Paulus & de verbonden (2)
19-11-2017 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 19 november 2017 te Urk
Het door de profeten voorzegde nieuwe verbond, speelt in Paulus’ bediening een belangrijke rol. Het zal in de toekomst worden gesloten met geheel Israël. Maar zover is het nog niet. Nu is Israël nog steeds verhard. Maar dat heeft een “totdat”. Daarover spreekt Paulus in Romeinen 11.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Terugblik op het Bijbelse Begrip Verbond
- Het Nieuwe, Onvoorwaardelijke Verbond uit Jeremia 31
- Romeinen 11: Israëls Ongeloof en de Roeping van Paulus
- Het Geheimenis en de Onderbreking in de Heilsgeschiedenis
- De Gedeeltelijke Verharding en de Volheid van de Natiën
- De Uitredder en het Herstel van Geheel Israël
- Gods Onberouwelijke Roeping en de Uiteindelijke Vervulling
Introductie en Terugblik op het Bijbelse Begrip Verbond ↑ hoofdstukken
Een hele goede middag, ook van mijn kant vrienden. Goed om u hier weer te mogen treffen en we gaan ons opnieuw bezighouden met dit onderwerp. Zojuist op de weg hiernaartoe had ik het met broer Dirk hier nog eventjes over hoe lang de serie zou kunnen gaan worden, maar ik veronderstel dat we nog wel een paar middagen zoet zijn hiermee.
Niet iedereen die hier nu is, was hier de vorige keer ook. Dat is ook de reden waarom we het op internet zetten, op video of via de audio, zodat u het alsnog kunt beluisteren of bekijken. Maar ook voor degenen die dat niet gedaan hebben, lijkt het me goed om de dingen nog even op een rijtje te zetten wat we zoal hebben besproken en wat de insteek van deze korte, langere serie dan is.
Paulus noemt het woord 'verbond' negen keer in zijn brieven en we willen in deze serie nagaan wat hij daarover zegt. Daarbij laat ik voor het gemak de Hebreeënbrief even buiten beschouwing, ondanks het feit dat deze brief mijns inziens wel degelijk door Paulus is geschreven. Maar goed, zijn naam staat er niet onder en er is nog een reden waarom we de Hebreeënbrief parkeren. Eigenlijk is het zo dat wanneer je het begrip verbond in de Hebreeënbrief er ook nog eens bij zou betrekken, je er echt nog een heel aantal bijeenkomsten aan zou moeten wijden, want daar speelt juist dit woord een hele grote rol. Die brief is echter specifiek gericht aan Israël en wij houden ons vooral bezig met die brieven waar Paulus' naam onder staat en die ook duidelijk markeren dat hij zich richt tot de natiën.
De vraag die als rode draad door deze serie loopt — en dat is tevens een toelichting op dat voorlaatste punt — is: wat heeft de ekklesia, de gemeente of het lichaam van Christus, te maken met de verbonden? Ik heb het over verbonden, want er zijn er meerdere. Dat is niet zo calvinistisch gedacht, want dan denk je heel sterk in termen van 'het verbond'. Maar als je het puur Bijbels bekijkt, is er sprake van allerlei verbonden.
We hebben er al een aantal de revue laten passeren, zoals het verbond met Noach, een verbond dat met de hele schepping is gesloten. Dan is er het verbond met Abraham, het verbond bij de berg Sinaï — het beroemde oude verbond, waar we overigens nog uitgebreider over te spreken komen, al is het niet vandaag — en het heel bekende maar ook heel belangwekkende verbond met David. Dat is het Davidisch verbond, oftewel het verbond dat gesloten is met de dynastie, het koningshuis van David.
We hebben daarbij ook ingezoomd op de vraag: wat is eigenlijk een verbond? Het is een contract, jawel, maar daar zit nog wel wat meer aan vast. Het initiatief blijkt altijd bij God te liggen; bij de verbonden in de Schrift ligt het initiatief bij Hem. En hoe wordt het bekrachtigd? Dat is universeel met bloed. Dat hebben we overigens ook even uit de Hebreeënbrief naar voren gehaald. Een heel karakteristiek ding, dat alles te maken heeft met de vraag van deze hele serie, is dat verbonden altijd worden gesloten met een persoon en zijn zaad. Of ze nu met Noach, Abraham, Mozes of David worden gesloten: ze worden altijd gesloten met de familie, met het huis van. Als je verbondsmatig denkt, denk je dus ook altijd in termen van geslachten en niet van losse individuen.
Daarmee heb je trouwens ook iets belangwekkends gezegd over de plaats die de ekklesia inneemt ten opzichte van de verbonden. Want de ekklesia is een 'uitroepsel' dat niet is verzameld naar geslacht of familie, waarbij geslachtsregisters of bloedlijnen een rol spelen. Die hebben daar juist helemaal niets mee van doen. Het is een verzameling van mensen die tot één gesmeed zijn, maar dat is een geestelijke eenheid. Dat betekent dus eigenlijk ook al dat je in directe zin nooit leest — en daar komen we echt nog uitgebreider op terug — dat er een verbond met de gemeente, het lichaam van Christus, is gesloten.
Er is een veel intimere verbinding met onze Heer dan je in welk verbond ook maar zou kunnen bedenken. Dat is de connectie tussen hoofd en lichaam. Mijn hoofd heeft geen verbond met mijn lichaam; nee, dat is een organische eenheid. Dat is nog veel closer, veel intiemer. Het is een belangrijk gegeven.
De opzet van deze studie is zodanig dat we gewoon door de brieven van Paulus gaan zoals we ze in de Schrift aantreffen. Dat wil zeggen dat we beginnen in de Romeinenbrief. We zijn begonnen bij Romeinen 9 en daar doet Paulus een prachtig statement over wat de Israëlieten allemaal gegeven is: de genadegaven en de genade-effecten die aan hen zijn toevertrouwd. "De verbonden", staat er dan, zijn van Israël. Hunner zijn de beloften, hunner zijn de vaderen en hunner zijn ook de verbonden. Let op dat meervoud: niet alleen het oude, maar ook het nieuwe verbond is van hen.
Het Nieuwe, Onvoorwaardelijke Verbond uit Jeremia 31 ↑ hoofdstukken
Nou, we hebben vooral nog stilgestaan bij Jeremia 31. Je kunt je natuurlijk afvragen wat dat te maken heeft met Paulus en de verbonden, want dat is toch wat Jeremia erover zegt? Jazeker, maar dat moet je goed begrijpen. Dat is het hoofdstuk waarin we de belangrijkste aankondiging van het nieuwe verbond aantreffen: Jeremia 31 vers 31 en het navolgende. Het dient als een soort opstap; dit is wat je moet weten voordat je het onderwerp van Paulus en de verbonden binnentreedt.
In Jeremia 31 lees je over de aankondiging van dat nieuwe verbond. Wat daar meteen al uit blijkt, is dat het gesloten wordt – of gesloten zal worden, want het is nog steeds toekomstig – met hetzelfde volk als waarmee het oude verbond ooit werd gesloten. De verbondspartners wijken dus niet af, die zijn gewoon identiek. Dat is een belangrijk punt. Lub gaf het zojuist ook al even aan in zijn dankgebed toen hij sprak over het karakteristieke van dat nieuwe verbond: het is onvoorwaardelijk. Ik had 'honderd procent' weg kunnen laten, want onvoorwaardelijk is onvoorwaardelijk, maar ik zei het om te benadrukken dat er dus geen enkele bijdrage van de mens wordt verwacht of verplicht is. De verplichtingen liggen geheel bij God. Dat is het meest kenmerkende van dat nieuwe verbond. Iedere keer, tot zeven keer toe, lees je in Jeremia 31: "Ik zal, Ik zal." Er wordt niet één keer een conditie of een voorwaarde bij genoemd.
Helemaal in lijn daarmee ligt ook dat de wet, Gods wetten, daar een belangrijke rol in spelen, maar niet meer voorwaardelijk. Het volk gaat ook niet meer gebukt onder de wet. Nee, de wet wordt geschreven in hun binnenste. Dat wil zeggen: Israël zal de wet gaan vervullen, maar niet als last maar als lust. Het is hun gewoon eigen geworden, want God Zelf staat daarvoor garant dat die wetten in hun hart, in hun binnenste, staan geschreven. Het feit dat God dat doet, geeft dus aan dat Israël zich inderdaad aan de wetten zal houden. Los van de vraag of die wetten precies identiek zijn aan de wet die ooit gegeven werd daar bij de berg Sinaï – want dat is niet helemaal het geval – is vooral de plaats van de wet ten opzichte van het volk een heel andere. Niet meer onder de wet, maar de wet in hun hart, in hun binnenste. God zal dat zo regelen.
We hebben er trouwens ook nog even bij stilgestaan hoe je dat al in prachtige typen ziet in de geschiedenis van Mozes. Al in de Torah wordt dat prachtig geïllustreerd. De eerste set stenen tafelen werd gegeven aan het volk, en wat gebeurde ermee? Nog voordat Mozes van de berg afgedaald was, lagen de stenen al in gruzelementen. Dat is de eerste wet. Toen kreeg je een tweede set: Deuteronomium. Dat betekent letterlijk 'tweede wet'. Wat gebeurde er met die tweede set? Die werd gebracht en veiliggesteld in die oude kist, overtrokken met goud, oftewel de ark van het verbond onder het verzoendeksel. Het zijn schitterende typen, maar daar was de wet veiliggesteld. Feitelijk is de plaats van die stenen tafelen in de ark een type van het nieuwe verbond. Daar is het veilig, ook onder het bloed, jazeker.
Dat het inderdaad een toekomstig gebeuren is, blijkt ook wel uit het feit dat het gesloten zal worden met een volk dat voltallig zal zijn. Daarbij worden termen gebruikt als 'allen' en 'ieder'. Het volk zal voltallig haar God kennen. Men zal niet meer tegen zijn naaste zeggen: "Ken de Heer", want ze zullen Mij allen kennen en gekend zijn door Mij. Zulke termen worden gebruikt: allen zullen Mij kennen. Dat wil zeggen dat heel het volk daarin besloten zal zijn. Dat is de geweldige verwachting van dat nieuwe verbond.
Romeinen 11: Israëls Ongeloof en de Roeping van Paulus ↑ hoofdstukken
Ik vond het van belang om dat ook nog even goed te onderstrepen voordat we nu verder gaan, want we gaan ons vanmiddag bezighouden met Romeinen 11. Laten we daar dan maar eens naartoe gaan. Als u uw bijbeltje bij u hebt, wat ik u echt adviseer – ondanks het feit dat het allemaal ondersteund wordt met de plaatjes en de teksten – in Romeinen 11 gebruikt Paulus voor de tweede keer in zijn brieven de term verbond. Het verband is heel belangwekkend. Wat ik ook heel fraai daaraan vind, is dat het geheel in lijn ligt met wat ik zojuist naar voren bracht over Jeremia 31. Namelijk dat Paulus de profeten en de woorden van de profeten niet alleen serieus nam, hij nam ze ook letterlijk. Hij spreekt daarover en hij bevestigt de verwachting van een geweldige toekomst voor Israël, waarmee een nieuw verbond gesloten zal worden. Er is dus totaal geen sprake van vervanging. Maar daar kom ik misschien nog wel over te spreken.
De vorige keer hadden we het over Romeinen 9. Daar staat: "Zij zijn Israëlieten", en vervolgens worden er een zevental of achttal gaven genoemd die God aan dat volk heeft gegeven. Het zijn grote voorrechten die zij genieten boven de natiën. Maar dan gaat Paulus in hoofdstuk 9, 10 en 11 verder over dat volk. Het loutere feit – en dat is eigenlijk het grote onderwerp – is dat Israël zich vijandig opstelt ten opzichte van het evangelie. Dat wil zeggen dat ze hun eigen Messias hebben verworpen. Daarmee doel ik niet alleen op het feit dat ze Hem aan het kruis hebben genageld, maar ik doel eigenlijk op het gegeven dat deze Messias, nadat Hij inmiddels was opgewekt uit de doden, ook gepredikt werd aan Israël. Maar opnieuw bevestigde het volk deze eerdere keuze om de Messias te verwerpen. Ook de leidslieden hebben Hem heel uitdrukkelijk verworpen.
Feitelijk is de roeping en bediening van Paulus daarop gebaseerd. Paulus werd ook pas geroepen nadat het volk officieel – en dan bedoel ik in het Sanhedrin – het evangelie verwierp. De Joodse raad heeft Stefanus gestenigd. Daarmee verwierp de Joodse natie officieel ook het evangelie dat aan hen was gepredikt: het evangelie van "kom tot bekering en als jullie tot bekering komen, dan zal de Koning terugkeren en zal het Koninkrijk baanbreken over Israël en over de hele wereld". Ook dat getuigenis hebben ze officieel afgewezen via haar vertegenwoordigers, degenen die haar representeerden: het Sanhedrin.
Dat is Handelingen 7, en bij die gelegenheid zie je de figuur van Saulus al op de achtergrond. Met recht op de achtergrond, hoewel hij al een flinke supporter was van die verwerping. Vervolgens wordt Paulus in Handelingen 9 geroepen en gaat hij naar de natiën toe. Waarom? Vanwege het feit dat het getuigenis van de twaalf was verworpen. God roept dan in het buitenland – ook weer zo karakteristiek – een andere, een dertiende apostel. Die wordt dan van Saulus, Paulus, wat trouwens ook weer te maken heeft met onderbreking en pauze. Als je deze hoofdstukken van Romeinen 9, 10 en 11 hebt gelezen, dan kom je uiteindelijk bij het slot van Romeinen 11.
Het Geheimenis en de Onderbreking in de Heilsgeschiedenis ↑ hoofdstukken
En ik pak daar ook de draad op in Romeinen 11 vers 25. Ik ga natuurlijk niet allemaal herhalen wat Paulus daarover in het voorgaande heeft gezegd. Ik pak hier expres de draad op en dan begint hij met dit: "Want", zegt hij dan, "ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, van dit geheim." Aha, hij gaat ze dus iets vertellen waarvan zij tot dusver waarschijnlijk onwetend zijn, of waarvan ze althans onwetend geacht worden te zijn. Hij zegt: "Ik wil niet dat jullie onwetend blijven daarover, van dit geheim."
Dat is een mysterieus woord. Het Griekse woord is namelijk mysterion, en ons woord 'mysterie' is daar natuurlijk direct van afgeleid. In de NBG wordt het woord altijd weergegeven met 'geheimenis', en als je een Statenvertaling hebt, dan wordt het weergegeven met 'verborgenheid'. Beide vertalingen geven een bepaald aspect weer. Het geeft aan dat het verborgen was, maar dat een aantal daarvan nu op de hoogte zijn. Als je het zou weergeven met 'mysterie', dan is dat een wat ongelukkige weergave, ondanks het feit dat de klank bijna identiek is aan het Griekse woord. Het zou namelijk een verkeerde indruk wekken, omdat wij in het Nederlands bij een mysterie vooral denken aan iets wat onbegrijpelijk is, ook als het je verteld is. Kijk, als je een geheim vertelt, dan ken jij – in tegenstelling tot de rest – het geheim. Als iets als een mysterie wordt verteld, dan is het in onze begrippenwereld nog steeds iets wat eigenlijk onbegrijpelijk is. Maar de gedachte van onbegrijpelijkheid zit niet in dat woord zelf. Het is een geheim: iets wat verborgen was voor anderen, of voorheen verborgen was, maar dat nu wordt bekendgemaakt.
Van het woord geheim, verborgenheid of geheimenis is Paulus wel bij uitstek de uitdeler. Dat zegt hij ook op meerdere plaatsen. Ook in deze Romeinenbrief. We moeten even bladeren naar hoofdstuk 16, helemaal aan het slot van deze brief. Ik stel voor dat we dat eerst eventjes lezen om te laten zien hoe essentieel dit geheim is dat Paulus in Romeinen 11 gaat vertellen. Dat geheim blijkt alles te maken te hebben met de boodschap die hij brengt, met wat hij te melden heeft en ook met de fase van de heilsgeschiedenis waar wij ons nu in bevinden. Het slot van Romeinen 16 is een schitterend gedeelte dat eindigt met een lofzang die hij onderbreekt. Leuk hoe dat gestileerd is.
"Aan Hem echter" – met een hoofdletter, want het gaat hier over God, over de alleenwijze God – "aan Hem echter die bij machte is jullie standvastig te maken..." En dan begint hij met een tussenzin. Hij onderbreekt zijn betoog. "Naar mijn goede bericht." Als u het NBG leest of de Statenvertaling, dan staat er "mijn evangelie". 'Evangelie' is een goed bericht of goed nieuws, en dat ik iets met dat woord heb, dat houden we zo. Maar "naar mijn goede bericht"... Eigenaardig hè, dat Paulus dat evangelie koppelt aan zijn eigen persoon? Hij zegt: "Het is mijn evangelie." Daarin ligt de suggestie dat hem iets bekend is gemaakt, of dat hij iets mag bekendmaken; een goed bericht dat speciaal bij hem hoort. Hij zegt in Galaten 2 ook dat aan hem het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd, zoals eerder aan Petrus het evangelie van de besnijdenis.
"Naar mijn goede bericht en de proclamatie van Jezus Christus, naar onthulling of openbaring van een geheimenis." U leest het nu mee in uw Telos-, Staten- of NBG-vertaling. Dit is een wat letterlijke weergave, maar "naar onthulling van een geheim", daar heb je het woord weer: mysterion. Dat "aeonische tijden" – eeuwige tijden – verzwegen is. Iedereen die denkt: zo'n term... Dit is misschien wel de mooiste illustratie als u het mij vraagt. Het is een term die zo duidelijk maakt wat een aeon en het bijvoeglijk naamwoord aeonisch is. Het is niet iets van een eindeloze eeuwigheid. De uitdrukking "aeonische tijden" geeft juist aan dat aeon niet tegenover tijd staat; integendeel, ze zijn in lijn met de tijden. Bovendien spreekt hij over "tijden". Je hebt een aeonische tijd en je hebt aeonische tijden. Aeonische tijden lang is het verzwegen, en aan die aeonische tijden is nu een eind gekomen. Nu wordt datgene wat al die tijd verzwegen, verborgen en geheim was, geopenbaard. Het wordt nu echter openbaar gemaakt.
Dat goede bericht, dat evangelie dat aan Paulus was toevertrouwd en dat hij onder de natiën mocht bekendmaken, is in lijn met de onthulling van een geheim. Wereldtijdperken lang, aeonen lang, is daar niet over gesproken. Het was verzwegen en nooit geopenbaard. Nu echter wordt het openbaar gemaakt, ook door profetische geschriften. In feite is de Romeinenbrief daar een voorbeeld van. Paulus maakte het mondeling bekend, maar het werd godzijdank ook geboekstaafd. Dat is de reden dat wij hier nu, anno 2017, zo'n brief onder ogen kunnen nemen.
Het gebeurt "naar uitdrukkelijk bevel van de aeonische God". De God der eeuwen. Er wordt wel eens gezegd dat "de aeonische God" betekent dat er aan God geen begin en geen eind komt. Natuurlijk is dat laatste waar – God is het begin en het einde – maar het feit dat Hij de aeonische God is, betekent niet dat er aan Hem geen begin of einde komt. Dat blijkt al als je een vers daarvoor leest over "aeonische tijden". Nee, het geeft juist aan dat Hij de God is van de aeonen, de God der eeuwen. En op uitdrukkelijk bevel van deze aeonische God is dat geheim onthuld waarvan Paulus de beheerder is en degene die dat mocht bekendmaken.
Het wordt "tot gehoorzaamheid van geloof aan al de natiën bekendgemaakt". Daar zie je inderdaad dat de figuur van Paulus van belang is, want juist hij deed dat. Jakobus, Petrus en Johannes – de twaalf – richtten zich tot Israël. Dat was hun bediening. Maar het is Paulus die na Israëls verwerping naar de natiën ging. Dat heeft alles te maken met die onderbreking en met dat goede bericht van hem. Gehoorzaamheid van geloof staat tegenover de gehoorzaamheid van de wet en de gehoorzaamheid van werken. God belooft en Hij deelt een bericht mee. Wat kun je met een bericht of een belofte? Daar kun je maar één ding mee doen: geloven. Een opdracht kun je 'werken'; je moet het doen, dus je gaat je best doen om het uit te voeren. Maar met iets wat je meegedeeld wordt, kun je niets anders doen dan het aannemen. Hij is Redder, Hij is de Redder van deze wereld.
Ja, wat kun je daarmee? Er wordt niks van je gevraagd. Als er niets van je gevraagd wordt, moet je niet werken, maar het is de gehoorzaamheid van geloof. Dat wil zeggen dat Hij een bericht deelt en dat de mens daar gehoor aan zou geven; dat hij een bericht, een mededeling, zou beamen. Dat is trouwens Romeinen 1 vers 16, waar Paulus zegt dat het Gods kracht is tot redding, tot een goed bericht. En nu wordt dit tot gehoorzaamheid van geloof aan al de natiën bekendgemaakt.
Hier zie je dat de tussenzin weer wordt afgesloten: "aan een alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Amen." Dat is de afsluiting van de Romeinenbrief. Het is opmerkelijk hoe Paulus deze dingen in het slot stileert. Ik gaf al even een hint in die richting over wat hij vertelt over het geheim. Dat meldt hij in een tussenzin, in een onderbreking. Een parenthese, zoals dat met een mooi woord heet. Hier zie je... ach nee, wat vervelend nou. Ja, kijk, hier begint het. Ik zal dat als ik thuis ben alsnog even in orde maken.
Die tussenzin begint met "naar mijn goede bericht". Hier moet je dat toch even lezen. Hier begint die tussenzin en die eindigt bij "aan al de natiën bekendgemaakt wordt". En wat wordt er dan bekendgemaakt? Wel, datgene wat aeonische tijden lang verzwegen is, namelijk een geheim. En dat is een onderbreking. Nou, dat is nou precies Paulus. Dat goede bericht van hem is een onderbreking. Het ging naar Israël en het zal ook weer naar Israël gaan, maar in de tussentijd gaat het heil naar de natiën, via Paulus.
Altijd weer blijken geheimenissen te maken te hebben met die onderbreking in de heilshistorie. Als ik straks weer terugga naar Romeinen 11, dan zullen we dat ook weer zien. Dat is heel opmerkelijk. Je kunt het ook zo zeggen: het Koninkrijk is vandaag weliswaar hier, maar de Koning is verborgen. Alles wat God vandaag doet, is verborgen. Geheim.
Paulus maakt deze dingen bekend en hij doet dat ook weer in een tussenzin, zoals zijn hele bediening eigenlijk een tussenzin, een pauze of een onderbreking is. En dan: "aan een alleen wijze God". Alleen Hij kan dat zo bedenken en arrangeren. Aan een alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Schitterend!
Zie je trouwens hoe belangrijk het is voor Paulus om deze dingen te onderstrepen? Hij sluit zijn brief er ook mee af. Als hij in Romeinen 11 spreekt over "ik maak jullie een geheim bekend", dan is dat niet zomaar een geheimpje dat verder geen rol speelt. Nee, daar komt hij aan het eind nog een keer op terug en dan zegt hij: "Aan Hem die bij machte is jullie standvastig te maken." En nu komt het. Waarin dan? In dat goede bericht dat aan mij is verteld en dat ik mag doorgeven. Wat altijd verzwegen is geweest, maar wat nu geopenbaard wordt en wat ik nu ook mag optekenen.
Deze God, en dat wat Hij in Zijn wijsheid heeft vastgelegd en gepland. Het is de bedoeling om daar kennis van te nemen en om daarin standvastig te zijn. Om daarin je wortels uit te slaan en ook te weten in wat voor tijd we leven in deze onderbreking. Ook het uitzicht dat we hebben op het feit dat God straks de draad weer op gaat pakken.
Ik ga weer even terug naar Romeinen 11 vers 25: "Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, van dit geheim." Dit geheim is dus via Paulus bekendgemaakt en houdt verband met de onderbreking in de heilsgeschiedenis, oftewel met Israëls ongeloof. Want die onderbreking begon juist doordat Israël het goede bericht afwees. Sindsdien werd Paulus geroepen om in het buitenland naar de natiën te gaan. Daar heeft het geheim mee te maken.
"Opdat jullie niet eigenzinnig zouden zijn." Die natiën waar hij over spreekt, zouden zich niet moeten verheffen of denken dat zij het nu zijn, of dat dit een eindstation is. Integendeel, het is een onderbreking. Het is opmerkelijk dat Paulus dat zo zegt: "Opdat jullie niet eigenzinnig zouden zijn." Stel je niet hoogmoedig op ten opzichte van de Joden die het goede bericht afwijzen. Verbeeld je maar helemaal niets. Want hij heeft juist naar voren gebracht dat het zo gegaan is: zij zijn gestruikeld. Waarom? Opdat jullie daarvan de vruchten zouden plukken.
Ga dus niet denken: "Wij nemen nu de rol van Israël waar. De kerk heeft de rol overgenomen, Israël is exit en nu is het de kerk. Wij erven al die beloften die aan Israël gedaan zijn." Nou, dan ben je dus erg eigenzinnig en hoogmoedig. Bovendien ben je dan ook nog schuldig aan diefstal, want je hebt iets afgepakt wat niet van jou is. Afgezien van het feit dat de rol die wél voor jou bestemd is, je dan kennelijk helemaal ontgaat. Kortom, je mist dan echt behoorlijk je doel, of de boot — allebei, volgens mij.
"Opdat jullie niet eigenzinnig zouden zijn, dat een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen." Een gedeeltelijke verharding? Ja, dat wil zeggen: niet heel het volk. Paulus zegt dat ook in vers 1: "Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!" Hij zegt: "Ik ben zelf een Israëliet." Maar het is waar dat de representanten en ook de meerderheid van het volk verhard zijn. Er is een gedeeltelijke verharding over Israël gekomen.
De Gedeeltelijke Verharding en de Volheid van de Natiën ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus: "totdat de volheid van de natiën zou binnengaan." Daar moeten we even goed bij stilstaan. Wat zegt hij hier nu feitelijk? In ieder geval "totdat". Die verharding over Israël, het feit dat de meerderheid van Israël versteend is, verhard is — en let op, dat is ook een passiefje, iets wat het volk passief ondergaat. Eerder in dit hoofdstuk lees je ook in vers 8 en 9: "God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien, oren om niet te horen tot de dag van heden." Met andere woorden, het feit dat het bij hen nu niet in goede aarde valt... jawel, dat is zo, maar God heeft hen verhard. Er is een gedeeltelijke verharding over het volk gekomen. De meerderheid als volk heeft het afgewezen, dat is waar, maar dat heeft een "totdat".
Hoe je dit trouwens kunt lezen zonder er oog voor te hebben dat de huidige situatie geen eindstation is, maar dat God weer de draad gaat oppakken met het volk van Israël... Hoe dat je kan ontgaan terwijl je dit leest, dat is mij echt volstrekt een raadsel. Ik moet zeggen, dan denk ik ook aan verblinding. Ja, je kunt nu wel naar anderen kijken, maar dat is toch ook verblinding als u dat niet ziet. Paulus zegt: "opdat jullie niet eigenzinnig zouden zijn, wil ik dat jullie dat weten." Dat die gedeeltelijke verharding... oké, het is inderdaad het volk als geheel, de meerderheid van het volk, de representanten, die moeten er niets van hebben. Zij zijn — we zullen het straks ook nog zien in vers 28, als ik me niet vergis — vijanden naar het evangelie. Maar dat heeft een "totdat"! Dat houdt dus een keer op.
"Totdat de volheid van de natiën zou binnengaan", dat is een wat cryptische uitdrukking. Dat woord "de volheid", pleroma, betekent letterlijk de completering. Iets dat compleet gemaakt wordt. Ik heb er een heel raar plaatje bij gezet, en toch is het zo raar niet als ik het toelicht. Want u denkt misschien: wat heeft dat nu te maken met een spijkerbroek waar een lap op gezet wordt? Nou, dat heeft alles te maken met pleroma. Want dat woordje pleroma betekent dat iets compleet gemaakt wordt. Dat wil zeggen: iets wat nog ontbreekt, wordt aangevuld. De eerste keer dat dit in het Nieuwe Testament voorkomt, is in Mattheüs 9 vers 16. Daar lees je over een kledingstuk waar je een stuk op zet. Er zit een gat in. Tegenwoordig koop je gewoon een broek met een gat en dan zijn ze kwaad als hij gemaakt wordt, precies ja. Maar laten we eventjes uitgaan van de normale situatie. Er zit een gat in de broek en dan mis je dus iets, een stuk, en dat wordt dan aangevuld.
Ik wil het even lezen ook, want ik was even kwijt hoe het er nu precies stond. Mattheüs 9 vers 16: "En niemand zet een niet-gekrompen lap op een oud kledingstuk, want de ingezette lap" — dat is het woord, de ingezette lap, daar staat in het Grieks het woordje pleroma — "scheurt af van het kledingstuk en de scheur wordt erger." Het gaat even om die ingezette lap, het is dus wat dat kledingstuk weer compleet maakt. Dat is het. De volheid is dus de completering. Dat betekent dat de natiën nog op een of andere manier niet vol zijn. Maar als het vol is... ik neem u even nog mee naar een paar verzen eerder in hetzelfde hoofdstuk, Romeinen 11 vers 12: "Indien nu hun misstap" — dat gaat weer over hun afwijzing — "rijkdom van de wereld is en hun vermindering" — of hun tekort — "rijkdom van de natiën, hoeveel te meer hun volheid." Pleroma. Dus dat Israël tot volheid komt, tot completering.
Als ik het even schematisch weergeef: Israëls misstap, namelijk de afwijzing van het evangelie en hun ongeloof, dat is hun vermindering. "Indien nu hun misstap rijkdom van de wereld is en hun vermindering rijkdom van de natiën." Dat is Israëls misstap: hun ongeloof, hun vermindering. Maar dat betekent juist weer rijkdom van de wereld en rijkdom van de natiën. Het een betekende dit voor het ander. Blijft het hierbij? Nee, zegt Paulus, dat is hier nog veronderstellenderwijs wat hij in vers 25 dan echt ook duidelijk als een geheim bekendmaakt: zo zal het gaan, en "totdat". Hier zegt hij het nog min of meer veronderstellenderwijs, maar dan zegt hij: als Israëls ongeloof al zo’n enorme rijkdom voor de wereld en van de natiën is... Hij spreekt een paar verzen later over hun misstap als de verzoening van de wereld, de verzoening van de kosmos. Als hun ongeloof dat al bewerkstelligt, hoeveel te meer als Israël dan compleet wordt? Kijk, wat je dan krijgt is dat hun vermindering staat tegenover hun volheid. Ziet u? "Indien hun misstap en hun vermindering rijkdom van de natiën is, hoeveel te meer hun volheid." Vermindering is het contrast van de volheid. Hun misstap is dus hun ongeloof, dat is hun vermindering, maar dat zal worden beëindigd en dat zal plaatsmaken voor geloof. Dan komen zij inderdaad tot volheid.
In de tussentijd is het dus deze gang van zaken; in deze tijd leven wij nu. De volheid van de natiën betekent dat de natiën tot volheid komen. Paulus drukt zich erg kort uit en licht dit verder niet direct toe, wat hij bedoelt met de volheid van de natiën. Eén ding is duidelijk: de natiën komen tot volheid en dat betekent dus dat het ontbrekende wordt aangevuld. Je kunt dan in twee richtingen denken. Misschien nog wel in meer, maar twee komen mij zo voor de geest en die worden ook zo voorgesteld. Of dat die formatie tot stand komt en uitgroeit, het lichaam van Christus, de ekklesia... de laatsten, dat wat nog ontbreekt, die komen erbij. Dan krijg je de gedachte: totdat het getal vol is, en dan zal dat vervolgens binnengaan. Je kunt er ook nog aan denken dat wat nu nog ontbreekt, namelijk de vereniging met het Hoofd, fysiek ook, dan waar zal worden. Dan kom je meteen bij dat binnengaan.
Want de volheid van de natiën... "totdat de volheid van de natiën zou binnengaan." Op een of andere manier komt dat wat ontbreekt aan de natiën tot volheid, en vervolgens wordt het echt als een gebeurtenis hier beschreven: de volheid van de natiën zal binnengaan. Ze zijn hier en dan gaan ze naar een andere plaats, een andere positie waarin ze gesteld worden. Dat is dus een gebeurtenis die het einde inluidt van Israëls verharding. Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen totdat de volheid van de natiën zou binnengaan. Dus de natiën komen tot volheid en vervolgens gaat dat binnen. Waarna je nog een andere vraag kunt stellen: wat ontbreekt er nog aan de natiën? Dan kun je denken aan de leden van het lichaam of de leden van de ekklesia. Dat moet aangevuld worden totdat het getal vol is bij dat binnengaan. Het wordt hier beschreven als een gebeurtenis die het einde markeert van de verharding van Israël, of in ieder geval dat het einde inluidt daarvan. Ik zou niet weten wat je anders daaronder zou moeten verstaan: totdat the volheid van de natiën zou binnengaan, en dat is onze toevergadering tot Hem.
De ekklesia komt tot volheid en vervolgens gaat ze in het koninkrijk. Kijk, ze gaat inderdaad in tot in de hemel. Ze wordt ook gesteld op haar plaats, namelijk de troon in de hemel. We hebben daar nog niet zo lang geleden een paar keer over nagedacht, over Openbaring 12, waar die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon.
Het betekent — maar dat zullen we ook in het navolgende vers zien — dat die volheid van de natiën die binnengaat een actief en belangrijk aandeel heeft in het beëindigen van die verharding die tot dusver over Israël is gekomen. Want het heeft een 'totdat'. En als de volheid van de natiën binnengaat — ja, als daar de volheid van de natiën is en die gaat binnen...
De Uitredder en het Herstel van Geheel Israël ↑ hoofdstukken
De volheid van de natiën gaat binnen, en alzo zal geheel Israël gered worden. Let trouwens op: er staat niet 'als dan', er staat 'en zo'. Dat wil zeggen: op deze wijze. Het is ook door het binnengaan van de volheid van de natiën dat geheel Israël gered zal worden. Dus nog even in schema: je hebt de gedeeltelijke verharding die over Israël komt totdat de volheid van de natiën binnengaat, en alzo wordt geheel Israël gered.
Wat is de tegenwoordige tijd? Dat wordt beëindigd op een bepaald moment, namelijk bij de gebeurtenis dat de volheid van de natiën — waarmee God vandaag in het verborgene werkzaam is — onder de natiën tot volheid komt. Zij gaat in en dat zal tevens de wijze zijn waarop geheel Israël gered zal worden. Wat Paulus hier dus zegt, is dat die volheid van de natiën daar een aandeel in heeft en dat het één aan het ander gekoppeld is. Want als dit ten einde is, gaat dat gebeuren. De volheid van de natiën gaat binnen en alzo wordt geheel Israël gered.
Zoals geschreven staat: "De Uitredder zal vanuit Sion komen." Laat ik het nog even lezen: er is een gedeeltelijke verharding over Israël gekomen totdat de volheid van de natiën zou binnengaan, en zo zal geheel Israël gered worden. Namelijk zoals geschreven staat: "De Uitredder zal vanuit Sion komen." Daarmee zou hij dus vooruit kunnen wijzen naar wat volgt. Dat kan natuurlijk ook. Eén ding is duidelijk: het gaat in deze volgorde. Om het even heel deftig te zeggen — temporeel noemen ze dat: er is een tijd. De periode van Israëls verharding heeft een 'totdat'. Namelijk: de volheid van de natiën gaat binnen en alzo wordt geheel Israël behouden.
Maar zover was ik net nog niet in mijn betoog, want ik geloof ook — en dat wil ik straks laten zien — dat als de Heer inderdaad zal terugkeren, dat Lichaam van Hem daar direct bij betrokken is. Als Hij straks zal verschijnen in heerlijkheid, dan zullen wij met Hem verschijnen in heerlijkheid, ook aan Israël. Zo zijn wij daar ook direct bij betrokken. Dat Paulus daar inderdaad aan denkt, blijkt wel. Want zoals geschreven staat: "De Uitredder zal vanuit Sion komen."
Eerst nog even dit over 'geheel Israël'. Daar is nog wel wat over te doen, maar ik geloof dat dit het overblijfsel is. Dat wil zeggen: het gaat over alle Israëlieten die op dat moment zullen leven. Dat is geheel Israël. Er is geen levende Israëliet die er op dat moment zal zijn, die geen deel zal hebben aan die redding. Maar dat is dus een overblijfsel. Voorafgaand aan de terugkeer van de Messias zullen er velen omkomen, maar van wat overblijft — zoals we lezen in Zacharia 13: een derde deel dat in het land zal overblijven — zal de naam aanroepen en Hij zal hen inderdaad uitredden. Dat is het gehele Israël: dat wat overgebleven is. Ik laat het hier even bij; ik kan me voorstellen dat als u daar andere gedachten over heeft, u nu niet tevreden bent met deze opmerkingen.
Maar we zouden het nog over het verbond hebben. Dan moeten we toch bij vers 27 zien te arriveren. "En zo zal geheel Israël gered worden, zoals geschreven staat." Ik kan u verklappen: dat staat in Jesaja 59 vers 20 en 21, in de Septuagint overigens. Daar citeert Paulus uit de Griekse vertaling van het Oude Testament. "De Uitredder, of de Verlosser, zal vanuit Sion komen." In het Hebreeuws staat in Jesaja het woordje 'go'el'. U weet wat een go'el is: dat is de Losser. Als ik een naam zou moeten koppelen aan deze functie, is dat natuurlijk niemand minder dan Boaz, die man uit Bethlehem, machtig van vermogen. Hij is de bloedverwant die in staat is om los te kopen. Dat is de go'el.
In het Grieks staat het woord 'Uitredder'. Wat is een Uitredder? Dat is iemand die zorgt voor een vluchtweg. Je moet niet vragen of het nou de Bloedverwant, de go'el, is óf de Uitredder. Het antwoord is namelijk: beide. In het Hebreeuws staat go'el, in het Grieks staat Uitredder, en beide begrippen werpen veel licht op wie Hij is. Hij is de go'el, de bloedverwant die zal loskopen, maar Hij is ook degene die, wanneer geheel Israël gered zal worden, zal zorgen voor een vluchtweg; Hij zal uitredden.
Ik moet op nog iets eigenaardigs wijzen. Er staat hier: "De Uitredder zal vanuit Sion komen." Wie dit heeft nagelezen in de Hebreeuwse tekst van Jesaja 59, ziet daar staan: "tot Sion komen." De Verlosser zal tót Sion komen, of de Verlosser zal uít Sion komen. Ook hier hoeven we niet te kiezen; het is namelijk beide waar. De Verlosser komt tót Sion, Jeruzalem. Hij zal uit het oosten komen, zoals de bliksem uit het oosten komt; zo zal Hij tot hen komen. Zacharia 14 is daar met name bekend om. Hij zal tot Sion komen en men zal de naam aanroepen. Op dat moment zal er ter plekke een vluchtweg ontstaan vanwege de Olijfberg die middendoor splijt. De Verlosser komt tot Sion, maar er ontstaat een vluchtweg naar de woestijn. Dat staat allemaal in Zacharia 14. Men zal vluchten naar Bozra, waar gedurende de 42 maanden die daaraan voorafgingen ook al een hele kudde verzameld was. Ik zeg het expres zo — 'waar een kudde verzameld is' — want Bozra betekent schaapskooi.
Het volk vlucht dus naar Bozra, in de buurt van Petra, of misschien is het daar zelfs wel identiek aan. De Verlosser komt tot Sion, maar Hij komt ook vanuit Sion. Ik moet er trouwens nog iets bij zeggen: hier zal ook heel het volk vanuit de wereld, vanuit alle landen, verzameld worden in de woestijn. Dan lees je dat het volk via de koninklijke weg weer naar Sion zal optrekken. Maar dan komt Hij niet als Verlosser tot Sion, maar dan komt Hij echt als Koning om daar Zijn troon te vestigen. Eerst komt Hij als Uitredder. Dus nogmaals: als Verlosser of als Uitredder komt Hij tót Sion. Vervolgens komt Hij vanuít Sion en gaat Hij naar Bozra. Daar wordt het hele volk verzameld van alle einden des hemels en vindt er nog een selectie plaats — u vindt dat op diverse plaatsen. Daarna zal men via de 'King's Highway', zoals dat tegenwoordig heet, optrekken en dezelfde weg gaan die ze ooit gingen in de dagen van Jozua.
En wat er dan zal gebeuren: het geheel van Israël zal gered worden, zoals geschreven staat. De Uitredder zal vanuit Sion komen en Hij zal de oneerbiedigheden — of de goddeloosheden, zoals de NBG-vertaling zegt — afwenden van Jakob. Jakob — het is niet voor niets dat het zo genoemd wordt. Jakob wordt Israël. Let ook op: Hij zal afwenden. Hij gaat dat doen. Hij gaat het volk echt met recht omkeren, zoals Jakob dat ook heeft meegemaakt. Dat was bij de Jabbok; Jakob bij de Jabbok, dat was een omkering. Hij zal de oneerbiedigheden van Jakob afwenden. En wat heeft dat met het verbond te maken? Laten we verder lezen in vers 27: "En dit is mijn verbond met hen..."
"...wanneer Ik hun zonden zal verwijderen." En dit slaat op het voorgaande. En dit is Mijn verbond met hen. Namelijk dat de Verlosser of de Uitredder de oneerbiedigheden, de goddeloosheden van Jakob zal afwenden. Dat is Zijn verbond met hen.
Ziet u trouwens ook dat Paulus hier de profetieën die gesproken en geschreven zijn letterlijk neemt en ook zegt: zo zal dat vervuld gaan worden. En nu mag Israël dan massaal en in meerderheid het evangelie afwijzen, maar dat heeft een "totdat". En als dat werk van God vandaag onder de natiën compleet wordt en dat complete werk ook zal binnengaan – let op de bewegingen die ik maak – zal binnengaan, ja, alzo. Of je nu terugkijkt of vooruitkijkt, volgens mij is beide dan waar, want alzo zal heel Israël gered worden.
Doordat dat Lichaam van Christus, ook het regerend Lichaam van Christus dat bestemd is voor de troon... wel, Hij zal komen tot Zijn volk en zo zal geheel Israël gered worden. Die volheid van de natiën is daar direct bij betrokken. We zullen in heerlijkheid met Hem verschijnen. En ik geloof trouwens ook – maar daar hadden we het al bij een andere gelegenheid over – dat wij gedurende die tijd dat Israël in die drieënhalf jaar in de woestijn zal zijn, daar ook bij betrokken zullen zijn. Wij zullen Israël voeden, enzovoorts.
"En dit is Mijn verbond met hen." Ik zal. Dit is trouwens ook weer een citaat uit Jesaja 59 en Jesaja 27. "Dit is Mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden zal verwijderen." Dus let op, er staat: Hij zal de oneerbiedigheden van Jakob afwenden en dit is Mijn verbond met hen. Namelijk dat Ik de goddeloosheden van Jakob zal afwenden. Nou, en wanneer zal dat zijn? Wanneer Ik hun zonden zal verwijderen. Weg ermee, exit zonde.
Dat betekent dus niet alleen – maar dat ook hoor – dat Hij hun zonden geenszins meer zal gedenken, maar het betekent ook dat de zonden dan ophouden. Hij maakt vol... Dat lees je ergens aan het einde van Hosea: dat Hij de afkerigheid van Zijn volk zal genezen. Hij verandert hen van binnenuit. Hij gaat hun hart beschrijven; het staat ook in de profeten. Hij zal hun een nieuwe geest in hun binnenste, een nieuw hart geven. Een totale regeneratie, een totale wedergeboorte zal er plaatsvinden en met de zonden is het dan over. Ik zal hun zonden verwijderen.
Gods Onberouwelijke Roeping en de Uiteindelijke Vervulling ↑ hoofdstukken
Paulus zegt: "Naar het evangelie zijn zij vijanden vanwege jullie." Dit is de conclusie. Waarom is Israël vandaag in meerderheid vijandig ten opzichte van het evangelie? Is dat een reden om te zeggen dat ze niet deugen of om onszelf boven hen te verheffen? Nee, dat mag dan wel een traditioneel christelijk gedachtegoed zijn – alsof een mens zich uit eigen kracht bekeert en het allemaal eigen werk is – maar Paulus zegt: "Nee." God heeft hun ogen gesloten. En waarom doet Hij dat? Wel, dat is nu vanwege jullie. Het is de alleenwijze God die geen enkele reden geeft voor eigen roem.
In de tegenwoordige tijd zijn zij inderdaad vijanden van het evangelie. Let wel, ze zijn heel orthodox en heel godsdienstig, maar van het evangelie moeten ze niets weten. Dat zie je vandaag ook in de christelijke wereld: vijanden van het evangelie. Je zou de vraag kunnen stellen: kan dat, orthodox zijn en toch een vijand van het evangelie? Ja, dat kan. Het volk Israël is daar eigenlijk het voorbeeld van. In deze hoofdstukken blikt Paulus ook terug op zijn eigen verleden: hij was orthodox tot op het bot en fanatiek, maar volkomen blind voor wat God te melden heeft – blind voor het evangelie, het goede bericht.
Maar hoewel zij vijanden van het evangelie zijn vanwege jullie, zijn zij naar de uitverkiezing geliefden vanwege de vaderen; de aartsvaders namelijk, aan wie de beloften waren gegeven. God kiest uit. Vierduizend jaar geleden riep Hij Abraham uit Ur der Kaldeeën – "Urk der Galdeeën", zeg ik dan maar – en Hij gaf hem die belofte. Vanwege die uitverkiezing koos God hen uit en zijn zij geliefden. God komt daar namelijk niet op terug.
Paulus komt hier bij de afsluiting van zijn betoog, waarna een geweldige lofzang volgt. Hij schrijft: "Want de genadegaven en de roeping van God zijn zonder spijt." Het woord charismata betekent eigenlijk een genade-effect. Dat achtervoegsel '-ma' heeft te maken met de uitwerking van iets. Het is een vreugde-effect: God geeft vreugde en dat heeft een effect. Dat is charisma. Ik weet niet of u er ooit zo over hebt nagedacht, maar dat is echt wat charisma is. Hij geeft Zijn genade en Zijn vreugde om niet, en dat heeft een uitwerking. Daarom begrijp je ook waarom een genade-effect bij de één anders is dan bij de ander. Het is als blazen in een instrument: als ik in een saxofoon blaas, of als jij in een saxofoon blaast, komt er een ander geluid uit dan wanneer je in een trompet blaast. Elk instrument en elk schepsel is weer verschillend, maar het is dezelfde Oorsprong, dezelfde Blazer.
De genade-effecten en de roeping van God zijn onberouwelijk; God komt daar niet op terug. Israël is uitverkoren sinds de aartsvaders. Waarom? Ze zijn geroepen om een kanaal van genade voor de wereld te zijn en God komt daar niet op terug. Ook al vertoont Zijn werk vandaag onderbrekingen, Hij pakt het op Zijn tijd weer op. In 1 Samuël 15 is dat het laatste waar ik nog op wil wijzen. Daar lees je wat Samuël zegt: "Ook liegt de Onveranderlijke Israëls niet en Hij kent geen berouw, want Hij is geen mens dat Hij berouw zou hebben." Dat zei Bileam ook al. Als de Bijbel spreekt over Gods berouw, is dat niet omdat God verandert, maar omdat de mens verandert. Dat is altijd mensvormig spreken. Want Hij is geen mens dat Hij berouw zou hebben, alsof Hij dacht: "O, daar had ik niet aan gedacht, dat was onvoorzien." Dat is natuurlijk bizar, want dan is Hij de God niet. Hij heeft geen spijt en Hij komt daar nooit op terug.
Waar het eigenlijk op neerkomt – en dat is de samenvatting van wat ik vanmiddag naar voren heb willen brengen – is dat wij vandaag leven in de tijd dat er een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen. Massaal wijst men het af, maar er staat een "totdat" bij. Wanneer het werk dat God vandaag doet tot volheid komt en die volheid binnengaat, komen zij in hun positie. Dan betekent dat ook het einde van die verharding en heel Israël zal gered worden. God komt tot Zijn volk door de Verlosser en Hij sluit een onvoorwaardelijk verbond; Hij gaat hun goddeloosheden afwenden. Met andere woorden: wat de Hebreeuwse profeten van oudsher zeiden en hadden opgetekend, wordt vervuld. Het is volledig en letterlijk waar. Wij leven in die tussentijd en mogen genieten van al die rijkdommen die God ondertussen geeft. Daar ben ik erg blij mee: genieten van alles wat de alleenwijze God ons heeft bekendgemaakt.
UltimateGoodNews