GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Zie Het Lam Gods…

16-12-2012 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van een samenkomst gehouden op 16 december 2012 in EH-Rotterdam

Als Johannes de Doper op een zekere dag Jezus tot zich ziet komen spreekt hij de bekende (?) woorden: “zie het lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt!”. Maar waarover heeft Johannes het? Over welke zonde? En hoe nBeluister of download de studie:

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze Bijbelstudie staat Johannes 1 vers 29 centraal, waarin Jezus wordt aangekondigd als het Lam Gods. De tekst legt uit dat dit terugwijst naar de belofte in Genesis dat God Zichzelf van een offer zou voorzien. De enkelvoudige 'zonde der wereld' wordt door de Schrift zelf geïdentificeerd als ongeloof, een fundamenteel wantrouwen in de goedheid van God dat aan alle andere zonden ten grondslag ligt. Het wegnemen van deze zonde betekent letterlijk het opheffen en tenietdoen van dit ongeloof door Christus. Geloven is dan ook geen eigen keuze vanuit een vrije wil, maar het onwederstandelijk overtuigd en overweldigd worden door Gods genade.

“Elke zonde komt feitelijk voort uit het niet vertrouwen van God.”

Introductie op Johannes 1:29 en de Vier Vragen ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant, vrienden, een hele goede morgen. En je zou zomaar kunnen denken dat ik, evenals de vorige spreker Tjerk, zou aansluiten bij de actualiteit omdat ik het ga hebben over Johannes. Maar dat lijkt maar zo, want ik ga het niet hebben over een walvis die is aangespoeld op het strand daar bij Texel. Dat is ongeveer de enige overeenkomst die ik zo direct zou kunnen bedenken, of het zou al moeten zijn dat het zich aan de waterkant afspeelt.

Ik ga u echter meenemen naar een geschiedenis die ver achter ons ligt, ergens tweeduizend jaar geleden, naar Johannes 1. Zojuist heeft Tjerk het gedeelte gelezen en ik wil vanmorgen met u inzoomen op één vers. Dat is voor mijzelf niet zo heel gebruikelijk om het op die manier te doen, maar aan dat ene vers hebben we vanmorgen meer dan voldoende. Het gaat over vers 29, wat u hier ook ziet geprojecteerd. Ik zal straks nog wel wat vertellen over dat plaatje wat ik erbij heb weergegeven, maar in Johannes 1 vers 29 lezen we in de NBG-51-vertaling — en die is vrij correct als u het mij vraagt — het volgende: "De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en hij zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt."

Ik wil een viertal vragen stellen. En ik wil die vragen niet alleen stellen, ik wil er ook graag antwoord op geven. In de eerste plaats wil ik ingaan op de meest makkelijke vraag: de volgende dag. Waar doelt dat precies op? Je kunt je daar op zich natuurlijk wel iets bij voorstellen, maar daar wil ik toch even wat meer over vertellen. De volgende dag... hoezo?

Vervolgens dat lam Gods. Johannes zegt: "Zie het lam Gods." Waarom noemt hij Hem zo, het lam Gods? En dan nog een vraag, en misschien is dat nog wel de kernvraag van vanmorgen: wat bedoelt hij nou eigenlijk te zeggen met die schijnbaar bekende woorden "dat de zonde der wereld wegneemt"? Wat is dat, de zonde der wereld? En dan heb ik nog een vraag over dat laatste woord uit deze zin, uit dit vers: wegneemt. Wat betekent dat, dat Hij de zonde der wereld wegneemt? Wat betekent dat precies? Ik denk dat we zo meer dan voldoende vragen ter beschikking hebben om dit half uur dat mij gegeven is te besteden.

Vraag 1: "de Volgende Dag" en Johannes de Doper ↑ hoofdstukken

Laten we beginnen bij de eerste vraag over "de volgende dag". Uiteraard sluit dat aan op het voorgaande, namelijk de verzen 19 tot en met 28 die we ook met elkaar hebben gelezen. In de laatste versvermelding van die perikoop, vers 28, staat dat Johannes doopte in het gebied over de Jordaan bij Betanië. Dat is een ander Betanië dan elders in de evangeliën vermeld wordt. Het is het Over-Jordaanse Betanië, en op de landkaart van Israël ligt dat tamelijk zuidelijk. Daar doopte Johannes en daar kwam de grote massa bij hem terecht om zich te laten dopen.

Ook lezen we dat er delegaties uit Jeruzalem waren gekomen: een delegatie van de priesters en de Levieten die gezonden waren met een aantal vragen, en een delegatie van de farizeeën die ook met een specifieke vraag naar Johannes toe kwamen. Johannes had in die dagen een enorme beweging op touw gezet met zijn prediking. Hij was een opvallende verschijning, gehuld in een kameelharen mantel, wat heel bijzonder was. Hij deed in meer dan één opzicht denken aan Elia, vandaar ook de vraag: "Zijt gij Elia soms?"

Zij kwamen met vragen als: "Wie ben jij nou eigenlijk?" Daarmee bedoelden ze niet: "Ben jij Johannes?", maar: "Wie ben jij, wat zijn jouw Bijbelse papieren die je kunt tonen?" Ze stelden de vraag of hij de Christus was, de beloofde Messias. Het antwoord was nee. "Ben jij dan de Elia van wie de profeet Maleachi spreekt?" Maleachi sprak over Elia die zou komen voordat de grote dag des Heren zou aanbreken. Je moet je realiseren dat in die tijd de Messiaanse verwachting heel groot was, en terecht. Er liep een termijn af en de gelovige Israëlieten wisten dat de Messias zich nu moest gaan aandienen. De hele sfeer was zwanger van Messiaanse verwachting. Of velen werkelijk wisten wat ze verwachtten en of ze hun Bijbeltje werkelijk hebben opengeslagen – de Tenach, die zij toen ter beschikking hadden – is maar zeer de vraag.

Er waren er die veel meer wisten op grond van de Schrift, maar bij de leidslieden hoefden ze niet te wezen. Die hadden heel andere belangen dan alleen maar te lezen wat er in de Schrift staat. Ik denk bij mezelf: is het vandaag anders? Als ik zoiets zeg, denk ik meteen dat het exact hetzelfde verhaal is. Je kunt opbogen op je reputatie en die zelfs ontlenen aan je geleerdheid over en omtrent de Bijbel, maar wat zegt dat? In de praktijk blijkt dat vooral traditie te zijn. Dat was toen zo en het is tegenwoordig echt niet anders. Het gaat erom: ben je zelf ook werkelijk geïnteresseerd in wat er in de Schrift staat?

Die delegaties hadden dus een aantal vragen, met name: "Wie ben jij? Ben jij de profeet die is aangekondigd?" "Jazeker," zegt deze Johannes, naar wie zoveel mensen toegekomen waren om zich door hem te laten dopen. Overigens was de doop op zich niet zo bijzonder; het was een Joods fenomeen. Men doopte zichzelf bij allerlei gelegenheden als een reinigingsritueel, een mikva. Het bijzondere van Johannes was dat hij ánderen doopte. Vandaar ook zijn naam: Johannes de Doper. In het jodendom was de waterdoop een heel bekend fenomeen, maar nu was daar een man bij de Jordaan op een opvallende locatie. Er was nogal wat gebeurd daar bij de Jordaan; het had altijd te maken met erin gaan en er op een of andere manier weer uitkomen. Dat was ook wat hij deed: hij dompelde hen onder, waarna ze weer uit die doodswateren opstonden. Daarmee heb ik eigenlijk meteen de essentie verteld van wat de doop uitbeeldt. Johannes deed het op een heel bijzondere manier: hij doopte anderen, een praktijk die zij niet kenden. Aan die dooppraktijk ontleende hij zijn naam: Johannes de Doper.

Op de vraag wie hij dan wel was, antwoordde Johannes: "Nee, ik ben niet de Messias, maar Jesaja heeft al over mij gesproken." Hij zei: "Ik ben de stem die roept in de woestijn." Dat was ook letterlijk zo, want hij doopte daar in de woestijn bij de Jordaan en woonde daar ook. Hij voegde eraan toe, zoals het ook in Jesaja staat: "Bereid de weg, maak recht de weg des Heren." Hij was de wegbereider van de Heer, van Hem die na hem komt. Op de andere vraag die hem gesteld was, waarom hij dan doopte, antwoordde hij: "Midden onder jullie staat Hij van wie jullie niet weten." Kennelijk bevond Jezus zich op die dag al incognito en anoniem in dat gezelschap, maar zij waren zich daarvan niet bewust.

Jezus was de volle neef van Johannes, een half jaar jonger dan hij, en daarom is het des te opmerkelijker dat Johannes zei: "Hij was eerder dan ik." Hij zei ook: "Ik ben niet eens waard zijn schoenriem of de riem van zijn sandaal los te maken." Dat was ongeveer het minste klusje dat je in die dagen kon bedenken, namelijk met het oog op het wassen van de voeten. Johannes zei over zijn jongere neef dat hij dat zelfs niet waard was. Hij wees op Hem, en dat zie je de volgende dag helemaal bevestigd. Vers 29 vangt aan met: "De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen." Hij had de voorgaande dag al antwoorden gegeven op de vragen en een hint gegeven: "Midden onder jullie staat iemand van wie jullie geen benul hebben, maar Hij is het om wie het allemaal gaat." Als wegbereider van de Heer had hij het over Hem, maar zij wisten het niet. de prediking van Johannes was daarmee tamelijk expliciet en dat blijkt helemaal uit wat er op deze dag plaatsvindt. De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en toen zei hij: "Zie het Lam Gods!"

Vraag 2: "het Lam Gods" in het Licht van Genesis 22 ↑ hoofdstukken

En daarmee zijn wij bij de tweede vraag gekomen: hoezo "het Lam Gods"? We hadden het er al over en we realiseerden ons dat de Messias zou komen. Vandaar ook de vraag die de delegaties de voorgaande dag hadden gesteld: "Bent u de Christus? Bent u de beloofde Messias?" Johannes antwoordde: "Nee, dat ben ik niet. Ik ben alleen maar zijn wegbereider." Maar als hij de volgende dag op Hem wijst, zegt hij niet: "Kijk naar de Messias." Nee, hij zegt: "Zie het Lam Gods."

Die term "het Lam Gods" verwijst uiteraard naar de offerdienst. Een lam speelde een grote rol in de offerdienst; bij allerlei gelegenheden vind je dat in de Torah vermeld. De eerste keer dat we een lam vermeld vinden — en dat is een heel bijzondere waar ik u meteen op wil wijzen — is in Genesis 22. In Genesis 22 vers 8 staat die bekende geschiedenis waarin Abraham de beloofde zoon... Let even op hoe ik het nu formuleer: de beloofde zoon, de enige zoon. Hij aan wie, in wie en door wie de belofte vervuld zou worden. Hij in wie vreugde is; zijn naam betekent "hij zal lachen": Yitzchak, Isaac.

Bij die gelegenheid moest Isaac, de beloofde zoon, geofferd worden. Je leest dat Abraham met zijn zoon op reis gaat naar de landstreek Moria. Dat wil zeggen: waar nu Jeruzalem ligt, waar de tempel later gebouwd zou worden op de berg Moria. Daar moest Abraham toen, ongeveer 2000 jaar voor Christus, naartoe. Je leest dat hij die reis onderneemt en op de derde dag zijn ogen opslaat en de plaats van verre ziet. Dan zegt Abraham tegen de knechten die meegereisd waren: "Blijven jullie hierachter totdat wij weer teruggekeerd zullen zijn." Let op, hij zegt: "totdat wij weer teruggekeerd zullen zijn." Abraham zegt daarmee: "Ik kom straks weer naar jullie terug, maar Isaac ook."

Het is later de schrijver van de Hebreeënbrief die zegt dat Abraham heeft overwogen dat, als hij de beloofde zoon moet offeren, hij heeft gerekend. Dat is geloofslogica. Als God zegt: "Door Isaac zal men van nageslacht van u spreken," en ik moet Isaac offeren, dan kan het niet anders of Isaac keert terug uit de dood. Dat is nogal wiedes. Vandaar ook dat hij tegen die knechten heel laconiek zegt: "Als wij straks weer teruggekeerd zullen zijn." Het was bovendien de derde dag, dus dat kan niet missen. Maar goed, dat is met de kennis van nu.

Isaac en Abraham gaan dan samen naar de plaats toe en dan stelt Isaac die hele aangrijpende vraag: "Vader?" Abraham zegt: "Ja, hier ben ik." Isaac zegt: "Hier is het vuur en hier is het hout" — hij droeg het hout zelf — "maar waar is het lam ten brandoffer?" Abraham had tegen Isaac immers nog niets gezegd. Dan spreekt Abraham deze woorden, die zo profetisch en geladen zijn. Ze gaan namelijk niet alleen over die bewuste dag dat Isaac gebonden zou worden. Dat blijkt later ook uit de context, want tot op de dag van vandaag wordt gezegd: "Op de berg des Heren zal voorzien worden." De uitspraak die Abraham hier doet is zo geladen; er zitten diepe, meerdere bodems in, zoals dat meestal met Bijbelteksten het geval is. U bent gewaarswd.

Abraham antwoordde op de vraag van Isaac: "God zal Zichzelf van een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon." Het Lam Gods. Dat wil zeggen: God zal Zichzelf van een lam ten brandoffer voorzien. Nogmaals, dat gaat niet alleen over wat er die bewuste dag gebeurd is, wanneer Isaac dreigt te sterven doordat Abraham zijn mes uitsteekt en er vervolgens een ram in de struiken verward blijkt te zijn. Het gaat daar niet alleen over; Abraham ziet vooruit. Hij profeteert over wat er ooit zou gebeuren. Er zou Iemand komen, de beloofde Zoon van Abraham. Jazeker, dé Zoon van Abraham. Het is niet voor niets dat Mattheüs 1 vers 1 heel majestueus en triomfantelijk aanheft met het geslachtsregister van Jezus Christus: "De zoon van Abraham." Dat is deze!

Welnu, God zal Zichzelf van een lam ten brandoffer voorzien. Ooit, op een specifieke dag, zou er een lam geslacht worden en bovendien "opstijgen". Een brandoffer — dat ontgaat ons misschien een beetje in dat woord — is letterlijk een "offer van opstijging". Het doelt erop dat een lam wordt geslacht, maar dat is pas de eerste stap. Het is nog geen brandoffer als het alleen maar geslacht is; dat is slechts een noodzakelijke voorwaarde. Het geslachte lam wordt op een verhoging geplaatst en vervolgens stijgt het op naar God tot een liefdelijke reuk. Uiteraard spreekt dat van de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus, waarbij Hij verrees en opsteeg naar God tot een liefdelijke reuk. Nieuw leven! Op de derde dag, op die specifieke locatie, op de berg des Heren, daar zou voorzien worden.

Daarom zeg ik: deze uitspraak is zo profetisch. Het Lam Gods waar Johannes zoveel later van spreekt als hij zegt: "Zie het Lam Gods", dat verwijst naar de uitspraak die Abraham ooit had gedaan. Het Lam dat zou komen. Daarmee is ook iets gezegd waarvan ik niet weet of Johannes zich dat allemaal heeft gerealiseerd. Het kan zijn dat Johannes dingen heeft gezegd waar hij zich niet eens bewust van was. Dat lees je elders ook in de Petrusbrief: dat de profeten dingen hebben gezegd en opgetekend, en dat ze vervolgens in hun eigen geschriften hebben onderzocht en gespeurd op welke tijd deze dingen betrekking zouden hebben. Ze begrepen zelf niet eens altijd wat ze hadden genoteerd of uitgesproken. Dat zou bij Johannes zomaar het geval kunnen zijn, maar dat maakt ook niet uit. Waar het om gaat is dat hij heeft gesproken: "Zie het Lam Gods!"

Hij is het die niet alleen de Messias is — de beloofde Messias die straks Israël zal herstellen, het Koninkrijk op aarde zal vestigen en een einde zal maken aan alle onrecht in deze wereld. Natuurlijk, dat is Hij. Maar die Messias is ook het Lam Gods, waarin God Zichzelf zou voorzien op Zijn tijd, op Zijn wijze en op de plaats die Hij daarvoor had bestemd. Alles is gearrangeerd; alles is in handen van de Grote Regisseur. Ik vind het altijd zo machtig om daaraan te denken. Nooit — Tjerk zei het zojuist ook al een paar keer — gaat er bij God iets mis. Ik blijf het zeggen, en altijd met een lachend gezicht, want dat betekent dat ook al begrijpen wij dingen niet... we hebben erover gesproken en we hebben erover gezongen: "Waarom? Waarom?" We weten het niet. Maar waarom zouden we het moeten weten? Er is Één die het weet. En als Hij alles in handen heeft, dan is dat meer dan genoeg. Hij is de goede God.

God zal Zichzelf van een lam ten brandoffer voorzien. Dat is het lam waar Johannes naar verwijst: het Lam Gods.

Vraag 3: "de Zonde Der Wereld" Verklaard als Ongeloof ↑ hoofdstukken

En dan gaan we naar de derde vraag. Ik lees de zin nog een keer: "De volgende dag zag hij, Johannes, Jezus tot zich komen en zei: Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt." De zonde der wereld, wat is dat? Als u bekend bent met de Rooms-Katholieke Kerk, of misschien die achtergrond hebt, dan weet u dat tijdens de Heilige Mis — ik ben zelf geen kenner op dat gebied, ik ben protestant in hart en nieren van huis uit, maar ik heb wel een klein beetje over de muren heen gekeken — het Agnus Dei altijd een vast onderdeel is. Dat wordt dan prachtig gezongen. Ik heb dat juist deze week nog weer eens beluisterd en het is inderdaad heel mooi.

Het Agnus Dei heeft deze tekst, die meestal in het Latijn wordt gezongen, hoewel er ook versies beschikbaar zijn in allerlei andere talen. De Nederlandse vertaling daarvan luidt: "Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons." Dat is het Agnus Dei, althans een van de coupletten daaruit. En dat is fout. U zegt misschien: "André, sorry, ga je nu vallen over één lettertje?" Ja, daar gaan we nu over vallen. Ik zeg overigens niet dat de inhoud op zichzelf onjuist is, maar ik beweer wel dat het een onjuist citaat is. In Johannes 1 vers 29, waar dit Agnus Dei naar verwijst, staat niet "de zonden der wereld". Het staat in het enkelvoud: "Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt."

Dat roept de vraag op: wat betekent dat dan, de zonde der wereld? Wat je dan kunt doen, is theologische naslagwerken raadplegen of andere mensen vragen wat zij denken dat het betekent. Dan kun je allerlei ingewikkelde verhalen overhouden. Maar weet u wat u ook kunt doen? En dat is volgens mij de enige correcte weg: de Schrift zichzelf laten uitleggen. Als we bladeren in hetzelfde Johannes-evangelie, wordt er een perfect antwoord gegeven op deze vraag.

We gaan naar Johannes 16. Daar zijn we inmiddels heel wat hoofdstukken verder, waar de Heer Jezus in de opperzaal is vlak voor Zijn sterven. In de intimiteit van Zijn vriendenkring, de twaalf discipelen, doet Hij een aankondiging over wat er gaat gebeuren. Hij spreekt over de Trooster, de parakletos die gaat komen: de Heilige Geest. In vers 8 zegt de Heer Jezus: "En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel." Het gaat hier specifiek om de verklaring van die "zonde" in het enkelvoud. Dat wordt in het volgende vers direct toegelicht: "Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven."

Met andere woorden: de zonde waarover hier gesproken wordt, de zonde van de wereld, is ongeloof. Toen ik daarachter kwam, nog niet zo heel erg lang geleden, dacht ik: wauw, wat geweldig. Het wordt verklaard door de Bijbel zelf. Het was mij al veel eerder opgevallen dat het in het enkelvoud stond, maar ik vroeg me af waarom. Het is zo prachtig dat de Bijbel zelf de vraag beantwoordt.

Ik vind het om nog een reden geweldig om deze ontdekking te doen. Er wordt namelijk vaak verteld dat het Lam Gods stierf voor alle zonden van de wereld, behalve voor één zonde: ongeloof. Men zegt dan: "Alle zonden kan Hij wegnemen, maar jij hebt een vrije wil, jij moet geloven. Als je niet gelooft, is het Lam Gods wel gestorven, maar helaas niet voor jou." Het wordt dus voorgesteld alsof Hij stierf voor alle zonden, behalve voor ongeloof. Maar op basis van Johannes' eigen verklaring keer ik het precies om: het gaat hier juist over ongeloof. Als je erover doordenkt, is het ook volstrekt logisch. Er is, als het erop aankomt, ook maar één zonde, en dat is ongeloof. Alle andere zonden komen daaruit voort; ze komen voort uit wantrouwen.

Dat begon al in de Hof van Eden. Als Eva van de verboden vrucht eet, kun je zeggen dat ze ongehoorzaam is. Dat is waar, maar waarom was ze ongehoorzaam? Zij was ongehoorzaam omdat ze geloof had gehecht aan wat de slang haar zei: "God wil niet dat jij van die vrucht eet, want Hij weet dat op de dag dat je daarvan eet, je ogen open zullen gaan." Gods goedheid werd ter discussie gesteld. Eva ging overstag door wantrouwen, en daarmee door ongeloof. Die ongehoorzaamheid had een bron, een oorzaak, en dat is ongeloof: het wantrouwen van God.

Elke zonde komt feitelijk voort uit het niet vertrouwen van God. Vandaag de dag is dat nog steeds het geval; Gods goedheid wordt betwist. Vraag het maar eens aan een collega of een buurman, en misschien herkent u het bij uzelf ook. Er zitten hier veel mensen in de zaal, maar ik maak me sterk dat er hier mensen zijn die ook zo denken. Bij alles wat er gebeurt in de wereld, is de reactie altijd weer: "Als God dan goed is, waarom gebeurt dit dan?" Ik denk dat dit de belangrijkste oorzaak is van atheïsme. Het gaat niet zozeer om een ontkenning van het bestaan van God, maar om de gedachte: "Als er een God is, dan kan Hij niet goed zijn." En als dat de gedachte is, laat men het hele idee van God maar varen. Je kunt niet leven met het idee dat God niet goed zou zijn; dan kun je beter helemaal geen God hebben. "Waarom laat Hij alles toe? Hoe kan dit gebeuren?" Het niet erop vertrouwen dat God werkelijk goed is, dat is ongeloof. Eigenlijk is de hele wereld daarvan vergeven en dat is ook waarom we vervreemd zijn van God. Daarmee hebben we de derde vraag beantwoord. De zonde der wereld is inderdaad ongeloof. Johannes geeft zelf het antwoord en het is ook nog eens volstrekt logisch. Maar nu komen we eigenlijk bij de uitsmijter.

Vraag 4: "wegneemt" als het Opheffen van Ongeloof ↑ hoofdstukken

Want bij de vierde vraag, ik lees de zin nog een keer: "De volgende dag zag hij, Johannes, Jezus tot zich komen en hij zei: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." Dat is wat Hij met de zonde der wereld doet. Laten we daar eventjes op inzoomen. Dat woord "wegnemen" is letterlijk het Griekse woord aero en dat betekent letterlijk – in het Engels staat er "lifting" – opheffen. In het Nederlands is dat trouwens helemaal mooi, want dan hebben we de dubbele betekenis daarvan: iets naar een hogere plaats brengen, maar opheffen heeft ook nog de betekenis van het daarmee iets tenietdoen. Een vereniging opheffen bijvoorbeeld. Nou, dat past in dit geval helemaal, want dan krijg je dus deze zin: "Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld opheft." Wat is die zonde der wereld? Dat is ongeloof. Dat is de boodschap.

Wat Johannes hier dus aankondigt, is: kijk, dat is het Lam Gods; het lam waarin God Zichzelf voorziet. En wat doet Hij? Hij heft ongeloof op. En ik weet, als ik zoiets zeg, en zeker als je dit binnen de christelijke wereld vertelt, dat het een bom is. Want daarmee zit je aan een heel concept, een leer van de vrije wil. Daar gaan we het nu allemaal niet over hebben, maar het idee is dit: dat een mens – waar ik het zojuist ook al over had – ja, je zonden kunnen vergeven worden, maar uiteindelijk ligt de finishing touch bij de mens. Jij moet geloven. En daar is ook veel evangelisatie op gebaseerd: jij moet die keuze maken. Maar ik zal het je vertellen: geloven is niet een kwestie van een keuze maken. Geloof is niet een jasje dat je aan kunt trekken of uit kunt doen. Kijk, je kunt een keuze inderdaad maken op commando. Dat kan. Maar geloven op commando, dat gaat niet. Je vertrouwt iets wel of je vertrouwt het niet. Je bent overtuigd van iets of je bent er niet van overtuigd. Je kunt het veinzen; ik bedoel, ik kan er niet voor kiezen om te geloven in kabouters, om maar wat te noemen. Ik kan het veinzen, ik kan een kabouter in de tuin zetten ofzo, maar daarmee geloof ik niet in een kabouter. Nee, dat is een kwestie van overtuigd worden van iets. Ik ben overtuigd van... Dat is mooi hoor. "Ik ben overtuigd", dat wil dus zeggen dat het passief is, hè? Ik ben overtuigd. Iemand of iets heeft mij overtuigd.

Mensen zeggen: "Waar is je vrije wil dan?", alsof dat er iets mee te maken heeft. Je kunt door iemand of iets, door omstandigheden, overtuigd worden van iets waarbij je vrije wil of de vrijwilligheid totaal niet aan de orde is. Laat ik eens een voorbeeld geven. Ik ga naar de winkel, ik wil een laptop kopen en ik zeg tegen de verkoper dat ik merk A wil hebben. (Ik ga geen namen noemen, anders krijgen we problemen met de sponsors natuurlijk.) Maar ik wil merk A hebben. "Nee," zegt de verkoper, "u mag dat doen, maar dat is niet zo'n goed idee. Merk B is veel beter." "Nee, dat vind ik niet." Nou, dan gaat die verkoper een verhaal houden en hij geeft allerlei argumenten: "Ik begrijp uw redenen wel waarom u merk A wilt, maar merk B is echt veel beter. Ik zal u vertellen om deze reden, om die reden, en bovendien zal ik het u nog laten zien ook. Hier hebt u merk A en hier hebt u merk B, en eens kijken..." Nou, hij is vijf minuten aan het woord en dan zeg je: "Ik ben overtuigd. Ik geloof hem." Ik ben overtuigd. Is dat mijn keuze? Nee, ik ben overtuigd. Dat wil zeggen: ik ben daarin passief. Hij heeft het zodanig verteld dat ik geen weerwoord meer heb. Is mijn vrijwilligheid daarmee aangetast? Nee, want die man zegt: "Als u dat wilt, dan kunt u dat doen, maar ik heb heel goede redenen waarom u dit zou moeten doen."

Waarom vertel ik dit? Overtuigd worden is iets wat een ander aan jou doet. Als ik zeg: "Ik ben overtuigd", dan wil dat zeggen dat er iets of iemand is die mij heeft overtuigd. En dat is nou precies wat het Lam Gods doet en wat God in het algemeen doet. Ik kan daar allerlei voorbeelden van geven in de Bijbel. Wat dacht u van een man als Paulus, die ooit Saulus was? Hij was een vijand en was op weg naar Damascus. Hij werd geroepen, hij werd overtuigd. Later zegt hij in de Timotheüs-brief: "De genade Gods heeft mij overweldigd." Zo kunnen bewijzen ook overweldigend zijn, zodat je gewoon gewonnen wordt. Dat je geen kant meer uit kunt. Het heeft niets met vrije wil te maken, maar dat heeft te maken met de kracht van de bewijzen die jou overweldigen. Waardoor je inderdaad, zoals Paulus dat uitdrukt, overweldigd wordt. Onze reformatorische vrienden spreken dan over de onwederstandelijke genade Gods. Dat is een mooie. Dat wil zeggen: daar kun je niets tegen doen. Als die over je komt, dan word je overweldigd. Dat is geweld, dat is inderdaad overweldigend. Zo werken die bewijzen van God. En daarmee is geloof ook een overtuigd zijn, maar het is niet onze prestatie, maar Zijn prestatie. Hij heeft jou iets duidelijk gemaakt. Jouw ogen zijn daarvoor geopend. Jouw oren zijn ervoor geopend.

Ik haal graag die woorden uit Spreuken aan waar staat: "Het oog dat ziet, het oor dat hoort, beide heeft de HEERE gemaakt." En als je zicht mag hebben op dat Lam Gods, als je weet mag hebben van de waarheid van de Schrift, prijs Hem dat je dat mag zien. We hebben er zojuist ook over gezongen: eens zal elke knie buigen en elke tong gaan belijden. Waarom? Omdat ze overweldigd zijn door de bewijzen. Ze kunnen geen kant meer op en bovendien is hun hart ook gewonnen. Dat is het allermooiste. Hun hart is gewonnen. Niet alleen rationeel, maar ook emotioneel zijn alle barrières gebroken; Hij gaat er dwars doorheen. En dan kan er maar één ding zijn dat overblijft en dan roepen ze het uit: "Jezus is Heer!", tot eer van God de Vader. Maar het mooiste deel is voor hen die nu al mogen geloven. Dus dat is niet iets waarom wij beter zijn. Je kunt niet tegen de mensen zeggen: "Jij moet geloven." Nogmaals, dat is een geschenk, mensen. En het is een geweldig geschenk.

En wat kunnen wij dan doen? Nou, hetzelfde als wat Johannes deed: zien op dat Lam Gods. Doe dat. Vertel mensen niet: "Jij moet geloven", maar wijs gewoon maar op dat Lam Gods. En dat Lam Gods is in staat om de zonde der wereld van elk mens op te heffen en ongeloof plaats te laten maken voor geloof. Dat is Zijn werk en daarom is het ook het allerbeste om op Hem te wijzen. Ik zou niet weten... als Hij dat doet, dan moeten we dus op Hem wijzen; op wie anders? Dat is geen mensenwerk. Dat zeg ik ook tegen ouders die daar misschien ook mee zitten, met kinderen die een andere weg gaan of familieleden of vrienden. We kennen dat allemaal wel op de een of andere manier uit eigen ervaring en je zou het ze wel door de strot willen duwen. Ja, maar zo werkt dat niet. Dat weten we toch? Dat moet je ook helemaal niet willen. Dat ken je in het Lam Gods zeker nog niet. Want Hij heft de zonde der wereld op. Hij tilt het naar een hoger niveau. Nou wil ik nog op één schriftplaats wijzen, want de tijd is verstreken, maar naar Kolossenzen 1 ga ik.

De Absolute Verzoening en Onwederstandelijke Genade ↑ hoofdstukken

Daar lees je woorden die in deze kring bekend zijn, en terecht. Daar gaat het over de majestueuze hoop, de verwachting, de hoop van het evangelie. Zo noemt Paulus dat in datzelfde gedeelte. In Kolosse 1 vers 23 zegt hij dat. Maar in Kolosse 1, daar spreekt de apostel Paulus en daar schrijft hij over de glorie van de Zoon van Gods liefde. Zo noemt hij Hem daar ook. En dan staat er in vers 20 — ik val midden in zo’n passage binnen — dat God door Hem vrede maakt door het bloed van Zijn kruis. Dat wil zeggen: ooit stierf Hij aan een kruis, Hij werd genageld aan een hout, maar God maakt juist vrede door Hem. En er staat bij: om het al weder tot Zich te verzoenen. Verzoening, wiens werk is dat? Dat is Zijn werk. Hoe doet God dat? Door Hem. Dat wil zeggen, door Hem die ooit stierf, die geslacht werd als een lam, Hij die gedood werd, vermoord aan een hout. Maar God gaat juist door Hem vrede maken en alles met Zich verzoenen. Dat wil zeggen dat alle vijandschap Hij teniet zal doen.

Ik lees even verder hoe universeel dat is. In vers 20 staat in het vervolg: door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Waarmee op allerlei manieren is gezegd dat daar geen uitzondering is. Hij gaat het al tot Zich verzoenen. En of dat nou op de aarde is of in de hemel, alle vijandschap — want daar gaat het over — zal plaatsmaken voor vrede. Vijanden worden gemaakt tot vrienden. Dat is Zijn werk. En dan lees ik nog even verder in vers 21. Daar staat: ook jullie, schrijft Paulus, die eens vervreemd en vijandig gezind waren in de boze werken. Dat wil zeggen dat die boze werken van jullie wel duidelijk maakten dat jullie vervreemd van Hem waren of zelfs vijandig gezind. En er staat: verzoent Hij nu. Dat wil zeggen: het al wordt verzoend, dat is toekomst. Maar nu zijn er mensen die ook al verzoend worden. Dat wil zeggen: zij die vijandig waren of vervreemd van God. Wel, dan is Hij het die vijanden tot vrienden maakt.

En weet u wat mensen dan zeggen — en ik zeg het weer, ik steek de hand in eigen boezem dat we dat zeggen, christenen zeggen dat — het is vreselijk, maar ze zeggen: wij moeten geloven, dat is ons werk. Ik heb deze week nog iemand horen zeggen: er is één voorwaarde voor die verzoening, jij moet wel tot Hem komen. Weet u, laat ik het eens wat chargeren. Ik zeg gewoon zoals het is, denk ik, en u mag het zelf controleren. Er is één voorwaarde om verzoend te worden. Dat is waar. Weet je welke voorwaarde dat is? Je moet eerst vijandig gezind zijn of vervreemd. Dat is de enige voorwaarde. Want als je niet vijandig bent of vervreemd, dan kun je ook niet verzoend worden.

Maar als aan die voorwaarde voldaan is... Dat wil zeggen, als u hier zit of jij zit hier en denkt: ik moet hier helemaal niks van weten, dit is allemaal onzin, dan heb ik goed nieuws voor je. Dan ben je kennelijk vervreemd en vijandig gezind. Er is één God. Hij is de Plaatsende. Je bent Zijn schepsel. Hij heeft een plan met jou. En ik zeg niet: jij moet geloven. Ik weet ook wel dat het een geschenk van God is. Ik wijs je alleen op het Lam Gods, op de God en het Lam waarin Hij Zichzelf voorzien heeft. Door Hem gaat Hij jou tot een vriend maken, zodat je eens op je knieën zult neervallen en met je tong zult getuigen — blij van binnenuit staat er: Jezus is Heer, tot eer van God de Vader.

Kun je het je misschien niet voorstellen, maar het gaat gebeuren. Dan word je overweldigd. Respecteert God daarmee niet meer jouw vrije wil? Onzin. Hij overweldigt jou met de bewijzen zodat het onmiskenbaar is: Hij is echt een goede God. En zelfs als ze Zijn Zoon aan een hout slaan, als de wereld dat doet, dan zegt Hij: dat maakt niet uit. Mijn liefde is ongewijzigd. Ik ga jou zegenen, Ik ga jou het leven geven en dat geldt voor die godganse wereld. Allemaal krijgen ze leven en zegen, ongeacht wat ze doen. Juist daarna zie je ook waarom het er staat: door het bloed van het kruis. Dat wil zeggen dat zelfs de grootste vijandschap die liefde niet ongedaan kan maken. Ik houd van je, ongeacht wat.

Nou, die liefde die Hij toen bewezen heeft, die zal overweldigend blijken voor elk schepsel en zo kan het ook zijn dat Hij verzoent. Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, opheft. Ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen.

🎧 Zie Het Lam Gods…
Delen: