GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

GOD maakt dat ik lach

07-02-2021 - Geplaatst door Andre Piet
Toespraak gehouden op 7 februari 2021 in Rijnsburg maar bedoeld voor Nieuw Buinen.

De geboorte van Izaäk is ongetwijfeld het hoogtepunt in het leven van Abraham en Sarah. De betekenis van de naam Izaäk is ‘lachen’ en dat is precies wat GODS belofte aan een mens vermag te doen. Niets hangt van de mens af en dus kan er nooit iets fout gaan. En zou voor JAHWEH ook maar iets te wonderlijk zijn?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geboorte van Izaäk uit Abraham en Sarah als het hoogtepunt van Abrahams geschiedenis. God brengt nieuw leven voort uit de dood en vervult Zijn belofte precies op de door Hem afgesproken tijd. De symboliek van de besnijdenis en de timing van de geboorte getuigen van de opstanding en een nieuw begin. Het geloven van Gods betrouwbare woorden leidt tot ware vreugde en een lachen vol vertrouwen, ondanks alle menselijke onmogelijkheden.

“Zijn Woord houdt stand. Zijn Woord wordt altijd nauwkeurig vervuld.”

Introductie en de Vervulling van Gods Belofte ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen beste vrienden, in het bijzonder degenen die ik vandaag zou treffen in Nieuw-Buinen. Ik weet niet wat dat is, maar op de een of andere manier lijkt het wel alsof we elkaar niet kunnen en mogen ontmoeten. Vorig jaar waren het de coronamaatregelen die ons verhinderden elkaar te treffen. Ik zou in het voorjaar en in het najaar een keer bij jullie gesproken hebben, maar dat kon toen niet vanwege die omstandigheden. Nu zouden we elkaar eindelijk weer een keertje kunnen ontmoeten, en wat gebeurt er? Nu is er weer iets anders dat het ons onmogelijk maakt om elkaar te treffen. Ik hoop dat er toch nog eens een gelegenheid zich aandient dat we elkaar wel daadwerkelijk kunnen ontmoeten.

Maar goed, we mogen er ook weer blij om zijn dat daar het internet is en dat we op deze manier dan toch in zekere zin contact mogen hebben. Al realiseer ik me dat dit wel erg eenzijdig is, want ik spreek tot jullie, maar een ontmoeting is dit toch moeilijk te noemen. Toch heb ik iets prachtigs te melden in deze moeizame tijden waarin zoveel treurnis is en waarin zoveel beperkingen zijn. Wat dacht u hiervan? Het thema dat ik aan deze studie heb gegeven is: 'God maakt dat ik lach'. Die uitdrukking vinden we in Genesis 21.

Laat ik eerst eventjes wat vooraf mogen zeggen daarover. Deze geschiedenis — het zijn maar een zevental verzen die we met elkaar zullen lezen en waar we nauwkeurig acht op gaan slaan — is, naar ik meen, heel gemakkelijk te verdedigen als het hoogtepunt van Abrahams geschiedenis. Dat is een geschiedenis die eigenlijk al begint aan het slot van hoofdstuk 11, waar uitdrukkelijk wordt vermeld dat Sarah kinderloos is en geen kinderen kon krijgen. Even later, in hoofdstuk 12, lees je dat Abraham in Ur der Galdeeën, in het zuiden van het huidige Irak, geroepen wordt en dan meteen ook de belofte krijgt dat uit hem een groot volk zou ontstaan. Dan volgen er vele hoofdstukken die allemaal zijn toegespitst op de komst van de beloofde zoon. En eindelijk, in hoofdstuk 21, is het dan zover.

Daar gaan we aanhaken. Ik lees in vers 1 van dat hoofdstuk: "En JAHWEH bezocht Sarah zoals Hij had gezegd." JAHWEH is de Godsnaam, 'Ik ben'. Zoals u van mij gewend bent, presenteer ik ook de interlinear erbij, zodat u woord voor woord kunt meelezen. De vertaling is daarop gebaseerd en is dus vrij letterlijk. Er staat: "En JAHWEH bezocht Sarah zoals Hij had gezegd." Het Hebreeuwse woord voor 'bezoeken' betekent eigenlijk 'opmerken'. U ziet dat ook in de interlinear. Helemaal aan het einde van het boek Genesis vind je het ook; daar wordt gesproken over God die zou 'omzien naar' Zijn volk. In het Hebreeuws staat daar hetzelfde woord als hier. Dat 'bezoeken' heeft dus de betekenis van: Hij ziet om naar.

JAHWEH zag om naar Sarah zoals Hij had gezegd, en JAHWEH deed aan Sarah zoals Hij had gesproken. Dat zijn twee dingen die aan elkaar gekoppeld worden. Het woordje 'en' is een voegwoord dat twee delen met elkaar verbindt, waarbij het tweede deel dikwijls een verklaring is van het eerste. JAHWEH bezocht Sarah zoals Hij had gezegd, namelijk: JAHWEH deed aan Sarah zoals Hij had gesproken. Zo zie je een volmaakte parallel. JAHWEH bezocht Sarah komt overeen met JAHWEH deed aan Sarah; 'zoals Hij had gezegd' komt overeen met 'zoals Hij had gesproken'. Hoe zag God om naar Sarah? Wel, Hij deed wat Hij had beloofd. Hij deed wat Hij had aangekondigd.

Je leest in hoofdstuk 18 al — ik lees dit even voor uit de Statenvertaling, in een beetje oud-Nederlands — dat er tegen Sarah en Abraham wordt gezegd: "En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens." Waarschijnlijk heeft dat de betekenis van 'omtrent deze tijd van het jaar' of 'tijdens dit seizoen'. Dus precies over een jaar. "En zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben." Dat had God aangekondigd en nu staat er inderdaad dat JAHWEH Sarah bezocht zoals Hij had gezegd. Hij deed aan Sarah zoals Hij had gesproken. En wat gebeurt er? Want Gods woord is altijd ook Zijn werk. Het Hebreeuwse woord voor 'woord' is 'dabar', maar dat betekent ook 'daad'. Gods woord is ook altijd een daad. Hij zegt het en het gebeurt. Hij spreekt en het is er. Hij gebiedt en het staat er. Hij zei: "Er zij licht", en er was licht. Kijk, dat is Gods woord.

Leven uit de Dood op de Door God Bestemde Tijd ↑ hoofdstukken

En Sarah, zij werd zwanger en baarde aan Abraham een zoon in zijn ouderdom. Dit was natuurlijk een onmogelijke geboorte, want van beiden, zowel van Abraham als van Sarah, lezen we dat zij verstorven waren. Dat is een uitdrukking die Paulus later gebruikt in Romeinen 4 en dan gaat het erom dat zij beiden in de seksuele zin van het woord, in de sfeer van voortplanting, verstorven waren. Ze waren niet meer in staat om nieuw leven voort te brengen; vandaar dus verstorven. Maar wat daarbij de clue is – en dat vind ik zo geweldig dat dit al in Genesis zo prominent aan de dag treedt – is namelijk dat God leven verwekt uit de dood. Sarah en Abraham waren beiden in de sfeer van voortplanting dood, verstorven, maar God brengt leven voort uit de dood. Dus de waarheid van leven uit de dood, van opstanding en van levendmaking, dat is niet een uitvinding in het Nieuwe Testament. Nee, het is gebaseerd op waarheden die we al in het allereerste Bijbelboek uit de oergeschiedenis tegenkomen, waar dat al een grote, prominente rol speelt.

Het zaad van Abraham is prachtig trouwens, want Paulus zegt dat het zaad van Abraham gewoon Christus is. In de Galatenbrief gaat hij daar wat uitgebreider op in. Het beloofde zaad van Abraham waar het allemaal om gaat, waardoor God Zijn belofte gaat vervullen, dat zie je in Izaäk. Maar feitelijk is Izaäk daarmee ook een geweldig type van de Zoon van Abraham. Ik weet niet of u het zich realiseert, maar ons Nieuwe Testament begint heel triomfantelijk in Mattheüs 1 vers 1 met het geslachtsregister, de genealogie van Jezus Christus, de Zoon van Abraham, de Zoon van David. Wie is de Zoon van David? Je zou kunnen zeggen dat dit Salomo was, maar eigenlijk is dat Jezus Christus, zodat Salomo weer een geweldig type is van Jezus Christus. Maar om even bij Abraham te blijven: de zoon van Abraham is Izaäk, jazeker, maar in het Nieuwe Testament wordt er gezegd: de Zoon van Abraham, dat is Jezus Christus. Hij is de beloofde erfgenaam waar het allemaal om draait, waar heel de wereld, alle geslachten van de aardbodem door gezegend zullen worden.

Maar die waarheid van leven uit de dood vinden we dus al hier hoofdstukkenlang aan de orde komen. Sarah was sowieso al onvruchtbaar. Ik bedoel, zelfs in de tijd dat het haar nog ging naar de wijze der vrouwen – ze menstrueerde weliswaar – was ze onvruchtbaar. Ze kon geen kinderen krijgen. En nu was zij bovendien ook nog eens een keertje negentig jaar oud geworden; zij kon ook in die zin al geen kinderen krijgen. Abraham was bovendien ook verstorven, impotent, maar niettemin heeft God leven uit die verstorvenen voortgebracht. Abraham heeft opstanding aan den lijve ondervonden en dat zeg en bedoel ik ook dubbelzinnig, want dat is precies waarin we de waarheid van de opstanding in de natuur ook zien geïllustreerd.

En Sarah baarde aan Abraham een zoon in zijn ouderdom en dan staat er nog bij: op de afgesproken tijd die God tot hem had gesproken. Op de bestemde tijd, dat wil zeggen precies op dat moment, op die dag, in die tijd waarover God had gesproken. Kijk, God kondigde niet alleen het beloofde zaad aan, dat het onmogelijke zou gebeuren, maar God is ook een God van timing. Hij doet dat precies op het moment dat Hij het heeft aangekondigd. En daar zijn schitterende voorbeelden van. Juist ook in het leven van Abraham zie je dat prachtig geïllustreerd. Abraham was bij de geboorte van Izaäk honderd jaar oud. Maar precies 400 jaar later na de geboorte van Izaäk – het wordt in Genesis 15 ook zo genoemd – zou de exodus, de uittocht uit Egypte, plaatsvinden. Als dat plaatsvindt, je leest dat in Exodus 12 vers 41, dan staat er dat het precies 400 jaar later was. Ja, 430, dat is een beetje te ingewikkeld om dat nu uit te leggen, want het was 400 jaar na de geboorte van Izaäk en 430 jaar nadat de belofte aan Abraham gedaan was, dus dertig jaar eerder. God heeft de periode dus afgebakend. Izaäk wordt geboren honderd jaar na de geboorte van Abraham en precies 400 jaar later, op de dag nauwkeurig wordt het dan nog vermeld, vond de exodus plaats.

Waaruit ik trouwens nog iets af kan leiden, wat me niet zo moeilijk lijkt: aangezien de exodus plaatsvond in de maand Aviv of Nisan, op 14 Nisan, vond de geboorte van Izaäk dus ook plaats op die datum. Op de datum dus ook dat de Heer Jezus Christus als het Paaslam geslacht werd. Is dat wonderlijk of niet? Maar hier ook weer op het jaar, ja, op de dag nauwkeurig, op de afgesproken tijd staat hier. En ja, dat is die datum van de exodus. Dus 400 jaar na de geboorte van Izaäk, dat was dus 500 jaar na de geboorte van Abraham. Hebt u hem nog? Want Abraham was honderd jaar oud toen Izaäk geboren werd, dus 400 jaar later is 500 jaar na de geboorte van Abraham.

En die periode van 500 jaar komen we iedere keer weer tegen. Want weer 500 jaar later vindt de inwijding van de tempel plaats. Niet ongeveer, maar precies. Want dat was 480 jaar plus 20 jaar na de uittocht. Dat zijn allemaal van die mijlpalen in de Bijbelse geschiedenis. Er staat dat Salomo begint met de bouw van de tempel precies in het jaar 480 na de uittocht uit Egypte. Daar heeft hij dan in totaal twintig jaar over gedaan, dat wil zeggen ook met de bouw van zijn paleis. Hij begon met de bouw in het jaar 480 na de uittocht en twintig jaar later is dat allemaal gereed en vindt de inwijding van de tempel plaats. Dat is dus weer 500 jaar na de uittocht uit Egypte en dus precies 1000 jaar na de geboorte van Abraham.

Ik zou nog weer 500 jaar door kunnen gaan en nog een keertje 500 jaar door kunnen gaan. Dat zijn onderwerpen die mij buitengewoon intrigeren. Weet u waarom? Omdat daarmee God Zijn Woord bewijst. Omdat God daarmee ook aangeeft: Ik ben betrouwbaar. Ik spreek over de dingen en Ik time ook de dingen. Ik zeg niet alleen dat iets gebeurt, waar iets gebeurt en hoe iets gebeurt, maar zelfs wanneer het gebeurt, op het jaar en op de dag nauwkeurig. Zo, op de afgesproken tijd. Kijk, dat is een God waar we van op aan kunnen. En dat is zo'n geweldige waarheid, zo'n solide grond, want wat mensen ook allemaal kunnen zeggen: Zijn Woord houdt stand. Zijn Woord wordt altijd nauwkeurig vervuld. Ik lees verder.

De Naam Isaak en de Symboliek van de Besnijdenis ↑ hoofdstukken

En Abraham noemde de naam van zijn zoon die hem geboren was. Dat was hem tevoren al gezegd; hij was al geïnstrueerd toen hij negenennegentig jaar was. Een jaar eerder was al gezegd dat als hij een zoon zou krijgen, hij hem zo moest noemen. Dat vind je wel vaker in de Schrift. Er is een zevental voorbeelden waarbij God van tevoren de geboorte van iemand aankondigt en daarbij tevens zegt hoe die persoon zou heten. Je vindt dat vermeld van Ismaël en van Izaäk, waar we het nu over hebben. Van Salomo werd ook gezegd dat hij zo zou heten nog voordat hij geboren was. Je leest dat ook van Josia en van Kores, die illustere man die de tempel deed herbouwen — trouwens vijfhonderd jaar na de inwijding van de eerste tempel. En Johannes de Doper is ook een bekend voorbeeld; ook bij hem was de geboorte aangekondigd en de naam tevoren gezegd. En uiteraard, dat is nummer zeven en dat maakt het rijtje compleet, lezen we dat van de Heer Jezus. Zijn naam zou Jezus zijn: Yahweh Redt. Dat is heel compact wie Hij is. Hij is degene door wie God de redding realiseert en door wie Hij een Redder is van deze hele wereld en van alle mensen.

Abraham noemde de naam van de zoon die Sarah hem had gebaard Izaäk. Dat was tevoren gezegd en die naam is heel veelzeggend; het betekent lachen. God vervult Zijn belofte en dat is altijd een aanleiding tot werkelijke vreugde. Jitschak betekent gewoon lachen, en dat is wat God doet. Ik kom daar straks nog even op terug.

In vers 4 staat: en Abraham besneed zijn zoon Izaäk toen hij acht dagen oud was, zoals God hem geïnstrueerd had. Ook dat was al een jaar tevoren ingesteld toen God het teken van de besnijdenis gaf. Er werd toen niet alleen vermeld dat de besnijdenis zou plaatsvinden, maar ook wanneer. De timing is hierbij van eminent belang. Abraham besnijdt zijn zoon Izaäk, en dat is een symbool dat zo'n enorme rol speelt in de Bijbel. De besnijdenis is een teken; het is niet zomaar iets wat je doet ter onderscheiding, maar het heeft een geweldige symboliek. Het is niet voor niets dat het mannelijke lid wordt besneden. Dat mannelijke lid is een embleem van opstanding en van nieuw leven. Nieuw leven wordt tot stand gebracht door opstanding, vandaar dat het mannelijke lid besneden wordt.

Ik moet daar trouwens nog iets bij zeggen, want wat er feitelijk plaatsvindt bij de besnijdenis is dat de bedekking, de voorhuid, wordt weggenomen. Feitelijk wordt daarmee de vrucht van de eik zichtbaar gemaakt — de eikel wordt zichtbaar gemaakt. Daar zit een geweldige, rijke Bijbelse symboliek in. De eik is in het Hebreeuws het woordje 'Elon', en dat woord heeft ook de betekenis van een eed, in de zin van een belofte die gezworen wordt. De eik in het Hebreeuws herinnert dus direct aan Gods eed. Je leest bij diverse gelegenheden dat God niet alleen belooft, maar heel soms ook een eed zweert. Dan zweert Hij bij de hoogste naam, namelijk bij Zichzelf. Hij zwoer bij Zichzelf, en je leest ook dat Hij aan Abraham een eed zwoer. Dat is waar de vrucht van de eik aan herinnert; dat moest zichtbaar gemaakt worden. Het herinnert aan Gods belofte en daaruit blijkt dat Gods belofte alles te maken heeft met opstanding en met nieuw leven. Vandaar ook dat je van de aartsvaders zo vaak leest, met name van Abraham, dat hij zich vestigde bij een eik: de eik van Mamre of de eikenbossen. Kijk maar eens na hoe vaak eiken of terpentijnbomen een rol spelen; iedere keer als ze zich ergens vestigden, gingen ze wonen bij de eik. Waarom? Omdat het een symbool was dat herinnert aan Gods belofte en de eed die Hij heeft gezworen.

Daar heeft dat teken van de besnijdenis alles mee te maken. Het gebeurde toen hij acht dagen oud was, zoals God had geïnstrueerd. Het getal acht is ook niet zomaar gekozen. Je kunt daar een medische verklaring voor geven; ik heb wel eens gehoord dat dit het meest gunstige moment is voor een besnijdenis bij een jongetje. Dat bestrijd ik niet en ik wil het graag aannemen, maar dat is natuurlijk niet de clou. De clou is dat de acht spreekt van een nieuw begin. Het is na een week, na de zeven. Zeven is in het Hebreeuws de volheid; het woord zeven betekent trouwens ook volheid. Als de zeven voltooid zijn, krijg je de acht: een nieuw begin. Hoe vaak zie je dat niet in zeventallen in de natuur, zoals in de dagtelling of in de muziek? De achtste toon is weer een nieuw begin op een hoger niveau. Ook dat herinnert natuurlijk weer aan de opstanding, die plaatsvond daags na de sabbat, oftewel op de achtste dag. Dus linksom of rechtsom, je komt hier bij de besnijdenis toch weer uit bij de opgewekte Christus, de Zoon van Abraham die opgewekt werd uit de doden.

In vers 5 staat:

De Volheid Bereikt: God Maakt Dat Ik Lach ↑ hoofdstukken

En Abraham was honderd jaar oud toen Izaäk, zijn zoon, hem geboren werd. Nou, ik had het daar zojuist al eventjes over: honderd is natuurlijk ook weer een rond getal. Hij was negenennegentig toen hij het teken van de besnijdenis kreeg; dat staat uitdrukkelijk zo vermeld in hoofdstuk 17 vers 1. En ja, toen kreeg hij het teken van de besnijdenis. Maar eigenlijk ontbrak er toen nog één. Ik moet dan meteen ook denken aan die herder die negenennegentig schaapjes telde, en toen ontbrak er nog één: de honderdste. Nou, en toen Abraham honderd werd... ja, toen kwam hij tot volheid. Vandaar ook, ik begon eigenlijk mijn verhaal in deze toespraak met dat dit het hoogtepunt is, ook de afronding feitelijk van zijn geschiedenis. God had hem zaad beloofd en hier nu is hij honderd geworden. En nu vindt de vervulling van de belofte plaats. Hij was honderd jaar oud toen Izaäk, zijn zoon, hem geboren werd.

En Sarah zei er – prachtig, kijk, en nou komen we bij de titel die ik aan deze toespraak had gegeven – God doet mij lachen. Ja eerst... ik zei al, Izaäk, dat die naam betekent 'lachen'. En nu zegt Sarah: God doet mij lachen. Daar zit ook nog een verhaal aan vast, want al bij een eerdere gelegenheid, een jaar tevoren toen God daar incognito op bezoek was gekomen, toen had Sarah bij de ingang van de tent al gehoord dat zij zwanger zou worden en dan lees je dat zij lachte bij zichzelf. En dan zegt ze van: "Zal een negentigjarige wellust hebben? Zal die nog seks hebben en zal die nog een nieuw leven voortbrengen?" Het idee alleen al! Dat is toch bizar dat je zou kunnen denken dat een vrouw van die leeftijd nog een kind zou krijgen en nog moeder zou worden, terwijl ze haar hele leven onvruchtbaar was. En nu op deze leeftijd zou ze nog een kind krijgen. Dat kan natuurlijk niet, biologisch volstrekt onmogelijk.

Ja, en daarom... we kunnen natuurlijk zeggen van: "Goh, wat een ongelovige vrouw zeg dat ze dat niet begreep." Ja, maar het was ook bizar wat God had beloofd. Ik kan toch niet? Nee, dat is ook zo. En later als ze min of meer door de mand valt met dat lachen, dan zegt ze: "Nou, ik heb niet gelachen." Ja, toen geneerde ze zich eigenlijk voor het feit dat ze daar zo op had gereageerd. Want ja, als God iets zegt, dan doet Hij het. En nu een jaar later, precies zoals getimed was, nu is het lachen, het ongelovig lachen, het zo van: "Dit kan niet, dit is zo bizar, hoe zou dit nu kunnen?" Ja, en nu is het een lachen geworden van echte vreugde om de wonderbaarlijke vervulling van Gods belofte.

Hoe is dit mogelijk? Dat kan niet. Naar de mens gesproken is dit volstrekt bizar, ja, met recht belachelijk. Dit kan helemaal niet. Nee, maar daar waar een mens aan de grens is, aan zijn plafond is... ik placht graag te zeggen: daar waar ons plafond begint, daar begint Gods vloer. Waar ons einde is, daar begint Hij. En God passeert ons onvermogen. Daar waar wij zeggen "het kan helemaal niet meer, het is uitgesloten", daar zegt God: "Nu begin ik."

Kijk, de dood is voor een mens altijd de muur. Wie je ook bent, hoe groot je ook bent en waar je ook toe in staat bent, of je nou geld hebt of intellect: bij de dood houdt het op wat een sterveling is. En de boodschap van het evangelie begint dáár, in de God, de levende God die de doden levend maakt. Dat kan niet? Nee, voor de mens niet. Maar zou voor JAHWEH iets onmogelijk zijn?

En Sarah zei: "God doet mij lachen en elk die hoort zal lachen met mij." In de meeste vertalingen staat: "en elk die het hoort zal lachen met mij." En dat zal ongetwijfeld ook wel de gedachte zijn of een betekenis die daarin meekomt, dat bestrijd ik niet. Maar er staat eigenlijk letterlijk: "en elk die hoort", of nog letterlijker: "elk en elke horende." De horende zal lachen met mij. En de horende die hoort, ja, dat is trouwens ook een hele Bijbelse gedachte die overal weer op de voorgrond treedt. De horende, dat is degene die oren heeft en hoort. Niet degene die zijn handen uit de mouwen steekt – hoe vaak hoor je dat niet: "het geloof handen en voeten geven". Het geloof is uit het gehoor. En dat heeft ermee te maken: God belooft iets en daar vraagt Hij onze medewerking van onze handen niet voor. Nee, het begint bij horen. Hij spreekt, Hij belooft en ja, dit is vervuld aan Abraham en aan Sarah.

En ieder die hoort, en elk die hoort zal lachen met mij. Niet alleen maar die zal lachen vanwege de beloofde zoon die nu eindelijk is gekomen. Ja, maar ook die zal lachen, waarom? Omdat God vervult in het algemeen wat Hij beloofd heeft. Lachen hoort bij dat horen, bij geloven. En het geweldige... daar wil ik toch graag wat nog sterker onderstrepen: waarom hoort lachen bij dat horen? Omdat het te maken heeft met Gods belofte. Kijk, als God aan ons iets zou vragen en zeggen van "steek je handen maar uit de mouwen en jij moet iets doen, jij moet handen en voeten geven, jij moet gaan werken"... kijk, dat is eigenlijk wat religie is. Religie drukt de mens terneer, want je krijgt een last op je schouders, een last die je niet kunt dragen, waar je onder gebukt gaat.

Maar het evangelie is werkelijk een goed bericht. Het is een mededeling wie God is en wat Hij voornemens is en wat Hij belooft en wat Hij gaat doen. "Take it or leave it", dat is het. En ook als je het niet gelooft, dan gebeurt het toch. En dat is de belofte die Abraham had gekregen. Abraham had een belofte gekregen, niet van: "als jij dit of als jij dat, dan zal ik dit doen". Niks ervan, God had gezegd: "Zo zal jouw nageslacht zijn." En weet je waar het op aankomt? Om te zeggen: "Als U het zegt, dan gebeurt het." Dat is geloof. En dat rekent God ook tot een rechtvaardige; dan ben je een tzaddik in Zijn ogen. Want je vertrouwt restloos op wat Hij om niet belooft.

En wie zo hoort, alleen hoort Zijn belofte naar waardeschat, die zal lachen. Dat is een oneindige bron van vreugde, want het hangt niet meer van ons en van mij af, of van het gedrag van ons of van deze wereld of wat ze doet. Nee, weet u wat de Bijbel zegt? "Die in de hemel zetelt, die lacht." Ja, ja. God lacht. Waarom? Omdat Hij een voornemen heeft en dat zal worden vervuld. God heet ook, zegt Paulus in 1 Timotheüs 1 vers 11 – makkelijk te onthouden, allemaal eentjes – het gaat allemaal om de Ene. Hem was het evangelie toevertrouwd van de gelukkige God. God is gelukkig. God lacht, waarom? Omdat Hij weet dat wat Hij belooft en wat Hij zich voorneemt, dat gebeurt, dat gelukt Hem en daarom is Hij gelukkig.

En ja, dat is een reden om inderdaad feest te vieren, om vreugde en vrede te hebben. En dat maakt alles anders. En elk die hoort zal lachen met mij. Dan kun je inderdaad een lange neus trekken naar alle menselijke expertise die zegt van "dat kan niet, dat is onmogelijk". Als God het zegt, dan is het zo en dan gebeurt het ook en dan kun je blind op varen. Dat is Gods woord. Elk die hoort, zal lachen met mij.

En ze zei – dat is het laatste vers – en ze zei: "Wie zou hebben gesproken tot Abraham: Sarah zoogt zonen?" Het is een retorische vraag hè? Het antwoord is natuurlijk: dat zou niemand hebben gezegd. Sarah die bekend stond als die kinderloze vrouw. Sarah die geen kinderen kon krijgen. En nou is ze negentig jaar geworden, haar man is honderd jaar. Beiden waren verstorven en nu... Sarah zoogt zonen. Ze heeft een kind gekregen, ze zoogt, ze geeft aan een jongen de borst. Hoe is het in de wereld mogelijk? Wie zou dat ooit hebben kunnen zeggen? En dan zegt Sarah: "Ja, want ik baarde een zoon in zijn ouderdom." En je ziet dus een big smile op haar gezicht. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Nou, het antwoord is... al ben ik onvruchtbaar, al ben ik oud.

En al ben ik naar de mens gesproken afgeschreven en kan dit niet, zo wat? Dat staat in Genesis 18: zou voor JAHWEH iets te wonderlijk zijn? En ik denk dat dat een waarheid is die we niet kunnen overwaarderen. De geweldige, solide grondslag: als God, de Schepper van hemel en aarde iets aankondigt, iets zegt, dan is dat waar. Dan vervult Hij het en dan is er niets en niemand die Hem daarin kan tegenhouden.

Nou, is dat een bron van vreugde of niet? Kijk uit die bron, waar Abraham trouwens ook uit had geput, want Abraham had nogal wat met bronnen. En dat is die bron van levend water waar wij ook van kunnen en mogen drinken, elke dag. En dat maakt het leven zo anders. En dat maakt ook dat we kunnen lachen, ook om alles wat er in de wereld speelt en waar ze zo moeilijk over doet. Ach ja, zo was het met Abraham ook.

Nou, Abraham was ook een vreemdeling en een pelgrim. En hij zal ook wel voor dwaas zijn uitgemaakt. Maar wat maakt het uit? Hij kende zijn God. En hij is er niet beschaamd mee uitgekomen. En zo is het altijd.

Nou, daar wilde ik het voor deze morgen graag bij laten. Het was mijn genoegen om deze dingen met jullie te delen. En ik zou zeggen: Gods zegen allemaal en al het goede!

🎧 GOD maakt dat ik lach
Delen: