GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Evangelie & Evangeliseren (I)

08-09-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 8 september 2013 in Zoetermeer.

Het woord ‘Evangelie’ betekent ‘goed bericht’. De Bijbel kent heel wat ‘goede berichten’ maar toch is er maar één soort. Wat is het goede bericht voor ons vandaag? Bij wie en waar in de Bijbel moeten we dan wezen? Is wat zich in de christenheid als ‘evangelie’ aandient ook werkelijk Goed Bericht? Hoe onderscheid je echt van onecht? Wat is karakteristiek? En hoe belangrijk is dat?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie wordt de oorspronkelijke, letterlijke betekenis van het Griekse woord 'evangelie' geanalyseerd, wat een onvoorwaardelijk 'goed bericht' betekent. De spreker legt uit dat het echte evangelie geen aanbod is, maar een vaststaande mededeling van redding zonder mitsen en maren. Binnen de godsdienst worden hier vaak wel voorwaarden aan gesteld, waardoor de essentie van genade verloren gaat. Wie dit goede nieuws werkelijk begrijpt, hoeft niet uit plicht te evangeliseren, maar deelt dit bericht vanzelfsprekend vanuit vreugde.

“En nou kan ik het heel scherp zeggen: als er wel een mits en een maar aan zit, is het geen evangelie.”

Introductie en het Getuigenis van Daniëlle ↑ hoofdstukken

Toen de opgaven voor de lunch de afgelopen week zo binnenstroomden — dat is meestal op het laatste moment en meestal ook nog overtijd — dacht ik aan de logistiek. Toebes wil het liefst vóór woensdag alles weten, maar de meeste opgaven krijg je op woensdag of nog later. Op de een of andere manier heb ik daar verder geen probleem mee, maar Toebes hoopt altijd op wat meer overzicht. In elk geval kreeg ik afgelopen donderdag of vrijdag nog een aanmelding van Daniëlle. Waar zit je? Oh, daar! Is het Van Steen of Van Durr? Van Steen. Is dit de tweede of de derde keer dat je hier bent? De derde keer, oké. Ze gaf zich op en schreef in de mail dat ze hoopte dat ze nog gebruik kon maken van een lunchpakket. Ze schreef erbij: "Ik ben zo ontzettend blij met wat ik nu mag weten en de God die ik mag kennen. Ik zou er best wat over willen zeggen." Toen dacht ik: waarom niet? Juist deze dag staat in het teken daarvan. Dus ik heb Daniëlle gevraagd: waarom niet? Ik zei: als je het maar niet langer maakt dan vijf minuten.

Daniëlle vertelde: "Ik dacht, ik trek de stoute schoenen maar aan. Om te vertellen hoe het goede nieuws anderhalf jaar geleden bij mij als een bom insloeg, wil ik kort delen hoe mijn reis tot die tijd gegaan is. Ik ben gereformeerd opgevoed, maar toen ik elf was, kwamen mijn ouders tot wat zij noemden een 'levend geloof'. Ze gingen naar de pinkstergemeente en vanaf de dag dat ik daar binnenkwam, dacht ik: wauw, dit is het begin van mijn nieuwe leven. Ik vond het geweldig; de jeugdclub was geweldig en wat ik hoorde over God was geweldig. Maar terwijl ik besefte dat ik zogezegd bij de club hoorde, besefte ik ook dat er zovelen zijn die er niet bij horen. Dat kwam als een soort donkere schaduw mijn leven binnen. De predikingen in de gemeente gingen over heiliging, reiniging, nog harder bidden en nog minder zondigen. Ik dacht: wanneer is het goed genoeg? Ik had het gevoel dat ik het allemaal moest doen om te zorgen dat de omgeving zou gaan zien wie de Heer is. Dat hing allemaal van mij af en we kregen als het ware een steeds grotere last te dragen.

Dat bereikte een hoogtepunt toen er een spreker in de gemeente kwam die zei — of zo heb ik het in elk geval gehoord: 'Als jouw buurman naar de hel gaat, dan is het jouw schuld, want dan heb jij hem het goede nieuws niet verteld.' Die lieve man... maar ik kwam heel boos thuis. Dat staat niet in de Bijbel! Ik laat me het eeuwig onheil van mijn buurman niet in de schoenen schuiven. Wanneer is het genoeg? Moet ik de hele straat redden, de hele wijk, of heel Boskoop? En hoe moet dat dan verder? Ik zei tegen mijn man: 'Jezus is de Redder.' Wat nu? Ik ben maar wie ik ben. Ik ben niet meer dan wat God nu van mij gemaakt heeft en ik doe mijn best, maar meer kan ik ook niet.

Toen was er een moment dat ik in de auto zat — op een tijdstip dat ik eigenlijk niet in de auto had moeten zitten — en ik hoorde het grote nieuws via het programma Heilige Huisjes. Of de zon die dag scheen, weet ik niet meer, maar volgens mij heeft hij nog nooit zo hard geschenen. Het was het begin van een compleet nieuw bestaan. Ik kon heel die last — ik had zo ongeveer een hectare wereld op mijn nek — gewoon van me af laten glijden. Daar word ik nu nog emotioneel van. Maar mensen, wat geweldig: God gaat gewoon heel de wereld redden! Ik mag er nu al deel van zijn, en jullie ook. We móéten het nieuws niet vertellen, we mógen het vertellen. Het hoeft niet, maar het gaat vanzelf. Ik hoop dat het bij u ook zo is. Bedankt in elk geval. Als u meer wilt weten, ik lunch straks ook mee."

Dankjewel, Daniëlle. Schitterend. En dan te bedenken dat die uitzending bij Groot Nieuws Radio... "Groot Nieuws" is natuurlijk een prachtige naam voor zo'n radiostation, maar het heeft heel veel losgemaakt. Ik heb er ook heel veel venijn en boze mailtjes over gekregen. Bij Groot Nieuws Radio zullen ze me waarschijnlijk nooit meer uitnodigen. Het programma heette Heilige Huisjes. Daar mogen mensen binnenkomen die controversiële dingen vertellen en dan worden ze aan de tand gevoeld, maar dit was blijkbaar te controversieel. Het was zelfs zo dat de presentatrice, Tjitske Volkerink, een paar dagen later nog moest vertellen dat er zó enorm veel boze berichten waren binnengekomen bij Groot Nieuws Radio, dat ze nog eens een keertje duidelijk wilden zeggen dat de omroep er niet garant voor staat dat ze het ook eens zijn met degene die ze uitnodigen. Wat natuurlijk een open deur intrappen is, want dat is juist het hele idee van het programma. Maar dat moest blijkbaar nog even goed benadrukt worden; men wilde even heel duidelijk afstand nemen van wat er toen in die bewuste uitzending is gedeeld. Maar u ziet het en u hoort het: het doet allemaal zijn werk. Dat is een geweldig verhaal.

Het Thema: Evangelie en Evangeliseren ↑ hoofdstukken

Het thema voor vandaag, beste vrienden, jongens en meisjes, dat is het evangelie en evangeliseren. Door een dubbel thema te nemen – dat wil zeggen: twee woorden in het thema te verwerken – kon ik de dag ook wat makkelijker indelen. Die bestaat toevalligerwijs ook uit twee delen, zodat ik het vanmorgen ga hebben over het evangelie en vanmiddag over evangeliseren.

Het grote probleem – dat is geen goed bericht natuurlijk – het grote probleem waar ik me toe gezet zie, is het feit dat we twee uitdrukkingen, twee woorden gebruiken die zo enorm belast zijn. We kennen deze woorden allemaal; het zijn Griekse of Nederlands-Griekse woorden die voor ons allemaal een bepaalde betekenis hebben. Iedereen kent die woorden ook, maar we associëren ze met zaken die niets te maken hebben met de betekenis die deze woorden van origine hebben. Dat wil zeggen: de betekenis die ze in de Bijbel hebben.

Vandaag gaan we ons bezighouden met de Schrift en daarmee willen we ook letterlijk hervormd worden in ons denken. Als we deze woorden lezen, als we deze woorden horen, wat horen we dan eigenlijk? Ik bedoel: als je het hebt over evangeliseren, dan denk je aan mensen die op straat staan, die folders uitdelen, een lied zingen of een straatprediking houden. Dan zeggen ze: "Kijk, die man of dat groepje daar is aan het evangeliseren." We bedoelen daarmee dat ze daar op straat staan te prediken. U zegt: "Ja, maar dat is toch hetzelfde?" Nee, dat is helemaal niet hetzelfde. Welnu, we trekken er de hele dag voor uit om dat uit te leggen, maar daarover valt nog veel meer te horen.

De Letterlijke Betekenis: het Goede Bericht ↑ hoofdstukken

We hebben het dus over dit woord: evangelie. Dat is, zoals gezegd, een Grieks woord: euangelion. Dat woord bestaat uit twee delen. Het eerste deel, eu, is het woord voor ‘wel’. Nu is er een beetje een probleem in het Nederlands, want het woordje ‘wel’ kan diverse dingen betekenen. Je kunt aan een bron denken, een wel, maar ik bedoel het hier in de zin van goed, prima, de duim omhoog. We gebruiken dat namelijk in heel veel Nederlandse woorden, zoals ‘welluidend’, wat ‘goed klinkend’ betekent.

De voorbeelden die ik u nu ga geven, komen uit het Nederlands. We kennen ze allemaal, maar ze komen ook allemaal in de Bijbel voor. De Bijbel – dat wil zeggen: het Griekse Nieuwe Testament – spreekt op dezelfde manier over die woorden. Denk aan welriekend, weldoen, welzijn of welvaart. U ziet het: al die Griekse woorden beginnen met dit voorvoegsel eu, net zoals in het Nederlands. In die zin komt het Nederlands gebruik vrijwel letterlijk overeen met het Griekse gebruik. Of denk aan welgemoed of welgevallig; allemaal woorden met dit voorvoegsel. Eu: wel, goed, prima.

Dan het andere deel van het woord: angelion. Daarin herkennen we ook een Nederlands woord, namelijk ons woord ‘engel’, of in het Engels ‘angel’. Een engel is een boodschapper, en vandaar is angelion het gewone woord voor een boodschap of een bericht; eventueel nieuws. Maar dat is het: een bericht of een boodschap. Zodat euangelion, als je het heel letterlijk zou weergeven, ‘welbericht’ betekent. Maar dat is geen gangbaar Nederlands, dus het woord dat daar het dichtst bij komt, is ‘goed bericht’. Daar houd ik op de een of andere manier van. Ik ben nog steeds erg blij dat ik dat in 2001 heb geparkeerd en vastgelegd op het internet. Want als je werkelijk een blijde boodschap wilt vertellen, hoe kun je je website dan beter noemen dan GoedBericht?

Dat is dus de letterlijke betekenis van dat woord: goede tijding. In het Nieuwe Testament komen we dit woord heel veel keren tegen. Als zelfstandig naamwoord komen we het 76 keer tegen: het evangelie. Maar we komen het ook heel veel keren tegen als werkwoord, namelijk 55 keer, en dan in de zin van ‘evangeliseren’. Ons woord evangeliseren komt ook direct uit het Grieks. De grap is dat het in Nederlandse vertalingen altijd weergegeven wordt met ‘het evangelie verkondigen’ of ‘het evangelie preken’. Men maakt er dan verschillende woorden van, maar het Grieks kent maar één woord: een evangelie-verteller of evangeliseren. Dat is overigens niet hetzelfde; het is dus echt evangeliseren.

Het enige nadeel van het gebruik van dit woord is dat we het tegenwoordig koppelen aan heel andere betekenissen. Maar dat moet u allemaal vergeten, en dat doet u vanzelf door gewoon in de Schrift te duiken en je hele begrip te laten vormen door wat de Schrift zegt. Dat is wat we vandaag ook gaan doen. Als u er vanmiddag ook nog bij bent – wat ik u echt kan aanraden – dan gaat het eigenlijk om hoe dat in de praktijk werkt en hoe dat evangelie zijn werk doet. Die uitgang ‘-iseren’ is heel bijzonder. Dat is veel meer dan alleen maar het evangelie brengen, verkondigen of prediken. Dat ga ik nu nog niet uitleggen; dat gaan we vanmiddag nader bezien.

Ik vind het altijd een beetje vreemd om evangeliseren een werkwoord te noemen, want hoezo werken? Maar ja, dat is een grammaticale kwestie. U moet het zo zien: slapen is ook een werkwoord, net als rusten, relaxen en recreëren. Dat even ter geruststelling.

Het woord komt ook nog drie keer voor gekoppeld aan een persoon, in de zin van een evangelist: iemand die het evangelie vertelt. Dat levert voor dit grondwoord een totaal op van 134 keer in het Nieuwe Testament. Als ik het zo zeg, ben ik incompleet, dus we gaan ook nog even naar het Oude Testament. Want weliswaar is het Oude Testament geschreven in het Hebreeuws, maar het is ook vertaald in het Grieks. Die Griekse vertaling van het Oude Testament wordt de Septuagint genoemd, vaak afgekort als de LXX. Dat is de Griekse vertaling van het Oude Testament en die speelt in het Nieuwe Testament een hele grote rol. Want als Bijbelschrijvers – Paulus bijvoorbeeld, of Petrus – het Oude Testament citeren, dan citeren ze vaak niet uit de Hebreeuwse Bijbel, maar uit de Griekse Bijbel. Dat wil zeggen: de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint. En in die Septuagint komt dit grondwoord, ook als werkwoord, nog 18 keer voor.

Het Goede Bericht in het Oude Testament ↑ hoofdstukken

Om even een goede start te maken, wil ik daar ook mee beginnen. Ik wil u drie of vier voorbeelden geven van hoe dat woord in het Griekse Oude Testament, de Septuagint, gebruikt wordt. Als we het woord tegenkomen in het Nieuwe Testament, dan valt dat niet zomaar uit de lucht; het refereert aan dat wat al in het Oude Testament staat geschreven.

Ik zal een paar voorbeelden geven. Het is niet de eerste keer dat het in de Septuagint gebruikt wordt, maar je leest het bijvoorbeeld in 2 Samuël 18. Daar zegt Joab: "Op deze dag zul jij echter geen goede tijding brengen, omdat de zoon van de koning dood is." In dit geval was dat Jonathan. Dat de zoon van de koning dood is, is geen goede tijding. Hier wordt het woord euaggelion weergegeven met 'goede tijding'. Dat woord wordt trouwens vaak gebruikt in de NBG-vertaling, die we primair gebruiken. Ik mag dan vaak genoeg aanmerkingen hebben op die vertaling, maar dat laat ik nu even toe: een goede tijding.

Als de zoon van de koning dood is, is het geen goede tijding. Wij hebben trouwens wel een goede tijding die we mogen vertellen: de Zoon van dé Koning leeft! Ja, niet "Hij leeft nog", maar "Hij leeft weer". En "weer" is eigenlijk niet eens een goede weergave; het is geen herhaling van wat er ooit was. Hij was ooit stervend, maar Hij leeft. Hij is gestorven en Hij leeft, en wel voor altijd. Dat is een goede tijding.

Kijk, als je het woordje evangelie gebruikt, dan bestaat dat, zoals al uitgelegd, uit twee delen. Het betekent in de eerste plaats dat het een tijding is, een bericht, nieuws dat verteld wordt. Zoals het nieuws doorgegeven wordt, zo is dit ook. Het woord evangelie refereert altijd aan een mededeling. Het is dus niet iets wat een mens moet doen – dat is een gebod, dat is een wet. Een mededeling is gewoon: zo is het. Of je het nu gelooft of niet, dit is het bericht. Het heeft nog een kenmerk: het is een goed bericht. Het woord 'bericht' geeft aan dat het een gegeven is, een mededeling, of je het nu leuk vindt of niet. Maar in dit geval is het een heel mooi bericht, een goede tijding. Dat is wat het woord evangelie betekent en zo wordt het dus ook al in het Oude Testament gebruikt.

In Psalm 96 wordt het weer anders weergegeven: "Zingt de Here, prijst Zijn naam, boodschapt Zijn heil van dag tot dag." Hier wordt het woord evangelie weergegeven met "boodschapt Zijn heil". Dat is een erg vrije weergave. "Boodschapt Zijn redding". Het staat er eigenlijk als werkwoord: "Evangeliseer van dag tot dag dat wat van Hem is." Hoe het er precies staat, weet ik nu even niet, maar in ieder geval wordt het woordje evangelie hier ook gebruikt: van dag tot dag die goede tijding van Hem doorgeven.

Jesaja 52 is ook een interessant voorkomen, omdat we dit letterlijk tegenkomen in Romeinen 10 vers 15. Paulus citeert daar Jesaja en hij citeert de Septuagint, het Griekse Oude Testament. Trouwens, in Efeze 6 vers 15 refereert hij er ook aan: u weet wel, die voeten geschoeid met het evangelie van de vrede. Jesaja zegt: "Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning."

Het is een prachtig voorbeeld van parallellisme. Je vindt hier een 'vreugdebode', een prachtige weergave van iemand die een goed bericht vertelt. Een vreugdebode is iemand die een mededeling doet die verheugend is. Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten die als een heraut aan komen snellen om iets wereldkundig te maken. De voeten van de vreugdebode die vrede aankondigt. Er komt vrede aan! Hij brengt een goede boodschap en verkondigt heil – het woord dat hier gebruikt wordt, betekent redding. Het goede nieuws heeft altijd te maken met redding. Met een Redder ook, als een onvoorwaardelijke mededeling. Hoe liefelijk zijn de voeten van degene die zoiets mag vertellen: een goede boodschap, een goede tijding, of heil, hoe je het ook vertaalt.

Jesaja 61 is eveneens een interessant voorkomen, omdat dit in het Nieuwe Testament wordt aangehaald in Lucas 4 vers 18 en 19. Als Jezus in de synagoge van Nazareth opstaat, de boekrol aangereikt krijgt en gaat lezen uit Jesaja 61, dan haalt Hij deze woorden aan: "De Geest des Heren is op Mij, omdat de Here Mij gezalfd heeft." Dat wil zeggen: Mij tot Messias gemaakt heeft, tot Christus. "Hij heeft Mij gezonden om een blijde boodschap te brengen, om te evangeliseren, een goed bericht te vertellen aan ootmoedigen, om te verbinden de gebrokenen van hart."

Ook dit is weer een prachtig voorbeeld van parallellisme, want die blijde boodschap aan de ootmoedigen komt overeen met het verbinden van de gebrokenen van hart. Hoe worden die gebrokenen van hart verbonden? Wel, doordat ze een blijde boodschap te horen krijgen. En "om voor gevangenen vrijlating uit te roepen". Wat is nu goed nieuws voor iemand die gevangen is? Vrijlating! Of wat is goed nieuws voor gebondenen? De opening van de gevangenis. Dat is een blijde tijding, een goed bericht. Dat waren zo een paar voorbeelden die ik u gaf uit het Oude Testament van het woord 'goed bericht'.

Afwijken van de Boodschap van Genade (galaten 1) ↑ hoofdstukken

We gaan nu naar Galaten 1 en ik spring midden in een gedeelte en in een Bijbelplaats, terwijl al vele keren daarvoor het woord ‘evangelie’ gebruikt is. In de evangelieën – Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes – komt het woord vele keren voor, evenals in het boek Handelingen. Maar ik ga naar Galaten 1 omdat Paulus daar zeer essentiële dingen te melden heeft over wat dat evangelie is, en ook wat het niet is. En ook over de vraag: hoeveel evangelieën zijn er eigenlijk?

Laten we het even lezen. Ik haak aan bij vers 6 en daar schrijft Paulus – hij valt min of meer met de deur in huis; hij heeft maar een hele korte inleiding gedraaid in deze brief en komt dan meteen tot zijn punt: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie." Even dit: het verbaasde hem. Ik moet erbij zeggen dat Paulus ooit in Galatië – in de landstreken aldaar in het huidige Turkije – een goed bericht had laten klinken. Dat vinden we terug in het boek Handelingen en in de Galatenbrief zelf. En nu was hij zo verbaasd dat ze zich zo schielijk lieten verplaatsen en lieten ompraten tot een andere boodschap.

Hij zegt: "Jullie wijken daarmee af van de genade." Er staat trouwens niet "door de genade", maar "in genade van Christus" zijn jullie daarin geroepen. De boodschap die hij vertelde daar in Galatië, dat was een boodschap, een bericht, dat gekenmerkt wordt door genade. Weer zo’n woord dat we allemaal kennen en allemaal in de mond nemen. – Komt Esther binnen? Wij zijn alvast begonnen, Esther, hartelijk welkom! – Een boodschap die gekenmerkt wordt door genade.

Ik zei u al: dat woord ‘genade’ is heel karakteristiek voor het evangelie. Genade betekent... het woord genade is afgeleid van het grondwoord dat vreugde betekent. Als je het zo zegt, begrijp je ook meteen waarom het woord evangelie en genade alles met elkaar te maken hebben. Want een blije mededeling, wat doet dat? Dat maakt blij, dat verheugt. Nou, dat is precies wat het woord genade betekent.

Het is eigenlijk wonderlijk dat wij woorden gebruiken die we, wanneer we ze horen of in de mond nemen, nou niet bepaald direct koppelen aan de betekenis die ze van origine echt hebben. Als wij het woord ‘evangelie’ horen, denken we niet direct aan een blijde tijding of een goed bericht. Net zo goed als dat wanneer wij het woord ‘genade’ horen, we niet direct aan vreugde denken. Terwijl een Griek – dat wil zeggen: met Griekse oren en met Grieks begrip – als je het woord charis gebruikt (dat is het woord voor genade), meteen ook het woord vreugde hoort. Daar is geen ontkomen aan, omdat dat simpelweg de betekenis van het woord is.

Daarom hecht ik er zelf ook altijd aan om zulke woorden goed te begrijpen. Je mag van mij de woorden ‘evangelie’ en ‘genade’ gewoon gebruiken – dat doe ik zelf tenslotte vandaag ook – maar weet wel wat ze betekenen. Als je dat namelijk niet weet (terwijl de Schrift juist daaronder bestaat), dan begrijp je er nog helemaal niks van. Dan kun je wel woorden gebruiken terwijl je geen notie hebt van wat er werkelijk gezegd wordt. Waar gaat het uiteindelijk om bij communicatie? Wat is de inhoud van dat woord? Het gaat niet om de vorm of om het feit dat je een bepaald woord gebruikt. Want je kunt het woord ‘evangelie’ wel gebruiken, maar als het geen goed bericht is, dan heb je feitelijk het hele woord de nek omgedraaid. Dan is het niks meer. Dat is de grote truc, ook van de diabolos: om woorden een compleet andere betekenis te geven dan die het van origine heeft.

In elk geval, Paulus verbaasde zich er dus over: zij hadden het evangelie ooit van hem vernomen. Dat wil zeggen: genade. Ze waren geroepen in genade, in vreugde, en ze hadden zich daar nu dus schielijk van laten afbrengen. Trouwens, het staat hier inderdaad in de aorist, dat wil zeggen in een tijdloze werkwoordsvorm. Dat kunnen we in het Nederlands niet goed weergeven, maar het staat hier tijdloos: "die jullie roept in genade". Dat is een feit, ongeacht wanneer dus. En dan laat men zich afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie.

Een Ander Evangelie: het Verschil Tussen Heteros en Allos ↑ hoofdstukken

Dit moeten we even goed opnemen. Het is heel belangrijk omdat hier iets gezegd wordt door Paulus dat in de vertalingen doorgaans niet goed uit de verf komt. In elk geval komt het niet uit de verf in de NBG-vertaling, en trouwens ook niet in de Statenvertaling. Ik weet eigenlijk niet of er een Nederlandse vertaling is waarin dit wel goed wordt weergegeven; men geeft het meestal weer op een wijze zoals de vertalers het hebben opgevat. Maar dat is altijd erg tricky, want je wilt niet weten hoe de vertalers het hebben opgevat, maar gewoon wat er staat. Met alle respect overigens, want dit is ook een beetje moeilijk in het Nederlands weer te geven.

Paulus gebruikt hier namelijk twee verschillende Griekse woorden voor het woord ‘ander’. Als je het heel letterlijk weergeeft, dan zegt hij dat zij zich laten afbrengen tot een andersoortig evangelie, wat niet een ander is. Voor het eerste woord gebruikt hij 'heteros'. Dat betekent ‘andersoortig’, van een ander soort. Daarna gebruikt hij ook het woordje 'ander', maar dan in de zin van 'allos'. Ik zou het in het Nederlands op verschillende manieren kunnen weergeven, maar ik heb er nu voor gekozen om het zo te vertalen en ik zal ook het belang hiervan laten zien. Hij zegt: jullie hebben je laten afbrengen tot een andersoortig evangelie, wat niet een ander is.

Laat ik eens een voorbeeld geven van het verschil tussen andersoortig (heteros) en anders (allos). Het woord 'hetero' kennen we allemaal; dat is van een andere soort. Ik gebruik even een heel triviaal voorbeeld: allos-auto's. Stel, hier staat een Lelijke Eend. Dit zou de Lelijke Eend kunnen zijn waarin ik ooit zelf gereden heb en die ik ook in de prak heb gereden, bij wijze van spreken. Dit zijn allemaal allos-auto’s. Het zijn auto's van hetzelfde soort, maar ze hebben allemaal een ander kenteken en ze hebben ook een andere kleur. Als je zegt: "ik rijd dezelfde auto als jij", dan bedoel ik niet dat wij samen die auto delen — hoewel dat natuurlijk ook nog zou kunnen — maar ik bedoel daarmee dat ik hetzelfde type auto heb, bijvoorbeeld een Ford Fiesta. Ik heb er trouwens helemaal geen verstand van, maar ik rijd dan hetzelfde soort auto als jij. Dit zijn dus allemaal allos-auto's. Het zijn wel verschillende auto's, maar toch allemaal van hetzelfde soort.

Daartegenover staan de hetero-auto's. Nee, niet 'hetero-auto's', die bestaan volgens mij nog niet, maar ik bedoel een Mercedes of een Volkswagen of een DAF. Dat zijn heel andersoortige auto's. Zo zou je het in het Nederlands heel goed kunnen weergeven: het is geen andere auto, maar het is wel anders. Zo zeggen we dat ook wel: "ik heb hetzelfde als jij, het is geen ander, maar het is wel anders." Een andere kleur bijvoorbeeld, of een andere uitvoering. Dit is de betekenis die deze woorden hebben in het Grieks: 'allos' is anders, maar wel van hetzelfde type, en 'heteros' is andersoortig.

Wat Paulus hier in Galatië vertelt, is iets waarover hij zo verbaasd en zelfs verbijsterd is. In Galaten 3 vers 1 zegt hij zelfs: "O dwaze, uitzinnige Galaten, wie heeft jullie betoverd?" Paulus is werkelijk compleet ontsteld over wat hij vernomen heeft over wat daar in Galatië is gebeurd. Daar is namelijk een heel andersoortig evangelie gebracht. En dat is geen evangelie. Het is een compleet ander soort. En over dat evangelie spreekt hij het anathema uit. Dat wil zeggen: de vloek, of ‘in de ban’. Dat is eigenlijk wat het woord anathema betekent. Voor een heel ander soort evangelie heeft hij geen goed woord over. Integendeel, hij is furieus dat ze afwijken van datgene wat hij heeft verteld en wat werkelijk een goed bericht is.

Dat evangelie in Galatië was een heteros-evangelie. Maar hij zegt: dat is geen allos-evangelie. Er wordt jullie in Galatië een heteros-evangelie gebracht, en daarvan zegt hij dat degene die dat doet in de ban wordt gedaan. In de meeste vertalingen staat dat degene die zo'n soort evangelie brengt vervloekt is. Maar er zijn ook voorbeelden van een allos-evangelie. Hij zegt hier: het is een heteros-evangelie, maar niet allos. Want dat een evangelie anders is (allos), zou op zich geen punt zijn.

Voorbeelden van een Allos Evangelie (abraham en de Voorhuid) ↑ hoofdstukken

En het mooie is dat hij in de Galatenbrief daar ook een paar voorbeelden van geeft: een allos evangelie. We gaan even naar Galaten 3 vers 8 en dan lees je dit: "En de Schrift, die tevoren zag dat God de heidenen, de natiën, uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham geëvangeliseerd: In u zullen alle volkeren gezegend worden." Dit woord 'geëvangeliseerd' vind je trouwens niet in de gewone vertalingen; daar staat vaak 'het evangelie gebracht'.

Het gaat me nu even om dit punt dat Paulus hier maakt: aan Abraham is 4000 jaar geleden al geëvangeliseerd. Er is een goede tijding gebracht. En wat was die goede tijding? "In u, in jou, zullen alle volkeren gezegend worden." Dat is een mooi voorbeeld van een goede tijding. Het is gewoon een bericht, een mededeling. Het is ook onvoorwaardelijk; het is een mededeling van: zo zal het gebeuren. Het is een goede mededeling en vandaar ook dat Paulus zegt dat aan Abraham is geëvangeliseerd.

Nu heb ik een goede vraag voor u: is dat nu hetzelfde evangelie als wat wij kennen of niet? Ik hoor 'ja', en ik kan me ook voorstellen dat iemand zegt: 'Nee, want het evangelie dat wij kennen, houdt toch veel meer in.' Een evangelie waarbij de naam van onze Redder niet klinkt, waar niet gesproken wordt over de opstanding uit de doden omdat Hij die losprijs heeft gegeven... Abraham wist daar allemaal niet van. Hij wist niet van die losprijs en hij kende de Messias niet bij naam. Hij zou weliswaar uit hem voortkomen, maar hij kende de naam niet. Dat alles miste hij, en toch is aan Abraham geëvangeliseerd. Was dat een heteros-evangelie? Nee, het was allos. Het was anders, maar van hetzelfde soort. Het is van goddelijke oorsprong, het komt van boven, van God zelf. Het is in wezen exact hetzelfde als wat wij kennen.

Als mensen zeggen dat er in de Bijbel maar één evangelie is, dan zeg ik ja en nee. Dat klinkt heel diplomatiek en politiek, maar het is heel goed uit te leggen. Ik bedoel hiermee te zeggen dat er maar één soort evangelie is, dat klopt. Maar er zijn vele evangeliën. Als je blijft bij de grondbetekenis van het woord, dan begrijp je het meteen: het is gewoon een goed bericht. Wij hebben toch ook niet slechts één goed bericht? Er staan kranten vol met goede berichten. Hoezo dan één goed bericht?

Aan Abraham werd al een evangelie gebracht, een goede tijding gegeven, zonder dat hij op de hoogte was van Jezus Christus, van het kruis van Golgotha, van de opstanding uit de doden en van alles wat wij weten en wat Paulus heeft mogen vertellen. En toch was het in de essentie dezelfde boodschap, hetzelfde soort. Om dit verschil tussen heteros en allos nader uit te werken: ook voor Abraham was het in de oorsprong al hetzelfde. Want ook Abraham wist al van het zaad dat hem beloofd was – Christus – en van leven uit de dood. Abraham was een 'verstorven' man, maar God heeft de opstanding aan zijn eigen lijf gedemonstreerd. Leven kwam voort uit een gestorven lichaam. Dus in de aard van de zaak, in de essentie, ligt dat hele evangelie al besloten in wat hem was medegedeeld. Aan Abraham werd dus geëvangeliseerd, ondanks het feit dat wat wij kennen anders is; niet andersoortig, maar wel anders.

Ik zal u nog een voorbeeld geven. Het is misschien wat omstreden, maar daarom vind ik het juist goed om daar bij deze gelegenheid eens op te wijzen. Je leest dit in Galaten 2, in dezelfde brief. Ik moet erbij zeggen dat als u nu in de NBG-vertaling kijkt, er heel wat doorgestreept moet worden. In de Statenvertaling wordt het echter heel correct weergegeven. Daar wordt gesproken over de vergadering in Jeruzalem. Paulus kwam niet zo graag in Jeruzalem, maar hij was er bij die gelegenheid en toen moesten zij vaststellen: "Integendeel, toen zij zagen dat mij het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd, gelijk aan Petrus dat van de besnijdenis."

Alle moderne vertalingen maken hiervan dat aan Paulus 'de prediking van het evangelie aan de onbesnedenen' was toevertrouwd. Dat wil zeggen: hij kreeg een boodschap en die moest hij naar de onbesnedenheid brengen. 'De voorhuid' is zo’n technische term die gewoon onbesnedenheid betekent. Maar het gaat hier niet over een doelgroep, in de zin dat Paulus de ene kant opgaat en Petrus de andere kant. Er wordt hier gesproken over twee boodschappen, twee berichten, ofwel twee goede berichten. Er staat niet dat aan Paulus de prediking van het evangelie aan de voorhuid was toevertrouwd. Nee, dat is niet wat er staat. Er staat: aan mij is het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Het gaat niet over een richting, het gaat over wat dat evangelie is. Het is het evangelie van de voorhuid; het is een heidense boodschap.

Joden zijn besneden, dus het Joodse volk wordt in de Bijbel aangeduid als 'de besnijdenis'. De heidenen, alle overige volken, zijn 'de voorhuid'. Paulus had een heidense boodschap: aan hem was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd. Dat onderscheidt hij van de boodschap, het evangelie, dat aan Petrus was toevertrouwd, namelijk het evangelie van de besnijdenis. Ziet u dat? Aan Petrus was het evangelie van de besnijdenis toevertrouwd. Dat wil zeggen: een Joods evangelie, een evangelie dat hij zou brengen aan Israël.

Dat lees je uitgebreid in het boek Handelingen, bijvoorbeeld wanneer Petrus op het tempelplein spreekt in Handelingen 2 en 3. Hij zegt: "Mannen van Israël!" en dan doet hij een mededeling. Hij vertelt wie de beloofde Messias is, roept op om in Hem te geloven en koppelt dat aan een geweldige mededeling, een blij bericht. Want hij zegt: "Als jullie tot inkeer komen, dan zal de Messias terugkeren uit de hemel en Hij zal Zijn koninkrijk vestigen hier op aarde." Lees het maar na in Handelingen 3 vers 18 tot en met 21. Dat was het geweldige evangelie van de besnijdenis en dat was aan Petrus toevertrouwd.

Paulus werd veel later geroepen en wist inmiddels ook veel meer; hem was veel meer onderwezen. Dat was een ander evangelie: niet andersoortig, maar wel anders. Hebt u het? Niet andersoortig, maar wel anders. Het is het evangelie van de voorhuid. Namelijk: hoe geweldig groot het voorrecht is om zonder rituelen, zonder de besnijdenis, zonder de wet, zonder de straf, al die dingen gewoon buiten het Jodendom en alle religieuze plichtplegingen om, aan iedereen te vertellen over dit goede bericht. Dat is het evangelie van de voorhuid dat aan Paulus was toevertrouwd. Dat staat dus los van besnijdenis en van godsdienstige verplichtingen; het heeft er niets mee te maken. Dat is de boodschap die aan hem was toevertrouwd.

Nou, dan voegt hij er nog een aan toe en ik ga nu verder in Galaten 1 vers 7.

Er zijn echter sommigen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. En daar is hij dus zo furieus over. Het is een boodschap van genade. U moet even weten wat er in Galatië speelde: daar was een evangelie 'om niet' gebracht aan mensen met een heidense oorsprong, totaal niet Joods. Hun was gewoon een blijde tijding verteld, namelijk van Jezus Christus, die de Redder is en die Heer is. Zoals Daniël zei: het is gewoon om niet en voor iedereen. En dat is geweldig. En zij geloofden dat.

Een bericht kun je ook alleen maar geloven. Een gebod moet je doen, maar bij een bericht is het enige wat je kunt doen: geloven. Niets anders kun je ermee doen. Namelijk, als je iets wilt doen met een bericht, dan is het enige antwoord: geloof. Zeggen: "Amen, zo is het." En dan doet het zijn werk. Dat zegt Romeinen 1 ook: het evangelie is een kracht Gods voor ieder die het gelooft.

Op het moment dat je op dat goede bericht "amen" zet, dan gaat het zijn werk doen. Het bericht is sowieso wel waar, maar het gaat zijn werk doen op het moment dat je het beaamt. Daarom vertel je het dus ook; het is een mededeling. Waarom doe je dat? Waarom deel je het mede? Ja, omdat mensen het zouden beamen. Dat ze het eerst zouden horen en vervolgens zouden zeggen: "Wauw!" Terwijl Paulus bracht...

De Rijke Benamingen en Aspecten van het Evangelie ↑ hoofdstukken

Nou ja, ik zei zojuist: het evangelie van de voorhuid. Ik zal een paar voorbeelden geven van alle namen die dit evangelie, dit goede bericht, heeft. Paulus zegt in Romeinen 1 dat het het evangelie van God is. Ook het evangelie aangaande God trouwens; juist in Romeinen 1 licht hij dat toe: dat God werkelijk God is. Meestal is dit ook het evangelie wat je aan iedereen kwijt kan, zoals Paulus het bedenkt. Je hoeft nog niet eens over Jezus Christus te beginnen; vaak is dat de volgende fase. Dat je over Jezus Christus begint, wie Hij is, dat Hij stierf voor deze wereld en alles wat daarmee verband houdt. Heel vaak kom je daar niet eens aan toe. Als Paulus in een heidense zetting is – kijk maar hoe hij dat doet in Handelingen 14, als hij daar in Lystra en Derbe is – dan spreekt hij alleen maar over wie God is. Dan appelleert hij aan dat wat elk mens nog weet, namelijk dat er een God is. Maar dan vertelt hij: die God is GOD, met allemaal hoofdletters.

Als je het tegen iemand vertelt, is dat mooi, hè? Dat hoef je ook niet te verdedigen. Je kunt het tegen iedereen vertellen. Of iemand nu in de problemen zit of niet, je kunt altijd vertellen: alles heeft een doel. Nooit gebeurt er iets voor niets. Dat is het evangelie van God, hè, een evangelie aangaande God. Alle dingen worden wel gemaakt. Dat is het evangelie van God. Er is namelijk Eén die een plan heeft, bij wie nooit iets uit de handen valt of misloopt. Dus het evangelie van, en ook aangaande, God.

Het wordt ook genoemd: 'het evangelie van Zijn Zoon'. De uitdrukking 'het evangelie van Christus' komen we zelfs acht keer tegen. Of 'het evangelie van de heerlijkheid van Christus', of 'het evangelie van de genade Gods'. Dit zijn allemaal namen van het evangelie, van dat goede bericht dat Paulus bracht. Zijn dit allemaal verschillende goede berichten? Je kunt ook zeggen: het zijn allemaal verschillende namen en verschillende aspecten van het ene goede bericht. Dat hangt ervan af hoe je het formuleert en vanuit welke optiek je het benadrukt, maar in elk geval zijn dit allemaal verschillende benamingen.

Het meest karakteristieke van het evangelie is inderdaad dat het een boodschap van genade is, van vreugde, en daarom is het ook een blijde mare. Het evangelie van de voorhuid – dan hadden we het zo weer gelogen. Maar wat dacht u van deze: 'het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God'? Meestal leest men over de zalige God, maar het is gewoon de gelukkige God. Dat is trouwens een heel makkelijk te onthouden vers: allemaal één. Allemaal hoor, op nummer één.

En die ene God... ik vind dit een van mijn meest spannende dingen. Het is hét evangelie. Maar hoezo, evangelie? Nou, het is een blijde tijding vanwege de heerlijkheid van een God, een Plaatser – want dat is wat God betekent – die gelukkig is. Dus Degene die alles in handen heeft, inclusief alle moeite en het leed, die God is desondanks gelukkig. Hij weet dat er niets voor niets gebeurt; Hij kent ook de afloop. Daarom is Hij gelukkig. Hij weet ook dat het Hem gelukt is. Die gelukkige God... alleen al het besef dat er een God is die gelukkig is!

Sta 's morgens op en besef: God, Degene die alles in Zijn handen heeft, is gelukkig. Welke reden heb ik dan, als Hij gelukkig is, om niet gelukkig te zijn? U zegt: "Ja, maar dat is toch heel veel moeite." Het is waar, ik wil dat ook niet wegpoetsen, maar zie het even in het grote perspectief zoals de gelukkige God dat ook ziet. Er is zoveel geluk. Ik denk wel eens: we hebben al die rijkdom. Op het moment dat je het evangelie kent, heb je al dat geluk als het ware al in de pocket. Dat heb je gewoon in bezit. De vraag is: gebruik je het?

Je kunt iets in de pocket hebben, maar hoe rijk leef je? Je kunt steenrijk zijn, maar vaak is er grote ellende bij mensen die steenrijk zijn, omdat ze zo verschrikkelijk armtierig leven. Het is zo enorm veel vreugde, echt waar. Nou, ik mag wel zeggen dat ik zeer optimistisch en blij door het leven ga, maar volgens mij heb ik nog geen notie van hoe gelukkig een mens zou kunnen wezen. Ook van de enorme hoeveelheid blijdschap, vreugde en hoop die er is, heb ik nog geen idee. Als ik het echt zou weten, dan denk ik dat ik hier sta. Zo is het. Zo'n bericht kennen wij. Ik ga er nu even gemakkelijk vanuit dat daar door iedereen "amen" op wordt gezegd. Maar het is zo geweldig: het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God, het evangelie van de vrede.

Daar houd ik het nu maar eventjes bij. We gaan nog naar... nou ja, ik zou nog naar twee schriftplaatsen willen, maar ik denk niet dat dat nog lukt. Maar naar 2 Timotheüs 1 wil ik u nog wel meenemen. 2 Timotheüs 1.

Smaad en Miskenning Vanuit de Godsdienst (2 Timoteüs 1) ↑ hoofdstukken

Paulus schrijft in zijn geestelijk testament, vlak voordat hij geëxecuteerd zou worden, nog een brief aan zijn naaste medewerker, de jonge Timotheüs. Hij schrijft daar: "Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer of voor mij, zijn gevangene." Er is miskenning alom, want dat is de keerzijde van dat geweldige bericht. Het is een fantastische boodschap, maar het wordt overal miskend. En als je er openlijk voor uitkomt, word je zelf ook miskend. Is dat de schaduwzijde? Ik vind van niet. Ik zou niet weten waarom.

Je ziet dat ook zo mooi in het boek Handelingen. In hoofdstuk 4 lees je dat de apostelen Petrus en Johannes in de gevangenis waren gegooid. Er ontstond een grote vervolging, maar dan lees je dat men God dankte. Zij dankten God dat Hij hen verwaardigd had om voor het evangelie smaad te lijden. Ze dankten God dat ze voor zo’n goed bericht mochten lijden. Als je alles wat er gebeurt echt in het perspectief van het evangelie plaatst, dan wordt alles een blijde boodschap. Dat is trouwens ook de echte betekenis van 'evangeliseren': jezelf helemaal onder het beslag laten brengen van het goede bericht. Dan wordt zelfs het lijden dat je ervoor moet ondergaan een goed bericht.

Maar het is waar: het roept veel lijden, smaad, verdrukking en achtervolging op. Hier in Nederland hebben we het grote voorrecht dat we veel vrijheid kennen, maar als je voor dit bericht uitkomt, zeker in een godsdienstige zetting, roept het altijd smaad en verzet op. Vlak voordat we hier begonnen, had ik nog een gesprek met een paar dames die daarover konden meespreken vanwege wat ze recentelijk over zich heen kregen, puur omdat ze hiervoor uitkomen. Het is een blijde boodschap; je zou zeggen dat mensen dat toch geweldig moeten vinden. En dat heeft het ook allemaal in zich, maar de godsdienstigheid verzet zich ertegen. Daar komt de druk en de achtervolging of de smaad altijd vandaan. Juist vanuit een godsdienstige zetting is de vraag: waarom? Omdat dit bericht onvoorwaardelijk is, en dat is niet te matchen met de eisen van christelijke godsdiensten. Hoe tegenstrijdig kunnen de dingen zijn, zelfs binnen de 'evangelische' godsdienst. Sterker nog: hoe evangelischer het wordt — ik ga het heel sterk zeggen — hoe groter juist die spanning wordt. Dan heet het wel evangelisch, maar de essentie wordt gemist.

Wat is nu de essentie van evangeliseren? Men zegt: "Jezus Christus is de Heer en Redder." Dat gaat men dan 'evangeliseren', maar daar wordt direct bij gezegd: "Jezus is je Redder áls jij gelooft, áls jij je gaat bekeren, of áls jij het zondaarsgebed opzegt." Welke term men er ook aan hangt, er is altijd die voorwaarde. Daarmee is het geen goed bericht meer, maar een aanbod. Het is geen mededeling van: "Geloof het of niet, zó is het: Hij ís jouw Heer en Redder." Nee, men zegt: "Hij wil jouw Heer en Redder zijn." Het wordt gepresenteerd als een aanbod, soms een heel 'goedkoop' aanbod, maar daarmee is het dus niet gratis. Dat is juist de truc. Hoe goedkoper het is, hoe meer het op gratis lijkt, maar 'een beetje gratis' bestaat niet. Het is gratis of het is niet gratis.

Je ziet dat Paulus daar ook furieus over is. Het gaat er namelijk niet om hoeveel voorwaarden je eraan koppelt. Of je nu zegt dat je vijf verplichtingen moet vervullen, zoals de vijf zuilen van de islam, of dat je in de evangelische wereld zegt: "Nee hoor, je hoeft alleen maar te kiezen." Het maakt niet uit; op dat moment heb je namelijk geen evangelie meer. Het is dan niet meer gratis. Het echte evangelie is een mededeling: "God is de Redder van alle mensen." Wij geloven dat omdat het zo geweldig is. En wie geloven het juist niet? Vaak de meest godsdienstige mensen. Die zeggen: "Ja, God is de Redder van alle mensen, maar je moet het wel geloven." Daarmee zeggen ze feitelijk dat God níét de Redder van alle mensen is.

Paulus schreef: "Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heer of voor mij, zijn gevangene." Het gaat om de miskenning die hij opzoekt. "Maar wees mede bereid om voor het evangelie te lijden, om leed te ondergaan." Het is ook echt leed. Het is niet leuk om aan de kant gezet te worden, uitgesloten te worden of gesmaad te worden. Dat is niet aangenaam en het kan een reden zijn om je mond maar te houden. Maar als je echt 'geëvangeliseerd' bent — dus helemaal onder de indruk van dat goede bericht — dan kán dat helemaal niet meer. Dan kun je je mond niet meer houden. Het is eigenlijk onzin wat er soms verteld wordt, dat men zegt: "Je móét het evangelie vertellen." Dat men dat moet zeggen, is voor mij juist een bewijs dat men het goede bericht zelf nog niet echt kent.

Evangeliseren Is Geen Plicht, het Gaat Vanzelf ↑ hoofdstukken

Zoals Daniël het ook al even aangaf: dit moet ik niet vertellen. Eén ding is moeilijk, en dat is om het niet te vertellen. Als je echt een goed bericht kent, is het moeilijk om het niet te vertellen. Waarom zou je dat ook laten? Stel je voor: de dokter heeft tegen je gezegd dat je een ernstige ziekte had, maar nu zegt hij: "Meneer, mevrouw, u bent genezen verklaard." Zou je dan denken: "Oh ja, maar nou denk ik dat ik maar eens even een cursus moet gaan volgen hoe ik dit ga vertellen aan mijn familie, mijn collega's en de buurman"? Dat is toch absurd!

Als je een blijde tijding hoort, dan wil je die delen. Toch bestaan dergelijke absurditeiten wel in de christelijke en in de evangelische wereld. Er wordt een cursus aangeboden: "Hoe vertel ik het mijn buurman?". Maar daar gaat het helemaal niet om. Het gaat er niet om hoe je het vertelt, maar wat je vertelt. Dat is de essentie. Als je namelijk echt door een goed bericht bereikt bent, dan maakt het niet uit of je het hakkelend vertelt of met een rode kop; dat is volstrekt om het even. Je vertelt het gewoon, omdat dat is wat je wilt.

De goedberichter wil iets vertellen; dan is het juist moeilijk om het niet te vertellen. Stel, je bent vader of moeder geworden van een gezonde baby. Dan vraag je je toch ook niet af: "Ja, hoe moet ik dat nou gaan vertellen?". Dat is toch absurd? Of: "Hoe vertel ik dat nou aan mijn klasgenoten?". Laat ik u dit vertellen: als er een goed bericht is, dan komt het er altijd uit. Als je het begrijpt, als je werkelijk weet waar het over gaat, dan hoef je je helemaal geen zorgen meer te maken of het er wel goed uitkomt. Dat maakt namelijk geen enkel verschil: het kómt eruit!

Dat zegt de Heer Jezus ook, in Johannes 7 kun je dat lezen. Hij zegt dat als je drinkt van dat water dat Hij geeft, dat levende water, dat stromen van levend water uit je binnenste zullen vloeien. Het gaat er dus niet om wat je ermee doet. Het gaat erom: ken je werkelijk het goede bericht? Als je het kent, dan komt het eruit. En als je het niet kent, houd dan alsjeblieft je mond, want wat er dan uitkomt, is geen goed bericht.

Als je denkt dat je het moet vertellen, gaat het mis. Je hebt ook mensen – u weet precies waar ik het over heb – die verplicht zijn maandelijks zoveel uur colportage-arbeid te doen. Langs de huizen gaan ze; het evangelie moeten ze vertellen. Ze moeten dat vertellen van de organisatie. Ik heb het nu echt niet alleen maar over de mensen van een Wachttorengenootschap, want er zijn er velen die dat op die manier voorgeschoteld krijgen. Het moet verteld worden. Helemaal in lijn daarmee is ook dat men vertelt dat je iets moet doen. Zij moeten zelf namelijk ook, en jij moet ook wat doen. Maar dat is onzin als het louter om een mededeling gaat. Dan vertel je het gewoon. En als het een goede mededeling is, dan wil je niet eens anders dan het vertellen.

Nou ja, ik loop een beetje vooruit op wat ik vanmiddag ook wil vertellen. Maar goed, dit is vast voor degenen die er straks niet meer zijn.

De Kernboodschap: de Dood Tenietgedaan en Onvoorwaardelijk Leven ↑ hoofdstukken

Wees mede bereid om voor het evangelie te lijden in de kracht van God, de power van Hem Die ons behouden heeft en geroepen. Dat staat letterlijk ook in de aorist, gewoon tijdloos: Die ons behoudt, Die ons redt en roept met een heilige roeping. Niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en de genade die ons in Christus Jezus gegeven is vóór aeonische tijden – voordat de aeonen aanvingen, die tijden van de eeuwen.

Doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Redder, Christus Jezus, Die de dood van zijn kracht heeft beroofd. Ook dit staat trouwens tijdloos, in de aorist: Die de dood van zijn kracht berooft en onvergankelijk leven aan het licht brengt. Tijdloos, door het evangelie. En waarom ik het aanhaal, is vanwege dit laatste: wat is de boodschap?

Wel, het heeft niets met onze werken te maken. God had het allemaal in de planning vóór aeonische tijden. Er is namelijk een Redder, Christus Jezus, en wat doet Hij? Hij berooft de dood van zijn kracht. Ja, 'abolish': het tenietdoen van de kracht, van de macht van de dood. Oftewel: Hij brengt onvergankelijk leven aan het licht. Dat is het evangelie. De dood wordt tenietgedaan, dat wil zeggen: er blijft geen dood over. Oftewel: er komt onvergankelijk leven aan het licht, zonder kleine lettertjes, zonder mitsen en maren.

En nou kan ik het heel scherp zeggen: als er wel een mits en een maar aan zit, is het geen evangelie. Vind je dat niet erg sterk en krachtig? Ja, het is heel scherp, maar zo is het. Er mogen geen voorwaarden zijn, want dan is het namelijk geen evangelie. Dan heeft het weer niets met genade te maken, dan is het allemaal weer naar onze eigen werken. Naar wat wij doen of onze eigen keuze, maar het is Zijn voornemen, Zijn planning, en Hij doet dat. Dat is het evangelie. En wat komt in het evangelie aan het licht? Wel, dat de dood tenietgedaan wordt, oftewel dat onvergankelijk leven aan het licht komt. Onvoorwaardelijk, voor iedereen.

Paulus zegt – dat laat ik daarna in de afsluiting zien, ik zie dat ik al over de tijd heen ben, maar goed – we zijn nu in 2 Timotheüs 1 en dan zegt hij: "Ik ben daartoe" – namelijk voor dat evangelie – "aangesteld, geplaatst als een heraut, als een apostel" (een afgevaardigde) "en als een leermeester." Wat we vandaag ook vooral doen, is bij hem in de leer gaan. Hij is die apostel en de leermeester; hij heeft het evangelie van de natiën, of van de voorhuid, toevertrouwd gekregen en hij zegt: "Dit onderwijs ik, dit vertel ik, niets anders." Al het andere is een heteros-evangelie; daar zijn we niet bij gebaat. Het is genade en daarom ook werkelijk een blije tijding.

🎧 Evangelie & Evangeliseren (1)
Delen: