tóch opgestaan uit eigen kracht?

February 4th, 2012

Zoals in de vorige blog uiteengezet, lezen we vele tientallen keren in het NT dat Jezus door God werd opgewekt uit de doden. Wanneer Jezus “volkomen God” zou zijn (zoals de orthodoxe christenheid leert), dan is dat onmogelijk te rijmen. Hoe kan iemand die “volkomen God” is, dood zijn en bovendien afhankelijk van een ander? Men leert dan ook dat Jezus opstond in eigen kracht. Men voert daarvoor twee Bijbelse passages aan, die ik beiden in deze blog, kort wil bespreken.

17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.
Johannes 10:17,18 NBG

Dit citaat demonstreert hoe vertalers gevestigde ideeën, kunnen laten prevaleren boven consistent vertalen. Drie keer komen we in deze passage het Griekse werkwoord lambanoo tegen, twee keer wordt het vertaald met “nemen” en de derde keer met “ontvangen”. Heeft Jezus het gebod van zijn Vader genomen? Uiteraard niet, Hij ontving dat. Maar waarom dan de andere twee keren vertalen met ‘nemen’? Geven we het werkwoord consequent weer, dan zegt de tekst iets totaal anders:

17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te ontvangen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te ontvangen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.
Johannes 10:17,18 NBG

Zoals Jezus het gebod ontvangen had, zo ontving Hij in de opstanding het leven van zijn God en Vader. Volkomen in overeenstemming met wat we overal in het NT lezen. Overigens, het hier gebruikte woord voor ‘macht’ (Gr. exousia), is letterlijk volmacht, d.w.z. een bevoegdheid of recht dat door een ander wordt verleend. Jezus heeft de volmacht van God gekregen om zijn leven (lett. ziel) uit zichzelf af te leggen en het ook weer bij gelegenheid te ontvangen.

De tweede passage dat zou moeten bewijzen dat Jezus uit eigen kracht opstond, vinden we in Johannes 2.

18 De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Welk teken toont Gij ons, dat Gij dit moogt doen? 19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. 20 De Joden dan zeiden: Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen?

Geen van de omstanders begrepen waar Jezus op doelde. Wie zou hen dat ook kunnen verwijten? Op wat anders zou “deze tempel” betrekking hebben, dan op de tempel die Jezus zojuist had schoongeveegd? Dit onbegrip over Jezus’ uitspraak zou later in het strafproces aanleiding worden, voor een valse beschuldiging (Mat.26:61). Pas veel later, zouden de discipelen de werkelijke zin van Jezus’ uitspraak begrijpen.

21 Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams. 22 Toen Hij dan OPGEWEKT WAS (passief!) uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had.
Johannes 2 

“Deze tempel” bleek betrekking te hebben op Jezus’ lichaam. En de woorden “binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen” slaan op degene die Jezus’ lichaam zou opwekken uit de doden. Dat is Johannes’ geïnspireerde verklaring van Jezus’ cryptische uitspraak.

Conclusie
Ook de beide genoemde passages in Johannes, blijken bij nader inzien, in volkomen harmonie te zijn met de rest van het Bijbelse getuigenis: niet een God steeg op uit het graf, maar een dode werd opgewekt door de heerlijkheid van de Vader.

… ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt heeft…
Romeinen 4:24

… gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de heerlijkheid van de Vader
Romeinen 6:4 

 

stond Jezus op in eigen kracht?

February 3rd, 2012

De waarheid dat GOD Jezus uit de doden heeft opgewekt, behoort tot het hart van het Evangelie.  Het was de spits van de boodschap zoals deze vanaf het begin in het boek Handelingen werd gepredikt. Op de Pinksterdag getuigde Petrus in Jeruzalem:

… GOD evenwel heeft Hem opgewekt…
Hand.2:24 

En later bij de genezing van de verlamde bij de Schone Poort verkondigde hij:

… de Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar GOD heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn.
Hand.3:15 

GOD heeft in de eerste plaats voor u zijn Knecht doen opstaan…
Hand.3:26 

Later in het huis van Cornelius sprak Petrus:

… Hem heeft GOD ten derden dage opgewekt …
Hand.10:40 

Bij Paulus blijkt de boodschap al niet anders te zijn. In Antiochië betoogde hij:

Maar GOD heeft Hem uit de doden opgewekt;
Hand.13:30

En temidden van de filosofen op de Areopagus sprak Paulus over…

…  een man, die HIJ (= GOD) aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.
Hand.17:31 

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat deze centrale boodschap in de brieven tientallen keren herhaald wordt. Paulus schrijft in Romeinen 10:9 dat dit het reddende Evangelie is:

Want indien gij (…) met uw hart gelooft, dat GOD Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden

Binnen het jodendom in de dagen van de apostelen was het vanzelfsprekend dat een mens slechts door GOD kon worden opgewekt. Maar onder invloed van heidens meergodendom en Griekse filosofie werd dit binnen enkele generaties in het christendom compleet anders. “De mens Christus Jezus”, “Gods Zoon” werd gemaakt tot ‘God de Zoon’. Men ontwikkelde een zowel onbijbelse als onlogische leer, waarin Jezus ‘volkomen God en volkomen mens‘ (Athanasius, 30) is. Een leer die in zichzelf tegenstrijdig is. Want een mens kan sterven, GOD niet.  Een mens is afhankelijk, GOD niet. Als Jezus volkomen God was, hoefde Hij niet opgewekt te worden, maar kon Hij opstaan in eigen kracht. Dat is ook wat algemeen wordt geleerd en doorklinkt in liederen. Denk aan het bekende paaslied daar juicht een toon‘ met daarin de oorspronkelijke regels:

Hij steeg uit ‘t graf door EIGEN kracht,
want Hij is God, bekleed met macht!

Besef goed wat dat betekent! Als degene die in het graf van Arimathea lag, volkomen God was, dan was Hij niet écht dood. En dan was het evenmin nodig dat GOD Hem uit de doden opwekte.

 

“de maagd zal zwanger worden”

February 2nd, 2012

VRAAG:
Matteüs haalt in hoofdstuk 1:22,23 de profetie van Jesaja (7:14) aan over een jonge vrouw die zwanger zou worden en een zoon zou baren. Maar maakt het verband in het boek Jesaja niet duidelijk dat het daar over een zoon in Achaz’ dagen gaat? Spreekt Jesaja bovendien niet over een ‘jonge vrouw’, in tegenstelling tot Matteüs die het over een ‘maagd’ heeft?
Hoe zit dat?

ANTWOORD:
Inderdaad spreekt Jesaja over gebeurtenissen die zouden plaatsvinden in het leven van de toen regerende koning Achaz. Dat wordt heel nadrukkelijk gezegd.

Daarom zal de HERE zelf u (= Achaz) een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven.(…) Maar voordat de jongen weet het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen, zal het land ontvolkt zijn, voor welks beide koningen gij angstig zijt.
Jesaja 7:14,16

Uit deze woorden blijkt ontegenzeggelijk dat Jesaja’s woorden, gedateerd zijn. Ze hebben betrekking op Jesaja’s eigen tijd. Maar is daarmee gezegd dat Jesaja’s woorden toen ook vervuld zijn, d.w.z. ten vólle inhoud gegeven? Nee, want de vervulling zou pas zes eeuwen later plaatsvinden. De HERE zou opnieuw een teken geven aan het koningshuis van David. Een jonge vrouw uit het huis van David zou zwanger worden en een zoon baren die met récht Immanuël genoemd zou worden, d.w.z. ‘God met ons’. Het jongetje dat in Achaz’ huis werd geboren kreeg weliswaar de náám Immanuël maar dit werd ten volle waar, toen God in Christus (zie 2Kor.5:19) tot ons kwam, door Zelf  in Maria, nieuw leven te verwekken. Zonder tussenkomst van een man.
Het is om die reden dat Matteüs schrijft:

Dit alles is geschied, opdat VERVULD zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
Matteüs 1:22-23

Rest nog één vraag. Waarom gebruikt Matteüs het woord ‘maagd’ terwijl Jesaja het over een ‘jonge vrouw’ heeft?
De reden daarvoor is dat Matteüs niet de Hebreeuwse Bijbel maar de Griekse vertaling van het ‘Oude Testament’ citeert, de zogenoemde Septuagint-vertaling. Grieks was in die dagen de wereldtaal en alle Joden die in het buitenland woonden gebruikten deze vertaling. In de Septuagint wordt in Jesaja 7:14 het Hebreeuwse woord voor ‘jonge vrouw’ (almah) weergegeven met ‘maagd’ (parthenos). Dat is niet geheel correct. Want een jonge vrouw is niet per definitie een maagd.* Maar als het om de vervulling gaat, blijkt deze woordkeuze zeer ‘to the point’ te zijn! Want Maria was behalve een jonge vrouw ook nog maagd. Waar bij komt dat als een máágd zwanger wordt, dit met recht een teken is te noemen! Zeker als juist op deze wijze, de naamgeving waarheid wordt: Immanuël, God met ons!

De conclusie moet zijn dat Jesaja’s woorden primair betrekking hadden op zijn eigen dagen, maar vervuld werden toen de maagd Maria zwanger werd en de Zoon van God ter wereld bracht.

———————————-

* Het specifieke Hebreeuwse  woord voor ‘maagd’ is betulah  (2Sam.13:18). Het Hebreeuwse woord almah duidt op een jonge, ongetrouwde vrouw. Rebekka bij de bron wordt zo genoemd (Gen.24:43) en ook Mirjam die de wacht hield bij haar broertje, heet een almah (Ex.2:8).

 

onwankelbaar

February 1st, 2012

Altijd weer hamert Paulus er op standvastig en onwankelbaar te zijn in het geloof. Dat is niet vanzelfsprekend, want we staan allemaal, voortdurend onder invloed van krachten die ons daarvan af trachten te brengen. Opinies die via de media tot ons komen. Meningen van mensen in onze omgeving. Eigen gevoelens die ons op een ander spoor proberen te brengen. Die invloeden zijn zo sterk dat we niets hoeven te doen om af te drijven. Dat gaat vanzelf, zoals een dode vis vanzelf door de rivierstroom wordt meegenomen. Standvastig in het geloof betekent: dagelijks bewust gaan staan op de beloften van God en de rijkdom van zijn woorden en toezeggingen.

…. wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.
Kolosse 1:23 

Daarom, mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk voor van de Heer  …
1Korinthe 15:58 

 

 

wel gegrond en standvastig

January 31st, 2012

22 …om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, 23 indien gij slechts aangezien gij wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.
Kolosse 1 

Paulus merkt op bij de Kolossers, dat ze wel gegrond en standvastig waren in het geloof en de hoop van het Evangelie. Over deze hoop van het Evangelie had hij de enkele verzen tevoren geschreven:

…. vrede makende door het bloed zijns kruises, HET AL volledig met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is
Kolosse 1:20 (zie Concordant Version)

“De hoop van het Evangelie” is dat God alle vijandschap en vervreemding (zie vers 21) zal veranderen in vrede. Hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Wat een verwachting! Allen op aarde maar ook alle vervreemde en vijandige creaturen in de hemelse regionen zullen vrede met God hebben. Het bloed van het kruis zal elk schepsel overtuigen van Gods liefde! Dat is ALVERZOENING!

Paulus veronderstelt een directe relatie tussen tussen “heilig en onbesmet en onberispelijk” voor God gesteld worden én “wel gegrond en standvastig” te blijven. Het gaat over wat God met de gelovige hier op aarde doet. HIJ maakt heilig, HIJ maakt onbesmet en HIJ maakt onberispelijk. Met wie doet God dat? Antwoord: met degene die “wel gegrond en standvastig” in het geloof is. Let wel: “in het geloof” – niet in werken! GOD doet namelijk het werk, en dat zouden we geloven! Slechts waar wij in dat vertrouwen opzien en ons niet laten afbrengen van “de hoop van het Evangelie” zal God rijkelijk Zijn werk in en door ons doen.

Hoe fundamenteel daarom om “wel gegrond en standvastig” te zijn en te blijven! Geen duimbreed te wijken van de woorden van geloof en hoop die Paulus onder de ganse hemel heeft geheraut!

religie versus Jezus

January 27th, 2012

Onderstaand filmpje is een modern gedicht van Jefferson Bethke. Het is al weken een grote hit op YouTube. En terecht!

Klik HIER voor wie de Engelstalige tekst wil lezen.

Jefferson Bethke hekelt op niet mis te verstane wijze de hypocrisie in religie maar vertelt ook waar het in het Evangelie werkelijk om gaat. De radicale boodschap van Jefferson wordt in de christelijke pers, knarsetandend aangehoord. Dat was te verwachten. Religie staat nog steeds haaks op de pure genade van God. Niets hangt van de mens af maar alles van GODS liefde.

Because it doesn’t depend on me it depends on him
See because when I was God’s enemy and certainly not a fan
He looked down and said I want, that, man

Religie vertelt ons wat we moeten doen. Het Evangelie vertelt: het is gedaan!

Now back to the point, one thing is vital to mention
How Jesus and religion are on opposite spectrum
See one’s the work of God, but one’s a man made invention
See one is the cure, but the other’s the infection
See because religion says do, Jesus says done

Religie wil de buitenkant mooi doen lijken, maar is nooit in staat een mens werkelijk (d.w.z. van binnenuit) te veranderen.

See the problem with religion, is it never gets to the core
It’s just behavior modification, like a long list of chores
Like lets dress up the outside make look nice and neat
But it’s funny that’s what they use to do to mummies while the corpse rots underneath

Religie plaatst een mens in een knellend keurslijf van menselijke regeltjes. Jezus Christus daarentegen maakt een mens vrij omdat HIJ zijn werk in ons doet!

Religion puts you in bondage, while Jesus sets you free

Religie is gebaseerd op de (zogenaamde) verdiensten van een mens. Het Evangelie is gebaseerd op Jezus’ gehoorzaamheid alleen.

Religion is man searching for God, Christianity is God searching for man
Which is why salvation is freely mine, and forgiveness is my own
Not based on my merits but Jesus’s obedience alone

Jefferson eindigt z’n rap met deze woorden:

Which is why I’m kneeling at the cross, saying come on there’s room
So for religion, no I hate it, in fact I literally resent it
Because when Jesus said it is finished, I believe he meant it

Amen! Dit is Evangelie!

 

‘genade alleen’, gevaarlijk?

January 25th, 2012

De bekende schrijver Willem Ouweneel plaatste deze week op zijn Facebook-pagina een bijdrage waarin hij veel bijval oogstte.

Wat is erger: een wettische prediking met nauwelijks genade, of een genade-genade-genade-prediking met weinig verantwoordelijkheid? Beide komen in Nederland voor, en beide zijn even gevaarlijk: zowel het ‘raak niet, smaak niet, roer niet aan’ als het ‘alles is genade, je hoeft niets meer’. De eerste ‘god’ is een boeman, de tweede god is zo lief dat hij alles door de vingers ziet. De eerste richting verdoezelt de barmhartigheid van Christus, de tweede verdoezelt de geboden van Christus.

Ouweneel lijkt hier een mix van wet en genade te propageren. Maar doet hij dat niet door een vals beeld van genade-prediking te schetsen? Als genade heerst zou de mens niet meer zijn verantwoordelijkheid onderkennen. God zou dan alles door de vingers zien en mensen zouden ook geen oog meer hebben voor de geboden van Christus. Wel, dat is pertinent onwaar.

Genade-prediking wijst omhoog, naar Hem die alles deed, doet en zal doen. Die houding maakt dat we met vreugde (genade is immers vreugde!) de plaats zullen innemen waar God ons gesteld heeft. Juist die vreugde maakt dat we betere vaders, moeders, kinderen, werknemers en werkgevers worden.

Genade-prediking is niet soft, maar maakt duidelijk dat GOD ten allen tijde corrigeert waar nodig is. Soms met harde hand. Maar ook bij pijnlijke ingrepen is Gods liefde altijd het motief. Gods gericht zet de dingen recht. Het brengt ook al zijn schepselen terecht. Altijd en per definitie.

Genade-prediking verdoezelt niet de geboden van Christus. Integendeel! Het richt het oog op Hem die de geboden volmaakt in en door ons kan vervullen.

Er bestaat niet zoiets als een evenwicht tussen genade en werken. Het is alles of niks. “Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer” (Rom.11:6).

Als we het nu toch over verantwoordelijkheid hebben: elke prediker zou zich bewust zijn, geen druppel water bij de genade-wijn te doen. Want daarmee vervalst men de boodschap. Hoe belangrijk om geen millimeter te wijken van de genade Gods! Standvastig en onwankelbaar daarin te staan en zich door niets, ook niet door vroomklinkende redenen, daarvan te laten afbrengen.

to be or not to be?

January 24th, 2012

Het Hebreeuws, de taal waarin het eerste deel van de Bijbel geschreven is, kent geen werkwoord ‘zijn’ (ik ben, jij bent, hij is, wij zijn, etc.) De Griekse taal waarin het tweede deel van de Bijbel is geschreven, kent het werkwoord wel, maar het wordt aanzienlijk minder gebruikt dan in onze taal. In veel gevallen laat het Grieks het werkwoord achterwege. In b.v. Johannes 1:23 wordt gezegd: “Ik ben de stem van één die roept in de woestijn”, maar in grondtekst ontbreekt hier het woordje ‘ben’. Wanneer het wél wordt gebruikt, dan is dit omwille van het accent. Bijvoorbeeld als Paulus zijn volksgenoten toespreekt en zegt: “ik ben een Jood…” (Hand.22:1). Daarmee identificeert hij zich nadrukkelijk met hen.

Het werkwoord ‘zijn’ plaatst een is-gelijk-teken tussen twee zaken. Maar anders dan in de wiskunde (3×3=9), is dit zelden letterlijk waar. Zonder dat besef ontgaat ons zomaar het verschil tussen feit en opinie. ‘De film is leuk’, ‘het meisje is aardig’,etc. Ook leidt het gebruik van het werkwoord gemakkelijk tot generalisaties: ‘hij is homo’, ‘zij is depressief’, etc.*

Het werkwoord ‘zijn’ identificeert en duidt daarom vaak op representatie. “De akker is de wereld” (Mat.13:38), “dit is mijn lichaam” (Mat.26:26) of “de kandelaren zijn de zeven gemeenten” (Openb.1:20). In al deze gevallen staat het één (als representatie) voor het ander. Over het werkwoord ‘zijn’ vermeldt de lexicon van de Concordant Version:

Haar aanwezigheid duidt er gewoonlijk op dat de uitdrukking als ‘bij wijze van spreken’ begrepen dient te worden, niet letterlijk.
(“It’s presence usually indicates that the statement is to be understood ‘in a sense”, not literally.” )

————————————————–

* De Engelstalige wereld kent een stroming, E-prime geheten, dat stelt dat het werkwoord ‘zijn’ bijna altijd informatie vertekent en daarom schadelijk is in de communicatie en ons denken.

genezing onder haar vleugelen

January 23rd, 2012

Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen…
Maleachi 4:2

In het laatste hoofdstuk van ons ‘Oude Testament’ treffen we een profetie aan over de komst van de Messias. Vers 1 spreekt over de Dag van JAHWEH die als een brandende oven vernietigend zal zijn voor de goddelozen. Daarentegen zal “de zon der gerechtigheid opgaan” over een gelovig overblijfsel van Israël. En dan staat er bij: “er zal genezing zijn onder haar vleugelen”. Zoomen we in op het Hebreeuwse woord dat hier voor ‘vleugel’ wordt gebruikt (kanaph), dan ontdekken we dat het elders wordt weergegeven met ‘hoek’ of ‘zoom’. Het idee achter het woord is: een grens, een uiterste of een rand. Ook in onderstaand vers komt dit woord voor:

Spreek tot de Israelieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken (kanaph) van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken (kanaph) een hemelblauw draad verwerken.
Numeri 15:38

Deze gedenkkwasten worden in het jodendom ‘tzitzit‘ genoemd. Alleen wanneer we op de hoogte zijn van dit gebruik, kunnen we begrijpen, wat de bloedvloeiende vrouw deed toen zij naar Jezus ging.

43 En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden, 44 kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op. 45 En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En terwijl allen het ontkenden, zeide Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U. 46 Maar Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan. 47 Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden. 48 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.
Lucas 8

Het was geloof dat deze vrouw er toe bracht om de kwast van Jezus’ kleed aan te raken. Had ze wellicht in de Tenach gelezen dat wanneer de Zon der gerechtigheid zou opkomen, er genezing zou zijn onder diens vleugels (=kanaph)? Wat stond haar anders te doen dan de hemelblauwe hoeken (=kanaph) van zijn kleed aan te raken?! Daar zou immers genezing zijn!

de onthulling van het beeld

January 21st, 2012

Het hoogtepunt in het scheppingsverslag van Genesis 1 is de creatie van de mens “in Gods beeld”. De vraag wie of wat dat beeld is, blijft in Genesis 1 onbeantwoord. Het is de apostel Paulus die dit vraagteken in een uitroepteken verandert.

… het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.
2Korinthe 4:4 

Het beeld van God is de verheerlijkte Christus. Let op de tegenwoordige tijd: “die het beeld Gods IS” (zie ook 3:18). Ook in Kolosse schrijft Paulus over het beeld Gods:

…  de Zoon van zijn liefde … Hij is het beeld van de ongeziene God, de eerstgeborene van elk schepsel, want in Hem zijn alle dingen geschapen…
Kolosse 1:13-15

Ook hier verwijst Paulus naar de huidige positie van de Zoon van God: “Hij IS het beeld Gods”. Hoe wonderlijk wordt Genesis 1 in dat licht! De Schepper had bij de schepping een beeld voor ogen. Niet nader genoemde hemelbewoners (Job 38:7?) kenden dit beeld eveneens, want God sprak immers “laat ons maken” en over “ons beeld” en “onze gelijkenis”. Een beeld (Hebr. tselem) is een uitbeelding van iets of iemand. Een gelijkenis (Hebr. dmuth) is een vergelijking, iets is dat lijkt op, bijvoorbeeld een tekening of een model (2Kon.16:10). Hoewel hemelbewoners reeds bij de schepping kennis hadden van het beeld Gods, is het Paulus die zijn identiteit onthult in de Schriften. Het beeld Gods is de verheerlijkte Christus. Dat betekent dat de heerlijkheid van Christus reeds bij de schepping was voorgekend (1Petr.1:20) en als beeld of model  diende waarin en waardoor God alle dingen schiep. “De laatste Adam” (1Kor.15:45) is het prototype van de eerste Adam.

Hoewel Christus pas duizenden jaren na Adam werd geboren en zou opstaan, is Hij niettemin “de eerstgeborene van elk schepsel”. Niet omdat Hij als eerste is geboren, maar omdat Hij tot eerstgeborene is gesteld. 

Ja, Ik zal hem tot een eerstgeborene STELLEN, tot de hoogste van de koningen der aarde.
Psalm 89:28 (zie ook Openb.1:5)