GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Hout Hooi & Stro

20-06-2010 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 20 juni 2010 in Eben Haëzer, Rotterdam

Wat doet er toe in ons leven? Wat blijkt van waarde wanneer we de laatste adem hebben uitgeblazen? De Bijbel is daar duidelijk over. Dat wat de mens produceert aan gedachten, meningen en werkzaamheden is niet fireproof. Het wordt ondergebracht onder de noemer “hout, hooi en stro”. Slechts wat GOD in ons leven doet en bewerkt, dat houdt z’n waarde en zal blijven bestaan. Dat heet “goud, zilver en edelgesteente”. Waar herkennen we dit werk van God (ook in ons eigen leven) anders aan, dan dat Hij daarvoor de dank en credits ontvangt? Het loon waarvan sprake is, gaat niet over wat wij voor de Heer hebben gedaan, maar wat Hij in en door ons heeft kunnen doen. Dát honoreert God – de rest is “hout, hooi en stro”.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie onderzoekt de waarde van het geloofsleven aan de hand van de bouwmaterialen uit 1 Korinthe 3. Goud, zilver en edelgesteente symboliseren Gods onvergankelijke heerlijkheid, de betaalde losprijs en Zijn veelkleurige wijsheid. Hout, hooi en stro staan daartegenover voor menselijke constructies en religieuze slavernij die de vuurproef niet zullen doorstaan. Uiteindelijk zal blijken dat alleen het werk dat God zelf in en door de gelovige heeft bewerkt, overblijft en loon ontvangt.

“De vraag is niet of wij veel voor Hem hebben gedaan of we zo onze best hebben kunnen doen. Nee, de vraag is: hebben wij veel van Hem verwacht?”

Wat Blijft Er over van Ons Leven? ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede morgen, beste vrienden. Ik wil u deze ochtend heel graag meenemen naar het schriftgedeelte dat we zojuist hebben gelezen: 1 Korinthe 3, vers 10 tot en met 23. Dat gaat over hout, hooi en stro, maar er zullen ook nog andere materialen ter sprake komen.

Feitelijk gaat het vanmorgen over de vraag – de zeer serieuze vraag, mag ik wel zeggen: wat blijft er nu van ons leven over als er een einde komt aan dit ondermaanse bestaan? Wanneer we de laatste adem uitblazen, of in elk geval wanneer er een keer een einde aan komt als we wellicht de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar wat blijft er dan nog over van ons leven? En wat is eigenlijk de waarde van ons bestaan als wij hier gelovig onze weg gaan?

Ik stel voor dat we eerst eens naar dat Bijbelgedeelte toe gaan en beginnen te lezen bij vers 10. Paulus schrijft daar over de wijze waarop hij in Korinthe werkzaam is geweest; hoe hij daar het evangelie, het goede bericht van Gods genade, heeft uitgesproken, geheraut en bekendgemaakt, en hoe er op die prediking een reactie is gekomen, zodat velen in Korinthe tot erkenning van die machtige boodschap zijn gekomen.

Hij schrijft dan: "Naar de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd." Paulus was zich heel goed bewust van wat hij deed en leed absoluut niet aan een minderwaardigheidscomplex. Maar hij zegt er direct bij: het is de genade van God. Later zegt hij dat in diezelfde brief nog eens een keer: "Door de genade Gods ben ik, wat ik ben." Hij was een vervolger van de gemeente geweest, maar uiteindelijk doet dat er niet toe. Het was Gods genade die hem gevormd had.

Hij zegt dus: "Het is de genade van God die mij gegeven is en als een kundig bouwmeester heb ik het fundament gelegd." Namelijk onder deze gemeente, onder deze Ecclesia hier in Korinthe. Want daar heeft hij het specifiek over. Maar over de hoofden van hen heen – dat blijkt al uit het begin van deze brief – spreekt hij tot allen die de naam van de Heer Jezus Christus in waarheid aanroepen. Dus ook hier in Rotterdam. We kunnen ons daarbij dus zeker aangesproken weten.

Vervolgens schrijft hij dat hij het fundament heeft gelegd waarop een ander voortbouwt. Paulus was inmiddels niet meer in Korinthe en er zouden dus andere mensen komen. Hij heeft het hier in de eerste plaats over predikers die vervolgens met deze boodschap verdergaan en daarop voortbouwen. "Maar," zegt hij, "ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt." Met de nadruk op "daarop bouwt". Dat blijkt, want hij schrijft dan vervolgens...

Het Fundament: de Opgewekte Christus ↑ hoofdstukken

Want een ander fundament dan dat er ligt – en letterlijk staat er in het Grieks: "naast dat er ligt" – namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Het gaat erom dat Paulus die boodschap van Jezus Christus had gepredigd. En als ik zeg Jezus Christus, dan hebben we het over Hem die hier op aarde gewandeld heeft, gestorven is, begraven is, maar vervolgens ten derde dage is opgewekt uit de doden. En dat is de boodschap.

Het evangelie is niet een filosofie of een mooie levenswijze. Het is niet een of andere gedachtenconstructie. Nee, het is de prediking van historische feiten aangaande iemand die al aangekondigd was in de oudtestamentische schriften, zoals wij dat dan noemen. Maar gewoon in de Hebreeuwse Bijbel, door de profeten, was Hij aangekondigd en Hij is gekomen. Hij is opgestaan uit de doden en daarom is Hij ook de Christus. Hij is Heer en Christus geworden; dat lezen we elders in de Bijbel, in het boek Handelingen. Hij is Heer en Christus geworden krachtens zijn opstanding. Daar gaat het Paulus om.

We lezen dat trouwens al in dezezelfde brief; later zou hij dat nog uitvoerig aantonen in het vijftiende hoofdstuk van die brief. Hij zegt: "Indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud." En zonder inhoud is ook uw geloof. En als je het op de positieve manier zegt, dezezelfde zin, dan zeg je dus: de inhoud van onze prediking en de inhoud van uw geloof, dat is Christus Jezus die is opgewekt uit de doden.

Alsjeblieft, dat is de boodschap. Een machtig historisch feit. De steen is weggewenteld. U ziet het hier ook op de achtergrond, want daar gaat het om. De steen is weggewenteld, de dood is in principe al overwonnen. Er is nieuw leven, onvergankelijk leven. Hij is de Eersteling, de Overwinnaar. Dat is het evangelie. En dat was het fundament wat hij daar in Korinthe had neergelegd: deze Christus Jezus waar hij het over heeft – of deze Jezus Christus.

Hij is degene die garant staat voor een totaal en universeel goed uiteinde. Nee, ik heb het niet over oudejaarsdag, maar ik bedoel een uiteinde van de geschiedenis. Het gaat over een uitkomst van al Gods wegen met zijn schepping die zo onovertroffen is, die zo geweldig is. Want het feit dat Hij het graf leeg achtergelaten heeft, dat is de garantie dat het leven zal triomferen en dat de dood volkomen verslonden zal worden.

En dat is ook weer zo'n feit. Het evangelie is een bericht. Het is een mededeling. En de gelovige is iemand die amen zegt op die mededeling. Zo is dat. Dat is de waarheid. Daar kun je op staan. Wel, Paulus heeft dat fundament gelegd. Hij zegt: er is niet eens een ander fundament. En het gaat erom dat we op dat fundament voortbouwen en niet ernaast iets anders zouden verkondigen. En dan vervolgt hij in vers 17.

Goud en Zilver: God Is God en de Prijs Is Betaald ↑ hoofdstukken

Is er iemand die op dit fundament bouwt met goud? Paulus gaat nu een zestal bouwmaterialen noemen die uiteenvallen in twee groepen. De eerste groep bestaat uit bouwmaterialen van de zuiverste soort. De laatste drie zijn ook bouwmaterialen, maar die blijken erg brandbaar te zijn. Waar het Paulus om gaat, is dat er gebouwd wordt. Hij zegt dat nogmaals tegen de gemeente in Korinthe, want daar speelde heel veel. Er werd dikwijls een prediking gehoord waarbij de mens weer centraal kwam te staan, en Paulus waarschuwt daarvoor. Hij wijst erop dat ze zouden blijven bij dat fundament en daarop zouden voortbouwen met goud.

Goud wordt door Paulus hier weliswaar niet toegelicht, maar als we Schrift met Schrift vergelijken, dan weten we waar goud van spreekt. Goud is een edelmetaal, wat wil zeggen dat het een metaal is dat niet roest. Het laat zich niet verbinden met zuurstof en is daarom een beeld van onvergankelijkheid. Het is niet zoals ijzer, dat wegroest; goud blijft. Goud heeft ook alles te maken met de heerlijkheid van God. De heiligste voorwerpen die God ooit liet vervaardigen bij de bouw van de tabernakel, en dan zeker bij het Heilige der Heiligen, waren van het zuiverste goud. In het Nederlands is de associatie heel simpel: goud spreekt van God. Goud spreekt van Zijn onvergankelijke heerlijkheid, waarbij Hij werkelijk God is.

God is namelijk degenen die werkelijk God is, en dat is ook wat Paulus daar in Korinthe heeft verteld. Hij heeft gesproken over de grote Overwinnaar uit de doden, de Eersteling die verrezen is. Wat demonstreert dat? Wel, dat er een God is, met allemaal hoofdletters. Want het woord 'god' klinkt natuurlijk maar al te vaak en iedereen gelooft wel in een god. Maar ik geloof niet in een god, ik geloof in één God. En omdat er maar één is, is Hij ook werkelijk God. Zodra er twee zijn of meer, dan moet Hij Zijn plaats delen met een ander. Maar de God die wij kennen, Hij is één. Dat is de belangrijkste belijdenis voor een Jood; het ligt dagelijks op zijn lippen: "Hoor Israël, de Heere is onze God, de Heere is één."

Er is maar één God en omdat er één God is, gaat er ook nooit iets mis. Alleen die boodschap dat er één God is, is al veelzeggend. Het betekent dat er Eén is die alles een plaats geeft, ook al begrijpen we er soms helemaal niets van. Daar gaat het niet om. Er is er Eén die alles in Zijn machtige hand heeft, die alles bedacht heeft, alles voortgebracht heeft en alles tot een goed einde gaat brengen. Dat doet Hij door Zijn Zoon Christus Jezus. Daar spreekt goud van: van die geweldige heerlijkheid dat God werkelijk God is en alles een plaats toewijst naar Zijn — zoals een Psalmwoord dat zegt — gemaakt bestek. Want God houdt er een plan op na en Hij volgt dat minutieus en perfect. Die wetenschap is zo'n geweldig bouwmateriaal; dat bouwt ons op en het bouwt de gemeente op. Als er altijd weer gewezen wordt op die machtige waarheid dat er één God is, dan is dat goud. Echt goud.

Vervolgens spreekt Paulus over zilver. Ook dat is in de Bijbel niet zo moeilijk; zilver is namelijk een betaalmiddel. Als u in het Oude Testament leest over geld, dan staat daar negen van de tien keer eigenlijk het woord zilver. In Jesaja 55 leest u die schitterende tekst: "Koopt zonder geld." Daar staat letterlijk het woord zilver. Zilver is een betaalmiddel en de link is daarmee zo eenvoudig en voor de hand liggend: zilver spreekt van de prijs.

Als ik het heb over de prijs, en als Paulus het heeft over de prijs, dan gaat het over die machtige waarheid van wat er ooit gebeurd is even buiten de poorten van Jeruzalem, toen Christus Jezus Zichzelf gaf. In 1 Timotheüs 2 staat dat Christus Jezus Zich gegeven heeft tot een losprijs. Een losprijs wil niets anders zeggen dan dat Hij de prijs betaalde ter verlossing, om vrij te kopen. Doordat Hij stierf, betaalde Hij de prijs. Voor wie? Voor alle mensen. Paulus benadrukt dat, want hij zegt vervolgens in vers 7: "En ik ben daartoe gesteld als een verkondiger en een apostel om dat voor te houden." Dat is het zilver: het spreken over die prijs die is betaald voor heel het mensdom. Iedereen is gekocht en betaald. Dat is zo geweldig, maar er is ook zoveel aan gesleuteld en het is zo vaak tegengesproken in de loop van de kerkgeschiedenis. Het kan tegenwoordig zelfs zo gek gaan dat je eigenlijk een ketter bent als je dit nog gelooft.

Je gelooft dat de prijs is betaald voor alle mensen? Ik ben zelf ook in zo'n milieu grootgebracht waarbij de vraag altijd weer klinkt — en dat wordt vanaf de kansel verkondigd — dat de grootste zekerheid die een mens in zijn leven mag verkrijgen, de zekerheid over deze ene kwestie is: "Ben ik gekocht en betaald?" Men zoekt naar de bevestiging of jij wel persoonlijk betaald bent. Paulus is daar echter heel laconiek in; dat was namelijk het ABC van zijn boodschap. Hij predikte dat de prijs is betaald voor alle mensen. Voor al die honderden mensen hier in deze zaal en voor al die miljarden mensen daarbuiten. De vraag is niet: "Is voor jou de prijs betaald?" De boodschap is: "De prijs IS voor jou betaald. Geloof je dat?" Die prijs is betaald ter verlossing, om je vrij te kopen. Doordat Hij stierf, kon Hij opstaan uit de doden en zo nieuw leven aan het licht brengen. Dat is precies wat Hij nu geeft en wat Hij in Zich heeft: nieuw leven, onvergankelijk leven. Dat is die verlossing. De prijs is betaald. Dat is zilver. Goud en zilver.

Kostbaar Gesteente: de Veelkleurige Wijsheid van God ↑ hoofdstukken

En Paulus spreekt vervolgens nog over kostbare gesteenten. Kijk, dit zijn materialen, beste mensen, die ons in ons persoonlijke leven, maar ook gemeenschappelijk, opbouwen. Werkelijk opbouwen. Kostbaar gesteente, dat spreekt van edelgesteenten. U weet wat een edelsteen is, hè? Een edelsteen is een steen die licht doorlaat. Een gewone steen doet dat niet, een edelsteen doet dat wel. Het heeft nog meer kenmerken, maar het meest essentiële van een edelsteen is dat het licht doorlaat. Er zit trouwens ook nog wat achter, want licht is uiteraard daarbij weer een beeld van het Woord van God. Een edelsteen is eigenlijk een steen waarin het licht van God en Zijn Woord doorschijnt en straalt en schittert.

Welnu, Paulus spreekt in zijn brieven over geweldig kostbaar gesteente, over veelkleurige wijsheid. Want aan al die verschillende edelstenen zit nog een geweldig verhaal vast, aan al die verschillende kleuren ook. Maar Paulus spreekt daarover, over de veelkleurige wijsheid van God die allesomvattend is, waarbij alle kleuren trouwens ook weer een betekenis hebben. Want er zijn rode stenen; dat heeft trouwens te maken met de aarde. En onze kleur is blauw, dat weet u. ‘Hemelblauw past bij jou’ was het motto, geloof ik. Blauw. Waarom? Omdat blauw te maken heeft met de hemel, en dat is precies de bestemming die ons als Ecclesia in deze tegenwoordige tijd is gegeven.

Veelkleurig. God heeft een plan met hemel en aarde en Hij zet daarbij Zijn instrumenten in. Momenteel is Hij bezig volgens Zijn gemaakt bestek, waar ik het over had, om een gemeente uit te roepen, daar voor de hemelse regionen. Maar al die andere kleuren... Hij heeft een plan met de natuur: groen. Zo kunnen we nog wel even verder gaan, hoor. Nee, over oranje gaan we het niet hebben. En over paars ook al niet. Trouwens, ik wil het wel over paars hebben, hoor... maar dan gaan we het niet hebben over politiek. Want paars is trouwens de kleur van een mix van rood en blauw. Het spreekt van Hem die hemel en aarde (rood) tezamen verenigt. Paars is de kleur van de Middelaar. Dat weten ze in Den Haag nog niet, maar wij weten dat toevallig wel.

Nou, in ieder geval die veelkleurige wijsheid, dat kostbaar gesteente wat Paulus in zijn brieven neerlegt; al die geweldige dingen die hem door genade bekendgemaakt zijn en die hij onder de natiën gepredikt heeft. Dat is kostbaar gesteente. Goud, zilver en kostbaar gesteente; dat spreekt alles van dat machtige Woord van God wat ons, maar ook de gemeente, werkelijk opbouwt. Vervolgens spreekt hij over — en dat is een heel ander type materiaal — maar hij noemt het in één adem, om straks in de latere verzen het grote verschil tussen die beide groepen aan te tonen.

Hout, Hooi en Stro: Menselijke Constructies en Slavernij ↑ hoofdstukken

Hij spreekt vervolgens nog over hout, hooi en stro. Om even bij het begin te beginnen: waar zou hout nou voor staan? In de eerste plaats moet ik even zeggen dat er letterlijk staat... en dat zeg ik niet om interessant te doen, maar juist om de clue ervan te pakken te krijgen: hout staat er namelijk in het meervoud, "houten". Nee, niet die plaats in Utrecht natuurlijk, maar gewoon houten. Dan heeft hij het over houten delen, over palen, over balken en over planken. Die dienen allemaal voor de constructie. In dit verband verwijst dat — en dat is niet zo moeilijk — naar de constructies die mensen voortbrengen.

Als ik het zo zeg, dan weet je al dat het waarschijnlijk geen stand zal houden. Dat klopt ook. Paulus heeft het hier, we hebben het zojuist nog gelezen in 1 Korinthe 3, over de wijsheid van deze wereld. Dat staat in ditzelfde hoofdstuk, waar ze in Korinthe nogal mee wegliepen: filosofieën, constructies van gedachten. Maar Paulus is er niet alleen laconiek over, hij negeert het eigenlijk volstrekt. Het is complete dwaasheid. Hij zegt dat de wijsheid van deze wereld, wat in deze wereld voor wijs versleten wordt, dwaasheid is voor God. Dat slaat nergens op. En dat heeft niks te maken met intellectueel onvermogen van de mens, maar gewoon met het feit dat het uitgangspunt niet deugt. Als het uitgangspunt niet klopt, dan is al datgene wat erop voortbouwt — hoe knap en vernuftig ook — uiteindelijk van nul en generlei waarde. Als het uitgangspunt niet waar is, wat heb je dan aan al de rest wat daaruit voortvloeit?

De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God, want er staat al geschreven — Paulus citeert hier uit de Hebreeuwse Bijbel: "De Heere weet dat de overleggingen..." Letterlijk staat er: de doorredeneringen van de mens. Want de mens redeneert wat af. Maar die doorredeneringen van de wijzen — niet van de dwazen, maar van de wijzen — zijn vruchteloos. Letterlijk staat er gewoon dat ze ijdel zijn, leeg. Ze lopen op niets uit. Dat zijn de constructies die de mens bedenkt. Veel gemeenteleven wordt vaak ook met menselijke constructies vormgegeven. Veel hout, vele houten delen, en dat zit misschien heel knap in elkaar. Er wordt gebruikgemaakt van menselijke technieken. Hoe vaak heb ik ook niet gehoord over gemeenteleven waarbij allerlei ideeën uit de managementwereld worden overgenomen en van toepassing worden gebracht op de Ecclesia? Want ja, daar kunnen we wel wat van opsteken. Alsof God Zijn Ecclesia bouwt op ideeën uit de managementwereld. In die wereld heeft het wellicht zo zijn tijdelijke nut, maar in de gemeente zou daar niet mee gebouwd moeten worden. In Gods gemeente gaat het om Zijn Woord en om Zijn overtuigingskracht, en niet om allerlei menselijke technieken of organisatiestructuren. Het is allemaal net wat ik zeg: het is misschien knap in elkaar gezet, maar het zijn constructies van hout. Wat daarmee gebeurt, zullen we straks zien.

Hij spreekt niet alleen over bouwen met hout, maar ook over hooi en stro. Ik heb erover nagedacht wat dat zou kunnen betekenen, maar het is niet zo moeilijk hoor als je je beperkt tot de Bijbel. Hooi en stro zijn namelijk ook bouwmaterialen, en daar weet Israël alles van. Waar denk ik dan aan? Ik denk aan de geschiedenis die we vinden in Exodus 5, toen Israël nog in Egypte was. Toen moesten ze tichelstenen maken, bakken. Tichelstenen zijn eigenlijk gewoon bakstenen. De eerste keer dat je leest over tichelstenen is trouwens in verband met de torenbouw van Babel, wat ook veelzeggend is. Tichelstenen zijn stenen die de mens zelf bakt. In Gods tempel waren trouwens geen tichelstenen, want dat was allemaal natuursteen, uit de rotsgroeven gehouwen. Steen die God zelf als het ware gemaakt had; een groot verschil.

In verband met die tichelstenen lees je in Exodus dat Israël onder zware slavenarbeid die tichelstenen moest bakken voor de farao, en ze bezweken er bijna onder. Later werd dat nog weer extreem verzwaard, want toen moesten ze ook nog eens een keertje zelf zorg gaan dragen voor het hooi en de stro als ingrediënt voor die tichelstenen. Aanvankelijk werd dat gewoon erbij geleverd, maar toen moesten ze het zelf gaan verzamelen. Zware arbeid, en ze bezweken er ook onder, want ze konden het niet. Dat is wel heel veelzeggend als we het hebben over hooi en over stro.

Als we nu die drie materialen bij elkaar nemen, dan spreekt hout van menselijke constructies, filosofieën, gedachten en spinsels. Hooi en stro spreekt van slavernij: dat wat de mens allemaal moet doen, maar waar hij niet toe in staat is. Dat frustreert ook. Ik vind het trouwens wel grappig — dat gaat alleen in het Nederlands op — dat we in beide gevallen spreken over balen: balen hooi en balen stro. Maar dat is precies wat het eigenlijk is. In het Nederlands wordt dat perfect tot uitdrukking gebracht, want wat zeggen we als iets frustreert? "Dat is balen." Dat is precies wat er gebeurt als de mens dingen moet doen vanuit al dat eigen proberen. Ook vele gelovigen zijn daarmee bezig en ze denken dikwijls dat ze daar nog mee bezig zijn voor God. Ongetwijfeld is dat ook zo, maar het is wel materiaal dat je gebruikt voor de bouw van de gemeente. Het is hooi en het is stro. Allemaal zelf proberen en je doelen voor ogen stellen die je niet bij machte bent te bereiken, met als gevolg dat het teleurstelt. Dat je jezelf teleurstelt en dat het gemeenteleven ook teleurstelt zodra je daar je verwachting op gesteld hebt. Al dat eigen geprobeer frustreert. Weet u waar het werkelijk om gaat? Het gaat over het werk dat God doet. Ik zal nog even verder lezen in vers 13, daar lees je dat Paulus nog verder schrijft.

Vuur Zuivert: Ieders Werk Zal aan het Licht Komen ↑ hoofdstukken

Ieders werk zal aan het licht komen. Uiteindelijk. Hier op aarde dikwijls niet, maar er komt een dag. Later schrijft Paulus over diezelfde gemeente in 2 Korinthiërs 5 over de Bema. Op deze plaats is daar ook regelmatig over gesproken: over de Bema, het erepodium van Christus. Dan zal alles aan het licht komen. Er staat: "Want de dag zal het doen blijken", omdat die dag met vuur verschijnt. Dat wil zeggen dat er straks een moment komt waarop zal blijken wat de waarde is geweest van datgene waar wij mee gebouwd hebben. Strikt genomen gaat het hier vooral over de prediking in de gemeente, maar in het algemeen gaat het over elk werk dat aan het licht zal komen. Ieders werk.

Waar hebben we mee gebouwd? Waar zijn wij mee opgebouwd? Met ons best doen? Met knappe ideeën of filosofieën? Het zal allemaal blijken, want de dag zal het doen blijken omdat hij met vuur verschijnt. Het mooie van vuur is – en ik weet dat dit in de christelijke traditie altijd weer in verband wordt gebracht met verdoemenis, de hel en zulke uitzichtloze concepten – maar dat is niet wat vuur is. Hoe dramatisch de uitwerking van vuur ook kan zijn, uiteindelijk is het positief. Het Griekse woord voor vuur is pur. Dat is nog in onze taal geslopen in het woord 'puur', of denk aan het Engelse pure of purify. Dat betekent zuiveren, reinigen. Dat is wat vuur is: vuur zuivert. Vuur doet alle elementen die niet ter zake doen teniet.

Prijs God! Dat zal trouwens ook allemaal bij de Bema gebeuren. Er zal schade geleden worden, jawel, maar dat is alleen maar een positief doel. Er wordt gezuiverd en gereinigd, want dat is de werking van vuur. Als wij daar ooit zullen zijn, bij Hem en bij het erepodium, dan zal ieders werk openbaar worden. Ieders werk zal aan het licht komen en de dag zal het doen blijken, omdat deze met vuur verschijnt. En hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Let op: hoedanig ieders werk is. Niet hoeveel, want je kunt wel een heleboel hooi en stro hebben, maar daar blijft niets van over wanneer die dag met vuur verschijnt. Dat wil zeggen dat Gods toets daar overheen gaat.

Om nog even op dat ene terug te komen: hoedanig ieders werk is, zal aan het licht komen. Het gaat dus niet om de hoeveelheid. Je kunt zeggen: "Ik heb zoveel gewerkt, misschien wel voor de Heer," maar daar gaat het niet om. Dat is allemaal eigen werk. "Ik heb zoveel bedacht, ik ben zoveel bezig geweest, ik heb het vuur uit mijn sloffen gelopen voor Hem" – een mooi woord in dit geval. Maar waar het werkelijk om gaat, is Zijn werk. Hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.

We hebben het over kleuren en we gaan het nog een ander achtergrondkleurtje geven: hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Dat wil zeggen dat het vuur het zal demonstreren of toetsen. "Het vuur uitmaken" betekent niet het vuur doven – hoe ingewikkeld kan een taal zijn? Nee, het betekent natuurlijk dat het vuur zal toetsen, want dat is wat er letterlijk staat. En daarmee zal het ook demonstreren. God zal straks duidelijk maken, daar bij de Bema, wat de waarde is geweest van ons leven hier. Waarmee is er gebouwd? Met goud, zilver en kostbaar gesteente, of met geweldige eigen constructies van hout? Met veel "ons best doen", maar feitelijk veel balen hooi en stro?

Het zal allemaal in vlammen opgaan. Want dan staat er in vers 14: "Indien het werk dat hij erop gebouwd heeft standhoudt", dat wil zeggen: blijft. Want wat blijft er over? Als aan de ene kant een bouwwerk van goud, zilver en edelgesteente in de hens gaat, en aan de andere kant een berg hout, hooi en stro, dan blijft er slechts één categorie over. Namelijk het goud, het zilver en de kostbare gesteenten. De rest, het hout, verdwijnt.

Ik heb een neef die timmerman is en in zijn werkplaats heeft hij al jaren een grote poster hangen. Op de achtergrond zie je een foto van allemaal gekapte bomen en de tekst luidt: "Hout moet". In beide gevallen met een 't'. In dit geval zou ik willen zeggen: hout geeft geen moed. Nee, dat zeg ik ook weer niet goed... inderdaad: "Hout moet". Maar wat gebouwd is met hout en met ons eigen materiaal, hooi en stro, dat zal geen standhouden. Wat standhoudt is wat Zijn werk is. En dan staat er ook bij: "Indien het werk dat hij erop gebouwd heeft standhoudt", dat wil zeggen dat het zal blijven.

Loon Ontvangen: Wat God Door Ons Bewerkt ↑ hoofdstukken

Wel zal hij loon ontvangen. En sommige mensen hikken daar gigantisch tegenaan. Want die zeggen — en ik begrijp dat heel goed: "Het is toch allemaal genade? Hoezo dan nog loon?" Weet u wat het antwoord is? Het is heel eenvoudig hoor. Het antwoord is: er wordt loon uitgekeerd, niet voor ons werk. Want dat is hout, hooi en stro. Er wordt loon uitgekeerd voor het werk dat de Heer in ons, en daarmee ook door ons, heeft kunnen doen. Dat is de vraag. De vraag is niet of wij veel voor Hem hebben gedaan of we zo onze best hebben kunnen doen. Nee, de vraag is: hebben wij veel van Hem verwacht? Dat is waar het werkelijk om gaat.

Dat loon kan ik ook aantonen hoor, want later in diezelfde brief, in 1 Korinthe 15:58, lees je dat Paulus zegt: "Mijn broeders, wees standvastig, onwankelbaar." Nadat hij gesproken heeft over de boodschap van de opgewekte Christus, zegt hij: "Wees standvastig," maar dan zegt hij: "te allen tijde overvloedig in het werk des Heren." Maar dat betekent dus: in het werk van de Here. En het werk van de Here betekent het werk dat Hij doet. Het gaat erom dat wij staan op dat fundament en daarop blijven staan. En als we daarop staan, dan zal Hij overvloedig Zijn werk in ons doen en daarmee ook door ons kunnen doen.

En dan zijn we gefocust op goud: op de heerlijkheid van God als God en de prijs die betaald is. Op die machtige waarheden die aan ons zijn toevertrouwd en die Paulus heeft mogen prediken onder de natiën. Wel, als we daarin staan, daarin leven, daarop blijven staan, wel dan zullen we inderdaad loon ontvangen. En weet u wat het loon is? Dat is dat wat er overblijft. En wat er overblijft van ons leven; wat God heeft kunnen doen in ons leven.

Het grote verschil is... Laat ik nog eventjes terugkomen op het Bijbelgedeelte en nog even dat doorlezen: "Maar indien iemands werk verbrandt, zo zal hij schade lijden." Dan zie je straks, er komt dat moment zeker bij het erepodium, wel dan zal blijken wat van waarde is geweest in ons leven. Wel, wat Hij heeft kunnen doen daar waar wij Hem gedankt hebben. Want nog even één punt: waaraan herkennen wij Zijn werk? Wanneer weet ik nou of het mijn eigen werk is of Zijn werk in mij en door mij? Wel, het antwoord is ook hier weer genade. En dat betekent dat als wij Hem danken, het Zijn werk is. Dat wil zeggen dat als Hij iets doet, Hij daarvoor de credits krijgt. Hem komt de eer en de dank toe. En daar waar wij onze ogen richten op Hem en op wat Hij doet, daar kan Hij overvloedig in ons werken. En dat zal van waarde blijken.

Wat gedaan werd uit liefde — niet voor Jezus, pardon, maar wat gedaan werd uit de liefde van Christus — wat Zijn liefde in ons uitwerkt, dat zal zijn waarde houden en blijven bestaan. Ja, en de rest gaat allemaal in de hens. Wees daar trouwens blij om, want dat nemen we niet meer mee. Dan zul je schade ondervinden, want dan zullen we ons er ook van bewust worden hoe waardevol ons leven had kunnen zijn. Niet als we wat meer ons best hadden gedaan; nee, als we wat meer gewoon onze ogen hadden gericht naar boven en het allemaal van Hem verwachtten. Want Hij kan zoveel meer in ons leven dan wij bidden of beseffen. En al het andere is allemaal getop. Dat is allemaal hout, hooi en stro, en er blijft niets van over. En dat zal straks ook blijken.

Maar het staat er in de Bijbel, want onze eigen redding staat daarbij absoluut niet ter discussie. Want daar waar wij Hem kennen, zijn we Zijn eigendom en staat Hij ook garant voor onze redding. En dan staat er hier ook: "hij zelf zal gered worden." Uiteraard. We zijn verzegeld met Zijn Geest en dat zegel kan uiteraard niet verbroken worden. Maar er staat bij: "als door vuur heen." Dat wil zeggen: dan ben jij gered, maar dan zal blijken dat je leven verloren is. En dat is triest. Dan ben jij gered, terwijl je leven zo'n toonbeeld had kunnen zijn van Zijn genade en van Zijn grootheid, en van de prijs die Hij betaald heeft en wat Hij had kunnen doen, maar dan ben je altijd maar bezig geweest met je eigen getop. Wel, dat zal allemaal in het licht komen. Onze redding is een feit, maar wat is de waarde van ons leven? En de waarde van ons leven wordt bepaald door dat goud, door zilver en dat edelgesteente: al die machtige waarheden die ons in genade zijn toevertrouwd. Daarin en in dat licht mogen we leven. Ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen.

Lied en Dankgebed ↑ hoofdstukken

Ik wandel in het licht met Jezus en het donkere dal ligt achter ons. Aan de hand van wat verder volgt in dit lied willen we met elkaar onze hemelse Vader danken.

Trouwe God en Vader, we danken U dat U ons hier in de gelegenheid stelt om bij elkaar te zijn, Uw Woord te openen en daardoor ook verlicht te worden. We danken U dat we mogen wandelen in dat licht van Uw Woord en dat daarmee ook de duisternis verdreven wordt, want dat is de kracht van dat licht van U: het verdrijft inderdaad de duisternis.

Heer, er zijn er velen die wandelen in zoveel donkerte en zoveel duisternis, vaak ook in de schaduw van de dood. Er zijn er velen, wellicht ook in deze zaal, die bedroefd zijn of waarbij het duister in het hart is. Maar Heer, we danken U dat Uw licht bij machte is alle duisternis te verdrijven.

Over Uw Woord denken we altijd te gering. We zien in Uw Woord dat wat een mens bedenkt, doet en produceert – hoe indrukwekkend het ook moge lijken – door U wordt afgedaan als hout, hooi en stro. Maar wat Ú bewerkt en wat Uw Woord bij machte is te doen in ons leven, Heer, dat is zo geweldig.

Heer, we danken U dat we onze ogen daarop mogen richten. Dat het niet gaat om de vraag wat wij voor U kunnen doen, maar om de vraag wat U in ons leven kunt bewerken. En dat is zoveel meer dan we op dit moment zelfs maar zouden kunnen dromen of beseffen. Heer, we danken U dat ons oog daarop gericht mag zijn. Dat we een God mogen kennen die werkelijk alles een plaats toewijst. We begrijpen er niets van, maar er gaat niets, maar dan ook helemaal niets mis in Uw plan.

We danken U voor Hem die de prijs betaald heeft voor heel het mensdom, dat ieder gekocht en betaald is, en dat dit als een evangelie, een goed bericht, mag klinken aan ieder die het maar horen wil. We danken U voor dat geweldige kostbare gesteente, voor al die machtige rijkdommen en voor dat alomvattende plan van U, waarbij hemel en aarde en alle mogelijke kleuren en facetten een betekenis hebben.

Heer, Uw licht schijnt door dat gesteente van het licht van Uw Woord. Heer, daar is ons leven. Dat geeft zin en inhoud aan ons leven en bouwt ook werkelijk op. Het bouwt ons als gemeente werkelijk op. Heer, laat al het hout, hooi en stro verdwijnen, zodat we ons ervan bewust worden dat het erom gaat wat Uw werk is. Dat zal standhouden en blijven bestaan.

Heer, dat is ook werkelijk het loon: het is Uw loon, Uw werk. We danken U dat we ons in vertrouwen en daarom ook in rust, blijdschap en vreugde op U mogen richten, want U bent Degene die dat in ons leven werkt. Dat we elke dag in dat besef en in dat vaste vertrouwen mogen leven.

Heer, we danken U dat het werkelijk licht is en dat we kunnen zingen wat we zojuist zongen: "Het donkere dal ligt achter mij en ik kan niet anders; ik moet Hem prijzen die de duisternis in mij overwon." Heer, we danken U dat we elkaar in dat vertrouwen bij U mogen aanbevelen. We danken U dat we voor Uw rekening zijn en dat we veel, heel veel van U mogen verwachten, ook in dit leven. Dat U voorziet naar Uw rijkdom in al onze behoeften. We zeggen U dank in de naam van Uw Zoon Christus Jezus, de grote Overwinnaar. Amen.

🎧 Hout Hooi & Stro
Delen: