het Evangelie beschaamt mij niet
26-07-2020 - Geplaatst door Andre Pietlezing gehouden op zondag 26 juli 2020 te Zoetermeer
Waarom wilde Paulus zo graag naar Rome toekomen om daar het Evangelie te delen? Omdat het Evangelie is wat het claimt te zijn: een goed bericht! Het is een kracht van GOD tot redding – dynamiet! Hoezo dan wel? Dát wordt in deze lezing duidelijk gemaakt.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Kern van de Romeinenbrief ↑ hoofdstukken
Morgen, een hele goede dag van mijn kant. Wij gaan ons bezighouden met de woorden die we vinden in de Romeinenbrief. De vorige keer hebben we ons daar ook al mee beziggehouden met Romeinen 1, en nu gaat het dan specifiek over Romeinen 1, vers 16 en 17. Daar vinden we deze woorden ook, waarschijnlijk niet in jouw of uw vertaling, want daar staat het net even anders. Maar daar zal ik straks graag even wat toelichting op geven: het evangelie beschaamt mij niet.
De vorige keer hebben we een wat uitgebreider gedeelte besproken, namelijk de eerste vijftien verzen. We zijn daar tamelijk snel doorheen gegaan, wat het voordeel biedt dat je een wat beter overzicht over het geheel krijgt. Vandaag focussen we ons op een tweetal verzen. Ik moet er wel bij zeggen dat deze twee verzen dikwijls genoemd worden. In de NBG-vertaling hebben de vertalers er als opschrift boven gezet: "De kern van de brief." Ik denk dat dat opschrift wel correct is. Het geeft inderdaad precies weer waar het in deze brief in zijn totaliteit om gaat. Dat rechtvaardigt waarom we daar dieper op ingaan, omdat elk zinsdeel en elk woord soms zelfs heel geladen is.
Voordat we bij vers 16 en 17 aankomen, noem ik nog even de aanloop ervan, namelijk de laatste verzen die we de vorige keer — twee weken geleden — hebben besproken. Paulus schrijft daar voor Grieken en niet-Grieken, voor barbaren (wat ik toen heb toegelicht), voor wijzen en dwazen; kortom, gewoon voor elk mens, ongeacht wie hij of zij ook moge zijn. Hij vraagt: "Ben ik een schuldenaar?" Iedereen kan van mij iets vragen. Waarom? Omdat ik gezonden ben. Ik heb een missie, namelijk om heel de mensheid bekend te maken met deze geweldige boodschap. Paulus beschouwde zichzelf als een schuldenaar. Hij vervolgt dan met: "Vandaar dat ik bereidwillig ben ook aan jullie die in Rome zijn te evangeliseren," ofwel het evangelie te brengen of het goede bericht door te geven. Letterlijk staat daar het woord 'evangelie', maar dan als werkwoord.
Dat is op zich wat eigenaardig, want je zou zeggen: hij schrijft aan een ecclesia, een gezelschap van mensen die geloven, en hij zegt dat hij bereidwillig is — sterker nog, dat hij dolgraag aan hen het evangelie wil vertellen. Maar het evangelie vertelde je toch aan mensen die niet geloven? Nee, zo zegt hij het hier in ieder geval niet. Evangeliseren betekent gewoon een goed bericht bekendmaken. Het idee dat je dat alleen maar zou doen aan mensen die het evangelie nog helemaal niet kennen, is een onjuiste conclusie. Het evangelie vertel je in feite aan iedereen, en misschien wel juist ook aan degenen die het inmiddels al hebben leren kennen. Het evangelie is zo 'huge', zoals de Engelsen dat dan zeggen, zo groot, zo omvangrijk, zo diepgaand, zo hoog en zo breed, dat je daar nooit in uitgeleerd en uitgestudeerd raakt. Paulus zegt: "Ik wil jullie dolgraag daar in Rome daarvan op de hoogte stellen."
Nu komen we bij het eigenlijke tweetal verzen waar ik op in wil zoomen vanmorgen: "Want het evangelie beschaamt mij niet." In de eerste plaats zegt hij dus: voor Grieken en barbaren ben ik een schuldenaar. Hij zegt dat hij daarom graag bij hen in Rome het evangelie wil brengen. En hoezo dan? Nou, het evangelie beschaamt mij niet.
De 'medialis': het Evangelie Beschaamt Mij Niet ↑ hoofdstukken
En nou moet ik even iets toelichten. Waarom? Omdat in de gebruikelijke, gangbare vertalingen het hier anders staat. Daar staat: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.' Hoe zit dat nou? Is wat ik hier nu voorstel beter, of is de weergave in de NBG en vrijwel alle andere vertalingen beter? Dat is heel lastig aan te geven, want in die sfeer ligt het namelijk niet direct.
Kijk, ik heb hier eventjes ingezoomd op dat woord. Je ziet het Griekse woord en die groene regel daaronder; dat is de meest letterlijke weergave. Je ziet ook een tekentje in die interlineair staan. Als je een Concordant Version hebt, dan is het tekentje anders — er zit een rondje met een stipje in het midden, als ik me niet vergis. Maar waar het om gaat is: waar staat dat tekentje voor? Wel, dat is een speciale werkwoordsvorm die wij in het Nederlands niet kennen, maar het Grieks wel. Het Grieks is buitengewoon rijk in het maken van allerlei specifieke onderscheidingen, en dat zie je in de manier waarop dat dan opgetekend wordt.
Kijk, je kunt iets in de actieve vorm weergeven of in de passieve vorm. Laat ik met de passieve beginnen: 'Ik word niet beschaamd.' Dat is de passieve vorm. De actieve vorm is: 'Ik schaam mij niet', of: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.' Meer smaken hebben wij hier in het Nederlands niet. Als ik zeg: 'Ik rijd', dan is dat actief. 'Ik word gereden' is passief. Dat is logisch, hè? Maar het Grieks heeft nog een vorm, en dat is de vorm die in de grammatica de 'medialis' wordt genoemd. 'Media' betekent midden: de middenvorm dus.
Wat betekent dat? Eigenlijk zegt het woord het al: het laat in het midden of het actief of passief is. Voor beide valt wat te zeggen. Het is geen van beide, of het is het allebei, maar de vorm laat het in het midden. Dat kun je in het Nederlands niet zomaar weergeven, tenzij ik het toelicht zoals ik dat nu doe. Hier staat het dus in de middenvorm. Hier wordt in het midden gelaten of het actief is of passief is, en het idee is dat het eigenlijk allebei is. Want als het inderdaad passief is, dan zou je moeten zeggen: 'Het beschaamt mij niet.' En anders zeg je: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.' Beide zitten er net naast; het probleem zit hem dus eigenlijk in de weergave in onze Nederlandse taal. Onze taal is te gebrekkig om dit in één keer te vatten. Je kunt dat dus ofwel toelichten, of je geeft het gewoon door een tekentje aan, zodat je weet: dit is de medialis.
Eigenlijk is dat een hele mooie vorm. De medialis wil zeggen: het is én passief én actief. Er zit een passief element in en een actief element. Wij denken vaak heel dualistisch of binair: het is het één of het ander, je moet een keuze maken. Nee, dat hoeft niet. In het Grieks zijn er een heleboel dingen die op deze manier worden uitgedrukt. Als je erover nadenkt, is het een prachtige vorm. Want er zijn een heleboel dingen die wij doen, maar waar we feitelijk toch ook passief in zijn. Je doet het omdat je eigenlijk niet anders kunt. Dat is een hele mooie weergave, want er zijn talloze dingen in je leven waarbij je een keuze maakt — dat is actief — maar bij een heleboel van die keuzes ben je helemaal niet zo actief bezig. Het overkomt je. Je doet het gewoon. Het overkomt je, en dat zorgt ervoor dat je vervolgens iets doet. Maar het feit dat je iets doet, wil niet zeggen dat het je niet ook overkomt.
Dat is de medialis, en ik vind hem schitterend. Want als je die gedachte nu hierbij betrekt, dan krijg je: 'Het Evangelie beschaamt mij niet.' Dat is passief; dat overkomt mij. De kracht, de potentie, zit in dat Evangelie zelf. Dat is zo solide, zo krachtig, daar kom je nooit beschaamd mee uit. Dat overkomt mij. Maar juist omdat dat mij zo overkomt, daarom schaam ik mij het Evangelie niet. Zie je? Je moet het eigenlijk ook in die volgorde zien: het Evangelie beschaamt mij niet, en omdat ik daarvan overtuigd ben, daarom kan ik daar ook rond voor uitkomen en er vrijmoedig over spreken. Dan schaam ik mij het Evangelie niet. Waarom niet? Omdat het mij niet beschaamt. Dus die medialis geeft inderdaad zowel dat passieve als dat actieve weer, maar ook in deze volgorde. Het begint bij het Evangelie, en dat maakt dat ik mij inderdaad niet voor het Evangelie schaam.
In feite geldt dat voor een heleboel dingen. Geloven, bijvoorbeeld. Is dat actief of passief? Je kunt zeggen: 'Ik geloof', dus dat is actief. Ja, maar hoe komt het nou dat je gelooft? Je ogen zijn ervoor geopend. Is geloof een keuze? Kun je ervoor kiezen? Kan ik ervoor kiezen om in elfjes of in Sinterklaas te geloven? Nee, daar kun je niet voor kiezen, want je bent ergens zeker van. Je bent ergens van overtuigd, en dat maakt dat je in iets gelooft. Dat is de medialis.
Ik hoop dat ik u hiermee niet alleen op de hoogte stelde van een taalkundig fenomeen, want het is geen taalles. Er zit veel meer achter. Dit is een geweldige waarheid: het Evangelie beschaamt mij niet, en daarom, zegt Paulus, schaam ik mij het Evangelie niet. Die handicap in het Nederlands heb ik nu geprobeerd een klein beetje recht te zetten en te compenseren door deze uitleg. Paulus spreekt zo over het Evangelie, en daarom wilde hij zo dolgraag naar Rome toe om dat allemaal te vertellen.
Het Evangelie beschaamt mij niet, dat in ieder geval niet. Maar dan de vraag: hoezo dan? Het is heel mooi zoals Paulus hier redeneert. Hij zegt: 'Ik ben een schuldenaar, en daarom kom ik graag bij jullie in Rome om het Evangelie te brengen.' Hoezo? Nou, dat Evangelie beschaamt mij niet. En hoezo beschaamt het mij niet? Nou, want...
Godskracht (dynamiet) tot Redding ↑ hoofdstukken
Het redengevend woord: want het is Gods kracht tot redding. Kracht... dat Griekse woord kennen we allemaal, dat is dunamis. Waar ons woord dynamiet van afgeleid is. Ik vind dat een prachtige associatie, want dat is precies ook wat het evangelie in zich heeft: de kracht, de potentie, het vermogen dat in dat evangelie gelegen is.
Want dat is wat het woord evangelie betekent: het is een goed bericht. De vorige keer hebben we bij dat woord als zodanig uitgebreider stilgestaan. Het is een bericht, een mededeling, jazeker. Maar het is ook heel goed. En dat bericht heeft in zichzelf zo'n power, goddelijke power. Dat wil zeggen: vertel het en het zal zijn kracht bewijzen.
Ja, het is een kracht Gods. En hoezo dan wel tot redding? Dat is waar het toe leidt. In feite gaat dat evangelie over niets anders dan... nou ja, in essentie vertelt het van God, die niet alleen de Schepper is, maar ook de Redder van deze wereld en van de hele mensheid. Want dat is waar het eigenlijk over gaat. Het is een boodschap van redding, zoals Paulus dat elders ook zegt in de Timotheüs-brief: van de levende God, die een Redder is, jawel, van alle mensen, en allermeest van de gelovigen.
Die uitspraak moet u even vasthouden, want dat is precies ook wat hier vervolgens staat. Het feit wordt gesteld: God is degene die redt. En hoe doet Hij dat? In Jezus. Maar de naam Jezus, Yeshua, betekent: Yahweh redt. De naam Jezus representeert dat wat God doet. Hij redt, en dat is om niet, en daarom ook universeel. Daar zijn geen limieten aan en daarom geldt het alle mensen.
Alleen, hoe redt Hij dan? Wel, door middel van geloof. Dat is in feite niet zozeer een beperking, als wel dat het aanwijst hoe God redt. En dan komen we op het andere punt: "voor een ieder die gelooft". Ik wil weer even op iets wijzen, op een grammaticaal ding. Je zou kunnen zeggen: "van een ieder die gelooft", dat is tegenwoordige tijd. In het Grieks zie je dat nog veel sterker. Er staat namelijk letterlijk — dat zie je in de interlineaire ook — "voor de gelovende". Er staat zo'n verticaal streepje voor, en dat betekent tegenwoordige tijd.
Eigenlijk, als je het heel nauwkeurig wilt zeggen, is het: degene die aan het geloven is. Niet degene die geloofd heeft, ook niet degene die geloven zal, maar degene die aan het geloven is. Het gaat dus over degene die vandaag gelooft. De redding vandaag is inderdaad beperkt. Kijk, God is in Zijn Zoon de Redder van deze hele wereld. Heel de mensheid wordt gered. Ik bedoel, de hele mensheid is veroordeeld om sterveling te zijn; dat zijn we allemaal. En we zijn zondaren, doelmissers, en God redt daarvan. Hoe dan ook, wanneer dan ook, dat feit staat vast.
Maar in de tegenwoordige tijd redt Hij degene die dat gelooft. En hoe komt dat tot je? Wel, doordat het verteld wordt. En als het verteld wordt, dan komt het vervolgens in het oor. Bij degene die daartoe bestemd is, daar valt het kwartje ook; dan komt het via het oor in het hart terecht. Dan ben je overtuigd, dat is geloof, dus dan beaam je het. Dat wordt trouwens in deze brief ook weer schitterend uiteengezet. De gelovende... ja, gelovende wat? Nou, laat ik even...
Geloof Dat tot Rechtvaardigheid Wordt Gerekend ↑ hoofdstukken
Doorbladerend naar Romeinen 4 zien we in vers 3 dat Paulus aanhaalt wat er geschreven staat in Genesis 15 vers 6: "Abraham nu geloofde God en het werd hem gerekend tot rechtvaardigheid." Dit is een sleutelbegrip in de hele Romeinenbrief: God rekent geloof tot rechtvaardigheid. Iemand die gelooft, is een rechtvaardiger.
Kijk naar Abraham. Hij werd in de nacht naar buiten geleid en God zei: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Dat werd tegen een kinderloze, oude man gezegd. Er werd niets van hem gevraagd, hij hoefde ook niets te doen; dit werd hem simpelweg aangezegd. Dat is volledig passief. En dan staat er: en Abraham beaamde God. Hij zei: "Amen. Als U het zegt, ja." Dat is wat God rekent tot rechtvaardigheid. Wij denken altijd maar dat we ons best moeten doen, maar dat is werken, dat is religie. Je moet dit of dat doen, en er worden veel of weinig eisen gesteld, maar het is altijd "voor wat, hoort wat". Maar ik zal je vertellen: je best doen is voor God niet genoeg. Het geweldige is nu juist dat God belooft "om niet" aan een man die niets kon. Abraham was een oude man wiens vrouw bovendien onvruchtbaar was; hij was "verstorven" naar het lichaam, staat er. Wat kon Abraham doen? Hij kon helemaal niets doen. Geloof wil zeggen: "U zegt het, dus zal het gebeuren." En dat maakte Abraham tot een rechtvaardiger. God rekent geloof tot rechtvaardigheid; oftewel, een rechtvaardiger is een gelovige en een gelovende is een rechtvaardiger.
Paulus redeneert verder in vers 4: "Nu wordt hem die werkt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld." Als ik iets doe, als ik werk voor iets en ik krijg mijn loon, dan kan ik dat gewoon eisen. Dat is de werkgever verschuldigd te geven. Dat is werken; dan verdien je iets en kun je het opeisen. Dat is naar schuld, dat is geen genade. Maar dan komt vers 5: "Maar hem die niet werkt, niet iets verdient, maar gelooft op Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid." Dit is over dynamiet gesproken! Laat dit op je inwerken. Het geldt voor hem die niet werkt, niet zijn best doet en niets verdient, maar gewoon beaamt wat God om niet belooft. Rechtvaardigt God de goddeloze? Het antwoord is ja, want Hij rechtvaardigt alle mensen, dus ook de goddeloze. En dat bewijst precies dat het "om niet" is. Want als zelfs de goddeloze – degene die het totaal niet verdient – het krijgt, ja, dan is dat genade.
Welk geloof rekent God tot rechtvaardigheid? Dat is geen religie; dit is juist géén religie. Ik kan er niets aan doen, ik kan er niets aan bijdragen en ik kan er ook niets aan afdoen. U belooft het, en dat geloof ik. Wanneer ben je een rechtvaardiger? Als je gelooft op Hem die de goddeloze rechtvaardigt. Wie gelooft dat? Het antwoord is: bijna niemand. Het is echt waar, vraag het maar eens rond. Mensen zeggen dat de eisen heel verschillend kunnen zijn over wie gerechtvaardigd wordt; sommigen trekken de kring heel nauw en anderen wat breder. Maar ze zeggen allemaal: "Als je een goed mens bent en je best doet, dan kom je er uiteindelijk wel." Maar dat God de goddeloze rechtvaardigt? "Nou nee, dat zou maar mooi wezen."
Toch is dat het Evangelie. God rechtvaardigt inderdaad alle mensen. Waar staat dat dan? Bijvoorbeeld in Romeinen 3, net daarvoor. Ik heb het hier alleen over de Romeinenbrief. "Want allen zondigden en hebben tekort van de heerlijkheid van God." Allen zijn doelmissers. Misschien heb je het "bijna" gehaald, maar je bent wel gezakt. Het gaat er niet om hoeveel je tekortkomt. "Allen zondigden en hebben tekort van de heerlijkheid van God, en worden om niet" – dat wil zeggen voor niets, gratis, zonder enige tegenprestatie – "gerechtvaardigd." Mocht dat nog niet duidelijk genoeg zijn: "In de genade van Hem door de verlossing (de vrijkoping) die in Christus Jezus is." Geen mens uitgezonderd: allen zondigden en allen worden om niet gerechtvaardigd. Dat is de boodschap.
En als je zegt dat het maar één tekst is, dan doen we er nog eentje bij uit Romeinen 5. Daar refereert Paulus aan Adam en de verboden vrucht: "Zo dan, zoals door één misstap voor alle mensen tot veroordeling was..." We zijn allemaal veroordeeld om stervelingen en zondaren te zijn. Dan zou je kunnen zeggen: wat kan ik eraan doen dat ik een zondaar en een sterveling ben? Heb ik daarom gevraagd? Ik heb er niet eens om gevraagd om geboren te worden. Wat overigens dwaas is om te denken, want op het moment dat het me gevraagd zou kunnen worden, ben ik er al. Ik ben geboren als zondaar en sterveling; daar kan ik niets aan doen. Maar dat is de hoogmoed van de mens, die altijd maar denkt dat hij zelf zo'n belangrijke factor is. Als er iets volledig afgebroken wordt, tot de grond aan toe, dan is het dat idee dat de mens zo belangrijk is. We zijn ingezet als zondaren, dat is een gegeven. "Zo ook door één rechtsuiting voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven." Alsjeblieft: alle mensen, dus ook de goddelozen. Dat is het Evangelie van redding en dat rechtvaardigt. Dat is de boodschap van rechtvaardigheid waar wij "ja" op mogen zeggen. Maar dan moet je het natuurlijk wel eerst horen, en daarom vertellen we het ook. Dat is een goed bericht.
Ik ga weer terug naar Romeinen 1 vers 16: "Het Evangelie beschaamt mij niet." Nee, daar kun je echt van op aan; het is zo solide. Het geweldige van het goede bericht is dat het volledig losstaat van mijn gemoedsstemming en volledig losstaat van mijn prestaties of wanprestaties. Het heeft er niets mee te maken. God doet het, Hij spreekt, Hij belooft en Hij realiseert het. Dat geeft rust; daar kan ik gewoon op bouwen. Het beschaamt nooit omdat het zo solide is. Waarom is iets doorgaans niet solide of kun je er niet op aan? Omdat het mensenwerk is. Neem bijvoorbeeld een computer: op het moment dat een mens er weer met zijn vingers aan zit, is de kans groot dat het fout gaat. Dat is het geweldige van deze regeling: het heeft niets met de mens en zijn bijdrage te maken, maar ook niet met zijn eventuele onvermogen om het tekort te doen of teniet te doen. Want dat bestaat helemaal niet. Het is Godskracht, dunamis (vermogen), tot redding voor eenieder die gelooft.
Dat "voor eenieder die gelooft" is geen beperking van de redding. Het geeft aan dat God door deze boodschap vandaag de gelovende redt. En dan zegt Paulus er nog bij: "eerst voor de Jood alsook voor de Griek." Ik ga daar nu niet al te diep op in, maar ook dat is een thema dat in deze brief nogal aan de orde komt. Het heeft te maken met de tijd waarin Paulus deze brieven schreef: de Handelingen-tijd. Paulus' bediening in de Handelingen-tijd was in de eerste plaats ook om aan Israël bekend te maken dat de redding naar de natiën was gezonden. Zo eindigt het boek Handelingen ook, als Paulus in Rome is aangekomen.
Dan zegt hij dat ook zo. Het zij u dan bekend dat dit heil Gods, wat hij vertelde, naar de natiën gezonden is. En hij heeft het in zijn bediening gedemonstreerd en het hele boek Handelingen dient eigenlijk ook als bewijs aan Israël. Vandaar ook dat het in die tijd ook bevestigd werd met wondertekenen, zodat het ook voor Israël een bewijs was dat inderdaad de boodschap... ja, ik zou haast zeggen naar de Filistijnen ging, maar ik bedoel naar de heidenen, naar de natiën.
En daarom was die voorrang nog voor de Jood in die dagen, omdat Israël dat bewijs zou krijgen: eerst voor de Jood, alsook voor de Griek. Dus in de praktijk is daar toch geen onderscheid. Ik bedoel: het is voor degene die het maar horen wil.
De Rechtvaardigheid van God Onthuld ↑ hoofdstukken
Want rechtvaardigheid van God wordt daarin onthuld. Waarin? Nou, in dat evangelie dat Paulus niet beschaamt en waarvoor hij zich niet schaamt; dat evangelie dat een kracht Gods tot redding is. Hoezo redding en hoezo beschaamt het niet? Wel, daarin wordt rechtvaardigheid van God onthuld. We hebben daar de vorige keer al even bij stilgestaan, maar ik wil het nu nog wat duidelijker zeggen. Dit is zo'n essentieel ding waar velen de mist in gegaan zijn, omdat ze daarbij direct in juridische termen denken.
Wist u dat dit vers de grote aanleiding is geworden tot de Reformatie? Toen Maarten Luther dit vers las, brak bij hem het licht door. Dan zou je zeggen dat hij daar ongetwijfeld heel veel zicht op heeft gehad. Toch valt dat tegen als u de Luthervertaling bekijkt. Weet u hoe dit vers daarin wordt vertaald? In het Duits staat er: de gerechtigheid die voor God geldig is. Het idee daarbij was dat Luther dacht dat er nu iemand is gekomen die aan het recht heeft voldaan. Dat heeft dan ook weer te maken met de gedachte over de straf die Jezus gedragen zou hebben.
Maar de rechtvaardigheid van God is niet de rechtvaardigheid die 'voor God geldt'. Dat is een hele dwaze manier om daarover te denken. De barmhartigheid van God is immers ook niet 'de barmhartigheid die voor God geldt', of de langmoedigheid van God 'de langmoedigheid die voor Hem geldt'. Ik heb geen idee wat ik me daarbij zou moeten voorstellen. Nee, de rechtvaardigheid van God betekent gewoon dat Hij rechtvaardig is. Dat Hij vaardig is om recht te doen, dat is wat het betekent. Zoals de barmhartigheid van God betekent dat Hij barmhartig is en barmhartigheid bewijst, zo is dat ook met Gods rechtvaardigheid.
God doet recht. Hij doet namelijk recht aan Zijn belofte. Zo begon de brief ook: God had op vele wijzen beloften gedaan, vastgelegd in vele documenten en geschriften. In vele tijden zijn die beloften gegeven; we hebben daar een hele verzameling van die wij het Oude Testament noemen, maar dat is gewoon de Hebreeuwse bibliotheek van boeken. In al die geschriften zijn de beloften van God gegeven. Nou, wat is dan de rechtvaardigheid van God die onthuld is? Hoezo evangelie? Wel, Gods rechtvaardigheid is nu onthuld, wat betekent dat God recht heeft gedaan aan dat wat Hij tevoren heeft beloofd.
Dat geeft aan dat je van Hem op aan kunt. Hij heeft het niet alleen tevoren gezegd op vele wijzen, nee, Hij heeft het nu ook daadwerkelijk vervuld. Tot in detail trouwens, want van Hem die zou komen, het beloofde zaad van Abraham, is een hele profielschets gegeven: wanneer Hij zou komen, hoe Hij zou komen, waar Hij zou komen en wat er zou gebeuren. Dat is allemaal vervuld en Paulus heeft dat verteld. God heeft recht gedaan aan Zijn belofte.
Maar er is nog iets. Gods rechtvaardigheid betekent dus ook dat God gelooft. Dat is misschien een beetje een raar idee, want wij denken bij gelovigen aan mensen die vertrouwen op het Woord van God. Maar het mooie is dat er niemand is die zo gelooft als God Zelf. Waarom? Geloven betekent dat je vertrouwt op het Woord van God omdat je weet dat Hij vervult wat Hij zegt. Maar er is niemand die daar zo zeker van is als God Zelf. Gods rechtvaardigheid betekent inderdaad dat Hij een gelovige is.
God rekent geloof tot rechtvaardigheid, en dat geldt dus niet alleen voor de mens, maar ook voor Hemzelf. Daarom lees je in Romeinen 3 vers 3 in de Statenvertaling over 'het geloof van God'. De NBG-vertaling zegt 'de trouw van God', wat in de praktijk hetzelfde is, maar het woord 'geloof' wordt daar oorspronkelijk gebruikt. Het geloof van God. Ik vind het zo geweldig om eraan te denken dat er niemand is die zoveel vertrouwen heeft in dat Woord van Hem als Hijzelf. Hij weet immers: Ik vervul dat wat Ik zeg. Er is niets en niemand die Hem daarin kan tegenhouden, want Hij is God. En dus kun je van Hem op aan. Hij beschaamt never nooit, want rechtvaardigheid van God wordt daarin, in dat evangelie, onthuld.
Vanuit het Geloof van God tot in Geloof ↑ hoofdstukken
En dan staat er iets bij: vanuit geloof tot in geloof. Ik zei al, we gaan even de diepte in en kijken naar de details van "vanuit geloof tot in geloof". Kijk, het is niet zo moeilijk hoor, als je gewoon het spoor houdt en volgt wat er staat geschreven en wat Paulus schrijft. Als je de tekst niet vervuilt met je eigen projecties — dat is wel belangrijk — maar gewoon vasthoudt aan wat er staat geschreven, dan wordt het meteen helder.
Vanuit geloof tot in geloof. Het voorzetsel "vanuit" betekent simpelweg dat het uit die bron komt. Zoals ik dat in het plaatje ook aangeef, gaat het over God. De rechtvaardigheid van God begint en komt voort uit zijn eigen geloof. Vanuit geloof, namelijk het geloof van God zelf. Hij doet recht aan zijn woord, aan zijn belofte, omdat Hij daarin gelooft. Het komt dus uit zijn geloof voort. En "tot in geloof", dat wil zeggen dat het woord waarin Hij gelooft, en op basis waarvan Hij handelt, ergens terechtkomt. Dat "tot in" duidt op de bestemming, waar het in terechtkomt. En dat is in de mens die gelooft. Het is dus: vanuit het geloof van God tot in het geloof van de mens.
Is dat moeilijk? Nee toch, het is eigenlijk heel simpel. God gelooft, Hij vervult wat Hij gesproken heeft. Dat woord wordt vervolgens verkondigd — Paulus is daar een heraut van — en het woord komt bij een mens terecht. Het komt in je oor en vervolgens in je hart. Het begint in zijn geloof en het komt uiteindelijk in mij terecht. Tot in geloof, zodat een mens dat beaamt. Dat is nou eigenlijk waar Paulus zich voor inzet en wat hij mocht bekendmaken: die boodschap van Gods rechtvaardigheid.
Want dat is zo’n thema in de Romeinenbrief: de rechtvaardigheid van God. Wat betekent dat? Ik heb zo vaak gehoord: "Ja maar kijk, God is niet alleen maar onze lieve Heer. Hij is niet alleen liefde, maar let op — dat vermanende vingertje — Hij is ook rechtvaardig! Denk erom dat je flink op je donder kan krijgen." Wat trouwens op zich waar is, maar dat staat niet tegenover zijn liefde. Het vloeit voort uit zijn liefde. Het is niet zo dat God liefde is, maar daarnaast ook rechtvaardig. Hij is liefde, en omdat Hij van zijn schepping houdt, doet Hij recht aan zijn woord en vervult Hij ten behoeve van die schepping inderdaad dat wat Hij gesproken heeft.
Zijn rechtvaardigheid is dus een uiting van zijn liefde. En als ik dan nog even meega in de terminologie van "op je donder krijgen" — of misschien heb je andere woorden zoals toorn of kastijding — dat zijn allemaal begrippen die wij in de pedagogiek en de opvoeding ook kennen. De corrigerende tik, de correctie die nodig is. Staat die correctie tegenover de liefde? Nee, natuurlijk niet. Als je werkelijk van je kind houdt, dan moet het kind ook wel eens gecorrigeerd worden. Degene die dat niet doet, die houdt gewoon niet van zijn kind. Is dat soms pijnlijk? Ja, dat kan heel erg pijnlijk zijn. Maar het is altijd heilzaam.
Ik zal u vertellen, er zijn een heleboel dingen die verschrikkelijk pijnlijk zijn, maar absoluut noodzakelijk. Vraag het maar eens aan een chirurg die in een mens snijdt. Hij is aan het werk met instrumenten waar een moordenaar ook mee werkt, maar het grote verschil is dat hij het doet ten behoeve van de patiënt. Dat is correctie, chirurgisch ingrijpen om het zo te zeggen.
In ieder geval weerspiegelt die rechtvaardigheid van God precies dat Hij een hart heeft voor de hele wereld. Hij staat daar absoluut voor garant. Hij laat nooit varen de werken van zijn handen, want het is zijn eigen creatie. Het is de geweldige boodschap die we voor iedereen hebben: je bent een creatie van God, door Hem bedacht, en Hij is jouw Schepper. Of je dat nou gelooft of niet, dat maakt in wezen niets uit. Je kunt het natuurlijk beter wel geloven, dat is wel zo verstandig en ook wel zo handig, maar ook als jij het ontkent, is Hij nog steeds je Schepper. Zoals Hij ook jouw Rechter is. "Rechter" betekent dat Hij de dingen rechtzet bij jou, dat Hij corrigeert. Maar Hij is ook jouw Redder. Waarom? Omdat je zijn schepsel bent.
Die boodschap van Gods liefde, en dat Hij daarom recht doet aan zijn belofte en daarom ook alle dingen wel maakt, dat is wat het Evangelie nou werkelijk tot een Evangelie maakt. En het mooie is dat ik daar, Godszijdank, niets aan doe. Ik zou niet weten wat, maar ik kan er ook niets aan afdoen. Kijk, dat is solide. Daar kun je van op aan.
Vanuit zijn geloof tot in geloof. Dat mag ik geloven, en ook dat is geen prestatie. Het feit dat ik dat mag zien, is omdat Hij mijn ogen heeft geopend. Is geloof actief? Tot uw dienst, prima, maar het is medialis. Het is me overkomen. Ik vind het geweldig. Als het mij overkomt, dan kan het een ander ook overkomen. Alles op zijn tijd, ieder in zijn eigen rangorde. Moeilijker is het niet hoor. Ik vertel het graag. Paulus wilde dolgraag naar Rome om dat te gaan vertellen en uit te leggen, en ik mag dat nu hier in Zoetermeer doen. Zoals Paulus dan ten slotte zegt: vanuit geloof tot in geloof.
De Rechtvaardige Zal Vanuit Geloof Leven ↑ hoofdstukken
En dan haalt Paulus daarbij ook weer iets aan. Hij noemt niet eens het tekstgedeelte waarnaar hij verwijst, maar ik kan u verklappen dat dit Habakuk 2 vers 4 is. Dit citaat wordt in het Nieuwe Testament nog wel vaker gegeven. Maar zoals geschreven staat: "de rechtvaardige vanuit geloof zal leven". Niet 'de rechtvaardigen', maar hoe staat het er precies? "De rechtvaardige zal uit geloof leven." Een subtiel verschil, maar er staat niet dat de 'rechtvaardiger' zal uit geloof leven; nee, de rechtvaardige vanuit geloof zal leven. Want je hebt namelijk — en dat is trouwens ook weer wat later door de apostel zal worden toegelicht in deze brief — je hebt rechtvaardigheid vanuit geloof en je hebt rechtvaardigheid vanuit werken.
In dat laatste geval ben je rechtvaardig omdat je het verdiend hebt. In Romeinen 9 legt Paulus dat ook uit. Het is in feite de essentie van het jodendom, maar van religie in het algemeen: dat een mens iets wil verdienen voor God, zodat je ook iets bij Hem kunt claimen. Dan kom je zogenaamd dichter tot God. Maar God vraagt helemaal niet om dichter tot Hem te komen; Hij komt tot ons. Nou ja, dat is dus het grote verschil tussen werken en genade, of tussen werken en geloof. Dus de rechtvaardige vanuit geloof... Want dat is wat God inderdaad tot rechtvaardigheid brengt. De rechtvaardige vanuit geloof zal leven. Hoezo? Wel, dan hangt het niet meer af van werken, maar van Zijn belofte. Dat is wat geloof is, toch?
Denk aan het voorbeeld waar ik het net over had: Abraham. Abrahams lijf was verstorven, en dat van zijn vrouw ook. En God zegt: "Jouw nageslacht zal zo zijn als de sterren des hemels en als het zand der zee." Zo komt er leven voort uit jouw dode lichaam. Eigenlijk is dat ook weer een samenvatting van het Evangelie: daar waar de mens alleen maar dood ziet, zegt God: "Daar breng Ik leven uit voort." Waar de mens aan het eind is, daar begint God. En de rechtvaardige vanuit geloof zal leven. Hoezo? Wel, God belooft het. En de God die de doden levend maakt en die alles tot aanzijn heeft geroepen, dacht u nou werkelijk dat Hij nu denkt: "Oh, met de dood is het over en uit"? Ja, voor de mens wel. Dan is het bij de mens 'stop' en houdt echt alles op. Verder kan een mens niet; dan is hij bij een muur aangekomen. Maar ons plafond, dat is Gods vloer. Daar begint Hij. Daar waar wij eindigen, daar begint Hij.
En dat is het Evangelie: er is leven uit de dood. De Eersteling heeft dat inmiddels bewezen: Jezus Christus. Hij is uit de doden opgestaan, een gedocumenteerd feit, en heel de mensheid zal daarin volgen, eenieder in zijn eigen rangorde. Voilà! De rechtvaardige vanuit geloof zal leven. Dit is in essentie wat Paulus in de vijftien tot zestien hoofdstukken die we nog gaan volgen gaat uitleggen. Dit is de kern, deze boodschap van de rechtvaardigheid van God. En wat ben ik blij dat ik dat heb mogen vernemen, dat ik daarop mag staan en dat ik daar dus ook over mag spreken. Want het Evangelie beschaamt mij niet en daarom geneer ik me er ook niet voor om dat aan wie dan ook te vertellen, aan wie het maar horen wil. Zullen we het voor vanmorgen daarbij laten?
UltimateGoodNews