als de Olijfberg splijt (3)
07-08-2016 - Geplaatst door Andre Pietpresentatie gehouden op 7 augustus 2016 te Zoetermeer
Op de dag dat Israëls Messias zal verschijnen en zijn voeten zal zetten op de Olijfberg, zal deze splijten. En via het dal dat daardoor ontstaat zullen de overlevende Israëlieten vluchten naar de woestijn, naar de plaats die ook de voorgaande drie en half jaar als schuiladres had gefungeerd. In de woestijn van Edom, in Bozra, zal geheel Israël worden verzameld, om onder leiding van de ware Jozua, via de Koninklijke Weg het Beloofde Land in bezit te gaan nemen. Van daaruit zal de Koning zijn Koninkrijk over heel de aarde gaan vestigen.
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Lezing van Zacharia 14
- Terugblik: de Verschijning op de Olijfberg en de Vlucht
- Een Unieke Dag: Dikke Duisternis en Licht in de Avond
- Genade in de Woestijn (jeremia 31)
- Verzameld als Schapen in Bozra (micha 2)
- Een Dag van Wraak en een Jaar van Verlossing (jesaja 63)
- Het Dal Achor als Deur van Hoop (hosea 2)
- Samenvatting van het Profetisch Tijdpad
Introductie en Lezing van Zacharia 14 ↑ hoofdstukken
Het is deze morgen dat ik opnieuw uw aandacht wil vragen voor het Bijbelgedeelte waar we inmiddels al twee keer bij hebben stilgestaan. Ik kan u inmiddels verklappen dat dit niet de laatste keer zal zijn, want volgende week hebben we – een beetje tegen de gangbare orde in – hier weer een bijeenkomst. Dan zullen we opnieuw de draad oppakken bij Zacharia 14. Dat is dan wel, moet ik erbij zeggen, de laatste keer dat we het voorlopig over dit hoofdstuk zullen hebben.
Het is allemaal onder dat thema: als de Olijfberg splijt. Er is geen schriftgedeelte dat dit zo duidelijk vertelt; het is eigenlijk het enige schriftgedeelte dat het op deze manier zo expliciet verwoordt. Er is geen Bijbelgedeelte dat ons daar zozeer in inleidt. Het gaat niet zozeer over het splijten van die Olijfberg op zich, want dat is al wonderlijk en groots en gigantisch genoeg om te bedenken, maar het gaat over de tijd áls die Olijfberg gaat splijden. Wat gaat daaraan vooraf? Wat gebeurt er dan? En ook: wat zal er daarna gaan gebeuren? Dat blijkt echt de moeite waard te zijn om eens goed onder de loep te nemen, temeer omdat je dat ook kunt leggen naast zoveel andere passages uit de profeten in de Tenach, in de Hebreeuwse Bijbel, maar ook in het Nieuwe Testament. Dat hebben we tot dusver ook gedaan; we hebben heel wat schriftgedeelten erbij genomen en gezien hoe het een het ander uitlegt en ook weer bevestigt. Ook dat zullen we vandaag opnieuw gaan doen.
Voordat ik nog even zal gaan samenvatten wat we de eerste keren hebben gezien – want dat lijkt me wel handig, er zijn sowieso een aantal mensen die hier nu weer voor het eerst zijn en dan is het wel prettig als je in ieder geval een indruk hebt van wat er besproken is – wil ik eerst dat Bijbelgedeelte dat deze vier samenkomsten centraal staat met elkaar gaan lezen. Ik zal dat straks nog eventjes samenvatten, wat trouwens voor iedereen handig is om het geheugen weer even op te frissen. Maar voordat ik dat ga doen, wil ik eerst de tekst lezen. Ik lees u voor uit een nogal letterlijke vertaling.
Het eerste vers van Zacharia 14 begint dan met: Aanschouw! Schouw, er komt een dag voor JAHWEH en jouw buit zal verdeeld worden in het midden van jullie. ‘Jou’, dat is Jeruzalem. Let maar op. En Ik, JAHWEH, verzamel al de natiën te Jeruzalem tot de strijd. En de stad wordt veroverd, de huizen worden leeggeroofd en de vrouwen geschonden. En de helft van de stad trekt uit in ballingschap en de rest van het volk zal niet uitgeroeid of afgesneden worden van de stad. En JAHWEH zal uittrekken en strijden te midden van de natiën, zoals ten dage dat Hij streed, ten dage van een aanval. En Zijn voeten zullen staan in die dag op de Olijfberg, die op het zicht van Jeruzalem ligt vanaf het oosten. En de Olijfberg wordt middendoor gespleten, oostwaarts en westwaarts tot een zeer groot ravijn. De helft van de berg zal noordwaarts wijken en de helft zuidwaarts. Jullie zullen vluchten in het ravijn van Mijn bergen, want het ravijn van bergen zal reiken tot Atsel. Jullie zullen vluchten, zoals jullie vluchtten voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En JAHWEH, mijn God, zal komen, alle heiligen met U.
En in die dag zal er geen kostbaar licht zijn, maar dikke duisternis. Het zal één dag zijn die bij JAHWEH bekend is. Geen dag en geen nacht; ten tijde van de avond zal er licht zijn. En in die dag zullen levende wateren uitgaan vanaf Jeruzalem, de helft naar de oostelijke zee en de helft naar de westelijke zee; in de zomer en de winter zal dat geschieden. En JAHWEH zal tot koning zijn over heel de aarde. In die dag zal JAHWEH één zijn en Zijn naam één.
In werkelijkheid gaat Zacharia 14 trouwens nog wat verder, maar goed, we hebben onze handen al vol aan deze negen verzen gedurende deze vier samenkomsten. Hier houden we het dus maar even bij. Vers 8 en 9 zullen we overigens parkeren voor de volgende keer, voor volgende week dus.
Terugblik: de Verschijning op de Olijfberg en de Vlucht ↑ hoofdstukken
Zoals beloofd zal ik u nog even in het kort uiteenzetten wat we tot dusver hebben gezien. Zacharia 14 gaat over de dag, de beroemde of, zo u wilt, de beruchte dag van of voor JAHWEH. Dat is een uitdrukking die we zo dikwijls tegenkomen bij de profeten: de dag van Hem, de dag dat Hij ook zal gaan ingrijpen en de dag ook dat het getob, het gedoe, de strijd en alle voornemens van de mensen aan de kant geschoven zullen worden. Zes millennia, zes dagen van duizend jaar, zullen dan ten einde zijn en dan breekt de dag van of voor JAHWEH aan.
Over die dag gaat het blijkens vers 1. Het is ook de dag dat Jeruzalem tot een steen zal worden gemaakt, een zware steen die alle natiën moeten heffen. We hebben dat gezien in het voorgaande van Zacharia, in hoofdstuk 12. Daar staat letterlijk dat de natiën Jeruzalem zullen heffen, maar ze zullen zich ook aan die stad deerlijk verwonden; ze zullen zich vertillen aan die stad. Die stad speelt eigenlijk al in de laatste vijftig, zestig, zeventig jaar zo’n prominente, om niet te zeggen de meest prominente rol in de hele wereldpolitiek. Wel, die ontwikkeling zal zich voortzetten. Jeruzalem is de stad waar alles om draait. De huidige wereldpolitiek kan daartoe met gemak worden teruggevoerd; je hoeft helemaal geen christen of bijbelgelovige te zijn om dat te zeggen, want elke buitenlandcommentator of kenner van de wereldpolitiek zal dat direct beamen.
Het hele Midden-Oosten-vraagstuk staat centraal in de wereldpolitiek en van dat Midden-Oosten is het juist die stad die feitelijk de clue vormt van alles. Tot op de dag van vandaag is dat niet opgelost. Alle politieke, maar ook vooral godsdienstige belangen staan daar op het spel. Op die dag zal dat gaan escaleren en we hebben ook gelezen dat alle volkeren door God Zelf daar naartoe verzameld worden ten strijde tegen Jeruzalem. In de uiterste nood – dat hebben we ook gezien in Zacharia 13 – zal een derde deel van het volk overblijven in het land. Er is namelijk ook nog een deel dat al voor die tijd is gevlucht naar de woestijn en daar veilig bewaard wordt. Maar het derde deel dat overgebleven is in het land, zal dan de Naam aanroepen. Iets wat Israël tot op de dag van vandaag om hele principiële redenen niet doet, zal dan in uiterste nood wel gedaan worden. Namelijk als er nog maar één uitweg is in zo’n afschuwelijke verdrukking zoals er nooit geweest is en ook nooit meer zijn zal. In die termen spreken de profeten daarover, en de Heer Jezus trouwens ook in Mattheüs 24.
Dan zal die Naam worden aangeroepen in de uiterste nood en dan lees je – en dat is inmiddels wat we de vorige keer hebben gezien – dat JAHWEH het voor Zijn volk zal gaan opnemen. Hij zal voor Zijn volk gaan strijden. Het is dan ook weer Zijn volk, dat wil zeggen: het volk dat Hem heeft aangeroepen. Ze zullen zeggen: “mijn Heer, mijn JAHWEH”. Dat zal wederkerig zijn: “Mijn volk”. Nu zegt God dat niet. Nu zegt God ‘Lo Ammi’, niet Mijn volk. Straks wordt het weer ‘Ammi’, Mijn volk.
En dan lees je, en dat is waar de titel van deze studies aan ontleend is: dan zal Hij Zijn voeten zetten op de Olijfberg. Daar is het grote moment. Ooit heeft de Messias Zijn voeten gelicht, als ik het zo mag zeggen. De wereld heeft al veel eerder van Hem afscheid genomen – of Hij van de wereld, net hoe u het zeggen wilt – namelijk in de week dat Hij stierf. Maar in ieder geval nam Hij afscheid van de aarde toen Hij op de Olijfberg werd opgenomen en aan hun ogen werd onttrokken. Welnu, Hij zal Zijn voeten weer zetten op de Olijfberg en dan zal het volk Hem ook zien. De Naam die zij hebben aangeroepen, zal dan verschijnen: JAHWEH. Maar wie blijkt Hij te zijn? Degene die zij doorstoken hebben! Dat is juist Degene die van Godswege ook de Naam heeft ontvangen boven alle namen, en dat is dus die Naam van JAHWEH. Hij heeft die Naam ontvangen, maar als God verschijnt, dan is dat in en door en via Hem.
Ze zullen Hem dus zien, Hem die zij hebben doorstoken. Letterlijk Zijn voeten. Zo concreet als de Olijfberg is, zo concreet is het ook dat Zijn voeten dan weer zullen staan op de Olijfberg. Dan lees je dat Hij zal komen – de Christus, de Messias of welke titel je daar ook aan wilt geven, Hij heeft er vele. De Christus zal komen en we hebben gelezen: “en alle heiligen met Hem”. We hebben gezien hoe we dat kunnen vergelijken met wat de apostel Paulus daarover naar voren brengt: als Christus verschijnt, dan zullen wij met Hem – en daarmee bedoel ik degenen die vandaag in Hem mogen geloven en één gemaakt zijn met Hem – ook verschijnen in heerlijkheid.
Dus als u vraagt: “Dit gaat allemaal over Israël, wat hebben wij daarmee te maken als gelovigen?”, dan is het antwoord: alles! Want wij zullen met Hem verschijnen in heerlijkheid. Als u mij vraagt hoe ik me dat voorstel, dan vind ik dat lastig. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt en ik moet het hebben van wat er staat geschreven. Op zich is dit hele gebeuren, hoe sciencefictionachtig het in onze ogen misschien ook mag zijn opgetekend, goed voorstelbaar. Ik herinner me nog heel goed dat ik als jochie van een jaar of negen, tien een paar maanden uit huis was geplaatst vanwege familiaire omstandigheden. Elke morgen ging ik naar school en passeerde ik het huis van mijn vader. Hij zat daar dan te ontbijten en dan ging ik nog even een kopje thee bij hem drinken. De Bijbel lag dan naast hem. Ik herinner me nog zo goed dat dit de eerste keer was dat ik in aanraking kwam met Zacharia 14. Dat is al heel lang geleden.
Mijn vader vertelde me toen dat er een dag zou komen – en hij kon geweldig vertellen – dat de volkeren zouden strijden tegen Jeruzalem en zich daar zouden vergaderen. En dat ze dan in uiterste nood zouden roepen en dat de Heer dan zou verschijnen en dat ze Hem zouden zien. Ik dronk het op. Hij heeft het toen ook voorgelezen, dat weet ik ook nog. Dat vergeet je nooit meer. Het is zo duidelijk. Ik geloof het niet alleen omdat mijn vader dat toen vertelde; hij heeft het gewoon laten zien en laten horen, en het staat gewoon geschreven. Hoe vaak is dit niet vergeestelijkt of weggeredeneerd? Maar het is zulke duidelijke taal. Ook al tart het in veel opzichten ons voorstellingsvermogen, de woorden zijn haast filmisch geschreven, als een filmscript.
Hoe dan ook, Hij zal komen, maar Hij zal niet alleen komen: alle heiligen met Hem. De Olijfberg zal bij die gelegenheid, als Zijn voeten op de Olijfberg staan, splijten. Er ontstaat een nieuw dal. U begrijpt dat als die berg splijt, dat feitelijk twee bergen worden met een dal ertussen. En men zal vanuit de stad…
Dan kunnen ze vluchten door dat ravijn of door dat dal, dat nieuwe dal. En het volk dat dus nog overgebleven is in het land – want een grote tweederde van het volk dat in het land verbleef, is omgekomen. Het is onvoorstelbaar wat ik nu zeg; ik kan het zo wel even in een paar zinnen vertellen, maar probeert u zich eens in te denken hoe een gigantische verdrukking dat zal zijn.
Afijn, dat volk dat nog is overgebleven in het land zal dan… Ze hebben de Naam aangeroepen, Hij zal verschijnen en dan zullen ze vluchten naar Atsel, zo staat er. Een gereserveerde plaats, dat is de vermoedelijke betekenis van dat woord Atsel. Een gereserveerde plaats; een plaats die voor hen is weggelegd in de woestijn, ergens in de woestijn van Edom. We komen daar straks nog even op terug.
Dit is zo ongeveer wat we in twee bijeenkomsten hebben gezien. Ik moet u dit toch wel even vertellen, zodat u nu ook de draad kunt oppakken en we verder kunnen lezen. Inmiddels zijn we aangekomen bij vers 6.
Een Unieke Dag: Dikke Duisternis en Licht in de Avond ↑ hoofdstukken
En we zullen juist vanmorgen ook wat uitstapjes maken van wat er vervolgens, volgens de Schrift dan, gaat gebeuren. Er staat eerst – laat ik het eens lezen, welke dag dat is lijkt me niet zo moeilijk, dat verwijst uiteraard naar het direct voorgaande – namelijk die dag dat Hij zal verschijnen, Zijn voeten zal zetten op de Olijfberg en dat er per direct een vluchtweg gecreëerd zal worden. Over die dag staat dit geschreven: “En in die dag zal er geen kostbaar licht zijn” – gewoon het licht van de zon – “maar dikke duisternis.”
We hebben inmiddels in de voorgaande twee bijeenkomsten stilgestaan bij Joël 2, Matthäus 24 en bij Openbaring 6. In al deze drie verzen hebben we gezien dat bij die gelegenheid dat de Heer zal verschijnen, dat een heel markant gebeuren is. Eigenlijk is het ook zo dat als je leest van de zon die verduisterd wordt en de maan die haar schijnsel niet geeft, en de sterren die ook zullen vallen, dat gebeuren ook Zijn terugkeer voor Zijn volk markeert en dat Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Altijd is er weer die connectie: Hij zal verschijnen voor Zijn volk en dat zal die dag zijn dat de zon is verduisterd en ook de maan.
Ik geef deze Schriftplaatsen, maar ik kan u vertellen dat als je nog eens een keertje in een concordantie terugleest of een concordantie erop naslaat, dan zul je zien dat het in nog veel meer passages van de profeten voorkomt. Het kan niet missen, je struikelt erover. Je weet eigenlijk meteen ook over welk moment het dan gaat op het moment dat je leest dat de zon verduisterd zal worden en de maan haar schijnsel niet geeft. Wel, in die dag zal er geen kostbaar licht zijn.
En ja, wat trouwens een andere vraag oproept, maar die kan ik strikt genomen niet beantwoorden. Ik kan daar hooguit over speculeren: Is dit een astronomisch verschijnsel? Dat wil zeggen, astronomen kunnen je precies vertellen wanneer een zonsverduistering of een maansverduistering plaatsvindt. Dat kun je nu al perfect berekenen hoe dat over honderd jaar zal zijn. We maken dat bij allerlei gelegenheden mee, waarbij je soms een gedeeltelijke verduistering hebt en soms een complete verduistering. Gaat het over zo’n verschijnsel?
Of is het een atmosferisch gebeuren? Of seismisch? Dat wil zeggen: heeft het te maken met wat er allemaal zal plaatsvinden in de aarde? Want ik heb u laten zien: er zal ook een gigantische aardbeving bij die gelegenheid plaatsvinden. Ja, dat lijkt me nogal wiedes als de Olijfberg dan zal splijten. Dat gebeurt natuurlijk niet zomaar, dat is een schok van heb ik jou daar. Daar komt trouwens nog iets bij, maar goed, ik verwijder mij nu van mijn onderwerp: dat is dat er ook in de omgeving van de Dode Zee weer het een en ander gaat gebeuren zoals dat in het verleden ook zo is gebeurd, namelijk dat daar zwavel en vuur regende daar in het zuiden. Is het vanwege die omstandigheden dat de lucht totaal zo ondoordringbaar is dat het al het licht tegenhoudt? Dat het om die reden dus donker zal zijn? Ik weet het niet, ik heb er vraagtekens bij geplaatst.
Eén ding weet ik zeker: op die dag zal er geen kostbaar licht zijn maar dikke duisternis. Een “stremsel”, dat staat hier in de concordante weergave. Dat wil zeggen, dat geeft een beetje het idee alsof het te maken heeft met atmosferische omstandigheden, zodat zo’n dikke lucht of dikke rook daar niet doorheen te kijken is. Hoe dat ook zij: het zal één dag zijn die bij JAHWEH bekend is. Wanneer dat zal zijn en hoe dat zal zijn, weet Hij alleen.
En er staat bij: “geen dag en geen nacht”. Dat is wel het eigenaardige, want het zal één dag zijn en er staat “geen dag”. Maar dat lijkt me niet zo moeilijk: het betekent dat het die dag geen dag zal zijn, dat wil zeggen: het zal niet licht wezen. Dus terwijl het dag is, is het stikkedonker. Het is geen nacht, maar het is eigenlijk ook geen dag, omdat het compleet donker zal zijn. Maar, staat er dan: “ten tijde van de avond zal er licht zijn”. Dus op het moment dat het bijna donker zou worden, dan wordt het alsnog licht. Tenminste, als ik het gewoon neem zoals het er staat, heel letterlijk, dan is dit de betekenis.
Waarbij ik er trouwens bij moet zeggen dat hier natuurlijk ook symboliek in vervat kan zijn, maar dat strijdt niet met elkaar. Het is niet zo van: moet je dit letterlijk lezen of typologisch? Sommige mensen maken daar een scheiding tussen. Kijk, om een voorbeeld te geven: de vorige keer zagen we dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg, en dan staat er: “op de Olijfberg die ten oosten van Jeruzalem ligt”. Dat wil zeggen: de Heer zal verschijnen in het oosten. Daar waar de zon opkomt, daar zal Hij verschijnen. Dat is letterlijk zo. De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, daar zal Hij verschijnen.
Maar u begrijpt dat dit natuurlijk ook een geweldige geestelijke waarheid is. Namelijk: als Hij zal verschijnen, dan komt de zon echt op. Dan wordt het echt Zijn dag. En dat zou hier natuurlijk ook het geval kunnen zijn: “ten tijde van de avond zal er licht zijn”. Ik heb de indruk dat rusthuizen voor oude van dagen dikwijls “Avondlicht” heten, en dat dit daar ook vaak aan ontleend is. Mijn oma woonde vroeger in De Westerkim in Nieuw-Vennep, zo’n huisje voor oude van dagen. In ieder geval is dat de levensavond, en als je dan gaat zeggen dat er in de avond van je leven licht is, ja, dat is geweldig natuurlijk. En dat zou je natuurlijk ook voor het volk zo kunnen zeggen.
Maar laten we het even beperken tot de meest letterlijke lezing, namelijk dat op het moment dat het donker zou gaan worden, de duisternis verdwenen is. Ten tijde van de avond zal er licht zijn. En wat gaat er dan allemaal gebeuren? Nou ja, je zou natuurlijk pal kunnen doorlezen – dat gaan we de volgende keer doen – maar ik wil nu even een uitstapje maken naar andere passages die daarop aanhaken.
Want wat we tot dusver hebben gezien is: de Heer zal verschijnen op de Olijfberg. Die zal middendoor splijten en men zal vervolgens vluchten door dat nieuwe dal naar Atsel, een gereserveerde plaats in de woestijn, buiten het land. Dat betekent dus dat het land geen levende inwoners meer heeft; daar komt het op neer. Alles wat dan namelijk nog leeft, zal gevlucht zijn naar de woestijn buiten het land. Zoals gezegd wil ik u eens meenemen naar een aantal passages die daar inderdaad over spreken, over deze zelfde gebeurtenissen, over de definitieve verlossing van het volk van Israël dat tot op de dag van vandaag haar Messias niet kent. En wanneer zal zij komen tot besef en kennis van haar Messias? Wel, dat zal zijn wanneer zij Hem zullen zien die zij doorstoken hebben. Ze zullen Hem daar ook aan herkennen. Afijn, Jeremia 31.
Genade in de Woestijn (jeremia 31) ↑ hoofdstukken
Dit bevestigt trouwens ook precies wat we al veel eerder hebben aangestipt: dat de Schrift zo’n wonderbare eenheid is. Ik had er juist van de week nog een heel gesprek over met iemand, dat de Bijbel niet zomaar een boek is geschreven door één auteur. Nee, het is een bibliotheek. Het zijn allemaal documenten en het geweldige is dat al die Schriften een eenheid blijken te zijn. Geschreven gedurende zoveel eeuwen, op zoveel plaatsen en door zoveel verschillende mensen. En al die stukjes – dat is wonderbaar – al die stukjes passen in elkaar. Kijk, dat is het wonder van de Schrift. Het zijn dus heilige Schriften, dat wil zeggen boeken van mensen, maar het is ook de Schrift, dat wil zeggen een eenheid die niet gebroken kan worden. Juist die eenheid van al die boeken bevestigt de gemeenschappelijke oorsprong: het ene concept van de God die dat heeft ingeblazen. Dat is het wonder van de Schrift.
Daar stuit je ook op wanneer je een onderwerp als dit behandelt. We hebben het over Zacharia 14, de verlossing van Israël en dat Hij zal verschijnen. Wat gaat er dan gebeuren? Jeremia 31 spreekt daar ook over. Trouwens, u zou die hele context moeten lezen; dat is een advies dat ik u in het algemeen geef. Je haakt nu aan bij Jeremia 31, maar u begrijpt dat daar dertig hoofdstukken aan vooraf zijn gegaan. Je zou in ieder geval het direct voorafgaande ook even moeten lezen, en dan blijkt dat het gaat over de tijd dat Israël haar Heer zal leren kennen.
Vers 1 zegt dat ook: “Te dien tijde”. Dit verwijst dus precies naar een specifieke tijd. “Te dien tijde, luidt het woord van JAHWEH, zal Ik…” Dat is de mooie manier waarop dat in de Schrift altijd weer doorklinkt als God gaat spreken: “Ik zal”. Dat is een aankondiging waar geen voorwaarden aan hangen; het is gewoon een voorzegging. “Te dien tijde, luidt het woord van JAHWEH, zal Ik voor alle geslachten van Israël tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.” Als u het zich nog goed herinnert, als u erbij was, dan weet u dat we dat in Zacharia 13 aan het slot ook hebben gelezen. Woorden van vrijwel identieke strekking. Daar staat: “En Ik zal zeggen: Mijn volk, en jij zult zeggen: Mijn God.” Dat is dit: te dien tijde. En dan zal er ook een nieuw verbond gesloten worden. Dat staat ook in Jeremia 31, even verderop. Het gaat allemaal over diezelfde tijd.
Zo zegt JAHWEH – en daar gaan we nu vooral op letten: “Het volk van de ontkomenen…” Ontkomenen aan wat? “Want het volk van de ontkomenen aan het zwaard vond genade in de woestijn: Israël, op weg naar zijn rust.” Dit is zo’n passage die precies bevestigt wat we zojuist in Zacharia 14 lazen. Het volk… er blijft een volk over. Nou ja, het is maar een derde van wat in het land was en de helft van de stad Jeruzalem. De andere helft wordt gedeporteerd en sneuvelt. In ieder geval vindt dat deel dat ontkomen is aan het zwaard genade. En waar? In de woestijn. Ze gaan vluchten buiten het land en daar zullen ze genade vinden, in de woestijn. Het is het volk dat op weg is naar zijn rust. Ja, naar de rust die voor haar bestemd is, maar je zou dit “zijn rust” zelfs met een hoofdletter kunnen lezen. Ik weet niet of dat in het Hebreeuws ook zo kan, maar naar Zijn rust dus. Het is maar hoe je het zeggen wilt. Een overblijfsel vindt genade in de woestijn.
Verzameld als Schapen in Bozra (micha 2) ↑ hoofdstukken
Naar een andere passage gaan we toe, Micha 2. Dat is weer een heel andere profeet dus, maar daar worden soortgelijke dingen naar voren gebracht. We hebben de vorige keer trouwens ook nog Mattheüs 24 gelezen, dat als Hij zal verschijnen en de zon verduisterd zal worden, er staat dat Hij Zijn uitverkorenen — of zeg het uitverkoorde volk — zal verzamelen van de uiteinden der aarde. Oost, west, noord, zuid, overal vandaan; Hij zal ze bij elkaar brengen. Hij gaat het totale volk verzamelen en waar Hij dat doet? Wel, in de woestijn.
U moet weten dat het volk waar God dan de draad weer mee oppakt, zich bevindt — ja, het is verstrooid over alle natiën natuurlijk. Eigenlijk is die situatie precies zoals dat vandaag ook het geval is. Er is een Joodse staat, maar het merendeel van het jodendom bevindt zich buiten het land; nog steeds verstrooid onder alle volken. Wel, God gaat Zijn volk verzamelen. Heel Zijn volk. En daarover gaat Micha 2 ook. “Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen.” Zie je die zekerheid? Die ligt daar en wordt meteen op voorhand benadrukt. De totale verzameling van Jakob trouwens ook. Jakob is feitelijk ook de naam van het volk dat in ongeloof zijn weg nog ging. Let op zulke onderscheidingen. Natuurlijk is dit parallel, maar het feit dat er parallelle zinnen staan, wil niet zeggen dat die zinnen dus exact hetzelfde zeggen. Het wil niet zeggen dat het twee identieke zinnen zijn alsof het alleen maar een zinloze of alleen maar een poëtische herhaling is. Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen. Voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Weer dat woord voor wat ervan overgebleven is. Ik geloof dat de Statenvertaling dit heel dikwijls weergeeft als “een rest”.
En dan staat er: “Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in Bozra.” Het hangt er een beetje vanaf welke vertaling u nu hebt, want als u een NBG-vertaling hebt, dan staat hier “als schapen in een kooi”. U zegt dat dit nogal wat is, maar dat verschil is niet zo groot als u zou denken. Want er staat hier in het Hebreeuws Bozra. Dat is een plaatsnaam, maar het is ook gewoon het Hebreeuwse woord voor een kooi of een schaapskooi. Maar ik vind beide betekenissen namelijk geweldig. Het heet Bozra, ja waarom? Omdat het Bozra is. Waar gaat God de kudde van Israël verzamelen? Wel, dat gaat Hij doen in de woestijn. Dat gaat Hij doen in Bozra. En Bozra is een plaats daar in het zuiden, een plaats in de woestijn van Edom. Edom, even voor de goede orde: ik had het eigenlijk ook even op een kaartje kunnen weergeven, maar als u een kaart van Israël voor u ziet, dan heb je Jeruzalem, daar even onder de Dode Zee, en nog weer een paar honderd kilometer eronder de Rode Zee met Eilat. En in die woestijn die daar tussen de Dode en de Rode Zee ligt, dat is het gebied van Paran. Het heet ook Edom, het gebied van Ezau, met als markante plaatsen Bozra, maar ook Petra. Het heeft diverse namen, waarbij ik overigens nog even in het midden laat of dat exact hetzelfde is. Feitelijk wordt er heel vaak over Petra gesproken; dat spreekt natuurlijk het meest tot de verbeelding. Petra, die stad die daar helemaal zonder een menselijk bouwsel is — het is niet gebouwd met bakstenen, het is helemaal uitgehouwen in de rotsen, een rotsstad dus. Het is een van de zeven wereldwonderen ook. Maar als je de vraag stelt welke stad de Bijbel bij name noemt als de plaats waar het volk verzameld zal worden, dan spreek ik het liefst over Bozra. Of dat helemaal hetzelfde is als Petra weet ik niet, maar in ieder geval wordt hier gezegd: “Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in Bozra.”
Ik neem dat heel letterlijk. En waarom ik dat ook heel letterlijk neem, dat zult u straks ook zien. Sowieso zal het volk vluchten het land uit. Ja, en waar kom je dan terecht? In de bergen van Judea, daar gewoon in ieder geval ten zuiden in dat gebied dus. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in Bozra. Trouwens, we hebben ook al gezien dat God een plaats gereserveerd heeft in de woestijn; een plaats in de woestijn die door Gods wegen bereid is. In Openbaring 12 lees je dat. En daar zal Hij het volk gedurende die grote verdrukking ook voeden en bewaren. Afijn, hier zal het hele volk ook bijeengebracht worden als schapen in Bozra, als een kudde in het midden van de weide. Het zal er gonzen van mensen. Kunt u het zich voorstellen? Ondanks het feit dat er natuurlijk inmiddels een rest is, zal het er gonzen van de mensen.
Ik kreeg van de week nog een vraag naar aanleiding van de Bijbelstudie — ik had een melding daarvan gedaan op Facebook — en toen had iemand gezegd: “Hoe moet dat allemaal plaats gaan krijgen? Is daar wel ruimte genoeg?” Toen dacht ik nog niet aan wat ik nu lees, maar dat schiet me nu wel te binnen: het zal er ook gonzen van mensen. Dat zeker. En dan staat erbij: “De doorbreker trekt voor hen op; zij breken door en trekken door de poort.” Ik kan het niet nalaten, maar als ik dit lees, dan denk ik toch wel weer even aan die stad daar in de woestijn. Ik noemde de naam al van Petra en daar heb je zo’n nauwe poort. “Eng is de poort.” Ik ben er zelf nog nooit heen gegaan. Jij wel? Er zitten hier diverse mensen trouwens die daar ooit geweest zijn. Wie zijn er hier trouwens geweest ooit in Petra? Dan zijn jullie kundiger dan ik; ik moet het hebben van de fotootjes. Maar in ieder geval is het zo’n anderhalve kilometer dat je eerst loopt voordat je eigenlijk in die binnenplaats bent gekomen.
Maar goed, de doorbreker en dat blijkt inderdaad de Koning te zijn die voor hen dan uitgaat. Hij breekt door, waarin trouwens ook de gedachte zit van een geforceerde breuk; met geweld en met voortvarendheid gaat Hij uit. De doorbreker trekt voor hen op, ze breken door en ze trekken door de poort en gaan daardoor uit. Hun Koning trekt voor hen uit. Nou, wie dat is, dat lijkt me inmiddels toch wel duidelijk; daar hebben we het eigenlijk iedere keer al over gehad. Dat is Israëls Messias. Hij die de Naam heeft ontvangen boven alle namen. JAHWEH aan hun spits, dat is geen tegenstelling. Dat vult elkaar precies aan. Hij is degene die JAHWEH zichtbaar maakt. JAHWEH aan hun spits.
Dus wat gaat er gebeuren? Micha 2: het volk wordt bijeengebracht daar in Bozra, een totale verzameling. En dat zeg ik voor degenen die nog wat meer na willen zoeken: lees eens Ezechiël 20. Ik heb die passage er nu niet bij betrokken, maar Ezechiël 20 is ergens halverwege een lang hoofdstuk en daar lees je ook hoe dat dan zal gaan. Dat voert echt nu te ver, maar hoe het zal gaan als God Zijn volk gaat brengen in de “woestijn der volkeren”. En dan zal Hij ze in hun totaliteit daar brengen, maar slechts het gelovig deel zal daar ook werkelijk uittrekken. Als u zegt dat dit u niet helemaal duidelijk is: Ezechiël 20, knoop hem even in uw oren, daar staat dat gewoon allemaal beschreven. Bij een andere gelegenheid moeten we het daar nog eens een keertje uitgebreider over hebben. Het gaat me nu eventjes om een klein beetje een beeld te krijgen van wat er gaat gebeuren als het volk gevlucht zal zijn. Wel, men gaat dus naar de woestijn en daar worden ze verzameld als schapen van Bozra. En vervolgens zal men vanuit de woestijn dus weer terugkeren met de Koning aan hun spits. Dus daar heb je ook een weg.
Daar heb je een geweldige route die al duizenden jaren een naam heeft. En weet u hoe die weg heet? Ook in de Bijbel kom je hem verschillende keren tegen; dat heet de Koninklijke Weg. Dat wil zeggen: dat is de weg die vanuit het zuiden zo in de richting van Damascus gaat. Als je in Israël bent, zie je daar ‘The King’s Highway’ staan; dat is gewoon de officiële naam. En zo heet die route al duizenden jaren, in Bijbelse tijden al. In de Schrift, in Numeri, kom je die naam ook al tegen: langs de Koninklijke Weg.
Dat is profetisch. Israël zal vanuit de woestijn weer optrekken naar het land. Op The King’s Highway, op de koninklijke route, zal men optrekken naar het land. Jawel, aan hun spits. We gaan nog naar een andere passage, zodat het u niet kan ontgaan wat er precies gaat gebeuren.
Een Dag van Wraak en een Jaar van Verlossing (jesaja 63) ↑ hoofdstukken
Jesaja 63 is weer een ander profeet die het zijne zegt van Gods wegen. Wie is het die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra? Daar heb je Hem weer. Jesaja 63 spreekt over hetzelfde als wat we eerder zagen. Het is een retorische vraag: Wie is het? Wel, dat is JAHWEH. “Ik ben het die in gerechtigheid spreek, machtig om te verlossen. Ik, JAHWEH, Ik ben het.” En waar komt God dan vandaan? Je zou zeggen dat Hij zal verschijnen vanuit de hemel. Nee, er staat hier: vanaf Edom. Hij zal namelijk inderdaad verschijnen op de Olijfberg, waarna er een vluchtweg ontstaat. Men gaat naar de woestijn en daar zal de Heer zich bij dat gezelschap vervoegen en heel het volk verzamelen. En vervolgens, vanaf Edom, dat grote gebied, zal Hij komen in helrode klederen van Bosra. Wie is het die daar praalt in zijn gewaad en fier voortschrijdt in zijn grote kracht? Je voelt hem al aankomen, dit is een retorische vraag; dat kan er maar één zijn. “Ik ben het, die in gerechtigheid spreekt en ook machtig is om te verlossen.” Nou, dat had Hij inmiddels wel bewezen door het volk zo te doen vluchten en naar de woestijn te brengen.
Dit is eigenlijk een gebeuren dat heel intiem is. Hier gaat het tussen JAHWEH en zijn volk. Hij brengt het en Hij maakt het gereed, en vervolgens trekken ze vanuit de woestijn op. Dan staat JAHWEH aan hun spits en vanaf Bosra zal Hij dan weer uittrekken. En dan staat erbij: “Waarom is dat rood aan uw gewaad? En zijn uw klederen als van iemand die de wijnpers treedt?” Weer zo’n retorische vraag. De wijnpers treden is een uitdrukking die je heel vaak tegenkomt bij de profeten. Dat wil zeggen dat die dag een zware dag is. De vorige keer hebben we dat nog gememoreerd: onze God zal dan optreden als een krijgsheer. Waarom is dat rood aan uw gewaad, als klederen van iemand die de wijnpers treedt? Dat is ook een dag van bloed.
Ik zal het laten zien, want als je vervolgens verder leest in Jesaja 63, staat er: “Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was niemand bij Mij. Ik trad hen in mijn toorn.” Dit is precies die dag waarvan we eerder lazen dat dan de dag van toorn zou aanbreken. De Heer is toornig op die volkeren en Hij gaat daar korte metten mee maken. Vandaar dus die rode klederen. We hebben er al eerder bij stilgestaan en ik denk dat het goed is om je dat te realiseren: wij geloven in een God die liefde is, maar wij geloven niet in een lievige God. U begrijpt wat ik hiermee wil zeggen, lijkt me wel? Hij is niet zoetig, het is geen Sint-Nicolaas. Hij zwijgt vandaag in zijn liefde, maar straks zal er een moment aanbreken dat Hij inderdaad zijn volk gaat verlossen en ook de volkeren zal treden in zijn toorn. Dat zal absoluut niet zoetsappig gaan, dat zegt de Schrift. “Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid. En toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.” Zo, vandaar dat rode dus. Want, zo staat er: “Een dag van wraak had Ik, JAHWEH, in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.”
Wraak heeft in het Nederlands inmiddels een hele negatieve klank gekregen, maar u moet zich goed realiseren dat wraken in de Bijbel altijd positief is. Dat heeft te maken met de Hebreeuwse betekenis van dat woord: het is altijd rechtsherstel. De scheve verhoudingen, de kromme verhoudingen, die worden dan rechtgezet. Dat kan hardhandig zijn, maar het is altijd met het oog op het recht. Wel, dat gaat God dan doen. Maar let op, ook dit mag u niet ontgaan om de verhoudingen goed in ogenschouw te nemen: er staat hier dat een dag van wraak Hem in de zin was en het jaar van zijn verlossing was gekomen. We hadden het eerder over Psalm 30, waar staat: “Een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn goedertierenheid.” Hoe verhoudt zijn toorn zich tot zijn goedertierenheid? Wel, als een moment tot een lang leven. Hier is de vraag: hoe verhoudt Gods toorn zich tot verlossing? Nou, als één op driehonderdvijfenzestig. Een dag van wraak, maar een jaar van verlossing. En het één staat altijd ten dienste van het ander. Ook als Hij zo optreedt, heeft Hij altijd een plan, ook trouwens met de tegenstanders waar Hij korte metten mee maakt op zijn tijd.
Ja, we zoomen vandaag in op die speciale periode dat Hij zal verschijnen, maar dat is nog maar het begin van de toekomende aion. En daar zal nog een aion op volgen. Kortom, Gods plannen zijn zo groot en uitgebreid dat het van belang is om het grote plaatje in zicht te houden, en ook te weten met wie we van doen hebben. Zelfs als we inzoomen op zo’n passage over de tijd dat Hij als een krijgsheer zal toornen, zelfs dan ontgaat ons niet wie het is en hoe de verhoudingen liggen in verband met zijn toorn en zijn goedertierenheid, zijn wraak en de verlossing. Houd dat goed in gedachten.
Het Dal Achor als Deur van Hoop (hosea 2) ↑ hoofdstukken
Ik neem u nog mee naar een ander schriftgedeelte, want u bent natuurlijk niet zomaar overtuigd. Maar inderdaad, er is sprake van dat God Zijn volk zal brengen in de woestijn. Van daaruit zal Hij hen verzamelen en vandaaruit zal Hij ook optrekken naar het land. Hosea spreekt er ook over, evenals Zacharia, Jeremia en Jesaja. Hosea 2 is trouwens een prachtig gedeelte, heel liefelijk ook. Er staat: “Daarom zie, Ik zal haar – het volk – lokken en haar leiden in de woestijn en spreken tot haar hart. Ik zal haar vanaf daar haar wijngaarden geven.” Dat wil zeggen dat God daar, terwijl ze nog in de woestijn zijn, al een land overvloeiende van melk en honing en van wijngaarden belooft. Dat land wordt haar daar al gegeven. “Ik zal haar vanaf daar haar wijngaarden geven.”
En dan staat er: “en het dal Achor maken tot een deur van hoop.” Achor, dat was een dal waar… Kent u het schriftgedeelte waaraan dit refereert? Achor was dat dal waar ooit Achan… precies, de geschiedenis van de familie van Achan. Daarvan lees je dat het Achor is. En als ik me niet vergis – ik houd me ten goede, maar ik meen dat Achor ‘ongeluk’ of ‘beroering’ betekent. Dat zou het natuurlijk geweldig bevestigen. In ieder geval was Achor het dal waar dat vreselijke gericht ooit plaatsvond. Welnu, dat dal gaat God maken tot een deur van hoop. Dat wil zeggen dat dit ongeluk precies bevestigt waar we het over hadden: het ongeluk en de toorn hebben nooit het laatste woord. Het is altijd met het oog op Zijn goedertierenheid. En het dal van Achor zal Hij maken tot een deur der hoop.
Weet u wat u daaruit trouwens ook ziet? Het volk zal vanuit de woestijn optrekken naar het land. De Heer aan de spits, de King’s Highway, die route. De route die ze ooit zijn gegaan vanuit de woestijn zullen ze dan opnieuw gaan, om onder leiding van de echte, de grote Joshua in het beloofde land te arriveren. Het is kennelijk weer diezelfde route, want het gaat via het dal van Achor. Dat was precies daar bij Jericho. Ze zullen dus kennelijk weer door de Jordaan gaan en daar het land in bezit nemen. Van daaruit maakt Hij het dal van Achor tot een deur van hoop.
Dan zal zij, dat volk, daar zingen als in de dagen van haar jeugd, zoals toen zij uittrok uit Egypte. Zoals het ooit was toen ze toog uit Egypte en naar het land ging door de woestijn, zo zal het straks weer gaan: optrekken vanuit de woestijn en dan in het beloofde land arriveren. Daar, via dat dal van Achor dat dan een deur van hoop zal zijn, zal het volk zingen. Die hele turbulente tijd zal voor hen dan inmiddels achter de rug liggen en er is hoop; er is een enorme verwachting.
En vergis u niet, God gaat Zijn koninkrijk vestigen hier over deze hele aarde, over de hele wereld vanuit dat land. Maar dat is een heel gebeuren, een heel proces. U begrijpt wel, dat vindt niet allemaal op één late namiddag plaats. “En het zal te dien dage geschieden,” luidt het woord van Yahweh, “dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baal.” Mijn eigenaar. Jullie zullen Mij noemen: “mijn man”. Er was ooit een oud verbond, ook een huwelijksverbond, en dat is ten einde gekomen. Maar God gaat een nieuw verbond sluiten. Dat is opnieuw een huwelijksverbond, maar niet met de kerk – dat kent de Schrift niet. Het nieuwe verbond wordt gesloten met Israël. En straks zal Israël zeggen: “mijn man”. Ja, laat ik dat nog eventjes doen.
Samenvatting van het Profetisch Tijdpad ↑ hoofdstukken
We hebben inmiddels een aantal schriftgedeelten gezien waar gerefereerd wordt aan die plaats in de woestijn en wat er dan zal gebeuren. Er is mij specifiek gevraagd of ik niet even kan samenvatten hoe het tijdpad loopt en wat er precies zal gebeuren. Ik ga nu niet opnieuw de bewijsplaatsen (‘de bonnetjes’) erbij geven; die heb ik al genoemd. Ik wil nu vooral samenvatten hoe ik dit versta en wat we tot dusver hebben gezien.
Welnu, we hebben gezien dat er een periode is van grote verdrukking die 1260 dagen duurt. Vlak daaraan voorafgaand wordt de ‘mannelijke zoon’, het lichaam van Christus, weggerukt. De gemeente heeft daar dus geen deel aan. Dan zal ook het moment plaatsvinden dat er een gruwel, een afgodsbeeld, in de heilige plaats gesteld wordt. Dat markeert het begin van de grote verdrukking. Het is ook het laatste moment dat het volk nog zal kunnen vluchten naar de woestijn. Dat gebeurt allemaal aan het begin van die 1260 dagen.
Tijdens die 1260 dagen wordt een rest van Israël, die voor die tijd gevlucht is, bewaard in de woestijn. Dit is ook de tijd — 42 maanden — dat de stad Jeruzalem vertreden zal worden. Het is tevens de periode waarin de twee getuigen in de stad zullen optreden. Dat zal een vreselijke tijd zijn, maar zoals gezegd is het ook de tijd dat een rest wordt bewaard in het buitenland of in de woestijn; buiten het land dus.
Aan het einde van die 1260 dagen zullen de volkeren verzameld worden ten strijde tegen Jeruzalem; daar hebben we het vooral over gehad bij Zacharia 14. Het overblijfsel dat dan nog in het land is — luister goed: het volk dat dan nog overgebleven is in het land — roept de Naam aan. Dan zal de Naam ook verschijnen: Christus verschijnt met de Zijne op de Olijfberg. Dat zijn degenen die al vóór die tijd waren weggerukt. Je hebt dus een komst vóór de Zijne, maar hier komt Hij mét de Zijne. Het zal ook het moment zijn waarop zon en maan verduisterd worden. Dat vindt allemaal plaats aan het einde van die periode. De rest van Israël vlucht dan via de Olijfberg naar de woestijn.
Waar we ons vanmorgen vooral mee hebben beziggehouden, is de tijd die daarna aanbreekt, wanneer ze gevlucht zijn. Na die 1260 dagen is de verdrukking vóór Israël voorbij, maar dan breekt juist de dag van toorn over de volkeren aan. Dat begint dan. Hoe lang dat allemaal precies gaat duren is nog veel nauwkeuriger te markeren — 1290 dagen, 1335 dagen — dat vind je echt allemaal in de Schrift. Er is dus nog zoveel meer over te vertellen, maar om in het algemeen een beeld te hebben: Israëls verdrukking is dan voorbij, maar de dag van toorn over de volkeren begint.
God gaat dan vanaf Zijn troon de heerschappij van de Zoon vestigen. Hij gaat Jeruzalem weer in bezit nemen, de stad zal hersteld worden en de troon van David wordt opgericht. Vanaf Zijn troon gaat de Zoon Zijn heerschappij wereldwijd vestigen over alle volkeren. Een groot gedeelte van het boek Openbaring gaat juist over die dag. Het volk van Israël wordt in de woestijn verzameld en vanuit de woestijn trekt dat volk op naar het land om daarvan bezit te nemen. Jeruzalem wordt herbouwd, want de stad was compleet verwoest, en de troon van David wordt hersteld. Dit is, in een notendop, wat we tot dusver hebben gezien.
Zo heeft u een beetje een idee van het geheel. Ik zeg er wel bij: dit is onder voorbehoud, voor zover we het profetisch woord nu verstaan. Dit is niet in beton gegoten; ik geef weer hoe ik het profetisch woord versta. Laten we daar geen ruzie over maken. Ik heb het u onderwezen en laten zien, en het is aan u om als een Bereër na te gaan of deze dingen werkelijk zo zijn. Zullen we dat afspreken? We gaan er geen bonje over maken; dat doe ik niet.
En nu wilt u natuurlijk ook nog wel even weten wat er in die laatste verzen van Zacharia 14 staat. Want wat er dan gaat gebeuren — dat de levende wateren vanuit Jeruzalem zullen stromen — dat is geweldig. Maar daar gaan we het de volgende keer over hebben, over een week. Dat belooft nog heel wat te worden.
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews