GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

2. de heilige plaats binnenkort (André Piet)

16-03-2019 - Geplaatst door Andre Piet
Toespraak gehouden door André Piet tijdens de GoedBericht-conferentie in Garderen op 16 maart 2019.

Voordat de ware Messias zal terugkeren, zal volgens de Bijbelse profetie weer een offerdienst zijn op de heilige plaats in Jeruzalem. Maar die eredienst zal wreed worden verstoord en gedurende 42 maanden plaats maken voor een gruwel, d.w.z. een afgodsbeeld.
Kortom: wat kunnen we voor de komende tijd verwachten aan ontwikkelingen op de heilige plaats?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie toont vanuit Bijbelse profetieën aan dat er voorafgaand aan de wederkomst een nieuwe Joodse tempel in Jeruzalem gebouwd zal worden. In deze tempel zal een dagelijkse offerdienst worden hersteld, die later abrupt gestaakt wordt om plaats te maken voor een afgodsbeeld, de gruwel der verwoesting. Dit luidt een periode van grote verdrukking in waarin de mens der wetteloosheid zich openbaart in de tempel. Voordat deze wetteloze macht echter vrij spel krijgt, zal het lichaam van gelovigen eerst weggenomen worden via de afstandneming. Tot slot wijzen diverse chronologische en historische mijlpalen erop dat de vervulling van deze toekomstige gebeurtenissen zeer nabij is.

“Er moet een tempel zijn en een offerdienst; dat zal gepaard gaan met vrede. Maar die offerdienst wordt abrupt beëindigd en dat is tevens het begin van de gruwel: het afgodsbeeld, de mens der wetteloosheid die daar in de tempel gezet wordt.”

Inleiding: de Komst van een Nieuwe Joodse Tempel ↑ hoofdstukken

Vrienden, wij gaan verder met onze studiedag, met onze conferentie. Zoals vanmorgen al aangekondigd, mag ik het gaan hebben over de heilige plaats binnenkort. Vanmorgen heeft Rijtse ons meegenomen naar het verleden en naar de vraag waar die tempels dan precies gestaan moeten hebben. Dat is een buitengewoon omvangrijk verhaal, dat hebt u wel begrepen. Maar we zijn nu zeer goed geïnformeerd, denk ik.

U kunt zich voorstellen dat als deze informatie vrijkomt, dat een enorme doorbraak zou betekenen. Zoals we al zeiden: alles wat hier op dit gebied wordt ontdekt en gevonden, is altijd revolutionair. Dat zou dit ook zijn. Want dat betekent namelijk dat het hele probleem van dat islamitisch heiligdom, dat zich nu eenmaal niet verenigt met de aanwezigheid van een Joodse eredienst, in één keer compleet veranderd is. Dat betekent dat een Joods heiligdom gewoon herbouwd kan worden naast het bestaande islamitisch heiligdom. Hoe dat zich zal gaan ontwikkelen, dat zullen we zien en we volgen het natuurlijk met de grootste interesse.

Wat ik vanmiddag ga vertellen, staat min of meer los van de precieze locatie; dat doet er niet zo ter zake. Ik zal er straks misschien nog een of twee verwijzingen naar maken, maar daar blijft het ongeveer bij. Want wat ik vanmiddag wil laten zien in dat half uur dat mij gegeven is – door mijzelf: er kómt weer een tempel. Dat wil zeggen: een Joodse tempel en ook weer een dagelijkse offerdienst die daarbij hoort.

En wel, ja, binnenkort – ik kom daar straks nog even op terug hoe we dat moeten zien. Maar het betekent dat er weer een tempel komt; dat wil ik graag vanuit de Schrift laten zien, voorafgaand aan de terugkeer van Jezus Christus op de Olijfberg. Zijn, wat we dan noemen, wederkomst. Hij zal Zijn voeten zetten op de Olijfberg en vóór die tijd zal er weer een Joodse tempel zijn. Ik gebruik expres even deze terminologie, want als ik 'tempel' zeg, kunt u ook nog denken aan een islamitische tempel. Daarom zeg ik: een Joodse tempel. De vraag is dan: hoe zal dat gaan? En vooral – u zou natuurlijk niet anders verwachten bij een gelegenheid als deze: wat zegt de Schrift daarover?

De Schrift over de Tempel, de Gestaakte Offerdienst en de Gruwel ↑ hoofdstukken

Nou, ik wil in een korte tijd een handvol schriftplaatsen met u doornemen. Dat moet noodzakelijk dus heel snel, maar het gaat om een vijftal teksten waarin gesproken wordt over die tempel en die offerdienst die gaat komen. De eerste plaats waar ik u mee naartoe neem, is Matteüs 24. Daar wordt ook gesproken over de heilige plaats. Ik gaf deze hele toespraak de titel 'De heilige plaats binnenkort' en die titel is eigenlijk ontleend aan die tekst in Matteüs 24. Daarom neem ik u daar als eerste mee naartoe.

Matteüs 24 is een rede die de Heer Jezus heeft uitgesproken op de Olijfberg. De discipelen kregen deze toespraak eigenlijk vlak voorafgaand aan zijn sterven te horen, een paar dagen daarvoor. De vraag was: wat is het teken van uw parousia en ook wat is het teken van de voleinding van deze aion, van dit wereldtijdperk? De Heer gaat daar uitgebreid op in en dan zegt hij — en Rijtse heeft er vanmorgen ook al op gewezen: "Zien jullie niet die gebouwen van de tempel? Wel, er blijft geen steen op de andere staan." Maar dan gaat hij ook inderdaad naar de tijd van het einde.

Ik neem u meteen mee naar vers 15: "Wanneer jullie dan zullen waarnemen de gruwel van de verwoesting." Jullie die mijn woord geloven, jullie die in die dagen dan ook zullen leven. Wanneer jullie dan de gruwel zullen waarnemen... Een gruwel in de Bijbel is een ander woord voor een afgod of een afgodsbeeld. "De gruwel van de verwoesting", en dan zegt de Heer er iets bij, namelijk dat hij refereert aan een tekst in het boek Daniël: "waarvan wordt gesproken door Daniël de profeet." Dat was op zich al revolutionair om dat op die manier te formuleren, want in de Hebreeuwse Bijbel hoort Daniël bij de geschriften, maar de Heer Jezus zegt: Daniël, hij is de profeet. "Wanneer jullie dan de gruwel van de verwoesting, waarvan wordt gesproken door Daniël de profeet, staande in de heilige plaats..." Die gruwel, dat afgodsbeeld dat kennelijk verwoesting met zich meebrengt — vandaar de gruwel van de verwoesting — zal staan in de heilige plaats. Dat wil zeggen: die plek waar zij op dat moment met z’n allen naar keken vanaf de Olijfberg, vanaf de oostkant van Jeruzalem. Je kijkt daar zo naar de heilige plaats, de plaats van de tempel.

Dan zegt de Heer er nog bij: "wie het leest, laat hem verstaan." Wie het leest, geef er acht op. Hij geeft er meteen een tip bij voor wie op dat moment in Judea zijn: laat hen vluchten in de bergen. Het is dus heel lokaal; het gaat over een heel specifieke plek. Het is actueel voor de mensen die op dat moment in die Joodse streek, in Judea zijn. Daar wordt nog veel meer aan toegevoegd, maar dat doen we nu niet. Het gaat mij nu puur even om die plaats, de heilige plaats waarop een gruwel zal worden opgericht. Wat we daarvan weten, is bekend omdat Jezus zegt: "Ik verwijs nu naar Daniël de profeet, en wie het leest, geve er acht op."

Wat wij dan vervolgens doen, is kijken waar dat staat in Daniël. Want hoe kunnen wij daar acht op geven? Daarvoor neem ik u mee naar Daniël 12, het laatste hoofdstuk van dat boek. Daar wordt inderdaad gesproken over de heilige plaats en over de offerdienst die gestaakt zal worden. In diezelfde tijd, de tijd van het einde, de tijd van de opstanding van Israëls rechtvaardigen en de tijd dat Daniël zelf uit het stof der aarde zal verrijzen — dat leest u allemaal in Daniël 12 — staat dit in vers 11: "En vanaf de tijd dat het voortdurende of het dagelijkse offer wordt weggenomen en een verwoestende gruwel wordt gesteld, is het 1290 dagen." Aha, dan wordt hier dus een tijd gerekend waarvan het eindpunt niet helemaal helder is, behalve dan dat het de 1290ste dag is, maar het beginpunt is in elk geval wel helder. Er wordt dan namelijk een gruwel gesteld, een verwoestende gruwel, een afgodsbeeld.

We weten dan nog iets: dat zal ter vervanging zijn van het gedurige, het voortdurend offeren. Zoals dat in de Mozaïsche wetgeving was geregeld, werden er dag en nacht offers gebracht op de heilige plaats in de tempel, en eerder in de tabernakel. Terwijl er een offerdienst zal zijn, wordt die gestaakt, die wordt weggenomen. Daar komt iets anders voor in de plaats. In de geschiedenis zijn daar meer voorbeelden van gegeven, en ook daar heeft Rijtse op gewezen, in de dag van Antiochus Epiphanes, die de offerdienst in zijn tijd ook staakte en in plaats daarvan varkensoffers ging brengen. Dat was natuurlijk een gruwel. Iets in die trant, vergelijkbaar in die zin dus, zal in de toekomst weer gaan plaatsvinden.

Het is opmerkelijk: de Bijbel spreekt tot dusver niet zozeer over een herbouw van de tempel of een herstel van de offerdienst, maar veronderstelt gewoon dat er in de tijd van het einde weer een Joodse staat zal zijn en ook dat de stad Jeruzalem weer een plaats zal zijn waar een tempel en een tempeldienst is. Het bijzondere ervan is vooral dat daar het verhaal begint: de offerdienst wordt gestaakt. Maar die offerdienst kan nu niet gestaakt worden, want die offerdienst is nog niet eens begonnen! Dat veronderstelt dus dat er weer een offerdienst zal zijn. Dat is nodig wil je hem kunnen staken en doen ophouden, om in plaats daarvan dan een gruwel, een afgodsbeeld, neer te zetten. Er moet iets anders gestaakt worden en iets anders voor in de plaats gesteld worden.

Ik moet even voorzien worden van nieuwe batterijen. Had u niet gedacht hè? Ja, het is Duracell. Nu kan ik weer even vooruit. Maar dat betekent dus dat die offerdienst wordt hersteld en dat in plaats daarvan een gruwel, een afgodsbeeld, daar wordt neergezet. Dan begint er een periode van 1290 dagen en dan wordt er nog iets bij gezet: "Gelukkig hij die wacht en dan ook blijft verwachten en bereikt de 1335 dagen." Er wordt nog een andere tijd gerekend. Als je dat even op een tijdbalkje neerzet, krijg je dus het verhaal van de staking van het gedurig offer en in plaats daarvan wordt een gruwel opgericht. Vervolgens krijg je een periode die eindigt bij 1290 dagen. En dan nog weer 45 dagen later... Sorry? Oh, dat is helemaal fout wat ik hier gedaan heb. Het is heel gelukkig dat er kritische kijkers en luisteraars zijn. Dit moet zijn 1335 dagen, ja. Maar in ieder geval, er wordt nog een andere termijn genoemd en dat is het einde der dagen. Dat is eigenlijk de laatste dag of de jongste dag; de dag dat Daniël en de zijnen zullen opstaan.

Nou, daarover gaan we het nu niet verder hebben. Het gaat er alleen om dat er een tijd gerekend wordt. Ik kom op dit plaatje straks nog terug en dan kan ik het ook nog aanvullen met nog een tijdsperiode die aanvangt vanaf het moment dat die gruwel wordt opgericht. Goed, ik neem u mee naar nog een schriftplaats en dat is Openbaring 11. Daar wordt inderdaad weer een termijn genoemd, niet van 1290 en ook niet van 1335, maar van 1260 dagen. Die is eigenlijk veruit het bekendst; die wordt het meest genoemd. Of een daarmee corresponderende termijn, want 1260 dagen zijn 42 maanden. Of anders gezegd: een tijd, twee tijden en een halve tijd. Dat is op zijn Hebreeuws drieënhalve tijd, gewoon weer 3,5 jaar dus. Afijn, Openbaring 11.

Johannes is in de geest verplaatst naar de dag van de Heer. Hij bevond zich op het eiland Patmos, maar hij heeft bij wijze van spreken een tijdreis gemaakt; hij is geplaatst in de dag van de Heer, heeft een periode van een paar duizend jaar overgeslagen en beschrijft wat er in die dag gebeurt. Dan ziet hij ook weer een tempel. Er werd hem een meetriet gegeven, lijkend op een staf, en er werd gezegd: "Kom overeind, meet de tempel van God." Er zijn allerlei details waar ik nu aan voorbij moet gaan, neemt u me dat niet kwalijk, maar het gaat mij even om het volgende.

Er wordt namelijk iets bijgezegd tegen Johannes: "En laat de hof die buiten de tempel is, erbuiten. Die zou je niet meten, want deze werd gegeven aan de natiën. En zij zullen de heilige stad vertreden, 42 maanden." Dit is interessant en het is ook de link die ik wil leggen met wat vanmorgen door Rijtse naar voren is gebracht. Johannes moet de eigenlijke tempel meten, maar de hof die buiten de tempel is, moet hij laten. Voor het woord 'hof' staat in het Grieks aulé, waar ons woord 'aula' van afgeleid is. Eigenlijk is een aulé een omheinde plek. In de Bijbel wordt het op verschillende manieren vertaald. Het is de voorhof, maar het kan ook gewoon een schaapskooi zijn, zoals het in het Nieuwe Testament wordt weergegeven — althans in de NBG-vertaling. Niet als je een concordante vertaling hebt, maar daarover hoort u straks meer van Menno. Het kan ook het paleis van de hogepriester zijn; dat heet dan allemaal de hof. Het is gewoon een omheinde plek.

Het is eigenaardig: Johannes moet de tempel van God meten, maar die hele omheinde plek daarbuiten moet niet worden opgemeten. Dat wordt gemotiveerd: "Ja, deze werd gegeven aan de natiën." Let op: werd gegeven, niet wordt. "En zij, de natiën, zullen de heilige stad vertreden gedurende 42 maanden", oftewel drieënhalf jaar. Dit is per definitie nog toekomstmuziek. Wat hier bijzonder aan is, in aansluiting op wat vanmorgen verteld is: stel dat de hof waarover gesproken wordt inderdaad een ommuurde plek buiten de tempel is die niet meegemeten moest worden, maar die kennelijk wel iets met de tempel te maken heeft. Ik geef het u ter overweging, want het staat er niet letterlijk bij. Maar dat is precies het gebied waar we het vanmorgen over hebben gehad: de Haram al-Sharif, de Tempelberg, of waar vroeger de burcht Antonia heeft gestaan. Dat is nu het islamitisch heiligdom. Dat werd aan de natiën gegeven; zij hebben daar hun plek.

Het scenario dat vanmorgen door Rijtse is geschetst, sluit hier naadloos op aan. Wij schrijven geen boeken voor de eeuwigheid, maar we houden onze ogen open en overwegen hoe dat precies zou gaan. In elk geval komt er weer een naos, een tempel van God. Johannes gaat die meten en de hele ommuurde plek daarbuiten was al eerder aan de natiën gegeven. Als u het mij vraagt, is dat gewoon dat islamitisch heiligdom dat straks naast de tempel zal functioneren.

Er staat trouwens nog iets bij: "En Ik zal geven aan Mijn twee getuigen, en zij zullen profeteren, 1260 dagen, omhuld in zakken." Gedurende die 42 maanden zullen er dus twee getuigen optreden. Ze worden niet bij naam genoemd, maar ze doen direct denken aan Mozes en Elia. Van Elia weten we dat hij opnieuw zou optreden voordat de dag van de Heer zou aanbreken. Een van die twee getuigen is hij dus. Wat weten we van Elia? Op zijn gebed heeft het ooit drie jaar en zes maanden niet geregend in het land. En raad eens: van die twee getuigen lees je dat zij de autoriteit hebben om water in bloed te veranderen en de macht hebben om het drie jaar en zes maanden niet te laten regenen.

Bij die tempel in Jeruzalem zullen zij 1260 dagen profeteren. Waarom er in het ene verband over 42 maanden wordt gesproken en diezelfde termijn elders in dagen wordt berekend, is boeiend, maar dat bewaren we voor een volgende bespreking. Het gaat erom dat het om dezelfde termijn gaat. Er komt dus een tempeldienst, die vervolgens wordt gestaakt. Daar zal een gruwel worden opgericht, waarna de heilige stad 42 maanden vertreden zal worden. Gedurende die periode treden de twee getuigen op, die goddelijk beveiligd worden. Daarna worden ze omgebracht. Als u daar meer over wilt weten: lees Openbaring 11, daar wordt het hele verhaal beschreven.

Om het nog even anders te zeggen met het plaatje erbij: ik noemde eerder die 1290 en 1335 dagen, en hier wordt de periode dus een maand eerder afgesloten. Dit is de periode van de grote verdrukking, zoals dat in Matteüs 24 en op andere plaatsen wordt genoemd. Aan het einde van die 1260 dagen zal de Heer Zijn voeten zetten op de Olijfberg. Het is een heel scenario waar buitengewoon veel schriftplaatsen over spreken; dit zijn echt mijlpalen.

De vierde schriftplaats komt ook uit Openbaring, maar nu twee hoofdstukken verder: hoofdstuk 13. Daar lees je over twee centrale figuren in de dagen van het einde. In de termen van de wereld zijn het misschien supermensen, maar de Schrift beschrijvende ze als gedegenereerd: het zijn beesten. Zo worden ze gewoon genoemd. De één is een beest uit de zee (de volkerenzee) en de ander komt uit het land (Israël). In Openbaring 13 vers 14 lees ik over het beest uit het land — volgens mij kun je beter zeggen: uit Israël specifiek. Er staat dat het beest tegen degenen die op het land wonen zegt dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de aanslag van het zwaard had en leeft.

Ik merk ineens hoe moeilijk het is om dit kort te beschrijven. Wat is namelijk het verhaal? Dat beest uit de zee is een figuur die een dodelijke aanslag overleeft; hij wordt gedood, maar hij staat weer op. U kunt zich voorstellen dat dit buitengewoon spectaculair is. Hij heeft een medewerker in het land Israël die hem support en ervoor zorgt dat er een beeld wordt gemaakt van die leider uit de natiën. En hem werd gegeven — dat is het beest uit het land — om geest te geven aan het beeld van het beest dat uit de zee kwam, zodat het beeld van het beest zou spreken en zou maken dat allen die het beeld niet aanbidden, gedood zouden worden.

Kijk, dit is precies dezelfde gebeurtenis waar we het al een paar keer over hebben gehad. Er zal in het land, en specifiek in Jeruzalem, een gruwel worden opgericht: een afgodsbeeld van het beest. Dat gaat zover dat er aanbidding en religieuze verering wordt opgeëist. En dat beeld is niet zomaar een beeld; het krijgt zelfs het vermogen en de geest om te spreken.

Johannes beschrijft dat gewoon. Nou ja, hij beschrijft het gewoon, maar het is natuurlijk niet gewoon. Dat zal zo dwingend zijn dat iedereen die niet aan die cultus, die eredienst deelneemt, wordt gedood. Die wordt sowieso economisch afgesloten en kan niet kopen of verkopen vanwege een teken, enzovoort. Dat is wat er gaat gebeuren.

De eredienst, die gruwel die wordt opgericht, dat is dus geen kinderspel. Dat is, ik zou zeggen, high-tech. Of moet ik zeggen: die high-tech is inmiddels zelfs spiritueel geworden. Het beest heeft het vermogen om deze eredienst af te dwingen.

Vandaar ook dat de gelovigen een onmogelijke tijd zullen meemaken daar in het land. In ieder geval. En vandaar ook: de grote verdrukking.

De Mens Der Wetteloosheid en de Afstandneming (wegrukking) ↑ hoofdstukken

Ik zei dat ik een vijftal schriftplaatsen heb en nu neem ik u ten slotte nog mee naar 2 Thessalonika 2: de mens der wetteloosheid in de tempel. Ook Paulus spreekt over ditzelfde tijdvak dat vlak voorafgaat aan de parousia van Christus. "Laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze, want zou niet eerst de afstandneming komen..." – ik kom daar straks nog even op terug – "zou niet eerst de afstandneming komen?" In uw vertaling staat waarschijnlijk 'de afval', maar er staat letterlijk de apostasia. En dat betekent: de afstandneming.

Dan moet de mens der wetteloosheid onthuld worden. Hij heeft nog een andere naam: de zoon van het verderf. Hij gaat dus in tegen de wet, in dit geval ook de Mozaïse wet. Maar hij is ook een zoon, een erfgenaam van het verderf. En wat doet hij? Hij is degene die tegenstreeft en zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij in de tempel van God gaat zitten om te laten zien dat hij God is.

Met andere woorden, hier wordt weer diezelfde gebeurtenis of diezelfde tijd beschreven. Namelijk dat er een tempel zal zijn en de offerdienst zal worden gestart, maar in plaats daarvan wordt de mens der wetteloosheid – althans zijn beeld, zijn representatie – in die tempel gezet. Dat gaat zozeer tegen de hele dienst aan God in, en dat zal ook meteen de periode van de grote verdrukking zijn.

Maar, zegt Paulus erbij, daar moet wel eerst iets aan voorafgaan, namelijk de afstandneming. Kijk, waar het eigenlijk op neerkomt – en ik nader nu zo’n beetje het slot van wat ik wil vertellen – is het volgende. De ontwikkelingen op de heilige plaats – ik sluit me gewoon aan bij het Bijbelse taalgebruik – die zijn cruciaal. Dat is namelijk waar we onze ogen op zouden moeten richten. Dat doet Paulus ook; hij zegt dat je moet weten dat er voorafgaand aan de parousia dingen gaan gebeuren daar in Jeruzalem, in die tempel, enzovoort. Daar moet je naar kijken.

Er moet een tempel zijn en een offerdienst; dat zal gepaard gaan met vrede. Maar die offerdienst wordt abrupt beëindigd en dat is tevens het begin van de gruwel: het afgodsbeeld, de mens der wetteloosheid die daar in de tempel gezet wordt.

Maar, zegt Paulus, eerst... En ja mensen, dit is echt een onderwerp apart, maar laat ik het zo samenvatten – ik kan dat nu niet helemaal uit de doeken doen: dat alles gaat vooraf aan ons vertrek, onze afstandneming. Eerst moet namelijk de wegrukking plaatsvinden. In dat kader schrijft Paulus ook over onze vereniging met hem. In datzelfde 2 Thessalonika 2 zegt Paulus dat die mens der wetteloosheid nog niet kan verschijnen. Om de simpele reden dat hij wordt vastgehouden, wordt tegengehouden.

Eerst moet die weerhouder – dat lichaam, de Ecclesia – worden weggenomen en dan pas zal hij kunnen verschijnen. Er moet dus eerst sprake zijn van die afstandneming, namelijk van het lichaam van Christus. Met andere woorden: ik geloof dat wij – en dan bedoel ik wij die vandaag geloven in het evangelie zoals Paulus dat ook onder de natiën mocht bekendmaken – dat wij worden weggenomen, maar dat we nog wel de periode zullen meemaken waarin die tempel en die offerdienst hersteld worden.

Maar we maken niet mee dat de mens der wetteloosheid verschijnt. Want op het moment dat de weerhouder wordt weggenomen en de Ecclesia afstand neemt, pas dán zal de mens der wetteloosheid zich hier kunnen laten gelden. Dus het is het een of het ander.

Waarom 'binnenkort'? Profetische Mijlpalen in de Tijd ↑ hoofdstukken

Nou, en nu kom ik eigenlijk bij het eerste woord van de titel van deze toespraak: namelijk dat 'binnenkort' de heilige plaats... Hoezo binnenkort? Er zijn een paar mijlpalen. Je kunt natuurlijk zeggen: als je gewoon naar de situatie om je heen kijkt, naar de ontwikkelingen... In 1948 is daar weer een Joodse staat gereconstrueerd. Een aantal decennia later kwam de stad Jeruzalem weer in Joodse handen. In de afgelopen decennia is daar zoveel aan de hand. Je kunt er ook op wijzen dat inmiddels zelfs Amerika zijn ambassade naar Jeruzalem heeft verplaatst. Het wemelt – ik heb daar nog niet eens op gewezen – het wemelt van de berichten en het gonst van de geruchten over inderdaad het herstel van een Joodse eredienst.

In Israël staan velen te trappelen. En ik zal u vertellen: alles is ook al gereed. De hele tempel en alles wat daarbij hoort; alle toebehoren, de kleding en zelfs de rode vaars. Alles wat je maar kunt bedenken, het ligt allemaal al klaar. Dat is één ding. Eigenlijk is het wachten op het groene licht, zodat die tempel gebouwd kan worden. Nu is er nog steeds de verhindering: "Ja, we kunnen dat niet, want het islamitische heiligdom staat er nog." Maar als er nou informatie vrijkomt dat dat geen enkele verhindering hoeft te zijn, dan kan het zomaar gebeuren.

Hoe dan ook, wat ik wil zeggen over mijlpalen gesproken: over elf jaar – we zitten nu in 2019 – dan is het 2030. Daar hoef je geen rekenwonder voor te zijn. Maar dan is het precies twee millennia geleden dat Christus het aardse toneel verliet. Als u zegt: "Nou, ik denk dat het een jaartje eerder of later was", dan maakt me dat niet uit. We praten namelijk over dezelfde tijdsperiode: twee millennia. Zou dat niet te denken moeten geven? Want was het niet zo dat de Heer na twee dagen zou komen? Op de derde dag zou Hij verschijnen aan Israël. En hoe was het ook alweer? Eén dag is voor de Heer als... juist, een millennium.

Dat is één ding. Daar komt trouwens nog bij als je een nog wat langere tijdrekening neemt – maar dat ga ik nu niet uit de doeken doen; ik heb ooit eens een heel seizoen eraan gewijd om dat toe te lichten – maar als je gewoon rekent vanaf Adam... Ja, dan zijn wij nog maar vijftien jaar verwijderd van het einde van het zesde millennium sinds Adam.

De tijd is gewoon op handen. Ik noem deze data niet om te zeggen dat het dan allemaal precies gaat gebeuren, maar ik wil maar zeggen: dat zijn mijlpalen. Dat zijn absoluut mijlpalen, want de ene periode geeft aan dat er tweeduizend jaar voorbij zijn en de andere mijlpaal geeft aan dat er zes millennia voorbij zijn sinds Adam. Met andere woorden: de tijd is op handen. Vandaar ook dat ik zeg: dit gaat binnenkort zijn beslag krijgen. We leven in buitengewoon boeiende tijden. Vindt u dat niet ook? Zullen we daar dan ook mee afsluiten.

🎧 Garderen – de heilige plaats binnenkort (A.Piet)
Delen: