GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

gelijkvormig aan deze aeon?

13-06-2020 - Geplaatst door Andre Piet
studie gehouden op 13 juni 2020 te Rijnsburg

Deze aeon (=dit wereldtijdperk) wordt gekenmerkt door vals en leugenachtig denken. Wie leeft vanuit geloof in de woorden GODS onderkent dat en wordt niet gegoten in de mal van deze wereld met al haar valse aannames en zogenaamde ‘normaal’. En evenmin door haar zorgen en zogenaamde wijsheid. Wat GOD voor ons heeft weggelegd is zoveel meer: echt leven, vrede, vreugde en hoop!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De apostel Paulus legt in de Romeinenbrief uit dat alle dingen vanuit, door en tot God zijn, wat de basis vormt voor een leven uit geloof. Vanuit deze wetenschap worden gelovigen aangemoedigd hun lichaam als een levend en heilig offer aan God te presenteren, wat hun logische eredienst is. In plaats van gelijkvormig te worden aan de mal van het huidige boze wereldtijdperk, ondergaan zij een metamorfose door de vernieuwing van hun denken. Door zich te voeden met Gods Woord ontstaat inzicht om de goede en volmaakte wil van God proefondervindelijk te toetsen.

“Gods erbarming gaat over heel Zijn schepping, alleen realiseert Hij dat in fases, in aeonen of in tijden, in volgorde en in rangorde.”

Introductie: het Snijvlak van de Romeinenbrief ↑ hoofdstukken

Goedenavond kijkers, luisteraars, beste vrienden, hartelijk welkom bij deze Bijbelstudie. Het is me een groot genoegen om u vanavond – ik neem dit op op zaterdagavond 13 juni hier in mijn studeerkamer in Rijnsburg – mee te nemen naar een gedeelte dat werkelijk geweldig is. Het gaat om Romeinen 11 en Romeinen 12, en ik heb drie verzen uit die passage gekozen: het slot van Romeinen 11 en de eerste twee verzen van Romeinen 12. Dat is feitelijk het snijvlak van de twee grote delen van deze brief, die maar liefst zestien hoofdstukken lang is.

De titel die ik aan deze studie heb meegegeven, is direct ontleend aan deze passage uit Romeinen 12 vers 2: ‘Gelijkvormig aan deze aeon’. Ik moet er direct bij zeggen dat de titel weliswaar direct ontleend is aan deze woorden in de brief, maar dat u het in de gangbare Bijbelvertalingen niet direct zo zult herkennen. Daar is meestal sprake van ‘gelijkvormig aan de wereld’. Ik kom daar straks ongetwijfeld nog over te spreken.

Laten we gewoon beginnen bij het begin. Nou ja, als ik zeg ‘begin’, dan is dat niet helemaal juist, want ik begin bij Romeinen 11 vers 36 en dat is feitelijk een slot. Het is het slot van het grote deel, elf hoofdstukken lang, waarin Paulus op een heel fundamentele wijze uiteenzet wat het Evangelie van God is dat aan hem is toevertrouwd en dat hij onder de natiën zou gaan prediken. Daartoe was hij voorbestemd en zo introduceert hij zich ook in de brief. Hij zet dat stapje voor stapje heel logisch uiteen en beroept zich op de Schriften en op de logica. Hij betoogt dat wat God hem heeft toevertrouwd, namelijk de geweldige boodschap, het goede bericht is dat God door Zijn Zoon deze wereld tot een goed einde gaat brengen. In feite had hij dat al vanaf de aanvang zo naar voren gebracht, maar wat hij feitelijk doet in deze brief, is uitleggen hoe dat zo gekomen is en wat daarin de onderscheiden fases zijn. Er is geen brief in het hele Nieuwe Testament aan te treffen die op zo’n fundamentele wijze uiteenzet hoe de vork aan de steel zit. Het is ook niet voor niets dat deze brief het grote fundament en de basis is van al het verdere onderwijs van de apostel.

In de hoofdstukken 9, 10 en 11 heeft Paulus zich met name beziggehouden met de weg die God gaat met het volk Israël; de weg die Hij tijdelijk heeft onderbroken nu Israël ongelovig is ten opzichte van het Evangelie. Maar wat blijkt dan als Paulus achter de schermen mag kijken? Dan blijkt dat God Zelf daar ook de hand in heeft en dat Hij dat volk ogen heeft gegeven om niet te zien en oren om niet te horen. Dat is eigenlijk omdat God nu een omweg maakt naar de natiën. Het geweldige is, zoals Paulus dat uiteenzet, dat dit ook al verborgen was in het Oude Testament. Op een bedekte wijze is dat daar ook wel terug te vinden en Paulus laat dat ook allemaal zien.

Het slot is daarbij helemaal fantastisch, want wat Paulus uiteenzet, is dat God het volk Israël nu weliswaar tijdelijk ‘geparkeerd’ heeft en aan de zijlijn heeft gezet, maar dat dit een ‘totdat’ heeft. In Romeinen 11 vers 25 en 26 leest u dat. Het heeft een ‘totdat’, en dan pakt Hij binnenkort – mag ik inmiddels wel zeggen – de draad met dat volk weer op om alsnog de plannen, de voornemens en de woorden die Hij over dat volk heeft uitgesproken in vervulling te doen gaan.

Wanneer Paulus dit alles zo heeft betoogd, uiteengezet en geschilderd, dan valt hij in het slot van Romeinen 11 min of meer op zijn knieën en roept uit hoe geweldig groot God is. Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn wegen en hoe onnaspeurlijk Zijn plannen en raadsbesluiten! Welnu, hij sluit die aanbidding en die lofprijzing af in vers 36, wat we hier nu voor ogen hebben, wanneer hij de conclusie gaat trekken.

Vanuit, Door en tot in God Zijn Alle Dingen ↑ hoofdstukken

Want vanuit Hem, God, en door Hem en tot in Hem zijn alle dingen. Dat ‘want’ betekent dus dat dit een conclusie is en feitelijk een verklaring van heel het voorafgaande. Niet alleen maar van hoofdstuk 9, 10 en 11, maar feitelijk van alles wat hij tot dusver had onderwezen: hoe God heel de mensheid daar gaat brengen waar Hij haar hebben wil. En dat doet Hij met Israël, dat doet Hij met de volkeren. Via allerlei aanvliegroutes maakt Paulus die waarheid bekend, zet hij het uiteen en toont hij het aan.

Hij gebruikt drie voorzetsels: vanuit, door en tot in. In die drie voorzetsels ligt de oorsprong begrepen, maar ook het kanaal, het middel en ook de bestemming van heel de schepping. Alles, alle dingen – ta panta – is vanuit Hem. Dat wil zeggen: God is de Schepper van alle dingen. Ook van goed en kwaad; er is niets wat Hij niet gecreëerd heeft. Alles is vanuit Hem, maar alles bestaat ook door Hem. Hij is degene die het in handen heeft en die Zijn weg gaat op, inderdaad, onverklaarbare wijze. Maar niettemin: Hij is God. Zoals het allemaal vanuit Hem is, zo is het ook allemaal door Hem. Hoezeer de wereld of ook religieuze mensen daar hun vragen bij stellen of dat tegenspreken, niettemin is het zo dat het uiteindelijk wel degelijk zo zal zijn. Dat zal ook blijken als alles ook weer tot in Hem zal zijn.

Zoals het vanuit Hem is, zo is het ook weer tot in Hem. Dat betekent dat alles uiteindelijk weer bij Hem terechtkomt. Hij is de Vader-God die alles voortbracht, maar Hij is ook de Vader-God die alles weer tot Zichzelf verzamelt en aan Zijn hart brengt. Dat is niet alleen maar een uiteenzetting van wie God is als de ‘Platser’, maar het is boven alles ook de uiteenzetting dat Hij Vader is en Zijn schepping niet loslaat en niet prijsgeeft. Door tijdperken heen brengt Hij de schepping daar waar Zijn plan, dat reeds tevoren was voorzegd en zoals Hij Zich dat had voorgenomen, op uitkomt.

Vanuit Hem, door Hem, tot in Hem zijn alle dingen. En vandaar ook: aan Hem de heerlijkheid tot in de aeonen. Niet ‘tot in eeuwigheid’. Dat woord ‘eeuwigheid’ is een heel naargeestig woord in de theologie geworden, omdat men daar allerlei elementen, gedachten, concepten, leerstukken en dogma's in heeft gestopt die absoluut niet Bijbels zijn. De Bijbel spreekt niet over een eindeloze eeuwigheid. De Bijbel spreekt over aeonen, wereldtijdperken, en door die tijdperken heen vervult God Zijn voornemen. Vandaar ook dat Paulus in de Efeziërbrief spreekt over het voornemen van de aeonen.

Feitelijk is wat hier staat geen wens en ook geen aanvoegende wijs; het is een vaststelling. Aan Hem, de God vanuit wie, door wie en tot in wie alles is, aan Hem behoort de heerlijkheid. De glorieuze uitkomst van al Zijn wegen is volstrekt aan Hem toe te schrijven. Hij is degene die dat beschikt. Hij is God en die heerlijkheid behoort Hem toe, en Hij is degene die ook garant staat voor die uitkomst. Hij is God, aan Hem de heerlijkheid tot in de aeonen, want dat zijn de tijden die Hij Zich reserveert om dat alles te realiseren.

Wij denken als mensen in jaren, hooguit decennia, en een hele enkeling mag van een eeuw spreken, maar de God van de Bijbel is de God van de aeonen. Wereldtijdperken. Zoals er wereldtijdperken achter ons liggen, zo komen er ook nog wereldtijdperken waarin God uiteindelijk Zijn plan totaal gaat realiseren. Gefaseerd en ook naar Zijn vooraf gemaakte bestek. Geweldig is dat! Paulus brengt deze ode aan God en dan zegt hij: dat is de waarheid, zo is het, amen! Die Hebreeuwse uitroep ‘amen’ is een bevestiging: zo en niet anders is het.

En dan begint er een nieuw hoofdstuk, waarbij ik meteen even moet opmerken – de meeste luisteraars weten dat inmiddels wel – dat die hoofdstukindeling van veel latere datum is en alleen voor het gemak is toegevoegd. Paulus heeft niet in hoofdstukken geschreven en ook niet in versnummers. Dat is alleen maar handig voor ons als lezers, maar je moet je realiseren dat Paulus hier gewoon verdergaat. Dat neemt niet weg dat die hoofdstukindeling natuurlijk niet voor niks is. Het is niet voor niets dat de vertalers of de bewerkers hier een nieuw hoofdstuk laten aanvangen, want hier vangt inderdaad een heel nieuw deel aan.

Feitelijk valt de hele brief uiteen in twee delen: hoofdstuk 1 tot en met 11, waarvan we zojuist het slotvers lazen, en hoofdstuk 12 tot en met 16. Het eerste deel is echt ‘leer’. Nee, dan heb ik het niet over dat spul waar uw schoenen van gemaakt zijn, want dat kan nogal eens taai zijn. Veel leer van mensen en veel kerkleer is inderdaad taai, maar dit is onderwijs, levend onderwijs. Dat specifieke deel waarin Paulus onderwijs geeft, gaat nu over naar een deel dat min of meer een conclusie is voor de praktijk. Het gaat over de toepassing in ons leven, individueel maar ook gezamenlijk als geloofsgemeenschap of in welk aspect van ons leven dan ook. Dat gaat nu zijn weerslag krijgen.

Dat is Romeinen 12 tot en met 16; dat is onmiskenbaar. Je ziet die verdeling tussen leer en praktijk trouwens in heel veel brieven terug. De Efeziërbrief is er ook een bekend voorbeeld van. Efeziërs 1 tot en met 3 is onderwijs, en Efeziërs 4, 5 en 6 is de praktijk. Ik houd er niet zo van om dat onderwijs terug te brengen tot ‘theorie’, want dat suggereert alsof het alleen maar iets is van data, iets waar je buiten staat. Dat is het niet. Het is wel heel uitdrukkelijk onderwijs, dat wel. En het is heel duidelijk zo dat het vanaf Romeinen 12 gaat over de toepassing in onze praktijk.

De Logische Eredienst: Ons Lichaam Presenteren als Levend Offer ↑ hoofdstukken

Paulus zegt: "Ik moedig jullie dan aan, broeders." Daarin zie je ook terug dat het voortvloeit uit het voorgaande; dat klinkt erin door. Hij zegt niet, zoals de NBG-vertaling dat heeft: "Ik vermaan u dan." Dat woordje "vermanen" heeft bij ons natuurlijk een klank gekregen waarbij je vooral dat opgestoken vingertje voor je ziet; dat belerende en waarschuwende of betuttelende vingertje. Dat zijn de associaties die wij dikwijls hebben met het woord vermanen. Maar in de grondtekst staat hier eigenlijk parakaleo, en dat betekent letterlijk "ernaast roepen". Het is in de zin van aanmoedigen, zoals supporters aan de kant van het wedstrijdveld een team aanmoedigen; zij roepen ernaast om moed in te spreken. Wel, dat is wat Paulus doet. Hij zegt: "Ik moedig jullie dan aan, broeders, door de erbarmingen van God."

De erbarmingen van God – het staat er inderdaad in het meervoud. Dat woord had Paulus trouwens al een keertje eerder gebruikt in de brief. Het komt maar twee keer voor in de Romeinenbrief. De eerste keer was in hoofdstuk 9 vers 15, waarin Paulus iets citeert uit de Hebreeuwse Bijbel; een woord dat God tegen Mozes zegt: "Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm." En trouwens ook: "Ik verhard wie Ik wil." God excuseert Zich niet; Hij trekt Zijn plan, Hij trekt Zijn spoor en dat doet Hij onnavolgbaar. Maar het geweldige is: weliswaar erbarmt Hij Zich nu in de praktijk over enkelen, maar in Romeinen 11 vers 32 vat Paulus het prachtig samen als hij zegt dat God hen allen onder de weerbarstigheid heeft besloten om Zich over allen te ontfermen. Alle mensen zijn inderdaad zondaren, maar het doel is om Zich over allen te ontfermen. Gods liefde gaat naar heel Zijn schepping en naar ieder schepsel om een heel eenvoudige reden: het is Zijn schepsel. Het is van Hem, het komt uit Hem voort en Hij heeft het zelf gemaakt. Daarom is Zijn erbarming uiteindelijk ook voor iedereen, ook al komt dat gefaseerd tot Zijn schepselen.

God roept vandaag eerstelingen. Waarom? Om die later in te gaan zetten voor de rest van de oogst. Dat verloopt allemaal gefaseerd. Het feit dat God nu enkelingen inzet, wil niet zeggen dat Gods plan of Gods interesse slechts voor enkelingen is. Veel mensen in de religie, in de christelijke religie, hebben die conclusie wel getrokken. Dan krijg je de afschuwelijke uitverkiezingsleer die zegt dat God sommigen van eeuwigheid heeft verkoren tot zaligheid en de rest heeft gepredestineerd tot de verdoemenis, of woorden van gelijke strekking. Dat is absoluut onbijbels. Gods erbarming gaat over heel Zijn schepping, alleen realiseert Hij dat in fases, in aeonen of in tijden, in volgorde en in rangorde.

Met dat in gedachten zegt Paulus: "Ik moedig jullie aan, broeders, door de erbarmingen van God." Die hadden zij inmiddels leren kennen, want Paulus had dat in deze brief zo onderwezen. Met een beroep daarop, op de erbarmingen van God, moedigt hij hen aan om hun lichamen te presenteren. In de NBG-vertaling staat: "om jullie lichamen te stellen", in de zin van beschikbaar stellen. Het idee is dat van een offeraar in de Hebreeuwse Bijbel die met een lam of een stier naar de tempel kwam. Hij presenteerde dat dier aan de priester, die er vervolgens mee deed wat vastgesteld was. Daar ging die offeraar trouwens zelf niet over; hij maakte dat lichaam of dat offer niet zelf tot een offer. Nee, hij presenteerde het slechts en zei als het ware: "Alstublieft, hier is het." Vervolgens is het God Zelf die daarover beschikt en het tot een offer maakt. Dat is de gedachte. Wat wij mogen doen – en dat is een voorrecht – is ons lichaam presenteren. Paulus spreekt in het meervoud tot de broeders. Hij zegt tegen elke gelovige: "Stel je lichaam beschikbaar. Alstublieft God, hier is het." En Hij is het die je vervolgens tot een offer maakt.

Dat staat er dan ook: "jullie lichamen te presenteren als een levend, heilig offer, welgevallig voor God." Ook dit vloeit weer voort uit het eerdere onderwijs. Als ik even helemaal terugga naar hoofdstuk 6, dan zien we dat Paulus daar de geweldige consequenties naar voren bracht van het feit dat Jezus Christus stierf en drie dagen later werd opgewekt. Wel, Hij stierf voor ons, maar wij stierven ook met Hem. In Romeinen 6 vers 11 staat: "Zo ook jullie: reken jezelf inderdaad doden te zijn voor de zonde, levenden echter voor God in Christus Jezus." De vraag hoeft hier in Romeinen 12 dus helemaal niet meer te zijn: "Maar hoe zit dat dan met die zonden? Hoe kunnen wij ons lichaam nou stellen, want we zijn toch zondaren?" In Romeinen 5 spreekt hij zelfs over de tijd toen wij nog zondaren waren. Wij rekenen onszelf nu helemaal niet meer als zondaren. Is die zonde er dan niet? Voor God niet. God rekent daar niet meer mee, en Paulus zegt: "Zo ook jullie." Reken jezelf inderdaad doden te zijn voor de zonde.

God houdt daar geen rekening meer mee, dus waarom zouden wij er nog mee gaan rekenen? Het woord "rekenen" is hetzelfde woord als wat we hier later in dit vers ook aantreffen; het heeft iets met logica te maken. Je rekent. Het heeft niets met gevoel of emotie te maken, en ook niet met wat je ziet of ervaart. Als je daarop blindvaart, kom je echt bedrogen uit. Leven uit geloof wil zeggen: God zegt dat het zo is, en voor Hem leef jij. Je bent een dode voor de zonde, dus reken daar ook zo op. Dat wil zeggen: we negeren de zonde. Wij rekenen onszelf niet als een zondaar. We leven voor God en de zonde – wie heeft het daarover? Dat ligt achter ons.

Ja, voor een heleboel mensen is dit helaas alleen maar theorie. Dan zingen ze wel dat het donkere dal achter hen ligt, maar in werkelijkheid tobben ze nog elke dag voort met de zonde en de dagelijkse strijd daartegen. Wel, Paulus stond daar heel anders in. Hij zegt: "Reken jezelf inderdaad doden te zijn voor de zonde." Dat ligt achter ons. De consequentie daarvan is dat we niet meer met de zonde rekenen, maar wat dan wel? Nou, wij leven voor God. Wij leven voor God in Christus Jezus. We zijn geplaatst in Hem. Zo ziet God ons: volmaakt, zoals we straks letterlijk en concreet ook zullen zijn. Hij ziet ons nu al zoals wij straks in onze beleving zullen zijn. Dat is het plaatje dat voor ons nu nog toekomst is, maar zo ziet Hij ons. Wel, zo zouden wij ook onszelf moeten rekenen: levend voor God in Christus Jezus. Zo volmaakt als Hij is, zo volmaakt ben ik. En zo reken ik. Zo sta je 's morgens op en dank je God voor het feit dat je voor Hem mag leven. En de zonde, dat is iets waar we helemaal niets meer mee te schaften hebben. Ik weet dat er heel wat mensen zijn die zeggen: "Dat vind ik maar veel te makkelijk." Maar ik kan het u echt aanbevelen om dit in geloof te accepteren, precies zoals Paulus dat ook doet.

Leef voor je God en aanvaard zoals God jou ziet in Zijn Zoon, Christus Jezus. En dan kun je inderdaad ook, als je eenmaal die les geleerd hebt, zeggen: wat doe je dan met je lichaam? Nou, dat stel je beschikbaar aan God. Je presenteert het aan Hem en Hij maakt het tot een levend offer, een heilig offer, aan Hem gewijd, welgevallig voor Hem. En dat is dus niet iets wat gereserveerd is voor de verre toekomst. Nee, wij wandelen nu al in nieuwheid van leven. Dat is geen toekomstmuziek, dat is de realiteit voor vandaag. En dat is geweldig als je zo’n leven nu mag kennen.

Ik wilde hier trouwens graag nog even aan toevoegen dat het vaak zo wordt voorgesteld als het gaat over het praktische gedeelte van een brief, zoals hier in de Romeinenbrief. Men zegt dan dat het in het eerste deel gaat over de leer, over het onderwijs, en dat het in het tweede deel zou gaan over wat wij dan bijdragen en wat wij moeten doen. Een soort weegschaal: dit is wat God gedaan heeft en nu mag jij ook aan de slag. Maar zo is het niet. Het is een logisch voortvloeisel. Zo is het, en zo mogen wij als een voorrecht leven. Het is pure genade om zo ook te mogen leven.

En hoewel dit een sterfelijk lichaam is, kennen we in dit lichaam een leven dat ook heilig voor Hem is en welgevallig voor God. Dat begint met het aanvaarden zoals God ons ziet. Als je dat niet hebt begrepen, als je Romeinen 6 vers 11 niet begrepen hebt, dan zul je aan Romeinen 12 vers 1 niet toekomen. Het begint met inderdaad te aanvaarden zoals God jou ziet. En dan zegt Paulus erbij: als je zo leeft, je lichaam zo aan Hem geeft als een levend, heilig offer, welgevallig voor Hem, dan is dat je logische eredienst.

'Logisch', dat is weer dat woord dat we in Romeinen 6 vers 11 ook tegenkwamen. Hier wordt het ook wel vertaald met 'uw redelijke'. Het vloeit voort uit de reden; het is rationeel, het is logisch. Het één vloeit voort uit het ander. Alles is van Hem; alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot in Hem. Dat betekent dat alles van Hem is. Wat doe ik dan met mijn lichaam? Nou, dan zeg ik: alstublieft, het is van U. En U bent bij machte om het tot een levend, heilig offer te maken. Op basis waarvan? Op basis van dat wat God gesproken heeft. Zo ben jij.

De consequentie daarvan is logisch. Let op, dat heeft te maken met rekenen; met geloof, geloofslogica. Het gaat om het aanvaarden zoals Hij jou ziet en daar in de praktijk ook van uitgaan. Gevoel is niet het uitgangspunt. Ik ben er wel van overtuigd dat als je eenmaal zo gaat leven vanuit die logica, vanuit dat Woord — trouwens, 'woord' is ook logica, is 'logos' — als je vanuit dat Woord gaat leven, dan zul je ook heel veel gaan beleven. Dan zul je elke dag veel vreugde, vrede en hoop ervaren. Dat noem ik echt leven. Maar je moet het paard niet achter de wagen spannen. Het begint met geloof: het aanvaarden van wat God gesproken heeft. Dat is jullie logische eredienst.

Niet Gelijkvormig Worden aan de Mal van Deze Aion ↑ hoofdstukken

En dan vers 2, en nou kom ik eigenlijk pas bij de titel van deze toespraak: gelijkvormig aan deze aeon. Want dat is wat Paulus dan zegt: 'En wordt niet gelijkvormig aan deze aeon.' Dat 'en' kun je opvatten als een plus, zo van: niet alleen dit, maar ook dat. Maar het is ook iets wat eraan gekoppeld wordt; het heeft ook de betekenis van 'namelijk'. Als je zo gaat leven als in vers 1 werd beschreven, wel, dan word je niet gelijkvormig aan deze aeon.

Laten we even de loep leggen op de diverse woorden daarin. Wordt niet gelijkvormig aan deze aeon? In dat woord 'gelijkvormig' zit iets van het woord 'samen' en ons woord 'schema' staat hier in het Grieks. Ons woord 'schema' komt uit het Grieks en dat woord wordt hier eigenlijk gebruikt: een 'samenschema'. Dat is geen Nederlands woord, dat begrijp ik, maar het idee is dat je bij een schema een bepaalde vorm hebt, een tabel met lijnen en kolommen. Het is een bepaalde vorm, een bepaalde matrix wel. En wat Paulus zegt is: word niet gelijkvormig aan deze aeon. Ga niet lopen in de vorm, in de matrix van deze aeon.

Ja, een mal. Zoals ik dat op het plaatje ook uitdruk met zo'n schelpje waar een kind mee speelt op het strand. Dat is een vorm, en als je daar zand in doet, dan krijgt dat zand de vorm van die schelp. Wel, dat is eigenlijk waar het hier over gaat: de vorm aannemen van deze aeon, als in de mal gegoten van deze aeon. Het woord 'mal' is in dit geval ook een heel mooi woord, want deze aeon is ook een beetje mal. Nou ja, een beetje... heel erg mal. Dit wereldtijdperk is ook boos, zo wordt het genoemd.

De uitdrukking 'word niet gelijkvormig aan deze aeon' komen we tegen, maar ook in Romeinen 11:36 kwamen we dat woord al tegen: 'Aan Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen.' Er is ook sprake van 'deze aeon' en het kenmerk van deze aeon. Dit wereldtijdperk dat bijna ten einde loopt; de voleinding van deze aeon wordt dat dan genoemd. Deze aeon is boos, kwaad, deugt niet en de reden daarvoor is heel eenvoudig. Laat ik eens een paar schriftplaatsen noemen waar die uitdrukking 'deze aeon' genoemd wordt. Dit wereldtijdperk. De eerste waar ik even op wil wijzen is Mattheüs 13:22, waar Jezus in een gelijkenis spreekt over de bezorgdheden van deze aeon. De zorgen van deze eeuw, staat er geloof ik in diverse vertalingen. De dingen waar deze wereld zich druk over maakt. De zorgen van deze aeon, en in die gelijkenis gaat het er trouwens over dat die zorgen van deze aeon het goede zaad verstikken.

En dat is ook precies zoals het werkt. De wereld maakt zich druk over van alles en we leven momenteel ook in een tijd waarin de wereld zich zoveel zorgen maakt, maar waarin je ook zo duidelijk ondervindt... Ik bedoel, wat we de laatste maanden meemaken. Het is net alsof de hele wereld een soort reset beleeft. Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar ik vond deze wereld, deze aeon, sowieso al boos en leugenachtig. Maar wat we de laatste maanden meemaken met die hele coronacrisis en de complete gekte: hoe mensen in paniek geraken en zich zorgen maken over hoe het allemaal moet gaan en bang zijn geworden voor elkaar. Want ja, elk mens is eigenlijk een potentieel gevaar; daar moet je minstens anderhalve meter afstand van houden. Dat soort bizarre gedachten. In eerste instantie werd ons nog wijsgemaakt dat het alleen maar was om de curve af te vlakken – 'flatten the curve' werd er geroepen. Het was maar voor een paar weken, maar dat was niet zo. In werkelijkheid zit daar nog veel meer achter en inmiddels ligt er bijna niemand meer op de IC en nog steeds wordt onze maatschappij aan de ketting gelegd.

Er is veel meer aan de hand en de wereld maakt zich zorgen, maar wat ik u wilde zeggen is: we maken momenteel ook een soort reset mee. Zoals je dat wel eens hebt als een apparaat of computer het niet meer doet. Als het helemaal weer opnieuw moet beginnen, wat doe je dan? Een reset. Dan ga je helemaal terug naar de oorspronkelijke instellingen en dan kun je het weer helemaal opnieuw gaan programmeren. We beleven momenteel zo'n tijd. We zijn op weg naar de laatste fase van deze aeon en deze wereld moet nu eerst gereset worden en opnieuw weer geprogrammeerd worden. Eerst mensen even opsluiten, een heel aantal maanden, zodat ze helemaal gedesoriënteerd zijn, zodat ze opnieuw weer helemaal gevormd kunnen worden – of misvormd, als u het mij vraagt. Ze worden eerst leeggemaakt en vervolgens worden ze gevuld met valse denkbeelden.

En ja, de media en de massamedia, de sociale media, het internet; alles wat we de laatste tientallen jaren hebben gekregen. Er is steeds meer beïnvloeding. Wel, het maakt allemaal dat de mensen zo gemakkelijk in een mal gegoten kunnen worden. Inderdaad, met recht in een mal. We worden in een vorm gegoten en de wereld wordt nu klaargemaakt om die laatste fase nog te gaan beleven. Klaargemaakt voor een complete misleiding. Ik denk dat de afgelopen maanden in feite een soort vals alarm waren, maar het was een soort proef voor de misleiding die nog gaat komen. Dus wat dat betreft kunnen we onze borst natmaken, daar ben ik zeer van overtuigd.

Maar even terug naar Mattheüs 13. De bezorgdheden van deze aeon; de wereld maakt zich zorgen over allerlei dingen. Wel, iemand die leeft uit geloof en die weet 'God zorgt voor mij', die doet zijn ding, maar die kan rustig 's nachts gaan slapen. Want hij weet: God zorgt voor mij, Hij geeft mij wat ik nodig heb, meer dan genoeg. Dat is een garantie en zo kun je dus relaxed en in vrede wandelen. Er zijn zoveel mensen, ook gelovigen, die in feite zozeer in het schema van de wereld zijn gegoten en die zich voortdurend maar zorgen maken over de dingen waar de wereld zich heel erg druk over maakt, maar die niks voorstellen.

Er geldt nog iets: een uitdrukking uit 1 Korinthe 2:6, waar gesproken wordt over de wijsheid van deze aeon. Waarbij 'wijsheid' natuurlijk tussen aanhalingstekens geplaatst moet worden, want het is zogenaamde wijsheid; het is namelijk dwaasheid voor God. Maar ja, dat maakt wel indruk. Er is zo enorm veel informatie, zoveel kennis. Maar mensen zien die kennis aan voor wijsheid en die wijsheid is er niet. Dat komt ook omdat wijsheid begint bij God, met het vrezen van God. Want de vreze van Yahweh, dat is het beginsel, het uitgangspunt van wijsheid. Als je daar niet begint, dan heb je een valse start gemaakt en alles wat je daarna nog opdoet aan zogenaamde wijsheid is gewoon per definitie doodlopend. Net als met een som: als je begint met de verkeerde uitgangspunten, de verkeerde aannames, dan kan de rest nog zo mooi kloppen en nog zo logisch zijn, maar je kunt gewoon je huiswerk weer opnieuw maken en overdoen, want het klopt niet. Omdat je uitgangspunt niet goed is.

En dat is met de wijsheid van deze aeon ook. Dat is geen wijsheid omdat de start vals is. Verkijk je niet op wat de wereld als wijs presenteert en allemaal zo geleerd brengt. En als dat dan mensen zijn, gezaghebbende instituten met dokters en professoren... ja, probeer daar maar eens tegenin te fietsen. Dat gaat je niet lukken. Want ja, wie ben jij? Maar ik zal u dit vertellen: een gelovige die simpelweg afgaat op wat er staat geschreven, gewoon het Woord, die ziet zoveel meer. Die heeft overzicht over wat er gaande is. Wijsheid heeft inderdaad alles te maken met dat woordje sophia, sophim. Het heeft alles te maken met uitzicht, met overzicht. Dat heb je als je het Woord kent.

De wereld heeft geen overzicht, want ze weet niet waar ze vandaan komt. Ze weet niet waar ze naartoe gaat, laat staan dat ze de dingen kan duiden die er gaande zijn. En alles wat daar in die aeon, deze aeon, voor wijsheid versleten wordt, is geen wijsheid. En dat heeft een hele diepe reden. Dat is dat de Bijbel zegt dat de god van deze aeon – met een kleine letter – de diabolos is, degene die alles door elkaar gooit, de tegenstander. Hij is de god van deze aeon. Dat wil zeggen, niet omdat hij deze wereld zomaar kan claimen, maar hij heeft de denkzin van de mensheid in deze aeon verblind, zodat hij inderdaad degene is die dat alles, de hele denkzin van de mensheid, leidt en stuurt. Hij verblindt de denkzin van de mensheid, zodat ze ook de waarheid van God niet zien.

Maar God zij dank: deze aeon loopt op zijn eind. En dan wordt de god van deze aeon ook ontroond. Hij mag dan een verdieping lager; dan wordt hij in de afgrond geworpen. En er komt trouwens nog een verdieping lager. Dus dat komt helemaal goed met deze wereld. Maar dat is niet in deze aeon, maar in de aeonen die nog gaan volgen.

Ik denk dat we er heel goed aan doen om te onderkennen dat deze aeon door en door fout is en fout denkt. Deze wereld maakt zich zorgen die iemand die leeft in geloof niet kent. De wereld heeft ook geen idee van de wijsheid van God; sterker nog, dat wordt als dwaasheid gezien. Ja, dat is namelijk wel het risico. Sterker nog, het is een absolute consequentie. Als je God kent en uitgaat van Zijn Woord, dan moet je ermee rekenen dat je in de ogen van de wereld, van deze aeon, gewoon voor dwaas versleten wordt. Dan ben je een 'gekkie' en dan spoor je niet. Daar is geen enkel begrip voor.

Ja, is dat leuk om zo buitengesloten te zijn? Nou, misschien niet. Maar ik moet u zeggen: als je weet dat dit mijn wereld niet is, dan mag ik putten uit een bron die zo groots is, zo heerlijk en zo overtreffend, dat ik niet de minste behoefte heb om in de verblinding van deze aeon te moeten leven, of voor wat daarvoor doorgaat. Want laten we wel wezen: zoals de wereld leeft, dat is geen leven. Die mist dat uitzicht dat je mag kennen als je God mag kennen.

Nou ja, dat even over deze aeon. Je vindt die uitdrukking 'deze aeon' een paar keer, maar het is altijd heel negatief, omdat deze aeon dus boos is en met name ook omdat de waarheid in deze aeon ten onder wordt gehouden en geregeerd wordt door de leugen. Nou, weer even terug.

Een Metamorfose Door de Vernieuwing van het Denken ↑ hoofdstukken

Romeinen 12. Wordt niet gelijkvormig aan deze aeon. Laat je niet gieten in de vorm, in de mal, in de matrix van deze aeon, maar onderga een metamorfose. Het woord metamorfose, wat hier in deze weergave ook gebruikt wordt, is inderdaad ook het Griekse woord wat Paulus hier gebruikt. Het is een totale omvorming, zoals we dat in de natuur ook kennen. Het bekendste voorbeeld is dat wat er plaatsvindt met een rups die een metamorfose ondergaat en wordt tot een vlinder. Vast aan deze aarde zittend en dan, in het proces van metamorfose tot een vlinder, wordt die vrij en vliegt de blauwe hemel in.

Wel, dat kan. In plaats van gelijkvormig te worden aan deze aeon, zouden we een metamorfose ondergaan. En ja, dat is iets wat je overkomt. Een rups maakt zichzelf niet tot een vlinder; nee, dat wordt hij. En hoe gaat dat dan in zijn werk? Hoe onderga je dan een complete gedaanteverwisseling, een metamorfose? Wel, zegt Paulus: in de vernieuwing van het denken. Waaruit trouwens nog iets blijkt, en dat is dat 'gelijkvormig aan deze aeon' niet wil zeggen dat je doet wat deze wereld doet, of zelfs dat je je kleedt zoals de wereld zich kleedt, of werkt zoals de wereld werkt. Nee, het heeft te maken met denken zoals de wereld denkt. Die gelijkvormigheid aan deze aeon wordt gecontrasteerd met een vernieuwing van het denken. En dat dat consequenties heeft in je gedrag enzovoorts, dat zal waar wezen, maar het zit aan de binnenkant. Het heeft te maken met de vraag: hoe ondergaan wij een metamorfose? Omdat wij heel anders denken.

De reden daarvoor is niet omdat wij andere trucjes hebben om dingen ons eigen te maken of te leren, of een ander soort logica eropna houden. Nee, we hebben een hele andere input. We krijgen hele andere dingen te horen. Maar als je je laat informeren en je hele perspectief en je aannames, je gedachtegang, je opinies en je redeneringen spiegelt en ontleent aan dat wat de wereld jou voorschotelt... Nooit is er een tijd geweest waarin we zozeer aan die lijband van de wereld verondersteld worden als juist in deze tijd, juist omdat we voortdurend in contact zijn, online zijn met wat de wereld ons allemaal voorschotelt. Maar met die input kom je dus per definitie op een dwaalspoor. Want dat is namelijk precies deze aeon: met de verblinding en met de duisternis, en ook de zorgen, de moeite, de angst en de paniek.

Dat wat normaal is... want ja, de wereld heeft ook zo haar eigen ideeën gekregen over wat normaal is. Wat wij tot voor kort nog asociaal noemden, heet nu ineens 'social distancing'. Het is compleet bizar. Maar als je vernieuwd wordt in het denken en je ontleent je wijsheid aan wat God zegt, dan kijk je op een heel andere wijze. Dan weiger je dingen normaal te noemen die de wereld misschien nu wel als normaal voorhoudt. Nee, wij hebben een andere input. We krijgen andere informatie. Wij voeden ons met de woorden Gods, zoals Hij de dingen ziet en zoals Hij ons voorhoudt hoe de dingen zijn. Ja, dan word je inderdaad getransformeerd in het denken.

Ik zou bijna over hersenspoeling willen spreken, in de zin van dat het een verschoning is van het denken. Maar hersenspoeling heeft natuurlijk ook een wat negatieve klank. Maar het is wel zo dat we in ons denken gereinigd worden. Zoals de wereld nu voortdurend gedesinfecteerd wordt — je kan nergens binnenkomen, een supermarkt of een zwembad of weet ik veel waar, of je moet je handen desinfecteren. Wel, als je in aanraking gekomen bent met het denken van deze wereld, moet je je even laten desinfecteren. Spiritueel, rationeel, gewoon in je denken moet je weer even gereset worden en moet je weer even terug naar de bron om zo weer verschoond te worden. Dat is wat we nodig hebben: dat Woord, in de vernieuwing van het denken.

Het Proefondervindelijk Toetsen van Gods Volmaakte Wil ↑ hoofdstukken

En hoezo dan wel? Wat gebeurt er dan, opdat jullie – zoals Paulus zegt in het slot van vers 2 – zouden toetsen wat de wil van God is? Het goede, welgevallige en het volmaakte; dat is wat karakteristiek is voor Gods wil. De wil van de God, zoals het er letterlijk staat. Die ene God. Welnu, Hij heeft een wil, en waardoor wordt die wil gekenmerkt? Doordat het goed is. Het is ook welgevallig, het is aangenaam. Dat is wat dat woordje 'welgevallig' betekent. En het is ook volmaakt, het is perfect.

Gods wil is zoals Zijn Woord, maar Zijn Woord máákt Zijn wil ook bekend. Zijn Woord is goed, aangenaam en volmaakt, en dat is wat ons transformeert. En dat gaan we dan ook toetsen in de zin van proefondervindelijk beleven. Opdat jullie zouden toetsen – dat is beproeven, ondergaan en ondervinden – wat de wil van God is doordat ons denken veranderd wordt. Doordat we luisteren naar Zijn Woord en ons beschikbaar stellen aan Hem. En zo transformeert Hij ons en wordt er in dit lichaam leven gegoten: levend Woord. En zo kunnen we inderdaad leven en vrucht dragen, vreugde ondergaan en tot Zijn eer en glorie wandelen. Dan kunnen we elke dag een zegen zijn voor de mensen om ons heen.

Trouwens, als je wilt weten hoe dat er verder ook uitziet en hoe dat gaat: lees gewoon door in Romeinen 12. Paulus brengt daar geweldige dingen naar voren over hoe ons leven dan wordt en hoe dat eruit gaat zien. En ja, dat staat haaks op deze aeon en op wat in deze wereld, in deze aeon, voor normaal versleten wordt. Maar ik zou zeggen: prijs jezelf gelukkig als je niet 'normaal' bent in de ogen van deze wereld. Onttrek je daaraan en kijk daarop neer – ik bedoel op het denken van deze aeon. Want zij denken dat het wijs is, maar het is dwaas.

Welnu, zo'n soort leven, echt leven, dat wens ik jullie allemaal toe. Dat je zo gevuld mag worden, want dit lichaam is een aardevat, een 'hol vat' om het zo te noemen. Het is leeg, maar het wordt gevuld met Zijn Woord en wat er dan allemaal te beleven valt, dat is ongekend. Het is een geweldig voorspel en een voorsmaak van wat we in de toekomst allemaal nog gaan ontvangen en beleven. Dat is de toekomst waar we naar uitzien.

Nou, dat zijn van die dingen die ik graag met jullie wilde delen vanuit dit drietal verzen in de Romeinenbrief. Hartelijk dank voor jullie aandacht. Gods zegen allemaal en tot een volgende keer.

🎧 gelijkvormig aan deze aeon?
Delen: