GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Heen En Weer Geslingerd?

25-11-2012 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden op 25 november 2012 in Zoetermeer

Opinies, meningen, commentaren, hypes, misleiding en desinformatie. De wereld in het algemeen wordt er door gekenmerkt en de godsdienstige wereld maakt daarop geen uitzondering. “Wind van leer” noemt Paulus dat. Sinds de Schriften compleet zijn is de ekklesia de kindertijd voorbij en volwassen. Waaien we met iedere windvlaag mee of hebben we een vast oriëntatiepunt? Zijn we een gemakkelijk doelwit van systematische misleiding of (her-)kennen we de waarheid?

Een bespreking van Efeze 4:11-15.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt Efeze 4 en de overgang van de onmondige kindertijd van de gemeente naar geestelijke volwassenheid. De gaven zoals apostelen en profeten waren tijdelijk en bedoeld om de Ecclesia toe te rusten totdat de Schrift compleet was. Nu Gods Woord voltooid is, hebben gelovigen een vast fundament bereikt en zijn zij niet langer onmondig. Hierdoor hoeven zij niet meer heen en weer geslingerd te worden door allerlei wind van leer of menselijke dwaalsystemen. In plaats daarvan groeien zij in vrijheid en liefde toe naar Christus, het enige Hoofd van het lichaam.

“Als je vastheid wilt vinden, dan zoek je die niet in de beweeglijkheid van de emotie. Vastheid vind je alleen in een fundament, op rotsgrond.”

Inleiding: de Storm en de Context van Efeze 4 ↑ hoofdstukken

Ja, er wordt zo gefluisterd en we hebben het op de weg hiernaartoe ook gememoreerd: het thema dat we vanmorgen eens wat nader willen bekijken, is toch wel heel mooi getimed. Nietwaar? Terwijl we in de auto zaten, werd er nog gezegd dat rond het middaguur het hoogtepunt van de storm zou zijn, met name dan in deze contreien in het westen van het land. "Heen en weer geslingerd", die uitdrukking komen we tegen in Efeze 4: heen en weer geslingerd door allerlei wind van leer. Nu heb ik begrepen dat het vandaag tot windkracht 10 à 11 zou gaan stormen, maar ik moet erbij zeggen: het is geen timing van mij. Mijn zoon zei: "Dat zal wel een teken zijn, pa." Laten we het daar dan maar op houden.

Ik wil dus naar dat gedeelte toe gaan, en het is altijd wel lastig om daar zomaar een passage uit te knippen. Eigenlijk kan dat niet, want aan dat tiende vers van Efeze 4 is natuurlijk al heel wat voorafgegaan, en toch ontkom je er niet aan. Het gaat mij feitelijk om de laatste verzen van deze korte passage. Dat is niet al te veel, het zijn maar vijf of zes verzen, met name vers 14 en 15. Maar om die verzen te begrijpen, moet ik toch ook iets over de context zeggen. Laten we daarom maar gewoon beginnen bij het begin van wat ik er voor vanmorgen uitgelicht heb. Ik denk dat we hier heel goed de draad kunnen oppakken om de context en het geheel te begrijpen.

Opnieuw wil ik u meenemen, niet alleen met deze PowerPoint naar de vertaling zodat u gewoon mee kunt lezen waar we het over hebben, maar ik wil u ook – en ik ben blij dat de techniek vandaag al deze mogelijkheden biedt – meenemen naar de interlineaire vertaling. Dat wil zeggen dat ik u als een gids, niet als iemand die vertelt hoe het zit, de tekst gewoon wil laten zien. Want kijk, dat staat er precies, dat staat er letterlijk, zodat je daarin werkelijk je vastheid vindt. Daar zullen we het vanmorgen vanzelf ook nog over hebben.

De Huidige Verborgenheid en Toppositie van Christus ↑ hoofdstukken

Vers 10 van Efeze 4. Hij, en die Hij, dat kan niet missen, dat is onze Heer Jezus Christus, van wie we al eerder deze morgen zeiden: Hij is nu onttrokken aan het oog. Dat is eigenlijk het meest karakteristieke van de tijd waarin wij leven; Hij is verborgen, zoals alles wat in Hem te vinden is, verborgen is. Wij wandelen in geloof. Maar niettemin weten wij: Hij is ooit nedergedaald. Daar hadden de voorgaande verzen het trouwens al over gehad. Hij is nedergedaald naar de lagere aardse gewesten. Hij heeft letterlijk in deze wereld geleefd in de laagste delen van de aarde. Dat is heel bijzonder zoals het er staat. Hij heeft gewoond in de omgeving van Nazareth en het Meer van Galilea, tweehonderd meter beneden de zeespiegel. En Hij is zelfs nog wel lager gegaan, daar bij de Dode Zee. Het zijn de laagste plekken op aarde. Dus als er staat dat Hij is nedergedaald naar de lagere aardse delen, dan klopt dat exact. Dat is precies zoals het is. Daarmee is de betekenis niet uitgeput, maar niettemin is het wel opmerkelijk.

Hij die nedergedaald is, Hij is het ook die is opgevaren. Hij die opgestegen is. Het woord betekent niet direct dat je gewoon naar boven zweeft, maar het betekent dat Hij is opgegaan, en wel tot een zeer grote hoogte. Want er staat bij: "ver boven alle hemelen". Letterlijk staat er dat Hij is opgevaren boven alles van de hemel, dat Hij is opgestegen. Daarmee heb ik ook iets gezegd over die feiten en over die verborgenheid, wat trouwens een groot thema is in juist deze Efezebrief. Hij is boven alles van de hemelen. Het laatste wat we trouwens lezen in het historische verslag in Handelingen 1, is dat een wolk Hem onttrok aan hun ogen. Dat is het. Vanaf die tijd is Hij inderdaad onzichtbaar. Maar niettemin heeft Hij de allerhoogste positie; met recht een toppositie, boven alles van de hemelen.

Daar is Hij, en er staat bij waarom Hij daar is en, beter gezegd, wat Hij daar ook doet. Er staat dat Hij daar is om alles, om het al, tot volheid te brengen, te completeren. Hij is daar niet zomaar. Natuurlijk is Hij gezeten; dat is een positie van rust, het werk is gedaan en het voldoet. Maar niettemin doet Hij daar toch dingen. Hij brengt daar het al tot volheid, en het al of "alles" is hier specifiek het werk dat God vandaag doet. Wat God vandaag doet is niet Zijn koninkrijk bouwen. Ik ben blij dat dat ook een Bijbels gegeven is, want dat is toch wel een heel frustrerende gedachte die velen hebben. Vele christenen denken dat God vandaag Zijn koninkrijk in deze wereld bouwt en dat Hij daar vandaag ook christenen voor zou willen inzetten om het koninkrijk gestalte te geven in deze wereld. Nou, als dat Zijn werk is, dan moet ik zeggen dat er in tweeduizend jaar toch maar weinig is gebeurd. Dat zou heel frustrerend zijn.

Maar het is ook helemaal niet zo. Tegen de tijd dat het inderdaad de bedoeling is dat het gaat gebeuren, dan gaat het ook met snelheid gebeuren. Dan zal Hij openbaar worden, dan zal ook het koninkrijk openbaar worden en dan zal Hij vanaf Zijn troon in Jeruzalem Zijn heerschappij vestigen, zoals het lied dat ook zegt. Maar nu is Hij daarboven; Hij is onzienlijk en het werk dat Hij doet is ook onzichtbaar. Dat haalt de krant of de televisie niet. Maar niettemin is het een belangrijk werk. Wat Hij doet is een Ecclesia, dat wil zeggen een uitgeroepen verzameling, verzamelen. Hij roept mensen uit. Het woord van Zijn genade klinkt. Paulus is zelf de grote heraut die te midden van de natiën die boodschap van Gods genade heeft mogen proclameren. En er zijn mensen die daar oren naar hebben. Dat wil zeggen, ik moet gewoon zeggen: God is het die de oren daarvoor opent, de ogen daarvoor opent en het hart daarvoor openzet, zodat je dat gaat verstaan. Hij doet een werk, namelijk de opbouw van die Ecclesia, van dat lichaam van Christus. Nu komen we bij vers 11.

Gaven voor de Begintijd: het Fundament Leggen ↑ hoofdstukken

Want ik moet toch enigszins vaart maken om bij vers 15 te arriveren. We kijken naar vers 11. Daar zegt de apostel over Hem die is opgevaren ver boven alle hemelen: "En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven." Het is belangrijk om dat even goed te realiseren. Men zegt weleens: de sleutel hangt bij de deur. Dat is ook hier in Efeze 4:11 het geval. Om het hele rijtje van de gaven te begrijpen – vijf stuks in totaal – heb je aan die eerste gave die genoemd wordt eigenlijk al genoeg om het geheel te vatten.

Apostelen. Een apostel is letterlijk een afgevaardigde; zo wordt het in andere contexten ook vaak vertaald. Het is iemand die officieel gedelegeerd is. Christus heeft inderdaad mensen geroepen. Hier op aarde waren dat er twaalf, en later heeft Hij vanuit de hemel nog die dertiende geroepen: Paulus. Hij is officieel afgevaardigd met een missie, met gezag en met autoriteit om die boodschap wereldwijd bekend te maken.

Maar dat geldt ook voor die profeten. Het geldt ook voor de evangelisten, herders en leraars. En ik moet er meteen bij zeggen dat wat ik nu vertel, niet bepaald algemeen geaccepteerd is. De gebruikelijke gedachte is dat deze gaven gegeven zijn om te beginnen in de eerste eeuw, toen de apostelen werkzaam waren, maar dat de andere functies – evangelisten, herders en leraars – nog steeds gegeven worden. Dat is het gangbare idee. Ik wil u vanmorgen laten zien dat dit niet in dit gedeelte staat. Deze gaven die hier genoemd worden, hebben te maken met de begintijd.

Als ik wat meer tijd had gehad, zou ik nog op zijpaden kunnen wijzen, zoals wat Paulus een aantal hoofdstukken eerder schreef over het fundament dat gelegd is: het fundament van de apostelen en de profeten. De apostelen en de profeten hebben het fundament gelegd. Dat is een eenmalige gebeurtenis. Wanneer een bouwwerk wordt opgetrokken, is dat een heel proces, maar het fundament wordt in aanvang eenmalig gelegd. Als dat gebeurd is, wordt er vervolgens op dat fundament verder gebouwd. Het bouwwerk is nog niet af, maar het fundament is gelegd.

De gaven die hier genoemd worden – apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars – hebben allemaal te maken met die begintijd, met de kindertijd. Ik noem nu alvast een paar van die uitdrukkingen; we zullen ze straks vanzelf tegenkomen, maar ik noem ze nu alvast even ter bevestiging. Het heeft te maken met de begintijd en de kindertijd, zolang de Ecclesia, de gemeente, het lichaam van Christus, nog niet volwassen was. Misschien roep ik hiermee alleen nog maar vragen bij u op: hoezo alleen maar bij de begintijd? Maar laten we even verder gaan en de draad vasthouden.

Met welk oogmerk heeft Hij die gaven gegeven? Dat staat erbij: om de heiligen toe te rusten. Dat woord 'toerusten' is in de Concordant Version 'adjust'. Dat is eigenlijk aanpassen of toebereiden. Dit woord komt in de Schrift onder andere voor waar het gaat over de discipelen die hun netten in gereedheid brachten, of hun netten bijstelden en repareerden. Het is dus niet alleen toerusten, maar in gereedheid brengen en klaarmaken voor. Dat is de betekenis.

Die gaven heeft Hij gegeven – Hij die daar boven alle hemelen gezeten is – met een bepaald oogmerk, namelijk om de heiligen apart te zetten. Iemand die gelooft, wordt trouwens altijd apart gezet. Hij gaf hen om de heiligen toe te bereiden, gereed te maken en klaar te stomen voor dienstbetoon of dienstwerk. En over welk dienstwerk gaat het dan? Er staat bij: "tot opbouw van het lichaam van Christus".

De gaven die Hij gegeven heeft, hebben uiteraard een doel; die geeft Hij niet zomaar. Hij heeft ze gegeven om de heiligen klaar te maken voor dienstwerk, en dat dienstwerk bestaat uit de opbouw van het lichaam van Christus. Dat lichaam van Christus is een van de termen voor de Ecclesia, de gemeente; dat wat God vandaag voor Zijn naam verzamelt. Zoals ik al zei: Hij is momenteel niet bezig een koninkrijk in deze wereld te bouwen of te openbaren. Dat is toekomstmuziek en hoort niet bij Zijn programma in de huidige tijd. Nu is het Zijn programma om een Ecclesia te verzamelen, oftewel dat lichaam op te bouwen. Daar valt uiterlijk misschien niets aan te zien en het is geen openbaar, publiek werk, maar het is niettemin Zijn werk. Door Zijn Woord gebeurt dat: tot opbouw van dat lichaam van Christus.

De Eenheid van het Geloof en de Complete Schrift ↑ hoofdstukken

En nou komen we bij een belangrijk punt waar ik eigenlijk al een paar keer aan heb gerefereerd: "totdat wij allen bereikt hebben". Waaruit blijkt dat die gaven niet eindeloos doorgegeven worden. Nee, die gaven worden gegeven met een bepaald oogmerk. En als dat oogmerk eenmaal bereikt is, dan behoren deze genoemde gaven tot het verleden.

Maar totdat wat? Totdat wij de eenheid van het geloof bereikt hebben. Dat betekent dus dat toen Paulus deze dingen optekende, dat nog niet bereikt was. Natuurlijk maakten de gelovigen deel uit van het lichaam van Christus en vormden zij een eenheid in de geest – een uitdrukking die trouwens eerder in dit hoofdstuk ook al gebezigd was. Wie gelooft, ontvangt Zijn Geest en wordt daarmee verzegeld. Dat is onuitwisbaar; de goddelijke stempel kan niet verbroken worden. Maar die eenheid van het geloof was nog niet bereikt; die zou nog bereikt worden.

Wat is die eenheid van het geloof? Daarvoor moet je je even verplaatsen naar de dagen dat Paulus deze woorden optekende. Toen was het nog zo dat alles wat er aan geloofsoverdracht plaatsvond, het woord dat doorgegeven werd, voor een groot gedeelte mondeling gebeurde. En voor zover het schriftelijk was – een brief hier, een boek daar – was het allemaal heel fragmentarisch. Ik heb dat willen illustreren met puzzelstukjes. Het waren allemaal stukjes die neergelegd werden: een briefje hier, een mondelinge boodschap daar, een apostel die hier werkzaam was. Maar het was allemaal fragmentarisch, allemaal stukjes. Er kwam trouwens ook nog bij dat je in die dagen een heel sterk verschil had tussen aan de ene kant de twaalf apostelen die de boodschap brachten van het evangelie van de besnijdenis, en Paulus die later geroepen werd met een heel nieuwe boodschap als vervolg daarop. Dat liep allemaal door elkaar en dat waren grote verschillen.

Maar Paulus zegt dat die gaven die de Heer gegeven heeft, uiteindelijk leiden tot de eenheid van het geloof. En dat is precies waar wij inmiddels al lang in gearriveerd zijn. Want toen eenmaal de Schriften compleet waren, was daar de eenheid van het geloof bereikt. Niet meer een briefje hier en een mondelinge boodschap daar; nee, de Schriften waren tot compleetheid gevormd. Al die boeken die verzameld waren, door de apostelen zelf trouwens, vormden nu de eenheid van het geloof. Dat was het punt waarin al die puzzelstukjes waren bij elkaar gebracht. En dat is waar wij momenteel ook op kunnen staan: geen fragmenten meer, maar een eenheid van het geloof.

Bovendien staat er: "en de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben". Wat is dat? Die volle kennis is een merkwaardig woord. Het Griekse woord is epigenosis. Het betekent letterlijk "op-kennis" of "boven-kennis". Dat betekent dat er iets boven kennis uitgaat; het is meer dan alleen maar iets weten. Het is een besef. In de Concordant Version wordt het weergegeven als "realisatie". Dat je dingen beseft, dat je je ervan bewust bent. Er zijn talloze dingen die je weet, maar waar je je niet bewust van bent. Maar het gaat hier over besef; dat is misschien het woord dat het beste weergeeft wat epigenosis betekent.

Ik wil nog op iets wijzen waar heel gemakkelijk overheen gelezen wordt. Er wordt gesproken over het besef, de realisatie, niet aangaande de Zoon van God, maar van de Zoon van God. Het gaat hier dus niet om de kennis aangaande de Zoon van God, maar om de kennis van de Zoon van God Zelf. Paulus spreekt dus uit dat de Heer gaven heeft gegeven opdat wij zouden bereiken de eenheid van geloof, die er tot die tijd nog niet was omdat het fragmentarisch was, en bovendien zouden komen tot het besef van de Zoon van God. Wat betekent dat? Dat de Zoon van God Zich van dingen bewust is, en het machtige is dat Hij dat ook inderdaad kenbaar heeft gemaakt. Hij heeft Zijn woord gegeven; dat wat Hij weet en waar Hij Zich van bewust is, heeft Hij bekendgemaakt. Paulus was zelf een van de spreekbuizen daarvan. Wel, we zouden bereiken het besef van de Zoon van God; dat wat Hij Zich realiseert en waar Hij Zich van bewust is, dat wij daartoe komen. Zie je het verschil? Dus niet alleen maar de kennis aangaande de Zoon van God, maar dat wij bereiken wat Hij Zich realiseert.

Waar vinden we die volle kennis, waar vinden we dat besef van Hem? Dat is niet zo moeilijk: nergens anders dan in het Woord. Hoe zouden we weten wat Hij beseft en waar Hij Zich bewust van is, anders dan doordat Hij het kenbaar heeft gemaakt? Hij heeft het laten weten, en sterker nog: daar zijn juist die gaven voor gegeven. Hij gaf die gaven om Zijn Woord door te geven. Wel, dat Woord is inmiddels compleet. Het is niet meer fragmentarisch; het geheel is zwart-op-wit gebundeld en we hebben het gewoon tot onze beschikking. Dat is de eenheid van geloof, waardoor we het besef van de Zoon van God hebben bereikt.

En dan komt er nog iets bij: "de mannelijke rijpheid". Er staat letterlijk "de volwassen man". De ecclesia zou komen tot volwassenheid, uiteraard niet in de kinderschoenen blijven staan, maar rijp en volwassen worden. Een volwassen man. De gemeente wordt hier niet voorgesteld als een vrouw of een bruid, nee, als een man. Dat even terzijde.

Volwassenheid is een belangrijk begrip, want daar komen we vanzelf nog meer op. En dan komt er nog een hele mond vol: "de maat van de wasdom der volheid van Christus". Dat klinkt ingewikkeld, maar feitelijk is de wasdom de groei die op een gegeven ogenblik haar ultieme punt bereikt. Dat is precies wat rijpheid en volwassenheid is. En dat is de volheid van Christus. Herinnert u zich nog dat we begonnen met vers 10, waar staat dat Hij is opgevaren ver boven alle hemelen om alles tot volheid te brengen, te completeren? Wel, dat is die volwassenheid. In de dagen van de apostelen, in die eerste generatie, is dat bereikt. Christus heeft gaven gegeven die Zijn Woord hebben doorgegeven en het ook op schrift hebben gesteld. Toen dat eenmaal compleet was, bereikte de ecclesia een stadium van volwassenheid en volgroeidheid. Het was tot compleetheid gebracht. Hij heeft Zijn Woord doorgegeven en dat is het; Hij heeft alles verteld.

Wat Hij te zeggen had, Zijn Woord, daar gaat het over. Dus als ik het nu even schematisch mag samenvatten wat we tot dusver hebben gezien: Hij heeft gegeven, en dan wordt er gesproken over apostelen, profeten, evangelisten en leraars. Die heeft Hij gegeven totdat hun werk compleet was. Dat is in de Schriften; de Schriften zijn compleet. 70 boeken — alleen het getal geeft eigenlijk al een hint in die richting. 70 is het getal van volheid. Toen de 70 boeken bij Hem compleet waren, toen was hun werk gedaan. Hij heeft dat gegeven; inmiddels is dat voltooid.

Hij heeft deze gegeven totdat wij allen bereiken de eenheid van het geloof, het besef van de Zoon van God. Dat wat Hij Zich bewust is en wat Hij kenbaar heeft gemaakt. Want hoe zou ik anders weten waar Hij Zich van bewust is, anders dan doordat Hij dat gesproken heeft? Totdat wij allen bereiken: de status van een volwassen man, de maat van de wasdom van de volheid van Christus.

Nou, één ding is duidelijk: dat gaat over volwassenheid. En dat dat inderdaad het geval is, dat blijkt vervolgens in het navolgende vers 14.

De Ecclesia Volwassen: Niet Langer Onmondig ↑ hoofdstukken

Dan zijn wij niet meer onmondig. Eventjes nog een kleine opmerking terzijde over de gebruikelijke uitleg dat die gaven gegeven worden tot aan het moment dat de Heer terugkomt. Wat er over het algemeen over dit vers gezegd wordt, kan niet waar zijn, want dat zou namelijk betekenen dat de Ecclesia hier op aarde nooit volwassen wordt en ook nooit mondig wordt. Terwijl hier juist gezegd wordt: "als eenmaal die volwassen man..." Wel, dan zijn wij – of letterlijk staat er trouwens dat, of zodat, of opdat – het gaat over een doelstelling. Het is niet eens zozeer een voorzegging, het is meer een aangeven van de betekenis van die bereikte volwassenheid: opdat we dan niet meer onmondig zouden zijn.

Dat betekent dus dat tot de tijd dat de Heer die gaven nog gaf, er nog wel dat stadium van onmondigheid was. Men wist nog niet alles. Men had nog niet iets waar men zich op kon baseren, zwart op wit. Men moest nog verteld worden: zo zit het, zo zit het in elkaar. Daar was onmondigheid. Maar die gaven zijn juist gegeven opdat de Ecclesia volwassen zou worden. En Hij heeft Zijn Woord gegeven, en dat Woord maakt ons mondig. Dan weten we hoe de vork aan de steel zit. Onmondig wil eigenlijk zeggen: onvolwassen. Elders wordt het in het Nieuwe Testament weergegeven met een zuigeling, iemand die nog niet kan praten, die nog verzorgd moet worden en nog niet zelfstandig is. Feitelijk is dat ook wat volwassenheid is. Volwassenheid betekent dat je zelfstandig bent. Je moet even goed nadenken bij dat woord 'zelfstandig': dat je zelf kunt stáán.

Alles in dat werk wat de Heer deed, dat wil zeggen in het geven van die gaven, was erop gericht dat de gemeente, de Ecclesia, een stadium zou bereiken van volwassenheid. Dat de gelovigen individueel niet meer onmondig zouden zijn, niet meer onder een gezag zoals dat zo dikwijls ook gepredikt wordt. In die zin ligt het ook helemaal in de lijn van de dwaling. Want als het inderdaad zo zou zijn dat de Heer die gaven nog steeds zou geven, dan betekent dat we dus nooit volwassen worden en nog steeds onmondig zijn. En dat is wat menselijke systemen inderdaad heel goed kunnen gebruiken – als u begrijpt wat ik bedoel – om mensen onder de duim te houden. Om te vertellen: "Jij moet dit doen en jij moet bij ons horen, en jij mag niet zo denken." Maar dat is onmondigheid. Dan wordt jou verteld wat je moet doen, wat je moet denken en wat je moet zeggen. Dat is precies wat een klein kind nog doet. Van een zuigeling kun je zulke dingen ook niet verwachten. Er is trouwens niks mis met die fase, maar het is niet de bedoeling dat je daarin blijft hangen. Het is de bedoeling dat je volwassen wordt.

En dat is zo met de Ecclesia. Die Ecclesia is inmiddels officieel al lang volwassen. De Schrift is in de eerste eeuw, in de dagen van de apostelen, gecompleteerd. Paulus zegt het ook in Colossense 1 vers 25, een vers dat je zou moeten onthouden als een belangrijk gegeven. Hij zegt daar dat hij het Woord van God voleindigd, gecompleteerd heeft. Het is hetzelfde woord als wat we al een paar keer zijn tegengekomen: afgemaakt, afgerond. Sterker nog, hij heeft ook aan het eind van zijn leven al die boeken en geschriften bij elkaar gebracht als een testament, het Nieuwe Testament, en overgegeven aan zijn medewerker Timotheus, opdat we niet meer onmondig zouden zijn.

Ik zei al: groepen, organisaties en systemen zijn juist afhankelijk van onmondige mensen. Die moeten het daarvan hebben. Maar het geweldige van de Ecclesia nu is het grote voorrecht dat gelovigen mondig zijn. Niet tegen elkaar aanleunen van: "Ja, waarom denk jij zo? Waarom doe je dat?" "Ja, omdat dat zo gezegd is, omdat dat bij ons in de kerk zo geleerd wordt. Zo zijn onze manieren." Dan ben je nog steeds onmondig. Dan leun je tegen anderen aan. Wat trouwens een heel riskante zaak is, als u het mij vraagt. Want als de één tegen de ander aanleunt en de ander tegen de één... waar is dat dan op gebaseerd? Weet je wat je dan ziet? Je hoeft er maar eentje uit te halen en het hele zooitje – ik wou een ander woord gebruiken, hoe zeg je dat nou eens netjes – het hele zaakje zakt in elkaar. Dan hoeft er maar dít te gebeuren en je krijgt zo'n domino-effect: één steen wordt weggehaald en het hele zaakje gaat plat. Dat betekent dat men niet stáát. Want als je staat in het geloof van God, dan zou het geen invloed hebben als een ander omvalt, om welke reden dan ook. Jíj staat. Dan kan dat verdrietig zijn, maar je blijft gewoon staan, want je leunt niet tegen die ander aan.

Kijk, het is geweldig hoor, laat ik me goed uitdrukken en ook niet een verkeerde indruk wekken. Het is buitengewoon belangrijk om elkaar te treffen, om samen een Ecclesia te vormen, gemeenschap te hebben, elkaar op te zoeken, elkaar op te bouwen en elkaar aan te vuren. Dat is een enorm kostbaar goed. Maar niet in een systeem waarbij je onmondig gemaakt wordt. Dan ben je inderdaad nog steeds in die kinderlijke fase en dat is niet de bedoeling. Het is een groot voorrecht om mondig te zijn en daarmee ook vrijheid te kennen. Niet meer verteld te worden van: zo moet jij denken, maar zelf weten: kijk, er stáát geschreven. Het is niet interessant om te weten dat de voorganger er zo over denkt. Ja, en? Dat is nou precies ook de grote ellende, want dan krijg je het verhaal van: "Ja, ik weet het niet, want die voorganger zegt dit en die voorganger zegt dat, en die voorganger zegt nog weer wat anders." Dan kun je het heel complex maken. Welnu, op het moment dat je zo denkt, betekent het dus dat je nog steeds onmondig bent. Het gaat erom dat je weet: ik wéét dat het zo is. En of hij of zij daar nu zus of zo over denkt, dat maakt me niet uit – dat is verdrietig genoeg of ik ben blij als ze er ook zo over denken – maar het maakt voor mijn standpunt geen verschil. Ik weet het omdat er staat geschreven. Dat je dat kunt zeggen, dan heb je een fundament, een rots onder je voeten. Dat is zo belangrijk, want dan word je inderdaad niet heen en weer geslingerd. Nou, laten we meteen maar verder gaan.

Vastheid in het Woord Versus de Wind van Emotie en Leer ↑ hoofdstukken

Want dan zijn we niet meer onmondig. Op en neer, heen en weer geslingerd... U ziet hier het plaatje van een golf; dat is eigenlijk ook de associatie die Paulus hier maakt. We worden niet meer heen en weer gedragen. Je moet je voorstellen dat die golven door de wind worden aangezwengeld en dat je dan simpelweg wordt meegevoerd. Er is geen houden aan; door die golven word je heen en weer geslingerd.

En zo zijn er velen — ik bedoel niet alleen in de wereld, maar ook gelovigen — die zich er nog steeds niet bewust van zijn dat de Ecclesia gewassen is. Daarom zijn zij in de praktijk nog steeds onmondig en worden zij heen en weer geslingerd door groepsprocessen of door wat een leider zegt. Het thema van de volgende studiedag gaat daarover, over dat woord 'charismatisch', 'charisma' en alles wat daarmee verband houdt. Ik zal daar straks nog even iets over zeggen. Maar goed, dat op en neer, heen en weer geslingerd worden is een heel triest proces, want je hebt dan nooit stabiliteit.

Je staat dan onder invloed van 'allerlei wind van leer', zoals er staat. Dat is wat deze toespraak onder de huidige weersomstandigheden zo actueel maakt: allerlei wind van leer, waarbij de wind hier vergeleken wordt met onderwijs. En zoals de wind waait, zo waait zijn jasje... Nee, hoe was het? 'Zoals de wind waait, waait zijn jasje.' Ik moet wel bij mijn les blijven! Je waait met alle winden mee. En aangezien de wind overal vandaan kan komen, waai je gewoon mee. Je hebt geen vastheid; je weet niet waar het op aankomt en je weet niet wat er geschreven staat.

Het is zo belangrijk om solide in het leven te staan. En ik weet één ding zeker: we leven nu in een informatietijdperk — en tussen twee haakjes, ook in een desinformatietijdperk. Er wordt zoveel informatie op je afgestuurd dat je op een gegeven moment echt niet meer weet waar je het zoeken moet. Het is geweldig wat ons allemaal ter beschikking staat, maar het maakt het er allemaal niet makkelijker op.

Maar goed, 'allerlei wind van leer'. Ik vind het woord 'wind' in dit verband heel bijzonder, want wind is een beeld van geest. Dat zou je eens aan Nicodemus moeten vragen. De Heer Jezus sprak daar ook over in het nachtelijke gesprek met hem. Het is eigenlijk nog sterker: wij spreken Nederlands, maar als je het in het Hebreeuws of in het Grieks zegt, dan zie je het direct. Het woord voor 'wind' in het Hebreeuws is ruach, maar ruach is ook hetzelfde woord voor 'geest'. In het Grieks is het pneuma. Pneuma is wind, maar het is ook geest. Het is dat wat geblazen wordt.

Het gaat erom: je ziet de effecten ervan, maar de wind zelf laat zich niet zien. Je ziet alleen de gevolgen. Het is kracht; die zie je niet, maar het heeft effect. Je hoort het trouwens ook. Ik bedoel, feitelijk is spreken een interessant fenomeen. Als je een woord doorgeeft, hoor je het geluid, maar het gebeurt door adem, door lucht die wordt uitgeademd. Je hoort het wel en het heeft effect, maar de adem zelf laat zich niet zien. Hoe er gesproken wordt, zie je niet, maar je hoort het wel en het heeft effect.

Allerlei wind van leer... Mensen denken bij wind vaak meteen: 'Het is spiritueel.' Omdat er een bepaalde wind waait of er een bepaalde hype is, denken ze: 'Oh, dat is de Geest!' Nou, het is wind. Het is geest, oké, maar dan is het nog maar zeer de vraag of dat met een hoofdletter is. En hoe weet je dat nou? Hoe weet je of het de Geest is? 'Ik voelde zoiets overweldigends, zoiets geweldigs, dat kan alleen van God zijn! Het was zo fantastisch wat we met elkaar beleefden.'

Wil ik daarmee ervaring of een 'high' gevoel van tafel vegen alsof dat geen waarde zou hebben? Natuurlijk niet. Het gevoel heeft betekenis en emotie is prachtig, maar laat je er niet door leiden. Het geeft nooit vastheid, want emotie gaat vandaag zus en morgen zo. Dat is vaak afhankelijk van de omstandigheden en van tal van factoren, zoals je stemming. Maar dat is emotie. In het woord 'emotie' zit het Engelse emotion — beweging. Die beweging is heerlijk, maar het geeft ook aan dat je daar je vastheid niet in vindt.

Als je vastheid wilt vinden, dan zoek je die niet in de beweeglijkheid van de emotie. Vastheid vind je alleen in een fundament, op rotsgrond. Zo is het, want 'er staat geschreven'. Dat verandert namelijk niet. Dat heeft niets met mijn gevoel te maken. Als u mij vannacht om drie uur wakker maakt en ik moet iets zeggen over wat er staat geschreven, dan is dat op dat moment precies hetzelfde als wanneer ik net wakker word en er misschien helemaal niet voor in de stemming ben. Het is hetzelfde als wanneer ik op een ander tijdstip moet zeggen wat er geschreven staat, terwijl ik dan misschien wel helemaal in de zevende hemel ben — zoveel zijn er trouwens niet, maar goed.

Nee, ik bedoel dit te zeggen: wat er staat geschreven, staat volstrekt los van emotie. Dat is vastheid, en dat is ook rust en vrede. Welnu, die volwassenheid... als je je daarvan bewust wordt, dan word je niet meer als onmondigen heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer.

Het Valse Spel en de Systematisering van de Dwaling ↑ hoofdstukken

Door het valse spel van de mensen. Ik heb hier een dobbelsteen bij afgebeeld. Waarom? Omdat in het Grieks het woordje Kubeia staat, en daar is ons woord kubus trouwens van afgeleid. Dat is dit: een dobbelsteen. Het is het valse spel, maar eigenlijk is het gewoon de willekeur. Price geeft in de Concordant Version: "het spel", de willekeur van de mensen. Zoals de wind naar onze beleving willekeurig gaat – dan weer zus, dan komt die weer vandaar, dan is die hard en dan weer zacht – zo is het met zo'n dobbelsteen ook. Het is allemaal willekeurig. Je wordt meegesleept door al dat soort factoren die altijd maar weer verschillend zijn.

En daar staat nog bij: "in hun sluwheid". Het gaat hier dus over die beïnvloeding; dat heen en weer geslingerd worden en gedreven worden door al die hypes, zoals we dat dan noemen. Allerlei invloeden van buitenaf, externe factoren die altijd maar verschillen. In werkelijkheid speelt daar ook sluwheid een rol. Je wordt gemanipuleerd. Sluwheid... ik heb hier de slang afgebeeld en dat is niet voor niks, want die slang is natuurlijk het symbool van sluwheid, van arglist. In 2 Korinthe 11 vers 3 lees je ook over de sluwheid van de slang. Ik vind trouwens die tong wel opmerkelijk: een gespleten tong, een dubbele tong, met twee woorden spreken. Ik bedoel daarmee dus die tegenstrijdigheid, het verwarring zaaien.

Ik zal nog wat zeggen. Als je goed naar de tekst kijkt, staat het er eigenlijk nog veel mooier. Er staat letterlijk dat het gericht is op de systematisering van de deceptie, van de dwaling. "Tot dwaling verleidt", staat er, maar je herkent wellicht de letters die Paulus zelf ooit optekende: er staat het woordje methodia. Ons woord methode komt uit het Grieks en dat betekent dat het een methodiek is, een strategie, een systeem ergens van maken. Nou, dat is heel indrukwekkend.

Zoals we het hadden over dat meegesleept worden door de wind, zo wordt de mens met gemak meegenomen door de systematisering, de strategieën van de dwaling. Juist wanneer dat heel systematisch gebeurt, dan word je zo ingepakt. En u zegt: intelligentie speelt daarbij geen rol? Sterker nog, juist als je geletterd bent, als je geleerd bent, dan ben je juist heel erg gevoelig voor systematieken. En wie brengt die systematiek bij? Nou, dat gebeurt door alles wat je bijgebracht wordt.

Ik denk wel eens bij die systematisering: dat kan dus ook gewoon dogmatiek zijn. Dogmatiek is ook niks anders dan het systematiseren van de geloofsleer. Ja, maar als het fundament niet deugt, dan kun je systematiseren wat je wilt, dan is de dwaling indrukwekkend. Want dat is wat een systeem is: dan is de dwaling gesystematiseerd. En daar word je zomaar door meegenomen. Zeker als dat een heel systeem of een denkstelsel wordt, of een hele groep die daarachter staat, een heel genootschap dat daar een stelsel voor maakt en er hele bibliotheken over heeft geschreven. Nou, dat is de systematisering van de dwaling. Paulus schrijft hierover: als je onmondig bent, dan word je daar zomaar door meegesleept.

Groeien in de Waarheid Naar Christus het Hoofd ↑ hoofdstukken

En nu komen we in het laatste vers: "maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende". Laten we dat nog even goed vaststellen. Die volwassenheid is inmiddels bereikt; de Schriften zijn compleet. Sinds die tijd, sinds de beschikbaarheid van de Schriften, is het de bedoeling dat we niet meer onmondig zijn, niet meer kinderlijk, maar dat we weten waar we staan. We worden niet meer meegesleurd en heen en weer geslingerd door allerlei winden en invloeden die er nu eenmaal in de wereld zijn. We weten waar we op staan en waar we naartoe gaan. We hebben een kompas, zoals de vuurtoren uit het plaatje in het begin. Ook al mogen de golven en de winden op de zee hoog oplaaien, wij hebben vaste voet. We weten waar we ons op oriënteren: de Schriften. Daarom is het zo belangrijk om die Schriften te kennen, want Paulus zegt: "maar dan groeien wij".

Dat is heel interessant, want aan de ene kant is het lichaam als geheel inmiddels volwassen, maar individueel groeien we nog steeds. Hopelijk tenminste wel; dat is ook de bedoeling. We groeien door tot meer besef te komen. Niet dat je rijker wordt op het moment dat je gelooft; dan bezit je al die rijkdom al in één keer. Het gaat er echter juist om dat je steeds meer gaat beseffen hoe rijk je bent. Daar hebben we nu vaak nog geen idee van. Dat is groei: dat je steeds meer de rijkdom van Zijn Woord gaat ontdekken en alles wat we in Hem bezitten. "Dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende." In de vertaling is dat een hele mondvol, maar in het Grieks staat er eigenlijk iets wat "waarachtig" of "waar-zijnde" betekent. Het is niet alleen maar aan die waarheid vasthouden, maar die waarheid wordt bewaarheid in je. Het wordt een deel van je identiteit. Die waarheid wordt iets van jou en krijgt beslag in je leven. Je mag de waarheid vasthouden. Waarheid heeft te maken met dat wat vaststaat en wat niet verandert. Het voorgaande vers ging over zaken die voortdurend bewegen en veranderen, maar dit gaat over waarheid. Als je die waarheid kent, dan groei je.

Bovendien heb je vastheid gevonden. Je bent niet onmondig meer en laat je niet meer inpakken, ook niet door mensen die beweren autoriteit te hebben of door een "club" die voor jou wil bepalen wat je moet geloven. Dat is onmondigheid. Wij staan op het fundament van de Schrift en groeien door ons aan de waarheid te houden, de waarheid kennende en ons daarop oriënterend. En dan staat erbij: "in liefde". In liefde, in elk opzicht, naar Hem toe die het Hoofd is: Christus. Hoezo dan "in liefde"? Een kenmerk van liefde is eenheid, het verlangen naar eenheid. Waar vinden we elkaar dan? In een organisatie? Nee, Paulus spreekt hier niet over een organisatie, maar over een organisme. We spreken over een lichaam met een Hoofd. En dat Hoofd is niet de leiding van een organisatie, hoe die ook mag heten – een synode of een kerkenraad. Nee, een lichaam heeft maar één Hoofd. Dat is makkelijk te onthouden, want op het moment dat je over meer hoofden spreekt, heb je het over een draak.

Het lichaam heeft één Hoofd en Hij heeft die gaven gegeven. De Schriften zijn compleet en daarom oriënteren we ons op Hem. Wij groeien dus naar het Hoofd. Het mooie is: als je op die waarheid georiënteerd bent, dan vind je elkaar ook in die waarheid. Er is namelijk maar één waarheid. Daar waar wij die waarheid zoeken en vinden, brengt dat ons bij elkaar. Niet door een band die mensen maken – dat verdeelt juist weer – maar door de waarheid. Omdat er maar één waarheid is, bindt die waarheid ons samen. Daar vinden we elkaar, niet doordat we de mening volgen van de een of de ander, maar doordat we weten: "Zo is het, er staat geschreven". En wat er staat geschreven, is voor u hetzelfde als voor mij. We geven elkaar daarbij ook de ruimte; je mag natuurlijk je eigen gedachten vormen, want het is een ontwikkeling. Maar we zoeken dat wat er geschreven staat, want daar vinden we vastheid. Zo groeien we samen in liefde, in elk opzicht – dus in alles – naar Hem toe die daarboven is. Het duurt nu niet lang meer of Hij zal openbaar worden. Niettemin groeien wij nu al naar Hem toe die het Hoofd is: Christus. Hij is degene die alles volmaakt doet blijven door Zijn Woord en door niets anders. Ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen.

🎧 Heen En Weer Geslingerd?
Delen: