Conferentie Garderen – achter het voorhangsel (2)
09-10-2016 - Geplaatst door Andre PietGoedBericht-conferentie 8 oktober 2016 in Garderen
Zaterdag 8 oktober waren we (wederom) bijeen in het Bilderberg-hotel in Garderen voor de GoedBericht-conferentie. De zon scheen uitbundig en met zo’n kleine honderd man hebben we ons in een uitstekende sfeer bezig gehouden met het prachtige onderwerp ‘achter het voorhangsel’. Drie sprekers behandelden ieder een aspect van dit onderwerp en tijdens de afsluitende forum-bespreking kwamen nog wat vragen, op- en aanmerkingen ter sprake. Hieronder de respectievelijke bijdragen.
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Inleiding en de Dienst van de Hogepriester ↑ hoofdstukken
Dames en heren, we gaan weer beginnen. Broers en zussen bedoel ik natuurlijk. Geachte aanwezigen hier. Ik zie tot mijn grote vreugde dat ik geen vragen gekregen heb. Ja, maar waarom zeg ik dat? Nou, ik ga per definitie nooit in discussie, dus het heeft geen zin om mij vragen te stellen. Wel onder uitleg van iets, maar discussie...
Ik ben één keer in een discussie verzeild geraakt. Dat is het tegengeluid. Ik wil even graag herhalen waarom ik niet in discussie ga. Het is jaren geleden, ik weet niet precies hoe lang geleden. Toen raakte ik ook verzeild in een discussie en toen was er gelukkig een broeder aanwezig die mij heeft gered, die heeft mij echt gered uit de klauwen van een discussie. Die zei tegen mij: "Niet meer doen, Menno, niet meer doen." Nou, naar die broeder luister ik dus, dat doe ik ook niet meer. Als iemand zegt: "Ja, maar ik begrijp het niet", helemaal goed. Al wordt het drie uur 's nachts, vind ik helemaal niet erg, maar niet in discussie.
Dus ik heb geen vragen gekregen, en dat is erg dankbaar. Ik dacht dat ik er eentje opgeschreven had. Wacht even, ik stel voor dat we eerst even de geschreven vragen doen. Hier hebben we in ieder geval voorrang. Ik word niet vergeten hoor.
Ik zal beginnen met deze vraag, want die heb ik als eerste gekregen: "Is het ooit gebeurd dat een hogepriester niet levend uit het heiligdom kwam?" Ik ben er niet alle keren bij geweest, het is alleen zo'n paar keer. Nou ja, het korte antwoord zou zijn: niet dat ik weet. Dat is een Bijbels antwoord, ja. Het staat volgens mij, voor zover ik weet, niet in de Schrift dat het ooit gebeurd is. Maar het staat in ieder geval in de beschrijvingen, zoals bijvoorbeeld in Leviticus 16, want daaruit haalde ik het aan. Ik heb het even opgezocht, vers 2 en vers 13, dat hij aan bepaalde voorschriften moest voldoen, zoals dus maar één keer per jaar ingaan in dat heiligdom en niet te allen tijde. Dat is ook het vers wat ik aanhaalde, en er staat erbij: opdat hij niet sterve. Oftewel, als hij dat wel zou doen, dan zou hij sterven. Dat is wat de Schrift erover zegt, dus dat is ook het antwoord uit de Schrift dat ik kan geven. Dat is nog maar een nepvraag om te beginnen, oké.
Het Scheuren van het Voorhangsel ↑ hoofdstukken
De volgende vraag gaat over Jezus en het voorhangsel. Toen Hij stierf, scheurde het voorhangsel. Dat heeft verband met een vraag die André ook heeft gekregen, waar hij straks verder op in zal gaan. Maar in ieder geval haal ik iets aan uit Hebreeën 10. Daar staat in vers 19 dat wij vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom in het bloed van Jezus, op die pasgeslachte en levende weg. Dan staat er: welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is Zijn vlees. Dus het vlees van Jezus is een... nee, ik moet het andersom zeggen: het voorhangsel, zoals we dat vinden in de tabernakel en later in de tempel, is een uitbeelding van het vlees van Jezus. Dat is wat hier letterlijk staat.
Dat is dus de uitleg van de Hebreeënbriefschrijver. Hij is dus vlees geworden, die Jezus. Hij is hier geboren als mens en Hij moest, laat ik dat zo zeggen, Hij nam vlees aan, kwam in gelijkheid van het zondige vlees zoals we dat ergens in Romeinen lezen, en daar moest Hij doorheen; Hij moest ook sterven in dat vlees om die pasgeslachte en levende weg te leggen en te bereiden. Is dat duidelijk voor de vraagsteller of zijn er nog toevoegingen?
Nou, een kleine toevoeging, en die heeft ook te maken met de vraag over dat voorhangsel. Want ik heb hier een vraag voor mij liggen en die luidt: "Tijdens Jezus' sterven scheurde het voorhangsel, welke? Het eerste of het tweede? Heeft dit nog een andere betekenis voor Joden, de Ecclesia, dan voor de Ecclesia?" Nou, eerst even dat eerste. Die eerste vraag. Namelijk: welk voorhangsel scheurde? Ik denk dat als je dat zo links en rechts zou vragen, de meesten zouden zeggen: "Nou ja, dat is dat tweede voorhangsel," dus tussen het heilige en het derheilige. Ik zet daar grote vraagtekens bij. Je kunt in de eerste plaats natuurlijk zeggen dat er in de Bijbel wordt gezegd – in de evangeliën, volgens mij zowel in Mattheüs als in Marcus en Lucas wordt dat vermeld – dat bij het sterven van Jezus het voorhangsel scheurde. En er staat niet bij welk. Dus je kunt zeggen: "Nou ja, de Schrift geeft daarover geen uitsluitsel, dus volgende vraag." Maar ik denk dat het toch nog wat anders is.
Want je leest in het Lukas-evangelie, maar trouwens ook in Mattheüs wordt een hint in die richting gegeven. Nou, laten we er dan meteen even naartoe gaan. Naar Lukas 23 is dat, als ik me niet vergis? Het is een Bijbelvertaling, dus daar kun je nooit op blind varen. Dat heeft Menno zojuist al duidelijk gemaakt. Ja, zulke toespraken zoals men ook net zojuist gehouden heeft, dat snijdt in je eigen vlees hoor. Ja. En dan staat er: Het was ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over het hele land. Dit is vers 44. Tot het negende uur, want de zon werd verduisterd. En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Jezus zegt met luide stem: "Vader, in uw handen beveel ik mijn geest." En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest. En toen de hoofdman zag wat er geschiedde, verheerlijkte hij God, zeggende: "Inderdaad, deze mens was rechtvaardig." Alweer in Mattheüs staat het over wie deze man was: werkelijk Gods zoon. Hij zag – en dat staat in Mattheüs dan ook in meervoud – hij zag deze dingen.
Het bijzondere was – dat is een heel apart onderwerp eigenlijk op zich – dat toen de Heer stierf, op het moment dat Hij stierf, zag de hoofdman dat gebeuren en hij zag tegelijkertijd dat voorhangsel van de tempel scheuren. Als ik het zo zeg, dan heb je meteen ook al de aanwijzing dat het dus het eerste voorhangsel was, het eerste gordijn. En dan moet u weten, er zijn genoeg beschrijvingen ook van, buitenbijbelse bronnen, dat dat een gigantisch groot gordijn was, van 2, 3, 24 meter hoog. En dat werpt trouwens op nog een andere vraag heel veel licht. Namelijk: op welke locatie dit heeft plaatsgevonden. Namelijk: daar kan maar vanaf één punt gezien worden, namelijk vanaf de Olijfberg. Zodat je daarmee feitelijk meerdere vragen beantwoordt. Die hoofdman is zo onder de indruk als hij Jezus ziet sterven op dat moment, en hij ziet ook tegelijkertijd het voorhangsel – reusachtig groot – midden door, van boven naar beneden, scheuren. En dan komt hij tot de erkenning: "Waarlijk, deze man was rechtvaardig." Zo. En dat werpt dus licht op de vraag waar dat plaatsvond: op de Olijfberg. Heel bijzonder allemaal. Maar goed, dat doet er nu niet ter zake, dan zou ik ver buiten de vraag terechtkomen. Maar dat is dus het gordijn van de tempel. Niet het gordijn in de tempel, maar het gordijn van de tempel scheurde. Dat enorme, grote gordijn.
En trouwens, in de Hebreeënbrief – dat is het laatste wat ik er nog even over wil zeggen – in de Hebreeënbrief wordt nergens gezegd dat het voorhangsel, dat tweede voorhangsel, gescheurd is. Er wordt wel gezegd: Hij is ook achter het voorhangsel. Het voorhangsel was een beeld van Zijn vlees. Dat wil zeggen: Hij is door Zijn vlees, Zijn dood en opstanding, door Zijn vlees is Hij daar terechtgekomen. Maar van een gescheurd voorhangsel lees je in de hele Hebreeënbrief niets. Dus, om een lang verhaal kort te maken: het gordijn van de tempel, het eerste, dat scheurde. Dat is mijn antwoord tenminste, dat is zoals ik het versta. En het tweede voorhangsel is niet gescheurd. Jezus is daar doorheen gegaan.
Jawel, maar die scheidingsmuur herinnert juist weer aan de tempel waarbij je een plek had voor de voorhof van de Joden en die voorhof voor de heidenen, en die muur mocht absoluut niet gepasseerd worden. Maar dat is een andere. Dus de overeenkomst is dat er twee ruimtes één worden. Oké, maar het gaat bij die scheidingsmuur, bij die afscheiding, over de plek voor Joden en de plek voor de heidenen. De heidenen mochten absoluut niet komen in dat van de Joden, in die voorhof komen. In die voorhof. En nu hebben we het over... Maar de Joden in het algemeen mochten ook niet eens in de tempel, mochten ook niet eens in het heiligdom komen; daar mochten alleen de priesters komen. Nou ja, daar hebben we het natuurlijk over gehad.
Ja, we hebben het nu trouwens over de tempel van Herodes. En de tempel waarvan we echt een heel uitgebreide beschrijving vinden – of althans tamelijk uitgebreid – dat is de tempel van Salomo. En daarvan lees je inderdaad dat die een heilige had en ook een derheilige; weliswaar was dat daar weer wat anders ingericht dan in de tabernakel, maar we hebben ons vandaag eigenlijk beperkt tot de beschrijving van de tabernakel, dat doet de Hebreeënbrief ook.
Er was nog een vraag?
Ja, nou hier heb je hem. Dat was een losse opmerking: het is natuurlijk wel apart dat de schrijver van de Hebreeënbrief de tabernakel aanhaalt voor de mensen aan wie hij die brief schreef, terwijl de tempel er gewoon nog stond. Interessant, ook nu weer. Dat was een opmerking.
Goed. Hadden we nog een vraag? Ik niet. De tempel van Salomo natuurlijk wel. Dat was de opvolger van de tempel. Maar we hebben gezegd dat Salomo dat moest maken, ja. Jazeker. Er is nog een vraag. En die zijn Menno en Gerard nu aan het lezen. Dat is een hele lange vraag, dus ik zal hem even voorlezen.
Christus als Staande en Zittende Hogepriester ↑ hoofdstukken
Hoe verhoudt zich het beeld van Christus als hogepriester, actief en staand in het heilige der heiligen, ten opzichte van Christus die momenteel zit aan de rechterhand van God? Het ene klinkt zeer actief en het andere beeld klinkt meer passief. Dat is een goede vraag.
Stefanus zag hem inderdaad staan. Als ik het zou moeten invullen, zou ik het niet meteen heel hard kunnen onderbouwen, maar wij weten dat hij zit aan Gods rechterhand. Dat is volgens mij Hebreeën 8:1 waar ik aan refereerde. Daar zit hij aan de rechterhand; dat is een positie van rust. Hij wacht daar totdat hij uit het heiligdom zal verschijnen en totdat alle vijanden onder zijn voeten gesteld zullen worden. Die staande positie vinden we bij de hogepriester zoals die beschreven staat in de tabernakel, in de dienst die hij deed.
Zoals u ook aanhaalde, inderdaad, Stefanus zag hem ook staande aan Gods rechterhand. Maar dat hij hem zag staan, was op een moment dat hij elk moment bij de bekering van Israël terug had kunnen komen, om het zo te zeggen. Maar dat moment ging voorbij. Dat was wel op een moment dat Jeruzalem hem officieel verwierp. Het Sanhedrin stenigde Stefanus en bevestigde daarmee feitelijk de kruisiging van een paar jaar eerder. Dus dat is wel een hele officiële verwerping van Jeruzalem, juist ook van de Messias.
Maar als het gaat om de vraag hoe die actieve hogepriester zich verhoudt met de rustende, de zittende hogepriester: één ding is duidelijk, in beeld gaat het om dezelfde persoon. Hij is gezeten, maar tegelijkertijd – en dat is trouwens vandaag ook al voorgelezen – lees je in Hebreeën 8 dat hij een bedienaar van het heiligdom is. Hij doet daaddienst; hij onderhoudt bijvoorbeeld de kandelaar. Hij zorgt ervoor dat die kandelaar licht geeft, hij zorgt ervoor dat die toonbroden er zijn en hij zorgt voor het reukofferaltaar. Hij zorgt ervoor dat die reuk opstijgt tot God. Kortom, die hogepriester is actief in dat heiligdom.
Maar als het gaat om dat offer dat hij gebracht heeft voor de zonde, dat is eens en voor altijd gedaan. Daarin is rust, daarin is hij gezeten. In een ander opzicht staat hij wel. Kijk, als wij zeggen – tenminste zo versta ik dat – dat de koningin op de troon zit, veronderstel ik toch dat ze ook wel eens een keertje van de troon weggaat. Maar dat hij gezeten is, dat is zijn positie als Koning.
Bovendien, en dat is trouwens heel opmerkelijk: in de tabernakel was er ook helemaal geen stoel. Hij bidt en pleit voor ons. Hij doet heel veel dingen vandaag; dat is zijn tegenwoordige werk aan de gemeente. Hij geeft zich over voor de Ecclesia. Hij zorgt ervoor dat we licht geven; wij zijn feitelijk ook die kandelaar. Dus in beeld wordt dat allemaal uitgedrukt. Hij is zeer actief. En toch, het werk is gedaan, het offer is gebracht en daarin zit hij. Je moet daar volgens mij met twee woorden over spreken, zoals de Schrift dat ook doet. Dat is zo'n gedachte die bij mij opkomt.
De geschreven vragen die zijn binnengekomen, zijn daarmee beëindigd. Dan is het voor jou afgelopen. En dan is het voor Menno afgelopen, dus dan blijven er nog twee over. Zijn er nog vragen, opmerkingen of aanmerkingen? Dat is een leuke. Kijk er maar naar. Kijk er maar naar.
Vragen over de Tabernakel en Sterfelijkheid ↑ hoofdstukken
Als ik zo'n uitdagende opmerking hoor, dan durf ik eigenlijk al niks meer te zeggen. Dan kijk je er maar naar. De tent van samenkomst werd per definitie buiten de legerplaats gezet. Ja, het staat er... Je leest dat wel, maar of dat altijd het geval was? De vraag is: wordt de tabernakel nooit tent van samenkomst genoemd? Dat wou ik zeggen. Nee.
Er is trouwens nog een punt. Ik denk dat ze niet beide naast elkaar bestaan hebben, dat de tabernakel die andere tent heeft opgevolgd. We hebben nu huiswerk gekregen. Maar er is nog één element waar ik wel iets over kan zeggen, alleen dan moet je ook de bonnetjes erbij leveren. Je leest op verschillende plaatsen dat God vanaf of vanuit de ark tot Mozes spreekt en zegt: 'Op die plek zal Ik met u samenkomen.' Dus dan is het niet zozeer de samenkomst van het hele volk, maar dan is het meer het samenkomen van God en Mozes. Dat is dus ook een samenkomst. Zo zie je nog een hoop succederen. Exodus 33, ja.
En dan was er trouwens nog een punt dat mij ter ore was gekomen, maar dat ik nog niet gehoord heb. Ik word even ter verantwoording geroepen, namelijk dat ik vanmorgen gesproken heb over het hout en het goud, en dat het hout van vergankelijkheid spreekt en dat dit spreekt van onze Heer die stierf. Toen was hier de opmerking gekomen – die kwam mij ter oren – de kritiek of in ieder geval de aanmerking, dat onze Heer hier op aarde niet vergankelijk, niet stervelijk was. Want er staat – ik geloof dat het in Johannes 10 staat – dat de Heer zegt: 'Niemand neemt het leven van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af.' Dus hoezo was de Heer hier op aarde sterfelijk? Dat is de vraag dus. Nou, één ding is zeker: of je kunt zeggen dat de Heer sterfelijk was hier op aarde, zo lees ik dat nergens, dus zo zouden we het ook niet moeten zeggen. Maar één ding weet ik: als 'sterfelijk' betekent 'Hij kon sterven', dan is dat in ieder geval waar, want Hij stierf namelijk. Toch? Hij stierf, hoe dan ook, en dat is ook precies wat dat hout in het algemeen uitbeeldt. De Heer stierf, en vervolgens na Zijn sterven werd Hij overtrokken met goud: het vergankelijke werd onvergankelijk. Dus je moet het inderdaad wel correct zeggen; je glijdt zomaar uit in je woordgebruik. Ja, concordant denken. Is er nog wat? Het is inmiddels al vijf uur, dus we moeten wel een klein beetje...
De Uiterste Nauwkeurigheid van Gods Woord ↑ hoofdstukken
Oh, er is trouwens nog een opmerking en die hoorde ik zojuist uit die richting komen. En dat is dat er zo gesproken is, maar misschien moet Menno dat dan even toelichten. Die zegt van: ja, die Bijbel, weet je wat, die kunnen we gewoon wel in de open haard doen. Dat wil jij niet zeggen? Nee, dat wil je niet zeggen. Maar dan moet je het misschien toch even toelichten. Ik had een gesprek met iemand na mijn toespraak en die zei tegen mij: ik hoorde een soort wanhoop in jouw toespraak. Het was een heel fijn gesprek trouwens en toen zei ik: het is niet zozeer wanhoop, het is gewoon meer... Nu ik het toch zeg ga ik het nu zeggen, ik ga het verhaal vertellen over mijn buurjongen.
Ik heb een buurjongen en even het pepermuntje weg. Mijn buurjongen zat op de hogeschool en hij was daar niet gelukkig. Hij dreigde een klassieke mislukking te worden, namelijk drop-out, studieschulden en daarna op een verkeerde manier snel geld verdienen. Maar hij heeft een bovengemiddeld verstand, dus hij zag voor zichzelf nog één optie: overstappen naar de universiteit. Dus hij probeerde zich aan te melden bij de universiteit, maar hij kwam niet door de bureaucratie heen. Ze wilden hem niet inschrijven. Dus op het laatst was hij zo wanhopig dat hij mij gevraagd heeft: wil je me helpen, alsjeblieft? En zo stonden we dus op de laatste dag van de inschrijving, vlak voor sluitingstijd, samen voor de balie.
En ik probeerde de onwillige dame achter de balie te overtuigen dat deze jongen toch echt ingeschreven moest worden, want hij voldeed aan alle voorwaarden. Dat meisje zag er nogal vermoeid uit, en dat kun je wel begrijpen met al die lastige klanten. En ze zei: meneer, ik kan hem echt niet helpen, hij heeft zich niet aangemeld. Deze hogeschoolstudent moet zich van tevoren aangemeld hebben, anders kan ik hem niet inschrijven. Dus ik zei: dan zou ik het nog één keer willen proberen. Ze zegt: ja, is goed. En toen zei dat meisje tegen mijn buurjongen: wat is jouw naam? Hij zegt: Aysaoui. Ja, ik zeg: spel het nog maar even voor haar. Spellen! Dus A-Y-S-A-O-U-I. Helemaal goed.
Dus dat meisje tikt in de computer, kijkt naar het beeldscherm en zegt: nou meneer, het spijt me, maar de computer herkent zijn naam niet. En toen zei ik tegen hem: kom volgend jaar maar terug. En ik wist: dat kan niet, want hij wordt dan een drop-out. Ja, dat kan gewoon niet. En toen kreeg ik een ingeving. Ik zeg tegen mijn buurjongen: geef je paspoort. En hij geeft mij zijn paspoort en ik kijk in het paspoort. Nou ja hoor, daar stond het. Maar er stond niet Aysaoui met één puntje. Er stond Aysaoui met twee puntjes op de i. Dus hij heette niet Aysaoui, hij heette Aysaoui. Dus ik zeg tegen de juffrouw: Aysaoui met een trema op de i. Dus zij: wat zeg je dan? Ja, zegt ze, inderdaad. Ze glimlacht heel charmant naar mij: ja meneer, u heeft gelijk. Hij heeft zich drie weken geleden ingeschreven. Helemaal correct. Ik ga hem nu inschrijven.
Goed luisteren naar mij, want nu word ik bijna emotioneel. Goed luisteren. Want deze jongen heeft nu zijn master economie behaald. Hij gaat volgende week trouwen met een buitengewoon charmant, lief, intelligent meisje. En zijn toekomst hing dus af van één puntje op de i. Ik zal even iets persoonlijks vertellen, geeft niks hè. Dus ik had dat verhaal bedacht voor vandaag. Nu vertel ik het toch nog maar, zo gaat dat dan. Maar ik had in een toespraak willen zeggen... En mijn vrouw had er lucht van gekregen dat ik iets over mijn buurman zou vertellen, dus de toestemming om dit te vertellen had ik. Maar goed, mijn vrouw had daar lucht van gekregen en zei van: wil je het mij voorlezen? Dus ik las dat voor aan haar. En toen ik bij de passage kwam dat ik in een paspoort zag dat het niet een i met één puntje was, maar een i met twee puntjes... Ik was zo geëmotioneerd, ik begon te huilen. Weet je waarom? Ik haalde op die buurjongen, ik haalde op Gods Woord. Als één punt het verschil kan maken in een mensenleven tussen succes en falen, wat hebben wij dan met Gods Woord gedaan? Dat wil ik even tegen u zeggen.
Dus, ja, ik wil nog iets zeggen, gewoon, ik wil nog iets zeggen. Er wordt zo achterhoofds met Gods Woord omgegaan. Het is even een dwarsstraat hoor, even een dwarsstraat, maar ik wil het je toch heel graag vertellen. Nou, mijn vrouw en ik hebben heel wat meegemaakt. Ga ik allemaal niet vertellen, want dan zit ik inderdaad om drie uur in de nacht nog hier. We hebben een hele drastische stop in ons leven gemaakt, gebaseerd op een Bijbelvertaling. Goed luisteren. Maar we hadden het afgesproken dat het niet zo was. En toen kom ik een zeer gerespecteerd voorganger tegen, een van de grote bobo's, en die zegt tegen mij: ja, maar ik geloof er niet zo in wat jij zegt. Want we hadden namelijk alles verkocht. En wat we hadden... ik zeg alles, en dan bedoel ik dus echt alles... we hadden alleen nog twee kinderen, een kat genaamd Stribi en een weekendtas met verschoning, dat is alles wat we hadden. Pas keek mijn vrouw nog eens: sorry, waar is die weekendtas? En toen zagen we nog terug naar Zollingen, wat was die klein, die weekendtas. Nou, bedankt voor twee kinderen hè, maar goed.
Moet je luisteren. Die man die zei tegen mij: ja, daar geloof ik niet zo in. Ik zeg: geloof jij er niet in? Hij zei: nee joh, dat is anders. Ik zeg: dan moet je nu alles verkopen wat je hebt. Hij heeft altijd met een grote boog om me heen gelopen. Want Gods Woord is niet iets waar je dus... Ja, ik kan er wel grapjes over maken hè, maar ik spot er niet mee. Ik mag er grapjes over maken, maar je mag het niet mispotten. En Gods Woord is nog nauwkeuriger dan dat ene puntje op de i. Als je dat niet gelooft, heb je echt een probleem, want we begrijpen er helemaal niks van. Het geeft niet. Heb ik al gezegd, hè? Het geeft niet. Of je nou het wel begrijpt of niet begrijpt, is ineens het verzoendeksel. Ja? Helemaal goed. Maar je wil niet tegen mij zeggen: ja broeder, dat is toch allemaal niet zo? Ik zeg: nou oké, dan mag je alles verkopen. Ja? Nooit meer gezien, hè? Ik bedoel, begrijp je? Dus, ja. Was dat een antwoord op een gerecht? Ja, dat was een goed antwoord. Beetje lang. Ja, ik weet het niet. Zijn er nog discussies bij mij? Nee, daar gaan we niet naar.
Oké, dit is nog een technische vraag. Ja, we hebben... ja, er staat bijvoorbeeld in Exodus 28, zie ik hier staan: Aäron, vers 43: 'Aäron, u en zijn zonen zullen die aanhebben als zij in de tent der samenkomst gaan, als zij tot het altaar treden om in het heilige te dienen, opdat ze naar...' enzovoort. Dus de tent der samenkomst is dus wel degelijk ook in ieder geval een aanduiding van de tabernakel. Dit is één tekst die je me zo eventjes... Ja, oké, dankjewel voor de aanvulling, heel goed. Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten de voorhang, Exodus 40 vers 22. Nou ja, Nico, hartstikke bedankt.
Afsluiting en Dankgebed ↑ hoofdstukken
Ik denk dat wij er verstandig aan doen om deze samenkomst en deze conferentie af te sluiten. We zijn inmiddels al veertig minuten over tijd, maar dat is geen enkel probleem. Zeker gezien wat er zojuist door Menno gezegd is, wil ik daar eigenlijk niets meer aan toevoegen. Ik vind het prachtig en ik denk dat daarmee het punt gemaakt is. Ik stel voor dat we deze samenkomsten en deze conferentie met elkaar afsluiten met een dankgebed.
Machtige God en Vader, wij danken U dat wij hier zo bij elkaar mochten zijn. Wij zijn zeer bevoorrecht dat wij elkaar mochten ontmoeten. Wij danken U dat wij Uw Woord mochten horen en dat wij mochten luisteren naar wat U te zeggen hebt in de Schriften, en dat wij bepaald werden bij de nauwkeurigheid daarvan. Wij danken U dat Uw Zoon het verzoendeksel is, en dat allen gezondigd hebben, allen de heerlijkheid van God derven en allen om niet gerechtvaardigd worden uit Uw genade. Wat een geweldig voorrecht om dat te weten; werkelijk een blijde tijding, een goed bericht. Dat kan niet stuk. Wij zijn zo gelukkig en zo blij daarmee. Wij prijzen Uw naam en danken U dat wij voor Uw rekening zijn, dat er een Hogepriester is daar in het hemelsheiligdom, die onze belangen behartigt, die voor ons pleit, die de bedienaar is van het heiligdom en die tegelijkertijd gezeten is, in ruste is en wacht tot het moment aanbreekt dat Hij in de openbaarheid zal treden. Het duurt niet lang meer. Wij danken U dat wij dat uitzicht, dat perspectief mogen hebben. Wij bevelen ons zo ook in vertrouwen bij U aan. Wij danken U nogmaals voor dit samenzijn, voor deze dag en voor al het heerlijke wat U ons bereidt vanuit Uw Woord. Amen.
Rest mij u nog een hele goede zaterdag toe te wensen. Wel thuis en tot ziens. Overigens zijn deze samenkomsten allemaal opgenomen op mp3. Hopelijk is dat allemaal goed gegaan; de opnames komen op de website voetbericht.nl te staan en wellicht ook op andere websites, zoals die van gerardvergezondenwoorden.nl. Het was mij een genoegen u hier te treffen. Ik zou zeggen: tot ziens, Gods zegen en wel thuis.
UltimateGoodNews