GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Zijn Wij Ontrouw…

18-08-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 18 augustus 2013 in Zoetermeer.

In 2Timotheus 2:11-13 beschrijft een woord (een gezegde? een lied?) dat hij betrouwbaar noemt. Het is een woord rijk aan beloften. Of misschien toch met één dissonant? Over dit en meer, gaat deze toespraak.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt 2 Timotheüs 2 en benadrukt de absolute trouw van God. Hoewel mensen falen en Hem soms verloochenen, blijft Zijn genade onvoorwaardelijk en vaststaand. Christus stierf voor de hele wereld, waardoor de gelovige mag delen in een nieuw leven. Menselijke ontrouw kan Gods plan nooit tenietdoen, omdat Hij Zichzelf en Zijn beloften onmogelijk kan verloochenen.

“Zijn trouw triomfeert dus, en ons ongeloof is dus nooit het einde van het verhaal.”

Een Betrouwbaar Woord van Genade ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen, vrienden. Heel goed u weer te mogen treffen. Het is inmiddels alweer een paar maanden geleden dat ik hier op deze plaats stond, maar de meesten zijn hier zo te zien ook weer terug van vakantie en het doet mij goed u hier te zien.

Ik wil u vanmorgen heel graag eens bepalen bij een Bijbelgedeelte waar ik deze week op geattendeerd werd door iemand uit uw eigen midden. Ik zal haar naam niet noemen, want dat vindt Els niet leuk denk ik, maar goed... Oh, daar zit je. En dat is een gedeelte uit 2 Timotheüs. Dat wil zeggen: de brief die Paulus heeft geschreven aan Timotheüs; zijn laatste brief die wij hebben in de Bijbel. Een brief die hij heeft geschreven vlak voordat hij ter dood zou worden gebracht.

Ik stel voor eerst even die passage met elkaar te lezen en dat betreft maar drie verzen. Dat begint in vers 11. Het is midden in een heel betoog dat de apostel houdt, maar dat neemt niet weg dat de verzen die we nu zullen lezen een bepaalde pericoop vormen die echt bij elkaar hoort. In vers 11 lezen we dit: "Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem stierven, zullen wij ook met Hem leven; indien wij volharden, zullen wij ook samen als koningen heersen; indien wij verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen; indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet."

Elke regel op zich verdient aandacht. En ik kan me voorstellen dat met name deze zin als een dissonant ervaren wordt. Het is rijk aan beloften, maar als je dan leest: "indien wij verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen"... Wat moet je daar nou mee? Wat betekent dat nou? Waar gaat het over?

Laten we gewoon maar eens bij het begin beginnen. En dat is dus deze zin: "Het woord is betrouwbaar." Dat is eigenlijk wel grappig als je de brieven van de apostel Paulus kent, en met name de brieven aan Timotheüs, dan zul je deze uitdrukking herkennen, want hij bezigt hem diverse keren. Hoewel het gek genoeg in de NBG-vertaling niet altijd hetzelfde wordt weergegeven, maar: "Het woord is betrouwbaar."

Kennelijk is hier de gedachte dat de apostel verwijst naar een gezegde, een woord, of misschien een lied. Het ritme van de verzen die we zojuist gelezen hebben, suggereert inderdaad dat het een lied in die dagen betrof. Iets wat men onderling tegen elkaar zei, of waar men elkaar mee aansprak, of woorden die men in de mond nam tijdens een lied. Maar daarvan zegt Paulus: "Het woord is betrouwbaar." In het algemeen is het natuurlijk zo dat dat precies de reden is waarom wij bij elkaar komen, namelijk rondom het Woord. Want in die zin is het in elk geval zo: het Woord, de woorden Gods, zijn betrouwbaar.

Eigenlijk gaat het daar in dit hele gedeelte over. Ik had dat als thema meegegeven voor vanmorgen: "Indien wij ontrouw zijn...". We zullen straks trouwens ook dat lied zingen, maar daarover straks nog even meer. "Indien wij ontrouw zijn", dat is onze portie, zal ik maar zeggen. Maar één ding is duidelijk, vanaf de aanvang — en het gedeelte eindigt er ook weer mee: Hij, en dat wat Hij spreekt, is solide. Betrouwbaar. Je kunt daarvan op aan.

Zoals gezegd is het een woord dat Paulus meerdere keren bezigt. Bekend is met name de eerste keer dat hij dat doet in de Timotheüsbrief, de vorige brief aan Timotheüs. In 1 Timotheüs 1 vers 15 staat er: "Dit is een getrouw woord." In het Grieks staat het exact hetzelfde als wat we zojuist lazen: "Het woord is betrouwbaar." Maar u begrijpt, het is hetzelfde. Als ik zeg "het Woord" of "het is een getrouw woord", dan wil dat zeggen: je kunt ervan op aan. Het is betrouwbaar.

En wat zegt hij dan? Dit is dus 1 Timotheüs 1: "Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard." Dat wil zeggen: iedereen zou dit kunnen accepteren, juist omdat het getrouw en betrouwbaar is. "Dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem." Een prachtig woord waarvan Paulus zegt: het is betrouwbaar.

Wat is evangelie? Dat is de boodschap dat er Eén in deze wereld kwam. Waarom? Wel, om zondaren te behouden, oftewel om 'doelmissers', want dat is wat het woord zondaar betekent. Dat zijn we allemaal: doelmissers, stervelingen, afhankelijk van genade. Maar Hij kwam in de wereld om zondaren te behouden en Paulus zegt erachteraan — en dat doet hij niet zonder betekenis uiteraard — "onder welke ik een eerste plaats inneem." Dat wil zeggen: de eerste der zondaren, of de grootste zondaar, zoals hij in andere brieven en in andere contexten ook zegt. "De grootste zondaar ben ik zelf." Met andere woorden: als er hoop is voor de grootste, de eerste der zondaren, dan is er hoop voor alle zondaren. Voilà, dat is het evangelium.

Hij kwam in de wereld. Johannes 3 vers 17 is daarin opmerkelijk. Johannes 3 vers 16 is heel bekend: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad." Maar vers 17 is veel minder bekend, en dat zegt dit: "Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld behouden worde door Hem." Dat is het.

Wel, Hij kwam in de wereld om zondaren te behouden en de grootste der zondaren, zegt Paulus, dat ben ik. En daarom was hij ook eigenlijk zo'n schitterend embleem van Gods genade. Zocht Paulus de Heer? Nee, hij was een groot vijand. Hij zegt dat ook in andere brieven: "Ik ben de geringste der heiligen." Waarom? Hij zegt: "Ik heb de gemeente Gods vervolgd." Hij zocht de Heer niet, maar de Heer zocht hem. Dat hebben we zojuist nog gezongen: "Zijn liefde zocht mij teder." Niet wij zochten Hem, of wij kozen voor Hem, zoals evangelische mensen zo graag plegen te zeggen. Nee, niet wij zoeken Hem, alsof het onze prestatie zou zijn. Hij zoekt ons.

Zo was Paulus daar een demonstratiemodel van. Hij zocht de Heer niet, maar de Heer zocht hem en die pakte hem in zijn kladden op Zijn tijd en op Zijn wijze. En hij werd zo'n geweldig getuige van juist Gods genade. Het evangelie, het goede bericht van Gods genade. In 1 Timotheüs 1 vers 16 zegt hij dat Zijn genade hem heeft overweldigd. Dat Griekse woord wat daar gebruikt wordt, heeft te maken met overweldigen. Gods genade heeft hem overweldigd; hij kon geen kant meer op. Kijk, dat is wat Gods genade met een mens kan doen. Onze weerstand kan groot zijn, zeer groot — zie Paulus — maar wat dacht u? Gods genade is overweldigend.

Onze calvinistische vrienden spreken dan over de onwederstandelijke raad of genade Gods. Dat woord 'onwederstandelijk' vind ik prachtig. Dat wil zeggen: het is niet te weerstaan. En zo is het. Dat woord is betrouwbaar. Dat had hij dus al eerder gebezigd, maar nu gaan we weer even terug naar 2 Timotheüs 2. Hij zegt dus: "Het woord is betrouwbaar."

Indien Wij met Hem Stierven ↑ hoofdstukken

Immers, "indien wij met Hem stierven" — of in de NBG-vertaling staat: "indien wij met Hem gestorven zijn" — letterlijk staat er dit: indien wij met Hem stierven, zullen wij ook met Hem leven. Waar doelt Paulus op? Toch wel op een heel basaal leeronderwijs dat hij in zijn brieven naar voren brengt. Ik wil u even meenemen naar de tweede Korinthebrief. Daar lees je inderdaad over dat sterven met Hem. Misschien klinkt het wat vreemd; je zou in eerste instantie kunnen denken als je dit leest — "indien wij met Hem stierven" — dat Paulus denkt aan een martelaar die voor Hem stierf. Maar dat is niet waar hij op doelt. Ik zal u dat laten zien; we gaan nu even naar 2 Korinthe 5.

Daar staat dit: "want de liefde van Christus", schrijft Paulus, "die dringt ons". Let trouwens op, er staat hier "de liefde van Christus". Niet de liefde voor Christus of tot Christus; het is dus niet onze liefde voor Hem, maar het is de liefde van Christus zelf. Die liefde die Hij heeft, die drong Paulus en zijn medewerkers. De liefde van Christus dringt ons, en dan zegt hij in vers 15 hoezo. Hij gaat het uitleggen: "daar wij tot het inzicht gekomen zijn...". Je moet iets begrijpen, het moet je verteld en eventueel uitgelegd en duidelijk gemaakt worden. Maar Paulus zegt: ik ben tot het inzicht gekomen dat Eén voor allen stierf. Er stond in deze wereld een kruis, en waarom stond dat kruis daar? Wel, als bewijs van Gods liefde voor deze wereld. Hij stierf voor allen.

Al die miljarden mensen... ik had het zojuist even over onze calvinistische vrienden. Zij spreken aan de ene kant over de onweerstaanbare genade Gods, maar aan de andere kant zeggen ze — en dat is een van de centrale leerstellingen in het calvinisme — dat Hij stierf voor de uitverkorenen. En dan zeg je: nee, Hij stierf voor allen. Waarom hing Hij daar aan het kruis? Voor elk mens. Je kunt je naam er met het grootste gemak in invullen: Hij stierf voor jou. En wat betekent dat? Wat bewees God daarin? Zoveel houd Ik van jou. Al sla je Mij aan het kruis, Ik hou van jou. Geen vijandschap. Zo groot. Een grotere daad van vijandschap kan ik me niet voorstellen — en zo wordt het in de Bijbel ook gepresenteerd — dan dat je aan het kruis genageld wordt. God gaf het beste, de wereld sloeg het aan het kruis en God zegt: Ik hou van jou. Hoeveel? Zoveel.

Dus er is niets wat die liefde kan tenietdoen. Niets. Geen vijandschap is zo groot, of Zijn liefde is altijd groter. Dat is de liefde Gods. Dat is geen mensenliefde. Mensenliefde heeft altijd voorwaarden: "nu is het al mooi geweest". Nee, Gods liefde is werkelijk voor allen, voor elke vijand. Paulus zegt: "ik ben tot het inzicht gekomen". Ook daarmee zou hij zichzelf weer ten voorbeeld kunnen stellen. "Daar ben ik zelf het voorbeeld van," zegt hij. We zijn tot inzicht gekomen — en nu kom ik eigenlijk bij het punt waarom ik het aanhaal — we zijn tot inzicht gekomen dat Eén voor allen stierf en daar staat erachter: "dus stierven allen". Dat is logica die met name in de brieven van Paulus dikwijls ter sprake komt en verondersteld wordt.

Hij stierf voor ons. Waarom? Om ons nieuw leven te geven. En omdat wij... het is dus niet alleen dat Hij stierf voor ons, maar daarmee stierven wij ook met Hem. Hij stierf om nieuw leven te geven, zodat het oude leven voorbij is en er een nieuw leven voor in de plaats komt. Dat is wat je heel dikwijls in de Bijbel ziet. Hier is eigenlijk de gedachte: God ziet de wereld als een knekelhuis. Allemaal gestorvenen. Toen Zijn Zoon stierf, stierf de wereld: Eén stierf voor allen en dus stierven allen met Hem. Daarom. God rekent niet meer met deze wereld, met deze oude schepping. Er is een nieuwe schepping in Hem tot stand gebracht.

Laat ik het nog even bijlezen voor het verband: "En voor allen stierf Hij, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor hen stierf en werd opgewekt." Die twee horen uiteraard bij elkaar. Hij stierf voor ons, ja waarom? Wel, in het algemeen is de waarheid: Hij stierf. Dat is het kortste en meest duidelijke antwoord als je aan mij vraagt: "Waarom stierf Hij voor ons?" Nou, ik gaf zojuist al het antwoord: als bewijs van Gods liefde en als demonstratie van de grootheid van Zijn liefde die alles overtreft.

Maar waarom stierf Hij? Antwoord twee: om op te kunnen staan uit de doden. Oftewel: om leven aan het licht te brengen dat sterker is dan de dood. Leven dat de dood achter zich heeft. Daarom stierf Hij. Hij stierf en Hij werd opgewekt om werkelijk nieuw leven te geven — maar dan Leven met allemaal hoofdletters, omdat het niet is wat wij hier op aarde kennen. Elk leven dat wij leven noemen, is niet in strikte zin — als je het grote plaatje bekijkt zoals God het ziet — echt leven. Wat wij leven noemen, noemt de Bijbel in dit verband sterven. Zijn wij levend? Nee, wij zijn stervend.

En mocht u het macaber vinden: het is eigenlijk de realiteit om elkaar te zien niet als levende mensen, maar als mensen die bezig zijn dood te gaan. Het is gewoon een feit. En ik hou ervan om er zo aan te denken. Waarom? Omdat ik weet dat er echt leven is. Echt leven! Geen sterven dat eindigt in de dood, nee: leven dat de dood achter zich heeft. Hij stierf om leven te geven. Houd deze dus even vast: "Eén stierf voor allen, dus stierven allen." Zo ziet God deze wereld.

Hoe kijkt God naar deze wereld? Hoe kijkt God naar jou? Nou, niet zoals jij nu bent, maar Hij ziet nu al wat je straks zal zijn. Terwijl wij elkaar vaak aankijken met de gedachte aan wat die ander gedaan heeft — wij beoordelen elkaar op basis van het verleden, op dat wat er gebeurd is — rekent God precies andersom. God rekent niet op basis van ons verleden, maar Hij rekent op basis van de toekomst. Hij ziet ons nu zoals we straks zullen zijn. Volmaakt. Dan sta je heel anders in het leven. Volmaakt! Een nieuwe schepping.

Dat is trouwens ook wat Paulus in dit hoofdstuk van deze brief naar voren brengt: "Zo kennen wij van nu aan niemand meer naar het vlees." Want we zijn in Hem een nieuwe schepping. Goed, "Eén stierf voor allen, dus stierven allen." Laten we even verder gaan, maar eerst moet ik dit nog even samenvatten. Het eerste woord is dit: het woord is betrouwbaar. Indien wij met Hem stierven — en dat geldt dus voor heel de wereld, dat heb ik zojuist laten zien uit 2 Korinthe 5: Eén stierf voor allen, dus zijn allen gestorven — nou, indien wij met Hem stierven of gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Duidelijk? Dat is wat de apostel Paulus zegt. We gaan verder. Iedere keer komen die "indiens" terug. Dat gaat uit van het feit dat..., en dan volgt er een bepaald statement van Paulus.

Indien Wij Volharden (verduren) ↑ hoofdstukken

En dan zegt hij in de tweede: indien wij volharden, zullen wij ook samen als koning en heerser. Ik heb het natuurlijk nu meteen weergegeven zoals het er echt letterlijk staat. Als u een beetje mee kunt lezen in de interlineair, dan ziet u dat ook. Indien wij volharden – dat woord wordt in andere passages meestal ook zo weergegeven met verduren. Volharden is niet alleen maar volhouden, maar het heeft vooral te maken met dat wat je op je pad tegenkomt aan tegenstand en wat je dan verduurt. Dat heeft juist te maken met kwaad, met leed, met moeite en met tegenslag. Dat verduur je. Je vakantie verduur je meestal niet, hè? Nou ja, dat kan trouwens ook wel, ja. Misschien is dat niet helemaal een goed voorbeeld, maar ik bedoel dit te zeggen: voor mooie dingen, voor leuke dingen, daar zeggen we dat niet.

En dan is hier ook duidelijk wat wordt bedoeld met "indien wij verduren". Het idee is smaadheid lijden, kwaad ondervinden. Paulus brengt dat in deze brief heel sterk naar voren. Een hoofdstuk later zegt hij, in hoofdstuk 3 vers 9 als ik me niet vergis: "Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen wandelen, zullen vervolgd worden." Ze zullen worden achternagezeten en niet op prijs worden gesteld. Als je Hem volgt, dan volg je iemand voor wie de wereld een kruis over had. En als je aan Zijn zijde staat, word je niet populair. Als je de boodschap van Hem doorgeeft, dan is dat nou niet iets waarvoor ze de rode loper voor je zullen uitleggen. Denk dat vooral niet, en als ze het wel doen, dan geeft dat te denken.

Je kunt het ook omkeren. Paulus verzekert dat ook en hij heeft dat zelf ook ondervonden. Hij zegt dat allen die diezelfde weg gaan – gewoon van geloof en volgen – niet populair worden. Dat gebeurt wanneer je dat verduurt en bereid bent ook dat te dragen. Dat is trouwens Zijn werk, hoor. Als je overtuigd bent van Zijn liefde, dan zul je daar ook geen moeite mee hebben. Integendeel, dan is het een eer om die smaad en dat kwaad daarvoor op je te nemen.

Ik zou heel wat voorbeelden kunnen geven uit het boek Handelingen. Daar lees je dat wanneer ze in de gevangenis geworpen zijn, ze eerst een dankstond beginnen. Ja, echt waar! Dat lees je in Handelingen 4; dat ze verwaardigd waren om voor Zijn naam smaad te lijden. Zo staat het. Het is een eer als je voor Zijn naam kwaad mag lijden. Misschien zijn we niet meer zo gewend om daaraan te denken. We leven in een vrije westerse samenleving waar bijna alles kan. Er zijn nauwelijks beperkingen en je kunt alles zeggen. Maar een paar eeuwen geleden kon je op de brandstapel terechtkomen als je werkelijk voor het Evangelie uitkwam. In vele delen van de wereld ondervind je nog steeds, ook officieel van overheidszijde, zulk kwaad en die beperkingen; men mist daar die vrijheid. Maar ook al leven wij in een vrij land: als je voor Hem uitkomt, zul je hoe dan ook daarom gesmaad worden. Reken daarop.

En Paulus zegt: indien wij volharden, verduren, zullen wij ook samen als koningen heersen. De gedachte is: Hij is nu de Verworpene, maar straks, als Hij zal komen en de koninkrijken van deze wereld plaats moeten maken voor Zijn koninkrijk, dan zullen wij die geloven en Hem mogen kennen, delen in Zijn koninklijke heerschappij. Waarbij er trouwens ook nog verschil is in rangen en standen. Allen die Hem kennen, zullen delen in die heerlijkheid. Want Hij zal heersen – je leest dat in de Bijbel – Hij zal heersen in de toekomende eeuwen, de toekomende aionen. En wij die geloven mogen daarin delen.

Dat is een voorrecht, waarbij er verschil is in dat wat je toebedeeld krijgt. In de evangeliën lees je ook al zoiets, dat de een wordt gesteld over een stad en de ander over vijf steden. Dat is verschil, maar hoe groot dat verschil ook is, wij die met Hem verduren, zullen delen. Ik ga er nu gemakshalve even vanuit dat wij Hem inderdaad kennen en ook die smaad, dat kwaad en die moeite verduren. Dan hebben wij ook dat uitzicht: straks als Hij komt, zullen wij delen in die heerlijkheid van Hem, van Zijn koninkrijk. Dat is geen vanzelfsprekendheid, dat is niet voor iedereen. Er staat immers bij: indien wij verduren, indien wij Hem kennen en daarom ook dat leed verduren. Maar wij zullen dan ook samen als koningen heersen.

Indien Wij Hem Verloochenen ↑ hoofdstukken

Nu is de eerste zin weggevallen, dat komt waarschijnlijk door de andere beamer waarop we aangesloten zijn. Maar goed, dat was even een technisch verhaal. Dit was de eerste zin en dit is de tegenstelling: "Indien wij volharden – dat wil zeggen: verduren – zullen wij ook samen als koningen heersen." En dan: "Indien wij verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen."

Dat was die moeilijke zin. Want dat woord dat betrouwbaar is, is rijk aan belofte, maar dit lijkt alsof dat niet zo is. Het lijkt een dissonant, een dreiging. Is het dat ook? Het is in elk geval een tegenstelling, laten we dat eerst vaststellen. Eerst wordt er gesproken over verduren met Hem. Welnu, degenen die nu met Hem verduren, zullen straks delen in Zijn heerschappij. Maar degenen die Hem verloochenen... Aan wie denk je dan? In de eerste plaats denk ik dan aan ongelovigen. Hem verloochenen wil zeggen: Hem niet kennen of Hem miskennen.

Ik kom straks trouwens nog even op het voorbeeld van Petrus, want die verloochende ook. Hij zei: "Ik ken Hem niet." Dat is verloochenen. In wezen is dat een daad van ongeloof. Degenen die niet geloven, zullen niet delen in die koninklijke heerschappij. Zij ontvangen niet dat leven van de toekomende eeuwen, wat in de Bijbel het eeuwige leven wordt genoemd. Het eeuwige leven in de Bijbel is het leven van de toekomende eeuwen waarin Christus zal heersen. Welnu, degene die gelooft en daarmee ook met Hem verduurt, die zal delen in die heerschappij. Degene die Hem miskent, Hem verloochent, zal daarin niet delen. Dat is dat hij ook door Hem verloochend wordt.

Dat gaat over wat ongelovigen aangaat, en toch gaat het verder. Het gaat namelijk ook over gelovigen die Hem kunnen verloochenen, want dat kan. We zullen dat straks in de volgende zin ook zien. Je kúnt Hem verloochenen. Is dit dan een straf? Nee, het is een resultaat. Ik heb het nu niet op een dia afgedrukt, maar in Galaten 6 schrijft Paulus: "Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten." En dan staat erachter: "Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Indien wij op de akker van ons vlees zaaien, zullen wij ook uit het vlees verderf oogsten." Is dat een straf? Nee, het is een kwestie van zaaien en oogsten. Zo gaat dat.

Als je Hem miskent, dan zul je ook miskend worden. We kennen wellicht dat woord uit het boek Spreuken; vroeger zongen wij het nog wel eens: "Vertrouw op de HEER met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken." Dat is de positieve kant van het verhaal. Je kunt natuurlijk exact hetzelfde omgekeerd zeggen: als je Hem niet kent in al uw wegen, dan worden uw wegen niet recht gemaakt. Daar rust nooit zegen op. Als je Hem miskent of verloochent – dat is natuurlijk in de eerste plaats waar voor een ongelovige die Hem miskent en ontkent – maar ook voor een gelovige die Hem miskent. Niet in absolute zin, maar er zijn momenten dat je Hem miskent, en daar rust nooit zegen op. Is dat een vergelding? Nee, het is zaaien en oogsten. Er is zegen daar waar we Hem kennen, en die zegen ontbreekt daar waar we Hem niet kennen. Daar is geen ontkomen aan.

Toch is dit een goed bericht. Het goede bericht is namelijk dat als we Hem kennen, Hij dat altijd zal verbinden met zegen. Altijd. En er rust nooit zegen op als je Hem miskent of niet kent in je leven. Ik vind dat een geweldige waarheid. Er is er maar één om wie het in het leven gaat. Er is er maar één. Denk je nu werkelijk dat Hij, de Schepper van hemel en aarde, Degene die Zijn liefde heeft bewezen en die nooit laat varen de werken van Zijn handen, dat er zegen is buiten Hem om? Dan zeg ik met de apostel Paulus: "Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten." Ik lees nog eentje verder.

Indien Wij Ontrouw Zijn, Hij Blijft Getrouw ↑ hoofdstukken

Indien – en dat is de laatste 'indien'. We zagen dat het begon met vers 11 en nu zijn we inmiddels in vers 13, en dan zegt Paulus dit: "Indien wij ontrouw zijn" – en daaraan is ook de titel van deze studietoespraak ontleend – "indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw." Dat is namelijk nooit te veranderen. Ook al verloochenen wij Hem, Zijn trouw verandert nooit.

Ik haal nog weleens de woorden aan die in de Nederlandse kerkdienst – trouwens ook elders, heb ik begrepen – worden aangehaald, de woorden waarmee kerkdiensten aanvangen: "Onze hulp is in de naam van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft." Dan volgt er verder: "Die trouw houdt en die nooit laat varen de werken Zijner handen." Dat is Gods trouw. Hij heeft hemel en aarde gemaakt, en omdat Hij de Schepper is van dat wat Hij gemaakt heeft, laat Hij het nooit varen. Hij houdt van dat wat Hijzelf gemaakt heeft; dat kán Hij niet laten varen, dat is onmogelijk. Hij laat nooit varen de werken van Zijn handen.

Ik had er onlangs nog een gesprekje over en dat werd dan betwijfeld. Wat mij betreft is dat dwaasheid, echt dwaasheid. Toen ging het over: "Ja, maar wat zijn de werken van Zijn handen?" En toen werd er gesuggereerd: "Ja, dat zijn de gelovigen." Nou, 'amahoula' denk ik dan. De werken van Zijn handen, dat is elk schepsel. Dat is werk van Hem; je bent Zijn creatie, je bent door Hem bedacht. En Hij heeft een plan met jou, en dat vervult Hij.

En ben jij ontrouw? We hadden er voor de dienst nog even een gesprek over, over hoe een mens zichzelf zo teleur kan stellen. Trouwens, als we het daarover gaan hebben, dan kunnen we hier nog wel een paar uur reserveren. Zullen we maar niet doen. Als we gaan praten over teleurstelling in jezelf... wat dacht u van het teleurstellen van een ander? Je raakt teleurgesteld in een ander, en de ander in jou – neem dat maar van mij aan. Dat eerste begrijpen we natuurlijk allemaal wat makkelijker, maar het tweede is natuurlijk net zo waar. Ik ben een mens die faalt. Ontrouw. Je doet niet wat je hebt gezegd. Je doet niet wat er van je verwacht wordt, of van je verwacht mág worden. Dat is die ontrouw. Maar Hij blijft getrouw.

Ik heb nog een vers waar ik graag even uw aandacht voor wil vragen, en dat is Romeinen 3. Daar zegt Paulus namelijk ook dit in zijn betoog. In vers 3 zegt hij: "Wat toch is het geval? Als sommigen ontrouw geworden zijn..." In dit geval heeft hij het nog over 'sommigen', en als je even verder leest in Romeinen 3, dan zegt hij dat allen zijn afgeweken. Maar het maakt niet uit of het nu sommigen zijn of allen: als iemand ontrouw is, "zal dan hun ontrouw de trouw van God tenietdoen?"

Overigens, als u een Statenvertaling hebt, dan ziet u hier het woordje 'ongeloof' en 'geloof'. "Zal dan hun ongeloof..." – dat is in het Grieks namelijk hetzelfde woord – "...het geloof van God tenietdoen?" Ik vind hem eigenlijk nog mooier. Waarom? In de Statenvertaling wordt het zo weergegeven: "Het geloof van God." Misschien zijn wij niet zo gewend om daar op die manier aan te denken, maar God gelooft. Waarin? Nou, in Zichzelf, en in Zijn Woord, en in dat wat Hij tot stand brengt. Dat kan nooit ongedaan gemaakt worden. Onze ontrouw doet Zijn trouw – never, nooit – teniet. Dat is onmogelijk. Zijn trouw triomfeert dus, en ons ongeloof is dus nooit het einde van het verhaal.

Maar daar begonnen we toch al mee? Het woord is betrouwbaar: één stierf voor allen. Hij kwam in de wereld om zondaren – ontrouwe mensen, zondaren – te redden. Niet omdat zij Hem zochten, maar Hij zoekt ons. Hij heeft een plan. Hij heeft deze wereld lief. Hij brengt de dingen tot een goed einde. Niet op grond van onszelf, nee, ondanks al ons geneuzel, onze ontrouw, ons gedoe en onze wanprestaties. Die doen niets af van Zijn trouw. Kijk, dat is een... ja, dat is evangelie. Dat is namelijk een waarheid die staat. Dat heeft niets te maken met... ik bedoel, dat is niet iets wat wij aan elkaar vragen, of iets wat we aan elkaar opleggen of zo. Nee, het is een mededeling: Hij is getrouw, Zijn Woord is solide en Hij doet wat Hij zegt. Hij houdt van jou en Hij brengt alles tot een goed einde. Waarom? Want Hij is God en Hij is getrouw.

En ik moest nog even één ding toelichten: dit plaatje namelijk, uit de Good News Bible. Met een paar pennestreken wordt daar iets prachtigs neergezet. Het gaat hier uiteraard over de geschiedenis van Petrus, die ook ontrouw was. Hij verloochende zijn Heer. Petrus was een gelovig man, maar hij heeft de Heer verloochend. Was dat het einde van het verhaal? Nou, Petrus heeft dat wel ondervonden, dat is waar, maar de Heer herstelde hem. Dat is nooit het einde.

Sterker nog, het was nacht, hè, lees je. Ja, maar dan die haan... Ik weet niet of u er weleens op die manier aan gedacht hebt, maar een haan kraait al bij het ochtendgloren. Als de nacht voorbij is, kondigt hij een nieuwe dag aan. Dat is de haan. Er staat niet voor niets op de kerktorentjes van protestantse kerken een haantje. En waarom? Het kondigt een nieuwe dag aan. De nacht is voorbij, een nieuwe dag gaat komen. En het zegt nog iets: het verkondigt de opstanding. Opstaan! Dat is wat de haan eigenlijk zegt: opstaan, opstanding. "Ontwaakt, gij die slaapt!" Hanen kunnen je echt wakker maken, hè. De wake-upcall. Dat is precies wat de haan zegt. Hij zegt 'opstaan', maar dat is ook wat die haan nog verkondigt: de nacht is voorbij, opstaan! Dat is een mooi dubbelzinnig woord natuurlijk in dit verband. Dat wil zeggen: er is nieuw leven, sta op!

Ja, dat is het woord uit Efeze 5: "Ontwaakt, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten." Dat is die nieuwe dag dus. De nacht is voorbij. En dat is prachtig tegen die achtergrond. Petrus verloochende zijn Heer drie keer. Maar deed zijn ontrouw de trouw van God teniet? Nooit! De haan kraaide. Zie daar, de haan liet eigenlijk goed nieuws horen: de dag breekt aan! Opstanding, nieuw leven; dat heeft het laatste woord.

Zichzelf Verloochenen Kan Hij Niet ↑ hoofdstukken

Want er staat dan nog bij: indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw. Want Zichzelf verloochenen kan Hij niet. God is iemand die Zich houdt aan Zijn woord. Er is niemand die zozeer vertrouwen heeft in dit woord als Hijzelf. Want Hij weet niet alleen dat Hij gesproken heeft, maar Hij weet ook dat Hij gaat vervullen wat Hij heeft beloofd. En dat staat volstrekt los van ons gedoe en onze reactie. Zijn trouw triomfeert. Hij vervult wat Hij belooft. Waarom? Nou, Zichzelf verloochenen kan Hij niet, kan Hij niet.

Maar God kan toch alles? Ja, dat is een leuke. Dan zeggen we: Gods almacht. Dat wordt dan populair uitgelegd als: God kan alles. Nee, God kan niet alles. Zichzelf verloochenen, dat kan Hij niet. Dat staat in Hebreeën 6 en Titus 1. Hij kan niet liegen. God kan alles? Nee. Gods almacht betekent ook niet dat Hij alles kan. Weet u wat Gods almacht betekent? Laat ik het zeggen met dat lied: "Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet." Dat wil zeggen: wat Hij in Zijn hart heeft, daar is Hij in staat om te doen. Hij is dus de almacht van Zijn liefde. Hij kan alles doen wat Zijn hart wil en begeert. Dat is de almacht van Zijn liefde.

Zichzelf verloochenen kan Hij niet. Dat is de God van trouw waar we het vanmorgen over hebben. En ik weet, jullie komen hier ook in Den Haag zondags samen om dat betrouwbare woord. Daar heeft een mens wat aan. In deze wereld is het allemaal ontrouw. Het woord ontrouw is trouwens ook een wat dubbelzinnig woord, want we gebruiken het meestal in verband met het huwelijk. Ontrouw, als de trouwerij echt met recht beschadigd wordt: ontrouw. Maar mensen zijn onbetrouwbaar; mensen zeggen maar wat. En zelfs van de leiders die voorop gaan, die kun je niet vertrouwen. We leven ook in een boze aion. Waarom? Omdat daarin de leugen regeert.

En dan, in zo'n donkere, duistere, verdraaide wereld, een woord kennen waar je werkelijk van op aan kunt. In leven en in sterven. Dat is wat richting geeft. Dat is waar ik op aan kan. Daar kan ik op staan. Dat geeft niet mee. Dat hoeft niet aangepast te worden. Er zitten geen kleine lettertjes bij, zoals bij een verzekeringspolis of bij reclameblaadjes. Iets wordt mooi aangeboden, maar er zitten altijd kleine lettertjes die het allemaal weer tenietdoen. Bij Gods trouw niet. En het evangelie is werkelijk een goede boodschap, in alle opzichten. En Zijn liefde overwint alles. Zichzelf verloochenen kan Hij namelijk niet.

Laat ik dan afsluiten met dit woord uit Numeri 23. Dat was nota bene een leugenaar die dit zei. Ja, Bileam. Bileam werd geroepen en hij wilde het volk van Israël vervloeken. Maar God kan iemands mond aanraken. Dat vind ik zo prachtig. Wat dacht u nou? Bileam wilde niet, Bileam wilde het volk Israël niet zegenen. En toen Bileam zijn mond ging openen, bleek hij niet eens in staat het volk te vervloeken. Integendeel, zijn mond zei andere dingen dan hij zich had voorgenomen. Als God jouw mond gebruikt, dan kan Hij zelfs een ezel laten spreken. Dat is diezelfde geschiedenis, hè? Dat doet Hij zo vaak hoor, ezels laten spreken. Kijkt u maar eventjes. Zo gek is dat nou ook weer niet: sprekende ezels.

Maar goed, Bileam nam het woord en wat zegt hij dan? Deze Bileam zegt dan dit: "God is geen man dat Hij liegen zou of een mensenkind dat Hij berouw zou hebben." Dat wil zeggen: dat Hij ergens spijt van zou hebben, van iets dat Hij gedaan zou hebben of wat Hij gesproken heeft. Dacht u dat nou echt? En dan die retorische vraag: "Zou Hij zeggen en niet doen? Of spreken en niet volbrengen?" Dat is onmogelijk. Hij doet wat Hij zegt. En dat is een belofte waar je van op aan kunt, zelfs voor heel het mensdom. Hij spreekt en Hij zal het volbrengen. En daarom is de goede afloop verzekerd. En daarom hebben we hoop. Ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen. Ik heb het zojuist al even aangekondigd en ik wist niet één-twee-drie welk nummer het was, maar toen bleek het 123 te zijn. Honderddrieëntwintig, ja.

🎧 Zijn Wij Ontrouw…
Delen: