Paulus’ gebed in Efeze 3 (II)
19-07-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 19 juli 2015 in Den Haag.
Een indrukwekkend gebed van de heidenapostel Paulus vinden we in Efeze 3:14-21 opgetekend. Hij buigt zijn knieën en bidt. Opdat de lezers, geworteld en gefundeerd in liefde, samen met alle heiligen zouden verstaan wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is. Van wat? Waar verwijzen deze dimensies naar? En dan : vervuld worden tot in al de volheid van God. Wat is dat? En waar is die volheid te vinden? Daarover en meer in deze tweede toespraak over Paulus’ gebed in Efeze 3.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Motief voor Paulus' Gebed
- Geworteld en Gegrond in Gods Onvoorwaardelijke Liefde (agape)
- Samen met Alle Heiligen in Staat Zijn te 'vatten'
- De Vier Dimensies van Gods Geheimenissen (job 11)
- De Breedte: Alles en Iedereen Omvattend
- De Lengte: Gods Tijdsplan van de Aionen
- De Hoogte: Ontstegen aan de Aardse Vierkante Centimeter
- De Diepte: Onverwoestbare Liefde tot in de Dood
- De Liefde van Christus en Vervuld Worden tot in Gods Volheid
Introductie: het Motief voor Paulus' Gebed ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen, vrienden! Blij dat ik u hier weer mag treffen. Ik ben zo ongeveer de vaste zomergast hier, want twee weken geleden stond ik ook al op deze plaats en dat is over twee weken trouwens weer het geval, bij leven en welzijn of Deo volente, zoals dat zo plechtig in het Latijn heet: 'Zo de Heere wil'. En zo is het maar net, want we hadden het op weg hier naartoe nog eventjes over voorspellingen en verwachtingen van het weer. Nou, daar kun je dus al heel weinig van op aan; niets veranderlijker dan het weer. Maar er is één ding nog veranderlijker en dat is de voorspelling van het weer. Maar ik bedoel maar te zeggen: een mens kan plannen wat hij wil, maar wat zegt dat?
De vorige keer heb ik u meegenomen naar Efeze 3. Dat doe ik dit keer weer en trouwens, over twee weken is dat opnieuw de planning. Het overkoepelende thema is — ik moet even de pointer pakken — Paulus' gebed in Efeze 3. In de Efezebrief vinden we twee gebeden van de apostel: één in het eerste hoofdstuk en één in het derde hoofdstuk. Ons onderwerp voor deze drie samenkomsten in vijf weken tijd is dus dat gebed in Efeze 3, een schitterend gebed. Het zijn maar een paar verzen; het begint bij vers 14 en eindigt bij vers 21. Maar we leggen de loep erop. We gaan van zinsdeel naar zinsdeel en we pakken bovendien de interlineair erbij. Dat wil zeggen dat je het echt ook vanuit de grondtekst woord voor woord kunt volgen.
U was er voor een deel slechts bij de vorige keer, dus ik kan niet al te veel kennis veronderstellen. Maar ik kan natuurlijk aan de andere kant ook weer niet alles gaan herhalen wat ik de vorige keer heb gezegd, want dat gaat een beetje te ver. Maar het is misschien toch wel even goed om in herinnering te roepen wat daarbij is overwogen. Kijk, als Paulus begint in Efeze 3 vers 14 met: 'Om die reden buig ik mijn knieën', dan houdt dat dus in dat daarna een gebed volgt. Als hij dat zo zegt, dan geeft hij daarmee een motief aan. Er is iets wat hem op de knieën brengt, en wat dat is, dat is wat hij in het voorgaande naar voren gebracht heeft.
'Om die reden buig ik mijn knieën.' Dat betekent dus dat we naar de passages die hieraan voorafgaan moeten bladeren. Wat heeft hij naar voren gebracht? Wel, hij heeft verteld — en ik beperk me nu even tot het derde hoofdstuk — wat aan hem is bekendgemaakt. Hij zegt dat hij in gevangenschap is en dat aan hem de huishouding van Gods genade is geopenbaard. Heel persoonlijk is dat aan hem bekendgemaakt. Dat waren zaken die voorheen, in voorgaande generaties en in voorgaande aionen (wereldtijdperken), nooit bekend zijn geweest, nooit geopenbaard zijn geweest. En nu, aan hem, is het onthuld en hij heeft het, godzijdank, ook zwart op wit gesteld, geboekstaafd zoals dat mooi heet. Dat wil zeggen dat wij vandaag, anno 2015, in de gelegenheid zijn om ons nog steeds op de hoogte te stellen. De bediening van de apostel Paulus voor de natieën is zo buitengewoon belangrijk voor ons om te verstaan. Het gaat over dat wat God vandaag doet, die hele huishouding die er nu gerund wordt. Wat God doet in Zijn huis, dat is de ekklesia, de gemeente. Wel, aan wie is dat bekendgemaakt? Aan Paulus, bij hem moet je wezen. Vandaar ook dat we via hem ook in de rest van de Schrift ingeleid worden.
Het lijkt mij een goede zaak om eerst even dat gebed te lezen. De vorige keer hebben we ons beziggehouden met dat eerste vers. Ik lees voor en u zult zien dat ik sommige dingen cursief heb geschreven of dat ze cursief staan geprojecteerd. Daarmee bedoel ik dat ik daarin wat afwijk van de gangbare NBG-tekst, maar dat heb ik voor een deel al toegelicht of ga ik nog toelichten. Hij zegt dus in vers 14: '...opdat de Christus door het geloof in jullie harten woning make.' Nou, dit is het gedeelte waar we het de vorige keer over hebben gehad: over het motief dat Paulus had en over al die geweldige geheimenissen die aan hem toevertrouwd waren. Dat bracht hem op de knieën voor de Vader. God, die een Vader is, en Hij is het model, Hij is het origineel. Elk vaderschap dat we kennen in de hemel of op aarde, dat is naar Hem genoemd, is tot Hem herleidbaar. Hij is God en Hij is bovendien een Vader. 'God' betekent: Degene die alles plaatst, degene die alles op zijn plek zet. En dat Hij Vader is, dat wil zeggen dat Hij de bron is. Maar dat niet alleen: Hij zorgt er ook voor. Hij is ook verantwoordelijk voor alles en voor de goede afloop. Hij is een Vader van alles, in hemel en op aarde. Dat betekent ook dat Hij de Schepper is die een liefdevol hart heeft voor dat wat Hij voortbrengt.
Hij is niet alleen maar de grote, afstandelijke Schepper die onvoorstelbaar en ongezien is, maar Hij is Vader. De God die we kennen is Vader. En zoals Johannes dat zegt in zijn brief: die God is. Hij is in Zijn essentie, in al Zijn motieven en in heel Zijn handelen — alles wat Hij doet en laat, zegt en spreekt, belooft en vervult — gekarakteriseerd door liefde. Als je dat niet ziet, dan ontgaat je kennelijk iets. Dat kan niet anders. Sterker nog, dan ontgaat je het belangrijkste. Paulus zegt elders: als je dat niet kent, dan ben je een schallend koper. Dan maak je misschien wel een hoop lawaai en ben je heel vroom, misschien zelfs godsdienstig, maar je bent niets zonder die agapé, die onvoorwaardelijke liefde van God.
En voor die Vader voor wie hij dus neerbuigt, is Paulus' gebed dat Hij geeft — in overeenstemming met de enorme rijkdom van Zijn heerlijkheid — om met vermogen gesterkt te worden. Dat is door Zijn Geest. Dat wil zeggen: ook door Zijn Woord, want Woord is ook Geest. Ook daar hebben we het de vorige keer over gehad. Bovendien, die sterkte waarmee Hij ons bekrachtigt, dat is niet de uitwendige mens, hoewel veel mensen dat denken, maar het is de inwendige mens: de binnenkant, het hart. Dat dat consequenties heeft en dat dat erg goed is voor de 'body' en voor de uitwendige mens, dat mag waar zijn, maar het gaat erom met kracht gesterkt te worden, met vermogen gesterkt te worden in de inwendige mens.
En waarom? Opdat de Christus — en ik heb er de vorige keer ook op gewezen, ik doe dat bij deze alsnog een keer — de Christus, dat is die term die verband houdt niet alleen maar met Christus Jezus die daarboven is, maar 'de Christus' is hoofd en lichaam tezamen. Het voert te ver om dat nu nog aan te tonen, hoewel ik daar de vorige keer wel wat over verteld heb, maar de Christus is dus niet alleen Christus Jezus het hoofd. Nee, de Christus, dat is het geheel. Hij is volgens Efeze 1 vers 23 zelfs incompleet zonder de ekklesia. In Efeze 1 vers 23 staat dat aan Hem de ekklesia is gegeven, die Zijn lichaam is. De completering; letterlijk staat daar: de completering van Hem. De ekklesia maakt Hem compleet.
Dat wil zeggen: zoals uw hoofd niet compleet is zonder lichaam, zo is Christus Jezus niet compleet zonder de ekklesia. Dat staat er. En de Christus is dus niet alleen het hoofd; het is hoofd en lichaam tezamen. Wel, dat we dat gaan verstaan en dat dat door het geloof gebeurt — dat wil zeggen door het aanvaarden van wat God daarover te melden heeft, met name of in dit geval zelfs uitsluitend via de apostel Paulus, want aan hem zijn deze dingen geopenbaard — opdat de Christus door het geloof in jullie harten woning make. Dus die waarheid staat vast, en als je gelooft, dan is dat geregeld. Maar het gaat erom dat dat ook in onze harten woning gaat maken, dat onze harten daardoor vervuld worden. En nu gaan we even verder, en dat is nog het zeventiende vers.
Dan begint feitelijk een nieuwe zin: "Geworteld en gegrond in liefde." Dat is het gedeelte waar we ons vanmorgen mee bezig gaan houden. "Geworteld en gegrond in liefde, zullen jullie dan samen met al de heiligen in staat zijn te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, bovendien te kennen de liefde van de Christus, die de kennis overtreft, opdat jullie vervuld worden tot in al de volheid van de God."
Dit zijn de woorden waar we ons straks wat meer mee zullen bezighouden. En dan lees ik ook nog even, om het compleet te maken, het hele gebed. Wat we de volgende keer zullen gaan behandelen, begint in vers 20; dat is de afsluiting van het gebed: "Hem nu, die naar de kracht die inwerkt in ons, bij machte is overdadig meer te doen boven alles wat wij bidden of verstaan, Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus tot in al de generaties van de aeon der aeonen. Amen."
Dat is het gebed van Paulus hier in dit hoofdstuk. Zelfs als je veel dingen ontgaan bij een eerste lezing, dan heb je toch in elk geval wel in de gaten dat je hier heilige grond betreedt. Dat wat hier staat zo enorm hoog is, en breed, lang en diep. Het is onvoorstelbaar groots. Het gebed dat Paulus bidt, brengt ons inderdaad op grote hoogte.
Hij stelt ons op de hoogte. Ik vind dat altijd een mooie term: Hij stelt ons op de hoogte. Dat wil zeggen dat Hij ons informeert; dat is wat op de hoogte stellen doorgaans betekent. Maar het is nog veel mooier: Hij stelt ons op de hoogte. Hij zet ons op een hoge plaats. Wat zeg ik? De hoogste plaats, met een geweldig uitzicht en overzicht. Dat is pas echt op de hoogte brengen. Dat is ook meer dan informeren; dit transformeert ons. Dat is wat Gods Woord doet. Het is niet alleen maar informeren, het transformeert ons. Het verandert ons van binnenuit. Dat wil zeggen dat ons denken anders wordt en van daaruit het geheel.
De mens is uiteindelijk niet wat je ziet, dat is maar de buitenkant. De mens is wat je niet ziet: het hart, de binnenkant. Dat wat je denkt. Wie u bent, dat zie ik niet, en wie ik ben, dat ziet u ook niet. Maar wat je motieven zijn, je gedachten, je verlangens, je liefde; kortom, dat wat jou bezighoudt. Dat is wat een mens werkelijk is.
Wel, die inwendige mens, daar ging het om. Ik stel voor dat we dan maar eens de daad bij het woord voegen en ons bezig gaan houden met dat tweede gedeelte. Ik haak nu aan bij dat zinnetje waar ik de vorige keer mee geëindigd ben, omdat het eigenlijk nog bij vers 17 hoort. Maar ik betrek het er nu bij, omdat dat namelijk de aanloop is voor vers 18. Dat kun je er niet los van zien.
Geworteld en Gegrond in Gods Onvoorwaardelijke Liefde (agape) ↑ hoofdstukken
Paulus zegt: "geworteld en gegrond in de liefde", of "in liefde". Geworteld zijn is uiteraard een beeld dat de gedachte oproept van een plant of een boom die is geworteld en op één plaats staat. Dat is heel belangrijk, want beide beelden — geworteld en gegrond — roepen de gedachte op van één plaats. Het staat vast. Mensen zijn heel vaak in de weer voor beweging, motie en emotie, en dat is dan het een en het al. Maar weet u waar het werkelijk om gaat? Dat is dat je gefundeerd en geworteld bent.
Geworteld wil zeggen dat je op één plaats staat. Een boom is geworteld en onttrekt al zijn voeding aan de grond waarin hij zich bevindt. Welnu, wat is die grond? Waarin slaan wij onze wortels uit? In liefde. Hier hebben we weer dat woordje agapé. Dat is een van de sleutelwoorden in dit gedeelte; het begint ermee en het eindigt ermee. Dat woordje liefde is zo belangrijk. Liefde is niet zomaar wat wij er vaak onder verstaan, een bepaalde aantrekkingskracht. Dat kan een lichamelijke aantrekkingskracht zijn, waar het Grieks een speciaal woord voor heeft dat we allemaal kennen: eros. Er kan ook een meer mentale of emotionele aantrekkingskracht zijn, en dat is dan phileo: ergens toe aangetrokken zijn.
Daar is allemaal niks mis mee; het leven bestaat daar nu eenmaal uit. Die phileo is een vorm van aantrekkingskracht, een liefde die je kunt hebben voor dingen, voor je werk, voor vakantie of andere mooie dingen. Of voor mensen die je mag. De één mag je wel en de ander mag je niet, maar dat is phileo. De liefde echter overstijgt dat verre. Dat roept meteen de associatie op met God Zelf. Want hoezo dan? Wel, God heeft lief en dat is onvoorwaardelijk. Die liefde kun je niet verdienen door goed te doen, en je kunt die liefde ook niet kwijtraken door slecht te doen. Die liefde vindt namelijk haar grond in het feit dat we van Hem zijn, het werk van Zijn handen.
God heeft elk schepsel lief. Waarom? Omdat het Zijn schepping is en Hij de Vader daarvan is. De vorige keer heb ik gewezen op die tekst in Maleachi 2 of 3 — daar blijf ik nu even vanaf — waar staat: "Heeft niet één God ons geschapen? Is niet één ons aller Vader?" Dat wil zeggen: Hij heeft ons lief, wij zijn het werk van Zijn handen. De liefde van God heeft daarmee te maken. Hij kent elk mens, elk schepsel en Hij heeft daar een plan mee. Het is zo belangrijk om die liefde te gaan verstaan. Als je daar je wortels in uitslaat, in die liefde, dan is dat een onuitputtelijke bron die bovendien onvoorwaardelijk is.
Als je zo in die liefde geworteld bent, zo in het leven staat en zo naar de ander kijkt, dan zie je allemaal geliefde mensen. Ziet u dat dit helemaal niets te maken heeft met sympathie of met iemand mogen? Dat staat er volstrekt los van. Liefde in de ekklesia heeft daar ook niets mee te maken. Agapé heeft ermee te maken dat je geliefd bént. En op een speciale wijze zelfs in de ekklesia, want we horen tot Zijn lichaam. Je kijkt dan met heel andere ogen; je perceptie is heel anders. Je ziet het anders als je daar je wortels in uitslaat: die liefde van God die onvoorwaardelijk is en die daarom ook alles en iedereen omvat. Dat is onvoorstelbaar.
Welnu, geworteld zijnde als een boom en gefundeerd zijnde zoals een gebouw of een kasteel. Dat is gefundeerd, het staat vast en wijkt niet van zijn plaats. Dat is zo belangrijk. En dat kan alleen als je die liefde van God kent. Want als ik zeg 'liefde', dan heb ik het inderdaad over de liefde van God. Agapé is de liefde van God. Dat komt niet van beneden, van de mens. Dat kan in het beste geval eros zijn, of sympathie, of phileo, maar dat is geen agapé. Geworteld zijnde, gefundeerd zijnde in liefde — de liefde van God.
Laten we verdergaan, want dat wordt verondersteld. Als je daarin geworteld bent... Geliefd ben je sowieso, op voorhand. Dat is juist de geweldige waarde; dat is het fundament. Maar dat je daar ook in geworteld bent en dat je daarin gefundeerd bent, dat dit het fundament onder je leven is. Dat je niet alleen zo naar de ander kijkt, maar trouwens ook naar jezelf: "Ik ben geliefd door Hem. Hij heeft mij bedacht, Hij heeft mij gemaakt, Hij heeft een plan met mij en Hij gaat dat plan ook realiseren." Hoe dan ook, al gaat het door diepe wegen, het staat vast.
Als je dat kent, als je daarin geworteld en gefundeerd bent, dan zul je... En u ziet, "gij" kan in het Nederlands enkelvoud of meervoud zijn. Daarom heb ik dat ook in de voorgaande vertaling zo weergegeven. U ziet het ook in de interlineair: het is "jullie", het is meervoud. "Dat jullie dan in staat zullen zijn..." Dat betekent 'competent zijn'. Dit woord komt trouwens in het Grieks maar één keer voor in het Nieuwe Testament, maar het heeft te maken met competentie, het in staat zijn tot. Als je dus daarin geworteld en gefundeerd bent...
Samen met Alle Heiligen in Staat Zijn te 'vatten' ↑ hoofdstukken
En dat is wat we zojuist al hebben gelezen: "Wel dan zullen jullie in staat zijn te vatten..." Dat is een mooi woord. In de interlinea wordt het weergegeven met "grijpen". Ik heb daar gisteren nog eens een keertje naar gekeken en een concordantie nageslagen; het woord komt heel veel keren voor. Het wordt nogal divers weergegeven in de vertalingen, maar de fundamentele betekenis is inderdaad dit: grijpen, pakken. Het is dus eigenlijk een heel fysiek begrip, en dat is het leuke ervan. Want grijpen doe je met je handen, nietwaar? Of in ieder geval is dat een handeling. Maar je kunt ook grip op iets hebben in de mentale, in de geestelijke zin; dan heb je begrip. Dat is een mooi woord: begrijpen. Grijpen doe je met je handen – dat is een materiële, een lichamelijke actie – maar begrijpen is iets wat te maken heeft met de mind, met het verstand.
Wat Paulus zegt is dit: als je geworteld en gefundeerd bent in de liefde, dan zullen jullie gaan begrijpen. Je krijgt er grip op, maar dan hiermee: door het te begrijpen. Hij zegt er nog iets bij: "samen met alle heiligen", letterlijk "samen met al de heiligen". Dat zegt hij niet zomaar. Juist voordat ik de samenkomst begon, had ik met Boy hier nog even een gesprekje over deze uitdrukking, "samen met alle heiligen". Het ging over het belang van elkaar en dat het niet zomaar een select gezelschap is waarmee je die ontdekkingstocht doet. Nee, het is samen met al de heiligen. Niet alleen de oudere, verstandige broeders – of hoe dat ook maar genoemd wordt – nee, al de heiligen.
De logica is deze: u moet zich realiseren dat dit een gebed is dat we nu in drie samenkomsten bespreken, maar het staat dus in die Efezebrief. Paulus had daar al zoveel aan vooraf laten gaan. De waarheid is: wij die mogen geloven, wij die Hem kennen als de Heer die is opgestaan uit de doden, wij zijn tot in één lichaam gedoopt. Dat is trouwens ook geen handeling met water; nee, dat is in één geest tot in één lichaam gedoopt. Dat is iets wat Hij doet.
Dit betekent – en ik borduur nu even voort op wat ik zojuist al zei – dat we een eenheid vormen. Hij daar, wij nog hier, jawel, maar wij worden daar gerekend. Ons leven is met Christus verborgen in God. Die waarheid is: Hoofd en lichaam vormen één geheel. Wij horen bij elkaar. Paulus had dat in het voorgaande van dit hoofdstuk ook al gezegd. Juist dat was dat geheim, die verborgenheid die aan hem ook bekendgemaakt was: dat wij in Christus ook ingelijfd zijn. Medeleden, medelotsdeelbezitters en medegenoten van de belofte in Christus Jezus. Dat zijn hele hoogdravende woorden, letterlijk en figuurlijk, maar het is zo onvoorstelbaar groot.
Het betekent dat de waarheden waar Paulus aandacht voor vraagt en die hij hier optekent, het deel zijn van al de heiligen. Logischerwijs betekent dit dat als je ze wilt begrijpen, je dat ook doet samen met al de heiligen. "Heiligen", dat betekent uiteraard ook dat het geen menselijke handeling is. Je hoeft niet te wachten op die man in Rome die jou zo verklaart. Nee, "heiligen" is gewoon het Bijbelse woord voor "apart stellen". Op het moment dat je Hem kent, ben je apart gezet. Je bent apart gesteld, namelijk voor dat doel dat God Zich gesteld heeft met al die heiligen. Dan zullen jullie, samen met al de heiligen, in staat zijn te grijpen, te begrijpen... en nu komt het.
De Vier Dimensies van Gods Geheimenissen (job 11) ↑ hoofdstukken
Hoe groot, of eigenlijk staat er wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is. Een hele merkwaardige opsomming. Op zich kun je er een hele filosofie aan ophangen, maar dat gaan we vanmorgen lekker niet doen. We gaan niet filosoferen over hoe dat precies zit met die dimensies. Want je hebt de lengte en je hebt de breedte, die staan haaks op elkaar. Maar je hebt ook de hoogte en de diepte, en die staan niet haaks op elkaar, maar liggen in elkaars verlengde. Eigenaardig. Nu zit ik toch weer een beetje te filosoferen; laten we het simpel houden.
Kijk, je hebt de ene tegenstelling, lengte en breedte, en je hebt hoogte en diepte. Niet hoogte en laag, maar hoogte en diepte. Waar doelt Paulus hier op? Het eigenaardige is dat het er niet eens zo expliciet bij staat: "wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is". Dat staat er niet bij, maar dat hoeft er ook helemaal niet bij te staan, want Paulus heeft dat zojuist allemaal al naar voren gebracht. Hij heeft het over al die onnaspeurlijke rijkdom van de Christus. Dat zijn de verzen 8 en 9 van ditzelfde hoofdstuk: wat het geheimenis inhoudt dat van aeonen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van het al. Opdat thans door middel van de ekklesia aan de overheden en machten te midden van de hemelsen de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden.
Waarover heeft hij het? Wel, over die dingen, over dat geheim van God. Dat is helemaal niet moeilijk, waarbij je natuurlijk wel de vraag zou kunnen stellen waarop die breedte, lengte, hoogte en diepte dan doelen. Het mooie is dat de Schrift ons ook hierin tegemoetkomt. We mogen Schrift met Schrift vergelijken en de Schrift zichzelf laten uitleggen. Geen profetie van de Schrift heeft een eigen uitlegging; nee, profetieën van de Schrift leggen elkaar uit. Dat is het geweldige: godspraken die elkaar uitleggen.
Ik wil u meenemen naar het boek Job, want daar vind je alle vier de begrippen ook weer opgesomd. Let op het verband. In Job 11 wordt de vraag gesteld: "Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe?" Dat zijn uiteraard retorische vragen. Geen mens kan dat. Je kunt de geheimen van God niet doorgronden, tenzij Hij die geheimen bekendmaakt. Of je ze dan ten einde toe kunt doorgronden, nee, dat niet, maar dan kun je er in ieder geval grip op krijgen. Dan weet je waar het over gaat. Waartoe zou een geheim anders geopenbaard worden? God heeft geheimenissen, maar Hij heeft die geheimenissen ook geopenbaard. Dat is precies waar we het nu over hebben.
Let nu eens op wat er vervolgens staat. Er wordt gesproken over die geheimen Gods: "Zij zijn hoog als de hemel; wat kunt gij doen? Dieper dan het dodenrijk; wat kunt gij weten? Langer dan de aarde is hun maat, en breder zijn zij dan de zee." Hier staan ze trouwens in precies de tegenovergestelde volgorde als in Efeze 3, maar de vergelijkingen zijn heel veelzeggend en sowieso schitterend.
Het verband waarin Job dit zegt en de connectie die te leggen is met de woorden in Efeze 3 is prachtig. Waar heeft Paulus het over? Wel, over de geheimenissen Gods. Job vraagt of je die geheimen kunt doorgronden, en het antwoord is nee, tenzij ze geopenbaard worden. Maar dat is nu juist wat in Efeze 3 gebeurt: geheimenissen Gods worden geopenbaard. Ze worden opgetekend en er wordt verteld wat het inhoudt. Waarom is het zo bijzonder? Omdat hier gesproken wordt over de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte; precies de dimensies die we ook aantreffen in Efeze 3. Maar dan ook nog dit: die dimensies worden gelinkt aan hele bekende begrippen. Ook heel logisch. Breder, laten we eerst daar eens naartoe gaan.
De Breedte: Alles en Iedereen Omvattend ↑ hoofdstukken
Daar staat hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is. De breedte, dat was het eerste wat Paulus hier noemt. En waarmee wordt dat vergeleken? Nou, koppel weer even terug naar Job 11: breder dan de zee. Er zijn ook mooie kinderliedjes van. In ieder geval eentje ken ik er nog erg goed uit mijn hoofd en ik vind hem altijd erg mooi. Hij is niet helemaal één op één vergelijkbaar met Efeze 3, maar het scheelt niet veel: "Hoog, hoog, hoog als de lucht; diep, diep, diep als de zee; en wijd, wijd, wijd als het waterblauw is Jezus' liefde voor jou en mij."
Oké, voor jou en mij, maar dat vind ik nog niet breed of wijd genoeg. Nee, want het punt is juist: het is breed als de zee. En dan moet u weten dat de zee in de Bijbel een beeld is van de volkerenwereld. In Openbaring 17 staat dat letterlijk zelfs zo. De wateren, de zeeën worden daar vergeleken met de volkerenwereld; ze zijn daar een beeld of type van. En als ik me niet vergis, wordt in Psalm 2 ook diezelfde associatie gemaakt: de woelige zee. Boy zei zojuist al iets daarover in zijn gebed, over alles wat er in de wereld speelt en woelt, de golven en de enorme chaos in de volkerenwereld.
Dat is dan de negatieve variant, maar de zee is ook zo wijd. Hoe breed zijn die geheimenissen Gods? Hoe breed is ook de liefde Gods? Want je kunt het betrekken op al die dimensies hier: op de geheimenissen Gods, op de plannen Gods, op de veelkleurige wijsheid Gods, maar je kunt het natuurlijk net zo goed betrekken op de liefde Gods. Ik ben blij dat ik helemaal geen keuze hoef te maken, want het is namelijk allemaal waar en uiteindelijk kom je toch bij hetzelfde uit. Het is zo breed.
Wat ik zojuist al even zei: als u geworteld en gegrond bent in de liefde, wat gaat u dan verstaan? Samen met al die heiligen aan wie dat ook bekendgemaakt is, gaat één ding heel duidelijk worden: hoe breed dat alles is en hoe allesomspannend het is. Inderdaad, wijd, wijd, wijd als het waterblauw. Ik zei zojuist dat je het kunt 'grijpen'. Als je zulke dimensies noemt – hoog, diep, breed, lang – dan kun je dat haast niet zonder daar je handen voor te gebruiken. Je pakt het als het ware vast, je kunt het zo aanwijzen. Het is zo breed; het is allesomvattend. Dat is de liefde Gods. Niets en niemand valt daarbuiten, lieve mensen, en dat vind ik zo geweldig. Als je geworteld en gegrond bent in die liefde, dan ga je verstaan hoe breed dat alles is. Maar dat niet alleen, het is ook lang.
De Lengte: Gods Tijdsplan van de Aionen ↑ hoofdstukken
Die lengte hebben we gezien: "langer dan de aarde is hun maat". Ook hier is het niet zo moeilijk om de connectie te leggen, want dat heeft vooral te maken met de tijdsdimensie. Zoals we ook wel zeggen: "een lange tijd", nietwaar? Beperkt u zich maar even tot de sfeer waarin Paulus dit optekent: de Efezebrief. In hoofdstuk 1 vers 4 viel hij er min of meer mee met de deur in huis toen hij sprak over het feit dat we zijn uitverkoren en voorbestemd in Christus, "vóór de nederwerping der wereld".
Als je het hebt over die geheimenissen Gods: hoe lang is dat? Wel, "langer dan de aarde". Vóór de aeonen, voordat de wereldtijdperken hun aanvang namen, was dat allemaal al gepland. Wanneer we het hebben over de tijdslengte en we blikken terug, dan zien we wereldtijdperken. Hoe ver gaat dat terug? Er zijn aeonen, wereldtijdperken, aan de onze voorafgegaan. En zelfs daarvóór, "vóór de aeonen", was dat al voorbeschikt, zoals 1 Korinthe 2 vers 7 zegt.
Gelooft u in voorbeschikking? In predestinatie? In voorbestemmen? Ik zeg: jazeker! Want de Schrift spreekt er gewoon over. Ik vind het geweldig: God heeft een plan. Hij doet niet zomaar willekeurig iets. Het is ook niet ad hoc, in de zin van reageren op wat er plaatsvindt of afwachten hoe de mens reageert. Kom nou toch! God is God en Hij heeft een plan. Vóór de aeonen was het al lang geregeld; toen was het al uitgedacht.
Dat heeft dus niets te maken met wat evangelische mensen u graag willen laten geloven: uw keuze. Dat is niet waar. Het heeft te maken met het feit dat Hij ons voorbestemd heeft, gekend heeft en gekozen heeft. En dat is geweldig; dan krijg je zo'n grote God! We kijken dus terug naar die enorme tijdslengte, "vóór de aeonen". Alleen al aan de hand van dit kleine briefje, de Efezebrief, zou je een schitterende studie kunnen houden over de aeonen. Er wordt gesproken over de "tegenwoordige aeon", de aeonen die voorafgegaan zijn en de "komende aeonen".
In het laatste vers van ditzelfde gebed wordt er ook nog gesproken over iets dat in de vertalingen compleet is weggepoetst. Daar ga ik de volgende keer nog over spreken. Er wordt vaak gezegd: "van eeuwigheid tot eeuwigheid". Nou, dat staat er echt niet hoor. Er staat gewoon: "van de aeon der aeonen". Dat wil zeggen de overtreffende aeon waarmee alles afgesloten zal worden; de voleinding van de aeonen.
Hoe dan ook, u realiseert zich dat we hier worden bepaald bij enorme tijdslengtes. Het is niet alleen "breed als de zee", maar het is ook "langer dan de aarde". Zulke tijdslengtes: "vóór de nederwerping der wereld". Of we nu terugblikken of vooruitblikken naar de komende aeonen en de voleinding van de aeonen: dat is de lengte. Dat is de breedte en dat is de lengte; de tijdslengten.
De Hoogte: Ontstegen aan de Aardse Vierkante Centimeter ↑ hoofdstukken
De hoogte? Nou, dat lijkt me niet zo moeilijk. Die associatie zagen we al: hoog als de hemel. Hoog, hoog, hoog als de lucht, als de hemel. Dat zeggen wij ook; we noemen iets ook wel hemelhoog. Hoog als de hemel. Ook hier is het niet moeilijk waar Paulus dan aan denkt, want juist over die hoogte heeft hij het zo uitgebreid, met name ook in deze brief. Ik zei al: hij brengt ons op de hoogte. Hij spreekt over Christus die vandaag gezeten is, onttrokken aan het oog, maar boven alle overheid en macht, te midden van de hemelsen, zo staat er. Boven alles gezeten aan Gods rechterhand, de voorrangspositie bij uitstek in Gods wegen. Hoog als de hemel.
En dan — want ja, de superlatieven stapelen zich op — te bedenken dat wat Paulus juist in deze brief naar voren brengt, is dat de ekklesia, de mensen die vandaag geroepen worden, bestemd zijn voor diezelfde plaats. We zijn met Christus te midden van de hemelsen geplaatst. Ik kan me voorstellen dat als je zulke dingen voor het eerst hoort, je denkt: dit kan allemaal niet. Maar het staat er echt. In hoofdstuk 2 vers 6 staat: Hij heeft ons mede doen zitten, samen doen zitten te midden van de hemelsen, in Christus, om in de komende aeonen de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen.
Ziet u? Ja, als ik zeg dat het 'hoogdravend' is... Wij bedoelen daar meestal mee dat mensen hele triviale dingen zo overdreven kunnen zeggen, maar dit is niet hoogdravend. Dit is hoog. Dit is zo ongekend hoog, onvoorstelbaar. Breed, lang, maar ook hoog. En daartoe heeft God ons bestemd: om dat te gaan verstaan. Begrijpt u? Daarom buigt Paulus zijn knieën. Het is één ding om zulke dingen te vertellen, vast te leggen en mensen te informeren en op de hoogte te stellen zodat ze het weten, maar het is echt iets anders om het ook te beseffen. En hoe kun je dat beseffen? Door te realiseren dat je verlichte ogen hebt.
Want laten we wel wezen: wat houdt je nou bezig in het leven? Gewoon even eerlijk. Ik stel het nu wel als een vraag, maar u hoeft niet hardop te antwoorden, dus maakt u zich geen zorgen. Maar wat houdt ons bezig? Wij zijn zo op de vierkante centimeter bezig. Dat is ons leventje. Onze hele horizon wordt zo ongeveer beslagen door... ja, wat houdt je bezig? Je werk? Familieperikelen? Relaties? Hobby’s? Vakantie? Gewoon je particuliere sores. Dat is ongeveer onze hele horizon. In de wereld is het trouwens niet anders. En u zegt misschien: "Mijn horizon is breder, want ik lees ook de krant." Nou, oké, maar wat is dat dan? Wat staat er in die krant? Hoe waardevol is dat als je hem morgen alweer bij het oud papier legt? Is dat wel zo breed?
Als je dan beseft waar Paulus het hier over heeft... Die heeft het helemaal niet meer over onze zorgen. Totaal niet. Gewoon de dingen die ons bezighouden, zoals de Heer Jezus dat zegt in de Bergrede: de primaire vragen waar een mens zich mee bezighoudt, van "waarmee zullen we ons kleden?" en "waarmee zullen we ons voeden?". Waarmee zullen we ons bezighouden? Gewoon al die zorgen. Hoe komen we rond? Hoe knopen we de eindjes aan elkaar? Dat soort vragen. Maar dat zijn onze particuliere kwesties.
Paulus is dat in deze brief en in dit gebed zo ontstegen. Hij spreekt op een totaal ander niveau. Dat is niet omdat hij niet met zijn voeten op de aarde staat, maar het is wel omdat hij met zijn hoofd in de hemel is. U begrijpt wat ik bedoel, hè? Met zijn hoofd in de hemel. Dan kun je gewoon nog met je voeten op de aarde staan. Sterker nog, ik ga het u nog sterker vertellen: er is niemand die realistischer in het leven staat dan degene die zich deze dingen realiseert. Want we zijn eigenlijk gewoon bedwelmd en we worden misleid juist door dat gedoe op de vierkante centimeter. Dan hebben we totaal geen realiteitszin. We denken dat dat alles is, terwijl het volstrekt onbelangrijk is. Onze zorgjes zijn compleet overwonnen.
Daarom zegt Paulus ook: "Maak je in niets bezorgd." Dat is niet omdat je niet bezorgd mág zijn. Ik zeg het heel vaak, maar mensen denken soms dat je daarmee belast wordt: "Oh, ik was al bezorgd en nu zegt Paulus ook nog eens een keertje dat ik me geen zorgen mag maken. Heb ik er nog een zorg bij, dank u wel! Dan heb ik daar ook weer een schuldgevoel over." Nee, wat hij zegt is: er wordt voor je gezorgd. En dat is dus een zorg mínder. Als dat de waarheid is, dan kun je je dus bezighouden met dingen die er wel toe doen.
En wat zijn de dingen die ertoe doen? Nou, dat is de breedte, de lengte, de hoogte waartoe wij bestemd zijn en waar hij het over heeft. Dat is de realiteit. Dit leventje hier, die paar decennia dat we hier zijn, dat is maar een zandkorreltje op een oneindig strand vergeleken met die aeonen die nog gaan komen en wat Hij voor ons gepland heeft. Wat we nog gaan doen, dat is zo onvoorstelbaar groots. Ik bedoel: wat is ons hart? Hoe breed ben je van binnen? Hoe groot is je horizon? Op het moment dat je hieraan hebt mogen ruiken en dit gaat verstaan — als dit kwartje gaat vallen — dan komt er ineens zo'n oneindige ruimte in je hart. Dan word je verlicht en dan staren je ogen naar heel andere dingen: de breedte, de lengte, de hoogte. Paulus heeft daar zoveel over gezegd. En dan zegt hij tenslotte ook nog: de diepte.
De Diepte: Onverwoestbare Liefde tot in de Dood ↑ hoofdstukken
Dat is ook ongekend diep. Waar dat mee te maken heeft, hebben we al gezien in Job 11. Daar zagen we de link: dieper dan het dodenrijk. Dat zijn trouwens associaties die Paulus hier in Efeze ook maakt. In vers 9 en 10 van het volgende hoofdstuk zegt hij dat Hij is opgevaren naar de hemel, maar dat Hij ook is nedergedaald naar de lagere aardse gewesten. Nedergedaald tot de dood. In Filippenzen 2 staat dat Hij Zich vernederd heeft tot de dood van het kruis.
Als we het hebben over de diepte, dan denken we daarbij aan de diepste diepte. Niet alleen aan de dood, maar aan de dood van het kruis. Alles wat God realiseert in die breedte, lengte en hoogte, is door die diepte heen gegaan. Feitelijk geldt dat ook voor ons, want in Efeze 2 vers 1 staat dat ook: "Ook u, hoewel gij dood waart." Dat wil zeggen dat we als mensen naar aardse maatstaven allemaal met de dood in onze schoenen lopen. We zijn stervelingen. En God heeft stervelingen uit die diepte omhoog gevoerd tot de hoogste hoogte; van de diepste diepte tot de grootste hoogte.
Zegt dat trouwens ook niet enorm veel over die liefde Gods? Hoeveel God van ons houdt, dat zie je aan het kruis van Golgotha. Zelfs als de wereld Zijn Zoon aan het kruis slaat, zegt God nog: "Ik hou van u." Sterker nog: door Degene die jullie nu vermoord hebben, ga Ik jullie allemaal zegenen. Die liefde is niet kapot te krijgen. Dat is de liefde Gods. Daarom kon het ook niet zonder die diepte. Je kunt alleen maar liefde begrijpen als je ook weet van leed. Zonder dat kan het bewijs van liefde niet geleverd worden. U voelt wel aan wat de breedte, de lengte, de hoogte en de diepte is. Ik wil nog even verder gaan.
De Liefde van Christus en Vervuld Worden tot in Gods Volheid ↑ hoofdstukken
Ik wil vers 19 er ook bij betrekken: "En te kennen de liefde van Christus." Of letterlijk: "bovendien ook te kennen de liefde." Dat vind ik mooi. Ik wees er zojuist al even op: het begon met liefde – geworteld en gegrond in de liefde – en nu eindigt hij er ook weer mee. Hij heeft gesproken over die dimensies en nu zegt hij: "en bovendien ook te kennen de liefde." Die kennen we juist ook door die diepte waarover ik zojuist sprak: de liefde van de Christus. Of eigenlijk: van de Christus. Ook hier heeft het weer te maken met hoofd en lichaam. Over die uitdrukking, "de liefde van de Christus", heb ik nog niet zo lang geleden elders gesproken, naar aanleiding van die schitterende passage in Romeinen 8. Daar schrijft Paulus over de liefde Gods, welke is in Christus Jezus. Hoe kennen wij die liefde van God? Hoe weten wij daarvan? Waarin is het bewijs geleverd van Zijn liefde? Hoe ver gaat dat? Hoe diep gaat dat? Wel, dat zien we in Christus Jezus. Het is die liefde waarvan Paulus ook zegt in 2 Korintiërs 5: "De liefde van de Christus dringt ons" – van binnenuit, als je die liefde hebt verstaan.
En te kennen bovendien de liefde van de Christus. Er staat ook iets eigenaardigs bij: die de kennis te boven gaat, die de kennis overtreft. Het gaat eroverheen. Je kunt het kennen en tegelijkertijd kun je het niet kennen. Laat ik het zo vergelijken – een vergelijking die ik niet zelf bedacht heb, maar ik las hem en dacht: ja, dat is precies wat het is. Je gaat met een emmertje naar de zee. Met dat emmertje kun je de zee scheppen; je kunt het emmertje vullen met de zee. Dan heb je de zee in dat emmertje. Maar u begrijpt: je hebt niet écht de zee in het emmertje, dat kan helemaal niet. Je kunt het vatten, je kunt er vol van zijn. Je kunt het kennen, maar het overtreft de kennis. Wat gaat er nou in ons? Daarom zegt hij: te kennen die liefde, maar het overtreft uiteraard de kennis. Het valt nooit te omvatten. Dat is de gedachte: je kunt wel vatten, maar nooit omvatten.
Het lijkt wel alsof het steeds hoger wordt. Ik had het zojuist over superlatieven; dit overtreft nog weer het andere. Je komt op zulke grote hoogte, bij zulke onvoorstelbare dingen, en dan zegt hij: "opdat jullie vervuld worden tot in al de volheid van de God." De Ene, de God. Hij spreekt over daarmee vervuld worden, tot in al de volheid van de God. Als je het hebt over de volheid van God, dat zijn begrippen waarbij het je gaat duizelen als je gaat stilstaan bij die dimensies: de breedte, de onvoorstelbare lengte, de onvoorstelbare hoogte en eveneens die ongekende diepte. Dan gaat het je duizelen.
Kent u die ervaring als u bijvoorbeeld in de bergen bent? Je staat op een plateau en hebt een geweldig uitzicht. Je kijkt voor je uit, je kijkt in de enorme diepte en je kijkt omhoog. Dan word je zo verschrikkelijk klein. Waarom? Omdat dat zo onvoorstelbaar groot is. Wel, die ervaring, dat het je gaat duizelen... Als Paulus dat opgetekend heeft, dan vervolgt hij met het vervuld worden tot in al de volheid. Ook dat vind ik prachtig: niet alleen tot de volheid van God, nee, tot ál de volheid van de God. De volheid van de God. Weet u waar die is? Ik kan het u vertellen, ik weet het.
Ooit, voordat er ook maar iets was, voor de aeonen, toen was God alles in Zichzelf. Aan het eind van de aeon, aan het eind van heel dat plan, dan is Hij "alles in allen", zoals 1 Korintiërs 15 vers 28 zegt. Maar nu, waar is die volheid van God? Ik zou verschillende passages kunnen noemen, maar de mooiste in dit verband vind ik Kolossense 2. Deze brief is tegelijkertijd verzonden met de Efezebrief. Twee brieven, maar ze zijn één. Dat blijkt ook wel, ze lopen parallel. Want, zegt Paulus dan in vers 9: "Want in Hem woont al de volheid van de Godheid lichamelijk." De volheid van de God woont in Hem, in Christus, lichamelijk. Waarbij ik trouwens ook hier weer de ekklesia betrek, die immers Zijn lichaam is. Denk niet alleen aan het fysieke lichaam van Christus Jezus, maar ook aan het lichaam van Christus.
De volheid van God woont in Hem. En er staat achter: "en jullie hebben die volheid verkregen in Hem." Jullie zijn in Hem vervuld. Hij is het hoofd van alle overheid en macht. Dat wil zeggen: we zijn in Hem compleet vervuld. Om dat te gaan verstaan en naar waarde te schatten, daarvoor buigt Paulus zijn knie. Om die reden bidt hij dus niet over omstandigheden – God zorgt, dat is opvoeding – maar het gaat erom dat we gaan verstaan en ons gaan realiseren: vervuld worden, gaan vatten wat die breedte, lengte, hoogte en diepte is. En vervuld worden tot de volheid van God die in Christus lichamelijk woont. Compleet zijn in Hem.
En als u denkt: "maar dat is toch onmogelijk?", dan gaat Paulus verder – en daar gaan we het de volgende keer over hebben: "Hem nu, die naar de kracht die inwerkt in ons, bij maakte is overdadig meer te doen boven alles wat wij bidden of verstaan." Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus, tot in al de generaties van de aeon der aeonen. Amen. En daar gaan we het de volgende keer over hebben.
UltimateGoodNews