zoekt de dingen die boven zijn
10-03-2024 - Geplaatst door Andre Piet10 maart 2024, Benthuizen
Eén van de meest karakteristieke eigenschappen van de afgelopen tweeduizend jaar is het gegeven dat de opgewekte Christus gezeten is aan Gods rechterhand. Maar ook dat zij die bij Hem horen, de ekklesia, met Hem is geïdentificeerd. Verbonden met elkaar als Hoofd en lichaam. Zijn positie is onze positie. In de praktijk betekent dat ons ware leven niet hier op aarde is, maar boven, “verborgen met Christus in God”. Dat is wat wezenlijk telt en vandaar dat we deze dingen (zouden) zoeken en bedenken.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: een Opgeheven Hoofd en de Brief aan Kolosse
- Samen met Christus Verbonden en Opgewekt
- Zoekt de Dingen Die Boven Zijn in de Schriften
- De Hogepriester aan Gods Rechterhand
- Bedenkt de Dingen Die Boven Zijn: Onze Oriëntatie
- Vrijheid van Religieuze Dogma's en Regels
- Niet Actief Doden, maar Passief Doen Versterven
- Ons Ware Leven Is Verborgen en Geborgen in God
- De Heerlijke Verwachting: met Hem Verschijnen
Inleiding: een Opgeheven Hoofd en de Brief aan Kolosse ↑ hoofdstukken
In mijn inleiding zei ik al, en lichtte ik ook enigszins toe, waarom we hier samen zijn rondom een geweldig goed bericht. Een blijde tijding, en dat bepaalt je dan ook bij het feit dat we reden hebben om met een opgeheven hoofd in het leven te staan. Want ja, zo werkt dat toch? Degene die neerslachtig is, kijkt naar beneden. Het woord zegt het eigenlijk al: te neer! Degene die reden heeft om verwachting te hebben en hoopvol is, die kijkt omhoog. Daar zijn allerlei liedjes van. Ooit zong Ramses Shaffy al: "Kijk omhoog, Sammy, want er is iemand die van je houdt." In het algemeen is het zo, we weten het allemaal, een opgeheven hoofd staat model en is eigenlijk een embleem van hoop en verwachting. En van vreugde.
Nou, dat heeft eigenlijk in feite ook alles te maken met het onderwerp van morgen. Dat is direct ontleend aan Kolosse 3. Deze brief die Paulus aan de Kolossenzen schreef, is een brief die hij geschreven heeft vanuit de gevangenis. Dat blijkt ook in deze brief. Deze brief heeft hij ongeveer gelijktijdig geschreven met de brief aan de Efeziërs, of tenminste, zo noemen wij die brief. Ze zijn ook gelijktijdig verzonden, dat weten we uit beide brieven, en de thema’s die in beide brieven aan de orde komen, lopen in hoge mate parallel met elkaar. Het gaat allemaal inderdaad over Hem die daar nu boven is en met wie wij verbonden zijn. Dat verklaart dan ook meteen de titel, en dat zullen we vanzelf ook zien. Het zijn eigenlijk maar een viertal verzen die we vanmorgen onder de loep gaan nemen. Maar ik denk dat we daarmee, als we dat in ieder geval wat nauwkeurig willen doen – en dat is toch wel de gebruikelijke procedure hier, en dat wil ik vooral ook graag zo houden – nauwkeurig acht slaan op wat er staat geschreven, maar ook hoe het er staat geschreven.
Laten we dan meteen de koe bij de horens vatten. Voor de goede orde: ik lees voor uit de NBG-vertaling en soms wijk ik af, maar dat geef ik dan aan door woorden, letters of zinsdelen schuin te projecteren. We zijn dus aangeland bij Kolosse 3. Dat betekent, maar dat had u zelf ook kunnen bedenken, dat er al twee hoofdstukken aan voorafgegaan zijn waarin Paulus al heel veel naar voren heeft gebracht. Eigenlijk feiten, en dat blijkt ook in de wijze waarop hij dat formuleert. Feitelijk begint Kolosse 3 vers 1 met een conclusie. Hij zegt: "Indien jullie dan...", dus ervan uitgaande dat. Want dat is wat het betekent. "Indien" betekent niet dat het onzeker is, in de zin van "als het zo is" of "eventueel is het niets". Nee, ervan uitgaande dat. Maar dan moet je natuurlijk wel even weten waarvan we dan uitgaan. En dat moet je weten; dat is dan weer het nadeel als je bij Kolosse 3 begint, dan veronderstel je eigenlijk al dat het een en ander bekend is.
Nou, ik ga niet vertellen wat er allemaal in die twee hoofdstukken staat, maar ik kan wel zeggen dat het inderdaad gaat om Hem door wie God Zijn plan gaat realiseren, namelijk de Christus. Degene die Hij gezalfd heeft, degene die Hij ook uit de doden heeft opgewekt. Kijk het maar eens na in hoofdstuk 1, met name vanaf vers 15 tot en met vers 20. Het is één grote ode aan de voorrang – zo staat het in mijn Bijbel in de NBG-vertaling en ook boven de perikoop: de voorrang van Christus. Waarom Hij die ultieme, die hoogste plaats heeft gekregen. Hij is degene die voorzegd was in de Schriften vanaf den beginne. Toen was Hij al aangekondigd: dat Hij zou komen. Die ene mens, het zaad van de vrouw, om het eventjes in de termen van Genesis 1 of Genesis 3 te zeggen. Hij zou komen, en wie Hij zou zijn, waar Hij geboren zou worden en uit welk geslacht. Het is allemaal voorzegd. En zelfs wanneer: in de volheid van de tijd zond God Zijn Zoon. Dat wil zeggen: de termijn was verstreken en toen zou Hij komen. Vandaar ook dat in de tijd van het Nieuwe Testament de verwachting hooggespannen was, tenminste bij een aantal mensen die wakker waren. Want die wisten: ja, nu gaat het gebeuren.
Dat kenmerkt eigenlijk ook die brief of de hele setting van die eerste eeuw. En als Paulus dit dan optekent in de jaren zestig van de eerste eeuw welteverstaan, dan schreef hij deze dingen vanuit de gevangenis. Als je dat dan even in de tijdlijn wilt plaatsen, dan moet je ergens aan het einde van Handelingen zijn, toen hij in gevangenschap in Rome was. Toen heeft hij in die twee jaren deze brieven geschreven. Hoe dan ook, hij schrijft dan over Hem die inmiddels niet alleen gestorven is, zoals voorzegd, en gekruisigd is en begraven is, maar meer dan dat: door God is opgewekt. Dat was trouwens het thema van de vorige keer, twee weken geleden; dat God Hem daarmee ook tot Heer en tot Christus heeft gemaakt door Hem op te wekken uit de doden en Hem de plaats te geven die Hem toekomt. Nou, ervan uitgaande dat dat zo is – maar niet alleen als historisch feit, maar ook, en dat moeten we ons ook realiseren...
Samen met Christus Verbonden en Opgewekt ↑ hoofdstukken
Wij zijn, en als ik zeg wij, dan bedoel ik wij die vandaag mogen geloven in Hem. Die geroepen zijn, van wie God de ogen, de oren en de harten geopend heeft. Die behoren bij die Ecclesia, de gemeente die vandaag door God verzameld wordt. Die zijn verbonden met Hem. Dat wil zeggen — en dat is wat in het tweede zinsdeel staat: "Indien jullie dan samen met Christus opgewekt zijn."
Dat moet even toegelicht worden, want dat lijkt wat vreemd als je dat zo zegt. Ik bedoel, het is duidelijk als je spreekt over een historisch feit van Christus. In feite is dat ook het evangelie, het ABC: Hij stierf, Hij werd begraven naar de Schriften en Hij werd opgewekt uit de doden op de derde dag, ook in overeenstemming met de Schriften. Dat is het evangelie, jawel. Maar dan hebben we het over één iemand aan wie God dat gedaan heeft. Hij, Christus, is opgewekt. Maar wat Paulus nu vertelt, is dat wij die nu tot die Ecclesia behoren, die uitgeroepen worden, met Hem verbonden zijn. "Samen met Hem" is een heel belangrijk item, een thema dat in al zijn brieven sterk benadrukt wordt. Ga het maar eens na: samen met Hem gestorven. Ik geef iedere keer maar één tekstverwijzing erbij, maar ik ben bepaald niet compleet, want ik had dit ook kunnen aanhalen uit Galaten 2 of uit Romeinen 6 of de Efeziërsbrief. Daarom zeg ik ook: in al zijn brieven is dit een heel belangrijk punt. We zijn met Hem verbonden. Dat wil zeggen dat wat met Hem gebeurd is, God zo ook met ons rekent. Dat is onze positie, dat is onze bestemming. Waar het om gaat in het leven, is dat je gaat leren zien en rekenen zoals God rekent.
Paulus brengt dat zo naar voren, maar ik zal eerst even laten zien hoe consequent dat is in een zevental punten. We zijn met Hem gestorven, we zijn met Hem begraven, we zijn met Hem opgewekt. Nou ja, dat staat hier dus, maar dat staat op vele andere plaatsen. Het gaat zelfs nog verder, en dat is wat hij met name in de gevangenisbrieven naar voren brengt: we zijn met Hem ook in de hemel gezeten. Dus dat wat Christus onderging — Hij stierf, wij stierven met Hem; Hij werd gekruisigd, wij met Hem; Hij is begraven, wij zijn met Hem begraven in de doop, dat wil zeggen: ondergedompeld in Hem. En Hij voer op ten hemel, God heeft Hem aan Zijn rechterhand geplaatst, en dan lezen we in Efeziërs 2: "Ja, wij zijn samen met Hem gezeten te midden van de hemelsen." Terwijl Hij daar is, zijn wij daar met Hem verbonden. Dat bepaalt onze bestemming, dat is waar, maar het bepaalt ook de wijze waarop God ons nu al rekent.
Ook dat wij met Christus verborgen zijn — ik kom daar straks op terug bij wat in vers 3 naar voren gebracht wordt — want terwijl Christus daar nu is, is Hij er weliswaar, maar Hij is verborgen. Dat zien we niet. En het gaat nog verder, en dat bepaalt ons bij de toekomst: dat als Hij straks geopenbaard zal worden — wat trouwens ook veronderstelt dat Hij nu verborgen is — dan zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Wat deze zeven punten in ieder geval duidelijk maken, is dat alles wat met Hem plaatsgevonden heeft, alles wat er met Hem is gebeurd, wij daarin met Hem verbonden zijn, samen met Hem.
Dat is dus zoals Paulus ook in de voorgaande hoofdstukken al had betoogd, en dan zegt hij: "Indien jullie dan..." — aangezien dat zo is, ik ga er nu even gemakshalve van uit dat we dat verstaan — "indien jullie dan samen met Christus opgewekt zijn." Ik vind dat trouwens ook wel mooi dubbelzinnig klinken. Want wij gebruiken die term ook, "opgewekt zijn", en daarmee bedoelen we ook waar ik het al eerder over had: dat je blij bent. Je bent opgewekt omdat opgewekt alles te maken heeft met opstanding, met opgericht zijn, maar ook met nieuw leven. Als er één categorie mensen is die reden heeft om opgewekt te zijn, dan zijn wij het. Paulus zegt: "Indien jullie dan samen met Christus opgewekt zijn." Ga maar eens na. Hij is — dat is wat de Bijbel leert — de Eerste die opgewekt werd uit de doden. Dan moet ik even de zin afmaken, want als ik nu een punt zou zetten, zou het niet kloppen. Want er zijn eerder meer mensen voorafgaand daaraan opgestaan uit de doden. Ja, maar Hij is de Eerste die opgewekt werd uit de doden om nooit meer te sterven. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht. En dan zegt Paulus in 1 Korinthiërs 15: Hij is de eersteling. En weet u wat dat betekent? Er komen er nog meer.
Dat gaat heel ver, want hij zegt: zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden opgewekt. Maar, zegt hij, eenieder in zijn eigen rangorde. Dan zegt hij: "Christus de eersteling, en dan die van Christus zijn in Zijn parousie, en uiteindelijk allen." En dan wordt de dood tenietgedaan en is er geen dood meer. Als er één boodschap is die bruist van leven... Ik bedoel, het is nu voorjaar, of nou ja, meteorologisch is het voorjaar aangevangen. Ik vind het nog bar koud, maar goed, dat is gevoel. Wij rekenen — ik hoop dat u het verschil begrijpt — wij rekenen nu al met het feit dat het voorjaar is. Als je door Leiden heen rijdt, dan zie je daar in die berm al die krokussen en alles; het komt er weer uit. De natuur getuigt er al van. Als dan het hele seizoen van de dood daar is geweest, de herfst, dan sterft alles af. Dan heb je een heel seizoen, maandenlang, waarin alles doods is. En dan in het voorjaar: alles in zijn eigen rangorde, want ja, dat is niet allemaal tegelijk.
Geestelijk is dat ook zo. Het leven gaat overwinnen en er is nu een categorie die daar nu al de vruchten van plukt. Als je daartoe behoort, tot dat selecte gezelschap, die Ecclesia, nou, dan ben je te feliciteren hoor. Ja, iedereen is te feliciteren, want iedereen gaat uiteindelijk de vruchten plukken van dat Leven met allemaal hoofdletters. Maar ja, als je bij die groep van eerstelingen mag behoren, dan is dat het grootste voorrecht dat je ten deel kan vallen. Want wat wij hier leven noemen, dat is — als je het afzet tegen wat echt het echte leven is — eigenlijk geen leven. De Bijbel zegt ook in 1 Korinthiërs 15 dat sterven... Over twee weken is het trouwens Pasen. Dan zullen we daar zeker nog wel wat meer op inzoomen. Maar je wordt er altijd blij van. Dit is ook niet verbonden aan een speciale dag; dat maakt niet uit. Het is namelijk altijd de waarheid en dit feest vieren wij altijd. Ik haalde het gisteren nog aan: "Voor de blijmoedige", staat er ergens in Spreuken — makkelijk te onthouden, 15 vers 15 — "voor de blijmoedige is het elke dag feest." En als er één categorie is die reden heeft om opgewekt en blijmoedig te zijn, dan zijn wij het wel. Of je dat nu voelt, of de omstandigheden daar aanleiding toe geven, dat is een ander verhaal. Maar daarom is het zo belangrijk om bij de les te blijven en te weten: zo rekent God. Dat is wat je bent, dat is je positie. Dat gaat God allemaal realiseren in en via Hem. Indien jullie dan samen met Christus opgewekt zijn...
Zoekt de Dingen Die Boven Zijn in de Schriften ↑ hoofdstukken
Zoekt de dingen die boven zijn. Ja, dat was dus de reden van de titel, want dit zinsdeel is daaraan gekoppeld: zoekt de dingen die boven zijn. Daarin ligt de gedachte al besloten dat die dingen die boven zijn, verborgen zijn. Want anders zou je ze niet hoeven zoeken; ze liggen dus niet op straat. Het zijn verborgen dingen – we zullen het straks ook nog wat uitdrukkelijker zien – en als je afgaat op je zintuigen, louter op dat wat je hier ziet, dan zou je het niet ontwaren.
Met terugwerkende kracht is het wel zo; ik wees zojuist eventjes op het fenomeen van het voorjaar en heel de natuur. Mijn broer Dirk spreekt er heel vaak over als hij hier een inleiding houdt: heel de natuur en heel de schepping getuigt van de glorie van de Schepper. Dat is waar. Maar je moet niet naar de wereld kijken of naar de omstandigheden kijken als je wilt weten wie je bent, of afgaan op je gevoel; dat is altijd misleidend. Nee, je moet ernaar zoeken, want het is verborgen. En dan moet je ook nog eens op de goede plaats zoeken. Je kunt natuurlijk zoeken tot je een ons weegt, maar als je op de verkeerde plaats aan het zoeken bent, zul je het nooit vinden. Als je Moskou in Amerika zoekt, dan zul je nooit in Moskou aankomen. En dat geldt hier ook: zoek de dingen die boven zijn.
Nou zou je de vraag kunnen stellen: hoe doe je dat dan? Hoe zoek je die dingen die boven zijn? Ik heb het hier maar meteen retorisch bijgezet: waar anders dan in de Schriften? Ik weet dat sommige mensen daar een wat mystiek idee – of hoe moet ik het anders zeggen – op zijn minst een vreemd idee van hebben over hoe je die dingen die boven zijn zoekt. Die denken dan dat je moet gaan mediteren of die zoeken dan in zichzelf. Ze 'zoeken' dan wel de dingen die boven zijn, maar in feite zoeken ze helemaal niet de dingen die boven zijn; ze zoeken gewoon de dingen in zichzelf. Want 'het antwoord ligt in jezelf'... Kent u dat uit vele moderne filosofieën? Nou, niet alleen modern hoor; eigenlijk is het altijd wat de mens zelf bedenkt: het antwoord moet je in jezelf zoeken. Nou, dat is dus niet wat Paulus zegt.
Het is ook niet een kwestie van fantaseren. Dat is een andere gedachte: dat je de dingen die boven zijn zou zoeken door te proberen je voor te stellen hoe het daarboven is. Dat is een hopeloze opgave. Je kunt het wel proberen hoor, maar hoe staat het in de Korinthebrief? Paulus zegt: "Geen oog heeft het gezien en geen oor heeft het gehoord en in geen mensenhart is het opgekomen." Dus je weet op voorhand al: als jij iets fantaseert, dan komt het in ieder geval niet overeen met de dingen die daarboven zijn. Je hebt ze nooit gezien. En laten we welwezen: als we met elkaar spreken over Christus die daarboven is en over de toekomst, dan probeer je daar een voorstelling van te maken. Maar dat is toch... laat ik het even gewoon rechttoe rechtaan zeggen: verrekt lastig hoor. Nou, 'lastig' is eigenlijk nog een understatement. Het lukt niet. Het kan ook niet.
Ik ben er eigenlijk altijd maar weer blij om ook. Voelt u zich vooral vrij om erover te fantaseren, maar weet wel: het is fantasie. Dat is ook niet wat dat zoeken van de dingen die boven zijn inhoudt. Dat zoeken... kijk, God heeft gesproken over de dingen die daarboven zijn, over wat Hij van zins is en wat daar eigenlijk verborgen ligt. Het is eigenlijk al in de knop vervat en zal straks ook geopenbaard worden. Wij hebben daarvoor een hele bibliotheek. U denkt misschien dat dit één boek is, maar het is een complete bibliotheek, zeventig boeken welgeteld. Daarin ligt vervat wat God allemaal te melden heeft. In die Schriften vind je zoveel; het is een goudmijn. Het is graven, en we noemen dat ook 'onderzoeken'. Onderzoeken, dat is een mooie van het woord: dat betekent dat je onder de oppervlakte zoekt. Je zoekt eronder. Want als je alleen maar op de oppervlakte afgaat – en dat geldt trouwens ook voor heel veel Bijbelse dingen: de verhalen, de rituelen, gewoon plat en oppervlakkig – dan is dat niet zoeken. Onderzoeken wil zeggen dat je onder de oppervlakte kijkt naar wat er allemaal in de Schrift verborgen ligt.
Eerst lees ik nog even verder, want de zin loopt door: "Indien jullie dan samen met Christus opgewekt zijn, zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is gezeten aan de rechterhand Gods." Het echte motief waarom we de dingen zoeken die boven zijn, is omdat we met Hem opgewekt zijn. En aangezien Hij, de Opgewekte, daar is – namelijk aan de rechterhand Gods, of ter rechterzijde Gods – zoeken we, omdat we verbonden zijn met Hem, de dingen die boven zijn. Want daar is Hij, waar Christus is gezeten aan de rechterhand Gods.
Ook dit is trouwens weer zo’n belangrijk thema. Dit was ook al voorzegd; ik haal hier Psalm 110 aan. Daar wordt het heel expliciet gezegd. Tegen de Messias wordt al profetisch gezegd: "Zet U aan mijn rechterhand." En dan staat erbij: "totdat Ik uw vijanden zal stellen tot een voetbank voor uw voeten." Er komt een moment dat Hij zal verschijnen en de vijanden zal onderwerpen. Dat is nu nog niet zo, maar Hij bezit al de positie, de hoogste positie: rechts. Rechts is bij ons ook de positie van vooraan (tenzij je in Engeland bent). Iemands rechterhand zijn, dat is de Bijbelse gedachte. Hij heeft de hoogste positie gekregen aan de rechterhand Gods. Ik verwijs hier ook naar de Hebreeënbrief, want dat is de brief bij uitstek waarin dit van begin tot eind het grote thema is.
De Hogepriester aan Gods Rechterhand ↑ hoofdstukken
Ik kan het ook laten zien, want dan gaan we eventjes naar Hebreeën 8. Daar lees je wat Paulus schrijft – ik ga er tenminste gemakshalve vanuit dat hij de schrijver is, maar goed, zijn naam wordt niet vermeld, dus laat maar zitten. Er staat: "De hoofdzaak nu van de dingen die gezegd worden is..." Hij is inmiddels halverwege zijn brief en nu gaat hij samenvatten. Dat is wel nodig ook, want hij heeft al heel veel over hoop gehaald, als ik het zo mag zeggen. Hij zegt: "Ik wil het wel samenvatten, want de hoofdzaak van de dingen die gezegd worden..."
In het voorgaande had hij gesproken over Mozes, over Jozua, de tabernakel en over Melchizedek; van alles kwam daar al voorbij, alles vanuit de Schriften. Wat hij doet, is laten zien dat alles wat daarin opgetekend staat – hij kijkt werkelijk onder de oppervlakte – spreekt van Hem die zou komen en die nu aan de rechterhand Gods is. In het voorgaande hoofdstuk, hoofdstuk 7, had hij geschreven over Melchizedek. Dat is een aardig voorbeeld. Over wie die Melchizedek was, vind je maar een paar verzen in de Bijbel: Koning van Salem, hij kwam Abraham tegemoet, gaf hem brood en wijn en hij was priester van de Allerhoogste. Maar er wordt later in de Psalmen gezegd, in Psalm 110, dat die Messias die zou komen, Priester-Koning zou zijn naar de ordening van Melchizedek. Hij zou niet alleen priester zijn, maar ook koning. Dat is heel bijzonder, want onder het oude verbond kende men dat fenomeen niet.
Waar het me nu even om gaat – want ik zou in de verleiding kunnen komen om nu deze afslag te nemen, maar dat doe ik niet – is dat er in de Schriften zoveel verborgen ligt. Al die verhalen, al die personages, al die wonderlijke fenomenen. We komen hier al jaren samen en we stippen voortdurend allerlei dingen aan. Elke keer verbaas je je over de geweldige diepgang en over dat wat er verborgen ligt, waar je oppervlakkig niet op het spoor zou komen. Je leest over een Melchizedek, een historisch figuur van ergens 4000 jaar geleden; daar en daar vond dat dan plaats. Leuk om te weten, een mooi zondagsschoolverhaal eventueel, maar dat is oppervlakkig lezen. De echte betekenis is dat de gehele Schrift getuigt van Hem die komen zou. Als je gaat zien dat een Melchizedek, een Jozua of een Mozes – you name it – alles van Hem getuigt, dan maakt dat schriftstudie tot een heerlijke goudmijn. Je vindt er zoveel in, tenminste als je onderzoekt. Dan vind je een geweldige rijkdom.
Dat zegt de schrijver van de Hebreeënbrief hier dan ook: "De hoofdzaak van de dingen die nu gezegd worden is dat wij zulk een Hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon van de majesteit in de hemelen." Met andere woorden: daarboven heeft Hij de allerhoogste positie en Hem is de heerschappij gegeven. Hij oefent die heerschappij nog niet uit, maar Hij ís die Koning al. En dan staat er ook nog bij: "Hij verricht de dienst in het heiligdom, in de ware tabernakel." In Hebreeën 9 gaat de schrijver vervolgens in op al die attributen die in de tabernakel waren: de tafel van de toonbroden, de kandelaar, de ark van het verbond, de staf van Aäron. Al die dingen die zich daarin bevonden, waarvan de schrijver laat zien: dat spreekt van Hem die zou komen. En dat klopt ook echt in alles. Dat vind ik zo geweldig van de Schrift. Je mag het verwachten van een God die alles in de perfectie en tot in de details bedacht en gecreëerd heeft. Het is goddelijk van karakter; geen mens verzint zoiets.
Er gaat een sprake uit van al die dingen. Daarom zoeken we ook. Waarom? Omdat het veelbelovend is. Als je op de goede plaats zoekt en onderzoekt, dan vind je zoveel. Daar word je zo rijk van dat je ook wat uit te delen hebt aan wie het maar horen wil. Het aparte is natuurlijk dat een heleboel mensen denken: "Waar zijn die lui mee bezig die zondagmorgens bij elkaar komen?" Soms is het heel erg lastig om dat aan andere mensen te vertellen, want je praat over iets wat verborgen is. Het is nogal evident dat er een Schepper is en dat de hele schepping daarvan spreekt, maar we hebben het over Iemand die aan de rechterzijde van God is, die opgewekt is uit de doden. Mensen zeggen dan: "Sorry hoor, zie jij iets?" Het laatste wat de wereld gezien heeft van Degene over wie we het nu hebben, is een graf. Een geopend graf, een leeg graf. De steen was weggewenteld en zelfs de vijanden hebben dat nooit ontkend. Het graf was leeg, dus dat roept wel vragen op.
Wij kennen het vervolg. Wij weten waarom het graf leeg was: dat Hij is opgewekt uit de doden, dat Hij nu daar is en dat Hij straks gaat terugkeren. Maar de wereld weet er niets van. Wij stamelen maar een beetje als we dat moeten uitleggen; we moeten altijd zeggen dat het verborgen is. Daar hebben wij geen probleem mee, hoewel het ook voor ons soms wel moeilijk is om daar tegenaan te lopen. Het is allemaal nog verborgen; je ziet het niet, je voelt het niet. Maar er staat geschreven en dit zijn de feiten. Ik ga verder met Kolosse 3.
Bedenkt de Dingen Die Boven Zijn: Onze Oriëntatie ↑ hoofdstukken
Eerst was het nog: 'Zoekt de dingen die boven zijn', en hier in vers 2 is het: 'Bedenkt de dingen die boven zijn'. Dat ze boven zijn, u ziet het hier in de interlineair – dat is zo’n woord-voor-woordweergave – 'zoek de dingen die daar omhoog zijn'. Dat is eigenlijk het voorzetsel wat gebruikt wordt. Die daar omhoog zijn, dus boven zijn; het wijst omhoog. Dat suggereert natuurlijk dat degenen die aangesproken worden, beneden zijn. Dat is toch logisch, dat zij op aarde zijn? Dat staat echter nog te bezien, want het hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Want we zijn eigenlijk ook daarboven. Ik kom daar zo op terug, maar dit wordt gezegd vanuit de positie: wij zijn hier beneden.
Voor de goede orde: je zou natuurlijk uit deze verzen de gedachte kunnen afleiden dat we ons terugtrekken in een klooster en met deze aarde niks meer te maken hebben. Maar dat is niet de gedachte. Het is niet de bedoeling dat we de aardse verhoudingen gaan negeren. In ditzelfde hoofdstuk, Kolosse 3, gaat Paulus juist in op de situatie dat we bijvoorbeeld in het huwelijk staan als man en vrouw, maar ook als ouders en kinderen of in werkverhoudingen. Daar gaat hij op in, gewoon op aarde. Wat hij zegt is: voor zover we dan hier op aarde zijn – hoort u hoe ik het zeg, wat omzichtiger: voor zover we hier op aarde zijn – dan bedenken we de dingen die boven zijn.
Bedenkt, dat wil zeggen: je bent gezind naar, of ook georiënteerd op. Dat woord 'georiënteerd' is trouwens een mooie, want daar zit het woordje 'oriënt' in, en oriënt betekent oosten. Als je je dus oriënteert, dan zoek je eigenlijk letterlijk: waar komt de zon op? Waar komt het licht op? Ik heb hier expres een zonnebloem bij gezet, want een zonnebloem gaat in de knopvorm met het licht mee gedurende de dag. Ik ben niet echt een kenner, maar ik heb begrepen dat zolang hij nog in de knop zit, hij met het licht meedraait. Als hij eenmaal uitgekomen is – ik had dit eigenlijk even beter moeten onderzoeken – maar als hij in deze vorm is, als hij uitgekomen is, dan is een zonnebloem altijd gericht op het oosten. Mooi hè?
Hoewel het een beeld is, vind ik het een prachtig beeld: de zonnebloem, zonnig en gericht op boven. Trouwens, alles in de natuur, zeker bij de planten, groeit naar boven, naar het licht toe. Dat is georiënteerd zijn. In feite is het idee dus niet dat wij een beetje gaan zweven. Het gaat er niet om dat je niet meer met je voeten op de aarde bent. Het gaat erom dat je met je hoofd, in je denken, georiënteerd bent op dat wat daarboven is. Want dat is waar het om gaat. Terwijl je je gewoon hier in de aardse omstandigheden bevindt en daar je verhoudingen en je verantwoordelijkheden hebt – allemaal tot je dienst – zijn die verhoudingen er nu eenmaal. Ze zijn soms moeilijk en soms makkelijk, maar ze zijn je gegeven. Het gaat erom dat je, ongeacht die omstandigheden, georiënteerd bent, gericht bent op en gezind bent naar de dingen die boven zijn. Want dat is wat echt telt.
Ik vind eigenlijk ook dat hele idee van een kompas heel passend. De omstandigheden veranderen voortdurend, maar een kompas wijst altijd naar hetzelfde, ook naar boven. Zo is het de bedoeling je altijd te oriënteren. Maar wacht eventjes, want als je natuurlijk om je heen kijkt, dan raak je zomaar de oriëntatie kwijt. De wereld draait door, zeggen we dan, en als jij maar meedraait in die mallemolen, dan weet je op een gegeven moment niet meer waar je eigenlijk zit. Dan is het zo belangrijk om georiënteerd te blijven. Als je je op de zee bevindt en het is onstuimig met hoge, oplopende golven en storm, dan gaat het erom dat je georiënteerd bent. Of zo u wilt: dat je je richt op het kompas, zodat je weet waar je naartoe moet en wat werkelijk de richting is.
'Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.' Wat bedoelt Paulus daar dan mee? Nou, dat zijn – en dat klinkt misschien wat vreemd in dit verband – de dogma's. Als je het terugleest, dan heeft hij het juist over de religieuze instellingen. Dat woord gebruikt hij zelfs voor dat wat hier op aarde is: allerlei denkrichtingen, religieuze en filosofische instellingen van mensen die hun besluiten maken. Laat ik, om een punt te maken, even naar de Schrift zelf gaan. We waren in Kolosse 3, maar ik blader nu eventjes terug – ik hoef niet eens terug te bladeren, het staat op dezelfde bladzijde in mijn Bijbeltje. Er staat in Kolosse 2 vers 20, een paar verzen eerder: 'Indien jullie met Christus sterven...' Ziet u? Weer hetzelfde. In hoofdstuk 3 vers 1 was het: 'Indien jullie met Christus opgewekt zijn', maar dat veronderstelt dat wij dus ook met Hem gestorven zijn.
'Indien jullie met Christus sterven aan de elementen van de wereld' – het ABC waar deze wereld door geregeerd wordt – 'waartoe laten jullie je dan, alsof jullie in de wereld leefden...' Kijk, die bedoel ik! Leven we dan niet in de wereld? Nou, dat staat dus nog te zien. Daarom zei ik al: voor zover we hier op aarde zijn. Laten we wel wezen: feitelijk valt er weinig op af te dingen, toch? Er zijn weinig mensen die hier zullen zitten en zeggen: 'Wij zijn hier inderdaad in Benthuizen, hier op aarde.' Dat hoef je niet aan te tonen. Wat je wel aan moet tonen, is dat je daar bent. Dat is een kwestie van bedenken, zoeken en ook geloven dat je daar bent. Maar laat ik de zin van Paulus even afmaken.
Vrijheid van Religieuze Dogma's en Regels ↑ hoofdstukken
Waartoe laten jullie dan, alsof jullie in de wereld leven, alsof we gewoon deel uitmaken van het systeem van deze wereld? Het hele denken, dat is religieus en filosofisch. Het betreft alles wat er op je afkomt in de wereld en wat je wijsgemaakt wordt over hoe de dingen zouden zijn. En dan zegt hij: waartoe laten jullie, alsof jullie in de wereld leefden, geboden opleggen van "raak niet"? Dan moet je daar niet aankomen, dat mag je niet tot je nemen en daar moet je vooral verre van blijven. Ja, dat is toch eigenlijk ook een beetje het ABC. Dat zijn de eerste elementen in religie, maar trouwens ook in de hele filosofie van de wereld. Dat moet je niet doen, dat mag je vooral niet aanraken en daar mag je je niet mee inlaten.
Paulus zegt dat hij daar niets van moet hebben. Hij zegt dat dit in de wereld van belang mag zijn, maar wij zijn daar vrij van. Waartoe laten jullie je geboden opleggen? Ik wil hier nog iets duidelijk maken. Er staat hier letterlijk een woord in het Grieks dat "dogmatiseren" betekent. Waarom laten jullie je dogmatiseren? Dat betekent letterlijk een dogma. Wij kennen die term natuurlijk wel uit de kerkelijke wereld, de dogma's. Maar een dogma is letterlijk een officieel besluit door een bepaalde instelling. Dat kan ook de keizer zijn; keizer Augustus vaardigde ook een dogma uit, namelijk dat de wereld moest worden ingeschreven. Dat heet ook een dogma.
Maar een dogma is eigenlijk een officieel besluit. In feite heb je in de kerkelijke wereld van die kerkelijke vergaderingen en instellingen die een bepaald gezag claimen. Of dat nu pauselijk is, of in de protestantse kerk waar je synodes en classes hebt. Dan heb je dus een genootschap met een bepaalde hiërarchie en een instelling die zegt: "Wij besluiten dat het zus of zo is, dat mogen jullie niet doen en zo is het." Zij leggen dat als een besluit op en dat is een dogma. Op het moment dat een instelling besluit: "Zo is dat; wij hebben besloten dat God een drie-eenheid is." Dat was trouwens het eerste dogma dat in de kerk werd uitgevonden. Dat is een besluit en dat heeft men zo afgesproken, en dan is het een dogma.
Veelal komt het er ook op neer dat je bepaalde dingen niet mag doen. Dan is het bijvoorbeeld zondag en dan mag je niet op de fiets. Ik zou nu vele voorbeelden kunnen geven, want het hangt er ook weer een beetje vanaf in welke hoek van de christelijke godsdienst je je bevindt. In de ene sector is het heel erg belangrijk dat je vooral dat wel doet en dat niet, bijvoorbeeld op een bepaalde dag of dat je erg ergens niet mag komen. Allemaal "raak niet, smaak niet, roer niet aan". Paulus gaat hier verder niet op in, maar het typeert de hele manier van denken: dat je je onder een wet stelt en dat er allerlei instanties zijn die het gezag claimen om dat voor jou te bepalen. De gedachte is dat jij onderworpen bent aan wat zij zeggen.
Maar Paulus zegt: "Vergeet het niet, wij zijn verbonden met Hem." Dat is ons leven, verbonden met Hem die de allerhoogste plaats heeft in het ganse universum. Hij zegt in Kolossenzen 2 ook dat de ganse volheid van de godheid woont in Hem en jullie hebben de volheid verkregen in Hem. Dat wil zeggen: in Hem zijn jullie compleet. Laat je niet wijsmaken dat je niet compleet bent, of dat je dit of dat zou moeten doen om een "betere gelovige" te wezen, of dat je ergens niet heen mag gaan of lid moet worden van die club. Dat zijn allemaal dingen die in de wereld in tel zijn. Paulus zegt: "Dan leven jullie alsof jullie deel uitmaken van deze wereld." Hij zegt dat dit niet zo is. Wij zitten daarboven.
Het is nog rustig ook, nietwaar? Kijk, dat is vrijheid. De wereld mag dat allemaal wel zo belangrijk vinden. Je ziet het trouwens ook in de hele politieke filosofie; dan krijg je te horen dat je maar een bepaald aantal kilometers mag afleggen of dat je ergens niet in mag zitten. We zullen het maar niet hebben over de SDG's of over alle klimaatmaatregelen. In feite is dat ook zo wettisch als het maar kan: wat je wel mag en wat je vooral niet mag. "Smaak niet, raak niet, roer niet aan." Het is allemaal negatief, maar dat is dogmatiseren. Laat je niet dogmatiseren, maar beleef de vrijheid. Je bent in Hem en je bent in Hem compleet. Laat je niets wijsmaken, leef ook in de ruimte daarvan en word geen slaaf van al dat soort denkrichtingen.
Niet Actief Doden, maar Passief Doen Versterven ↑ hoofdstukken
Ik wil op nog één ding wijzen, want we hebben het over vers 2: "Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn." Als je nog een paar verzen doorleest, geeft Paulus daar ook een voorbeeld van al het andere dat in deze wereld dominant is of domineert. Ik sla even twee verzen over en dan komen we in vers 5. Daar zegt Paulus iets wat ik graag wil rechtzetten. Waarom? Omdat de vertalingen ons echt op een verkeerd spoor zetten. Dat wil ik graag toelichten.
Als u in de vertaling kijkt, dan staat er: "Doodt dan de leden die op de aarde zijn", gevolgd door een dubbele punt: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte, hebzucht... De zin gaat nog verder, maar het gaat mij vooral om die uitdrukking: "Doodt dan". Waarom is dat zo opmerkelijk? Kijk, in vers 2 zegt Paulus: "Bedenkt de dingen die boven zijn." Focus je daarop, richt je daarop, bedenk dat – en dus niet de dingen die op de aarde zijn. Maar in vers 5 zegt hij dan plotseling: "Doodt dan de leden die op de aarde zijn."
Doden is een metafoor, dat begrijp ik ook wel, maar als je dat concreet neemt, is het een activiteit. Daarmee ga je bezig met de dingen die hier genoemd worden. En dat is ook precies wat in een religieuze setting standaard de boodschap is: je mag dat niet, je moet strijden tegen de zonde. Maar wat ik u wil laten zien, is dat dit niet is wat er staat. Er staat hier niet "doden" in de zin van actief iemand het leven benemen, want dat is wat het letterlijk betekent: iemand doodslaan of vermoorden. Daar wordt een heel ander woord voor gebruikt. Er wordt hier een woord gebruikt dat elders, bijvoorbeeld in Romeinen 4, ook vertaald wordt met "versterven". En er is een wezenlijk verschil.
Versterven betekent letterlijk iets dood laten gaan. Dat is passief. Het is iets laten doodgaan door het geen voedsel of water meer toe te dienen, zodat het versterft. Doden is actief: je ontneemt iets of iemand het leven. In het andere geval is het een kwestie van iets wat versterft doordat het geen aandacht en geen voeding meer krijgt. Je leest over Abraham en Sara dat zij naar het lichaam verstorven waren. Dat wil zeggen dat het in biologisch opzicht allemaal niet meer werkte. Een mens versterft ook; naarmate we ouder worden, versterven er dingen. Wij zeggen dan: het kaarsje gaat langzaam uit. Dat is wat versterven is. Het is iets heel anders dan doden. Een kaars kun je uitblazen; dat is actief. Maar een kaars kan ook doven doordat de was op is; dan dooft hij vanzelf. Dat is passief. Er staat hier niet: "Doodt dan de leden die op de aarde zijn", maar: "Doet versterven de leden die op de aarde zijn."
Dat is een wereld van verschil. Weet u wat het betekent? Als je gaat strijden tegen al dat negatieve dat hier genoemd wordt – hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte, hebzucht – dan ben je er nog steeds actief mee bezig. Juist daarom zegt Paulus: bedenk wat boven is en richt je daarop. Met dat andere rekenen we niet meer. Dat zegt hij trouwens ook in Romeinen 6: negeren, doen alsof het niet bestaat. Dat is eigenlijk wat negeren is. Negeren betekent niet dat je ontkent dat het er is, maar je rekent er niet mee. Het mag allemaal waar zijn wat ze over het verleden zeggen, maar wij rekenen er niet mee. En waarom rekenen we er niet mee? Omdat ik met iets anders reken: Hij leeft, ik ben verbonden met Hem en ik ben volmaakt. Punt, basta. Wat men ook zegt of wat je ook voelt: dat is de werkelijkheid.
En weet u wat er dan gebeurt? Dan gaat al het andere versterven. Van de week hoorde ik nog dat prachtige Engelse lied, "Turn your eyes upon Jesus". De tekst zegt: "And the things of earth will grow strangely dim." Het gaat erom dat op het moment dat je gericht bent op Hem, op de dingen die boven zijn, dat andere met recht negatief wordt. Negatief komt ook van negeren: het telt niet meer. Dan gaan de dingen op aarde verflauwen en dimmen. Net zoals wanneer de zon opkomt: dan gaan de lichtjes van de sterren dimmen. Die sterren staan er overdag ook, maar je ziet ze niet omdat ze overstraald worden. Dat is waar Paulus het over heeft. Bedenk wat boven is en dat andere verdwijnt dan vanzelf uit het zicht. Het lijkt me een heel belangrijk punt. Streep het dus gewoon door in uw vertaling: niet "doodt", maar "doet versterven".
Ons Ware Leven Is Verborgen en Geborgen in God ↑ hoofdstukken
Want, zegt Paulus in vers 3: jullie zijn gestorven en jullie leven is verborgen samen met Christus in God. Nou, dat woord 'verborgen', dat komen we nog wel eens een keertje tegen. Iets wat verborgen is, dat is onzichtbaar; dat wordt niet gezien. Je leest in Matthäus 13 het voorbeeld dat ik hier geef, die verwijzing naar die man die een schat vond die in de akker verborgen was. Dat lag onder de oppervlakte; het was er wel, maar je zag het niet. En je leest in Hebreeën 11 over Mozes, die verborgen werd gedurende drie maanden door zijn moeder Jogebed. Die kleine jongen was er wel, maar hij werd verborgen; niemand mocht hem zien, dat was de bedoeling.
Nou, dat is verborgen. Paulus zegt: jullie zijn gestorven. Hoezo? Nou, Christus is gestorven en jullie zijn met Hem gestorven. En jullie leven wel, maar jullie leven is verborgen samen met Christus in God. Wat is ons leven? Ons leven is dus daar. En eigenlijk, dit hier beneden klinkt wat vreemd, maar dat is voor spek en bonen. Daar rekenen we dus niet echt mee. Het stelt alleen maar dat wat boven is centraal, en dat is die oriëntatie. Je leert daarmee ook gewoon de dingen hier relativeren. Het is allemaal niet zo belangrijk wat er allemaal gezegd en gekonkeld en besloten wordt, en wat mensen van je vinden of wat ze vinden dat je zelf moet doen. Dat daar boven, dat is mijn leven — met allemaal hoofdletters — dat de dood achter zich heeft en dat is nu verborgen.
Ik moet er wel bij zeggen: dat is geen gebrek dat verholpen moet worden, maar het is karakteristiek om juist in ere te houden. Een heleboel mensen denken: ons leven is verborgen en wij moeten nu ons best gaan doen om het te gaan openbaren, zodat zichtbaar wordt dat ik een christen ben. En dan moet je zus doen, of dan moet je zo niet doen. Nou, dat is precies waar ik het net over had; dan krijg je weer van die instellingen en word je gedogmatiseerd om iets zichtbaar te maken. Of mensen zeggen: "Ja, wacht even, het Koninkrijk en Christus zijn verborgen en wij gaan nu ons best doen met politieke actie om Christus en het Koninkrijk manifest te maken, zodat zichtbaar wordt dat Christus heerst." Nou, Christus heerst hier nu helemaal niet; Hij is aan de rechterhand Gods, maar Hij wacht nog.
Ik bedoel dit te zeggen: ons leven is verborgen, maar dat is geen 'bug', om het even in computermen te zeggen. Dat is niet een fout die wij moeten verhelpen. Nee, het is karakteristiek. Er is daar een Mens in de hemel verborgen, precies volgens Gods bedoeling, en wij zijn met Hem ook verborgen. Dat vertellen we aan iedereen die het wil horen — ik bedoel, dat is geweldig — maar het is juist ook niet de bedoeling dat wij moeite gaan doen om het door rituelen of allerlei uiterlijke vormen zichtbaar te gaan maken, of de macht te gaan grijpen zodat de wereld het gaat zien. Dat is allemaal van die spierballentaal; dat gaat er vaak wel lekker in, maar wat activeert ons? Ons leven is verborgen. Er is geen ramp, sterker nog: dat hoort zo. Ons leven is verborgen met Christus in God, en niet alleen verborgen maar ook nog eens geborgen. Dat zit daar veilig. Don't worry. Dit is echt onbezorgd. Wij maken ons geen zorgen over het feit dat het allemaal verborgen is; we verblijden ons erin. En dan de verwachting, dat is het laatste waar ik naartoe wil.
De Heerlijke Verwachting: met Hem Verschijnen ↑ hoofdstukken
Wanneer Christus verschijnt, dat is iets van een latere orde. Inmiddels zijn wij 2000 jaar verder. Paulus schreef het aan het begin van de periode van 2000 jaar, wij leven aan het einde van die periode. En wij weten nu: ja, het gaat nu echt ontspannen. Het gaat me nu even niet om wanneer dat zal zijn, maar u zult het met mij eens moeten zijn dat we inmiddels 2000 jaar verder zijn. De termijn loopt af. Wanneer Hij dan gaat verschijnen... oftewel, wanneer Christus verschijnt die ons leven is. Waar is ons leven? Dáár. En hier ons leven? Nou ja, daar halen we overal onze schouders over op. Maar daar is ons leven, en als Hij straks verschijnt, dan is dat de openbaring van Jezus Christus. Dat betekent trouwens ook dat Hij nu dus verborgen is. Wij wachten op Zijn openbaring, dat wil zeggen de apokalyps, de onthulling. Dan krijg je een heel andere stand van zaken, want dan gaat Hij Zijn koninkrijk vestigen en zal Hij Koning worden in Jeruzalem. Hij wordt Koning op de troon van David. Dan is het niet meer verborgen, maar nu is het nog verborgen; straks verschijnt Hij in heerlijkheid.
Wanneer Christus verschijnt die ons leven is, dan zullen ook jullie met Hem verschijnen in heerlijkheid. Eigenlijk is dit zo logisch, want als het waar is dat wij met Hem verbonden zijn en dat Zijn positie de onze is — wij zijn met Hem gekruisigd, gestorven, begraven en opgewekt, we zijn daar met Hem gezeten — en ons leven is verborgen, wat is dan de volgende stap? Als Hij straks openbaar zal worden, wat denk je dan? Dan zullen ook jullie met Hem verschijnen in heerlijkheid. Eerder al in zijn brief had Paulus daarover gesproken: dat we Hem tegemoet zullen gaan om altijd samen — letterlijk ook fysiek bedoel ik — met Hem te zijn. Dan gaan we ook lichamelijk dat beleven wat nu al positioneel onze realiteit is. Dat is onze plaats, onze positie. Hij zal eerst komen voor ons en dan zullen we vervolgens ook met Hem verschijnen in heerlijkheid, zoals in 1 Thessalonica 3 ook staat: bij de komst van onze Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.
Dat is echt de logica: als Hij zal verschijnen, dan zullen wij ook met Hem gaan verschijnen in heerlijkheid. Want ja, waar ons Hoofd is, daar zijn wij ook. Dat geldt daar en dat geldt hier ook. Als Hij gaat verschijnen, dan is dat ook wat Paulus in Romeinen 8 noemt: dat de schepping wacht en verzucht. Ze wacht op het openbaar worden van de zonen Gods. Ja, van de zonen Gods. Mede-erfgenaam staat er in het enkelvoud, maar wij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. Dan zal Hij met ons gaan verschijnen en we krijgen onze echte taak; die wacht nog. We prepareren ons daarop, we bedenken dat al en straks gaan we ingezet worden. Sorry, misschien valt het u een beetje tegen dat u zegt: "Ik ga straks op een stoel achterover zitten." Nou, het is zo glorieus wat de schepping straks gaat beleven als Hij openbaar gaat worden. Wat dacht u van Zacharia 14? Daar lees je dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg en dan staat er: "alle heiligen met Hem". Het is daar verborgen wie die heiligen zijn, maar met de bril van Paulus weet ik wel hoe het zit. Het is daar verborgen, maar hij onthult wie die heiligen zijn en dat zijn u en ik, aangenaam kennis te maken! Dat is dus die Ecclesia waar God dat geweldige plan mee heeft.
Wat ik vanmorgen graag met u wilde delen, want het is tijd om een punt te zetten, is dit: we zijn met Hem verbonden. Zijn positie is de onze. Daar is ons leven en dus oriënteren we ons daarop. Al die dingen hier op aarde, die relativeren wij zeer zwaar. Dat is niet waar het om gaat, hoezeer het ons misschien ook parten speelt. Maar verkijk je er niet op; laat je leven niet regeren door wat je ziet of denkt te zien en wat je voelt, maar door wat Hij gesproken heeft. Dat is het enige wat echt telt. Zoekt de dingen die boven zijn. Zullen we het daarbij laten?
UltimateGoodNews