Paulus’ gebed in Efeze 3 (III)
02-08-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 2 augustus 2015 in Den Haag.
Een indrukwekkend gebed van de heidenapostel vinden we in Efeze 3:14-21 opgetekend. Paulus buigt zijn knieën en bidt opdat de lezers samen met alle heiligen zouden verstaan wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is van Gods geheimen en zouden kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat en vervuld zouden worden tot alle volheid Gods.
Is dat niet teveel gevraagd? Te hoogdravend? Onrealistisch? Mogen we al niet blij zijn als we de eindjes hier op aarde aan elkaar kunnen knopen?
Dit en meer is het onderwerp van dit derde en laatste deel van de serie over Paulus’ gebed in Efeze 3.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Introductie: Paulus' Gebed in Efeze 3 ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen vrienden. Ik ben blij dat ik hier opnieuw mag staan voor de derde keer in vijf weken tijd. Zoals Peter zojuist al aangaf, gaan we inderdaad weer verder in de serie. We hebben inmiddels al een aantal keren gesproken over dat laatste gedeelte in Efeze 3: dat gebed dat Paulus bidt en waarbij hij aanvangt met de woorden in vers 14: "Om die reden buig ik mijn knieën." Alles wat daarop volgt, maakt deel uit van dat gebed. Het is het tweede gebed in de Efezebrief, want ook aan het slot van hoofdstuk 1 lezen we een gebed.
Ik heb het dit keer als titel meegegeven: "Boven Bidden en Denken". Die uitdrukking kent u wel, het is in het Nederlands min of meer een standaarduitdrukking. Ik heb het vermoeden dat die uitdrukking ook ontleend is aan de woorden die we straks zullen lezen in Efeze 3 vers 20. Het staat er nog ietsje anders, maar daarover straks meer: boven bidden en denken.
Laat ik eerst in het kort samenvatten waar we het tot dusver over hebben gehad, al was het maar omdat er mensen zijn die hier nog niet eerder waren of niet alle delen van de serie hebben meegemaakt. Dan is het handig als je in elk geval een klein beetje weet waar we het over hebben. In de Efezebrief brengt Paulus ons op de hoogte van geweldige dingen die hem zijn geopenbaard. Hij spreekt over het geheimenis dat hem — dat is de aanvang van Efeze 3 — door openbaring is bekendgemaakt. Hij zegt dat dit in voorgaande generaties en aeonen verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen. Maar het is hem geopenbaard en het heeft alles te maken met het werk dat God doet in deze tegenwoordige tussentijd; in die tijd waarin Israël op het zijspoor staat en God de natiën bezoekt. In het verborgene doet Hij een werk, in aanloop naar de tijd dat God weer gaat ingrijpen en in het openbaar Zijn koninkrijk zal openbaren. Vandaag is alles verborgen. Zijn Zoon is verborgen en ook degenen die daar deel van uitmaken, de ekklesia, zijn verborgen.
Het lijkt mij een goede zaak om eerst dat gebed te lezen, zoals we dat de vorige keer ook hebben gedaan, zodat u weet wat het inhoudt. U zult zien dat sommige woorden wat cursief staan afgedrukt, omdat ik dan wat afwijk van de NBG-weergaven. Dat gebed begon dus zo: "Om die reden", schrijft Paulus, "buig ik mijn knieën voor de Vader." De eerste keer hebben we er wat meer bij stilgestaan dat dit refereert aan alles wat hij in het voorgaande naar voren heeft gebracht. Dat bracht hem op de knieën. "Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap — want zo staat het er letterlijk — in de hemelen en op aarde genoemd wordt." God is Vader. Hij is het model, en alle vaderschap dat we in de hemel en op aarde kennen is daarvan afgeleid. Hij is de Vader, dat wil zeggen: de oorsprong van alles.
Dan begint Paulus met het motief: "Opdat Hij jullie geve, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met vermogen gesterkt te worden door Zijn Geest tot in de inwendige mens." Dat is niet de buik, dat is het hart. Dat is de binnenkant die je niet ziet, die uiteraard staat tegenover de uitwendige mens. En wat is daar dan weer de reden van? "Opdat de Christus door het geloof in jullie harten woning make." We hebben er toen bij stilgestaan dat "de Christus" niet alleen duidt op Christus Jezus, het Hoofd, maar op de Christus inclusief Zijn lichaam. Hoofd en lichaam tezamen heten "de Christus".
Dit is wat we de eerste keer, vijf weken geleden, hebben gezien. De vorige keer zijn we verder gegaan met het vervolg: "Geworteld en gegrond in liefde" — agapè, Gods liefde — "zullen jullie dan samen met al de heiligen — zij die apart gezet zijn, want dat is wat heiligen betekent — in staat zijn te vatten wat de breedte, de lengte en de hoogte en diepte is." Met die dimensies hebben we ons de vorige keer beziggehouden. Het gaat hier over de breedte, lengte, hoogte en diepte van de geheimenissen die Paulus mocht openbaren, en ook over de liefde van God in Christus. Het is breed. We hebben aan de hand van een passage in het boek Job gezien dat deze dimensies daar ook genoemd worden: breed als de zee, lang als de aarde, hoog als de hemel en diep als het dodenrijk. Zo kunnen we ons werkelijk een voorstelling maken bij die dimensies; het is onvoorstelbaar.
Samen met al de heiligen zouden we dan in staat zijn dat te vatten. Niet te omvatten, maar wel te vatten. Bovendien staat er in vers 19: "te kennen de liefde van de Christus, die de kennis overtreft." Je kunt het kennen en aan de andere kant kun je het nooit volledig kennen, want het overtreft de kennis. "Opdat jullie vervuld worden tot in al de volheid van de God." Je voelt wel aan dat als je deze woorden aandachtig leest, je je realiseert dat je op heilige grond staat. Dat is zo onvoorstelbaar veelomvattend. Vooral die woorden "vervuld worden tot al de volheid van de God" zijn nogal wat. Dat is wat Paulus hier bidt: dat we dat samen met al de heiligen gaan verstaan en vatten, en vervolgens zelfs vervuld worden tot alles waarmee God vult. We hebben trouwens ook gezien dat al de volheid van de godheid lichamelijk woont in Hem, in de Christus; ook hier weer Hoofd en lichaam.
Dat is zo groots. Als je zoiets leest, denk je: hoe is dat mogelijk? Ik zeg het expres zo, niet alleen omdat dat het gevoel is als je dit aandachtig leest, maar ook omdat het verklaart waarom Paulus vervolgens zo afsluit.
De Onvoorstelbare Kracht Die in Ons Werkt ↑ hoofdstukken
En daar wil ik u vanmorgen bij bepalen: bij dat laatste gedeelte van dat gebed. "Hem nu, die naar de kracht die inwerkt in ons, bij machte is overdadig meer te doen boven alles wat wij bidden of verstaan. Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus, tot in al de generaties van de aeon der aeonen. Amen."
Dat is het gebed dat Paulus bidt. Op deze twee verzen — want dat zijn het er maar — wil ik graag zinsdeel voor zinsdeel eens nader ingaan. Ik zei al: als je dit gebed aandachtig bidt, dan realiseer je je hoe groots dit is. Het overkomt je simpelweg als je dat leest. Je vraagt je af: hoe is dat mogelijk? Wel, dan begrijp je ook meteen waarom Paulus vervolgens zegt: "Hem nu, die naar de kracht die inwerkt in ons..." Hij is zoveel meer in staat te doen dan wat wij bidden of verstaan. Daar zit een direct en logisch verband tussen het één en het ander.
Laten we het eens wat nader bezien. Hij zegt: "Hem nu, die blijkens of naar de kracht..." Dat 'naar' betekent inderdaad: in overeenstemming met de kracht welke inwerkt in ons. Hij gaat nu spreken over God, dat zal duidelijk zijn. Ik kom daar straks nog even op terug. Hij spreekt hier over een macht, een kracht of een vermogen. Hier zie je dat Griekse woordje dynamin. Dat heeft te maken met vermogen, met het dynamische. Ook 'dynamiet' vind ik altijd een mooie Nederlandse afleiding; dat klinkt ook erg krachtig en machtig. Die kracht is "naar het vermogen van de inwerkende". Hier wordt een woord gebruikt waar ons woordje 'energie' van is afgeleid. Energie betekent eigenlijk letterlijk: inwerking.
Er wordt hier dus een vergelijking gemaakt. Er wordt gesproken over de kracht of het vermogen dat inwerkt in ons. Naar dát vermogen wordt de vergelijking afgemaakt. Maar eerst even dit: wat is die macht of die kracht die inwerkt in ons? Wel, dan refereert Paulus aan iets wat hij al eerder heeft geschreven in deze brief, in hoofdstuk 1 vers 19.
Ik stel voor dat we daar even naartoe gaan. Daar gebruikt hij namelijk soortgelijke uitdrukkingen, vrijwel identiek zelfs. We bladeren even terug, want daar had Paulus al uitgelegd wat die kracht is die inwerkt in ons. Hij zegt dan in het negentiende vers van het eerste hoofdstuk: "...hoe overtreffend groot zijn vermogen is aan ons die geloven, naar de inwerking van de sterkte van zijn macht." Ziet u? Dit zijn dezelfde woorden.
Als Paulus zegt: "die naar het vermogen die inwerkt in ons", dan is daar een kracht, een vermogen dat inwerkt op ons. Dat had hij juist uitgelegd en dat wil ik graag laten zien, anders blijft het zweverig. Waar heeft hij het nu concreet over? Hij heeft het over een enorme kracht die inwerkt in ons. Wie zijn die 'ons'? Dat zijn degenen die nu mogen geloven. Het is een inwerking van sterkte, van Zijn macht. En nu komt het, want nu gaat hij laten zien over wat voor vermogen hij het heeft. Het is die sterkte van die macht die Hij inwerkt — daar heb je weer die energie — die Hij inwerkt in Christus door Hem uit de doden op te wekken en Hem te doen zitten aan Zijn rechterhand te midden van de hemelsen.
Waar spreekt Paulus over? Hij spreekt over het geweldige vermogen van God aan ons die geloven. Dat is dezelfde kracht die ooit inwerkte in Christus door Hem uit de doden op te wekken. Dat is pas een kracht! Dat is met recht overtreffend. Om niet alleen over de dood te triomferen door een dode tot leven te wekken, maar zelfs tot onvergankelijk leven. We kennen het fenomeen in de Bijbel dat doden bij gelegenheid levend gemaakt werden, maar dat waren mensen die weliswaar terugkeerden naar dit aardse bestaan, maar dat was een terugkeer naar het sterfelijke bestaan om uiteindelijk alsnog een tweede keer te sterven.
Dit is echter een kracht die niet alleen iemand doet opstaan, maar die werkelijk levend maakt, en wel zodanig dat dat leven onvergankelijk is. De dood is met recht overwonnen en achtergelaten. Er is er vandaag nog maar één, één mens van al die miljarden die ooit geleefd hebben, die onvergankelijk leven heeft: en dat is Christus. Er staat in Romeinen 6 vers 10 dat Hij is opgestaan om nimmer meer te sterven. Met recht onvergankelijk leven dus.
Terwijl ik het zeg, kan ik zoiets verstandelijk nog wel begrijpen, maar tegelijkertijd hebben we geen idee wat dat werkelijk is. We hebben geen vergelijking. Wat is dat, onvergankelijk leven? Wat wij hier kennen, dat noemen we 'leven' tussen aanhalingstekens, maar Paulus noemde het meestal 'sterven'. We zijn allemaal bezig dood te gaan. Maar we hebben het hier over echt leven, dat totaal buiten het bereik van de dood is en de dood achter zich heeft.
Hier wordt gesproken over God die Christus uit de doden opgewekt heeft, maar dat niet alleen: Hij deed Hem ook zitten aan Zijn rechterhand, te midden van de hemelsen. Als u dan nog verder leest — dat zullen we trouwens straks ook doen — dan ziet u dat dit de toppositie is, boven alle overheid en macht. Het is allemaal onttrokken aan het oog, maar Hij heeft daar de allerhoogste positie. Dat betekent dat we van de diepste diepte naar de hoogste hoogte zijn gegaan. Hij was gestorven, de dood van het kruis, en Hij lag daar in het graf. God heeft Hem opgewekt uit de doden, maar dat niet alleen: Hij heeft Hem doen zitten aan Zijn rechterhand te midden van de hemelsen, boven alle overheid en macht. Dat is kracht. Dat is het vermogen waar we het over hebben.
Waarom zegt Paulus dan dat dit hetzelfde is als wat Hij ook aan ons doet? Laten we even verder lezen. Ik sla nu één vers over, vers 21, omwille van de tijd.
De Eenheid van Christus en de Ecclesia ↑ hoofdstukken
God heeft alles onder de voeten van Christus gesteld en Hem als hoofd boven alles gegeven aan de Ecclesia. Aha, hier komen wij in beeld. Hier zie je ook meteen wat de connectie is, want exact hetzelfde wat Christus Jezus, het hoofd, is overkomen — namelijk door Hem uit de doden op te wekken en vervolgens op de allerhoogste plaats te zetten aan Zijn rechterhand — is een positie van voorrang, nietwaar? De allerhoogste voorrang. God heeft Hem alles onder Zijn voeten gesteld; dat is trouwens een uitdrukking uit de Psalmen, waar je leest dat alles onder de voeten van de Messias is gesteld.
Paulus legt uit dat dit een verborgenheid is, want die voeten hebben te maken met het lichaam van die Messias. En wat is het lichaam van die Messias? Dat is die Ecclesia. Want Christus is het hoofd boven alles. Dat moet nog openbaar worden, maar het is wel zo: Hij is het hoofd boven alles. Hem is alle macht en alle volmacht gegeven in hemel en op aarde, zoals de Heer Jezus ooit sprak in Matthäus 28. Welnu, Hij is hoofd boven alles en in die hoedanigheid is Hij gegeven aan de Ecclesia. Ecclesia betekent het 'uitroepsel', die verzameling mensen die God vandaag uitroept. Dat heet Ecclesia, maar die Ecclesia is het lichaam van Christus.
Hij is als hoofd boven alles gegeven aan de Ecclesia. Christus Jezus is hier het geschenk, en aan wie wordt dat gegeven? Aan de Ecclesia. In welke hoedanigheid is Hij dan gegeven aan die Ecclesia? Als hoofd boven alles. En dan lees ik nog verder: "die Zijn lichaam is". Dus die Ecclesia, dat is het lichaam van Christus. Zij zijn dus een eenheid. Dat wat Christus heeft ontvangen en wat God voornemens is met Hem te doen, is inclusief de Ecclesia, want hoofd en lichaam vormen een eenheid. Sterker nog, het is zo dat het hoofd zonder lichaam incompleet is. Dat verzin ik niet, dat kun je zelf bedenken en het staat hier ook: "die Zijn lichaam is, de volheid van Hem." Hier wordt een woord gebruikt dat 'volheid' betekent, de completering. Een lichaam maakt het hoofd compleet. Je kunt het ook omkeren natuurlijk — dat is meer het onderwerp van de Colossensebrief — maar laten we het simpel houden. Hier is de gedachte: het hoofd is incompleet zonder lichaam. Als er staat dat alles onder Zijn voeten gesteld is, dan heeft Hij dus een lichaam nodig.
Christus Jezus is niet de enige; Hij is tezamen met de Ecclesia een eenheid zoals hoofd en lichaam. Wij zijn dus ingelijfd in Hem. Ik weet dat als je dat aan een doorsnee christen vraagt die een beetje van de Bijbel weet, ze vaak zeggen: "Wij zijn ingelijfd bij Israël, wij zijn eigenlijk Israël." Nee, juist niet; het is een heel ander verhaal. We zijn ingelijfd in Christus. Dat wat aan Christus is beloofd en gegeven, behoort ook de Ecclesia toe, want ze zijn als hoofd en lichaam een eenheid. De Ecclesia is Zijn lichaam, de completering, de volheid van Hem die alles in allen vervult.
Dat plaatst de zaak in een nog groter perspectief, want het betekent dat God het al op het oog heeft en Hij alles in allen gaat vervullen. Dat is weer een ander onderwerp. Heel de schepping, feitelijk de ganse schepping, zal van Gods heerlijkheid vervuld worden en de Christus, hoofd en lichaam, is hier het instrument om dat te bereiken. Dit zijn zulke onvoorstelbaar grootse, alomvattende concepten. God heeft een plan en in dat plan staat Christus centraal. Het geweldige wat Paulus nu juist uitlegt en naar voren brengt, is dat wanneer we het hebben over Christus, dat gaat over hoofd en lichaam. Daar is die Ecclesia ten nauwste in betrokken; zonder ons is Hij niet compleet. Daarom zei ik ook al eerder: de Christus is niet alleen het hoofd, maar ook het lichaam.
Dat legt in ieder geval uit dat die sterkte van Zijn macht in ons werkt. Dat is de connectie die Paulus legt: het is dezelfde kracht die ook in Christus Jezus, het hoofd, werkt. Vandaar dat hij zegt: "Hem nu, naar de kracht welke in ons werkt..." Dan refereert Paulus aan iets wat hij al eerder had uitgelegd: er is een enorme power werkzaam in ons. Over die kracht hebben we het, over zulk vermogen. Dat is het punt waar je heel goed van doordrongen moet zijn. We hebben het over een God die alvermogend is, van wie we per definitie altijd te klein denken. We hebben het over Zijn vermogen en wat Hij in staat is te doen. Hem nu, die naar de kracht welke in ons werkt, bij machte is — oftewel: Hij kan het. Hier heb je trouwens weer datzelfde woordje 'dynamis' waar ik het over had. Hij is in staat tot, Hij is vermogend. Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen om dat zo weer te geven, maar ik wil alleen maar onderstrepen waar het over gaat. We hebben het over een God die bij machte is. En dan komt er iets... Voordat we de samenkomst begonnen, had ik het met Peter nog even over. De term 'superlatieven' kwam voorbij, en dit is er eentje.
Een God Die Oneindig Veel Meer Doet ↑ hoofdstukken
Want hij zegt: "Die bij machte is oneindig veel meer te doen." Je kunt lezen dat Hij bij machte is te doen; dat is op zichzelf al heel wat. Maar Paulus zegt: "Nee, dat is niet genoeg. Hij is bij machte meer te doen." En dan zegt hij: "Nee, ik vergis me nog, ik moet het nog sterker zeggen: Hij is bij machte veel meer te doen." Maar ook dat vindt hij nog niet genoeg: "Hij is bij machte oneindig veel meer te doen."
Dit is werkelijk super en hyper. Dat woord 'hyper' is ook precies wat hier in de grondtekst gebruikt wordt. De Statenvertaling zegt: "Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen." In de Concordant Version staat: "Who is able to do superexcessively." Als ik Engels ga spreken, gaat Naomi straks vast tegen mij zeggen dat ik het wel goed moet doen, maar dat is ook zo. In ieder geval betekent dit woord eigenlijk: super-overdreven, boven alles. De NBG-vertaling heeft dat weergegeven met: "bij machte is oneindig veel meer te doen." Wauw, over die God hebben we het!
Vervolgens staat er: "dan wij bidden of beseffen." Letterlijk, zoals u hier in de interlineair ziet, staat er "verzoeken", maar bidden is feitelijk ook het uitspreken van een verzoek. Hier wordt niet zozeer het woordje "beseffen" gebruikt; daar is namelijk een ander Grieks woord voor, epignosis. Dat is echt het besef hebben van, of je iets realiseren. Maar hier wordt het woord gebruikt voor "verstaan", in de zin van begrijpen. Hij is zoveel meer bij machte te doen dan wij verzoeken of verstaan.
De Werkelijke Inhoud van Paulus' Gebed ↑ hoofdstukken
En dan moet je je de vraag stellen: over wat voor gebed, over wat voor verzoek heeft Paulus het hier dan? Toen ik deze toespraak begon, zei ik het al even: de titel die ik aan deze spreekbeurt heb gegeven, is 'Boven bidden en denken'. We gebruiken die uitdrukking nogal eens, maar als u het mij vraagt – zeker als je het vergelijkt met de wijze waarop Paulus dat hier uiteenzet – trekken we dat wel heel erg naar beneden. Het is prachtig natuurlijk als je een God kent die boven bidden en denken handelt, geeft, vervult en doet. We passen dat vaak toe op onze aardse omstandigheden. Als je terugkijkt op dingen in je leven die je hebt mogen meemaken, dan zeg je: "Het is boven bidden en boven denken, zo heeft God dat allemaal gemaakt." Zo gebruiken we die uitdrukking meestal, en dat kun je natuurlijk ook doen. Ik ga er immers vanuit dat God voorziet, zoals Paulus dat ook formuleert in Philippense 4 vers 19: "Mijn God zal in al uw behoefte naar zijn rijkdom in heerlijkheid voorzien in Christus Jezus." In al uw behoefte, in alles wat je nodig hebt. En dat is weer 'naar zijn rijkdom', dat wil zeggen: in overeenstemming met zijn rijkdom. Daar denk je dus altijd te gering over. Hij weet precies wat wij nodig hebben, en Hij weet trouwens ook precies wat we niet nodig hebben.
Kortom, van het plannen van het leven en van dat wat het beste voor ons is, daar hebben wij vaak geen idee van. Laat ik het anders zeggen: wij hebben daar heel andere ideeën over. Ga voor uzelf maar eens na: wat is nu het beste wat mij zou kunnen overkomen? Als u daarover nadenkt, is de kans groot dat u denkt aan voorspoed, aan mooie en leuke dingen. Want je denkt: dat is het beste. Maar we weten: Gods weg is de beste. God heeft ook het kwaad en het lijden een plaats gegeven in zijn plan; het is zelfs essentieel. En of u het nu leuk vindt of niet, er is maar één weg, één route naar heerlijkheid, en dat is door lijden heen. Dat is een universele Bijbelse waarheid. Dat gold voor de Christus, dat Hij door lijden heen tot heerlijkheid zou gaan, maar het geldt ook voor de hele schepping. De hele schepping is aan de vergankelijkheid en aan het lijden onderworpen en zal wel bij de heerlijkheid arriveren, maar juist door lijden heen. De heerlijkheid straks is juist ook dat er lijden aan voorafgegaan is.
Het is een schitterende gedachte waar ik het onlangs nog met iemand uitgebreid over heb gehad: er is maar één manier om liefde te leren kennen. Dit is een doordenkertje waar je mooi over kunt filosoferen in de vakantieperiode als je op het strand ligt. Er is maar één manier om liefde te leren kennen en dat is door lijden heen. Zonder lijden kun je nooit bewijzen dat er sprake is van liefde. Als u een liefdesroman leest of een film kijkt waarin het gaat om liefde, dan gaat het altijd over tranen. Als het een goede roman is, heeft het natuurlijk een happy end – dat weet de Bijbel ook – maar zonder tranen kan dat niet. Zonder tranen en zonder moeite kun je niet bewijzen dat je werkelijk van iemand houdt.
Ik dwaal een beetje af, want het ging over wat wij verzoeken wanneer we bidden. Als Paulus het hier heeft over dat bidden of dat verzoeken, dan moet je kijken over welk verzoek hij het heeft. Welnu, daar is juist dit gebed een voorbeeld van. Dit gebed is een aaneenschakeling van verzoeken aan God. Lees het maar eens na in de brieven van de apostel: hij bidt nooit voor aardse omstandigheden. Ik kan één uitzondering bedenken, en dat is de keer dat hij heeft gebeden voor die doorn in zijn vlees. Afgezien van de vraag wat het precies was, heeft hij toen inderdaad drie keer tot God gebeden of die boodschapper van de tegenstander van hem zou aflaten. En weet u wat hij toen te horen kreeg? "Mijn genade is u genoeg." Maak je geen zorgen, Ik geef jou wat je nodig hebt.
Maar wat bidt Paulus dan wel? Nooit over aardse omstandigheden, omdat hij sowieso op het fundament staat: God voorziet, wij danken in alles. We hoeven niet voor aardse omstandigheden te bidden; daar kunnen we God op voorhand voor danken, omdat Hij geeft wat we nodig hebben en zijn weg de beste is. Waarom bidt hij dan wel? Dit gebed in Efeze 3 is daar een voorbeeld van, en hoofdstuk 1 is een ander voorbeeld. En als u nog drie getuigen wilt, dan gaat u naar Colossense 1, waar je exact hetzelfde ziet. Hij bidt voor besef, hij bidt voor verlichte ogen. In Efeze 3 bidt hij dat we 'naar de rijkdom van zijn heerlijkheid met vermogen gesterkt worden'. Hij bidt dat de Christus door het geloof in de harten woning zou maken. Hij bidt dat we in staat zouden zijn te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is. Hij bidt dat we de liefde van Christus zouden kennen, die de kennis overtreft. Hij bidt dat we vervuld zouden worden tot in al de volheid van de God.
Kijk, dat zijn de gebeden en de verzoeken die hij doet. En als hij spreekt over 'boven bidden en boven denken', dan heeft het daarmee te maken. Het gaat om dat gebed dat Paulus bidt: dat we dit zouden beleven in ons leven. Je zou heel gemakkelijk kunnen denken: dit is teveel, dit is zo groot en zo hoog dat je er haast van gaat zweven. Maar dit is juist helemaal niet zweverig. Dit is juist dat we besef gaan krijgen van de realiteit, maar dan in een hele grote context. Dat betekent dat je hart, je mind en je gedachten zo enorm breed en hoog worden dat je gaat leven in dat geweldige perspectief. Je zou kunnen zeggen dat je dan echt doordrongen bent van de liefde die inderdaad de kennis overtreft. Kan dat? Jazeker. Weet u waarom dat kan? Omdat wij dat niet zelf hoeven te 'pakken'. Paulus zegt dat God dit geeft. En zo eindigt dit gebed ook met die waarheid: Hem nu, die bij machte is – ook wanneer wij denken dat het teveel is of 'too much' – om dit te geven.
Hoe zegt hij dat? Dat is eigenlijk weer een onderwerp apart, maar je zou zo eens door de brieven moeten bladeren. In Romeinen 15 vers 13 lees je bijvoorbeeld: "De God nu van de hoop vervulle u met louter vreugde en vrede in het geloof, om overvloedig te zijn in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest." Zo'n leven, elke dag opnieuw, dat je mag leven in de wetenschap dat je vervuld bent met louter vreugde en vrede. Daarvan zou je zeggen: dat kan toch niet? Nee, dat is niet menselijk, dat is bovenmenselijk. Maar over dat vermogen hebben we het juist. God is bij machte ons die vrede en die vreugde in ons leven te geven, niet slechts soms, maar te allen tijde.
Dus dat is niet iets van op je tenen staan, van: 'ik probeer erbij te komen'. Dat is geen mensenwerk. En Hij is bij machte dat te geven. En dan heb je weer een aanleiding om God te danken.
Hebben jullie daar weleens zo bij stilgestaan? Over dat 'boven bidden en denken' en waar het werkelijk om draait in het leven. Het gaat toch helemaal niet over allerlei dingen die we graag gerealiseerd zouden zien in ons leven. En dan zegt iemand: 'Nou, ik zou dat graag willen hebben'. En dat bedoel ik nog helemaal niet eens zo materialistisch, in de zin van een nieuwe fiets of een tweede huis of weet ik veel wat. Zulke dingen.
Nee, het kan ook gewoon heel welgemeend zijn, waarvan je zegt: 'Ik heb dat toch nodig'. Dat kan in de sfeer van je werk liggen, of van de familie, of van een partner. Noem maar op. Of dat je er gewoon al op voorhand van uitgaat: God geeft wat Hij nodig vindt, en Hij geeft overvloedig en Hij voorziet.
Maar dat we gaan bidden: dit gebed. Echt, dit is het: dit gebed. Dat we daarvan vervuld worden, van dat besef. En dat is zo groots als je zo'n leven mag leven dat daarmee vervuld is. Nou, zegt Paulus, als dat zo is...
Hem Zij de Heerlijkheid in de Ecclesia ↑ hoofdstukken
Hem nu. Wie is die Hem? Wel, laten we de formuleringen nemen die Paulus zelf heeft gegeven. Dat is de Vader naar wie elk vaderschap in hemelen en op aarde genoemd wordt. Of, nog verder teruggaand naar vers 11: dat is de God, de Schepper van alle dingen. Of nog even verder terug: dat is de God van de Heer van ons, namelijk Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid. Dat wil zeggen: de bron en de oorsprong van al die heerlijkheid; Hij die al die heerlijkheid bezit.
Hem nu zij de heerlijkheid! Aan Hem behoort die heerlijkheid en voor Hem is het ook allemaal. Het komt uit Hem voort, Hij is het die het realiseert en het komt ook weer tot Hem terug. De ode is ook aan Hem. Denk aan die woorden in Romeinen 11 vers 36: "Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen." En daarom zegt Paulus: "Hem zij de heerlijkheid tot in de aeon." Amen, zegt hij hier trouwens ook.
Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus. Dat hoef ik in feite niet meer uit te leggen, want dit was precies het grote thema in de Efezebrief. In de gemeente, dat is in de ekklesia, en in Christus Jezus. Christus Jezus is het Hoofd. "De Christus" kan heel vaak betekenen — zeker in deze brieven — Hoofd en lichaam. Maar als hij het heeft over Christus Jezus, dan heeft hij het over die ene Persoon die het Hoofd is van dat totale gezelschap, om zo te zeggen: Hoofd en lichaam.
Welnu, Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus, die die toppositie hebben. U weet het wel: Christus, alles is onder Zijn voeten onderworpen. Dat zijn wij, wij die geloven. Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus. En dan zegt hij erbij: "tot in al de generaties". Dat is een hele mooie in Psalm 105 vers 8. In de calvinistische kringen is dit vers heel wat bekender dan bij ons, zal ik maar zeggen. Daar wordt dit vers heel vaak in berijmde vorm gezongen bij de kinderdoop. Het wordt dan volkomen misplaatst gezongen, dat wel, maar het is wel een mooie tekst.
Het gaat daar over het verbond met Abraham. "Hij bevestigt van kind tot kind... tot in het duizendste geslacht." Zoiets staat inderdaad in vers 8 van Psalm 105. Dat heeft natuurlijk niets te maken met de kinderdoop, maar daar gaat het over de besnijdenis als teken van het verbond met Abraham. Van geslacht op geslacht. Maar goed, het is wel mooi dat ze dat vers goed kennen; laten we het van de positieve kant bekijken.
Tot in het duizendste geslacht — zou dat ook letterlijk zo zijn? Ik denk het wel, ik denk het echt. Maar dan praat je wel over mensen. Als we een geslacht nemen op veertig jaar — daar zijn hele goede Bijbelse redenen voor te bedenken — hoeveel is dan het duizendste geslacht? Dat is na veertigduizend jaar, toch? Ja, corrigeer maar als ik ernaast zit. En dan zeg ik: nou, zover zijn we nog lang niet hoor! Mensen denken vaak aan het "einde van de wereld", ook weer ingegeven door foute Bijbelvertalingen die spreken over de "voleinding van de wereld". Maar als straks de Heer terugkomt, dan eindigt de wereld niet. Ik zou zeggen: dan begint het pas!
Dan gaan de generaties ook verder. Natuurlijk vindt er een totale reformatie of een totale hervorming van de aarde plaats. Want de mensen krijgen leeftijden "als de dagen der bomen", staat er in Jesaja. En als een jongeling dan sterft als hij honderd jaar is, dan is hij nog jong. Als u het niet geloven wilt, moet u het maar eens in Jesaja 65 nalezen. Er gaat nog zoveel gebeuren. We krijgen de duizend jaren, maar daarna houdt het niet op; dan krijgen we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat brengt me nu precies bij...
Tot in de Aion Der Aionen ↑ hoofdstukken
De uitdrukking die nu gaat komen, want dat duizendste geslacht, al die geslachten, dat gaat door tot in... Ja, nou moet ik wel even iets rechtzetten. Want dit lijkt echt nergens naar. Sorry, nou moet ik toch even negatief worden, maar de NBG... ik weet eigenlijk niet, ik heb het niet aangekeken, maar in de Statenvertaling staat hier waarschijnlijk iets soortgelijks: "Tot in alle eeuwigheid". Nou, dat is inderdaad al... dat is niet beter. Nee, kijk, er wordt hier helemaal niet gesproken over eeuwigheid. Er wordt hier gesproken over de aeon van de aeonen. Dat staat er gewoon letterlijk. Hoezo "van eeuwigheid tot eeuwigheid"? Dat "tot" staat er ook niet. Dat suggereert van het een naar het ander, maar die uitdrukking wordt hier niet gebruikt. Het is niet vanaf de ene naar de andere eeuwigheid. Elk woord in deze uitdrukking is in de gangbare vertalingen fout. Het is geen eeuwigheid, het is een aeon. Kortom, daar hoeven we nu niet langer meer over te spreken.
Er wordt hier gesproken over – pardon, nou zou ik het zelf bijna fout zeggen – de aeon der aeonen: "tot in al de geslachten van de aeon der aeonen". Deze specifieke uitdrukking kom je maar één keer tegen in het Nieuwe Testament, en wel hier dus. De aeon der aeonen; dat wil zeggen dat dit de alles overtreffende aeon is. Op zich is dat een manier van zeggen die we heel goed kennen. Ze noemen dat een hebraïsme, een Hebreeuwse stijlfiguur. We kennen bijvoorbeeld het Lied der liederen. Dat is een Bijbelboek dat zo heet. Wij noemen het dan het Hooglied, maar er staat in het Hebreeuws Shir Hashirim, wat wil zeggen: het Lied der liederen. Of we kennen "ijdelheid der ijdelheden". Het Lied der liederen is het meest overtreffende lied. IJdelheid der ijdelheden is de meest overtreffende ijdelheid. Of de "God der goden" en de "Heer der heren". Dat is de overtreffende God, de overtreffende Heer. Of "het heilige der heiligen".
Ik kan nog wel even doorgaan, maar dat doe ik niet. Deze laatste is trouwens wel heel mooi in dit verband, want het heilige der heiligen is het meest overtreffende heiligdom. Er gaan nog aeonen komen, maar het eindigt in die ene aeon die genoemd wordt de aeon der aeonen. En dan zijn we inderdaad in het heilige der heiligen terechtgekomen. Want je hebt, als ik die analogie mag gebruiken, de ingang tot het heiligdom – ik denk aan de tabernakel of de tempel – en dan kom je eerst in dat eerste heiligdom, maar uiteindelijk in dat tweede heiligdom: het heilige der heiligen. Wel, dat komt inderdaad overeen met de aeon der aeonen. Dat is het hoogtepunt, de top van alle tijdperken.
Het is zo jammer dat dat in de vertalingen allemaal is weggemoffeld. Men heeft van een aeon een eeuwigheid gemaakt. Dat is niet alleen maar een foute vertaling waardoor heel veel zicht ontnomen wordt; het is bovendien – en nou ga ik zware woorden gebruiken, maar ik zal het toelichten – zelfs een duivelse truc. Weet u wat de grote ellende is? Als je van een aeon een eeuwigheid maakt, dan betekent dat dus ook dat bijvoorbeeld de "eeuwige straf" of een "eeuwig oordeel" een eeuwigheid duurt. Er komt geen eind aan. Maar dan heb je van God een demon gemaakt: iemand die altijd straft en altijd oordeelt. Nee, "eeuw" heeft als bijvoeglijke vorm te maken met een tijdperk. Een wereldtijdperk tot uw dienst, maar niettemin een tijdperk.
Laten we ons nu alleen even beperken tot deze ene brief en kijken hoe vaak Paulus het heeft over aeonen, en hoe discordant en willekeurig men dat heeft weergegeven. Ik noem ze alle zes in deze brief. De eerste keer is in Efeze 1 vers 21. Daar zegt Paulus: "Niet alleen in deze, maar ook in de toekomende aeon." Hier heb je dus twee aeonen: deze huidige en de toekomende aeon. In hoofdstuk 2 vers 2 wordt gesproken over de "aeon van deze wereld". Die komt overeen met de huidige aeon; het is de aeon die gelieerd is aan deze wereld, aan deze kosmos. In hoofdstuk 2 vers 7 wordt gesproken over de "komende aeonen". En in hoofdstuk 3 vers 9 blikt Paulus weer terug en zegt hij: "Vanaf de aeonen" of "van aeonen her". Ga maar tellen: als je terugkijkt, zie je dat er aeonen, wereldtijdperken, zijn geweest. Er is een huidig wereldtijdperk en er gaan ook nog aeonen komen. Dan heb je er in ieder geval al vijf: de aeonen die achter ons liggen, de huidige aeon en de toekomende aeonen.
Dit zijn die overtreffende aeonen, de aeonen waarin Christus zal heersen. Je leest die uitdrukking "de aeonen der aeonen" nog vaker. In het boek Openbaring wordt het een stuk of dertien, veertien keer gebruikt. Daar lees je dat Christus zal heersen tot in de aeonen der aeonen. Betekent dat "altoos"? Nee, hij moet heersen totdat... totdat uiteindelijk de dood tenietgedaan wordt en er alleen nog maar leven is. Dan zal hij het koninkrijk overdragen aan zijn God en Vader, en dan zal God zijn alles in allen. Maar hier in Efeze hebben we ook nog zo'n mooie tekst in hoofdstuk 3 vers 11. Daar is sprake van Gods "plan der aeonen". In de NBG-vertaling is er sprake van het "eeuwige voornemen". Dat vind ik altijd erg zielig: als je je iets "eeuwig voorneemt", dan blijft het een voornemen. Nee, God heeft een plan der aeonen. Er zit een concept achter.
Alleen al het idee: mensen, er is een God! Dat wil zeggen: Hij plaatst de dingen. En Hij heeft, voordat de aeonen aanvingen – ook daar spreekt de Bijbel over, "vóór de aeonen", want "vóór de eeuwigheid" is dwaasheid – een plan gemaakt. Inderdaad een voornemen: zo gaat dat gebeuren. Bij God gaat nooit iets mis. Hij heeft een plan der aeonen. In deze tijd, deze aeon, die de "tegenwoordige boze aeon" heet, heeft de god van deze aeon het voor het zeggen en wordt de waarheid ten onder gehouden. Maar er komen straks aeonen waarin Christus zal heersen. Dat zijn die komende aeonen die uiteindelijk culmineren in die laatste aeon: de aeon der aeonen.
En daar zijn we weer terug bij hoofdstuk 3 vers 21: "Tot in al de geslachten van de aeon der aeonen". Dat is dus die meest overtreffende aeon die nog gaat komen. Ziet u? Zes keer wordt er in de Efezebrief gesproken over aeonen. Wat een licht komt hier vanaf! Wat een geweldige God zien we hier die hier opereert, die hier werkzaam is en die iets uitwerkt. Wel, laat ik het nog één keer lezen. "Hem nu," zegt Paulus, "Hem zij de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus tot in al de geslachten van de aeon der aeonen. Amen." Zo is het. En dat zeg ik dan ook: Amen.
UltimateGoodNews