GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

het komende decennium (2) – de toekomst van de christenheid

02-02-2020 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 02-02-2020 'op Urk'

In 2030 zijn precies twee millennia ten einde sinds Christus’ heengaan. Een termijn die voor liefhebbers van de Bijbelse profetie markant is. Want zou Christus niet “na twee dagen” terugkeren? Dat maakt 2030 hoe dan ook tot een mijlpaal. Het komende decennium wordt het aftellen. De vorige keer stonden we stil bij wat we voor het Midden-Oosten nog hebben te verwachten. Dit keer luisteren we naar Paulus’ persoonlijke afscheidsbrief en zijn indringende woorden over de laatste dagen van de christenheid. Wordt het nog donkerder? En zo ja, is er dan geen lichtpunt? Op beide vragen luidt het antwoord: jazeker…!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie wordt de naderende eindfase van de christelijke wereld besproken aan de hand van de tweede Timotheüsbrief. Paulus waarschuwt dat in deze laatste dagen de godsdienstige wereld gevaarlijke, egocentrische en wereldse trekken zal aannemen, zoals arrogantie, genotzucht en een focus op rijkdom. Gelovigen worden opgeroepen om zich niet mee te laten sleuren in deze neerwaartse stroom en de schijngodsdienst te mijden. Temidden van deze afvalligheid en chaos vormen uitsluitend de heilige Schriften het enige vaste baken en een betrouwbare rots in de branding.

“Want wat er ook allemaal neerwaarts gaat, er is één baken in zee, één rots in de branding, en dat zijn de Schriften.”

Introductie en Terugblik op de Profetische Ontwikkelingen ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag allemaal, van mijn kant ook, op deze fraaie dag. Dan doel ik niet zozeer op het weer, want dat is wat minder fraai, maar Nelly wees er op haar Facebookpagina op dat het vandaag 02.02.2020 is. Dat heet een palindroom: de eerste vier cijfers zijn het spiegelbeeld van de navolgende vier cijfers. Dat maken we voorlopig even niet meer mee op die manier.

Vandaag ga ik u opnieuw bepalen bij het onderwerp waar we de vorige keer ook al bij stilstonden: het komende decennium. Want ja, er is nog een heel decennium, een tiental jaren te gaan. Inmiddels bevinden we ons in de tweede maand en nu focussen we ons meer op de ondertitel: 'De laatste dagen van de christenheid'. Als ik het heb over de christenheid, doel ik niet op de gelovigen van het lichaam van Christus, wat feitelijk een selectie daarin of daarbuiten is; het is maar hoe je het zeggen wilt. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: dat is de geweldige verwachting waar Lub zojuist in het gebed nog aandacht voor vroeg, namelijk dat we Hem tegemoet zullen gaan. En ook dat we zojuist bezongen dat we met Hem zullen verschijnen in heerlijkheid. Maar daarover heb ik het niet. Het gaat over de christenheid, dat wil zeggen: het getuigenis hier op aarde dat zich noemt naar Christus. Dat is een veel grotere, heel massale aanduiding eigenlijk, en ook aanmerkelijk minder positief – en dat is een understatement.

Laat ik eerst nog even terugblikken op wat we de vorige keer hebben bezien. Toen heb ik om te beginnen een tijdframe neergezet en zijn we met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis gegaan. Zevenmijlslaarzen is trouwens een heel aardige aanduiding in dit verband, want zeven mijl betekent eigenlijk zevenduizend. Een mijl komt van milia, dat betekent duizend; een mijl is duizend stappen. Zevenmijlslaarzen, dat is zevenduizend. En dat is precies ook de termijn die voor deze wereld is weggelegd. Wij bevinden ons bijna aan het einde; we hebben de vorige keer kortweg gezien dat we, gerekend vanaf Adam, het jaar 6000 binnenkort gaan naderen. Dat moet dan, als de berekening tenminste klopt, ergens in de loop van het volgende decennium zijn. Als u het mij vraagt ergens in 2034, maar ik geef geen garanties. Er zijn goede redenen om dat aan te nemen, maar dat is nu even niet het onderwerp. Het is genoeg om op te merken dat het einde van die zes millennia binnen handbereik ligt. We zitten echt helemaal aan het einde als je het in die grote termen bekijkt.

En dat niet alleen. Het is niet alleen het einde van het zesde millennium sinds Adam, het is ook het einde van twee millennia sinds Christus’ heengaan. Want als je ervan uitgaat dat Jezus Christus stierf, opstond en ten hemel voer in het jaar 30, dan hoef je geen groot wiskundige te zijn om na te gaan dat in het jaar 2030 twee millennia gepasseerd zijn. Ik vond het opmerkelijk dat Lub zojuist vanuit de Bijbellezing in Hosea er ook al op wees dat Christus zou terugkeren na twee dagen; dan zou Hij Israël doen opstaan en zouden ze leven als uit de doden. In ieder geval is dat na twee dagen, twee millennia. Daarmee is vastgesteld dat het jaar 2030 een mijlpaal is. Ik wil daar verder niet te veel consequenties aan koppelen, maar hoe dan ook: 2030 is een mijlpaal omdat er dan precies twee millennia zijn gepasseerd sinds Christus het aardse toneel verliet.

Wat we ook hebben bezien, is wat er de laatste eeuw aan de orde was, vooral in politiek opzicht met de focus op het Midden-Oosten. Wat daar aan de hand is, is precies wat we hadden mogen verwachten. Als de komst van Jezus Christus inderdaad aanstaande is, dan moet daar nog het een en ander gebeuren, omdat de Bijbel veel zegt over de tweede komst, de terugkeer van de Messias op aarde, en over het profetische decor dat er dan zal zijn. Petrus spreekt over een herstel, een restitutie van alles waarvan de profeten hebben gesproken. Waar hebben de profeten van gesproken? Wel, die hebben gesproken van de Libanon, van Egypte, van Jeruzalem, van Ammon, van Syrië en de Filistijnen, om ze niet te vergeten. Al die entiteiten, al die staten en landen zijn weer op het schaakbord gekomen. Al die stukken zijn daar weer geplaatst. We hebben dat kortweg bezien: Egypte, Libanon, Syrië, Ammon (Jordanië), Israël, Jeruzalem en Palestina. Ze zijn allemaal in pakweg zes, zeven of acht decennia weer op de kaart gezet. Dat is hoogst uniek, want u moet zich realiseren dat al die landen duizenden jaren lang niet hebben bestaan. Ze werden altijd onder de voet gelopen, waren bezet gebied of maakten deel uit van andere rijken, zoals het Ottomaanse Rijk. Sinds een eeuw staan al die staten daar weer gewoon. Voor degenen die het profetische woord kennen, hoeft dat niet te verbazen, want het is precies wat je had mogen verwachten. Maar het is toch opmerkelijk dat dit inderdaad allemaal zijn vervulling heeft gevonden.

Waar ik ook de aandacht voor heb gevraagd, is een andere staat waar ze nu druk mee doende zijn om die neer te zetten: Edom. Ik doel op de stad Neom, daar in de buurt van Eilat, aan de andere kant in Saoedi-Arabië. Het is een gigantische stad en kosten noch moeite worden gespaard om dat daar neer te zetten. Dat maakt wel degelijk deel uit van het gebied van Edom, en dat hadden we mogen verwachten, want Edom speelt een grote rol in het profetische decor. Ik moet er eerlijkheidshalve bij zeggen dat er nog twee belangrijke stukken ontbreken. In de eerste plaats is dat een tempel in Jeruzalem. Die gaat er weer komen. U zegt: "Oké, de heilige plaats is er," en daarover is trouwens nog wel meer te zeggen, maar een Joodse eredienst waarbij het slachtoffer weer gebracht wordt, die is er nog steeds niet. Weliswaar staan vele Joden te popelen en ligt alles klaar, maar het groene licht is nog niet gegeven. Het is er nog niet, maar één ding weet ik zeker: het gaat er komen.

En dan is er nog iets wat eigenlijk bevreemdt, omdat we daar op dit moment nog niets over kunnen zeggen: Babel of Babylon in Irak moet weer het wereldhandelscentrum worden. Er is genoeg gaande in Irak, momenteel is het een gigantische puinhoop, dus de kaarten worden opnieuw geschud. Wat er allemaal nog gaat plaatsvinden, weet ik niet, maar één ding weet ik zeker: als ik de Schriften lees, lijdt het voor mij geen twijfel dat Babylon ook weer op de kaart komt. Nu nog niet? Oké, destijds was het Saddam Hussein die Babel herbouwd had, maar in wezen heeft hij er een museumstad van gemaakt. Van een wereldhandelscentrum is absoluut nog geen sprake.

Sinds vorig jaar staat Babylon trouwens ook op de UNESCO-lijst van steden, van plekken en locaties die een bepaalde cultureel-historische status hebben en door de VN als zodanig beschermd worden. Maar dat alles lijkt nog niet op wat de profetieën zeggen over wat Babel in de eindtijd zal zijn. De aion begon ooit met Babel. Gedurende vele wereldrijken is Babylon ook de hoofdstad geweest; bij het Babylonische Rijk logischerwijs, maar ook bij het Medo-Perzische Rijk en in het Griekse Rijk. Alexander de Grote had Babylon als hoofdstad. En sindsdien is het weg, maar het gaat er weer komen.

Dus ja, die ontbreken nog. Maar als je het hebt over wat we in het komende decennium dan toch mogen verwachten, dan zijn dat toch het op hun plek gezet worden van deze stukken die op dit moment nog ontbreken. Daar houden we dan toch onze aandacht bij natuurlijk.

En ik wilde trouwens nog wel eventjes de disclaimer vertellen, zoals ik het de vorige keer ook heb gezegd. Als ik over deze dingen spreek, dan doe ik dat niet met een profetenmantel om, want ik heb geen profetische gaven, niet in het minst. Ik ben een Bijbellezer en ik ben geen profeet. Die bestaan er volgens mij ook in onze dagen niet; tenminste, geen echte. Die gave bestaat nu gewoon niet meer, maar dat is een ander onderwerp. Ik claim ook helemaal niet een profeet te zijn. Het enige wat ik kan zeggen is: ik geloof de profeten en als zodanig spreek ik er ook over. Ik sta hier toevallig op het podium en ik mag daar wat over vertellen, maar vanuit dat oogmerk spreek ik erover, zonder enige pretentie. Ik voorzeg ook helemaal niets. Ik geloof de profeten en als zodanig kom ik tot deze conclusies.

De Toekomst van de Christenheid en de Timotheüsbrief ↑ hoofdstukken

Vandaag gaan we het over een wat andere boeg gooien. Nog steeds hebben we het over het komende decennium, maar nu niet zozeer in politiek opzicht — of eigenlijk helemaal niet. We gaan het hebben over de toekomst van de christenheid. Ik gaf het zojuist in het begin al even aan: dan hebben we het dus niet over de gelovigen van het lichaam van Christus. Dat is een heel kleine, onogelijke groep eigenlijk, die God heeft voorbestemd om verbonden te zijn met Zijn Zoon, hoofd en lichaam. Nee, we hebben het over die enorme grote wereldreligie. Vergis je niet, het christendom is tot op de dag van vandaag de grootste religie als je het wereldwijd bekijkt. Het is veel groter nog dan de islam, het boeddhisme of welke andere stroming dan ook. De christenheid is verreweg de grootste en in feite zou je kunnen zeggen dat heel de wereld — vraag het maar aan een moslim of aan mensen in Afrika of Azië — het christendom ziet als 'het Westen', het christelijke Westen, het Avondland. In feite zijn heel Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika (dat laatste dan meer rooms-katholiek) christelijk. En over die christelijke wereld, over de toekomst daarvan — niet in politiek opzicht, maar vooral in geestelijk of ongeestelijk opzicht — daarover hebben we het.

Ik wil dat doen aan de hand van Paulus' tweede brief aan Timotheüs. Een paar dingen moet ik daar vooraf over zeggen: deze brief heeft hij geschreven vanuit de gevangenis, zoals hij heel wat meer brieven vanuit gevangenschap heeft geschreven. Hij zegt in vers 8 van het eerste hoofdstuk: "Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, noch voor Zijn gevangene, namelijk voor mij, maar lijd samen kwaad in het goede bericht." Want ja, als je daarvoor uitkomt, dan leggen ze niet de rode loper voor je uit. Integendeel, dan word je gesmaad. Dat is normaal; dat is de normale gang van zaken als je daarvoor uitkomt. En dan met name — en dat is opmerkelijk — juist de smaad vanuit de godsdienstige wereld. Daar had Paulus ook altijd mee van doen. Het feit dat hij in Rome was, was niet omdat het Romeinse Rijk nou zo tegen Paulus was of omdat de keizer tegen hem was. Hij is in gevangenschap gekomen op instigatie van de Joodse religie; het oude verbond of de godsdienst die dat heeft geconserveerd. Het jodendom heeft daarvoor gezorgd. Het is altijd de religie die zich verzet tegen dat evangelie, het goede bericht.

Paulus schrijft er trouwens ook bij — en dat is ook typerend: "Allen in Asia hebben mij verlaten." In vers 15 zegt hij tegen Timotheüs: "Dit weet je, dat allen die in Asia zijn zich van mij hebben afgekeerd." Wie dan? Dat waren in ieder geval twee leiders daarin: Fygelus en Hermogenes. Maar dat állen in Asia zich hadden afgekeerd, dat mag toch wel heel frappant heten als je weet dat Paulus zo enorm drukdoende is geweest in Asia en dat daar heel wat ecclesia's waren ontstaan door zijn prediking. Bijvoorbeeld die in Efeze, daar is hij ook twee jaar geweest. Maar ook op vele andere plaatsen. Asia is natuurlijk niet het werelddeel zoals wij dat nu kennen, en ook niet heel Klein-Azië of Turkije, maar in feite een provincie in het huidige Turkije. In ieder geval hadden allen die in Asia zijn zich van hem afgekeerd, daar waar hij ooit met zoveel vrucht had gearbeid. Paulus is dus inmiddels een eenzaam man geworden, daar komt het feitelijk op neer.

Dat brengt mij op een derde punt, namelijk dat hij zich in deze brief ook persoonlijk richt tot Timotheüs. Hij schrijft niet aan een ecclesia of aan een groep, maar aan een individu. In feite is dat typerend voor de hele sfeer en de entourage van deze brief. Wat hij eigenlijk vanaf het begin tot aan het eind zegt, is: het grote geheel is niet meer aanspreekbaar. Die groep heeft zich namelijk van mij afgekeerd. Waar hij zich nu op richt, zijn niet meer groepen, maar individuen. De enkeling. Die ene. Het geheel heeft zich afgewend en — nu loop ik even voor de fanfare uit — wat hij in het navolgende gaat zeggen, is dat de trend die zich toen al had ingezet in de christelijke wereld die zich van hem afwendde, zich in de loop der tijd alleen maar des te meer zou gaan manifesteren. Vandaar ook dat hij iedere keer dat persoonlijke benadrukt. Als hij bepaalde ontwikkelingen schetst, dan zegt hij: "Maar jij..." (of "Maar gij", zoals in onze oude vertalingen staat). "Maar jij..." Dat wil zeggen: iedereen gaat die kant op, en dan is daar de enkeling.

Vandaar ook dat plaatje dat ik erbij heb gedaan. Dat moet de mensen op Urk toch wel aanspreken met die vissen, die zalmen in dit geval. Zalmen, lofzangen en geestelijke... oh nee, dat was weer wat anders. Salmen die hier tegen de stroom in gaan. Ja, dat is eigenlijk wat de Timotheüsbrief inhoudt. Dat is trouwens ook het kenmerk van een levende vis: een levende vis gaat tegen de stroom in. Dode vissen gaan met de stroom mee, met het grootste gemak. Het opmerkelijke is dat je er niks voor hoeft te doen om met de stroom mee te gaan. Mensen zeggen wel eens: "Ik sta nog in dezelfde positie en in dezelfde modus als jaren geleden," maar ongemerkt ben je mooi wel verplaatst. Je gaat gewoon met de meute mee en ongemerkt ga je stroomafwaarts. Ik las onlangs nog een mooie spreuk die ik erg passend vind: "Als je bij de bron wilt zijn, dan moet je tegen de stroom in gaan." Die is heel mooi als we het hebben over de Timotheüsbrief, want wat Paulus in deze brief heel sterk doet, is aandringen op het belang van de Schriften. Want wat er ook allemaal neerwaarts gaat, er is één baken in zee, één rots in de branding, en dat zijn de Schriften. Ik kom daar aan het eind nog even op terug.

In dat kader, aan het einde van zijn leven — hij zou binnenkort worden geëxecuteerd — zegt hij in 2 Timotheüs 4: "Het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur." Paulus had dus nog maar heel kort te leven en in dat verband schrijft hij deze brief. Er is veel meer over te zeggen dan ik nu doe, maar dit moet ik even gezegd hebben als context van waar we nu vervolgens naartoe gaan.

Gevaarlijke Tijden in de Laatste Dagen ↑ hoofdstukken

Goed, dan neem ik u vervolgens mee naar 2 Timotheüs 3 vers 1. Laat ik zelf ook even de Bijbel er nog bij pakken, voor zover dat nog nodig is. Ja, dan zegt hij dit – ook hier trouwens weer die tegenstelling: "Weet dit echter..." En als u dan direct het voorgaande leest, dan ziet u dat hij zojuist Timotheüs had gewaarschuwd voor de massieve tegenstand waarmee hij in aanraking kwam en ook zou blijven komen. Wat Paulus hem eigenlijk op het hart bindt, is hoe hij daarin standvastig zou blijven; dat hij ook niet mee zou gaan in allerlei dwaze strijdvragen, maar stand zou houden. Ik zei al, deze brief gaat over die enorme neergaande lijn, het stroomafwaarts gaan. Dan zul je gewoon moeten weten dat tegenstand een kenmerk is van de omgeving waarin je je bevindt. Dat zal naarmate de tijd voortschrijdt alleen maar erger worden.

Het komt er dus op aan om te blijven staan. Je zou zeggen dat blijven staan een passieve houding is, want daar hoef je niks voor te doen; gewoon op de positie waar je bent, daar blijf je gewoon. Je zou kunnen denken: "Dat is mooi, dan hoef ik niks te doen." Maar in de praktijk is dat enorm vermoeiend. Waarom? Omdat als je wilt blijven staan in die enorme stroom, dat energie kost. Je moet altijd tegen de stroom in en je krijgt met zoveel tegenstand te maken. Daarom zegt Paulus ook: "Weet dit echter." Hij gaat hem informeren; Timotheüs moet dingen weten. Eerder had hij al gesproken in de eerste brief aan Timotheüs – in 1 Timotheüs 4 zegt de Geest nadrukkelijk, en dan informeert hij hem ook over latere tijden. Maar nu dit: "Weet dit echter, dat in laatste dagen gevaarlijke tijden zullen zijn."

Eerst even over die laatste dagen. Zoals ik zojuist al even aanstipte, had Paulus in hoofdstuk 4 vers 1 van de eerdere brief – ook een persoonlijke brief – al geschreven over de ontwikkelingen voor latere tijden. Ik weet niet wat u nog weet van de taallessen van vroeger, maar je hebt een bijvoeglijk naamwoord met de vergrotende trap en de overtreffende trap. Je hebt bijvoorbeeld "laat". Paulus schrijft deze brief aan Timotheüs aan het einde van zijn leven, dus het is voor hem erg laat. Het is het einde van een bepaalde fase, in feite het einde van de hele apostolische periode. Dat is laat. Maar Paulus had met Timotheüs gesproken en hem geïnformeerd over latere tijden. Dat is de vergrotende trap: laat, later... dat wat in perioden zou volgen op een nog later tijdstip. Over de latere generaties waar hij het in 1 Timotheüs 4 over heeft, zegt hij al vooruit dat men afstand zou doen van het geloof zoals hij dat had onderwezen. Men zou bijvoorbeeld spijzen gaan verbieden – de verplichte vastenperiode – maar ook het huwelijk. Denk maar aan het celibaat dat in latere generaties, ergens in de derde of vierde eeuw, opkwam vanuit stromingen van ascese. Het verplicht onthouden van dingen, het feitelijk onrein of onheilig verklaren van seksualiteit. Vandaar ook het willen verbieden van het huwelijk. Dat heeft Paulus allemaal voorzegd en met nadruk gezegd: in latere tijden zal dat zich gaan manifesteren.

Maar nu heeft hij het dus niet over zijn eigen tijd, ook niet over latere tijden, maar over de laatste dagen. Dat is de overtreffende trap: laat, later, laatst. Dit zijn de laatste dagen, de laatste periode, de eindfase dus. Daar moet ik trouwens nog iets bij zeggen. U ziet het in de vertaling ook staan: "de laatste dagen". In het Nederlands moet je dat lidwoord er eigenlijk wel bij zetten omdat het anders niet mooi klinkt, maar het wekt een verkeerde indruk. In het Grieks staat er namelijk geen bepaald lidwoord. Er staat niet "dé laatste dagen". Dat lijkt misschien een beetje op elke slak zout leggen, maar het is wel van belang. Het Grieks hééft een bepaald lidwoord, maar dat staat hier niet. Dat is van belang omdat de uitdrukking "de laatste dagen" een bekende Bijbelse uitdrukking is. Heel vaak wordt er door de profeten over gesproken: "in de laatste dagen zal het geschieden". In Jesaja 2, Jesaja 11... er zijn vele plaatsen waar die uitdrukking gebezigd wordt. Maar dan heeft het altijd te maken met Israël. De dagen van de Messias, vooral de terugkeer van de Messias, dat zijn dé laatste dagen. Maar hier gaat het niet over dé laatste dagen, maar over laatste dagen. Omdat het zonder lidwoord staat, gaat het niet over een specifieke tijd die ook elders bekend is bij de profeten, maar ligt de nadruk op het woordje "laatste". Het idee is dat Paulus zegt: "Je moet weten, Timotheüs, dat in laatste dagen – in een eindfase, de slotperiode – er gevaarlijke tijden zullen zijn."

Het Griekse woord dat Paulus hier gebruikt, komt nog maar één keer vaker voor in het Nieuwe Testament, en dat is in Matteüs 8 vers 28. Ik citeer het even uit de NBG-vertaling: "Er kwamen twee bezetenen uit de grafsteden Hem tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan." Hier vertaalt men het met gevaarlijk. In 2 Timotheüs vertaalt men het soms met "zwaar"; de Statenvertaling doet dat trouwens ook. Maar dat is wat anders. Het is niet zwaar. Zware tijden suggereert de gedachte dat het zwaar zal zijn vanwege verdrukking, honger of oorlog. Maar het zijn gévaarlijke tijden. En dat gevaarlijke blijkt dan ook wel uit het vervolg: "Weet dit echter, dat in laatste dagen gevaarlijke tijden zullen zijn, want..." – daar heb je het redengevende voegwoord; ik voel me nu toch weer een beetje de taaldocent – "...want de mensen zullen zijn..." En dan volgt een dubbele punt.

Het is dus vanwege het feit dat de mensen zich op een bepaalde manier zullen manifesteren – hoe ze zullen denken en zich zullen gedragen – dat die tijden niet zwaar, maar gevaarlijk zijn. Hoezo? Vanwege hoe men zal zijn. En let wel: in de christelijke wereld. Ik schuif het argument nog even voor me uit omdat we dat pas bij vers 5 zullen bespreken, maar ik wil het nu toch alvast aanstippen om chaos te voorkomen. Houd het even vast: ik wil u straks laten zien dat Paulus het inderdaad heeft over de christelijke wereld. Over hen die een schijn hebben – kijk maar in vers 5 – een vorm van godsvrucht. Ze lijken dus heel christelijk, vroom, godsdienstig of eerbiedig, maar dat is slechts de vorm. Over die wereld heeft hij het. Wat Paulus zegt is: het zijn geen zware tijden, het zijn gevaarlijke tijden. En waarom? Vanwege hoe men zal zijn in de christelijke wereld, in de breedste zin van het woord. Gewoon zij die zich noemen naar Christus. Als je dat heel breed neemt, zoals een groot gedeelte van de wereldbevolking, dan zou je kunnen zeggen: als je in Europa of Amerika woont, dan is dat die wereld.

Het is een karakteristiek voor die wereld die ooit het christelijke Westen heette. Het is gevaarlijk omdat de mensen zich op een bepaalde manier zullen manifesteren. Het gevaar is gelegen in die spraak, of beter gezegd: in de stroom waarin je heel gemakkelijk wordt meegenomen. Als je niets doet, word je erin meegezogen. Als je daarin passief bent, dan is dat fataal, want dan word je in diezelfde maalstroom meegesleurd. Daar moet je dus op bedacht zijn.

Vandaar ook dat Paulus dit schreef tegen Timotheüs, en over het hoofd van Timotheüs heen tegen degenen die zijn brief nu ook lezen. Wij bevinden ons inmiddels in die laatste dagen; dat hebben we eigenlijk vastgesteld. Die twee millennia lopen op hun eind. Ik zeg niet dat die laatste dagen nu pas in dit decennium begonnen zijn, zo bedoel ik het niet, maar het is de laatste fase van die twee millennia. Daarin zitten we in ieder geval.

Dan kun je één ding vaststellen, of één ding verwachten: dat het gevaarlijke tijden zullen zijn vanwege de ontwikkelingen in de christelijke wereld. Als je je daar bevindt, moet je weten dat het van kwaad tot erger gaat. Paulus typeert die wereld. Hij zegt dus niet over... Hij zegt: "De mensen zullen zijn..." Dat is een generalisatie, hè? "De mensen." Daarmee scheer je alles over één kam, dat is waar. Het gaat hier dus niet over de uitzonderingen. Het gaat er ook niet om dat er sommigen zijn, want die zijn er altijd geweest. De lijst die nu gaat volgen bevat zaken waarvan je gewoon kunt zeggen: "Ja, maar zulke mensen zijn er altijd geweest." Dat is ook zo, maar nu is het wat mén zal zijn. Dit is een typering van wat men in het algemeen zal zijn. Als je het in één pennenstreek zou moeten neerzetten, dan zijn dit de etiketten, de labels die je erop kunt plakken. Hoe zal de christelijke wereld — zij die een vorm van godsvrucht hebben — eruitzien in de laatste dagen? Nou, zó. En dat er uitzonderingen zijn, tot je dienst, maar dit is het algemene beeld: de mensen zullen zo zijn.

Het eerste wat hij dan zegt... Laten we dat lijstje eens gewoon langsgaan. En als u zegt: "Ja, maar ik vind het helemaal niet zo aardig om het daarover te hebben, ik heb het liever over het goede bericht," dan zeg ik: ik eigenlijk ook. In die zin vind ik dit helemaal niet zo aangenaam. Ik vind het veel mooier om over de geweldige toekomst en over wat God gedaan heeft te spreken. Maar we leven in de laatste dagen, dat hebben we vastgesteld. Dan moet je bepaalde dingen weten en er ook op bedacht zijn. Want als je weet wat je kunt verwachten van de wereld om je heen en hoe men zal zijn, dan kun je jezelf positioneren, om het zo te zeggen. Dan kun je zeggen: "Kijk, wacht even, hier sta ik en hier wil ik ook blijven staan." Je moet er alert op zijn dat men en masse een neergaande lijn zal vertonen. Dat moet ik weten. Juist als ik het weet, kan ik me daarin wapenen en de verschillen zien. Dan word ik attent gemaakt op hoe ik daar zelf in sta. "Maar jij...?"

Goed, het eerste wat er gezegd wordt... Ik moet u zeggen, ik heb het lijstje natuurlijk bestudeerd en ik vertel daar nu wat over. Het is zo ongelooflijk typerend, zo frappant zoals Paulus het hier neerzet. Wat ik de vorige keer zei over de ontwikkelingen in de politieke wereld, in het Midden-Oosten: het is gegaan zoals je kon verwachten. Dat is heel opmerkelijk. Maar wat Paulus in deze woorden in 2 Timotheüs neerzet als typerend voor de christelijke wereld in het algemeen, is niet minder frappant. Misschien is het wat minder concreet aanwijsbaar, maar voor degene die een beetje gevoelsprieten heeft en de tijdgeest kan proeven, is het duidelijk. Wie weet wat er gaande is, zal in al die labels, in al die aanduidingen en etiketten die Paulus hier geeft van de mensen, moeten opmerken hoe ontzettend precies hij de christelijke wereld van vandaag neerzet en typeert. Dat is echt heel frappant.

Tijdgeest: Liefhebbers van Zichzelf en het Welvaartsevangelie ↑ hoofdstukken

Het eerste wat de apostel Paulus noemt, is dat de mensen liefhebbers zullen zijn van zichzelf. Ik heb hier zo’n shirtje met de tekst: 'I love me, myself and I'. Ik hou erg van mezelf, van mij en van ik. Dat is precies wat hier wordt beschreven: liefhebbers van zichzelf. Het is een type denken waarbij alles om jezelf draait. Het ego staat in het middelpunt. Dat is trouwens ook wat het woord 'egocentrisch' letterlijk betekent: 'ego' betekent 'ik' en 'centrisch' verwijst naar het centrum van de cirkel. Ik sta dus in het midden van die cirkel. Mijn hele beoordeling van de wereld gebeurt vanuit mijzelf, vanuit mijn eigen ik. Het gaat om mijn opinie, mijn gevoelens en mijn belangen die gediend moeten worden.

Dat wordt tegenwoordig ook volop gepromoot: denk vooral aan jezelf. Het gaat niet meer om de belangen van de ander, om nog maar te zwijgen over het feit dat het om Hém zou moeten gaan. Nee, het gaat om de mens, en men bedoelt daarmee vooral: ik. Dat mensen liefhebbers van zichzelf zijn, is een attitude, een houding die wordt gepromoot als een filosofie die ertoe doet. We noemen onszelf verlicht, we hebben ons ontwikkeld en nu hebben we zogenaamd ontdekt dat we het juk van de religie of de gebruiken van ons af kunnen schudden. Nu gaat het om mijzelf. Er zijn allerlei varianten van deze gedachte.

Voordat we verder gaan met het lijstje, wil ik nog een belangrijk onderscheid maken. Paulus beschrijft in Romeinen 1 ook een wereld en hij geeft daar een lijst van eigenschappen die als twee druppels water lijkt op de lijst hier in 2 Timotheüs 3. Het is niet één op één hetzelfde, maar de lijsten lijken verdacht veel op elkaar. Als je ze naast elkaar legt, is het opmerkelijke niet zozeer de verschillen, want het is juist opvallend hoe groot de overeenkomsten zijn. Het cruciale verschil is echter dat het in Romeinen 1 gaat over de wereld zonder God, die God niet als God erkent. Hier in 2 Timotheüs gaat het over de wereld met een schijn van godsvrucht. Het gaat hier juist over de godsdienstige wereld, de christelijke wereld. Die wereld heeft in feite de eigenschappen aangenomen van de seculiere wereld. Dat is overigens een beetje een rare term, een pleonasme, want 'seculier' betekent van zichzelf al 'de wereld'. Maar we bedoelen er de wereld mee die God niet erkent. Men heeft dat gedrag simpelweg gekopieerd.

In feite is de hele ontwikkeling in de christelijke wereld een kopie van de seculiere wereld die helemaal niet christelijk is. Men heeft dat gewoon overgenomen. Ik heb daar ooit een trendwatcher over gehoord die opmerkte dat alle ontwikkelingen in de seculiere wereld geheid een aantal jaren later ook in de christelijke wereld verschijnen. Meestal is dat een decennium later, soms duurt het dertig jaar. Het wordt gekopieerd en dan krijg je een christelijke variant, een christelijk sausje. Maar het is exact dezelfde houding, dezelfde gedachte en hetzelfde concept. Alleen krijgt het dan een ander naampje.

Goed, liefhebbers van zichzelf dus. Maar ook: liefhebbers van geld. Er staat 'geldgierig' of 'geldzucht', maar het gaat niet zozeer om wat wij onder geldgierig verstaan – dat je je geld niet weggeeft. Het gaat om liefhebbers van geld; de focus ligt op geld. Paulus had Timotheüs in zijn eerdere brief ook al gewaarschuwd voor mensen in de christelijke wereld die de godsvrucht beschouwen als een bron van winst, als iets winstgevends. Er staat letterlijk: als een bron van kapitaal. De gedachte is dat er met de godsvrucht, met het evangelie, centen te verdienen vallen. Dat gedachtegoed heeft zich in de christelijke wereld enorm verspreid.

Als er iets is wat in de christelijke wereld de laatste tijd dominant is geworden — en dan heb ik het niet alleen over de pinkstergemeenten en charismatische stromingen — dan is het dit wel. Zelfs de protestantse wereld is in de laatste tien, twintig of dertig jaar enorm charismatisch geworden. Zelfs protestantse kerken zijn, zonder dat ze er erg in hebben, feitelijk heel erg verschoten van kleur en enorm beïnvloed door dat pinkstergedachtegoed. Maar waar ik het nu vooral over heb, is niet zozeer dat algemene idee, maar specifiek het 'prosperity gospel', het welvaartsevangelie. Dat wordt massaal geëxporteerd. Denk aan zendingsgenootschappen die actief zijn in Afrika of Zuid-Amerika; die boeken grote winsten. Je kunt er volle kerken mee creëren: volg Jezus Christus en je wordt steenrijk. Vooral de voorganger dan, want het verhaal is vaak: als je mij geld geeft, als je je tienden geeft aan onze kerk, dan word je rijk gezegend en krijg je een Lambo en al dat soort mooie, rijke dingen. Dat welvaartsevangelie is typerend voor de christelijke wereld van de laatste decennia. Het bestond in het verleden ook wel, maar toen waren het nog enkelingen. Nu is het een karakteristieke onderstroom geworden, een kenmerk van de christelijke wereld in haar algemeenheid: liefhebbers van geld.

Tijdgeest: Arrogantie, Laster en Ongezeggelijkheid ↑ hoofdstukken

Arrogant. Ja, dat hangt er een beetje vanaf. 'Pochers' staat er in de NBG-vertaling, als je die bekijkt. De NBG-vertaling geeft dit woord in Romeinen 1 vers 30 weer met 'grootsprekers'. Pretentieus. Het moet allemaal heel groot zijn. Ook dat is natuurlijk iets wat erg aanspreekt. Geld spreekt erg aan, want ja, om even terug te komen op dat geld: het hele idee en de betekenis van geld is gigantisch belangrijk. In feite gaat het daar allemaal om. Bij de bouw van kerken en kerkgenootschappen draait het er uiteindelijk om dat de centen binnenkomen. Ik kan daar verhalen over vertellen, maar dat doe ik nu even niet. Dat doet nu niet ter zake. Het gaat erom dat dit echt gecultiveerd is; het is een type denken dat er gewoon bij hoort. Dat heeft ook te maken met dat grootse. Men wil grootsprekers, men wil vooral kijkcijfers. Kijkcijfers, wat dacht je daarvan? Die zijn meer dan ooit belangrijk, want dan kun je groot lijken.

Heel pretentieus is ook die andere eigenschap: hoogmoedig. In de NBG-vertaling staat 'vermetel'. Dat woord kennen we niet zo erg meer, maar dat is eigenlijk ook hoogmoedig. Trouwens, veel van die dingen — dat moet ik erbij zeggen — vertonen soms ook overlap. Dat wil zeggen dat arrogant en hoogmoedig min of meer hetzelfde zijn, maar niet helemaal. Daarom zeg ik: het heeft overlap, maar het is niet één-op-één hetzelfde. In dit geval wordt hier een woord gebruikt waar het boeiend is om eens even op te wijzen. Letterlijk is het opgebouwd uit twee elementen: het woord 'hyper', dat 'over' betekent, en 'verschijnend'. Shining. Dat je jezelf vooral mooier laat lijken, meer laat lijken dan je bent.

Ik heb er al op gewezen met betrekking tot de social media, wat trouwens echt iets van de laatste dagen is, toch? Twintig jaar geleden bestond zoiets als social media nog niet eens. Maar die zijn allemaal gebaseerd op het principe om vooral mooier te lijken dan het is. De social media staan daar bol van. Het is opgeblazen en het is weer een luchtbel, Haagse Bluf. Het is allemaal: jij moet 'shinen', want jij bent natuurlijk belangrijk. Jouw ik, het ego. En vooral: het wordt groter gemaakt.

Nou ja, we moeten verder gaan. Lasteraars. Dat is nogal een etiket. Ik ben eigenlijk vergeten te tellen hoeveel bijvoeglijke naamwoorden Paulus hier verbruikt in deze opsomming. Dat laat ik dus even voor wat het is, dat mag u thuis zelf eens nakijken of natellen. Maar de vijfde eigenschap die hij hier benoemt is dat de mensen in de christelijke wereld, met een schijn van godsvrucht, ook lasteraars zullen zijn. Hier gebruikt Paulus een woord dat we kennen, namelijk het woord 'blasphemos'. En blasfemisch betekent niet per definitie godslasterlijk — dat kan het wel zijn — maar het betekent 'lasterlijk'. Blasfemisch betekent bewust, of in ieder geval onwaar, kwaadspreken.

Dat is dus niet zomaar kwaadspreken, wat bijvoorbeeld ook roddel kan zijn. Roddel is wat anders dan laster. Bij roddel spreek je ook kwaad, jazeker, maar dat hoeft niet onwaar te zijn. Vaak zijn roddels wel waar, maar ze hebben de bedoeling om de ander in een kwaad daglicht te zetten. Hier gaat het echter over bewust onware dingen zeggen over een ander. Dat is blasfemisch, dat is lasterlijk. De ander belasteren met dingen die niet waar zijn en hen daarmee in een kwaad daglicht plaatsen. Wat ze precies lasteren staat hier niet bij. Persoonlijk denk ik dan — maar daar mag u uiteraard anders over denken — vooral ook aan de heilige dingen. Het Woord van God wordt ook gelasterd. Er worden onware dingen over gezegd en daarmee wordt de Schrift onrecht aangedaan. Dat is ook blasfemisch.

Voor ouders ongezeggelijk. Ongezeggelijk... nou, ik zou zeggen: kijk eens om je heen. Het gaat me er nu niet om van: 'O ja, bij dat gezin daar zijn de kinderen heel lastig'. Daar gaat het niet om, dan maak je er individuele gevalletjes van. Het gaat hier over trends en over ontwikkelingen in het denken. Dit woord betekent niet simpelweg ongehoorzaam, maar het is... Signaal verloren? Nee toch zeker? We raken toch niet gedesoriënteerd, hè? Onoverreedbaar. Niet te gezeggen. Ja, dat is dus ongezeggelijk.

Dat is ook niet iets van alleen de laatste tien of twintig jaar, maar het is een ontwikkeling die zich met name vanaf de jaren zestig als denktrant heeft ingezet: de anti-autoritaire opvoeding. Trouwens, in het algemeen anti-autoritair, want ja: geen God, geen meester, en dus hoezo ouders gehoorzamen? Vraag dat hele denken maar eens een keertje aan leerkrachten. U zegt misschien: 'Ja, maar dat is de leerkrachten ongezeggelijk zijn'. Maar wat er op scholen gebeurt, is weer de weerslag van wat er thuis gebeurt. Als er geen respect is voor vader en moeder, dan zal dat zich op school ook wreken.

Vroeger kon een leerkracht... Ik vind het een beetje een lastig onderwerp om over te spreken, want ik heb er niet echt ervaring in, maar ik hoor zulke verhalen. Dan kon een onderwijzer zomaar dertig, veertig of vijftig leerlingen hebben, en nu heeft hij zijn handen vol als hij er vijftien heeft. Dat ongezeggelijke, het niet met autoriteit kunnen dealen en dat ook niet accepteren. Dat is ongezeggelijk: je laat je niet gezeggen. Waarom? Wat heeft die ander over mij te vertellen? Maar dat denken over ouders heeft zijn weerslag ook naar de overheid in het algemeen. Het is een heel revolutionair idee en in feite komt het voort uit het feit dat men God niet erkent, en daarmee dus ook geen gezag.

Ondankbaar! Ja, dat is trouwens ook een van de vruchten van dat hele denken van de laatste jaren en in ieder geval wat Paulus zegt dat typerend is voor de laatste dagen. Men erkent God niet, dus alles wat je hebt, heb je gewoon aan jezelf te danken. Heb je het weer: jezelf te danken. Dus als ik moet danken, dan moet ik mezelf danken. Maar dat is dus ondankbaar. Want men zegt ook nog: 'Ja maar wacht even, dat succes en de zegeningen die ik heb, het eten en drinken en zo, dat hebben we zelf afgedwongen'. Ben je er weer: zelf. Maar dat is in feite ondankbaar voor het feit dat je gewoon een creatie bent en dat er een Creator is die jou de dingen toebeschikt en dat je Hem erkentelijk zou moeten zijn. Nee, helemaal niet. Dat doe je zelf. Dat succes en die zegeningen heb ik zelf afgedwongen.

We hebben het hier dus niet over iemand die een beetje mokt of een wat ondankbaar persoon is. Nee, het gaat ook hier weer — ik blijf het benadrukken — om trends. Het zijn concepten die en masse zijn aangenomen. Het hele denken is ondankbaar, dat is wat ik eigenlijk wil zeggen. En uiteraard uit zich dat vervolgens in de houding die mensen aannemen, in de gedachten die ze hebben en in de woorden die ze uitspreken. Het is ongezeggelijk, het is lasterlijk, het wordt hoogmoedig, het is gezwollen en het is ook ondankbaar.

Onrechtschapen. Ik ben niet zo blij met dat woord eigenlijk, want ik dacht later, toen ik me er nog eens in ging verdiepen, dat het te maken heeft met de wijze waarop het gebruikt wordt. Onrechtschapen in de zin van 'onheilig'. Het is eigenlijk 'zonder waardigheid'. Dat is het; hier in het Engels is het denk ik wat beter dan in de Nederlandse versie. Maar het is in de zin van: alles wordt profaan. Er zijn geen heilige dingen meer; alles wordt banaal. Zelfs de heilige dingen worden naar beneden getrokken. Ook dat is typerend voor het denken, en dan heb ik het niet alleen over conferences.

Tijdgeest: Zonder Natuurlijke Genegenheid en Onbeheerst ↑ hoofdstukken

Zonder natuurlijke genegenheid. Nou, dat vond ik er ook wel eentje hoor. Laten we eerst eens even kijken naar wat er letterlijk staat. Dat is inderdaad: zonder natuurlijke genegenheid. Het is de meest letterlijke weergave die je eigenlijk maar kunt bedenken. Paulus gebruikt hier het woord voor natuurlijk — in dit geval negatief — zonder het natuurlijke en zonder genegenheid. Het gaat om het gebrek aan affectie met het natuurlijke, dat is het.

Neem me niet kwalijk, maar als er iets is wat typerend is voor de laatste decennia, dan is het wel het gebrek aan affectie met het natuurlijke. Ik bedoel hiermee bijvoorbeeld de hele huidige hype over LHBT. Sorry, maar dat is gewoon geen affectie meer hebben met het natuurlijke. Men spreekt over gender-diversiteit, en daarmee bedoelen ze niet mannelijk-vrouwelijk. Nee, er zijn meer dan twee genders; er zijn er geloof ik wel 72, allerlei soorten genders. Vorige week dinsdag heb ik daarover een gesprek op de EO beluisterd in het programma 'Dit is de dag'. In de avond was er een uitzending die ging over die gender-diversiteit en over transgenders. Het ging erom: wat is mannelijk, wat is vrouwelijk? Het antwoord was: ja, dat is hoe je je voelt. Het klinkt misschien wat profaan als ik het nu zeg: mannelijk-vrouwelijk, dat is niet iets tussen je benen, dat is iets tussen je oren. Bizar! Ze zijn werkelijk volkomen krankzinnig geworden. Mensen, neem me niet kwalijk hoor, maar dat is echt belachelijk.

Het is zoals met die Emiel Ratelband; die was zestig, maar wilde twintig jaar jonger zijn omdat hij zich zo voelde. 'Ik ben zo oud als ik me voel.' Dat is natuurlijk geleuter. Als ik denk dat ik Johan Cruijff ben, dan ben ik Johan Cruijff toch niet? Als ik denk dat ik een vrouw ben, dan ben ik toch geen vrouw? Maar zulke dingen worden vandaag serieus verteld. Dat wat je van nature bent, wat de dokter als eerste bij de geboorte opmerkte, dat zou niet jouw seksuele identiteit zijn. Maar dat is wel je seksuele identiteit! Het feit dat we dat allemaal hebben weggeredeneerd, dat is geen affectie meer hebben met het natuurlijke. 'Hoe beleef ik het in mijn gevoel?', dat wordt bepalend.

Ik wil daar verder niet te veel over zeggen, maar denk ook aan de botox-cultuur. Begrijp me goed, ik wil helemaal niet dogmatisch doen over bijvoorbeeld plastische chirurgie of over vetjes; het gaat om de hele denktrant. Dat je ouder wordt, is een natuurlijk proces. Dat kun je betreuren, maar het is echt een natuurlijk proces. Maar daar niet in mee kunnen gaan en dan heel onnatuurlijk je laten opspuiten om toch maar jonger te lijken dan de natuur jou heeft voorgeschreven... dat niet kunnen erkennen, ja sorry, dat heeft allemaal te maken met dat 'zonder natuurlijke genegenheid'. Ik zou meer voorbeelden daarvan kunnen geven, maar denk er maar eens over door.

Onverzoenlijk. Dat wil zeggen: onwillig om tegemoet te komen. Voor jezelf kiezen. Maar wat dacht u? Als je voor jezelf kiest, dan gaat het dus om je eigen ego. Dat maakt een mens heel onverzoenlijk. Het betekent dat ik geen oog meer heb voor de ander. Dat 'voor jezelf kiezen' is typerend voor de tijd waarin we leven.

Verdachtmakers. Weet u wat hier trouwens letterlijk staat? Dat is een beetje lastig, want de NBG-vertaling zegt 'lasteraars', maar er staat eigenlijk 'diabolisch'. Dat is het bijvoeglijk naamwoord van diabolos, de duivel. Letterlijk betekent 'dia' door of tussen, en 'bolis' — wat je nog in het woord 'bal' herkent — komt van het werkwoord werpen. Diabolisch betekent dus eigenlijk 'dooreenwerpend'. Het idee is dat je de dingen door elkaar gooit met het oogmerk om de ander, of iets anders, of het Woord in een kwaad daglicht te stellen. 'God heeft zeker wel gezegd dat...' en dan ga je Hem fout citeren. Zaken door elkaar gooien om de ander te verwarren. Waarom? Om de ander — of dat nu God is of een mens, een broeder, zuster of medemens — in een kwaad daglicht te stellen. Dat is diabolisch. Het gaat niet alleen om het motief om de ander zwart te maken, maar ook om de wijze waarop: door verwarring te creëren. Dat is diabolisch.

Onbeheerst. De lijst die Paulus hier geeft, die hij ergens in de jaren zestig van de eerste eeuw optekende, blikt vooruit naar het einde van de twee millennia. Hoe breed je dat ook neemt, aan het einde van die twee millennia zou de christelijke wereld er zo uitzien. Een van de dingen die hij zegt, is dat men ook onbeheerst zal zijn. In de NBG-vertaling en de Statenvertaling staat 'onmatig'. Je niet meer aan een bepaalde maat kunnen houden, dat is inderdaad onbeheerst. Maar nu — en dat is het bijzondere — is dat eigenlijk ook een soort denken geworden. We zeggen nu dat de mens zo in elkaar zit dat hij, als hij zich niet beheerst, een slachtoffer is. Hij is dan geen dader en hij doet niet iets fout; nee, hij kan het eigenlijk niet helpen, want hij is verslaafd, weet je wel. Dat is dan altijd een excuus om je onbeheerst te gedragen.

Ik ga er verder niet op door, maar dit is wel een apart onderwerp op zich. Het wordt inderdaad in het algemeen zo neergezet dat als mensen zich niet kunnen beheersen — of het nu gaat om eten, drinken, seksualiteit of verdovende middelen — zij zich altijd kunnen verschuilen achter het feit dat ze zich niet kúnnen beheersen omdat ze verslaafd zijn. Maar dan is er in feite geen morele eigenschap die fout is; welnee, dan ben jij gewoon zielig en ben je een slachtoffer. In dat gedachtegoed zijn we allemaal — laat ik mezelf maar insluiten — gemakkelijk mee behept: dat het onbeheerste een lot is dat je overkomt. Als je dat denkt, dan gaat dat natuurlijk ook je hele gedrag, je criteria en de wijze waarop je dingen beoordeelt enorm beïnvloeden.

Nog eentje: ruw. Onbeschaafd, dat is eigenlijk wat het is. Grof. Een ander woord voor ruw is dat het inderdaad grof is, en dat is dus onbeschaafd. Ook dat heeft natuurlijk wel weer linken met dat onbeheerste. Ook dat is gecultiveerd: om heel grof te zijn, niet alleen in de mond, maar in de wijze waarop je je opstelt naar de ander en niet meer de waardigheid van de ander daarin kent en erkent.

Zonder genegenheid voor het goede. Men is niet zozeer afkerig, maar men heeft geen genegenheid meer voor het goede, voor dat wat zuiver is, voor wat moreel goed is. De normen hebben we ook niet meer; die zijn we kwijtgeraakt en daardoor verlies je ook de waarde daarvoor. Daardoor verlies je de genegenheid voor het goede en raak je gedesoriënteerd.

Tijdgeest: Verraders en de Zucht Naar Genot ↑ hoofdstukken

Verraders. Ik heb het even in het woordenboek opgezocht voor een goede definitie: een verrader is iemand die ontrouw is aan wat men heeft voorgedaan te zullen steunen. Je wordt geacht iets te supporten en dan word je ontrouw daaraan; dan verraad je de ander. Je kunt van alles verraden: je roots, je familie. En hier staat ook: verraders. Als jijzelf alleen maar de norm wordt, dan is het logisch dat je vervolgens je bronnen gaat verraden, want het gaat alleen maar om jouzelf. Er is een gezegde: spugen in de bron waaruit men put.

Als we het hebben over de christelijke wereld: waaraan hebben wij überhaupt de naam van Christus en de waarde die we hebben te danken? Dat is gewoon aan de Schrift te danken, aan niks anders. Maar men verraadt dat. Dat waar je je hele denken en alles aan te danken hebt, dat wordt allemaal aan de kant geschoven en krijgt niet de achting die het werkelijk verdient. Dat is een verrader. De christelijke wereld zal in de laatste dagen verraderlijk zijn. Dat waar ze haar bronnen en haar oorsprong aan te danken heeft, dat verloochent men.

Er wordt nog een andere eigenschap genoemd: overhaast. Dat woord wordt nog één keer vaker in het Nieuwe Testament gebruikt en daar wordt het vertaald met overijld of onbedacht. Ook dat heeft weer te maken met dat motto van doen wat je voelt. Niet doen wat je denkt, maar doen wat je voelt. Dan neem je altijd overijlde en overhaaste stappen. Ik zie dat de tijd gaat dringen en dit lijstje is ook wel erg lang, maar sta me toe dat ik dit niet overhaast ga afsluiten.

Beneveld. Dat heeft te maken met het woordje smeulen en rook, maar ook met rookgordijnen. Vage redeneringen waarbij rookgordijnen worden opgeworpen. We hebben de reputatie dat we kritisch zijn, maar het is niet kritisch in de zin van scherp denken. We zijn vaak grof, maar dat is wat anders dan kritisch. Het zijn vaak rookgordijnen, fake news; er worden rookgordijnen opgeworpen waardoor mensen beneveld worden in hun denken. Misschien ook letterlijk, maar zeker ook als algemene houding.

Meer liefhebbers van genot dan van God. Ja, neem me niet kwalijk, alweer zo’n eigenschap. Genot: dat wat leuk is. Alles moet tegenwoordig een nieuw werkwoord worden: het moet "opgeleukt" worden. Zelfs kerkdiensten, waar je anders zou mogen verwachten, moeten leuk wezen. Het moet lekker klinken en het gehoor moet gekieteld worden. Dat zei Paulus ook al in 2 Timotheüs 4: men keert zich af van het Woord en het gehoor wordt gekieteld. Kittelachtig van gehoor, verwend. Het moet lekker zijn en leuk. Wist u trouwens dat "leuk" etymologisch verwant is aan "lauw" en ook aan "flauw"? Niet koud en niet heet. Maar men is dus liefhebber van genot, meer dan van God. Het gevoel en het lekkere is belangrijker dan het enige wat er echt toe doet, namelijk GOD met allemaal hoofdletters.

Dan komt het argument waar ik al eerder op doelde: ze hebben een vorm van eerbied. Dit geeft aan dat het hier gaat over de religieuze wereld. Ze hebben een vorm van eerbied, maar de kracht daarvan hebben ze verloochend. En wat is de kracht van eerbied voor God? Dat is toch gewoon de waarheid, het evangelie, het Woord, de Schriften. Dat is de kracht, de power en de dynamiek. Maar die hebben ze verloochend; ze ontkennen het. Ze kennen de power van eerbied voor Hem niet, want die is gelegen in de Schriften. Daardoor wordt dat ontwikkeld.

Paulus geeft als aanbeveling: mijd ook deze. Niet alleen de wereld waarin dit gebeurt, maar ook die godsdienstige wereld die daardoor geïnfecteerd is. In feite is het de godsdienstige wereld die de seculiere wereld heeft gekopieerd. Paulus zegt: houd die wereld op een gezonde afstand. Ik bedoel niet dat je uit de wereld moet gaan, maar houd een gezonde afstand zodat jij in ieder geval je koers kunt varen en je je niet door hen mee laat voeren. Houd niet alleen die wereld op afstand, maar mijd ook deze godsdienstige vorm. Meng je er niet mee en houd een gezonde afstand. Dat is een hele belangrijke regel, niet alleen om botsingen te voorkomen, maar ook om niet in die stroom meegezogen en meegesleurd te worden.

Het Baken in Zee: de Onvervangbare Waarde van de Schriften ↑ hoofdstukken

Ik wil afsluiten met het voorlezen van een paar verzen. Ik wilde er eigenlijk wat meer over zeggen, maar ik zie dat ik zwaar over tijd ben. Er staat in 2 Timotheüs 3, aan het einde van het hoofdstuk, nog dit. Ik lees het gewoon aandachtig voor. "Maar jij," zegt hij dan tegen Timotheüs, die enkeling, "blijf in de dingen die je leerde en waarin je bevestigd werd. Bewust bij wie jij leerde" — Paulus in dit geval — "en dat je van kindsbeen af de heilige Schriften hebt waargenomen, die je wijsheid vermogen te geven tot redding, door geloof dat in Christus Jezus is."

Niet alleen die Schriften waar Timotheüs mee vertrouwd was geworden vanaf kindsbeen af — dat is het Oude Testament — maar Paulus zegt ook: "Elk Schrift, door God geïnspireerd, is ook nuttig tot onderwijzing, tot weerlegging, tot correctie, tot opvoeding in de rechtvaardigheid." Dat zijn al die geschriften die er later bijgekomen zijn in Paulus' dagen; de geschriften van het Nieuwe Testament, zeg maar. Het is allemaal nuttig, opdat de mens Gods toegerust zou zijn, tot alle goed werk volkomen toebereid.

En laat me, sta me toe, nog één ding erover te zeggen. In die donkere wereld — en vergis je niet, daar hoef je geen illusies over te maken — gaat het het komende decennium in die christelijke wereld niet beter worden. Sommige mensen zeggen dat we een geweldige opleving gaan meemaken, dat het evangelie massaal kansen krijgt. Nee, no way. Het zijn enkelingen. Koester geen illusies.

Het zijn inderdaad gevaarlijke tijden, maar tegelijkertijd is het zo geweldig boeiend om juist in dit tijdvak te leven en dit geweldige licht te hebben. Want er is geen tijd geweest... ik had daar graag nog wat meer over gezegd, maar ik houd het hierbij... er is geen tijd geweest waarin het licht van het Woord zo helder straalt als juist in onze dagen.

Ik bedoel dit: nooit zijn de Schriften zo toegankelijk geweest als juist vandaag. Als je wilt weten wat er staat geschreven, kan iedereen zich dat vandaag met het grootste gemak eigen maken in de grondtekst. Eeuwenlang was dat echt een hele zware opgave om te komen tot de Schriften, zelfs tot een Bijbelvertaling. En nu hebben we direct toegang tot het origineel. Dus het licht van het Woord is inderdaad dat baken in zee waar ik over begon, en die rots in de branding in dit komende decennium.

En dat zal echt ook niet veranderen. De tijden zijn moeilijk, jawel, of gevaarlijk. Maar het licht van het Woord straalt als nooit tevoren. En daar ben ik ontzettend blij mee, en u ook. Zullen we het daarbij laten dan?

🎧 het komende decennium (2)
Delen: