GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

opstanding van doden – André Piet

03-10-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Studie gehouden door André Piet op 3 oktober 2015 tijdens de GoedBericht-conferentie in Garderen.

De doden zijn dood en weten niets. Hoop is er slechts door opstanding. Dat staat haaks op alle filosofie en religie die uitgaan van de dood als eindpunt maar ook het idee van een onsterfelijke ziel of reïncarnatie. Opstanding wordt in het NT gepresenteerd als een historisch gedocumenteerd feit. Ook wordt in deze studie ingegaan op tweeërlei opstanding alsook op de uiteindelijke levendmaking van alle mensen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De opstanding van doden staat centraal als het werkelijke antwoord op de dood en is een historisch feit. Terwijl de filosofische wereld dit Bijbelse concept als dwaasheid beschouwt, is het in realiteit de wijsheid en kracht van God. De Schrift maakt daarbij onderscheid tussen een eerste opstanding ten leven en een latere opstanding ten oordeel. Uiteindelijk zal de dood als laatste vijand volledig tenietgedaan worden doordat allen in Christus levend gemaakt worden, zodat God alles in allen zal zijn.

“De vraag is niet: waar gaat een mens heen als hij sterft? Dat is niet de Bijbelse vraag. De vraag is: als een mens sterft, zal hij herleven?”

De Opstanding als de Werkelijke Bijbelse Kernvraag ↑ hoofdstukken

Ik mag als tweede spreker het onderwerp ter hand nemen van de opstanding. Zojuist heeft Goswin hele belangrijke dingen verteld over wat de dood is. Welnu, het gaat nu over het grote contrast: het antwoord. Eigenlijk heeft Goswin daar natuurlijk ook al belangrijke aanzetten toe gegeven, namelijk dat het allemaal draait om die opstanding.

Kijk, de vraag is niet: waar gaat een mens heen als hij sterft? Dat is niet de Bijbelse vraag. De vraag is: als een mens sterft, zal hij herleven? That's the question.

Ik neem u mee naar Ezechiël 37, een bekend hoofdstuk waar Ezechiël meegenomen wordt naar een dal vol doodsbeenderen. Er staat: "De hand van JAHWEH kwam op mij." Ik lees trouwens voor uit de NBG-vertaling, en als u het cursief gedrukt ziet, dan wijk ik wat af van de NBG en kies ik voor de meest letterlijke weergave.

De hand van JAHWEH kwam op mij en JAHWEH voerde mij in de geest naar buiten en Hij zette mij neer in een dal dat vol beenderen was. Hij deed mij daar aan alle kanten omheen lopen en zie, zij lagen in grote menigte door het dal verspreid. En zie, ze waren zeer dor. En Hij – JAHWEH, God Zelf – zei tot mij: "Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?" En ik zeide: "Mijn Heer JAHWEH, U weet het."

En inderdaad, Hij is de levende God. Wat blijkt? Als u de rest leest, dan kunt u dat gewoon zwart op wit opmaken: Ezechiël mag gaan profeteren, Gods spraken uitspreken, en die beenderen gaan herleven. Een compleet Godswonder is het wat daar dan plaatsvindt.

In 1 Samuël 2 staat dit: "JAHWEH doodt en Hij doet herleven. Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen." Dat is een parallellisme, zoals dat met een mooi woord heet. JAHWEH doodt, maar dat niet alleen: Hij is de God van het leven, Hij doet ook herleven. Dat is een waarheid die niet pas in het Nieuwe Testament geïntroduceerd wordt. Het is ook een waarheid van de Tanakh, van de Hebreeuwse Bijbel, en dat is zo essentieel.

De vraag is dus inderdaad niet: waar gaat de mens heen als hij sterft? Dood is dood, zoals Goswin heeft uitgelegd. De uitleg is buitengewoon simpel en het antwoord van God is: er is leven, maar dan ook werkelijk leven dat volgt op de dood, namelijk in opstanding.

Ik wil in de 40 minuten die mij zijn toebedeeld vier punten aanreiken. De waarheid van de opstanding is wijsheid, en niet alleen wijsheid, maar ook kracht van God. God heeft dat zo bedacht; de mens niet. De mens heeft allerlei andere concepten, waar Goswin ook over gesproken heeft: over een onsterfelijke ziel en over reïncarnatie. Of men denkt dat het gewoon het einde van het verhaal is omdat de computer stuk is; dan is het gewoon over en uit en heeft het allemaal geen enkele zin en betekenis. Kortom, dan is er geen God. Dan ben je natuurlijk helemaal in de aap gelogeerd.

Maar dat antwoord van de Schrift, van wat er staat geschreven, dat is wijsheid en kracht van God. Tegelijkertijd is het ook dwaas voor de wereld, ook dwaas voor de wijsheid van deze wereld. Begrijpt u wat ik bedoel? Wat in deze wereld als wijs wordt beschouwd – filosofie waar zo goed over nagedacht is – daarin worden de antwoorden die God geeft als dwaas geacht, terwijl het nu juist Zijn wijsheid is.

Paulus op de Areopagus: Opstanding als Dwaasheid voor de Wereld ↑ hoofdstukken

Ik neem u even mee naar de plek die u op dit plaatje ziet. Degenen die wel eens in Athene geweest zijn, zullen dat wellicht herkennen: de Areopagus. Dat is de plek waar ooit de apostel Paulus een beroemde rede heeft gehouden. Daar, in het centrum van de wijsheid van de wereld. Athene stond in die dagen model als de stad van de filosofie.

En dan lees je dit in Handelingen 17:18: "En ook enige van de Epikureische en Stoicijnse wijsgeren overlegden met hem." Dat waren filosofische richtingen in die dagen, waar we tegenwoordig nog steeds moderne varianten op hebben. We spreken immers nog steeds over de Stoicijnse school; je kunt nog altijd heel erg Stoicijns kijken. Dat ziet er dan heel filosofisch uit.

Enige van deze wijsgeren overlegden dus met Paulus. Sommigen vroegen zich af: "Wat zou die betsweter willen zeggen?" Andere vertalingen gebruiken diverse weergaven, maar letterlijk staat er zoiets als: "Wat wil die graantjespikker beweren?" Dat is natuurlijk niet al te complimenteus naar het adres van Paulus, maar goed, wat maakt dat uit? Weer anderen zeiden: "Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde demonen."

U moet weten dat het woord 'demon' (of in het meervoud 'demonen') in het Grieks van die dagen niet de betekenis had die wij er nu aan toekennen. Bij demonen denken wij meteen aan boosaardige geesten, maar in het oorspronkelijke Grieks was het een neutraal begrip. De Grieken noemden hun goden demonen. Dat waren hun godheden. Ze hadden er dan ook helemaal geen moeite mee dat er iemand kwam die nog andere godheden bracht dan zij al kenden. Per slot van rekening hadden ze er al rekening mee gehouden dat ze er wellicht nog eentje vergeten waren. Ze hadden daar in de stad, zoals we in Handelingen 17 lezen, niet voor niets een lege sokkel achtergelaten met de inscriptie: "Voor de onbekende God". Dat was bedoeld voor de God die ze nog niet kenden of van wie ze nog niet gehoord hadden.

Nadat ze Paulus hadden horen spreken, zeiden ze: "Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden te zijn." De NBG-vertaling zegt inderdaad 'vreemde goden', en dat is precies de gedachte. Ze hadden de klok wel horen luiden, om die mooie uitdrukking te gebruiken, maar ze wisten niet precies waar de klepel hing. Waarom concludeerden ze dat namelijk? Wel, hij bracht het evangelie van Jezus en de opstanding. Ze hadden hem horen spreken over Jezus en over Anastasis. Uit de wijze waarop ze het formuleerden — vreemde demonen — dachten ze kennelijk dat Anastasis ook een van de godheden was die Paulus bracht. Eén ding hadden ze in ieder geval wel begrepen: de boodschap van Paulus, het goede bericht dat hij doorgaf, kon worden samengebracht in twee trefwoorden: Jezus (Redder) en Anastasis (opstanding).

Paulus wordt vervolgens uitgenodigd om het podium te beklimmen en zijn verhaal te doen. Hij geeft verantwoording op hun vraag: "Wat heb jij te melden?" En dan gaat hij spreken, op een heel indrukwekkende wijze, over God. Hij spreekt over de grote God die alles omvat. De Ene die zij niet kenden, maar die hemel en aarde gemaakt heeft. De God in wie wij leven en die aan allen adem en alles geeft. Kortom, wat hij vertelt is: God is niet zomaar een 'godje', één van de velen in dat grote pantheon. Nee, Hij is de ene, dé God die alles omvat.

Ik sla nu een heel stuk van zijn betoog over en ga naar vers 30. Daar zegt hij: "God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid..." Dat wil zeggen: jullie waren al die voorafgaande tijden onwetend, maar inmiddels is daar een einde aan gekomen. Hij verkondigt heden aan de mensen dat zij allen overal zich zouden bezinnen, zouden 'omdenken'. Paulus gebruikt daar het woord metanoia. De NBG-vertaling geeft dat weer met 'bekering'. Daar heb ik op zich niet zoveel moeite mee, ware het niet dat wij daar weer zo'n godsdienstig labeltje aan hebben gehangen, en dat is problematisch. Hij heeft het over metanoia: omdenken, je bezinnen.

Waarom zegt hij dat? Omdat God een dag heeft bepaald — God beschikt — waarop Hij de bewoonde wereld rechtvaardig zal richten door een Man. Dat is overigens ook een goed bericht. Er staat dat Hij de bewoonde wereld rechtvaardig zal oordelen. Als je dat met christelijke oortjes beluistert, denk je misschien meteen aan veroordeling, aan de hel of aan verdoemenis. Maar nee, er komt een dag dat God de wereld zal richten. Dat betekent dat Hij alles wat krom is, rechtvaardigt; Hij gaat de dingen rechtzetten. En dat is een heel goed bericht in een wereld waar zoveel krom is. Hij gaat de zaken rechtzetten, rechtvaren. Dat zal Hij doen door een Man die Hij, God, heeft aangewezen. Er staat letterlijk: "Geloof verschaffend aan allen". Hoe? Wel, door Hem uit de doden te doen opstaan.

Dat is het slot van zijn betoog en dat is heel opmerkelijk. Hij zegt dus: God gaat orde op zaken stellen op de dag die Hij daartoe bepaald heeft. Dat doet Hij door een Man wiens naam hij op dat moment niet eens noemt — maar dat wisten ze inmiddels al, want ze hadden hem horen praten over Jezus en over Anastasis, de opstanding. God heeft die Man uit de doden opgewekt.

Normaal gesproken zou Paulus dat nu verder gaan toelichten, maar zover komt hij niet. Je leest namelijk direct daarop in vers 32 hoe dat geleerde, filosofisch ingestelde gezelschap reageert. Zij waren altijd in voor vernieuwingen, zoals in datzelfde hoofdstuk staat, maar toen zij van de opstanding van doden hoorden, spotten sommigen. Zij hadden namelijk heel andere concepten, zoals de gedachte van de onsterfelijke ziel. Of, als je nog wat oostelijker gaat, dacht men in termen van reïncarnatie. Maar een dode die opstaat? Dat was in hun ogen van de zotte. Daarom spotten sommigen. Anderen zeiden: "Wij zullen u hierover nog wel eens horen." Dan denk ik bij mezelf: hoe zeggen ze dat ook alweer? Don't call us, we call you. Dat is de sympathieke, diplomatieke manier om te zeggen: "Sorry, maar dit gaat echt helemaal aan ons voorbij." Het was in hun oren simpelweg dwaasheid. Absurd. Het mag dan Gods wijsheid en Gods kracht zijn, die opstanding, maar voor de wereld blijft het dwaasheid.

Korinthe 15: de Opstanding als Historisch Feit ↑ hoofdstukken

Een historisch feit. Inmiddels kan ik dat zo zeggen; er is geen hoofdstuk in de hele Bijbel waarin dat zo klip-en-klaar, duidelijk en uitgebreid wordt toegelicht. Het is het hoofdstuk bij uitstek en op deze dag zal dat ook iedere keer weer klinken. Zojuist heeft Gorswinder al een tipje van de sluier daarover opgelicht en ik weet absoluut zeker dat de komende sprekers die na mij komen, dat net zo gaan doen als ik.

1 Korinthe 15: het hoofdstuk waarin Paulus spreekt over de waarheid van de opstanding en over de geweldige impact van dat feit, van dat gegeven. Ik wou haast zeggen: dat concept, maar dan zou je denken dat het alleen maar een idee is. Nee, het is juist een feit, een inmiddels historisch feit. Het punt was dat in het nabij Athene gelegen Korinthe — want daar schrijft Paulus aan in de Korinthebrief, dat is nogal wiedes — er sommigen waren die de opstanding van de doden gingen betwijfelen. Wellicht werden zij beïnvloed door de filosofie van hun dagen, waardoor ze hun vraagtekens zetten bij de opstanding of het zelfs ontkenden. Paulus zegt dan — ik begin nu te lezen in vers 13 — maar waar hebben we het dan nog over? Eigenlijk had je ook het eerste gedeelte van dat hoofdstuk moeten lezen, waarin Paulus al duidelijk had aangestipt dat het een historisch feit is.

Het graf was leeg. Paulus noemt zichzelf als laatste, maar hij is een ooggetuige van Hem die is opgestaan uit de doden. Hij heeft Hem zelf gezien. Dat was bepaald geen wishful thinking voor Paulus, want hij wenste het helemaal niet. Integendeel, hij was een verklaard vijand en tegenstander van die hele gedachte, van die boodschap. Hij moest er niets van hebben, maar hij is uitgerekend door die Persoon vanuit de hemel geroepen. Hij heeft het gezien; oogverblindend, letterlijk.

Paulus zegt: "Ik ben niet de enige hoor." Hij vertelt dat er honderden anderen zijn van wie het merendeel — zo kon hij toen nog zeggen — nog in leven is. Met andere woorden: vraag het maar na. Het is een volstrekt historisch gegeven. Getuigen in overvloed hebben Hem gezien en zij hebben trouwens ook bewezen dat ze betrouwbaar zijn. Ze bleken namelijk bereid om voor dat wat ze zelf hadden gezien alle voordelen die het aardse bestaan kan bieden op te geven en daar zelfs voor te sterven. Dat doe je alleen als je echt weet dat het waar is wat je zegt. Kijk, mensen zijn bereid te sterven voor een leugen omdat ze dénken dat het waar is. Maar mensen zijn niet bereid te sterven en alle voordelen van het aardse bestaan op te geven voor iets waarvan ze weten dat het een leugen is. Op die toer zit Paulus. Het is een onmiskenbare gegevenheid: het is een feit.

Paulus zegt: "Indien er geen opstanding van doden is, dan is ook Christus niet opgewekt." En indien Christus niet is opgewekt, dan is onze proclamatie, onze verkondiging, ons herautschap zonder inhoud. Kortom: leeg. En zonder inhoud is ook jullie geloof. Wat is de inhoud van de verkondiging? Wat geeft inhoud aan ons geloof? Dat is het feit dat Christus is opgewekt, oftewel de opgewekte Christus. Dat is waar het allemaal om gaat. Als dat er niet is, kunnen we wel ophouden. Dan hebben we het over niks. Dat is precies waar het om draait: om Iemand die dood was, maar die vandaag leeft.

Ik bedoel: echt dood. Als Hij hier bij wijze van spreken stierf of op een andere manier verder leefde, dan ontken je feitelijk dat Hij dood was en dat Hij gestorven is. Nee, Hij is gestorven en op de derde dag werd de steen weggewenteld. Dat was echt een opwenteling hoor; revolutionair. Op die dag werd Hij opgewekt, een dode. God wekte Hem, die dode, op uit de doden. Hij is de eersteling en de garantie voor alles wat volgt.

Paulus gaat even mee met de gedachte: stel je voor dat het waar zou zijn wat sommigen van jullie beweren. Dan is onze proclamatie zonder inhoud en is ook jullie geloof zonder inhoud. Realiseer je dat wel? Dat is de consequentie. En dat niet alleen, Paulus betrekt het direct op zichzelf: "Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn." Wanneer je een getuigenis uitspreekt, zoals bij een rechtbank, en je doet dat onder eedzwering, dan leg je een getuigenis af met een beroep op God. Welnu, Paulus en de zijnen, al die honderden anderen, hadden een getuigenis van Iemand die ze zelf hadden gezien en meegemaakt. Als het waar is wat sommigen in Korinthe beweren, zegt Paulus, dan maken wij ons schuldig aan een vals getuigenis, sterker nog: aan meinedeed.

Wij getuigen iets met een beroep op God en dat is vals. Dat is gewoon aantoonbaar oplichterij. Want dat is het: het geloof dat Christus is opgewekt, is óf waar, óf het is oplichterij. Het is erger dan nonsens of larie; het is een vals getuigenis, een valse meinedeed. Meer smaken zijn er niet. Het is waar, of Paulus en Petrus en noem ze maar op waren oplichters die de boel flesten. Dat is de consequentie. "Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt." Tenminste, indien er geen doden opgewekt worden, zoals sommigen beweren. Dit is een heel simpel betoog dat je met gemak kunt volgen. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt. Daar hoef je geen hogere wiskunde voor gestudeerd te hebben, zoals mijn kinderen dat zeggen.

"En indien Christus niet is opgewekt, dan is jullie geloof zonder vrucht en dan zijn jullie nog in jullie zonden." Neem dat gewoon zoals het er staat. Het is vruchteloos, het heeft geen enkel effect. Het is oplichterij, maar ook: "Dan zijn jullie nog in jullie zonden." Zonde is het meervoud van doelmissen: doelmissingen. In het religieuze spraakgebruik zijn we die betekenis kwijtgeraakt, maar in het alledaagse spraakgebruik weten we nog heel goed wat zonde is. Als je je koffie laat vallen: "Ach, zonde!" Ja, want de koffie mist zijn doel. Het was de bedoeling dat je het zou opdrinken, maar als het op de grond terechtkomt, mist het zijn doel. In het alledaagse leven begrijpen we dat beter dan in de kerk.

Als het waar is wat jullie beweren daar in Korinthe, zegt Paulus, dan zijn jullie dus nog gewoon in jullie zonde. Dan mist alles zijn doel. Het doel is namelijk leven en zonder opstanding heeft het leven geen enkele betekenis. De betekenis is nu juist gelegen in het vervolg: er is een levende God, Hij heeft een plan en Hij laat de dood niet overwinnen — nee, Hij hééft de dood overwonnen. Dat is het plan. Maar als het waar is wat jullie beweren, dan is alles compleet zinloos en doelloos.

Oftewel, dan zijn jullie nog letterlijk in jullie zonden. Dan mist alles zijn doel. En bovendien, dan zijn ook zij die ontslapen zijn – letterlijk zij die te rusten gelegd zijn in Christus – verloren. Let op: dan zijn ze dus gewoon verloren, ze zijn omgekomen, ze zijn gewoon dood.

Het idee is niet: "Nou ja goed, dan is er geen opstanding, maar geen nood, want die ontslapen gelovigen zijn gaan hemelen." Alsof zij als onsterfelijke ziel het toch al hartstikke goed hebben en een opstanding er niet zo toe doet. Nee, het is of opstanding, of niks. Als er geen opstanding is, dan zijn zij die in Christus te rusten gelegd zijn en die hun hoop hadden gevestigd op Christus – namelijk Hem die uit de dood is opgestaan – verloren. Dan is het allemaal niks.

Ook hier is het weer heel digitaal: het is of het een, of het ander. Het is of opstanding, of er is niks en men is dood. Dan zijn ze gewoon dood. Doodgewoon, ja.

Maar dan zegt Paulus... ik sla een vers over en dat is het grote contrast: "Maar nu... Christus IS opgewekt!" Dat is een historisch gegeven, dat had hij zojuist uiteengezet. Christus IS opgewekt. En dat maakt de hele bewering die onder jullie Korinthiërs rondzingt simpelweg onwaar.

De geweldige consequenties daarvan gaat hij vanaf dit gedeelte uiteenzetten. Dat is schitterend, ik kom er straks nog op terug. Christus is opgewekt als eersteling. Dat wil zeggen: Hij is de eerste die eens voor altijd is opgestaan uit de dood. En Hij is ook de eersteling in de zin dat er meer volgen. Hij is de garantie dat de rest gaat volgen. Daarom is dit zo'n geweldig historisch feit. Dat is waar alles mee begint. Hij is de eerste.

Dan heb ik nog een punt.

Tweeërlei Opstanding: Leven en Oordeel ↑ hoofdstukken

En dat is dat er tweeërlei opstanding is. Ik moet me ook erg beperken; dat is het manco van alle sprekers vandaag. Hoe kun je dit fatsoenlijk vertellen in tien minuten of nog minder? Ik ga een poging doen. Er zijn tweeërlei opstandingen, wat wil zeggen: niet alleen twee soorten, maar ook twee verschillende tijdstippen. Gerard, de derde spreker, gaat dat vanmiddag wat meer uit de doeken doen, maar ik wil in ieder geval al op dit gegeven wijzen.

Laat ik beginnen met een citaat uit Johannes 5. Laten we zoveel mogelijk de Schrift zelf aan het woord laten. Daar verklaart Jezus zelf in vers 28: "Verwondert u hierover niet, want de ure komt dat allen die in de graven zijn naar zijn stem zullen horen." Hij heeft het dan over de Zoon van God, Hemzelf dus. "Naar zijn stem zullen horen en zij zullen uitgaan." Dat wil zeggen: uit de graven. "Wie het goede doen tot opstanding van leven." Ik geef het nu even weer zoals het er letterlijk staat: tot opstanding van leven. Namelijk — en dat lees je in heel Johannes, bijvoorbeeld in Johannes 6 vers 40 — het gaat over dat eeuwige leven. Ook alweer zo'n heel verkeerd verstaan begrip. Het eeuwige leven heeft te maken met de eeuw, met aion en aionen. Zij die het goede doen, zullen opstaan. Wat dat goede precies is, daar hebben we het nu even niet over, maar het gaat erom dat daar een verschil gemaakt wordt. Wie het goede doen, zullen tot opstanding van leven komen, namelijk het leven van de toekomende eeuwen. Denk dat woordje 'eeuwigheid' even helemaal weg; dat kent de Bijbel niet. De Bijbel spreekt over eeuwen, aionen en wereldtijdperken. Er is een opstanding van leven waarin zij die het goede doen, zij ook die geloven, deel zullen hebben.

Maar er is ook een andere opstanding, namelijk voor wie het kwade verrichten. Dat is in ieder geval ook ongeloof, dat wil zeggen: verwerpen wat God gesproken heeft. Wel, die zullen ook opstaan, maar dat is een opstanding van oordeel. Een opstanding om gericht te worden. "Een herrie als een oordeel," zeggen ze dan; een opstanding om gericht te worden. En ik kan u verklappen: dat is niet alleen een ander soort opstanding met een ander oogmerk, maar het is ook op een ander tijdstip. Dat zal namelijk plaatsvinden na de duizend jaren. Dat is een technisch begrip, maar zo spreekt Johannes daar ook over in zijn Openbaring. Dat zal plaatsvinden bij de grote witte troon. Dat dit zo is, is heel gemakkelijk te bewijzen, want dan neem ik u even mee naar het boek Openbaring. Dat is nogal makkelijk met PowerPoint; je kunt heel eenvoudig mensen meenemen van de ene Schriftplaat naar de andere. Ik hoef niet te wachten en dat scheelt weer een heleboel tijd voordat u ook gearriveerd bent bij die bladzijde.

In Openbaring 20 lees je dit — en ik zit nu misschien een klein beetje gras voor de voeten van Gerard weg te maaien, maar hij gaat dat straks juist toelichten. In die zin is het ook wel mooi dat het elkaar bevestigt en in elkaar grijpt. Daar staat: "Gelukkig en heilig is hij die deel heeft in de eerste opstanding." Apart gezet, want dat ben je dan echt: gelukkig en heilig. Over hen, zegt Johannes, heeft de tweede dood geen macht. Er wordt hier gesproken over een eerste opstanding. Dat is een opstanding uit de doden. Let op, daar gaat Gerard dus meer over vertellen: niet iedereen heeft daar deel aan. Dat zijn mensen die daartoe apart zijn gezet, die heilig zijn en ook gelukkig. Zij hebben al vóór de duizend jaar deel aan de opstanding. Het is een opstanding van leven; ze worden onsterfelijk. Over hen heeft de tweede dood geen macht. Dat is in tegenstelling tot hen die bij een latere opstanding horen. Als er een eerste opstanding is, dan is er dus ook een tweede opstanding; dat is na de duizend jaar. Degenen die aan die opstanding deel hebben, de opstanding van oordeel of van gericht, over hen heeft de tweede dood dus wél macht.

Dit is iets ingewikkelder, dat geef ik toe, maar blijf er even bij. Als je in datzelfde Openbaring 20 vers 5 leest, dan staat er: "De overige doden..." Dat wil zeggen zij die geen deel hebben aan de eerste opstanding. Terwijl anderen opstaan uit de doden, blijven alle overige doden liggen. De overige doden worden niet levend voordat de duizend jaren, die nog steeds toekomstig zijn, voleindigd zijn. Ja, echt waar. Als je dat gelooft, dan ben je een chiliast. Juist in de pauze hadden we het er nog even over — wie het was weet ik niet meer — maar voor sommige mensen is dat zo ongeveer een vreselijke vloek. Dat zijn mensen die geloven dat de duizend jaren en de binding van Satan, om de volkeren niet te verleiden, nog toekomst is. Nou, zo'n vreselijk iemand ben ik, en ik denk dat er hier nog wel meer in de zaal zitten.

In ieder geval: die overige doden worden ook weer levend, maar op een ander tijdstip. In ieder geval een hele portie tijd later, namelijk na de duizend jaren. Dat is bij de opstanding bij de grote witte troon. Zij worden opgewekt voor het oordeel om gericht te worden. Daar worden de dingen gecorrigeerd. Maar er staat ook: degenen wier naam niet staat in het boek des levens, worden geworpen in de poel van vuur; dat is de tweede dood. Dat betekent dat zij voor een tweede keer sterven. Dat is de tweede dood, en feitelijk is die opstanding bij de grote witte troon niets anders dan een onderbreking van de dood. Ze waren dood, ze staan op om gericht en gecorrigeerd te worden, en vervolgens wordt de dood weer voortgezet. Dat is de tweede dood. Die opstanding bij de grote witte troon is dus een onderbreking. Waarom moesten ze dan nog gecorrigeerd worden, zult u zich afvragen. Maar dat is zo mooi: God heeft met alles een doel. Ik weet dat een heleboel mensen denken dat het dan 'einde oefening' is; dat het met degenen die in de tweede dood terechtkomen nooit meer goed komt. Maar dat brengt me bij het laatste punt.

Het Goede Bericht: in Christus Zullen Allen Levend Gemaakt Worden ↑ hoofdstukken

Want ik heb een goed bericht. Namelijk dat de dood niet het laatste woord heeft. Ongeacht of dat nu de eerste of de tweede dood is, de dood heeft niet het laatste woord. Integendeel: leven! In datzelfde 1 Korinthe 15 waar ik al eerder uit citeerde, wordt dat duidelijk naar voren gebracht. Ik neem u mee en zojuist heeft Goswin dat vers ook al geciteerd. Het is eigenlijk een geweldig motto. Daar worden dingen zo duidelijk, zo helder, zo centraal en zo simpel te begrijpen neergezet; daar kun je niet onderuit. En ik zeg erbij: ik wil er ook niet onderuit. Ik vind dit een goed bericht. "Evenals in Adam allen sterven" – dat is geen goed bericht, dat weet ik. Maar het is een gegeven en bovendien een ervaringsfeit. Wij zijn allemaal, zoals we hier zitten, stervelingen. We lopen met de dood in onze schoenen en we zijn bezig dood te gaan. Dat is een gegeven. Voor alle nakomelingen van Adam geldt dit. De vergelijking moet echter afgemaakt worden. "Evenals in Adam allen sterven..." Zijn dat allen? Yes! Nou, zo zullen ook in Christus... niet allen in Christus (let op!), maar in Christus allen, diezelfde allen. Allen sterven, allen worden levend gemaakt.

Ik ga er eigenlijk ontoelaatbaar snel doorheen, maar goed, Paulus heeft het zo opgetekend. Ik lees het voor met een paar dingen ter toelichting. Paulus zegt dat allen levend gemaakt zullen worden; dat wil zeggen allen die in Adam sterven. En dat is in Christus. Maar, zegt hij, niet allemaal tegelijk: ieder in zijn eigen afdeling, in zijn eigen rangorde. En dan zegt hij: "Christus als eersteling". Ik had het er zojuist al even over. Ik moet er trouwens nog bij zeggen: Christus was niet de eerste die opstond, hoor. Nee, er waren meer mensen. Ik zeg niet dat het er al te veel geweest zijn, maar er zijn heel wat namen te noemen van mensen die al vóór Christus waren opgestaan. Maar waarom heet Christus dan een eersteling? Wel, omdat Christus de eerste was die opstond om nooit meer te sterven. Hij stond op in onsterfelijkheid. Hij stond op in onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht – uitdrukkingen die ontleend zijn aan vers 40, 41 en 42 daar in de buurt. In die zin is Hij de eersteling. Als Paulus het hier over levendmaking heeft, dan heeft hij het over de levendmaking waarvan Christus het model en de eersteling is. Hij heeft het hier dus niet over opstaan om weer opnieuw te sterven, waar ik het zojuist ook even over had, weet u wel? Over de opstanding van oordeel. Nee, hij heeft het over levendmaking zoals Christus. Wel, Hij was de eersteling. Dat is inmiddels een historisch feit; tweeduizend jaar geleden ligt dat achter ons. Je kunt naar buiten de poorten van Jeruzalem gaan... nou ja, de precieze locatie is nog een verhaal apart, maar u begrijpt me. Het is historisch: het graf is leeg, er waren honderden getuigen. Hij is er! Eens voor altijd leeft Hij. Hij is de enige die op dit moment onsterfelijkheid heeft.

Maar daar blijft het niet bij. Vervolgens – dat is de volgende rangorde, de volgende afdeling – komen "die van Christus zijn in zijn parousia". Dat is het mooie onderwerp van Gerard straks, na de lunch. Dat is de volgende afdeling: die van Christus zijn. Het is trouwens ook niet allemaal op één moment, maar daarover straks dus meer. En daarna: het einde. Ja, want als je nu deze twee afdelingen gehad hebt – Christus als eersteling en vervolgens die van Christus zijn – dan zijn er nog steeds mensen over. Want allen die in Adam sterven, worden levend gemaakt. Dus allen die niet van Christus zijn, zijn daarmee nog niet levend gemaakt. En wanneer gebeurt dat dan? Nou, "daarna het einde". Van wat? Wel, hij had het over de rangorden van levendmakingen. Niet allemaal tegelijk, ieder in zijn eigen afdeling. "Daarna het einde" wil zeggen: de laatste afdeling. Het is het einde van de levendmakingen zoals Christus is levend gemaakt. En wanneer zal dat zijn? Dat zegt Paulus er ook bij: dat zal zijn wanneer Hij, Christus, het koninkrijk aan God, namelijk de Vader, overdraagt, en wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht buiten werking gesteld zal hebben.

Want, zo staat er: "Hij moet als koning heersen totdat..." Dat is heel opmerkelijk. Dan stel je de vraag: "Hé, maar staat er niet ergens in de Bijbel, of in onze Bijbelvertalingen, dat Hij zal heersen tot in alle eeuwigheden?" Ja, dat is niet zo moeilijk, hoor. Maar kijk het maar na in de Statenvertaling of de NBG-vertaling; dan zul je heel wat schriftplaatsen vinden waarin dat soort terminologie gebezigd wordt. Daar kom je nooit uit als je niet weet wat "eeuwig" is. Want ja, of Hij heerst tot in alle eeuwigheden – daar komt toch moeilijk een eind aan, zou je zeggen. Dat lijkt me de strekking van zo'n uitdrukking. Of Hij moet heersen totdat. Hoe zit dat? Het antwoord is: als je weet wat "eeuwig" is, dan is het niet eens een vraag. Hij moet heersen in de toekomende eeuwen. De toekomende eeuw, dat zijn die duizend jaren, en ook de eeuw daarna, waar Openbaring 21 en 22 over spreken; daarin zal Hij ook heersen. Maar zijn heerschappij heeft een "totdat". En wat is dan zijn laatste regeringsdaad? Dat is bij het einde; dat is die laatste levendmaking. Let op, want Hij moet als koning heersen totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. En dat moet inderdaad voorbij Openbaring 21 en 22 zijn, want in die laatste hoofdstukken van de Openbaring heerst Christus nog, terwijl hier staat: "Hij moet als koning heersen totdat..." Maar weten we waarom? In Openbaring 21 en 22 heerst Christus nog, maar er is ook nog sprake van de dood, namelijk van hen die niet van Christus zijn en die daar nog steeds dood zijn. Nou, zegt Paulus: "De laatste vijand..."

De Laatste Vijand Tenietgedaan: God Alles in Allen ↑ hoofdstukken

Dat is het einde, hè? De laatste vijand die buiten werking gesteld wordt, dat is de dood. Waarover heeft Paulus het nu bij die laatste levendmaking? Want als de dood buiten werking gesteld wordt, wat is daarvan het resultaat? Dan is er geen dood meer. Pardon, dan leven allen. Als er geen dood meer is, dan leven allen. Of omgekeerd, dat kun je net zo goed zeggen: als allen levend gemaakt zijn — allen die in Adam sterven — als die levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. Toch? Dat is de logica.

Hij heeft het over de levendmaking van allen in afdelingen, en pas aan het einde, als Christus het koninkrijk zal overdragen en aan Zijn heerschappij een einde is gekomen, zal dat geschieden. Dat zal zijn na de laatste daad, als de laatste vijand tenietgedaan zal zijn: de dood. En dat wil zeggen dat Hij dan allen levend maakt; degenen die tot dan toe niet levend gemaakt zijn, oftewel degenen die niet van Christus zijn.

De laatste vijand die buiten werking gesteld wordt, is de dood. En dan zegt Paulus in vers 28 van 1 Korinthe 15: 'Wanneer alles Hem dan ondergeschikt is, dan zal ook de Zoon zelf aan Hem ondergeschikt worden.' Hier moet nog het woordje 'worden' aan toegevoegd: zal ook de Zoon zelf aan Hem ondergeschikt worden die Hem alles ondergeschikt heeft. Dat wil zeggen: aan God. Bij God begon het en bij God eindigt het. Want dan zal God worden alles in allen. Wie zijn die 'allen'? Dat zijn die allen die in Adam sterven, maar in Christus levend gemaakt zullen worden.

En dat betekent dus dat de dood waar Goswin over gesproken heeft, die vijand, compleet tenietgedaan wordt. Hij is overwonnen vanwege die Eersteling die inmiddels onsterfelijkheid aan het licht gebracht heeft, eens voor altijd. Maar Hij is de garantie dat eens de dood helemaal buiten werking gesteld zal zijn, namelijk dat allen zullen leven in onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht, zoals Christus de Eersteling. Ja, en dan zal God worden alles in allen. En dat is nog weer een thema op zich, wat dat allemaal betekent. Maar in ieder geval gaat het me nu vooral om de reikwijdte: het is in allen. In allen!

En daarmee is dus gezegd: God is de levende God. Dat betekent niet alleen maar dat Hij leeft, maar Hij maakt ook levend. Hij maakt aan de dood een einde. Dat is zo'n geweldig bericht aan elke sterveling, wie dan ook. Voor al die miljarden mensen hebben we een goed bericht. Ze zijn stervelingen, dat kan niemand ontkennen, dat weet iedereen. Met dat gegeven hebben we te dealen. Maar er is Één die opstond, die werd opgewekt. En Hij is de garantie dat jij, jij, jij en al die miljarden anderen op Gods tijd, ieder in zijn eigen rangorde, zal worden levend gemaakt. Want God is de levende God en Hij maakt allen levend.

Paulus zegt in 1 Timotheüs 6 — ik ga even voorbij aan het verband — maar daar bindt hij Timotheüs iets op het hart. Hij zegt het in het zicht van de God. Let op: de God, die ene. De God die allen levend maakt. Dat is de God die we kennen. Dat is de God van de Bijbel. Dat is het uitzicht en de bodem waarop we staan, de rots waarop we bouwen. Kortom, dat is alles. Dat is met recht Evangelie. En daar wilde ik het bij laten. Dank u wel.

🎧 Garderen - opstanding van doden (André)
Delen: