GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

er is geschreven (2) – het boek Genesis & de toledot

04-10-2024 - Geplaatst door Andre Piet
3 oktober 2024. Nunspeet

De Bijbel zelf schrijft de eerste vijf Bijbelboeken toe aan Mozes. Maar uit welke bronnen putte Mozes toen hij Genesis samenstelde? In deze studie ontdekken we dat de eerste zesendertig hoofdstukken van Genesis de kronieken zijn van de aartsvaders zelf. Te beginnen bij de eerste mens Adam, Noach en zijn zonen, enzovoort. Een fascinerend gegeven dat ons bepaalt bij de historische betrouwbaarheid van meer dan tweeduizend jaar geschiedschrijving.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de ontstaansgeschiedenis van het boek Genesis aan de hand van het Hebreeuwse sleutelbegrip 'toledot'. Er wordt uitgelegd dat Genesis is opgebouwd uit authentieke, oeroude documenten en ooggetuigenverslagen die door de aartsvaders zelf, zoals Adam, Noach en Sem, zijn geregistreerd. Mozes fungeerde hierbij niet als de oorspronkelijke schrijver, maar als de redacteur die de oude bronnen samenvoegde, ordende en waar nodig voorzag van verklarende aantekeningen. Hiermee wordt onderstreept dat het boek Genesis geen verzameling mythen is, maar een uiterst betrouwbaar en solide historisch fundament vormt voor de rest van de Bijbel.

“Genesis is het fundament. Het is geschied, het is geschreven, het is vast en het is betrouwbaar.”

Introductie: Gods Openbaring in Schepping en Schrift ↑ hoofdstukken

En voor de tweede keer gaan wij ons vanavond bezighouden met dit algehele, overkoepelende thema: ‘er is geschreven’, oftewel de Schriften. Daarbij zullen we ons in een negental avonden die in de planning staan, bezighouden met de vraag: wat zijn de Schriften? De vorige keer hebben we al vastgesteld – en dat zullen we nog vaker doen – dat de Schriften feitelijk niet één boek zijn, maar een bibliotheek. We hebben vastgesteld dat het welgeteld zeventig boeken zijn, een getal van volheid.

De vorige keer was het startschot eigenlijk ‘de Bijbel als schepping’. We hebben ons toen beziggehouden met Psalm 19, waarin David een ode brengt aan de God die de hemelen heeft gemaakt. Hoe staat het er? “De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.” Uit heel de schepping in haar algemeenheid gaat een geweldige sprake uit. Het bijzondere van Psalm 19 is dat deze uiteenvalt in twee delen. Het eerste deel gaat over de schepping, waar een sprake van uitgaat en waarin de dingen staan geschreven. Jawel, het evangelie staat in de sterren; al die sterrenbeelden vertellen hun verhaal. Het tweede deel van die psalm gaat over de Torah, over dat wat er staat geschreven in de boeken.

Het wonderlijke van de wijze waarop David dat bezingt en hoe hij dat heeft gecomponeerd, is dat de schepping een verhaal vertelt waarin dingen staan geschreven, terwijl omgekeerd de Bijbel in feite een schepping is die licht verspreidt. Dat staat er allemaal: zij is zoeter dan honing en kostbaarder dan goud. De metaforen worden allemaal ontleend aan de schepping. Waar het eigenlijk op neerkomt, is dat God Zich op tweeërlei wijze openbaart.

Dat is eigenlijk vrij logisch. Hij openbaart Zich in dat wat Hij gemaakt en geformeerd heeft: de schepping die Hij Zelf bedacht en gemaakt heeft. Zoals bij een kunstwerk het geval is – ongeacht of je het nu hebt over muziekstukken of schilderijen – laat de maker, de kunstenaar, zich kennen in zijn werken. In feite vertelt het werk veel over wie de maker is. Dat is de ene manier waarop God Zich openbaart. Maar Hij openbaart Zich ook in het Woord, in dat wat Hij gesproken heeft en hoe dat een beslag heeft gekregen in de Schriften, in wat is opgetekend.

Dat is wat wij eigenlijk ook doen. Je kunt dingen maken, je kunt dingen non-verbaal uitbeelden, maar je kunt het ook verbaal doen. Dat wil zeggen: je spreekt over wie je bent en je kunt dat laten optekenen in geschrift. In beide gevallen is het verbaal. Je spreekt, ongeacht of je dat nu vastlegt met camera’s en audioapparatuur, of dat je het opschrijft. Daarin maak je jezelf kenbaar en feitelijk is dat de hoogste manier. Ik aarzel een beetje om het uit te drukken in termen van ‘hoger’ of ‘lager’, maar ik bedoel dit: in dat wat je zegt, kun je met enorme precisie vertellen wat er in je hart is. Je kunt het ook uitbeelden, dat is waar, maar dat begrijp je eigenlijk pas echt wanneer je de ander ook leert kennen doordat hij vertelt wie hij of zij is.

We leren God kennen in de natuur en in de schriftuur. Beide zijn middelen waarin God Zich bekendmaakt. Dat was het startschot van deze serie ‘er is geschreven’, waarin we ons bezighouden met de vraag wat die Schriften zijn en hoe ze zijn ontstaan. Dat laatste zal vanavond het onderwerp zijn.

De Geschriften van Mozes en de Getuigenis van Christus ↑ hoofdstukken

Dit is het tweede onderwerp dat we in deze serie bespreken: het boek Genesis en het woord dat u daarachter ziet staan. Dat laatste moet ik wellicht voor de meesten even toelichten: de toledot. Maar ik beloof u dat u aan het eind van de avond heel goed weet waar het over gaat, want het is een heel karakteristiek woord in het boek Genesis. Ik ga dat straks zeker toelichten. We hebben het dus over het eerste Bijbelboek. Hoe is dat tot ons gekomen?

In het algemeen is het bekend dat de boeken die we als eerste in onze Bijbels aantreffen — althans in de wijze waarop wij onze Bijbels hebben ingedeeld, ons Oude Testament — een bepaalde plek innemen. Dat Oude Testament heeft trouwens een andere volgorde dan de Hebreeuwse Bijbel. Daar ga ik de volgende keer wat meer over vertellen, dus ik stip het hier nu slechts vluchtig aan. Zowel in onze Bijbels als in de Hebreeuwse Bijbel zijn de eerste vijf boeken identiek. Dat zijn de boeken van Mozes; zo staan ze ook bekend. Als u een Duitse Bijbel heeft, dan wordt dat ook altijd zo gezegd: 1. Mose, 2. Mose, 3. Mose, 4. Mose en 5. Mose. Dat is de wijze waarop de Duitsers dat plegen uit te drukken.

Er zijn zoveel voorbeelden waaruit blijkt dat die boeken inderdaad door Mozes zijn opgeschreven. Wat we in het algemeen doen — en dat is wellicht goed om even aan te duiden als onze werkwijze — is dat we de Schriften zelf aan het woord laten. Dat wil zeggen: de Bijbel legt zichzelf uit. De ene Schriftplaats legt de andere uit, zodat de Bijbel in feite een geheel wordt. De Bijbel zegt inderdaad van zichzelf dat die eerste boeken zijn opgetekend en doorgegeven door Mozes.

Ik wil in dat verband een tweetal Schriftplaatsen noemen. Allereerst Johannes 5, waarin de Heer Jezus in een twistgesprek is gewikkeld. Niet omdat de Heer Jezus twistte, maar de anderen betwisten wat Hij zei. Zo moet ik het eigenlijk zeggen, want Hij onderwees, maar er werd tegen Hem gesproken. Zoals je dat vaker in het Johannesevangelie aantreft, kon het er soms heel fel aan toegaan. In vers 46 van Johannes 5 zegt Hij — en ik lees in principe uit de NBG-vertaling: "Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven."

Wat hier wordt verondersteld — het wordt eigenlijk niet eens expliciet beweerd, maar impliciet aangenomen — is dat die eerste boeken ons zijn overgeleverd door Mozes. Hij heeft van de Heer geschreven. "Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?" In feite zegt de Heer Jezus: "Jullie hoeven niet eens te geloven wat Ik op eigen gezag zeg, maar als je werkelijk zou geloven wat Mozes heeft opgeschreven en heeft doorgegeven, dan zouden jullie weten dat het waar is wat Ik zeg." Ze claimen in de boeken van Mozes te geloven, maar de Heer zegt dat dit ten onrechte is.

"Indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?" Zijn geschriften. Daar heb je het meteen: het is niet één geschrift, maar het zijn geschriften, meervoud. Dan hebben we het over de Torah. Dat is de Hebreeuwse manier van formuleren. Torah betekent eigenlijk 'onderwijzing'. Heel specifiek wordt dat soms aangeduid als de Tien Woorden, of meer in het algemeen de wet die aan Mozes is gegeven op de berg Sinaï. Maar nog algemener en breder is de Torah de hele onderwijzing die we in de eerste vijf boeken aantreffen. De Joden noemen dat nog steeds de Torah, de wet. De Bijbel zelf doet dat ook op die wijze.

Wat wij het Oude Testament noemen, heet in het Hebreeuws de Tenach. Dat is een acroniem, gevormd door de eerste letters T, N en K. Het is een samenvatting van de Torah, de Nebi'im (de profeten) en de K'tubi'm (de geschriften). Nogmaals, daar gaan we het de volgende keer over hebben: hoe het Oude Testament tot stand is gekomen. Die boeken van Mozes heten dus de Torah. De andere aanduiding, waar u vast wel eens van gehoord heeft, is de Pentateuch. Dat is Latijn, eigenlijk oorspronkelijk Grieks, en het betekent 'de vijf boeken'. Penta is vijf en teuch is eigenlijk het woord voor instrumenten. Ons woord 'tuig' — en dan bedoel ik niet 'tuig van de richel', maar in de zin van werktuig of voertuig — duidt ook op instrumenten of middelen waarmee je werkt of je voortbeweegt. Het is interessant dat de Pentateuch dus eigenlijk 'vijf boeken' of 'vijf middelen' betekent waarvan Mozes zich heeft bediend. Dat zijn de boeken zoals wij ze noemen: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Dan heb je ze alle vijf op een rij: de vijf boeken, de geschriften van Mozes.

Ik heb nog een Schriftplaats die ik in dat verband wil noemen om te onderbouwen dat die boeken inderdaad van Mozes afkomstig zijn. In vers 27 van Lukas 24 lezen we iets heel interessants. Dat is het hoofdstuk waarin vermeld wordt dat de Heer Jezus is opgestaan uit de doden, precies op die dag, de dag van de eersteling, een hoogtijdag. We lezen dat de Heer Jezus zich vervoegt bij een tweetal mensen. Ik weet eigenlijk niet eens zeker of het twee mannen geweest zijn, maar ze staan bekend als de Emmaüsgangers. De Heer Jezus vervoegt zich incognito bij dat gezelschap, zonder dat ze weten met wie ze van doen hebben. Ze steken van wal en de Heer Jezus vraagt eigenlijk een beetje onnozel: "Wat is er aan de hand?" Zij reageren: "Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat er allemaal gespeeld heeft?" Ze beginnen te praten over Jezus van Nazareth, een man machtig in werken en wonderen. Ze vertellen dat Hij is overgeleverd en gekruisigd, en voegen daaraan toe: "Bij dit alles is het reeds de derde dag." Met andere woorden: de hoop is vervlogen. Ze zeggen er ook nog bij: "Wij hoopten nog wel dat Hij het was die Israël zou verlossen." Maar nu het reeds de derde dag is, is de hoop weg.

Dan zegt de Heer, heel pastoraal: "O onverstandigen en tragen van hart!" Wij zouden misschien zeggen dat deze mensen bemoediging nodig hebben, maar de Heer zegt: "O onverstandigen, traag van hart om te geloven alles wat de profeten hebben gesproken." En dan volgt in vers 27: "En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had." Hier wordt het feitelijk samengebald: Mozes en de profeten. Daarbij is 'Mozes' de aanduiding voor de eerste vijf Bijbelboeken. Ja, daar had je toch bij willen zijn! Al had dat misschien niet eens zo heel veel opgeleverd, want de taal waarvan de Heer Jezus zich bediende, ben ik niet machtig. Maar u begrijpt wat ik bedoel.

Stel je voor dat je dat allemaal gehoord zou hebben, wat Hij toen heeft verteld. Je leest later ook dat zij naderhand zo verrukt waren: "Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij ons de Schriften opende?" En wauw! Het stond allemaal al geschreven en Jezus heeft hen eenvoudigweg overtuigd – of ja, met recht overtuigd. Hij heeft het ze laten zien. Het staat gewoon geschreven, beginnend vanaf Mozes. Ik geloof dat Emmaüs een kilometer of elf à twaalf van Jeruzalem verwijderd is; zestig stadiën was het. Ja, zoiets in die geest moet het zijn. Nou, in die tijd kun je heel wat vertellen hoor. Maar dat heeft de Heer Jezus dan ook gedaan. En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en Hij legde hun uit wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Eigenlijk spreekt heel de Schrift van Hem die komen zou. Trouwens, dat doet de natuur ook, maar oké, dat is nu niet het onderwerp.

Trouwens, in het algemeen gesproken: wat wij het Oude Testament noemen – een niet erg gelukkig woord – is de Hebreeuwse Bijbel. Dat wordt in de Bijbel heel vaak "de wet en de profeten" genoemd. Ik heb expres een aantal schriftplaatsen genoteerd – niet eens compleet – waarin je die uitdrukking vindt. Dat doe ik voor degenen die het later, als ik het op internet zet, nog eens na willen kijken. Dan kun je al die schriftplaatsen opzoeken waar inderdaad die uitdrukking gebezigd wordt: de wet en de profeten. Als je dan vraagt wat de samenvatting is, dan zegt de Heer Jezus: "Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten." Dat is waar het over gaat.

Dus die boeken zijn van Mozes. Nou, voor Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium is dat eigenlijk nogal logisch, daar ga ik het nu voor de rest niet over hebben. Ik bedoel: Exodus gaat over de uittocht onder leiding van Mozes; Leviticus gaat over al die inzettingen die God via Mozes aan het volk van Israël heeft gegeven; en Numeri over de tellingen in de woestijn. Alles verraadt overduidelijk de hand van Mozes, want zo staat het er ook.

De Unieke Tijdlijn en de Omvang van het Boek Genesis ↑ hoofdstukken

Van Genesis is dat natuurlijk wat lastiger. Over dat boek moeten we het eens hebben; laat ik het anders zeggen. De Exodus, de uittocht, vond plaats in het jaar 2500 Anno Hominis. Dat wil zeggen: gerekend vanaf Adam. Ik ga dat nu niet helemaal uitleggen, maar elders heb ik daar een hele serie studies over gegeven, over die prachtige, echt schitterende tijdlijn.

Je ziet daar inderdaad dat de periode vanaf Adam tot aan de dood van Noach en de geboorte van Abraham exact 2000 jaar beslaat. Vervolgens kom je weer exact 500 jaar verder uit bij de uittocht uit Egypte. Dat is dus precies in het vijftigste jubileumjaar. Ook dat is nog eens een keer zo. Op dat moment vond de Exodus plaats en we weten dat Mozes toen 80 jaar oud was. Hij had overigens nog veertig jaar te gaan. Dat is iets wat veel bijbellezers zich niet zo goed realiseren, maar het mag u niet ontgaan: het boek Genesis bestrijkt een relatief zeer lange periode, namelijk ruim 2200 jaar.

Het boek Genesis begint bij Adam en het eindigt in Genesis 50 bij de geschiedenis van Jozef. Dat is een periode van plusminus 2200 jaar – en ik kan u vertellen dat dat heel lang is. Zeker als u zich realiseert dat de periode vanaf de Exodus in het jaar 2500 tot aan de verschijning, het sterven en de opstanding van Christus pakweg 1500 jaar heeft geduurd. Eigenlijk gaan alle boeken van het Oude Testament, met uitzondering van het boek Genesis, over een periode van 1500 jaar. En dan is er dat ene boek – nou ja, 'boekje' – het boek Genesis, dat in zijn eentje over 2200 jaar gaat. Relatief gezien is dat dus een veel langere tijd dan de hele periode die daarna beschreven wordt. De tijd van Mozes tot aan Christus heeft 1500 jaar geduurd, maar die periode wordt zeer uitgebreid beschreven.

Dat betekent dat meer dan de helft van de totale oudtestamentische tijd eigenlijk vervat ligt in het boek Genesis. Noodzakelijkerwijs is de beschrijving dus heel summier; dat kan niet anders. Er wordt inderdaad met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis gegaan.

Eén van de dingen die ik vanavond naar voren wil brengen, is dat Mozes niet de schrijver, maar de redacteur is van Genesis. Dat geldt dan speciaal voor Genesis 1 tot en met 36, dus tot aan de geschiedenis van Jozef. Ik kom er later nog op dat de geschiedenis van Jozef wél door Mozes zelf is opgetekend. Ik loop nu een beetje voor de fanfare uit, want ik moet de 'bonnetjes' daarvoor natuurlijk nog overleggen, maar je moet ergens beginnen. Er zijn nog wel een paar dingen die in dat verband van belang zijn.

De Betekenis van de Woorden Genesis en Toledot ↑ hoofdstukken

Hoezo Genesis? Zo noemen wij het eerste Bijbelboek. Het woord Genesis is eigenlijk een Grieks woord en komt uit de Septuagint. Dat wil zeggen: de Griekse vertaling van wat wij het Oude Testament noemen. Die letters LXX staan voor de zeventig, de Septuagint. Die naam Genesis herken je waarschijnlijk wel. Ik had het net over de Pentateuch, en nu heb ik het over het woord Genesis. Daar zit het woordje ‘gen’ in, en dat is in zoveel Nederlandse woorden – en trouwens ook in andere moderne westerse talen – te herleiden. Daar zit dat woordje ‘gen’ in, denk aan genetica. Maar wat dacht u bijvoorbeeld van Genesis 2 vers 4 en 5 vers 2? Ik zal straks nog een heleboel andere voorbeelden geven. Daar staat dit woordje Genesis eigenlijk op zijn Grieks: GÈNÈSÈOOS.

Het woordje Genesis, met dat ‘gen’, herken je dus in genetica, maar wat dacht u van genereren? Genereren wil eigenlijk zeggen: iets voortbrengen of iets doen ontstaan. Het kan ook verwekken zijn, of geboren doen worden. Het is eigenlijk een heel breed begrip, maar het betekent letterlijk iets doen ontstaan. Het is trouwens afgeleid van het woordje voor ‘worden’. Vandaar dus genereren. In de Griekse vertaling van het boek Genesis komt dit woord Genesis heel dikwijls voor. Dan wordt het vaak vertaald met verwekken of met andere woorden, maar het betekent dus eigenlijk ‘wording’. Wat we in het boek Genesis hebben, is op logische wijze het ontstaan van alles. Het is de wording van hemel en aarde, de wording van de mensheid; eigenlijk de hele ontstaansgeschiedenis. Alle grote dingen zijn daar begonnen en vinden daar hun oorsprong. Het is het boek van de oorsprongen.

Alles vindt dus zijn oorsprong in het boek Genesis. Daarom is dit boek Genesis zo buitengewoon belangrijk: daar begint namelijk alles. Het is de basis. Ik zeg dat voorzichtig, maar het is niet voor niks dat de tegenstander zich juist altijd op dat boek heeft gericht. Want als je het boek Genesis eenmaal van zijn kracht en van zijn betekenis hebt beroofd en ontdaan, ja, dan houd je eigenlijk niks over. Daar komt het op neer.

Goed, Genesis betekent dus wording. Nu komen we voor het eerst bij dat woordje ‘toledot’. Waarom? Nou, wat in het boek Genesis – of in het Grieks ‘genesis’, ‘geneseos’ of hoe dat ook maar uitgesproken moet worden – wording heet, dat heet in het Hebreeuws ‘toledot’. Eigenlijk moet ik erbij zeggen dat toledot geen enkelvoud is, maar een meervoud. Ik wil het niet al te technisch maken, maar dat is het idee. Je ziet hier ook dat Hebreeuwse woord toledot staan. Een aantal van jullie kunnen dit denk ik een klein beetje lezen. Je moet dat van rechts naar links lezen, zo gaat dat in het Hebreeuws. Met die puntjes en die tekentjes erboven en eronder wordt de uitspraak aangegeven volgens de Masoreten.

Het wordt onder andere in de NBG-vertaling vertaald met ‘nakomelingen’. Dit is ook de wijze waarop de Concordant Version dat weergeeft. Maar eerst even dit: toledot is dus genesis, het heeft te maken met wordingen, eigenlijk meervoud. In de NBG-vertaling wordt dit woordje toledot weergegeven met ‘geschiedenis’. Meteen de eerste keer dat het woordje toledot gebruikt wordt, wordt het in de NBG-vertaling weergegeven met geschiedenis. En een heel aantal keren meer ook. Het wordt ook vertaald met nakomelingen, en eigenlijk vaker nog, want ik zie hier Genesis 10 vers 1, 11 vers 10, 11 vers 27, et cetera. Kijk het maar na. Dat is jammer. Weet je waarom dat jammer is? Omdat dan één specifiek woord op twee verschillende wijzen wordt weergegeven, zodat jij als lezer in het Nederlands niet in de gaten hebt dat het eigenlijk om één woord gaat. Dat is dus eigenlijk heel inconsequent weergegeven. Dat heeft een mooi woord: dat is discordant. Het is niet eensluidend weergegeven en dat is altijd lastig. Want als je wilt weten hoe het in het origineel staat, dan wil je weten dat als er één woord staat, dit niet op twee, drie of meerdere wijzen wordt weergegeven. Want ja, dan word je eigenlijk alleen maar op een dwaalspoor gebracht.

Je wilt weten hoe het in het origineel staat. Daarom ben ik een groot voorstander van een concordante vertaling, zodat één woord – dat kan niet altijd, dat weet ik – maar dat één woord in het origineel, in het Grieks of het Hebreeuws, weergegeven wordt met één Nederlands woord. Dat zou het ideaal moeten zijn. Zodat je als Nederlandse lezer misschien niet een hele fraaie vertaling krijgt, maar wel een vertaling die heel betrouwbaar is en je brengt bij de bron. En dat is wat ik wil: ik wil zo dicht mogelijk bij de bron komen. U weet het hè: als je dicht bij de bron wilt komen, moet je vaak tegen de stroom in zwemmen. Dat is eigen aan het hele fenomeen.

De Statenvertaling, om het eventjes compleet te maken, geeft het weer met ‘geslacht’, in de zin van generatie, en ook met ‘geboorten’. En de Concordant Version – u begrijpt al, daar ben ik nogal erg gecharmeerd van vanwege het vertaalprincipe van concordant vertalen – die geeft het in de Engelse versie weer met ‘genealogical records’. Oftewel, dat is een hele mond vol hoor, maar ik ga het straks vanzelf wat toelichten: het zijn eigenlijk genealogische registraties. Dat is wat het woord betekent. Het aardige van de Concordant Version is dat ze dat, zoals je mag verwachten, heel consequent doen. Iedere keer als dat woordje toledot voorkomt, geven ze het op die manier weer. Aha, perfect, zo willen we het!

Om nog wat dieper op die toledot in te gaan: ja, dat zijn registraties. Oftewel geschiedschrijvingen, boekstavingen of opgetekende kronieken. Het wordt ook wel met geslachtsregisters weergegeven, maar het is een register, een registratie, een vastlegging, een boekstaving. Zwart op wit worden er verhalen of dingen opgetekend en geboekstaafd. Dat zijn toledot.

Toledot als Oeroude Colofons en Bronvermeldingen ↑ hoofdstukken

En de aardigheid is – en dat wil ik straks laten zien – dat als dat woord toledot voorkomt, het ook altijd een bronvermelding is. En die vindt telkens plaats aan het einde van het document. Kent u het woordje kolofon? Letterlijk betekent colophon trouwens – het is een Grieks woord – een sluitstuk of een slotstuk. In het woordenboek staat dat een colofon op een van de laatste pagina's van een boek, een krant of een tijdschrift staat en toont wie aan de uitgave van het betreffende werk hebben meegewerkt. Het kan gezien worden als een lijst van hoe het tijdschrift of boek tot stand gekomen is. Je ziet daar dan bijvoorbeeld de uitgever, de redactie, het concept en de creatie; eigenlijk allerlei elementen die van belang zijn, zoals het tijdstip, de verschillende drukken, enzovoort. Het zijn allerlei zaken die bijdragen aan of informatie geven over de oorsprong van dat betreffende document, of dat nu een boek, een tijdschrift of wat dan ook is.

Wat ik vanavond wil laten zien, is dat het boek Genesis is geredigeerd door Mozes. Jazeker, maar Mozes heeft zich bediend van toledot, van boeken en documenten. Hij heeft de dingen bij elkaar gebracht en trouwens ook bewerkt, zoals een redacteur dat doet. Het fenomenale – laat ik dat meteen maar zeggen voor het geval u mocht afhaken – is dat het boek Genesis stuk voor stuk uit ooggetuigenverslagen bestaat. Het zijn verzamelingen van documenten die opgesteld zijn door de aartsvaders zelf. En dat is echt heel spectaculair.

De eerste keer dat ik hierover sprak, was in 2008 geloof ik, als ik me niet vergis. Dus ergens op internet moet hierover ook nog wel een Bijbelstudie zijn; dat zal op de een of andere manier wel samenvallen met wat ik nu vanavond vertel. Inmiddels ben ik wel weer wat wijzer geworden, hoop ik. Maar ik had toen een boek gelezen van een Amerikaanse archeoloog genaamd Wiseman – prachtige naam trouwens als je zo mag heten: Wiseman. Deze archeoloog heeft zich heel veel beziggehouden met kleitabletten in Mesopotamië en hij ontdekte dat er heel bijzondere overeenkomsten zijn tussen dat wat er in die kleitabletten staat en de wijze waarop dat vormgegeven is, ook met die toledot als colofons aan het einde, en hoe het boek Genesis is opgebouwd. Hij heeft daar een boek over geschreven, 'Ontdekkingen in Genesis', en ik vond dat – als ik het op z'n Engels mag zeggen – mindblowing. Geweldig! Want het bepaalde mij bij de historische betrouwbaarheid van het boek Genesis.

Mozes had in zijn dagen de beschikking over allerlei geschriften; ik denk dan aan kleitabletten, want dat was de wijze waarop de eerste pakweg vijftienhonderd tot tweeduizend jaar de dingen werden opgetekend. Wij hebben nu tekstverwerkers, maar toen ging dat allemaal nog wat anders. De schrijfkunst is echter al duizenden jaren oud. In de dagen van Abraham, toen hij in Mesopotamië was, werd er al van alles op schrift gesteld. Ik zeg op schrift, maar ik bedoel dus op kleitabletten, in spijkerschrift en hoe dat dan ook maar heten mag. Welnu, het boek Genesis is een verzameling van de aller, aller, alleroudste documenten die ooit op schrift zijn gezet. En het is Mozes geweest die dat bij elkaar gebracht heeft en geredigeerd heeft. Hij heeft ze trouwens soms ook voorzien van aantekeningen, maar daar kom ik later nog op.

Het woordje toledot betekent 'wording' of 'ontstaansgeschiedenis'. Laat ik het op die manier aanduiden: de ontstaansgeschiedenis. Ik heb voor de accuratesse het woord iedere keer onvertaald gelaten en weergegeven zoals het in het Hebreeuws staat: toledot. Ik zei al aan het begin: u denkt misschien 'wat is dat?', maar je moet dit weten in verband met het onderwerp waar het over gaat.

De Eerste Toledot: de Registratie van de Schepping in Zes Dagen ↑ hoofdstukken

Dat dit woord gebruikt wordt, is in Genesis 2 vers 4. Ik vind het persoonlijk ook meteen het meest spectaculaire, mag ik wel zeggen. In Genesis 2 vers 4 staat er: "Dit zijn de Toledot van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden." Daar is dus een hoofdstuk aan voorafgegaan — u raadt het al: Genesis 1. Hoe begint dat? "In den beginne schiep God de hemel en de aarde", enzovoorts. En dan aan het einde van die registratie staat er: "Dit zijn de Toledot van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden." Deze tekst is heel belangrijk: dit is het slot van het scheppingsverhaal. Want dat is een punt dat ik nu ook wil maken: meestal wordt het woordje Toledot opgevat als een inleiding of als een voorwoord, maar het is juist een slotwoord. Dat zie je eigenlijk hier meteen al heel duidelijk. Genesis 2 vers 4 sluit de registratie van de schepping af.

Het voorgaande, dit zijn of dit waren de Toledot — in het Hebreeuws zie je het verschil in dat soort tijden niet eens weergegeven, maar laat dat maar even zitten — dit waren de Toledot van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden. Dat betekent dus dat het voorgaande de registratie was. Dat was de vastlegging, de boegstaving van de schepping van hemel en aarde. Kijk, je moet goed opletten wat ik nu zeg. God heeft de scheppingswoorden twee keer uitgesproken. De eerste keer toen Hij zei: "Er zij licht." Toen was niemand daarbij. Toch? Niemand was daarbij; Hij en eventueel hemelbewoners. Toen creëerde Hij dat, en vervolgens dat het land uit de wateren tevoorschijn kwam, et cetera. In Genesis 1 vind je tien keer scheppingswoorden. Let op: tien woorden. Wij denken bij de "tien woorden" altijd aan de stenen tafelen, maar feitelijk is de eerste keer dat de tien woorden worden uitgesproken in Genesis 1.

Maar God heeft de scheppingswoorden dus twee keer gesproken. In de eerste plaats bij de schepping zelf, maar toen was er nog geen mens bij. En de tweede keer was toen God dit verhaalde aan de mens. Ik ga er gewoon vanuit dat Hij dit verhaald heeft aan Adam. Je leest in de aanvang, in de Hof van Eden, dat Hij sprak met de mens. De mens wandelde ook met God; in de avondkoelte lees je dat. Natuurlijk heeft God gesproken. Meestal is de gedachte dat Adam een primitieveling was, een holbewoner; dat weet ik allemaal wel. Maar ik denk dat als je er heel evolutionair naar kijkt, men denkt dat het van heel laag ontwikkeld naar hoog is gegaan. In technische zin klopt dat, maar in geestelijke zin is het juist andersom. Adam had capaciteiten waar wij helemaal geen weet meer van hebben. We zijn sindsdien niet geëvolueerd — sowieso niet qua leeftijden — maar gedevolueerd in allerlei opzichten, ook intellectueel zelfs. Moet je je voorstellen dat je honderden jaren oud kunt worden en dat je, zonder te dementeren, alles wat je leert onthoudt. En dat je vervolgens daarop voort kunt borduren. Wat een wijsheid kun je dan verzamelen! Nu is het iedere keer zo dat na zeventig, tachtig of negentig jaar het kringetje weer opnieuw begint en dan zeg je: "Tja, ik ben weer terug bij af."

Maar laat ik even bij mijn punt blijven: God heeft dus de scheppingswoorden verhaald aan Adam. Wat ik eigenlijk wil zeggen in deze dia is een onderwerp apart; daar zou ik met gemak een paar avonden aan kunnen wijden, want het is zo boeiend. Voor mij was ook dit een heel spectaculair inzicht. Meestal is het verhaal dat men zegt: "In zes dagen heeft God de hemel en de aarde geschapen." Dat staat nergens zo. Er staat later in Exodus 20 dat Hij hemel en aarde dééd in zes dagen. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: Hij heeft aan Adam de schepping van hemel en aarde geopenbaard in zes dagen en dat ook laten optekenen. God heeft gesproken en telkens staat er: "En God zeide..." Eigenlijk wordt Adam gewoon onderwezen. De aardigheid daarvan is dat allerlei dingen meteen heel begrijpelijk worden. God sprak, het was avond geweest en het was morgen: dag één. En daarna weer die cyclus, elke keer een nieuwe dag, en God sprak weer een scheppingswoord. Dat zijn de dagen waarin God gesproken heeft tot de mens.

Waarom 's nachts niet? Om een heel eenvoudige reden: toen sliep de mens. God heeft Zijn scheppingswoorden aan de mens bekendgemaakt in zes dagen, en 's nachts niet, want toen rustte de mens. In feite kreeg Adam dus onderwijs over hoe God de dingen geschapen heeft. Nou ja, hóé Hij het geschapen heeft staat er eigenlijk niet, maar wel dat Hij het voortbracht. Hoe lang Hij dáárover gedaan heeft, staat er helemaal niet. Dat is heel interessant. Er staat nergens in Genesis hoe lang het duurde. "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." Hoe lang Hij daarover deed? Nobody knows. In Genesis wordt het in ieder geval niet verteld. Het is geopenbaard in zes dagen aan de mens; dat is een heel ander verhaal. Adam kreeg feitelijk gedurende die zes dagen onderwijs terwijl God sprak en de dingen benoemde. God noemde het uitspansel hemel, God noemde het droge land aarde, et cetera. En Hij vertelt ook waar het voor de mens voor bedoeld was. Op dag vier lees je dan dat God verhaalt over de schepping van zon, maan en sterren, en dat deze zouden zijn tot vaste tijden, dagen en jaren. Allemaal met de opzet waar het voor diende. De mens kreeg onderwijs.

Ik vind dit ook weer een prachtige bevestiging: dat God over de schepping heeft gesproken in het allerprilste begin, bij de creatie van het eerste mensenpaar. Adam heeft het gehoord, Eva heel wellicht ook. Adam heeft met de Schepper gesproken en de Schepper heeft hem in zes dagen de dingen verteld. En Adam heeft het ook opgeschreven; ik zal het laten zien. Het is zelfs zo dat de zon en de maan nog niet eens namen hadden. Wist u dat? Want je leest: "God schiep het grote licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht." Wij zouden zeggen: waarom staat er niet gewoon de zon en de maan? Nou ja, de dingen moesten nog benoemd worden. Adam heeft daar trouwens een belangrijk aandeel in gehad, in ieder geval in het benoemen van de dierlijke creaties en de planten; hij heeft dat allemaal namen gegeven. Maar de zon en de maan hadden nog niet eens namen, en dan lees je dus over het grote licht en het kleinere licht.

Na zes dagen lees je dat God staakte; dat is eigenlijk wat Shabbat betekent. Op de zevende dag had God Sabbat. Niet omdat God móést rusten, maar om de mens te laten rusten. De klemtoon moet ik wel goed leggen natuurlijk: de Shabbat is gemaakt voor de mens, niet voor God. Hoe staat het ergens in de Psalmen? Dat Hij de Bewaarder is die niet sluimert noch slaapt. Het was niet zo dat God moe was ofzo, of dat God 's nachts moest slapen. Natuurlijk niet. Hij sluimert noch slaapt; Hij hoeft ook niet te rusten. Maar de mens wel. Vandaar ook dat hij overdag de scheppingswoorden vernam, die ook zijn opgetekend. En dan in Genesis 2 vers 4, na de zes dagen, lees je: "Nou, dit zijn de registraties van hemel en aarde ten dage dat zij geschapen werden." Zo werd het vastgelegd. Er staat eigenlijk niet vermeld wie dat heeft opgetekend, maar ik heb wel een idee: ik denk dat Adam dat gewoon gedaan heeft. En u zegt: kon Adam dan schrijven?

De Tweede Toledot: het Boek van Adam en de Kleitabletten ↑ hoofdstukken

In de tekst staat het volgende: "Dit is het boek van de toledot van Adam." Eigenlijk wordt hier verwezen naar wat in de Septuagint de Biblos Genesios heet, het boek Genesis. Als we consequent zijn, zoals we dat ook in Genesis 2 vers 4 zagen, dan is dit een afsluiting, een colofon. Gewoonlijk zeg je aan het einde van een document: dat was het eerste document, de eerste kleitabletten die opgetekend waren. Aan het einde wordt dan gezegd dat dit de afsluiting is en hoe het tot stand is gekomen. Hier in Genesis 5 vers 1 staat: "Dit is het boek van de toledot van Adam." Ook hier is sprake van een afsluiting. Zodat vanaf Genesis 2 vers 5 tot aan het einde van hoofdstuk 4 – tot hiertoe dus – we te maken hebben met een boek. En een 'boek' betekent hier gewoon 'dat wat geschreven is'. Wij denken bij een boek direct aan een ingebonden exemplaar zoals we dat nu kennen, maar dat hoeft niet per se. Het is gewoon een samenstelling van de dingen die zijn opgetekend en geschreven. Wij hebben daar tegenwoordig keurige boeken voor, maar de vorm zoals wij die kennen, de codex, is pas zo'n tweeduizend jaar oud. Daarvóór hadden ze boekrollen en daarvóór de kleitabletten. Tegenwoordig hebben we tekstverwerkers en computertjes; daar ben ik trouwens wel erg blij mee, want dat werkt een stuk handiger.

Wat hier zo mooi aan is, is dat dit het 'boek van Adam' wordt genoemd, dat wat er geschreven is. Kijk, het eerste boek, de eerste toledot, de eerste geschiedschrijving, dat was wat God verteld had over de schepping in zes dagen. Dat was het einde van die toledot. Vervolgens krijg je een nieuwe geschiedschrijving waarin Adam feitelijk vertelt over zijn belevenissen in de Hof van Eden, over de eerste zonde in Genesis 3 en over Kaïn en Abel. Dan vind je vervolgens ter afsluiting: "Dit is het boek van de toledot van Adam." Dat verwijst dus niet naar het navolgende, maar is een afsluiting van het voorgaande. Hiermee staat met weinig woorden beschreven dat Adam dit boek heeft geschreven. Ik ga ervan uit dat dit op kleitabletten is opgetekend, zoals dat in die tijd in Mesopotamië ging. Aan het einde werd een colofon geplaatst, en dat is hier ook het geval.

In het tweede deel van dit vers staat: "Ten dage dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar Gods gelijkenis." Dit is eigenlijk weer het begin van een nieuwe geschiedenis. Onze versnummering helpt hier niet echt, want je zou zeggen dat dit bij het voorgaande hoort, maar nee: de eerste zin is de afsluiting en daarna begint gewoon weer een nieuwe kleitablet, een nieuw boek. Een boek in de zin van een bundeling is heel handig; je weet wat bladzijde één en twee is. Bij een boekrol is dat al wat lastiger en bij kleitabletten – wat wij een losbladerig systeem zouden noemen – is het de vraag: hoe houd je dat netjes bij elkaar? Wij gebruiken daar meestal een paperclip voor of een nietmachine. Ik kende iemand die zei over zo’n systeem: "Het is meer losbladerig dan een systeem." Dat krijg je dan.

In Mesopotamië werkte men op een specifieke manier om documenten aan elkaar te verbinden. Je hebt zo’n colofon, maar hoe weet je nu wat het tweede deel is dat daarop aansluit? Dat doe je door een sleutelwoord als verbinding te gebruiken. Dat zie je hier heel duidelijk. Je ziet de 'toledot van Adam' en dan 'ten dage dat God Adam schiep'. 'Adam' is hier het sleutelwoord, het verbindende woord dat de ene kleitablet met de andere verbindt. Waar het ene document eindigt, moet het volgende document dat erop aansluit daar weer mee beginnen. Het is een methode om volgorde en ordening in het geheel te houden. Het is dus de toledot van Adam die dit boek heeft opgetekend. Adam heeft dus de eerste boeken opgeschreven: eerst Genesis 1, uit de mond van de Schepper Zelf, en vervolgens zijn eigen eerste memoires over de Hof van Eden en Kaïn en Abel. Hij heeft dat als ooggetuige en generatiegenoot allemaal opgetekend. En zo zijn wij inmiddels zesduizend jaar later en hebben wij dat nog steeds tot onze beschikking. We gaan hiermee straks na de pauze verder, want ik heb nog een heel aantal dia’s.

De Toledot van Noach en de Meervoudige Ooggetuigenverslagen ↑ hoofdstukken

Ik zal u vertellen: we hebben inmiddels twee toledot bezien. De eerste is veruit het meest uitgebreid besproken, en de reden daarvoor heb ik eigenlijk al opgenoemd. Dan komen we vervolgens bij de derde, en dat is in Genesis 6 vers 9. Daar staat: 'Dit zijn de toledot van Noach.' Dat betekent dat Noach het voorgaande uiteraard boekstaafde of registreerde. Het is de registratie, of de geschiedschrijving zo u wilt, van Noach. Dat betekent dat hij het register in Genesis 5 heeft genoteerd. In al deze gevallen is het nogal logisch dat hij dat kon; de naam die genoemd wordt en aan wie de registratie wordt toegeschreven, kan dat natuurlijk alleen maar registreren als hij daadwerkelijk nog leefde. Anders valt er niet veel meer te schrijven en op te tekenen. Dat zullen we ook iedere keer zien. In dit geval dus: Noach registreerde het register, en trouwens ook de aanleiding tot de vloed, de grote vloed, want die wordt beschreven vanaf het navolgende.

Hier zie je ook weer hetzelfde fenomeen waar ik het over had: dat sleutelwoord. Hoe het einde van het ene document, de colofon, het sluitstuk, aansluit bij het navolgende. Of dat een wet van Meden en Perzen is, daar blijf ik vanaf, maar je ziet het heel dikwijls op deze wijze. Wat je hier vervolgens krijgt, is dat er eigenlijk twee keer 'Noach' staat. Dat zie je ook in de interlineair, de woord-voor-woordweergave: 'Dit, deze zijn de genealogische registraties of de geschiedenissen.' De NBG-vertaling geeft het hier weer met 'de geschiedenis' en elders weer met 'nakomelingen'. Dat is precies wat ik bedoel met hoe verwarrend dat kan zijn. Vandaar dat ik gewoon zeg: het zijn de toledot. Als je niet weet wat dat zijn, leer je een woord ook kennen uit de manier waarop het gebruikt wordt. Zelfs al had er 'blub' gestaan, dan had je uit de verschillende voorkomens nog kunnen opmaken wat het betekent vanuit de context. Zo leert een mens eigenlijk een taal; hij leert door de verbanden. Als je honderd keer aan een kind vertelt 'dat is een lamp', dan weet hij op een gegeven moment echt wel wat een lamp is, ondanks het feit dat je over verschillende dingen spreekt. Hij herkent het.

'Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man. Noach wandelde met God.' Noach is in dit geval heel duidelijk het verbindingswoord. Ik heb het hier ook nog even in de aantekeningen vermeld: dit schriftgebruik is ook bekend vanuit de kleitabletten in Mesopotamië. Dat was de reden waarom Wiseman daarmee aankwam. Hij was een archeoloog in Mesopotamië, tientallen jaren is hij daar actief geweest, en hij herkende die patronen van de colofons. Hij zei: 'Prachtig, die documenten op die kleitabletten worden op deze wijze aan elkaar verbonden', voor zover ze aan elkaar verbonden zijn uiteraard.

We gaan verder. Aan het einde van de pauze werd nog opgemerkt: zou die eerste toledot in Genesis 1, de registratie van de schepping van hemel en aarde, niet door God Zelf opgetekend kunnen zijn? Zoals Hij ook de tien woorden op de Sinaï aan de mens gaf en deze Zelf met de vinger schreef. Ik vind dat een meer dan voor de hand liggende gedachte. Ik kan het niet bewijzen, want het wordt niet vermeld. In dit geval wordt heel duidelijk gezegd: 'het is de toledot van Noach' of 'de toledot van Adam', dan weet je wie de schrijver is. In het geval van Genesis 1 wordt het niet vermeld, maar er zijn redenen om aan te nemen dat het inderdaad zo is. Ik geef het alleen ter overweging door.

Dit zijn dus de toledot van Noach en dan krijgen we vervolgens — we slaan heel wat hoofdstukken over — de vierde keer: 'Dit zijn de toledot van de zonen van Noach', namelijk Sem, Cham en Jafet. Het verbindende is het woordje 'hen', een verwijswijord dat uiteraard naar de zonen van Noach verwijst. Het is iets minder duidelijk dan de voorgaande, maar niettemin. Dat geeft aan dat in dit geval de hoofdstukken die eraan voorafgegaan zijn — en dat is met name de hele zondvloedgeschiedenis — opgetekend zijn door de zonen van Noach. Dat is vanaf hoofdstuk 6 vers 9. Het gaat om wat genoteerd is over de bouw van die enorme kist, de ark, maar ook de vloed en de minuscule details over welke dag het was, hoe lang de regenval duurde en hoe de kolken vanuit de diepte openbraken. Alles wordt genoteerd door ooggetuigen. In dit geval niet door één auteur, maar door drie auteurs.

Je kunt je voorstellen: als je de schrijfkunst machtig bent en je hebt de woorden van God, en je krijgt dingen rechtstreeks van God Zelf, dat je dat ook optekent. Ik had het net over die kleitabletten in Mesopotamië. Daar zijn er heel veel van gevonden en de afgelopen eeuw zijn die ontcijferd. Het aardige is dat die ook allerlei huishoudelijke mededelingen bevatten; betrekkelijk onbelangrijke dingen over de dagelijkse handel en wandel. Waar het natuurlijk op aankomt, is dat je het origineel hebt. Dat geldt ook voor de zondvloedgeschiedenis. Over de hele wereld hebben alle volkeren hun eigen herinneringen aan een enorme vloed die ooit de wereld heeft bedekt. Over de universaliteit hebben we het nu even niet, maar in ieder geval is het hele menselijk geslacht op acht zielen na omgekomen. Daar zijn talloze herinneringen aan, alleen zijn er ook hele bizarre voorstellingen van weergegeven. Die van de Bijbel is heel sober en feitelijk, terwijl de rest is geperverteerd met veel fantasieën. Je ziet gewoon dat je het origineel hebt, maar vanuit het origineel — dat krijg je met overleveringen — worden verhalen misvormd en veranderd als ze doorverteld worden. Er worden dingen bijgevoegd of afgedaan, allemaal ten faveure van het menselijk denken.

De registratie van de vloed in de dagen van Noach is dus opgetekend door meerdere auteurs, door de toledot van de zonen van Noach. Dit is een fenomeen. Ik weet niet of u wel eens de hoofdstukken Genesis 6, 7, 8 en 9 hebt gelezen, maar dan valt het op dat bepaalde passages eigenlijk dubbelop zijn. In ieder geval zeg je: 'Wacht even, dit was al gezegd.' Maar dat is precies wat je zou verwachten als er verschillende auteurs aan een document hebben gewerkt, toch? Je vindt allerlei herhalingen en dat kan heel gemakkelijk worden verklaard door de aanwezigheid van meerdere auteurs. Vooral de minutieuze details die worden weergegeven, waarvan je achteraf zou kunnen zeggen: 'Wat doet dat eigenlijk ter zake?' Maar juist dat soort feitelijkheden is wat je verwacht van iemand die de dingen registreert. Hij stelt het gewoon vast en kijkt vanuit de ark, en ziet dan alle bergtoppen bedekt. De hele wereld staat dan blank. Hij noteert dat; alle bergen, en gedurende hoe lang die boot daar gedobberd heeft. Goed, dit zijn de toledot van de zonen van Noach, en vanaf hoofdstuk 10 vers 1... nee, vanaf het navolgende.

Aan hen werden de zonen geboren na de vloed. Dat wil zeggen dat je vervolgens het verslag van Sem krijgt, want dat staat namelijk in hoofdstuk 11. Dus Genesis 6 tot en met... wat was het ook alweer? Tot en met hoofdstuk 9 is opgetekend door de zonen van Noach.

Genesis 10 tot 11 vers 9, dat zijn de toledot van Sem, één van de zonen. Via die lijn is God ook verdergegaan in de geslachten. De belofte ging via Sem naar Terach en uiteindelijk kwam het bij Abraham terecht. Via die lijn.

"Dit zijn de toledot van Sem." Ook hier zien we dus weer die colofon. Sem heeft de volkerentafel geheel doorgegeven; Genesis 10 met al die geslachtslijnen, met al die zeventig namen. De zeventig volkeren heeft hij genoteerd en ook de torenbouw van Babel heeft hij opgetekend. Aan het einde van die geschiedenis staat: "Dit zijn de toledot van Sem." Hij heeft dit geboekstaafd, genoteerd, geregistreerd.

Vervolgens krijg je weer een nieuw document en dat wordt verbonden. Hier zie je het ook weer: Sem. Dat is weer die verbindende tekst voor het navolgende.

De Toledot van Terach tot en met Jakob ↑ hoofdstukken

Vanaf hier zien we de registratie van Terach, want dat staat in hoofdstuk 11 vers 27. Het is niet zo heel veel tekst, maar er staat: "En dit zijn de toledot van Terach." Terach was, zoals u weet, de vader van Abraham. De hele lijn vanaf Sem tot aan Terach wordt dus door Terach beschreven. Vervolgens krijg je de volgende toledot, waarbij we opnieuw de naam Terach tegenkomen. Ook hier zie je dat verbindende element: het vorige document eindigt ermee en het volgende begint er vervolgens weer mee. Op die manier worden die tabletten, de documenten, aan elkaar gevoegd. Terach verwekte Abraham, Nachor en Haran, en Haran verwekte Lot, enzovoort.

Daarna volgen er een heleboel hoofdstukken waarin we de uitgebreide geschiedenis van Abraham lezen, vanaf Genesis 12 tot aan Genesis 25 vers 12. Een paar verzen later – ik heb ze expres even bij elkaar genomen – lees je in Genesis 25 vers 12: "Dit nu zijn de toledot van Ismaël, de zoon van Abraham, die Hagar, de Egyptische, de slavin van Sara, Abraham gebaard had." En weer een paar verzen verderop lees je: "Dit zijn de toledot van Isaak, de zoon van Abraham; Abraham verwekte Isaak."

De vraag die hier natuurlijk opvolgt, is hoe we dit moeten zien. Het gaat hier om twee broers, Ismaël en Isaak. In geestelijke zin had Isaak het eerstgeboorterecht; via hem zou God de lijn voortzetten in de geslachtslijn Abraham-Isaak-Jakob. Maar dat neemt niet weg dat Ismaël de oudste zoon was. Deze toledot bevatten de geschiedenis van vooral Abraham en deels ook die van Ismaël en Isaak. De vraag is in hoeverre we deze moeten onderscheiden. Is het zo dat heel het voorgaande uitsluitend aan Ismaël moet worden toegeschreven en alleen de verzen die daartussen liggen aan Isaak? Dat lijkt me niet waarschijnlijk, al kan ik het niet bewijzen. Het is een van de vragen die ik hierover heb. Je zou kunnen zeggen dat Ismaël het misschien niet eens zelf heeft geregistreerd, maar dat hij als oudste zoon in ieder geval de bezitter was van de memoires van Abraham. Isaak heeft vervolgens ook een deel voor zijn rekening genomen en dat genoteerd. Ik laat dat als een open vraag hierachter; ik heb daar hooguit een bepaald idee over.

Hetzelfde fenomeen zien we een aantal hoofdstukken verderop. Naarmate de geschiedenis voortschrijdt, worden de beschrijvingen uitgebreider. Vanaf Abraham wordt de geschiedenis van de aartsvaders – Abraham, Isaak en Jakob – echt heel uitvoerig. De geschiedenis van het voorgaande deel is weer opgetekend door Ezau. Eigenlijk kun je van Ezau in dit geval hetzelfde zeggen als van Ismaël. Ezau was natuurlijk de oudste zoon en hij heeft kennelijk de registraties in bezit gehad. Dat deze Ezau ook Edom heet, is bekend. Als je dan een betrekkelijk kort gedeelte doorleest, kom je in hoofdstuk 37: "Dit zijn de toledot van Jakob."

Ik moet daar nog even bij zeggen dat er staat: "Dit zijn de toledot van Jakob; Jozef, zeventien jaar oud – hij was dus nog jong – placht met zijn broeders..." en dan volgt de geschiedenis van Jozef. Heel dikwijls wordt de verklaring gegeven dat dit een inleidende zin of een voorwoord zou zijn. Maar bij de eerste vermelding in Genesis viel die verklaring eigenlijk al door de mand en hier bij de laatste gebeurt dat opnieuw. Ook hier vormt deze formulering heel uitdrukkelijk het slotstuk. Het vervolg is namelijk helemaal niet de geschiedenis van Jakob, maar juist die van Jozef. Vanaf Genesis 37 tot aan Genesis 50 lezen we de geschiedenis van Jozef, waarin Jakob weliswaar een rol speelt, maar de hoofdrol is voor Jozef weggelegd. Het gaat erom dat het voorgaande is opgetekend door Jakob. Wellicht dat Jakob en Ezau, omdat zij van dezelfde generatie waren, samen de toledot van hun vader in bezit hadden, zoals Isaak en Ismaël ook de toledot van hun voorvader hadden. Beraadt u zich daar eens op.

Het bijzondere is dat de registraties die we aantreffen in het boek Genesis allemaal zijn opgetekend door de aartsvaders zelf. Dat bepaalt ons heel sterk bij de historische betrouwbaarheid van het boek Genesis. Het is niet duizenden jaren later via vage overleveringen uiteindelijk door Mozes opgeschreven; hij heeft simpelweg de directe bronnen geraadpleegd, deze samengesteld, bewerkt en geredigeerd.

Babylonische en Egyptische Invloeden in de Aartsvaderlijke Teksten ↑ hoofdstukken

Over dit hele verhaal, over die hele kwestie van de Toledot en de registraties van de aartsvaders en de totstandkoming van het boek Genesis, dat is een buitengewoon boeiend thema. Ik wil nog even wijzen op een paar bijzonderheden, enkele andere opmerkelijkheden. En dat is dat we tot en met Genesis 11 heel veel Babylonische woorden en bijzonderheden aantreffen in de beschrijving. Dat is alle geleerden opgevallen; ze zeggen: "Hé, eigenaardig, er worden zoveel Babylonische termen, ook begrippen en concepten gebezigd." Maar als je bedenkt dat dit is opgetekend door de aartsvaders – in dit geval speciaal door Sem, Cham en Jafet... dat zijn eigenlijk de stamvaders van de mensheid, hè? Dat zijn zij. Eigenlijk is dat onze stamboom waaraan wij ook als mens op aarde hangen, want je kunt ons allemaal herleiden tot een van die drie gasten, als ik het even zo mag zeggen. En die documenten van Sem, Cham en Jafet, en trouwens ook van Terach, die ook in Genesis 11 vermeld wordt, die wandelen allemaal in Mesopotamië. Dat betekent letterlijk 'tussen de rivieren', weet u wel. En dus is het logischerwijs dat je ook allerlei sporen aantreft van gebruiken en termen, woorden en concepten die herinneren of te herleiden zijn tot die streek.

En dan eenzelfde type merkwaardigheid en opmerkelijkheid die zich voordoet: dat is dat we vanaf Genesis 37, dus vanaf de geschiedenis van Jozef, heel veel Egyptische woorden, begrippen en gebruiken aantreffen. Maar wat dacht je, hoe zou dat komen, denkt u? Nou, kijk, Jozef is naar Egypte getrokken en eigenlijk gaat het hele vervolg vanaf Genesis 37 daarover. Uiteindelijk komt de hele familie van Jakob in Egypte aan. Dan lees je op een gegeven ogenblik aan het einde van het boek Genesis dat Jozef overleed en hij bevelen gaf aangaande zijn gebeenten; dat dat meegenomen zou worden als het volk naar Kanaän zou gaan. Maar dan lees je dat er een koning opstond die Jozef niet gekend had. En dan krijg je de geschiedenis van Mozes, die Egyptische prins. Ook op een hele wonderlijke manier natuurlijk hoe dat verlopen is. En van Mozes lezen we ook dat hij was opgevoed, zo staat er, in alle wijsheid van de Egyptenaren. In Handelingen 7 zegt Stefanus dat. Met andere woorden, Mozes had niet alleen maar de Hebreeuwse documenten tot zijn beschikking, maar hij was ook opgevoed in de wijsheid van de Egyptenaren en hun historie.

Hij heeft dat dus als geen ander gekend. Het was nog maar een paar honderd jaar daarvoor – wat zeg ik? Ik denk ruim tweehonderd jaar daarvoor dat Jozef leefde. Mozes heeft dat allemaal gewoon uit de directe geschriften en documenten gehaald. De papyri... ons woord papier komt van papyrus. En papyrus, dat is gewoon riet. En waar werd dat voor het eerst bewerkt en als schrijfmateriaal gebruikt? In, wat dacht u wat, Egypte. Daar is dat inderdaad ook voor het eerst geweest, in die rietzoden waar ooit Mozes trouwens in de Nijl in gelegd was, weet u wel. Maar goed, even kortsluitend: vanaf Genesis 37 treffen we heel veel Egyptische invloeden aan, die je juist ook zou mogen verwachten wanneer Mozes inderdaad de Egyptische prins is die dat allemaal heeft opgetekend en directe toegang had tot de bibliotheken, etcetera.

Ik wil daar een paar voorbeelden van geven. In Genesis 41 lees je: "En Farao noemde Jozef Safenat-paneach, en hij gaf hem Asnat, de dochter van Potifera," enzovoort. Maar weet u, Safenat-paneach is typisch Egyptisch. Dat is niet Hebreeuws, dat is Egyptisch. En Safenat-paneach betekent – weet u wat? – 'redder der wereld'. Een prachtig type natuurlijk van de ware Jozef, hè? Het is wel een grappige connectie, maar ik vraag me af of het correct is... maar maakt niet uit. Safenat-paneach betekent 'redder der wereld' en dat is Egyptisch. En hoezo Egyptisch? Nou ja, dat is de naam van Jozef, maar je begrijpt ook dat Mozes dit zo kon optekenen als Egyptenaar.

Dan lees ik nog even later in die geschiedenis van Jozef: "De Egyptenaren mogen geen maaltijd gebruiken met de Hebreeën, want dat is voor de Egyptenaren een gruwel." Kijk, dit is iets wat iemand optekent die vertrouwd is met de gebruiken van de Hebreeën én die van de Egyptenaren. Hij schrijft hier ter toelichting, maar ook als iets wat hij maar al te goed uit ervaring weet: namelijk dat Egyptenaren niet samen eten met Hebreeën, want dat is een gruwel. Waarom dat zo is, doet er even niet toe, het gaat erom dat hier gewoon duidelijk gerefereerd wordt aan een Egyptisch gebruik door iemand die daar kennelijk vertrouwd mee was. Ja, Jozef was daarmee vertrouwd, maar Mozes, als degene die deze geschiedenis heeft opgetekend, net zo goed. Dus ook dit is geheel in lijn daarmee. Wat ook...

Het Redactiewerk en de Verklarende Aantekeningen van Mozes ↑ hoofdstukken

Een andere, derde opmerkelijkheid is dat die oude teksten die Mozes via via tot zijn beschikking heeft gekregen – al die kleitabletten of documenten, hoe dat dan ook gegaan is – zijn overgeleverd. Zo had hij direct toegang tot die bibliotheek. En als Mozes degene is die vervolgens die hoofdstukken en die documenten bij elkaar heeft gebracht, dan heeft hij ze vervolgens ook bewerkt. Hij heeft ze geredigeerd, wat heel logisch is. Zulke oude aantekeningen hadden redactiewerk nodig omdat de taal zich ontwikkelt.

Dat zie je dan ook terug in allerlei verklarende aantekeningen in die eerste 36 hoofdstukken met die toledot waar Mozes de toegang toe had. Ik zal daar een paar voorbeelden van geven. Je leest in Genesis 14 over het Dal Siddim, waarbij trouwens wordt vermeld dat dit een enorm vruchtbare vlakte was. Bij Sodom en Gomorra en de andere steden daaromheen was het buitengewoon vruchtbaar. Allerlei Bijbelse geschiedenissen, zoals die van Lot en Abram, herinneren daar ook aan. Maar als Mozes dit vervolgens redigeert, dan moet hij wel iets verklaren. Hij noemt het Dal Siddim en zegt: "dat is de Zoutzee." Dat noemen we een anachronisme, want toen was het nog niet de Zoutzee; dat is het pas later geworden. Zulke dingen moet je er later bij vermelden.

Je vindt nog zoiets – en ik kan daar heel veel voorbeelden van geven – in Genesis 23. Daar lees je over het veld van Machpela, waar Abraham, Sara en ook Jakob begraven zijn. Dat ligt tegenover Mamre, en er staat bij: "dat is Hebron, in het land Kanaän." Maar wacht even, dit is redactie. Hebron is een naam die pas later is gegeven. In de dagen van Mozes was die naam kennelijk al bekend, maar in de dagen dat dit speelde, toen Abraham daar was, was er wel Machpela en Mamre, maar de naam Hebron bestond nog niet.

Wanneer Mozes dit vervolgens redigeert en het redactiewerk uitvoert, is hij degene die deze verklarende kanttekeningen toevoegt. Dat is noodzakelijk voor het begrip; dat doe je als redacteur. Vandaar ook dat dit wel degelijk van de hand van Mozes is. Hij is niet de oorspronkelijke schrijver; hij heeft geput uit de bronnen, maar hij heeft het werk wel bij elkaar gebracht, samengevoegd en van aantekeningen voorzien. Hij heeft het bewerkt, zoals een redacteur dat nu eenmaal doet.

Conclusie: Genesis als Betrouwbaar en Solide Historisch Fundament ↑ hoofdstukken

Dan is het nu tijd, denk ik, om onze conclusies te trekken. Die trek ik eigenlijk alleen maar om nog even goed samen te vatten wat ik deze middag en avond heb willen verduidelijken.

Ten eerste: het boek Genesis is door Mozes samengesteld vanuit documenten die zo oud zijn als de mensheid zelf. En ik zeg dit letterlijk zoals ik het bedoel. We zeggen wel eens: "zo oud als Methusalem", maar dit is nog ouder: zo oud als Adam. Hij heeft het eerste geschrift nagelaten. Even los van de vraag of Genesis 1 door Adam dan wel door God Zelf is gegeven, in ieder geval is dit het punt: het is door Mozes samengesteld. Zeker, het hoort bij de boeken van Mozes, maar het is ontstaan uit documenten die veel ouder zijn. Mozes leefde in het jaar 2500 AH, maar daar zijn dus tweeënhalve millennia aan voorafgegaan.

Adam, Noach, de zonen van Noach, Terach, Ismaël, Isaäk, Ezau en Jakob worden als bronnen vermeld. Dan hebben we het over de eerste 36 hoofdstukken van Genesis. De onderwerpen van de geschiedenis zijn dus tevens de bronnen van de geschiedenis. Het gaat niet alleen maar over deze mensen, maar het zijn ook de documenten van deze mensen.

De derde conclusie, en dat is eigenlijk de samenvatting van waarom het zo enorm relevant is: dat wat er staat geschreven, is vast en solide. Petrus zegt ergens in zijn laatste brief: "Wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd." We zijn geen mythen nagevolgd; mooie verhalen met een vrome insteek waar je veel van kunt leren – natuurlijk kun je er veel van leren – maar het is historie. Petrus zegt ook: "Wij zijn geen kunstig verdichte mythen nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden." Wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit. En dan gaat het specifiek over wat Petrus zelf allemaal heeft gezien en met zijn handen heeft getast. Maar dat geldt voor de hele Bijbel. Het zijn geen "mooie verhalen" in de zin van...

Laat ik het zo zeggen, laat ik het nog een beetje scherper stellen: Genesis is het fundament. Het is geschied, het is geschreven, het is vast en het is betrouwbaar. Als het alleen maar verhalen zouden zijn in de sfeer van mens-eigen zaken of sprookjes... U herinnert zich misschien nog – hij leeft inmiddels niet meer – de huispredikant van de koningin, Nico Terlinde. Die had zo’n boekenserie: 'Het verhaal gaat'. Hij benaderde de Bijbel als een bundel van verhalen; mooie verhalen, leerzaam, enzovoort. Ja, maar het zijn geen verhalen! Het is geschiedenis. We hebben het hier werkelijk over een God die Zijn voetstappen heeft gezet in deze wereld, in deze geschiedenis. Aanwijsbaar: dáár, op die plek, in die tijd. Toen en toen.

Dat is waar deze hele serie ons eigenlijk bij bepaalt: bij het fundament van heel het Bijbelse bouwwerk. Het is solide en vast. Ik ben dan ook geneigd om te eindigen met de woorden die we in 1 Korinthiërs 15 vinden: "Zo dan, broeders, wordt standvastig." Zo staat het er letterlijk: "wordt standvastig", onwankelbaar. Ja, maar hoe dan? Nou, dat is niet omdat wij zo sterk zijn. Nee, daar heb je een fundament voor nodig; een rots waar je op kunt staan, wat vast en solide is, en wat wáár is.

Dat geldt niet alleen als het gaat over het verleden, maar dus ook als het gaat over de toekomst. Als dat wat God over het verleden heeft gesproken niet betrouwbaar is, hoe kunnen wij Hem dan werkelijk vertrouwen als Hij spreekt over de toekomende dingen? Nou, dat is het geweldige waar ik u deze avond graag bij wilde bepalen. De volgende keer gaan we het hebben over het ontstaan van de rest van wat wij het Oude Testament noemen. Zullen we het daarbij laten? Vrienden!

🎧 er is geschreven (2) – het boek Genesis & de toledot
Delen: