GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

samen met Christus (4) Maarn 2019

26-05-2019 - Geplaatst door Andre Piet
samenkomst gehouden op zondagochtend 26 mei 2019 in Maarn

In Kolosse 3 blijkt dat onze eenmaking met Christus nog verder en (letterlijk!) hoger gaat dan alleen zijn dood en opstanding. Nu in deze tussentijd waarin Christus aan Gods rechterhand verborgen is en wacht, zijn wij ook daarin met hem verbonden. Verborgen met hem zijn is geen ‘bug’ die bestreden moet worden maar het is Gods ontwerp. Totdat Christus binnenkort zal verschijnen in heerlijkheid: en wij met hem!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de laatste drie feiten van onze verbondenheid met Christus: we zijn met Hem in de hemel gezeten, met Hem verborgen en zullen met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Omdat ons ware leven zich nu verborgen in de hemel bevindt, worden we opgeroepen om de dingen die boven zijn te bedenken. We vinden deze hemelse dingen door de Schriften te onderzoeken, waar Christus in beelden en profetieën wordt geopenbaard. Door ons bewust te focussen op onze hemelse positie, geven we geen aandacht en voeding meer aan aardse zaken. Hierdoor versterven onze aardse leden op een natuurlijke manier, in plaats van dat we een levenslange strijd tegen de zonde moeten voeren.

“Nee, zegt Paulus: bedenk de dingen die boven zijn en daarmee versterf je de dingen hier op aarde.”

Zeven Feiten van Onze Verbondenheid met Christus ↑ hoofdstukken

Samen met Christus. U ziet het hier achter mij geprojecteerd: het is inmiddels de vierde bijeenkomst. Als u nu voor het eerst bent, dan hebt u helaas wat gemist. Het is niet anders, want we hebben inmiddels al pakweg een uur of drie over dit onderwerp met elkaar nagedacht. Maar laat ik u dan toch op deze zondagmorgen even bij mogen praten. Misschien is dat ook wel handig voor degenen die hier de vorige keren wel bij waren, al was het maar om de dingen weer even op een rijtje te zetten. Waar ging het ook alweer om? Het weekendthema kan u moeilijk ontgaan zijn: dat is Samen met Christus.

Het idee is — en ik heb deze dia afgelopen vrijdag de eerste keer ook meteen laten zien — dat dit de bottomline is van waar het het hele weekend om gaat. Het gaat om zeven historische feiten die allemaal verband houden met Jezus Christus. Over welke feiten hebben we het dan? Wel, over dat Hij ooit werd gekruisigd. Maar ik moet er meteen even bij zeggen: het gaat niet alleen maar om die historische feiten in het verleden. Vanmorgen hadden we het er bij het ontbijt nog even over. Als je in beelden denkt, dan zeg je: wat is dat, samen met Christus? Dat Hij gekruisigd is, is een historisch feit. Daar zou je bij wijze van spreken een foto van kunnen hebben; het is iets wat gebeurd is en wat waargenomen is, gewoon een historisch beschreven feit.

Hij is gekruisigd, maar waar het dit hele weekend om gaat, is dat Hij gekruisigd is en stierf voor ons. Dat is niet met het idee dat wij niet zouden hoeven sterven, maar juist om ons mee te nemen in Zijn dood. En waarom in Zijn dood? Wat is daar het voordeel van? Om ons mee te nemen naar de heerlijkheid en om ons dat leven te geven. Wij zijn met Hem verbonden. Daar gaat het eigenlijk om, want dit thema, maar ook deze benadering van dat samen met Christus verbonden zijn, zie je in al Paulus’ brieven terug. Vrijwel al Paulus’ brieven laten zien dat hij op deze manier over deze dingen spreekt. Hij doet dat als enige, dat moet ik er ook nog bij zeggen; bij Jakobus, Petrus of Johannes vind je het niet.

Het idee is: Hij stierf, Hij is gekruisigd en Hij werd begraven, maar wij zijn daarin met Hem gerekend. God ziet ons nu al zo aan alsof dat met ons ook gebeurd is, verbonden met Hem. Dus wij stierven niet zelf; nee, Hij stierf en wij worden gerekend. Dat woord 'gerekend' is heel belangrijk. Zo ziet God het, zo kijkt Hij ertegenaan: wij worden gerekend met Hem. Dus wij zijn met Hem gekruisigd, met Hem gestorven en met Hem begraven.

Maar ook — en daar gaat het natuurlijk om — zijn wij met Hem opgewekt en levend gemaakt. Hij stierf opdat wij het leven zouden ontvangen. Dan hebben we het over het leven aan de andere kant van het graf; het leven dat de dood achter zich heeft, een leven van onvergankelijkheid. Wel, dat leven zou Hij aan ons geven, en uiteindelijk aan de hele mensheid. Want in Adam sterven allen; feitelijk is dat ook iets. Adam nam ons mee in de dood. Wel, zo neemt Christus ons ook mee in de dood, maar dan om nieuw leven te geven. Hij is de laatste Adam. En zoals wij verbonden zijn met Adam, gewoon vanwege onze oorsprong — wat hem overkwam, dat overkomt ons, hij nam ons daarin mee — zo geldt dat ook voor de laatste Adam. Dus: met Hem gekruisigd, gestorven, begraven, opgewekt, oftewel levend gemaakt, met Hem in de hemel gezeten, met Hem verborgen en met Hem geopenbaard in heerlijkheid.

Onze Unieke Hemelse Positie in de Gevangenisbrieven ↑ hoofdstukken

En deze laatste drie feiten, ja, dat is dan iets heel bijzonders waarover nu dus wat meer. Want daarover hebben we het feitelijk nog niet echt gehad. Nou ja, het is zo links en rechts al even voorbijgekomen, dat wel. Maar dit onderwerp vinden we alleen in de brieven zoals we dat dan noemen: de gevangenisbrieven. Of beter gezegd, of preciezer gezegd: de brief aan de Efeziërs en de brief aan de Kolossenzen. Paulus zat toen als een gevangene in Rome en hij heeft deze brieven opgetekend.

En kijk, in de Galaten- en de Korintiërsbrieven, maar ook in die andere brieven van Efeze en Kolosse, daar wordt gesproken over met hem gekruisigd, gestorven, begraven... maar ook opgewekt met hem. In deze gevangenisbrieven brengt hij ook naar voren dat wij met hem, met Christus, ook gezeten zijn in de hemel en ook daar met hem verborgen zijn. Let wel, dan hebben we het dus over de actuele situatie zoals het met Christus is. Ja inderdaad, daar valt dan weer geen fotootje van te maken. Ik bedoel, dat onttrekt zich geheel aan het oog. Dat is daarboven. Daar is Hij gezeten; dat is onttrokken aan het oog. Dat is juist ook de clue. Hij is verborgen, maar wij zijn ook daarin verborgen.

En dat geldt trouwens ook voor het laatste, daar komen we straks nog over te spreken: als Hij geopenbaard wordt straks in heerlijkheid, dan zullen wij daarin ook met hem betrokken zijn. En deze waarheid — ik bedoel deze waarheid in drieën zeg maar — deze laatste drie aspecten die zijn exclusief voor het lichaam van Christus. En dat is een technische uitdrukking, nou ja, technisch is een typische Paulus-term ook. Een aanduiding namelijk voor de gemeente, de ekklesia, dat 'uitroepsel' wat God zich vandaag verzamelt vanaf de opstanding tot aan de verschijning, even grofweg gesproken tussen de beide komsten van Christus in. En dat gezelschap wat in die tijd verzameld wordt, dat uitroepsel, wel, dat is het lichaam van Christus.

En let op, ook dat is precies de uitdrukking die je verwacht als wij samen met hem verbonden zijn. Als we samen met hem verbonden zijn, dan betekent dat wij een eenheid vormen, onlosmakelijk zoals hoofd en lichaam ook onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Wel, dat is precies wat de ekklesia is. Het lot van Christus is ons lot. Oké, hij stierf en hij stond op uit de doden en dat gaat heel de mensheid beleven. Dat is eigenlijk ook de basis van het evangelie, het hart van het evangelie, dat hij stierf voor allen, heel de mensheid. En puur om niets zal heel de mensheid het leven gaan ontvangen. Daar kun je niks aan afdoen, daar kun je ook niks aan toedoen. Maar dat is het evangelie. Dat is precies ook de waarheid van de genade. En dat is onovertroffen. Maar dat is ook geen oproep of geen appèl. Het is een mededeling. Het is een bericht. En of het nu geloofd wordt of niet, elk mens gaat daarin delen. Hij is die Redder.

Dat geldt voor alle mensen, maar die waarheid dat wij gezeten zijn in de hemel met Hem en dat wij verborgen zijn met Hem, dat is iets wat van toepassing is op degenen die vandaag in Hem geloven. Het is namelijk zijn actuele situatie. Hij is daar nu, maar hij zal daar ook weer vandaan komen en als Hij geopenbaard wordt, ja, dan worden wij met hem geopenbaard in heerlijkheid. Deze dingen zijn van toepassing — dat hij gezeten is in de hemel en dat hij verborgen is — dat slaat op de tijd tussen zijn eerste en zijn tweede komst. Nu is hij daar gezeten en nu is hij verborgen. Straks wordt hij geopenbaard.

Dit zijn dus feitelijk deze twee aspecten. Dat is een tijdelijke situatie. Een... dat is zoals dat heet een parenthese. Wat was het andere woord? Ik zoek... een tussentijd. Ja, nou ja, ik bedoel eigenlijk een ander woord, maar goed... ja, dat is een onderbreking, een pauze. Wel, in die tijd wordt die ekklesia ook verzameld en heel uniek is ze verbonden met hem. Zijn positie is onze positie. En ja, dat is ongekend hoog.

En Paulus, als hij eenmaal in de gevangenis is, brengt deze waarheid in de Efezense en in de Kolossense brief zo naar voren: dat wij met hem daar verbonden zijn. Hij is daar boven, wel, wij ook. En zo zie je dat ook die ontvouwing van die waarheid van 'samen met Christus' ook ontwikkeld wordt in Paulus' brieven en dat hij aan het einde van zijn bediening ook zeg maar het hoogtepunt daarin heeft bereikt en ook het hoogste laat zien. Het is niet alleen maar zo dat wij met Christus leven, nee, we zijn ook waar Hij nu is. Ja, dat is heel hoog gegrepen. En dan moet je dus echt omhoog kijken. Nou, laten we eens naar dat bewuste Bijbelgedeelte toegaan.

Zoek de Dingen Die Boven Zijn in de Schriften ↑ hoofdstukken

Kolosse 3. We hadden het gisteravond over Kolosse 2 en nu lezen we eigenlijk gewoon verder, want we waren geëindigd bij het einde van hoofdstuk 2 en dat betekent dat je nu in hoofdstuk 3 verdergaat. "Indien jullie dan samen werden opgewekt met de Christus..." Dat "indien" betekent niet dat het betwijfeld wordt of dat gebeurd is, maar ervan uitgaande dat, zoals eerder besproken, weten wij inmiddels dat jullie werden opgewekt met de Christus. Dus Paulus gaat er al helemaal vanuit: dit is nu gesneden koek, dit weten jullie, dit begrijpen jullie. In ieder geval, zo rekent God: jullie werden opgewekt met de Christus.

Ik blijf het een prachtige term vinden, zeker ook in het Nederlands: dat "opgewekt". Ja, we zijn opgewekt met Christus. Als er één soort mensen is die reden heeft om opgewekt te leven, dan zijn wij het. Ik vind die dubbelzinnigheid prachtig. Er is nieuw leven aan het licht gekomen, een nieuwe dag. Dat opgewekt heeft inderdaad alles te maken met de opstanding vroeg in de morgen; dan word je gewekt. Een heel nieuw leven dat de dood achter zich heeft, is aan het licht gekomen. Wel, Christus is de eersteling. Er is nog één mens die dit heeft meegemaakt, die inderdaad ook concreet naar het lichaam is opgewekt en opgestaan. De dood, zoals we dat gisteren in Romeinen 6 lazen, is geen heer meer over hem. Hij voert geen heerschappij meer over hem; dat ligt achter hem.

En dan te bedenken dat wat Christus nu als eersteling en tot dusver als enige heeft beleefd, heel de mensheid gaat beleven. Maar, ik moet erbij zeggen: dit is een feit zoals God het al rekent. "Indien jullie dan samen werden opgewekt met de Christus..." en nu komt het: "zoekt de dingen omhoog, waar de Christus is gezeten aan de rechterhand – of de rechterkant – van God." Zoekt de dingen omhoog, oftewel: zoek de dingen, zoals de NBG zegt, "boven". Daar, die kant op kijken.

Dat vind ik trouwens ook erg mooi, want ik had het net over opgewekt, maar we weten ook allemaal dat als je omhoog kijkt... Kijk omhoog, Sammy! En dat geldt niet alleen voor Sammy. Ik zou zeggen: kijk omhoog! Want hier beneden is het niet. "Het ware leven, lieven, loven is slechts waar men Jezus ziet." Daar, kijk omhoog! Daar zijn mensen ook op gemaakt. Ik heb ooit weleens gehoord – en ik heb het trouwens meer dan eens doorgegeven – dat het Griekse woord voor mens, als je het ontleent en ontleedt in zijn elementen, samengesteld is uit een paar woorden en eigenlijk betekent: iemand die dit doet, een naar omhoog gerichte kijker.

Het idee is dus: een mens kijkt naar beneden, maar daar word je niet vrolijk van. Iedereen die niet vrolijk is, kijkt naar beneden. Gek hè, hoe zo'n lichaamshouding illustratief is voor wat er in het hart aan de hand is. Dan kijk je naar beneden en dan word je teleurgesteld, gedeprimeerd, neergedrukt. Wat dacht u daarvan? Dan kijk je naar beneden en ben je teleurgesteld. Je hebt verwachtingen; misschien kijk je weleens omhoog, maar dan raak je teleurgesteld. Dan kijk je naar andere mensen of je kijkt naar jezelf en daar had je verwachtingen van. Nou, daar word je ook niet vrolijk van en dan word je neergedrukt en ga je naar beneden kijken.

Wat is het geweldig als je mag leren omhoog te kijken. Maar dat kan ook alleen maar als je weet dat daar je hulp vandaan komt. Dat is trouwens weer een ander Bijbelgedeelte: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen." En dan moet ik er ook nog even de NBG-versie bij zeggen, Psalm 121. In de NBG-versie staat dan: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen; vanwaar zal mijn hulp komen?" Dat vertwijfelde. Nee, de Statenvertaling zegt: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal." Kijk, dat is echt opgewekte taal met het hoofd omhoog. Namelijk verwachtingsvol. Daar komt mijn hulp vandaan. Niet van hier beneden, niet van de mensheid, niet van mijzelf. Ik kijk omhoog. Daar. Daar is mijn Schepper, daar is God. Daar is Hij. En als ik hulp heb te verwachten, dan is het alleen van Hem en Hij geeft het ook.

Nou, dat is waar het om gaat: kijk omhoog! Maar hier heeft het trouwens ook nog een reden en dat gaat Paulus in deze verzen uiteenzetten. "Jullie werden opgewekt met Christus." Hier zit de suggestie al in: dat betekent dat jullie met Hem één plant zijn gemaakt. Verenigd, vergroeid. Jullie worden met Hem gerekend. Maar dat betekent dus dat als Hij daar is, wij daar ook zijn. Dat staat hier nog niet, maar als u een vers of twee verder leest, wel.

"Zoekt de dingen omhoog." Nu stel ik hier de vraag: waar vinden we de dingen omhoog? Dat lijkt een beetje een rare vraag. Waar vind je de dingen omhoog? Dat is net zoiets als: waar vind je de dingen rechts? Ja, gewoon rechts. Waar vind je de dingen omhoog? Nou, daar hoog, omhoog, daarboven. Ja, maar weet je, je zou zomaar de conclusie kunnen trekken: "O, dat betekent dus dat ik omhoog kijk of een beetje ga fantaseren over hoe het daarboven is." Maar het is veel concreter. De dingen omhoog, die vinden we gewoon... o, daar maak ik ineens mijn Bijbel kapot, zie je dat? Een vijfentwintig of dertig jaar oude Bijbel. Nou ja, er moet toch nog eens wat aan gedaan worden. Dat heb je met digitale Bijbels niet.

Maar ik bedoel: waar vind je de dingen omhoog? Gewoon in Zijn Woord. Het antwoord is dus: in de Schriften. Want daar wordt gesproken over de dingen omhoog. Dus het is niet zo dat wij hoeven te fantaseren of onze ogen dicht hoeven te doen: "Hoe zou het daar zijn?" Zo wordt het weleens opgevat. Of als een kwestie van mediteren – en dan bedoel ik nog niet eens in de oosterse zin van jezelf leegmaken, dat sowieso niet – maar het is ook niet zomaar het bedenken in de zin van creatief proberen voor te stellen of visualiseren. Nee, je hoeft helemaal niets te visualiseren, want het is al gevisualiseerd. Ik bedoel: in de Schriften. En dan bedoel ik niet alleen de brieven van Paulus, maar heel de Bijbel, ook de Hebreeuwse Bijbel. Daar vinden we allemaal visualisaties – om de term dan even te hanteren – allemaal uitbeeldingen. Eén groot plaatjesboek en daar vind je wat daar omhoog is.

God heeft gesproken en dat Woord hebben wij. Het is zwart-op-wit gesteld. Het is een complete bibliotheek; het is niet maar één boek, het is een hele bibliotheek en al die boeken die bij elkaar horen, vormen een eenheid. Dat boek, die boeken, die bibliotheek, dat is levend en krachtig. Het komt namelijk rechtstreeks van boven en het spreekt over de dingen boven: wie God is en wat Zijn plannen zijn. En vooral wie daar nu ook boven is. Want die Hebreeuwse Bijbel – we hebben het er gisteravond nog over gehad – die heeft allemaal schaduwen gegeven: beelden, inzettingen, sabbat, een heiligdom, een hogepriester. Noem maar op, offers. Het sprak allemaal van de dingen die zouden komen, van het komende. Het was een voorafschaduwing en daar is rechtstreeks over gesproken, zowel in voorzeggende zin als in illustratieve zin. Het wordt heel zichtbaar gemaakt.

Als er hier staat: "Zoekt de dingen omhoog waar de Christus is", dan zal ik je vertellen dat daar een hele brief over is waarin dat systematisch uiteengezet wordt: de Hebreeënbrief. Dat is zo'n brief die we in het Nieuwe Testament vinden, waarin uitleg gegeven wordt over alles wat we in de Hebreeuwse Bijbel vinden. En vooral dan de inzettingen... nou, niet alleen dat.

De inzettingen die God heeft gegeven aan Mozes en via Mozes aan Israël, met al die inzettingen en dingen die men zou doen en die men zou maken, et cetera. Maar in de Hebreeënbrief, waar gaat het dan om? Er wordt uitleg gegeven over wat er in het Oude Testament staat. En wat is nou de hoofdsom? Ik lees even vooruit in Hebreeën 8, daar staat dit: "De hoofdsom nu van de dingen die gezegd worden is..." Andere vertalingen zeggen dan: "De samenvatting van wat wij nou allemaal verteld hebben." En Paulus — ik ga er dan vanuit dat het Paulus is die dit heeft opgetekend, maar dat doet even niet ter zake — heeft inmiddels al zeven hoofdstukken geschreven en hij zegt: de hoofdsom nu van de dingen die gezegd worden is dit.

Hij had al gesproken over Mozes, over Jozua, over de tabernakel en een paar hoofdstukken over ene Melchizedek die zomaar in de Bijbel kon binnenvliegen, bij wijze van spreken. Hij komt zomaar uit het niets, is daar twee verzen en hij verdwijnt weer. Maar wat daar allemaal niet over te melden is; een schitterend plaatje. Nogmaals, daar hoef je helemaal niks over te visualiseren, want dat is gevisualiseerd. Dat is allemaal gewoon zo uitgebeeld, zo prachtig beschreven en geïllustreerd. Het is gewoon een plaatje.

Dat geldt dus niet alleen voor die inzettingen. Het geldt ook voor al die geschiedenissen, de verhalen die op de zondagsschool verteld worden en waar we mee vertrouwd zijn of niet mee vertrouwd zijn. Maar ja, daar staat zoveel in, in dat dikke boek. Ik kan er wel dingen uitscheuren, maar het blijft heel dik. U ziet trouwens, dit zijn de brieven van Paulus, die zijn een beetje stukgelezen. De schrijver van de Hebreeënbrief vat het samen en zegt: "De hoofdsom nu van de dingen die gezegd worden is..." En dan volgt een dubbele punt. Wat is de hoofdsom? We hebben nu alleen maar vastgezet waar hij over gesproken heeft en waar hij aan gerefereerd heeft. Nu zegt hij: "Wij hebben zulk een hogepriester, die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van de majesteit in de hemel."

Dat is een hele mond vol, maar dat betekent in ieder geval: Hij is nu gezeten. Hij zit. Dat is een positie van rust en van triomf, want Hij is daar boven gezeten en bovendien is het een positie van eer en voorrang: rechts. Aan de rechterzijde van de troon van de majesteit in de hemel. Dat is drie keer gewoon een positie van triomf, van overwinning: gaan zitten, rechts, troon van de majesteit in de hemel. Het kan je niet ontgaan. En Paulus zegt dat dit de samenvatting is, de hoofdsom van wat we allemaal verteld hebben over dingen die allemaal al beschreven staan in het Oude Testament. Hij is daar nu gaan zitten en Hij is een bedienaar van het heiligdom, van de heilige dingen in de ware tent, in de ware tabernakel.

Dat wil zeggen: Christus is daar nu in de hemel. Gisteren hebben we het er al even over gehad. Hij is daar een hogepriester. Hij draagt daar ook Zijn volk, met die schouderstenen op Zijn borst of Zijn schouder. En daar is Hij voor Gods aangezicht. Daar is Hij ook verborgen. Ik bedoel, wat een hogepriester in het heiligdom deed, is niks anders dan een illustratie van de huidige tijd, namelijk waarin de hogepriester verborgen is. Hij is er wel, maar niet zichtbaar. En Hij wordt wel weer zichtbaar, maar dat is toekomst. Dat is wanneer Hij geopenbaard gaat worden in heerlijkheid.

Eigenlijk wat ik ermee bedoel te zeggen is dat heel die Hebreeuwse Bijbel ons spreekt over de Heere Jezus Christus. Die nu, nadat Hij het werk hier op aarde volbracht heeft, aan Gods rechterzijde troont. Inderdaad verborgen, en daar zit Hij. Ook dat was trouwens allemaal keurig voorzegd. Ook David wist er al van en heeft daarover gesproken en het voorzegd. Hij zit daar totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank voor Zijn voeten. En dan gaat Hij regeren, dan wordt Hij openbaar en dan gaat Hij hier op aarde opereren, om het zo maar te zeggen. Nu is het nog allemaal een hemelse zaak daarboven; dat onttrekt zich volkomen aan de waarneming hier op aarde. Dat is ook een manco voor ons, we leven helemaal op geloof. We zijn helemaal georiënteerd op het geloof van wat er gezegd wordt. Er valt niks te zien, maar straks wordt Hij geopenbaard en dan gaat Hij orde op zaken stellen in deze wereld via Israël, waarbij de hele volkerenwereld daarin betrokken gaat worden. Dat zijn de dingen die in de nabije toekomst gaan gebeuren.

Al die dingen waar we het over hebben, staan gewoon al in de Schriften. Dus de dingen die daarboven zijn, die vinden we in de Schriften. Als Paulus zegt: "Zoekt de dingen die boven zijn," dan betekent dat gewoon dat je zoekt — want het ligt niet voor het oprapen, het is verborgen — en dat je gaat onderzoeken. Dat is ook een mooi woord trouwens. Je zoekt onder de oppervlakte en je gaat de Schriften openen. In die Schriften zie je misschien alleen maar lettertjes en denk je dat het allemaal zwart-wit is, maar in werkelijkheid blijkt het enorm kleurrijk te zijn. Je zegt misschien: "Ik zie geen enkel plaatje," maar als je het goed bestudeert, dan zie je alleen maar plaatjes. Zie je hoe schijn bedriegt? Dat zijn de Schriften. En zo zoek je de dingen die boven zijn. Zo word je ook goed afgestemd. Dan weet je: dit is er aan de hand, dit is de situatie. Laten we even verder lezen.

Een Hemelse Gezindheid Tonen in de Aardse Praktijk ↑ hoofdstukken

Bedenk de dingen omhoog, niet de dingen op de aarde. Ik moet er eens bij zeggen: het is niet alleen maar het zoeken van de dingen boven of je verdiepen in de dingen die in de Schrift staan omdat we daarbij gewezen worden op boven. Het is in feite iets wat onze houding aangeeft. Bedenken heeft te maken met georiënteerd zijn, met je gezindheid. Je ziet het hier in de vertaling of in de meest letterlijke weergave: gezind zijn, geneigd zijn tot. Het duidt op een houding. Je bent georiënteerd en gericht op de dingen boven. Dat zijn niet zomaar de situaties waarin je de Schriften opent en daar heel actief aan kunt denken. Bedenken heeft te maken met iets wat je heel je leven kan en mag doen.

Kijk, bedenk de dingen omhoog. De gedachte is eigenlijk dat, voor zover we nog in de wereld zijn – we hebben het daar ook al een paar keer over gehad hè, eigenlijk is ons leven daar – maar voor zover we dan nog hier in het vlees op aarde zijn, we ons oriënteren op de dingen boven. Het idee is dus: je bedenkt de dingen omhoog. Dat suggereert dat we in die zin nog op aarde zijn. U zegt misschien: "Ja, dat lijkt me nogal logisch, want dat is iets waar ik elke dag mee geconfronteerd word." Maar terwijl je hier op aarde bent, in alle aardse verhoudingen en situaties – en we komen daar vandaag verder niet meer aan toe, maar dat wordt zo concreet. Als je dat bijvoorbeeld in het vervolg van Kolosse 3 leest, laat Paulus zien dat je in een situatie bent geplaatst. Je bent een man, je bent een vrouw, je bent in een gezinssituatie, getrouwd of wat dan ook. Of als slaaf of als heer. Dat is niet direct actueel voor ons omdat wij zulke maatschappelijke verhoudingen niet meer kennen, maar in al die posities waarin je hier op aarde bent, kun je de dingen bedenken en zoeken die boven zijn. Het is een verwijzen naar boven, want dat is eigenlijk wat het is. Je bent georiënteerd op boven.

Wat betekent dat voor een man? Nou, dat hij een goede echtgenoot is voor zijn vrouw. En dat een vrouw een vrouw is voor haar man. Dat kinderen zich onderschikken aan hun ouders. En dat je als werknemer de dingen doet die je geacht wordt te doen. Eigenlijk komt het er gewoon op neer: God heeft je in een bepaalde positie geplaatst en daarin mag je illustreren wat Zijn genade allemaal met een mensenleven kan doen. Dat is ook precies wat er in vers 13 staat. Ik zal één voorbeeld geven; gisteravond hebben we het er in een gesprek nog over gehad. Daar staat: "Indien iemand een grief heeft tegen de ander..." Er staat dan niet: "vergeef elkaar", maar er staat letterlijk: "bewijs elkaar genade". Zoals God in Christus jullie genade bewijst, bewijst elkaar evenzo genade. Kijk, dat is ook het bedenken van de dingen die boven zijn. Dat is heel concreet, terwijl je te maken hebt met dingen hier op aarde.

Er zijn mensen die grieven tegen je hebben, of omgekeerd: jij hebt een grief tegen de ander. Daar gaat het nog niet eens om of dat terecht of ten onrechte is. Je hebt een grief. Je bent onheus bejegend of er is je grof onrecht gedaan. Dan zie je dus hoe dat werkt: de dingen bedenken die boven zijn. Zoals God aan jou en jullie genade bewijst en je gewoon blij maakt. Alles wat ons te verwijten was, heeft Hij weggedaan en Hij overlaadt ons gewoon met vreugde. Nou, zegt Paulus, als jij nu een grief hebt tegen de ander, doe jij nu net zo. Dat betekent dat je Zijn genade mag etaleren of, zoals hij dat in een andere brief zegt, mag versieren. Je mag laten zien hoe geweldig die genade is en wat dat allemaal kan doen met je leven.

Zo zie je dat het bedenken van de dingen die boven zijn niet alleen een kwestie is van je bezighouden met en je verblijden in de rijkdom van de Schriften, maar ook dat je dat in je leven, in elke situatie, mag uitleven. Je mag daarvan genieten en dat ook mogen illustreren. Ik zeg het expres even zo. Het is dus niet van: "Ja, weet je, ik heb het zo vaak gehoord, het eerste deel van de brief is de leer, dat is wat God ons geeft, en dan gaat het tweede deel over de praktijk en dat is wat wij moeten doen. Voor wat hoort wat, weet je wel?" Nee, het is juist: het eerste deel is inderdaad de leer, het onderwijs zoals het is, en het tweede deel is de praktijk waarin wij dat ook mogen gaan illustreren, beleven, genieten en uitdelen. Dat is een voorrecht. Het lijkt mij een geweldig voorrecht om elke dag met het hoofd omhoog te leven en niet alleen te getuigen, maar ook te laten zien wat de macht van de genade vermag in een mensenleven. Om dat te mogen illustreren. Elke dag is zo een uitdaging om dat te tonen en te demonstreren. Nou, alsjeblieft! Dan krijgt zelfs dat bestaan 'voor spek en bonen' een geweldige betekenis en wordt het leven hier op aarde zelfs weer een feest.

Ik weet het, ook daar zit een zwart randje omheen, want dat is nu eenmaal eigen aan het vergankelijke bestaan. Maar niettemin mag je die genade elke dag beleven. Het is niet voor niets dat Hij je hier op aarde nog laat. Je zou kunnen zeggen: we zijn met Christus verbonden, dus we zoeken hier eigenlijk nog de dingen die boven zijn. Dat is precies ook wat we doen. We zijn georiënteerd op de dingen boven en we wijzen altijd weer naar boven; naar wie Hij is en wat Hij geeft. Dat mag ik geloven, dat mag ik bedenken en dat mag ik weten. Daar mag ik bij gelegenheid over spreken als dat ter sprake komt of als erom gevraagd wordt, maar ik mag het vooral altijd uitleven. Ik mag het altijd aan de ander laten zien, bijvoorbeeld als die een grief heeft.

Maar wat dacht je van Kolosse 3 vers 16 en 17? Er staat: "wees dankbaar" of "word dankbaar". En: "alles wat je doet in woord of werk", dat wil zeggen in wat je zegt of wat je doet. Volgens mij vallen alle activiteiten op aarde daar wel zo'n beetje onder. "Alles wat je doet, doe dat alles in de naam van de Heer Jezus, God de Vader dankende door Hem." Nou, dat is nu het bedenken van de dingen die boven zijn. In alles. In wat je zegt en wat je doet mag je daarop wijzen. En je dankt Hem. Danken is eucharistia. Dat betekent eigenlijk dat je spreekt van goede genade. Goede genade. Je hele leven is eigenlijk één grote goede genade. Kijk, dat is toch geweldig? Dan is genade dus niet alleen maar een leer, nee, dat is gewoon je hele leven.

Dat is nu dat bedenken van de dingen omhoog. Dus mocht u een beetje het idee hebben gekregen over de laatste dagen van: "Goh, dit is wel heel erg hoog gegrepen, dat heeft niks te maken met de dingen die ik gewoon van de week weer ga beleven", nou, dat had je gedroomd. Dat is echt niet waar. Het is juist zo geweldig dat dat bestaan, voor zover we hier nog in het vlees leven, een enorme inhoud gaat krijgen. Waarom? Omdat het gevuld is met de dingen boven, en die zijn blijvend. Die zijn echt van waarde. Die geven werkelijk kracht, vreugde, vrede, hoop en nog veel meer trouwens. Bedenk de dingen omhoog, niet de dingen op de aarde. We hadden het er al even over: over politiek gaan we het verder maar niet hebben, en over religie in het algemeen ook niet. De dingen op aarde, dat zijn dus eigenlijk de filosofieën, de tradities en de praktijken die hier op aarde zijn.

Ons Verborgen Leven met Christus ↑ hoofdstukken

Want — dat moet inmiddels duidelijk zijn — jullie stierven. Hoezo? Namelijk met Christus. En jullie leven is verborgen, samen met de Christus in God. Dus nu stel ik weer de vraag: waar is ons leven? Dat is dus niet hier, dat is daar. Dat 'hier' hebben we de afgelopen dagen in allerlei verschillende schriftgedeelten gezien. Dat 'hier' telt wezenlijk niet meer; wat wezenlijk telt, is het leven dat in Christus is. Jullie stierven namelijk met Hem en jullie leven — waar is dat? Wel, verborgen. Waar dan? Met de Christus. De Christus leeft namelijk. Dat lijkt me heel concreet, want Hij heeft het graf leeg achtergelaten. Hij is de Levensvorst. En waar is Hij nu? Daar boven, in het hemels heiligdom, en daar is Hij verborgen.

Dit geldt voor alles in de huidige huishouding, bedeling of het huidige beheer — de godseconomie. Dat zijn van die termen die Paulus ook gebruikt: het is allemaal verborgen. En begrijp me goed, dat is niet iets waar we iets aan moeten doen. Dat het verborgen is, is geen 'bug', om het even in computertermen te zeggen. Het is geen foutje; nee, het is ontwerp. Het is de bedoeling dat alles verborgen is. Er zijn mensen die zeggen: "Ja, het is verborgen en het is onze taak om vandaag het Koninkrijk openbaar te maken in deze wereld." Ze vinden dat we er wat aan moeten doen, maar nee: dat is juist de bedoeling. Hij is verborgen; dat is gekoppeld aan de tijd en het heeft een termijn, maar Hij is verborgen. En wij zijn met Hem verborgen. Zoals Hij verborgen is, zijn wij verborgen.

Ook dat is trouwens te vinden in de Schrift als je onderzoekt. Daar vind je talloze illustraties van het feit dat Hij inderdaad verborgen is. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Jozef. Hij was verworpen door zijn broeders, terwijl hij de koning over Egypte zou worden. In de tussentijd, nadat hij verworpen was en voordat hij koning werd en erkenning vond bij zijn broers, was hij verborgen in een gevangenis. En toen schreef hij brieven... Oh nee, dat was Paulus. Maar Jozef was verborgen in de gevangenis. En wat deed hij daar? Hij sprak van verborgenheden. Er waren gevangenen, een bakker en een schenker, die dromen hadden. Daar in de gevangenis legde hij die verborgenheden uit.

Ga me niet vertellen dat er geen illustraties of plaatjes in de Bijbel staan; dit is een geweldige illustratie als je onderzoekt. Dan is het veel meer dan een mooie geschiedenis of een morele les dat je, ook als je verworpen bent door mensen, altijd mag vertrouwen op God. Die les zit er natuurlijk ook in, en Jozef heeft dat ondervonden. Jozef had ooit zelf een droom gehad en hij wist: er komt een tijd — hoe God dat gaat regelen weet ik misschien nog niet — waarin mijn broers voor mij zullen neerbuigen. En dat is ook gebeurd. Daarom had Jozef in de tijd dat hij er nog helemaal niets van zag en alles verborgen was, een vast vertrouwen. Zie je wat een enorme kracht dat in je leven kan zijn?

Naast Jozef in de gevangenis is er Mozes in Midian. Mozes werd ook verworpen door zijn broeders. Hij zou de leider van zijn volk worden, maar er is een hele tijd daartussen geweest dat hij in Midian verbleef. Of denk aan Jefta in het land Tow. Ook Jefta was verworpen door zijn broeders, terwijl hij uiteindelijk wel degelijk de kastanjes voor hen uit het vuur zou halen en hun leider zou worden. In de tussentijd zat hij in het land Tow — en u mag raden wat 'Tow' betekent; u kent meer Hebreeuws dan u denkt. Of neem David in Adullam. Ook hij was verworpen. Hij was bestemd om koning te zijn, maar was het nog lang niet. In de tussentijd was hij in de verborgenheid van Adullam.

Er was daar een stelletje 'gaaiers' bij hem; dat stelde niet veel voor. Dat is dus een type van ons. Je zegt misschien: "Nou, bedankt André, dat is een opsteker." Maar ik kan u verklappen dat zij deelden in Davids lot. Terwijl hij verworpen werd en het vege lijf moest redden — in een tijd dat hij al gezalfd was als koning, maar je daar nog helemaal niets van zag — week dat groepje niet van zijn zijde. En toen hij eenmaal daadwerkelijk koning was, kregen al die lui die bij hem in Adullam waren koninklijke posities en mochten zij met hem gaan heersen. Kijk, daar heb je het. Dan vind ik het toch niet zo verkeerd om bij dat groepje te horen. Dat 'Goi' of 'Goiim'... het klopt allemaal.

Wat ik hiermee wil zeggen: jullie leven is verborgen, en zo hoort het ook. Denk niet dat het een foutje is dat we niets zien; dat is juist de essentie. Ik vind dat buitengewoon belangrijk, ook heel praktisch. Want als je denkt dat je wel wat zou moeten zien, raak je gefrustreerd. Er zijn mensen die menen dat er nu genezing is en dat het Koninkrijk zichtbaar wordt. Nou, breek me de bek niet open over de frustraties die dat oplevert bij mensen die nu iets willen zien. Nee, er valt niets te zien. Dat is juist karakteristiek voor deze tijd waarin Christus verborgen is. Wij zijn verborgen met Hem. Hoewel er bij dit gegeven dus niets te zien valt, is het buitengewoon belangrijk om het te weten. Dan raak je niet van je stuk als er niets te zien valt, maar zeg je: "Ja, het klopt dus." Je wordt bevestigd in het feit dat je niets ziet. Dat is precies waar het om gaat. En nu komen we bij de toekomst.

Samen met Hem Openbaar Gemaakt in Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

Wanneer dan ook de Christus openbaar gemaakt zal worden – ja, dat hangt er dit weekend een beetje bij, en dat is natuurlijk wel jammer, maar Paulus zegt dat zo even. Kijk, we zijn nu met Christus verborgen. Christus Zelf is verborgen. Maar als Hij straks gemanifesteerd gaat worden, openbaar gemaakt zal worden – Christus namelijk, jullie leven – dan zou je zelf alweer kunnen invullen wat je kunt verwachten. Als je inmiddels al zes keer gezien hebt: Christus stierf, wij stierven met Hem; Hij is begraven, wij zijn met Hem begraven; Hij werd opgewekt, wij werden met Hem opgewekt. Als je dat nu al zoveel keren gezien hebt en Christus wordt straks openbaar gemaakt, wat denk je dan dat er gaat gebeuren? Dan kun je het plaatje eigenlijk zelf wel invullen: dan worden wij met Hem geopenbaard in heerlijkheid. Dit gaat gebeuren.

Want die tijd waarin Israël terzijde staat, is eigenlijk het meest karakteristieke van deze tussentijd waar we het over hebben. Israël staat aan de zijlijn. Dat is niet voor altijd; de Heer gaat aan Israël verschijnen tegen het einde van dit tweede millennium. Het is bijna twee millennia geleden dat de Heer het aardse toneel verliet, gezeten is aan Gods rechterhand en verborgen werd. Die twee millennia zijn bijna voorbij. Aan het einde van deze twee millennia vind ik het zo geweldig om hier in Maarn te zijn en dan op de wijze van mensen te spreken over die derde dag. Want zo rekent God: een dag is als duizend jaar. Na twee millennia breekt de derde dag aan. Dus binnenkort – nee, ik ga geen data zetten, dat is ook helemaal niet nodig – maar de derde dag is nabij. Hoe dat dan precies in zijn werk gaat, daar hebben we het bij de meet-and-greet wel over.

Dit is meer dan genoeg. Hij gaat openbaar gemaakt worden. Dat stond ook al in de profeten: Israël zal twee dagen als dood zijn in het graf van de natiën, en op de derde dag zal het hersteld worden en tot leven komen. Op de derde dag is er opstanding. Dat geldt ook voor Israël als natie. En dan zal Hij tot hen komen. Het staat allemaal gewoon geprofeteerd: na twee dagen, na die twee millennia. Als Hij dan geopenbaard gaat worden in heerlijkheid, dan jullie ook. We hadden het zelf eigenlijk al kunnen bedenken, maar hier worden we daar zwart op wit in bevestigd: dan zullen ook jullie – beste Adullammers – met Hem, samen met Hem, openbaar gemaakt worden in heerlijkheid.

En dan zal Hij verschijnen. Ik wilde er toch even op gewezen hebben: dan zullen júllie verschijnen. Als Hij dan openbaar wordt, kijk maar eens na in Zacharia 14, dan verschijnt Hij en alle heiligen met Hem. En dan vraag je je af: alle heiligen, wie zijn dat nu ineens weer? Dat is daar verborgen. Er is Iemand die openbaar maakt wie dat zijn. Zo'n verborgenheid, zo'n geheim. Dan denk je als de schenker: "Wie zijn dat toch? Ik heb gedroomd dat..." En dan kom je bij Jozef en die zegt: "Dat zal ik je vertellen, dat zijn wij." En dan zeg je: "Nou, dan schenken we er nog een." Ik geef toe dat het een hele rare beeldspraak is die ik nu gebruik, maar goed, wie het vatten kan, die vatte het.

Ja, "alle heiligen", dat is daar. Als je dat leest, zie je dat er zoveel van die dingen in het Oude Testament zijn die verborgen zijn. En dan komt Paulus en hij gaat verborgenheden openbaar maken. Dat wil zeggen dat wat voorheen allemaal geheim was, niet bekend was, hij dat openbaar maakt. Zo zit dat. Aha, zo zit dat! Kijk, en dan gaat er een licht op. Dat is toch geweldig? Nou, samen.

Het Versterven van de Aardse Leden Door een Hemelse Focus ↑ hoofdstukken

We zijn met Hem verbonden. En dan kun je de vraag stellen: wat doen we daar nog? Ik wil één vers nog even doorlezen, heel kort. Er staat — en ik waarschuw meteen even, maar ik zeg het toch om het in de goede volgorde te zeggen: "Dood dan de leden die op de aarde zijn." Ik hoop dat u nu zwaar teleurgesteld bent met deze lezing. Hè? "Dood dan de leden die op de aarde zijn." Paulus vult dat trouwens ook in: hoererij, porneia, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, oplichting, afgodendienst. Hij gaat trouwens nog verder ook.

Maar dat werkwoord is zo... dat zou je totaal niet verwachten. Als je de hele lijn van de brief hebt begrepen, dan zou je het woord 'doden' hier niet verwachten. Want dat betekent namelijk — zowel de NBG als de Statenvertaling zeggen dat: "Doodt dan de leden die op aarde zijn" — dat het iets is wat je actief weer zou moeten doen. Maar Paulus had juist gezegd daar niet meer mee te rekenen. En nu worden we alsnog weer opgeroepen om de dingen die op de aarde zijn te doden?

Ik wil u nog even iets verklappen, want dit bevestigt precies wat we het hele weekend al hebben vastgesteld: het staat er niet. Ik zal u vertellen wat er staat. Er staat: "Versterf dan", of: "Doe versterven dan de leden die op de aarde zijn", en dat is heel anders. Dit woord heeft een Strong-code en komt maar drie keer voor in het Nieuwe Testament. In de beide andere keren, in Romeinen 4 vers 19 en Hebreeën 11 vers 12, wordt het niet vertaald met 'doden', maar met 'versterven' of 'verstorven'. Abraham was verstorven, Sara was verstorven. Dat wil zeggen dat het niets te maken heeft met doodmaken. Versterven — ik heb het even opgezocht — is overlijden als gevolg van het niet toedienen van vocht en voedsel. Het idee is dat er geen voeding wordt gegeven, en dan versterft het.

Kijk, dat is precies waar we het over hadden. Je bedenkt de dingen die boven zijn, en daarmee geef je daar je aandacht aan. Daarmee negeer je de dingen op aarde. Je houdt jezelf als dood voor de zonde. Je negeert dat en geeft het helemaal geen aandacht. Het geheim van negeren is natuurlijk dat je iets anders aandacht geeft. Het is dus niet een kwestie van: "Dood de leden op de aarde", want dan krijg je precies datgene waar ik zelf ook mee opgevoed ben vanuit mijn traditie. Er staat in allerlei formulieren dat we zouden strijden tegen het vlees, ons hele leven lang. Nou, dan ben je dus nog meer beheerst door de zonde en leef je nog steeds onder de heerschappij ervan. Voortdurend ben je gepreoccupeerd door de zonde, want daar moet je tegen strijden en vechten. Je hele leven tegen de duivel en zijn ganse rijk — hoe was het ook alweer?

Nee, zegt Paulus: bedenk de dingen die boven zijn en daarmee versterf je de dingen hier op aarde. Geef dát voeding. Nu ben ik in de staat om dat te doen. Je geeft geen voeding en aandacht aan deze aardse zaken. Maar aan wat dan wel? Bedenk wat boven is, waar Christus is. Dáár is ons leven. Zo zijn wij, zo rekent God. Dat is onze bestemming en onze toekomst. Daarop zijn wij voortdurend georiënteerd. Dat zoeken wij, dat onderzoeken wij en daar spreken wij over. Dat mogen we heel ons leven in woord en werk altijd demonstreren, illustreren en versieren. Eigenlijk hangen we de hele dag slingers op, om het zo maar te zeggen. Wat wil je nog meer? Dat lijkt me trouwens wel leuk.

U begrijpt de gedachte: het is altijd die feeststemming. U zegt: "Ja, maar kun je je dan altijd maar verblijden in de Heer?" Ja, dat is juist het punt. Dáár kun je je altijd in verblijden, want dat is namelijk een constante. Zoals dat gaat met emoties en situaties: soms ben je hier, soms ben je daar, maar dat leven boven is een constante waar je vast op aan kunt. Nou, dat lijkt mij een geweldig goed bericht. Ik stel voor dat we het daarbij laten voor deze morgen. We gaan vanmiddag nog even verder aan de hand van Efeze 2. Ik stel voor dat wij nu een lied gaan zingen.

🎧 samen met Christus (4) Maarn 2019
Delen: