GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de jongeling te Naïn

24-01-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 24 januari 2021 te Rotterdam

De opwekking van de jongeling te Naïn is zoveel meer dan alleen een geschiedenis. Het is bovenal de uitbeelding van een profetisch gegeven, waarbij de weduwe een type is van Israël die haar Man verloren heeft maar ook haar enige zoon (=de Messias). Maar omdat de Heer met ontferming over haar bewogen is zal ze straks in levende lijve haar zoon terugontvangen! Inderdaad, buiten de poort.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geschiedenis van de jongeling te Naïn, die door de Heer werd opgewekt. De weduwe in dit verslag fungeert als een profetisch type van Israël, dat haar man en enige zoon, de Messias, is kwijtgeraakt. Door het goddelijke woord van Jezus wordt de dode jongeling levend gemaakt en aan zijn moeder teruggegeven. Dit wonder illustreert de belofte dat God opnieuw zal omzien naar Zijn volk. Uiteindelijk laat de geschiedenis zien dat de Zoon in de eerste plaats voor Israël is opgewekt, maar daarmee ook tot zegen zal zijn voor alle volken.

“Dit is niet alleen maar een geschiedenis; dit is een veel grootser plaatje. Dit is een belofte voor de toekomst.”

Introductie en de Geografische Context van Naïn ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden, hier in de zaal en in het bijzonder degenen die nu – en dat is een meerderheid, mag ik aannemen – online luisteren, nu of later. Het is goed jullie hier te treffen. Zoals onze dochter Naomi zojuist een verhaal vertelde uit Lucas 14, neem ik jullie mee naar een geschiedenis die zojuist door Hannah is voorgelezen uit Lucas 7. In beide gevallen gaat het dus om een geschiedenis die ooit is opgetekend door Lucas, en beide gaan over het leven van de Heer Jezus hier op aarde, zoals dat ook logisch is.

De geschiedenis heb ik als titel gegeven: 'De jongeling te Naïn'. Het is een betrekkelijk korte geschiedenis, maar we willen het allemaal eens wat nader bezien, gewoon vers voor vers. Wat staat er nou eigenlijk precies beschreven? Laten we de volgorde aanhouden die is opgetekend door Lucas en beginnen in vers 11. Daar staat: "En het geschiedde op de volgende dag..." Overigens zeg ik er even bij dat de vertaling die ik gebruik soms misschien een klein beetje afwijkt van de NBG-vertaling, omdat deze is gebaseerd op de interlineair en dus wat letterlijker is.

Er staat: "het geschiedde op de volgende dag". Dat refereert uiteraard aan de geschiedenis die daaraan voorafgaat. Dat is de geschiedenis van de hoofdman van Kapernaüm, wiens slaaf was genezen. Dat was een hele wonderlijke geschiedenis die ook uitgebreid wordt beschreven door de andere evangelisten. Maar de geschiedenis die we vandaag onder ogen zien, van de jongeling te Naïn, wordt alleen beschreven door Lucas.

Dan staat er dat het geschiedde op de volgende dag dat Hij naar een stad ging, Naïn genaamd. Dan moet u weten dat Hij in Kapernaüm was en vervolgens naar Naïn ging. Als je die afstand opmeet, dan is dat ongeveer veertig kilometer. Daar loop je toch wel acht uur over als je dat in één keer doorstapt. Er staat bij dat die stad Naïn heette. Het is niet helemaal zeker, maar er wordt verondersteld dat dit een Hebreeuwse naam is, afgeleid van het woordje Na'iem. Dit is de tweede keer dat ik haar naam noem, maar dat heeft iets te maken met Naomi. Want Naïn betekent ook in het moderne Hebreeuws "aangenaam" of "lieflijk". Dan weet u dat ook meteen weer.

Dat Naïn was gelegen vlak bij Sunem, een naam die we kennen uit het Oude Testament uit de geschiedenis van Elisa. De eigenaardigheid daarbij is dat Elisa in verband met Sunem daar ook een enige zoon opwekte; dat vinden we in 2 Koningen 4. Naïn ligt ongeveer negen à tien kilometer ten zuidoosten van Nazareth. Om het even wat duidelijker te maken, bekijken we een kaartje. Daar zie je rechtsboven het Meer van Galilea, met helemaal in het noorden Kapernaüm. Ik heb ook het stadje Nazareth aangegeven en daar weer onder het stadje Naïn, bij het huidige Afula.

Als ik dat even uitvergroot, zie je dat Naïn slechts een kilometer of twee van Sunem verwijderd is. Dat was dus de plek van de geschiedenis waar Elisa ooit die enige zoon uit de doden opwekte. Dat moeten we even in gedachten houden, want ik kom daar straks nog op terug. Dit is een plaatje van hoe Naïn er tegenwoordig uitziet, want het is ook vandaag de dag een plaats die je kunt bezoeken. Het heet in het Arabisch geloof ik nog steeds zo. Dit is de landstreek zoals die eruitziet. In Lucas 7 vers 11 staat er nog bij: "En zijn discipelen gingen met hem". Maar het was niet alleen dat gezelschap; er was ook nog een talrijke schare die deze tocht maakte.

De Ontmoeting bij de Stadspoort en Bijbelse Parallellen ↑ hoofdstukken

En dan staat er: "Toen hij nu de poort van de stad naderde, let op, een overledene werd uitgedragen." Uiteraard heeft zo'n stoet voorrang; dat is tot op de dag van vandaag het geval en daar sta je voor stil. Het eigenaardige is dat deze geschiedenis, en de wijze waarop dit verhaald wordt, heel veel lijkt op een andere geschiedenis. Ik noemde zojuist de naam van Elisa, die bij Sunem een enige zoon opwekte, maar het lijkt ook sterk op de geschiedenis van Elia in 1 Koningen 17.

Die twee namen haal je gemakkelijk door elkaar, en ze hadden natuurlijk ook veel met elkaar te maken. Bovendien lijken de geschiedenissen van Elia en Elisa erg op elkaar, waarbij Elisa meestal — en ik zeg dat expres op deze manier — het dubbele deed van wat Elia ooit deed. Elia ontmoette in Sarfat, wat een heel eind daarvandaan lag, een weduwe bij de stadspoort. We lezen over haar veel meer, zoals over het kruikje met olie dat maar niet opraakte, maar ook dat zij na verloop van tijd haar enige zoon kwijtraakte. Elia wekte die zoon vervolgens op uit de doden.

Het mag u dus niet ontgaan dat wanneer u deze geschiedenis van Jezus bij de stadspoort van Naïn leest, dit direct veel connecties en linken oproept met geschiedenissen die we al in de Hebreeuwse Bijbel aantreffen. Dat is natuurlijk niet zomaar; het moet betekenis hebben. Op die profetische betekenis wil ik straks graag nog wat dieper ingaan, maar eerst wil ik me bepalen bij de geschiedenis zoals die zich aandient.

Er wordt gezegd dat er een overledene werd uitgedragen: de enige zoon van zijn moeder, en zij was weduwe. Daarmee was zij volledig onthand. Het was niet alleen intens verdrietig, maar voor een vrouw die niet alleen haar man, maar nu ook de erfgenaam en feitelijk haar bron van inkomsten kwijt was, betekende dit een dubbele tragiek.

Ik zeg er alvast bij — en daar kom ik straks nader op terug — dat een weduwe bij de profeten dikwijls een type is van Israël, dat ook haar Man is kwijtgeraakt. Met die Man bedoel ik de Heere God Zelf; het oude verbond is beëindigd. Maar zij is ook haar enige zoon verloren. Ik zal straks laten zien dat die enige zoon onmiskenbaar verwijst naar Jezus Christus, de Messias, inderdaad Gods enige Zoon.

Als ik spreek over een enige zoon die sterft maar op de een of andere manier weer terugkeert, dan vinden we daar meer voorbeelden van. Ik verwijs in dit verband naar Genesis 22, de beroemde geschiedenis waarin Abraham zijn enige zoon moest offeren en hem ook weer terug ontving. Op de derde dag was het, ook dat nog eens. Dan moeten er toch allemaal belletjes gaan rinkelen.

We gaan nog even verder: de enige zoon van zijn moeder, zij was een weduwe. Er staat bij dat een aanzienlijke schare van de stad samen met haar was. Dat kon toen nog; tegenwoordig mag dat soms niet, maar een aanzienlijke schare zal vermoedelijk meer dan vijftig man geweest zijn. In ieder geval staat de Heer daar. De twee groepen ontmoeten elkaar bij de stadspoort, en dan staat er: "toen de Heer haar waarnam."

Het is eigenaardig dat Jezus hier zo genoemd wordt. Als u het Lukas-evangelie vanaf het begin gelezen heeft, is dit de eerste keer dat Jezus "de Heer" wordt genoemd. Normaal gesproken is bij Lukas "de Heer" de aanduiding voor God Zelf. Ik wijs daarop omdat ik geloof dat Jezus hier eigenlijk ook die functie en rol vervult, namelijk die van God Zelf.

Innerlijke Ontferming en het Goddelijke Woord van Leven ↑ hoofdstukken

Toen de Heer haar waarnam, werd Hij met mededogen bewogen over haar. Er staat in het Grieks een woord dat is afgeleid van 'ingewanden'. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te begrijpen waarom die twee met elkaar te maken hebben. Als je met ontferming of mededogen bewogen bent – zoals de NBG-vertaling dat ook dikwijls zegt – dan heeft dat sterk te maken met gevoelens. Gevoelens associëren wij in onze beleving al gauw met de maag en de ingewanden. Op het moment dat je dingen heel intens voelt of meelijdt, dan zeggen we bijvoorbeeld dat je maag zich omkeert. Het raakt je diep van binnen, ook letterlijk. Het Grieks drukt dat krachtig uit; het is niet zomaar een vluchtig medelijden. Nee, Hij was écht met mededogen bewogen over haar; het ging daarbinnen in Zijn binnenste werkelijk bewegen.

Lucas heeft een duidelijke voorkeur voor deze uitdrukking. We vinden het later terug in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, die ook met ontferming bewogen werd. En weer later lees je over de vader van de verloren zoon, die hem na die lange zwerftocht ziet aankomen; ook die vader was met innerlijke ontferming – weer die ingewanden – bewogen over het feit dat zijn zoon eindelijk was teruggevonden. Het is een heel sterke uitdrukking.

Jezus werd dus met mededogen bewogen over haar en zei tegen haar iets wat je op het eerste gezicht vreemd zou kunnen voorkomen: "Huil niet." Dat is immers de meest natuurlijke emotie bij een begrafenis, zeker voor een moeder die haar enige zoon is kwijtgeraakt. Maar dit is geen berisping. We lezen dit later opnieuw in het evangelie naar Lucas, als het enige dochtertje van Jaïrus wordt opgewekt. Ook daar wordt gezegd: "Huil niet." Je zou kunnen zeggen dat dit "huil niet" in feite een gebiedende wijs is, een opgave, maar het is wel een opgave die gebaseerd is op een gave. Dat is een mooi woord om over door te denken: een opgave veronderstelt een gave. Het idee is dat Jezus er Zelf voor gaat zorgen dat ze niet meer hoeft te huilen. Het is dus geen commando in de zin van "jij mag niet huilen", maar feitelijk een belofte: "Jij zult niet huilen." Hij gaat het vervolgens ook waarmaken.

Terwijl Hij toetrad, raakte Hij de baar aan. Ik heb daar eens over doorgedacht en wat opgezocht. "Baar" betekent eigenlijk "dat wat gedragen wordt". Je ziet het nog in het Engelse bear, wat dragen betekent. Wij kennen het woord "draagbaar", wat feitelijk een tautologie is; je zegt twee keer hetzelfde. Iets wat een baar is, is per definitie dat wat gedragen wordt. We kennen het ook in het woord "vruchtbaar", wat letterlijk betekent dat men in staat is vrucht te dragen. En de aardigheid is – hoewel het linken via het Nederlands zijn – dat het woord "baar" ook verband houdt met ons werkwoord "baren", het voortbrengen van nieuw leven. En dat is precies waar het hier over gaat!

De Heer Jezus zegt dus tegen die vrouw: "Huil niet." Je kunt het je zo voorstellen hoe dat gegaan moet zijn; Hij spreekt haar toe terwijl zij achter die baar loopt. En dan raakt Hij de baar aan. Het Griekse woord dat hier voor aanraken wordt gebruikt is haptomai, waar ons woord "haptonomie" van afgeleid is. Het hele idee van dit woord is aanraken, wat in de Bijbel ook altijd te maken heeft met identificatie. Als je iemand aanraakt, de handen oplegt of de hand geeft, dan identificeer je je met die persoon; je maakt je één met de ander.

Onder de wet was er een bepaling dat men een dode niet mocht aanraken; deed men dat wel, dan werd men onrein. Als ik dit zeg, wordt het verhaal nog specialer. Jezus raakt hier de baar aan waar de dode op ligt. Naar de wet gesproken zou Hij onrein worden door dit contact met de dood. Maar hier werkt het precies omgekeerd: niet de levende Jezus wordt verontreinigd, maar de dode wordt gereinigd! Sterker nog, de dode wordt levend en is dus helemaal niet meer dood. Daarmee wordt de situatie compleet omgekeerd.

Hij raakte de baar aan en de dragers stonden stil. Vervolgens zei Hij: "Jongeling, Ik zeg je: word gewekt!" Het staat er net iets anders dan in de NBG-vertaling, waar "sta op" staat. Het woord is hier een gebiedende wijs, maar dan in de passieve vorm: "Word gewekt!" Daarin wordt uitgedrukt dat er iets moet gebeuren, maar wat kan een dode doen? Helemaal niets. Maar er gebeurt iets, want Jezus maakt Zijn woord waar. Wat Hij spreekt is een goddelijk woord. Johannes 1 zegt dat alle dingen door het Woord zijn geworden. God sprak en het was er. Hij zei: "Er zij licht," en er was licht. Dat is de kracht van Gods Woord. Nu klinkt er een goddelijk Woord uit de mond van Jezus en Hij zegt: "Word gewekt!"

Dat dit inderdaad een goddelijk Woord is, blijkt uit de geschiedenis zelf. Deze jongeling was vermoedelijk diezelfde dag of hooguit de dag ervoor overleden. Een grote stoet begeleidt hem naar zijn graf en dan gebiedt Jezus: "Word gewekt!" Let op wat er dan gebeurt: de dode ging overeind zitten en begon te spreken. Zowel fysiek als mentaal gaf hij ineens blijk van leven. Naar de maatstaven van elke bioloog of wetenschapper is dat onmogelijk, maar het gebeurt. Hij ging overeind zitten; het wordt zo beschreven dat je het je gemakkelijk kunt voorstellen, hoe onvoorstelbaar het ook is.

Er staat nog iets bij: "En Hij gaf hem aan zijn moeder." Jezus is degene die handelt. De opwekking van die zoon is een daad van ontferming over de moeder. Jezus was met ontferming bewogen over deze vrouw en nu hij levend geworden is, geeft Hij hem aan zijn moeder terug. Natuurlijk heeft Hij Zich ook over die jongen ontfermd, maar het accent ligt in deze geschiedenis op de vrouw. Zij krijgt haar zoon terug. We weten eigenlijk niets van haar, behalve dat ze een weduwe was en dat dit haar enige zoon was. Er wordt geen enkel werkwoord in verband met haar vermeld, behalve dat zij huilde. En Jezus gaf hem zo aan zijn moeder terug. Probeer je voor te stellen hoe die reactie moet zijn geweest.

Over die moeder wordt eigenlijk niets meer gezegd. Maar er staat wel: een vrees beving allen. Ja, dat zal ook wel een beving geweest zijn, kan ik me voorstellen. Dus in die zin is het ook weer niet zo gek. Maar: vrees beving allen.

Als er iets is — en daar moet je even over doordenken — als er iets is wat een mens met vrees bevangt, dan is dat de dood. Toch? We zijn allemaal stervelingen. En als er iets is waar een mens, hoe heldhaftig je ook bent, niet tegen is opgewassen, dan is dat de dood. Dat is het einde van alles. Doodsangst is ook zo’n natuurlijke vrees die een mens heeft, want daar is geen kruid tegen gewassen.

Wat je nu leest, is dat deze man uit Nazareth daar die ontmoeting heeft met die stoet en die jonge man opwekt uit de doden. Hij zegt: "Word gewekt!" en hij gaat overeind zitten, hij begint te spreken. Hij leeft! De hele schare — je kunt het je voorstellen, zowel die stoet die met Jezus vanuit Kapernaüm was meegereisd als vervolgens die hele stoet die uit de stad ging om deze jongeling te begraven — dat was een heel groot gezelschap. Zij zien dat allemaal gebeuren.

Nou, wat denk je dat dan de reactie moet zijn? En vrees beving allen. Niet in de zin dat ze bang waren voor Jezus. Nee, het was meer het ontzag voor iemand die sterker blijkt dan de dood. Hoe groot moet Hij zijn? Overigens moet ik erbij zeggen dat Jezus dit bij herhaling deed. Want dit is de geschiedenis van de jongeling te Naïn, maar in het volgende hoofdstuk krijg je de geschiedenis van het dochtertje van Jaïrus. We weten ook nog de geschiedenis van Lazarus, die trouwens al een paar dagen dood en begraven was. In die zin is het zelfs nog opklimmend, zou je kunnen zeggen.

Dit is het bewijs, of een van de bewijzen — of zal ik het nog anders zeggen: een climax in de bewijsvoering. Dit is de Man die wij verwachten op grond van Gods belofte. Op grond van wat de Joodse Bijbel, de Tenach, het Oude Testament, allemaal had gezegd over Hem die zou komen. De beloofde Messias. Hij moet het zijn. De genezingen bewezen dat, Zijn woorden bewezen dat, Zijn hele identiteit, waar Hij geboren was, enzovoorts. Het tijdstip waarop Hij optrad; het sprak allemaal. Maar het feit dat Hij nu ook bewees sterker te zijn dan de dood, ja, dat is niet menselijk. Dat is volstrekt ongekend, dat gaat boven elk menselijk vermogen uit.

En vrees beving allen, niemand uitgezonderd. En ze verheerlijkten God. Ja, wat dacht je wat? Dat kan namelijk niet anders dan aan Hem worden toegeschreven. En er staat nog bij dat zij — die allen, die hele grote schare die hier getuige van was — tegen elkaar zeiden: "Een groot profeet is onder ons opgewekt." Ik zei zojuist al even: dit lag tegen Sunem aan, waar ooit Elisa optrad en min of meer hetzelfde deed. Of Elia; ik verwees al even kort in het voorgaande naar beide geschiedenissen. Daar deed het aan denken. Maar iemand groter dan Elisa, groter dan Elia, was nu in hun midden.

Dat getuigen zij, en ze zeiden er nog iets bij wat ik er in het bijzonder even uit wil lichten. Want er staat: "God ziet om naar zijn volk." Hij is begaan met zijn volk.

De Profetische Betekenis: Israël als de Weduwe ↑ hoofdstukken

En waarom vind ik deze geschiedenis zo bijzonder? Omdat, zoals ik al even eerder aangaf, deze weduwe een type is van Israël. Kijk, er staat hier dat waar deze schare nu getuige van is, bewijst dat God omziet naar Zijn volk. Maar wat was er nou feitelijk gebeurd? Jezus zag om naar deze weduwe en geeft haar haar enige zoon terug. En dan zegt de schare: "Dit bewijst: God ziet om naar Zijn volk." Ik realiseer me echt wel dat wat ik hieruit afleid en nog wat verder uitwerk... Ik denk niet dat de schare zich daar destijds van bewust is geweest. Dat weet ik niet, maar ik vermoed van niet. Maar dat doet er verder niet toe. Zij zeggen: deze geschiedenis, waarbij deze weduwe haar enige zoon terugkrijgt, bewijst dat God omziet naar Zijn volk.

Dat vind ik zo geweldig, want inderdaad is dat zo. God ziet om naar Zijn volk, dat ook de status heeft van een weduwe, een verlatene. Dat is niet helemaal hetzelfde, maar de overeenkomst is in ieder geval dat beide geen man meer hebben. Eigenlijk is dat ook de situatie van Israël sinds de beëindiging van het oude verbond. Dat is een wat ingewikkeld verhaal om nu even in één minuut te vertellen, maar in ieder geval: de man is weg. Waar is de man? Waar is God? Wel, God ziet om naar Zijn volk. Dat huwelijksverbond dat ooit gesloten is, mag dan ten einde zijn, maar dat is niet het einde.

Ik wil er nog iets bij zeggen, want aan de ene kant was zij een weduwe, maar ze was ook haar zoon kwijt. Die enige zoon verwijst natuurlijk naar de Messias; ik wil dat straks ook echt laten zien. De Messias is de enige zoon in meer dan één opzicht. Hij is de eniggeboren Zoon van God. God heeft ooit één iemand werkelijk verwekt zonder tussenkomst van een man; in die zin is Hij de enige Zoon. Maar Hij is ook die unieke Zoon die de erfgenaam is van de beloften die God heeft gegeven; die worden in Hem belichaamd. Welnu, Hij is overleden. Hij is gestorven, Hij is gekruisigd, jazeker. Het volk heeft Hem verworpen, de Messias is gestorven.

Israël is dus haar man kwijt, dat is de ene kant, maar ze is ook haar enige zoon kwijt. In feite is de huidige situatie met Israël dat God Zijn aangezicht voor haar verbergt. Hij laat niets van Zich merken. Ze is haar man kwijt en ze heeft de Messias verloren. Ze weet op dit moment niet eens dat het de Messias is, maar dat is wel degelijk het verhaal. De Messias is overleden en ja, waar is Hij? Maar dat is precies de belofte in deze geschiedenis die hier wordt geïllustreerd: zij vindt hem alsnog levend terug, en wel buiten de poort.

Toen ik het eerste vers voorlas, ben ik daar even niet op ingegaan, maar "buiten de poort" is een heel veelzeggende term. De Heer Jezus heeft geleden buiten de poort. In de Hebreeënbrief wordt dat zelfs nog uitgewerkt: offers werden verbrand buiten de legerplaats, buiten de poort. De Heer Jezus is buiten de poort gestorven, maar ik zal u dit vertellen: ooit zal Israël, de weduwe die haar enige zoon kwijt is, hem weer terugvinden. En wel weer buiten de poort, buiten de stad Jeruzalem, op de Olijfberg. Ik geloof trouwens — maar dat ga ik nu niet uitwerken — dat de Heer Jezus ook op de Olijfberg is gestorven en opgestaan, ten hemel is gevaren en daar ook zal terugkeren. Het is zo'n markante plaats. Hoe dan ook, buiten de poort stierf Hij, en straks zal buiten de poort Israël, die weduwe die haar enige zoon kwijt is geraakt, Hem terugvinden, levend en wel. Daar zal God ook bewijzen dat Hij omziet naar Zijn volk, want dan keert alles om.

Ik zal u een prachtige tekst laten zien waar dat ook wordt verteld. In Zacharia 12 worden we verplaatst naar de toekomst, naar de nabije toekomst, waarin God inderdaad de draad weer oppakt met het volk van Israël. Hij zal niet langer Zijn aangezicht verbergen en dan staat er in Zacharia 12 dit: "En Ik," dat is God Zelf die aan het woord is, "Ik zal uitgieten op het huis van David en op de inwoners van Jeruzalem de geest van genade en smeekbeden. En zij zullen Mij zien," heel eigenaardig, zo staat er letterlijk, "zij zullen Mij zien die zij doorstaken." Dat verwijst naar de kruisiging, naar wat zij met Hem hebben gedaan. "En zij zullen rouwklagen over Hem als een rouwklacht over de enige zoon, en bitter verdriet over Hem hebben."

Hier komen de lijntjes bij elkaar. Israël, de weduwe die haar enige zoon kwijt is, zal straks de enige zoon terugkrijgen. Hij die ooit buiten de poort begraven werd, zal straks buiten de poort gevonden worden door het volk van Israël, maar dan levend. Hij werd ooit uitgedragen; dat is in feite het laatste wat Israël van de enige zoon heeft gezien: namelijk dat Hij dood was. Straks vinden ze Hem en krijgen ze Hem terug, maar dan levend en wel. U zegt misschien: "Ja, maar Hij leeft nu toch al?" Jawel, maar dat weten zij niet. Straks zal Hij verschijnen en dan zal God Zijn Zoon, die enige Zoon, aan hen geven. Dan zullen ze rouwklagen over Hem, maar ik moet erbij zeggen: ook met vreugdetranen. Aan de ene kant het verdriet van: "Hoe hebben we Hem kunnen miskennen en doorsteken?", maar aan de andere kant de verbazing, de verrukking en het besef dat God Zich ontfermt over Zijn volk. Hier zien we het: "Als over een enige zoon." Het ís de enige zoon!

Als we de geschiedenis weer oppakken, lezen we verder: "En dit woord omtrent hem..." Ja, wie is dat? Slaat dat op Jezus, of op de opgewekte jongeling? Ik weet het niet, het kan beide zijn en in feite bijt dat elkaar ook niet. Dit woord omtrent hem ging uit in heel Judea en in alle omliggende streken. Feitelijk is ook dit effect profetisch, want dat is precies wat er gaat gebeuren: dat het hele Joodse land hiervan zal vernemen en hiervan straks ook overtuigd zal zijn.

Nog even één dingetje over de structuur, want vers 17 komt overeen met het begin. In vers 11 lees je over de Heer die de stad Nain binnengaat en in vers 17 lees je dat het woord van de Heer vanuit Nain uitgaat. Dat vormt een prachtig raamwerk. Dan heb je een tweede laag: je leest over de scharen en de Heer in vers 11, en dat zie je ook weer terug als één na laatste element in vers 16. Daarna volgt de derde laag: er wordt gesproken over de dode en zijn moeder in vers 12, wat weer overeenkomt met de opgestane en zijn moeder in vers 15. En dan, in het centrum van de geschiedenis, staat het mededogen, de erbarming die Jezus bewijst in woord en daad. Zijn woord is daad en Hij wekt deze zoon op uit de doden. Zo zie je dat dit het middelpunt is. Er zit een prachtige opbouw in deze geschiedenis. Het woord ging uiteindelijk uit, vanuit Nain naar de hele omgeving.

God Wekte Zijn Jongen op voor Alle Volken ↑ hoofdstukken

Ik wil afsluiten met nog één tekst voor te lezen uit Handelingen 3. Wat dit, mijns inziens, heel mooi en duidelijk aangeeft, is waar het eigenlijk over gaat. Natuurlijk is dit geschiedenis, maar het is veel meer dan geschiedenis alleen. Het is een plaatje van hoe God omziet naar Zijn volk en hoe Hij dat daadwerkelijk ook gaat bewijzen. Het laat zien hoe God Zijn volk, als een weduwe, haar enige zoon teruggeeft; hij die dood was, maar die levend geworden is.

Ik lees voor uit een toespraak van Petrus op het Tempelplein, niet lang na de Pinksterdag. Daar zegt hij tegen zijn volksgenoten: "Jullie zijn de zonen van de profeten en ook de erfgenamen van het verbond dat God met jullie vaderen maakte, toen Hij tot Abraham zei: 'En in jouw zaad' — Isaak, de enige zoon — 'zullen alle afstammelingen van de aarde worden gezegend'." Kijk, dat is het perspectief dat God voor ogen heeft. Hij werkt, Hij roept uit, Hij kiest uit, maar Hij heeft het geheel op het oog: alle stammen der aarde zullen worden gezegend.

En dan komt vers 26, wat ik expres in kapitaalletters heb weergegeven: "Voor jullie in de eerste plaats deed God Zijn Jongen opstaan." Zo staat dit er letterlijk. In het Frans zeggen ze dat ook: een knecht is een 'garçon'. Dat is eigenlijk een jongen, een boy. God heeft Zijn Jongen, die jongeling, voor jullie in de eerste plaats doen opstaan en vaardigde Hem af om jullie te zegenen in het afkeren van jullie boosheden.

De reden waarom ik dit zeg, is dat God Zich ontfermt over Zijn volk. Natuurlijk heeft Hij de hele wereld op het oog — waarvan akte — maar wat je ziet in de evangeliën is dat God omkijkt naar Zijn volk en daarmee bewogen is. Dit is niet alleen maar een geschiedenis; dit is een veel grootser plaatje. Dit is een belofte voor de toekomst.

Laat ik daarmee afsluiten: in de eerste plaats heeft Hij Zijn Zoon opgewekt voor die weduwe, voor dat volk. Jazeker, in de eerste plaats. Maar Hij geeft Hem uiteindelijk over voor alle stammen der aarde, voor alle mensen. Want zo groot denkt God en zo groot is ook Zijn liefde. En daar wilde ik het voor vanmorgen graag bij laten.

🎧 de jongeling te Naïn
Delen: