GB-weekend 2 – de verlichting van het goede bericht
11-06-2017 - Geplaatst door Andre Pietsamenkomst gehouden zaterdagtochtend 10 juni 2017 in Maarn
Samenkomst zaterdag-ochtend: over 2Korinthe 4:1 t/m/ 6
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Bediening van het Nieuwe Verbond
- De Overweldigende Ontferming en een Lichte Last van Verdrukking
- Niet Marchanderen, maar de Waarheid Openbaar Maken
- De God van Deze Aion en de Verblinding van de Ongelovigen
- Wat Is Nu Werkelijk een Gelovige?
- Het Evangelie van de Heerlijkheid van Christus
- Religieuze Dogma's Die de Denkzin Verduisteren
- De Verlichting van de Kennis in Onze Harten
- Getransformeerd Door Zijn Heerlijkheid te Weerspiegelen
Introductie: de Bediening van het Nieuwe Verbond ↑ hoofdstukken
En dan is het nu tijd voor de tweede Bijbelstudie in dit weekend, waarbij het iedere keer weer gaat over die gedachten. We hebben dat zojuist ook bezongen: donker is de wereld of de tijdperken, de aeon waarin we leven. Dat heeft een heel specifieke reden en daar zullen we het, juist voor morgen, ook over hebben. Maar in die donkere wereld schijnt het licht. En uiteraard is dat het licht van Gods Woord.
Dat kun je trouwens ook nog op een dubbele manier opvatten. Het Woord van God is dat wat er geschreven staat, maar het Woord van God is feitelijk ook Iemand. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond, zegt Johannes. Hij is de expressie van die God. Dus het is niet alleen 'iets', het is 'Iemand'. Ook dat zullen we in de loop van dit weekend vanzelf nog wel meer gaan zien.
Ik heb deze tweede bijeenkomst als titel meegegeven: 'De Verlichting van het Goede Bericht' of, zo u wilt, 'De Verlichting van het Evangelie' of 'De Verlichting van de Blijde Tijding'. Enfin, ik heb wat met dat woord 'Goede Bericht', dus ik heb het maar zo gelaten. Dat geeft trouwens ook precies weer wat evangelie is. Evangeliaan, dat is inderdaad dat goede en positieve bericht, die mededeling die God laat doen door Zijn herauten, zoals dat ook is opgetekend.
Deze uitdrukking is ontleend aan 2 Korinthe 4 en ik stel voor dat we daar naartoe gaan. Iedere keer – nou, vanavond niet helemaal – zullen we één passage met name onder ogen zien. Daarbij komt telkens naar voren aan de ene kant die donkere wereld, die omgeving waarin wij ons bevinden. Dat lijkt dan allemaal heel vredig en groen en licht als je zo om je heen kijkt en in dit recreatiecentrum vertoeft, maar kijk niet al te goed. Ik bedoel: volg het nieuws in deze wereld en weet wat er allemaal speelt, dan hoef ik u er toch niet van te overtuigen dat deze wereld donker is.
We gaan naar 2 Korinthe 4 en ik stel voor dat we beginnen te lezen bij vers 1. Dat is altijd weer lastig, wat meteen al uit het eerste woord blijkt, want Paulus borduurt gewoon voort op 2 Korinthe 3. Daar moet ik misschien nog even bij zeggen dat het in 2 Korinthe 3 gaat over het contrast – want God maakt dingen altijd duidelijk door contrast, zo krijgt een mens kennis en besef van dingen – over het contrast tussen het oude verbond (de berg Sinaï, het verbond dat God sloot met het volk van Israël met de middelaar Mozes) en het nieuwe verbond in Christus.
U moet namelijk weten dat daar in Korinthe, waar Paulus het evangelie had verteld, judaïsten waren gekomen. Zij wilden het judaïsme, de Joodse godsdienst, maar daarmee ook het oude verbond in ere herstellen. Daarmee bedoel ik dat ze de mensen onder de wet wilden brengen. Dat is een actueel probleem, niet alleen nu, maar ook in de dagen van de apostel Paulus; daar kreeg hij voortdurend mee te maken. Daarom maakt Paulus duidelijk dat het oude verbond inmiddels beëindigd is en dat er in Christus een nieuw verbond is aangevangen.
Daarover heeft hij het dus als hij zegt: "Daarom, hebbende deze bediening..." Hij had al over verschillende bedieningen gesproken, maar dat zijn verschillende benamingen van één en dezelfde bediening. Deze bediening is de bediening van de Geest; in hoofdstuk 3 vers 8 vind je die uitdrukking. De Geest, dat is leven. Hij noemt dat in hoofdstuk 3 vers 9 de bediening van de rechtvaardigheid en nog even later in datzelfde vers de bediening die overvloedig is in heerlijkheid.
Hij contrasteert dit ook met dat oude verbond. De bediening van het oude verbond noemt hij de bediening van de stenen tafelen. Dat was een bediening des doods. Dat bleek meteen al op de dag dat het oude verbond gegeven werd: drieduizend zielen vielen er toen in de woestijn. Het was ook een bediening van veroordeling; de wet veroordeelt tot de dood. Dus eigenlijk hebben die eerste twee alles met elkaar te maken.
En hoewel die bediening van het oude verbond destijds gepaard ging met heel veel heerlijkheid – zodanig zelfs dat Mozes zijn aangezicht moest bedekken – is niettemin de bediening van de Geest degene die leven geeft en die sterker is dan de dood. Het is de bediening die niet veroordeelt, maar die rechtvaardig maakt. Aan de ene kant is het oude verbond de bediening van de dood, de bediening van het nieuwe verbond is van leven. Waar de één een bediening van veroordeling is, is de ander een bediening die rechtvaardig verklaart en dat naar voren brengt. De bediening van het oude verbond gaf weliswaar heerlijkheid, maar de bediening van het nieuwe verbond is overvloedig in heerlijkheid.
Paulus zegt dus: "Hebbende deze bediening..." En laat ik erbij zeggen: die geest van dat nieuwe verbond is de essentie van het nieuwe verbond. Het geeft leven en rechtvaardiging, ook voor Israël straks. De essentie daarvan is precies wat het evangelie inhoudt: het geeft leven en rechtvaardiging en het is overvloedig en overtreffend in heerlijkheid. Paulus zegt erbij dat zij die bediening hebben verkregen vanwege ontferming.
De Overweldigende Ontferming en een Lichte Last van Verdrukking ↑ hoofdstukken
En daarom, zegt Paulus, worden wij ook, ondanks al die tegenstand, niet moedeloos. Goedemorgen. Goed. Hoezo? Hoezo niet moedeloos? Paulus zegt dat die ontferming zo groot is. Elders zegt hij in de Timotheüsbrief: "vroeger was ik een lasteraar, een vervolger, een belediger, maar," zegt hij, "mij is ontferming bewezen." En even later zegt hij: "overweldigend echter is de genade van de Heer." Zo kon Paulus daar uit persoonlijke ervaring over spreken. Hij was overweldigd. Dat is een geweldige term. Het was geen keuze van hem; hij was dat door de wil van God. We hadden het daar gisteren al over: hij had er niet naar gezocht. Nee, de Heer had hem gevonden. En dat is inderdaad overweldigend.
Hij zegt: "om die reden, die ontferming die mij is bewezen, heb ik nu deze bediening." Wij mogen spreken van leven dat sterker is dan de dood – we zullen het daar morgenochtend uitgebreid over hebben – en van een bediening die rechtvaardig verklaart. Gewoon om niet. God rechtvaardigt de goddeloze; Hij rechtvaardigt heel het mensdom. Hij wil dat. En die bediening is zo overtreffend in heerlijkheid dat het ook onvergankelijk is. Wel, die bediening is zo groot. Het loutere feit dat Paulus daarmee geconfronteerd is, maakt hem tot iemand die, ondanks alle tegenstand en alles wat hij te verduren kreeg, een man was van hoop en verwachting. Want dat overtreft alles.
Zelfs wanneer hij in hetzelfde hoofdstuk spreekt over de verdrukking die hij onderging, en die erg groot werd in al die jaren dat hij van stad tot stad en van werelddeel naar werelddeel reisde, noemt hij dat in 2 Korinthe 4 "de lichte last van verdrukking van een ogenblik". Zoveel tegenslag – in deze brief spreekt hij daar ook nog over – maar hij zegt dat het slechts een ogenblik is. En bovendien: het is licht. Hoe kun je dat zeggen? Dat komt omdat Paulus geroken had aan die overtreffende heerlijkheid die onvergankelijk is. Hij zegt dat het de lichte last van een verdrukking is, omdat het niet opweegt tegen een overtreffend gewicht aan heerlijkheid. Dat is namelijk onvergankelijk en bovendien staat het één in vergelijking met het ander totaal niet meer in verhouding. Die verdrukking mag op zichzelf genomen zwaar zijn, maar ze wordt licht ten opzichte van die enorme heerlijkheid waar wij zicht op mogen hebben. Het heeft alles te maken met perceptie. Hoe kijk je ertegenaan? Hoe heeft God jouw ogen daarvoor geopend? Afijn, hij zegt: wij worden daarom niet moedeloos.
Niet Marchanderen, maar de Waarheid Openbaar Maken ↑ hoofdstukken
Hij zegt: we versmaden de verborgenheden van de schande. De MBG-vertaling geeft het wat vrij weer: "Wij hebben verworpen alle schandelijke praktijken die het licht niet kunnen zien." Ja, want dat wat schandelijk is, mag het licht niet zien en dat houd je dus verborgen. Dat gaat uiteraard hand in hand. Maar Paulus zegt: wij versmaden die verborgenheden van de schande.
Ik ga er hier even wat sneller doorheen. Hij zegt dat hij niet wandelt in sluwheid. Paulus was er niet op uit om mensen te manipuleren of listig te vangen. Nee, hij zegt: wij wandelen niet in sluwheid, noch frauderen wij het woord van de God. Frauderen. In hoofdstuk 2 van dezezelfde brief schrijft hij: "Want wij zijn niet als de velen." Let op: "De velen". Ook dat is een contrast. Er waren vele predikers die ook het woord brachten, maar die daarmee marcheerden. Het woord wat daar gebruikt wordt, betekent handelen als koopwaar. Dat kun je letterlijk opvatten in de zin van dat je er rijker van wordt, financieel rijker, maar je kunt het woord van de God ook als koopwaar zien: als een product wat je moet slijten.
Maar dat was het voor Paulus niet. Paulus hoefde geen product te verkopen. Hoe vaak hoor je dat ook niet in de sfeer van religie, ook binnen de christelijke godsdienst, kerken en gemeenten? Dat ze het dan zien in termen van marktwerking en van wat ze geleerd hebben op het gebied van de commercie. Ze menen dat we dat dan ook in de gemeente zouden moeten doen: we hebben een product dat aan de man gebracht moet worden. Dat is krankzinnig. Alsof het erom gaat dat je zoveel mogelijk mensen erbij moet betrekken. Dat is marktdenken. Dat is hoe je conditie krijgt, maar dan moet je ook mensen gaan misleiden.
Paulus zegt echter: wij brengen het woord, maar wij frauderen daar niet mee. Wij marchanderen niet. Dat is een mooi woord; het komt uit het Frans en het betekent als een koopman met iets omgaan. Maar hoe dan wel? "Maar in de openbaarmaking van de waarheid onszelf aanbevelende." Aan de ene kant heb je dus de velen die marchanderen met het woord en eigenlijk feitelijk hun eigen gedachten vertellen. Hoe vaak heb ik dat al niet gehoord — misschien u ook — dat voorgangers of predikers een eigen gedachte hebben en daar een tekst voor zoeken? Dan hangen ze hun eigen gedachten aan die kapstok van een Bijbeltekst. Maar dat is in feite marchanderen met het woord. Want in feite wat je brengt, is je eigen gedachte. Jij hebt een bepaald idee waardoor je bekoord bent of wat je vindt dat mensen ook zouden moeten weten, en je hebt daarvoor het woord van de God voor je karretje gespannen. Maar dat is niet de bedoeling.
Het gaat erom dat je, zoals Paulus zegt, de waarheid openbaar maakt. Gewoon laten zien wat het woord is. Dat staat er, zodat mensen er ook totaal niet aan onderuit kunnen. Dat is waarin Paulus zichzelf ook aanbeval. Wat was zijn aanbeveling? Niet de aandacht vestigen op zichzelf. Paulus was zich trouwens ook heel goed bewust van zijn eigen minpunten. Later in de brief lees je ook dat hij erop werd aangesproken dat hij niet zo'n klassespreker was. Maar daar ging het Paulus helemaal niet om. Wat Paulus deed, is datgene brengen waar hij door gegrepen was en waarvan hij wist dat het waar was. En dat betekent dat het feiten zijn die je onder bewijs kunt stellen door te wijzen op wat er staat geschreven. Volgens mij is dat wat die openbaarmaking van de waarheid is. Dat is de waarheid, het kan bewezen worden, het zijn de feiten en dat laat ik zien. En dat is het enige wat ik vertel.
Trouwens, daarin treedt de prediker, degene die dat doorgeeft, feitelijk helemaal terug. Die is daarmee volstrekt onbelangrijk; hij is alleen maar een doorgeefluik, meer niet. Het gaat om die waarheid die openbaar gemaakt wordt. En daarin zegt Paulus: "...maar naar elk geweten van mensen toe in het zicht van de God." Dat wil zeggen dat we een aanbeveling zijn naar elk geweten van mensen. Het is een wat stijve weergave, maar het geeft wel goed weer wat Paulus hier uitdrukt. Het betekent dat degene die eerlijk is — even los van je achtergrond, van gevoelens, van eigen ideeën of van wat men zegt — weet dat het waar is wat ik zeg. Ik bedoel, dat zijn allemaal elementen die zo gemakkelijk en zoveel invloed hebben op het beoordelen van dat wat je hoort. Maar als je eerlijk bent, zegt Paulus, dan weet je dat het waar is wat ik zeg.
Wij maken de waarheid openbaar en dat is onze aanbeveling voor elk geweten van een mens. Iemand die eerlijk is, die weet: ja, het strijdt misschien met van alles en nog wat en er is heel veel bezwaar tegen aan te tekenen, maar één ding kunnen we niet ontkennen: het is waar wat hij zegt. Dat is de mooiste aanbeveling die je kunt krijgen. Het is misschien stuntelig verteld, of er is van alles op iemands spreken aan te merken — ik zei al dat Paulus hiermee in feite ook aan zichzelf refereert — maar de aanbeveling was voor degene die eerlijk is. Voor wie gewetensvol is, wordt de waarheid openbaar gemaakt. En dat kan elk mens, zoals Paulus zegt, zelf beoordelen.
Ik wil het even uitzitten. Ja, zo af en toe. Maar het wordt beter, Linda. Nou, Linda heeft me wat gegeven; ik ga het nog druk krijgen! Dat is ook een aanbeveling, ja. Ik weet niet meer precies wat het laatste was, maar dit moet dan toch in elk geval duidelijk zijn: de feiten zouden spreken en daarmee komt de waarheid aan het licht. Wat een geweldige aanbeveling is dat.
De God van Deze Aion en de Verblinding van de Ongelovigen ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus: "Indien echter ook bedekt is het goede bericht van ons..." Ons evangelie. Indien dat ook bedekt is, dat wil zeggen dat het niet gezien wordt, dan is het bedekt in degenen die verloren gaan. U ziet in de tekst een verticaal streepje boven dat woord staan, en dat wil zeggen dat het in de tegenwoordige tijd staat. "Die verloren gaan" — in het Nederlands blijkt dat niet helemaal duidelijk, maar het betekent eigenlijk: die bezig zijn verloren te gaan.
Kijk, het was de vorige bijeenkomst dat we al hebben opgemerkt — dat was dat glorieuze begin van Filippense 2 — waar God zelfs zweert dat elke knie voor Hem gaat buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Heer is. In de naam van Jezus: Yahweh is redder. De redding van allen is gegarandeerd. Hij is een Redder van allen, maar verwar dat niet met de gedachte — en ik heb het zo vaak gehoord, ook dat wordt als bezwaar ingebracht tegen het evangelie — dat men dan boze dingen zegt als: "André Piet beweert dat alle mensen behouden zijn." Dat is absoluut niet wat de Bijbel leert. Sterker nog, deze wereld in het algemeen is bezig verloren te gaan. Dat God de Redder is van heel de wereld betekent niet dat er geen verlorenheid is. Integendeel zou ik zeggen: als Hij een Redder is van allen, dan veronderstelt dat dat de wereld eerst verloren moet zijn. Wil het daadwerkelijk gered en gevonden worden? Hoe zou iets gevonden worden als het niet eerst verloren is? Hoe zou iets gered kunnen worden als het niet inderdaad eerst verloren is? Daarom: hoe zou iemand genezen kunnen worden als je niet eerst ziek bent?
Waar Paulus het hier over heeft, zijn degenen die verloren gaan. Deze wereld is bezig verloren te gaan. En hoe komt dat? Wel, het evangelie is bedekt bij degenen die verloren gaan. Hij geeft daar een toelichting op in vers 4 en zegt: "In wie..." Hij heeft het dus over degenen voor wie het evangelie bedekt is; ze zien het niet. "In wie de god van deze aeon..." De god van deze aeon. We hebben aan de ene kant — en dat is het allermooiste — de God der aeonen. Zo heet Hij ook in 1 Timotheüs 1: de Koning der aeonen. Er is er één die de aeonen beheerst, die aan het begin staat en aan het einde staat. Al die wereldtijdperken zet Hij op hun plaats. Maar in deze aeon is daar een god, een godheid die regeert. Relatief natuurlijk, want hij is gesteld en zijn domein is beperkt tot deze aeon. Het gaat hier niet over dé God, maar over de ene God. Want weet u, er zijn goden in menigte en er is ook in deze aeon een god die het voor het zeggen heeft en die deze aeon boos maakt. In Galaten 1 spreekt Paulus daarover, dat wij getrokken zijn uit deze tegenwoordige boze aeon.
Wat maakt deze aeon zo boos? Laten we even doorlezen en dan bladeren we naar Efeze 2, want daar legt Paulus dat nog nader uit. Hij zegt daar in vers 2 — ik val midden in de zin: "...in welke jullie eens wandelden, naar de aeon of in overeenstemming met de aeon van deze wereld." Er zijn verschillende werelden: je hebt de toenmalige wereld in de dagen van Noach, de tegenwoordige wereld en de toekomende wereld. Aan deze wereld is een aeon gekoppeld, beginnend bij Noach, en die aeon is op zijn eind aan het lopen. In Matthäus 24 staat die hele rede die de Heer Jezus op de Olijvenberg heeft gehouden over het einde van deze aeon die aanstaande is, waarna er een nieuwe aeon zal beginnen.
Maar hij zegt: de aeon van deze wereld wordt gedirigeerd door de overste van de autoriteit van de lucht. Er is een volmacht in de lucht, dat wil zeggen: het onttrekt zich aan het oog. Maar het ademt in de hele atmosfeer van deze aeon. Daar zijn trouwens verschillende lagen van autoriteit. De Bijbel spreekt over machten, volmachten en wat was het ook alweer in Efeze 6? Krachten, machten en overheden, hartelijk dank. Dat zijn verschillende niveaus van heerschappij, maar degene die aan de top staat is de overste van de autoriteit van de lucht. Die hele atmosfeer van de geest — dat is ook weer iets ongrijpbaars wat je niet kunt zien, zoals de lucht en de winden die waaien — dat is die geest die nu inwerkende is in de zonen van de ongezeggelijkheid. Wel, die zich dus niet laten gezeggen.
Er is in deze wereld — het is een wat ingewikkelde zin, maar de strekking moet helder zijn — een aeon die wordt geregeerd door een overste die het voor het zeggen heeft en die de atmosfeer, de lucht, in zijn handen heeft en dirigeert, en die nu inwerkt in degenen die zich niet laten gezeggen. De "zonen van de ongezeggelijkheid", dat is karakteristiek voor deze wereld en dat maakt deze wereld ook zo duister. Die god van deze aeon, vergis u niet, dat is geen onbenul. Die is buitengewoon schrander en intelligent. Zo wordt hij meteen al geïntroduceerd in de Bijbel: de slang die God gemaakt heeft. Mensen vragen zich af waar die slang vandaan komt, maar het is gewoon een creatie van God. En God heeft hem een bepaald domein gegeven. In feite staat hij, zonder het te weten en zonder het te erkennen, in dienst van God. Maar je leest van hem inderdaad dat hij de schranderste was. Wat een intelligentie. En die heeft het voor het zeggen. Dat wat er in deze wereld allemaal speelt, de hele atmosfeer, wordt beheerst door een enorme intelligentie die de mensen manipuleert en inwerkende is, zodat mensen zich niet kunnen laten gezeggen door dat Woord. Relatief gesproken natuurlijk, want de God beheerst dat. Je moet je altijd goed bewust zijn op welk niveau we het daarover hebben, maar inderdaad: in deze wereld, in deze aeon, is daar die overste.
En wat doet hij, die god van deze aeon? Hij verblindt de gedachten. Met dat verblinden zijn we ook weer helemaal in de sfeer van dit weekend: dingen worden duister gemaakt. Als de ogen worden toegedekt, dan zie je het licht niet meer. Dan is het donker en zie je niets meer. En wat hij doet, is verblinden. Niet de fysieke ogen, maar wat de Bijbel noemt: de ogen van het hart. Daarmee versta, begrijp, zie en doorzie je de dingen. In je denken — de NBG-vertaling spreekt over "overleggingen" — manipuleert hij het denken in deze aeon. Dat doet hij buitengewoon intelligent. Hij is geen domme jongen; hij weet hoe hij dat moet doen. Gisteravond hadden we na afloop van de samenkomst nog een gesprek daarover. Het is indrukwekkend hoe hij het voor elkaar krijgt om intelligente mensen te verblinden. Daar heeft hij buitengewoon veel succes mee. Wat hij doet, is de gedachten verblinden zodat mensen de dingen niet zien en niet kunnen begrijpen.
Het is misschien toch goed om wat ik zojuist aanstipte nog even nader toe te lichten. Je kunt dingen beschouwen op verschillende niveaus. Als je het op het laagste niveau bekijkt, dan kijk je gewoon naar wat er aan de hand is in de wereld en naar de motieven die mensen hebben om bijvoorbeeld niet te geloven. Daar kun je bijvoorbeeld godsdienstige motieven voor hebben, want je gelooft niet omdat je zelf wilt werken.
Je kunt het ook op een niveau hoger zien, en daar hebben we het eigenlijk nu over in 2 Korinthe 4. Dan praat je over de overste van de macht van de lucht, over de god van deze aeon die achter de schermen de dingen dirigeert en die ervoor zorgt dat mensen verblind zijn, dat ze het niet kunnen zien. Hij heeft ervoor gezorgd dat er concepten, leerstellingen, paradigma's en axioma's zijn – dat zijn hele mooie woorden, maar het betekent allemaal gedachtegangen die ervoor zorgen dat intelligente mensen (het maakt even niet uit over welk IQ we nu spreken) iets niet kunnen zien. Daar is een hogere intelligentie voor nodig. Welnu, daar is een overste van de macht van de lucht en die werkt in. Dat niveau is al een stuk hoger, want dan praten we eigenlijk over dingen die we niet kunnen zien, die zich achter de schermen voltrekken.
Maar dan heb je nog het allerhoogste niveau. Je kunt het op menselijk aardsniveau bekijken. Je kunt het bekijken op het niveau van wat er in de lucht allemaal speelt. Maar je kunt het natuurlijk ook beschouwen vanuit het mooiste standpunt, wat ook ons uitgangspunt is: namelijk vanuit de God. Hij is het die ogen geeft om te zien en oren om te horen, en die het allemaal leidt. Want de god van deze aeon staat mooi wel onder controle van de Koning der aeonen. Dat begrijpt u, hè? Dus dat soort onderscheid moet je soms maken. Je moet dat dan ook niet verwarren en ik probeer dat ook te vermijden deze morgen.
Maar in ieder geval hebben we het nu dus over die god van deze aeon. Wat doet hij? Hij verblindt de gedachten van de ongelovigen, de niet-gelovenden. Dat is altijd een kwestie: wat is nou een ongelovige? En dat is ook weer lastig, want als je dat gewoon religieus bekijkt of in algemene termen – als je op je werk bent, ik noem maar wat, of je spreekt met je buren of met vrienden – wat zijn dan gelovige mensen? Dat zijn mensen die naar de kerk gaan, of mensen die (het hangt er een beetje vanaf in welke sfeer je dan spreekt) spiritueel geïnteresseerd zijn, iets met een godheid hebben of daarmee in de weer zijn. Dat heet allemaal: dat zijn gelovige mensen.
Het is eigenlijk een vergaarbak voor alles wat op een of andere manier waarde hecht aan God, wat dat dan ook moge zijn. En dan zijn moslims, christenen en boeddhisten allemaal gelovige mensen. Als je in de christelijke wereld bent, dan heb je het iets nauwer: dan zijn er gelovige mensen die naar de kerk gaan. Maar wat is nou een gelovige? Nu moeten we de vraag nog wat beter, scherper formuleren. Laten we het eventjes dan zo vragen.
Wat Is Nu Werkelijk een Gelovige? ↑ hoofdstukken
Wat was voor Paulus, die deze dingen noteerde, wat was voor Paulus nu een gelovige? En het antwoord daarop is verrassend simpel, moet ik u zeggen. Een kind zou het kunnen bedenken. Hoe wist Paulus nu, wanneer hij een evangelie brengt, hoe wist Paulus nu of hij te maken had met gelovigen of niet? Dat is heel makkelijk. Ik heb het geloof ik hier ook op de PowerPoint gezet: je vertelt het evangelie en je merkt de reactie op. En sommigen zeggen: "Wauw, geweldig! Amen!" Hoe zit dat dan? Oké, dan begrijp je misschien niet alles, je wilt het graag weten, maar je hecht er geloof aan, aan dat wat gezegd wordt. En je hebt mensen die er geen geloof aan hechten en die het verwerpen. Juist.
Wij hebben dan de neiging om degenen die religieuze motieven daarvoor hebben, wel gelovigen te noemen. Dat kan, maar het criterium is heel simpel. Het gaat er eigenlijk dus niet om wie nu een gelovige is en wie niet. De vraag is: wat is het evangelie? En dan was Paulus, met die geweldige ruime boodschap — ruimer kan namelijk niet, want het is alomvattend — wel weer heel scherp. Want dan zegt hij in de Galatenbrief: "Indien iemand jullie een evangelie vertelt dat afwijkt van wat ik jullie heb verteld, die zij anathema." Ik zeg het maar in het Grieks, want in het Nederlands klinkt het meteen zo... "Die zij vervloekt", staat er in uw vertaling. En in feite is dat ook de gedachte: dat geef je over aan God en Die doet er dan wel het Zijne mee. En we weten dat dit eigenlijk ook een troostwoord is hoor, als je het aan God overgeeft en Hij de dingen zal richten. Terwijl je zou kunnen zeggen dat dit negatief is. Want als God gaat richten, nou, berg je dan! Maar aan de andere kant is ook dat weer evangelie, want God gaat dat ook weer rechtzetten.
Maar begrijpt u? Voor Paulus was het zo. Hij heeft het niet eens over de hoorders, maar: indien iemand jullie een evangelie vertelt dat afwijkt van wat ik je vertel, dat staat onder dat anathema, dus vervloekt. Dat is scherp, Paulus. Dan ben je wel heel overtuigd van wat je te melden hebt. Voor Paulus is dat dus helemaal geen probleem geweest. Hij vertelde het geweldige goede bericht van God, overal. En er waren mensen die dat hoorden en dat graag wilden horen en dat beaamden. Er waren dus gelovigen en er waren andere mensen van alle soorten en maten met allerlei motieven die dat niet geloofden. En dat zijn de ongelovigen.
Ga nu dus niet zeggen: "O, gelovigen, dat zijn degenen die naar een kerk of gemeente gaan." Dat heeft er niets mee te maken. Het mooie is ook dat het een geweldige aanleiding is, want je stelt jezelf toch de vraag: wie zou die persoon eigenlijk zijn? Waar staat hij? Nou, vertel het. Dat is trouwens ook een mooie gelegenheid. Jouw vraag wordt beantwoord en zij horen precies datgene wat het allermooiste is wat je maar kunt bedenken. En het kan zijn, de kans is groot, dat ze zeggen: "Nee, dank je." Nou, dan weet je dat ook weer. Je kunt altijd zeggen: "En toch blijft Hij jou redden hoor, daar ontkom je niet aan." Het is mooi, hè? Het blijft een evangelie dus.
Paulus spreekt dus over die donkere aion waarin de god van deze aion het voor het zeggen heeft en de regie voert. Hij verblindt het denken van de niet-gelovenden, opdat hen niet bestrale, opdat ze niet ontwaren, dat zij het licht niet zouden zien: de verlichting. En nu ziet u ook meteen waarom ik deze tweede samenkomst deze titel heb gegeven. Want er staat: de verlichting van het schijnsel van het evangelie. Letterlijk: de verlichting van dat goede bericht. Dat is het.
Het Evangelie van de Heerlijkheid van Christus ↑ hoofdstukken
En wat is dat goede bericht dan? Wel, het is het goede bericht van de heerlijkheid van de Christus. Het is een geweldige benaming. Ik heb nog eens een keer een heel seizoen over allerlei uitdrukkingen in het Nieuwe Testament gesproken, over de verschillende benamingen van het evangelie. Maar hier lees je over het evangelie van de heerlijkheid van de Christus. Hij spreekt in 1 Timotheüs over het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God. Ook zo'n prachtige, dat lijkt er erg op: het evangelie van de heerlijkheid. Maar hier is het de heerlijkheid van de Christus. Dat heeft alles met God te maken, maar dat is het volgende zinsdeel.
Maar het gaat in elk geval om dat evangelie waar Paulus het over heeft. Wie staat daarin centraal? Niet de mens, maar Hij. Het gaat er niet om wat een mens doet, ook niet om menselijke schuld of om de zonde van de mens of wat een mens moet doen. In feite praten we dan weer over wet, van welke soort dan ook. Dat was het oude verbond ook: je moet dit doen, je mag dat doen. Maar dat is het niet. Het is niet wat de mens moet doen of wat de mens had moeten doen – want dan heb je schuld – nee, het is wat God door Zijn Zoon, Christus, heeft gedaan, doet en zal doen. Verleden tijd, de tegenwoordige tijd en de toekomende tijd. Kortom, Hij staat daar in het centrum en het middelpunt. Het gaat allemaal om Hem.
En dat is wat het evangelie ook werkelijk evangelie maakt. Het trekt de aandacht helemaal af van wie de mens is en al zijn besognes. Daar word je trouwens ook nooit blij van, toch? Je wordt ook niet blij als je hoort over waartoe de mens allemaal in staat is. Maar ook als je dan verteld wordt wat een mens moet doen, dat stelt altijd teleur. Altijd, per definitie. En sowieso, de aandacht is daarmee op de mens gericht. En het evangelie zegt: wijs alle schijnwerpers – voor zover die nodig zijn, want Hij is zelf het licht, maar goed, bij wijze van spreken – alle aandacht, alle attentie gaat naar Hem. Naar Christus en Zijn glorie. Wat Hij gedaan heeft, wie Hij nu is, wie Hij straks zal zijn. Hij is de laatste Adam, degene die de hele mensheid omsluit en omvat. Dat is Zijn heerlijkheid.
Wel, wat Paulus vertelt, dat is dat evangelie van de heerlijkheid van de Christus. Maar velen zien dat niet. En daar zijn allerlei concepten die de god van deze aeon eigenlijk geïnstigeerd heeft, geïnitieerd. Hij heeft daartoe het initiatief genomen. Hij gebruikt mensen daar als medium voor en die er zorg voor dragen dat mensen dat niet zien, zodat hun denken dat niet aan kan, omdat het conflicteert met dat wat ze weten of denken te weten of geleerd hebben. Maar daar gaat het over, dat het licht schijnt van het evangelie van de heerlijkheid van de Christus, die een beeld van de God is.
Eigenlijk kun je zeggen: "die beeld van God is". Het gaat erom, niet zozeer dat Hij hét beeld is – dat staat er niet – maar wat is Hij? Hij is beeld van de God. En dat Griekse woord wat u hier ziet, ikoon, dat is ons woord icoon. En ja, wat is een icoon? Dat is inderdaad een beeld. En wat wil dat zeggen? Wel, het representeert Christus. Wat is de heerlijkheid van Christus? Het is niet dat Hij God is, Hij is beeld van de God. Hij representeert God dus ook. Vandaar ook – maar dan spreken we over beeldspraak – dat Hij ook inderdaad de heerlijkheid van de God vertegenwoordigt.
Maar dat is niet zo moeilijk, ik heb een mooi voorbeeld. Want als je het hebt over het woordje beeld, ikoon... dat wordt gebruikt in Matteüs 22. En dan wordt de Heer Jezus... er zijn mensen die Hem een strikvraag willen voorleggen en dan vragen ze of het geoorloofd is belasting te betalen. Dat was een issue daar in Israël. En dan vraagt Hij een muntstuk en Hij zei tot hen: "Van wie is deze afbeelding?" Nou, hier ziet u zo'n Romeins muntstuk. Misschien is het wel hetzelfde muntstuk geweest wat toen zo in die kring vertoond werd. En dan vraagt de Heer Jezus: "Van wie is deze afbeelding? Van wie is deze ikoon?" En ze zeiden: "Van de keizer." Dit is de keizer. Zien jullie goed? Dit is de keizer. Dat is uiteraard – nogal wiedes – dat is beeldspraak, want dit is niet de keizer. Je kunt dat namelijk altijd weer betwisten: nee, het is niet letterlijk de keizer. Die keizer die zit daar in Rome op de troon en die regeert daar enzovoort. Dit is een afbeelding van de keizer. Ja, en dan kun je natuurlijk... En dit lijkt wat knullig dat ik dit zo benadruk, maar ik zeg u dit.
Religieuze Dogma's Die de Denkzin Verduisteren ↑ hoofdstukken
In feite is dit een gigantische theologische strijd geweest. In de derde en vierde eeuw is daar een leer ontworpen van de drie-eenheid. Dan weet je meteen al: als er termen gebruikt gaan worden die niet uit de Schrift komen, dan zijn dat geen gezonde woorden. Men heeft toen bedacht: hoe zit dat nou? Is Christus God, ja of nee? Je had de Ariërs en je had Athanasius in een grote strijd. Het was op voorhand eigenlijk al gedoemd om te mislukken. Uiteindelijk heeft Athanasius bij het concilie van Nicaea gewonnen; dat was de partij met de meeste medestanders. Toen werd verklaard dat God een drie-eenheid is en Jezus 'God de Zoon'. Dat is ook alweer zo’n term die de Schrift niet kent. Hij is de Zoon van God. Niet God de Zoon, Hij is de Zoon van God.
Dat zorgde er vervolgens voor dat die geloofsbelijdenis zodanig werd geformuleerd dat je aan het eind leest dat je niet zalig kunt worden en voor eeuwig in de hel zult komen als je dit niet onderschrijft. Zo staat het er. Vervolgens is deze leer onder alle christenen aanvaard als de officiële orthodoxie. Dus u weet nu ook in wat voor gezelschap u terechtgekomen bent. Dit is zeer kritisch. Het is echt waar wat ik nu zeg, ik waarschuw u nu meteen maar, want je komt er vroeg of laat toch wel achter. Maar dan weet u het in ieder geval. Dat op zich is voor velen al een reden om te zeggen: "Denk jij nu werkelijk dat je het beter weet dan al die knappe theologen die daar toen zo hevig mee gestreden en over gedebatteerd hebben, en die dat uiteindelijk als beleid en als dogma hebben neergezet? Denk je dat echt?"
Die leerstelling is zo fataal; het is een hele knappe lering. Want als je namelijk zegt dat Hij 'God de Zoon' is, dan kon Hij ook niet echt sterven. Maar hoefde Hij dan ook niet opgewekt te worden uit de doden? Hoe kun je nu van harte geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, als Hij God zelf was en eigenlijk niet eens gestorven is? Dan hoefde Hij ook niet opgewekt te worden. Dat kun je nooit van harte geloven. Je kunt het misschien wel met de mond belijden, maar je begrijpt er niets van. Mensen kunnen dat ook niet uitleggen. Dan ga je zingen: "Ja, Hij stond op uit de dood, uit eigen kracht." Als je dan vraagt hoe dat kan, dan blijkt de denkzin te zijn verblind. Door het ene dogma te aanvaarden, kun je het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is, gewoon niet meer begrijpen. Dat kun je niet meer. Daar zie je hoe knap het is om zulke leringen te introduceren die het zicht onmogelijk maken.
Hij is het beeld van God, dat is geweldig. Wie Hem ziet, ziet daarmee God, als de ware volledige representatie en de expressie van God. Of zoals Hebreeën 1 zegt: dat Hij het afschijnsel is van Gods heerlijkheid, het embleem daarvan. Ik lees even door in 2 Korinthiërs 4 vers 5. Want, zegt Paulus, niet onszelf herauten wij. Nee, het evangelie van de heerlijkheid van Christus. Wij herauten Jezus Christus als kurios, onszelf echter als slaven van jullie vanwege Jezus. Dat wil zeggen dat Paulus zich helemaal ten dienste opstelde van degenen aan wie hij dat goede bericht wilde vertellen. Aan iedereen dus. Daarom was hij volledig dienstbaar, zelfs een slaaf, en cijferde hij zichzelf volkomen weg. Want het ging namelijk allemaal vanwege Jezus: Jezus Christus als Heer. Daarom stelde hij zich zo als slaaf op.
De Verlichting van de Kennis in Onze Harten ↑ hoofdstukken
Ik lees verder in vers 6: "dat de God die zegt vanuit duisternis zal licht schijnen". Dit refereert aan meerdere Schriftgedeelten. Het eerste waar je wellicht aan denkt, is Genesis 1: "Er zij licht." Er was alleen maar duisternis en God sprak: "Er zij licht." In Job 37 lees je ook iets dergelijks, en in Jesaja 9: "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien." De God die zegt dat vanuit duisternis licht zal schijnen. Ziet u hoe we ook hier weer helemaal in de sfeer van dit weekend zijn? De wereld is duister, maar vanuit die duisternis schijnt er licht.
De verblinding in deze aeon mag gigantisch zijn en ook zo geraffineerd. Mensen durven daar vaak niet eens aan te zitten, zoals ik zojuist al naar voren bracht. Als dogma’s zo in beton gegoten zijn, dan durf je er niet eens meer aan te komen. Mensen begrijpen er vaak helemaal niets van — dat zeggen ze ook altijd — maar ze durven er niet aan te tornen. Want ja, dat mensenwoord is zo gewichtig en daar hangt ook zoveel aan vast. Wie het niet aanvaardt, die staat buiten. Ziet u hoe geraffineerd dat werkt, zodat mensen het inderdaad niet kunnen zien?
De God die zegt: "vanuit duisternis zal licht schijnen", is Degene die het doet schijnen in de harten van ons. Kijk, dat is wat God doet. Hij laat Zijn licht schijnen en Hij dringt daarmee door in het hart, dat wil zeggen in de binnenkant. Het is gericht op de verlichting van de kennis. In onze vertaling staat dan vaak "om ons te verlichten", maar het gaat niet zozeer om de verlichting van ons, maar om de verlichting van de kennis. Welke kennis? Kennis heeft te maken met dingen zien, verstaan en gewoon ook weten. Natuurlijk gaat het er ook om dat je het gaat beseffen, maar het begint gewoon bij weten.
Wat God in Zijn Woord heeft laten optekenen, die kennis moet zichtbaar worden. Dat die verlicht wordt, dat daar het licht van gaat schijnen en dat mensen dat gaan weten, zodat je de dingen ook gaat begrijpen. Dat Hij het beeld van God is, dat is Zijn geweldige heerlijkheid. Paulus zegt dat alles gericht is op de verlichting van die kennis. Het is dus niet alleen dat wij verlicht worden, maar ook dat wij vervolgens in ons eigen leven die kennis van wie Hij is — de heerlijkheid van Christus — mogen etaleren. Het enige wat je hoeft te doen, is het Woord te vertellen.
Het Woord is licht en dat gaat schijnen. Dat Woord schijnt, het straalt. Dat is het geweldige van het Evangelie; het is echt goed bericht. Hij is werkelijk de God, de levende God. Hij is Vader. Al die dingen hebben miljoenen facetten, als een geweldige diamant. Maar spreek, neem dat Woord in de mond, en het doet vanzelf zijn werk. Dat is die verlichting van de kennis. Dat Woord mogen u en ik — ik mag hier nu toevallig op een podium staan — in de mond nemen om vervolgens de waarde en de kracht ervan te ondervinden.
Daarmee bereik je mensen die onwetend zijn. Misschien mag ik dat er nog even bij zeggen: ik had het zojuist over ongelovigen. Wij noemen iedereen die niet gelooft vaak een ongelovige. Dat is een beetje arbitrair, want om te geloven moet je immers eerst horen, toch? Maar om niet te geloven, moet je ook eerst horen. Niet geloven wil zeggen: het verwerpen. De meeste mensen in de wereld zijn dus geen ongelovigen; ze zijn onwetend. Ze hebben het nog nooit gehoord. En u mag het vertellen. Die heerlijkheid is zo groot en die kennis mogen we inderdaad verlichten. Zijn Woord, wat er staat geschreven, mag klinken.
De verlichting van de kennis van de heerlijkheid van God. Die ene God, in Jezus Christus' aangezicht. In feite hebben we hier weer precies hetzelfde als in het voorgaande vers: "die het beeld van God is". De heerlijkheid van God — waar zien we die? Niet in het aangezicht van Mozes, maar in het aangezicht van Jezus Christus. Daar straalt die heerlijkheid.
Getransformeerd Door Zijn Heerlijkheid te Weerspiegelen ↑ hoofdstukken
En dan wil ik u nog even meenemen naar een paar verzen daarvoor. Kort, 2 Korinthe 3 en het slot daarvan, want dan wil ik u laten zien wat dat licht vervolgens met ons doet. Dat is heel mooi. Gisteren kwam dat eventjes nog na afloop van de samenkomst ter sprake in twee groepjes zelfs. Toen had ik het over dat wij mogen stralen als sterren in de nacht. De wereld is duister en wij zijn sterren, wij dragen dat licht. Maar toen werd er gezegd: "Maar wij schijnen toch niet van onszelf? Het is toch niet zo dat wij dat licht produceren?" Nee, wij dragen dat licht. Maar feitelijk moet je het nog anders zeggen: wij weerspiegelen dat licht. Wij zijn daar slechts een reflector in en feitelijk in die zin dus ook passief. Wij geven geen licht, net zoals inderdaad — als ik het goed hoorde, werd dat zojuist ook even gefluisterd — de maan. Je hebt sterren en de zon die stralen, maar de maan weerkaatst en reflecteert het licht van de zon.
Wel, als u nu naar het laatste vers van 2 Korinthe 3 gaat — en ik heb al iets gezegd over de context, maar het gaat me even om dat ene punt van die reflectie en wat die reflectie doet — dan zegt Paulus: "Wij allen echter met een gezicht waar de bedekking is weggenomen." Dat is wat God doet: Hij neemt de bedekking weg. De grootste bedekking is wel die van de wet, van het oude verbond, waarin de mens het zelf allemaal moet doen: "jij moet dit doen". Nee, dat is juist die bedekking en die wordt weggenomen. Hij doet het. En als je dat mag gaan zien, dan is de bedekking weggenomen en dan staat erbij: "De heerlijkheid van de Heer weerspiegelende." Leuk woord, hè? Mooi. Weerspiegelende.
Dat is precies wat hier in het Grieks ook staat en dat heeft inderdaad de gedachte van reflectie. Zoals je een spiegel houdt in de richting van het lichtobject en dan als vanzelf die spiegel dat licht weerspiegelt waar het op gericht is. Dus eigenlijk is het enige wat telt de focus van die spiegel, als ik het zo mag zeggen. Waar is die spiegel op gericht? Daar waar het oog op gericht is, dat licht zal gereflecteerd worden. Dat is trouwens in het algemeen zo. We weten dat allemaal, we zeggen dan: "Het oog is de spiegel van de ziel." En daar waar de mens naar kijkt, ja, dat zal hij reflecteren in zijn leven. Dat moet, dat is gewoon een wetmatigheid. Een mens verraadt altijd wat hij aandacht geeft, wat belangrijk voor hem is en waar hij naar kijkt. Zijn focus, ja.
En als wij nu zien op Zijn heerlijkheid... Want dat is het evangelie. Het evangelie gaat helemaal niet over ons, maar over wat Hij bij machte is te doen. Het gaat ook niet over ons niet-kunnen, want dat is helemaal geen enkel punt. Het gaat erom wat Hij wel kan. Daarom word ik er altijd weer blij van. Want wij stuiten altijd weer op: "Ja, maar goed, ik kan dit niet en het is zo moeilijk zus en het is zo moeilijk zo." Dat wordt gewoon in één keer gepasseerd in het evangelie. Want het gaat helemaal niet om wat wij niet kunnen, het gaat erom wat Hij wel kan. En dat heeft geen grenzen, dat kent geen limits.
Wanneer wij die heerlijkheid weerspiegelen, wanneer we daarop gericht zijn en dat weerspiegelen, dan betekent dat: wij worden getransformeerd naar datzelfde beeld. Dus die heerlijkheid die wij zien, die zorgt ervoor dat wij worden getransformeerd. Dat vind ik zo'n geweldige waarheid. Dat woord transformeren ziet u hier in het Grieks; je herkent het zelfs nog door de Griekse letters heen. Daar staat het woordje "metamorfose".
Vanmorgen aan tafel hadden we het nog even over een rups die een vlinder wordt. In de biologie heet dat een metamorfose, een totale gedaanteverwisseling. Natuurlijk is een rups bezig een vlinder te worden; daar is hij helemaal bij betrokken. Je zegt: "Die rups is bezig een vlinder te worden." Jawel, maar uiteindelijk ondergaat hij het. Trouwens, in het Grieks zie je dat ook: het is een middenvorm waar ik het gisteren nog over had. Het is actief, maar het is eigenlijk ook passief. Je ondergaat het. Je kan ook niet anders. Zo'n rups zegt op een gegeven moment: "Laat maar hangen", als een pop. En dan, in een onbegrijpelijk godswonder, wordt dat totaal getransformeerd. Een metamorfose.
Wel, Paulus zegt: "Wij die de heerlijkheid van de Heer zien, wij weerspiegelen dat en dat transformeert ons." Dat wil zeggen: dat licht van Hem gaan wij weerspiegelen en wij worden veranderd naar datzelfde beeld. En dat is echt een proces van heerlijkheid tot in heerlijkheid. En als je je nog mocht afvragen hoe dat nou komt: "zoals vanaf de Heer". Dat wil zeggen: Hij is degene die dat dan vervolgens bewerkt, namelijk geest. Oftewel Zijn woord, en dat is leven. Daarmee is eigenlijk de cirkel weer rond. Maar Hij is degene die dat doet.
Het geweldige van het evangelie — en feitelijk is dit ook al een intro naar vanavond — is dat Hij degene is die ons verlicht en naar datzelfde beeld doet Hij ons die gedaanteverwisseling ondergaan. Wij worden getransformeerd en wij gaan dus stralen. En hoe? Door bezig te zijn met: "Geef ik wel genoeg licht?" Nee, op dat moment ben jij dus weer bezig met in de spiegel te kijken naar jezelf. Nee, we zien op Hem. En dan gaat een mens stralen, er is ook geen andere weg. Dat beeld van de Heer... en we weten inmiddels wie dat beeld is. Zullen we daar een lied over gaan zingen?
UltimateGoodNews