English blog | Oude Artikelen

nóg een keer wonderbare spijziging

04-07-2007 - Geplaatst door Andre Piet

Vorige week zondag sprak ik over het wonder van de vijf broden en de twee vissen. Ik liet zien dat dit wonder ‘een plaatje’ is van de tegenwoordige tijd.
* het vindt plaats ná Jezus’ verwerping in Jeruzalem (Johannes 6:1);
* het vindt plaats buiten Judea, in Galilea, de landstreek “der heidenen” (Math.4:15);
* het vindt plaats “aan de overzijde van de zee”, waarbij de zee, evenals Galilea, een uitbeelding is van de volkenzee;
* Jezus is gezeten in de hoogte (Joh.6:3);
* een ieder die tot Hem komt, ontvangt “leven en overvloed”;
* de twee vissen hebben een opmerkelijk connectie met het Vissen-tijdperk van de afgelopen tweeduizend jaar.

Na afloop van de wonderbare spijziging blijken er maar liefst twaalf korven brood over te zijn. Dat moet uiteraard een beeld zijn van de overvloed die Israël (de twaalf stammen) straks ten deel zal vallen. Anders geformuleerd: ná het Vissen-tijdperk en dus in de New Age van de Waterman. Overbodig wellicht te zeggen: de Waterman die zijn kruik met water uitstort op de (dorre) aarde, is een type van Hem die in de nabije toekomst Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees (vergl. Joh.7:37-39 en Joël 2:28).

Het slot van de eerste wonderbare spijziging (met het overblijfsel van de twaalf korven) legt meteen de link naar de tweede wonderbare spijziging, waarover we lezen in Matheüs 15 en Marcus 8. Zoals de eerste wonderbare spijziging spreekt van de tegenwoordige tijd, zo spreekt de tweede wonderbare spijziging van het toekomstig messiaanse rijk. Vandaar ook dat het getal ‘zeven’ eruit springt: zeven broden in aanvang en zeven korven resterend. De zeven verwijst naar de wereld-Sabbat, die straks zal aanbreken. En hoe veelzeggend is het dat ook dit wonder (zoals zo vaak) plaatsvond op de derde dag (Marcus 8:2). Evenals het wijnwonder in Kana (Johannes 2:1). En trouwens ook het tweede wonder in diezelfde plaats (Joh.4:43,46). Telkens weer “de derde dag”. De derde dag verwijst in de Bijbel per definitie naar opstanding uit de doden. In meer profetische zin wijst het op de periode die volgt ná de (tegenwoordige) twee dagen van duizend jaar (vergl. 2Petrus 3:8), als de HERE zal terugkeren tot Israël om hen en de overige volken, nieuw leven te geven (Hosea 6:1-3).

Hoe bijzonder is het om deze dingen te memoreren terwijl “de derde dag” niet lang meer op zich zal laten wachten!

P.S.
Is het u opgevallen dat in deze geschiedenissen, Gods overvloed  omgekeerd evenredig is aan het menselijk aandeel daarin? Toen er vierduizend mannen bijeen waren en slechts zeven broden beschikbaar waren, hield men zeven korven over. Toen er echter duizend mannen méér bijeen waren, met juist minder broden, toen hield men na afloop maar liefst twaalf korven over.
De grote van de nood en de geringe bijdrage die de mens kan leveren, zijn nooit een verhindering voor God om Zich overvloedig te bewijzen. Integendeel zelfs!

Delen: