christenen verlegen met hemelvaart

May 16th, 2012

Onder de bovenstaande titel plaatste het Nederlands Dagblad een artikel over hemelvaartsdag. Veelzeggend is deze opmerking van een predikant:

Het is donderdag Hemelvaartsdag. Zelden hoor je iemand spreken over het Hemelvaartsfeest, terwijl Kerst en Pasen die toevoeging vaak wel krijgen.

In het artikel wordt een korte analyse gegeven van dit fenomeen. Zo blijkt b.v. een derde van de predikanten in de Protestantse Kerk, Jezus’ hemelvaart niet te zien als een fysiek feit maar als een metafoor. Zeg maar gerust als “een kunstig verdicht fabel” (2Petr.1:16). Maar wat dacht u van orthodoxe predikanten? In een enquête was aan hen gevraagd welke betekenis zij als belangrijkste aan Jezus’ hemelvaart toekennen. Verreweg de meeste van hen antwoordden: Jezus regeert als Koning. Ik zou me schamen om dat te moeten beweren! Is het niet duidelijk dat in deze wereld niet koning Jezus regeert, maar de tegenstander “de god van deze aeon” en “de overste van de macht der lucht” is (2Kor.4:4; Ef.2:2)? Wordt niet elke dag dat we de krant opslaan, deze waarheid bevestigd?

Augustinus
Het was de kerkvader Augustinus die voorging in het idee dat Christus thans regeert en wij in ‘het duizenjarig rijk’ zouden leven waarin satan gebonden is. Een opeenstapeling van fatale misverstanden. Want 1. Christus regeert nu niet, 2. de duizend jaren blijken dan geen duizend jaren en 3. satan is nu allerminst gebonden. In de Bijbelse profetie is het onomstreden dat het Messiaanse rijk vanuit Jeruzalem over de volkerenwereld zal worden gevestigd (Jes.2:2-5). De termijn is bijna verstreken, dat de Messias, “na twee dagen” (lees: na twee millenia) afwezigheid weer acte de présence zal geven en de beloofde heerschappij op zich zal nemen (Hos.6:1-3; 2Petr.3:8). Op de enige plaats die daarvoor van Godswege is aangewezen: de berg Sion (Ps.2:6).

wat dan wel?
De goede herder David was ooit tot koning gezalfd maar moest nog lange tijd wachten alvorens hij daadwerkelijk in Jeruzalem zou regeren. Hetzelfde geldt voor de Zoon van David. En zoals de prins Joas verborgen werd gehouden in de tempel (2Kon.11), zo wordt de Here Jezus Christus nu in het hemels heiligdom aan ons oog onttrokken. Daar dient Hij als Hogepriester, het volk dragend op zijn schouders en zijn borst. Straks komt Hij naar buiten, als de koning-priester “naar de ordening van Melchizedek”. Dan en niet eerder, zal het lied klinken:

Het koninkrijk van de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij ZAL als koning heersen tot in de aeonen der aeonen.
Openbaring 11:15 

En de schrijver van de Hebreeën-brief vult daarbij aan:

Doch thans zien wij NOG NIET, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; 9 maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.
Hebreeën 2 

 

 

eeuwige straf in het RD

May 14th, 2012

Vorige week nam het Reformatorisch Dagblad een prima ingezonden opinie-bijdrage in haar kolommen op. Iemand attendeerde mij daarop en ik heb de bewuste bijdrage ingescand en hieronder geplaatst. Klik op de afbeelding voor uitvergroting.

 

 

 

Paulus & de waterdoop

May 12th, 2012

Paulus spreekt in zijn brieven dikwijls over de doop. Automatisch denken christenen dan meteen aan de doop in water. Ten onrechte. De doop in water zoals Johannes de Doper dit onder Israël praktiseerde (Joh.1:31), was slechts een type van de doop in heilige Geest waarin Christus zou dopen (Hand.1:5). Doop in water is karakteristiek voor Johannes terwijl doop in Geest juist kenmerkend is voor Christus.

Paulus spreekt in zijn brieven over “in één Geest tot in één lichaam gedoopt zijn” (1Kor.12:13) en over “in Christus gedoopt zijn” (Rom.6:3; Gal.3:27), waarbij het duidelijk moet zijn dat dit “geen werk van mensenhanden” is. Onderdompeling in Christus, d.w.z. eenmaking met Hem is geen ritueel en vindt plaats zonder één druppel water. Van al zijn brieven brengt Paulus uitsluitend in 1Korinthe de waterdoop ter sprake. Wanneer we 1Kor.15:29 buiten beschouwing laten (zie vorige blog), blijft slechts de volgende passage over:

13 Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? 14 Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; 15 zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. 16 Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. 17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken.
1Korinthe 1 

Paulus is dankbaar dat hij slechts enkelen gedoopt heeft. Hij was geen tegenstander van de waterdoop maar het behoorde niet tot zijn missie. “Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen maar om het Evangelie te verkondigen…”.  Dit is de enige leerstellige statement die Paulus in zijn brieven maakt over de waterdoop! Is dat niet veelzeggend? Als Hebreeër was de apostel opgegroeid met “een leer van dopen” (Hebr.6:2) zoals tot op vandaag in het Jodendom tal van rituele wassingen (mikwa’ot) een elementair gegeven zijn. Maar de “apostel der natien” verklaart dat voor hem slechts “één doop” telt (Ef.4:5). Niet de doop in water maar de doop “in één Geest”. De “doop in Christus”.

 

 

wat is “dopen voor de doden”?

May 10th, 2012

Deze uitdrukking is ontleend aan wat Paulus schrijft in 1Korinthe 15:29.

Wat zullen anders zij doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen doden opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen?

De wijze waarop verreweg de meeste Bijbelvertalingen deze tekst weergeven maakt de inhoud nogal raadselachtig. En dat blijkt een prima voedingsbodem te zijn voor de meest fantastische verklaringen. Denk maar aan die van de Mormonen, die op grond van deze tekst massale doopdiensten houden voor reeds overleden mensen. Zij zijn beroemd geworden om hun bezit van een fabelachtige hoeveelheid genealogieën (“eindeloze geslachtsregisters”; 1Tim.1:4) met de bedoeling het dopen voor doden te kunnen registeren. Recentelijk was dit in het nieuws, toen bekend werd dat ook enkele overleden personen van het Nederlands koningshuis postuum door hen gedoopt zijn.

Verrassend echter is, dat de moeilijkheden die dit vers steevast oplevert, geheel verdwijnen bij het verplaatsen van de leestekens. U moet weten dat interpunctie (= plaatsing van de leestekens) per defintie werk van vertalers is, omdat in de grondtekst alle letters pal naast elkaar staan, zonder komma’s en punten, zelfs zonder spaties tussen de woorden. En dat maakt 1Korinthe 15:29 in dit geval lastig.
Hieronder ziet u een interlineair van dit vers (ISA) :

De weergave van de Concordant Version is als volgt (vrij vertaald):

Wat zullen anders [zij] doen die worden gedoopt? Voor de doden, als doden geheel niet worden opgewekt. Waarom worden zij ook gedoopt voor hen?

Deze weergave is niet alleen in harmonie met de grondtekst maar blijkt bovendien perfect te passen in de context van Paulus’ betoog. In dit hoofdstuk weerlegt hij namelijk de bewering van sommigen in Korinthe die zeiden dat er geen opstanding der doden is. Paulus toont uitgebreid de absurditeit van die opvatting aan en wijst in dat verband op de praktijk van dopen. Paulus schreef weliswaar eerder in deze brief:

Christus heeft mij niet gezonden om te dopen maar om het Evangelie te verkondigen…
1Korinthe 1:17

Maar dat neemt niet weg dat wie zich laat dopen dit doet met het oog op de opstanding. Want het idee achter de waterdoop is dat men ondergaat in het water(graf) én daaruit ook weer opstaat (vergl. 1Petr.3:21). Zou er geen opstanding zijn, dan doopt men zich dus voor… de doden! Zinloos dus.

‘Dopen voor doden’ was dus geen “erkende praktijk in de vroeg-christelijke kerk”, zoals men gewoonlijk meent, maar duidt op een dooppraktijk die van haar betekenis (opstanding) is beroofd.

 

 

wereldgelijkvormigheid

May 9th, 2012

In bepaalde christelijke kringen is de term ‘wereldgelijkvormigheid’ een zeer bekende. Wat betekent het wél en wat betekent het níet? Het begrip is ontleend aan Romeinen 12 vers 2 waar Paulus schrijft (NBG):

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

deze aeon
Het woord ‘wereld’ hier is letterlijk aeon (Gr. aioon). “Deze aeon” is het wereldtijdperk dat  momenteel gaande is en dat staat tegenover “de toekomende aeon” (Ef.1:21) en “de komende aeonen” (Efeze 2:7) waarin Christus zal regeren. In 2Kor.4:4 wordt de diabolos (duivel) “de god van deze aeon” genoemd en “deze aeon” heet in Galaten 1:4 “de tegenwoordige boze aeon”. Het is de aeon waarin de leugen regeert.

gelijkvormig
Het woord ‘gelijkvormig’ is letterlijk afgeleid van schema en duidt hier op: in het schema komen van deze boze aeon. Meegenomen worden in de maalstroom van gedachten, motieven, opinies, meningen, kreten, houdingen en doelstellingen die deze aeon boos maken.

denken
Tegenover “wordt niet gelijkvormig” staat “… maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken“. Deze tegenstelling maakt duidelijk dat “gelijkvormig aan deze aeon” betekent: denken zoals men in deze aeon denkt. Dus niet: doen zoals men in deze aeon doet. De gelijkvormigheid zit ‘m niet in een bepaald uiterlijk gedrag, mode, haarstijl of andere zichtbare kenmerken. Die zijn hooguit een uiting van dat denken, maar de gelijkvormigheid is gelegen in het denken zelf.

denken en spreken
Wanneer de Schrift spreekt over het boze van deze aeon wijst ze altijd op het denken én spreken. Die twee horen bij elkaar. Het vat geeft uit wat er in zit. “Uit de overvloed van het hart, spreekt de mond” (Mat.12:34). In de eerste hoofdstukken van 1Korinthe schrijft Paulus over de wijsheid van deze aeon (die dwaasheid is voor God!) en ook over “de discussieerder van deze aeon” (zie o.a. 1Kor.1:20, 2:6; 3:18). De zogenaamde wijsheid van deze aeon is het gedachtengoed dat ons wordt voorgeschoteld in scholen en universiteiten, in religieuze instellingen, via kranten, boeken, tijdschriften, televisie, radio, internet, enzovoort. Met dat denken worden we dagelijks en bij voortduring geconfronteerd. Tenzij er sprake is van een wezenlijk andere input, ontkomen we er niet aan om daarin ook meegenomen te worden. De gelovige onderscheidt zich, doordat zijn denken georiënteerd is op de wil van GOD. Die wil houdt in dat we “hervormd”, d.w.z. getransformeerd worden.

metamorphose
Het woord voor “hervormd” is in het Grieks: metamorphose, dat is een gedaanteverwisseling zoals b.v. een rups dit ondergaat wanneer het een vlinder wordt.  Dit bijzondere woord komt behalve hier in de brieven alleen nog in 2Korinthe 3:18 voor. Daar toont Paulus ook hoe deze metamorphose in z’n werk gaat.

En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen worden getransfomeerd naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.

Wanneer we het verband bezien waarin dit vers staat, dan blijkt dat Paulus hier schrijft over het lezen van de boeken van Mozes. Voor de religieuze lezer zijn deze boeken regel op regel en wet op wet en vandaar “een bediening des doods” en “een bediening van veroordeling” (3:7,9). Maar wanneer de bedekking weggenomen wordt aldus Paulus (3:15,16), ont-dekken we CHRISTUS en Hij doet ons stralen. We worden naar hetzelfde beeld, getransformeerd van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is. Let op: HIJ doet dit en wij ondergáán dit. Wat GOD daarom wil, is dat we ons op HEM richten, zodat we als een reflector, ZIJN heerlijkheid zullen weerspiegelen.

 

 

…. en heeft onder ons getabernakeld

May 3rd, 2012

Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond (lett. getabernakeld) en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.
Johannes 1:14

In het evangelie naar Johannes wordt Jezus Christus voorgesteld als de Zoon van God. Maar voordat Hij als Zoon van God geboren werd uit Maria, bestond Hij reeds als ‘woord’, logos. Het woord waardoor alle dingen geworden zijn want God sprak en het was er. Hoe moeten we ons dit voorbestaan als woord voorstellen? Johannes vergelijkt de heerlijkheid van het vleesgeworden Woord met de tabernakel, waarin God woonde. Ook de tabernakel had een ‘voorbestaan’. God had immers op de berg aan Mozes een ontwerp of model  getoond  (Ex.25:9, 40; 26:30) en tot in detail over alles gesproken. Toen de tabernakel werd gebouwd, werd het ontwerp concreet en tastbaar. Zo is het ook met de Zoon van God. Toen Hij geboren werd, werd het Woord vlees. Alles in het Woord dat God tevoren gesproken had, getuigde van Hem. Reeds in het eerste woord dat klonk: “er zij licht!” had God Christus op het oog (2Kor.4:6). En toen Adam geschapen werd “in Gods Beeld” – was dat Beeld niemand minder dan de Christus die komen zou (2Kor.4:4; Kol.1:15). En zo gaat het verder, ook na Genesis 1. Alle geschiedenissen, personages, voorschriften, rituelen, enz. spreken van Hem. En niet te vergeten: de tabernakel zelf…

 

 

terugblik debat hemel & hel

May 2nd, 2012

Donderdag 26 april vond een debat in Utrecht plaatst over hemel & hel, georganiseerd door o.a. de Evangelische Omroep. Al eerder gaf ik daar aandacht aan waarbij ik niet onder stoelen of banken stak, geen hoge pet op te hebben van deze geplande bijeenkomst. De diverse verslagen van het debat lezende, blijk ik daar helaas niet ver naast te hebben gezeten. De sfeer van het debat was volgens de inleiders (Vreugdenhil, Kollenstaart en ter Beek) goed, maar helaas hield men elkaar zoet met theologiseren en verdichtsels. Laat ik dat illustreren aan de hand van enkele citaten uit het verslag dat het ND publiceerde.

Over één ding waren de drie sprekers het eens. De Bijbel spreekt over hel ….

Dit lijkt harmonie maar het klinkt vals voor wie slechts de Schrift wil horen. Want het woord ‘hel’ is geen “gezond woord”, d.w.z. het vindt geen basis in de Schrift. Tijdens dit debat diende het als container-begrip. Of de Bijbel nu spreekt over Gehenna (=dal van Hinnom), het meer van vuur, het dodenrijk, de buitenste duisternis, de tweede dood, het oordeel over de volken, het gericht voor de grote witte troon, enz., alles viel onder de noemer ‘hel’…

De Bijbel spreekt over hel in termen als vuur, duisternis, waar geween en tandengeknars – dat zijn metaforen, het is beeldtaal.

Zo’n conclusie is onvermijdelijk wanneer je alle genoemde begrippen gaat mixen. Gehenna, d.w.z. het dal van Hinnom is een onmiskenbaar letterlijke locatie, waar letterlijk vuur zal branden. De profeet Jesaja (66:24) spreekt daarover in realistische taal en Jezus bevestigde dit meerdere malen. Dat geldt ook voor “het meer van vuur en zwavel“. Met de woorden “de buitenste duisternis” is het anders gesteld omdat deze formulering in gelijkenissen wordt gebezigd als de plaats buiten de feestzaal, waarbij de feestzaal als beeld dient van het Koninkrijk dat zal aanbreken (Mat.8:12; 22:13). “Het geween en tandengeknars”, spreekt van de toorn (zie Ps.112:10) van hen (=Israëlieten) die ten onrechte dachten aan dat komende Koninkrijk deel te zullen krijgen, maar zullen omkomen (Hand.3:23; Ezech.20:36-38).

Gevraagd naar de ‘feiten over de hel’ wees Vreugdenhil erop dat wij slechts lezen over drie uur duisternis op aarde, het moment waarop Jezus afdaalde naar de plaats waar de kwade machten heersen en die te kijk zette. ‘Maar je leest nergens dat die plek ophoudt te bestaan – het is voor altijd…

Een aaneenschakeling van onjuistheden! De drie uren van duisternis waarin Jezus door God was overgelaten aan zijn vijanden noemt Vreugdenhil ‘de hel’ maar er is niet één Schriftplaats die dit zogenaamde ‘feit’ ondersteunt. En wat te denken van de stelling dat Jezus ‘de hel’ drie uren meemaakte, terwijl ieder ander die daar vertoeft, voor altijd zal zijn? Voor Jezus was de hel dus wél tijdelijk? Waar is hier de logica? En dan zwijg ik verder maar van het idee dat Jezus tijdens de drie uren van duisternis afdaalde naar de hel en de kwade machten te kijk zou hebben gezet. Dit te kijk zetten van de machten vond niet plaats aan het kruis, maar toen Jezus opstond uit de doden (vergl. Kol.2:15 en 1Kor.2:8 ).

God wil alle mensen redden, maar krijgt Hij wat Hij wil, vroeg Knevel? Nee, antwoordde Kollenstaart onomwonden, er zijn mensen die verloren gaan. ‘Omdat wij een vrije keuze hebben.’

Er zijn mensen die verloren gaan, stelt Kollenstaart. Dat klopt. Maar sinds wanneer is verlorenheid een verhindering voor God om te redden? Verloren-zijn is juist een voorwaarde om te worden gered! Kollenstaart stelt dat God niet krijgt wat Hij wil. Welnu, dat is dan niet de GOD van wie Job vol ontzag sprak: “Ik weet dat Gij alles vermoogt en geen uwer plannen wordt verijdelt” (42:2).  Hoe kan Kollenstaart zingen: “Wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet”? God wil wel dat elk mens wordt gered, maar als een mens dat niet wil, dan gebeurt het niet. M.a.w. God wikt, maar de mens beschikt?

Maar hoe zit het met dictators als de Cambodjaan Pol Pot, verantwoordelijk voor vreselijke misdaden? Staat het ontkennen van de hel niet op gespannen voet met Gods rechtvaardigheid, vroeg een mevrouw aan Johan ter Beek. Die had daar een oplossing voor. Hij gelooft wel in een oordeel, maar houdt vast aan de belofte dat God de wereld volledig nieuw zal maken. ‘God zal onze geheugens uitwissen en uiteindelijk ook zijn eigen geheugen, zodat er geen herinnering meer is aan het kwaad.’

Johan ter Beek was de enige spreker in het debat die volhield dat God iedereen redt. “Uiteindelijk komt het goed met iedereen”, stelde hij terecht. Maar wat een povere argumentatie! De Bijbel spreekt van het wissen van elke traan maar niet van het uitwissen van het geheugen. Jesaja 65:17 zegt: “wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen”, maar dat is wat anders dan het deleten van het geheugen. Pol Pot wacht, om bij het gegeven voorbeeld te blijven, “verdrukking en benauwdheid” (Rom.2:9), want God vergeldt. Maar God doet geen half werk. Want Pol Pot’s hart zou dan nog steeds onveranderd zijn. God vergeldt echter niet alleen, Hij verzoent ook. D.w.z. Hij verandert vijanden in liefhebbers, die uiteindelijk tot eer van God de Vader zullen zeggen: Jezus is Heer (Filp.2:10,11)! “Door het bloed van het kruis”, zegt Kolosse 1:20. Want aan dat kruis bewees God: geen vijandschap zo groot of mijn liefde overtreft altijd!

De discussies die recentelijk o.l.v. de EO hebben plaatsgevonden toonden hoe in christelijke Nederland wordt gedacht en hoe verlegen men is met het thema van ‘de hel’. Maar het gaf GoedBericht.nl een mooie gelegenheid om tegen deze achtergrond juist de Schrift te laten spreken en de gesmade boodschap van de heidenapostel in het licht te stellen:

Dit is een geloofwaardig woord en alle aanneming waard (want hiertoe arbeiden wij en worden gesmaad), dat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen. Beveel en leer dit.
1Timotheüs 4:9-11 

 

 

tegen de stroom in

April 27th, 2012

Schreef ik  in de vorige blog over de afkeer in de christenheid t.o.v. “de gezonde leer”, vandaag wil ik op de andere kant van de medaille wijzen. Zo waar als het is dat de algemene tendens een stroom neerwaarts toont, zo waar is het óók dat er altijd levende vissen zijn die tegen de stroom in zwemmen. Temidden van de religieuze massa zijn er gelukkig ook altijd die de Here aanroepen uit een zuiver hart. Die niet de overleveringen van mensen volgen, maar de waarheid, zijn Woord liefhebben. Hoe eenzaam je positie ook moge zijn in een omgeving van lege godsdienstigheid, meen niet dat je de enige bent. Elia leefde ook ooit in de veronderstelling dat hij als enige was overgebleven, totdat de Heer hem liet zien dat er nog zevenduizend anderen waren die evenmin hun knie hadden gebogen voor Baäl (Rom.11:2-4). Inderdaad, een kleine minderheid maar altijd nog zevenduizend keer meer dan Elia dacht!

Ik bedoel dit zeggen: er is geen reden te kniezen of op een eilandje je terug te trekken. Gelovigen vormen tezamen “één lichaam”. D.w.z. ze behoren bij elkaar en zijn aan elkaar gegeven tot aanmoediging, steun en correctie. Koester dat en zoek elkaar op. Buiten menselijke instituten om en …

jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede met hen, die de Here aanroepen uit een rein hart.
2Tim.2:22

 

 

eenzaam, niet gefrustreerd

April 26th, 2012

afscheidsboodschap
Paulus’ laatste brief is 2Timotheus. Zijn executie staat voor de deur (4:6) en hij steekt zijn jonge medewerker Timotheüs een hart onder de riem. Tekenend in deze brief is de onverminderde glorie van het Evangelie dat hem was toevertrouwd, tegen de achtergrond van een christenheid dat als een groot huis in verval is (2Tim.2:17-21). Vanuit het boek Handelingen weten we dat Paulus door zijn prediking een spoor van ekklesia’s achter zich had gelaten in Asia. Maar nu, aan het einde van zijn leven stelt hij vast dat “ALLEN in Asia zich van mij hebben afgekeerd” (1:15). Hoeveel pijn ligt verscholen in zo’n opmerking! Timotheüs krijgt in deze brief de verzekering dat wat in Asia was gebeurd, een preview is van wat in heel de christenheid zou plaatsvinden.

3 Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, 4 dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels (lett. mythen) keren.
2Timotheüs 4 

Let op de stellige toon: de tijd die hier beschreven wordt komt niet misschien maar met zekerheid. Let ook op het algemene karakter: de mensen zullen de gezonde leer niet meer verdragen. Allen in Asia hadden zich van Paulus afgekeerd en Timotheüs wordt er op voorbereid dat dit de situatie wordt in heel de christenheid. Dat wat ‘de belijdende kerk’ heet, zal zich en mass afkeren van de waarheid en de gezonde leer niet tolereren. Vertel de waarheid (de Schriften – 2Tim.3:16,17) aan christenen en men zal zich afkeren. Spreek van de gezonde leer en men zal het niet verdragen. In plaats van gezonde leer te accepteren heeft men zich naar eigen begeerte tal van leraren bijeengehaald. Letterlijk staat er een werkwoord dat ophopen betekent. Een onafzienbare berg van boeken, audio’s, kerkgemeenschappen, belijdenisgeschriften, theologische opleidingen, conferenties, radiozenders, tijdschriften, instituten, enz. waarin leraren vertellen wat mensen graag willen horen. Niet de waarheid maar verdichtsels. Weliswaar leer maar geen gezonde leer.

niet gefrustreerd!
Waarom schrijf ik deze blog? Met regelmaat ontvang ik reacties van mensen die middels o.a. GoedBericht.nl het Evangelie aangaande “de Redder van alle mensen” hebben leren kennen. Voor wie de Schriften opengingen en zo hun harten in brand werden gezet ( zie Luc.24:32). Maar steevast krijgt deze vreugde een domper door de weerzin die men alom treft onder christenen, in kerken en gemeenten. Juist waar je een open oor denkt te treffen, blijkt in de praktijk een onverdragelijke omgeving te wezen. Men verdraagt het niet om te horen wat “er staat geschreven”. Het is ter bemoediging van hen die daaronder lijden, dat ik op de afscheidsboodschap van de verlaten apostel wijs. Het is pijnlijk om de massieve afwijzing juist onder christenen te ervaren. Het is eenzaam om nergens kerkelijk onderdak te vinden. Toch is frustratie niet nodig. Teleurstelling is altijd gebaseerd op te hoge verwachting. De ontwikkeling in de christenheid is met precisie voorzegd. We zouden daarom niet anders kunnen verwachten! Vanuit dat perspectief een reden dus te meer, ons te verblijden in de waarheid van de Schriften en van Paulus’ woorden in het bijzonder!

 

 

de derde hemel

April 25th, 2012

N.a.v. de toespraak van zondag j.l. ontving ik een vraag over “de derde hemel” waarover Paulus spreekt in 2Korinthe 12:2.

Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden (of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het) dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel.

Hoewel de Talmoed en de Kabbala maar ook de Koran spreken van zeven hemelen, kent de Bijbel er drie. De hemel is de verzamelnaam voor alles wat zich boven ons bevindt.  Het Griekse woord voor ‘hemel’ (ouranos) is dan ook afgeleid van de woorden voor ‘zien’ en ‘opwaarts’. Direct boven het aardoppervlak is de atmosfeer waar “de vogelen des hemels” vliegen. Daarboven bevindt zich de ruimte waar “de sterren des hemels”  zijn. En dáárboven is de plaats waarheen Paulus (in of buiten het lichaam) weggevoerd is geweest: de derde hemel. In de Hebreeuwse Bijbel aangeduid als “de hemel der hemelen” (Deut.10:14; 1Kon.8:27; 2Kron.2:6; 6:18; Neh.9:6; Ps.68:33; Ps.148:4). Dit is de hemel die de zichtbare twee hemelen te boven gaat of overtreft.

Sommigen hebben gemeend dat “de derde hemel” chronologisch moet worden opgevat: het zou de nieuwe hemel zijn waarvan sprake is in Openbaring 21. Het speculatieve idee daarachter is dat de huidige hemel voorafgegaan is door een eerdere hemel die verwoest zou zijn vóór Genesis 1:2. Vervolgens brengt men dat in verband met 2Petrus 3:5-7 dat daarover zou spreken. Een geforceerd idee, mede omdat Petrus het in betreffende gedeelte, evenals in 2Petr.2:5, heeft over “de wereld van de voortijd” in de dagen van Noach. Maar doorslaggevend m.i. tegen deze visie is dat de nieuwe hemel in de toekomst helemaal niet de derde maar de tweede in de reeks zal zijn. Openbaring 21:1 zegt:

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want DE EERSTE HEMEL, en de eerste aarde was voorbijgegaan…

Het woord “eerste” hier is ‘protos’, dat is de overtreffende trap van ‘pro’, d.w.z. de voorste of eerste.

Samengevat: er is geen reden om “de derde hemel” anders op te vatten dan als “de hemel der hemelen”, dit is de hoogste hemel.