GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

alle mensen! (2) – hoe ‘eeuwigheid’ het Evangelie verduistert

05-11-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op donderdag 4 november 2021 in Nunspeet

Het vertaalwoord ‘eeuwigheid’ in de gangbare bijbelvertalingen is niet slechts fout of inconsequent. Het is nog veel erger. Het is fataal omdat het onmogelijk maakt de impact en reikwijdte van het Evangelie te zien.

deel 1
deel 2
deel 3

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie betoogt dat het traditionele concept van een eindeloze 'eeuwigheid' de Bijbelse boodschap dat God alle mensen redt, verduistert. Door een woordstudie van het Hebreeuwse 'Olam' en het Griekse 'Aion' wordt aangetoond dat deze termen verwijzen naar wereldtijdperken (eeuwen) met een begin en een einde. Zaken als eeuwige straf of de heerschappij van Christus hebben daardoor betrekking op een specifieke toekomende eeuw en zijn niet eindeloos. Uiteindelijk zullen deze wereldtijdperken voltooid worden, waarna de dood wordt tenietgedaan en God alles in allen zal zijn.

“Kijk, wanneer 'eeuwig' of 'eeuwigheid' echter 'eindeloos' of 'eindeloosheid' betekent, dan worden straf, vuur, verderf, pijniging en dood uitzichtloze begrippen.”

Introductie en Terugblik op Vorige Studie ↑ hoofdstukken

Een hele goede avond ook van mijn kant, en dankjewel voor het welkom Frank en Christine, en de kinderen. Het is mij een groot genoegen om wederom hier in Nunspeet deze studie te mogen verzorgen onder dat prachtige, alomvattende thema, letterlijk en figuurlijk: Alle mensen! Als je het zo zegt, dan denk ik dat ik het aardig heb samengevat. Want het gaat inderdaad over zowel de voorgaande avond als deze avond, alsook over een maand wanneer we, zo de Heer wil, opnieuw weer een Bijbelstudie gaan houden. Allemaal valt dat onder deze titel: Alle mensen.

In dit geval gaan we ons deze avond bezighouden met de ondertitel: Hoe 'eeuwigheid' het Evangelie verduistert. Een klein beetje van dat onderwerp is de vorige keer al aan de orde gekomen, maar dat verdient, dat weet ik zeker, een veel uitgebreidere bespreking. Laat ik eerst eventjes, al was het maar voor degenen die hier de vorige keer niet bij waren of de vorige studie niet beluisterd hebben, een korte terugblik geven. Maar voor ons allemaal is het eens nuttig om het nog eventjes in herinnering te roepen; het is inmiddels alweer een maand geleden.

Laten we ons nog even bepalen bij wat we de vorige keer hebben gezien. Toen was het subthema: Eind goed, al goed? met een vraagteken. Want dat is in feite wat de vraag is van deze avonden: loopt het uiteindelijk met heel de geschiedenis van het universum, van het al, uiteindelijk allemaal goed af? Ja of niet? Of voor sommigen, of voor mijn part voor velen, is het eind goed, al goed? We hebben daar een aantal dingen bij vastgesteld en ik wil een zevental punten nog eventjes noemen die feitelijk aardig samenvatten wat we toen hebben besproken.

Ik ben toen begonnen met een frase die reformatorische protestantse christenen elke zondag horen in de kerk, namelijk die woorden waar de kerkdienst dan mee aanvangt. Deze woorden zijn ontleend aan Psalm 138: "Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt en die nooit laat varen de werken zijner handen." De werken van Zijn handen, ja dat is heel breed. Dat is in feite de hele schepping. Dat is wat Hij tot stand gebracht heeft. De verzekering dat God getrouw is en dat Hij dat wat Hij begonnen is ook nooit laat varen, is feitelijk het antwoord op de vraag "Eind goed, al goed?". Jazeker. Waarom? Wel, Hij is de Schepper, de Bedenker, de Creator, de Uitvoerder, en Hij laat nooit varen het werk van Zijn handen. Dat laat Hij niet gaan.

Daarbij kwamen nog een aantal andere overwegingen die rechtstreeks of indirect vanuit de Schrift ons worden aangereikt. Het zijn van die vanzelfsprekendheden; dat wil zeggen, als je de Bijbel leest, ongeacht waar je hem openslaat, kom je altijd in aanraking met een God die werkelijk God is. Een God die alles in Zijn hand heeft en bij wie ook nooit iets misgaat. Eigenlijk, als ik het zo zeg, geef ik daarmee ook antwoord op de vraag: bij God gaat er nooit iets mis, en dus brengt Hij alles daar waar Hij het hebben wil.

Hij is alwetend en bovendien ook almachtig, dus God komt nooit voor verrassingen te staan. Hij is degene over wie we in het boek Jesaja lezen dat Hij van den beginne reeds de afloop verkondigt. Dat wil zeggen dat Hij niet alleen alles in de hand heeft, maar dat Hij dus ook alle dingen kent. Hij is alwetend en dus loopt God ook nooit een risico, zoals een mens dat wel doet. Je loopt risico's omdat je niet precies weet wat er allemaal te wachten staat, maar zo is God niet. Dus er bestaat niet zoiets als een 'bedrijfsongeval' voor Hem, als ik het even oneerbiedig mag formuleren. God is almachtig; wat Hij wil, dat kan Hij bereiken. "Wat Zijn liefde wil bewerken, dat ontzegt Hem Zijn vermogen niet", zegt het lied, en dat vat het keurig en perfect samen.

We hebben ook vastgesteld dat er in de Bijbel niet zoiets bestaat als een eindeloze toorn, straf of oordeel. Bij God is Zijn toorn, als Hij toornt, altijd proportioneel. Altijd in die proporties die nodig zijn voor het bereiken van Zijn doel. Het is altijd ook ter correctie, om de dingen recht te zetten. Het is nooit een doel op zich. Het hele idee van een eindeloze toorn is zo wezensvreemd aan de God van de Bijbel dat ook dit weer zo'n antwoord is op die vraag van "Eind goed, al goed?".

Dan nog zo'n gegeven: in de Bijbel is het zo dat als je leest over het verlorene, dat altijd weer gevonden wordt. We zijn daar ook wat dieper op ingegaan. Als er sprake is van verlorenheid, dan is dat niet alleen de tragiek van het verlorene zelf. Nee, dan is er sprake van een Verliezer. Namelijk, God Zelf is iets kwijt. Je ziet dat heel uitdrukkelijk in de gelijkenissen in Lucas 15 van het verloren schaap, van de verloren penning en van de verloren zoon. Dan zie je dat de eigenaar, de vader of de herder iets kwijt is, en dan is het daarom ook zijn belang om dat te zoeken en zijn eer om het te vinden. En dat doet Hij ook. Je leest van het verloren schaap dat de herder het gaat zoeken totdat hij het verlorene gevonden had. Al het verlorene wordt in de Bijbel weer gevonden. Er bestaat dus niet zoiets als een eindeloze verlorenheid, en dat maakt het Evangelie ook werkelijk een Evangelie.

God wil alle mensen redden en zo lezen we: Hij is ook een Redder van alle mensen. Paulus schrijft beide dingen in de Timotheüsbrief. Dit is trouwens een item waar we de volgende keer wat dieper op in willen gaan, waar de apostel Paulus in zijn brieven heel specifiek ingaat op het lot van heel het mensdom. Dus ik laat dat nu verder ook wat rusten; we gaan hier de volgende keer wat dieper op in.

En ja, de samenvatting van het geheel en van Paulus' betoog in de Romeinenbrief hoofdstuk 9, 10 en 11, is dat hij in aanbidding neervalt als hij de wegen van God heeft onderzocht. Hij zegt dat die wegen onnaspeurlijk zijn en Zijn oordelen ondoorgrondelijk. Maar hij zegt ook: alles is uit God, maar ook door Hem en ook weer tot in Hem. Zoals alles uit Hem voortkomt, zo is ook alles weer tot in Hem. Dat wil zeggen: de oorsprong bepaalt de bestemming en ondertussen is Hij degene die dat alles ook bestuurt. Het bestaat allemaal door Hem. Hij is God, Hij plaatst dat alles. Nou, dat is samengevat datgene wat we de vorige keer hebben bezien.

De Belangrijkste Blokkade: de Leer van Eeuwige Verlorenheid ↑ hoofdstukken

Nou, deze avond wil ik datgene bespreken waarvan ik absoluut zeker ben en waar ik de afgelopen dertig jaar telkens weer mee ben opgestaan. Dat wat we vanavond gaan bespreken, is de belangrijkste blokkade om dat waar ik het zojuist over had – die zeven punten en dat Evangelie, dat geweldige perspectief dat bij God uiteindelijk alles goed komt – om dat niet te zien. De belangrijkste blokkade om werkelijk te geloven dat 'eind goed, al goed' is, dat is waar we het vanavond over moeten hebben.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit onderwerp zo essentieel is, en ook zo vanzelfsprekend in het hele relaas van de Schrift, van begin tot eind zoals we God kennen, dat dit eigenlijk niet eens ter discussie hoefde te staan. Dit is zo logisch en zozeer verweven met hoe we God leren kennen in de Bijbel, dat je je afvraagt: hoe kan dit überhaupt ter discussie staan? Nou, er is een hele belangrijke reden voor en daar moeten we het over hebben, namelijk een blokkade om dit te zien.

Ik heb hier een stukje overgenomen in deze afbeelding, en dat is uit een boekje van een bekende Nederlandse bijbelleraar, Willem Ouweneel. Hij schreef dit in 1975 en dit vat het best wel goed samen. Hij tekent trouwens ook meteen de heftigheid waarmee dit onderwerp omringd is. Ik meen dat ik dit boekje in 1976 of 1977 al in mijn bezit had; ik heb het destijds als jonge jongen al heel erg bestudeerd. Ergens op pagina 9 lees je dan dit. Hij heeft het over verschillende leringen over de verzoening en dan zegt hij tenslotte bij punt 4 iets over de alverzoening. Let eens op hoe hij daarover schrijft.

Alverzoening is waar we het eigenlijk over hebben. Meestal wordt het gebruikt als een scheldterm, een ketterij: 'de alverzoening'. Maar waar ik het zojuist over had, van 'eind goed, al goed', dat is in feite de samenvatting van de leer van de alverzoening. Ouweneel denkt daar echter heel anders over. Hij schrijft: "De alverzoening, dat is de afschuwelijke leer dat uiteindelijk alle mensen zalig worden." Dan heb ik even de neiging om stil te zijn. Pardon? Een afschuwelijke leer?

Nou ja, ik lees even verder: "...huns ondanks of via een zogenaamde tweede kans." Dat 'huns ondanks' betekent dan dat de alverzoening zou zeggen dat alle mensen zalig worden, of ze dat nu willen of niet. Of eventueel via een zogenaamde tweede kans. Ouweneel vervolgt: "Dit is in volslagen strijd met de Schrift, die een tweede kans ontkent en er volkomen duidelijk over is dat een aantal mensen voor eeuwig verloren zal gaan."

Ja, dit is natuurlijk waar het allemaal om gaat: dat 'eeuwig verloren'. De Bijbel is er volgens hem volstrekt helder in, volkomen duidelijk, dat een aantal mensen – ongeacht nu even de vraag of dat er veel of weinig zijn, maar in ieder geval een x-aantal mensen – voor eeuwig verloren zal gaan. Dat is wat Ouweneel ervan zegt. Dit is dus de belangrijkste reden die hij meteen in die zinnen geeft: waarom dit zo'n afschuwelijke leer is en waarom die leer ook niet kan kloppen. Het moet immers al duidelijk zijn dat de Bijbel spreekt over een eeuwige verlorenheid.

Overigens moet ik erbij zeggen dat wat hier staat over 'huns ondanks' – dat is niet zo alledaags Nederlands, maar het betekent: of ze dat dan willen of niet – of via zo’n zogenaamde tweede kans, in beide gevallen geen Bijbelse omschrijving is van wat alverzoening is. Misschien moeten we het daar de volgende keer nog eens over hebben, want ook ik geloof niet dat de Schrift leert dat mensen zalig worden of ze dat nu willen of niet. En ook niet omdat ze een tweede kans krijgen; ik geloof trouwens niet eens in een eerste kans. Alsof redding of verzoening een kwestie is van een loterij, een kans, of iets wat de mens wil. Dat staat er los van.

Afijn, het gaat natuurlijk nu even om die eeuwige verlorenheid. Kijk, het punt is dit: men kan het Evangelie van de Redder van allen – die boodschap dat uiteindelijk alles goed komt, eind goed, al goed – niet zien en geloven als er zoiets bestaat als een 'eeuwige' verlorenheid. De veronderstelling is dan dat 'eeuwig' eindeloos betekent. Daar gaan we het ook over hebben. Het kan niet beide waar zijn: als het 'eind goed, al goed' is, dan kan er niet zoiets bestaan als een eeuwige verlorenheid in de zin van een eindeloze verlorenheid. Het is het één of het ander.

Dus als je het ene ziet, bijvoorbeeld wat we de vorige avond hebben besproken, dan bestaat er dus niet zoiets als een eindeloze verlorenheid. En omgekeerd ook: als er zoiets bestaat als een eindeloos verloren gaan, zoals Ouweneel vaststelt, dan kan er niet zoiets zijn als een eeuwig 'eind goed, al goed'. En het punt is dat Ouweneel vaststelt dat de Bijbel op allerlei wijze overal wel degelijk spreekt van 'eeuwig'. Ik noem eens een paar termen: de 'eeuwige straf' in Mattheüs 25, of een 'eeuwig vuur' in Mattheüs 18 en Judas 7. Misschien dat we daar na de pauze nog even op terugkomen. Andere termen zijn een 'eeuwig verderf' of 'tot in alle eeuwigheden' in Openbaring 20.

Ik zou nog zoveel meer voorbeelden kunnen geven waar gesproken wordt over oordeel, over straf, zonde en dood, allemaal in verband met 'eeuwig'. Kijk, wanneer 'eeuwig' of 'eeuwigheid' echter 'eindeloos' of 'eindeloosheid' betekent, dan worden straf, vuur, verderf, pijniging en dood uitzichtloze begrippen. Want daar komt dan nooit meer een einde aan; het is eindeloos. Dat is de consequentie van die invulling van dat woord 'eeuwigheid'. En de grote vraag waar we het vanavond over hebben, is dus wat dat werkelijk betekent.

De Werkelijke Betekenis van Eeuwigheid en Aion ↑ hoofdstukken

De grote vraag is: wat betekenen 'eeuwig' en 'eeuwigheid'? Dat is de kernvraag. Het lijkt misschien een open deur intrappen, maar ik zal u vertellen dat daar echt duidelijkheid over moet zijn. Het blijkt namelijk heel anders te zijn dan ons altijd is wijsgemaakt. Dat klinkt misschien wat arrogant of overdravend, maar ik hoop dat in de loop van de avond ook echt aan te tonen.

Kijk, ruim 600 keer komen we in de Statenvertaling woorden tegen die beginnen met 'eeuw'. Denk aan 'eeuwigheid' of 'eeuwigheden', 'eeuw' en 'eeuwen', of 'eeuwig' als bijvoeglijk naamwoord. Er zijn nog wat andere varianten, maar dit zijn de belangrijkste. Ruim 600 keer komen we dat tegen. In het Oude Testament, dat geschreven is in het Hebreeuws, is dit vrijwel altijd de vertaling van Olam. In het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is 'eeuw' of 'eeuwigheid' de vertaling van Aion, waarvan de bijvoeglijke vorm Aionios is.

Wat is daar nu precies het probleem mee? Welnu, Olam in het Hebreeuws en Aion in het Grieks worden vertaald met 'eeuwigheid'. Dat betekent eindeloos; dat is althans de betekenis die wij daaraan toekennen. Als wij zeggen dat iets een eeuwigheid duurt, dan bedoelen we daarmee dat het eindeloos is. Zelfs als je het overdrachtelijk gebruikt in de zin van een hyperbool, een overdrijving, dan blijft de eigenlijke betekenis die van eindeloos. Ook al zeg je: "Ik stond bij dat stoplicht en ik moest een eeuwigheid wachten", dan gebruik je het metaforisch, maar niettemin is de eigenlijke betekenis van eeuwigheid 'eindeloos'.

Maar datzelfde woord—Aion of Olam—wordt ook vertaald met 'eeuw', en dat is een wereldtijdperk. Je hebt dus Olam of Aion en dat wordt vertaald met 'eeuwigheid', maar ook met 'eeuw'. De grote vraag is: hoe kan dat? Want de vraag is dan: heeft een Aion of Olam nou een einde of niet? Als je het vertaalt met 'eeuwigheid', dan zeg je dat een Aion of Olam geen einde heeft. Dat lees je dan in de vertaling. Maar het wordt namelijk ook vele, vele keren vertaald met 'eeuw' of 'eon'. Dat ene Griekse of Hebreeuwse woord wordt dus op twee totaal verschillende manieren weergegeven.

Laten we, voordat we de Bijbel erop naslaan en echt de concordantie gaan gebruiken om te kijken hoe de Bijbel dat woord feitelijk gebruikt, eerst eens wat naslagwerken raadplegen. Daar zijn ze immers voor. Neem de Winkler Prins Encyclopedie, de editie van 1950. Daar staat op bladzijde 797 over het woord Aion het volgende: "Aion, aeoon betekent niet eindeloze duur maar tijdperk." Dit is een onverdachte bron. Het is niet theologisch gekleurd, het is gewoon een neutraal naslagwerk dat iets zegt over de betekenis van dat woord Aion. En het zegt daarbij: het is niet eindeloze duur, maar een tijdperk.

Ik heb hier ook een verwijzing naar de Bijbelse Encyclopedie uit 1982. Daar lees je dit over het woord Olam: "Het Hebreeuwse Olam waarvan in het Oude Testament 'eeuwigheid' de vertaling is, heeft dus de betekenis van een zeer lange tijd." U zegt misschien: "Ja, dat is een eeuwigheid ook." Jawel, een eeuwigheid is inderdaad een zeer lange tijd, maar omgekeerd is een zeer lange tijd nog niet een eeuwigheid. Een mus is een vogel, maar een vogel hoeft niet altijd een mus te wezen.

Trouwens, in het spraakgebruik staat de tijd ook altijd tegenover de eeuwigheid. We spreken over 'tijd en eeuwigheid'. Als een mens sterft, dan zeggen we in het gangbare spraakgebruik dat het tijdelijke wordt verwisseld voor het eeuwige. Daarmee bedoelen we dat er geen eind aan komt. In het spraakgebruik staan die twee dus tegenover elkaar. Maar ik zal u dit vertellen: de Bijbel spreekt ook over 'eeuwige tijden'. Dat is interessant, nietwaar? Dat zoeken we nog wel uit.

Dit geeft even een algemene indruk van de naslagwerken. Ik zou er nog veel meer kunnen aanhalen, maar ik denk niet dat dat veel toevoegt. De algemene strekking in de naslagwerken die iets zeggen over het Grieks en het Hebreeuws, is dat u dit altijd zult terugvinden over Aion en Olam. Goed, nu is de vraag...

Het Bijbelse Gebruik van het Woord Aion Onderzocht ↑ hoofdstukken

Wat zegt de Schrift? Want uiteindelijk kun je de betekenis van een woord altijd opmaken uit de wijze waarop het gebruikt wordt. Daarom vind ik een concordantie zo belangrijk. Een concordantie is niets anders dan een trefwoordenregister. Als je wilt weten wat het woordje aion of olam betekent, dan kijk je waar dat woord voorkomt. Voor het gemak beperk ik me nu vooral tot het Griekse aion. Je kijkt waar dat Bijbelse woord wordt gebruikt en we zoeken dat eens op. Dan doe je een aantal heel opmerkelijke ontdekkingen.

Er staat bijvoorbeeld in 1 Korinthe 2 vers 7 dat er gesproken wordt over 'vóór de aionen'. Ik skip nu even de vertaling en ga direct terug naar de grondtekst, waar wordt gesproken over de aionen. Paulus spreekt daar over 'vóór de aionen'. Dat is een heel eigenaardige betekenis – al is dit in Bijbels spraakgebruik niet eigenaardig, want we vinden veel meer van dat soort uitdrukkingen. Het betekent gewoon dat de aionen een aanvang hebben en dat daar ook iets was dat daaraan voorafging. Dat is wat 'vóór de aionen' betekent. Als u de vertaling ernaast legt, staat er waarschijnlijk: 'van alle eeuwigheid af'. Dat is de vertaling, maar er staat gewoon 'vóór de aionen'.

In Efeze 3 vers 9 wordt er gesproken van 'aionen her'. Dat wil zeggen dat het gaat over de aionen die inmiddels al gepasseerd zijn. Dat is ook interessant. Het betekent dus dat er aionen achter ons liggen. De aionen hebben een aanvang en er liggen inmiddels ook al een aantal aionen achter ons. De Bijbel spreekt ook over 'het einde van de aion'. Stel je voor dat de vertalers dit woord aion hier zouden hebben weergegeven zoals ze het elders heel dikwijls doen: met 'eeuwigheid'. Dan zou je de constructie krijgen: 'het einde van de eeuwigheid'. Dat is absurd en bizar, want het kenmerk van eeuwigheid in het algemene spraakgebruik is juist dat het geen einde heeft. Het einde van de eeuwigheid, dat is wartaal. Daar snap je niets meer van.

Ziet u hoe problematisch dat woordje 'eeuwigheid' is? Men heeft dat woord ingevoerd in de vertaling, maar men heeft dat niet consequent gedaan. Men kon dat zelfs niet consequent doen, want dan zou je inderdaad hier de vertaling krijgen van 'het einde van de eeuwigheid'. Ik ken vertalingen die het wel consequent weergeven. Het allermooiste, of eigenlijk het allermakkelijkste, is om het woord gewoon onvertaald te laten. Dan zeg je gewoon aion.

Dat zie je in het Engels trouwens ook. Neem de Young's Literal Translation. Dat is een nogal letterlijke vertaling en die geeft het woordje aion, maar ook olam, altijd weer met age of ages, in de zin van eeuwen. Er zijn ook Nederlandse vertalingen die dat op die manier doen en gewoon altijd spreken over 'eeuw' of 'eeuwen'. Eigenlijk maakt het niet uit hoe je het vertaalt, áls je het maar consequent doet. Want zo leer je de betekenis kennen. Je zou het zelfs met 'blub' kunnen vertalen – dat is een beetje gek natuurlijk, maar ik bedoel te zeggen: als je weet hoe het gebruikt wordt en je onderzoekt dat consequent, dan ken je de gedachte erachter.

De Bijbel spreekt over de 'toekomende aion'. In de toekomende aion is er sprake van het 'aionische leven', staat er dan. Dus er liggen aionen achter ons, de Bijbel spreekt over 'deze aion' die een einde heeft, maar de Bijbel spreekt ook over de 'toekomende aion'. Er volgt dus nog een aion of een wereldtijdperk. Het is grappig als je de kanttekeningen van wie dan ook erop naslaat; men is het er wel over eens dat als er zoiets staat, het over een wereldtijdperk gaat. De toekomende aion.

Maar dat is nog niet alles. De Bijbel spreekt niet alleen over de toekomende aion, een wereldtijdperk dat nog gaat komen, maar ook over toekomende aionen, meervoud. Er liggen dus aionen achter ons, die ooit hun aanvang hebben gehad, maar er liggen ook nog aionen – wereldtijdperken – in het verschiet. In Hebreeën 9 vers 26 spreekt de Bijbel zelfs over 'de voleinding van de aeonen'. De aeonen hebben dus een begin, maar ze hebben ook weer een einde; een voltooiing. Een culminatiepunt waarin alles tot voltooiing gebracht zal worden.

Een Visueel Overzicht van de Aionen (wereldtijdperken) ↑ hoofdstukken

Laat ik daar eens een plaatje bij projecteren. Wat ik zojuist weerga met een aantal teksten en referenties naar 'vóór de aionen', kun je heel visueel maken door er gewoon een kaart van te maken. De uitdrukking in Romeinen 16, die je overigens ook in 2 Timotheüs tegenkomt, spreekt over 'aeonische tijden'. Je moet er even aan wennen. Misschien ken je het woord nog van die oude tv-serie The Six Million Dollar Man, de man van zes miljoen; dat was een bionische man. Maar ik heb het niet over bionisch, maar over aeonisch. Aeonisch is de bijvoeglijke vorm van aeon. De aardigheid is dat je dit heel goed kunt weergeven met 'eeuw-ig', maar dan met een streepje tussen 'eeuw' en 'ig'.

Tegenwoordig schrijf ik dat consequent zo op in mijn Bijbel en als ik erover spreek, spreek ik het ook zo uit: eeuw-ig, met een duidelijke nadruk op dat streepje. Daarmee geef je aan dat 'eeuw-ig' te maken heeft met een eeuw; het refereert daaraan. Iemand die een jaar oud is, is jarig, en als iets een eeuw oud is, dan is het eeuw-ig. Met daarbij de belangrijke aantekening dat wanneer de Bijbel het heeft over eeuwen, het niet gaat over honderd jaar, maar over een wereldtijdperk, ongeacht de lengte daarvan. Paulus spreekt in zijn brieven diverse keren over aeonische tijden. De Statenvertaling spreekt over 'de tijden der eeuwen' en de NBG-vertaling spreekt van 'eeuwige tijden'.

Dat wil ik met een kaartje duidelijk maken, want je kunt het echt visualiseren. Er was sprake van een tijd 'vóór de aionen', het wereldbestuur. Voordat de aionen, de wereldtijdperken, een aanvang hadden genomen, was God daar en had Hij een voornemen. In 1 Korinthe 2 vers 7 lees je dat God een plan heeft voorbeschikt. In Efeze 3 zegt Paulus dat God een 'plan van aionen' heeft. Voordat de aionen hun aanvang hadden, had Hij dus een plan. Dat is geen willekeur; God is God, Hij kent de dingen en Hij heeft een plan van wereldtijdperken.

Wat ook blijkt, is dat die aionen synchroon lopen met werelden. Je hebt de schepping van de wereld, dat is die eerste aion. Petrus spreekt over de 'wereld van de voortijd', de wereld die verging in de dagen van Noach. Dat zijn de aionen die geweest zijn. In het schema geef ik telkens de tekstverwijzingen erbij, zodat u de schriftplaatsen kunt opzoeken waar deze termen in terugkomen. Verschillende werelden: de schepping van de wereld en de wereld vanaf Adam tot Noach, dat is de wereld van de voortijd.

Dan hebben we de aion van deze wereld, die de 'tegenwoordige aion' wordt genoemd. Dat is het huidige wereldtijdperk. Deze aion is begonnen in de dagen van Noach en loopt door tot aan de terugkeer van Jezus Christus. Dat is het einde van deze aion. Loopt deze aion werkelijk op zijn laatste benen? In ieder geval staat in het middelpunt van deze aion — deze wereldtijdperk — het kruis. Als je dit visualiseert, ontdek je geweldige dingen. Je ziet een handvol aionen en in het middelpunt van die aeonische tijden staat het kruis van Golgotha. Daar werkt God alles uit.

Wanneer deze aion ten einde is gebracht — de voleinding van de aion, de voleinding van deze eeuw — dan breekt een nieuwe aion aan: de komende aion. Dat is wat in de Bijbel de duizend jaren wordt genoemd, waarin Christus hier op aarde zal heersen, Satan gebonden zal zijn en Jezus Christus zal regeren vanuit Jeruzalem. Ook die komende aion heeft een einde — de duizend jaren duren immers duizend jaren — en die gaat uiteindelijk over in 'de aion der aionen'. Dat is de laatste aion, de overtreffende trap van de aionen die gaan komen.

Al deze termen zijn rechtstreeks ontleend aan het taalgebruik van de Schrift. Ik verzin dit niet; u kunt het allemaal zo terugvinden. Het woord 'eeuwigheid' zou hier alleen maar enorm hinderen. Stel je voor dat je spreekt over 'vóór de eeuwigheden' — wat is dat? De eeuwigheden die geweest zijn, de tegenwoordige eeuwigheid of de komende eeuwigheid? Dat is wartaal, dan snap je er niets meer van. Ga terug naar het taalgebruik van de Schrift. Spreek over aionen, wereldtijdperken of van mijn part over eeuwen; het wordt dan volstrekt helder.

Dit is de boze aion en die loopt op zijn eind. Wat er dan gaat gebeuren, is dat Christus de heerschappij op Zich gaat nemen. Hij zal heersen 'tot in de eeuwen der eeuwen'. Deze eeuwen zijn de komende aeonen. Die zijn zo overtreffend dat ze al het voorgaande overtreffen; vandaar 'de eeuwen der eeuwen'. Dat is een overtreffende trap, zoals het 'Lied der liederen' het meest voortreffelijke lied is, of het 'Heilige der heiligen' de meest heilige plaats is. Dit is een Hebreeuwse vorm van de overtreffende trap, die we in het Nederlands ook gebruiken, denk maar aan de 'Tocht der tochten'.

De wereldtijdperken die nog gaan komen, zijn overtreffend. De laatste aion, waarover je leest in Openbaring 21 en 22 — waar het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdaalt — volgt na de duizend jaren. Dat is de meest overtreffende trap: de aion der aionen. In Rotterdam geef ik momenteel een heel seizoen Bijbelstudies over deze laatste aion. Het is een geweldig onderwerp. Over de duizend jaren wordt nog wel eens wat gezegd en geschreven, maar de aion der aionen overtreft dat nog in tijd en in heerlijkheid. Hoe geweldig de duizend jaren ook zullen zijn, de aion der aionen overtreft dat nog weer ver. Beide aionen zijn echter wereldtijdperken waarin Christus zal heersen en daarom zijn ze overtreffend. Je had het eigenlijk al kunnen voorspellen dat dit zou komen. Zoals er een tijd was...

De Voltooiing van de Aionen en de Heerschappij van Christus ↑ hoofdstukken

De aionen, de wereldtijdperken, zullen ook worden voleindigd, voltooid. Dat is het ultieme waarover de apostel Paulus in de Korintiërsbrief, in 1 Korinthe 15, schrijft: dat de heerschappij van Christus ook ten einde zal komen. Hij moet heersen totdat. Dat is heel opmerkelijk wat ik nu zeg. Want als je de vraag stelt: hoe lang heerst Christus? Vraag het maar eens aan een gemiddeld christen die een klein beetje op de hoogte is van de Bijbelse dingen. Meestal zal je het antwoord krijgen – het antwoord dat trouwens ook in heel wat liederen staat – dat Hij zal heersen tot in alle eeuwigheden. In de Opwekkingsbundel zijn heel wat nummers te noemen waarin dergelijke termen worden gebruikt: Hij heerst eindeloos, Hij heerst voor eeuwig en eeuwig. Dat klopt wel als je weet wat het betekent, maar Paulus zegt in 1 Korinthe 15 dat Hij inderdaad moet heersen tot in de aionen. Hij heerst tot in de aionen der aionen, dat zijn deze aionen. Maar heerst Hij eindeloos? Nee, zegt Paulus: Hij moet heersen totdat.

Dat is een schriftplaats die ik de volgende keer ook nog specifiek voor het voetlicht zal brengen. In ieder geval staat er dat Christus zal heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten heeft gesteld. De laatste vijand die Hij tenietdoet, is de dood. En hoe doet Hij dat? Dat lees je dan ook in 1 Korinthe 15. Hij doet de dood teniet door alle mensen levend te maken. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt, iedereen in zijn eigen rangorde. Christus als Eersteling, daarna degenen die van Christus zijn in Zijn parousia, en dan het einde. Dat wil zeggen: wanneer de resterende, de laatste categorie ook levend gemaakt wordt. Als alle mensen levend gemaakt zijn, dan is de dood tenietgedaan.

Op dat moment lees je dat de Zoon een volmaakt koninkrijk aan Zijn God en Vader zal teruggeven en overdragen. Dan zal God zijn: alles in allen. Wanneer God alles wordt in allen, dan heerst Christus ook niet meer. Dat is dus voorbij deze aionen; dan is God geworden alles in allen. Inderdaad: eind goed, al goed. Ik hoop daarmee duidelijk te hebben gemaakt dat de aionen inderdaad een begin en een einde hebben en dat het woord 'eeuwigheid' hier zo'n hindernis, een barricade is. Het verblindt je. Dat was ook de titel: het woord eeuwigheid verduistert het Evangelie. Je kunt nooit zien dat God alles tot een goed einde gaat brengen en heel de wereld gaat redden als je vasthoudt aan het woord 'eeuwigheid'. Dan kun je niet zien hoe fataal dat woord is en hoe dat in de theologie het hele Evangelie feitelijk tenietdoet. Want de geweldige tijding is juist dat God alles op Zijn tijd voor iedereen wel en volmaakt tot een goed einde brengt. Dat kun je alleen maar zien als een aion werkelijk een wereldtijdperk is met een begin en een einde.

Tot dusver hebben we een aantal dingen gezien over dat woord eeuwigheid. Ik wil dat straks na de pauze nog even samengevat naar voren brengen. Ik denk dat het nu nog even teveel is om dat nu nog te doen, dus ik stel voor dat we dat even parkeren. Na de pauze gaan we verder met de bespreking van dit thema. Ik heb nog een aantal dia's als conclusie die ik toch nog even goed wil bespreken, dus het leek mij nuttig om dat even te reserveren voor na de pauze.

Vijf Belangrijke Conclusies over Aionen en het Eeuwige Leven ↑ hoofdstukken

Dat is geen correcte weergave van wat de grondtekst zegt, want die spreekt van olam of van aion. Ik denk dat we een vijftal belangrijke vaststellingen te gaan hebben en die wil ik graag eens opsommen.

In de eerste plaats dit: wat weten we nu eigenlijk over aionen? Nummer één is dat aionen in de Bijbel een begin en een einde hebben. De Bijbel spreekt over 'vóór de aionen' en de Bijbel spreekt ook over 'het einde van de aion', maar ook over de 'voleinding der aionen'. Kortom, het idee van een eeuwigheid spreekt dat direct tegen. Het idee van een eeuwigheid is juist dat het geen einde heeft. Men spreekt trouwens ook over de nimmer begonnen eeuwigheid; of je nu vooruitkijkt of achteruitkijkt, de eeuwigheid in de aardse filosofie heeft geen begin en geen einde. Dat is allemaal prima, maar dat is niet wat het woord aion behelst. Aionen in het algemeen hebben zowel een begin als een einde. Daarmee heb ik feitelijk ook gezegd dat het woord 'eeuwigheid' niet correct is. Het kan nooit dienen als vertaalwoord van het woord aion. Dat is uitgesloten.

Ten tweede: bij de terugkeer van Jezus Christus – want wij weten dat Hij terugkeert; Hij is heengegaan, maar Hij zou ook weer terugkeren – breekt er niet wat gewoonlijk een 'eindeloze eeuwigheid' wordt genoemd aan, maar waar de Bijbel van spreekt: dan breken de komende aionen aan. Eeuwen, wereldtijdperken. Het hele verhaal dat er bij de wederkomst 'eeuwig wel' of 'eeuwig wee' is in de traditionele zin van het woord – dus eindeloos goed of eindeloos niet goed – is absoluut niet de Bijbelse gedachte. Er zijn nog wereldtijdperken te gaan waarin Christus zal heersen, en dat breekt aan op het moment dat Hij eerdaags gaat terugkeren.

Dan nog een derde punt, dat is ook heel belangrijk. Het 'eeuwige leven' – die term kun je gewoon handhaven, alleen je moet hem, als je het correct zegt, wat 'stotterend' gaan uitspreken. Want dan begrijp je namelijk goed waar het over gaat. Namelijk dat 'eeuwig' te maken heeft met eeuwen. Het 'eeuw-ige' leven. Als je het zo formuleert, heb je eigenlijk al gezegd: "O, het eeuwige leven, dat is een leven dat kennelijk met een eeuw te maken heeft, of met een specifieke eeuw." Dat klopt ook. Het eeuwige leven is het leven van de komende eeuw, oftewel de komende aion. Het staat letterlijk zo beschreven in Lukas 18 vers 30. Zoek het zelf maar eens op. Daar lees je dat de Heer Jezus spreekt over de beloning die ten deel zal vallen aan degenen die Hem gevolgd zijn; Hij zegt dat zij in de toekomende eeuw, in de toekomende aion, het aionische of het eeuwige leven zullen ontvangen.

Het idee is dus niet dat er geen einde aan komt. Kijk, het leven dat God in petto heeft, het leven dat Christus aan het licht bracht – onvergankelijk leven – daar komt inderdaad geen einde aan. Maar dat is niet de betekenis van 'eeuwig' leven. Het leven gaat niet voorbij; de dood gaat voorbij. De dood wordt tenietgedaan, niet het leven. En als de dood tenietgedaan wordt, dan kan dat alleen maar betekenen dat daar onvergankelijk leven voor in de plaats komt. Iemand vroeg mij eens: "Komt er aan het eeuwige leven dan een einde?" Dan zeg ik: "Ja, niet aan het leven, maar wel aan de eeuw." In een lied dat ik vroeger weleens zong, kwam een zin voor: "Eindeloze eeuwen gaan voorbij". Dat is eigenlijk een innerlijke tegenstrijdigheid. Want hoe kan dat? Het was toch eindeloos? Maar goed, die eeuwen die eindeloos lijken, die gaan voorbij. Dat is waar, en dat geldt ook voor die toekomende eeuw; die gaat weer voorbij.

Ik vind het belangrijk om dit even goed scherp te zetten, want mensen zeggen vaak: "De eeuwige straf waarover gesproken wordt in Mattheüs 25, dat moet wel een eindeloze straf zijn." Want, zo zegt men, er wordt in datzelfde vers gesproken over het eeuwige leven en de eeuwige straf. Als de eeuwige straf tijdelijk is, dan zou het eeuwige leven dus ook tijdelijk zijn. En dat kan natuurlijk nooit, want dan neem je ons het grote geschenk dat we hebben ontvangen af. Dat is het argument. Maar als je eenmaal iets hebt begrepen van het feit dat God een plan van de aionen heeft, en dat er nog eeuwen te gaan zijn en dat die toekomende eeuw inderdaad zal voorbijgaan en plaats zal maken voor een nog overtreffender eeuw, dan is dit helemaal geen problematisch punt. Inderdaad, die eeuw gaat voorbij, maar het leven gaat niet voorbij. Sterker nog, in de voleinding van de aionen wordt de dood tenietgedaan, en dan is er geen dood meer en is er alleen nog maar leven. Het hele idee dat als het eeuwige leven tijdelijk is, het belangrijkste wat we hebben ons wordt afgenomen, is een misvatting. Het bewijst gewoon onkunde over wat een aion is.

Het eeuwige leven is het leven van die toekomende eeuw, en dat is het deel van degenen die geloven. Met name het Johannes-evangelie spreekt er vaak over. Het allerbekendste Bijbelvers zegt het ook: "Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, niet omkomt, maar het eeuwige leven hebbe." Dat gaat in het Johannes-evangelie juist over die eeuw die straks zal aanbreken. Hebben alle mensen daar deel aan? Nee, zeker niet. Dat is een deel van degenen die vandaag mogen geloven, vóór het aanbreken van die toekomende eeuw. Dat is dus een selectie.

Paulus spreekt er ook over: "Zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook allen in Christus levend gemaakt worden." Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als Eersteling, daarna degenen die van Christus zijn. Is dat iedereen? Nee, zeker niet. Dat is de volgende etappe of afdeling in de rangorde. Het is een selectie van de mensen. Alle mensen worden levend gemaakt, maar niet allemaal tegelijk. Degenen die van Christus zijn, die geloven, worden bij Zijn parousia levend gemaakt. Zij ontvangen dat eeuwige leven waar de rest dan nog geen deel aan heeft. Moeilijk is het niet, maar je moet het wel weten. Dan wordt het ook zo logisch en zie je dat gelovigen daarin bevoorrecht zijn. Zij hebben iets wat anderen nog niet hebben. Zij zijn eerstelingen en gaan voorop. En is dat een verdienste? Helemaal niet. In de pauze hadden we het er nog even over.

Ik vergelijk het heel graag met als de winter voorbij is – die moet nu wel beginnen natuurlijk – maar als de winter dan voorbij is, dan krijg je het voorjaar en de lente. Ja, en dan komt alles tot bloeien. Allemaal tegelijk? Nee hoor, dat is ook alles in zijn eigen rangorde. In februari heb je de eerste sneeuwklokjes en dan krijg je in maart de tulpen. Zo in de loop van het voorjaar ontluikt alles en ontvangt alles leven. Nou ja, dan heb je ook nog een hele nalezing in het najaar zelfs, dat pas dan tot bloei komt.

Het idee is dit: dat leven is weggelegd voor heel de mensheid. Zoals in Adam allen sterven – er is geen uitzondering op, er is ook geen keuze, dat is het lot, zo gaat dat – zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt. Ja, maar niet allemaal tegelijk, ieder in zijn eigen rangorde. Er is er nu nog maar één levend gemaakt en dat is Christus. Hij is de enige, schrijft Paulus aan Timotheüs, de enige die nu onsterfelijkheid heeft.

Maar dat gaat binnenkort aangevuld worden, trouwens ook weer in verschillende etappes: die van Christus zijn in zijn parousia. Dat is ook niet eens één moment, maar ook weer een reeks van momenten. Maar goed, dat voert nu veel te ver. Het idee is vooral dat het eeuwige leven het leven van die toekomende eeuw is en niet het deel van alle mensen. Dus ik verkondig in deze avonden niet dat alle mensen het eeuwige leven krijgen. Dat is ook niet wat de Bijbelse boodschap is.

Heel essentieel is echter het zicht op de aionen. Op het moment dat je denkt in termen van een eindeloze eeuwigheid, dan blindeert je dat voor dit geweldige perspectief. Hier kan ik nu kort over zijn omdat ik daar zojuist al wat meer over verteld heb: Christus heerst tot in de aionen. Dat staat in Lukas 1:33, maar ook in Openbaring 11:15. Er staat zelfs: 'tot in de aionen van de aionen', dat is hetzelfde. Want die aionen die nog gaan komen, dat zijn de aionen die alle voorgaande aionen overtreffen en dus de 'aionen der aionen' zijn.

Oké, Christus heerst tot in de aionen, maar niet eindeloos. Daarmee heb je dus ook een heel belangrijk vraagstuk opgelost: hoe zit dat nou met die heerschappij van Christus? Heerst Christus nou eeuwig of heeft dat een 'totdat'? Als je eenmaal weet wat 'eeuwig' is, dan is het probleem als sneeuw voor de zon verdwenen. Het probleem is er dan niet eens meer; het is dan geen probleem. Christus heerst tot in de aion, maar zeker niet eindeloos.

En dan dus de eeuwige straf. Dat is de straf van de toekomende eeuw. Ook daarvoor geldt: die is niet eindeloos. Die aion gaat voorbij. Nou, en dus de conclusie overal.

Slotconclusie: de Barricade voor het Evangelie Weggenomen ↑ hoofdstukken

Na alles wat ik nu zo heb aangestipt – niet meer dan dat, want wat ik op deze avond vooral ook wil doen is de basale dingen die met dit onderwerp verband houden aanstippen en bespreken, en de meest belangrijke vragen daarin ook aan de orde stellen – moet vanavond dit duidelijk zijn: wanneer 'eeuwigheid' aeonen worden. Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat eeuwigheid geen Bijbels begrip is, maar aeonen wel. Wat is het belang daarvan? Nou, dan wordt het Evangelie, de blijde tijding, het goede bericht werkelijk een goed bericht. Dan wordt dat wat we de voorgaande avond besproken hebben – dat God het werk van Zijn handen niet laat varen, dat Hij al het verlorene zoekt en dat Zijn toorn niet eindeloos is, enzovoort, enzovoort, en dat alles uit en door en tot God is – iets wat je dan voluit kunt geloven, beamen en waar je voor kunt staan zonder dat het gehinderd wordt.

Dan moet dit duidelijk zijn; daarom is dit zo essentieel. Als je alleen maar de eerste avond zou zien en het positieve verhaal hoort, en je pakt vervolgens je gangbare Bijbelvertaling, dan word je voortdurend weer geblindeerd. Zo is het echt. Je vraagt je af: hoe kan dat nou? De Bijbels spreken over 'tot in eeuwigheid', een 'eeuwige toorn', een 'eeuwige straf'. Hoe kan dat dan toch waar zijn? Die grote hobbel, om niet te zeggen die barricade, die blinddoek, die heb ik vanavond door het licht van het Woord proberen te verwijderen om dat duidelijk te maken vanuit de Schrift. Waarom? Niet om interessant te doen over Bijbelse begrippen of over Grieks of Hebreeuws. Nee, het gaat erom dat het Evangelie werkelijk een goed bericht is en dat God door de aeonen, de wereldtijdperken heen, alles voor iedereen tot een goed einde gaat brengen.

En dat is de boodschap die we mogen uitdragen en die Hem ook verheerlijkt. Dat is ook het werk van Zijn Zoon, die alles heeft volbracht en die pas tevreden is als allen daar komen waar God ze hebben wil. En dat gaat Hij ook bereiken. Daarom zal Hij straks ook opnieuw kunnen zeggen, aan het einde van de aeonen: "Het is volbracht." Alles is tot een goed einde gebracht en het volmaakte koninkrijk kan Hij aan Zijn God en Vader overgeven en teruggeven.

🎧 hoe 'eeuwigheid' het Evangelie verduistert
Delen: