GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Ontmoetingen Paulus En Jakobus

25-08-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 25 augustus 2013 in Zoetermeer.

Jakobus was een aardse broer van Jezus en kende Hem zeer goed naar het vlees. Paulus niet. Die ontmoette Christus na diens aardse loopbaan vanuit de hemel. Een nogal veelzeggend verschil. De Bijbel maakt melding van diverse keren dat Paulus en Jakobus elkaar hebben ontmoet in Jeruzalem. Wat deelden zij met elkaar? En waarin verschilden ze? In deze samenkomst aandacht voor een tweetal ontmoetingen tussen Paulus en Jakobus, zoals deze worden verhaald in Galaten 1 en 2.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de eerste twee ontmoetingen tussen Paulus en Jakobus in Jeruzalem, op basis van Galaten 1 en 2. Paulus toont aan dat hij zijn boodschap rechtstreeks door openbaring ontving en hiervoor niet door mensen of de andere apostelen is onderwezen. Tijdens hun tweede ontmoeting wordt een cruciale afspraak gemaakt: Paulus verkondigt het 'evangelie van de voorhuid' aan de natiën, terwijl Jakobus, Petrus en Johannes zich met het 'evangelie van de besnijdenis' tot Israël richten. Het besef van deze doelgroepscheiding is een fundamentele sleutel om de brieven in het Nieuwe Testament correct te verstaan.

“Wij zouden naar de natiën gaan met het evangelie van de voorhuid en zij naar de besnijdenis. Zo staat het vast.”

Inleiding: de Verhouding Tussen de Apostel Paulus en Jakobus ↑ hoofdstukken

Ik wil u vanmorgen graag meenemen naar de Galatenbrief, naar hoofdstuk 1 en 2 van die brief die Paulus schreef aan de geloofsgemeenschappen in Galatië, in het huidige Turkije. Ik zal u kort vertellen wat de aanleiding is voor deze Bijbelstudie, want die is er zeker.

Een aantal dagen geleden had ik een artikel op mijn website geplaatst over een vraag die op mij af was gekomen, een vraag die al veel Bijbellezers hebben gehad: hoe zit het nu met die woorden in de Jakobusbrief, waarin hij zegt dat een mens niet gerechtvaardigd wordt alleen door geloof, maar ook door werken? Als je een klein beetje vertrouwd bent met de boodschap van de apostel Paulus, dan weet je andere dingen; namelijk dat een mens niet gerechtvaardigd wordt door werken, maar door het geloof van Hem. Vervolgens geeft Hij dat geloof ook aan ons. Dat is de grond van rechtvaardiging en geen andere.

Elke Bijbellezer die gewoon oplettend waarneemt en leest wat hij tot zich neemt, stuit op die tegenstrijdigheid. Dat is niet zo moeilijk. De vraag is er echter wel, en ik heb daar dus een artikel over geschreven. Het antwoord is niet zo ingewikkeld. Als u wilt weten wat dat antwoord is – of om het iets minder pretentieus te zeggen: wat ik daarover op mijn website geplaatst heb – dan moet u dat zelf maar eens nakijken, want daar wil ik het vandaag eigenlijk niet over hebben.

Naar aanleiding van gesprekken die op internet gevoerd werden, heb ik mij voorgenomen om wat te vertellen over de persoonlijke ontmoetingen die de apostel Paulus heeft gehad met Jakobus. Wie Paulus was, dat weten we; dat hoef je niet uit te leggen. Maar wie was die Jakobus en hoe was hun verhouding?

Deze week heb ik een artikel geplaatst over hun brieven – dat wil zeggen: wat zij in hun onderwijs vertellen in de brief aan de Romeinen en de Galaten aan de ene kant, en wat Jakobus schrijft in zijn brief aan de andere kant. Daarin heb ik de verschillen geproefd en laten zien hoe dat geplaatst moet worden. Nu wil ik het op een andere manier benaderen, namelijk hoe zij zich persoonlijk tot elkaar verhielden. Wanneer hebben zij elkaar getroffen?

Aanvankelijk was ik van plan om vanmorgen álle keren te behandelen dat zij elkaar hebben getroffen waar de Bijbel melding van maakt. Er zijn misschien meer keren geweest, maar daar spreekt de Schrift niet over. We weten vanuit de Schrift dat zij elkaar driemaal hebben getroffen. Ik wilde ze alle drie behandelen, maar dat bleek bij nader inzien toch een beetje te veel. De laatste ontmoeting van hen beiden heb ik daarom geparkeerd voor over een maand, voor 29 september. Dat wacht dus nog even.

De eerste twee ontmoetingen van die twee vinden we vermeld in de Galatenbrief, en daar wil ik me vooral op focussen. Dat is al een hele 'volle bak', want daar is nogal wat over te melden. Ik stel voor dat we gewoon beginnen bij het begin. Om dat goed te doen, moeten we even eerder inhaken dan bij de ontmoeting zelf.

Paulus' Evangelie: Ontvangen Door Rechtstreekse Openbaring ↑ hoofdstukken

Want ik wil dan eerst even naar voren brengen dat Paulus in Galaten 1 – en in de brief aan de Galaten in het algemeen – uiteenzet dat het evangelie dat hij bracht, hij dat rechtstreeks van de Heer had ontvangen en niet van mensen. Het is ook niet geleerd of onderwezen door andere mensen, ook niet door de andere apostelen. Ik zal u, om dat te laten zien, eerst even meenemen naar het elfde vers van hoofdstuk 1. Dan zegt Paulus dit: "Want", zegt hij, "ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie..." – wat trouwens een gewoon Grieks woord is.

Over twee weken hebben we hier bij de Theoforen natuurlijk een studiedag, en het onderwerp voor die studiedag is het evangelie en evangeliseren. Dat belooft een heleboel op die studiedag, dat kan ik u nu al vertellen. Eén ding moeten we bij dezen al vaststellen: evangelie is een gewoon Grieks woord en betekent een 'goed bericht'. Ja, 'eu', die eerste letters staan voor dat wat goed is. En dat evangelie heeft te maken met een boodschap of een bericht. Een goed bericht dus. "Ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is" – of letterlijk geëvangeliseerd – "dat is niet naar de mens."

Een mens bedenkt dat niet. Het is niet menselijk. Wij bedoelen dat heel vaak juist als een aanbeveling: als je zegt dat iets menselijk is, dan is dat heel goed. Iemand die heel menselijk is, dat is heel positief. Maar Paulus bedoelt hier juist mee te zeggen dat het niet menselijk is. Nee, het is niet naar de mens. De oorsprong ligt ook niet bij de mens. Het is niet ontsproten aan het brein van een mens of aan inzichten die een mens zelf ontwikkeld heeft. Het is niet naar de mens. En hij legt uit: hoezo niet naar de mens? "Want", zegt hij, "ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring." Door een apocalyps, een onthulling van Jezus Christus. Niet hier op aarde trouwens, maar vanuit de hemel. Van geen mens heeft hij het ontvangen en evenmin is hij daardoor onderwezen. Zijn roeping ontleent hij rechtstreeks aan Jezus Christus, die het hem gegeven heeft. Hij heeft het van Hem ontvangen, maar hij is bovendien vervolgens ook daarin geleerd. Dat wil zeggen: onderwezen. Er is hem verteld hoe het precies zit. Niet bij één gelegenheid, maar bij meerdere gelegenheden.

Nou, dan sla ik een paar verzen over. Dat moet ik wel vaker doen, want anders wordt het echt te veel. Paulus heeft in de tussenliggende verzen nog verteld wie hij was, hoe hij in het jodendom een uitermate verderfelijk gedrag had en hoe hij een enorme ijveraar was voor zijn voorvaderlijke overleveringen, voor de tradities. Die man was godsdienstig tot op het bot. Zo vroom. Ook in het jodendom had hij het zeer ver geschopt. Hij was een intellectuele, zeer begaafde man. Maar hij was een vijand, zo hardgrondig, van die Jezus Christus. Hij zegt ook in de tussenliggende verzen nog: "Ik heb de gemeente Gods bovenmate" – dat wil zeggen extreem – "vervolgd." Hij heeft dus Jezus Christus niet gezocht. Integendeel, hij was de grootste vijand daarvan.

Nou, en dan zegt hij: "Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had..." – en de zin loopt verder. Maar eventjes dit: God kiest uit. Het was niet – en dat is waarom Paulus het ook zo zegt – het is niet mijn keuze geweest dat ik Jezus Christus ken en dat ik Hem verkondig. Dat is niet mijn keuze, ik was al gekozen. Hier zegt hij: vanaf de moederschoot was hij al afgezonderd. In Efeze 1 vers 4 en op andere plaatsen zegt hij zelfs dat hij vóór de nederwerping der wereld al uitverkoren was. Dan gaan we nog veel verder terug, maar hier zegt hij: vanaf de moederschoot. Dus terwijl hij nog niet eens geboren was, nog in de baarmoeder, was hij al bestemd en afgezonderd. Dat wil zeggen: geselecteerd. Hij was geselecteerd voor een taak, dat zullen we straks in de volgende verzen zien.

"En door zijn genade geroepen heeft." Dat dit genade is, lijkt me nogal logisch. Want het was niet zijn verdienste; in de moederschoot heb je nog helemaal niks gedaan. Ben je alleen nog maar lijdend voorwerp. Dan onderga je dingen, maar je bent jezelf zelfs nog niet eens van iets bewust. En zelfs jaren na de moederschoot weet je nog van niets eigenlijk. Ziet u? Het is genade. Het is uitverkiezing, maar bovendien illustreert dat nou precies genade: het is geen verdienste. Wel, hij is geroepen. En God had een behagen in iets, zo staat het er ook. Het was Gods welbehagen. God had er plezier in. De Griekse woorden betekenen eigenlijk zoiets als: God had er plezier in om dat zo te doen. Zo gebruiken wij ook dat woordje 'behagen'. Dat is een beetje oud-Nederlands, maar dat is precies wat ik wil zeggen: God had er plezier in om juist zijn genade aan hem te demonstreren.

En dan vervolgens: wat had God behaagd? Wel, "Zijn Zoon in mij te openbaren." Aan hem te openbaren, maar ook in hem en vervolgens ook door hem. Maar hier staat: het begint met "in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen" – of letterlijk onder de natiën – "zou verkondigen", of weer dat woordje evangeliseren. Meer daarover dus over twee weken. Dat was de bestemming die God voor hem had bewerkt voordat hij ook maar iets gedaan had, iets gekozen had of iets geleerd had. Dat zou God in en door hem bewerken. Hij zou de natiën gaan evangeliseren. Een goed bericht vertellen.

Nou, toen dat gebeurde, dan lees je hier vervolgens: "Toen ben ik geen ogenblik" – ik kan dus nu niets meer aanwijzen – "geen ogenblik te rade gegaan bij vlees en bloed." Toen hij geroepen werd op de weg naar Damascus, die stad waar zoveel te doen is, werd hij geroepen en hij is dit niet gaan voorleggen aan iemand of een vraag gaan stellen. Integendeel, hij wist en hij was zich ervan bewust dat hij geroepen was vanuit de hemel. Hij zegt: "ik ben geen ogenblik te rade gegaan". En, zegt hij: "ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór mij apostelen waren."

Apostelen, dat woord betekent afgevaardigden, rechtstreeks door de Heer gezonden. Nu was hij ook rechtstreeks door de Heer gezonden. Alleen met dat verschil: die twaalf – of er waren er eigenlijk nog meer – mensen die afgezonderd en afgevaardigd waren, die waren allemaal afgevaardigd door Jezus Christus hier op aarde. Maar Paulus op een heel andere manier. En dáár werd hij ook geroepen. Wat had meer voor de hand gelegen, zou je zeggen, dan om nu eerst naar Jeruzalem te gaan en zich te vervoegen bij degenen die vóór hem al apostelen waren? Hij hoorde nu ook bij dat gezelschap. Hij is dat niet gaan doen. Hij hoefde niet echt erkend te worden door hen; het was niet naar de mens, hij was door de Heer geroepen. Hij zegt: "ik ben niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd."

Hoe lang dat allemaal geduurd heeft, weten we niet, maximaal drie jaar. Dat zal ik u straks ook laten zien in het volgende vers. Maar in ieder geval, hij is dus – en in het boek Handelingen lezen we daar niet van, daar wordt die geschiedenis overgeslagen – maar hier verhaalt hij dus dat toen hij geroepen werd op de weg naar Damascus, hij vervolgens in Damascus arriveerde en daar logeerde in een straat die De Rechte heet. En vervolgens is hij dus naar Arabië gegaan. Dat is heel frappant, want vier hoofdstukken later, in hoofdstuk 4 vers 25, wordt het woord Arabië weer gebruikt, namelijk als de locatie waar de berg Sinaï zich bevond. En als u mij vraagt: dat verklaart precies ook waarom Paulus naar Arabië ging. Hij ging naar die plaats waar ooit de bedeling van de wet, als ik het...

Toen God Zich had geopenbaard aan Israël en Zijn wetten en Zijn woorden had gesproken, begon het, als je dat zo mag zeggen. Welnu, Paulus is naar diezelfde locatie gegaan, ook naar Arabië, en de Heer heeft hem daar onderwezen. Dat is trouwens iets wat we ook lezen in het boek Handelingen. Hoe Paulus dat verwoordt is niet zo bekend, daarom is het goed om dat hier nog eens te vertellen.

Wanneer Paulus geroepen wordt, dan lees je in Handelingen 26 dat Jezus Christus, die aan hem verschijnt, tegen hem zegt dat de Heer nog een keer aan hem zou verschijnen om hem toelichting en verder onderwijs te geven. Daarom lees je hier dat hij schrijft: "Ik ben naar Arabië vertrokken." Hij moest namelijk onderwezen worden.

Dat dit inderdaad een paar jaar geduurd heeft, laat zich wel raden. Alles wat Paulus wist, moest namelijk weer helemaal 'reframed' worden en in een totaal ander kader worden geplaatst. Alles wat hij wist vanuit de Tenach, het Oude Testament, moest in een heel nieuw licht geplaatst worden. Jezus Christus heeft dat persoonlijk aan hem gedaan en toegelicht. Afijn, hij is naar Arabië vertrokken en vandaar is hij weer naar Damascus teruggekeerd.

De Eerste Ontmoeting: Paulus Bezoekt Kefas in Jeruzalem ↑ hoofdstukken

En dan zegt hij – het is een lange aanloop, maar dit moet ik even vertellen – "daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem". Eindelijk moest het er dus van komen, maar niet om erkenning of iets dergelijks van de apostelen te ontvangen. Wat hij juist benadrukt, is dat hij drie jaar later naar Jeruzalem ging om Kefas te bezoeken en vijftien dagen bij hem bleef.

Het woordje "bezoeken" is hier heel mooi; het zou nog kunnen veronderstellen dat hij daar naartoe ging om van Petrus erkenning of een verhaal te horen te krijgen. Maar wist u dat het Griekse woord juist een tegenovergestelde richting veronderstelt? Het Griekse woord is ons woord historie. Het is eigenlijk niet zomaar een verhaal, zoals de Engelse weergave "story" suggereert, al komt dat woord van storia en heeft dat met een verhaal te maken. In de Concordant Version wordt het weergegeven als "to relate my story". Dat wil zeggen: om mijn verhaal te vertellen.

Het was dus geen bezoek aan Jeruzalem en vijftien dagen bij Kefas – dat wil zeggen Petrus – om door Petrus onderwezen te worden. Nee, Paulus is bij Kefas geweest om zijn verhaal aan hém te vertellen. En dat heeft hij dan ook gedurende vijftien dagen gedaan.

Vervolgens staat er in vers 19 – en nu komen we bij het echte onderwerp van vandaag, maar deze inleiding was nodig: "En ik zag geen ander van de apostelen dan Jakobus, de broeder des Heren." Daar moet ik een paar dingen over zeggen. In de eerste plaats zegt Paulus hier niet eens dat hij Jakobus gesproken heeft. Hij gebruikt hier het woordje "zien", of eigenlijk meer "waarnemen".

Hij zegt: "Ik heb Kefas mijn verhaal verteld, pas drie jaar nadat ik geroepen werd." En hij zegt dat de enige andere van de apostelen die hij heeft gezien Jakobus was, want Jakobus wordt hier toch tot de apostelen gerekend. Dat moet ik ook even toelichten, maar hij heeft hem dus alleen gezien. Is dit dan een ontmoeting? Ik reken hem mee als een ontmoeting, de eerste, maar het is wel heel summier. Hij heeft hem gezien, getroffen, misschien gedag gezegd en dat was het. Meer niet.

Wie Was Jakobus, de Broeder Des Heeren? ↑ hoofdstukken

Laten we nu even inzoomen op die genoemde Jakobus. Wie was dat? Het woord, de naam Jakobus, is de Griekse variant of de Griekse versie van uiteraard de Hebreeuwse naam Jakob. Nu is het zo dat we in het Nieuwe Testament al wat Jakobussen aantreffen. In de kring van de twaalf discipelen hebben we maar liefst twee Jakobussen. Namelijk Jakobus de broeder van Johannes; hij wordt trouwens ook zo genoemd om zich juist te onderscheiden. Dat waren de zonen van Zebedeüs, door Jezus zelf ook wel Boanerges genoemd: zonen van de donder. Johannes heeft daar een reputatie om heel lief te zijn, maar de Heer noemt hem een zoon van de donder. Nou, dat kwam niet uit de lucht vallen.

Dat is die ene Jakobus. Hij wordt heel dikwijls apart genomen. Als we in de evangeliën over een drietal uit de twaalf lezen, bijvoorbeeld bij de verheerlijking op de berg, dan wordt er gesproken over Johannes, Jakobus en Petrus. Maar ter onderscheiding: je hebt ook nog onder de twaalf een andere Jakobus, de zoon van Alfeüs. Dat is dus nog een Jakobus. Dan praten we alleen nog maar over de twaalf. De Jakobus waar we het nu over hebben is weer een ander. Later wordt hij ook tot de apostelen gerekend, een afgevaardigde. Maar dat is toch wel een apart verhaal. Waarom? Hij wordt hier genoemd: de broeder des Heren. Dus niet de broer van Johannes, ook niet de zoon van Alfeüs. Nee, het is de broer, de broeder van de Heer. We weten namelijk dat de Heer meerdere broers heeft gehad en trouwens ook zussen.

Ik neem u even mee naar de evangeliën. In Matteüs 13 vers 55 lees je dat Jezus nogal wat verwondering oproept door Zijn toespraak en de gelijkenissen. De reactie in Nazareth is dan: "Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas?" En elders, in Markus, lees je ook nog over Zijn zusters. Meerdere dus. De vader wordt hier al niet meer genoemd. Jozef was sowieso al niet de biologische, maar dan toch de wettige vader van Jezus. Kennelijk was hij al overleden. Maar in elk geval wordt hier al gesproken over een broer van Jezus. Dat is feitelijk dus een halfbroer, want ze hadden dezelfde moeder.

Deze Jakobus staat in tegenspraak met dat wat de Rooms-Katholieke Kerk daarover leert. Die ontkent namelijk wat hier staat en zegt dat Maria haar hele leven maagd is gebleven en geen andere kinderen heeft gehad. Ze spreken dan ook ten onrechte over de 'maagdelijke geboorte'. Dat is een heel raar woord en het is niet waar. Jezus is geboren uit de maagd, dat is waar, maar Maria heeft daarna vervolgens gewoon kinderen gekregen. Maar liefst vier zonen en in ieder geval ook nog minstens twee dochters daarnaast. We lezen ook nog in 1 Korinthe 9 dat Paulus zegt: "Hebben wij geen bevoegdheid om een zuster als vrouw mee te nemen, gelijk ook de andere apostelen en de broeders des Heren en Kefas?" Hier lezen we dus al dat er meerdere broers waren die inmiddels dienst deden en het evangelie brachten.

Dat mag opmerkelijk heten. Waarom? We weten namelijk uit de evangeliën dat de broers van Jezus niet in Hem geloofden. In Johannes 7 vers 5 staat: "Want zelfs zijn broers" – dat wil zeggen de broers van Jezus – "geloofden niet in Hem." De broers worden gewoon in het algemeen genoemd; er wordt geen uitzondering vermeld. Want zelfs zijn broers geloofden niet in Hem. Zulke dingen lees je ook wel elders in de evangeliën. Dat juist in Zijn vaderstad, maar zelfs dus in Zijn eigen familie, in het gezin waaruit Hij voortkwam, er naast het vertrouwen van Zijn moeder Maria alleen maar ontkenning en tegenstand was. Hier lees je dat dus: de broers geloofden niet in Hem.

Niettemin lezen we later dat de broeders des Heren, in ieder geval twee van hen, wel actief zijn in de verkondiging van het evangelie. Sterker nog, die Jakobus, de broeder des Heren, is een hele prominente man in Jeruzalem geworden onder de vele gelovigen. De tienduizenden, vergis u niet; onder de tienduizenden gelovige Joden die daar in en rond Jeruzalem woonden. Over een maand gaan we het daarover hebben in Handelingen 21. Jakobus was een zeer prominent man, die ook in de buitenbijbelse geschiedenis bekend is. Deze broeder des Heren.

Wat is er gebeurd? Vanwaar die omkeer? We weten het niet met zekerheid, maar één ding weten we wel, en dat is wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 15. Daar gaat het over het feit dat de Heer Jezus is opgestaan en dat Hij aan velen is verschenen. In het voorgaande vers lees je dat Hij bij één gelegenheid is verschenen aan vijfhonderd broeders tegelijk. En dan staat er vervolgens: "Daarna is Hij verschenen aan Jakobus en daarna aan al de apostelen." Een hele reeks van verschijningen wordt hier verhaald. Maar deze naam moet in het verband waar we het vanmorgen over hebben opvallen. De Heer is verschenen aan Jakobus! Alles wijst er inderdaad op dat het hier gaat over de broeder des Heren. Hij is verschenen aan Jakobus. Is dat wellicht de omkeer geweest in het leven van die Jakobus? Hij was een ongelovige gedurende de tijd dat de Heer hier op aarde verbleef; Zijn broers geloofden niet in Hem. Vervolgens is hij een prominente man onder de apostelen geworden, iemand die actief was in Jeruzalem.

Zijn hele naam, Jakobus, is al veelzeggend. Jakob staat voor Israël, voor de twaalf stammen. Hij schrijft ook een brief – Jakobus 1 vers 1 – en dat is deze zelfde broeder des Heren. Hij schrijft een brief aan de twaalf stammen in de verstrooiing. De meeste mensen verdwalen meteen al bij het eerste vers van die brief. Want als je niet in de gaten hebt aan wie hij zijn brief adresseert, dan begrijp je de brief ook niet meer. Als je niet weet voor wie het bestemd is, dan kun je zomaar dingen op jezelf toepassen die niet over jou gaan. Zie daar het probleem in een notendop met de Jakobusbrief. Hoe zit dat nou met die dingen die je in de Jakobusbrief vindt? Lees eerst even aan wie hij bestemd is. Dat werpt zo enorm veel licht op dat wat er staat geschreven. Het staat er gewoon bij. Zijn brief is geschreven aan de twaalf stammen. Jakob is zijn naam, of op z'n Grieks gezegd: Jakobus. In elk geval is hij één onder de apostelen geworden en de Heer is ook persoonlijk aan hem verschenen. Als u het mij vraagt, is dat ook de gelegenheid geweest waarin de ommekeer heeft plaatsgevonden. Om zo te zeggen: toen is Jakob Israël geworden.

Goed. Dat is de eerste ontmoeting. Paulus is geroepen en drie jaar later gaat hij naar Jeruzalem toe. Hij vertelt zijn verhaal aan Petrus, Kefas, en gedurende zijn verblijf daar heeft hij alleen een korte ontmoeting. Hij neemt Jakobus alleen maar waar, meer niet. Dat is de eerste ontmoeting. Nou, het is wel heel summier, hè? Maar we rekenen het toch even mee omdat ze elkaar hebben getroffen. Dat is wat er bij die gelegenheid is geweest. Dan gaan we naar Galaten 2.

De Tweede Ontmoeting: Veertien Jaar Later in Jeruzalem ↑ hoofdstukken

De tweede ontmoeting. In de tekst staat het volgende: "Daarna ging ik na verloop van veertien jaar opnieuw naar Jeruzalem met Barnabas en nam ook Titus mede." Dus met Titus. Dat wordt ook toegelicht: hij was een Griekse genoot en hij was niet besneden. Daar waren ze ook achter gekomen. Dat is wel een opmerkelijk detail. Ik kwam daar vanmorgen nog op en het was te laat om dat nog in de PowerPoint te verwerken, maar als u Galaten 2 terugleest, dan leest u over die Titus. Hij was een Griekse genoot en hij was niet besneden. Er staat zelfs: "Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd, ofschoon hij een Griek was, toch niet gedwongen zich te laten besnijden." Er staat bij dat dit te maken had met de binnengedrongen valse broeders, die waren binnengeslopen om onze vrijheid die wij in Christus Jezus hebben te bespieden en ons zo tot slavernij te brengen.

Hoe waren ze erachter gekomen dat die man onbesneden was? Dat klinkt misschien een beetje vreemd, want daarvoor moet je echt gaan spioneren. Waren ze in de toilet geweest ofzo, dat ze het zagen? Dat is het taalgebruik dat Paulus hier werkelijk bezigt. Hij zegt: ze waren binnengeslopen. Dat is dus op een illegale wijze, heel geheimzinnig. Ze hebben gezien dat die man niet besneden was. Maar goed, ze durfden het toch niet aan om Paulus daarop aan te pakken. In elk geval was het een echte testcase. Let trouwens ook even op het feit dat het pas veertien jaar later is dat Paulus weer naar Jeruzalem ging.

De relatie met Jeruzalem was moeizaam. Paulus wist natuurlijk dat hij een boodschap had die daar moeilijk lag. Waarom? Dat is eigenlijk niet zo moeilijk te begrijpen. Paulus werd veel later geroepen. De twaalf waren geroepen om Jeruzalem tot geloof en bekering op te roepen. Als Israël zich zou bekeren, dan zou de Messias terugkeren. Paulus komt pas in beeld als officieel de regering van Jeruzalem via het Sanhedrin Stefanus stenigde. Dan lees je voor het eerst de naam Saulus. Hij bewaakte de jassen en hij stemde in met de steniging van Stefanus. Dat is de eerste keer dat the naam van Saulus in het boek Handelingen genoemd wordt. Vervolgens wordt Saulus geroepen, maar hij krijgt te horen dat Jeruzalem niet tot geloof zou komen. Daarom wordt hij zelfs weggezonden uit Jeruzalem: "Ga naar de natiën, want Jeruzalem zal uw getuigenis niet aannemen." Dat wordt tegen Paulus gezegd.

Daarom ging hij naar de natiën. Hij wist al: Israël zal niet geloven. De twaalf waren juist geroepen om Israël tot geloof en bekering te brengen, maar inmiddels was duidelijk dat dit niet matchte. Dat was voor Jeruzalem heel moeilijk te aanvaarden. Hij bracht ook een heidense boodschap. Maar nu loop ik even vooruit; we zullen dat nog vanzelf zien. Het is genoeg om op te merken dat dit pas veertien jaar later is. Waarbij ik in het midden laat vanaf wanneer je dan precies moet rekenen – vanaf zijn roeping of vanaf zijn laatste verblijf in Jeruzalem. Daar is een verschil van inzicht over. Maar in ieder geval komt hij veertien jaar later pas weer in Jeruzalem en dan staat er: "Ik was daar met Barnabas en ik nam ook Titus, een niet-Jood die niet besneden was, mee." En dan zegt hij: "Ik ging op grond van een openbaring."

Dat wil zeggen: hij ging niet omdat hij verantwoording moest afleggen. Het was niet zo dat hij werd opgeroepen door Jeruzalem, het hoofdkwartier, met de boodschap: "Kom nu maar eens een keertje tekst en uitleg geven." Want er was heel veel wrijving ontstaan; er was een hele geruchtenstroom rondom Paulus. Hij bracht namelijk in de heidense wereld een boodschap "om niet", waarbij mensen helemaal geen Jood hoefden te worden en zeker niet naar de Joodse gebruiken hoefden te wandelen. Over een maand gaan we het daar nog uitgebreid over hebben, want in Handelingen 21 wordt dat ook beschreven. Maar de naam Paulus lag dus heel moeilijk in Jeruzalem, vanaf het allereerste begin. Paulus gaat echter niet naar Jeruzalem – ook nu, veertien jaar later niet – omdat hij op het matje geroepen werd. Hij ging daar naartoe omdat de Heer dat aan hem geopenbaard had. Hij zegt: "Ik ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor dat ik onder de natiën verkondig." Ook hier zien we weer dat "herauten" van het evangelie. Dat is trouwens opmerkelijk.

Stel je voor wat er meestal gezegd wordt. Als hij nu exact dezelfde boodschap onder de natiën bracht als wat de twaalf brachten in Jeruzalem, waarom zou hij dat dan aan hen moeten voorleggen? Dan viel er immers niets voor te leggen, want dan had hij gewoon gezegd: "Ik vertel hetzelfde." Toch legde hij hun het evangelie voor dat hij onder de natiën verkondigde. Dat is ook logisch. Hoe zou Paulus onder de natiën ditzelfde evangelie kunnen vertellen als de twaalf daar in Jeruzalem? Dat kon helemaal niet. Die twaalf hadden immers een boodschap die speciaal voor Israël bestemd was. Israël moest tot geloof komen. En als Israël tot geloof kwam, dan zou de Messias terugkeren in Jeruzalem om Zijn koninkrijk in Jeruzalem en vanuit Jeruzalem in deze wereld te vestigen. Dat was dus een heel specifieke boodschap voor Israël. Hoe kon Paulus dat onder de natiën verkondigen? De twaalf hadden juist het evangelie dat specifiek toegesneden was op de besnijdenis, op Israël. Dus wat Paulus doet, is dit: hij vertelt hun het evangelie, hij legt het hun voor. Hij vertelt het evangelie dat hij onder de natiën verkondigt.

Wat dat evangelie is, is niet zo moeilijk. In zijn brieven spreekt hij er uitgebreid over. Het is de boodschap van genade. Paulus is de apostel van de genade van God, die de Redder en Heer is van alle mensen. Dat is het evangelie wat we over twee weken zullen zien. Echt, dat is genade: niet een boodschap waarbij aan mensen een eis gesteld wordt. Het is geen wet. Het is een bericht, een goed bericht. Voor wie? Voor alle mensen. God houdt van jou, Hij heeft een plan met jou, Hij is jouw Redder. Niet: Hij wil jouw Redder worden. Nee, Hij is jouw Redder. Het is zo geniepig hoe de slang, die met een gespleten tong spreekt, dat allemaal als een ware diabolos en een ware verwarder heeft aangepakt. Ze hebben het precies omgekeerd, waardoor je het hele evangelie wel op je buik kunt schrijven. Want of je nu vertelt: "Als jij gelooft, wordt Jezus Christus jouw Redder", dat is killing voor het evangelie. Als je het zo zegt, dan vertel je het evangelie niet. Dan heb je namelijk precies weer een werk: "Als jij gelooft, jij moet kiezen, dan wordt Jezus Christus jouw Redder." Het evangelie is precies omgekeerd. Het evangelie luidt: Jezus Christus is jouw Redder. Maar moet je dat dan niet geloven? Ja, dat moeten we juist geloven! Hij hing daar aan het kruis als een losprijs voor allen en Hij werd opgewekt om leven te geven aan allen. Ik ga u nu niet alle "bonnetjes" erbij geven, daar gaat het nu even niet om. Maar dit is de boodschap die Paulus onder de natiën bracht en die we mogen geloven. Ik blijf het altijd opmerken, en juist deze week heb ik weer de ervaring opgedaan dat wanneer je vertelt: "Jezus Christus is de Redder der wereld, Hij is de Redder van alle mensen", men zegt: "Ja, maar je moet wel geloven." En weet u waarom ik daar innerlijk om moet lachen? Omdat degene die dat zegt, het dus niet gelooft. Jezus Christus is de Redder van alle mensen, en men zegt: "Ja, maar..." Daarmee zeg je eigenlijk: ik geloof niet dat Hij de Redder is van alle mensen. Maar waarom zou je "ja maar" zeggen? Het is "ja", en dat mogen we geloven.

Ja, daarom vertellen we het. Wat dacht je dan? Je vertelt het toch niet zomaar. Je vertelt juist om tegen mensen te zeggen: zo is het. En waarom is dat zo geweldig? Wel, als je het gelooft, dan weet je het. Waarom vertellen we het? Waarom zouden we het uit liefde vertellen? Nou, dat is niet zo moeilijk.

Er is sprake van een voorlegging, want dat lees je vervolgens. Ik ben zo gewend aan dat beraad in kleine kring. Ja, dan moeten we er even nieuwe batterijtjes in halen. Goed.

"Afzonderlijk echter aan hen die in aanzien waren, opdat ik niet vruchteloos liep of gelopen had." Paulus heeft het heel bewust in kleine kring zo aan hen voorgelegd daar in Jeruzalem. Want dat lag uitermate gevoelig. Hij heeft het dus aan een select gezelschap verteld en voorgelegd, namelijk aan degenen die daar in aanzien waren. We weten uit het vervolg – ik zal het straks nog laten zien – dat onder andere Jakobus één van die mannen in aanzien was. Aan hem heeft hij het verteld en voorgelegd.

Dan sla ik weer een aantal verzen over en komen we in vers 6: "Maar wat hen betreft die in zeker aanzien waren..." Ik heb het er weer over, die mensen in aanzien. In elk geval worden er drie namen in dit gedeelte genoemd. In vers 9 zijn dat namelijk Jakobus, Kefas en Johannes. Het zullen er nog meer geweest zijn; ik ga ervan uit dat het ook andere apostelen waren. "Maar wat hen betreft die in zeker aanzien waren..." En dan zegt Paulus erbij: "Wat zij vroeger geweest mogen zijn, doet er voor mij niets toe."

Kijk, natuurlijk hadden zij aanzien. Waarom? Wel, zij waren de mensen geweest die door Jezus jarenlang persoonlijk geïnstrueerd waren hier op aarde. Ze zijn met Hem meegereisd, zijn door Hem onderwezen en hebben alles meegemaakt. Hun aanzien was dat zij dat onderwijs van de Heer persoonlijk van Hem hadden ontvangen. Zij waren Zijn discipelen; dat was hun aanzien. Maar Paulus zegt: ze hadden het aanzien, maar wat zij vroeger als discipelen geweest mogen zijn, dat doet er voor mij niets toe. Waarom niet? Wel, God ziet de persoon niet aan.

En dan zegt hij: "Mij immers hebben zij die in aanzien waren verder niets opgelegd." Want hoewel zij die in aanzien waren wellicht wat moeite met Paulus hebben gehad – we lezen dat ook in de rest van dit hoofdstuk en in andere brieven – bleven de feiten staan. Petrus heeft zijn hele leven grote moeite gehad met het onderwijs van Paulus. Hij bekent het ook in zijn laatste brief: zwaar en moeilijk te verstaan. Maar ze wisten: dit is van God. Dat hebben ze erkend. Ze hebben Paulus niets opgelegd. Niet alleen niet aan hem persoonlijk, maar ze hebben hem ook niet gevraagd of hij zijn boodschap wilde aanpassen. Ze wisten: dit is de waarheid.

Twee Onderscheiden Evangelieën: Voorhuid en Besnijdenis ↑ hoofdstukken

En dan komen we bij vers 7. Integendeel, ze hebben mij niets opgelegd. Maar er staat: toen zij zagen dat mij de prediking van het evangelie aan de onbesnedenen toevertrouwd was. Ik moet hier even iets corrigeren over wat dat precies is. Als u een Statenvertaling hebt, staat het daar correct. Er staat niet 'het evangelie aan de onbesnedenen', er staat hier: 'het evangelie van de voorhuid'. Dat is nog wat technischer. Je hebt de besnijdenis, en dat betekent dat de voorhuid wordt weggenomen. Als je dus onbesneden bent, dan heb je nog de voorhuid. Vandaar: het evangelie van de voorhuid.

Er staat niet 'aan', maar 'van'. U vraagt zich misschien af: wat maakt dat voor een verschil? Nou, een heel groot verschil. Als je praat over het evangelie aan de voorhuid of aan de onbesnedenheid, dan heb je het over een doelgroep. Maar hier gaat het over een boodschap die aan Paulus was toevertrouwd. De boodschap die hij predikte, heette het evangelie van de voorhuid, waarin de besnijdenis geen enkele rol speelde. Paulus predikt het evangelie van de voorhuid – oftewel het heidensevangelie – waarin de besnijdenis en de voorrechten daarvan geen rol hebben. Men heeft dit vaak wegvertaald door het woordje 'aan' te gebruiken in plaats van wat er werkelijk staat: 'van'. Ik zei al dat de Statenvertaling dit correct weergeeft, en er zijn vele andere vertalingen die dat ook doen. De moderne vertalingen meestal niet; die maken het zogenaamd makkelijk, maar ze verdraaien daarmee wel de boel.

Paulus was een evangelie toevertrouwd. Hoe heet dat? Het goede bericht van de voorhuid, waarin rituelen – en meer speciaal de besnijdenis – geen enkele rol spelen. Aan hem was dat goede bericht toevertrouwd, zoals aan Petrus het evangelie van de besnijdenis was toevertrouwd. Hier wordt gesproken over twee evangelieën: enerzijds het evangelie van de voorhuid, aan Paulus toevertrouwd, en anderzijds het evangelie van de besnijdenis, dat aan Petrus toevertrouwd was. Ik weet wel dat mensen dan zeggen: 'Maar hoe kan dat nou, twee evangelieën? Is dat dan een heel ander evangelie?' Nee, niet ander. Geen andersoortig evangelie, maar wel anders.

In het Grieks zijn dat ook twee verschillende woorden, en zo gebruiken wij het zelf ook. Je hebt het woordje heteros en je hebt allos. Dat is 'anders'. Vergelijk het met de vraag: 'Heb jij een andere auto?' Dan kun je zeggen: 'Nee, ik heb geen andere auto, maar hij is wel anders; hij heeft bijvoorbeeld een andere kleur.' Het is dezelfde auto, maar met een andere kleur. Het is dus niet een andersoortige boodschap. Ik bedoel: het is dezelfde bron. Zowel Paulus als Petrus brachten een boodschap die van Hem afkomstig was. Maar het was wel anders. Het ene was het evangelie van de voorhuid, het andere was het evangelie van de besnijdenis.

De verschillen zijn groot en talrijk. In beide boodschappen gaat het om Jezus Christus, de opgestane Christus, maar Paulus wist meer, veel meer. Paulus is buiten het land geroepen, vanuit de hemel is hij geroepen, en veel later. Dat alles stempelt en karakteriseert de boodschap die hij moet brengen. Hier worden ze beide dus bij name genoemd: Paulus en het evangelie van de voorhuid, Petrus en het evangelie van de besnijdenis. En dan staat erbij: 'en toen zij de genade die mij geschonken was opmerkten'. Mooi. Dat hebben ze dus onderkend, opgemerkt: dat aan Paulus werkelijk genade geschonken was om dat te vertellen. En ze hebben het ook erkend.

De Rechterhand Der Gemeenschap en de Gemaakte Afspraak ↑ hoofdstukken

Want wat lees je dan vervolgens? "Toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand." Of letterlijk staat er: de rechterhand van de gemeenschap. Ze hebben hem — zij die het evangelie van de besnijdenis representeren — ze hebben Paulus de hand gegeven. De rechterhand, de erkenning. Jakobus, Kefas en Johannes; dit is zo'n vers waarop al zo enorm veel ligt wat betreft de wijze waarop we de Bijbel moeten verstaan en ook indelen.

Want weet u wat daar zo fraai is? Wij kennen in het Nieuwe Testament, ook in de oorspronkelijke manuscripten, de geschriften van Jakobus, Kefas (Petrus) en Johannes, die daar gewoon keurig achter elkaar staan. Gewoon naar het model wat we hier vinden in vers 9 van Galaten 2. Ook in ons eigen Bijbeltje vinden we ze bij elkaar. Er is in de loop der tijd wel wat aan de volgorde veranderd, maar dit is precies zoals dat hoort.

Want stelt u zich de vraag eens — en de meeste mensen doen dat niet. De meeste mensen kennen alleen maar de indeling van de Schrift in Oude Testament en Nieuwe Testament. Maar er is een andere indeling mogelijk, want ook het Nieuwe Testament zelf, of de Griekse geschriften zo u wilt, vinden we keurig geordend terug. Als het gaat over de brieven, kijk, van de evangeliën kun je zeggen: die zijn allemaal gericht aan de besnedenen. Jezus was immers verzonden tot de verloren schapen van het huis van Israël.

Laat ik u dit zeggen, mensen: heel die Bijbel is gewoon een woord voor en aan Israël. Natuurlijk kunnen wij daar kennis van hebben en we kunnen daar enorm veel van leren. Al de Schrift is van God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, zegt Paulus zelf. Maar wat direct bestemd is voor de natiën, voor u en mij als onbesnedenen, dat is de boodschap van Paulus. Zo staat het erop.

Jakobus — want nu moet ik nog eventjes verder gaan — Jakobus en Kefas en Johannes gaven dus de hand aan Paulus en zijn medewerker Barnabas. En wat wordt er afgesproken? Wij zouden naar de natiën gaan met het evangelie van de voorhuid en zij naar de besnijdenis. Zo staat het vast. Wij naar de heidenen, letterlijk de natiën, en zij naar de besnijding. Zie daar: het Nieuwe Testament.

Het Fundament voor het Verstaan van de Nieuwtestamentische Brieven ↑ hoofdstukken

Zie je trouwens hoe enorm belangrijk deze overeenstemming is om de Schrift te verstaan? Hoe zit dat nou met de geschriften in het Nieuwe Testament? Paulus zegt hier: wij, Paulus en Barnabas, richten ons tot de natiën. Die brieven die zij hebben geschreven, zijn bestemd voor de natiën, voor ons. Zij daarentegen — Jakobus, Kefas en Johannes — richten zich tot de besnijdenis. Lees die brieven, doe er je voordeel mee en weet dat ze door God geïnspireerd zijn, maar vergeet dit nooit: namelijk dat het gericht is aan de besnijdenis. Dat verzinnen we niet; het is zelfs officieel vastgelegd. Het is niet alleen een mededeling van Paulus, het is zelfs afgesproken. Officieel! De rechterhand hebben ze elkaar toegereikt. Zo is het! Dat is de Bijbelse waarheid. En dat het miskend wordt, interesseert me niets. Ja, dat is vreselijk, maar het verandert hier niets aan. En als ze zeggen: "Ja, maar er is bijna niemand die dat zo ziet", so what? De Schrift zegt het. Het is ongelooflijk hoe mensen verdraaid zijn in hun verstand en dat allemaal baseren op traditie en leringen van mensen.

Echt waar, ik heb een boekje in de kast staan dat 'De algemene brief' of 'De katholieke brief' heet. Algemene brieven. Dat is een boekje uitgegeven door de EO, onder redactie van Andries Knevel. Zo’n dik boek. Dat gaat over de katholieke brieven; dat zijn de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes. Juist. En daar begint men met de vraag, en ook met de passage van Galaten 2. Dat wordt even aangehaald; het is het eerste hoofdstuk van dat boekje. Dit vers wordt aangehaald en vervolgens krijgt de lezer als toelichting de volgende vraag: "Betekent deze mededeling dan dat de katholieke brieven voor de besnijdenis geschreven zijn?" Het antwoord luidt: "Nee, dat mogen we zo niet concluderen." Echt, zo wordt het daar gezegd! Vervolgens wordt er een heleboel onzin verteld, gewoon omdat ze op voorhand een verkeerd uitgangspunt nemen. Ja, dan verdwaal je compleet! Echt helemaal. Het is een heel uitdrukkelijke mededeling. Alleen de naam al: 'de katholieke brieven'. Het zouden algemene brieven zijn. Het zijn helemaal geen algemene brieven! Vergeet het maar. Het zijn brieven die gericht zijn aan de besnijdenis. Is dat zo moeilijk? Nee, dat is heel simpel. Het is namelijk gewoon zoals er staat geschreven: zij gingen naar de besnijdenis en hun brieven zijn daaraan gericht.

Dat is van zo’n eminent belang voor het verstaan van de Bijbel. En weet u, dan krijg je zo’n verhaal... Tegenwoordig hoor ik dat niet zo heel erg veel meer, maar enkele decennia terug gebeurde dat heel veel: dat door evangelisatiecommissies Johannes-evangeliën werden uitgedeeld aan mensen. Niet de hele Bijbel — om mensen niet een hele bibliotheek te hoeven geven — maar gewoon een Johannes-evangelie. Want ja, dat zou zo simpel zijn. Wat trouwens niet waar is. Men zegt dan: "Dat is mooi direct voor ons." Maar dat is niet waar. Begrijp me goed: ik heb heel vaak over het Johannes-evangelie gesproken, het bevat geweldige dingen, maar het is gericht aan de besnijdenis. Als je dan iets zou willen geven aan mensen, als je werkelijk aan evangelieverkondiging wilt doen, wijs dan gewoon op datgene wat voor de natiën in het algemeen bestemd is. Dus niet voor een beperkte doelgroep, nee, voor de natiën in het algemeen. Voor u en voor mij is er vandaag een boodschap van genade. Geef de Romeinenbrief of de Efezebrief — daarover kun je twisten, maar dat doen we nu niet. Maar geef iets van de apostel Paulus; vertel dat hij de apostel en de leermeester van de natiën is. Het wordt zo duidelijk in de Bijbel gezet.

Wanneer Paulus en Jakobus elkaar ontmoeten — dit is de tweede keer — wordt het zo duidelijk gezegd. Juist dat is wat afgesproken wordt in hun ontmoeting. "Ik, Jakobus, ga naar de besnijdenis." Hij schrijft het er bovendien boven. Hij heeft maar één brief geschreven die we in de Bijbel hebben, en daar staat het meteen in de aanhef ook boven: "Aan de twaalf stammen." En wij zijn dat allemaal vergeten. We zeggen dat dit er allemaal niet toe doet. Maar Paulus, de boodschap van genade, dat is voor ons. En dat is ook precies het vertrekpunt om de dingen van de Schrift te verstaan. Om de Bijbel te begrijpen, moet de Bijbel zijn eigen uitleg zijn. Hermeneutiek gaat over de vraag: hoe moet je de Bijbel uitleggen? Nou, laat de Schrift zichzelf uitleggen. Hoe moet je de brieven nu verstaan? Hoe moet je ze plaatsen? Dat is niet zo moeilijk: dan moet je gewoon bij Paulus wezen. Als je onderwezen wilt worden, moet je bij de leermeester van de natiën zijn. En als je wilt weten hoe het zit met Jakobus, Petrus en Johannes, dan moet je gewoon weten wat er onderling is afgesproken. Wat zegt de leermeester van de natiën daarover? We hoeven niets te verzinnen. Het is niet naar de mens, het is gewoon zoals er staat geschreven. Moeilijker is het niet, maar ik ben er ongelooflijk blij mee.

Nou, over vier of vijf weken gaan we verder. In elk geval, ik heb weer een fout gemaakt: het is 29 september. Dan willen we verder gaan, want u ziet het, het is inmiddels bijna half twaalf, dus we moeten het hierbij laten. Dan gaan we het hebben over Paulus’ derde ontmoeting met Jakobus. Dat is trouwens meteen de laatste, in Handelingen 21. We zullen dan zien dat Jakobus een voorman was van tienduizenden Joodse ijveraars der wet. We zullen ook zien wat Paulus’ imago was daar in Jeruzalem en waarom Paulus zoveel moeite had om naar Jeruzalem te gaan. Het wordt daar heel duidelijk beschreven: Paulus kwam daar niet graag. En we zullen ook zien waardoor Paulus in de gevangenis kwam, als een gevangene voor de natiën. Nou, dat alles wacht nog een aantal weken, maar een tweetal ontmoetingen hebben we vandaag in elk geval al gezien en besproken. Wordt vervolgd.

🎧 Ontmoetingen Paulus En Jakobus
Delen: