GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

zeven keer ‘wandelen’ in de Efeze-brief

23-06-2024 - Geplaatst door Andre Piet
familiekring Zeewolde in Maarn, 23 juni 2024

In de Efeze-brief is zeven keer sprake van ‘wandelen’. Over de vroegere wandel, over wandelen zoals de natiën. Maar ook over een waardige wandel. En in liefde wandelen, in wijsheid en als kinderen van het licht.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt het thema 'wandelen' in de Efeze-brief, gebaseerd op het Griekse woord 'peripateo' (rondgaan). Er wordt een contrast geschetst tussen de vroegere, negatieve wandel van de wereld, gekenmerkt door leegte en verduistering, en de nieuwe wandel in Christus. De gelovige is Gods creatie, bestemd om te wandelen in voorbereide goede werken en waardig de hoge roeping. Deze nieuwe levenswandel weerspiegelt Gods onvoorwaardelijke liefde (agapé), verspreidt licht en wordt gekenmerkt door wijsheid in donkere dagen.

“Je kunt alleen maar waardig de roeping wandelen als je een idee hebt van de enorme waarde van die roeping.”

Inleiding: de Betekenis van het Griekse Woord Peripateo ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal, Zeewoldense vrienden hier in Maarn. Ja, geweldig om hier weer in jullie midden te zijn. Deze plek in Maarn is voor mij... ja, dat komt wel goed uit. Laat ik me meteen maar eventjes excuseren, want een probleem dat zich bij mij wel vaker voordoet, is dat ik nogal last heb van hoesten. Het was zelfs zo sterk deze week, zo erg tussen aanhalingstekens, dat ik dacht: waarschijnlijk kan ik aankomende zondag hier niet spreken. Het was erg irritant, in dat geval voor mijn huisgenoten en voor mijzelf trouwens ook wel hoor. Maar zie daar, ik ben hier toch maar gekomen en ik hoop dat u het van mij verdraagt dat ik zo af en toe zal hoesten. Maar tot dusver gaat het goed.

Deze plek is voor mij erg bekend. Sterker nog, twee weken geleden stond ik hier ook. Nou ja, een paar meter verderop hierachter op het podium. Toen was het onderwerp iets soortgelijks; toen ging het namelijk ook over 'zeven keer' en over de inhoud van de Efeze-brief. In die zin zou je kunnen zeggen dat het min of meer een vervolg daarop is, maar dat is slechts zeer ten dele het geval. De titel doet in ieder geval wel aan elkaar denken. Aanvankelijk had ik als titel gegeven: 'zeven keer wandelen in Efeze'. Dat had op zich gekund, maar het had ook wel weer misverstanden opgeroepen. 'Met Zeewoldense vrienden in Maarn zeven keer wandelen in Efeze' — wat moet je daar nou van denken?

Waar het eigenlijk over gaat, is dat we ons dit keer bezig gaan houden met het begrip 'wandelen' zoals dat in de Efeze-brief gebruikt wordt. Dat woord komt zeven keer voor, of eigenlijk moet ik zeggen acht keer, maar op zeven verschillende plaatsen, in zeven verschillende verzen in de Efeze-brief. Voordat we daar naartoe gaan en die verschillende teksten gaan bezien, wil ik eerst iets in het algemeen zeggen over dat begrip wandelen en het Bijbelse woord dat Paulus hier gebruikte. Dat is het Griekse woord peripateo. U mag het van mij weer vergeten, maar het bestaat eigenlijk uit twee elementen: het voorzetsel peri betekent 'rondom' of 'eromheen', en pateo heeft te maken met treden, je voet ergens opzetten.

Ik vind het leuk om dat soort begrippen te analyseren en ik kwam erachter dat ons woord 'wandelen' in het Nederlands in feite ook verwant is aan dat Griekse woord, omdat het oorspronkelijk dezelfde gedachte in zich had. Het heeft te maken met ons woord 'wenden', wandelen in de zin van rondgaan. Want als je maar blijft wenden, dan maak je een rondje. Dat zie je feitelijk ook bij wandelende gedachten. Je kunt ergens naartoe wandelen, maar het idee bij wandelen is vooral dat je ook weer gewoon terugkeert. Wat ik trouwens ook opvallend vond, is dat wandelen altijd de gedachte in zich heeft van rustig lopen, al is niet iedereen het daarmee eens. Ik heb weleens een conflict hierover met mijn vrouw Petra, want als wij samen gaan wandelen, loopt zij erg snel. Je hebt trouwens ook 'snelwandelen', maar dat is in mijn beleving een contradictio in terminis. Dat wil zeggen: een innerlijke tegenstrijdigheid. Wandelen doe je namelijk per definitie rustig. Daar houd ik wel van, eerlijk gezegd.

Er zit ook een link met het Engelse woordje wander. Een wanderer is iemand die dwaalt, en u weet wat er gebeurt als je dwaalt: dan loop je ook een rondje. Dan kom je uiteindelijk weer op dezelfde plek uit waar je begonnen bent. Daarmee wil ik zeggen dat ook in de begrippen in onze eigen talen diezelfde gedachte besloten ligt die in het Bijbelse Griekse woord besloten ligt. Om de puntjes op de i te zetten: het woord komt zo'n kleine honderd keer voor in het Nieuwe Testament en het wordt vertaald met 'rondgaan' — te voet weliswaar. Dat bevestigt precies waar we het over hadden. Je gaat ergens rond. Maar het wordt ook vertaald met 'lopen', al is wandelen net weer iets anders en heeft het een andere gevoelswaarde dan lopen. Je kunt immers ook snel lopen of heel bewust ergens naartoe gaan.

Een andere betekenis is 'zich gedragen' of 'leven'. Dat is de wijze waarop het in de NBG-vertaling vaak wordt weergegeven. Dat is dus heel erg discordant, niet eensluidend. Maar het geeft wel aan welke gevoelswaarden er allemaal aan dat woord voor wandelen verbonden zijn. Dat laatste is ook heel herkenbaar, want wij spreken vaak over de levenswandel. In feite is het hele leven een soort wandeling; je komt uiteindelijk weer uit waar je begonnen bent. Dat is de Bijbelse gedachte: je gaat rond, je komt overal terecht en uiteindelijk keer je weer terug naar af. Uit de aarde genomen en weer terugkerend tot de aarde. In ieder geval zijn dit de begrippen waar we even aan kunnen snuffelen om te zien waar we het over hebben. Zoals ik al zei, komt dit woord op zeven verschillende plaatsen in de Efeze-brief voor. Ik wil ze allemaal bezien, en dat moet lukken. Ik ga dat overigens niet doen in de volgorde waarin ze in de brief voorkomen. Ik wil het in de eerste plaats vooral hebben over de negatieve kant van het woord en vervolgens afsluiten met de vooral positieve betekenissen die in de Efeze-brief aan de orde komen. We zullen het vanzelf zien.

De Wandel van Vroeger: Beheerst Door de Aion van Deze Wereld ↑ hoofdstukken

Dit is de eerste keer dat het woord 'wandelen' voorkomt in de Efeze-brief, en dat is trouwens wel chronologisch. Dat is echt de eerste keer dat Paulus dit woord gebruikt in de brief en dan zegt hij dit – ik lees uit de NBG-vertaling. Nou ja, ik maak ook nog weleens aanpassingen en dan geef ik dat weer in cursief of schuingedrukt schrift. Dan zegt hij: "Ook jullie", en nu spreekt hij over de natiën. "Ook jullie hebben, hoewel doden zijnde voor uw overtredingen en zonden..." Als je de meest gangbare vertalingen hierover leest, dan staat er dat jullie dood waren door jullie zonden en overtredingen. Maar dit staat niet in de verleden tijd; het staat in de tegenwoordige tijd. Jullie zijn doden. Je hebt één dode en je hebt meerdere doden. In dit geval gaat het over doden in de zin van – niet als werkwoord – maar verschillende doden. Jullie zijn doden, niet door jullie overtredingen en zonden, maar vóór jullie overtredingen en zonden.

Dit op zich is een hele bekende gedachte in de brieven van Paulus, die hij immers zo vaak naar voren brengt: dat wij met Christus Jezus verbonden zijn. Als gelovigen maken we ons één met Hem, of eigenlijk moet ik het anders zeggen: als gelovigen zijn wij één gemaakt met Hem, verbonden met Hem en we delen ook helemaal in Zijn positie. Zijn dood is onze dood en Zijn begrafenis is onze begrafenis. Maar Hij werd opgewekt en wij met Hem. Paulus zet het ook allemaal zo uiteen in deze Efeze-brief. We zijn met Hem opgewekt en we zijn met Hem levend gemaakt, en we zijn zelfs met Hem gezet te midden van de hemelsen. De Colossense brief gaat nog verder en die zegt: als Hij straks gaat verschijnen in heerlijkheid, dan zullen wij ook samen met Hem in heerlijkheid verschijnen. Met andere woorden: wij zijn eengemaakt met Hem.

Dat betekent dus ook dat wij inmiddels doden zijn voor de overtredingen en zonden die er waren. Dat is trouwens heel karakteristiek, ik vind dat prachtig, dat alles zo benadrukt dat dat voor ons geen probleem meer is. Wij strijden ook niet tegen de zonde. Ik weet dat dat heel dikwijls geleerd wordt in de christenheid in het algemeen: dat we een levenslange strijd hebben aan te gaan tegen de zonden. Maar Paulus leert dat wij dood zijn voor de zonde. Het idee daarbij is: wat doet een dode met de zonde? Wat doet een dode überhaupt? Nou, niks. Die kan namelijk niks. Een dode negeert per definitie alles. Wij zijn doden voor de zonde, dus daar hebben wij helemaal geen boodschap meer aan. Paulus zegt in Romeinen 6: "Rekent dat jullie doden zijn voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus." Dat is de positie: we leven met Hem, we leven voor God en met Christus Jezus. We staan aan de andere kant van het graf en dat is onze positie.

Dan gaat hij verder: jullie zijn dus doden voor jullie overtredingen en zonden. Maar waarom zegt hij dit? Omdat hij dan vervolgens zegt in vers 2: "waarin jullie..." – in die zonden en overtredingen, of eigenlijk misstappen – "...waarin jullie vroeger gewandeld hebben, overeenkomstig de aeon of de eeuw van deze wereld." Met andere woorden: wat hij zegt is dat jullie vroeger net zo in die overtredingen en zonden wandelden als de hele wereld. Inmiddels is dat gewoon verleden tijd; we rekenen daar niet meer mee en onze positie is inmiddels een heel andere. Dat is waar we ons op oriënteren.

Let er ook even op: onze wandel was overeenkomstig, of in overeenstemming met de aeon van deze wereld. Dat is een hele aparte term trouwens, want een aeon, een eeuw... In de NBG-vertaling staat trouwens "de loop van deze wereld". Andere vertalingen spreken dan weer over de tijdgeest van deze wereld. Maar letterlijk staat er gewoon het woordje 'aeon'. Dat is een wereldtijdperk. Het idee is – en in het algemeen zien we dat in het Nieuwe Testament al – dat er sprake is van deze wereld, deze kosmos. Maar er is ook een wereld die voorafgegaan is aan de huidige kosmos. Wat daar tussen ligt, tussen deze kosmos en de voorgaande, dat is een chaos; dan hebben we het over de zondvloed. De grote vloed die over de aarde is gegaan en die de toenmalige wereld deed vergaan. Met de komst van een nieuwe wereld in de dagen van Noach brak ook een nieuwe aeon aan.

Deze aeon correspondeert dus met deze wereld. Dat is trouwens een heel belangrijk gegeven. Vandaar ook dat een aeon een wereldtijdperk is: een tijd die hoort bij een wereld. De aeon van deze wereld. En de aardigheid is dus: als deze aeon ten einde loopt – en dat doet hij – dan betekent het ook dat daarmee deze wereld ten einde loopt. Straks, bij de terugkeer van de Heer Jezus Christus, gaat Hij orde op zaken stellen. Dan komt er weer een hele nieuwe ordening, een nieuwe kosmos, een nieuwe wereld en daarmee breekt ook een nieuwe aeon aan.

Wat Paulus dus zegt is: jullie wandelden vroeger in overeenstemming met de aeon van deze wereld. Dat is niks bijzonders, want dat doet per definitie de hele wereld, de hele mensheid. Hij zegt er ook bij: dat is overeenkomstig de aeon van deze wereld, dit wereldtijdperk, maar het is ook overeenkomstig de overste van de macht der lucht. Er is dus in de lucht, in de atmosfeer om zo te zeggen, een macht. Daar wordt macht uitgeoefend, maar daarin is ook hiërarchie. Daar is een overste en die kennen we maar al te goed vanuit de Schrift. De aeon van deze wereld wordt namelijk beheerst door de God van deze aeon; zo wordt hij genoemd in 2 Korintiërs 4 vers 4. Hij beheerst deze aeon en dat doet hij ook via de lucht.

Ik vind dat eigenlijk wel een mooie term. De ether, de atmosfeer; dat kun je niet zien, maar ondertussen is het wel dat wat we bij wijze van spreken ook inademen. Nou ja, we ademen niet bij wijze van spreken lucht in, maar ik bedoel: je bevindt je in een omgeving die wordt beheerst door een macht waar je helemaal geen idee van hebt. Dat zie je niet. Er staat ook bij dat het de overste is van de macht der lucht, van de geest die thans werkzaam is en die zijn energie uitoefent of energie geeft in de kinderen van de ongehoorzaamheid. Eigenlijk is het een beschrijving van de mensheid vanaf de dagen van Noach. Dit hele wereldtijdperk wordt vooral gedomineerd door Babel, door verwarring. Er is een macht achter de schermen, in de lucht; daar is de tegenstander en de diabolos die dat onder de mensheid beïnvloedt. En dat is een geest.

Ik vind het ook wel apart dat er staat "van de lucht", want wat zit er in de lucht? Zuurstof, stikstof... laten we dat maar even parkeren. Maar ook alle signalen; ik vind dat heel apart. De hele moderne techniek van internet gaat allemaal via de lucht. Al die signalen, al die radio, televisie en internet gaan via de lucht. Je zou je gedachte er eens over moeten laten gaan hoe een mens daardoor wordt beïnvloed. Dat is al vanaf de dagen van ooit het geval, maar nu zie je dat helemaal sterk. Daar in de ether, die sfeer waarin we ons bevinden, worden de kinderen van de ongehoorzaamheid door beheerst. De wereld die geen gehoor geeft aan het Woord van God en daar geen boodschap aan heeft, die wordt daardoor beheerst. Ik vind het ook heel apart dat die overste verschillende namen heeft.

Hij heet Satan, dat is het Hebreeuwse woord voor tegenstander, en in het Grieks heet hij Diabolos. Ik vind het mooie van dat woord dat het vanuit zijn elementen eigenlijk letterlijk betekent: degene die alles door elkaar gooit. Dan gaat het vooral over een theologisch begrip. Deze overste kennen wij vanaf het begin al als degene die het woord van God verdraait.

In feite is hij theologisch bezig. Hij zet vraagtekens achter het woord van God en hij verdraait het. Hij gooit de dingen door elkaar zodat dat niet meer begrepen wordt. Nou, dat is die overste; wees daarop bedacht. Paulus herinnert zijn lezers eraan: daarin wandelden jullie net zo als alle anderen.

Inmiddels is dat verleden tijd voor deze lezers en we sluiten ons daar natuurlijk van harte bij aan. Ik hoop tenminste dat jullie dat ook zo kunnen zeggen, als je inmiddels gehoor hebt mogen geven aan Zijn woord. Ik sla nu even een paar voorkomens over en ga, in aansluiting op dit, meteen naar Efeze 4 toe.

Niet Langer Wandelen in de Ijdelheid en Verduistering van het Denken ↑ hoofdstukken

Dit zeg ik dan, en ik betuig dat in de Heer, dat jullie niet langer wandelen zoals ook de natiën wandelen. Eigenlijk gebruikt Paulus het woord hier dus twee keer in één vers. De NBG-vertaling heb ik hierop moeten corrigeren, want ik beschouw de weergave daar echt als een dissonant. In de NBG-vertaling staat namelijk: "dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen." Ik val vooral over dat woordje 'moogt'. Dat staat er helemaal niet. Het roept een begrip op dat eigenlijk vreemd is aan de gedachtegang en de sfeer van deze hele brief. Het is namelijk een logica waar Paulus zijn lezers op wijst. Het idee is niet: dat mag niet, jullie mogen daar niet langer wandelen. Nee, het hele verhaal is: dit ligt achter ons. Die wandel die de natiën kenmerkt, daarvan mogen wij inmiddels beter weten. Ons is het voorrecht gegeven en geschonken dat wij niet langer meer hoeven te wandelen op die manier. Als je al een ander werkwoord erbij zou willen verzinnen, zeg dan dat jullie niet langer 'hoeven' te wandelen. Dat staat er strikt genomen ook niet, maar het is in ieder geval niet dat idee van een verbod of iets dat niet mag, zoals je dat tegen een kind zegt wanneer het ergens niet aan mag zitten. Daar gaat het hier niet om.

Dit zeg ik dan, zegt Paulus, en ik betuig het in de Heer: dat jullie niet langer wandelen zoals ook de natiën wandelen. Dat is precies die wandel waar hij het in vers 2 van hoofdstuk 2 ook over had, overeenkomstig de aeon van deze wereld en zoals de kinderen van de ongehoorzaamheid worden beheerst door die overste van de macht der lucht. Hier zegt hij het op een wat andere wijze, maar ook nog wat concreter. Die wandel is heel negatief, want let maar op wat er volgt. Wat is namelijk heel karakteristiek voor die wandel van de natiën, van de volkeren van de wereld in het algemeen? Dat zij wandelen in de ijdelheid van hun denken. Het is heel apart dat Paulus hier in de eerste plaats niet wijst op allerlei gedragingen die niet deugen of die moreel verwerpelijk zijn. Later komt hij daar wel op terug, maar dat is in feite een consequentie. Verwerpelijk gedrag is het gevolg van wat hier beschreven wordt. Het essentiële karakteristieke van de wandel van de natiën is dat hun denken, hun gedachtegangen, hun redeneringen en hun logica, om het zo te zeggen, leeg is. In de ijdelheid van hun denken. Het Griekse woord voor ijdel, en trouwens ook het Hebreeuwse woord, betekent leeg. Ook in de zin van hol; het is zinloos.

Paulus geeft een aantal kenmerken daarvan. Dat het denken leeg is, is geen kwalificatie van hun IQ. Het is niet zo dat de natiën niet slim zijn, waar we het zojuist nog over hadden tijdens de Kahoot-quiz. Nee, het gaat erom dat niet het denkvermogen van de mensen slecht is, maar hun denken is leeg omdat hun uitgangspunt niet goed is. Het klopt niet. En als het uitgangspunt niet juist is, dan kun je nog zo slim zijn, maar dan gaat het mis. Dat is net als met een wiskundige som: je kunt heel onderlegd zijn en buitengewoon slim, maar als je startpunt, je uitgangspunt niet deugt, dan kun je op voorhand al weten dat de uitkomst ook gewoon leeg is. IJdel. Het gaat nergens over.

Paulus beschrijft die leegheid van hun denken verder met nog een aantal kenmerken. Aan de ene kant is er dus die wandel van de natiën waarbij hun denken leeg en zinloos is; het leidt nergens toe. Ten tweede wordt er van hen gezegd dat ze verduisterd zijn in hun verstand. Er komt geen licht doorheen. Hun denken is leeg omdat er geen licht schijnt in hun denken, en dus is het donker. Dat licht heeft te maken met het feit dat God spreekt. Zijn woord is een lamp voor onze voeten en een licht op ons pad. Het woord van God is inderdaad licht. Maar de natiën zijn dus leeg in hun denken, verduisterd in hun verstand en bovendien vervreemd van het leven van God. Ze kennen God niet. Ze zijn vaak zelfs vijandig gezind; ze moeten niks van Hem hebben en verwijten Hem van alles. Dat doet de wereld ook: in feite schrijft men God allerlei kwaad toe. Vaak is dat zelfs de oorzaak van religie, namelijk dat men bang is voor God omdat men denkt dat Hij niet te vertrouwen is, en daarom moet Hij 'gepleased' worden. Maar het hele idee dat daaraan ten grondslag ligt, is dat men Hem niet echt kent. Hij is een vreemde voor de wereld. Men is vervreemd van het leven van God door de onwetendheid die in hen is. Dat hun denken leeg is en hun verstand verduisterd, heeft tot gevolg dat men geen weet heeft van God.

Het is eigenlijk nog erger: het is ook een consequentie vanwege de verharding van hun hart. Want het maakt het hart ook nog eens een keer heel erg hard. Het hart met een 't' wordt heel erg hard met een 'd'; ontoegankelijk. Dat is wat er gebeurt als je God niet kent en geen zin ziet in het hele bestaan. Het is een prachtige tekst die ik heel vaak noem omdat het zoiets kernachtigs aangeeft. In Romeinen 1 beschrijft Paulus vanuit een heel ander gezichtspunt hetzelfde fenomeen. Hij heeft het daar ook over de natiën, de wereld in het algemeen. Hij zegt dan in vers 21: "Immers, hoewel zij God kenden..." Waar hij op doelt, is dat men weet dat er een God is. Dat is namelijk zo evident, want dat zie je in de hele schepping; het design, het ontwerp dat een Ontwerper veronderstelt. Als je die wetenschap negeert of onderdrukt, dan betekent dat wat Paulus hier ook zegt: ze kenden God, ze weten van Zijn bestaan, maar ze hebben Hem niet als GOD verheerlijkt of gedankt.

Het idee daarbij is dat men wel in 'een' God gelooft. Men is wel religieus, maar men erkent God niet als dé GOD, de Allerhoogste. Degene die alles beschikt, degene die alle dingen weet, degene die alles vermag wat Hij Zich voorneemt en bij wie nooit iets misgaat. Ook het Griekse woord voor God, Theos, heeft die gedachte in zich. Hij is degene die beschikt. Het is afgeleid van een werkwoord dat 'stellen' of 'plaatsen' betekent. God is degene die alles een plek geeft; er vindt niets plaats zonder dat Hij het een plaats geeft. Kijk, dat is God. En als je God als God verheerlijkt, weet je wat het gevolg daarvan is? Laat ik het eerst negatief zeggen, want zo doet Paulus het hier ook: hoewel ze God kenden, hebben zij Hem niet als God de eer gegeven of gedankt, maar hun redeneringen zijn verijdeld en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Je vindt hier een soortgelijke opsomming van eigenschappen die allemaal het gevolg zijn van een leeg denken wanneer je God niet als God verheerlijkt. Je kunt het dus ook op een positieve manier zeggen: als je God als God verheerlijkt, dan wordt je denken zinvol. Niet alleen logisch, maar het geeft werkelijk richting aan je hele denken.

Je hebt een begin, je hebt een einde en het verlicht ook je denken. Er staat: als je het niet doet, dan wordt het donker. Maar omgekeerd, als je Hem als God vereert, dan wordt het licht in je hart. Want je weet van een oorsprong; je weet dat er Één is die alles bedacht heeft, die liefheeft, die een bestemming heeft. En dat die bestemming op voorhand perfect en ultiem is. Waarom? Hij is God. Er is een God en dat is op zich al zo'n hoop en verwachting. Bij Hem gaat er nooit iets mis. Dan wordt je denken licht en dan ga je stralen; dan heb je een toekomst, een reden van bestaan en bovendien is je hart dan ook verstandig.

Want u weet het: het beginsel van wijsheid is de vreze des Heren. Hem te kennen en ontzag te hebben voor het feit dat Hij God is. Echt God is. Begin daarmee en je denken wordt verlicht, je wordt verstandig en je wordt ook echt verlicht. Het bestaan krijgt ineens zin en inhoud, dat is geweldig.

Maar goed, Paulus heeft het hier dus over de wandel van de natiën. En Paulus zegt: ja, inmiddels is het licht bij jullie en dus mogen jullie ook anders wandelen. Niet in duisternis, niet in onwetendheid; integendeel, jullie kennen Hem nu. En dat betekent dus dat je wandel een totaal andere inhoud gaat krijgen. Want uiteindelijk is je wandel niet... ja, vooral als je rustig wandelt, dan kun je je ook met andere dingen bezighouden. Als je wandelt, dan denk je ook aan dingen en dan spreek je over andere dingen. Er zijn allerlei dingen die je bezighouden, waar je aan denkt en waar je over spreekt, en die richting geven als je wandelt.

Nou, wat is dat? Waar denk je aan? Dat betekent dus dat je input nodig hebt, namelijk licht; een werkelijke wetenschap. Ik bedoel dat je Hem kent waar het werkelijk om gaat, en dat is wat onze wandel nu ook werkelijk zin, inhoud en richting geeft. En hoop, et cetera. Nou, nummer drie.

Gods Maaksel: Wandelen in de Goede Werken Die Hij Bereid Heeft ↑ hoofdstukken

Wandelen in goede werken; dat is ook een prachtig onderwerp. We hebben het gehad over de wandel van deze wereld en de wandel van de natiën, maar nu kijken we naar de wijze waarop Paulus dit in positieve zin naar voren brengt in Efeze 2 vers 10. Want, zo staat er over God: "Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen." Eigenlijk moet je het voorgaande hier direct bij betrekken, want Paulus begint dit vers met "want" om zijn voorgaande woorden te motiveren. Hij zegt in vers 8: "Want door genade zijn jullie geredden, door geloof." Dat wil zeggen: via geloof. Dat is niet uit jullie zelf, het is een geschenk van God. En dan staat er nog bij: "Niet uit werken, opdat niemand roeme." En dan vervolgt hij: "Want Zijn maaksel zijn wij." Je moet het accent daarop leggen: Zijn maaksel zijn wij. Wij zijn creaties, in Christus Jezus geschapen.

Ik vind het trouwens een heel mooi woord dat hier in het Grieks wordt gebruikt: poïéma. Daar is ons woord poëzie van afgeleid. Het is een creatie, maar dan echt een kunstzinnige creatie; iets moois. We hebben een Schepper die iets moois maakt. Het idee hier is ook dat we een nieuwe schepping zijn, in Christus Jezus geschapen. Hij is het begin; bij Hem begint die hele nieuwe schepping sowieso, maar wij zijn Gods creatie. Ik kwam in het verleden weleens T-shirts tegen met de tekst: I’m God’s original creation. Zo is het precies. Original wil zeggen dat Hij de oorsprong is; Hij heeft mij bedacht en ik ben het werk van Zijn handen.

Ik kan nooit nalaten om daarbij te vermelden wat in zoveel harten ook vandaag weer klinkt: de woorden over de Schepper van hemel en aarde, die nooit laat varen de werken van Zijn handen. Hoe waar is dat! Dat is de essentie van de eeuwigheden. God heeft een schepping bedacht en daarom laat Hij die nooit gaan, want het is Zijn werk. Dat is hier ook het geval. Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen; alles is een idee van Hem. Ik ben Zijn creatie en het geweldige daarvan is dat geen mens ook maar enige reden heeft om zich te beroemen. Vers 9 zei het immers al: "Niet uit werken, opdat niemand roeme." Je bent een creatie. Alles wat je bent, alles wat je hebt en alles waartoe je in staat bent, is een geschenk. Je bent eenvoudigweg gemaakt; je bent klei in de hand van de Pottenbakker.

Niemand heeft zichzelf gemaakt. Dat besef maakt je heel bescheiden. Je hoeft je helemaal niet te verheffen boven een ander, want net als die ander ben jij gewoon een creatie. Weet u wat het grote voorrecht is? Als je vandaag al mag behoren bij die ecclesia, dan heeft God je nu al geroepen en je nu al geloof gegeven. Ja, zo staat het er echt: "Niet uit u zelf, het is een genadegeschenk van God." Dacht u dat dat uw eigen werk was? Dat zou hoogmoed zijn; dan ken je de boodschap van genade eigenlijk nog niet. God heeft jouw ogen geopend voor wie Hij is. Het feit dat je gelooft, is Zijn werk, want Hij heeft jou overtuigd. Overtuigd worden is passief: er is Iemand die jou overtuigd heeft. Als Hij jou heeft overtuigd, dan geloof je. Dat is Zijn werk en dus roem je in Hem. Ik vind dat geweldig. Dat wij God nu al mogen kennen in Zijn Zoon. Er komt natuurlijk een moment dat de hele schepping — geen creatuur uitgezonderd in de hemel, op de aarde en onder de aarde — tot die erkenning zal komen, maar nu is het voor ons ook al zo.

Zijn maaksel zijn wij dus, in Christus Jezus geschapen met het oog op goede werken, die God tevoren bereid heeft opdat wij daarin zouden wandelen. Wat hier over die goede werken wordt gezegd, is dat het werken zijn die God als zodanig heeft bereid. Dat zijn niet alleen mooie werken, maar werken met een goed gevolg. Wat is nou een goed werk? Puur sec volgens dit vers zijn dat de werken die God tevoren bereidt. Hij maakt ons tot gereedschap in Zijn hand. Hij gaf ons geloof, Hij redt ons en Hij zorgt er ook nog eens voor dat wij instrumenten worden die Hij kan gebruiken. Dan begrijp je waarom het werkelijk goede werken zijn: het zijn namelijk de werken die Hij doet. Ook hier moet je weer de vraag stellen: wat is daar dan van onszelf bij? Niets. Het meest kenmerkende van goede werken is dat je ze herkent doordat degene die ze verricht, het volstrekt "om niet" doet. Je weet: het is God die het doet.

Ik vind Paulus daarin zelf altijd een prachtig voorbeeld. Wanneer hij het heeft over zijn enorme inzet als evangelieprediker in vergelijking met de twaalf en de andere apostelen, zegt hij: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen." Maar dan haast hij zich direct om te zeggen: "...maar niet ik, maar de genade Gods die met mij is." Met andere woorden: ik kon niet anders. Hij is het die dat in en via mij heeft bewerkt. Je realiseert je op zo'n moment eigenlijk helemaal niet dat jij het doet. Het is precies als met een instrument. Je zegt toch ook niet: "Goh, wat een geweldige prestatie van die piano"? Het is toch niet knap van een viool of een keyboard dat zij dat geluid produceren? Nee, het is de verdienste van degene die het instrument bespeelt en bewerkt. Zo is het ook met ons: wij zijn instrumenten in Zijn hand en als Hij jou gebruikt, dan is dat Zijn eer. Alles is Zijn eer.

Dat we daarin mogen wandelen, betekent dat je 's morgens opstaat en zegt: "Dank U wel, U hebt deze dag gemaakt, U deed de zon opgaan, U deed mij opstaan en U geeft mij de kracht. U kunt wat van mijn leven maken." Daar mag je volop vertrouwen in hebben. Als je zegt: "Heer, ik ga vandaag vreselijk mijn best doen om wat voor U te doen," dan weet ik op voorhand dat je zwaar teleurgesteld zult worden. Maar op het moment dat je beseft: "Heer, deze dag is van U en U bent in staat om met mij als instrument een prachtige dag te maken en mij tot een zegen te laten zijn," dan heb je de juiste houding. Dat is geen prestatie van ons, maar Zijn prestatie. Dan doe je de dingen gewoon "om niet" en dat zijn de echt goede werken. Dan krijgt Hij alle eer. We zijn niets van onszelf.

Wandelen Waardig de Hoge Roeping in Christus ↑ hoofdstukken

Waardig wandelen, dat is nummer vier. Daar ben ik recentelijk nog erg mee bezig geweest, twee weken geleden toen ik hier een weekend mocht houden, het Goedberichtweekend. Toen was dit onder andere ook de passage waar het iedere keer over ging, over Efeze 4. En toen kwam dit ook aan de orde. Paulus zegt dan dit: "Als gevangene in de Heer..." Dat is heel karakteristiek voor deze brief, dat hij een gevangene is; vanuit de gevangenis in Rome schrijft hij dit dan ook. "Roep ik jullie dan op?" Ook hier weer niet de NBG-vertaling volgen hoor. "Dan vermaan ik u", met die opgeheven vinger. Dan heb je weer diezelfde irritante gedachte van dat opgestoken vingertje, weet je wel, en dat verbieden of dat beleren. Nee, het is een oproep. Hij zegt: "Ik roep jullie dan op te wandelen waardig de roeping waarmee jullie werden geroepen."

Je bent geroepen, dat is genade. Hij heeft je ogen geopend, dat is genade, als je Hem mag zien wie Hij is. En dan zegt hij: en nou mogen jullie wandelen. Dat is een voorrecht. Waardig de roeping waarmee je geroepen werd. En die roeping heeft te maken met wat God allemaal nog van zins is te gaan doen met de Ecclesia als collectief. Dat we het lichaam van Christus zijn en dat we straks met Hem zullen verschijnen en deze hele schepping tot bestemming gaan brengen. Onvoorstelbaar, zo hoog en zo groot als dat is.

Maar Paulus zegt dus dat je wandel nu ook waardig is aan die roeping. En dat "waardig" moet je gewoon heel letterlijk nemen. Waardig wil zeggen: het is een waardige wandel. Het is een wandel waarin de roeping gewaardeerd wordt. Dat wil zeggen: naar waarde wordt geschat. Je kunt alleen maar waardig de roeping wandelen als je een idee hebt van de enorme waarde van die roeping. En daar gaat het dus om, dat je zodanig wandelt in het besef bij elke stap die je zet – dat is toch wat wandelen is? Elke stap die je zet, maakt niet uit waar je bent. Je komt toch weer terug, je maakt een rondje, maar het maakt niet uit waar je bent. Op elke stap die je zet, dat je besef hebt van wie Hij is, maar ook waartoe we geroepen zijn en wat God allemaal nog gaat doen met en via ons. Paulus zegt: "Ik roep je op om dat in je wandel te reflecteren." Wees daarmee bezig. Realiseer je dat? Heb besef wat dat betekent.

En dan gaan we naar de vijfde. Ik dacht: het wordt wel zeven keer hoesten vandaag, maar tot dusver gaat het aardig goed. Jazeker. De wandel in de liefde.

Wandelen in de Onvoorwaardelijke Agape-liefde van God ↑ hoofdstukken

Dat is de vijfde die ik dan wil noemen en dat staat ook in Efeze 5. Ik begin te lezen in vers 1 en dan zegt Paulus: wees of word dan navolgers van God. En het idee daarbij is: als je een idee hebt van hoe God zich opstelt, dan mag ons bestaan daar ook weer een reflectie van zijn. Als geliefde kinderen. En dan zegt hij opnieuw dat er gesproken wordt over 'wandel': wandelt in liefde. Dat woord voor liefde wat hier gebruikt wordt – dat geldt trouwens ook voor waar er staat 'geliefde kinderen' – is het woord wat u ongetwijfeld al vaker gehoord hebt, maar het is zo ontzettend belangrijk: dat is dat Griekse woordje agapé.

Het bijzondere van dat woord is dat het onvoorwaardelijk is. Als je wilt weten wat onvoorwaardelijke liefde is, als je daar gewoon een heel concreet idee van wilt hebben: dat is namelijk dat wat kinderen normaal gesproken kennen. Een kind is geliefd. Waarom? Wel, omdat de ouders kunnen zeggen: het is ons kind. Het is ons kind. De liefde die een ouder, een vader en een moeder voor het kind heeft, is per definitie onvoorwaardelijk.

Dat is eigenlijk een hele unieke vorm van liefde, want een heleboel vormen van liefde, ook de liefde die je hebt voor een bepaalde klus of een bepaalde liefhebberij, zijn voorwaardelijk. Er zijn bepaalde eigenschappen die die ander heeft, of sympathie of vriendschap, maar dat is altijd gebaseerd op eigenschappen in die ander. Maar agapé niet. Een ouder houdt van een kind gewoon omdat het zijn of haar kind is. Je bent de vader of moeder ervan en dat kan echt nooit ongedaan gemaakt worden. Want dat is onvoorwaardelijke liefde.

God houdt onvoorwaardelijk van Zijn schepselen. Waarom? Het zijn Zijn schepselen. Ik kan geen mooiere reden bedenken waarom, omdat het onvoorwaardelijke er namelijk in gebakken zit. Dat kan namelijk nooit ongedaan gemaakt worden, wie je ook bent of wat je ook doet. Er is niets – ik parafraseer nu even Romeinen 8, hoewel dat in een ander verband gezegd wordt – maar er is niets wat ons kan scheiden van de liefde Gods die is in Christus Jezus. Een liefde die zelfs naar Zijn grootste vijanden uitgaat. Ze sloegen Zijn Zoon aan het kruis en Hij zegt: Ik houd van deze wereld en Ik ga ze tot hun bestemming brengen. Elke creatie.

Dat is onvoorwaardelijke liefde en ik vind dat zo geweldig. Een liefde die je dus niet kunt verdienen door goed te doen, maar ook een liefde die je niet kunt kwijtraken door kwaad te doen. Daar hoef je je dus nooit zorgen over te maken, want het is namelijk volledig los van jouw gedrag of van je wandel. Maar weet je wat wel mooi is? Dat je in je wandel, bij elke stap die je zet, het besef mag hebben: ik ben geliefd. Ik ben geliefd als kind. Ja, niet alleen maar als creatie, want alle mensen zijn een schepping in Zijn creatie, maar ook als nieuwe schepping. Ik kom uit Hem voort, ik ben door Hem bedacht. Wandel in die liefde! Ook daarvoor geldt weer dat elke stap die je mag zetten in dat besef mag worden doorgebracht.

Wandelt in liefde; er staat ook bij trouwens in welke sfeer dat is en waar we ons aan kunnen en mogen spiegelen: zoals ook Christus jullie heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. In feite zien we daarin de liefde van God bewezen. Toen Christus stierf, bewees Hij dat Hij stierf niet alleen dóór Zijn vijanden, maar ook vóór Zijn vijanden. En al die hele vijandige wereld gaat Hij verzoenen, dat wil zeggen: die gaat Hij tot vrienden en liefhebbers van Hem maken. Ook dat is weer Zijn werk.

En ja, Hij stierf, maar Hij stond ook op. Want het hele idee van overgave en slachtoffer is nu niet het hoofdonderwerp, maar ik wil toch even gezegd hebben dat vaak gedacht wordt dat het kruis het offer zou zijn, maar dat is niet de Bijbelse gedachte. De Bijbelse gedachte is: Hij stierf zoals een dier geslacht werd. Een dier werd geslacht; is dat het offer? Nee, dat is wat noodzakelijk is vóór het offer. Eerst wordt het geslacht en vervolgens steeg dat dier na de slachting op voor God tot een liefdelijke reuk. En dat is de welriekende reuk: het stijgt op tot God en dat nieuwe leven, de opstandingskracht, dat is waar God de hele mensheid – sterker nog, de hele schepping – gaat brengen, dat nieuwe leven gevend.

Nou, wandelt in die liefde. Zoals God ook in Christus Jezus die liefde heeft bewezen doordat Hij Zich overgaf als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Nou, dan heb ik er nog twee.

Wandelen als Kinderen van het Licht Dat Leven Produceert ↑ hoofdstukken

Johannes zegt ergens in zijn eerste brief wat het betekent als iemand in de duisternis wandelt: diegene weet niet waar hij vandaan komt en ook niet waar hij naartoe gaat. In feite is dat ook de wereld; ze heeft geen idee van haar oorsprong, van God, en ze weet ook niet waar ze naartoe gaat. Kortom, dan loop je echt in de duisternis en ben je aan het dwalen.

Jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie licht in de Heer. Het licht heeft in je hart geschenen; Hij heeft je verlicht. En dan zegt Paulus: "Wandelt als kinderen des lichts." Dat wil zeggen: het licht heeft ooit in je hart geschenen en nu, per definitie bij alles wat je doet, wandel je in je leven. Je gaat ergens naartoe en zet je stappen neer. Dat doen we allemaal. Paulus zegt: welke stap je ook zet, wandel als kinderen des lichts. Niet alleen wandelen als geliefde kinderen en in liefde, maar ook in licht. Al die woorden houden verband met elkaar. Want we kennen God als God en daarmee hebben we weet van zijn onvoorwaardelijke liefde.

Maar we hebben ook weet van de dingen. Wat doet licht? In ditzelfde hoofdstuk treffen we een mooie definitie aan van wat licht is: "Al wat openbaar maakt, is licht." Dat kun je van fysiek licht zeggen, maar geestelijk is dat ook het geval. Als het donker is en het licht gaat schijnen, dan worden de dingen openbaar. Dan kun je de dingen om je heen zien; je kunt achterom kijken en vooruit. Dat is wat licht doet. Uiteraard trap ik hiermee een open deur in, maar dat licht is wat God te melden heeft. Hoe staat het in Johannes 1? Alle dingen zijn door het Woord geworden en het Woord is licht. Het leven is het licht der mensen. Het Woord van God verlicht ons, waardoor we zicht hebben.

Ik wil er trouwens nog even op wijzen wat er in vers 9 tussen haakjes bij staat, als een soort tussenzin: "Want de vrucht van het licht bestaat in louter goedheid en rechtvaardigheid en waarheid." Het is de vrucht van het licht. Weet je wat het geweldige is? Dat licht dat God laat schijnen vanuit zijn Woord, die werkelijk blijde tijding die niets vraagt maar alles geeft, dat is licht. En licht produceert ook vrucht. Dat is ook een natuurlijk gegeven. Zodra in het voorjaar de dagen weer gaan lengen – we zitten inmiddels op het hoogtepunt, het is nu 23 juni – groeien de dingen door het licht. Licht produceert leven; alles gaat ontwaken. Maar het produceert daarmee ook vrucht.

Wat in de natuur of biologisch waar is, komt ook geestelijk uit. Daar waar het licht schijnt, wordt leven geproduceerd. Sterker nog, er wordt gesproken van Leven met hoofdletters. Het hele Woord van God, de Schriften, gaan over het leven dat God geopenbaard heeft in zijn Zoon. Hij wekte Hem op uit de doden, eens voor altijd, als onvergankelijk en concreet leven. Dat is het grote thema. Maar het geweldige is: als je dat leven kent, produceert dat vervolgens allerlei morele eigenschappen. Want je kent Hem die liefde is; je kent Hem die zin aan je bestaan geeft. Dat maakt een mens zo mooi. Het bestaat in louter goedheid en rechtvaardigheid en waarheid. Al die eigenschappen gaan floreren en komen tot bloei. Waardoor? Doordat het licht dat produceert; dat is de vrucht van het licht.

Let op: het is de vrucht van het licht. Het zijn geen werken die wij doen in de zin van: "Nu je dat gekregen hebt, moet je dit gaan doen." Nee, het is dezelfde genade die ons de ogen opent en die er ook voor zorgt dat we vervolgens in elke stap van ons leven bewust mogen zijn van deze dingen. En het zal ook maken dat je deze dingen gaat beleven.

Wandelen als Wijzen Die de Gelegenheid Ten Nutte Maken ↑ hoofdstukken

En dan heb ik de laatste nog, dat is inderdaad ook de laatste keer dat Paulus dit woord gebruikt: het woord wandelen in de brief, en dat is ook in Efeze 5 trouwens. "Ziet dus nauwlettend toe hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen." Eigenlijk refereert dat weer aan dezelfde dingen waar we het net over hadden. Want in vers 14 — dit is vers 15 — maar in vers 14 stond, met die bekende woorden: "Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten."

Christus is verrezen uit het graf; God heeft Hem opgewekt. En daar staat bij: "En Christus zal over u lichten." Want wat in Hem openbaar gemaakt is, is leven. Dat is daarmee ook een garantie dat de dood is overwonnen en dat de dood volledig tenietgedaan wordt. Als Paulus zegt: "Ontwaak, gij die slaapt", dan wil dat zeggen: degenen die zich van deze dingen niet bewust zijn. Sta op! Ook dat is leven. Je staat op en Christus zal over u lichten.

Wat Paulus nu zegt, is dat we zouden wandelen in dat besef. Dat geeft licht, ja, maar het maakt ook wijs. Nee, het maakt je niet wat wijs, maar het maakt je wijs. Met de gedachte daarbij ook... ik heb dat in deze beweging ook weleens verteld. Vorig jaar in Oost-Duitsland mocht ik dat vertellen, herinner ik me nog. Het gaat over het woordje wijs, sophia, wat hier ook gebruikt wordt. Dat heeft te maken met uitzicht; met 'op de hoogte' — leuk woord — gesteld zijn. Daardoor heb je uitzicht en heb je overzicht.

Paulus zegt: wandelt. Zet elke stap die je zet — want dat is wat wandelen is — als een wijze. Doe dat met dit licht, want dat is werkelijk wijsheid. En dan staat er nog bij: "u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad." Dat was toen zo en dat is nu nog steeds zo, want we leven nog steeds in diezelfde aeon, met het verschil dat wij bijna aan het einde zitten. Maar nog steeds zijn die dagen kwaad.

Hoe groot is echter het voorrecht? Daarmee wil ik ook afsluiten. Hoe groot is het voorrecht om het licht van God te kennen en ook werkelijk te weten wie Hij is? Dat Hij God is, dat Hij liefheeft en dat Hij deze hele schepping in Zijn hand heeft. Paulus zegt: wandelt als wijzen, in het besef van wat Zijn woord ons allemaal te melden heeft. We kijken om ons heen en we zijn wakker en alert. In deze donkere tijden mogen we iets verspreiden van Zijn kostbare licht.

De gelegenheid ten nutte maken wil zeggen: je hebt dat licht ontvangen, maar hoe groot is het voorrecht om daar ook andere mensen in te laten delen? Want er is zoveel duisternis, mensen. Luister eens naar de mensen om je heen en merk op — over de media en de ether gesproken — wat er allemaal uitgekraamd wordt. De wereld is zo donker en heeft geen idee van deze tijd en van wie God is. Hoe groot is het voorrecht dan als je een keer in de gelegenheid mag zijn om te vertellen wie God is, hoe groot Hij is, en je zo de gelegenheid ten nutte mag maken?

Nou, dat wilde ik vanmorgen graag — nou ja, inmiddels is het middag — met jullie delen. Zeven keer wandelen in Efeze. En dat terwijl jullie gewoon het hele uur gezeten hebben! Ja, en toch hebben we zeven keer gewandeld. Zullen we het daarbij laten?

🎧 zeven keer 'wandelen' in de Efeze-brief
Delen: