de dingen in een huis geregeld moeten worden. Vandaar ook de weergave 'een beheer'.
Welnu, God gaat dat geheim van Zijn wil realiseren in Christus en dat wordt toevertrouwd aan een beheer. Lees maar even verder in vers 10: 'tot in het beheer van de volheid van de tijdperken'. De volheid wil zeggen dat het tot een culminatie komt, zoals dat met een deftig woord heet. Het komt tot volheid, tot completering. Hij maakt het af. Hij begint iets, maar Hij realiseert het ook. Hij brengt het tot volheid en dan gaat het hier specifiek over de completering van de tijdperken, van de perioden. Want u weet: God werkt een plan uit. Hij zet niet alleen alles op de juiste plaats in de ruimte, maar ook in de juiste tijd. Hij is niet na te rekenen, maar Hij volgt een tijdpad: het voornemen van de aeonen. In elk wereldtijdperk zet Hij weer nieuwe stappen en er gaat nooit iets mis.
Die tijdperken, de grootste happen van tijdperken die we in de Bijbel kennen, zijn de aeonen. Deze worden altijd wegvertaald met 'werelden' of met 'eeuwigheden', maar dat kunt u wel vergeten; het zijn gewoon wereldtijdperken die een begin en een einde hebben. Alleen al in deze brief struikel je over dat woord: die tijdperken. Je kunt tijdperken natuurlijk ook nog weer in wat kleinere hapjes verdelen, dat hangt ervan af. We spreken over uren, dagen, maanden, jaren, decennia en eeuwen, maar de Bijbel spreekt over wereldtijdperken, aeonen. Ik zal u in deze brief laten zien hoe die een rol spelen, maar ook hoe die tijdperken elkaar opvolgen en uiteindelijk tot volheid gaan komen, als een bloem die eerst in de knop is en uiteindelijk tot volle bloei komt.
In Efeze 3 vers 9 gaat het over 'van aeonen her', dat wil zeggen: in de wereldtijdperken die al achter ons liggen. In Efeze 2 vers 2 wordt er gesproken over 'de aeon van deze wereld'. Dat is trouwens een boze aeon, zo wordt die ook genoemd. In hoofdstuk 1 vers 21 wordt gesproken over 'de toekomende aeon'. Kijk, dan moet je natuurlijk afstand nemen van het idee waarmee we misschien traditioneel zijn grootgebracht: dat Jezus Christus aan het einde der tijden terugkeert en dat er dan een eindeloze eeuwigheid aanbreekt. Als je dat idee hebt, word je echt ernstig geblokkeerd om dat plan van God te verstaan. God heeft namelijk een plan van aeonen. Het is niet zo dat bij de terugkeer van Jezus Christus de tijden ophouden en de eindeloze eeuwigheid aanbreekt. Nee, bij de terugkeer van de Christus wordt er een einde gemaakt aan de aeon van deze wereld, maar dan vangt de toekomende aeon aan, waarin Christus hier op aarde zal heersen. We hebben er zojuist ook over gezongen. Dan is er een volk dat Hij daartoe op aarde heeft uitverkoren, en vanuit Jeruzalem zal het woord van de Heer klinken. Alle volkeren zullen in die toekomende aeon tot kennis van Hem komen.
Houdt het daarbij op? Nee, want als je nog even verder leest in hoofdstuk 2 vers 7, dan wordt er gesproken over 'de komende aeonen'. Dus die wereldtijd die gaat komen — de duizend jaren, zoals dat in Openbaring 20 wordt genoemd — daar houdt het niet op. Nee, het is net als met een steen in de vijver: de kringen worden steeds wijder en steeds groter, maar ook steeds heerlijker. Als eenmaal die komende aeonen gaan aanbreken, dan overtreft de ene aeon nog weer de voorgaande. Ik zeg dit niet om uiteen te zetten wat er precies allemaal gebeurt, het gaat erom hoe in dit kleine briefje de aeonen, die wereldtijdperken, een grote rol spelen en hoe God een script afwerkt.
Er wordt ook nog gesproken over de laatste aeon: 'de aeon der aeonen'. Dat is zo'n mooie overtreffende trap, zoals er in de Bijbel sprake is van 'de Koning der koningen', 'het Lied der liederen' of 'het Heilige der heiligen'. Dat Heilige der heiligen is het meest overtreffende heiligdom. Nou, de aeon der aeonen is precies zo. Als u in uw vertaling kijkt, staat er vaak 'van eeuwigheid tot eeuwigheid', maar dan ben je echt de kluts kwijt en mis je iets heel essentieels van wat Paulus juist uiteenzet. Het is de aeon van de aeonen, de meest overtreffende, het Heilige der heiligen van de aeonen om zo te zeggen.
In Efeze 3 vers 11 lees je vervolgens over het voornemen, het plan der aeonen. God heeft een voornemen, God heeft een plan. En het mooie van God is: Hij is God. Hij is de enige. Dat wil zeggen dat Hij over alles beschikt en dat er nooit iets mis kan gaan. Stel je voor dat er twee, drie of vier goden waren; dan zou wat de ene God Zich voornam, weer gedwarsboomd kunnen worden door een andere god. Godzijdank is dat niet zo. De ene God heeft een plan en van het begin af aan verkondigt Hij de afloop. Waarom? Wel, als Hij het zegt, dan gebeurt het. Er is niets wat Hem kan tegenhouden. Hij heeft een plan omdat Hij God is en omdat Hij Vader is. Dat wil zeggen: Hij is de bron, de oorsprong van dat plan, maar ook de oorsprong van u en mij. Alles wat u om u heen ziet, de hele schepping, komt uit Hem voort. Hij heeft het bedacht, Hij heeft het gemaakt en Hij laat nooit varen de werken van Zijn handen. Nooit. Volgens mij is dat het evangelie in een nutshell: nooit laat Hij dat varen.
Daarom is het succes van dat voornemen der aeonen verzekerd. Daarom heet Hij ook 'de gelukkige God'. Waarom is Hij gelukkig? Het kortste en mooiste antwoord dat ik daarop kan bedenken, is: Hij is gelukkig omdat Hem alles gelukt. Daarom is Hij zo gelukkig. Het succes is verzekerd. Je leest dat ook over de man in Psalm 1: 'Gelukkig de man die niet wandelt...' en even later staat er: 'al wat hij onderneemt, gelukt'. Dat is ten diepste waar voor onze God: alles wat Hij onderneemt en ook alles wat Hij Zich tevoren had voorgenomen, dat lukt Hem. Prijs Hem! We lezen nog even verder, want je zou er zomaar in blijven haken, maar we hebben nog wat verzen te gaan. 'Tot in beheer van de volheid van de tijdperken'. Eén ding is nu inmiddels duidelijk geworden: er zijn wereldtijdperken, ze volgen elkaar op en ze komen tot volheid.
Het Al Verzoend en Samengevat in Christus (efeze 1:10) ↑ hoofdstukken
In de volheid, de vervulling en de completering van die tijdperken, gaat God iets samenvatten. De NBG-vertaling heeft het eigenlijk best wel goed weergegeven, want daar zit het woordje ‘hoofd’ in: onder één hoofd samenvatten, onder één hoofd brengen. Ditzelfde woord wordt nog een keer gebruikt en dan gaat het inderdaad over samenvatten, zoals wij dat trouwens ook zeggen. Wanneer je bijvoorbeeld een stuk schrijft voor de krant, zet je er een kopje, een hoofd, boven. Dat hoofd is de samenvatting. Waar gaat dat stukje over? Wel, dat staat in dat hoofdje, in dat kopje daarboven. Dat is eigenlijk wat hier bedoeld wordt: het onder één hoofd samenbrengen. God gaat in die completering van de tijdperken alles onder één hoofd samenvatten. Het al.
Dat wil zeggen: niets uitsluitend. Alles. Ziet u hoe weids en groots God denkt? Hij kiest uit, en dat is exclusief, zeker als je daar vandaag al bij betrokken mag zijn. Maar vergis je nooit: God heeft het totaal, het geheel, de volkeren — wat zeg ik: hemel en aarde, geen creatuur uitgezonderd — op het oog om het al in de Christus samen te vatten. 'De Christus' was het thema van vorig jaar: het geheim van de Christus. We hebben toen gezien dat de Christus niet alleen maar Jezus Christus daarboven is, die nu aan het oog is onttrokken. Nee, de Christus is Hij inclusief zijn lichaam, dat wil zeggen: de gemeente. Hoofd en lichaam. De Christus is dus niet alleen maar het hoofd, want dat is incompleet. Het lichaam is zijn completering, het maakt Hem compleet. Dat staat trouwens aan het einde van hoofdstuk 1. Zoals mijn hoofd niet compleet is zonder mijn lichaam, zo is het ook met de Christus: hoofd en lichaam. U ziet het, die wereldtijdperken komen uiteindelijk tot volheid en dan gaat Hij alles samenvatten, alles onder één hoofd brengen. Dat is de Christus.
Er staat nog bij om het nader te verklaren — hoewel je het eigenlijk zelf had kunnen bedenken — maar het is een bevestiging dat het inderdaad het al is: de dingen op de aarde en de dingen op de hemelen. Dat is de manier waarop de Bijbel daarover spreekt. Er zijn dingen op de aarde en er zijn ook dingen op de hemelen, op het hemelse. De dingen op de hemel, de dingen op de aarde; het maakt eigenlijk gewoon niet uit. Als je even verder leest en het Nieuwe Testament doorbladert naar de Kolossebrief, een brief die gelijktijdig met de Efezebrief is geschreven en verzonden... dat lees je aan het einde van beide brieven. Deze brieven lopen parallel en verklaren elkaar soms heel frappant. We zullen er vanmiddag nog een mooi voorbeeld van zien.
Over dat hemel en aarde en over 'het al' lees je in Kolosse 1 een schitterende passage. In vers 20 staat dat God door Hem 'het al' tot Zichzelf verzoent. Dat wil zeggen dat Hij alle vijandschap tenietgaat doen en vrede gaat maken. Aan vijandschap, vrede en vervreemding komt een einde. Hij gaat het al tot Zichzelf verzoenen. Ik hoop dat u begrijpt dat de verzoening van het al geen dwaalleer is die Paulus heeft opgetekend. U begrijpt wat ik bedoel. Wanneer mensen zeggen dat de leer van alverzoening een dwaalleer is, zoals natuurlijk vaak wordt verteld, realiseert men zich niet dat het woord 'alverzoening' gewoon rechtstreeks aan de Schrift ontleend is. Men heeft dat niet zelf verzonnen; men heeft dat van Paulus. Paulus maakt een geheim bekend, iets groots, en spreekt over de verzoening van het al. Hij noemt dat even later in hetzelfde hoofdstuk 'de hoop van het evangelie'. Dat wil zeggen dat er een einde wordt gemaakt aan alle vijandschap en vervreemding, en dat Hij alles gaat verzoenen tot Zichzelf. Vrede maken door het bloed van het kruis van Hem. Het gaat via Hem. God maakt vrede juist doordat zijn Zoon ooit zijn leven gaf, ook voor allen, door zijn kruis. Hetzij wat op de aarde is, hetzij wat in de hemelen is. Dit loopt parallel met wat we lazen in Efeze 1. Gewoon het totaal, het geheel. Zo groot denkt onze God. Zoals Hij de Schepper is van alles, zo is Hij ook de Verzoener van alles. En hoe doet Hij dat? In en via zijn Zoon.
In Filippi 2 lees je dat God Hem ook uitermate verhoogd heeft en Hem de naam boven alle namen heeft geschonken: de naam van God Zelf, de naam Yahweh. Jezus betekent immers 'Yahweh redt' of 'Jehovah redt'. De Heer redt. Hij heeft de naam boven alle namen gekregen, opdat in de naam van Jezus — daar heb je het: Yahweh redt — elke knie zich zou buigen. Er staat letterlijk: van op-hemelsen, van op-aardsen en van onderaardsen. En elke tong zou belijden — let op: de tong, hè? Geen lippendienst, maar de tong, belijden van binnenuit. En bovendien is het tot eer van God de Vader. Ze zullen allemaal zeggen: "Jezus Christus is Heer." Nu is er nog maar een enkeling die dat echt van harte mag zeggen, maar er komt een moment dat elke tong dat zal belijden. Er staat dat elke knie zal buigen en elke tong zal erkennen dat Jezus Christus Heer is. Geen knie uitgezonderd, geen tong uitgezonderd die tot deze hartelijke erkenning zal komen. En wie je ook bent, al zeg je: "Ik geloof hier geen barst van", dat maakt me niets uit. Ik weet één ding: jouw knie gaat buigen en jouw tong zal dit belijden. En ik zal je nog iets sterks vertellen: dit is feitelijk een citaat uit het boek Jesaja. Daar staat zelfs dat de Heer heeft gezworen bij Zichzelf. Dat doet God niet gauw hoor, zweren. Slechts een paar keer lees je dat in de Bijbel. God zweert bij Zichzelf dat het zo zal aflopen. De schepping eindigt in één groot halleluja. Dat is de vervulling van al die tijdperken.
Ik lees even verder, want daar houdt het nog niet mee op. We hebben nu gezien dat God alles in Christus gaat samenvatten, in de hemel en op de aarde. Hij is het hoofd over het al. Dat duurt nog wel even hoor; deze aeon is nog niet ten einde. Er breekt een komende aeon aan, er komen komende aeonen, en dan krijg je de vervulling van alles. Gods plan is nu nog in uitvoering; het werk staat nog helemaal in de steigers. Daarom moet je nu nog voorzichtig zijn met je oordeel. Mensen zeggen soms: "Het gaat niet goed" of "God maakt er een potje van". Zulke dingen las ik deze week nog in de krant, van iemand die zei: "Als Hij er is, dan maakt Hij er een potje van." Weet u wat het punt is? Gods werk is in uitvoering en elk oordeel dat je daar nu over velt, is een vooroordeel. Dat is heel begrijpelijk. Ik heb ooit eens een gesprekje gehad met iemand die ook zo over God sprak en Hem had afgezworen. Hij was een kunstenaar, een amateurschilder, en hij was net bezig met een schilderij. Het schoot me toen te binnen en ik zei: "Stel je voor dat ik nu mijn mening zou geven over dit schilderij." Hij zei: "Nee, dat kan niet, het is nog prutswerk." Hij was immers net begonnen en er stonden pas een paar vegen op het doek. Weet u wat hij tegen mij zou zeggen? "Wie ben jij? Kun je er zelf wat van?" En dan zou ik moeten zeggen: "Nee." Zo is het ook met het werk van God.
Maar ten tweede: stel je voor dat ik wel een goede schilder zou zijn. Dan zou Hij zeggen: "Mondje dicht. Het werk is nog niet af." Je kunt pas zeggen hoe het is als het klaar is. Zo spreken we daar toch over? Je gaat toch niet een boek beoordelen als je het nog maar voor de helft gelezen hebt? Je kunt dat pas beoordelen als je het totaalbeeld hebt.
En één ding weet ik zeker, dat heeft God al van tevoren gezegd: het eindigt zo dat iedereen zal zeggen: "Wauw! Is dat het? En hoe hebben we ons vergist!" Het staat ook in Jesaja dat allen die tegen Mij hebben gesproken, beschaamd zullen worden. Degenen die nu hun vuisten ballen en boos zijn op God, zij zullen allemaal beschaamd worden.
Dat lees je ook bij Job, die op een gegeven ogenblik zelfs zijn geboortedag vervloekt. En dan zegt hij: "Ik heb één keer gesproken, en nog een keer... ik doe het niet weer. Ik leg de hand op mijn mond." Wie zijn wij?
God brengt alles tot een fantastisch einde. Nou ja, een geweldig einde. Iemand heeft mij een keer aangesproken op dat woord 'fantastisch'; dat mocht ik niet meer gebruiken. Want het is niet fantastisch – het is immers geen fantasie – maar het is wel geweldig. Dat had u wel begrepen.
Ons Toebedeelde Lotsdeel en de Zoonstelling (efeze 1:11) ↑ hoofdstukken
Ik moet even weer bij de les blijven, want in Efeze 1 vers 11 lees je: "In Hem, Christus, in wie ook ons het lotsdeel werd toebedeeld." En dat is dat geheim waar Paulus het over heeft. Kijk, dat God in zijn Zoon, in Christus, het al gaat samenvatten en dat alles in hemel en op aarde, ook in deze wereld en in de volkerenwereld, onder één Hoofd wordt geplaatst, dat is bekend. Dat was ook in het Oude Testament bekend. Maar het geheim wat hij in zijn brieven uiteenzet, is dat die Christus een volk is, een gezelschap: Hoofd en lichaam. Vandaar: in Hem, in wie ook ons het lotsdeel werd toebedeeld.
In de NBG-vertaling staat dat we in Hem het erfdeel hebben ontvangen. Nou, daar hebben we het al vaker over gehad: het is een lotsdeel. Eén ding is toch wel duidelijk, en dat geldt trouwens voor een erfdeel ook: je hebt er geen invloed op. Het valt je ten deel. Geloof jij in toeval? Jazeker! Jazeker, daar gaat Efeze 1 over: wat God ons allemaal doet toevallen. Dat is toeval. Hij doet de dingen toevallen. Hij is de grote Schikker en wij hebben er geen invloed op, vandaar ook dat wij het toeval noemen. Dan zeggen we: "Ja, ik heb er niks aan gedaan, ik had het niet voorzien, ik kon er niks aan doen en het gebeurde zomaar." Dan noemen wij het toeval, maar we realiseren ons dan dikwijls niet dat er Eén is die de dingen plaatst op de juiste tijd en de juiste plaats. Hij doet dat perfect.
Hij geeft ook ons dat lotsdeel. En wat is dat lotsdeel wat ons toevalt? We hebben het gewoon gelezen, dat kan niet missen. Noem maar eens een keer iets wat niet het lotsdeel is. Daar staat namelijk "het al". Of het nu in de hemel is of op de aarde, het is gewoon alles. Tapanta dus, als je het op zijn Grieks zegt. In Hem wordt daarmee ook ons het lotsdeel toebedeeld, want wij zijn tezamen Hoofd en lichaam van de Christus. Daarom: "In Hem, in wie ook ons het lotsdeel werd toebedeeld... tevoren bestemd wordend."
Kijk, daar hadden we het gisterochtend over: tot zoonstelling voorbestemd, gepredestineerd. Maar dat idee is dus niet dat jullie gepredestineerd zijn en de rest brandhout is of zo. Nee, je bent gepredestineerd juist voor het al, om namelijk tot zoonstelling dat heelal met zijn Zoon te gaan beheren. De eigenlijke taak van het uitroepsel vandaag moet nog beginnen. Het is hier op aarde alleen maar, zoals dat in wijntermen heet, antichambreren: op kamertemperatuur komen. Onze eigenlijke taak begint straks. Dan worden we tot zonen gesteld, ook in de praktijk. Daar zijn we tevoren, voordat de wereldtijdperken begonnen, al toe uitgekozen.
Als je Hem mag kennen, dan mag je dat weten. Hoe weet je dat? Niet omdat je een dikke duim hebt of omdat je zomaar eens wat bedacht hebt. Nee, God maakt het bekend, gewoon zwart op wit. Ik zit nu op mijn Bijbeltje te kloppen, maar daar ziet u het staan: het staat er gewoon geschreven, geïnspireerd en volmaakt. Tevoren bestemd worden naar zijn voornemen. Dan heb je het weer: God heeft een voornemen dat in het al inwerkend is. Inwerkend – ons woordje energie heeft daar nog mee te maken. Dat betekent eigenlijk inwerking. God werkt in. Hier staat weer dat woordje tapanta: Hij die in het al inwerkt. Er is er Eén die het allemaal beschikt.
We zongen het zojuist: in Hem leven wij. Dat herinnert aan wat Paulus op de Areopagus ooit zei: "In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij." Hij zegt er ook iets moois bij: als je kunt ademen, geeft Hij ons leven, adem en alles. Daarom zingen we in een lied ook: "Alles wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader, en alles wat ik ben, dat doe ik door mijn Heer." Noemt u maar eens iets wat u niet van Hem hebt ontvangen. Het feit dat u gewoon ademt, het feit dat uw hartje klopt, het feit dat je kunt denken, dat je oren hebt, dat je kunt zien, dat je kunt genieten, dat je straks een kopje koffie neemt... nou ja, enzovoort, alles heb je gewoon gekregen.
Dat maakt ons trouwens ook heel erg mild naar elkaar toe en ook naar jezelf. Dat is ook nog een bijkomend voordeel. Waarom? Niemand heeft zichzelf gemaakt. U hebt uzelf niet gemaakt en ik heb mezelf niet gemaakt. Hij is mijn Schepper. En dan heb ik ook nog goed nieuws: ook met mij en met jou is Hij nog niet klaar. Dat kun je ook wat negatief beluisteren, zo van: "Hij is nog niet klaar met u", maar zo bedoel ik het niet. Ik bedoel: ook hiervan en hiermee is het werk in uitvoering. Hoe zeggen ze dat? Werk in uitvoering, to be continued. Maar ik bedoel nog iets anders, ik kon niet zo gauw op het woord komen: under construction. Op internet zie je dat vaak: under construction. Dus als ze aanmerkingen op u hebben, dan heb ik een heel goed weerwoord: werk in uitvoering, nog steeds under construction.
De Onweerstaanbare Raad en Inwerking van God ↑ hoofdstukken
Hij is degene die in het al inwerkend is. Er staat zoiets geweldigs: Hij is inwerkend naar de raad van de wil van Hem. Hier staat echt wat, hoor. Dat woord 'raad' betekent hier de bedoeling of de intentie. In Romeinen 9 lees je: "Want wie heeft Zijn raad weerstaan?" Ik wil daar even iets over vertellen, want daar bestaat namelijk een groot misverstand over. In Romeinen 9 wordt ditzelfde woord in de NBG-vertaling en ook in de Statenvertaling vertaald met 'wil'. Dan zeggen ze: "Ja, niemand heeft ooit Gods wil weerstaan." Vandaar dat onze calvinistische vaderen spraken over de wederstandelijke wil en de onwederstandelijke wil van God. Maar dat is geen zuiver onderscheid. Het is Gods raad die nooit door iemand is weerstaan; dat kan simpelweg niet. Gods wil kun je echter wel weerstaan.
Juist Paulus heeft het daar in Romeinen 9 ook over wanneer hij spreekt over Farao. God had van tevoren al tegen Mozes gezegd – dus niet tegen Farao en ook niet tegen de Israëlieten – dat hij niet zou luisteren. Op een gegeven ogenblik komt Farao onder druk te staan en zou hij bijna bezwijken, maar dan zegt God: "Dan ga Ik zijn hart versterken – of verharden – zodat hij 'nee' blijft zeggen." Waarom? Omdat God een plan had juist met deze weerspannige Farao. God wilde dat hij 'nee' bleef zeggen, want dat was Zijn intentie, Zijn verborgen agenda: om via Farao juist Zijn kracht te betonen aan alle volkeren. Juist omdat die machtige man van het Egyptische rijk 'nee' bleef zeggen, kon God demonstreren hoe krachtig Hij Zijn volk bevrijdt, hen uitleidt door de Schelfzee en naar het land Israël bracht. Hij had een weerspannige Farao nodig.
Dan lees je over die denkbeeldige opponent die zegt: "Ja, maar wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie weerstaat Zijn wil?" Nee, de vraag is: wie weerstaat Zijn raad? Want inderdaad, tegen Farao werd gezegd: "Laat Mijn volk gaan," en Farao zei 'nee'. Op een gegeven moment moet hij wel, maar dan versterkt God zijn hart zodat hij 'nee' blijft zeggen. Ik geef toe, dit is een heel ingewikkeld theologisch verhaal hoor; tenminste, dat heeft men ervan gemaakt. Maar het is zo geweldig. Dit laat nou precies zien dat wij een God hebben waarbij zelfs een Farao die 'nee' zegt, Gods plan vervult. Hij weerstond Gods wil, maar Gods raad never nooit. En al wil je niks met Hem te maken hebben, dan kun je Zijn wil weerstaan, maar Zijn plan kun je nooit weerstaan. Nooit heeft iemand Zijn raad weerstaan.
Er staat in Spreuken 16 vers 4 – ik blijf het zeggen omdat ik het prachtig vind – en knoop dit in uw oren, of liever: versta het met uw hart: "De HEERE heeft alles gemaakt voor Zijn doel; ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads." Zoals bijvoorbeeld Farao. Zelfs dat. Met andere woorden: bij God gaat er nooit iets mis. Daarom is Hij die gelukkige God. En daarom ben ik zo gelukkig dat ik die God mag kennen en weet: Hij is een Vader. Hij laat nooit varen het werk van Zijn handen. Wij zijn creaturen. Ik hoop dat u nu begrepen hebt, ook met deze woorden, dat God in het al inwerkend is. Alles gaat naar Zijn plan, in overeenstemming met de raad, de bedoeling, de intentie die lang niet iedereen weet. Het gaat naar de raad van de wil van Hem; alles verloopt volgens Zijn gemaakt bestek. En dan staat erachter in vers 12...
Tevoren Hopen tot Lof van Zijn Heerlijkheid (efeze 1:12) ↑ hoofdstukken
Opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid. Dat werd eerst gezegd in verbinding met ons die vandaag geloven, maar uiteindelijk, in de volheid van de tijdperken, zal dat voor het al gelden; voor de gehele schepping. Opdat we dan ook in één groots, universeel, creatuurlijk koor – ik verzin het ter plekke: één koor met heel de schepping van alle schepselen – zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid. Wij die tevoren hebben gehoopt in de Christus. Dat wil zeggen: wij die nu al onze hoop op Hem hebben gevestigd.
Tot slot een verrekening. Paulus schrijft deze brief aan mensen die geloven in Christus Jezus. Wat hij in dit vers naar voren brengt, geldt uiteindelijk voor de hele schepping, maar wij hebben tevoren al onze hoop op Hem gesteld. Dat is een voorrecht, en over dat voorrecht gaat deze brief ook: over de mensen die Hem vandaag al mogen kennen.
Hoe komt dat? We hadden er gistermiddag met een hele groep hier een gesprek over. Waarom mag ik nu wel geloven en mijn broer, mijn buurman, mijn collega of degene die mij dient niet? Je kunt je daar echt het hoofd over breken: waarom ik nou wel? Waarom mag ik het verstaan? Er zijn mensen die dan zeggen – en ik aarzel niet om dat gewoon puur arrogant en hoogmoedig ten opzichte van God te noemen: "Ja, maar dat komt omdat ik voor Jezus gekozen heb." Het klinkt wel vroom, maar het is dwaas. Als je Hem mag kennen, vraag ik me trouwens af of je Hem überhaupt wel kent als je dat zo stelt. Want dan is het feitelijk weer: "Omdat ik gekozen heb." Dan is het eigenlijk weer eigen werk.
God kiest uit, God heeft je lief en Hij bestemt je. Hij opent ook ogen, oren en harten. Als je Hem mag kennen, als Hij jou overtuigd heeft: prijs Hem, maar het is Zijn werk. Daarom is het ook allemaal tot lof van Zijn heerlijkheid. Dat kun je alleen maar van harte zeggen als je weet dat het uit Hem, door Hem en tot Hem is. Er zit helemaal geen grijntje 'eigen' bij. Het is dus puur een voorrecht als je nu al tevoren – dat wil zeggen: vóór die volheid van de tijdperken, nu al – Hem mag kennen en met je tong mag belijden: "Hij is Heer!" Dat je nu al de eer van God mag bezingen en nu al een monument mag zijn van Zijn glorie en dat je Hem de eer geeft. Want daar gaat het allemaal om: wij die tevoren hebben gehoopt in de Christus.
Paulus gaat daarna verder, maar ik wil het hierbij laten. Vanmiddag gaan we nog die laatste verzen, vers 13 en 14, onder ogen zien. Ik stel voor dat we dat doen voordat we nu een lied gaan zingen.
UltimateGoodNews