Woord, geloof & beleving
26-01-2020 - Geplaatst door Andre PietLezing gehouden op zondag 26 januari 2020 in Zoetermeer
We leven in een tijd waarin aan gevoel en beleving grote waarde wordt gehecht. Dat is goed, maar vergeet niet dat beleving, wil het gezond zijn, een basis dient te hebben, . Want zonder fundament blijkt gevoel zeer misleidend te kunnen zijn.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Plaats van Beleving en Bevinding
- De Relatie Tussen Verstand en Gevoel in Breder Perspectief
- De Bijbelse Volgorde: het Beeld van de Locomotief
- Een Theologische Misvatting: Metanoia (omdenken) Versus Berouw
- Schriftplaats 1: het Geloof Is uit het Horen (romeinen 10)
- Schriftplaats 2: Verlichting in het Hart (2 Korinthe 4)
- Schriftplaats 3: Geworteld en Opgebouwd in het Woord (kolossenzen 2)
Introductie: de Plaats van Beleving en Bevinding ↑ hoofdstukken
Van mijn kant een hele goede morgen allemaal: vrienden, dames en heren, broeders en zusters. Het is goed om u hier weer te treffen. We hebben inmiddels alweer mooie dingen gehoord, zoals hier vaak gebruikelijk is, over de dingen van de natuur en Gods schepping. In zekere zin is wat ik ga brengen daar gewoon een vervolg op, behalve dan dat we nu een ander boek gaan opslaan. Niet dat van de natuur, maar — om het even ouderwets te zeggen — dat van de Schriftuur.
Ik ga u vanmorgen bepalen bij het onderwerp dat u hier achter mij geprojecteerd ziet: Woord, geloof en beleving. Deze trits, dit drietal begrippen. Waarbij het vooral gaat over de plaats van die drie zaken. Ik ga straks toelichten wat ik bedoel met 'het Woord' (met een hoofdletter), maar dat is op voorhand misschien al een beetje een open deur intrappen. Waar het vooral om gaat, is de plaats die die dingen, en dan met name geloof en beleving, hebben ten opzichte van het Woord. In welke volgorde staan zij? Eigenlijk bent u daarmee al enorm geholpen, want ik ga feitelijk toelichten waarom de volgorde in de titel correct is. Het is zelfs van fundamenteel belang om daar op een gezonde manier tegenaan te kijken.
Het gaat dus over de plaats van beleving. Hoe noem je dat nu? Je kunt het ook gevoel noemen. Ik zeg niet dat al die begrippen onderling volledig uitwisselbaar zijn, maar ze zijn toch min of meer synoniem. Of noem het ervaring. Het heeft te maken met dat wat je subjectief kunt beleven, kunt voelen en kunt ervaren. Of, om het nog eens anders te zeggen: bevinding. Voor een categorie mensen hier moet dat toch wel een bekend woord zijn. 'Bevinding' is misschien een wat oud-Nederlands woord, tenminste in de zin zoals ik het nu gebruik. Maar voor een flink deel van ons Nederlandse volk is bevinding een heel belangwekkend woord en men duidt zichzelf er zelfs mee aan.
Ik heb het over een groep mensen waar ik zelf historisch gezien uit voortkom, namelijk uit de bevindelijke hoek van de reformatorische wereld — de gereformeerde of de protestantse wereld. Zo worden ze ook genoemd: de bevindelijke mensen. Daar kent men een bevindelijke prediking, waarbij dat woordje 'bevinden' alles te maken heeft met het beleven van de dingen. Je hebt het dan over groepen als de Christelijk Gereformeerde Kerken (mijn eigen oorsprong), de Gereformeerde Gemeenten of de Gereformeerde Bond; al dat soort verschillende segmenten binnen die wereld. Zij benadrukken heel sterk het belang van het persoonlijk ondervinden van de dingen. Ik kom daar straks op terug, want het is van groot belang dat je, als je het daarover hebt, nog een andere vraag stelt: het bevinden van wát dan wel? Maar 'bevinden' blijkt dan het woord te zijn dat bedoeld is om aan te geven dat het niet alleen om objectieve zaken gaat, om wat je weet en wat je kunt citeren, maar om wat je werkelijk ook moet en kunt beleven. Wat je kunt ervaren als je daarover spreekt.
Bevinding, ja. Ik heb daar nog een plaatje bij gevoegd. Als je naar synonymen.nl gaat, kun je zulke weergaven van woordgroepen te zien krijgen en zien hoe al die begrippen met elkaar samenhangen: sensatie, ontdekking, indruk, perceptie, ervaring. Het zijn allemaal begrippen die aan elkaar gekoppeld zijn en iets met elkaar te maken hebben. We leven in een tijd waarin beleving — welk etiket je er ook op plakt — een enorme plaats heeft gekregen. In het algemeen, ik had het zojuist over de bevindelijk gereformeerden, maar ook in de wereld in het algemeen, draait het vooral om voelen. Dat is waar het eigenlijk om gaat: emotie boven ratio. Want ook met die hele kwestie houdt dit onderwerp verband.
De Relatie Tussen Verstand en Gevoel in Breder Perspectief ↑ hoofdstukken
Laten we het nog even wat breder bezien voordat we naar de Bijbel zelf gaan. Het gaat over de relatie tussen aan de ene kant het verstand en aan de andere kant het gevoel, en hoe die twee zich met elkaar verhouden. Dit is een hele harmonieuze verhouding; het houdt elkaar in evenwicht. Dat wat het verstand en je kennis ingeven, correspondeert met en is in balans met dat wat je voelt. Dat wordt dan vaak aangegeven met het hart, maar of dat helemaal correct is, weet ik niet. Even een zijdelingse opmerking: het hart in de Bijbel is niet zozeer een aanduiding van alleen het gevoel, maar gewoon van de binnenkant van de mens, inclusief zijn gevoel. Met het hart in de Bijbel overweeg je ook; dus ook het denken houdt verband met het hart. Het is dus niet helemaal correct zoals dat op het plaatje staat aangeduid, maar dat terzijde.
Het verband kan trouwens ook wat moeizamer zijn; dan is er eigenlijk geen verband en is het een doorgeknipte relatie. Dat is iets waar veel mensen mee kampen en waarvoor je zelfs naar de psychiater zou moeten gaan. Het grote probleem is dan dat wat je weet – je brein en de kennis die je hebt – totaal niet matcht met je gevoel en je beleving. Er is dan eigenlijk sprake van een disconnectie; het spoort niet. Dat kan heel problematisch zijn. Dat conflict tussen verstand en gevoel kennen we allemaal wel tot op zekere hoogte.
Je kunt de mensheid in allerlei groepen onderverdelen, bijvoorbeeld in verstandsmensen en gevoelsmensen. Daar zitten natuurlijk allerlei varianten tussen, maar in het algemeen heb je mensen die rationeel zijn ingesteld en mensen die juist de beleving erg centraal stellen en emotioneel zijn ingesteld. Als ik het zojuist had over die tweedeling binnen de gereformeerde wereld van het objectieve en het bevindelijke, dan heeft dat in feite ook te maken met hoe mensen in elkaar steken.
In zekere zin is er nog een andere tweedeling – en ik zeg niet dat dat één-op-één vergelijkbaar is met verstandelijk en gevoelsmatig – maar op het gevaar af dat ik mij nu enorm bezondig aan een cliché: in het algemeen is de relatie tussen verstand en gevoel op een of andere manier toch wel gerelateerd aan mannelijk en vrouwelijk. Mannen zijn over het algemeen rationeler ingesteld. Dit plaatje moet dat ook uitbeelden; ik heb er sommigen van het internet geplukt. Mannen denken wat meer in rechte lijnen en vanuit het brein. Het vrouwelijke denken wordt veel meer geleid door de emotie en de gevoelens. Dat komt wellicht ook door de hormonen die een veel grotere rol spelen in de cyclus dan bij een man. Maar nu begeef ik mij op heel glibberig terrein waar ik mij ook gauw weer van verwijder. Het zijn in ieder geval factoren die hiermee verband houden.
Er is nog iets wat met deze kwestie verband houdt: identiteitsvragen. Verstand en gevoel; waarop baseer ik mijn identiteit? Als je de vraag stelt: wie ben ik? Hoe bepaal je dat? Hoe definieer ik mijzelf? Baseer ik dat op objectieve dingen of op subjectieve dingen? De laatste jaren is dat heel actueel geworden in verband met allerlei genderkwesties, zoals homoseksualiteit maar ook transseksualiteit. Dan is het de vraag: wie ben ik nou eigenlijk? Ben ik mannelijk of ben ik vrouwelijk? Vroeger was dat heel simpel, want er was een objectief gegeven: het stond op je geboortekaartje. Je was als zoon of als dochter geboren. Dat was de tweedeling; dat was objectief. Voordat jij ook maar enig benul had van je sekse of je seksuele identiteit, stond het allang vast en iedereen wist het. Jij kwam dan op een gegeven ogenblik tot het besef van die dingen, wat ook weer een ontwikkelingsgang is.
Vandaag de dag wordt dat heel anders benaderd, waarbij het gevoel een veel grotere rol is gaan spelen. Nu is het vooral een gevoelskwestie. Je seksuele identiteit wordt eigenlijk gedefinieerd door de vraag hoe je het beleeft en hoe je het voelt. Als je je mannelijk voelt in een vrouwelijk lichaam, dan ben je dus eigenlijk mannelijk, want zo voel je dat en zo beleef je dat. Die beleving heeft dus een veel grotere plaats gekregen. Maar ik wil u nog met iets anders confronteren.
De Bijbelse Volgorde: het Beeld van de Locomotief ↑ hoofdstukken
En die verhouding van Woord, geloof en beleving... ik weet wel zeker dat er heel wat mensen zijn die dit plaatje wel kennen in verhouding tot dit onderwerp. Klopt dat? Wie kent het? Ja, oké, heel wat. Het is het beeld van een locomotief met twee wagonnetjes. Ik kreeg dat, volgens mij wel veertig jaar geleden, al onderwezen als zijnde het belang van hoe je deze dingen een plaats geeft. Dat wil zeggen: gevoel moet je niet wegredeneren, dat is van belang. Maar – en dat was altijd het grote punt – het heeft ten opzichte van het Woord en het geloof altijd een plaats daaráchter.
Kijk, en daar hebben we het over. Het gaat er dus niet om dat gevoel en beleving ondergewaardeerd zouden moeten worden, maar je moet het wel op de juiste manier plaatsen. En als je dat niet doet, dan kan dat tot grote problemen leiden. Ik zal het eventjes toelichten wat ik ermee bedoel. Aan de ene kant die locomotief: dat is het feit. Gewoon objectief, of je dat nou ziet of weet of beleeft, dat staat er helemaal los van. Het is een gegeven. Er zijn zoveel dingen die gewoon gegevens zijn terwijl niemand ervan op de hoogte is, laat staan dat je het zou kunnen beleven.
Het feit. Dat bedoel ik nu ook min of meer synoniem met het bericht. Een feit dat plaatsgevonden heeft, wordt vervolgens medegedeeld. Dat is een bericht, en dan hebben we ook zoiets als een goed bericht. En zo bedoel ik het eigenlijk ook waar mijn broer Dirk het over had: over de overwinning op de dood. Het tenietdoen van de dood is ook een feit, maar dat ligt in de toekomst. Maar een historisch feit, iets wat echt heeft plaatsgevonden, tweeduizend jaar geleden: objectief, geschiedkundig, historisch gedocumenteerd. Jezus Christus, de beloofde Messias, Hij is opgewekt uit de doden. De steen is weggerold, Hij stond op. Dat is het feit. Of je dat nou weet of dat je dat ook voelt – voor zover je dat te voelen valt – dat staat er los van, maar het gegeven stáát daar. Dat is dus het Woord met een hoofdletter, de mededeling van Godswege. Zo is het, dat is het. Die locomotief.
Dat oude beeld waar ik veertig jaar geleden al over hoorde... eigenlijk is wat ik vanmorgen doe dat nog eens nader toelichten. Want ik geloof dat we het inmiddels, juist ook door de plaats die tegenwoordig aan beleving en gevoel gegeven wordt, kwijt aan het raken zijn. We worden sterk beïnvloed door de tijdgeest die daar helemaal van losgezongen is. Goed, het feit: dat is de locomotief. Dat staat voorop. Dan krijg je vervolgens daarachteraan: geloof. Dat wil zeggen de aanvaarding, de aanname van het bericht. Dat is iets anders. Je hebt aan de ene kant dus het feit en dat geloof je vervolgens. Dat neem je zo aan, vandaar ook een 'aanname'.
Op zich is dat niks bijzonders, want er wordt weleens een keer het begrip geloof helemaal gereserveerd voor dingen die je aanneemt in verband met God en die dingen. Maar laten we wel wezen: het hele leven staat stijf van geloof. Ik bedoel, elke stap die je zet, kun je bijna slechts doen op grond van geloof. Je neemt iets aan. U bent hier op die stoel gaan zitten met de aanname dat die poten het niet zouden gaan begeven. Dat nam u aan, dat wist u niet. En als je over een brug rijdt, dan doe je dat met de aanname dat die brug dat wel kan houden. Dat is allemaal geloof. Allemaal geloof.
En hoe was het ook alweer? De ouderen onder ons kennen dat... ik betrap mezelf erop dat ik een beetje in de sfeer kom van 'opa vertelt', maar ja, dat heb je als je 58 jaar wordt. Maar toen hadden we het liedje, volgens mij was dat van Het Schaap met de Vijf Poten: "Als je elkaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan?" Zo is het toch? Vertrouwen. Eigenlijk is dat woord geloof de aanname van iets of iemand, maar feitelijk dus ook je vertrouwen stellen op. Dat kan dus heel banaal en alledaags zijn, zoals waar ik het zojuist over had: de stoel waar je op gaat zitten, of je doet het contactsleuteltje om en je gaat in een auto rijden. Dat doe je allemaal niet met één, maar met een heleboel aannames zelfs. Het feit dat je er niet van bewust bent, ja, dat is wat anders, maar niettemin heb je die aannames wel. Je veronderstelt dat allerlei dingen gaan gebeuren, gewoon omdat je daarop vertrouwt. Het moet allemaal nog blijken, maar je vertrouwt erop. Dat is die aanname. Dat is geloof.
In feite is geloof zelf niks unieks. Dat doen we allemaal, iedereen. En zelfs degene die zegt 'ik geloof niet', die gelooft van alles. En zelfs degene die zegt 'ik geloof niet dat er een God is', die gelooft ook, namelijk dat er geen God is. Toch? Dus zo uniek is dat op zich niet. Maar goed, je hebt dus het feit: het Woord, de mededeling, het bericht. Aan de andere kant heb je dat wat aangenomen wordt door de persoon. En dan komt er nog iets, en dat is nummer drie, waarover we het dan ook in het bijzonder hebben: de beleving of het gevoel, de ervaring van iets.
Want ja, als je iets beleeft, als je iets aanneemt, als je gelooft dat iets waar is... Als je het bericht gelooft dat er één God is die alles een plaats geeft, die alles in Zijn hand heeft en dat Hij Zijn Woord gegeven heeft... dat Hij dat Woord ook gewézen heeft, dat Hij voorzegt, kortom: dat Zijn Woord feitelijk zo is... als je dat vervolgens ook aanneemt en gelooft, dan is dat niet alleen maar meer geloof of 'voor kennisgeving aangenomen'. Nee, dan gaat dat zijn werk doen. Een goed bericht – hoe staat dat in Romeinen 1 vers 16? Het evangelie beschaamt mij niet, want het is een kracht Gods. Het woord wat hij daarvoor gebruikt is eigenlijk 'dynamiet'. Het heeft zo'n enorme power. Want op het moment dat je dat aanneemt, gelooft en aanvaardt, ja, dan heeft dat ineens een effect: je wordt er blij van.
Ja natuurlijk! Als je gelooft dat alles uit – de zin van mijn broer Dirk speelt nu nog eventjes mee – de oerknal komt, dan betekent dat dus dat het leven en het hele bestaan geen zin heeft. Het is er wel, maar het heeft geen enkel doel. Dat betekent dus dat het bestaan zinloos is. En als dat een zinloos gevoel geeft en je wordt daar depressief van, want het heeft toch allemaal geen inhoud en bestemming, dan is dat het logische gevolg van dat geloof dat jij hebt. Jij gelooft dat het bestaan geen zin heeft, en het effect, de beleving ervan is dat het allemaal zo depri is en zo zinloos. Het gaat helemaal nergens over. Nou, dat.
Maar omgekeerd: als je gelooft in die ene God die Zijn Woord heeft gegeven en ons op de hoogte stelt... Prachtig woord trouwens: Hij stelt ons op de hoogte. Hij vertelt hoe het is, maar Hij geeft ons daarmee ook zoveel kennis, maar ook uitzicht. Zodat je op de hoogte bent en een geweldig perspectief hebt. Nou, dat plaatje geloof ik, dat was aan het begin, dat u zag van die man die daar op de top van die berg staat. En ja, die berg dat is dat feit. Daar staat hij. Het feit dat hij daarop staat, dat is het geloof. Je rust daarop, je vertrouwt daarop; die berg die houdt het wel. Maar vervolgens als je daar staat en zeker als je die tocht hebt gemaakt, dat is beleving, dat is avontuur. Dan kijk je in het rond en dat is zo adembenemend groot, zo indrukwekkend... nou, dat is beleving. Dat je daar zo blij en zo klein van wordt, met al die emoties die dat met zich meebrengt: dat is de beleving. Dus je hebt het feit, je staat erop – of hoe dat dan ook maar heten mag – en dan de beleving die dat met zich meebrengt: hoop en uitzicht. Want ja, dat is wat je hebt als je op de hoogte gesteld bent: dan heb je een enorm uitzicht, dat maakt je blij. Het geeft je ook vrede als je weet dat alles een plaats krijgt en dat Hij alles in Zijn hand heeft.
En dat er nooit iets misgaat, dat geeft zo'n enorme vrede. Het gaat het verstand te boven; je begrijpt het niet. Jij bent God niet, maar Hij heeft alles in de hand. Hoe Hij dat in de hand heeft, dat weet ik niet; ik hoef het ook helemaal niet te weten. Ik hoef me niet te gaan verbeelden dat ik als een piepklein schepseltje, als een vingerhoedje, de hele oceaan daarin kan krijgen. Dat is een dwaas idee. Maar als je dan gelooft, dan krijg je de vrede van God. De vrede die Hij Zelf heeft, maakt zich dan meester van jouw gedachten en gevoelens.
Zo zegt Paulus dat: 'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden', als in een vesting. Daarin ben je zo veilig. Dat geeft vrede. Nou, dat is allemaal beleving. Maar het is het gevolg van geloof. Eigenlijk begint het hier, dan dat, en vervolgens dat. Het is dus niet zo: "God is er, want ik ben zo blij daarmee." Dat is onzin. Iets is niet een feit omdat jij het gelooft of omdat je er zo blij mee bent.
Heel veel mensen trekken weleens een dwaze conclusie. Trouwens, dat is tegenwoordig ook wat je nogal eens hoort: "Het maakt eigenlijk helemaal geen bal uit wat je gelooft, áls je maar gelooft. Als je er maar vast op vertrouwt." Nee, dat is het ook niet. Het geloof is alleen maar het kanaal waardoor het feit tot de beleving komt. Het is dus niet zo dat als je nou maar iets vast gelooft en daar helemaal van overtuigd en zeker van bent, dat dit de dingen waar maakt.
Het idee dat als je maar iets vast gelooft, dat dit het waar maakt... kijk, als ik bibberend en shakend en bang over een solide brug ga, dan is de beleving heel beroerd. Maar ook al voel ik dat zo, ook al heb ik er eigenlijk geen enkele fiducie in die brug — pardon, ik zei "boot", ik bedoel die brug — ja, hij brengt mij echt wel aan de overkant hoor! Want dat maakt niks uit. Die brug, dat is een feit. En of ik dat nou niet zo beleef? Ach, dat is geen probleem.
En omgekeerd: ik kan over een heel wankel plankje over een sloot gaan en denken: "O, maar dat gaat wel!", maar dat ik er vervolgens wel mooi doorheen ga. Ik bedoel hiermee te zeggen: het feit dat ik iets aanneem, of omdat ik het zo sterk beleef omdat ik er gevoel bij heb, dat maakt iets nog niet tot een feit. Vandaar ook dat hele simpele beeld van die locomotief met die twee wagonnetjes. Het feit, dat is het meest wezenlijke; daar gaat het om. Dat is de locomotief, die gaat voorop. Dan krijg je het geloof, en de beleving is het gevolg daarvan. In die volgorde.
Een Theologische Misvatting: Metanoia (omdenken) Versus Berouw ↑ hoofdstukken
Ik wil trouwens nog even iets zeggen en terugkomen op wat ik al eerder even aangaf. Met name in de reformatorische wereld, maar in het algemeen in de christelijke traditie, is het zo dat berouw als een diep besef heel erg sterk benadrukt wordt. Dat zie je ook in de vertalingen terugkomen. Waar ik het zojuist over had met die bevindelijke wereld, daar zegt men – en ik weet het heel goed, want ik heb het vele malen zo gehoord en gelezen: een mens moet tot ontdekking komen. Je moet niet alleen maar weten dat je een zondaar bent, maar dat ook werkelijk zo gaan beleven en bevinden. Je moet doorleven dat je in en in slecht bent; de 'staat van ellende', dat is de terminologie uit die wereld. Die staat van ellende waarin je je bevindt, moet je niet alleen maar als iets objectiefs erkennen, maar die moet je diep beleven. Men kan daar zelfs een maatlat voor aanleggen en zeggen: "Nou, ben jij al genoeg tot bevinding gekomen van jouw staat van ellende? Oftewel: heb je al genoeg besef van jouw schuld?" En dan ben je er niet zomaar hoor, ook daar zijn gradaties in.
Men benadrukt zo sterk dat je berouw moet hebben. In de vertalingen is dat nog altijd doorgeklonken of doorgesijpeld. Ik geef u een voorbeeld uit Handelingen 26 vers 20, waar je leest over Paulus die voor Agrippa staat. Ik lees het voor uit de NBG-vertaling. Paulus zegt daar dat hij in het hele Joodse land en aan de heidenen heeft verkondigd dat zij zich met berouw tot God zouden bekeren en werken zouden doen die met hun berouw in overeenstemming zijn. Berouw; wat is dat eigenlijk? Dat gaat dieper dan alleen maar spijt hebben van, maar het heeft in ieder geval heel sterk te maken met een gevoel van wroeging en een besef van schuld. Hier wordt inderdaad in de vertalingen aangegeven dat Paulus dat zo verteld zou hebben: dat zij met berouw tot God zouden omkeren. Berouw heeft dus heel sterk te maken met het gevoel over wat God is aangedaan en dat je dat ook goed voelt.
Nu is het aparte dat het woord dat Paulus hier gebruikt, of wat hier in het algemeen gebezigd wordt, heel dikwijls met berouw vertaald wordt, maar het is helemaal geen gevoel. Het woord berouw suggereert dat het inderdaad een beleving is, een ervaring, en vooral ook een diepe ervaring. Maar wat blijkt? Het woord dat gebruikt wordt, heeft niet met gevoel te maken; integendeel zelfs, het heeft te maken met het denken. Het is het Griekse woord metanoia. Dat 'meta' is een voorzetsel dat 'om', 'na' of 'met' betekent, en dat 'noia' kennen we allemaal wel uit andere verbanden, maar het heeft te maken met het denken, de denkzin. In feite is het rationeel. Ik zeg niet dat het louter rationeel is, maar metanoia is in ieder geval geen gevoel van berouw of spijt of woorden van die strekking. Nee, metanoia wil zeggen: omdenken.
Wat Paulus in het hele Joodse land en onder de natiën verkondigde, is niet dat ze zich met berouw zouden bekeren, maar dat ze zouden omdenken. Dat ze zouden nadenken. Vandaar ook dat het woord in de Concordante versie 'bezinning' is. Bezinnen heeft te maken met het feit dat je dingen hoort, verneemt en ook gaat verwerken. Je gaat erover nadenken, de consequenties daarvan overpeinzen en daarover peinzen. Dat is metanoia. Het is dus geen gevoel; nee, het is iets wat je bedenkt en waartoe je je bezint. Dus dat hele idee dat een mens zou moeten komen tot een besef van zijn ellendestaat en dat vooral diep zou moeten ondervinden, dat vind je niet terug in de Schrift. Je kunt het ook niet baseren op dit woord. Integendeel, metanoia is geen emotioneel woord; feitelijk is het een rationeel woord. Het heeft te maken met bezinning en met het vermogen dat wij hebben om dingen tot ons te nemen, te overwegen en daarover na te denken.
Het wordt tijd om eens wat schriftplaatsen te laten zien. Ik had echt een enorme ruime keuze om deze dingen te tonen: hoe belangrijk het is om aan de ene kant het woord, het bericht, het feit als nummer één te laten zien, en vervolgens dat dit tot ons komt via geloof. Geloof is trouwens ook iets waar je niet voor kiest, maar waarin God overtuigt. Je kunt niet op commando geloven. U kunt niet op commando in Sinterklaas geloven; nee, u moet ervan overtuigd raken. Geloof wil zeggen dat je ergens van overtuigd bent en dat je er echt op vertrouwt. Dat kun je niet forceren. De Bijbel zegt het ook: het is een gave Gods; God overtuigt je. Vandaar ook dat wij zeggen: "Ik heb een overtuiging." Dat is een mooi woord; het wil zeggen dat je overtuigd bent. Er zijn geweldige gaven als je ogen opengaan. Maar ook dat, het feit dat je mag zien en mag horen, dat is toch geen verdienste? Dat doe je toch niet zelf? Dat is een vermogen wat je hebt gekregen.
Schriftplaats 1: het Geloof Is uit het Horen (romeinen 10) ↑ hoofdstukken
Er zijn een paar schriftplaatsen waarin ik dit ook graag wil laten zien; een drietal in totaal. We beginnen bij Romeinen 10. De vorige keer hadden we het trouwens ook al even over datzelfde hoofdstuk, en het is min of meer toeval dat het nu weer zo terugkomt. Paulus zit daar midden in een betoog en hij zegt: "Maar niet allen geven gehoor aan het evangelie, aan het goede bericht." Want, zo zegt hij, Jesaja zegt: "Heer, wie gelooft wat hij van ons hoorde?" En dan concludeert hij: "Dus het geloof is uit het horen en het horen door Christus' uitspraak."
Dit is zo'n schriftplaats die heel duidelijk de relatie laat zien tussen aan de ene kant het Woord dat vooropstaat en het geloof dat daarop volgt. Hier staat het ook letterlijk. Je hebt aan de ene kant het feit, het bericht van Gods wege. God heeft ons iets te melden, of in dit geval spreekt Christus – overigens ook weer via Paulus – maar in ieder geval: het Woord komt tot je. Dat is een feit, en vervolgens wordt dat geloofd.
Paulus merkt op dat niet allen gehoor geven. Gehoorgeven of gehoorzamen wil eigenlijk zeggen dat je ergens gehoor aan geeft; je leent er je oor aan. En dan komt het vervolgens in je hart. Als je het gelooft, dan stel je je vertrouwen daarop. En daarom staat er ook in vers 17 dat het geloof is uit het horen. Het horen, dat is dat feit, het bericht. Dat is nummer één; daar begint het mee. Het geloof komt daaruit voort.
Je kunt niet iets geloven als je het niet eerst hoort. Je moet het eerst horen om het daadwerkelijk te kunnen omarmen en om er 'amen' op te kunnen zeggen. Er moet immers iets te beamen zijn. Daarom is geloof uit het horen. Het is zo logisch. Wat ik vanmorgen vertel is niet zo spectaculair of onbegrijpelijk. Sterker nog, ik heb de indruk dat wanneer ik deze dingen vertel, het eigenlijk heel logisch is.
Toch vind ik het van groot belang om dit te vertellen. Waarom? Omdat het ondergesneeuwde waarheden zijn. Vandaag de dag zijn we vaak zo opgeklopt met het idee dat het erom gaat dát je gelooft, of dat de beleving alles is. Men denkt dat dit vooropstaat, maar dat is niet zo. Geloof en beleving zijn geweldig, maar het begint bij het horen van het goede bericht, van het Woord dat God te melden heeft.
Schriftplaats 2: Verlichting in het Hart (2 Korinthe 4) ↑ hoofdstukken
Nog een schriftplaats: 2 Korinthe 4. Daar schrijft Paulus dit: "De God die zegt: vanuit duisternis zal licht schijnen." Eigenlijk begon dat al in Genesis 1: "Er zij licht." God spreekt en Gods woord is ook altijd een daad; als Hij iets zegt, dan gebeurt het altijd, per definitie. En als Hij iets voorzegt, dan gebeurt het ook. De God die zegt dat vanuit duisternis licht zal schijnen, die doet het schijnen – zo staat er – in onze harten tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid van de God in Jezus Christus' aangezicht.
Ik heb nu eerst even de nadruk gelegd op het feit, op het woord. God die zegt, en wat zegt Hij? Dat licht zal schijnen. En waar gaat dat dan allemaal over? Over de heerlijkheid van de God, die ene God. En hoe kennen wij die heerlijkheid van God? Wel, die straalt in het aangezicht van Jezus Christus. God is de onzienlijke God, maar Hij maakt Zich bekend via Hem.
Oké, dat is het feit. Maar het geloof is dat het in onze harten schijnt, dat het hier terechtkomt, dat je ogen ervoor open gaan of dat je oren ervoor open gaan; in ieder geval dat het kwartje valt. En nu kom ik op iets anders, want dan blijkt dus dat geloof en beleving toch wel heel erg aan elkaar gekoppeld zijn. Want feitelijk, op het moment dat licht in jouw hart terechtkomt, dan wordt dat ook verlichting. Dan is dat een... ja, men spreekt over een aha-erlebnis. Dat kan inderdaad iets zijn dat van het ene op het andere moment gebeurt; dat de logica van iets zo indringend is, dat het meteen helemaal recht in het hart komt. Zo'n ervaring, dat kan geloof zijn, zodat geloof en beleving dan in feite ook samenvallen. Het komt binnen en ineens is het helemaal duidelijk. En toen viel het kwartje. Wauw, geweldig!
Maar is dat geloof? Jazeker is dat geloof. Dan is vertrouwen gewekt. Maar het is tevens ook de beleving, namelijk dat ineens de duisternis wijkt en het ineens licht wordt. Je ziet de dingen ineens. Maar je ziet het ineens ook zitten. Je krijgt ineens – dat is het mooie van verlichting – je gaat dingen zien. Je krijgt ook zicht: uitzicht, inzicht, doorzicht. Allemaal dankzij verlichting. Is verlichting beleving? Ik dacht het wel. Het kan ook iets puur rationeels zijn. Je wordt midden in de nacht wakker en dan weet je dat wat je inmiddels te horen had gekregen... dan weet je: Hij is het Woord, daar sta ik op.
Of die beleving nu gevoel is... het woord emotie vind ik in dit verband ook erg frappant. Ik heb het hier wel vaker gezegd, maar het lijkt me in dit verband ook aardig om dat nog even te onderstrepen. Emotie, daar zit het woordje 'motie' in, en dat is beweging. Dat is gelukkig wel soms hier en dan daar. Emotie heeft inderdaad heel veel te maken met hoogte en diepte, besef en beleving. Dat krijg je ook altijd door contrast. Je hebt van die mensen die een heel avontuurlijk leven willen hebben met behoud van uitkering. Dat bestaat niet; daar moet je dus ook risico's voor nemen. Waarom zouden mensen... ik zit zelf totaal niet zo in elkaar, daar zal ik wel te rationeel voor zijn, maar je hebt mensen – hier in de zaal zitten ze ongetwijfeld ook – die het geweldig vinden om te bungeejumpen. Ik vind het onbegrijpelijk, maar goed. Maar waarom? Ja, dan beleef je wat. Nou, dat geloof ik zeker! Dan ben je op een enorme hoogte, maar dat is ook weer beweging. Nou, wat voor beweging hè? Dan ga je van hoog naar diep. En nou weet je dat, en dat allemaal in een paar seconden feitelijk.
Maar dat is beleving. En dat heeft met fysieke beweging te maken, maar daarmee ook weer met die emotie. Maar dat is voortdurend aan beweging onderhevig. Dat kun je ook niet vastpakken. Je hebt dat wel eens, dat je dat gevoel zou willen vasthouden. Ja, dat bestaat niet. Gevoel kun je niet vasthouden, daar is het te beweeglijk voor. Dat is precies wat gevoel, emotie is. Dat is trouwens het geweldige van iets weten: dat staat gewoon vast. Dat verandert niet. En ik bedoel, één en één is twee, daar voel ik eigenlijk niets bij. Nee, maar ik weet het. Dat is erg handig in veel opzichten hoor. Dingen die je weet, die zijn nooit veranderlijk. En er zijn ook momenten dat je dat ook daadwerkelijk beleeft. Nou, hier wordt trouwens gesproken over de verlichting van de kennis, wat ik trouwens ook wel erg mooi vind, want dan zie je dus ook dat ook kennis een enorme impact kan hebben. Sterker nog, dat dat elementair is voor de verlichting.
Schriftplaats 3: Geworteld en Opgebouwd in het Woord (kolossenzen 2) ↑ hoofdstukken
Nog een laatste schriftplaats: Kolossenzen 2. Zoals ik al zei, was de keuze reuze; ik had bijvoorbeeld ook naar Kolossenzen 1 kunnen gaan. Daar spreekt Paulus over ‘erkenning’, of het besef van iets. Het Griekse woord daarvoor is epignosis. Zegt dat u wat? Dat is een heel mooi woord. Ik heb daar nu even geen dia van, maar epignosis wordt vaak vertaald met ‘besef’, en andere vertalingen spreken over de ‘realisatie’ of het ‘realiseren van’. Als je dat Griekse woord ontleedt, zie je dat het begint met een voorzetsel: epi betekent ‘op’ en gnosis betekent ‘kennis’ of ‘weten’. Eigenlijk is epignosis dus ‘op-weten’ of ‘op-kennis’. Je kunt bijvoorbeeld agnostisch zijn, dan weet je het niet, maar epignosis is juist het ‘op-weten’. Dat is een prachtig begrip, want aan de ene kant heb je het weten – de zekerheid, wat in feite heel rationeel is; je weet dat het zo is – maar de beleving gaat daar bovenop. Tegelijkertijd is die beleving er wel op gebaseerd; het is letterlijk ‘op kennis’. Besef is echt gefundeerd op die kennis. Ook daarin zie je weer dat beeld van het locomotiefje terug. Je hebt het Woord; nu weet je het, en op basis van die kennis krijg je de beleving. Dat is dat besef.
Paulus spreekt daarover in de brief aan de Kolossenzen. In hoofdstuk 2 zegt hij dit. Hij is zelf nooit in Kolosse geweest, maar hij had van Epafras, een medewerker van hem, vernomen wat er daar allemaal aan de hand was. Hij was buitengewoon blij, hoewel hij ook wel donkere wolken zag hangen. In vers 5 zegt hij: “...en zie ik met vreugde de orde en stabiliteit van jullie geloof in Christus.” En dan zegt hij tegen hen: “Zoals jullie dan Christus Jezus, de Heer ontvingen, wandelt in Hem, geworteld zijn en opgebouwd wordend in Hem, en bevestigd wordend in het geloof zoals jullie werd onderwezen, overvloeiende in dankzegging.” Laten we dat locomotiefje er weer eens bij pakken: de locomotief (het Woord), het tweede wagonnetje (het geloof) en het derde wagonnetje (de beleving). Laten we die drie eens op deze passage toepassen.
In de eerste plaats wordt er gesproken over Christus. Hij is daar nu weliswaar verborgen, maar het is een feit: Hij is opgestaan, Hij is aan Gods rechterhand, Hij is de Heer. Er wordt naar Hem verwezen. En aan het einde van de passage staat er: “zoals jullie werd onderwezen”. Dat is het Woord. Het is objectief; dat is wat tot hen kwam. Dat is het feit waar het mee begint. Maar daar blijft het niet bij; het wordt juist verteld opdat het aanvaard zou worden. Dat is waar de tweede stap over gaat: Paulus spreekt over “jullie geloof”, het aanvaarden van en het vertrouwen op Christus. Dat jullie Christus Jezus, de Heer “ontvingen”; dat het echt binnenkwam bij jullie. Hij spreekt over “bevestigd worden in het geloof”. Je moet daarin bevestigd worden. Dit is precies wat ik zojuist zei over dat epignosis. Dat is ‘op kennis’; je hebt de kennis en daarop wordt de beleving – de realisatie – gebaseerd. En hier zien we dus weer dat bevestigd worden in het geloof.
Vervolgens komen we bij de beleving. U ziet dat ik in de tekst op de dia heel wat vet heb gedrukt, want er staan een paar belevingswoorden in die iets zeggen over de impact die het Woord heeft in iemands innerlijk en de uitdrukking daarvan in de wandel. Paulus zegt van zichzelf: “ik zie met vreugde”. Vreugde lijkt mij echt een belevingswoord. We zeggen weleens dat je blij bent met een bepaalde wetenschap. Is dat een emotie? Ja, maar die wetenschap is een constante, terwijl die blijdschap geen constante is. Die is er soms wel en soms niet. Dat is ook helemaal geen ramp, want bepaalde emoties hebben op een specifiek moment de overhand en op andere tijden zijn er weer andere gevoelens. Daar is niets mis mee. Hier wordt gesproken over vreugde, en Paulus ziet de orde en de stabiliteit. In de NBG-vertaling wordt gesproken over “de hechtheid van de orde”. Die hechtheid en stabiliteit zijn ergens aan ontleend, en dat is niet aan emotie, dat kan ik u vertellen. Stabiliteit is nooit gebaseerd op iets wat beweegt; het is juist gebaseerd op iets wat niet beweegt.
Vandaar dat Paulus twee termen gebruikt die duidelijk aangeven dat het Woord onbeweeglijk is. Hij spreekt over “geworteld zijn”. Wortelen heeft niet alleen te maken met diepgang, maar ook met standvastigheid. Een plant wortelt omdat hij zich op één plaats bevindt. Zo kan er diepgang ontstaan, maar die stabiliteit en onbeweeglijkheid zijn daarvoor noodzakelijk. Het gaat om een vaststaand feit waarin je geworteld wordt. Vervolgens spreekt hij over “opgebouwd worden”. Dat is weer een ander beeld. ‘Geworteld’ is een agrarisch beeld, ‘opgebouwd’ is bouwkundig. Een gebouw trek je op; een huis wordt gebouwd op een fundament. Is een fundament beweeglijk? Ik hoop het niet, want dan kun je er niets op bouwen. Je kunt alleen bouwen op iets wat niet beweegt. Dus je ziet: is emotie mooi? Ja, het is geweldig. Beleving is prachtig, maar je kunt er niets op baseren. En dat is juist het geweldige van het Woord: daar kun je werkelijk op bouwen.
Omdat het Woord zo stabiel is, kun je er diepgang in krijgen, je wortels erin uitslaan en erop gebouwd worden. Het is solide, en daar word je dan vervolgens in bevestigd. Bevestigd wil zeggen dat het vaststaat, maar alleen maar vaster komt te staan. Het is onbeweeglijk, standvastig en onwankelbaar, zoals het slot van 1 Korinthe 15 zegt. En dan dat laatste, waar ik mee wil afsluiten: “...het geloof zoals jullie werd onderwezen”, met als effect dat je “overvloeiende wordt in dankzegging”. Dat onderwijs over het geloof is een feit dat één op één tot je komt. Juist omdat het zo tot je komt en je het zo aanvaardt, maakt het dat je overvloeiend wordt in dankzegging. Je gaat niet simpelweg ‘danken’ als een opdracht; je weet dat je het ontvangen hebt, je wordt blij en erkentelijk en je dankt Hem. Dankbaarheid is altijd gericht jegens iemand; iemand die jou zomaar iets geeft, om niet.
Hier staat zelfs: “overvloeiende in dankzegging”. Dat heeft te maken met het feit dat je zoveel krijgt. Overvloeiende genade roept vervolgens overvloeiende dankzegging op. Dankbaarheid is iets in het hart, en dat ‘overvloeien’ wil zeggen dat het overloopt via je mond. Dat is het effect, de beleving die het geeft: een leven dat gevuld is van vrede en van vreugde. Het is vervuld en overvloeiend; je loopt ervan over. Dat is zo geweldig en zo groot; dat is een beleving die ik iedereen gun. Het is het mooiste wat er is: een leven gevuld met vrede, met stabiliteit en met het besef dat je geworteld en opgebouwd bent. Maar die beleving is er slechts doordat je gebouwd bent op en geworteld bent in dat geloof, in dat Woord dat vast en solide is. Zo heb ik u een drietal schriftplaatsen getoond waarin deze waarheid van de volgorde – feit en Woord, geloof en beleving – zo onderstreept wordt. Ik denk dat we er erg verstandig aan doen om dat ter harte te nemen.
En dat wilde ik vanmorgen graag met u delen. En ik stel voor dat we met elkaar een lied zingen.
UltimateGoodNews