GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Paulus’ gebed in Efeze 3 (I)

05-07-2015 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 5 juli 2015 in Den Haag.

Een indrukwekkend gebed van de heidenapostel Paulus vinden we in Efeze 3:14-21 opgetekend. Hij buigt zijn knieën en bidt. Wat is de aanleiding daarvan? En hoe benoemt hij Degene voor wie hij neerbuigt? Daarover meer in deze eerste toespraak van een driedelige serie over Paulus’ gebed in Efeze 3.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Paulus buigt zijn knieën in gebed voor God de Vader, vanuit het diepe besef van Gods allesomvattende genade en Zijn veelzijdige plan der aionen. Elke familie of vaderschap in de hemel en op aarde vindt haar absolute oorsprong bij Hem, wat duidt op Zijn onvoorwaardelijke zorg en trouw aan de hele schepping. De kern van dit apostolische gebed is echter niet de vervulling van onze tijdelijke behoeften, maar dat we naar de rijkdom van Gods heerlijkheid met kracht gesterkt worden. Door Gods geïnspireerde woorden werkt Zijn Geest in onze inwendige mens. Daardoor gaat de Christus daadwerkelijk door geloof in ons hart wonen, zodat we onwrikbaar geworteld en gefundeerd raken in Zijn onvoorwaardelijke liefde.

“Dat de gelovige in Christus is, is één ding, maar het gaat erom dat de Christus, en wie Hij is met al Zijn voorrechten en al die rijkdom van heerlijkheid, in ons hart gaat wonen.”

Introductie op het Gebed in Efeze 3 ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goedemorgen. Hartelijk dank voor het welkom. De komende tijd zult u mij wat vaker zien, zo is de planning, want de komende vijf weken ben ik hier maar liefst drie keer. Volgende week is broeder Piet Stolk hier – dat is Piet van voren en dan weer Piet van achteren – we blijven dus in de ‘Pieten-sfeer’.

Ik vond dat een mooie gelegenheid die zich aandiende om eens een drietal keren over één onderwerp, over één Bijbelpassage zelfs, te spreken. Die Bijbelpassage is betrekkelijk kort in elk geval, maar daar staat zoveel in dat het mij helemaal niet overbodig leek om daar eens de loep op te leggen en het zinsdeel voor zinsdeel te bespreken. Het gaat om een gebed dat we opgetekend vinden in de Efezebrief. In die brief vinden we trouwens maar liefst twee keer een gebed van Paulus opgetekend. Eerst in Efeze 1 vanaf vers 15. In mijn Bijbeltje staat daar ook boven: ‘voorbeden’. Dan begint Paulus: "Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof... niet op voor u te bidden en te danken", enzovoorts. Het navolgende is dus een gebed van Paulus.

Een soortgelijk fenomeen dient zich weer aan in het derde hoofdstuk, nadat Paulus geweldige dingen heeft opgemerkt. Vanaf vers 14 spreekt hij wederom een gebed uit. Het lijkt mij een goede zaak om, om even in de sfeer te komen, het voor te lezen. Dat is niet zo heel veel, van vers 14 tot en met vers 21. Ik lees voor uit de NBG-vertaling en voor zover daar aanmerkingen of aantekeningen bij gemaakt moeten worden, daar komen we dan vanzelf nog wel over te spreken.

Daar zegt Paulus dit: "Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geve naar de rijkdom zijner heerlijkheid met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens; opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen in staat zijn te vatten hoe groot de breedte, lengte, hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods. Hem nu, die blijkens de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen."

Dat is dus dat gebed van Paulus in Efeze 3 en dit is nummer één. Vandaag wil ik u bepalen bij een viertal verzen, vers 14 tot en met vers 17, onder de titel: ‘Om die reden buig ik mijn knieën’. De volgende keer, dat is dus vandaag over twee weken, zullen we ons bezighouden met vers 18 en 19. Die heb ik alvast als titel meegegeven: ‘De breedte, lengte, hoogte en diepte’. En dan nog weer twee weken later, dat is dan inmiddels 2 augustus, hoop ik te spreken over ‘Boven bidden en denken’. Dat zijn dan die laatste twee verzen, de lofprijzing waarmee het gebed dan afsluit.

Een schitterend gebed waarin Paulus echt tot grote hoogte opklimt. Of moet ik misschien zeggen: reeds tot grote hoogte is opgeklommen, en juist dat brengt hem ook tot gebed. Laten we eens zien waar het over gaat. Er staat, en zo vangt het aan: "Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader." Voor degenen die het nog niet weten of die mij niet eerder hebben gehoord, nog even ter toelichting: hieronder ziet u een interlineair, zoals dat met een mooi woord heet. De bovenste regel is de Griekse tekst zoals Paulus die ooit optekende, daaronder de meest letterlijke weergave en daaronder, in het lichtgrijs, ziet u de wijze waarop de NBG dat heeft weergegeven. Om de dingen zo precies mogelijk te bezien en om zo dicht mogelijk bij de grondtekst uit te komen, plaats ik dat er iedere keer ook bij.

Het Motief: de Genade en het Geheim van de Christus ↑ hoofdstukken

Om die reden begint Paulus zijn gebed. Wanneer hij dat zegt, refereert hij uiteraard aan het voorgaande; dat lijkt mij nogal duidelijk. De vraag is dus actueel. We gaan het over dit gebed hebben, maar we ontkomen er niet aan om een belangrijk deel van deze toespraak te wijden aan wat daaraan voorafgaat. Paulus heeft namelijk een specifiek motief waarom hij bidt en hij zet dat uiteen in het voorgaande gedeelte. Dat moeten we eerst eens goed bezien.

Laten we ons beperken tot wat hij naar voren brengt in het derde hoofdstuk. Hij heeft daar al geweldige dingen opgetekend. Ik ga er nu even aan voorbij dat aan Efeze 3 ook nog twee hoofdstukken voorafgaan, maar laten we een paar steekwoorden en frases eruit lichten die de hoofdrol spelen in het gedeelte van vers 1 tot 13. In vers 2 heeft hij het over het beheer van de genade van de God. Andere vertalingen spreken over de bedeling of de huishouding van de genade van God. De oikonomia betekent inderdaad een huishouding of een beheer dat aan Paulus was toevertrouwd. Hij zegt dat dit beheer hem is gegeven met het oog op de natieën en dat het wordt gekenmerkt door genade. Alles wat Paulus beheert en wat hij mocht doorgeven — wat aan hem bekendgemaakt was door openbaring — wordt gekarakteriseerd door genade. Dat is heel specifiek voor zijn onderwijs. Er zijn ook andere onderwijzingen in de Bijbel; God had ooit een beheer aan Mozes gegeven, de wet, maar dat heeft andere karakteristieken en motieven. Het beheer dat aan Paulus was gegeven, wordt echter gekenmerkt door genade. De genade Gods is reddend verschenen aan alle mensen, zoals hij bijvoorbeeld in Titus zegt. Daarover mocht Paulus spreken.

In vers 3 spreekt hij over de onthulling. Ik geef hier de meest letterlijke weergave. In uw vertaling staat waarschijnlijk 'de openbaring van het geheimenis', maar een openbaring is een onthulling, een apocalypse; er wordt iets onthuld. Aan hem is het geheim onthuld dat in voorgaande generaties en aionen — wereldtijdperken — onbekend was. In vers 5 komen we bij een nadere formulering van dat geheim: het geheim van de Christus. Dat is een schitterend onderwerp dat mij de laatste maanden erg heeft beziggehouden. Een paar weken terug mocht ik een weekend bijbelstudies geven in Maarn met de titel 'Het geheim van de Christus'. Wat houdt dat geheim in? Wel, dat de natieën mede-lotdeelbezitters zijn — erfgenamen staat er in de vertaling — en medeingelijfden en medegenoten van de belofte in Christus. Het komt er kortgezegd op neer dat de gelovigen uit de natieën vandaag volledig delen in alles wat aan Christus was beloofd en gegeven. Zij zijn zo nauw met Hem verbonden als een hoofd met een lichaam. Hij is het hoofd — verschil moet er zijn — maar niettemin zijn wij de leden. Alles wat aan Hem is toegezegd, daar delen wij in. Zelfs als je daar een heel weekend aan zou spenderen, heb je eigenlijk nog geen werkelijk benul van wat dat allemaal inhoudt. Je krijgt steeds meer de indruk; we ruiken en snuffelen eraan en dat is zo indrukwekkend, maar de volle omvang is ongelooflijk. Dat is precies ook de reden waarom Paulus op de knieën gaat.

Daarover straks meer, maar eerst nog even verder. Wat was nou de reden, het motief waardoor Paulus op de knieën ging? Ik heb u al een drietal uitdrukkingen naar voren gebracht. In vers 8 gebruikt hij prachtige formuleringen; hij spreekt over de onnaspeurlijke rijkdom van de Christus. Dat wil zeggen dat Christus een enorme rijkdom kent en die rijkdom ook deelt. Die rijkdom is onnaspeurlijk; hoewel het aan Paulus geopenbaard is, was het voorheen niet na te speuren. Een tweetal verzen verder, in vers 10, spreekt hij over de veelkleurige of veelzijdige wijsheid van de God. Ook dat is zo’n schitterende uitdrukking. God heeft een plan dat Hij heeft gemaakt naar en in wijsheid. In alles blijkt die wijsheid, maar ook de enorme veelzijdigheid ervan. God betrekt alles in dat plan van Hem. Het is 'veelkleurig', om in die beeldspraak te blijven. Welnu, de Ecclesia die met Hem verbonden is als hoofd en lichaam heeft een hemelse bestemming; zij is gezegend met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten, zoals Efeze 1 vers 3 zegt. Maar God heeft ook een plan met deze aarde. Om het zo te zeggen: blauw en rood, de Bijbelse kleuren voor hemel en aarde. Via het volk Israël gaat Hij de volkeren op aarde weer zegenen. Het is veelzijdig, met talloze schakeringen en facetten. Paulus mocht daarover spreken; vandaar die veelkleurige wijsheid van de God.

En in vers 11 staat nog zo’n schitterende uitdrukking: het plan der aionen. Zo vindt u het waarschijnlijk niet in de Bijbelvertaling die u gebruikt. In de NBG-vertaling wordt gesproken over het 'eeuwig voornemen', wat een hele ongelukkige weergave is. Als je daarover nadenkt: wat is dat voor een raar voornemen? Je hebt van die mensen die zich altijd maar 'eeuwig' iets voornemen, wat meestal betekent dat ze het nooit tot uitvoer brengen. Maar er is geen eeuwig voornemen; het is een voornemen der eeuwen, of zo u wilt, der aionen of wereldtijdperken. Dat is een schitterende gedachte: God heeft een plan. Alleen daarover zou je al een hele morgen kunnen spreken. Het geweldige daarvan is dat God een plan heeft én weet dat Hij het realiseert. Mensen hebben vaak plannen, maar God voert ze uit. Job zegt aan het einde van zijn boek, in Job 42, terwijl hij zijn hand op zijn mond legt: "Ik weet dat geen van Uw plannen te verijdelen zijn." Wat God Zich voorneemt, dat doet Hij. Vandaar dat God bij monde van Jesaja zo triomfantelijk kan zeggen: "Ik, die van den beginne de afloop verkondig." Kijk, dat is de God van de Bijbel; de God bij wie niets uit de hand loopt en die een plan heeft dat Hij uitwerkt in wereldtijdperken. Dat is wat het woord 'aion' betekent: geen eeuwigheid, maar wereldtijdperken die een begin en een einde hebben. Hij werkt dat uit: een plan der aionen. Dit zijn de termen die Paulus heeft toegelicht. Ik heb ze er even uitgepikt om u een indruk te geven van wat Paulus in het voorgaande gezegd heeft, zodat we ook een klein beetje — meer dan dat kan natuurlijk niet in zo'n kort bestek — begrijpen wat hem tot dit gebed bewoog.

Knieën Buigen: Zegenen en Klein Worden voor God ↑ hoofdstukken

Als hij zegt: "Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader," dan hebben we nu een klein beetje een indruk waarom hij inderdaad zijn knieën buigt. Als je je knieën buigt, is dat overigens helemaal niet de vanzelfsprekende houding bij gebed. Dat kan natuurlijk, maar je kunt in elke houding bidden, danken en met God spreken met alle vrijmoedigheid. Dat kan staand, lopend en ook liggend; van al die houdingen kan ik in de Bijbel zo voorbeelden geven. Maar hier buigt hij zijn knieën. Als een mens zijn knieën buigt, dan wordt hij klein, nietwaar? En dat is ook precies wat die houding uitdrukt. Als je zulke imposante, grootse dingen naar voren hebt gebracht, dan word je klein. Hij buigt zijn knieën.

Daar zit trouwens nog iets heel moois achter in de Hebreeuwse trant van spreken, want Paulus was per slot van rekening een Hebreeër; hij sprak Hebreeuws. Er is een woord voor 'knie' in het Hebreeuws, en dat zal u waarschijnlijk niet verbazen, want dat is het woordje baruch. Knieën buigen in de Bijbel, in het Hebreeuwse denken en spreken, is direct verwant aan het woord 'zegen'. Hoe zit dat precies? Wel, je hebt het Hebreeuwse woord baruch – zo schrijf je dat – of barak. Over die klinkers moet je je in het Hebreeuws niet zo druk maken, want die staan er feitelijk niet. In elk geval zijn er mensen die zo heten. U weet dat de secretaris van Jeremia Baruch heette. Of denk aan een Israëlische premier zoals Ehud Barak. Ehud is een Bijbelse naam – dat was een richter – en barak betekent 'gezegend'. Dat woord is echter afgeleid van de stam van barak, en dat is 'knie', ook in de zin van knieën buigen.

Als je dus in het Hebreeuws spreekt over een knie, dan kom je uit bij dat woordje baruch of barak. Knieën buigen is in wezen synoniem met zegenen. Dat heb ik zojuist nog niet gezegd, maar zo wordt het in het Hebreeuws namelijk altijd vertaald. Als u in het Oude Testament het woordje 'zegen' of 'gezegend' leest, dan staat daar dat woord baruch. De verschillende varianten, zoals barak, daar maken we ons even niet druk om; het gaat om de stam. Het idee van knieën buigen en zegen is in feite één.

Dat betekent ook dat feitelijk op het moment dat je je knie buigt, dat al de zegen is. Ik citeerde zojuist al even dat Paulus heeft gesproken over het feit dat we gezegend zijn in Christus, te midden van de hemelsen en daarboven, want daar is ons leven. Dat zijn allemaal diep Bijbelse, Paulinische gedachten. Daar is ons leven, maar daar zijn we ook gezegend met elke geestelijke zegen; we zijn er letterlijk mee overladen. Wat gebeurt er als je overladen bent met zegen? Dan ga je door je knieën. Dat is precies wat hier aan de hand is: hij buigt zijn knieën.

Er wordt in de Bijbel heel wat keren gesproken over mensen die hun knieën buigen, of juist niet. In Romeinen 11 lees je bijvoorbeeld over mensen die hun knieën niet buigen voor de Baäl. Ook staat er dat God zelfs bij Zichzelf heeft gezworen dat voor Hem elke knie zal buigen. Tot eer van God de Vader, staat er dan achter, en zij zullen met de tong belijden dat Jezus Heer is. De knieën buigen. Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader.

De Vader als Oorsprong van Elk Vaderschap (patria) ↑ hoofdstukken

Ik heb dit laatste van vers 14 even bij vers 15 getrokken om iets duidelijk te maken. Want hij buigt zijn knieën voor de Vader, voor God dus; God, de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde wordt genoemd. In deze weergave ontgaat je iets wat Paulus heel duidelijk heeft weergegeven in de tekst. Er staat letterlijk: "Ik buig mijn knieën voor de Vader." In het Grieks is dat patera. En dan staat er: "Ik buig mijn knieën voor de Vader naar wie elk geslacht in de hemel en op aarde genoemd wordt." Maar in het Grieks staat daar het woordje patria, en dat is gewoon letterlijk 'vaderschap'.

Die verwantschap ontgaat je als er staat: "De Vader naar wie alle geslacht..." Nee, het gaat er juist om: elk vaderschap. Ik heb geen kritiek op de vertaling, maar je zou het ook kunnen weergeven – zoals hier in de interlineair – als 'familie'. Dat is ook een familie. Het woord komt nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. Want u weet: wat is vaderschap? Dat is alles wat verband houdt met het feit dat je vader bent. Dat is het vaderschap. Moederschap is alles wat verband houdt met het feit dat je moeder bent. Welnu, vaderschap is alles wat verband houdt met het feit dat je vader bent. Maar wat betekent het dat je vader bent? Dat betekent ook dat je een familie hebt.

De nadruk ligt vooral op de centrale figuur die daarin de leiding heeft en de oorsprong daarvan is. De vader is de oorsprong, maar hij speelt ook een centrale rol; hij is verantwoordelijk voor de gang van zaken. Dat zijn patriarchale gedachten die ik nu uitspreek, maar dat is een heel Bijbelse vanzelfsprekendheid: de verantwoordelijkheid voor de familie rust bij de vader. Paulus buigt zijn knieën voor de Vader naar wie elk vaderschap, elke familie in de hemelen en op de aarde genoemd wordt. Het is trouwens interessant: niet alleen families op aarde, er zijn dus ook families in de hemel. Allemaal vaderschappen, groepen van wezens, creaturen. In de mensenwereld zijn dat dan families of volkeren. In feite zijn volkeren dikwijls ook families, nietwaar? Ik bedoel, Israël is het huis van Jakob, om maar wat te noemen. Vaderschap, families.

Paulus buigt zijn knieën voor de Vader naar wie elk vaderschap genoemd wordt. Dat 'genoemd worden' betekent dus dat elke familie, elk vaderschap haar oorsprong kan herleiden tot God de Vader. Elke familie wordt genoemd naar de Vader, en dat is een boeiend gegeven. Dat wij God 'Vader' noemen is geen metafoor in de zin van: wij kennen hier op aarde vaders en om een indruk te krijgen van wie God is, noemen we Hem ook vader. Nee, dan keer je de boel om. Hij is de Vader en dat is het begin, het origineel. Het vaderschap dat we hier kennen op aarde – en voor mijn part ook nog in de hemelen – dat is feitelijk een kopie van het echte, van het origineel. Hij is de Vader en het vaderschap dat we hier kennen, is daarvan afgeleid. Zo staat het er: "De Vader naar wie elk vaderschap in de hemel en op de aarde genoemd wordt." Dus Hij is het begin, letterlijk de Vader, de Oorsprong. Het vaderschap hier vindt zijn origineel, zijn model, in Hem. Hij is de Vader.

Elke familie, tot welke familie je ook behoort en hoe je die onderscheiding ook maakt, dat maakt even helemaal geen verschil. Of het nu in de hemelen is of hier op aarde: elk vaderschap, elke familie is te herleiden tot de Vader. Dat is een geweldige gedachte. God is de oorsprong van heel Zijn schepping. Hij is niet alleen maar God, maar Hij is ook de Vader van Zijn schepping, van elke familie in hemel en op aarde. Ik weet het, er is ook nog een hele bijzondere zin van vaderschap wanneer we spreken over wedergeboorte, dat je nieuw leven hebt ontvangen, het leven van de nieuwe schepping. Dan is Hij ook in die zin Vader van je; een heel bijzondere betekenis. Maar gewoon als schepsel is Hij ook jouw Vader. In Maleachi 2 vers 10 staat een retorische vraag: "Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen?" Dat betekent dus: waarom noemen wij Hem Vader? Wel, Hij is onze Schepper. Er is één God, namelijk de Vader.

Waarom is Hij onze Vader? Wel, Hij is onze Schepper, de Creator. Hij is niet alleen maar de Schepper, degene die alles plaatst, maar Hij is ook als een Vader voor heel Zijn schepping, voor elke familie in de hemel en op de aarde. Dat betekent dus dat God zich bekommert om Zijn schepping. Hij is die schepping trouw; het komt bij Hem vandaan. Als een Vader zorgt Hij ervoor en – let op – Hij is er ook voor verantwoordelijk. Hij staat daarmee ook garant voor de goede afloop. Waarom? Hij is de Vader, daar zorgt Hij voor. Hij voedt op, en dat kan Hij soms misschien met harde hand doen, maar niettemin: Hij is een Vader van elke familie in de hemelen en op de aarde. Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen?

En Paulus – dat is ook een boeiende, die moet u ook even in gedachten houden – wanneer hij in Athene is. Dat was ver voor de Griekse recessie, ja. Johan zei: "Ik merk er helemaal niks van." Precies. Maar laten we het daar verder niet over hebben, over die Griekse dingen. Als Paulus daar in Athene is, wordt hij uitgenodigd op de Areopagus om het woord te voeren voor een heel filosofisch gezelschap van epicureërs en stoïcijnen. Paulus blijkt dan niet alleen erg goed op de hoogte te zijn van de Schriften – die citeert hij bij die gelegenheid trouwens helemaal niet – maar hij citeert hun eigen dichters. Hij zegt: "Jullie zijn nog een God vergeten, en dat wisten jullie al. Hier staat een lege sokkel gewijd aan de onbekende God." Hij zegt: "Die God predik ik jullie. De God die jullie niet kennen, die predik ik jullie; de God van hemel en aarde. In Hem leven wij en bewegen wij ons." En dan zegt hij, zoals ook hun eigen dichters gezegd hebben – hij citeert dus een van hun eigen poëten: "Want wij zijn ook van Gods geslacht." Hij citeert die heidense dichter met instemming. Wij zijn van Gods geslacht, wij komen uit Hem voort; Hij is onze Vader.

Dat is precies dezelfde gedachte als in Maleachi 2. Hij is een Vader voor Zijn schepping, en elke familie in hemel en op aarde wordt naar Hem genoemd. Begrijpt u nu ook waarom Paulus op de knieën gaat? Vanwege zo'n kolossaal, alomvattend plan dat God uitwerkt. En waarom doet Hij dat? Hij is een Vader voor elke familie in de hemel en op aarde. Zo groot is dat. En dat wordt dus ook gedragen door liefde. Ik kom daar straks nog even op terug, maar ik lees eerst even verder: "Paulus buigt de knieën voor de Vader naar wie elk vaderschap, elke familie in de hemel en op de aarde genoemd wordt..."

Geven Naar de Rijkdom van Zijn Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

...opdat Hij u geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Kijk, Paulus heeft geweldige dingen naar voren gebracht, en ook juist dingen die ons bezit zijn. Maar waar het nu om gaat, en dat blijkt in dit gebed zo duidelijk — net als trouwens in dat eerdere gebed van hem in hoofdstuk 1 — is dat we daar verlichte ogen voor krijgen. Dat we het gaan zien. Peter zei het zojuist ook al in zijn gebed: dat we daar verlichte ogen voor krijgen. Het is één ding om rijk te zijn, maar het is een tweede ding om die rijkdom ook te kennen en daaruit te leven. Je kunt steenrijk zijn, maar als je het niet weet of beseft, dan leef je nog armer.

Wanneer Paulus gaat bidden — dat doet hij in Efeze 1, in Efeze 3 en in Kolossenzen 1 vind je ook weer zo'n gebed — dan bidt hij altijd daarom. Niet om onze behoeften enzovoorts, dat wat wij vinden dat we nodig hebben. Daar bidden wij altijd maar voor. En het opmerkelijke is: weet u wat Paulus daarover doet? Daar dankt hij altijd voor, op voorhand. God weet wat we nodig hebben en geeft wat we nodig hebben. Nee, hij bidt voor iets wat zo belangrijk is, waar het eigenlijk allemaal om gaat: opdat Hij u geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Let op: niet naar onze behoeften.

Kijk, dit is echt een complete omschakeling in je denken. Wij stellen onszelf altijd centraal; wij zijn eigenlijk het middelpunt van de kosmos. Wij denken dat het allemaal gaat om dat wat wij nodig hebben, want dat is in onze ogen zo belangrijk. Maar Paulus toont hier een mindshift te hebben ondergaan, een totaal andere kijk op de dingen. Het gaat niet om onze behoefte. Wij denken dat dat zo belangrijk is, maar ga er nu op voorhand maar van uit: God zorgt, en dus hoeven we ons daar geen zorgen over te maken.

Als Paulus in zijn andere brief, Filippenzen 4, zegt: "Wees in geen ding bezorgd", dan legt hij ons geen last op. Want dan zou je er weer een zorg bij hebben. Nee, dan ontzorgt hij ons juist. Want de gedachte is: Hij zorgt voor ons. En dat betekent dat je je over niets bezorgd hoeft te maken, en vanuit dat besef verblijd je je te allen tijde. Nou, dat betekent dus dat als wij ons geen zorgen meer hoeven te maken over onze omstandigheden... dat is een mooi leven hoor! Alleen dat al.

Maar hoezo dan? Waarom is dat zo belangrijk? Wel, zodat je inderdaad kunt focussen op dat wat er echt toe doet. Namelijk niet onze behoefte, maar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Waar het God om begonnen is, wat voor Hém belangrijk is. Daar staat: "opdat Hij u geve naar de rijkdom zijner heerlijkheid". 'Naar', dat wil zeggen: in overeenstemming met, of overeenkomstig. Dat is het Griekse voorzetsel kata: naar, of neerwaarts eventueel.

Er staat niet dat Hij geeft 'uit' Zijn rijkdom of 'van' Zijn rijkdom. Ik heb daar een mooie illustratie voor, ooit eens ergens gehoord; hij is niet van mezelf, maar ik kan het perfect weergeven. Stel je voor dat je een bedelaar bent en Bill Gates komt langs. Als hij jou een fooi geeft, dan geeft hij iets uit zijn rijkdom. Dat is mooi. Maar weet u wat echt mooi zou zijn? Je bent een bedelaar, Bill Gates komt langs en hij geeft naar zijn rijkdom. Kijk, als hij een euro geeft, dan geeft hij uit zijn rijkdom, maar dat is niet naar zijn rijkdom. Als je de rijkste man ter wereld bent — ik weet niet of ik nu nog helemaal up-to-date ben, maar in elk geval — als Bill Gates naar zijn rijkdom geeft, dan ben je in één keer van je bedelaarsstaf verlost en helemaal rijk. Dan geeft hij naar zijn rijkdom.

Nou, op zulke dingen moet je letten: "opdat Hij u geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid". Over die heerlijkheid is Paulus al in een aantal hoofdstukken breedvoerig aan het spreken geweest. Zo hoog, zo breed, zo lang, zo diep... daarover de volgende keer meer. Maar dat is zo ontzagwekkend en het is ook zo rijk.

Gesterkt Door Zijn Geest in de Inwendige Mens ↑ hoofdstukken

Wel, wat Paulus bidt is dat de Vader ons geeft, naar de rijkdom van zijn heerlijkheid, om met kracht gesterkt te worden. Met kracht – daar staat in het Grieks dat woordje dat wij kennen als dynamis, dynamiek. Dat is vermogen, zijn macht. Dus als je het heel letterlijk weer zou geven: in vermogen, in macht krachtig gemaakt worden. Dat is wat Paulus bidt: dat de Vader ons naar de rijkdom van zijn heerlijkheid in vermogen krachtig maakt.

Hoe doet Hij dat dan? Wel, dat doet Hij door zijn Geest. God maakt ons vermogend en krachtig; dat is zijn wil. Paulus zegt in de Filippenzenbrief: "Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft." Dat vermogen, die kracht. Maar hoe doet Hij dat? Wel, er staat: "door de Geest van Hem". Door zijn Geest. Dat is dus de Geest van de Vader, voor wie hij immers zijn knieën boog. En "door zijn Geest" is niet een of ander vaag idee van "door een kracht". Hoe stelt Hij die Geest dan beschikbaar? Is dat een kwestie van zwijmelen? Nee. God heeft gesproken en zijn Woord is vol van Geest. Dat zegt de Heer Jezus ook in Johannes 6: "Mijn woorden zijn Geest en leven". En in 2 Timotheüs 3 vers 16 wordt gesproken over de Schriften: "Elke schrift is van God geïnspireerd". Het Griekse woord daarvoor is Theopneustos. Dat betekent letterlijk – daar staat ook weer dat woordje pneuma in – God-geademd. In het woord "geïnspireerd" zit ook weer "spirit". Die Schriften zijn zijn Geest; dat is Geest, dat is leven.

Dus als God de Vader ons machtig maakt en bekrachtigt, dan doet Hij dat door zijn Geest. Maar dat is dat wat Hij uitademt. Als Hij zijn Woord spreekt, dan komt zijn adem mee. Dat is toch logisch? Als je spreekt, dan komt je adem mee. Zijn woorden zijn Geest en leven; geïnspireerd. Dus als er staat "met kracht gesterkt te worden door zijn Geest", dan is dat via het Woord.

We weten nu hoe Hij dat doet – door zijn Geest – en vervolgens ook waar Hij het doet, namelijk: tot in de inwendige mens. Het gaat om de binnenkant; Hij werkt naar binnen toe. Dat is precies in tegenstelling tot wat de mens meestal doet, want die opereert aan de buitenkant en sleutelt daaraan voor het oog. De inwendige mens staat uiteraard tegenover dat wat voor ogen staat. Hoe werd dat tegen Samuël gezegd in de geschiedenis van de zalving van David? De mens ziet aan wat voor ogen is, maar God ziet aan het hart. Dat is die inwendige mens.

Ik moet trouwens nog even een correctie maken op een gangbaar denkbeeld, namelijk dat de inwendige mens onze maag zou zijn. We zeggen weleens: "Even de inwendige mens versterken," en dan bedoelen we een lunch of iets dergelijks. Nou, die maag kun je wel versterken, maar dat is helemaal niet de inwendige mens. Dat is gewoon het vlees. De inwendige mens is niet de buik; de inwendige mens is het hart. Dat wil zeggen: de binnenkant, dat wat niet gezien wordt, waar een mens ook mee overlegt – de overleggingen des harten. Ook de gevoelens horen daarbij. Het hart is per slot van rekening ook het symbool bij uitstek voor liefde, maar in ieder geval staat het voor de binnenkant van de mens: de inwendige mens.

Wat God doet, is niet werken aan de uitwendige mens. Ik weet dat daar elders heel anders over gedacht wordt en dat men vooral daarmee in de weer is: dat God met zijn Geest de uitwendige mens zou veranderen of genezen. Je hoeft maar een paar honderd meter verderop te gaan en daar wordt dat met geuren en kleuren elke zondag gepredikt. Maar we vinden op dat gebied geen enkele garantie. Ik geloof overigens wel dat daar waar wij Hem kennen en waar de inwendige mens versterkt wordt, dit in lichamelijke zin een heel gezondmakend effect heeft. Dat is waar, maar dat kan de dokter u ook vertellen: als je vrede in het hart hebt en geen stress, als je vreugde en hoop hebt, dan heeft dat een geweldige gezondmakende werking. Dat is echter een gevolg. Waar het hier om gaat, is om met kracht gesterkt te worden door zijn Geest, zijn Woord, tot in de inwendige mens.

De Christus Wonend in het Hart Door Geloof ↑ hoofdstukken

En wat heeft dat dan tot gevolg? Opdat de Christus, zo staat er, door het geloof in uw harten woning maakt. Christus... eigenlijk staat hier 'de Christus'. Dat is een punt dat niet zo bekend is, maar ik wil dat bij deze gelegenheid toch gezegd hebben. Als Paulus het heeft over 'de Christus', zeker in deze context – het hoeft niet per definitie altijd zo te zijn, maar als hij het hier heeft over de Christus – dan heeft hij het niet alleen over Christus Jezus als het Hoofd. Christus Jezus alleen is incompleet. Wat zegt hij nu weer? Ja, ik zeg het zoals ik het bedoel. Zoals mijn hoofd ook incompleet is zonder lichaam. In Efeze 1 vers 23 lees je dat het lichaam de vervulling is. Letterlijk de pleroma; dat is de aanvulling, het complement van Christus. Wij vullen Christus aan. Of andersom gezegd: zonder ons is Hij niet compleet. Als Paulus het heeft over de Christus, dan heeft hij het over Hoofd en lichaam tezamen.

Dat is feitelijk een schitterende samenvatting van waar Paulus het over heeft. De Heer Jezus identificeert Zich ook met Zijn lichaam. Dat deed Hij trouwens al bij de roeping van Saulus. Saulus vervolgde de ekklesia, maar wat kreeg hij te horen? "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Die identificatie met elkaar... opdat de Christus, dat is dus Hoofd en lichaam tezamen, door het geloof woning maakt. En wat betekent geloof? Wel, geloof wil zeggen: je beaamt dat wat God zegt of wat Hij te melden heeft. Dat is zo'n enorme kracht, want je beaamt wat Hij gesproken heeft, en Zijn woord is geest, is leven, is kracht. Zo wordt een mens krachtig. Daarom is het ook zo belangrijk dat je niet alleen weet wat Hij te zeggen heeft, maar dat je het ook gaat beseffen en realiseren, opdat de Christus door het geloof in uw harten woning make.

Hierbij moet je wel even dit onderscheid maken: elke gelovige – als je Hem mag kennen, het woord van de waarheid, het evangelie mag verstaan – is een gelovige en is dus in de Christus. Paulus zegt in de Korintiërsbrief ook dat wij allen door één Geest tot in één lichaam gedoopt zijn. Dat is geen waterdoop, dat is een doop door één Geest tot in één lichaam. Dat is een geestelijke zaak. Hij plaatst ons daarmee in de Christus. Zo is elke gelovige dus in de Christus. Maar daarover heeft Paulus het niet in dit gebed. Hier is het gebed dat de Christus in elke gelovige zou zijn, dat wil zeggen: in onze harten of in jullie harten woning zou maken.

Dat de gelovige in Christus is, is één ding, maar het gaat erom dat de Christus, en wie Hij is met al Zijn voorrechten en al die rijkdom van heerlijkheid, in ons hart gaat wonen. Dat het hier thuis gaat horen, dat het je leven is, dat het hier woont. Niet alleen maar iets wat je weet en dat daar als dood kapitaal ligt, nee, dat die rijkdom hier gaat wonen. Opdat de Christus door het geloof in jullie harten gaat wonen.

En dan zegt hij nog – en dat is de opstap naar vers 18, waar we het nu verder niet over gaan hebben – hij zegt dan: "geworteld zijnde en gefundeerd zijnde". Geworteld en gegrond. Dat gefundeerd-zijn heeft te maken met verschillende beeldspraak. Het geworteld-zijn doet denken aan een plant of aan een boom. Een plant vindt vastheid in de grond doordat hij geworteld is; hij onttrekt daar ook zijn voeding aan, het water, enzovoort. Een boom wandelt niet, een boom staat. Het gaat erom dat je staat op dat fundament, in dat wat geopenbaard is, wat opgetekend is: de Schriften en de rijkdom. Dat je daarin geworteld bent en al je voeding daaraan onttrekt, zodat je staat als een boom.

De andere beeldspraak is die van een huis of een gebouw: dat je gefundeerd bent. In beide gevallen is de gedachte dat je staat en staande blijft, dat je solide grond onder de voeten hebt. Juist dat is ook weer die kracht. Dan ben je bestand. Efeze 6 zegt ook dat we staande zouden blijven. Dat is de geestelijke strijd. Wij strijden niet, er wordt tegen ons gestreden; het gaat erom dat je staande blijft. Hoe? Gewoon door die woorden van Hem je eigen te maken door het geloof en dat te gaan beseffen.

Geworteld en gegrond in de liefde, of eigenlijk gewoon in liefde. Hier staat het woordje agapè. Dat is die hele bijzondere liefde die geen voorwaarden kent, die je niet kunt verdienen door goed te doen en die je niet kunt kwijtraken door slecht te doen. Die liefde is onvoorwaardelijk, want God – ik herinner u eraan – is Vader. Een kind verdient geen liefde en kan die liefde ook niet kwijtraken; je kunt ook niet kwijtraken dat je kind bent. God is liefde, Hij is een Vader. Als je Hem leert kennen, dan ben je geworteld en gefundeerd in liefde; in de liefde namelijk van God, de onvoorwaardelijke liefde van Hem.

En u ziet, de zin loopt door. Want nu gaat Paulus zeggen: als je dan geworteld bent, gefundeerd bent in die liefde Gods... ja dan... Dit noemen ze een cliffhanger. Want daar gaan we de volgende keer – dat is over twee weken vanaf vandaag – verder over spreken. Dan gaan we zulke enorme perspectieven zien, dan gaan we vierdimensionaal kijken. Wat bedoelt Paulus dan? Wat we gaan vatten, wat er allemaal nog te ontdekken valt en te begrijpen... of juist ook niet te begrijpen, want het gaat de kennis te boven. Daarover dus graag een volgende keer meer. Dat is over twee weken. Ik stel voor dat we nu met Tom een lied gaan zingen. We hadden al afgesproken welk nummer: 358, "Glorie aan God" was het.

🎧 Paulus’ gebed in Efeze 3 (I)
Delen: