GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Zielig & Geestig

27-06-2010 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 27 juni 2010 in 2B-Home te Zoetermeer.

In vertalingen komt het helaas niet uit de verf, maar Paulus plaatst in de eerste Korinthe-brief ‘ziels’ en ‘geestig’ (geestelijk) lijnrecht tegenover elkaar. Ziel houdt verband met wat we als mensen gemeenschappelijk hebben met “het gedierte des velds” en spreekt van de sensaties en emoties die we in ons lichaam gewaar worden. De ziel is in het bloed. De ziel staat model voor het vergankelijke (zielige) bestaan. Geest (pneuma) daarentegen staat voor ‘leven’ en in het bijzonder het Leven dat aan het licht kwam in de opstanding van Christus, “de laatste Adam”.
In lijn hiermee stelt Paulus “de zielse mens” en de “Geest-ige mens” tegenover elkaar. Wordt de eerste beheerst door wat met het oog wordt gezien en door de verlangens van het lichaam, “de Geest-ige mens” leeft uit wat hij wéét, in het bijzonder vanuit hetgeen God heeft bekendgemaakt.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt het fundamentele, Bijbelse onderscheid tussen ziel (psyche) en geest (pneuma). Waar de ziel verbonden is met bloed, gevoelens, emoties en het vergankelijke aardse bestaan van de eerste Adam, is de geest gekoppeld aan onvergankelijkheid, kracht en de opstanding van de laatste Adam (Christus). Een 'geestelijk' mens laat zich niet leiden door zintuiglijke ervaringen of vluchtige emoties, maar toetst alles nuchter aan het Woord van God. Dit besef bevrijdt van een 'zielige' focus op het tijdelijke en geeft een vreugdevol, eeuwig perspectief.

“Geestelijk is wat deze Bereeërs deden: gewoon checken. In het algemeen is het op aards niveau al zo: als je de geest, het verstand, voorrang geeft, dan ga je niet af op emotie, maar dan stel je vragen.”

Introductie: de Wezenlijke Betekenis van Zielig en Geestig ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, beste vrienden. We hebben vanmorgen, zo in de aanvang van deze bijeenkomst, al zulke schitterende dingen gehoord. U wilt het geloven of niet – en misschien denkt u: 'Nou ja, die twee gasten zijn broers van elkaar, dus die hebben ongetwijfeld met elkaar gesproken over de dingen die ze naar voren willen brengen' – maar dat is niet het geval geweest. Op de een of andere wijze was het toeval. Want daar geloven wij natuurlijk echt wel in, hè? Er valt ons zo ongelofelijk veel toe. En van boven, ja precies.

Het is toevallig zo dat ook wat ik nu vanmorgen naar voren wil brengen, daar helemaal bij aansluit. Het gaat over de overwinning op de dood en het nieuwe leven dat sterker is dan dit oude leven, of wat voor leven doorgaat – want dat is ook nog maar de vraag. Ik ga het hebben over ziel en geest. Zojuist werd er mij ingefluisterd dat het thema wellicht een grapje was, of een grapje zou zijn, maar ik moet dat tegenspreken. Natuurlijk is deze woordspeling, 'zielig en geestig', grappig. Maar ik zal u vertellen – en dat hoop ik in de loop van deze bijeenkomst alsnog wel duidelijk te maken – dat het veel meer is dan een woordspeling of een grapje.

Want wat blijkt, is dat als we het hebben over ziel en geest, dat heel veel te maken heeft met 'zielig' en met 'geestig'. Ja, wij zeggen altijd 'geestelijk'. Maar aan dat woord geestelijk heb ik – hoewel ik er verder geen moeite mee heb – vanwege die uitgang, die laatste lettergreep, toch altijd een nare associatie met een 'lijk'. En dat past dan weer niet. Dus ik geef toch de voorkeur aan 'geestig'. Waar ik het over wil hebben, is over het verschil tussen ziel en geest. Dan kom je meteen al op een terrein waar je niet bij het woordenboekje je licht moet opsteken. Dat is mij wel gebleken. In het gewone spraakgebruik worden die dingen namelijk altijd door elkaar gehaald. Ziel en geest zijn dan eigenlijk hetzelfde. En dan bedoel ik niet alleen in het gewone spraakgebruik, maar zelfs als je de officiële bronnen daarvoor raadpleegt.

Ik keek bijvoorbeeld op het internet, op de website van het Taaluniversum, een taalwebsite. Bij het woord 'psychisch' – wat is nou psychisch? – stond daar deze uitleg: 'Psychisch is afgeleid van psyche en betekent geestelijk, het tegengestelde van lichamelijk.' Dus eigenlijk is psychisch gewoon geestelijk. Ik kwam op nog een andere website terecht, van de GGZ, de Geestelijke Gezondheidszorg. Wat doen die? Nou, ik las het op internet in de encyclopedie: 'De geestelijke gezondheidszorg is een toegepaste wetenschap die zich met de psychische gezondheid van mensen bezighoudt.' En daarom heten ze de Geestelijke Gezondheidszorg. Met andere woorden – maar dat heeft u wellicht ook zelf wel ooit vastgesteld of kunt u bevestigen – die dingen worden altijd door elkaar gehaald. Ziel en geest, ja, wie weet nou het verschil? De mensen kunnen dat verschil niet maken.

Maar wat ik u vanmorgen ga vertellen, is dat het verschil hemelsbreed is. Ja, dat is ook vrij letterlijk: hemelsbreed. Het verschil is heel groot. Het Woord van God maakt heel uitdrukkelijk onderscheid tussen die beide. Ik zal u daar ook een regelrechte tekst voor noemen.

Hebreeën 4: Gods Woord Snijdt Tussen Psyche en Pneuma ↑ hoofdstukken

In Hebreeën 4 lees je over het woord van God en wat dat woord vermag te doen. Het is levend, staat er. Het is levend, en het geeft trouwens ook leven. Het is levend en krachtig, en bovendien scherper dan enig tweesnijdend zwaard; het snijdt dus aan alle kanten. Er staat bij: het dringt door, zo diep dat het vaneenscheidt ziel en geest. Dat wat in de wereld en in het algemeen spraakgebruik op één hoop gegooid wordt — waarbij mensen het verschil niet weten — wordt door Gods woord gescheiden. Zelfs mensen die er heel goed over hebben nagedacht, academisch gevormden, kennen het verschil vaak niet; zij zeggen eigenlijk dat het hetzelfde is.

Het woord van God is echter anders. Het is niet alleen levend en krachtig, het is ook heel scherp. Het maakt verschil, het scheidt ziel en geest van elkaar. Ik moet erbij zeggen dat daar overlap is. Het is niet zo dat het twee compleet verschillende werelden zijn, maar één ding moet duidelijk zijn, en ik zal het u ook laten zien: Gods woord maakt scheiding tussen ziel en geest. Tussen ziel, dat is psuché — dat is het Griekse woord ervoor. Ik zeg dat niet om interessant te doen, maar om u meteen te vertellen wat het woord is dat wij ook allemaal kennen: psyche, dat komt uiteraard regelrecht uit het Grieks.

En dat woord geest kennen we ook allemaal, in een iets ander verband, maar dat is pneuma. Eigenlijk staat pneuma voor alles wat je niet kunt zien: voor adem, voor kracht, ja, voor geest. Het begrip geest kan voor alles staan, maar de karakteristiek voor geest is dat het zich onttrekt aan de waarneming; we kunnen het niet zien. De bijvoeglijke vorm van ziel, het bijvoeglijk naamwoord, is 'ziels'. Dat kennen we niet echt als een goed Nederlands woord, althans het wordt niet veel gebruikt. Je zou eigenlijk moeten zeggen: zielig. Dat klopt wel, maar dat heeft in onze taal weer een andere betekenis. Maar zoals ik in het begin al even aangaf, liggen die betekenissen feitelijk toch wel degelijk heel dicht bij elkaar. Ik hoop u ook duidelijk te maken dat de ziel inderdaad heel zielig is.

De bijvoeglijke vorm ervan komt vijf keer voor in het Nieuwe Testament en dat is alweer heel frappant. Daarom kom je bij elkaar en daarom doe je Bijbelstudie: in onze Bijbelvertalingen is dat woord helemaal verdwenen. Echt waar. 'De ziel' als zelfstandig naamwoord is al vaak verdwenen; het wordt dan vertaald met 'wezen'. Dat zie je de eerste de beste keer al in Genesis 1 en 2, waar je de ziel in de NBG-vertaling al niet eens meer terugvindt. In de moderne vertalingen is het al helemaal weg, maar ook in de Statenvertaling wordt het soms weergegeven met 'leven' of met 'bestaan'. De ziel is verdwenen.

Maar dat geldt ook voor de bijvoeglijke vorm; die komen we zelfs helemaal niet meer tegen in onze Bijbels als 'ziels'. Het komt vijf keer voor, maar in onze vertaling vinden we het geen enkele keer. In 1 Korinthe 2 vers 14 staat het woordje 'ziels', maar hoe wordt het vertaald? Ongeestelijk. In 1 Korinthe 15 — ik kom er straks op terug — wordt het vertaald met 'natuurlijk'. Dat is niet juist; dat is 'ziels'. Verderop in 1 Korinthe 15 staat nogmaals 'het natuurlijke'. In Jakobus 3 vers 15 wordt het vertaald met 'ongeestelijk' en in Judas 1 vers 19 met 'het natuurlijke'. Dat is allemaal heel fraai, maar daarmee wordt de Bijbellezer iets enorms onthouden. Dat is waar ik u vanmorgen op wil wijzen: op het verschil tussen ziel en geest, tussen zielig en geestig. Want Gods woord maakt duidelijk scheiding, maar dan moet je natuurlijk wel weten waar dat woord ziel voorkomt en dat het in de vertalingen helemaal is verdwenen.

Korinthe 15: Gezaaid in Vergankelijkheid, Opgewekt in Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

Laten we eerst eens naar dat magistrale hoofdstuk gaan dat al veel eerder vanmorgen prachtig voor het voetlicht is gekomen: 1 Korinthe 15. Het is het hoofdstuk bij uitstek over de opstanding van Jezus Christus en de machtige consequenties die daaruit voortvloeien. Daar gaat Paulus ook spreken over ziel en geest. Ik zei al: dat komt in de vertaling niet goed uit de verf, en daarom wijs ik u erop. Laat ik beginnen te lezen bij vers 42. Daar is Paulus midden in zijn betoog en hij zegt: "Zo is het ook met de opstanding der doden."

Daar gaat het in dat hoofdstuk helemaal over. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid en opgewekt in onvergankelijkheid. Wat hij doet, is het bestaan hier op aarde – gewoon dit aardse leven – vergelijken met het leven dat God straks aan het licht zal brengen voor heel de schepping, en dat al aan het licht gekomen is bij de opstanding van Christus toen de steen werd weggewenteld. Wel, wat staat daar tegenover elkaar? Dat zie je in deze verzen; Paulus brengt dat in deze passage naar voren. Er is een tegenstelling tussen deze schepping en de nieuwe schepping. Deze schepping wordt gekenmerkt door vergankelijkheid; alles gaat teniet. Alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan. Dat is nu eenmaal het lot van elk schepsel. Dat is karakteristiek voor deze hele schepping: alles is aan de vergankelijkheid onderworpen. Romeinen 8 zegt dat ook: de schepping is aan de slavernij van de vergankelijkheid onderworpen. We zaten er nog achter: niet vrijwillig, maar door Hem die haar daaraan onderworpen heeft.

Er wordt gezaaid in vergankelijkheid. Dat is precies wat dit plaatje ook aangeeft. Wat er gebeurt wanneer iemand is overleden, dan zaaien we het lichaam in de aarde. Daar heeft Paulus het over; dat is een schitterend beeld. Tegenwoordig zijn er allerlei alternatieven. Ik weet niet of u van de week nog het nieuws hebt gevolgd, maar ik las op nu.nl een bericht dat er heel andere manieren van lijkbezorging aan de horizon komen. Je hebt natuurlijk crematie, maar er bestaat ook zoiets als dat de mens oplost in een vloeistof of dat ze iemand gaan bevriezen, zodat er uiteindelijk alleen maar een klein beetje stof overblijft – eenzelfde restant als bij een crematie. Het hele idee erachter is – en ik heb het eens van iemand gelezen – dat dit precies is wat het eigenlijk uitbeeldt: een knappe God die daar nog wat van weet te maken.

Nou, dat is inderdaad waar: een knappe God die daar nog iets van kan maken. Maar daar hebben we ook mee te maken. Kijk, dat hele verhaal is pure symboliek. Begraven heeft geen functie in de zin van dat God het straks weer makkelijk kan opwekken. Want bij een begrafenis, of wanneer een lichaam aan de aarde toevertrouwd wordt, is daar in een paar jaar tijd ook helemaal niets meer van over. Dan geldt net zo goed dat het een knappe God is die daar nog wat van zal maken. Maar dat is nu juist de boodschap. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en dat is de symboliek. Er wordt iets aan de aarde toevertrouwd met als resultaat dat het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Dat het aan de aarde toevertrouwen of begraven gebeurt, is puur vanwege de symboliek van het zaaien. Een schitterend beeld.

Maar daar houdt de tegenstelling niet mee op. Paulus vervolgt dan in vers 43: "Er wordt gezaaid in oneer, er wordt opgewekt in heerlijkheid." In oneer... ja, dat is dit bestaan ten voeten uit. Het is niet alleen vergankelijk, maar bovendien is die weg van de vergankelijkheid een heel ontluisterend proces. Het is niet alleen een kwestie van: het houdt een keer op, punt. Nee, de weg naar die punt is er één van ontluistering en oneer. Ik heb hier een plaatje van een verzorgingstehuis waar demente bejaarden worden verzorgd. In wezen beeldt dat het uit: het is ontluisterend. De wijze waarop een mens oud wordt of de wijze waarop een mens sterft... de schoonheid gaat verloren. Je raakt allerlei dingen kwijt: je haar verdwijnt, je krijgt rimpels, enzovoort. Dat wat aanvankelijk allemaal zo mooi was, dat verdwijnt. Functies verdwijnen; je hebt op een gegeven moment een bril nodig of een gehoorapparaat. Je hebt allerlei hulpmiddelen nodig om op de been te blijven. Kortom, het is in wezen een heel ontluisterend proces. Het is niet alleen maar dat het een keer ophoudt; dat hele proces is er een van oneer. En dat is het negatieve van wat het zal zijn.

Het bestaan hier wordt gekenmerkt door vergankelijkheid, door oneer en ontluistering. Maar dat is precies het tegendeel van wat het zal zijn, namelijk heerlijkheid. Pure heerlijkheid die wacht, wat God voornemens is en wat God gaat realiseren in de opstanding. Opgewekt in heerlijkheid! Er wordt gezaaid in zwakheid en er wordt opgewekt in kracht. Dit bestaan wordt gekenmerkt door vergankelijkheid, door oneer, ontluistering en ook door zwakheid: afnemende krachten en het niet in staat zijn tot. Daarentegen, als wij opgewekt worden, dan worden we opgewekt in kracht. Dynamisch staat hier, oftewel dynamis; dat wil zeggen vermogen. Een vermogen dat ook niet ophoudt, maar een vermogen dat blijft; een vermogen in heerlijkheid en onvergankelijkheid. We hebben er op dit moment domweg geen idee van – daar ben ik vast van overtuigd – wat God straks gaat doen met deze hele schepping, wanneer de schepping van vergankelijk onvergankelijk zal worden. Dat is ook een proces trouwens: ieder in zijn eigen rangorde, dat is hetzelfde 1 Korinthe 15. Maar dat gaat God maken!

Nou, u zegt: "Wat heeft dit nou te maken met ziel en geest?" Wel, daar komen we nu op in vers 44.

Het Zielslichaam: Gekenmerkt Door Zintuigen, Emotie en Bloed ↑ hoofdstukken

"Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid", lezen we in onze vertaling. Maar dat staat er eigenlijk niet. Er staat: er wordt een soma psychicon gezaaid. Dat is wat er staat: een zielslichaam wordt gezaaid in de aarde. Dit lichaam is een zielslichaam. We kennen het begrip dat Paulus hier gebruikt nog wel van een ander woord dat de meesten van ons wel zullen kennen: psychosomatisch. Volgens sommige artsen is zelfs negenennegentig procent van de kwalen die een mens heeft feitelijk psychosomatisch. Dat wil zeggen dat de lichamelijke klachten — soma is het lichaam — en de ziekten die een mens kunnen overkomen, hun oorsprong hebben in de psyche, in de ziel. In het gevoelsleven, in dat wat een mens meemaakt. Dit lichaam is psychosomatisch; het wordt beheerst door de ziel. Dat is het karakteristieke van dit lichaam. Het is vergankelijk, het is onderworpen aan ontluistering en oneer, het wordt gekenmerkt door zwakheid en vervolgens zegt Paulus: het is een zielslichaam.

Nu moeten we weten wat een ziel is. Wat betekent dat nou? Laten we even helemaal naar het begin gaan, naar Genesis 1. Daar lezen we de eerste keer dat de Bijbel het woord ziel gebruikt; in het Hebreeuws is dat nefesh. In de vertaling komt dat vaak niet goed uit de verf, al geloof ik dat de Statenvertaling hier wel nauwkeurig is. In vers 20 van Genesis 1 staat dat de wateren wemelen van levende zielen en dat het gevogelte over de aarde vliegt langs het uitspansel van de hemel. In vers 21 staat dat God de grote zeedieren schiep en alle krioelende levende zielen waarvan de wateren wemelen naar hun aard. Hier staat niet het woord 'wezen', zoals u dat in de NBG-vertaling vindt; nee, hier wordt het woord 'zielen' gebruikt. Dat is belangrijk, omdat 'ziel' niet iets is dat alleen kenmerkend is voor de mens. Sterker nog: de eerste keer dat het woord gebruikt wordt, gaat het gewoon over dieren. Dieren zijn zielen. Dieren hebben niet een ziel, nee, dieren zijn zielen. Van planten lezen we dat niet; die wemelen ook niet, want ze hebben een vaste staanplaats.

Een ziel wordt ook door iets anders gekenmerkt, namelijk door bloed. Dat lezen we in Leviticus 17 vers 11. Dat is een tekst om te onthouden: de ziel van het vlees, zo staat er, is in het bloed. Daarom zei ik al: een plant is geen ziel, maar dieren wel. Dieren zijn zielen. Dat is ook wat de mens overeenkomstig heeft met het dier: dat hij een ziel is. Die ziel heeft te maken met bloed, en de kleur ervan is daarin ook veelzeggend. Het heeft alles te maken met gevoel en met passie. Passie is een heel dubbelzinnig woord. Het betekent hartstocht; als het hart sneller gaat kloppen om de bloedtoevoer te stimuleren, heeft dat alles te maken met gevoel. Maar 'passie' is ook het woord voor lijden. De passieflora is de lijdensbloem. Passie is dus zowel hartstocht als lijden. Liefde en lijden hebben alles met elkaar te maken.

Dat is een verhaal op zich, maar het gaat me nu om de connectie met de ziel. Karakteristiek voor de ziel is het bloed, dat rode. Het heeft alles te maken met gevoel en met emotie. Dat is wat ons ook verbindt met het gedierte des velds, om het zo te zeggen. We hebben gevoel, we hebben zintuigen, we hebben indrukken en we hebben sensaties die we in ons lichaam ervaren. Dat is de ziel. Om nu terug te komen op de tekst: er wordt een zielslichaam gezaaid. Dat is dit lichaam dat we hier allemaal hebben.

Het Geestelijke Lichaam: Niet Onstoffelijk, maar Beheerst Door Pneuma ↑ hoofdstukken

Zoals we hier zitten en staan, hebben wij allen een ziels lichaam. Maar, zegt Paulus, er wordt een geestelijk lichaam opgewekt. Of, zo u wilt: een 'geestig' lichaam opgewekt. Hier wordt het woord gebruikt: een soma pneumatikon. Dat lichaam dat gezaaid wordt in de aarde als het begraven wordt, is een lichaam dat beheerst wordt door ziel; het is een ziels lichaam. Als het straks bij gelegenheid opgewekt wordt, dan wordt het niet meer gekenmerkt door ziel, maar door geest, door de pneuma.

En wat is het grote verschil? Kijk, als ik met mijn geest aan iets denk – stelt u zich voor dat ik mij nu in mijn gedachten bevind op het Vrijheidsbeeld in New York – dan doet mijn lichaam daar niet aan mee. Dat zou wat wezen hoor, dat mijn geest mijn lichaam op die manier zou beheersen. Maar wat Paulus hier schrijft, is dat het lichaam van de opstanding niet wordt beheerst door ziel, door gevoel, door sensaties of door bloed. Nee, het wordt beheerst door geest. Vandaar ook dat u in het Nieuwe Testament over de Heer Jezus leest dat Hij zomaar ergens verscheen. Hij was niet gebonden aan de natuurwetten zoals wij die thans kennen. Nee, het wordt beheerst door geest.

Een geestelijk lichaam betekent niet een onstoffelijk lichaam. Zo wordt het wel vaak gelezen, maar dat betekent het niet. Het was de Heer Jezus zelf die, toen Hij zomaar in het midden van Zijn discipelen verscheen op die bewuste zondagavond, merkte dat zij verbaasd waren. Ze dachten een geestverschijning te zien. Maar Hij zei: 'Nee, Ik ben geen geestverschijning.' En Hij bewees het door gewoon een visje voor hun ogen op te eten. Hij zei – ik citeer nu even uit mijn hoofd: 'Want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals Ik heb.' Vlees en beenderen. Het is dus wel degelijk ook een stoffelijk, concreet lichaam, maar niet meer beheerst door bloed of door ziel, maar door geest.

Ik ben ervan overtuigd dat het opstandingslichaam ook geen bloed kent. Wat door de aderen zal stromen, is pneuma. Vraag me niet wat dat precies is; u kunt het ook niet zien. Dat is geest; een totaal andere bestaanswijze. Een pneumatisch lichaam. We hebben er nog geen idee van, maar het is niet onderworpen aan alle psychische toestanden die we hier meemaken. Nee, een pneumatisch lichaam wordt beheerst door geest.

Ik kom er nog even op terug dat dit lichaam geen bloed zal hebben, want dat kan ik bewijzen. Even later zegt Paulus in ditzelfde hoofdstuk: 'Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed – dat wil zeggen: vlees samen met bloed – kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven.' En het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Wat wij zullen ontvangen is niet een lichaam met bloed, gekenmerkt door ziel, maar een pneumatisch, onvergankelijk lichaam.

Is er een ziels lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Dat wil zeggen: eerst het een, dan het ander. Aldus staat er ook geschreven: 'De eerste mens, Adam, werd een levende ziel.' U weet dat Paulus hier citeert uit het boek Genesis; niet uit Genesis 1, maar uit Genesis 2. Daar wordt geschreven: 'Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus.' De geest – hier staat een specifiek woord – de levensadem. Alzo werd de mens tot een levende ziel. Er staat niet dat hij een ziel kreeg, nee, hij werd een levende ziel. De mens is een ziel.

Daarvoor moeten we van een heleboel begrippen af. U kent ongetwijfeld de uitdrukking die al uit de Griekse filosofie stamt: 'de mens heeft een onsterfelijke ziel'. De Bijbel spreekt echter helemaal niet over een onsterfelijke ziel. Weet u wat de Bijbel zegt? 'De ziel die zondigt, die zal sterven.' De Bijbel spreekt zelfs over dode zielen. Maar hier lezen we: de mens is een levende ziel. En waar is een levende ziel van gemaakt? Gewoon, zoals er staat: van stof uit de aardbodem. Dat maakt hem op zichzelf nog niet levend; levend wordt hij doordat hij de levensadem in zijn neus heeft. Maar de substantie van een ziel is stof uit de aardbodem, net als bij de dieren. Karakteristiek daarbij is dat het bloed door de aderen heeft stromen en gevoel heeft, passie heeft en sensaties kent. Dat is ziel.

In dit verband wil ik ook nog wijzen op het Hebreeuwse woord voor aardbodem: adamah. Het woord voor mens is Adam. Adam betekent eigenlijk 'aardeling', iemand die voortkomt uit de aarde. De uitgang is eigenlijk vrouwelijk, maar dat is weer een ander verhaal; de mens komt voort uit 'moeder aarde'. Wat ook opmerkelijk is: het woord voor rood in het Hebreeuws is adom – samengesteld uit dezelfde letters. En dan is er nog het woord voor bloed: dam. Dat is het Hebreeuwse woord voor bloed. Een levende ziel is dus Adam: hij wordt gekenmerkt door het rode bloed en komt voort uit de aarde, die ook de kleur rood heeft.

In die Hebreeuwse symboliek zitten zulke enorme schatten. Het schitterende is dat de Hebreeuwse letter Alef, de eerste letter, staat voor de naam van God, de Ene. Waar die letter zich verbindt met het bloed (dam), daar zie je de mens: Adam. God die zich verbindt met het bloed. Hoe het ook zij, er is een directe verwantschap tussen het bloed, de mens en de aarde; het heeft allemaal direct met elkaar te maken. De mens is uit de aarde genomen en als ziel samengesteld uit stof uit de aardbodem.

De Eerste Aarde-adam Versus de Laatste Levendmakende Adam ↑ hoofdstukken

Paulus zegt: "De eerste mens Adam werd een levende ziel, de laatste Adam een levendmakende geest." Hier zien we weer zo’n geweldige tegenstelling, namelijk tussen de eerste Adam, die slechts een type was van de laatste Adam. De ene werd ooit uit de aarde genomen en werd zo een levende ziel; de laatste Adam is een levendmakende geest.

Sommige mensen zeggen weleens "de tweede Adam", maar die term kun je beter niet gebruiken. Dat is niet wat de Bijbel zegt; Hij is de laatste Adam. De "tweede Adam" zou nog kunnen suggereren dat het weer mis kan gaan met Adam, maar nee, Hij is de laatste Adam. Hij is de definitieve versie, zal ik maar zeggen. De eerste was slechts een type, een noodzakelijke voorloper en een aankondiger van de laatste Adam.

Waarom heet ook de laatste Adam — dat is uiteraard de Heer Jezus Christus — Adam? Wel, heel eenvoudig: Hij sluit de hele mensheid in. Hij is de Mens en sluit de mensheid in. Zoals in 1 Korinthe 15 vers 22 staat: "Zoals in Adam alle mensen" — wij allemaal — "stervelingen zijn, zo zullen in Christus, de laatste Adam, allen worden levend gemaakt." En dat is precies wat hier staat in vers 45. In Christus, dat wil zeggen de laatste Adam, zal heel de mensheid worden levend gemaakt.

Als ik het heb over leven, dan bedoel ik niet slechts "tot leven komen", maar LEVEN met allemaal hoofdletters. Leven zoals Paulus het hier in dit hoofdstuk aan het licht brengt en waarover hij uitwijdt: namelijk leven dat de dood achter zich heeft. Leven in heerlijkheid, onvergankelijkheid en kracht. Dat is leven. Wat wij hier kennen is geen leven, dat is sterven; het proces dat op weg is naar de dood. Dit is echt leven.

Die laatste Adam is sinds Zijn opstanding uit de doden een levendmakende geest. En Hij staat er borg voor dat heel de mensheid dat leven dat Hij aan het licht bracht, ten deel zal vallen. Paulus zegt er dan nog bij: "Toch komt het geestelijke niet eerst, maar het zielse en daarna het geestelijke." Waarmee je trouwens ook ziet dat het allemaal design en ontwerp is. Er ging nooit iets mis in de hof van Eden. De mens at van de verboden vrucht, hij viel in ongehoorzaamheid, et cetera — dat is waar — maar het liep God niet uit de hand. God had bij de creatie van Adam de laatste Adam al op het oog. Eerst zou het zielse komen, pas daarna het geestelijke. Ja, het "geestige".

Dit bestaan wordt allemaal gekenmerkt door ziel, maar daarmee ook door problemen. Dat vind ik altijd wel eigenaardig als we het hebben over de psyche en over ziel. Het bijvoeglijke woord "zielig" is al zo tekenend; het heeft altijd te maken met problemen. Psychologie, psychiater... aan dat woord "psyche" kleeft al de ellende, de narigheid en het verleden. Dat zit er gewoon aan vast.

Bij geest daarentegen, zoals Paulus het uiteenzet, heeft geest te maken met leven. Geest is ook gewoon leven. En die levendmakende geest heeft te maken met luister, met heerlijkheid, met onvergankelijkheid en met kracht. Kijk, dat is geestelijk, want daar komt namelijk geen eind aan. Daarom is het veel meer dan een woordspeling, "zielig en geestig". Het is precies wat het is. Het is niet de psyche en de psychologie en het wroeten in het verleden. Want dat is ook psychologie, dat weet u: wroeten in het verleden. Daarentegen heeft de pneuma, zoals Paulus het hier uiteenzet, te maken met de toekomst die God voornemens is aan het licht te brengen; waarheen Hij op weg is.

Kijk, als je dat voor ogen hebt, dat maakt vrolijk. Dat is geestig. Dan kun je de dingen hier ook relativeren. Ik ben er ook vast van overtuigd dat dit het beste medicijn is wat er bestaat voor alle zielse mensen zoals wij allemaal zijn: deze geestige boodschap, dit werkelijk goede bericht. Dan ben je in staat... we blijven hier gewoon, dit is het zielse lichaam, dat blijft het. Daar moeten we nog even mee doen. Maar in dit zielse bestaan hebben wij geest. Een geestige boodschap; we hebben in deze aardse vaten een schat. En dat is die pneuma, dat is die geest.

Het eerste is ziels, daarna is het geestelijke. Zo heeft God het ontworpen en zoals mijn broer Dirk dit al eerder aangaf: eerst is daar die rups, maar dat is slechts een tijdelijk fenomeen. Dat is slechts om de vlinder. Die rups, die vastzit aan de aarde met zoveel pootjes en alles maar vreet... wel, als die zijn bestaan aflegt, dan is daar daarna die vlinder, inderdaad geassocieerd met die kleurenpracht. Die vliegt zo de hemel in en is niet meer gebonden aan dit aardse bestaan. Dat is pneuma, dat is geest. Het heeft ook alles weer met honing te maken. Dat vreet niet meer. Goed.

Korinthe 2: Gods Denkzin Kennen Door het Geschonken Woord ↑ hoofdstukken

Nou wil ik nog even naar 1 Korinthe 2 toe. Dat moet, want dat is de omgekeerde volgorde; ik ben begonnen bij 1 Korinthe 15 en nu ga ik naar 1 Korinthe 2. Daarin wil ik ook laten zien hoe Paulus ziel en geest van elkaar scheidt: heel duidelijk, heel simpel en ook heel krachtig.

Hij schrijft in vers 11 van dat hoofdstuk: "Wie toch onder de mensen weet wat in een mens is, dan des mensen eigen geest die in hem is?" Dat is een simpele vaststelling, toch? Want wie kent een mens beter dan zijn eigen geest? U zegt: "God zelf." Ja, uiteraard, maar ik bedoel onder de mensen. Niemand wordt beter gekend dan juist door jezelf. Wie toch onder de mensen weet wat in een mens is, dan des mensen eigen geest? Een ander staat altijd op een afstand.

Paulus vervolgt: "Zo weet ook niemand wat in God is, dan de Geest Gods." Ik moet er trouwens bij zeggen: die Geest Gods is niet een aparte persoonlijkheid, zoals heel vaak gezegd wordt. Het woord drie-eenheid kwam vanmorgen nog voorbij; dat is een term die we niet in de Bijbel vinden. Ja, Bartje kende hem wel en vele anderen gebruiken hem ook, en het is een heel belangrijk leerstuk, maar zo spreekt de Bijbel er niet over. De Geest Gods is niet een aparte persoonlijkheid, zoals de geest in de mens ook niet een andere persoonlijkheid is dan de mens zelf. Nee, het is gewoon des mensen eigen geest die weet wat in hem is. Nou, zo weet ook niemand wat in God is dan de Geest Gods. Niet zo moeilijk, lijkt me hè?

We lezen verder: "Wij nu hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest uit God." Waarom? En hoe trouwens? Dat moet ik er ook bij zeggen: gewoon door het Woord. Wij hebben de Geest vanuit God ontvangen en dat is Woord. Dat blijkt ook wel, want daar staat achter: "opdat wij zouden weten wat ons door God in genade geschonken is." Daarom maakt die genade, de Geest van God, ons bekend... nou laat ik het lezen: wij ontvangen de Geest uit God, opdat wij zouden weten wat ons door God in genade geschonken is. Zijn Woord maakt ons bekend wie Hij is, wat Hij weggeeft, wat Zijn genade is en hoe Hij ons blij maakt. Want dat is wat genade is, en het is de bedoeling dat wij dat zouden weten.

Het heeft niet te maken met voelen – ik zeg het nu alvast even, want het blijkt ook in het vervolg – het heeft niet te maken met voelen, met sensaties of met de zintuigen. Nee, het heeft te maken met dat wat je hoort, wat Hij zegt, wat Hij vertelt en wat er geschreven staat. Dat weten wij. Het is zo belangrijk om dat te weten: dat je geloof te maken heeft met wat uit het gehoor is. Niet uit gevoel, ook niet uit wat je ziet, nee, uit wat je hoort. Wat je verneemt van de Schriften, wat Gods Woord zegt.

Gevoel, het woord zegt het al: emotie. Daar zit het woordje 'motion' in, beweging. Dat gaat voortdurend zo. Soms is het hier, soms is het daar; het is voortdurend, net als bloed, in beweging. Daar zou je ook niet op afgaan. Als je dat wel doet, dan ben je ziels ingesteld – ook zielig. Maar Geest: als je pneumatisch bent, dan leef je uit wat er gesproken is. Dan weet je de dingen die ons door God in genade geschonken zijn.

Vervolgens zegt Paulus: "Hiervan spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken." Dat wil zeggen: de dingen van de Geest Gods deelde Paulus mee in woorden die ook door de Geest geleerd zijn. Paulus heeft daar woorden aan gegeven die de Geest hem geleerd had. Het is hem geopenbaard en hij heeft het uitgesproken, hij heeft het geheraut, hij heeft gepredikt en hij heeft het opgetekend. En niet alleen de boodschap zelf, dat wat hij vertelt, is geestelijk, maar ook de wijze waarop hij het meegedeeld, in woorden vervat en opgetekend heeft, is geestelijk. Alles wordt erdoor gekenmerkt. Het Woord van God is geestelijk, is pneumatisch, het is krachtig en het is levend. Kortom: alle kenmerken die eigen zijn aan pneuma.

De Geestelijke Mens: Niet Leven uit Gevoel, maar de Waarheid Nagaan (anakrino) ↑ hoofdstukken

Paulus zegt het, en hier komen we weer op dat specifieke woord uit. Er staat in onze vertalingen vaak 'een ongeestelijk mens', maar eigenlijk staat er dat een zielsmens niet aanvaardt wat van de Geest van God is. Een zielsmens, dat zijn wij eigenlijk allemaal. Wij zijn immers allemaal zielen. Dat zie je ook in ons spraakgebruik nog: hoeveel zielen waren er in de zaal, of hoeveel inwoners telt Zoetermeer? Zoveel zielen. Dat is de mens; de mens is een ziel.

Maar een zielsmens is een mens die georiënteerd is op de ziel, zoals Paulus dat hier naar voren brengt. Eigenlijk wordt zo iemand geregeerd door de ziel, zoals een dier dat ook wordt: door de indrukken en door de gevoelens. Toch is er iets wat een mens onderscheidt van het dier, en dat is dat hij geest heeft. Dat wil zeggen: hij heeft verstand, inzicht, hij kan spreken en hij heeft het woord. Een zielsmens is daar echter niet op georiënteerd. Er staat dat een zielsmens niet aanvaardt wat van de Geest van God is. Dat kun je hem ook niet kwalijk nemen, want het is hem een dwaasheid. Hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk – of geestig – te beoordelen is.

Ik maak geen verschil tussen geestelijk en geestig; het heeft namelijk alles te maken met de pneuma, met de Geest van God. Dat kent een zielsmens niet. Het is hem een dwaasheid en hij kan het niet verstaan. Het heeft ook helemaal geen zin om die dingen te vertellen tegen iemand die zielsgeoriënteerd is, want die zal het domweg niet begrijpen. Je ogen moeten ervoor geopend worden. Maar er staat: de geestelijke mens beoordeelt alle dingen. Dat is de mens die niet wordt geregeerd door de ziel, door sensaties, indrukken of zintuigen, maar die beheerst wordt door wat hij weet, door wat door de Geest bekendgemaakt is. Welnu, die beoordeelt alle dingen.

Weet u welk woord Paulus hier gebruikt? Dat is het Griekse woord anakrino. Dat woord betekent letterlijk: nagaan, checken, verifiëren, de waarheid ervan achterhalen. Het wordt in het Nieuwe Testament in Handelingen 28 vertaald met 'onderzoek doen', of in 1 Korinthe 10 met 'navraag doen'. En ditzelfde woord anakrino vinden we ook in Handelingen 17 vers 11. Daar schrijft Lucas over de mensen in Berea, dat zij zich gunstig onderscheidden van degenen in Tessalonica. Waarom? Wel, daar werd het Woord gesproken. Dat is geest; een woord kun je immers niet zien, je hoort het, net als de wind. Woord is geest. Zij namen het Woord met alle bereidwilligheid aan en dagelijks gingen zij de Schriften na – en daar staat weer dat woordje anakrino – of deze dingen zo waren.

Dat is geestelijk, of zo u wilt: geestig. Checken. Nagaan. Weet u wat mensen vaak denken bij 'geestelijk'? Ze zien dan iemand voor zich die heel vroom praat, of met zijn handen in de lucht helemaal wordt meegevoerd door praise-muziek. Maar dat is niet geestelijk. Geestelijk is wat deze Bereeërs deden: gewoon checken. In het algemeen is het op aards niveau al zo: als je de geest, het verstand, voorrang geeft, dan ga je niet af op emotie, maar dan stel je vragen. Hoe dan wel? Waar staat dat? Wat betekent dat? Hoe bedoel je? Waar wil je naartoe? Dat is dat anakrino.

Ik vond een plaatje op internet over hoe het in kerken en gemeenten dikwijls het geval is. Je gaat de kerk in en aan de linkerkant mag je je jas ophangen, maar aan de rechterkant staat een bordje: 'Please leave brains here'. Je mag daar niet nadenken. Je moet daar gewoon lekker praisen en fijn in een warm bad stappen. 'Dat we gekomen zijn en dat we het voelen', dat is allemaal zo fijn. Dat is een typische term in die kringen; alles is gebaseerd op gevoel. Maar je moet geen vragen stellen.

Ik vond ook nog een plaatje over jargon. Ze hebben vaak een bepaald soort jargon en daarmee walsen ze gewoon over alle moeilijke vragen heen. Je moet niet vragen hoe het dan precies zit, of wat de waarheid is. Die vragen worden niet gewaardeerd; je moet vooral geen moeilijke vragen stellen. We hadden het er gisteren nog over in een gesprek: je komt in kringen waar een voorganger zelfs boos wordt als je vragen stelt. Je moet je handen uit de mouwen steken, want het ging er vooral om dat we het fijn hebben met elkaar.

Nee, daar gaat het niet om. Het gaat erom: is het waar? Kijk, dat is geestelijk. Als je geestelijk bent, als je geestig bent, dan stel je de vraag: klopt het wat je zegt? En dan ga je dat na in de Schriften. Weet u, dan ontdek je zoveel. Dan wordt het echt lachen, en daar komt dat woord 'geestig' meteen om de hoek kijken. De traditie blijkt dan inderdaad belachelijk te zijn. Maar dat niet alleen: Gods Woord is zoveel rijker. Je wordt in de Schriften gewezen op die machtige rijkdom en op het werkelijke leven. Dan leer je de dingen hier te relativeren. Dat maakt een mens inderdaad geestig: blij en humoristisch. Je gaat namelijk de humor van de dingen inzien.

Waar het mij om gaat, is dat een geestelijk mens dus niet iemand is die geleid wordt door de psyche. Dat is ziels. Wat vaak versleten wordt voor geestelijk, is in werkelijkheid ziels. Geestelijk is degene die checkt en nagaat, precies zoals die Bereeërs deden. Laat u niet gek maken en laat u niet intimideren door opmerkingen dat u zulke vragen niet moet stellen. Dat lijkt geestelijk, maar het is zo ongeestelijk als de pest. Want als mensen op die manier antwoorden geven, getuigt dat juist van een gebrek aan geestelijk inzicht.

Over die geestelijke, geestige mens wordt echter gezegd: hij wordt door niemand beoordeeld. Laten we wel wezen, hij is een raadsel voor zijn omgeving. Hij wordt niet begrepen. Dat komt precies door het onvermogen van de zielse mens waar we het over hadden. Maar dan staat er in het laatste vers van 1 Korinthe 2: 'Wie kent de zin van de Heer, dat hij Hem zou voorlichten?' Of letterlijk staat er eigenlijk: 'Want wie kent de denkzin van de Heer? Wie zal Hem narekenen?' Dat kan niemand. Het enige wat wij weten van de Heer, is wat Hij bekendgemaakt heeft. Voor zover wij iets van Hem weten, is dat omdat Hij gesproken heeft. Hij vertelt het ons; Hij heeft Zijn Woord gegeven. Daarom weten wij de dingen.

En daarom zegt Paulus ook: 'Wij hebben de zin van Christus.' Dat wil zeggen: de denkzin van Christus. Dat hebben wij omdat het ons verteld is. Wij weten wat ons door Gods genade is meegedeeld en geschonken. Al die rijkdom, daar leven wij uit. En dat maakt ons precies van zielig naar geestig. Amen.

🎧 Zielig & Geestig
Delen: