koers houden (3) – maar jij!
31-01-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 31 januari 2021 te Benthuizen
Tegen de achtergrond van het algehele verval in de christenheid dat in de laatste dagen haar dieptepunt zou bereiken, plaatst Paulus de enkeling. Het is als het verschil tussen dode vissen die met de stroom worden meegevoerd en die ene levende vis die daar tegenin zwemt. Inderdaad een verschil van leven en dood. Paulus leidt zijn instructies in met het veelzeggende “maar jij…!”.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Terugblik: de Schijn van Godsvrucht in de Laatste Dagen ↑ hoofdstukken
Goed. Beste mensen, wij gaan verder met onze serie, want dat is inmiddels toch wel het geval als je bent aangekomen bij nummer drie. Trouwens, ik kan u verklappen: er komt ook nog een nummer vier, tenminste dat is de planning onder het algehele thema 'koers houden'. In al die toespraken, in al die Bijbelstudies, gaat het om 2 Timotheüs 3. We zijn begonnen met te lezen vanaf vers 1 en we gaan door tot aan het einde van dat hoofdstuk. Ik denk dat 'koers houden' een prachtig, overkoepelend thema is, dit keer met als subtitel: 'Maar jij'. Waarom dat zo is, zal al heel gauw blijken als we straks de draad weer gaan oppakken.
Net als de vorige keer wil ik u even meenemen naar het voorgaande, zodat we iedere keer de samenhang en de context goed voor ogen hebben en begrijpen waar het over gaat. Nog even in het algemeen voor degenen die nu voor het eerst inhaken: Paulus schrijft deze brief vlak voor zijn executie. Hij schrijft daar ook over in deze brief; het is een persoonlijke brief aan zijn jongere medewerker Timotheüs. Het is een soort geestelijk testament en in alle opzichten een persoonlijke brief. Wat hij echter doet — en dat is het bijzondere van hoofdstuk 3 — is verwijzen naar de tijden die zouden gaan komen. Niet de 'latere tijden' waar hij in de eerdere brief over had geschreven in 1 Timotheüs 4, maar over de 'laatste dagen', namelijk de laatste fase van deze aion, of eigenlijk de laatste fase van de christenheid.
Want dáárover heeft hij het. Als hij een beschrijving geeft van de wereld in de laatste dagen, dan heeft hij het specifiek over wat de christelijke wereld heet. Dat blijkt heel duidelijk, en ook dat wil ik nog even laten zien. Zonder al te veel toelichting ga ik eerst nog even het voorgaande voorlezen, en dan haken we vanzelf aan bij vers 9 of 10 waar we verder gaan.
Paulus schrijft dan dit: "Weet dit echter," schrijft hij aan Timotheüs, "dat in de laatste dagen gevaarlijke tijden zullen zijn. Want de mensen zullen zijn: liefhebbers van zichzelf, liefhebbers van geld, arrogant, pochers, lasteraars, voor ouders ongezeggelijk, ondankbaar, niet-integer. Zonder natuurlijke genegenheid, onverzoenlijk, verdachtmakers, onbeheerst, onhandelbaar en zonder genegenheid voor het goede. Verraders, overhaast, beneveld, meer liefhebbers van genot dan van God."
Ja, en nog eventjes ter toelichting... ik wilde zeggen: dat is te nipt, maar er is inderdaad in deze projectie iets weggevallen, want vers 5 was juist van belang. Nou, dan lees ik hem gewoon even voor uit de NBG-vertaling (die had ik eigenlijk moeten projecteren, maar dat komt op internet nog wel goed). In vers 5 staat: "...die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand." Dat is eigenlijk van groot belang, want ik wilde juist dat vers eruit lichten om daarmee aan te geven dat de wereld die hij hier beschrijft niet zomaar de wereld in het algemeen is, maar de christelijke wereld, of wat daarvoor doorgaat. Ze hebben een vorm van godsvrucht, een schijn, maar de kracht ervan hebben ze verloochend. Ze kenden het wel, maar ze loochenen het nu en wat er overblijft is een vorm, een schijn, een omhulsel. Het lijkt erop, maar ook niet meer dan dat. De inhoud staat haaks op dat wat men voorgeeft.
Dat is met name van belang voor het verstaan. Wat die tijden zo gevaarlijk maakt in die laatste fase, is dat het een christelijke wereld is die nog een schijn heeft, maar eigenlijk gewoon compleet — wij zouden zeggen — seculier heidens is geworden. Eigenlijk is deze beschrijving, met al die eigenschappen die ik opnoemde (het is haast vermoeiend om het zo voor te lezen, zo kwalijk), een beschrijving die als twee druppels water lijkt op de beschrijving die Paulus geeft in Romeinen 1 over de wereld zonder God. Goed, vers 5 moeten we er dan maar even bij denken, en dan ga ik verder.
Vers 6 is wat we de vorige keer hebben besproken: "Want uit hen," dat wil zeggen uit hen die een vorm van godsvrucht hebben, "zijn zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in krijgsgevangenschap brengen, die beladen zijn met zonden en geleid worden door begeerten." Ik heb u de vorige keer laten zien dat dit alles te maken heeft met vrouwen die naar buiten geleid worden. Die eigenlijk uit huis worden geplaatst, maar dat gaat sluipend, geniepig en 'sneaky'. In feite is wat hier beschreven wordt het feminisme: het hele idee van de vrouw die bevrijd moet worden, maar in werkelijkheid wordt ze in krijgsgevangenschap gebracht en naar buiten geleid. Haar eigenlijke primaire domein — ik zeg niet uitsluitend, maar haar primaire domein — thuis moet zij verlaten. Enfin, dat heb ik de vorige keer gezegd.
Nu moet ik nog iets zeggen, want er staat vervolgens: "...die altijd leren en nooit tot besef van waarheid kunnen komen." Hier moet ik even iets rechtzetten wat ik de vorige keer echt fout heb verteld. Ik ben die zondagavond meteen door iemand daarop gewezen, en ik ben erg blij dat er kritische luisteraars zijn. Hoe ik zo'n fout heb kunnen maken, weet ik eigenlijk nog steeds niet, maar ik had gezegd dat dit 'leren' in de zin van onderwijs geven was. Wat ik daar voor de rest over verteld heb, daar sta ik nog steeds achter, alleen moet ik erbij zeggen: dit woord voor 'leren' betekent niet onderwijs geven, maar studeren. Het is eigenaardig, maar bij ons heeft 'leren' twee betekenissen. Als ik zeg: "ik leer iets", dan kan dat betekenen dat ik onderwijs geef, maar ook dat ik studeer of kennis in mij opneem. In het Grieks, en trouwens in andere talen ook, zijn dat twee verschillende woorden.
Ik ben dus misleidend geweest, dat geef ik bij deze toe — weliswaar met de beste bedoelingen — maar om aan te geven dat hier sprake zou zijn van onderwijsgeven, dat is dus niet het geval. Ik had het in de voorgaande PowerPoint al gecorrigeerd, maar ik wil het bij deze ook expliciet nog even zeggen. Wat ik toen over dit woord zei, was niet correct. Het gaat mij erom dat ik u de waarheid vertel en u niets op de mouw speld. Dus mocht ik dat wel gedaan hebben, dan hoop ik dat bij deze goed te hebben rechtgezet. Goed, die altijd maar studeren... maar, zegt Paulus dan, als je dan toch niet tot besef van waarheid komt, en zelfs niet kán komen omdat het uitgangspunt niet deugt, tja, dan leidt dat tot niets.
Ik lees verder: "Zoals echter Jannes en Jambres — die Egyptische tovenaars uit het boek Exodus — Mozes weerstonden, zo weerstaan ook dezen de waarheid; mensen van wie het denken bedorven is, ondeugdelijk omtrent het geloof." En dat is het laatste wat we de vorige keer hebben gezien: "Maar zij zullen niet verder vorderen, want hun dwaasheid zal overduidelijk zijn aan allen, zoals dat ook bij genen werd." Dat wil zeggen: zoals ooit bij Jannes en Jambres. Zij vorderden in de aanvang wel, maar uiteindelijk vielen ze door de mand. Hun dwaasheid en de onterechte claims die ze hadden, werden doorgeprikt als met een speld in een ballon. En daar blijft het bij.
Uiteindelijk blijft er dus niets van over. Zoals ik de vorige keer ook al zei, gaat het hier over die schijn van godsvrucht die steeds meer zal vorderen, totdat de christelijke wereld uiteindelijk bijna zal imploderen. De dwaasheid zal aan allen overduidelijk worden. Het wordt zo onmiskenbaar dwaas dat de wereld zich afvraagt: waar gaat dit over?
Ik wilde hier nog wel één ding aan toevoegen en dat ook nog eens accentueren: dit is een generalisatie. Dat wil zeggen dat dit over de christelijke wereld in het algemeen gaat, over 'men'. Dit gaat dus niet over individuele gevallen of uitzonderingen, want die zijn er godzijdank velen. Maar in het algemeen is dit een beschrijving zoals Paulus die neerzet: een wereld die een schijn van eerbied heeft, maar het in werkelijkheid niet is.
En dat maakt die tijden zo gevaarlijk, want je zou er zomaar gemakkelijk in meegaan en meegesleurd worden. Want ja, zo gaat dat als iets heel massaal is en iedereen erin meegaat; probeer je dan nog maar eens daarvan te onderscheiden. Dit is feitelijk vers 9, het eindstation. Het gaat van kwaad tot erger, maar uiteindelijk is het zo dat de dwaasheid van de christelijke wereld — en dat wat zij naar voren brengt en waar zij voor staat, of zegt te staan — door de mand valt.
Goed, dan gaan wij nu verder bij vers 10.
'maar Jij': een Tegendraadse Koers ↑ hoofdstukken
En dat begint met – en dat is precies de subtitel van deze studie – 'Maar jij', of 'gij daarentegen', zoals de NBG-vertaling zegt. Dat is een uitdrukking of een frase die Paulus in deze brief diverse keren gebruikt. 'Maar jij', dat duidt natuurlijk heel sterk op een contrast. Eerst was de wereld in het algemeen beschreven, maar nu gaat het, om het grammaticaal uit te drukken, over de tweede persoon enkelvoud. Het ging over 'hen', over 'zij' en over 'men'. Dit is de enkeling tegenover het grote geheel. Paulus zegt: 'Maar jij'.
Ik vond een plaatje dat dit prachtig illustreert; soms zegt een afbeelding meer dan duizend woorden. Je ziet de hele meute links gaan. Dat is trouwens wel aardig – ik weet niet of de maker van dit plaatje het zo bedoeld heeft – maar de linker kant is de weg van de dwaas. Nee, dat is geen politiek statement, hoewel het dat had kunnen zijn, maar hier zie je die ene vis die de andere kant op gaat. Is dat een 'wappie'? Nee, ik zeg: het is een 'schappie'. Dat vind ik veel treffender. Hoezo wappie? Het is de enige in het grote geheel die het begrijpt. Dat is overigens geen eigen verdienste. Het lampje bij die vis vind ik ook erg leuk; dat duidt op verlichting. Je wordt verlicht.
Waar hebben we het dan over? Dat zal vooral de volgende keer goed uit de verf komen als we het over de Schrift hebben. Want de Schrift, het Woord van God, verlicht de ogen en het hart. Het geeft zicht, uitzicht en perspectief. Het zorgt ervoor dat je precies de andere kant op gaat. Het is prachtig om zo’n goudvis te zijn bij wie het licht is opgegaan, maar ik zal u ook de andere kant vertellen: het is een verrekte moeilijke positie. Tegen de stroom in gaan heeft iets spannends en dynamisch – 'never a dull moment' – want je moet voortdurend alert blijven. Ben je tegendraads in de ogen van anderen? Zeker. En trouwens, in je eigen beleving vaak ook. In de ogen van al die andere vissen is deze ene vis verschrikkelijk eigenwijs. Dat maakt het niet altijd leuk als dat de impressie is die je op anderen maakt. Je wordt niet altijd bewonderd omdat je tegendraads bent; het is eerder zo dat je negatief opvalt.
Denk bijvoorbeeld aan jonge mensen. In het algemeen geldt dat mensen kuddedieren zijn. Dirk had het er de vorige keer al even over – hij zit daar heel bescheiden achterin, echt typisch Dirk – maar we hadden het over schapen als kuddedieren. Die gaan gewoon met het grote geheel mee. Zeker jonge mensen willen helemaal niet opvallen, en dat maakt deze positie moeilijk. Daar moet je je terdege van bewust zijn. Daarom denk ik dat een serie als deze zo belangrijk is, waarin Paulus de laatste dagen beschrijft en dan tegen Timotheüs zegt: 'Maar jij'. Bij herhaling zegt hij: 'Maar jij'. Dat wil zeggen: de rest mag dan die kant op gaan, maar jij onderscheidt je. Waarom? Omdat je weet hoe het zit. Dat is heel opvallend: als je eenmaal doorhebt hoe de vork in de steel zit – en ik weet dat dit eigenwijs klinkt – dan kun je eigenlijk niet meer anders. Zelfs al zou je willen, je kunt niet meer terug omdat je de waarheid kent.
De weg van de minste weerstand is natuurlijk om met de stroom mee te gaan. Je zou het zo kunnen visualiseren: dode vissen gaan met de stroom mee. Daar hoef je niets voor te doen. Soms wordt gezegd dat je energie nodig hebt om te bewegen, maar dat is niet altijd waar. Als je met de stroom meegaat, heb je helemaal geen energie nodig om van A naar B te komen; dat gaat vanzelf. Weet u wat pas energie kost? Om op dezelfde positie te blijven of om tegen de stroom in te gaan. Iemand gaf mij laatst een prachtige spreuk mee die eigenlijk bij de volgende keer hoort: het mooie van tegen de stroom in gaan, is dat je steeds dichter bij de bron komt. Dat is echt zo.
Deze afbeelding is een prachtige uitbeelding van 'maar jij'. Het is geweldig om perspectief te hebben, om niet in de algemene verwarring mee te gaan en te mogen weten hoe het zit. Maar wees je ook bewust van de andere kant, zodat je je daartegen kunt wapenen. Je valt op, je bent anders, je onderscheidt je. Je bent in de ogen van de wereld een enkeling, een 'gekkie' of hoe ze het ook noemen. Als je zulke dingen hoort – dat je altijd zo opvalt of altijd anders bent – dan kun je dat als kritiek opvatten, maar je kunt het ook als een bevestiging zien. Denk dan: 'Ah gelukkig, ik ben blijkbaar toch op de goede weg'. Want als iedereen zegt dat het geweldig is dat je zo met de massa meegaat, dan geeft dat pas echt te denken. Goed, 'maar jij'... we moeten doorgaan.
Het Ten Volle Volgen van Paulus' Onderwijzing en Stijl ↑ hoofdstukken
Ik heb hier nog heel wat dia's voor me, maar ik zie dat ik een ongecorrigeerde versie heb meegenomen. Er staat 'volg ten volle', maar dat hoort zonder die 't' te zijn als het een gebiedende wijs zou zijn. Nou ja, in oud-Nederlands woon ik weer niet, maar goed. 'Volg ten volle mijn onderwijzing'. Dat 'volg ten volle' komen we elders ook tegen voor dit Griekse woord, bijvoorbeeld in Lukas 1, waar staat dat hij de dingen nauwkeurig naging. Dat is het woord wat hier gebruikt wordt. Ik zat even een beetje in de war, net als de vorige keer, maar nu weet ik weer precies hoe het zit. Het is geen imperatief, het is geen gebiedende wijs; het is een indicatief, een aantonende wijs. Paulus constateert simpelweg: jij volgt. Zo is het. 'Jij volgt ten volle mijn onderwijzing'.
Ik heb dat bij dezen nu meteen terechtgezet. U denkt misschien dat ik niet erg goed voorbereid ben, maar het klopt wat ik nu zeg. Ik dacht gisteren nog dat dit een gebiedende wijs was, dat tegen Timotheüs gezegd werd: 'Jij moet ten volle mijn onderwijzing volgen'. Maar dat blijkt dus geen gebiedende wijs te zijn, maar een aantonend bewijs. Ik was het even vergeten, dat heb je als het al wat later wordt. Wat Paulus dus feitelijk zegt is: jij volgt ten volle, nauwkeurig en met precisie mijn onderwijzing. Hij stelt dat gewoon vast van Timotheüs. Daarom vertrouwt hij Timotheüs ook zoveel toe en kan hij hem daadwerkelijk als zijn erfgenaam en als zijn meest nauwgezette medewerker beschouwen. Jij volgt op de voet, ten volle volg jij mijn onderwijzing.
Het is eigenlijk gek: wij zeggen tegenwoordig vaak dat de leer niet zo belangrijk is, maar het eerste wat Paulus noemt – en hij gaat een heleboel dingen noemen waarin Timotheüs hem op de voet volgt – is 'mijn onderwijzing', mijn leer. En dan in de zin van de inhoud van wat ik leer, de inhoud van mijn onderwijs. Dat staat voorop. Dat wat Paulus onder de natiën mocht verkondigen, wat aan hem was bekendgemaakt en wat hij mocht vertellen. Men zegt vaak: 'Ach, leer is niet zo belangrijk'. Maar leer is juist het allerbelangrijkste. Dat wat geleerd wordt, het onderwijs. Paulus zet het niet voor niets voorop. Dat wat hij onderwijst, is namelijk dat wat hij van de Heer Zelf vernomen had, en dat staat op de eerste plaats.
Paulus zegt tegen Timotheüs: jij volgt dat ten volle en nauwkeurig op de voet. Mijn onderwijzing dus, mijn leer, maar ook de wijze van doen: mijn hele stijl en mijn wijze waarop ik de dingen leer. Eén van de dingen die hij bijvoorbeeld in zijn brieven naar voren brengt, is dat Paulus nooit een beroep op anderen deed voor zijn eigen onderhoud. Dat was zijn stijl, en hij beschouwde dat ook als een etalage van het evangelie: om nooit een beroep op anderen te doen in de zin van bedelen of vragen om ondersteuning. Hij onderscheidt zichzelf daarin ook van veel collega's, zo zegt hij onder andere in de brief aan de Korintiërs, die juist wel op geldelijk gewin uit waren. Maar hij zegt: dit was niet mijn stijl. En Paulus zegt tegen Timotheüs: jij volgt dat. Mijn onderwijs, maar ook mijn hele stijl, mijn wijze van doen en mijn bedoeling.
Paulus' motief is nooit geweest om zichzelf op de voorgrond te plaatsen. In de Tweede Korintiërsbrief verontschuldigde hij zich min of meer voor het feit dat hij nou niet echt een geweldige spreker was. Dat werd ook van hem gezegd: ja, zijn brieven zijn indrukwekkend, maar zijn spreken betekent niet veel. Maar daar ging het Paulus ook niet om. Paulus wilde geen indruk maken. Zelfs waar hij wel indruk mee had kunnen maken – zoals zijn enorme academische vorming, want hij was zeer goed op de hoogte van de Joodse wereld en de filosofie – ging het hem er niet om te imponeren met zichzelf. Nee, het ging hem om één ding, en dat lees je prachtig in de Tweede Korintiërsbrief hoofdstuk 4, waar hij zegt dat het hem erom gaat de waarheid te vertellen.
Dat is het enige wat werkelijk interessant is: de waarheid van God, want de waarheid maakt vrij. De waarheid heeft kracht en de waarheid blijft ook staan. Als iets waar is, dan is het vandaag waar, maar morgen ook en overmorgen ook. Het staat vast. Een leugen niet. Van leugens zijn er oneindig veel en dat beweegt voortdurend; dat is juist het kenmerk van leugens. Van de waarheid is er echter maar één. Als ik vraag wat vijf plus vijf is, dan is er maar één waar antwoord. Van leugenachtige antwoorden zijn er vele, in feite oneindig. Kijk, dat is waarheid. En Paulus zegt dat het om de waarheid gaat. De waarheid is ook controleerbaar. Hij bracht de Schriften en hij bewees de dingen altijd vanuit de Schriften, zodat mensen zelf konden controleren of het waar was. Dat was eigen aan zijn onderwijs en aan zijn wijze van doen. Ook zijn motieven, dat was zijn voornemen en zijn bedoeling.
En dan noemt hij het geloof, dat Paulus daarin demonstreerde en dat Timotheüs ten volle volgde. Het geloof, het vertrouwen op God en Zijn Woord, want dat is wat geloof is. Geloof wil zeggen: 'Amen' zeggen. Hij heeft gesproken, dus zo is het. Dat voel ik misschien niet altijd zo, maar vertrouwen heeft altijd te maken met iets wat je niet kunt zien. Als ik zeg dat ik iemand vertrouw, dan vertrouw je iemand op zijn of haar woord, terwijl je het op dat moment niet zelf al kunt zien. Maar je zegt: nee, hij zegt het, en dus is het zo. Daar vertrouw ik op. Nou, Paulus vertrouwde inderdaad op de ene God, maar ook in het Woord dat Hij heeft gegeven.
Vandaag de dag is het begrip 'ik geloof in God' vaak zo verschraald in betekenis. Dan bedoelt men: ik geloof dat Hij bestaat. En als je verstand hebt, dan weet je wel dat Hij er is. Maar in God geloven, nee, daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je God gelooft. Dat betekent: als ik zeg dat ik u geloof, dan betekent dat niet dat ik geloof in uw bestaan. Nee, als je zegt dat je iemand gelooft, dan bedoel je dat je gelooft dat wat die persoon zegt, waar is. Dat het klopt en dat je daarop aan kunt, dat je er vertrouwen in hebt. Dat is geloof.
En dat is waar Paulus op wijst: op zijn leer, zijn onderwijzing, zijn wijze van doen, de bedoeling, het geloof en het geduld. Geduld bijvoorbeeld met anderen. Je kunt trouwens ook met jezelf geduld moeten hebben, en met de situatie. Geduld is eigenlijk het vermogen om te kunnen wachten. Eigenlijk, nog wat positiever gezegd: iets of iemand anders de tijd gunnen. Paulus noemt het vrij algemeen: hij noemt 'mijn onderwijzing', maar ook 'het geduld wat ik heb'. Hij onderwees de dingen, maar je moet mensen ook de tijd geven om dingen te verwerken. De een is de ander niet. De een bevindt zich in andere omstandigheden dan de ander, en dan moet je de ander de tijd gunnen; bij de een gaat het sneller dan bij de ander. Dat is een waarheid die in de opvoeding zo dikwijls terugkomt, maar ook in contacten met anderen. Je wilt een ander iets duidelijk maken, maar geef de ander – en ik zit eraan te denken: ook jezelf, want je kunt ook heel ongeduldig zijn naar jezelf toe – geef de dingen de tijd. Wacht gewoon op het moment. Het is nu winter, en een boer die een paar maanden geleden ging zaaien in de grond, die moet ook geduld hebben. Op Gods tijd komt het vanzelf wel tot bloei of tot ontkieming.
Geduld en de liefde. In feite gaat dat nog verder, want als geduld betekent dat je de ander de tijd gunt, dan is de liefde de ander de ruimte geven. Ik geloof zelfs dat het een hele mooie en passende definitie van liefde is: namelijk dat je de ander de ruimte geeft.
de ander de ruimte geeft. Niet alleen in tijd, maar ook in die zin. Kijk, alles wat plaatsvindt... alles wat plaatsvindt... Hoe komt het dat de dingen plaatsvinden? Dat is een prachtige uitdrukking als je er goed over doordenkt: iets vindt plaats. Dat betekent dat het een plaats gekregen heeft. En wie geeft het dan een plaats?
Dan komen we op het woord God. God betekent in het Grieks Theos: de Plaatser. Hij geeft alles een plaats, Hij geeft alles de tijd. Alles heeft een plek in Zijn plan en in dat tijdpad. Vandaag dingen, morgen dingen, overmorgen... alles heeft zijn eigen tijd. En dat heeft te maken met geduld.
Maar ook: alles vindt plaats. Dat betekent dat God het een plaats geeft. En zelfs de meest negatieve dingen, de afschuwelijkste dingen, het meest kwade... als het plaatsvindt, dan wil dat niet zeggen dat het dus goed is, maar God geeft het een plaats, een plek. Het heeft een bedoeling. En die God is liefde. Hij geeft dat een plek omdat Hij er een bedoeling mee heeft en omdat het past in dat plan. En dat het uiteindelijk het aller, aller, allerbeste is wat je maar kunt bedenken.
Dat besef, dat Hij alles een plek geeft en dat het moet dienen tot het ultieme doel... elke min, zoals ik het zelf graag tracht te zeggen, elke min maakt Hij tot een plus.
Liefde is het verduren. Niet volharding, want volharding is actief. Verduren is eigenlijk passie; verduren wil zeggen dat je dingen ondergaat. En je bent bereid – niet om ten onder te gaan, nee, dat is weer wat anders – maar dat je bereid bent om te ondergaan wat er gebeurt. Daar hebben we het hier vooral over. Ik heb het niet over het feit dat je iets moois krijgt, want dat hoef je niet te verduren. Dan spreken we niet over verduren. Verduren doe je dingen die moeilijk zijn, die zwaar zijn. Last lijden. De bereidheid dat je inderdaad accepteert, de rust hebt om de dingen te ondergaan.
Vervolging en Lijden Vanuit de Godsdienstigheid ↑ hoofdstukken
Ja, en over welke dingen heeft Paulus het dan? Nou, dat zie je meteen in het navolgende, want dan zegt hij: "in de vervolgingen, in het lijden", zoals hem die geschiedden. Hij gaat daar voorbeelden van geven, maar eerst even dit woord: "vervolgingen". In het Nederlands zie je het ook nog wel een beetje terug, maar het is in het Grieks afgeleid van een werkwoord dat "najagen" betekent. "Eén ding doe ik: ik jaag na", zegt hij in Filippenzen 3. Het wordt ook vaak zo vertaald: najagen. Dat is het idee. Als je iets vervolgt, dan wil dat zeggen dat je het najaagt. Dat kan positief zijn, zoals het najagen van mooie dingen. Paulus zei in Filippenzen 3: "Eén ding doe ik: ik jaag na de kennis van Hem."
Maar in dit geval gaat het natuurlijk over vervolging in combinatie met het lijden. Vervolging houdt in dat er op je gejaagd wordt; wij zouden zeggen: je wordt opgejaagd. In feite betekent het dat je geen plek gegund wordt. Paulus noemt zichzelf, wanneer hij terugkijkt op zijn eigen verleden, een vervolger. "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Hij vervolgde de Ecclesia. De Heer sprak vanuit de hemel, op de weg naar Damaskus, die woorden tegen hem. Hij was onderweg naar Damaskus en zijn werkterrein breidde zich uit tot buiten de landsgrenzen om mensen op te jagen of gevangen te nemen; in ieder geval om erachteraan te zitten. Dat is wat vervolgen betekent. Het idee is dus dat je nagejaagd en opgejaagd wordt.
Dat dit lijden is, lijkt me nogal duidelijk. Paulus was ooit zelf een vervolger, maar toen hij eenmaal in zijn kladde was gegrepen door de Heer Zelf, werd hij consequent en bij herhaling — eigenlijk voortdurend — in zijn leven vervolgd en opgejaagd. Dat zorgde er trouwens ook wel weer voor dat hij overal kwam; dat is de andere kant van het verhaal. Als je opgejaagd blijft worden, dan moet je vanzelf weer weg, ook letterlijk.
En lijden? Dat is ons woord "passie". Dat kan liefde betekenen, maar het betekent ook lijden. Denk aan een passieflora, een lijdensbloem. Het gaat hier in dit geval om de pijn van miskenning. Paulus vertelde de mooiste dingen en hij benadrukt iedere keer weer dat hij geroepen is om het goede bericht, het Evangelie, te vertellen. Dat is het geweldigste wat er is: om te spreken over God, over Zijn Woord en over dat geweldige plan dat Hij heeft. De dingen waar ik het net over had: dat God werkelijk liefde is, dat Hij houdt van Zijn schepping en dat Hij Zijn Woord houdt. Dat het niet afhangt van een mens, maar van God alleen. Dat is toch het geweldigste wat er is?
En wat krijgt Paulus voortdurend en altijd weer terug? Vervolging. Miskenning. Niet erkend worden en ook niet welkom zijn. Ja, dat is toch lijden. Je kunt het rationaliseren en zeggen: "It's all in the game." Dat is ook zo, het hoort erbij. Maar het is in de praktijk ook moeilijk in die zin dat je miskend wordt en dat je eigenlijk geen plek gegund wordt. De één kan dat misschien wat makkelijker verdragen dan de ander, maar in het algemeen is het zo dat als je een mens bent die houdt van contact en je wordt voortdurend miskend, dat dit inderdaad lijden is, in welke mate dan ook.
Paulus zegt: "Zoals mij geschiedde." En nu gaat hij vervolgens een paar plaatsen noemen waar hij geweest is. We weten exact wat hem daar is overkomen, omdat Lukas in zijn tweede boek, de Handelingen, daar uitgebreid over schrijft. Tijdens zijn eerste zendingsreis komt Paulus in het gebied van Galatië, in de omgeving van Pisidië. Hij bezoekt daar Derbe, Lystra, Ikonium en Antiochië. Dat is deze streek, in het zuiden van het huidige Turkije. Paulus kwam zelf trouwens uit die buurt, uit Tarsus in Cilicië.
Hier had je trouwens een stad genaamd Antiochië en daar had je ook een Antiochië. Dat is een beetje lastig, dus je moet altijd onderscheid maken tussen Antiochië in Pisidië en Antiochië in Syrië. Maar goed, let even op dit idee: de plaatsen die Paulus nu noemt waar hij inderdaad vervolgd is, daar is hij geweest ergens in het jaar 49 of 50 van onze jaartelling. Hij zegt: "de vervolgingen en het lijden zoals mij geschiedden in Antiochië, in Ikonium, in Lystra." Ik moet er trouwens nog bij zeggen dat Timotheüs uit Lystra kwam. Het was op een iets later tijdstip dat Paulus in aanraking kwam met die jonge Timotheüs, dat was pas in Handelingen 16, maar deze gebeurtenissen worden beschreven in Handelingen 13 en 14.
In Antiochië, zoals beschreven in Handelingen 13, zien we iets heel tekenends. Als je daarop teruggaat, dan zie je dat godsdienstige Joden de voornaamsten van de stad opstookten, zodat Paulus en zijn medewerker Barnabas verdreven werden uit hun gebied. Dat is dus wat ik zojuist al benoemde: dat is vervolging. Dat is opgejaagd worden. Ze waren simpelweg niet meer welkom in dat gebied. Maar wat er gebeurde, was dat godsdienstige Joden de voornaamsten van de stad hadden opgestookt.
Let op het volgende: Ikonium. Daar komt hij vervolgens aan. Eerst was hij in Antiochië en daarna in Ikonium, wat beschreven wordt in Handelingen 14. Wat gebeurde daar? Weer stookten godsdienstige Joden de natiën op, zodat de menigte verdeeld werd en Paulus en Barnabas moesten vluchten voor een aanslag en mishandeling. Er tekent zich een patroon af. De omstandigheden waren steeds anders en de plaats was anders, maar iedere keer zie je dit fenomeen. Er was weliswaar dikwijls sprake van vervolging vanuit de wereld, maar hoe kwam dat? Omdat Paulus het goede bericht vertelde en de orthodoxie — de godsdienstigheid — Paulus niet pruimde. Zij zorgden er altijd weer voor dat hij vervolgd werd. Dat is echt een patroon.
Paulus schrijft deze brief aan Timotheüs terwijl hij in Rome is. Maar hoe komt het dat Paulus in Rome terecht is gekomen? U zegt: "Nou ja, hij is gevangengenomen door de Romeinen en vervolgens door de Romeinen naar de keizer gebracht." Dan zou je zeggen dat dit een seculiere rechtszaak is, een vervolging vanuit de wereld. Maar hoe kwam dat? Dat kwam omdat hij in Jeruzalem gevangen was genomen door de orthodoxie, door de godsdienstigheid. In feite door zijn eigen verwanten. Paulus zegt ook: "mijn broeders naar het vlees." Hij was zelf ooit één van hen geweest, en niet de minste. Hij was zo actief; hij zegt in Galaten 1 dat hij het verder had geschopt dan vele van zijn tijdgenoten qua kennis en qua ijver. Want het was een fanaat hoor, die Paulus. Hij ging er volledig voor; hij was bij wijze van spreken het beste jongetje van de klas. In dat wat hem kwalificeerde, in zijn ijver, had hij een toomeloze energie. Hij zegt ook: "Ik had een toomeloze haat." Dat is waar, maar dat is ook energie.
Maar in ieder geval, waar hij voortdurend tegenaan liep en wat ook altijd weer de vervolging veroorzaakte, dat was de godsdienstigheid. Je ziet dat bijvoorbeeld als Paulus — laat ik een voorbeeld geven — in Athene kwam op de Areopagus. We kennen die geschiedenis uit Handelingen 17. Er komen daar allemaal filosofen; stoïcijnen en epicureërs worden daar genoemd, allemaal van die filosofische scholen. Dan gaat hij spreken over de ene God en over de opgestane Jezus. En weet je wat dan de reactie is? Haat? Nee, geen haat. Daar was Paulus eigenlijk, om even in de terminologie te blijven, de 'wappie'. Hoe werd hij genoemd? Een graantjespikker, een bedweter; hij weet het beter.
Maar wat hij daar ontmoette was geen haat, maar onverschilligheid. Hij werd daar gewoon niet serieus genomen. Opstaan uit de doden? Alleen het idee al was voor een filosofie in de Griekse wereld, die leefde met de gedachte van een onsterfelijke ziel, zo'n hopeloos, bizar en krankzinnig idee. Ja, dat was dwaasheid. Paulus zegt ook: wat ik vertel, dat is voor de Grieken dwaasheid en voor de Joden een ergernis. En dat is het verschil. De Griekse filosofie zegt: je bent gek, je spoort niet. Maar op het moment dat hij in een godsdienstige setting komt — en hoe orthodoxer, hoe erger — dan ontmoette hij vooral ergernis. Haat was dan zijn deel en dan moest hij echt zijn biezen pakken. Dat was structureel het verhaal.
In Lystra ook weer — ik zei al dat Timotheüs daar vandaan kwam, uit Lystra en Derbe — ook daar waren het weer de godsdienstige Joden die de natiën hadden omgepraat om Paulus te stenigen. Dat deden ze ook nog, maar goed, dat was weer een verhaal apart. Maar ook daar was het patroon: de godsdienstigheid, of zo u wilt de orthodoxie, leverde altijd weer de munitie op om hem te vervolgen.
Nou, dan zegt hij verder in vers 11: "Zulke vervolgingen heb ik doorstaan." Ik ben even mijn blokje kwijt en ik was de tijd ook even helemaal vergeten, dus ik moet nu echt verder gaan. "Zulke vervolgingen heb ik doorstaan en uit alle redde de Heer mij uit." Zulke vervolgingen, dat wil zeggen: dit soort vervolgingen. Want dat is het hè? Zulke vervolgingen, dit soort, dit type vervolging, waarbij je altijd weer stuit op de godsdienstige zelfverzekerdheid.
Let op, in de Romeinenbrief zegt Paulus ook: "Ik heb een hartzeer, een voortdurend hartzeer om mijn broeders naar het vlees." Hij zegt: "Ik getuig van hen dat ze ijver voor God hebben." En ze hebben diezelfde Bijbel als ik, maar nergens was de haat en de vijandschap groter. Hij zegt ook: "Ik getuig van hen, ze zijn geliefd om der vaderen wil." Op hen rust de belofte. Maar zij zijn vijanden van het Evangelie.
En ik zal u dit vertellen: vandaag is het nog net zo. Ik heb het nu niet alleen over de Joodse godsdienstigheid, maar over godsdienstigheid in het algemeen. En hoe orthodoxer en hoe bijbelgetrouwer — of wat daarvoor doorgaat — hoe erger het is. Die verdragen het Evangelie niet. En dat was het hartzeer van Paulus. Ook de vervolging waarmee hij van doen had; daar was hij niet welkom. Maar Paulus zegt: "Ik heb het allemaal doorstaan hoor." Zo zegt hij het: "Uit alle redde de Heer mij."
Dus ja, dat is ook weer dat laconieke. Het is vervolging, het is lijden, maar het is ook de wetenschap van: ja, er is Eén met mij. Ik sta op Zijn Woord en op Zijn belofte, en Hij geeft mij altijd wat ik nodig heb. En Hij redt mij dus ook uit, 'some way, somehow'.
Eerbiedig Leven Betekent Vervolging ↑ hoofdstukken
En dan zegt hij in vers 12 – en dit is tot dusver het persoonlijk relaas van Paulus – maar nu zegt hij tegen Timotheüs: "Ja, maar wacht even, dit is universeel." Hij zegt ook: "Allen die eerbiedig willen leven in Christus Jezus, die zullen worden vervolgd." Allen. Dat is gewoon een principe, een universeel principe.
Kijk, hij spreekt hier over eerbiedig leven. In andere vertalingen wordt dat Griekse woord weergegeven met 'godsvrucht' of 'godsvruchtig'. Het is eigenlijk letterlijk 'goede verering'. Eerbied hebben voor God, voor de ene, grote God. De christenheid heeft een vorm – zeker in de laatste dagen – een vorm van eerbied, een schijn van godsdienst. Maar Paulus heeft het hier over allen die eerbiedig willen leven. Dus niet een schijn ophouden, nee, echt in eerbied voor God en Zijn Woord en in Christus Jezus willen leven.
Dat heeft dus ook te maken met het uitkomen daarvoor. Als je daarvoor leeft, dan kom je daarvoor uit en dan onderscheid je je. Er is één manier om aan vervolging te ontkomen en dat is door simpelweg incognito te blijven. Dat wil zeggen: je gaat gewoon op in de massa en je onderscheidt je niet. Wij zeggen dan – al wordt het meestal voor wat anders bedoeld – dat je 'in de kast' blijft. We horen tegenwoordig vaak dat je 'uit de kast' moet komen voor je eigenlijke seksuele identiteit, maar daar hebben we het nu even niet over. In feite is dat wel wat het is: het idee van uit de kast komen wil zeggen dat je uitkomt voor je identiteit. Voor wie je bent, niet voor wat je voelt. Want wat je voelt dat je bent, dat is niet je identiteit.
Ik ben niet wie ik voel. Ik bedoel, ik voel me dertig jaar – zo zie ik er ook uit natuurlijk – maar ik neem eerst even een slokje water. In mijn paspoort staat toch echt dat ik aanstaande 2 maart zestig jaar word. Dat is uit 1961. Wat ik bedoel is dit: identiteit is gewoon dat wat je bent, niet wat je voelt of meent. Nee, dat is je identiteit. En uitkomen voor je identiteit wil zeggen dat je je daar niet voor geneert, maar dat je daarvoor uitkomt. Je leeft in eerbied. Het gaat er niet om dat je de ander wilt bekeren of jezelf wilt opdringen, maar je leeft gewoon eerbiedig. Je komt uit voor dat wat je gelooft. Als daarnaar gevraagd wordt, dan zeg je dat en je windt er geen doekjes om. Dat is in eerbied leven en daarvoor uitkomen. Maar Paulus zegt: "Ja, dat betekent dus dat zij vervolgd zullen worden."
Ik heb hier een metertje en dat kan uitslaan; je hebt allerlei gradaties. Vanmorgen stapte ik in mijn auto en toen sloeg mijn metertje ook uit, want er zat helemaal geen olie meer in. Dat zijn van die metertjes waar je wel erg op moet letten, want hij stond meteen op rood ook. Vorige week ook al trouwens, en die week daarvoor ook al. Dus er gaat geloof ik iets niet helemaal goed bij mijn auto. Ik heb totaal geen verstand van motoren, maar dat begrijp ik dan nog wel. Waarom noemde ik dit metertje? Omdat je ook gradaties hebt in de vervolging.
De lichtste vorm is dat je wordt opgejaagd. Het idee van vervolging is heel basaal: je bent niet welkom, je bent niet gewenst. Iets erger is al wanneer het heftiger wordt. In de essentie is dit wat vervolging betekent: je bent niet welkom, je wordt opgejaagd. Maar in een iets heftiger stadium word je buitengesloten. Niet alleen ben je niet welkom, maar jij wordt eruit gezet. Dat gaat nog iets verder. Nog iets verder: je wordt gevangengenomen. Nog iets verder: je wordt gemarteld. Het is allemaal vervolging. Nog iets verder, en dan gaat het metertje echt rood uitslaan: je wordt geëxecuteerd. Daar heb je trouwens ook nog gradaties in, want het maakt heel veel verschil of je op een elektrische stoel gezet wordt of voor de leeuwen wordt gegooid. Niet dat ik uit ervaring spreek, en ik hoop ook niet dat het ooit mijn ervaring wordt, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Vervolging kan allerlei vormen aannemen en wij leven in een tijd waarin tolerantie hoog in het vaandel staat. Eigenlijk kun je het zo gek niet bedenken of het wordt getolereerd. Dat is trouwens sinds vorig jaar ineens anders aan het worden, maar goed, in het algemeen is dat de laatste decennia heel sterk het adagium geweest in de hele wereld: tolerantie. En het grote voordeel voor ons is dat, als je het goede bericht gelooft en kent en daarvoor uitkomt, de vervolging in onze wereld meestal beperkt blijft. Vanaf een bepaald punt kennen wij dat in onze wereld niet; wij kennen vervolging slechts in de lichtste mate. Of dat goed is, weet ik niet, het is gewoon wat het is. Want het heeft voordelen en het heeft nadelen. Ik realiseer me dat dit, als je er puur menselijk naar kijkt, natuurlijk heel voordelig is. Maar wij zijn eigenlijk ook niks meer gewend. Wij vinden het al erg als mensen ons met de nek aankijken of als je ergens niet welkom bent. Dat men zegt: "Nee, jij hoort hier niet bij deze club, want jij gelooft dat." Is dat vervolging? Ja, dat is al vervolging in de meest lichte mate die je kunt bedenken.
Het is normaal. In een wereld die een schijn van godsvrucht heeft, zegt Paulus al: "Houd hen op een afstand." Dus als de wereld het bij jou niet doet, dan zou je het in ieder geval omgekeerd moeten doen: hen op een afstand houden en je er niet mee willen associëren. Maar als je er werkelijk voor uitkomt – je kunt de vergelijking ook weer omdraaien – dan nemen zij het initiatief wel. Dat krijg je echt te horen. Er is één manier om eraan te ontkomen en dat is gewoon om 'in de kast' te blijven en te zeggen: "Ik kom daar niet voor uit." Maar als je eerbiedig wilt leven, daar gewoon voor uitkomt en het herkent, dan zul je altijd dit merken, in lichte of in zwaardere mate.
Dit is een universeel principe. Als je uitkomt voor de waarheid en daarvan spreekt – direct, daar waar het gelegen is, gelegen of ongelegen. Dat betekent niet alleen wanneer het hún niet gelegen komt, maar ook wanneer het jóú niet gelegen komt om daarvoor uit te komen. Dan zul je altijd dat verzet en die weerstand ondervinden. Het hoort er allemaal bij. It's all in the game, zeg ik dan. Maar, zegt Paulus dan – en dat is het laatste vers dat ik nu ook wil bespreken...
Misleiding en de Valse Vordering van Bedriegers ↑ hoofdstukken
Boosaardige mensen, slechte mensen met foute motieven, bedriegers, zwendelaars en charlatans... dat zijn degenen waarover hij het al had. Ik heb de term vanmorgen al zo vaak laten klinken: mensen die een schijn hebben van eerbied. Dat is zwendelen, dan ben je een charlatan. Het kan zelfs zijn dat ze zich daar niet eens van bewust zijn, maar dat ze het gewoon verkopen als evangelie, als waarheid of als het Woord van God. Ze zijn echter bedrieglijk; ze hebben slechts een schijn.
Wat karakteristiek is voor die laatste dagen, is dat dit type mens, die de boel eigenlijk verdraait en een schijn verkoopt, zal vorderen van kwaad tot erger. Wij denken bij 'vorderen' altijd aan iets positiefs: vooruitkomen, succes boeken. Is dat mooi? Dat hangt ervan af. Als je een halve meter voor de afgrond staat, dan is vorderen of vooruitgaan heel gevaarlijk. Wat kenmerkend is voor de laatste dagen, is dat dit type met die schijn van eerbied zal vorderen. Uiteindelijk vallen ze door de mand, maar aanvankelijk is dat het succes van deze stroming. Het gaat van kwaad tot erger. Dat moet je weten, zodat je erop bedacht bent en het onderkent wanneer het eenmaal zover is. Dan weet je waar je moet staan.
Ik ken mensen die zeggen: "In de laatste dagen gaan we nu al een geweldige opwekking meemaken in de christenheid. God gaat Zijn Woord openbaren en dat wordt massaal." Dat gaat er natuurlijk in als Gods woord in een ouderling, zeggen ze dan. Nou ja, over die tijd zullen we het ook maar niet hebben. Dat zou mooi zijn, maar ik moet u zeggen – mijn schoonvader zou zeggen: "Dan heb je toch echt van de bok gedroomd." Hij bedoelde: dat kun je echt wel op je buik schrijven en met je hemd weer afvegen. Zo zal het niet gaan.
U zegt misschien: "Waarom vertel je nou niet iets aantrekkelijkers?" Omdat dit is wat het is! Het is gewoon de waarheid. Paulus zei: "Maar jij!" En zal er dan geen sprake zijn van vordering en dat het allemaal verder gaat? Ja, dit dus. Totdat het inderdaad helemaal door de hoeven zakt en het volledig verdwijnt. Dat is de tendens, dit is de ontwikkeling. Je moet er dus op bedacht zijn dat degene die staat vaak een enkeling is. Je moet niet in termen van massa's denken, maar van enkelingen. Ik wil daar helemaal geen getal aan koppelen, maar denk niet in massa's. Waarom is dat van belang? Zodat je geen valse voorstellingen vormt en dus ook niet teleurgesteld raakt. Want dat is wat je krijgt: als je te hoge verwachtingen hebt, is dat het beste recept voor frustratie. Je loopt er immers tegenaan dat het toch anders blijkt te zijn.
We leven in een geweldige tijd, dat wil ik u wel vertellen, om enorm veel redenen. Met name omdat het nu allemaal zeer aanstaande is, dat wat er gaat gebeuren. Het is geweldig omdat de Schriften als nooit tevoren gefundeerd blijken te zijn. Het vaste fundament maakt deze tijd geweldig. Maar van de ontwikkeling in de christelijke wereld moet je het niet hebben. Dat is wat Paulus zegt: "Zij doen dwalen en zij dwalen." Dat is karakteristiek voor de misleiding van de laatste dagen. Hoe vaak hebben we dat nu al niet vastgesteld? Misleiding en dwaling. Ze doen dwalen en zetten je op het verkeerde spoor. Ze vertellen je de foute dingen.
Waar komt het dus op aan? Dat is waar we het de volgende keer over zullen hebben: over koers houden. Dan gaan we het hebben over de Schriften. En dan begint het weer met: "Maar jij..." Paulus gaat Timotheüs wijzen op de Schriften, ook op de gecompleteerde Schriften, het Nieuwe Testament enzovoorts. Dat is wat staat. Het is geweldig om in deze tijd daarbij bepaald te worden. Het is het enige fundament, maar ook een fundament dat meer dan voldoende is om te staan en te blijven staan. En dat vind ik een goed bericht.
UltimateGoodNews