God is groter dan onze geloofsleer

augustus 27th, 2010

 

In het Nederlands Dagblad van zaterdag 21 augustus stond een interview te lezen met prof.Jan Hoek. Hij is directeur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond en zelf ook hoogleraar. Hieronder een aantal uitspraken in dit interview (boldface lettertype is van mij, AP).

Ik hoop op God in de verwachting dat Hij aan het eind recht zal doen. Hoeveel kinderen zijn er niet omgekomen die nooit van God hebben gehoord, nooit van Jezus Christus als verlosser? Er is een verschil tussen wat wij in het geloof zeker weten en wat wij hoopvol mogen openlaten. Voor de uitverkiezing is er totaal geen grond in onszelf.

Die overtuiging laat toch ook ruimte voor de verwachting dat Gods genade alle grenzen doorbreekt? Er zal niemand zalig worden zonder het offer van Jezus Christus, maar daarmee is toch niet gezegd dat je daarvan per se in dit leven weet moet hebben gehad? In Christus is de ruimte onuitputtelijk.’’

Vertelt u dat ouders die hun kind in ongeloof zien gaan?

,,Je mag ze nooit opgeven in je voorbede en ze niet afschrijven. Een jongen van zestien in een gemeente waar ik veel kwam, vertelde zijn dominee dat hij niet meer naar catechisatie en de kerk zou gaan; hij geloofde niet meer in God. Zijn moeder wist daarvan.

Twee weken later kreeg de jongen een dodelijk ongeluk. De moeder kromp ineen bij de gedachte dat hij eeuwig verloren was.

Toen heb ik met haar gedeeld dat de Here God de generatie ongelovige Israëlieten in de woestijn liet uitsterven, maar dat degenen tot twintig jaar wel het beloofde land mochten binnengaan. Kennelijk houdt God rekening met een tijd van Sturm und Drang. Zonder te veel te zeggen wilde ik haar weghalen bij die loodzware gedachten.

Er is alle redenen om te hopen, God is groter dan onze geloofsleer. In het contact met studenten valt mij altijd weer op hoeveel wegen Hij gaat om mensen te raken.’’

De professor hinkt voortdurend op twee gedachten. Wat hij met de ene hand geeft, neemt hij met de andere weer terug. Een moeder die tobt over het eeuwig lot van haar overleden zoon, troost hij met een tekst die slechts op de klank af, met het probleem van de vrouw te maken heeft. Maar het is vals. Want wat nu als de zoon geen 16 jaar maar 21 jaar oud was geweest? Had de dominee dan ook deze tekst aangehaald? De hoogleraar wil graag orthodox zijn maar wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt (de hel is heet…), dan zegt hij: “God is groter dan onze geloofsleer”. Godzijdank! denk ik dan, maar wat is een ‘geloofsleer’ waard die GOD kleineert en dus van Hem een godje maakt!?

We mogen de eindbestemming van mensen “hoopvol openlaten”, zo stelt prof. Hoek. Let op hoe ook hier weer een dubbele boodschap doorklinkt. Het is innerlijk tegenstrijdig. Want wie hoopvol is aangaande iemands eindbestemming, gaat ervan uit dat het goed komt. Wie het echter ’open’ laat, weet dat niet. Dus wat is “hoopvol openlaten”? Kijken we ook hier weer niet tegen een januskop aan? Op het pluche van de leerstoel van de Theologische Hogeschool hel en verdoemenis onderwijzen maar een moeder van een overleden zoon troosten met het tegenovergestelde. Is dat niet hypocriet?

hoezo dertig man?

augustus 25th, 2010

Onlangs sprak ik in den Haag over de geschiedenis van Saul die op zoek is naar de ezelinnen van zijn vader. Op een gegeven moment las ik voor (in 1Sam.9:22) dat Saul bij de maaltijd aan het hoofd geplaatst werd van ongeveer dertig genodigden. Terloops zei ik toen dat ik maar niet in zou gaan op dat getal ‘dertig’ omdat dit te ver zou voeren. Nou, dat heb ik geweten! Iedere keer wordt me sindsdien gevraagd of ik niet wat zou kunnen zeggen over die dertig man. Bij deze dan alsnog enkele kanttekeningen.

De dertig man die bij Saul als aspirant-koning aan tafel zaten, zijn een type van het gezelschap dat vandaag met de Heer ‘op de hoogte’ is gebracht. Dertig man speelt vooral een opmerkelijke rol in het boek Richteren. Dat boek gaat over de periode dat Israël nog geen koning had. Alleen al om die reden verwijst het boek Richteren op een bijzonder wijze naar de huidige tijd waarin God weliswaar een Verlosser gezonden heeft, maar waarbij de Koning nog moet nog komen.

De dertig man met Saul op de hoogte komt overeen met de dertig metgezellen van Simson met wie hij het raadsel (=geheimenis) deelde (Richt.14:11; zie ook deze studies).
Van twee richters lezen we dat ze dertig (klein-)zonen hadden die op ezels reden (Jaïr en Abdon, 10:4, 12:14). Weer die ezels… Een ezel is een nederig paard (Zach.9:9). Het verwijst naar de vernederde koning die ooit kwam tot zijn volk… om verkocht te worden voor dertig zilverstukken. Als Hij straks komt in heerlijkheid, dán komt Hij als de Prins op het witte paard (Openb.19:11).
 
Van de richter Ibsan (=schitterend) lezen dat hij uit Bethlehem kwam (jazeker!) en hij dat hij zowel dertig zonen als dertig dochters had.
David had dertig aanvoerders die hem terzijde stonden, voordat hij koning werd (1Kron.11:10,15).

Samengevat: dertig man verwijst op een bijzondere wijze naar het gezelschap dat de Heer om zich heen verzamelt, voordat Hij op de derde dag (= na tweeduizend jaar) als Koning in heerlijkheid zal verschijnen.

U bent welkom?

augustus 22nd, 2010

 

Ik was vanmorgen in een samenkomst waar een lied werd gezongen (Opwekking 573), waarvan het refrein zo begint:

Heer, U bent welkom, welkom;
U bent welkom, grote koning.

Ik krijg zo’n tekst met geen mogelijkheid over m’n lippen. Het is sowieso al niet zo’n gelukkige woordkeus om Jezus als koning aan te spreken. Nergens in de brieven van Paulus tref je zoiets aan. Als gelovigen in de tegenwoordige tijd kennen we Christus Jezus immers als Hoofd van het lichaam, de ekklesia. Dat is een zoveel intiemere relatie dan tussen een koning en zijn onderdanen. Stráks, in zijn wederkomst zal Hij openbaar worden als Koning van Israël en (uiteindelijk) van heel de volkenwereld. Totaal verschillende verhoudingen.

En dan het absurde idee om de Heer welkom te heten wanneer we samenzijn. Is dat de zaak niet op z’n kop zetten? Het is de Heer die óns uitnodigd in zijn huis (de gemeente), aan zijn tafel, en rondom zijn Woord. Niet Hij maar wij zijn welkom.

WWJD = Watch What Jesus Does!

augustus 21st, 2010

 

Bekend in de Engelstalige wereld is de afkorting: WWJD. Dat staat voor: What Would Jesus Do (=wat zou Jezus doen?). Deze vraag die elke rechtgeaarde christen kennelijk geacht wordt te stellen, ziet voorbij aan het feit dat de Jezus die hier ooit op aarde rondliep, was “geboren onder de wet” (Gal.4:4) en bovendien “slechts gezonden tot het huis van Israël” (Mat.15:24).

De Jezus die Paulus op de weg naar Damascus leerde kennen en vervolgens ook bekendgemaakt heeft onder de volken, was inmiddels Christus geworden. D.w.z. opgestaan en in hemels licht boven alles verheven. Paulus noemt Hem dan ook gewoonlijk “Christus Jezus”. Het ging Paulus niet om Jezus “naar het vlees” (hier ooit op aarde; 2Kor.5:16) maar om de mens Christus Jezus, nu daarboven en het leren kennen van Zijn kracht.

De vraag: wat zou Jezus ooit gedaan hebben?, levert vooral frustratie en schuldgevoel op. “Helaas, ik ben niet als Jezus, dat ziet een elk aan mij..”. Maar daar gaat het ook niet om! De vraag is: wie is Christus Jezus NU en wat doet Hij VANDAAG? Wanneer wij ons op die overtreffende heerlijkheid richten (zo leert Paulus), dan gaan onze ogen stralen en worden we naar hetzelfde beeld getransformeerd (2Kor.3:18). Let wel: we WORDEN getransformeerd. Het is ZIJN werk en ZIJN kracht! Dan is het met recht: “niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij” (Gal.2:20).
WWJD = Watch What Jesus Does (now)!

leven wij onder het nieuwe verbond?

augustus 20th, 2010

 

De laatste dagen werd op een forum diverse keren op mij aangedrongen, antwoord te geven op de vraag of we als gelovigen vandaag onder “het nieuwe verbond” leven of niet. Omdat een simpel ja of nee m.i. niet volstaat, wil ik het onderstaande in overweging geven.

#1
Volgens Jeremia 31:31 e.v. zal God in de dagen van de toekomst een nieuw verbond sluiten met hetzelfde volk (Israël en Juda) als waarmee Hij in het verleden het oude verbond (bij de berg Sinaï) sloot. Tot op vandaag is dit toekomstmuziek.

#2
Paulus zegt van de Israëlieten “hunner zijn… de verbonden” (Rom.9:4). D.w.z. niet alleen het oude verbond maar ook het nieuwe verbond behoort aan Israël. Hoe kan met de Gemeente een nieuw verbond worden gesloten, als daar nimmer met hen een oud verbond is geweest?

#3
Eén van de kenmerken van het nieuwe verbond is dat de JAHWEH zijn wetten niet zal opleggen aan Israël maar dat Hij ze zal schrijven in hun harten. Is dat wat de Heer in deze tijd doet, nu het heil door Israëls val tot de heidenen is gegaan (Rom.11:11 e.v.)? Schrijft Hij zijn wetten in ons hart? Zodat we de sabbat en al Israëls hoogtijden gaan vieren, kosher eten, Israëls eredienst onderhouden, etc.? Laat Paulus het maar niet horen… (Gal.4:11).

#4
Hoewel de sluiting van het nieuwe verbond in de toekomst zal plaatsvinden (Hebr.8:8), heeft de inwijding ervan reeds tweeduizend jaar geleden plaatsgevonden door de dood en opstanding van Jezus Christus, “de Middelaar van een nieuw verbond” (Heb.12:24, 13:20; vergl. 9:18). De beker die Jezus tijdens het Pascha in de avond voor zijn sterven, deelde, spreekt dan ook (naar eigen zeggen) van “het nieuwe verbond in mijn bloed” (Luc.22:20).

#5
Ondanks dat het nieuwe verbond zelf een toekomstige zaak is, betoogt Paulus in 2Korinthe 3 dat wij niettemin nu reeds delen in de zegeningen van het nieuwe verbond. B.v. het onvoorwaardelijk kennen en dienen van God, God die onze zonden niet meer gedenkt, zijn Geest die in onze harten schrijft, etc.  Allemaal vruchten die Israël straks zal plukken wanneer het nieuwe verbond met hen zal worden gesloten, maar die nu reeds ook door ons genoten worden. Om die reden schrijft Paulus, dat God ons bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van het nieuwe verbond. Niet “naar de letter maar naar de Geest” (2Kor.3:6).

#6
‘Verbonden’ worden in de Schrift nimmer gesloten met (groepen) individuele personen maar altijd met families en geslachten. Denk aan Gods verbond met Noach, Abraham, Mozes en David. Het nieuwe verbond in Jer.31:31 maakt op deze regel geen uitzondering. Ook dat is een reden dat met de Gemeente, “het lichaam van Christus” geen verbond gesloten is. In de Gemeente spelen bloedlijnen en vleselijke verwantschap geen enkele rol. Gelovigen zijn aan elkaar gesmeed (Jood, Griek, Scyt of Barbaar) in één Geest, in één Lichaam.

#7
Eén van de essenties van de verborgenheid die Paulus in zijn brieven naar voren brengt, is dat de Gemeente (ekklesia) in onze dagen “het lichaam van Christus” is. Terwijl Israël straks als vrouw in een verbondsrelatie met haar Man en Maker zal staan, zijn wij thans met Christus verbonden als Hoofd en lichaam. Zijn positie en al zijn voorrechten zijn de onze! Een vrouw is middels een verbond met haar man verbonden. Tussen een lichaam en een hoofd is van een verbond uiteraard geen sprake omdat zij beiden een organische eenheid vormen. Zij bestáán slechts bij de gratie van hun eenheid. 

Christus’ dood een genoegdoening?

augustus 17th, 2010

Frinsel
Hans Frinsel, prominent schrijver in het maandblad ‘de Oogst’ stelt zich al jaren op als wachter op de muren van de christelijke orthodoxie. Hij waarschuwt voor vrijzinnigheid en modieuze stromingen die de christenheid in zijn ogen op dit moment bedreigen. Scherp laat hij zien hoe de achterban van de EO in nog geen twee decennia tijd, van haar oorspronkelijke standpunt is afgedreven en dezelfde weg gaat als ooit de NCRV. 

Bijbels of traditioneel?
Frinsel verdedigt naar zijn zeggen het Bijbels gedachtengoed maar hanteert helaas, in de praktijk al te vaak het zwaard van de klassiek-orthodoxe leer. Zo is op de website van Habakuk een ARTIKEL geplaatst waarin Frinsel het opneemt voor het leerstuk dat Jezus stierf als genoegdoening voor onze zonden. Kennelijk in de veronderstelling verkerend dat hij daarmee op Bijbelse grond zou staan. Inderdaad, Frinsel hanteert oude termen, echter niet uit de Schrift maar uit de klassiek kerkelijke belijdenisgeschriften afkomstig. Zich daarbij niet realiserend dat de grote ontsporing, toen reeds was ingezet.

genoegdoening en plaatsvervanging
Want waar spreekt de Schrift over God, die op het kruis genoegdoening ontving? Of dat Jezus plaatsvervangend stierf? Frinsel haalt Jesaja 53:5 aan: “… de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem” en suggereert dat de lijdende knecht hier Góds straf droeg. Maar dat staat er niet, integendeel! De mensen meenden dat. “… “wij hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte…” (53:4). De straf die ménsen Jezus oplegde (de kruisiging), was op hem. Het is waar, het behaagde JAHWEH dat Jezus werd verbrijzeld (Jes.53:10), echter niet als genoegdoening maar als bewijs van Gods ultieme liefde (Rom.5:8). Geen haat zo groot, of Gods liefde overtreft dit altijd! Door het bloed van het kruis zal elk schepsel worden verzoend (Kol.1:20), d.w.z. veranderen van een vijand in een liefhebber van God. Maar ja… deze universele impact ontkent Frinsel pertinent. De Schrift zegt het weliswaar luid en duidelijk maar de klassieke belijdenissen weerspreken het…

andere misverstanden
Zo staan er in het korte artikel van Frinsel nog veel meer misverstanden. Waar leert de Schrift dat op het kruis van Golgotha het offer gebracht werd, zoals Frinsel stelt? Zeker, op Golgotha werd het Lam geslacht - maar vindt het offer niet plaatst ná de slachting? Waar leert de Schrift dat op het kruis onze schuld vereffend werd en voor onze zonden betaald? Ik lees het nergens en het hele idee daarachter is ook een ontkenning van vergeving. Immers, als voor onze zonden (plaatsvervangend) betaald is, wat valt er voor God dan nog te vergeven?

Christus stierf voor onze zonden - niet om ze te betalen, maar om ons ervan te bevrijden (vrij te kopen; Ef.1:7). Christus moest sterven…  om op te kunnen staan en zo onvergankelijk leven aan het licht te brengen (2Tim.1:10). Dat Hij daarbij de kruisdood moest sterven, was om Gods overtreffende liefde te bewijzen en zo vijanden te verzoenen (Rom.5:8). Dát zijn Bijbelse (ant-)woorden!

het kruis satan’s nederlaag?
En dan ten slotte nog het misverstand waar Frinsel’s artikel mee opent: “Satan weet dat het kruis (…) zijn nederlaag betekent”. Ook dat is uitdrukkelijk niet waar. Satan meende namelijk dat het kruis zijn overwinning betekende. Het was drie dagen later, toen de verzegelde steen werd weggerold, dat Christus “de overheden en machten heeft ontwapend en hen openlijk ten toon heeft gesteld” (Kol.2:15). Wanneer de tegenstander dát had geweten, zou hij “de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd” (1Kor.2:8).

———————————
Enkele relevante links:

waarom was dat bloed nou nodig?
zes misvattingen over Alverzoening
waarom moest Christus sterven?
de losprijs is betaald - hoezo?

niet tweemaal tegen dezelfde steen

augustus 16th, 2010

 

Gisteren gesproken in den Haag. Over Saul die als eerste koning werd over Israël en de voorgeschiedenis daarvan. Saul zocht ezelinnen, wat hij echter vond was het koninkrijk van Israël! En daarmee is meteen gezegd hoe de ezelinnen in deze geschiedenis figureren: als type van de kudde van Israël. Deze was zoek, maar wordt gevonden (zoals trouwens alles wat in de Bijbel verloren is, weer gevonden wordt!). O jazeker, op “de derde dag” (1Sam.9:20), dat kan niet missen!

Kort ben ik ingegaan op twee beroemde andere ezelinnen die in de Bijbel worden vermeld. Want daar gaat sprake van uit… letterlijk. Vraag het Bileam maar. Of wat te denken van twee andere mannen die ooit een ezelin zochten zodat hun Meester daarmee de Olijfberg zou kunnen afdalen. Ook in deze beide gevallen verwijzen de ezelinnen naar de tijd dat het Koninkrijk voor Israël verborgen zou zijn (beluister de studie voor meer hierover).

In Nederland zeggen we: een ezel stoot zich in het gemeen, niet twee maal tegen dezelfde steen. Dat klopt. Ooit stootte Israël zich aan de Steen, “de Steen des aantoots”. Wanneer de Heer straks voor de tweede keer aan hen zal verschijnen (> op de derde dag!) zullen ze Hem zien, herkennen… en aanvaarden!

waarom was dat bloed nou nodig?

juli 19th, 2010

Een gewaardeerde vriend schreef vorige week op zijn Hyves-weblog onderstaande stukje:

Zonder bloedstorting is er geen vergeving. Hebr. 9:22 Ik kan er prachtig over preken en veel over vertellen. Vanaf het bloed in de hof van Eden tot aan het bloed van Jezus dat reinigt van alle zonden. Aan “ingewijden”geen probleem. Maar aan “buitenstaanders”, die vragen: “waarom was dat nou nodig? Kon het niet zonder?” Dan is het antwoord moeilijker. Het is hetzelfde antwoord, maar leg het maar eens uit! Als je een inleiding van een paar uur nodig hebt om bij dit offer terecht te komen maak je dan niet een te grote omweg? Ik weet het nog niet, misschien kan iemand mij helpen?

Goede vraag! Het traditionele antwoord luidt: de bloedige offers in het OT zijn een heenwijzing zijn naar Golgotha. Op Golgotha vloeide het bloed van Jezus als voldoening aan God, voor al het onrecht Hem aangedaan (>de zonden van de mens). Bloed moest vloeien om Gods eer te herstellen. Hebreeën 9 vers 22 (”zonder bloedstorting geschied er geen vergeving”) geldt als bewijstekst voor deze visie.

Zelf heb ik vanuit de Schrift een totaal andere kijk op deze zaken gekregen. Het ombrengen van een onschuldig dier verwijst zonder twijfel naar “het bloed van het kruis” (1). Maar was dit voor God een offerande en “een liefelijke reuk”? Nee, integendeel, de kruisdood van Jezus Christus was de grootste krenking van God ooit.

Het grote punt is: de bloedstorting is niet het offer maar gaat aan het offer vooraf. Eerst wordt een dier geslacht om vervolgens verhoogd te worden op een altaar en op te stijgen tot een liefelijke reuk voor God. Welnu, wanneer de slachting van een onschuldig offerdier verwijst naar Golgotha, dan is het toch niet moeilijk om te zien dat wat daarna plaatsvindt, verwijst naar de verrijzenis van Christus ten derde dage? Inderdaad, toen werd God op het hoogst verheerlijkt, d.w.z. Zijn heerlijkheid werd in het licht gesteld. In de hof van Arimathea bracht God Leven aan het licht voor een wereld van stervelingen (2) die kort tevoren Zijn Zoon aan het hout had gespijkerd. Zo leverde God het ultieme bewijs dat Zijn liefde sterker is dan alle vijandschap!

God eist geen bloed omdat Hij anders niet zou kunnen vergeven. Uit wiens koker zou deze gruwelijke voorstelling van zaken komen? Het vergieten van onschuldig bloed spreekt van de moord op Gods Zoon (3). God eist geen bloed om te kunnen vergeven maar bewijst juist via bloedstorting hoe vergevend Hij is! Het vergieten van onschuldig bloed wordt beantwoord in het Offer van de verrijzenis van “de laatste Adam”. Door aan allen Leven te schenken, bewijst God zelfs de grootse krenking niet toe te rekenen (4)!

voetnoten
(1) Kolosse 1:20
(2) 1Korinthe 15:22-28
(3) Lucas 20:13
(3) 2Korinthe 5:19

hart onder de riem

juli 6th, 2010

Er gaan weinig dagen voorbij, waarin ik geen reacties ontvang n.a.v. de website. Veelal betreft dit vragen over artikelen, soms ook kritiek en af en toe (heftige) verontwaardiging. De mooiste reacties vind ik altijd wanneer mensen getuigen hoe blij het Goede Bericht hen maakt. Onderstaande mail, die ik dit weekend ontving, is daarvan een voorbeeld.

Beste Andre,
 
Gisteren heb ik in ongeveer 6 uren je stuk over de Alverzoening bestudeerd. Zelf ben ik opgevoed met hemel & hel, dus eerste ingeving was ‘alverzoening=dwaling’. Toch had ik zelf nog genoeg open vragen, dat ik het ben gaan bestuderen, met het idee er misschien toch iets goeds aan over te houden. Nieuw inzicht ofzo.
 
Aan het eind van de studie, na alle 45 Q’s doorgewerkt te hebben, voelde ik een grote geruststelling. Als een collega waar je het beste mee voor hebt (maar die niet geloofde), plotseling overlijdt, dan wordt ‘hel’ wel heel vervelend, en begon ik mij af te vragen of God wel zo’n grote winnaar was als er zoveel mensen ‘verloren zouden gaan’. Met dat hemel & hel verhaal ga je tenslotte toch denken dat satan wel verliest, maar vanuit zijn oogpunt nog een best resultaat heeft gehaald.
 
Uiteraard is alverzoening een nieuwe gedachtengang voor mij en een enorme ommezwaai en wil ik er nog wat meer studie over doen.
 
Ik denk dat je best kunt geloven zonder overal een antwoord op te hebben, je kunt tenslotte ook autorijden, zonder te weten hoe de kracht van de verbranding van benzine wordt overgezet in beweging van de wielen.
 
Maar dit is wel zo fundamenteel, dat ik dankbaar ben dat ik tot nieuwe inzichten ben gekomen. ‘Elke knie zal zich buigen, elke tong zal belijden, dat Jezus, hij is HEER’, is een lied wat ik vroeger gezongen heb in de kerk, heeft nu pas betekenis voor mij.
 
Aan meer artikelen ben ik nog niet toegekomen, maar die komen nog wel, uiteraard met de bijbel erbij.
1 uitzondering: de 2 stukken over de Christelijke partijen begin juni. Ik keek daar zelf ook al zo tegenaan en juist de betutteling (arrogantie?) van de Christelijke partijen stond mij tegen.
Ik mail u dit om u een hart onder de riem te steken, dat uw inspanningen voor de website niet voor niets zijn.
 
Met vriendelijke groet,
….

niet de sterksten winnen…

juli 5th, 2010

voetbal is een bijna anagram van toeval... 

Het blijft altijd weer lachwekkend de gewichtige commentaren van talloze experts te horen, na afloop van een voetbalwedstrijd. Nu ook weer tijdens het WK in Zuid-Afrika. Maar nog komischer zijn vaak de voorbeschouwingen. Sprekend over kwaliteiten en prestaties van spelers en teams, blijken na afloop toeval en timing niet zelden de echte, beslissende factoren te zijn geweest. Komt een bal tegen de lat of er net onder? Aan het begin van de wedstrijd of in de laatste minuut? Zag de scheidsrechter het buitenspel wel of niet? Zulke (en nog honderdduizend andere) factoren hebben zo goed als niets met expertise of kracht te maken.  Ze vallen je toe… of niet. Het onderstaande woord van Prediker zou niet misstaan als wandtekst in kantoren van sportredacties:

Wederom zag ik onder de zon, dat niet de snelsten de wedloop winnen, noch de sterksten de strijd (…) want TIJD en TOEVAL treffen hen allen.
Prediker 9:11

Moeilijk hoor, voor een team of coach dat zojuist een wedstrijd heeft gewonnen, zoiets toe te geven. Voor het prestige en imago zegt men veel liever: we hebben het succes afgedwongen. Het is een typisch menselijk (en arrogant) trekje om succes en prestaties op eigen rekening te schrijven. De waarheid is echter dat de dingen des levens ons gewoon toevallen. Inderdaad, van boven…

… opdat geen vlees zou roemen voor God (…) opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.
1Korinthe 1:29,31

… alsof Hij (=GOD) nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en ALLES geeft.
Handelingen 17:25