English blog | Oude Artikelen

PKN & Alverzoening

20-10-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Een lid van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) had bezwaar aangetekend tegen artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis waarin wordt geleerd dat ongelovigen voor eeuwig verloren gaan. De synode van de PKN heeft een commissie benoemd die zich over de kwestie moest buigen en deze week kwam het afwijzende antwoord in de publiciteit. Vandaag (20 oktober) wijdde het Nederlands Dagblad een hoofdredactioneel commentaar aan deze kwestie.
Ik citeer:

… dat Jezus Christus iedereen redt van de eeuwige ondergang en dat er dus geen hel bestaat, is al zo oud als de christelijke kerk. Deze leer van de ‘alverzoening’ is door de kerk altijd bestreden, maar telkens steekt zij in enigerlei vorm toch weer de kop op.

Inderdaad, de leer van van de Alverzoening is door de kerk altijd bestreden. Met als belangrijkste troef de selectieve weergave van aion met eeuwigheid in de bijbelvertalingen. Aion betekent echter geen eeuwigheid maar eeuw. “Aionische tijden” hebben in de Schrift een begin (“vóór de aionen”)  en een einde (“de voleinding der aionen”). Had men dit gegeven onderkend, dan zou men ook weten dat een “aionische ondergang” niet hopeloos is. Trouwens, GOD kent sowieso geen hopeloze gevallen.
Enfin, het ND vervolgt:

… de ontkenning van een hel en de gedachte dat God door Jezus Christus iedereen met zich verzoent, leeft op dit moment sterker dan eerder weleens het geval was. Ook buiten de PKN. Het is moedig dat de commissie de confrontatie met deze afwijking van de Bijbel niet uit de weg gaat.

Het ND spreekt van een “afwijking van de Bijbel” maar het is aantoonbaar dat het in werkelijkheid gaat om een afwijking van de kerkleer. Gaat u maar na:

Punt één:
‘De hel’ is een kerkelijke uitvinding dat dient als weergave van het Griekse woord Gehenna. Geheel ten onrechte want Gehenna duidt onomstreden op het dal van Hinnom. Dat is een geografische plaats nabij Jeruzalem waar onbegraven lijken zullen liggen tijdens het Vrederijk (zie laatste vers Jesaja).

Punt twee:
“Dat God door Jezus Christus iedereen met Zich verzoent” is exact wat Paulus zwart-op-wit leert in Kolosse 1:20. Dat is tevens het Bijbelvers waar ook het woord Alverzoening aan ontleend is (apokatallaxai ta panta). In dat vers lezen we:

… DOOR HEM (=de Zoon van God), vrede makend door het bloed van zijn kruis, HET AL weder MET ZICH TE VERZOENEN, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

Hier staat expliciet (en op vele plaatsen wordt het bevestigd) dat God door zijn Zoon “het al”, “hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is” met Zich verzoent. Het getuigt niet van moed zoals het ND schrijft, maar van brutaliteit om dit Bijbelse feit te durven tegenspreken.
Het ND:

Want weliswaar is het mogelijk op zichzelf staande teksten uit de Bijbel op te diepen die lijken te onderstrepen wat de indiener van het bezwaarschrift stelt. Maar dat geldt voor zo veel ‘ketterse’ gedachten en opvattingen. Wie geïsoleerde teksten uit het geheel van de Bijbel los pelt, is altijd wel in staat een ‘bewijs’ te vinden voor zijn opvatting. ‘Elke ketter heeft zijn letter’, wil de oude volkswijsheid dan ook. De Bijbel moet daarentegen in samenhang gelezen worden: het gaat om de doorgaande, rode lijnen in het spreken van God. En om die te ontdekken kunnen belijdenisgeschriften nog steeds een goede functie vervullen.

Het motto “elke ketter heeft zijn letter” moet als excuus dienen om niet te antwoorden met “er staat geschreven”. Want (aldus het ND) om de samenhang van de Bijbel te ontdekken zijn we aangewezen op de belijdenisgeschriften. Dáár vinden we “de doorgaande, rode lijnen in het spreken van God”. Deze opvatting verklaart ook het  kerkelijk jargon waarin men gewoon is in één adem te spreken van van Bijbel en belijdenis.  Met het spreken van de Bijbel bedoelt men in de praktijk het spreken van de belijdenisgeschriften. Dat werpt ook licht op het volgende citaat:

Op het punt van de verzoening is het spreken van de Bijbel niet onduidelijk: God wil iedereen redden van het eeuwig verderf, maar Hij vraagt wel geloof, bekering en wederliefde.

Hoe triest: God wil het wel, maar het gebeurt niet omdat de mens het niet wil. Men zingt in de kerk getroost “wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet”, maar als het er op aankomt ontkent de leer van de kerk het…
Zeker, “geloof, bekering en wederliefde” zijn noodzakelijk wil er sprake zijn van verzoening. Verzoening wil immers zeggen: de vijandschap is veranderd in vrede. Maar let op: verzoening is in de Schrift consequent GODS werk en de mens is daarin lijdend voorwerp. Niet wij verzoenen ons, maar GOD verzoent ons met Zich. Alle keren dat Paulus spreekt van verzoenen (en hij is de enige apostel die dit begrip bezigt in zijn brieven; katallasso), is de mens passief.

… toen wij vijanden waren, met God verzoend WERDEN door de dood zijns Zoons…
Romeinen 5:10 

… onze Here Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ONTVANGEN hebben
Romeinen 5:11 

En dit alles is UIT GOD, die door Christus ONS MET ZICH verzoent…
 2Korinthe 5:18 

… dat GOD in Christus DE WERELD MET ZICHZELF verzoenende was
 2Korinthe 5:19

… in naam van Christus vragen wij u: WEEST VERZOEND met God!
 2Korinthe 5:20

… het al weder MET ZICH TE VERZOENEN
Kolosse 1:20

Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart (…) heeft HIJ THANS WEDER VERZOEND
Kolosse 1:21

GOD verzoent – over dat feit is de Bijbel volstrekt helder. En dat geldt ook voor de reikwijdte van deze verzoening. Het betreft “de wereld”, ta panta – alles en iedereen. De Bijbel kent slechts één voorwaarde om verzoend te worden: men moet vervreemd en vijandig gezind zijn. Is van onze kant aan die voorwaarde voldaan… dan staat GOD niets in de weg om ons (“ieder in zijn eigen rangorde”) met Zich te verzoenen.
Het ND:

Mensen die Hem en zijn aanbod van vrijspraak welbewust afwijzen, betreden een weg die letterlijk voor eeuwig doodloopt. Jezus is daar duidelijk over.

Het is waar, er is een weg die voor eeuw-ig doodloopt. Er komen mensen gedurende de laatste eeuwen (d.w.z. aionen) in de poel van vuur, “dat is de tweede dood”. Maar heeft dat het laatste woord? Nee, want Christus die heerst “tot in de aionen der aionen”, moet heersen TOTDAT de laatste vijand, dat is de dood, zal zijn teniet gedaan. Vanaf dat moment zullen allen leven en zal Christus’ missie met succes zijn voltooid. Een volkomen Koninkrijk zal Hij aan zijn God en Vader teruggeven. “Opdat God zij, alles in allen” (1Kor.15:22-28).

Helaas, om deze blijde tijding en dit machtig woord van verzoening te vernemen, moet u volgens de commissie niet in de PKN zijn. Arme kerkgangers!

Reageer op Facebook

Delen: