Sodom & Gomorra
14-03-2007 - Geplaatst door Andre Pietstudie gehouden op 14 maart 2007 Rijnsburg
Zo’n 4000 jaar geleden was de streek van wat tegenwoordig de Dode Zee heet, een zeer vruchtbare en waterrijke vlakte. Er bevonden zich enkele steden waarvan Sodom en Gomorra de bekendste zijn. Volgens de Bijbel zijn deze steden compleet is de as gelegd door vurige zwavel. Tot op vandaag zijn daar nog overblijfselen van te zien. De streek is getroffen door een Goddelijk oordeel, vanwege hemeltergende misdaden. Ons woord ‘sodomie’ herinnert er nog aan. Maar wat was dat eigenlijk? En waarom is de Dode Zee eigenlijk dood? Wat heeft er plaatsgevonden?
En verder: het vuur dat Sodom en Gomorra trof, geldt in de Bijbel als “voorbeeld van eeuwige straf”. Niettemin weten we vanuit het profetisch Woord dat Sodom en de naburige steden weer hersteld zullen worden. De Dode Zee, de “poel van vuur” wordt wederom levend! Hoe kan dat? Wat steekt daar achter? Enz.
📝 Samenvatting & Transcriptie: Sodom & Gomorra (deel 1)
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Introductie: Verwoesting en Herstel ↑ hoofdstukken
Wij gaan ons vanavond bezighouden met Sodom en Gomorra. Dat was al een maand geleden aangekondigd, en nu is het dan toch zover. Ik heb het ook een ondertitel meegegeven: Verwoesting en Herstel. Die tweedeling komt ons heel erg goed van pas deze avond, omdat we nu eenmaal een pauze hebben. Dat wil zeggen, de avond is ook in tweeën gedeeld.
Voor de pauze gaan we het hebben over de steden Sodom en Gomorra en de naburige steden. Wat daar plaatsvond, waar het lag, wat er precies is gebeurd, et cetera. Na de pauze gaan we ons bezighouden met het herstel van die steden, want ook dat is wel degelijk in de Bijbel aan de orde. Maar zover is het dus nog niet; ik stel voor dat we eerst maar eens gewoon bij het begin beginnen.
Bijbelstudie is in het algemeen natuurlijk al het bestuderen van de dingen, maar dan vanuit Gods oogpunt, van bovenaf bekeken. Nou, dat is in dit geval wel heel letterlijk, want dit is vanuit een satelliet, vanuit ‘Gods window’ zal ik maar zeggen. Wat u hier ziet, is het gebied waar onze broeder Martin een maand of wat geleden nog een studie over heeft gegeven, over de Rode Zee en over Israël dat daar doortrok. Daarboven ziet u het land Israël. Als je dat gedeelte nog wat uitvergroot, zie je hier in het noorden — ik moet het goed doen — het Meer van Genezeret. Hieronder ziet u de Dode Zee. Dan moet hier ergens Jeruzalem liggen.
Als je nog wat dichter bij de aarde komt en het wat meer van de zijkant gaat bekijken, zie je hier de Dode Zee nog wat beter liggen. Met dat gebied gaan we ons bezighouden. Als we nog wat meer afdalen, dan krijg je dit te zien. Als ik me niet vergis, is dit een foto genomen vanaf Masada, een plaatsnaam die ik later in de avond nog wel vaker zal noemen. Dan zie je de Dode Zee; met recht een dode zee. Er is geen leven in te bekennen, geen plantaardig leven en al helemaal geen dierlijk leven. Het is echt een dode zee.
Bovendien is de hele omgeving ook echt doods. Ik weet niet of u er wel eens geweest bent, maar ik wel, meerdere keren zelfs. De laatste keer was in 1993 — is het niet, Petra? — dat wij daar rondreden. Het is echt een hele doodse omgeving, waar je ook kijkt. Zo ziet het eruit. En ik moet u toch iets gaan vertellen.
De Vlakte van de Jordaan als de Hof van Eden ↑ hoofdstukken
En dat is dit, dat het ooit… Maar dan praten we echt over zo’n dik 4000 jaar geleden. Nou nee, 4000 jaar geleden was het echt heel anders. En ik kan het u laten zien, want er staat in Genesis 13 dit. Dat is de geschiedenis van Abraham en Lot, deze beide mannen die neven van elkaar waren. Lot moest oom zeggen tegen Abraham. Mag ik trouwens nog even een vraag stellen? Zou iemand hier even een glaasje water neer willen zetten? Ik ben bang dat ik straks… Ja, we hebben het over de Dode Zee; daar krijg je een droge keel van, hè? Nee, precies, Dora is er niet, die doet dat doorgaans. Mijn personeel is weg.
Maar dat gaat over de geschiedenis van Abraham en Lot en dat beide mannen hun herders hadden. Die herders kregen een beetje ruzie met elkaar en het was ook problematisch in verband met het vinden van weidegrond. En dan lees je dat zij een keuze gaan maken. Dankjewel, Tineke. Abraham laat aan Lot de keuze van: nou, waar wil jij naartoe? Laten we gewoon een verdeling maken dat jouw herders daar naartoe gaan en mijn herders gaan de andere kant op, zodat er geen conflict meer hoeft te bestaan.
Dan lees je in Genesis 13 vers 10 – neem me niet kwalijk, ik zal het straks nog wel goed zeggen ook, maar bij dezen heb ik het ook gecorrigeerd – Genesis 13 vers 10: “Toen sloeg Lot zijn ogen op en zag dat de gehele streek van de Jordaan rijk aan water was.” Voordat de HERE Sodom en Gomorra verwoest had, was zij tot Soar toe – en dat blijkt in de Bijbel het zuidelijkste puntje van die streek te zijn, maar dat staat al in hoofdstuk 10 geloof ik – voordat de HERE Sodom en Gomorra verwoest had, was zij tot Soar toe als de hof des HEREN, als het land Egypte.
Moet u nagaan wat een enorm contrast. Dat wat nu de Zoutzee is, dat was vroeger de streek van de Jordaan. Heel eigenaardig, maar daarvan wordt gezegd dat ze gelijk de hof des HEREN was, als de hof van Eden, ja, als het land van Egypte. En daarbij wordt uiteraard gedoeld op de Nijldelta, waar het ook zo enorm groen en vruchtbaar is. Ik heb er hier een paar plaatjes van afgedrukt. Plaatjes van de Nijldelta en van de rivier de Nijl zelf. Alles is daar groen. Zo was ooit dus, 4000 jaar geleden, voordat Sodom en Gomorra en die hele streek verwoest werd… Zo was het ooit: groen en vruchtbaar en rijk aan water. Nou, je zou kunnen zeggen en kunnen verdedigen dat het er nu ook rijk aan water is, maar dan is het toch in ieder geval ‘dood in de pot’. Maar vroeger was het dus echt levend.
En dat was ook trouwens helemaal geen zee. Het was weliswaar rijk aan water en zeer vruchtbaar, maar het heette ook gewoon de streek van de Jordaan. De vlakte, andere vertalingen zeggen dat zo, de vlakte van de Jordaan. En de Jordaan liep daar gewoon door. Het is nu doodlopend, letterlijk zelfs. De rivier de Jordaan loopt dood in die zee. En waarom is het een Dode Zee? Wel, omdat die zee vervolgens geen uitlaat meer heeft. Het water komt daarin terecht en vervolgens komt het er niet meer uit. Eigenlijk komt het terecht in een gigantische diepe put van op sommige plaatsen zelfs 440 meter beneden de zeespiegel. Er is op de hele aarde geen plek zo diep gelegen als de Dode Zee. Zoveel honderd meter beneden de zeespiegel.
Het water komt eigenlijk in die put terecht en voordat het eruit zou kunnen stromen of dat het zou overlopen, is het alweer verdampt. En vandaar ook dat de zee steeds zouter wordt. Trouwens, momenteel is er nog een heel ander probleem met de Dode Zee, en dat is dat hij steeds meer droog komt te liggen. Omdat er veel te veel water uit het Meer van Tiberias en ook uit de Jordaan gehaald wordt voor irrigatiewerkzaamheden. Ook al omdat er minder regen valt en dat soort problemen, zodat er gewoon minder water in de Dode Zee stroomt. Maar omdat het water weliswaar uit die zee verdampt, blijft het zout erin achter, zodat die zee gewoon met de jaren steeds zouter en daarmee dus ook steeds doodser wordt. Voor zover dat kan bestaan. Want leven was er toch al niet in, dus hoe kan het dan als het dood is nog doodser worden? Maar in ieder geval, het wordt steeds zouter nog.
Maar het was eens de streek van de Jordaan. Zo heette het. En ze was rijk aan water en ze was als de hof des HEREN, als het land Egypte. En als je dan nog even verder leest in vers 11: “Dus koos Lot voor zich de gehele streek van de Jordaan.” Dat was op zich volkomen eerlijk van Lot natuurlijk, hoewel het hem wel zwaar kwalijk genomen wordt, maar het was Abraham die hem de keuze had gelaten. Lot koos voor zich de gehele streek van de Jordaan; dat was ook het meest voordelig voor hem natuurlijk. En Lot brak op naar het oosten en zij scheidden van elkander. Abram bleef wonen in het land Kanaän en Lot vestigde zich in de steden van de Streek en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. Hier nog niet ín Sodom, want later komt hij wel degelijk ook in Sodom te wonen. Sterker nog, hij krijgt daar een plaats in de politiek, maar daarover later straks nog wat meer. In elk geval is het hier nog zo dat hij bij Sodom zijn tenten opsloeg. En dat is wat hij deed.
En dat was dus de streek van de Jordaan. Dat wat nu dus de Dode Zee heet en de Dode Zee is, dat was ooit een groene vlakte, een vruchtbare vlakte. En het heette de streek van de Jordaan. De Jordaan liep daar gewoon in door. En hoe ver ze doorliep en of ze daadwerkelijk ook helemaal in de Golf van Eilat terecht is gekomen, dat weet ik niet. Daar kan ik helemaal niks over zeggen; vanuit de Bijbel is daar ook geen informatie over. Ik heb wel eens een keertje verhalen gelezen dat die hele vlakte ook daaronder… Ik kom er later op de avond nog wel eventjes op terug. Maar die hele vlakte daaronder verraadt ook sporen dat daar wel een rivier gelopen heeft ooit in een grijs verleden. Omdat daar gewoon allemaal nog rivierklei gevonden wordt. Dus dat is dan het verhaal. Maar in de Bijbel lezen we het niet. In elk geval, dat wat nu de Zoutzee is, dat was eerst de streek van de Jordaan en waterrijk, zeer vruchtbaar en groen. Goed.
Oorlog en Leemputten in de Vlakte van Siddim ↑ hoofdstukken
Als we verder lezen in Genesis 14… We kunnen vanavond trouwens — maar dat zeg ik even terzijde — lang niet alle schriftplaatsen bespreken waar de steden Sodom en Gomorra genoemd of behandeld worden; dat kan echt niet. Want niet alleen in Genesis komen deze steden in een aantal hoofdstukken ter sprake, maar in de rest van de Bijbel komen deze plaatsnamen ook nogal regelmatig terug. Maar een aantal van die hoofdmomenten moeten we toch beslist de revue laten passeren.
Laten we lezen in Genesis 14 vers 1, daar staat het: “Het gebeurde nu in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear.” En Sinear, dat is de vlakte van Mesopotamië waarin de stad Babel is gebouwd. Dus hij was eigenlijk gewoon de koning van Babel. Precies het gebied feitelijk waar Lot en Abram ooit vandaan kwamen; namelijk uit Mesopotamië, als je het een beetje breed opvat. Maar ze kwamen daarmee in conflict, want er staat dat het gebeurt in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, en Tidal, de koning van de volkeren, dat dezen oorlog voerden tegen Bera, de koning van Sodom, Birsa, de koning van Gomorra, Sinab, de koning van Adma, Semeber, de koning van Seboïm, en de koning van Bela, dat is Soar. Deze allen kwamen in bondgenootschap naar het dal Siddim. Dat is de Zoutzee.
Dus wat nu de Zoutzee is, de Dode Zee, dat was ooit die vruchtbare streek waar ik zojuist over las. Maar dat dal heette Siddim. En zij kwamen hier bij elkaar en daar wordt oorlog gevoerd. In Genesis 14 lees je daar uitgebreid over. U moet zich trouwens voorstellen dat de wereldbevolking in die dagen absoluut nog heel gering was. Weliswaar is het toen explosief gegroeid, maar u moet zich realiseren dat de zondvloed zich nog maar enkele eeuwen daarvoor had afgespeeld — vier, vijf eeuwen daarvoor — zodat we ons niet al te grootse voorstellingen van de wereldbevolking moeten maken. Dat blijkt ook wel, want als er hier sprake is van een wereldoorlog — want dat is het wel, het is een wereldoorlog — en Lot wordt uiteindelijk gevangen genomen (in wezen wordt die hele streek van de vlakte van Siddim verslagen en worden zij meegenomen door deze koningen die uit het gebied van Sinear komen), dan is het oom Abraham die hem redt. En niet alleen Lot, maar ook de anderen die gevangen genomen waren, de koning van Sodom enzovoorts. En dan lees je dat dat plaatsvond met een legertje van 318 man. Nu kun je natuurlijk verdedigen dat God wel vaker een hele grote nederlaag heeft aangebracht met een klein legertje van pakweg 300 mensen. Dat is waar, maar ik denk dat dit toch wel heel illustratief is voor de grootte van de bevolking die er in die dagen was. Dat was allemaal nog betrekkelijk klein.
Maar hier lees je dus — en daar gaat het me nu vooral even om — dat die Zoutzee de vlakte van Siddim was. Ook die naam kom je in de Bijbel nog verschillende keren tegen. In die vlakte van Siddim had je een aantal steden. Een vijftal worden er in de Bijbel genoemd, waarvan de bekendste Sodom en Gomorra waren. Vermoedelijk een tweelingstad; twee steden die vlak tegen elkaar aan lagen. Vervolgens ook Adma, Seboïm en Soar. Dat waren de steden die in die vlakte van de Jordaan, of het dal Siddim, gelegen waren. We weten alleen van Soar dat ze aan het uiterste zuidpuntje gelegen was, want het was namelijk een van de grenspalen van het land. Dat wordt gesitueerd in Genesis 10, ergens in het zuiden. Dat is wat we weten, maar hoe voor de rest deze steden precies gelokaliseerd moeten worden in die streek, dat is moeilijk te achterhalen. Er worden verschillende opties genoemd, maar daar gaan we ons vanavond niet mee bemoeien.
Dan lezen we nog iets over dat dal in Genesis 14. “Het dal Siddim nu was vol met…”, staat er in de NBG-vertaling, “…was vol met asfaltputten. En toen de koning van Sodom en die van Gomorra vluchtten, vielen zij daarin en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.” Ja, nou, als u een Statenvertaling hebt, dan zult u zien dat daar iets anders staat. Daar staat: “lijmputten”. Dat woordje dat daar in het Hebreeuws staat, dat is inderdaad lijm of beter in dit geval leem. Maar leem en lijm is eigenlijk gewoon hetzelfde. Lijm komt gewoon van het woord leem. Leem is gewoon plaksel dat gebruikt wordt om stenen aan elkaar te voegen en te plakken; specie, zeg maar. Om te lijmen. Modderig spul dat zich daarvoor leent. Maar dat woord wat hier in de NBG-vertaling vertaald wordt met asfalt en in de Statenvertaling met lijm, dat vinden we ook nog in Exodus 1 vers 14. Dan lees je over de Israëlieten in Egypte: “Zij maakten hun het leven bitter” — dat gaat over de Egyptenaren ten opzichte van de Israëlieten — “zij maakten hun, de Israëlieten, het leven bitter door harde slavenarbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld.” Hier wordt hetzelfde woord gebruikt dat in de NBG-vertaling in Genesis 14 vertaald wordt met asfalt; hier wordt het weergegeven met leem.
En in Daniël 2 vers 41 — ik noem maar een paar voorbeelden — daar lees je over dat beeld waarvan Nebukadnezar droomde. Dan lees je over die lemen voeten, en daar staat in vers 41: “Dat gij de voeten en tenen gezien hebt, deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, dat betekent…” — daar gaat het nu allemaal niet om. Het gaat erom dat hier dat woord voor leem gebruikt wordt. Het is gewoon modder. Wellicht dat als je het in het verband leest van Genesis 14, dat het gewoon gaat over modderige plassen of een soort van moerassen. Dan geeft dat de betekenis heel goed weer. “Want het dal van Siddim was nu vol met asfaltputten…” Nee, met lijmputten, met leemputten of met plekken water waar modder lag enzovoorts. Kortom, wat wij moerassen noemen. En dan lees je dat de koning van Sodom en van Gomorra vluchtten; zij vielen daarin en ze kwamen er niet meer uit. Dat geeft bij een moeras echt zin. Bij asfaltputten begrijp ik echt niet waar je dan aan moet denken, dat je daar invalt ofzo. Maar bij leemputten of bij moerassen begrijp je dat wel. Het was ook een buitengewoon waterrijk gebied, zodat je daar ook plekken had die buitengewoon drassig waren en waar je dus inderdaad het leven kon laten of in ieder geval vast kwam te lopen. Goed, tot zover even wat betreft de steden en waar ze gevonden moeten worden.
De Werkelijke Zonde en Gruwelen van Sodom ↑ hoofdstukken
Dit lijkt haast een woordraadseltje: sodomie, maak het af, nog drie lettertjes. Dat grapje had ik niet eens zo bedoeld toen ik dit maakte, maar ik wil het inderdaad wel hebben over sodomie. Wat is dat precies? Die steden zijn verwoest, daar gaan we straks nog wat meer over vertellen, maar wat was nu de reden, de aanleiding tot die verwoesting? Nou, dat is sodomie. Dat is namelijk de zonde waaraan Sodom en Gomorra en de naburige steden zich schuldig maakten. Maar dan is vervolgens de vraag: wat is dat dan wel?
Sodomie, zo wordt dat dan genoemd. Ik heb het een keertje opgezocht in de internet-encyclopedie die tegenwoordig erg bekend is: Wikipedia. Daar stond het volgende over in: “Sodomie is een term die wordt gebruikt voor verboden seksuele contacten. Hieronder konden worden begrepen homoseksuele contacten. Ook zoöfilie, wat een heel mooi woord is voor een minder fraaie zaak, want dat betekent gewoon bestialiteit, oftewel seksuele gemeenschap tussen mens en dier.” Zoöfilie, daar herkent u het woordje voor ‘dier’ nog wel in, zoals in de dierentuin. Dus ook zoöfilie noemde men vroeger sodomie. Ik zal straks ook laten zien dat dat terecht is. De naam is afkomstig van de zondige Bijbelse stad Sodom. In de stad Sodom was het gewoon dat mannen seksuele gemeenschap hadden met andere mannen. Ook dat klopt, ik zal het u straks laten zien.
Vervolgens staat er nog in Wikipedia dat men een homoseksueel vroeger ook wel een sodomiet noemde. Dat is een term die tamelijk in onbruik is geraakt. Dat staat hier ook: deze term wordt door de negatieve klank niet meer gebruikt. Je mag dat tegenover het publiek natuurlijk ook niet meer doen. Het is momenteel allemaal erg in discussie in verband met het homohuwelijk en alle toestanden daaromtrent. Ik weet niet of u de krant ‘De Laatste Dagen’ nog hebt gelezen, maar het is juist de laatste week weer heel erg in het nieuws. Hot news is het. Een leuk woord in dit verband, ‘hot news’, want het is een heetgebakerd onderwerp. Op Aruba wilde men het homohuwelijk niet erkennen, wat natuurlijk zeer tegen het zere been is van het ‘verlichte’ Nederland. Trouwens, in Frankrijk levert het uiteindelijk ook grote problemen op, zo las ik vandaag nog in de krant. Dus er is nogal wat om te doen, over homoseksualiteit en over het homohuwelijk in het bijzonder.
Maar sodomiet, dat was vroeger gewoon de naam voor een homoseksueel. En dan weet u ook wat ‘sodomiteren’ is als werkwoord, hoewel dat trouwens nog een dubbele betekenis heeft. Je krijgt namelijk ook nog het verhaal van ‘opsodemieteren’. Maar dat is wel wat er uiteindelijk gebeurde met Sodom en Gomorra: verdwijnen en gewoon met de vloer gelijk gemaakt worden. Dat is echt op-sodemieteren. ‘Opzouten’, ja, dat is ook een mooie. Als je over zulke dingen nadenkt, dan kun je zulke woorden heel aardig herleiden; dat noemen ze etymologie. Hier staat trouwens nog wat over die etymologie: het Nederlandstalige ‘mietje’ is een verkleinwoord van sodomiet en wordt nog steeds gebruikt voor een homoseksueel, dan wel een zich nichterig gedragend persoon. Dat alles volgens Wikipedia.
De vraag is dus wat men onder sodomie verstaat, of verstond, want die begrippen zijn allemaal erg in onbruik geraakt. Tegenwoordig hoor je daar niet meer over, alhoewel je wel hoort over een ‘mietje’ en over ‘sodomiteren’. Maar wat nu eigenlijk de werkelijke betekenis is en waar het naartoe herleid moet worden, dat is veelal onbekend. Men weet vaak niet eens meer wie Sodom en Gomorra waren, maar dat was dat grapje van de vorige keer.
In Genesis 18 vers 20 lees je: “Daarop zeide de HEER: Het geroep over Sodom en Gomorra is voorwaar te groot, en haar zonde is voorwaar zeer zwaar.” En in Ezechiël 16 vers 49 lees je dit — en die tekst moet u even goed tot u laten doordringen, want over dit gedeelte zullen we het later vanavond na de pauze ook nog hebben: “Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom.” Dit wordt tegen de inwoners van Jeruzalem gezegd. “In trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters — dat wil zeggen met haar naburige steden — zonder de ellendigen en de armen te ondersteunen. Vervolgens verwaten — dus hoogmoedig — waren zij en bedreven gruwelen voor mijn aangezicht. En daarom vaagde Ik ze weg, zodra Ik het zag.”
Over opsodemieteren gesproken: “Daarom vaagde Ik ze weg, zodra Ik het zag.” Deze steden kenmerkten zich dus door trots en door hoogmoed. Dan moet ik er ook aan denken dat deze steden vermoedelijk ook letterlijk vernederd zijn. U weet: hoogmoed komt voor de val. God vernedert de hoogmoedigen. Dat is met de stad Sodom en met die hele streek letterlijk gebeurd. Het hele gebied is — ik kom er later waarschijnlijk nog wel even op terug — gewoon verzakt en een heel eind naar beneden gevallen. Ik wilde een ander woord gebruiken, maar laten we het nu even netjes houden. Met recht: hoogmoed komt voor de val.
Het was hoogmoed en zij bedreven gruwelen. ‘Gruwelen’ houdt in de Bijbel altijd verband met afgoderij. Waar die gruwelen dan uit bestaan? Laten we eens wat in de Bijbel lezen, eerst uit Leviticus 18 vers 22. Dit wordt tegen Israël op een veel later tijdstip gezegd, maar lees even goed in het verband. Daar staat: “Gij zult geen gemeenschap hebben met één die van het mannelijk geslacht is zoals men gemeenschap heeft met een vrouw. Een gruwel is het. En met geen enkel dier zult gij vleselijke gemeenschap hebben om u daarmee te verontreinigen en een vrouw mag niet staan voor een dier om daarmee gemeenschap te hebben. Schandelijke ontucht is het.” En nu komt het: “Verontreinigt u niet door dit alles, want door dit alles hebben zich verontreinigd de volkeren die Ik voor u uit weg drijf.” Dat was toen zo, maar het was ook al op een eerder tijdstip letterlijk zo gebeurd. Die volkeren van Sodom en Gomorra waren stadskoninkrijken die gewoon waren weggevaagd. Dat was vanwege het bedrijven van al deze en andere gruwelen. Dat was inderdaad afgodisch; een complete seksuele desoriëntatie.
Daarbij valt trouwens op dat homoseksualiteit — let wel wat ik zeg: homoseksualiteit, ik heb het niet over homofilie en over gevoelens, want daar zegt de Bijbel helemaal niets over. Geen kwalijk woord over homofilie. Nee, het gaat in de Bijbel alleen maar over homoseksuele contacten. Maar dat wordt in één adem genoemd met seksuele gemeenschap met dieren. Daar is in morele zin geen enkel verschil tussen. Dat mag je tegenwoordig misschien niet meer hardop zeggen, maar ik doe het toch, want in de Bijbel wordt het gewoon in één adem genoemd. Het is namelijk in beide gevallen een blijk van seksuele desoriëntatie. Een man is gemaakt voor de vrouw en de vrouw is gemaakt voor de man, en niet een man voor een man en zeker ook niet voor dieren. Dat is compleet ‘van de verkeerde kant’; dan richt je je op de verkeerde kant. Dat we inderdaad daarmee te maken hebben in Sodom, dat blijkt wel, want in Genesis 19 lezen we daarover. Dat is vooral erg bekend, misschien wel het meest bekend als het gaat om de gruwel die plaatsvond in Sodom.
Maar je leest daar dat Lot bezoek heeft gekregen van die hemelse boodschappers, die engelen. Er staat dat zij – die engelen – zich nog niet ter ruste hadden gelegd of de mannen van de stad, de mannen van Sodom, omsingelden het huis. Van jong tot oud, de hele bevolking, niemand uitgezonderd. Waaruit volgens mij trouwens opnieuw blijkt dat we niet aan enorme bevolkingsaantallen moeten denken; dat valt allemaal wel mee in de termen die wij tegenwoordig gewend zijn. Maar in ieder geval omsingelt die hele stad het huis.
In vers 5 lees je: “En zij riepen Lot toe en zeiden tot hem: Waar zijn de mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen bij ons buiten, opdat wij met hen gemeenschap hebben.” Dat zeggen dus de mannen van de stad, en vandaar komt de bekende klank van sodomie. Dat is dus homoseksualiteit; die mannen willen gemeenschap met mannen. Dit was trouwens niet alleen die gruwel, het was ook – en dat heeft Lot heel goed onderkend – een enorme aanklacht tegen zijn gastvrijheid en de wijze waarop je met vreemdelingen omgaat. Want zoiets doet men niet. Dat blijkt ook wel uit de oplossing die Lot vervolgens aan de hand doet, die ook helemaal nergens op slaat, maar goed, daar zullen we het verder nu niet over hebben. Het gaat er nu even om wat die mannen van Sodom willen en kennelijk ook zo gewend waren te doen: mannen die gemeenschap wilden met mannen.
Maar dan lees je nog iets, en daarvoor zijn we inmiddels aan de andere kant van de Bijbel beland. Niet in Genesis, maar in het voorlaatste Bijbelboek: de brief van Judas. Dat lees je in vers 7: “Zoals Sodom en Gomorra…” Ik zal deze Bijbelplaats, Judas vers 7, vanavond nog verschillende keren aanhalen, maar nu dus voor het eerst. Daar staat: “Zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid” – want dat waren er nog drie, daar hadden we het al over – “die op gelijke wijze als zij haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achterna gelopen zijn.”
Let op wat hier staat. Het gaat hier dus niet alleen over homoseks, want dat is juist hetzelfde vlees nalopen. Het gaat hier ook over andersoortig vlees nalopen, namelijk waar we het al eerder over hadden: bestialiteit. Mensen die met dieren gemeenschap hadden. Dat was dus ook de gruwel die daar in die steden bedreven werd: hoererij waarbij ander vlees achternagelopen werd. U kunt zich een kleine voorstelling vormen van hoe beestachtig – in dit geval heel letterlijk – deze steden zich gedroegen. Het geroep van hun zonden steeg ten hemel op.
Nu zegt u misschien: “Tegenwoordig kijken we daar niet meer zo van op.” Ik hoop u nog wel, maar inmiddels zijn deze dingen schering en inslag. We hadden het zojuist even over het homohuwelijk. Tegenwoordig is het echt not done om daar kritiek op te hebben, zeker in een verlicht en libertijns land als Nederland. Het is zelfs zo dat als je als ambtenaar weigert twee mannen in de echt te verbinden, je het helemaal gedaan hebt. Dan word je in de ban gedaan; dat kan echt niet. Maar u moet zich realiseren dat nog maar dertig of veertig jaar geleden – misschien nog wel minder – het homohuwelijk een ondenkbaar gegeven was, en homoseksualiteit in het algemeen zelfs ook.
Nu zijn de rollen compleet omgekeerd. Je ziet dat, en je leest het ook in Romeinen: als eenmaal God verlaten wordt – dat wil zeggen, als God niet meer als God vereerd wordt – dat de mens inderdaad zijn oriëntatie kwijtraakt. Ook in seksueel opzicht raakt men gedesoriënteerd. Men komt in de duisternis terecht, waardoor ook de man als beeld van God weggeredeneerd wordt. Dat leidt inderdaad tot homoseksualiteit en feitelijk ook tot feminisme, waarbij de man eveneens wordt weggeredeneerd. Eigenlijk is het allemaal de verschijningsvorm van een dieperliggende filosofie waarbij de man als beeld van God wordt weggepoetst. Het is dus echt seksuele desoriëntatie, en wij leven in een tijd waarin we datzelfde verschijnsel gewoon om ons heen zien gebeuren.
Lot in de Poort: Politiek Bedrijven in Sodom ↑ hoofdstukken
Ja, daar wil ik dan nog wel even één ding aan toevoegen. Het is een klein beetje buiten het onderwerp, maar in Genesis 19 staat in vers 1 nog dit: “En de twee engelen kwamen in de avond te Sodom; en Lot zat in de poort van Sodom.” Eerder lazen we dat hij zijn tenten op had geslagen bij Sodom, maar hier zit hij inmiddels in de poort van Sodom. Ik weet niet of u zich dat realiseert, maar in de poorten van een stad zitten betekent in de Bijbel — van oudsher al trouwens — dat het inderdaad een plaats van aanzien is, maar het is vooral ook de plaats waar de beslissingen vallen. Waar de in- en uitgangen van de stad, letterlijk en figuurlijk, worden beheerst. Alle ins en outs van de stad worden daar besproken en bestuurd. Dat betekent dus dat degenen die zich in de poort van de stad bevinden, de oudsten zijn, de leiders, het bestuur; zeg maar gewoon in dit geval de regering of voor mijn part de gemeenteraad.
Daar zat Lot in de gemeenteraad. Hij had daar een heleboel werk te verrichten natuurlijk, dat begrijpt u wel, want er waren zoveel misstanden en hij wilde dat allemaal eens recht gaan zetten. Lot zat in de politiek. Abraham, zijn oom, bevond zich op afstand; dat was een pelgrim die zich daar nooit mee bemoeid heeft. Dat was iemand die in tenten woonde en die het allemaal op afstand bekeek. Hij wist wel wat er gebeurde, maar niet al te goed. Bepaalde dingen wil je ook niet weten. Abraham heeft zich nooit beziggehouden met het verbeteren van Sodom en Gomorra. Trouwens, dat lukte ook helemaal niet.
Lot heeft het wel geprobeerd. Je leest ergens in 2 Petrus dat Lot dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld heeft door de ongerechtigheid. Ik weet niet exact hoe het er staat, maar zoiets staat er: door de ongerechtigheid van de sodomieten. Dat had hij helemaal niet hoeven doen, maar hij deed het. Sterker nog, het feit dat hij daar zo zijn plaats in de politiek had gekregen, keerde zich zelfs tegen hem. Dat lees je vervolgens: “Maar zij zeiden” — dan gaat het over de sodomieten — “Ga opzij!” En zij zeiden: “Deze ene is als vreemdeling komen vertoeven om ons geheel en al de wet te stellen! Nu zullen wij u meer kwaad doen dan hun.”
Uiteindelijk keert het zich enorm tegen hem. Kijk, Lot was daar een vreemdeling, dat hadden ze wel in de gaten. Maar als een vreemdeling dan in de poort gaat zitten en het vingertje gaat opheffen, de toestand daar probeert te verbeteren en hen de wet wil gaan stellen, dan keert dat zich tegen je. Ik heb dit nu even bij de bespreking genomen omdat ik die gelijkenissen vandaag ook zie. Als je als vreemdeling in Sodom en Gomorra woont en je wilt de wet gaan stellen, je zit in de poorten en gaat even vertellen hoe het moet omdat je Sodom en Gomorra wilt verbeteren, dan gebeuren er drie dingen. A: Het lukt je niet. B: Je moet water bij de wijn doen. En C: Het zal zich tegen je keren. Want in plaats van dat je goedwil kweekt, kweek je juist enorm verzet en venijn.
Dat zie je nu trouwens ook, nu de ChristenUnie — laat ik het beestje gewoon bij de naam noemen — ook in de regering zit. Ik weet niet hoe u erover denkt, dat moet u helemaal zelf weten, maar ik denk dan bij mezelf als ik allerlei venijnige stukjes lees over meneer Rouvoet, die het Nederlandse volk wel eens even de wet zal gaan stellen. Dat kweekt helemaal geen goedwil. Het is niet zo dat de positie van de christenen daarmee verbeterd wordt, integendeel.
In ieder geval, laten we weer even teruggaan naar de historie. Lot heeft het niet veel opgeleverd. Lot heeft uiteindelijk gewoon zijn vege lijf moeten redden, en zelfs dat is hem niet helemaal gelukt, want zijn vrouw heeft hij moeten achterlaten. Goed, laten we dan vervolgens nog even verder gaan.
Vuur, Zwavel en de Omkering van de Streek ↑ hoofdstukken
Ja, dit is een mooie, hè? Die heb ik niet zelf gemaakt hoor. De verwoesting van Sodom en Gomorra. Dan lees je in Genesis 19 vers 24: “Toen liet de Heere zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de Heere uit de hemel.” En Hij keerde die steden om, benevens de gehele Streek, met al de inwoners van de steden en het gewas van de aardbodem.
Maar zijn – en dan gaat het over Lots vrouw – die achter hem liep, zag om en werd een zoutpilaar. Waarschijnlijk heeft ze omgekeken; misschien is ze daar blijven staan. Nou, ze is daar zeker blijven staan, want ze werd een zoutpilaar. En ze konden geen afscheid nemen, terwijl ze juist met grote haast de Streek moesten verlaten. Zij keek achterom en werd een zoutpilaar; zij werd getroffen door al die chemicaliën enzovoorts die daar van bovenaf… Nou, ze kwamen uiteindelijk wel uit de aarde, maar goed, dat spoot allemaal omhoog in een of andere vulkanische eruptie, zo moet ik het zeggen.
Al dat vuur en zwavel – ik kom daar straks nog op terug – dat kwam allemaal op hun hoofd terecht, op de hoofden van de inwoners van die steden. Die hele steden zijn compleet verbrand; ik zal dat straks ook laten zien. Goed, Lotsvrouw bleef dus achter. Zij werd gelijk een zoutpilaar.
En dan lees je nog vers 27. Trouwens, het is heel grappig, maar als je nu nog in Israël bent en je komt in de omgeving van de Dode Zee, dan worden daar verschillende ‘vrouwen van Lot’ aangewezen, terwijl hij er toch echt maar één had hoor. Ja, maar er zijn heel wat van dat soort formaties in die omgeving te vinden, dus je hebt ze allemaal voor het uitzoeken. Dat is wel komisch.
In elk geval staat er in vers 27 nog: “…waar hij voor de Heere gestaan had en uitzag in de richting van Sodom en Gomorra.” Waar hij overigens kort daarvoor nog een goed woord voor gedaan had. U kent die geschiedenis wellicht bij de Heere, dat hij zegt: “Als er nou maar vijftig rechtvaardigen in die stad zijn… Oké, dan zal Ik de stad niet verwoesten.” Mooie geschiedenis. Ik moet er helaas aan voorbijgaan vanavond, maar dat Abraham inderdaad een pleidooi voert voor deze steden, het heeft allemaal niet mogen baten.
Er staat in elk geval dan in vers 28: “Hij zag uit in die richting van Sodom en Gomorra en het hele land van de Streek zag hij, en zie, de rook van de aarde steeg op als de rook van een smeltoven.” Kun je je het voorstellen? Wat er precies gebeurd is, wordt niet vermeld. Ik noemde zojuist al de suggestie dat ooit de Jordaan doorliep in die streek en daar dus niet doodliep, en dat kennelijk dat hele gebied ook verzakt is.
Maar we hebben wel gelezen dat die hele Streek is omgekeerd. Er heeft in elk geval een enorme uitbarsting van zwavel en vuur, of van vurige zwavel, plaatsgevonden en dat heeft die hele Streek in de as gelegd. En het plaatje wat u hier ziet afgebeeld, dat is ook zo’n vulkanische uitbarsting waarbij ook zwavel en vuur vrijkomt, en u ziet ook de rook van de aarde opstijgen. Ja, wat een milieuvervuiling, hè? En daar zorgt de Schepper dan allemaal nog zelf voor ook. Laat Al Gore het niet weten. Goed.
Tastbare Sporen van het Oordeel Rond Masada ↑ hoofdstukken
Nu wil ik u nog iets laten zien, want deze streek is nog steeds te bezien. Het is de omgeving van de Dode Zee, maar er is nog veel meer te bekijken. We lezen in Judas — dat is de tweede keer dat ik dit gedeelte aan u voorlees — in vers 7 staat namelijk dit: “Zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen hun hoererij hebben botgevierd en ander vlees achterna gelopen zijn, daar liggen als voorbeeld onder een straf van eeuwig vuur.” Op dat laatste kom ik na de pauze terug, maar ik wil nu eventjes erop wijzen dat er staat dat die steden daar liggen als voorbeeld.
Dat schrijft Judas in de eerste eeuw, en dan zal ik nog een schrijver uit de eerste eeuw noemen. Dat is weliswaar geen Bijbelschrijver, maar wel iemand die ons heel veel historie heeft doorgegeven en tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste bronnen is voor de oude geschiedenis buiten de Bijbel: Flavius Josephus. Hij was een Joods geschiedschrijver die met name ook heel veel vertelt over de gebeurtenissen in zijn dagen, zoals de verwoesting van de stad Jeruzalem, et cetera.
Hij schrijft in het boek The Wars of the Jews, boek 4, hoofdstuk 8 — u kunt dat gewoon lezen, ik weet eigenlijk niet of het in het Nederlands verkrijgbaar is, maar op internet zijn al die boeken online te vinden — en daar vindt u dit, ik heb het even voor u vertaald: “Daar zijn nog steeds de overblijfselen van dat goddelijk vuur en de sporen van de vijf steden zijn nog steeds te bezien.” Flavius Josephus wist waar hij het over had, want hij kende die omgeving als zijn broekzak. Hij was een man uit een priesterlijk geslacht, ooit in Jeruzalem, maar hij kende de omgeving van de Dode Zee ook. Wij kennen van hem vooral ook de verhalen van Masada, waar ik straks nog even op terugkom. Hij wist waar hij het over had en hij zegt: het is allemaal nog steeds te bezien.
Dat was tweeduizend jaar geleden zo en inmiddels is het niveau van het water in de Dode Zee alleen maar gezakt, dus het is ook het probleem niet dat het vandaag niet meer te bezien zou zijn. We zullen zien! In die omgeving is inderdaad heel wat aan opgraafwerk gebeurd. Daar is een plaatsje — wat zeg ik? — een gigantische begraafplaats: Bab edh-Dhra. Ik weet niet of ik het goed uitspreek, maar zoiets zal het zijn. In Bab edh-Dhra zijn tienduizenden graven gevonden. Sommigen noemen een getal van vijfhonderdduizend en ik heb op mijn internetsite zelfs een miljoen staan; we moeten in ieder geval denken aan talloos veel graven die daar gevonden zijn en die allemaal in die tijd worden geplaatst.
Toch wel? In Bab edh-Dhra, en als je daar een kilometer of dertien zuidwaarts gaat, ben je in Numeira. Dat is een ommuurde nederzetting en zo zijn er in die streek nog wel meer nederzettingen die nog steeds te bezichtigen zijn. Maar wat zo opmerkelijk is, is dit: Masada. Dat wil zeggen, wat je aan de voet van Masada ziet. Ik zei zojuist al dat Flavius Josephus degene was die ons ook de verhalen heeft overgeleverd van wat er gebeurd is met Masada en hoe het ontstaan is. Ik geloof dat het rond 40 voor Christus gebouwd is door Herodes de Grote als een onneembare vesting. Nou ja, een bijna onneembare vesting. Uiteindelijk is het rond het jaar 70, als het laatste Joodse bolwerk, toch ingenomen door the Romeinen.
Flavius Josephus beschrijft ook allemaal hoe dat gebeurd is. Uiteindelijk hebben de Romeinen Masada ingenomen — die stad, nou ja, het is min of meer een stad daar bij de Dode Zee — maar van al de mensen die zich daar bevonden, hebben ze niemand levend aangetroffen. Daar is namelijk massaal zelfmoord gepleegd; degenen die daar overgebleven waren, hebben zich niet willen overgeven en hebben zichzelf gewoon van het leven beroofd. Dat is wat Flavius Josephus beschrijft. Trouwens, hij beschrijft ook hoe die plaats bereikt kon worden via een slangenpad; het kon bewandeld worden om uiteindelijk op de top terecht te komen.
Tegenwoordig gaat het allemaal veel simpeler. Ik weet niet of u daar ervaring mee hebt, maar ik geloof dat je via dat slangenpad nog steeds naar boven kunt. Ja, is het zo? Nou, ik heb die moeite nooit gedaan, zo zit ik niet in elkaar. Ik ben gewoon met de lift gegaan. Want dan kost het je… nee, niet met de stoeltjeslift, maar met zo’n gondel, en dan zit je er binnen een paar minuten. Flavius Josephus beschrijft dat allemaal, hoe je op de top van Masada komt.
Maar aan de voet van Masada vind je iets heel unieks waar maar zelden aandacht aan is gegeven. Kijk, dit is het uitzicht vanaf Masada op de Dode Zee, maar aan de voet van de berg tref je een heel groot aantal ruïnes aan. Laten we ons daar eens nader op richten. Daar vindt u dit. Dit is geen werk van mensenhanden, het zijn geen geologische formaties en het zijn geen vormen die ontstaan zijn door de loop der eeuwen of door natuurgeweld. Dat blijkt wel uit de hoeken van 90 graden die u overal ziet. Ik zal u nog veel meer plaatjes daarvan laten zien. Er zijn gewoon complete stadsmuren te zien, muren en gebouwen. Je zou dat zelfs kunnen reconstrueren en dan kun je zien hoe dat er ongeveer uitgezien moet hebben. Ik geef toe dat de plaatjes niet echt heel duidelijk zijn, maar als we ooit nog eens een reis gaan maken naar die streek, dan maken we eens mooie, duidelijke foto’s daarvan.
Hier ziet u een torentempel, een zogenaamde ziggurat. Nou, dat zou er ongeveer zo uitgezien moeten hebben; dat is allemaal daar aan de voet van Masada te bezien. Dit zou met enige fantasie een sfinx geweest kunnen zijn, die erg lijkt op de Grote Sfinx in Egypte. Maar dat is de vraag, dat is niet zeker. Het heeft er in ieder geval veel van weg. Er zijn ook andere bouwwerken gevonden. Dit zou er ooit zo uitgezien kunnen hebben — u begrijpt wel hoe voorzichtig ik dat zeg. Dit is wat er gevonden is.
Maar wat daar gevonden is in die omgeving — en dat geldt niet alleen voor die plaats, maar voor de hele omgeving van de Dode Zee — is dat het bezaaid is met zwavel. Er is geen gebied op de hele aarde te vinden waar zoveel zwavel gevonden is als juist in de omgeving van de Dode Zee. Er zijn honderdduizenden zwavelstenen gevonden die voor 96 tot 98 procent uit pure zwavel bestaan. Rechts ziet u een plaatje van die ziggurat; ik heb daarover gelezen dat deze compleet in de as is gelegd. Je ziet daar zwavelstenen die niet verbrand zijn; die zijn gewoon gesmoord in de as en konden daardoor niet verder branden.
Dit is zo’n muur. Dat waren kalkstenen gebouwen en die zijn echt totaal verbrand. Dat blijkt wel, want die stenen zijn samengesteld uit calciumsulfaat, zoals dat met een mooi woord heet. U herkent het woordje ‘sulfur’ erin; dat betekent dat kalk is verbrand in combinatie met zwavel en calciumcarbonaat. Alles is het resultaat van zwavelverbranding. Als u dat door chemici laat onderzoeken, zeggen die zonder enige twijfel dat dit heeft plaatsgevonden onder een enorme verhitting; men spreekt over duizenden graden. Die steden zijn dus helemaal in de as gelegd, totaal verbrand. En in de Bijbel wordt gezegd dat de steden Sodom en Gomorra en de naburige plaatsen verbrand zijn door vuur en zwavel.
Gewoon vurige zwavel, dat moet heel letterlijk genomen worden. Het is daadwerkelijk in de as gelegd. De overblijfselen daarvan – het is exact zoals Flavius Josephus dat ook vermeldt – zijn tot op de dag van vandaag te bezien.
We lezen in 2 Petrus 2, en ik stel voor dat we daarmee maar eens gaan pauzeren. Na de pauze gaan we het over een veel positiever onderwerp hebben, maar dit moesten we behandelen alvorens we over het vervolg kunnen spreken. Er staat in 2 Petrus 2 dat de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand zijn. Dat is dus daadwerkelijk gebeurd. Die steden, niet alleen de inwoners, maar gewoon dat waar de steden van gebouwd waren. De kalkstenen zijn helemaal verbrand en in de as gelegd onder zulke extreem hoge temperaturen.
Tot omkering gedoemd; dat wordt in de Bijbel nogal eens een keertje herhaald. Tot voorbeeld gesteld voor hen die goddeloos zouden leven. God laat niet met zich spotten. Dat is wat er gebeurt wanneer je Zijn woord verwerpt, en dat is wat er ook met deze steden is gebeurd. Ze zijn tot voorbeeld gesteld en je leest over Jeruzalem dat een soortgelijk lot zou treffen. Van Babel lees je het in Jesaja. En ook de Heer Jezus wijst daar verschillende keren op in Zijn rede over de laatste dingen: dat een plotseling verderf, zoals ooit in de dagen van Sodom en Gomorra, ook in de toekomst weer zal plaatsvinden. Zoiets zal gaan gebeuren.
Na de pauze gaan we ons bezighouden met het herstel van deze steden. Hoe het met die streek is afgelopen – en met hun streken ook is afgelopen. Dat is dan wel weer het positieve deel natuurlijk.
Er kwam nog even een vraagje over wat ik tussen de bedrijven door had opgemerkt over Bab edh-Dhra, waar zoveel duizenden graven gevonden waren. Sommigen zeggen zelfs dat het er vijfhonderdduizend zijn, anderen zeggen een miljoen. Hoe kan dat, omdat de wereldbevolking in die dagen nog relatief klein was? Nou ja, we hebben dat in de pauze al zo opgelost dat je dat waarschijnlijk met een korreltje zout moet nemen – wat niet zo’n probleem is daar in de omgeving van de Dode Zee.
Het is echt zo, want ik heb diverse getallen daarvan gelezen, waarmee maar gezegd wil zijn dat er met zekerheid niets over te vermelden is. Het diende wel, zo heb ik gelezen, als een regionale begraafplaats. Alle mensen uit de omgeving werden kennelijk daar in Bab edh-Dhra begraven. Er zijn inderdaad talloze graven gevonden, maar hoeveel het er precies geweest zijn, dat weet ik niet. “God only knows”, zullen we maar zeggen.
En dan gaan we nu naar het tweede deel.
📝 Samenvatting & Transcriptie: Sodom & Gomorra (deel 2)
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Straf van het Eeuws (aionisch) Vuur ↑ hoofdstukken
Ik wil voor de derde keer wijzen op dat vers in Judas, en nu weer op een ander deel. Ik citeer het drie keer en drie keer met verschillende doeleinden. Ik lees het vers in zijn totaliteit nog een keer voor. Er staat: “zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen — dat wil zeggen op een gelijke wijze als Sodom en Gomorra — haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, als voorbeeld onder een straf van eeuwig vuur.”
Let op wat hier staat. Dat wat Sodom en Gomorra en die naburige steden is overkomen, dat is gesteld tot een voorbeeld; ja, onder een voorbeeld van een straf van eeuwig vuur. Voor degenen die hier vaker komen, is het geen geheim dat ‘eeuwig’ in de Bijbel per definitie — dat kun je altijd zo weergeven — ‘eeuws’ betekent. Het heeft geen betrekking op de eeuwigheid, maar het heeft betrekking op een eeuw, een aioon. Dat blijkt in dit verband ook weer gewoon de sleutel te zijn. Dat is niet alleen maar de betekenis vanuit zowel het Hebreeuws als vanuit het Grieks, maar het is ook de enige betekenis die het kan hebben als je het relateert aan wat we elders in de Schrift daarover aantreffen.
Want wat is namelijk het verhaal? Deze steden zijn dan weliswaar getroffen door eeuwig vuur, eeuwsvuur, maar ten eerste brandt dat vuur al lang niet meer en ten tweede zullen deze steden en die hele omgeving in de toekomst — maar daarover straks meer — hersteld worden. Hoezo dan eeuwig? Als ergens de betekenis van het woord ‘eeuwig’ blijkt, dan is het juist wel hier. Ik vind dat prachtig. Kijk, Sodom en Gomorra en die steden zijn inderdaad getroffen door een goddelijk oordeel en het is een voorbeeld van wat in de Bijbel ‘eeuwige straf’ heet. ‘Eeuwse straf’ pleeg ik veel liever te zeggen, want dan is het meteen duidelijk dat het te maken heeft met, en gekoppeld moet worden aan, een eeuw of tijdperk en niet aan de eeuwigheid.
Want wat is er gebeurd met deze steden? Wel, het regende vuur en zwavel. Vurige zwavel die kennelijk vanuit de aarde kwam; ik zou niet weten waarvandaan het anders omhoog gespoten zou zijn. Ja, die hele omgeving is ondersteboven gekeerd en wellicht zelfs, mogen we aannemen, een heel eind verzakt. Dat heeft zoveel met de aardkorst en wat zich daaronder bevindt gedaan. Daar kwam vuur en zwavel in gigantische hoeveelheden vrij van onder de aardkorst vandaan en het regende op die steden. Die steden zijn in één ogenblik gewoon allemaal weggevaagd en compleet in de as gelegd.
Ik heb daar voor de pauze natuurlijk ook wat voorbeelden van laten zien en de Bijbel zegt het ook: die steden zelf zijn helemaal in de as gelegd. Maar dat was een heel plotseling oordeel en dat vuur heeft niet zo lang gebrand. Dat heeft namelijk zulke enorm hoge temperaturen gehad dat het in no-time was verbrand. Het was helemaal geen eindeloze foltering.
Gods Oordeel Is Kort, Krachtig en met een Totdat ↑ hoofdstukken
Trouwens, even terzijde, maar dat is in het algemeen de wijze waarop God oordeelt. Als God een oordeel uitvoert, doet Hij dat kort en krachtig. Nooit in termen zoals de traditionele theologie daarover spreekt, over een eeuwige hel of een eindeloze foltering en dat soort afschuwelijke dingen die alleen maar in de breinen van demonen ontstaan. Ja sorry, maar dat is echt zo. Je maakt gewoon een karikatuur van God wanneer je Hem een eindeloze foltering toeschrijft. Alsof Hij dat zou doen. Dat is zelfs niet opgekomen in het brein van onmensen — als ik ze zo mag noemen — beulen als Hitler, Idi Amin of Nero. In zulke figuren is dat niet opgekomen, maar daarvan wordt God wel beschuldigd, waarvan men dan ook nog eens een keer zegt dat Hij een liefdevol God is.
Nee, God oordeelt inderdaad, dat is waar, maar dat oordeel dat Hij uitvoert is altijd krachtig, maar ook kort. Sodom en Gomorra zijn daar een voorbeeld van. Het ligt daar onder een voorbeeld van eeuws vuur, dat wil zeggen dat dit vuur voor de eeuw, voor de aion, zijn werk heeft gedaan. Het ligt daar al 4000 jaar. Even kort na de aanvang van deze boze aion is het in de as gelegd. Want van deze boze aion ga ik even uit: deze boze aion is begonnen na de zondvloed en duurt voort tot de terugkeer van de Heer Jezus Christus. Dan breekt de toekomende aion aan. Maar nu nog steeds liggen die steden onder een straf van eeuws vuur. Dat wil zeggen dat het in de as gelegd is en nog steeds onder dat oordeel ligt, tot een voorbeeld. Het is gewoon te bezien. Dat vuur heeft dus voor de eeuw zijn werk gedaan. Daar is het een voorbeeld van, en daar komt ook een einde aan.
Dus als mensen praten over eeuwig vuur en je proberen wijs te maken wat altijd in de christelijke theologie is gedaan, vanaf de kansel is verteld en waarmee gedreigd is — een eindeloze verdoemenis — dan is dat niet waar. Dat is een absolute karikatuur van God maken. Want het is namelijk precies andersom. God heeft Sodom en Gomorra geoordeeld, dat is waar, maar Hij deed het kort en Hij deed het krachtig. Weliswaar voor de eeuw, maar ook met een ‘totdat’. Bij God heeft het altijd een ‘totdat’. Het oordeel heeft nooit het laatste woord.
Ik moet dan altijd denken aan wat we lezen in Psalm 30 vers 6: “Een ogenblik duurt zijn toorn, maar een leven lang zijn goedertierenheid.” Zo verhoudt Gods toorn zich tot Zijn goedertierenheid. Die toorn staat ook niet in tegenstelling tot Zijn goedertierenheid, alsof Hij voor het grootste gedeelte goedertieren is, maar ook wel een beetje toornig. Nee, die toorn staat ook ten dienste van de goedertierenheid. Het is in wezen een uiting van Zijn goedertierenheid, want het is namelijk om Zijn welbehagen te openbaren. Daar is het voor.
Zoals ook een vader zijn kind kasteit. Niet omdat hij niet van zijn kind houdt, maar omdat hij ook wel eens een keertje in een verkeerde bui is — nou, dat kan trouwens ook wel bij een aardse vader — nee, het is juist zo: wie zijn zoon liefheeft, kasteit hem. Dat kasteien staat niet in contrast met die liefde, maar het staat juist ten dienste van die liefde. Als je dat niet inziet, maak je een karikatuur en creëer je een verkeerd en vals beeld van God en van wat liefde en goedertierenheid in het algemeen is.
Goed. En dat er inderdaad aan dat lot van Sodom en Gomorra en van die steden, en hoe dat er nu voor staat, een einde komt en dat het een ‘totdat’ heeft, dat blijkt uit Ezechiël 16.
Het Beloofde Herstel van Sodom en Jeruzalem ↑ hoofdstukken
Om te beginnen ga ik het u voorlezen uit Ezechiël 16 vers 53. En ‘Ik’ – met een hoofdletter, want God is hier aan het woord – zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters. Dat wil zeggen: de steden die daaruit voortgekomen zijn. En tevens zal Ik een keer brengen in uw lot, dat wil zeggen in het lot van Jeruzalem. Dan weten we eigenlijk ook meteen al dat dit gaat over het begin van de toekomende eeuw.
Er staat in vers 54 nog bij: “Opdat gij uw schande draagt en u beschaamd gevoelt over alles wat gij gedaan hebt, waarvoor gij haar troost hebt verschaft.” En dan vers 55: “Uw zusters, Sodom en haar dochters, zullen terugkeren tot haar vorige staat.” Dat wil zeggen: die steden hadden ooit zo’n glorie en bevonden zich in zo’n geweldige omgeving. Wat las ik in Genesis 13? Het was een vruchtbare streek, zeer rijk aan water en bovendien zeer groen. Het was gelijk de hof des HEREN en gelijk de streken van Egypte, zoals de Nijldelta. Zoals het ooit was, zo zal het weer worden; het wordt hersteld.
Het zal weer terugkeren naar haar vorige staat. Dat wordt expliciet over Sodom en die steden in de naburige omgeving gezegd. Zoals Jeruzalem hersteld zal worden van Gods wege, zo zal dat net zo goed plaatsvinden met Sodom en Gomorra en de andere steden: Adma, Seboïm en – hoe heette die andere ook alweer? – Soar, juist. Ze zullen terugkeren tot haar vorige staat. En dan lezen we nog even verder.
Levend Water uit de Tempel Geneest de Dode Zee ↑ hoofdstukken
We gaan een heel aantal hoofdstukken verder, want we waren in Ezechiël 16 en nu zijn we inmiddels naar Ezechiël 47 gegaan. Daar lezen we over een tempelbeek, over een beek die daar stroomt en die haar begin heeft in de tempel. Onder de tempeldorpel vandaan, zo lees je, stroomt daar water in Jeruzalem. Het gaat over een tempel die in het begin van het Messiaanse Rijk, in het begin van de toekomende eeuw, gebouwd zal gaan worden. En als u wilt weten hoe die tempel eruit zal zien, wat de maten zullen zijn en hoe deze precies opgebouwd zal gaan worden: de bouwtekening vinden we al eeuwenlang gewoon zwart op wit in de Bijbel. Dat begint bij hoofdstuk 40 en dat gaat door tot hoofdstuk 48. Het is allemaal een beschrijving van niet alleen maar hoe het land verdeeld zal worden, maar ook hoe de tempel herbouwd zal worden. Het is een compleet andere tempel dan Jeruzalem ooit gehad heeft.
In elk geval zal vanuit die tempel een bron ontspringen. Dat is niet zo heel vreemd, want ooit is de tempel al gebouwd op een bron, op de bron van Gihon. Rijtse Keizer heeft hier ooit eens een keertje een studie over gegeven, dus daar zullen we het nu niet over hebben. Maar daar ontspringt een bron, en wel een hele bijzondere bron: een bron van levend water. Dat staat in vers 8 van Ezechiël 47: “Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek.” Oostelijk van Jeruzalem, dat wil zeggen in de richting van de Dode Zee. “Het vloeit af naar de vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt. En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven.”
Overal waar de beek komt… letterlijk staat er — en als u een Statenvertaling hebt, kunt u het ook goed lezen — overal waar één van de twee beken komt. Het is een Hebreeuwse dualis, dat wil zeggen een tweevoudsvorm. Overal waar één van de twee beken komt, zal zeer veel vis zijn. Want als dit water daarheen komt, dan wordt het water van de zee gezond. Ik kom straks trouwens nog even terug op die twee beken, want die beken vanuit de tempel zullen twee richtingen opgaan. In ieder geval is er de oostelijke richting, vanuit Jeruzalem dus richting het oosten, richting de vlakte en de Dode Zee. Die zee gaat bij die gelegenheid een levende zee worden. Want er staat: het zal er wemelen van levende wezens en er zal zeer veel vis zijn. Waar dit water komt, daar wordt de zee gezond.
Kunt u zich dat voorstellen? Vissen in de Dode Zee? Nee, dat kan ik me ook niet voorstellen. Maar dat is ook omdat het dan geen Dode Zee meer zal zijn. Ik lees verder: “Overal waar de beek komt, zal alles leven. Vissers zullen erlangs staan van Engedi” — dat is wat nog weer een kilometer of wat boven Massada ligt — “tot En-eglaim. Het zal een plaats zijn om de netten uit te spreiden en de vissen erin zullen van allerlei soorten zijn, zoals de vissen van de Grote Zee, zeer talrijk.”
En dan, eigenaardig genoeg, vers 11. In de pauze kreeg ik al even een vraag over hoe dat nou zit: “Maar de moerassen en de poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven.” Dat is eigenaardig. Hier wordt nog een uitzondering gemaakt dat, hoe levend alles ook wordt, de moerassen en de poelen ervan niet gezond zullen worden. Je zou haast denken: zou dat dan ook nog een functie vervullen? Als ik gewoon ter plekke daar een antwoord op zou moeten bedenken, dan kan ik wel iets verzinnen hoor, maar daar zit ik niet op te springen, op mijn eigen verzinsels. Maar vergis u niet, er gaan nu heel wat mensen met aandoeningen naar de Dode Zee toe. Als je oppervlakkige problemen hebt — daar moet je even over nadenken — dan worden die nu, de huidproblemen, vaak opgelost als je naar de Dode Zee gaat. Als je last van eczeem hebt of iets dergelijks. Er zijn kuuroorden en er zijn heel wat producten die vanuit de Dode Zee komen en die daar goed voor zijn, voor mensen met allerlei huidaandoeningen. Wellicht dat die streken ook in de toekomst nog zo’n functie zouden kunnen vervullen, ik weet het niet.
Wat mij nog waarschijnlijker lijkt, is dat deze streken, die moerassen en die poelen, niet gezond worden omdat het allemaal nog niet definitief is. Vergeet niet dat we het nu hebben over het Messiaanse Rijk en dat is uiteindelijk nog maar een voorspel, een preludium op wat er uiteindelijk gaat komen. Dan pas wordt de dood compleet tenietgedaan. Misschien dat dat meer de dieper liggende verklaring van het verhaal is. Ik weet het niet, het wordt er niet bij vermeld. Het wordt alleen gewoon genoteerd voor de geschiedschrijving. En ja, het is een beetje raar om dit in dit geval al geschiedschrijving te noemen terwijl het nog moet plaatsvinden. Maar goed, zo werkt de Bijbel nu eenmaal: God verkondigt de dingen alsof zij reeds gebeurd zijn.
Goed, zij zijn dus aan het zout prijsgegeven en dan lezen we nog even verder in vers 12: “Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt. Elke maand zullen zij vrucht dragen.” Dat wil zeggen: het is gewoon het jaar rond. Het hele jaar door zullen die bomen daar vrucht dragen. Elke maand zullen ze vrucht dragen omdat hun water — let op hoe dat gemotiveerd wordt — omdat hun water uit het heiligdom komt. “Hun vruchten zullen tot spijs zijn en hun loof” — hun blad dus — “tot geneesmiddel.”
Dus zoals de Dode Zee vandaag feitelijk ook een geneeskrachtige werking heeft, maar dan voor — ik vind het wel grappig als ik het zo zeg — voor oppervlakkige problemen, voor huidproblemen, zo zal het straks een veel dieper gaande werking hebben. De bomen die langs de oever van die beek staan en die aan de oever van de levende zee zullen staan — want ik weet niet hoe die zee straks zal gaan heten, maar ik stel me zo voor: de Levende Zee — het loof van die bomen zal zijn tot geneesmiddel. Het zal dus werkelijk een geneeskrachtige werking hebben. Ja, ik ben erg geïnteresseerd in wat voor loof dat nou is en van welke boom, maar wellicht dat we nog eventjes moeten wachten op de beantwoording van dat raadsel.
In ieder geval heeft God zulke dingen in Zijn natuur, in Zijn schepping gemaakt en straks zal het allemaal openbaar worden. Hier lees je dus dat het water — want dat is natuurlijk wat het uiteindelijk uitbeeldt — dat het leven vanuit Jeruzalem zal komen en de dood zal overwinnen. Wat dacht u daarvan? Als ik het zo zeg, begrijpt u dan ook wat er feitelijk achter steekt? Want ooit, tweeduizend jaar geleden, werd daar het graf geopend en werd de steen weggewenteld. Toen werd de dood overwonnen. En Hij, de Levensvorst die de dood overwon… vanuit dat feit zal de dood in zijn totaliteit overwonnen gaan worden. Uit het heiligdom, door dat levende water, zal de Dode Zee levend worden.
De Dode Zee wordt levend, dat blijkt in alle opzichten. Ik vind het schitterend natuurlijk dat er dan allemaal weer vissersplaatsen zullen zijn. Plaatsen waar men de netten zal uitwerpen en waar nu helemaal niets te vinden is, zelfs geen plantaardig leven. Niets, niets, niets. Dat het daar dan weer zal krioelen van levende wezens en van vissen. God overwint dus de dood, en dat allemaal vanuit Jeruzalem, vanuit het heiligdom. Ja, dan lees je nog in Zacharia 14, en dat is meteen de verklaring van wat ik zojuist al even las in verband met Ezechiël 47. Dan lees je in Zacharia 14, dat bekende hoofdstuk waarbij je leest dat de HERE alle volkeren ten strijde laat trekken tegen Jeruzalem. De stad zal worden ingenomen en dan lees je…
Te dien dage zal de Heer Zijn voet zetten op de Olijfberg, die bij die gelegenheid trouwens middendoor zal scheuren. Er gaan nog heel wat geografische veranderingen in die streek plaatsvinden. Zoals dat in het verleden heeft plaatsgevonden, gaat dat in de toekomst weer gebeuren. Er ontstaat daar aan de oostkant van Jeruzalem, bij die Olijfberg, ter plekke een dal. Op het moment dat de Heer Zijn voet daar zal neerzetten, zal er een dal ontstaan: een vluchtweg.
Zodat het overblijfsel – de overgeblevenen die niet omgekomen zijn in de oorlogen en de oordelen die al hebben plaatsgevonden – zal vluchten naar de woestijn, enzovoort. In elk geval, na die gelegenheid, als Jeruzalem weer hersteld zal worden, dan lees je dat de stad niet alleen hersteld wordt, maar dat ook de tempel herbouwd wordt. Een hele nieuwe tempel zal verrijzen en dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten. ‘Levend’ vind ik in dit verband wel heel erg mooi; met recht ‘levend’, want het overwint namelijk de dood.
De helft zal naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee gaan. In de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. Ik weet niet of u het goed ziet op dit plaatje, maar hier ziet u Jeruzalem aan de ene kant. Kijk, dit is Jeruzalem. En er zal water vloeien; er zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten. De helft daarvan naar de oostelijke kant, dus naar de Dode Zee, die dan een levende zee zal worden. En de helft naar de westelijke zee, dat wil zeggen naar de Middellandse Zee.
En dan begrijpt u ook – ik ga even terug naar vers 9 van Ezechiël 47 – daar las ik voor: “En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven overal waar de beek – letterlijk overal waar één van de twee beken – komt; er zal zeer veel vis zijn.” Dus inderdaad, het gaat over twee wateren die vanuit het heiligdom zullen ontspringen. De ene helft zal naar de westelijke zee gaan, de andere helft naar de oostelijke zee.
Er vindt daar dus een enorme verandering plaats. Maar waar het vooral om gaat: er zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten. De dood wordt overwonnen en dat wordt in wezen daarin gedemonstreerd. Dat hele Messiaanse Rijk is niets anders dan een demonstratie van hoe God opereert; hoe God Zijn plannen realiseert en hoe God de dood overwint en zal overwinnen. Daar wil ik nog even wat anders over vertellen.
De Grote Kloof: Gods Overwinning op de Dood ↑ hoofdstukken
Het heeft er direct ook mee te maken. Want over het aardoppervlak, over een groot gedeelte van de aardkorst, loopt een enorme lange breuklijn. Dit is de langste bekende breuklijn die er op de aarde is en die wordt in het Engels ’the Great Rift Valley’ genoemd, oftewel de Grote Slink of de Grote Kloof. En die kloof is een breuklijn die begint in Libanon en Syrië en die helemaal doorloopt naar Namibië, of het noorden van Zuid-Afrika naar het gebied van Transvaal. De uitloper daarvan is — en de naam noemde ik al eventjes, maar u wist toen nog niet dat het een woordspeling was — Gods Window en de Drakensbergen. Dat is het einde van die Great Rift Valley, die haar aanvang heeft in Libanon of in Syrië, bij het Golan-gebergte.
Er loopt een breuklijn en die breuklijn vangt hier aan. Op die breuklijn ligt het meer van Tiberias en vervolgens de Jordaan; dat is allemaal diezelfde breuklijn. Die breuklijn gaat vanuit de Jordaan verder in de Dode Zee. De Dode Zee is ook niets anders dan een onderdeel van die Great Rift, van die Grote Kloof. Die Grote Kloof zet zich gewoon voort ten zuiden van de Dode Zee, want als je dan richting Eilat gaat — dat is nog een paar honderd kilometer, maar dat is nog één groot dal. Dat maakt allemaal deel uit van die Grote Kloof. In feite, als je bij Eilat aankomt bij de kust van de Rode Zee, dan gaat die kloof gewoon door en zet zich voort in de Rode Zee. In deze uitloper van de Rode Zee — de uitloper waar de Israëlieten doorheen getrokken zijn, zoals Martin dat ooit heeft uitgelegd — zet die Grote Kloof zich vervolgens gewoon voort in de Rode Zee.
Dan maakt die Grote Kloof vervolgens een tweedeling hier bij deze golf. Ik ben even de naam kwijt, wie kan me helpen? Het zou best kunnen… Maar in elk geval, dat is de ene kant waar die kloof zich in voortzet. Maar in feite gaat hij ook weer verder; deze breuk zet zich gewoon verder voort naar het zuiden door al deze gebieden heen. En zoals gezegd, hij loopt uiteindelijk uit in Namibië, en de uitloper daarvan vinden we in het noorden van Zuid-Afrika in Transvaal. Dat is die Grote Kloof, de Great Rift Valley. Als je op het internet kijkt, kun je daar een keur van artikelen over vinden. Het is een hele bekende, grote breuklijn over de aarde.
Waarom vermeld ik dat nou? Wel, dat vermeld ik omdat die Grote Kloof in de Bijbel ook een grote rol speelt. Ja, er zou nog heel wat meer over te vertellen zijn. Je zou het zelfs nog over de gelijkenis van de rijke man en Lazarus kunnen hebben. Ik kijk even in de zaal of er dan iets gaat rinkelen, een lampje gaat branden. Dan lees je ook over een grote kloof. En ik denk dat het daar ook nog alles mee te maken heeft. Maar dat laat ik eventjes rusten; moet u er zelf maar eens over nadenken. Maar in elk geval speelt die Grote Kloof in de Bijbel een hele grote rol. Want je hebt dus in de Bijbel de Rode Zee — van zuid naar noord gezien: de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan en het meer van Tiberias. Dat alles maakt deel uit van die Grote Kloof.
Wat je dus in de Bijbel leest, is dat Israël door de Rode Zee trekt. In de Bijbel wordt meer dan eens gezegd dat dat een beeld is van de overwinning op de dood. De doortocht was letterlijk een overwinning op de dood voor de Israëlieten, want ze stonden daar in het nauw gedreven en konden geen kant meer op; ze zouden omkomen. En dan creëert God ter plekke een weg, terwijl Mozes zijn staf — een beeld van opstanding trouwens — op de zee slaat. Daar ontstaat een vluchtweg voor de Israëlieten en zij gaan als het ware dwars door de dood heen.
Later is dat bij de Dode Zee in feite ook het geval. De Dode Zee is ook een toonbeeld van de overwinning op de dood. Waarom de Dode Zee een beeld van de dood is, hoef ik niet uit te leggen, want dat zit zelfs al in de naam opgesloten. Maar wat dacht u van de Jordaan? Dat is trouwens algemeen bekend: de ‘Doodsjordaan’, zelfs in liederen wordt dat nog uitgedrukt. Als Israël door de Jordaan trekt en zo in het beloofde land komt, dan is dat vanouds en ook in de Bijbel een beeld van door de dood in het leven terechtkomen. Via sterven in het leven terechtkomen, dus het overwinnen van de dood. En trouwens, over het meer van Tiberias lezen we bij meer dan één gelegenheid — bijvoorbeeld de discipelen in de Evangeliën — dat ze in doodsangst zijn en dat de Heer hen toch naar de andere kant brengt. De wateren worden bedwongen.
Wat ik zo opmerkelijk vind, is dat het in al deze gevallen weliswaar verschillende locaties betreft — de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan, het meer van Tiberias — maar het is allemaal diezelfde Grote Kloof. Dus het overtrekken of het doorgaan door die Grote Kloof is in wezen iedere keer hetzelfde verhaal. Kijk waar het eigenlijk een beeld van is, en dat is de typologie. We hadden het al over typologie in verband met dat levende water dat uit het heiligdom komt en dat die Dode Zee weer levend maakt. Dat zal echt zo gebeuren. Maar waar het om gaat, is dat het een uitbeelding is van de dood die wordt overwonnen. Dat zie je iedere keer: die Grote Kloof is feitelijk een beeld van de dood. Er loopt een enorme breuk door deze aarde, met recht een grote kloof. Daar wordt deze wereld door gekarakteriseerd en dat is de dood. Maar God bedwingt het. Of het nu de Rode Zee of de Jordaan betreft, het meer van Tiberias of de Dode Zee op weer een andere manier: altijd zie je weer die waarheid gedemonstreerd dat de dood wordt overwonnen. God bedwingt — dat wil zeggen: Hij overwint — de Grote Kloof, oftewel de dood. Ja, en dan wil ik tenslotte nog één ding daarbij aan toevoegen.
Neergedaald Naar de Allerlaagste Aardse Delen ↑ hoofdstukken
Wanneer we het hebben over die grote kloof, dan is dat met recht een kloof, want het is een uiterst diepgelegen gebied. Vooral daar in Israël. Het meer van Tiberias, ook wel het meer van Gennesaret of het meer van Kinneret genoemd – het heeft heel wat namen, ook in de Bijbel trouwens – ligt al heel erg laag. Wij dachten in Nederland altijd dat we erg laaggelegen zijn. Dat is ook zo, want we heten niet voor niets Nederland: laag land. Ik geloof dat we hier ook een metertje of vijf beneden de zeespiegel zitten. Maar wat dacht u van het meer van Tiberias? Dat ligt maar liefst 209 meter beneden de zeespiegel. We hadden het zojuist over de Dode Zee, maar het meer van Tiberias ligt dus ook al uiterst diep. Er is geen levend meer op de hele aarde dat zo diep gelegen is als het meer van Tiberias; het is een van de laagste gebieden op aarde.
De Dode Zee ligt zelfs 330 meter beneden de zeespiegel. En als je de bodem van de Dode Zee ook nog even meerekent, dan moet je er geloof ik nog zo’n 140 meter aan toevoegen, als ik me niet vergis. U begrijpt trouwens dat de Jordaan daardoor een verloop heeft van zo’n 110 meter. De rivier komt vanuit het meer van Tiberias en stroomt door naar de Dode Zee. Dat is dus nog eens 110 meter lager dan het punt waar het begon, terwijl het meer van Tiberias zelf al bijna 210 meter beneden de zeespiegel ligt. Het is allemaal heel diep.
Houd dit eens in gedachten wanneer u leest in Efeze 4. Paulus schrijft daar midden in zijn betoog: “Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere aardse delen?” Dat is namelijk heel letterlijk waar. In de NBG-vertaling staat ‘gewesten’, maar er staat letterlijk ‘delen’: de lagere aardse delen. Dit wordt in het algemeen heel symbolisch opgevat, in de zin dat de Heer uit de hemel kwam en is neergedaald naar de aarde, omdat de aarde nu eenmaal erg laag is ten opzichte van de hemel. Dat is wel zo, maar op die aarde is Hij vervolgens terechtgekomen in de lagere aardse delen. Hij heeft rondgewandeld in de laagste aardse gebieden die men zich maar kan indenken. Dat is met recht een vernedering. Zelfs als je het heel ruimtelijk en aardrijkskundig opvat, heeft de Heer Zich ook in dat opzicht vernederd.
Hij is nedergedaald naar de lagere aardse delen. En zoals Hij neergedaald is naar de laagste gebieden – want de Heer heeft ook in het gebied van de Dode Zee rondgewandeld, waar in die omgeving de verzoeking in de woestijn plaatsvond – zo was dat inderdaad ook Zijn vernedering. Welnu, de Heer is vernederd; Hij heeft Zich vernederd tot het uiterste en is vervolgens om die reden ook tot het uiterste verhoogd. Vanuit de dood is Hij levend gemaakt en is Hij de Levensvorst geworden. Hij bezit momenteel, weliswaar in het ongeziene en nog onttrokken aan het oog, de allerhoogste plaats in het heelal, waar dan ook, in hemel en op aarde. Hij is opgevaren naar de hoogste hemelen. God heeft Hem een naam gegeven boven alle namen en Hem verhoogd tot de allerhoogste plaats. Maar dat is nadat Hij eerst is neergedaald naar de lagere aardse delen. Dat is ook heel letterlijk waar.
Dit is wat ik u vanavond zoal heb willen vertellen. Wat ik u daarmee eigenlijk wil laten zien, is dat wat de Bijbel daarover zegt allemaal heel concreet en duidelijk is. Het zijn ook voorbeelden; zoals er in Judas en in Petrus staat, ligt het daar nog steeds ten voorbeeld. Als je tegenwoordig in het gebied van de Dode Zee komt, zie je gewoon aanschouwelijk onderwijs. Wanneer je daar bij die ruïnes van Masada kijkt – en wellicht ligt een groot deel van de steden die daar verwoest zijn onder de zeespiegel van de Dode Zee, dat zou heel goed kunnen – dan zie je dat het waar is wat de Schrift zegt. Er zijn nog overblijfselen te zien die het bevestigen.
Tegelijkertijd zien we dat, hoezeer God daar ook niet met Zich liet spotten en geoordeeld heeft, Hij dat kort en krachtig heeft gedaan. Dat oordeel is echter nooit het laatste woord. Hij gaat het herstellen. Wat nu compleet dood is, gaat Hij helemaal levend maken. Dat is waar God garant voor staat en dat is wat Hij totaal zal gaan doen. Daarover willen we trouwens over een maand nog wat meer vertellen. Ik kom er straks nog even op terug bij de aankondiging, maar voor vanavond wil ik het hierbij laten.
UltimateGoodNews