Psalm 2 (1) – woelige natiën
17-02-2019 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 17 februari 2019 te Den Haag.
De tweede psalm behoort naast Psalm 8, Psalm 22 en Psalm 110 tot de bekendste Messiaanse psalmen. David spreekt profetisch over de definitieve koning over Sion die zijn Koninkrijk wereldwijd zal vestigen, ondanks het tegenstreven van de verenigde naties. Die in de hemel zetelt lacht om de ideeën en voornemens van de mensheid…
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Inleiding en de Structuur van Psalm 2 ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant een hele goede morgen. Allemaal vrienden in Den Haag, daar kom ik blijkbaar heel hard over. Ach, de boodschap is ook wat hard vandaag, maar daar mag u natuurlijk zelf over oordelen. Het gaat bijvoorbeeld over woorden als: “Ik zal hen stukslaan als pottenbakkersleem met een ijzeren knots.” Dat klinkt nogal hard. Dat zijn overigens woorden die we pas in later instantie zullen bespreken, want ik sta over twee weken weer op de agenda hier in Den Haag en dan twee weken later weer. U bent voorlopig dus nog niet van mij af. Dat betekent dat ik in de gelegenheid ben om, juist omdat er iedere keer zo’n korte periode tussen zit, een psalm in stukjes te hakken en te bespreken. In één keer deze hele psalm behandelen, al zijn het maar twaalf verzen, leek me toch wat veel van het goede.
Psalm 2 is een bekende psalm. Ik heb het voor vandaag als ondertitel meegegeven: ‘De woelende natiën’. Dat verklaart ook het plaatje van een woelige zee, wat trouwens een heel mooi beeld is. De zee in de Bijbel is immers een type van de volkerenwereld, van de volkerenzee, zoals we daar ook over spreken. Bij natiën die woelen kun je je direct een beeld voorstellen; het is een beschrijving van het rumoer, de tumult en alle woeligheid die er nu eenmaal is onder de volkeren. Maar ik moet erbij zeggen: deze psalm is profetisch in die zin dat het gaat over gebeurtenissen die in deze dagen nog steeds toekomst zijn.
Voordat ik naar de details ga en we de psalm vers voor vers bespreken, wil ik eerst iets vertellen over de structuur. U bent dat van mij gewend. In de auto hiernaartoe realiseerde ik me dat ik al dertig jaar in deze samenkomsten in Den Haag kom. Weliswaar op verschillende locaties, maar het is al een hele tijd. Dertig jaar geleden was ik nog een jonge kerel – wat slanker ook – maar in die tijd heb ik hier al heel wat keren diverse psalmen besproken. Soms in verschillende delen, zoals Psalm 139. Ik heb het zelf een keer over Psalm 168 gehad. Een paar keer zelfs. Ja, Psalm 168, honderdachtenzestig. Goed, en nu dus weer een psalm. Ik vind het altijd erg nuttig om, voordat je naar de details afdaalt, eerst overzicht te hebben.
De twaalf verzen van deze psalm zijn op een specifieke wijze opgebouwd. De eerste drie verzen vormen een oproep van de natiën, van de ‘verenigde naties’ eigenlijk, tegen JAHWEH en tegen Zijn Gezalfde. In de tekst wordt dit heel expliciet zo meegedeeld. Deze psalm heeft een inversiestructuur, wat wil zeggen dat het begin en het einde met elkaar overeenkomen en naar het midden, naar het centrum wijzen. Dat centrum wordt gevormd door vers 4 tot en met 9. Dit gedeelte staat centraal en bevat het antwoord dat JAHWEH Zelf geeft. Hij is hier aan het woord en Zijn antwoord is kortweg gezegd: Zijn Zoon. Hij is het die zal gaan regeren; Hij is het antwoord aan de natiën.
Ten slotte zie je dat het begin overeenkomt met het einde. Dat is een oproep aan de natiën, maar dan vóór JAHWEH en Zijn Gezalfde. Ziet u het verschil? Het loopt parallel. In beide gevallen is het een oproep aan de natiën en zijn JAHWEH en de Gezalfde het onderwerp. In het begin is het echter een oproep ván de natiën tégen JAHWEH, en het eindigt – na het antwoord dat JAHWEH Zelf heeft gegeven – met een oproep áán de natiën vóór JAHWEH en voor Zijn Gezalfde. Het begin en het einde komen dus heel duidelijk met elkaar overeen en lopen parallel, maar ze zijn tegelijkertijd aan elkaar gecontrasteerd.
Alles wijst naar het centrum, en dat centrum is de Zoon. God Zelf is daar aan het woord. Feitelijk laat de structuur alleen al iets zien van de kracht van het Woord van God. Het toont aan dat, wat de mens ook doet, onderneemt, bedenkt of plant, God altijd het laatste woord heeft. Het begint met de natiën die spreken en het eindigt met God die definitief het woord heeft. Het laatste woord, en dat is een goed woord. Tot zover wat het geheel van de psalm betreft.
David als Profeet en de Messias ↑ hoofdstukken
Dan kan ik ook nog wat zeggen over de schrijver, hoewel dat hier in de psalmen niet expliciet vermeld wordt. En toch weten we het, want als we naar Handelingen 4 gaan… Deze psalm – dat moet ik er ook even bij zeggen – is een bekende Messiaanse psalm. In Zoetermeer heb ik momenteel ook een serie lopen over de psalmen en daar hebben we het over Psalm 110. Dat is een andere, misschien wel de allerbekendste Messiaanse psalm, maar Psalm 2 hoort daar absoluut ook bij. Het is een zeer bekende; samen met Psalm 22 en Psalm 110 hoort deze wel bij de top drie, schat ik zo in. En als ik ze zo rangschik, dan bedoel ik daarmee ook dat het psalmen zijn die zo dikwijls worden aangehaald, geciteerd of waar op z’n minst naar verwezen wordt in het Nieuwe Testament. Dat vind je echt heel vaak.
Kijk trouwens maar in uw eigen Bijbel als u tenminste een Bijbel hebt met wat verwijzingen. Dan staat er bijvoorbeeld een verwijzing naar Handelingen 4, waar expliciet dit vers ook geciteerd wordt. Maar ook in Openbaring 11. En wat dacht je van vers 7? Daar gaan we het de volgende keer over hebben, namelijk: “Mijn Zoon ben je, vandaag heb ik je verwekt.” Waar dat over gaat, wordt in de evangeliën, in het boek Handelingen en in de Hebreeënbrief meerdere malen geciteerd, zodat deze psalm onmiskenbaar Messiaans is. Trouwens, vers 9 wordt in het boek Openbaring nog weer diverse keren aangehaald. Het gaat allemaal over de Gezalfde, over de Messias.
Trouwens, als ik het zo zeg, dan is het sowieso al duidelijk. Want kijk, ik zeg de Messias, maar het Hebreeuwse woord voor Messias is Mashiach. Eigenlijk is de Nederlandse vertaling daarvan het woord ‘Gezalfde’. Hier staat gewoon het Hebreeuwse woord Mashiach, of ons Messias. Gezalfde, of de Griekse variant Christus; het zijn allemaal dezelfde woorden. Zodat onmiskenbaar duidelijk is dat deze psalm gaat over de Messias, over de Heer Jezus Christus.
Dat deze psalm geschreven is door David weten we, al was het maar vanuit Handelingen 4. Want daar lees je dat Petrus zegt – ik meen tenminste dat het Petrus is die daar aan het woord is, maar in ieder geval wordt daar gezegd, en ik spring even midden in de zin: “…die door heilige geest bij monde van onze vader David…” Die overigens toen al duizend jaar daarvoor leefde en was begraven. Daar staat: “…bij monde van onze vader David, uw jongen.” Ja, zijn genadigd.
Even tussendoor, gisteren heb ik daar nog wat onderzoek naar gedaan. In de meeste vertalingen wordt daar gezegd ‘uw knecht’, David uw knecht. Het woord wordt wel vaker aangehaald, maar letterlijk staat er gewoon het woordje ‘jongen’. En het idee is dat een jongen… Nou, mijn jongens zijn er nu toch niet, dus ik kan het nu wel zeggen: een jongen is eigenlijk een knecht. Ja, de jongen is ziek, dus die doet nu sowieso niet zoveel. Maar een jongen is een knecht, vandaar. Dat zie je trouwens in verschillende talen nog terug. Wat was het ook weer in het Frans? Een ‘garçon’, dat is eigenlijk ook een jongen, maar dat betekent ook een loopjongen, een knecht, iemand die dingen voor je doet.
Feitelijk is het idee – dat kennen wij in onze maatschappij niet meer zo – dat leeftijd ook te maken heeft met gezag. Een jongere is iemand die je ten dienste staat. Het is eigenlijk hiërarchie, een rangorde. Het is een volgorde: de ene is er eerder en de andere is er later. Maar uit die volgorde spreekt ook een rangorde. Degene die jonger is, die staat je ten dienste. Die is minderjarig, maar heeft ook minder ervaring en minder autoriteit. En datzelfde geldt voor het tegenovergestelde: een oudere, een oudste. Daarin spreekt juist gezag. Dat is degene die meer levenservaring en meer levenswijsheid heeft. Over twee weken ben ik jarig en ben ik inmiddels 58, dus ik ga deze dingen die ik nu naar voren breng graag vertellen natuurlijk. Je wordt steeds ouder, dus je wordt ook wat wijzer, mag je aannemen en hopen. Maar in ieder geval is het idee dat een jongen iemand is die ten dienste staat, zoals iemand die ouder is daarom ook gezag en autoriteit heeft.
Goed, dat was even echt een tussendoortje, maar er staat dus: “…bij monde van onze vader David, uw jongen, zei: Waarom razen natiën en bedenken volken ijdele dingen?” Dat is direct een aanhaling uit de Psalmen, Psalm 2 namelijk, vers 1. Dus Petrus haalt Psalm 2 aan en hij zegt dat daar onze vader David aan het woord was, en wel door heilige geest. Door heilige geest kun je zeggen, want dat staat geschreven in de Schriften en die zijn geïnspireerd. Ja, maar er zit nog iets aan vast en dat is dat David hier profeteert. Kijk, bekend is de gedachte dat David een liedjesschrijver was, een poëet en een dichter. Maar veel minder bekend is dat hij een profeet was. En ik hecht eraan om dat heel letterlijk te nemen, want het woordje ‘profeet’ is eigenlijk een Grieks woord dat letterlijk betekent: iemand die vóórzegt. ‘Pro’ heeft te maken met ‘vóór’ en de laatste lettergreep met ‘zeggen’ of ‘spreken’. Het is dus iemand die vóórzegt.
Als er iets is wat aan een mens niet gegeven is, dan is het iets zeggen met zekerheid en autoriteit over de toekomst. Ik hoorde gisteren nog een liedje op de radio: “Whatever will be, will be.” Kent u dat liedje? “The future is not ours to see.” Dat is niet aan de mens om daar iets over te zeggen. Als er dus gesproken wordt over de toekomst, dan moet je bij een waarzegger zijn. Die heten zo, maar dat is volkomen onterecht; want ze heten waarzeggers, maar ze zijn leugensprekers. Maar de Bijbel voorspelt ook niet, de Bijbel vóórzegt. God vóórzegt de dingen; Hij spreekt over de dingen die toekomend zijn alsof ze al gebeurd zijn. “Die van den beginne,” zegt Jesaja, “de afloop reeds verkondigt.” Kijk, dat is God. Dat is ook trouwens wat het Woord van God, de Schriften als een complete bibliotheek, legitimeert. Hoe weet je dat het het Woord van God is? Wel, dat alles wat daarin voorzegd wordt ook daadwerkelijk vervuld wordt. En de profetie is een onderwerp apart; het is zo uitgebreid, maar zo geweldig. Want daarin weten we: God spreekt en is hierin aan het woord. Want Hij kan met precisie de dingen aangeven zoals ze zijn en zullen zijn.
En dan is daar een David aan het woord, en die spreekt over degene die ooit na hem zou komen, die ook uit zijn lendenen zou voortkomen, om het even bijbels te zeggen. Een zoon van hem die de definitieve Messias zou zijn. Dat Hij geboren zou worden in Bethlehem, en wanneer Hij geboren zou worden, en hoe het zou gaan, et cetera. Het is allemaal voorzegd, profetisch. Wel, David was een profeet en Psalm 2 spreekt over toekomende dingen. Dat is maar geen dichtelijke overdrijving. Ik heb commentaren gelezen over Psalm 2 en dan wordt het allemaal toegepast op het leven van David. Dan zou hij ‘hyperbolisch’ spreken. Als je het netjes zegt, heb je niet eens in de gaten dat het onzin is, maar hyperbolisch overdreven zouden de dingen dan wat opgeblazen worden. Maar het is niet hyperbolisch, het is niet opgeblazen. Het is concreet; het spreekt namelijk over degene waar heel de Schrift over gaat en waarin heel de Schrift centraal staat, zoals in deze psalm ook: de Zoon, namelijk de Messias. David was een profeet. Hij sprak niet van zichzelf, maar over de definitieve Koning van Israël, oftewel de Zoon van God. Want zo wordt Hij in deze psalm ook genoemd. De Zoon van God is natuurlijk de Davidszoon; dat is een van de kenmerken van de Messias.
Dat Hij uit het koningshuis van David zou afstammen. Maar Hij is de Zoon van God, waarom dan wel? Daar gaan we het dus de volgende keer over hebben, maar over Hém gaat het. En waar gaat het over? Over de vestiging van Zijn koninkrijk wereldwijd.
Kijk, David was een koning – een geweldige koning trouwens – die ook volkeren om zich heen onderworpen heeft. Het was echt een wereldrijk. Met name zijn zoon, de zoon van David, dus Salomo, was ook een vredevorst. Salomo betekent trouwens ook vrede: Sjalom.
Maar David en Salomo waren dan weliswaar typen of afschaduwingen, maar wat hier in deze psalm geschreven wordt, dat is direct alleen maar van toepassing op het definitieve wereldrijk waarin alle volkeren zullen zijn onderworpen aan de Koning die God gesteld heeft over Zijn berg Sion. Gewoon heel letterlijk, heel concreet, daar in het Midden-Oosten. Nou, tot zover wat dingen over deze psalm, en dan gaan we maar eens naar het begin toe.
De Woelende Natiën en Hun Ijdelheid ↑ hoofdstukken
En dan staat er dit, meteen die vraag: “Waarom woelen natiën?” Dit is trouwens even voor de goede orde: de vertaling hier wijkt misschien wat af van de NBG en de Statenvertaling, maar is gebaseerd op de interlineair. Het is dus vrij letterlijk. “Waarom woelen natiën?” en dan staat er eigenlijk letterlijk: “mompelen volkeren ijdelheid?”
Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat dit in het algemeen een beschrijving is van de volkerenwereld in de loop der eeuwen. Er is zoveel verschuiving van macht, zoveel conflict en zoveel strijd. De hele volkerenwereld is voortdurend in beweging en er zijn maar heel weinig tijden dat de volkerenzee kalm en rustig is. Als je naar de afgelopen zestig, zeventig jaar in West-Europa kijkt, zou je kunnen zeggen dat het allemaal redelijk rustig is gegaan. Maar kijk het eens wereldwijd aan, dan is daar altijd dat gewoel. Het is niet alleen die strijd, dat conflict en die hoogoplopende golven — om even in de beeldspraak te blijven — maar ook het feit dat die natiën ijdelheid bedenken en daarover mompelen.
Want dit hele wereldtijdperk, deze aion zoals de Bijbel dat noemt, die al loopt vanaf Noach toen de volkeren ontstonden… Wel, al die tijd hebben de natiën zich een naam willen maken. Dat begon inderdaad al in de dagen van Noach of kort daarna, toen de mensheid zich niet wilde verspreiden maar zichzelf een naam wilde maken. Dat is ijdelheid. Het lijkt heel wat; ze gingen vervolgens een toren bouwen en daar begon het allemaal in Babel, maar het was ijdelheid. IJdelheid wil eigenlijk zeggen dat het leeg is. Het kan weliswaar veel volume hebben en heel wat lijken, zoals een luchtbel. We zijn hier in Den Haag, dus ik kan het ook hebben over de ‘Haagse bluf’. Dat lijkt heel wat, maar het is lucht; het is niets. Het heeft geen gewicht, dat is wat ik eigenlijk bedoel. Over die Haagse bluf zullen we het verder maar niet hebben. Wat zei je, Johan? Ja, precies.
Eén ding is wel duidelijk: de Bijbel beschrijft al het streven van de mens, ook het streven naar macht, inderdaad als ijdelheid. Want ijdelheid betekent dat het leeg is, maar het draagt ook het idee in zich dat het vergankelijk is. Er is een heel Bijbelboek dat daarover gaat, namelijk Prediker. Dat begint en eindigt zo: “Alles is ijdelheid.” De mens kan van alles doen en ondernemen, maar uiteindelijk is hij weer gewoon terug bij af. Kortom, het was allemaal niets. In de tussentijd zit je verschrikkelijk moeilijk te doen en een heleboel kabaal te maken — ook weer volume, weet je wel, heel veel volume — maar het is niets. En dat is ijdelheid.
Dat is een beschrijving in het algemeen van de volkerenwereld in deze hele aion. Maar ik moet erbij zeggen dat het hier ook heel concreet gaat over de laatste fasen die voorafgaan aan het aanbreken van de toekomende aion, namelijk de vestiging van het Koninkrijk hier op aarde. Want er staat: “Koningen van de aarde en machthebbers spannen samen tegen JAHWEH en zijn Gezalfde.” Ik zei daar zojuist al even wat over: Zijn Gezalfde. Hier staat gewoon het Hebreeuwse woord voor Mashiach. Als je Hebreeuws kunt lezen, dan zie je dat hier gewoon zo staan.
Dit is een uniek fenomeen. Het zijn de koningen van de aarde en de machthebbers die samenspannen. We hebben het dus over de natiën die zich verenigen, die samenzweren. In die zin praten we over de Verenigde Naties. Ik vind het eigenlijk wel mooi om er zo over na te denken, want dan heb je de Verenigde Naties wel aardig getypeerd. Wat ze doen is samenspannen, ijdelheid bedenken en veel woelen. Ze doen iets wat ze eigenlijk niet geacht worden te doen, namelijk zich verenigen. De bedoeling was juist dat de volkeren zich zouden verspreiden en dat ze ieder binnen hun eigen grenzen hun volksbestaan zouden leiden. Maar dat streven naar eenheid heeft altijd te maken met macht en met het zich een naam maken.
Dat is waar het ooit in Babel mee begon: “Laat ons een naam maken.” Maar dat is eigenlijk altijd gekeerd tegen de Naam, namelijk de naam van JAHWEH. Je zou het ook anders kunnen formuleren: feitelijk is dat antisemitisme. Antisem; ‘Shem’ is het Hebreeuwse woord voor naam. Dé Naam. Als Joden het over God hebben, noemen ze de Godsnaam uit eerbied niet. Of dat nu terecht of ten onrechte is, daar gaat het nu even niet om, maar ze noemen de Godsnaam niet en hebben het altijd over Hashem. Dat wil zeggen: de Naam. Eigenlijk is antisemitisme dus niet alleen het verzet tegen of het haten van Joden; het is feitelijk een haat tegen de Naam. Men wil zichzelf een naam maken, dus in plaats van dé Naam. ‘Anti-sem’ betekent eigenlijk: “In plaats van de Naam maken wij ónze naam.”
Dat is ijdel. Ten eerste leidt het uiteindelijk tot niets. Het is pure hoogmoed en bovendien volkomen misplaatst. Maar het is een internationale samenzwering en de natiën verzamelen zich tegen — en dat is boeiend en belangrijk, ik wil dat graag even toelichten — de inmiddels regerende Messias in Jeruzalem. We worden nu eigenlijk in de tijd geplaatst naar een moment dat nog steeds toekomstig is. Kijk, laat ik dat even aan de hand van deze dia’s duidelijk maken.
De Toekomstige Samenzwering Tegen Jeruzalem ↑ hoofdstukken
Kijk, dat is een onderwerp op zich. Maar u weet, er gaat nog een periode komen van — de Bijbel beschrijft het met precisie — 42 maanden. Op de dag nauwkeurig 1260 dagen, oftewel drieënhalf jaar, van grote verdrukking. In het boek Openbaring wordt dat beschreven in de zeven zegels. Die grote verdrukking eindigt met het tijdstip dat de volkeren zich verzamelen tegen Jeruzalem. Je leest dat bijvoorbeeld in Zacharië 14, en er staat ook in Zacharië 12 dat Jeruzalem een steen is waar zij zich aan zullen vertillen. Alle natiën staan erbij vermeld. Zij zullen zich verzamelen tegen Jeruzalem en dan, in de uiterste nood — dat is de wijze waarop de Bijbel dat beschrijft — in het heetst van de verdrukking, zal het Joodse volk dat nog overgebleven is de naam van JAHWEH aanroepen. Wat zij nu nog over ‘Hashem’ spreken, zij zullen straks de Naam gaan aanroepen.
En wat er dan gebeurt, dat vind je heel duidelijk beschreven in Zacharië 14: Hij zal komen. Zij noemen de Naam, en wie komt er dan? Dan gaat Hij zijn voeten zetten op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt. Er wordt dan ter plekke een vluchtweg gecreëerd; de Olijfberg scheurt in tweeën. U kunt het zelf nazien hoor, ik beschrijf het nu even zo, maar er wordt een vluchtweg gecreëerd en het volk dat overblijft zal vluchten naar de woestijn. Daar zal de Heer zijn volk dan gaan verzamelen. En, zo lees je erbij, de Heer gaat strijden tegen de volkeren. Want de Messias zal komen aan het einde van die grote verdrukking; de Messias zal komen tot Israëls verlossing.
De legers van de volkeren worden verslagen. Op dat moment is de Messias dus teruggekeerd en gaat het volk Israël verzameld worden. Zij gaan naar het land en Jeruzalem zal weer herbouwd worden. Dan gaat de Heer zijn Koninkrijk bouwen. Vanaf zijn troon in Jeruzalem zal de Heer zijn Koninkrijk gaan vestigen en uitbreiden. Israël is dan inmiddels onderworpen, maar dan krijg je een periode van oordelen, van gerichten die over de natiën zullen gaan. Terwijl Israël inmiddels is hersteld, worden de volkeren gericht en geoordeeld. Er gaat trouwens ook een tijd komen dat het evangelie van het Koninkrijk door een inmiddels bekeerd Israël gepredikt zal worden in de volkerenwereld. Het is de periode die in het boek Openbaring beschreven wordt als de zeven bazuinen en, parallel daaraan, ook de zeven schalen.
Aan het einde van die periode lees je dat de volkeren revanche willen nemen. Zij hebben hier natuurlijk eerder een gigantische nederlaag geleden, maar zij willen revanche en verzamelen zich tegen Israëls Messias; tegen JAHWEH en zijn Koning, zijn Gezalfde. Dat wordt op allerlei plaatsen beschreven — ik geef hier een aantal andere tekstverwijzingen — en dat moment wordt hier in Psalm 2 beschreven. Het gaat in Psalm 2 dus niet over de volkeren die zich verzamelen tegen Jeruzalem, maar zij verzamelen zich… nou, laat ik het gewoon lezen: zij spannen samen tegen JAHWEH en zijn Gezalfde. Met andere woorden: die Gezalfde is daar inmiddels, zij kennen Hem. Dan bestaan er geen atheïsten meer, want dat JAHWEH een levende realiteit is, is inmiddels onmiskenbaar. Zijn Koninkrijk is al aangevangen, beginnend in Jeruzalem, daar in het Joodse land. Hij gaat zijn Koninkrijk uitbouwen, maar de volkeren willen daar niets van weten.
Wat zij dan doen, is samenspannen tegen JAHWEH en zijn Gezalfde. Dit lijkt sciencefiction, maar het is wel ‘science’, maar geen ‘fiction’ zou ik zeggen. Het is voorzegd, het is profetie: men zal samenspannen tegen JAHWEH en zijn Gezalfde. En wat zeggen ze dan? “Wij scheuren hun banden los en wij werpen hun touwen van ons!” Waarmee trouwens ook al is gezegd dat zij gebonden zijn. En dat waarderen ze totaal niet. Zij zijn hier eigenlijk al onderworpen, maar daar wil men niet van weten. Men weigert vazalstaten te zijn van Israëls God en van diens Koning.
En daarom, in die periode — we praten dus echt over een moment dat de Messias inmiddels is teruggekeerd op aarde en zijn Koninkrijk gaat uitbreiden — zal er een moment aanbreken dat in Openbaring wordt beschreven als Harmageddon. Dat wil zeggen: zij zullen zich verzamelen, niet daar bij Jeruzalem, maar in het noorden op die geweldige vlakte van Israël: de vlakte van Megiddo. Daar zullen de volkeren zich gaan verzamelen. Maar tot een strijd komt het niet; dat wil zeggen dat de Heer gewoon gaat ingrijpen. Maar de reden waarom zij samenkomen, is tegen de Heer; tegen JAHWEH en tegen zijn Gezalfde die daar regeert. Zijn Koninkrijk willen ze niet. Ze zeggen: “Wij scheuren hun banden los, wij willen niet onderworpen zijn. Wij willen geen vazalstaten zijn van dat Koninkrijk en wij werpen dat van ons.”
Inderdaad, dat Koninkrijk is inmiddels een onloochenbare realiteit. We praten dus over een tijd dat Gods bestaan en het Koninkrijk van Israël onloochenbaar is. Vandaag zwijgt God. We lezen ook dat deze periode — die inmiddels al 2000 jaar duurt — de periode van de verborgenheid heet. De Heer is verborgen. Hij laat totaal niets van Zich blijken, zodanig dat mensen zeggen: “O, Hij is dood.” Zelfs theologen zeggen dat. Je kunt nu Gods bestaan gemakkelijk loochenen, want Hij laat verder niets merken. Nou ja, dat Hij er moet zijn blijkt wel uit de schepping, maar goed, dat heeft men ook weggeredeneerd. Voor de rest is Hij verborgen; Hij verbergt zijn aangezicht en Hij zwijgt. Maar dan praten we over een tijd dat God wel degelijk gaat spreken. We zullen het straks ook zien, maar eerst nog even dit.
Die in de Hemel Zetelt, Lacht ↑ hoofdstukken
Dat vind ik een prachtig vers, dat moet je echt onthouden. Want ik zei al: deze psalm gaat heel specifiek over een bepaalde periode die nog steeds toekomstig is, maar er zitten van die elementen in over die woelige wereld. Ook dit vers 4 moet in je hart gegrift staan, over Gods reactie op dat streven onder de natiën van de hele wereld. Daar staat: “Die in de hemel zetelt, lacht.” En mijn Heer — of Adonai staat er eigenlijk letterlijk — spot met hen.
Belachelijk is het eigenlijk. Even voor de duidelijkheid: hier staat “lacht”, maar kijk eens wat er in het Hebreeuws staat. Daar staat gewoon Yitzchak. Maar dat is een naam: wie was dat? Dat is Izaäk. Hij was de zoon van de belofte. De jongen, later man, die eigenlijk niet geboren kon worden, maar die als het ware uit de verstorvenen, uit de dood voortkwam. Dat zijn Bijbelse beelden. Dat is Yitzchak, dat is lachen. Naar menselijke maatstaven kon Izaäk niet geboren worden; volgens de menselijke wetenschap en de gynaecoloog van Sarah was het onmogelijk. “Jij was onvruchtbaar en bovendien ben je nu voorbij de datum; dat kan helemaal niet meer.”
Nee, dat is de menselijke wijze. Maar Die in de hemel zit, Die lacht. Want God had namelijk gesproken. Abraham dacht er aanvankelijk nog anders over: “Waarschijnlijk zal ik dan een andere vrouw nemen, mijn slavin Hagar.” Nee, via Sarah. Jouw vrouw zal een zoon baren. Belachelijk natuurlijk. Maar daarom moest die jongen ook zo heten toen hij eenmaal geboren was. Toen kreeg hij de naam Izaäk: hij lacht. Lachen! Dat vind ik geweldig. God demonstreert daarmee dat Hij lacht om wat de mens bedenkt in zijn wijsheid — of in zijn waanwijsheid, want de mens denkt dat het allemaal klopt en waar is. God trekt bij wijze van spreken een lange neus. Denk je nou echt? Zou zo’n woord uit de geschiedenis van Abraham voor de Heer te wonderlijk zijn? Als Ik dat zeg, dan gebeurt het gewoon. En dan zeg je: “Ja, maar Sarah is te oud.” Nou en? Die in de hemel zetelt, Die lacht.
En hier ook. Je zou zeggen dat de situatie buitengewoon ernstig is, want de hele volkerenwereld, alle naties hebben zich verenigd. Ze hebben daar hun conferenties gehouden — waar ze dat hebben gedaan, weet ik niet, maar ik denk dat Babel daar ook weer een rol in gaat spelen. Hoe dan ook, ze spannen samen en je zou zeggen dat de situatie buitengewoon ernstig is. De hele volkerenwereld is nu immers van plan korte metten te maken met dat beginnende koninkrijk daar in het Midden-Oosten. Die interventie vanuit de hemel kan men niet zetten. Het is buitengewoon ernstig, en dan de reactie van God: Die in de hemel zetelt, lacht.
Wat ik daar zo leerzaam aan vind, is dat als je dat eenmaal gaat verstaan en die God mag kennen, je gaat meelachen. Dan neem je de dingen in deze wereld, met alle ernst over wat men heeft bedacht, niet meer zo serieus. Ik zeg het nu zachtjes hoor, want ik zeg het maar niet te hard: we nemen het niet zo ernstig, we lachen erom. U zegt misschien: “Ik niet.” Nou, dan zeg ik: Hij wel. En ik lach graag met Hem mee. Ik denk trouwens ook: wie het laatst lacht, die lacht het best. Die in de hemel zetelt, die lacht daarom, en mijn Heer spot met hen.
In de Bijbel zie je een universeel principe: er is geen ontzag of eerbied voor de wijsheid en de beraadslagingen van de wereld. Als je daar een heel hoofdstuk over zou willen lezen, kan ik u adviseren 1 Korinthe 1 en 2 eens te nemen. Daar wordt gesproken over de wijsheid van deze wereld; alles wat de wereld heeft opgebouwd in bibliotheken en filosofieën en hoe dat allemaal is geformuleerd. Maar ja, als het uitgangspunt niet deugt… Ik ontken de intelligentie of het IQ niet, maar als de uitgangspunten niet deugen, dan klopt de hele som ook niet meer. De wijsheid van de wereld — dat is eigenlijk de Bijbelse samenvatting daarvan — is dwaasheid voor God. Ik moet erbij zeggen: omgekeerd ook. Want de wijsheid van God is voor de wereld dwaasheid. Het komt er dus op neer dat als je hiervan uitgaat, je er op voorhand vanuit moet gaan dat je in de ogen van de wereld gewoon een dwaas bent. Ja, en daarom zei ik: wie het laatst lacht, lacht het best. Maar mijn Heer spot met hen.
God Spreekt tot Hen in Zijn Toorn ↑ hoofdstukken
En dan staat er in vers 5: “Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn.” Tot dusver waren de natiën aan het woord, die eigenlijk ook toornig zijn. De touwen en banden waarin zij zich gevangen of gebonden weten, die willen ze afwerpen, want ze raken hun autoriteit en hun macht kwijt. En als er iets is waar de politiek, zeg maar, door gestoken wordt, dan is het wel als je je macht kwijtraakt. Want eigenlijk komt het daar altijd op neer: je wilt je zetel houden, op het pluche blijven zitten. Macht corrumpeert altijd en je probeert dat vast te houden. Die volkeren verliezen hun macht, dat zien ze, en daarom willen ze die touwen en die banden van zich werpen.
Maar God lacht daarom, want Hij gaat Zijn Koninkrijk over de hele wereld vestigen. Niet alleen in dat land Israël in zijn maximale vorm trouwens – in zijn maximale grootte van de Nijl tot aan de Eufraat. Ja ja, dat is Groot-Israël dus. Maar als men dat niet wenst te accepteren, dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn. Dat is nu nog niet het geval. Sowieso spreekt God nu niet. Ja, Hij heeft gesproken; dat staat ergens in Sefanja of Obadja… nee, Sefanja. Hij zwijgt vandaag in Zijn liefde, Hij verbergt Zijn aangezicht, dus Hij laat niets van Zich merken. Maar dat wat Hij gesproken heeft, is vastgelegd en gedocumenteerd; we hebben de Schriften. Maar er komt een moment dat Hij inderdaad weer acte de présence zal geven. Hij zal Zich in Jeruzalem laten zien en dan zal Hij Zijn zetel hebben. Maar dan gaat Hij ook spreken tot hen in Zijn toorn.
Dan spreekt Hij. Je moet de nadruk ook leggen op die toekomende tijd. Bij die gelegenheid gaat Hij het woord nemen en dan gaat Hij ook korte metten maken met alle tegenstand. Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn, want Hij is er niet van gediend dat Hij tegengesproken wordt. En wat doet Hij dan? Nou, er staat bij: “En in Zijn verhitting verschrikt Hij hen.” Als je de NBG of Statenvertaling hebt, dan staat er meestal zoiets als woede of gramschap. In het Hebreeuws staat er een woord dat eigenlijk te maken heeft met hitte of verhitting. We hebben de neiging om dat op te vatten als een emotie van God, maar ik denk niet dat het gaat over Gods gevoelens, maar over Zijn daden. Het zijn heftige operaties die ‘verhit’ zijn. Het wordt dan echt, om even in de beeldspraak te blijven, heet onder de voeten.
Of de mensen van het klimaatakkoord daar blij mee zijn, dat is dan nog wel even een andere vraag, maar ook daar lachen we natuurlijk om. Trouwens, als we het hebben over het klimaat en even over zegels en bazuinen en dergelijke en alles wat er nog met het klimaat gaat gebeuren, dan zou ik zeggen: lees dat maar eens een keer, wat God nog aan maatregelen gaat nemen die toch echt heel slecht voor het klimaat zijn. Maar niet getreurd: deze aarde gaat sowieso nog een heel millennium – een dik millennium – mee in geweldige omstandigheden. Mensen die zeggen: “We moeten zuinig zijn, want voor de komende generaties… anders hebben zij geen leven hier meer op aarde”, dat is onzin. Het is gewoon niet waar. De Bijbel verzekert dat.
Er komt nog een… ja, ik ga ervan uit: binnenkort gaat dat millennium aanbreken. Ik bedoel binnen niet al te lange tijd. Dat millennium gaat aanbreken, want de termijn van deze verborgenheid is nu bijna voorbij. Twee millennia en dan gaat het millennium aanbreken. Dat zullen hier op aarde geweldige omstandigheden zijn, ook weer door goddelijk ingrijpen natuurlijk. Maar in die tussentijd zullen er vreselijke dingen gebeuren. Heel slecht voor het klimaat hoor, dat kan ik u vertellen. En dan lees je inderdaad dat een derde van de zeeën bijvoorbeeld doodgaat. Dat is niet goed voor het milieu. Nee, maar dat is goddelijk ingrijpen. Dat is niet wat de mens doet, maar dat is wat God doet. Kijk maar eens na, in Openbaring 8 en 9 wordt het allemaal beschreven. Ik neem dat gewoon zoals het staat.
God heeft het Zijne ooit al gezegd over hoe dat zal gaan. Die hele transitie van deze boze aion naar de toekomende aion is een heel heftig ingrijpen. God spreekt dan ook inderdaad in Zijn toorn. En ik weet het, je moet dat in de juiste proporties zien, want het is altijd zo: Gods toorn duurt altijd relatief kort, weet u dat? Gods toorn moet je absoluut serieus nemen, maar Zijn toorn is relatief kort. Je leest in Jesaja dat er een dag van wraak van onze God wordt aangekondigd, en het jaar van het welbehagen van de Heer. Dus Zijn welbehagen gaat geopenbaard worden, maar dat gebeurt via de dag van wraak. Een jaar van welbehagen tegenover een dag van wraak. Hoe verhoudt zich Gods wraak tot Zijn welbehagen? Dat kan ik u precies vertellen: één op de driehonderdvijfenzestig.
Ja, Peter zit mij voor te zeggen: Psalm 30. “Een ogenblik duurt Zijn toorn,” staat er in Psalm 30 vers 6. Die tekst moet je uit je hoofd kennen, vind ik. Een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn goedertierenheid. Dat is trouwens nog een veel extremere verhouding. Een moment in Zijn toorn – vlakt dat niet uit – maar Zijn goedertierenheid, ja, dat is een lang leven. Het een staat trouwens ook ten dienste van het ander. Het is niet zo dat God liefde is, maar dat Hij daarnaast ook kan toornen. Nee, het is precies andersom: Hij toornt juist omdat Hij liefheeft. Hij heeft deze wereld lief en om Zijn plannen gestand te doen en te realiseren grijpt Hij in. Dan is Hij niet zachtzinnig en dan doet Hij dat ook heftig. Dat kan Hij ook doen, maar het is altijd kort. Want je leest ook, dat staat in Klaagliederen, dat Hij niet van harte de mensenkinderen verdrukt. Dat wil zeggen: het is vreemd werk voor God. Hij doet dat liever niet, maar het moet soms. Het is een noodzakelijke operatie, hè? Ja, dat is niet leuk. Nee, maar het moet soms; het is een noodzakelijk onderdeel om Zijn plan te realiseren. Dat zijn belangrijke dingen om te overwegen. Hoe laat is het eigenlijk? Een lang leven heb ik het over… ik heb het over tijdsverhoudingen, maar ik ben de tijd vergeten. Oké, nou, ik wil nog even dit zeggen.
De Koning Gewijd over de Heilige Berg Sion ↑ hoofdstukken
Ja, dat is het laatste waar ik nog op wil wijzen. Dan gaan we de volgende keer verder met vers 7. Want God gaat dan in op dat streven van de natiën, nadat naar voren is gebracht dat zij de banden en de touwen van God van zich willen werpen. En dan neemt God het woord. Eén toon, denk erom. Hij zegt: “Ikzelf wijd mijn koning over Sion, mijn heilige berg.” Of zoals in de NBG-vertaling staat: “Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg.” Wat dacht je wel? Hij is daar inmiddels dan ook de Koning, en van daaruit zal geregeerd worden. Niet alleen over dat land Israël, maar over de hele wereld. Met andere woorden: dat laatste wereldrijk, het Koninkrijk van God, is een Israëlitisch wereldrijk. Over alle volkeren zal vanuit Sion geregeerd worden.
“Ikzelf wijd.” Er wordt hier een woord gebruikt dat letterlijk ‘plengen’ betekent, als een drankoffer. Het duidt op een feestelijke inwijding. Eigenlijk is het ook een zalving, want dat is niets anders dan iets ergens over uitgieten. “Ik heb mijn koning gewijd,” of gezalfd tot koning, over Sion.
Mag ik even reclame maken? Dat doe ik hier eigenlijk nooit, maar over een maand beleg ik een studiedag of een conferentie in Garderen. Daar gaat Reitsen een uur lang spreken over Sion. Waar is Sion? Waar is de berg van de tempel? Waar is dat precies? Het is namelijk net wat anders dan er altijd over verteld wordt, en Reitsen gaat dat uitgebreid toelichten. Ik raad u aan, als u daarin geïnteresseerd bent, om daarbij aanwezig te zijn. Dat gaat erg boeiend worden. Er is heel wat om te doen rond die heilige berg Sion, en reken maar dat we de komende jaren daar nog veel over gaan horen. Want daar zal dan weer een tempel komen; die tempel die aanvankelijk nog verwoest zal worden. De Bijbel beschrijft zoveel in dat scenario, maar God heeft een plan en dat plan gaat Hij realiseren. En wel hier in deze wereld, in het Midden-Oosten, en meer specifiek op dat kleine stukje land en in die ene stad waar uiteindelijk alles om draait.
Jeruzalem is het brandpunt. Waarom? Omdat God daar Zijn heilige berg heeft, het heilige gebergte. Het is de stad die God verkoren heeft. In Jesaja 2 – ik zou een groot aantal schriftplaatsen kunnen geven, maar ik eindig met ‘et cetera’ omdat het er talloze zijn – zien we de gedachte dat Sion de stad is die God heeft verkoren. Van Sion zal de wet uitgaan, de Torah, en het woord uit Jeruzalem. In Jesaja 2 staat ook dat alle volkeren derwaarts zullen heenstromen. Dat is wat oud-Nederlands, maar het betekent gewoon dat heel de wereld zich uiteindelijk inderdaad zal moeten onderwerpen en dat ook zal gaan beleven. God heeft een plan met deze wereld en Hij gaat dat Koninkrijk straks ook daadwerkelijk concreet openbaren. We praten hier dus echt over profetie, over concrete dingen.
Dat is de verwachting die wij hebben. Althans, niet zozeer onze persoonlijke verwachting – want zoals zojuist in de inleiding al werd gezegd, is onze verwachting ‘daarboven’ – maar als het gaat over deze aarde, heeft David dat drieduizend jaar geleden al opgetekend: zo zal het gaan. De volgende keer gaan we verder met vers 7, over hoe God spreekt over Zijn Zoon, hoe Hij die verwekt heeft en waar dat over gaat. En nog veel meer. Ik zou zeggen: wordt vervolgd! Op 3 maart hopen we hier verder op in te gaan. Ik stel voor dat we nu met elkaar een lied zingen.
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews