de 70e week van Daniel – verleden of toekomst?
21-11-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 21 novemver 2021 in Rotterdam (Gezonde Woorden)
Precies toen de door Jeremia voorzegde termijn van zeventig jaar voorbij was ontving Daniël een godswoord over een nieuwe termijn. Dit keer van zeventig jaarweken, dat zijn tien cycli van jubeljaren (= vijfhonderd jaar). Vanaf het moment dat Kores het woord liet uitgaan om Jeruzalem te herbouwen tot aan Messias de vorst, zouden negenenzestig jaarweken zijn. Daarna zou de Messias worden uitgeroeid. De vraag in deze studie is: valt het sterven van de Messias tijdens de zeventigste week of in een onderbreking? Ofewel: is de zeventigste week in Daniël 9 historisch of toekomst?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: een Controversiële Visie op de Zeventigste Week
- De Historische Context: de Zeventig Jaren van Jeremia
- Gabriëls Boodschap: van Zeventig Jaren Naar Zeventig Jaarweken
- De Lezing en Analyse van Daniël 9:24-27
- De Gangbare Kloof-theorie Versus een Aaneengesloten Termijn
- De Historische Vervulling van de Zeventigste Jaarweek
- Het Staken van de Offerdienst in de Helft van de Week
- Drie Bezwaren Tegen de Historische Uitleg Weerlegd
- Samenvatting en Conclusie: een Betrouwbaar Profetisch Kompas
Introductie: een Controversiële Visie op de Zeventigste Week ↑ hoofdstukken
Ik vind het heel lastig om een bruggetje te maken, behalve wat ik zojuist al heb gezegd over de draak. Maar het onderwerp waar ik vanmorgen graag jullie aandacht voor wil vragen, zien jullie hier achter mij afgebeeld: de zeventigste week van Daniël. Daniël 9 om precies te zijn. Voor een aantal van jullie – en als ik zo in het gezelschap kijk, denk ik zelfs voor een behoorlijk aantal – is dit zelfs een heel bekend begrip.
Ik moet er meteen bij zeggen dat het een controversieel item is; een onderwerp waar nogal wat verschil van inzicht over bestaat. Eigenlijk is dat ook mijn persoonlijke verhaal, want ik heb hier ooit wel Bijbelstudies over gegeven. Ik herinner me zelfs een Bijbelstudiedag; ergens in 2002 of 2003 moet dat geweest zijn. Wellicht, ik weet het niet precies, maar in ieder geval ging het daarover. Ik ben daar in de loop van de tijd – ergens een jaar of zes, zeven, acht terug – heel anders over gaan denken. Ik ben nogal eens aangesproken op deze switch, want niet iedereen heeft mij dat in dank afgenomen. Nog steeds nemen ze me dat niet in dank af, en ik kan me dat ook heel goed voorstellen.
Ik waarschuw jullie daarom eigenlijk bij voorbaat al even: wat ik vanmorgen ga vertellen is omstreden. Wees dus alert. Maar als ik deze tip geef, dan is dat in dit gezelschap min of meer een vanzelfsprekendheid; daar ga ik ongeveer vanuit. Ik wil trouwens ook benadrukken dat dit de reden is waarom ik dit doe: niet zomaar om de knuppel in het hoenderhok te gooien, maar om je er goed bewust van te laten worden wat hier eigenlijk mee aan de hand is. Het gaat ook om de vragen die je daarover zou moeten stellen voordat je al te vergaande conclusies trekt.
Eigenlijk is het ook een soort van verantwoording. Voor verreweg de meeste mensen die hiermee bekend zijn, is de zeventigste week van Daniël een item dat te maken heeft met de toekomst. Men gaat ervan uit dat er nog zeven jaren komen en dat is allemaal ontleend aan dit Bijbelhoofdstuk, Daniël 9. Ik ga vanmorgen vertellen dat het niet over de toekomst gaat, maar over het verleden. En hoe zit dat dan?
De Historische Context: de Zeventig Jaren van Jeremia ↑ hoofdstukken
Laat ik, voordat ik daar dieper op inga, ter introductie een aantal dingen opmerken om goed in het onderwerp te komen. Als het gaat over het tijdstip van Daniël 9, dan vindt dit plaats in het eerste jaar van Kores en Darius. Darius is vermoedelijk de schoonvader geweest van Kores, maar in elk geval heeft dit plaatsgevonden in hun eerste regeringsjaar. Dat wil zeggen: Daniël 9 is opgetekend in dat jaar en dat wat beschreven wordt, vindt in dat jaar plaats. Dat is een heel markant jaar, omdat het ook het zeventigste jaar was van Jeremia’s voorzegde periode voor de stad.
Jeremia had namelijk, nog voordat Jeruzalem verwoest werd door Nebukadnezar en zijn legers, al voorzegd dat de verwoesting van Jeruzalem zeventig jaren zou duren. Daarna zou het hersteld worden. Het is heel opmerkelijk dat Daniël in dat eerste jaar van Kores en Darius al een hoogbejaarde man geweest moet zijn. Daniël is immers ooit door Nebukadnezar meegevoerd naar Babel en kreeg daar een hoge positie aan het hof. Destijds moet hij een jonge kerel geweest zijn, een tiener of hooguit een twintiger. Als je dan zeventig jaar verder rekent, moet hij inmiddels tegen de negentig gelopen zijn.
Daniël was dus een hoogbejaarde man geworden. In dat zeventigste jaar dat Jeremia had voorzegd, merkt hij die termijn op en pleit hij bij God. Hij zegt: "U hebt door Uw profeet voorzegd dat dit het jaar zou zijn dat Jeruzalems verwoesting voorbij is, dat de stad hersteld zou worden en het volk ook weer zou terugkeren naar het land." Als hooggeplaatste – Daniël kwam uit de stam van Juda en bekleedde de hoogste rang namens het Joodse volk in de toenmalige wereld – doet hij in die positie boete voor het volk. Hij pleit op Gods belofte. Een groot gedeelte van Daniël 9 gaat daarover: Daniël neemt het woord en houdt God voor dat Zijn belofte in de boeken staat en dat Hij Zijn woord houdt, ook al heeft het volk gezondigd.
Die zeventig jaren van verwoesting zijn heel boeiend. In Kronieken wordt uitgelegd dat deze periode nodig was omdat het volk nooit de sabbatsjaren had gehouden. God had bepaald dat het land elk zevende jaar sabbat zou houden; dat wil zeggen dat het niet bebouwd werd en rust zou hebben. Het volk heeft dat echter vijfhonderd jaar lang niet gedaan. Omdat zij dat nalieten, heeft God die zeventig jaar als het ware teruggeëist. Hij zei: "Als jullie het land geen rust geven, dan zal Ik er zelf voor zorgen dat er helemaal niets gebeurt in het land." Hij heeft het volk uit het land gezet en Jeruzalem verwoest, zodat die zeventig jaren van Gods wege alsnog geïnd en teruggevorderd konden worden.
Daniël doet dan dus een beroep op Gods belofte. Het bijzondere van Daniël 9 is dat tijdens zijn gebed, dat uitgebreid staat opgetekend, koning Kores optreedt. Er is nog iets heel opmerkelijks: de naam van Kores was al ongeveer anderhalve à twee eeuwen eerder door Jesaja voorzegd. Jesaja profeteerde dat als Jeruzalem ooit verwoest zou worden, het na verloop van tijd hersteld zou worden en dat de koning die dit zou doen de naam Kores zou dragen. Daniël, die zich aan het hof van Kores en Darius bevond, heeft Kores hier wellicht op gewezen. Dat is een zeer voor de hand liggende link; Daniël zal Kores hebben laten zien dat zijn naam al vermeld werd bij de Hebreeuwse profeten en dat hij eeuwen tevoren al was aangewezen als degene die Jeruzalem weer zou herbouwen.
Kores trad aan en wist meteen wat hem te doen stond. Hij wist zelfs wanneer het hem te doen stond, want Jeremia had immers gesproken over het zeventigste jaar. Je leest ook inderdaad dat Kores, wanneer hij het edict of het edict uitgeeft om Jeruzalem te herbouwen, zegt dat God hem daartoe geroepen heeft. Moet je nagaan: een heidense koning die verder niets met de God van Israël had, wist dat de God van Israël hem middels de profeten en de geschriften zwart op wit had geroepen om dit te gaan doen.
Tijdens Daniëls gebed vaardigt koning Kores dus het edict uit om Jeruzalem te herbouwen. Het is vervolgens de engel Gabriël die Daniëls gebed onderbrekt om hem hiervan op de hoogte te stellen. Daniël merkt in zijn gebed op: "Heer God, de termijn is verstreken, de zeventig jaren zijn voorbij en U hebt herstel beloofd. Daar doen wij nu een beroep op." God zendt daarop Gabriël naar Daniël om hem te vertellen: het is reeds gebeurd. Het woord is uitgegaan om Jeruzalem te herbouwen.
Gabriëls Boodschap: van Zeventig Jaren Naar Zeventig Jaarweken ↑ hoofdstukken
En dat niet alleen, want Gabriël krijgt ook de boodschap mee dat niet alleen die periode van zeventig jaren is verstreken, maar hij krijgt nu een nieuwe profetie. En dat gaat niet over zeventig jaren, zoals Jeremia daarover had gesproken, maar over zeventig jaarweken. Dat wil zeggen: cycli van zeven jaren.
Want ik refereerde zojuist al even aan de wetgeving, waarin het zo was geregeld dat het land zes jaren bebouwd zou worden en dat het zevende jaar een sabbatsjaar was. Daarna kreeg je weer een reeks. Je had dus niet alleen een week van dagen, maar je had ook een week van jaren. Wat Gabriël zegt, is dat er nu een periode gaat aanbreken van zeventig jaarweken. Niet zeventig jaren, maar zeventig jaarweken, dus zeventig cycli van zeven jaren.
Dat is eigenlijk tien cycli van jubeljaren. Om het even ingewikkeld te maken: na zeven sabbatsjaren, dus na negenenveertig jaren (zeven maal zeven), kreeg je het vijftigste jaar en dat was een jubeljaar. Zo’n hele cyclus van sabbatsjaren werd afgesloten met een vijftigste jaar, een jubeljaar. Zeventig cycli van jaarweken is dus 490 jaar plus tien jubeljaren. Want na elke zeven jaarweken kreeg je dus een jubeljaar.
Wat ik nu zeg is overigens omstreden, want meestal rekent men met 490 jaar, maar die jubeljaren telt men dan niet mee. Dat hoort men echter wel te doen, want het vijftigste jaar was altijd gekoppeld aan het zevende sabbatsjaar. Enfin, dit is de aanleiding, dit is eventjes ter introductie. Dit is de zetting: Gabriël geeft aan Daniël een profetie mee. De zeventig jaren zijn voorbij, maar ik geef je deze verzekering: vanaf nu gaat er weer een termijn lopen. Dit keer niet van zeventig jaren, maar van zeventig jaarweken. ‘Zeventig zevens’, zeggen sommige vertalingen. Dat wil zeggen: 70 x 7 jaren, inclusief die jubeljaren.
De Lezing en Analyse van Daniël 9:24-27 ↑ hoofdstukken
Goed, ik stel voor dat we eerst gewoon even de verzen lezen waarin deze profetie staat. Het zijn er vier in totaal: vers 24, 25, 26 en 27. Het zijn vrij lange verzen, dat wel, maar ik lees ze voor uit een vrij letterlijke vertaling. Ik wil zeker niet te diep ingaan op de zeventig jaarweken in hun geheel; het gaat mij in deze setting vooral om de context en de vragen rond die zeventigste week, want daarover is nogal wat te doen.
De engel Gabriël geeft deze profetie aan Daniël, die het later optekent: "Zeventig weken wordt afgegrensd voor uw volk en uw heilige stad." Het is heel eigenaardig, en ik wijs er meteen even op: "Zeventig weken wordt afgegrensd." Je zou verwachten dat er staat "worden", maar door het enkelvoud wordt het als één geheel neergezet. Waarvan akte. Het doel is om de overtreding te sluiten, om de zonde te beëindigen en om een beschutting te maken – een kippoer, een verzoening, zeggen sommige vertalingen, maar het is beter om te zeggen: een beschutting te maken voor de verdorvenheid. En om rechtvaardigheid van aeonen te brengen, visioen en profeet te verzegelen en de heiligheid van heiligheden te zalven. Als u vindt dat dit tamelijk cryptisch klinkt, dan klopt dat; voor een deel is dat ook de bedoeling. Ik kom daar straks nog op terug.
Ik lees eerst gewoon verder, want Daniël krijgt deze uitleg: "Weet dan en versta: vanaf het uitgaan van het woord om te doen terugkeren en Jeruzalem te herbouwen..." Dat woord was op dat moment zojuist uitgegaan, namelijk bij monde van Kores. "Vanaf dat moment tot aan de Messias vorst zijn zeven weken en tweeënzestig weken." In totaal zijn dat dus negenenzestig weken. Het volk en de heilige stad zullen terugkeren en worden herbouwd, plein en wal, ook in druk van de tijden.
"En na de tweeënzestig weken" – die volgen op de eerste zeven – "zal de Messias worden afgesneden." De meeste vertalingen zeggen "uitgeroeid", maar letterlijk staat er "afgesneden". En hij zal niet hebben. En de stad en het heiligdom zullen worden geruïneerd door het volk van een vorst die komen zal. Zijn einde zal zijn in de overstroming. De vraag is dan even: waar slaat "zijn" op? Op die vorst of op het heiligdom? Het kan grammaticaal beide kanten op. Het woord is vrouwelijk in het Hebreeuws, maar in het Nederlands weer niet, wat het soms lastig maakt. Maar goed, zijn einde zal zijn in de overstroming en tot het einde toe zal er oorlog zijn, vastbesloten verwoestingen.
"En hij zal het verbond bevestigen voor de velen, één week." Wie is die "hij"? Is dat de Messias of is dat de vorst die komen zal? Dat is de vraag. "In de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden." We hebben dus het verhaal van de zeven weken en de tweeënzestig weken, en dan resteert er nog één week. Samen maakt dat zeventig weken. In de helft van die laatste jaarweek, die helft van die zevental jaren, doet hij het slachtoffer en spijsoffer ophouden. "En op een vleugel van gruwelen zal een verwoester zijn, en tot aan het einde die vastbesloten is, zullen zij worden uitgestort op het verwoeste."
Als u goed en aandachtig hebt meegeluisterd, dan weet ik haast wel zeker dat er vragen bij u opkomen over bepaalde frasen. Hoe zit dat precies en waarop heeft het betrekking? Hoewel de structuur van deze passage op zich heel helder is – er worden zeventig weken aangekondigd, een bepaalde termijn die naar de Messias leidt – zijn er details die we nader moeten bekijken. Laten we eerst een aantal dingen vooropstellen die je zo kunt opmaken uit deze profetie. Ik vind het altijd een geweldig kenmerk van het Woord van God: Hij zegt niet alleen dát bepaalde dingen gaan gebeuren, maar ook hoe ze gebeuren en wie er zal komen. Hij geeft daarbij ook bij gelegenheid, zoals hier, een tijdlijn. Men zegt wel eens dat Daniël 9 de ruggengraat van de Bijbelse profetie is, en dat klopt ook, want er wordt hier een tijdlijn neergezet. Deze is onderverdeeld in bepaalde fases en mijlpalen waarin iets zou gebeuren.
Dat wordt allemaal zo voorzegd. Niet "misschien", nee, zo zal dat gaan. En zoals de zeventig jaren die Jeremia ooit had voorzegd letterlijk vervuld zijn – hoe opmerkelijk moet dat voor Daniël ook geweest zijn? Al zeg ik opmerkelijk, Daniël wist het gewoon. Hij wist dat Jeremia al had gezegd, nog voordat Jeruzalem überhaupt was verwoest, dat de stad zeventig jaar plat zou liggen. Het volk zou in ballingschap gaan, maar die zeventig jaar was heel duidelijk gelimiteerd. Na die termijn zouden ze weer terugkeren. Een paar dingen zijn dus glashelder, en dat geldt voor deze profetie ook. Vanaf het moment dat het woord uitging om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias zouden er zeventig weken zijn: zeven, tweeënzestig en dan volgt nog die ene week. Binnen die zeventig weken zou de Messias inderdaad komen.
Als je die tijdlijn neerzet, zie je telkens de sabbatsjaren passeren: het zevende jaar, het veertiende jaar... Hier gaat het woord uit om Jeruzalem te herbouwen, wat onder leiding van Kores heeft plaatsgevonden. Als je dan verder rekent, dan zou daar de Messias zijn. Dat is wat in deze profetie gezegd wordt. Het volk had dus een Messiaanse verwachting. Dat de Messias zou gaan komen en wie Hij zou zijn – uit welke stam en familie – dat was helder. Het was zelfs al helder waar Hij geboren zou worden: Bethlehem, het geslacht van David. Allerlei bijzonderheden waren voorzegd, maar Daniël voorzegt zelfs wanneer Hij zou komen en zelfs dat die Messias zou worden afgesneden, uitgeroeid, zonder dat Hij iets zou bezitten. En niet alleen dát het zou gebeuren, maar ook wanneer. Hoe bijzonder wilt u het hebben?
Ik begrijp dan ook wel heel goed waarom men in de Bijbelkritiek allerlei pogingen heeft gedaan om dit weg te verklaren. Omdat Daniëls profetie zo scherp en gedetailleerd is vervuld – niet alleen deze, maar ook andere – heeft men gezegd: "Dat moet achteraf geschreven zijn." Men beweert dat Daniël dit nooit van tevoren kan hebben geweten en dat het veel later genoteerd is en gepresenteerd alsof het een voorzegging was. Maar dat heeft men slechts kunnen en willen doen omdat men niet wilde geloven dat God inderdaad bij machte is om de toekomst te voorzeggen. Wij mensen moeten het doen met voorspellingen, aannames of prognoses van het KNMI en het RIVM. Nou, daar moet je niet al te blind op varen, dat weten we inmiddels wel. Het is aardig om ze te weten, vooral om er achteraf harder om te kunnen lachen. Dat bedoel ik helemaal niet zo denigrerend als het misschien overkomt, maar ik zeg het vooral om aan te geven hoezeer de mens niet in staat is om ook maar iets zinnigs te zeggen over de toekomst.
Er zijn altijd weer van die ongekende zaken. Het zijn van die dingen die je niet weet, en er zijn ook dingen waarvan je niet eens weet dat je ze niet weet. Dat gaat gebeuren; in het Engels spreken ze dan over 'black swans', van die zwarte zwanen waar je nooit op had gerekend of zelfs maar had kunnen veronderstellen dat ze zouden gebeuren. Dat blijkt dan uiteindelijk bepalend te zijn voor het hele verloop van de geschiedenis.
Afijn, dat is wat in Daniël wordt gezegd. Die perioden van zeventig jaarweken zouden uiteindelijk leiden tot de Messias. Ik heb het voorgelezen: de Messias en met hem in die zeventig weken — dat lazen we in vers 24 — dan zou de overtreding zijn afgesloten, de zonde beëindigd en een beschutting voor de verdorvenheid gemaakt. De 'beschutting' is eigenlijk het woord voor kippoer. Dat wordt meestal weergegeven als verzoening, maar eigenlijk betekent het een bescherming. Zoals de ark beschut was; het beschermt ergens tegen. Er zou een beschutting komen. Dat woord staat bijvoorbeeld in verband met de hogepriester die verzoening doet in het heiligdom; daar wordt eigenlijk dít woord gebruikt.
Die zeventigste week zou dus leiden tot beschutting, verzoening. Vandaar ook: de zonde beëindigen en rechtvaardigheid van aeonen brengen. En dan: 'visioen en profeet verzegelen' en 'de heiligheid van heiligheden zalven'. Die laatste is misschien wel de lastigste, maar in ieder geval zou er in die zeventig weken iets allerheiligs gezalfd worden. Als u het mij vraagt, is dat het Allerheiligste wat ik ken: de Gezalfde, de mashiach. Hij zou gezalfd worden en dat is in ieder geval door zijn opstanding definitief gerealiseerd.
Voor de rest zijn al deze dingen in feite 'de jure', zoals dat heet — rechtens — in het verleden bij de eerste komst van de Messias gerealiseerd. Dat wil zeggen: in hem en in het offer dat hij bracht, is de zonde beëindigd en de overtreding afgesloten. Er is een beschutting, een verzoening tot stand gebracht en rechtvaardigheid is aangebracht.
En dan die vijfde, dat is nog een apart ding: 'visioen en profeet verzegeld'. Dat is heel eigenaardig, want wanneer een visioen of een profetie wordt verzegeld, betekent dit dat iets toegesloten wordt, zodat het niet meer begrepen wordt. In Daniël 12 lees je dat hij de woorden van de profetie moest verzegelen — dat is hetzelfde woord — en daar wordt gezegd dat het pas in de eindtijd duidelijk zal worden. Dan zal de boekrol als het ware ontzegeld worden en toegankelijk worden. Dan zal het verstaan en begrepen worden. Maar in die zeventigste week zou visioen en profeet voor het volk en de heilige stad worden verzegeld, oftewel: toegesloten. Ik kom daar straks nog even op terug.
Eerst even dit nog, want ik wil een paar dingen op een rijtje zetten over hoe we deze passage hebben te verstaan. Die periode is — en ik heb het denk ik al enigszins duidelijk gemaakt — onderverdeeld in zeven weken. Wacht even, ik zei net het zevende jaar, maar dat moet ik even herstellen: het is niet het zevende jaar, het is de zevende jaarweek. Het gaat om zeven weken; dat is een cyclus van sabbatsjaren.
In die periode is Jeruzalem herbouwd. Je krijgt dus eerst een periode van zeven weken en vervolgens een hele lange periode van tweeënzestig jaarweken — tweeënzestig cycli van sabbatsjaren. Dat is een periode van bijna viereneenhalve eeuw. Die zeven weken betreffen de herbouw van de stad; zo stond dat ook al beschreven in vers 25.
Dan krijg je die tweeënzestig weken, en dit is een hele roerige tijd geweest. Trouwens, dat wordt ook al gezegd: "in druk van de tijden". Die weken zouden uiteindelijk leiden tot aan de Messias. Dan resteert er uiteindelijk nog één week waarin een verbond bekrachtigd wordt, waarbij er wordt gesproken over de helft van de week.
En nu komt er nog iets. Ik kom er wel hoor, want na de zeven en die tweeënzestig weken — dus na in totaal negenenzestig weken — wordt de Messias afgesneden, uitgeroeid.
De Gangbare Kloof-theorie Versus een Aaneengesloten Termijn ↑ hoofdstukken
En nou komt het punt: de controverse. Je zou de vraag kunnen stellen: wat is er hier eigenlijk ingewikkeld aan? Behalve dan dat er bepaalde zinsdelen of frases wat cryptisch zijn. Maar wat is hier nu complex en controversieel? De eerste uitleg die ik noem – niet omdat hij het meest voor de hand ligt als u het mij vraagt, maar wel omdat het de uitleg is die ik van jongs af aan gekend heb en ook altijd heb doorgegeven – is de volgende.
De uitleg was deze: de Messias wordt afgesneden, niet in de zeventigste week, maar tussen de negenenzestigste en de zeventigste week in, in een interval. Dat is de gangbare uitleg. Men stelt dat die negenenzestig weken al vervuld zijn en dat de zeventigste week nog moet komen. In dit interval vindt er dan heel veel plaats; bijvoorbeeld dat de Messias is afgesneden, maar ook dat Jeruzalem verwoest werd in het jaar 70. Dat zou allemaal in die interval hebben plaatsgevonden. Historisch gezien is dat voor iedereen duidelijk, maar ik heb het nu even specifiek over deze gangbare uitleg.
Wanneer ik zeg 'gangbaar', moet ik dat misschien ook nog even toelichten. In de traditionele kerkelijke uitleg skipt men dit onderwerp sowieso; het wordt simpelweg vergeestelijkt. Dat klinkt altijd heel vroom, maar men bedoelt eigenlijk dat het wordt wegverklaard. De precisie waarmee de dingen worden vastgesteld, zoals die zeventig weken, wordt dan afgedaan als een symbolische aanduiding. Als je een beetje je best doet, kun je daar hele mooie zinnen van maken – politici zijn daar heel goed in, maar theologen ook. Als je daar een heel lang verhaal van maakt, kun je zelfs ingewikkelde termen gebruiken voor die zeven weken en tweeënzestig weken, maar uiteindelijk betekent het dan niets meer. Is het een precieze termijn? Nee, dat zou het dan niet zijn. Maar over die categorie mensen – die overigens het leeuwendeel van de christenheid vertegenwoordigt – heb ik het nu niet eens.
Ik heb het over degenen die de profetie serieus nemen. Zij zeggen, en dat is de bekende weg: die negenenzestig weken liggen achter ons. Daar zitten nog wel wat haken en ogen aan, want hoe lang is die periode precies en vanaf wanneer moet je rekenen? Dat bespaar ik u nu even, daar gaat het nu niet om. Eén ding is duidelijk in die visie: die zeven en tweeënzestig weken liggen achter ons. Waar het om gaat is die zeventigste week. Ligt die achter ons, of ligt die in de toekomst, zoals de meeste profetische uitleggers zeggen? Zij stellen: nee, dat vindt allemaal nog plaats; die zeventigste week ligt in de toekomst. Het afsnijden van de Messias is dan na de zeven en tweeënzestig weken, maar niet ín de zeventigste week, want die komt immers nog.
Deze uitleg heb ik zelf tientallen jaren gekend, geloofd en uitgedragen. Voor de goede orde: daar excuseer ik me niet voor. Dat was mijn inzicht destijds, zo had ik het geleerd en ik meende dat het klopte. Hoewel, ik moet erbij zeggen dat ik het altijd wel vreemd en onlogisch heb gevonden. Het punt is namelijk dat deze profetie de zeventig weken als één geheel neerzet, als een aaneengesloten termijn. Om dan te zeggen dat de negenenzestig weken in het verleden vervuld zijn, maar dat die ene zeventigste week nog in de toekomst ligt, is niet logisch. Het is immers juist een aaneengesloten tijdlijn.
Er zit een essentieel logisch element in dit verhaal: het noemen van een termijn is alleen zinvol als de tijd van tevoren is afgebakend. Als u een betalingstermijn krijgt... het woord 'termijn' is trouwens letterlijk afgeleid van 'terminus', wat grens of einde betekent. Dat is alleen zinnig om door te geven als je weet: dan is de deadline, dan loopt het af en dan moet het zijn voltooid. Daniël krijgt een profetie van zeventig weken, net zoals die zeventig jaar ballingschap ook een aaneengesloten periode was. Die zeventig jaar waren duidelijk: de termijn is verstreken en nu moet de stad worden herbouwd. Welnu, die zeventig jaarweken worden ook als eenheid neergezet en 'getermineerd'. Dat wil zeggen: de grens is vastgesteld op zeventig weken. Na zeventig cycli van sabbatsjaren, oftewel na 490 jaar, zal de Messias daar zijn. Dan zijn die zeventig weken voldoende; zo wordt het neergezet.
Op het moment dat je zegt: 'Ja, je hebt negenenzestig weken en dan krijg je een periode die inmiddels al pakweg tweeduizend jaar duurt, waarna er nog een zeventigste jaarweek komt', dan is dat vreemd. Wat is dan nog de zin van het noemen van een termijn? Dat was het probleem dat ik er altijd mee had, alleen zag ik de oplossing nooit zo helder. Die oplossing blijkt, als u het mij vraagt, heel simpel te zijn: de Messias is inderdaad afgesneden in de zeventigste week. Laten we even uitzoomen. Dit is dan het staartje van de negenenzestigste week en dan zoomen we nu in op de zeventigste week, die laatste jaarweek.
De Historische Vervulling van de Zeventigste Jaarweek ↑ hoofdstukken
En wat weten we dan over die jaarweek? Wel, wie zou er komen na die zeven en tweeënzestig weken? Als je ervan uitgaat dat dit een aaneengesloten periode is – het is immers een termijn – wie komt er dan? Wel, dan komt de Messias. En wat doet Hij dan? Hij zal het verbond bevestigen voor Israël. Er staat eigenlijk geen bepaald lidwoord, ‘een verbond’, maar Hij zal het verbond bevestigen voor uw volk en de heilige stad.
Heeft de Messias dat gedaan? Ja, Hij kwam en Hij heeft inderdaad het verbond bevestigd. Eerst drieënhalf jaar tot aan Zijn sterven. De Heer trad aan en de periode waarin Hij gearbeid heeft, heeft drieënhalf jaar geduurd. Dat is vrij goed na te gaan als je kijkt in de evangeliën. De Heer Jezus is tijdens Zijn openbare bediening gezalfd toen Hij gedoopt werd; toen kwam de Heilige Geest op Hem en dat wordt ook Zijn zalving genoemd. Wel, vanaf dat moment is Zijn openbare optreden begonnen en heeft Hij een aantal Pascha’s in Jeruzalem gevierd. Dat waren er drie, en na drieënhalf jaar is de Messias gestorven, dus in de zeventigste week. De periode vanaf Zijn openbare optreden, vanaf Zijn doop tot aan Zijn sterven, is drieënhalf jaar. Dat betekent trouwens ook dat als dit het Pascha was, Hij ergens in het najaar gedoopt moet zijn, in de maand Tishri. Tussen het Pascha en Tishri, het Joodse nieuwjaar, zit immers een half jaar. Op de details gaan we nu niet te diep in, want dat zou echt te ver voeren. Het gaat me er even om een idee te krijgen van de opbouw.
Eerst krijg je dus een periode van drieënhalf jaar, maar daar is het niet bij gebleven. Want dan volgt nog een periode voor Israël en de heilige stad, namelijk de tijd waarin de twaalf apostelen en ook Stefanus – zijn naam betekent trouwens ‘kroon’ – gepredikt hebben in Jeruzalem. Dat nieuwe verbond voor Israël, uw volk en uw heilige stad, is gepredikt in Jeruzalem en ook bevestigd. Het werd niet alleen officieel door de getuigen verteld, maar het werd ook van Godswege bevestigd. De Heer zelf, de Messias, heeft vervolgens van bovenaf het getuigenis van de twaalf en de andere getuigen, zoals Stefanus, bevestigd met wondertekenen. Dus van Godswege is inderdaad het verbond gedurende een week bekrachtigd: eerst tot aan Zijn sterven en daarna ook nog tot aan de dood van Stefanus. Deze periode is in totaal een zevental jaren geweest waarin het verbond is bevestigd en bekrachtigd.
Deze week is dus onderverdeeld in twee gelijke helften. Eerst tot aan Zijn sterven en daarna de periode waarin in Jeruzalem het woord van het nieuwe verbond klonk, met de tekenen die daarbij behoorden. Daarna is het over. Na de dood van Stefanus worden er geen wonderen meer in Jeruzalem gedaan en klinkt ook het getuigenis niet meer van hen, althans niet op die wijze dat het voor het grijpen lag. Dan krijg je ook de roeping van Paulus. Want wie loopt zich warm bij de dood van Stefanus? Wiens naam komt dan als eerste naar voren – op de achtergrond eigenlijk, maar zijn naam klinkt als eerste: Saulus. En die wordt dan, dat lees je in Handelingen 9, geroepen.
Dit tijdvak heeft in totaal dus zeven jaar geduurd. Deze exacte lijn wordt trouwens alleen in Daniël genoemd. Je kunt hem wel opmaken uit het Nieuwe Testament, maar hij wordt daar niet zo specifiek genoemd; dat moet ik er wel bij zeggen. Maar in ieder geval zou de Messias komen en Hij zou gedurende een week een verbond bevestigen. En daarover heb ik nog iets te zeggen.
Het Staken van de Offerdienst in de Helft van de Week ↑ hoofdstukken
In de helft van de week zou de offerdienst gestaakt worden. Dus op dit moment, na drieënhalf jaar. De Messias treedt aan na de 69 weken, vervolgens krijg je een halve week, en in de helft van de week – dat is natuurlijk bij Jezus’ sterven – is ook de offerdienst gestaakt. Slachtoffer en spijsoffer zal Hij doen ophouden. Tijdelijk, maar in ieder geval... We weten dat er een aardbeving plaatsvond en trouwens ook een paar uur duisternis.
Op het moment dat het offer gebracht werd in de tempel, het avondoffer om drie uur ’s middags op het negende uur, stierf Jezus. En toen ging dat gigantische gordijn van 24 meter hoogte – ja, een flatgebouw van dat formaat – dat scheurde van boven naar beneden. Nou, reken maar dat de offerdienst even gestaakt is hoor! Dat is een kolossale gebeurtenis geweest, sowieso in combinatie met die aardbeving.
Vanaf dat moment zijn er hele wonderlijke dingen gebeurd met de tempel; zelfs de Joodse traditie weet dit maar al te goed. Veertig jaar lang is het niet meer rustig geworden in die tempel. De aardigheid is dat de Joden dit trouwens veel beter weten dan christenen, want in hun eigen overleveringen staat dit heel duidelijk. Dat veertig jaar lang tot aan de verwoesting van de tempel – dus vanaf het jaar 30 – de tempeldienst en de offerdienst inderdaad voortdurend geblokkeerd en gepauseerd werd. Er gebeurden allerlei gekke dingen, maar dat is dus vanaf dit moment.
Ja, dat betekent dat die zeventigste week inderdaad historisch... historisch gezien is het, als u het mij vraagt, gewoon volstrekt helder vervuld. En na de zeventigste week, ja, wat gebeurt er dan nog? Er is nog veel meer gebeurd. Het volk van een vorst komt en die ruïneert en verwoest de stad en het heiligdom, en dat is inderdaad nog een tijd gebeurd.
Dus als je kijkt naar die zeventig weken: breekt dan het Messiaanse Rijk aan? Nee, helemaal niet. Dan wordt vervolgens de stad en het heiligdom geruïneerd. Je krijgt een gruwel en verwoestingen tot aan het einde toe. En ook worden visioen en profeet verzegeld. Hè, dat is opmerkelijk. Als de zeventig weken zijn voltooid, dan is niet alleen de verzoening en de rechtvaardigheid 'de jure' aangebracht, maar zou dat dan ook direct resulteren in het Koninkrijk? Nee, voor 'uw volk en de heilige stad' zullen het visioen en de profeet – dat wil zeggen, eigenlijk gewoon even voor het gemak: hun eigen Bijbel – toegesloten zijn. Verzegeld, niet toegankelijk; ze zullen het niet begrijpen.
Dus impliciet staat hier al dat die zeventig weken niet direct zullen leiden tot het Messiaanse Koninkrijk. De Messias zou wel komen en het zou allemaal tot stand gebracht worden, maar ondertussen zou men er geen snars van begrijpen. En men kán het ook niet begrijpen, want het is verzegeld. Ondertussen zouden de vreselijkste dingen met de stad nog gaan gebeuren. En ja, zo is het gegaan.
Drie Bezwaren Tegen de Historische Uitleg Weerlegd ↑ hoofdstukken
Nou wil ik tenslotte nog een paar dingen bespreken. Er zijn een aantal, ja meer, maar de drie belangrijkste bezwaren tegen deze historische uitleg van wat ik nu verteld heb. Want de gedachte is: kijk, die hele periode vanaf Kores tot aan de Messias, dat zijn inderdaad zeventig weken – zeven, tweeënzestig en nog één week – en dat is allemaal inderdaad zo vervuld. Maar wat zegt men dan meestal? Het belangrijkste bezwaar tegen deze uitleg is dat de zeventig weken toch zouden eindigen in het Messiaanse Rijk? Dat stond toch in Daniël 9 vers 24?
Wat men daarbij echter ontgaat, is dat Daniël 9 vers 24, waar het gaat over de overtreding die afgesloten is en de verzoeningen die gedaan zijn, spreekt over een situatie die 'de jure' is, oftewel: rechtens. God heeft vanaf dat moment de zonde afgesloten. In de praktijk nog niet, dat weet ik ook wel, maar in zijn offer heeft Hij een einde gemaakt aan de overtreding. Hebreeën 9 zegt dat ook: Hij heeft een einde gemaakt aan de overtreding. God rekent daar namelijk niet meer mee. Hij rekent er niet mee en vandaar ook de term 'de jure'. En is er rechtvaardigheid aangebracht? Kent iedereen dat al? Accepteert iedereen dat al? Nee, maar het is er wel. Dat is wat die zeventig weken hebben gebracht: de zonde is beëindigd, een beschutting voor de verdorvenheid is gemaakt en rechtvaardigheid van aeonen is aangebracht. Dat is de essentie van zijn opstanding. Een aeonische rechtvaardigheid is sinds zijn opstanding daar aanwezig; het is aangebracht en het is beschikbaar. Dat dit 'de facto', feitelijk, nog uitgerold wordt en dat het straks in de toekomst door Israël ook geaccepteerd en aangenomen zal worden, waardoor het ook voor hen in werking zal treden, dat is waar.
Maar zoals ik al even heb aangegeven, wordt in deze profetie het ongeloof na de zeventigste week in feite al geïmpliceerd en verondersteld. Die zeventig weken zouden namelijk leiden tot het verzegelen van visioen en profeet. Niet de bezegeling ervan, maar de verzegeling ervan. Dat is een belangrijk verschil. Als iets bezegeld wordt, dan zeg je: dat staat vast. Maar hier wordt het visioen en de profeet verzegeld. De enige andere keer dat dit werkwoord nog gebruikt wordt, is in hoofdstuk 12 vers 4. Daar lees je inderdaad dat tegen Daniël gezegd wordt: "Ga heen en verzegel de woorden van deze profetie", want ze zullen niet toegankelijk zijn en ze zullen niet begrepen worden totdat de zegels van het boek afgaan en iedereen het kan bekijken en ook verstaan. Er wordt dus al aangekondigd dat de zeventig weken voor uw volk en de heilige stad niet tot een ontdekking van visioen en profeet zullen leiden. Integendeel, het zal juist worden verzegeld. En mede daarom zal ook het onheil over de stad komen en de verwoesting. Eigenlijk is die hele profetie van Daniël 9, hoewel het weliswaar tot de Messias leidt, bepaald geen beschrijving van pais en vree en van heerlijkheid voor Israël. Nee, tot het einde toe zal er strijd zijn en verwoestingen en gruwelen waartoe vastbesloten is. Dat is wat je leest. Dus de Messias zou komen, maar de Messiaanse tijd zou vooralsnog uitblijven. De Messias is echter inderdaad gekomen en dat is precies binnen de termijn van die zeventigste week vervuld.
Dan is er nog een tweede bezwaar, en dat is de gedachte dat een halve week – drieënhalf jaar – toch toekomstig moet zijn. Want kijk maar in het boek Daniël, maar ook in de Openbaring: daar wordt gesproken over 1260 dagen en over 42 maanden. Dat is drieënhalf jaar, en dat ligt in de toekomst. Op basis daarvan zegt men: aangezien die drieënhalf jaar nog toekomstig zijn, moet die drieënhalf jaar in Daniël 9 dus ook in de toekomst liggen. Maar ik hoop dat u begrijpt dat dit niet noodzakelijkerwijs zo hoeft te zijn. Het feit dat een bepaalde termijn overeenkomt, wil nog niet zeggen dat het dus om dezelfde tijd gaat. Ik zal een voorbeeld geven: je leest van Elia dat er een periode was van drie jaar en zes maanden – drieënhalf jaar dus – dat het in Israël niet regende. Drieënhalf jaar lang geen regen en een grote hongersnood in het land. Het is toch onomstreden dat die periode van drieënhalf jaar ver in het verleden ligt, in de dagen van Elia? Het loutere feit dat er drieënhalf jaar genoemd wordt, wil dus niet zeggen dat het over de toekomst gaat omdat je in de toekomst ook weer een periode van drieënhalf jaar krijgt. Er zijn wel meer termijnen van drieënhalf jaar. Het komt er in feite op neer dat je straks inderdaad weer een periode van 42 maanden of 1260 dagen gaat krijgen, net zoals er in het verleden al veel vaker een periode van drieënhalf jaar is gepasseerd. Niet alleen in Elia’s dagen, maar we weten nu ook dat de periode vanaf de doop van de Heer Jezus tot aan zijn kruisiging drieënhalf jaar was, en vanaf de kruisiging tot aan de dood van Stefanus is ook weer drieënhalf jaar. En straks krijgen we weer drieënhalf jaar. Overigens zijn er ook nog overeenkomsten tussen die termijnen van drieënhalf jaar, dus ik denk niet dat het voor niets is, maar laten we dat voor nu even rusten. De logica is begrijpelijk dat je zegt: "Hé, drieënhalf jaar, dat moet hetzelfde zijn", maar dat is helemaal geen noodzakelijke conclusie.
Dan heb ik nog één bezwaar, en dat is dat men zegt dat de Heer Jezus in zijn profetische rede op de Olijfberg wijst op de gruwel van de verwoesting. Hij zegt: "Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting ziet staan op de heilige plaats, waarvan de profeet Daniël gesproken heeft" – en daar zegt Hij nog bij: "wie het leest, geve er acht op" – "laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen", enzovoort. Men zegt dan: die gruwel van de verwoesting is wat in Daniël 9 vers 27 ook benoemd wordt. Dat zou dan het staken zijn van die offerdienst. Maar let op: Daniël 9 vers 27 zegt niet dat een gruwel van de verwoesting wordt opgericht in het midden van de week, maar dat de offerdienst dan wordt gestaakt. Dat is heel wat anders. In de helft van de week zal de offerdienst – het slachtoffer en het spijsoffer – worden gestaakt en daarna pas is er sprake van gruwelen en verwoesting tot aan de tijd van het einde. Dat gebeurt niet in die zeventigste week, maar daarna.
Het is dus citeren op de klank af. Er komt trouwens nog iets bij: die uitdrukking "gruwel van de verwoesting" wordt niet alleen genoemd in Daniël 9, maar ook in Daniël 12. En daar gaat het in ieder geval over de toekomst. Ik geef toe dat ik nu erg kort door de bocht ga en misschien zijn sommigen nu een beetje afgehaakt met de gedachte: "Dit snap ik even niet, André." Excuus daarvoor. Maar het punt is dat er in Daniël 9 inderdaad over gruwelen en verwoesting wordt gesproken, maar niet in direct verband met de zeventigste week zelf. Het staat er niet; je kunt het er wel in projecteren. Je kunt het erin leggen, maar je kunt het er niet uithalen, tenzij je het er eerst zelf hebt ingelegd. Dat is geen gezonde uitleg. Een gezonde uitleg gaat uit van wat er staat en haalt eruit wat er gegeven is, zonder projectie. Er wordt dus niet gesproken over het oprichten van een gruwel in de helft van die week waarin de offerdienst gestaakt wordt. Dat staat er simpelweg niet.
Samenvatting en Conclusie: een Betrouwbaar Profetisch Kompas ↑ hoofdstukken
Kortweg samenvattend hoop ik dat ik nu enigszins duidelijk heb gemaakt waar de controverse in zit, dat men zegt: er komt nog een zeventigste week. Trouwens, daar moet ik nog even bij zeggen – het is niet de samenvatting – kijk het maar na in de profetie, in Daniël of in de Openbaring: nooit is er sprake van nog zeven jaren, van een week. Altijd wordt er gesproken over tijd, tijden, een halve tijd, drieënhalf jaar, twaalfhonderdzestig dagen, tweeënveertig maanden. Die termijn wordt iedere keer genoemd. Die halve jaarweek, of in ieder geval die termijn, die wordt genoemd. Maar die zeven jaar projecteren in de toekomst, in de profetie zien we dat niet terug.
Als je zegt: "Maar zou er in de toekomst niet alsnog weer een herhaling te zien zijn van een zevental jaren, van twee keer drieënhalf jaar?", dan kan dat heel goed. Maar waar het mij nu om gaat is – en dat is heel erg interessant, wat ik nu als laatste aanstip, maar ik stel voor dat we dat echt voor een andere keer bewaren, misschien dat Gerard dat nog eens een keer gaat aansnijden – het is wel heel erg boeiend, maar dat zou echt te ver voeren.
Ik denk dat het nu vooral van belang is: die zeventig weken in Daniël zijn een aaneengesloten periode. Niet alleen de zeven en tweeënzestig weken, nee, niet alleen de negenenzestig weken zijn verleden tijd, maar ook de zeventigste week. De Messias is gekomen; Hij heeft al verzoening en rechtvaardigheid aangebracht. Sindsdien zijn voor Israël profeet en visioen verzegeld; ze verstaan het niet. Is het alleen maar dramatisch geëindigd met de stad? Totdat... en dat gaat nog komen. Dan zullen we in de toekomst inderdaad opnieuw weer een drieënhalf jaar krijgen, maar dat staat niet in Daniël 9. In Daniël 9 gaan die zeventig weken over de tijd vanaf de herbouw van Jeruzalem tot aan de Messias.
Nou, ik hoop dat enigszins overtuigend te hebben duidelijk gemaakt en daarmee ook wat bonnetjes te hebben gegeven van: zo zit de vork in de steel. Hoe zit het nu met die zeventigste week? Hoe zit het ook met die verschillen? Want ik ken – mag ik dat als allerlaatste zeggen? – er zijn broeders die ik zeer, zeer hoog acht die dit anders verstaan en die denken, net als ik dat in het verleden ook deed, dat die zeventigste week in de toekomst ligt. Zij hebben moeite met deze uitleg. Het zij zo.
Wij hebben geen paus – wel een pauze straks, maar geen paus – die zegt: "Zo en zo is het." U bent de Bereeër. Ik heb het doorgegeven zoals ik het versta; zo versta ik dit in alle ernst. Wat mij betreft is het helder en het is aan u om dit verder te beoordelen. Ik hoop dat ik daarmee enigszins duidelijkheid heb gegeven.
En het allerlaatste, sorry: geweldig hoe we een God mogen kennen die het heden kent en de toekomst overziet, en daar zo scherp, zo duidelijk en klip-en-klaar over gesproken heeft. Dat is een kompas waar we werkelijk op aan kunnen.
UltimateGoodNews