Gods universeel plan
07-11-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op 6 november 2018 te Eindhoven voor studentenvereniging Ichtus
In deze toespraak voor christelijke studenten wordt nader uitgewerkt, hoe GOD een universeel plan uitwerkt “tot in de volheid der tijden”. Met succes: alles en allen omvattend.
Zie ook het verslag van deze avond.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en de Toetsende Houding van Berea
- De Opbouw van Efeze 1: Gods Universele Liefde en Plan
- Het Geheimenis: de Ecclesia als het Lichaam van Christus
- Uitverkiezing Is Exclusief, maar Gods Plan Is All-inclusive
- Gods Plan Ontvouwt Zich Via Wereldtijdperken (aionen)
- Universele Redding: Alle Mensen Gerechtvaardigd in Christus
- Elke Creatie Zal de Knie Buigen en Belijden
- De Rangorde van Levendmaking en de Dood Tenietgedaan
Introductie en de Toetsende Houding van Berea ↑ hoofdstukken
Dames en heren, vrienden, hartelijk dank voor de introductie, Pierre. Ik ben ontzettend blij dat ik vanavond eens een keer hier mijn verhaal mag vertellen. Of eigenlijk is het anders: ik mag wat vertellen over dat wat in Efeze 1 staat, want ik heb begrepen dat jullie bezig zijn met de bespreking van die brief. Laat ik eerst even mezelf introduceren, behalve dan dat ik uit Katwijk kom. Van origine ben ik een Aalsmeerder; mijn achternaam verraadt dat ook. Is dat goed? Ben jij ook een Aalsmeerder? Geweldig joh! Je heet toch geen Piet van je achternaam? Oké.
Ik woon in Katwijk sinds mijn trouwen in 1992. De meesten die hier in de zaal zitten, waren toen nog niet eens geboren, als ik dat zo goed inschat. Maar een aantal wel. Die knappe, jonge, slanke man, tweede van links op de foto, dat ben ik dus. En daarnaast mijn vrouw Petra. Ik heb drie kinderen die alle drie ook in de leeftijd van jullie zijn; alle drie studenten. In die zin ben ik wel ervaringsdeskundige in mijn omgang met studenten. De oudste, Naomi, is afgelopen zondag 25 geworden. Zij studeert pedagogiek en is bijna klaar. Boas studeert accountancy en Jagen, de jongste, studeert rechten in Leiden. Dat is vlakbij, gezien vanuit Katwijk.
Inderdaad, ik run een website, dat doe ik al sinds 2000, en ik ben erg druk doende met het geven van Bijbelstudies en het brengen van een goed bericht. Dat is immers ook de naam van de website: Goed Bericht. Ik denk dat ik met de titel 'Gods universeel plan' een aardige samenvatting geef van eigenlijk heel Efeze 1. Want daar gaat het inderdaad over de grote God van hemel en aarde die een plan heeft, een voornemen. En dat voornemen is universeel, dat wil zeggen alomvattend en ook allen omvattend. Dat wil ik graag eens laten zien. Laat ik om te beginnen een overzicht geven van de verzen die we in dat eerste hoofdstuk aantreffen.
Eerst nog even een disclaimer. Wat ik vanavond ga vertellen, is voor velen wellicht wat confronterend en nieuw. Dan heb ik één groot advies voor jullie: doe net als destijds de Bereeërs, zoals je dat leest in Handelingen 17. Ik vraag jullie om mij eerst drie kwartier aan te horen. Wees bereidwillig, net zoals die mensen in Berea dat deden. Paulus was daar geweest nadat hij eerder in Thessalonika was. Over die mensen in Berea staat geschreven: "Dezen waren edeler dan degenen in Thessalonika, daar zij het woord ontvingen met alle bereidwilligheid en dagelijks nagingen in de Schriften of deze dingen zo waren."
In de eerste plaats waren ze dus open-minded voor wat er verteld werd. Ze luisterden bereidwillig, maar ze waren ook kritisch. Dat wil zeggen dat ze het controleerden; ze checkten dagelijks in de Schriften — wat toen alleen nog maar het Oude Testament was — of het inderdaad waar was wat Paulus bracht. Ze worden daarom edel genoemd en dat lijkt me de beste houding. Van studenten mag ik, denk ik, wel een kritische houding verwachten. Je wordt getraind in het stellen van kritische vragen: klopt het wat er beweerd wordt? Dat is wat ik jullie eigenlijk ook vraag: controleer het. Staat het inderdaad zo in de Schrift geschreven? Aan mij is het vervolgens om dat overtuigend door te geven en, om het zo maar te zeggen, de bonnetjes te overleggen.
De Opbouw van Efeze 1: Gods Universele Liefde en Plan ↑ hoofdstukken
De opbouw van Efeze 1 laat ik eens even in drie stukken samenvatten. In dit hoofdstuk, maar dat gaf ik eigenlijk al even aan, wordt uiteengezet dat God, die een Vader is, niet alleen de oorsprong is, maar ook degene die zorg draagt voor en liefde heeft voor heel Zijn schepping. Hij heeft een plan. Dat wil zeggen, zo wordt dat ook genoemd in Efeze 1: vóór de grondlegging der wereld, eigenlijk de nederwerping der wereld. Voordat de wereld geboren werd, had Hij al een voornemen en Zijn keuzes gemaakt. Hij had een besluit en dat rolt Hij, om het even zo te zeggen, in de loop der tijden uit. Hij ontwikkelt dat en Hij werkt naar de uitkomst van dat plan. Dat plan is ook gefaseerd, maar daarover straks meer.
En dat plan is universeel. Dat wil zeggen, we zullen dat straks ook nog wel zien, dat het hemel en aarde betreft; kortom: het al. Want dat is de uitdrukking in de Bijbel daarvoor. Je hebt daar zelfs een min of meer staande uitdrukking voor: Ta panta. Wij zouden zeggen: het heelal. Dat wat Hij allemaal bedacht heeft, wat Hij gecreëerd heeft en wat Hij zelf dus ook gevormd heeft. Het werk van Zijn handen, nietwaar? Dat is wat wij allemaal zijn en wat de hele schepping is. Het is door Hem niet alleen maar ooit bedacht, maar het is ook door Hem geformeerd; elk mens is Zijn design en Zijn creatie. Het is het werk van Zijn handen en het is precies wat er ook zo vaak klinkt in de kerken waar de dienst mee aanvangt: God laat nooit varen de werken van Zijn handen. Waarom niet? Omdat het het werk van Zijn handen is. Daarom heeft Hij het zelf gemaakt en bedacht, en daarom heeft Hij een liefde voor heel Zijn schepping. Dat staat ook in de Psalmen: dat Zijn ontferming en Zijn barmhartigheid gaan over al Zijn werken. Heel de schepping dus, universeel.
Een ander ongelooflijk belangrijk punt dat heel centraal staat in deze brief, maar eigenlijk in heel de Bijbel — dat zou je natuurlijk kunnen verdedigen — is dat Hij dit plan realiseert door de Christus. Dat wil zeggen: de Gezalfde, of de Mashiach; het hangt er maar vanaf in welke taal je het zegt. Hij is degene die ooit, duizenden jaren tevoren, was aangekondigd: wie Hij zou zijn, wanneer Hij zou komen en zelfs waar Hij geboren zou worden. Kortom, Zijn hele profiel was al voorzegd en toen kwam Hij daar. Inmiddels ligt dat nu tweeduizend jaar achter ons; dat is geschiedenis in die zin. De Christus is gekomen, Hij is opgestaan en ja, Hij is degene die God heeft aangesteld en door wie Hij alles, Zijn hele voornemen, gaat volvoeren en realiseren.
En die Christus, dat is de Eersteling uit de doden en feitelijk daarmee ook de Eersteling van een hele nieuwe schepping. Hij heeft de dood overwonnen en de dood ligt achter Hem, definitief. Hij is daarin ook de Eersteling. Ik bedoel, er waren al mensen — nou ja, 'veel' is overdreven, maar er waren in de loop der tijden wel meer mensen opgestaan uit de doden, maar die stierven weer. Hij is de Eersteling uit de doden, dat wil zeggen: Degene die definitief nieuw leven aan het licht bracht en de dood dus werkelijk achter Zich heeft en opgestaan is uit de doden. Daarvan is Hij de Eersteling. De rest volgt nog, maar daarover straks trouwens ook nog meer.
Het Geheimenis: de Ecclesia als het Lichaam van Christus ↑ hoofdstukken
Maar nu komen we op een heel belangrijk punt en een belangrijke term in de Efezebrief. Ik weet niet in hoeverre jullie al goed ingelezen zijn, maar ik mag aannemen dat wanneer je met deze brief bezig bent, je toch wel bepaalde termen hebt opgepakt. Een van de termen die bij Paulus in het algemeen, maar in de Efezebrief in het bijzonder vaak voorkomt en een grote rol speelt, is de term 'het geheim'. Of, het hangt er een beetje vanaf welke vertaling je gebruikt, 'het geheimenis' of, zoals de Statenvertaling zegt, 'de verborgenheid'.
Wat blijkt dat geheimenis te zijn? Dat geheim is dat de Christus niet slechts één iemand is. Dat is natuurlijk wel zo, maar in feite is het een heel gezelschap met Jezus Christus aan het hoofd. Dat wordt inderdaad voortdurend zo vergeleken, namelijk met een hoofd en een lichaam. De Christus is feitelijk dus niet alleen het hoofd, maar is inclusief al degenen die bij hem horen: het lichaam, de ekklesia, de gemeente of de kerk. En dan bedoel ik daarmee uiteraard degenen die hem werkelijk in geloof en vertrouwen toebehoren.
God heeft een plan, en dat plan volvoert hij en realiseert hij door Christus. Die Christus is niet alleen Jezus Christus, maar ook zijn lichaam. Dat wil zeggen: degenen die bij hem horen en die ook letterlijk met hem eengemaakt zijn; degenen die zijn positie delen. Er staat bijvoorbeeld in vers 3 dat God ons, die geloven, in Christus gezegend heeft met elke geestelijke zegen te midden van de hemelsen. Deze brief gaat echt zo ver, maar ook zo hoog, ver boven het aardse niveau. Daar waar Christus nu is, onttrokken aan het oog, daar zijn wij. Dat wil zeggen: daar worden wij gerekend. Wij zijn met hem verbonden als hoofd en lichaam.
Dit is belangrijk, want dat betekent dat God werkt met Christus en daarmee ook met dat hele gezelschap wat nu bij hem hoort. Dat gezelschap wordt uitgeroepen; het woord ekklesia, de gemeente, betekent eigenlijk ook letterlijk een 'uitroepsel'. Er wordt vandaag een gezelschap uitgeroepen in deze wereld en dat wordt gevoegd bij de Heer Jezus Christus. De eerste dingen: hoofd en lichaam, één nieuwe mens, zo staat het in Efeze 2 dan weer. Zo blader je wat door de brief heen, maar dit is een heel belangrijk element in dat eerste hoofdstuk.
Daarop nog aansluitend: de gelovigen van die ekklesia, dat uitroepsel wat nu verzameld wordt, zijn volgens vers 4 uitverkoren – dat wil zeggen: uitgekozen – maar ook voorbestemd tot de zoonstelling. De meeste vertalingen zeggen 'zoonschap', maar de echte betekenis daarvan ontgaat ons heel gemakkelijk omdat we het idee niet zozeer meer kennen. Zoonstelling wil zeggen dat je gesteld wordt in de positie van zoon en daarmee ook van erfgenaam. Dat wil zeggen dat je de erfenis krijgt. En die erfenis – en dat is belangrijk – is heel de schepping. God geeft heel zijn schepping als cadeau aan zijn Zoon, de Heer Jezus Christus, inclusief dat lichaam van hem, de ekklesia.
In hem zijn zij; zij worden met hem gerekend en zij zijn in hem ook uitverkoren, uitgekozen en voorbestemd. Dat is eigenlijk predestinatie: voorbestemming tot zoonstelling. Dat wil zeggen dat zij bestemd zijn om de hele schepping tot haar doel te gaan brengen. Dat is heel belangrijk, want God heeft een plan zoals gezegd en dat voert hij uit via een tijdpad. Dat doe je als je iets maakt: je hebt een plan en daar hoort ook een tijdpad bij waarin je vastlegt in welke fase je wat doet. Over die tijdperken volgt straks meer, maar dit gaat tot in de 'volheid van de tijdperken', zo wordt dat genoemd in Efeze 1 vers 10. Ik heb de versnummers er maar meteen bij vermeld; als ik er geen hoofdstuk bij heb staan, dan bedoel ik hoofdstuk 1. In die volheid van de tijdperken zal God het al onder één hoofd samen te vatten. Dat wil zeggen dat God heel de schepping onder één hoofd, namelijk Christus, zal samenbrengen. In dat plan is die ekklesia met zijn Zoon verbonden. Samen met hem gaan zij dat doen, en daartoe zijn ze bestemd.
Uitverkiezing Is Exclusief, maar Gods Plan Is All-inclusive ↑ hoofdstukken
Wat je daarbij krijgt is dat uitverkiezing – het woord zegt het eigenlijk al – in feite exclusief is. Dat wil zeggen: als ik mensen uitkies, dan betekent dat dat je er sommigen uitkiest; de één wel en de ander niet. Dat is wat uitverkiezing is. Maar terwijl ik het zeg, haast ik mij om te zeggen dat uitverkiezing dan wel exclusief mag zijn, maar dat Gods voornemen, Gods plan, inclusief is. Dat wil zeggen, en dat bedoel ik ook werkelijk: all-inclusive. Het is belangrijk om dat verschil te zien.
Kijk, ik bedoel dit. Ooit lezen we van Abraham – Abram in eerste instantie nog – dat hij geroepen werd in Ur der Chaldeeën. God had Abram uitgekozen en de rest van de mensheid niet. Maar betekent dat dat de rest van de mensheid Hem dus niet interesseerde? Nee, integendeel! God koos Abram uit, niet omdat alle geslachten van de aardbodem Hem niet interesseerden, maar er staat dat in en via Abram alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. Dat wil zeggen: Gods voornemen was all-inclusive – alle geslachten van de aardbodem – maar de uitverkiezing van Abraham was exclusief: hij en zijn nageslacht. Dat werd uitverkoren om de rest te bereiken en dat is heel belangrijk.
Want uitverkiezing mag dan exclusief zijn, maar Gods liefde is universeel en alomvattend. Ik denk dat dat een ongelooflijk belangrijk inzicht is: God kiest altijd, niet ten koste van de rest, maar altijd ten dienste van de rest. Namelijk om de overigen, heel de wereld, te gaan zegenen. Dus het ene is exclusief. Als je mag behoren bij de ekklesia, dat is exclusief. Want dat is in feite, relatief gezien, een klein clubje als je dat afzet tegen de rest van de wereld. Maar Gods voornemen, dat is inderdaad all-inclusive. Ik kom daar straks op terug.
Gods Plan Ontvouwt Zich Via Wereldtijdperken (aionen) ↑ hoofdstukken
Ik kom daar bij het derde punt op terug. Ik wil wat vertellen over dat tijdpad, want dat is een heel belangrijk punt. Het jammere is dat er dikwijls een gebrek is aan de wijze waarop dat wordt weergegeven, en ik heb nu als spreker de gelegenheid om dat goed te maken. Dat tijdpad speelt een hele grote rol in de Efeze-brief. We blijven vanavond met name in die brief wat heen en weer bladeren.
Ik gaf zojuist al even dat vers weer in Efeze 1 vers 10. Eigenlijk is dat tiende vers, als u het mij vraagt – ik mag je wel tutoyeren, neem ik aan – het hoogtepunt en ook met recht de samenvatting. Dit woord wordt zelfs gebruikt: dat God in Christus heel de schepping, hemel en aarde, gaat samenvatten. Er staat bij dat Hij dat gaat doen om tot in de volheid van de tijden het al samen te vatten. Dat is duizelingwekkend als je dat goed voor de geest probeert te krijgen. Dat wil zeggen dat Hij het al, hemel en aarde – daar is dus niets van uitgesloten, je kunt er nooit te groots en alomvattend over denken – gaat samenvatten onder één Hoofd. En dat doet Hij tot in de volheid van de tijdperken. Hij doet dat gedurende allerlei opeenvolgende tijdperken. In de volheid van de tijdperken, dat wil zeggen als het eenmaal klaar is, op het hoogtepunt maar eigenlijk ook op het eindpunt in de laatste fase, wanneer al die tijdperken hun vervulling vinden, dan is dat plan ook daadwerkelijk voltooid.
God heeft dus een plan. Hij staat aan het begin. Er was ooit een tijd dat dat plan nog helemaal moest worden ontwikkeld; sterker nog, heel de schepping moest nog tot aanzijn geroepen worden. Maar voordat de schepping er was, had Hij al een plan. En Hij is nog steeds op plan A. Alles gaat naar Efeze 1 vers 11 – makkelijk te onthouden, allemaal enen. Er staat in Efeze 1 vers 11 dat God in alles, ook weer in ta panta, in het al, werkt naar de raad en de bedoeling van Zijn wil. Dat wil zeggen dat er niets misgaat; Hij heeft alles perfect en volmaakt in Zijn hand. Aan het einde van de tijdperken heeft Hij Zijn plan gerealiseerd. Dat wat Hij voornemens was, dat doet Hij ook. Vanaf het begin, zo staat het ergens in Jesaja, verkondigde Hij al de afloop. Dat is God. Hij heeft alles in de hand, er is niets wat Hem zou kunnen tegenhouden en Hij realiseert wat Hij van plan is.
Wat ik graag wil laten zien, is dat die tijden die in Efeze 1 vers 10 genoemd worden, in deze brief zo vaak voorbij komen. Dat worden 'aionen' genoemd. Meestal wordt het vertaald met 'eeuwen', maar dan moet je niet denken aan een tijd van honderd jaar, maar aan een wereldtijdperk. Dat is een aion. Het misleidende is dikwijls dat het in onze vertalingen vaak wordt weergegeven met 'eeuwigheid'. Dat is heel jammer, want daardoor wordt je zicht op wat aionen zijn vertroebeld. Een eeuwigheid heeft geen begin en geen einde, maar aionen wel. De Bijbel spreekt over 'vóór de aionen'.
Laat ik een paar dingen daarvan noemen, met de versnummers erbij. Ik beperk me even tot alleen de Efeze-brief en hoe die aionen, die wereldtijdperken, in deze ene brief een rol spelen. In hoofdstuk 3 vers 11 wordt er gesproken over Gods plan, of dat God een 'plan van aionen' heeft. Ik gebruik maar gewoon het Griekse woord dat daarvoor gebruikt wordt, dan weten we in ieder geval waar we het over hebben. Ik heb de term zoals de Statenvertaling en de NBG-vertaling die hebben maar even doorgekrast; die spreken van een 'eeuwig voornemen'. Dat is wat anders. Ik houd niet zo van die term, ik vind het een vreemde term. Je hebt mensen die zich altijd maar eeuwig iets voornemen, maar dan gebeurt er nooit wat. Maar het is ook geen eeuwig voornemen, het is het voornemen van de eeuwen, of beter: van de aionen. Je hebt ook eeuwige studenten, dat kan ook nog. Voortaan worden dat 'aionische studenten'. Maar het is dus niet het eeuwig voornemen, het is het plan van aionen.
Moet je je even voorstellen: God heeft een plan en dat wordt letterlijk zo genoemd door Paulus. Het is een gevangenisbrief. Ik probeer me dat zo voor te stellen: die man is inmiddels op leeftijd gekomen en terwijl hij daar gevangen zit en niet zoveel kanten op kon, heeft hij zulke geweldige perspectieven en open vensters. Hij praat over wereldtijdperken en dat God een plan heeft, een plan van wereldtijdperken. Houd dat vast.
Dan lees je bijvoorbeeld een paar verzen eerder, in vers 9 van hoofdstuk 3, over de aionen die achter ons liggen. Er wordt gesproken over 'van aionen her', dus vóór de huidige aion zijn er al eerdere wereldtijden of tijdperken geweest. In hoofdstuk 2 vers 2 wordt er gesproken over 'de aion, de tijd van deze wereld'. Deze kosmos en de aion van deze wereld. Je leest ook over de wereld van de voortijd, van vóór de zondvloed, voor de dagen van Noach. Dat was weer een andere aion. Maar deze aion, de aion van deze wereld, loopt inmiddels al een paar duizend jaar. Ik moet erbij zeggen: die loopt ook op zijn eind. De Bijbel spreekt over het einde van deze aion. En wat dacht u? Daarna volgt de komende aion.
Als deze aion is afgesloten, dan volgt dat wat wij altijd de wederkomst noemen. Christus keert terug en dan wordt er een einde gemaakt aan deze boze aion. De aion van deze wereld wordt ook heel vaak genoemd in termen van 'deze boze aion', want het is de diabolos, de duivel, die de waarheid verdraait en die deze aion boos maakt door de waarheid ten onder te houden. Enfin, dat is de aion van deze wereld. Maar daar blijft het niet bij, want dit wereldtijdperk zal zoals gezegd afgesloten worden, maar dat maakt plaats voor een hele nieuwe tijd. Dat wordt in hoofdstuk 1 vers 21 de 'toekomende aion' genoemd, of in de meeste bijbelvertalingen 'de komende eeuw'. Dat is de tijd wanneer Christus gaat heersen in deze wereld. In het boek Openbaring wordt dan gesproken over de duizend jaren dat Christus zal heersen vanuit Jeruzalem. Er zal een geweldig tijdperk van vrede komen waarin Satan duizend jaar gebonden zal zijn en niet in staat zal zijn om de volkeren te verleiden.
Dat is een onderwerp apart, maar het gaat erom dat wanneer Jezus Christus terugkeert, het niet zo is dat er ineens een eindeloze eeuwigheid aanbreekt. Dat kent de Bijbel niet. Wat er aanbreekt is geen eindeloze eeuwigheid; deze aion wordt afgesloten en dan breken er nieuwe aionen aan. Eerst krijgen we de toekomende aion, maar daar blijft het ook niet bij. Je leest zelfs over de 'komende aionen'. De aion die gaat komen is dus ook niet de laatste; daar zal weer een tijdperk op volgen. Je leest daar in het boek Openbaring over: dat er na de duizend jaren een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen komen. Daarin zal Christus nog steeds heersen, want Christus moet heersen tot in de aionen. Misschien is dit een goed punt om dat nu te maken: wij zijn gewend eraan te denken dat Christus moet heersen tot in eeuwigheid. Ik zal u dit zeggen: dat staat nergens in de Bijbel. Christus moet heersen tot in de aionen, dat wel.
Maar niet tot een eeuwigheid. Sterker nog, we lezen heel duidelijk dat Christus moet heersen totdat Hij de laatste vijand, de dood, tenietgedaan zal hebben. En dan zal Hij het koninkrijk teruggeven aan God de Vader, die Hem ooit alles heeft gegeven. En dan is alles rond, om zo te zeggen. Ja, letterlijk en figuurlijk.
Maar goed, dat zijn de komende aionen. Dat is een veel dynamischer en ook zoveel grootser concept dan de gedachte dat Christus terugkeert en het daarna een eindeloze eeuwigheid is van 'eeuwig wel' of 'eeuwig wee', zoals dat traditioneel genoemd wordt. Nee, nee. Christus komt terug en dan breken er nog tijdperken aan waarin God Zijn plan verder gaat ontwikkelen en waarin Christus zal heersen. Dat zijn de komende aionen.
En dan lees je ook nog – ik weet niet of jullie dat nu nog kunnen zien, ik hier wel, maar achter het bord staat er dan, want ja, je mist net het onderste deel van het plaatje – maar er staat in Efeze 3 vers 21 dat er gesproken wordt over "tot in de aion van de aionen". Oei, dat is een soort overtreffende trap. Je hebt de Koning der koningen, het Lied der liederen en het Heilige der heiligen. Nou ja, dat is dus het meest overtreffende. En wat je uiteindelijk gaat krijgen, dat is de volheid van de tijden, dat is die aion van de aionen. Dat is die laatste, die grootste, die overtreffende aion waarin alles tot volheid gaat komen.
Dit is een typisch voorbeeld waarin je ziet hoe dat woord 'aion' is wegvertaald. Want als je leest in de Statenvertaling of in de NBG-vertaling, dan wordt er niet gezegd "de aion van de aionen". Dan staat er "tot in alle eeuwigheid". Nou, dat lijkt nergens naar. Sorry, maar ik ben daar wel duidelijk in. Want dat woord 'alle' staat er niet, en er staat eerst een enkelvoud 'aion' en dan een meervoud 'aionen'. Dat is allemaal gewoon wegvertaald, als je het mij vraagt, met 'eeuwigheid'.
Maar goed, het is dus de aion van de aionen. En als God een plan van aionen heeft, dan is het van belang – als je dat wilt begrijpen – dat je daar ook zicht op hebt. Dan moet dat woord ook tot ons komen en niet weggemoffeld worden. Dus houd dit vast: God heeft een plan en Hij realiseert dat door Christus en door tijdperken heen.
Er gaan nog geweldige wereldtijdperken volgen waarin niet iedereen trouwens een plaats heeft. Je leest dat degenen die geloven een plaats hebben in die toekomende eeuwen. Dat heet dan ook 'het eeuwige leven'. Ik zeg het expres zo, want dat eeuwige leven is niet het leven dat eindeloos is, maar het gaat erom dat dit het leven is dat hoort bij die toekomende eeuwen. Dat is een heel groot voorrecht. Maar dat houdt dus verband met die laatste, die grootste wereldtijdperken.
Universele Redding: Alle Mensen Gerechtvaardigd in Christus ↑ hoofdstukken
Nu komt misschien wel het meest spannende: dat het werkelijk ook universeel is. Ik ga er nu erg snel doorheen, maar ik wil heel graag vertellen dat wanneer God... We hebben trouwens — dat vond ik frappant, het was niet afgesproken — maar het eerste lied dat we zongen was: 'Laat elke natie... hoe ging het ook alweer precies? En elke creatie voor U buigen.' Wat ik eigenlijk ga vertellen is dat dit niet alleen maar een bede is, maar dat de Bijbel zegt dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren. God heeft heel de schepping op het oog; Hij omvat heel de schepping. Hij houdt van ieder schepsel en Hij gaat ook iedere creatie daar brengen waar Hij haar hebben wil. Laat dat maar aan Hem over.
Ik zal daar een paar voorbeelden van geven. Daarbij ga ik even buiten de Efezebrief om, om te laten zien dat je dit niet letterlijk genoeg kunt nemen. In Romeinen 3 legt Paulus heel fundamenteel de boodschap uit die hij onder de natiën mocht uitdragen. Hij zegt daar in vers 23 en 24: 'Want allen zondigden' — en hij bedoelt ook echt allen, gewoon alle mensen, alle adamieten — 'en zij hebben een tekort aan de heerlijkheid van God.' Dat wil zeggen — zoals er in de Statenvertaling staat — ze derven de heerlijkheid Gods. In welke mate maakt niet uit, maar ze hebben een tekort. Ze hebben een tekort aan de heerlijkheid van God. En dan staat erbij: 'en zij worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem, door de verlossing die in Christus Jezus is.'
Je moet eens goed lezen wat hier staat. Allen zondigden, allen hebben een tekort aan de heerlijkheid van God en allen worden om niet gerechtvaardigd. 'Om niet', dat wil zeggen: het is gratis, voor niets. Het is Zijn werk en Hij wil dat. Het is om niet en het is uit genade — dat is eigenlijk dubbelop: het is om niet en Hij geeft die vreugde om niet. Waarom? Omdat het in Zijn hart is. Heel het mensdom is zondaar en zondigde, en heel het mensdom is bestemd om te worden gerechtvaardigd in de genade van Hem. En dat is ook precies wat Christus bewerkstelligt; dat is de verlossing die in Christus Jezus is.
Als je even doorbladert in diezelfde brief, dan lees je in hoofdstuk 5 hoe Paulus in het laatste gedeelte van dat hoofdstuk Adam tegenover Christus plaatst. Hij vergelijkt hen. Hij zegt dat Christus de laatste Adam is en dat Hij heel de mensheid omvat. Op een gegeven ogenblik staat er in vers 18 iets wat bijna lijkt op een wiskundige formule. Het is een heel eigenaardige zin, geschreven in telegramstijl. Wanneer je naar het Grieks kijkt, de grondtekst zoals Paulus die optekende, staat het er als een formule zonder enig werkwoord. Dat kun je in het Nederlands nauwelijks doen, maar ik heb het hier voor het gemak even zo weergegeven. Dat ene werkwoord dat er wel in staat, moet je eigenlijk tussen haakjes lezen.
Dan staat er dit — 'zo dan' is een conclusie uit het voorgaande: 'Zoals door één misstap' — dat wil zeggen: dat wat Adam ooit deed, die ene misstap — 'voor alle mensen tot veroordeling was.' Alle mensen zijn veroordeeld. Tot wat? Nou, in ieder geval om zondaar en sterveling te zijn. Heb je daarvoor gekozen? Nee, dat was je al in de wieg. Toen was je al een zondaar en een sterveling. Dat is niet omdat het jouw keuze was of is; nee, je bent een adamiet, een nakomeling van Adam, en als zodanig veroordeeld om zondaar en sterveling te zijn.
Nu gaat hij een vergelijking maken, want dit is natuurlijk gitzwart. Je zou zeggen: dat is niet leuk om aan te denken, dat wij allemaal veroordeeld zijn om zondaar en sterveling te zijn. Maar het is wel een gegeven; het lijkt me ook moeilijk te loochenen. Alle mensen zijn stervelingen. 'Zo dan, zoals door één misstap voor alle mensen tot veroordeling was, zo ook...' — aha, nu wordt de vergelijking gecompleteerd — 'zo ook door één rechtsuiting' — dat wil zeggen: door één daad van rechtvaardigheid, zoals de NBG-vertaling zegt — 'voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven.' Dat wil zeggen: zo absoluut als het ene is, namelijk dat alle mensen door één misstap veroordeeld zijn, zo ook — dat is de vergelijking — door één rechtsuiting voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven.
Er was één Adam, één misstap, en dat maakte dat heel de mensheid veroordeeld was. Nu is er een andere Adam, de Laatste, en Die deed één ding: één rechtsuiting, één daad van gerechtigheid. Hij was gehoorzaam tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Die daad. Hij gaf Zijn leven tot een losprijs. Eén daad is genoeg voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven. Dat is geen kwestie van keuze, dat is een kwestie van in wie je bent besloten. Eén misstap, één daad van rechtvaardigheid — en beide zijn absoluut. De vergelijking is perfect. Maar het geweldige is dat Jezus Christus dus daadwerkelijk een Verlosser is en een Rechtvaardiger van heel de mensheid. Is dat groots of niet?
Elke Creatie Zal de Knie Buigen en Belijden ↑ hoofdstukken
Nog één gedeelte, we hebben dat eigenlijk min of meer gezongen, maar ik wil hem ook graag nu even voor het voetlicht brengen omdat het precies is waar we het over hebben. Want wat betekent dat? Dat uiteindelijk heel de mensheid gerechtvaardigd wordt en leven zal ontvangen. Maar dat betekent ook dat ze daadwerkelijk tot hun bestemming komen. En weet je wat dat is, tot bestemming komen? Dat je Hem gaat erkennen.
Er staat in Filippi 2 vers 10 en 11 – ik begin midden in de zin te lezen: "Opdat in de naam van Jezus..." – Zijn naam betekent: "Yahweh redt" – "...opdat in de naam van Jezus alle knie zou buigen." Er is trouwens een citaat uit Jesaja, daar lees je dat God het zelfs gezworen heeft. Dat doet God niet zo gauw hoor. Een paar keer lees je in de Bijbel dat God een eed zweert, maar dan lees je dat God gezworen heeft bij Zijn eigen naam, bij de hoogste naam en dus bij Zichzelf. Hij zwoer bij Zichzelf dat alle knie zou buigen. En er staat bij hoe ver dat strekt: van hemelsen – boven – van aardsen en van onderaardsen. Nou, daar heb je toch echt alles gehad hoor. Iedere creatie, alles wat maar buigen kan, zal buigen in de naam van Jezus, namelijk van Diegene die Redder is.
En alle tong zou instemmen. Hier wordt in het Grieks een woord gebruikt dat niet alleen betekent dat men onder dwang ofzo moet erkennen; nee, hier wordt een woord gebruikt dat wil zeggen dat het van binnenuit komt. Dat blijkt trouwens ook al uit het feit dat het "alle tong" is. Het is geen lippendienst. De lip is de buitenkant, maar de tong zit erin; dat is de binnenkant. Alle tong zal belijden, en daar staat letterlijk een woord waar het Grieks dan het woordje 'ex' voor zet. Dat betekent dat het van binnenuit komt. Alle tong zal van binnenuit belijden, instemmen dat Jezus Christus Heer is.
Dat wil zeggen dat het nu nog maar een enkeling is, relatief gesproken, die Hem nu zo mag kennen en die nu al de knie buigt en die nu al van harte zegt: "U bent Heer." Maar er komt een moment dat alle hemelsen, alle aardsen en alle onderaardsen hun knieën gaan buigen en hun tong zal belijden dat Jezus Heer is. Zij zullen belijden in die naam, en dat zal zijn tot heerlijkheid van God de Vader.
Wat een uiteindelijke uitkomst van de geschiedenis is dat ook. Dit kan alleen God bedenken. Dit is ook goddelijk: God die Zijn schepping liefheeft en door tijdperken heen uiteindelijk met elke creatie Zijn doel bereikt. En dat zal dus uiteindelijk de hele schepping beëindigen in één groot halleluja, als ik het zo mag zeggen. Dat alles zal neerbuigen en neervallen voor Hem: "U bent Heer." En dat zal tot heerlijkheid van God de Vader zijn.
De Rangorde van Levendmaking en de Dood Tenietgedaan ↑ hoofdstukken
Dan wil ik als laatste nog één tekst noemen. Ik heb nog een dik kwartier en die ga ik ook uitbuiten. 1 Korinthe 15 is een heel belangrijk citaat in dit verband, want dat is het hoofdstuk bij uitstek waarin Paulus uiteenzet wat de geweldige consequenties zijn van het feit dat ooit de steen voor het graf werd weggewenteld, even buiten de poorten van Jeruzalem, toen de eersteling Jezus Christus opstond. Hij laat niet alleen het feit zien — het is een geschiedkundig feit, gedocumenteerd door honderden getuigen — maar hij toont ook wat een geweldige reikwijdte de impact van die daad is.
Het is min of meer een soortgelijk vers als wat we zojuist lazen in Romeinen 5. Het begint weer met die vergelijking: "Want evenals in Adam allen sterven..." We zijn allemaal stervelingen, daar kan weinig tegen ingebracht worden lijkt mij. "Zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." Dat wil zeggen: op dezelfde manier. Maar, zo staat erbij, niet allemaal tegelijk. Er is verschil in afdeling, verschil in rangorde. Ieder echter in de eigen rangorde.
Vervolgens laat hij zien dat dit eigenlijk in drieën is. Hij zegt: als eersteling Christus. Daar hadden we het al over; Hij is de eersteling en Hij gaat voorop. Maar het feit dat Hij de eersteling is, betekent dat Hij niet de enige is. Het betekent dat de rest nog volgt, zoals bij de eersteling van een oogst. De eerstelingen hebben trouwens ook altijd de hoogste bestemming. Die moesten naar de tempel gebracht worden, dat was al in de dagen van Mozes het geval, en die kregen de hoogste bestemming. Dat wat eerstgeboren was, was voor God. Dat geldt trouwens ook voor de 'ekklesia' die nu door God verzameld wordt. Dat zijn ook eerstelingen. De rest van de oogst volgt nog, maar zij zijn de eerstelingen en zij hebben de hoogste bestemming.
Afijn, ieder in zijn eigen rangorde. Als eersteling Christus. Het gaat hier over de rangorde van opstandingen, van levendmaking. Allen worden levend gemaakt, maar ieder in zijn eigen rangorde. De eerste is Christus. Vervolgens degenen die van Christus zijn in Zijn komst, in Zijn terugkering, in Zijn parousia. En daarna staat er: het einde. Van wat? Nou, het ging over de rangorde van levendmaking. Allen worden levend gemaakt: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn in Zijn parousia, en daarna het einde. Dat wil zeggen: de laatste levendmaking, de levendmaking van de rest.
Allen moeten worden levend gemaakt. Christus is levend gemaakt en Hij is tot dusver op dit moment de enige. Straks, in Zijn parousia, volgen degenen die van Christus zijn. Daarna, bij de laatste levendmaking, volgt de rest. Er staat: "wanneer Hij het koninkrijk zou overdragen aan de God en Vader." Want Hij moet als Koning heersen totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zou plaatsen. Hier zie je trouwens waar ik zojuist al even op doelde: dat Christus niet heerst tot in alle eeuwigheid. Nee, Hij moet heersen totdat... Uiteindelijk zal Hij heersen totdat Hij alle vijanden onderworpen en ondergeschikt heeft gemaakt.
De laatste vijand die Hij dan tenietdoet, is de dood. Zolang Christus heerst, is er nog één vijand, en dat is de dood, want nog niet allen zijn levend gemaakt. Wat gebeurt er aan het einde van Zijn heerschappij? Dan doet Hij de dood teniet. Maar wat betekent dat dan? Hoe zou Hij de dood tenietdoen? Precies: door allen levend te maken. Dat kun je niet missen. Hij maakt allen levend en dan is er dus geen dood meer. Dat is de 'truc', om het zo te zeggen. Dit is de goddelijke levenskracht, de potentie van Zijn opstandingsleven. God wekte ooit Christus op als eersteling en uiteindelijk wordt heel de mensheid levend gemaakt. Zijn laatste regeringsdaad is dat Hij de rest van de mensheid levend maakt. Die mensen maken trouwens Zijn heerschappij niet meer mee, want Hij moet heersen totdat die laatste vijand tenietgedaan zal zijn.
Als de rest levend is gemaakt, dan lees je dat Hij Zijn koninkrijk overdraagt aan God de Vader. De rest van de mensheid maakt die toekomende aionen die nu nog gaan volgen niet mee, maar aan het eind, in de volheid van de tijden, zijn zij er ook bij. Ook dan zijn zij levend gemaakt. Als je het vervolg leest, dan zal Christus het koninkrijk inderdaad overdragen en zal Hij terugtreden. Dan zal de Zoon zich ook onderschikken aan de Vader, opdat God zij alles in alle.
Dat is het grote eindpunt van Gods plan: de volheid van de tijdperken. Heel Zijn schepping, iedere creatie en elk mensenkind zal Hij dan gebracht hebben daar waar Hij het in Zijn hart en in Zijn voornemen heeft vastgesteld. Kijk, daar word ik nou blij van. Want dat betekent dat we een God hebben die alle touwtjes in handen heeft en alles precies zo uitwerkt als Hij dat wil, zoals Zijn hart dat ingeeft en zoals Zijn liefde wil bewerken. Er is een lied dat zegt — en ik zeg daar duizendmaal amen op: "wat Zijn liefde wil bewerken, dat ontzegt Hem Zijn vermogen niet." Hij gaat dat realiseren. Is dat een reden om God te danken en te loven of niet? Ik wilde het graag daarbij laten. Straks hebben we ongetwijfeld nog gelegenheid om nog wat vragen en opmerkingen te verwerken.
UltimateGoodNews